CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen - Motivering

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen27.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Afspraken kwaliteitsverbetering • Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. •

Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide.

Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Conclusie Er is sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij de toegestane bebouwing vergroot wordt van 960 m2 (BP Buitengebied Oss 2020) naar 5.000 m2, vallende onder cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap. Haskoning Nederland B.V., a ‘Royal’ business as designated by the Royal House of the Netherlands in 1981. Click to enter "YourRef"

Op basis van het vigerend bestemmingsplan, artikel 35, is bepaald dat uitbreiding van bebouwing moet voldoen aan de landschappelijke tegenprestatie. Dit is ook conform het provinciaal beleid. In dit geval neemt het bebouwde oppervlakte planologisch toe met 4.040 m2. Op basis van de Beleidsactualisatie RO 2021 dient, naast een goede landschappelijke inpassing, ook een berekende bijdrage geleverd te worden als landschappelijke tegenprestatie. Hierbij wordt voor een toename van de bestemming Sport (bouwvlak, bebouwd oppervlak) een waarde gehanteerd van €100,-/m2. Voor het gedeelte dat onbebouwd is geldt een waarde van €15,-/m2. Iedere toename m2 in bebouwd oppervlak leidt dus tot een waardevermeerdering van €85,-/m2. Bij een toename van 4.040 m2 bebouwing is dus sprake van een waardevermeerdering van 4.040 x €85,- = €343.400,-. Hiervan moet 20% (= €68.680,-) ingezet worden voor een landschappelijke tegenprestatie. Deze tegenprestatie wordt (deels) op eigen terrein ingevuld waarvoor een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld, zie bijlage. De inrichting van het terrein is echter nog niet volledig uitgewerkt. Afhankelijk van de exacte locatie van nieuwe gebouwen, voorzieningen en de routing op het terrein, wordt de landschappelijke inpassing verder uitgewerkt.

Als blijkt dat de berekende bijdrage niet volledig middels een landschappelijke tegenprestatie kan worden gerealiseerd, dient het resterend bedrag in het gemeentelijk groenfonds gestort te worden. Dit is geborgd in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting.

5.3

Beleid Waterschap

Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze

18 mei 2026

.

28/81

doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Conclusie Het waterschap heeft het plan beoordeeld en concludeert dat er geen ruimtelijke waterbelangen van toepassing zijn. Het plan sluit dus aan bij het beleid van het waterschap.

18 mei 2026

.

29/81

5.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Oss 2040, vernieuwen, verduurzamen & verbinden In 2025 heeft de gemeenteraad van Oss de Omgevingsvisie Oss vastgesteld. De visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid van de gemeente Oss voor de komende jaren. Daarnaast beschrijft de visie hoe de gemeente Oss daar op hoofdlijnen uitvoering aan wil geven. De gemeente wil hiermee uitnodigen, inspireren en tegelijkertijd duidelijke ruimtelijke kaders stellen. Voorafgaand aan de omgevingsvisie heeft de gemeente eerst drie gebiedsvisies opgesteld: • De gebiedsvisie Vitaal Buitengebied; • De gebiedsvisie Stedelijk gebied Oss-Berghem; • De gebiedsvisie Stadjes en Kernen. Deze drie gebiedsvisies gelden als bouwstenen voor de omgevingsvisie en vormen samen met de ambitienota het fundament van de omgevingsvisie. Aan de hand van de analyse van de geschiedenis van Oss, een schets van de huidige situatie en het toekomstverhaal van Oss in 2040 gelden er vier structurerende principes: (1) de groei langs het spoor, (2) een gezonde en sociale samenleving, (3) groen en blauw verbonden en (4) ondernemersgeest Oss. Deze zijn in de visie doorvertaald naar 4 integrale kernambities voor Oss richting 2040: 1. Toekomstbestendige verstedelijking en vitale kernen; 2. Een gezonde, veilige en groene leefomgeving; 3. Energieneutraal, circulair en klimaatbestendig Oss in 2050; 4. Ondernemend en uitnodigend Oss.

Aan de hand van visiekaart laat de gemeente zien welke koers ze als gemeente inzetten en welke ontwikkelingen op welke locaties vorm krijgen, met in elk gebied zijn eigen accent en snelheid.

18 mei 2026

.

30/81

De kernambities zijn in hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie nader uitgewerkt en vervolgens door vertaald in een gebiedsgerichte uitwerking, gelijk aan de eerdere bouwstenen, te weten: het stedelijk gebied Oss-Berghem, het buitengebied en de stadjes en kernen. De omgevingsvisie geeft niet alleen de koers en ambities van de gemeente weer maar is ook een uitnodiging aan onze inwoners en ondernemers, initiatiefnemers, en samenwerkingspartners om samen te werken aan de toekomst van de leefomgeving. Het gebied ten zuiden van Oss en Geffen bestaat onder andere uit recreatie- en natuurgebieden de Geffense plas en Herperduin. De dekzandrug is een belangrijk gebied voor natuur, recreatie en toerisme binnen de gemeente Oss. In het Osse buitengebied zijn verschillende functies zoals landbouw, wonen, bedrijvigheid, natuur, energieopwek en recreatie in balans. Dit wordt bereikt door een zonering in gebruiksmogelijkheden in het buitengebied aan te brengen, gebaseerd op de nabijheid van kernen. In de omgevingsvisie zijn recreatie en passende bedrijvigheid benoemd als kans om bij te dragen aan de levendigheid van de dorpskernen in het buitengebied. De inzet is gericht op recreatie dichtbij huis met aandacht voor de bereikbaarheid, spreiding en diversiteit aan mogelijkheden binnen de gemeente. Sportpark Nieuw Zevenbergen wordt verder niet specifiek genoemd in de omgevingsvisie.

