Bijlage 1A Toelichting Langwijkstraat 27 Lithoijen
Tekst van het document
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 49 van 65 Vastgesteld april 2024
5.6.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is.
Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Toetsing van de plannen Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van een nieuwe vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Met de woning hangen 7,8 verkeersbewegingen (weekdaggemiddelde) samen. Er is getoetst of dit aantal verkeersbewegingen in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit met behulp van de tool ‘Niet in betekenende mate (Nibm ). In figuur 13 is de uitkomst opgenomen van de invoer van de verkeersbewegingen. Hieruit blijkt dat in een Worst-case berekening het plan niet van invloed is op de luchtkwaliteit (NO2 en PM10)
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 50 van 65 Vastgesteld april 2024
Figuur 13 Uitsnede Nibm tool 2022 (8 verkeersbewegingen Langwijkstraat 27).
In figuur 14 is een uitsnede opgenomen van het raadplegen van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland voor fijn stof (PM10) in 2022. Hieruit blijkt dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een achtergrondconcentratie van 17 ug/m3. Deze concentratie ligt ver onder de wettelijk toegestane norm van 40 ug/m3 en onder de advieswaarde norm van de WHO van 20 ug/m3. Ook de norm van 31,2 µg/m3, zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt niet overschreden in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.
Figuur 14 Uitsnede Grootschalige concentratie- en Depositiekaarten Nederland (PM10, 2022).
5.6.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 51 van 65 Vastgesteld april 2024
hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Toetsing van de plannen Het plangebied is niet gelegen nabij een hoogspanningslijn, wat betekent dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een magnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla ten gevolge van hoogspanningslijnen. Straling vormt geen belemmering voor dit initiatief. 5.6.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen.
De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie.
Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 52 van 65 Vastgesteld april 2024
Toetsing van de plannen Het plan wordt getoetst aan wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. De bouw van een nieuwe woning betreft het oprichten van een nieuw geluidgevoelig object zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Wegverkeerslawaai Uit het ‘Mobiliteitsplan Oss 2020’ valt op te maken dat de Langwijkstraat een erftoegangsweg is met een regime van 30 km per uur, op grond van artikel 74 lid 2 van de Wet geluidhinder is er bij deze weg geen sprake van een geluidszone rondom deze weg waaraan getoetst hoeft te worden. Van belang voor de beoordeling van de mogelijk verkeerslawaai is in deze met name de doorgaande weg John F. Kennedybaan die ten noorden van het plangebied overgaat in de Lithoijense Dijk. Dit betreft een 80 km weg buiten de bebouwde kom (Gebiedsontsluitingsweg type II). Deze doorgaande weg is gelegen op 440 meter afstand vanaf het bouwvlak van de nieuw op te richten woning. Op grond van artikel 74 lid 1 onder a ten eerste dient voor een weg bestaande uit twee rijstroken in stedelijk gebied (binnen de bebouwde kom) een geluidszone van 200 meter te worden gehanteerd. Binnen die zone is het noodzakelijk om een akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai uit te voeren.
Aangezien de nieuw op te richten woning ruim buiten deze geluidszone is gelegen, is geen akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai noodzakelijk en kan bij voorbaat ten aanzien van wegverkeerslawaai een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden verwacht ter plaatse van het plangebied. Industrielawaai In paragraaf 5.2.1 Bedrijven en milieuzonering is geluid afkomstig van bedrijvigheid rondom het plangebied beschouwd. Hieruit blijkt dat de richtafstanden die voor dit aspect zijn benoemd in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering ruimschoots worden behaald. Dit betekent dat wat dit onderdeel betreft sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijvigheid door het initiatief niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het initiatief. Railverkeerslawaai Nabij de ontwikkeling is geen sprake van lawaai ten gevolge van railverkeer. De ontwikkeling is niet gelegen in de geluidszone van een spoorweg. Dit aspect kan hier buiten beschouwing blijven. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 5.6.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld.
Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 53 van 65 Vastgesteld april 2024
In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.
Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Toetsing van de plannen In deze toetsing wordt de bouw van een woning specifiek getoetst in relatie tot de nabijheid van een geitenhouderij. Er liggen geen intensieve veehouderijen of andere volksgezondheidsrisico’s nabij het plangebied die een toetsing aan de hand van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid noodzakelijk maken.
Er is dan ook geen noodzaak voor het opvragen van een GGD advies voor de bouw van een nieuwe woning binnen de kern van Lithoijen. Geitenhouderijen De meest dichtbij gelegen geitenhouderij is gelegen aan de Valkseweg 36 te Lithoijen op ongeveer 450 meter afstand van het plangebied. Het betreft in deze een geitenhouderij waar opfokgeiten worden gehouden. Er zijn geen andere geitenhouderijen binnen 2 kilometer afstand van het plangebied gelegen. Op basis van het beleid voor geitenhouderijen in Oss geldt voor deze ontwikkeling: • De aanvrager c.q. de toekomstige bewoner van de woning moet op de hoogte worden gesteld dat dit risico bestaat. • De op de locatie te realiseren woning is niet bedoeld voor de huisvesting van een kwetsbare groep.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 54 van 65 Vastgesteld april 2024
• Er moet een motivering worden toegevoegd. Voor het plangebied is sprake van een verhoogd risico op het voorkomen van longontsteking. Omdat de reden van het verhoogd voorkomen van longontsteking niet bekend is, is het niet mogelijk om preventief maatregelen te nemen. De GGD adviseert om het verhoogd voorkomen van longontsteking als één van de parameters mee te wegen in de besluitvorming van dit plangebied. Volledigheidshalve wordt ook verwezen naar het geitenmoratorium. Naar aanleiding van het aanvullende VGO-rapport (VGO 3) heeft Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 juli 2017 besloten om het uitbreiden van geitenhouderijen en het omschakelen naar geitenhouderijen tegen te gaan, waarmee het moratorium geitenhouderij een feit was. Het moratorium is een voorzorgmaatregel en verwerkt in de Interim omgevingsverordening. Het doel van het moratorium is te voorkomen dat rond geitenhouderijen de gezondheidslast toeneemt en (nieuwe) knelpunten ontstaan. Bij de bestuurlijke afweging om toch binnen 2 km te bouwen, kunnen de volgende aspecten betrokken worden: • • • • •
locatiespecifieke zorgvuldige afweging door het benoemen van andere (milieu-)factoren die gunstig danwel ongunstig zijn; cumulatie, wat is er meer aan belastende milieufactoren in de omgeving; verblijflocaties specifiek bedoeld voor gevoelige groepen (zieken, ouderen, kinderen e.d.); VGO III: het risico wordt kleiner naarmate de afstand tot de geitenhouderij groter is; het betrekken van deskundigen (GGD, Kennisplatform veehouderij en humane gezondheid)
Voor de locatie Langwijkstraat 27 geldt dat het volgende in overweging is genomen: • • • •
Er bevindt zich één geitenhouderij in de buurt van het plangebied, er is geen sprake van cumulatie-effecten; Toekomstige bewoners worden op de hoogte gesteld van het risico; Er komen geen kwetsbare doelgroepen in het plangebied, zoals voorzieningen voor kinderen, ouderen of zieken; Andere milieufactoren in de omgeving hebben een relatief beperkte invloed.
Gelet op bovenstaande overwegingen en de kanttekening dat de achterliggende oorzaak van de associatie tussen de aanwezigheid van geitenhouderijen en longontstekingen niet bekend is, wordt het plan voor de bouw van een woning aan de Langwijkstraat 27 aanvaardbaar geacht. De noodzaak om te voorzien in woningbouw voor de kern Lithoijen en de belangen afwegend, wordt de locatie geschikt geacht ook al ligt deze binnen 2 km van een geitenhouderij. 5.6.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. De afstand vanaf het plangebied tot akkerbouwpercelen ten noorden van de hobbymatig gebruikte weilanden van initiatiefnemers (behorende tot de woning Langwijkstraat 29) is ongeveer 50 meter. De hobbymatig gebruikte weilanden worden niet bespoten met bestrijdingsmiddelen en er is ook geen aanleiding om dit hobbymatig gebruik te wijzigen.