Dit plan betreft hoofdzakelijk consolidering van de huidige, vergunde situatie. Het plan is daarom in overeenstemming met de omgevingsvisie.

5.5

Overzicht

Rijksbeleid en rijksregels Beleid/ Regel Omgevingswet (2024)

Omgevingsbesluit

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

18 mei 2026

Kerninhoud & Relevantie voor dit plan Bundeling van circa 26 wetten voor ruimte, milieu, water, natuur e.d. in één wet. Doelen: inzichtelijkheid, samenhang, bestuurlijke ruimte, snellere besluitvorming. Regelt bevoegd gezag, procedurele regels, m.e.r., projectprocedure en digitale voorzieningen.

Vier prioritaire opgaven: duurzame groei, klimaat & energie, leefbare regio’s, toekomstbestendig landelijk gebied. Principes: combineren, gebiedsidentiteit, geen afwenteling. Instructieregels over kwaliteit, veiligheid, water, geluid, erfgoed, enz. Gericht op gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

Toepassing/ Conclusie Plan haakt aan op gemeentelijk omgevingsplan om de herinrichting van Sportpark Nieuw Zevenbergen mogelijk te maken. De wijziging van het omgevingsplan wordt conform het Omgevingsbesluit doorlopen met bijbehorende onderzoeken en m.e.r.-beoordeling. Plan sluit aan: consoliderend gebruik, geen strijd met NOVI. Nieuwe Nota Ruimte in voorbereiding, NOVI blijft tot 2026 leidend. Plan voldoet aan relevante instructieregels; zie subonderdelen.

.

31/81

Veiligheid (Bkl §5.1.2)

Waterbelangen (art. 5.37 Bkl) Gezondheid & Milieu (art. 5.59 e.v.) Cultureel erfgoed (art. 5.130 Bkl) Ruimte voor toekomstige functies (art. 5.134 Bkl)

Regels voor toelating kwetsbare gebouwen en locaties bij externe veiligheidsrisico’s. Verplichte weging van waterbelang bij beheer van watersystemen, inclusief advies waterbeheerder. Geluid: aanvaardbaar geluidniveau op gevoelige gebouwen. Lucht, trilling, geur en bodem niet van toepassing. Rekening houden met behoud van cultureel erfgoed en archeologische waarden. Geen reserveringsgebied voor rijksinfrastructuur over het terrein (A59 ligt buiten plangebied).

Toetsing uitgevoerd; voldoet aan instructieregels (zie par. 6.1). Afgestemd met waterbeheerder; voldoet (zie par. 6.2). Akoestisch onderzoek uitgevoerd; voldoet (zie par. 6.5). Bestaande bescherming gehandhaafd; zie par. 6.9. Niet van toepassing.

Provinciaal beleid en provinciale regels Beleid/ Regel Brabantse Omgevingsvisie (2018)

Beleidskader Leefomgeving (vijf stelregels)

Omgevingsverordening Noord‑Brabant (2025)

Art. 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik

Art. 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Art. 5.12 Ontwikkelingsrichting Art. 5.13 Maatwerk verplaatsing functies

18 mei 2026

Kerninhoud & Relevantie voor dit plan Ambities: energietransitie, klimaatproof provincie, slimme netwerkstad, duurzame economie. Werkt zelfbindend voor provincie; vertaling naar verordening. Sturend: water/bodem leidend, gebied centraal, schoner/veiliger, zorgvuldig/meervoudig ruimtegebruik, geen afwenteling.

Instructieregels voor omgevingsplannen o.a. zorgvuldig ruimtegebruik, lagenbenadering, meerwaardecreatie en kwaliteitsverbetering landschap. Ontwikkeling binnen bestaand ruimtebeslag; concentratie van bebouwing; bij toename Ladder duurzame verstedelijking toepassen (Bkl 5.129g). Bij ontwikkeling in landelijk gebied: fysieke kwaliteitsverbetering verplicht. Uitbreiding of nieuwe functie moet passen binnen ontwikkelingsrichting. Kwaliteitswinst bij verplaatsing functies/activiteiten.

Toepassing/ Conclusie Plan is consoliderend en moderniserend, past binnen visie en zet in op duurzaam, meervoudig ruimtegebruik. Uitwerking: infiltratie/berging op eigen terrein; afstemming met provincie/waterschap/omgeving; geluidsreductie en duurzaam beheer; functies geconsolideerd binnen bestaand terrein. Relevante artikelen beoordeeld (5.8 t/m 5.13). Kaartaanduidingen niet van toepassing.

Voldoet: behoefte is modernisering van bestaande voorzieningen; geen nieuwe stedelijke functie; bebouwing geconcentreerd; ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Toename bebouwd oppervlak binnen functie Sport: categorie 3 Geen uitbreiding van bestemmingsvlakken; niet van toepassing. Geen verplaatsing; niet van toepassing.

.

32/81

Gemeentelijk beleid Beleid/ Regel Omgevingsvisie Oss (2024) – vernieuwen, verduurzamen & verbinden

Gebiedsvisies (bouwstenen)

Visiekaart & zonering buitengebied

18 mei 2026

Kerninhoud & Relevantie voor dit plan Vier kernambities: (1) vitale kernen, (2) gezonde/veilige/groene leefomgeving, (3) energieneutraal/circulair/klimaatbesten dig in 2050, (4) ondernemend en uitnodigend. Vitaal Buitengebied, Stedelijk gebied Oss‑Berghem, Stadjes en Kernen vormen fundament voor uitwerking in de Omgevingsvisie.

Balans functies landbouw, natuur, recreatie, energie, bedrijvigheid; differentiatie naar nabijheid kernen.

Toepassing/ Conclusie Plan consolideert bestaand recreatief/sportief gebruik; draagt bij aan gezonde leefomgeving en duurzaam beheer. Plangebied ligt in recreatief buitengebied nabij Herperduin/Geffense Plas; recreatie dichtbij huis en spreiding/bereikbaarheid zijn speerpunten – plan sluit aan. Modernisering binnen bestaand terrein; geen uitbreiding bestemmingsvlakken; verkeersontsluiting binnen functie Verkeer.

.

33/81

6

Toetsing aan regels en normen omgevingsaspecten en milieu

Voor detailinformatie met betrekking tot milieuonderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen bij de motivering van het omgevingsplan en de mer-beoordeling. Deze bijlagen bevatten de onderbouwing van de afzonderlijke omgevingsaspecten.

6.1

Waarborgen van de veiligheid (afd. 5.1.2 BKL)

Omgevingsveiligheid richt zich op het beschermen tegen incidenten met gevaarlijke stoffen, die voor de omgeving tot slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden. Het gaat bijvoorbeeld om incidenten bij opslag en bewerking van gevaarlijke stoffen. Maar het gaat ook over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water en over het spoor of via buisleidingen en risico’s als gevolg van windturbines. De regels om ervoor te zorgen dat de risico’s rondom omgevingsveiligheid aanvaardbaar zijn staan in het Bkl, afdeling 5.1.2 (instructieregels). In bijlage VI van het BKL zijn kwetsbare gebouwen en locaties aangewezen. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven.

Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor) • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving In het Bal zijn de volgende risicobronnen aangewezen als milieubelastende activiteit (waarvoor in het Bkl ook instructieregels zijn opgenomen): • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afd. 5.1.2.4 Bkl) • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afd. 5.1.2.5 Bkl) • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afd. 5.1.2.5 Bkl) • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afd. 5.1.2.5 Bkl). Binnen het beleidskader voor activiteiten staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder zijn beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijke harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het zogenaamde groepsrisico speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de aanvaardbaarheid van de risico’s rondom externe veiligheid. Het groepsrisico is een maat

18 mei 2026

.

34/81

voor de kans dat bij een ongeval door gevaarlijke stoffen een groep slachtoffers (10 of meer) valt. Daarmee is het ook een maat voor de beoordeling van de maatschappelijke ontwrichting bij een incident. Bij het beschouwen van het groepsrisico staan de aandachtsgebieden en de kwaliteit van het groepsrisico centraal. De aandachtsgebieden vormen daarmee een uitwerking van het groepsrisicobeleid van de Omgevingswet. Het zijn gebieden nabij een risicoactiviteit waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de nadelige gevolgen van een incident: warmtestraling door brand, overdruk door een explosie en een concentratie van giftige stoffen in de lucht door een gifwolk. Dit leidt tot drie typen aandachtsgebieden: • brandaandachtsgebied; • explosieaandachtsgebied; • gifwolkaandachtsgebied. De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Sprake is van aanvaardbaarheid van het groepsrisico als in een aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen/ locaties toe worden gelaten. Deze gebouwen en locaties zijn hier wel toelaatbaar als daarvoor extra maatregelen worden genomen.