Daarnaast worden de ten noorden van het plangebied gelegen akkerbouwgronden in de toekomst waarschijnlijk woongebied, gezien de planontwikkeling op deze locatie voor de uitbreiding van Lithoijen. Hiermee is het aspect spuitzones voldoende onderzocht en vormt het geen belemmering voor de bouw van een woning aan de Langwijkstraat 27.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 55 van 65 Vastgesteld april 2024
5.6.11 Niet gesprongen explosieven Het plangebied in figuur 15 is verdacht van geschutsmunitie en raketten vanwege zijn ligging binnen een grootschalig gebied met de oude dorpskern en voormalig front richting Kerkdriel uit WOII op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten WOII en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016. Hierdoor is de kans op munitie aanwezig. Voor dit plan wordt er gegraven voor de bouw van een extra woning. Een aanvullend vooronderzoek conflictperiode is aan te raden om voor dit specifieke plangebied vast te stellen of er oorlogshandelingen plaats hebben gevonden. Vanwege de ligging in een grootschalig verdacht gebied en verbetering van interpretatietechnieken is dit een logische vervolgstap voor deze locatie.
Figuur 15 plangebied (groen gearceerd) op bodembelastingkaart (rood gemarkeerd)
De gemeente Oss kan een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uit WOII niet verplicht stellen. Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van grond- en bouwwerkzaamheden dat werknemers de werkzaamheden veilig uit kunnen voeren. Indien een onderzoek wel wordt uitgevoerd dan moet hiervoor een gecertificeerd opsporingsbedrijf worden ingeschakeld. Bij vooronderzoek en/of risicoanalyse moet een opsporingsbedrijf werken volgens het certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO) en bij detectie en gravend onderzoek volgens het certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO). Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van grond- en bouwwerkzaamheden dat werknemers de werkzaamheden veilig uit kunnen voeren. Indien er een
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 56 van 65 Vastgesteld april 2024
verwachting is voor ontplofbare oorlogsresten en deze kunnen een gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers dienen de risico’s te worden onderzocht en eventueel weggenomen. Het advies is om altijd binnen een verdacht gebied het protocol toevalsvondsten onder de aandacht te brengen van mensen die grond- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie, stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat. De initiatiefnemers hebben kennis genomen van bovenstaande adviezen en zullen samen met de lokale opdrachtnemers van het grondwerk beoordelen of een gecertificeerd opsporingsbedrijf zal worden gevraagd om een onderzoek uit te voeren op locatie. Hierbij zal dan worden aangesloten bij het proefsleuvenonderzoek of de graafwerkzaamheden voor de bouw van de woning zelf. Hiermee staat het aspect ‘niet gesprongen explosieven’ niet in de weg voor de bouw van een nieuwe woning, wel worden de adviezen ter harte genomen. 5.7
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 57 van 65 Vastgesteld april 2024
Verantwoording Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is voor de bouw van een woning aan de Langwijkstraat 27 te Lithoijen. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 58 van 65 Vastgesteld april 2024
Hoofdstuk 6 6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan Langwijkstraat 27 Lithoijen - 2023 is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 6), de algemene regels (artikelen 7 tot en met 12) en de overgangsen slotregels (de artikelen 13 en 14). Bij de regels hoort een bijlage, te weten een milieuzoneringslijst. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Tuin Deze bestemming is in samenhang met de woonbestemming opgenomen. Op gronden met deze bestemming mogen in beginsel geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4: Wonen - Vrijstaand Binnen deze bestemming zijn vrijstaande woningen toegestaan. Aan huis gebonden activiteiten zijn direct toegestaan. Artikel 5: Waarde – Archeologie historische kern Deze dubbelbestemming is opgenomen om de archeologische waarden binnen het gebied te beschermen.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 59 van 65 Vastgesteld april 2024
Artikel 6: Waarde – Landschap Deze dubbelbestemming is opgenomen om de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, gericht op terpen binnen het gebied te beschermen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Dit artikel regelt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 8 Algemene bouwregels Dit artikel geeft een aantal bouwregels die algemene werking hebben, en dus niet in één of meerdere specifieke bestemmingen gegeven worden. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft aan wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Artikel 10 Afwijken van de bouwregels algemeen Dit artikel geeft een algemene regeling voor afwijking van de bouwregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Dit artikel regelt een algemene regeling waarmee burgemeester en wethouders binnen aangegeven grenzen het plan kunnen wijzigen. Artikel 12 Overige regels Dit artikel regelt de verwijzing naar andere wettelijke regelingen en de toepasselijkheid van de gemeentelijke bouwverordening Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken.