Om dit te borgen neemt de gemeente in het omgevingsplan voorschriftengebieden (5.14 Bkl) op waarbinnen aanvullende bouweisen gelden (artikel 4.2.14 Bbl) of verbindt hiervoor vooruitlopend op opname in het omgevingsplan een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarmee een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar gebouw (optie) dan wel een zeer kwetsbaar gebouw (verplichting) wordt toegelaten (12.27c Bkl). Deze regels zijn anders dan de regels die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet golden en waarop de gemeentelijke beleidsvisie externe veiligheid welke op 19 mei 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld is gebaseerd. Die visie is daarom totdat deze is geactualiseerd niet meer als toetsingskader maar als richtlijn voor de verantwoordingsplicht van het groepsrisico aan de orde. Toepassing Sportpark Nieuw Zevenbergen Het omgevingsplan voor Sportpark Nieuw Zevenbergen heeft geen negatieve effecten op de omgevingsveiligheid. Binnen het plangebied blijven de bestaande vergunde risicovolle activiteiten, de opslag van munitie voor de schietvereniging en de opslag van propaan in twee bovengrondse tanks, ongewijzigd en dienen binnen te blijven binnen de wettelijke veiligheidsafstanden die zijn vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Er worden geen nieuwe risicovolle functies of transportbewegingen met gevaarlijke stoffen toegevoegd, en de aard en omvang van de bestaande activiteiten blijven ongewijzigd.

18 mei 2026

.

35/81

Het sportpark ligt gedeeltelijk binnen de explosie- en gifwolkaandachtsgebieden van de rijkswegen A50 en A59. De actualisatie van het plan leidt echter niet tot een verandering in de ruimtelijke of functionele situatie waardoor de veiligheid van omwonenden of bezoekers in het geding zou kunnen komen. De aanwezigheid van personen binnen deze aandachtsgebieden is beperkt en tijdelijk van aard, waardoor sprake blijft van een aanvaardbaar veiligheidsniveau. Figuur 6-1 Overzichtskaart aandachtsgebieden SNZ

De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft in haar advies van 28 oktober 2025 bevestigd dat de planwijziging geen wijziging van het risicoprofiel veroorzaakt en dat de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij incidenten niet negatief worden beïnvloed. Ook zijn er geen aanvullende maatregelen noodzakelijk om de bereikbaarheid of bestrijding van calamiteiten te waarborgen. “Het plangebied ligt gedeeltelijk in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de A50 en A59. Daarnaast zijn er twee risicovolle activiteiten aanwezig: de opslag van munitie voor de schietvereniging en de opslag van propaan. De wijziging leidt echter niet tot wijzigingen in het risicoprofiel en heeft geen negatieve invloed op de mate van zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid. Om deze reden zien wij geen aanleiding voor het geven van advies voor omgevingsveiligheid. Voor de reguliere mogelijkheid van het bestrijden van incidenten zijn in het voorliggende plan geen aandachtspunten.” Bij de uitvoering en vergunningverlening blijft van belang dat de opslag van munitie en propaan wordt uitgevoerd conform de geldende voorschriften uit het Bal, waarbij de gestelde veiligheidsafstanden en meld- of vergunningplichten worden nageleefd. De volledige tekst van deze analyse is na te lezen in de bijgevoegde mer-beoordeling.

Conclusie Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de omgevingsveiligheid in en rond het sportpark voldoende is geborgd, dat er geen toename van risico’s optreedt voor de omgeving en dat het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Zie mer-beoordeling voor uitgebreider onderzoek

18 mei 2026

.

36/81

6.2

Water (par. 5.1.3 BKL en par. 2.2.2 BKL)

Voor de gedetailleerde versie van dit onderzoek wordt verwezen naar de Weging van het Waterbelang dat is opgenomen als bijlage bij het Omgevingsplan. De gemeente weegt het belang van het water- en bodemsysteem in ruimtelijke afwegingen. Dat is belangrijk om het gebied minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering, en voor een gezonde en veilige leefomgeving voor inwoners van de gemeente Oss. De Omgevingswet stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat bij het vaststellen van een omgevingsplan het waterbelang moet worden gewogen. Bij de totstandkoming van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast een toetsing aan het Bkl wordt het initiatief aan de waterschapsverordening en gemeentelijk beleid- en regelgeving getoetst. De opvattingen van het waterschap moeten daarbij worden betrokken. Bij het wegen van het waterbelang wordt het waterschap benaderd voor een proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten die worden meegewogen zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. Het wegen van het waterbelang heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij het wegen van het waterbelang.

Toetsing van de waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Het waterschap heeft het plan beoordeeld en concludeert dat er geen ruimtelijke waterbelangen van toepassing zijn. Het plan sluit dus aan bij het beleid van het waterschap. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot aanpassing of toename van bebouwing, een kwaliteitsverbetering van het landschap en het watersysteem moet worden aangetoond. Dit betekent dat het plan aandacht moet besteden aan maatregelen voor infiltratie, berging en behoud van grondwaterstand. Huidige situatie Sportpark Nieuw Zevenbergen ligt ten zuiden van Oss, in de oksel van de A59 en de Graafsebaan. Het terrein is circa 19 hectare groot en wordt gebruikt voor motorcross, karting en schietsport. Binnen het terrein ligt een waterplas in het midden van de motorcrossbaan. Verder bevinden zich langs de A59 en N329 enkele C-watergangen die hemelwater van omliggende verharding opvangen. Het onderzoeksgebied bestaat grotendeels uit onverhard terrein, met plaatselijk verharding in de vorm van asfalt bij de kartbaan, enkele gebouwen bij de pit en de overkapte schietbaan.

Het hemelwater infiltreert in de huidige situatie rechtstreeks in de aangrenzende onverharde zones; er is geen afvoer naar het riool. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Wel wordt het terrein omgeven door een attentiezone waterhuishouding. Deze zone is van belang vanwege de bescherming van kwetsbare natuur tegen negatieve effecten op grondwaterstand en waterkwaliteit.

18 mei 2026

.

37/81

Figuur 6.2: Overzicht bestaand watersysteem (Bron: legger waterschap Aa en Maas)

Figuur 6.3: Overzicht ligging attentiezone waterhuishouding (bron: Provincie Noord-Brabant)

Binnen het terrein bevindt zich één waterplas in eigen beheer, gelegen in het midden van de motorcrossbaan. Het bestaan van deze plas wijst op een relatief hoge grondwaterstand. Voor het besproeien van de baan wordt grondwater opgepompt via een pomp in de noordwesthoek. Uit gebruiksgegevens blijkt dat het verbruik beperkt blijft tot maximaal 10 m³ per uur en uitsluitend plaatsvindt tijdens droge perioden. De bodem bestaat overwegend uit goed doorlatende zandlagen. De infiltratiecapaciteit is daardoor ruim voldoende om hemelwater lokaal in de bodem te laten infiltreren. De gemiddelde grondwaterstand ligt rond NAP +11,0 meter en de gemiddeld hoogste grondwaterstand rond NAP +11,5 meter. In de huidige situatie wordt hemelwater niet afgevoerd via het riool, maar verwerkt op eigen terrein. Voor vuilwater is een drukriolering aanwezig.

18 mei 2026

.

38/81

Effecten Hemelwater en waterkwaliteit Het hemelwater dat op deze verharde oppervlakken valt, wordt niet aangesloten op het rioolstelsel maar stroomt oppervlakkig af naar aangrenzende onverharde zones, waar het kan infiltreren in de bodem. Deze situatie sluit goed aan bij de doelstelling van het waterschap om hemelwater zoveel mogelijk lokaal vast te houden en te laten infiltreren. Conform de compensatieregeling van het waterschap dient nieuwe verharding in beginsel op eigen terrein te worden gecompenseerd. Het is daarom wenselijk dat hemelwater zoveel mogelijk lokaal infiltreert, bijvoorbeeld via afvoer naar onverharde zones, aanleg van wadi’s of afvoer naar de bestaande poel in het midden van het terrein. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Hemelwater van nieuwe verhardingen wordt op eigen terrein verwerkt via infiltratievoorzieningen. Door de goede doorlatendheid van de bodem kan het water naar verwachting goed infiltreren. Eventuele verontreinigingen blijven achter in de bovengrond van de verlagingen of in de berm en watergang langs de N329. Omdat het gebruik van het sportpark niet wezenlijk verandert, worden geen relevante negatieve effecten op de waterkwaliteit verwacht. Vuilwater De wijze van afvoer van vuilwater blijft ongewijzigd.

Aangezien er geen nieuwe functies worden toegevoegd die leiden tot extra afvalwaterproductie, is dit aspect niet relevant voor dit plan. Voor vuilwater wordt gebruikgemaakt van de bestaande drukriolering. Op basis van de huidige inzichten is geen vergroting van de capaciteit nodig. Bij de verdere uitwerking moet nog worden gecontroleerd of de bestaande drukriolering voldoende capaciteit heeft voor de definitieve inrichting. Oppervlaktewaterkwaliteit De motorcrossbaan blijft fysiek ongewijzigd, al kan de gebruiksintensiteit toenemen. Hierdoor is een lichte toename van stof en verontreinigd sediment in de waterplas denkbaar. Het effect is echter verwaarloosbaar, omdat verontreinigingen voornamelijk in de bodem blijven en niet in het oppervlaktewater terechtkomen. Buiten de eigen plas zijn geen waterlichamen aanwezig; daarom worden geen negatieve effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit verwacht. Ter voorkoming van verslechtering van de waterkwaliteit door het gebruik van het terrein wordt aanbevolen een eenvoudige voorzuivering toe te passen, bijvoorbeeld door afstromend water via een natuurlijke filterlaag of vegetatiezone te leiden voordat het in de poel terechtkomt. Oppervlaktewaterkwantiteit De aanleg van nieuwe verhardingen ten behoeve van de ontsluiting zorgt voor een beperkte toename van afstromend hemelwater.

Het bestaande watersysteem heeft echter voldoende bergingscapaciteit om deze extra afvoer te verwerken. Water op straat zal incidenteel voorkomen, maar vormt geen structureel probleem. (zie hiervoor aanvullend de Weging van het Waterbelang als bijlage bij het Omgevingsplan) Toename verhard oppervlak en waterberging Op basis van een bui met een herhalingstijd van eens per 10 jaar is berekend dat daarvoor circa 111 m³ waterberging nodig. Daarvan heeft circa 64 m³ betrekking op het sportpark zelf en circa 47 m³ op de nieuwe ontsluiting aan de N329.