Artikel 14 Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage 1: Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk.
.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 60 van 65 Vastgesteld april 2024
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 61 van 65 Vastgesteld april 2024
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 62 van 65 Vastgesteld april 2024
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 63 van 65 Vastgesteld april 2024
Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1 Omgevingsdialoog Directe omwonenden zijn middels een omgevingsdialoog op individuele basis door de initiatiefnemers op de hoogte gesteld van de bouwplannen. Hiervoor zijn indicatieve schetsen gebruikt en ten aanzien van de opzet van dialoog is gebruik gemaakt van de ‘Handreiking omgevingsdialoog’ van de gemeente. De omgevingsdialoog is uitgevoerd op 11 maart 2023 met de omliggende bewoners op de volgende adressen die zicht hebben op de planontwikkeling: • • • • • • •
Langwijkstraat 18 Langwijkstraat 22 Langwijkstraat 24 Langwijkstraat 25 Langwijkstraat 26 Langwijkstraat 30 Langwijkstraat 33
Eerder is op 27 februari de eigenaar van de boerderij Langwijkstraat 35 en tevens eigenaar van de achterliggende akkerbouwgronden op de hoogte gebracht van de plannen. In bijlage 7 bij de toelichting is een verslag opgenomen van de gevoerde dialoog, hieruit is gebleken dat geen van de geïnformeerde bezwaren heeft tegen de bouwplannen. Wel hebben de eigenaren van de Langwijkstraat 22 aangegeven liever de bestaande situatie te zien dan de bouw van een nieuwe woning, maar hierbij hebben zij ook aangegeven de ontwikkeling een logische te vinden. Het verslag zoals bijgevoegd in bijlage 7 is toegestuurd aan de geïnformeerde. Hierop is geen reactie ontvangen, hiermee kan ervan worden uitgegaan dat de geïnformeerde zich kunnen vinden in het verslag. Dit wil niet zeggen dat de omgevingsdialoog omwonenden beperkt in de normale procesmogelijkheden voor bezwaar- en beroep tegen de plannen. Wel geeft de gevoerde omgevingsdialoog aan dat de initiatiefnemers breed draagvlak hebben in hun directe omgeving voor het bouwplan. De gevoerde omgevingsdialoog heeft geen aanleiding gegeven tot een wijziging van de plannen of een andere inrichting van het gebied, wel is in de planvorming rekening gehouden met de belangen van omwonenden en wordt zo min mogelijk groen gerooid en wordt gestreefd naar een stedenbouwkundig plan dat past in het straatbeeld.
Daarnaast is afgesproken dat initiatiefnemers omwonenden op de hoogte houden van de voortgang van de plannen. De omgevingsdialoog heeft hiermee in algemene zin bijgedragen aan het proces. 9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn op 25 april 2023 de Veiligheidsregio Brabant-Noord en de provincie NoordBrabant en op 9 mei 2023 het Waterschap Aa en Maas, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en het Ministerie
Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 64 van 65 Vastgesteld april 2024
van Defensie in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. Ook is het concept ontwerpbestemmingsplan ter informatie toegestuurd naar de Dorpsraad Lith. Het vooroverleg heeft het volgende opgeleverd. 9.2.1 Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Rijkswaterstaat Zuid-Nederland heeft op 10 mei 2023 aangegeven dat het plan niet binnen het beheersgebied van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland ligt en daarom geen belangen raakt. Vanuit Rijkswaterstaat Zuid-Nederland is verder geen reactie gegeven. 9.2.2 Ministerie van Defensie Het Ministerie van Defensie heeft geen reactie gegeven op het concept ontwerpplan. 9.2.3 Provincie Noord-Brabant De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van het formulier. De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, is het concept ontwerpbestemmingsplan door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant.