18 mei 2026

.

39/81

Binnen het sportpark zijn meerdere zoekgebieden aanwezig waar ondiepe verlagingen kunnen worden aangelegd. Deze bieden gezamenlijk circa 627 m³ bergingscapaciteit. Daarmee is ruimschoots voldoende ruimte beschikbaar om de benodigde berging voor het sportpark op eigen terrein te realiseren. Voor de nieuwe ontsluiting kan de benodigde berging worden opgevangen in de aangepaste C-watergang langs de N329. Ook daar blijft voldoende resterende bergingscapaciteit beschikbaar. Grondwater en verdroging In droge perioden wordt grondwater gebruikt om de motorcrossbaan te besproeien en stofvorming te beperken. De onttrekking bedraagt maximaal circa 10 m³ per uur en vindt alleen plaats in droge perioden tussen half mei en half september, ongeveer één nacht per week. Voor deze onttrekking is een geohydrologische beschouwing uitgevoerd. Daarbij is conservatief gerekend met een permanente onttrekking van 80 m³ per dag, terwijl de feitelijke onttrekking beperkter en tijdelijk is. Uit de berekeningen blijkt dat de grondwaterstandsverlaging beperkt blijft. Binnen de berekende 1 cm-verlagingscontour bevinden zich vooral droge natuurtypen, zoals dennen-, eiken- en beukenbos, die niet structureel afhankelijk zijn van grondwater. Voor een perceel met de ambitie ‘vochtig hooiland’ is het berekende effect naar verwachting kleiner dan 1 cm en bovendien tijdelijk.

Daarmee is niet aannemelijk dat de ontwikkeling leidt tot relevante verdroging of aantasting van omliggende natuurwaarden. Het ligt bij aanpassingen op het terrein voor de hand om infiltratiebevorderende en verdampingsbeperkende maatregelen te overwegen, zoals een beperkte verondieping van de plas, het vergroten van infiltratiecapaciteit via onverharde zones of het realiseren van wadi’s die het hemelwater beter vasthouden in de bovengrond. Dergelijke maatregelen dragen bij aan het behoud van de lokale grondwaterstand en de versterking van de hydrologische functie van het gebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van Sportpark Nieuw Zevenbergen leidt niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen voor het aspect water. Uit het wateronderzoek en de Weging van het Waterbelang blijkt dat de ontwikkeling aansluit op het beleid van waterschap Aa en Maas en voldoet aan de uitgangspunten voor een veilig, schoon en klimaatbestendig watersysteem. Het terrein bestaat grotendeels uit onverharde en goed doorlatende bodem, waardoor hemelwater lokaal kan infiltreren. De beperkte toename van verhard oppervlak kan volledig worden gecompenseerd met waterberging en infiltratie op eigen terrein. Ook voor de nieuwe ontsluiting op de Graafsebaan is voldoende bergingscapaciteit aanwezig. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar het riool, maar lokaal vastgehouden en geïnfiltreerd.

Er wordt geen relevante toename van afvalwater verwacht en ook bij hevige neerslag ontstaan geen knelpunten in het watersysteem. De motorcrossbaan blijft ongewijzigd. Een lichte toename van stofvorming door gebruik heeft geen relevante invloed op de waterkwaliteit. De aanwezige waterplas blijft stabiel en wordt gebruikt voor het sproeien tijdens droge perioden.

18 mei 2026

.

40/81

Ook voor het grondwater worden geen belangrijke effecten verwacht. De tijdelijke grondwateronttrekking voor het besproeien van de motorcrossbaan leidt niet tot een relevante verlaging van de grondwaterstand in omliggende natuurgebieden. Voor de verdere planuitwerking wordt aanbevolen aandacht te blijven besteden aan lokale infiltratie, waterberging en voorzuivering van hemelwater. Daarmee past het plan binnen de uitgangspunten van het waterbeleid en het principe van water en bodem sturend. Zie mer-beoordeling en bijlagen bij de Motivering voor uitgebreider onderzoek

6.3

Luchtkwaliteit (afd. 5.1.4.1 Bkl)

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn regels opgenomen over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en de monitoring van de luchtkwaliteit. Een plan of project voldoet aan de wet- en regelgeving wanneer wordt voldaan aan één van de volgende grondslagen: • De projectlocatie bevindt zich niet binnen een aandachtsgebied voor NO₂ of PM₁₀ (artikel 5.51 Bkl); • Het plan of project leidt niet tot overschrijding van de rijksomgevingswaarden, zoals vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Bkl; • Het plan of project draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (artikelen 5.53 en 5.54 Bkl). Omdat de gemeente Oss niet binnen een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit ligt, is formeel geen berekening noodzakelijk. Om desondanks voldoende inzicht te bieden in de effecten op de luchtkwaliteit, is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd. In oktober 2024 is de herziene EU-richtlijn voor luchtkwaliteit vastgesteld. Deze richtlijn bevat strengere grenswaarden die uiterlijk in 2026 in de Nederlandse wetgeving moeten zijn opgenomen en vanaf 2030 van kracht worden. Hoewel deze nieuwe normen nog niet juridisch gelden, zijn de huidige concentraties wel met deze grenswaarden vergeleken, aangezien verwacht wordt dat Nederland tijdig tot implementatie overgaat.

De beoordeling is uitgevoerd op dezelfde locaties en volgens dezelfde methodiek als de huidige toetsing aan de rijksomgevingswaarden. Resultaten luchtkwaliteitsanalyse Uit gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) blijkt dat de jaargemiddelde concentraties voor NO₂, PM₁₀ en PM₂.₅ in een straal van 2,5 kilometer rond de locatie van Sportpark Nieuw Zevenbergen (SNZ) ruim onder de huidige rijksomgevingswaarden liggen. Deze concentraties laten bovendien een dalende trend zien richting 2030, vooral als gevolg van strengere emissie-eisen voor verkeer, scheepvaart en industrie. De analyse toont aan dat: • de concentraties voor PM₁₀ en PM₂.₅ vanaf 2030 naar verwachting voldoen aan de nieuwe EU-richtlijn; • de concentratie NO₂ in 2030 nog iets boven de nieuwe grenswaarde ligt; • de WHO-advieswaarden (die niet wettelijk zijn vastgelegd) nog niet worden gehaald. Planbijdrage De voorgenomen wijzigingen bij Sportpark Nieuw Zevenbergen betreffen onder meer een afname van het aantal kart-trainingsuren, een toename van het aantal MX-wedstrijden

18 mei 2026

.

41/81

van drie naar zes, een intensivering van de kartactiviteiten en het vervallen van de brommerwedstrijden. Daarnaast wordt een directe aansluiting gerealiseerd op de Graafsebaan (N329), waardoor de verkeersafwikkeling verbetert en het verkeer sneller opgaat in het heersende verkeersbeeld. Uit het onderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat de wijzigingen leiden tot een beperkte toename van de emissies (ongeveer 10%) als gevolg van de activiteiten op het terrein en het verkeer van en naar de inrichting (zie ook onderdeel 6.13 natuur en biodiversiteit). De totale luchtconcentraties in de omgeving worden voor circa 50% bepaald door het autonome wegverkeer; het overige deel bestaat uit achtergrondconcentraties van diverse bronnen, waaronder het sportpark. De bijdrage van het sportpark aan deze totale concentraties is zeer gering en de lichte emissietoename zal daarom nauwelijks leiden tot merkbare veranderingen in de luchtkwaliteit. Ter beperking van emissies worden bovendien maatregelen genomen, zoals het besproeien van de baan tijdens droge perioden om stofvorming te beperken, het aanplanten van bomen en struiken om stofafvang te bevorderen, en het gebruik van modern materieel dat voldoet aan actuele emissienormen. Conclusie De gemeente Oss ligt buiten de aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit, waardoor het plan voldoet aan artikel 5.51 van het Bkl.

Uit het CIMLK blijkt dat de heersende concentraties voor NO₂, PM₁₀ en PM₂.₅ ruimschoots onder de geldende omgevingswaarden liggen en dat deze waarden in de toekomst verder dalen. De voorgenomen aanpassingen bij Sportpark Nieuw Zevenbergen leiden niet tot een merkbare toename van de concentraties in de omgeving, en de huidige marge tussen de gemeten waarden en de wettelijke grenswaarden blijft behouden. Hoewel de toekomstige EU-grenswaarde voor NO₂ in 2030 nog niet overal gehaald zal worden, is dit niet toe te rekenen aan de bijdrage van het sportpark. De overschrijding zal door middel van aanvullende maatregelen binnen de landelijke aanpak van het Schone Lucht Akkoord moeten worden aangepakt. Zie mer-beoordeling en bijlagen bij de Motivering voor uitgebreider onderzoek

6.4

Gezondheid (geen onderdeel BKL)

Het aspect gezondheid bestaat uit twee (met elkaar samenhangende) elementen: • het verwezenlijken van ambities uit het gezondheidsbeleid; • het voldoen aan milieuwaarden die mede zien op de gezondheid. Dit is als volgt vertaalt in dit TAM-omgevingsplan: • het behouden (maar niet uitbreiden) van de bestaande, vergunde mogelijkheden voor gemotoriseerde sport en schietsport; • het opnemen van regels ter beperking van de geluidhinder vanwege de crossactiviteiten en daardoor effectievere mogelijkheden voor handhaving; • het TAM-omgevingsplan voldoet aan de diverse instructieregels op het gebied van een goede milieusituatie, zowel voor geluid maar bijvoorbeeld ook op het gebied van externe veiligheid en luchtkwaliteit; • het TAM-omgevingsplan vormt de aanleiding te streven naar een nieuwe ontsluiting van de planlocatie. Hierdoor kunnen bezoekers, komende vanaf de snelweg, eerder de locatie bereiken en neemt het aantal verkeersbewegingen door Oss af.

18 mei 2026

.