De provincie heeft hierop gereageerd dat er geen aanleiding is tot het maken van opmerkingen. 9.2.4 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft op 12 mei 2023 aangegeven dat het concept ontwerpbestemmingsplan is beoordeeld. Ze geven aan dat de waterparagraaf onvolledig is beschreven en geven de volgende reactie: “Naar aanleiding van dit plan te hebben bekeken, is geconcludeerd dat de waterparagraaf onvolledig is beschreven. Er is namelijk een geomorfologische breuk op deze locatie van toepassing. Hoe verhoudt deze zich tot het planvoornemen? Daarnaast ontbreekt ook een onderbouwing van de grondwaterstand (GHG), het oppervlaktewater en afvalwater.” Zij verzoeken om bovenstaande onderwerpen aan te vullen in de waterparagraaf. Een onderbouwing van hoe deze onderwerpen raakvlak hebben met de beoogde ontwikkeling is noodzakelijk om de effecten te kunnen beoordelen. 9.2.5 Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 1 mei 2023 advies gegeven over het concept ontwerpbestemmingsplan. Het advies luidt: De afstand tussen het plangebied en de Maas waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt bedraagt ca. 600 meter. Externe veiligheid is hiermee relevant voor dit plan. In het plan wordt in paragraaf 5.6.3 ingegaan op het aspect Externe veiligheid. De paragraaf geeft een reden tot het maken van een opmerking.
Onder figuur 12 wordt gesteld dat het beleid externe veiligheid van de gemeente Oss sinds 1 april 2015 vervangen is door de Wet Basisnet. Dit is niet juist. Het Besluit externe veiligheid transportassen is bepalend bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de Maas en geeft aan wanneer en in welke vorm een verantwoording over het groepsrisico uitgevoerd moet worden. In deze casus in een beperkte verantwoording conform BEVT artikel 7 van toepassing. De gemeente Oss geeft invulling aan deze verantwoording m.b.v. gemeentelijke visie Externe veiligheid. In bijlage 2 is een standaard verantwoording opgenomen geldend bij ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de Maas • Wij adviseren om de tekst in deze paragraaf te wijzigen waarbij rekening wordt gehouden met de afstand tussen het plangebied en de Maas. Hieruit volgt dan een verantwoording over het groepsrisico conform BEVT artikel 7 waar invulling aan kan worden gegeven d.m.v. een verwijzing naar de standaardverantwoording uit de Beleidsvisie • Wij zien verder geen aanleiding voor het geven van een advies in het kader van de groepsrisicoverantwoording conform BEVT artikel 9.
9.2.6 Dorpsraad Dorpsraad Lith is via de wijkcoördinator geïnformeerd. Zij hebben geen reactie gegeven op het plan. 9.3 Inspraak De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om een plan met beperkte impact: in bestaand stedelijk gebied (woonwijk) wordt een woning toegevoegd. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplangemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd. 9.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er is geen zienswijze naar voren gebracht. Ambtshalve zijn de Aerius-berekeningen in bijlage 5 van de toelichting vervangen. De berekeningen uit het ontwerpbestemmingsplan waren gemaakt met de Aerius-calculator van oktober 2023. In november 2023 werd bekend dat er in deze versie onjuiste bronkenmerken voor mobiele voertuigen en railverkeer waren toegepast. De Aeriusberekeningen uit bijlage 5 zijn daarom vervangen door Aerius-berekeningen die zijn gemaakt met de laatste versie van de Aerius-calculator (van 14 december 2023). Deze ambtshalve wijziging heeft geen invloed op de inhoud en uitvoering van het plan.