42/81

6.5

Geluid (afd. 5.1.4.2 Bkl)

Geluid heeft invloed op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Geluid speelt bijna altijd een rol bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, maar ook in de bestaande omgeving. In de Omgevingswet zijn regels opgenomen die ervoor zorgen dat de geluidbelasting in de fysieke leefomgeving aanvaardbaar is. Het gaat dan om regels voor geluid door activiteiten (artikel 5.55 Bkl e.v.) en geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen (artikel 5.78 Bkl e.v.) welke relevant zijn voor geluidgevoelige gebouwen. Deze regels in de Omgevingswet bestaan uit ‘direct werkende regels’ (regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit) en ‘instructieregels’ (algemene regels waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe een taak of bevoegdheid op het gebied van ‘geluid’ moet worden uitgeoefend). De direct werkende regels moet de gemeente vastleggen in het omgevingsplan, de instructieregels zien op de wijze waarop o.a. gemeenten het aspect geluid moeten betrekken bij nieuwe ontwikkelingen die zij mogelijk maakt via omgevingsvergunningen en het omgevingsplan. Zowel de direct werkende regels als de instructieregels staan in het Bkl.

Daarnaast zijn nog direct werkende regels over geluid opgenomen in de bruidsschat, deze zijn bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege en op die manier (totdat ze zijn vertaald in het omgevingsplan of geschrapt) van kracht. Aanvullend hierop kan ook de provincie in de omgevingsverordening instructieregels opnemen. Het terrein van Sportpark Nieuw Zevenbergen is op grond van de Wet geluidhinder aangewezen als een gezoneerd industrieterrein. Rondom het terrein geldt een geluidzone waarbuiten geen hogere niveaus dan 50 dB(A) mogen optreden. Artikel 3.6 van de Aanvullingswet Geluid bevat overgangsrecht op basis waarvan de Wet geluidhinder en onderliggende regelgeving van kracht blijft op het nemen van besluiten met betrekking tot de voormalig gezoneerde industrieterreinen en de geluidzone daaromheen. Dit betekent dat de oude systematiek rondom industrieterreinen voorlopig nog blijft bestaan. In het omgevingsplan wordt de bestaande geluidzone geactualiseerd op basis van recente gebruiksgegevens, gemeten bronsterktes en verbeterde modellering. Er is geen sprake van een nieuwe inrichting, maar van een bijstelling van de contouren.

Belangrijk is dat ook wedstrijddagen binnen deze zone moeten passen, conform actuele jurisprudentie en zonder toepassing van een tonale toeslag, omdat motor- en kartgeluid niet als tonaal wordt beschouwd. Onderzoeksopzet en uitgangspunten Het geluidsonderzoek, uitgevoerd met Geomilieu (DGMR), vormt de basis voor deze beoordeling. In het model zijn alle relevante geluidsbronnen opgenomen, waaronder karts, motorcrossmotoren en parkeerterreinen. Voor elke bron is uitgegaan van representatieve geluidvermogens, bedrijfsduren en bronhoogten, afgestemd op de actuele bedrijfsvoering. De modellering houdt rekening met de terreinvorm, inclusief springbulten, waardoor een realistische verdeling van het geluid ontstaat. Het geluidmodel is oorspronkelijk in 2021 opgesteld door Cauberg-Huygen in het kader van een aanvraag voor een gemeentelijke milieu-omgevingsvergunning voor het sportpark. Dit model is als basis gehanteerd en vervolgens door Haskoning geactualiseerd en aangevuld. Daarbij zijn onder meer de activiteiten-uren en

18 mei 2026

.

43/81

bronhoogten aangepast en is parkeren op het terrein van het sportpark toegevoegd aan het model. De geluidvermogens in de beoogde situatie zijn afgeleid uit de rapportage van CaubergHuygen van 13 april 2021 (ref. 00770-11838-23, ‘Motorsportpark Nieuw Zevenbergen gemeente Oss; akoestisch onderzoek in verband met aanvraag milieuomgevingsvergunning – definitief’). In hoofdstuk 3 van dat rapport zijn de gehanteerde geluidvermogens toegelicht. Deze zijn ook opgenomen in het geluidsonderzoek bij deze motivering. Voor nadere details wordt dan ook verwezen naar het geluidsonderzoek in de bijlagen bij deze motivering. Resultaten geluidsonderzoek De berekeningen tonen aan dat: • Trainingen binnen de bestaande geluidzone blijven. • Wedstrijden leiden tot hogere geluidvermogens, maar ook deze contouren blijven binnen de geactualiseerde zone. • De omhullende 50 dB(A)-etmaalwaardecontour vormt de nieuwe zonegrens, waarbij motorcrossactiviteiten maatgevend zijn. • Andere bronnen, zoals parkeren en de schietbaan, hebben een verwaarloosbare invloed. • De zone hoeft niet te worden uitgebreid. De hoogst toelaatbare geluidbelastingen (MTG) bij woningen blijven grotendeels gelijk of nemen af. Alleen bij één woning is sprake van een lichte overschrijding door realistischere modellering. Jaargemiddelde niveaus liggen tussen 48 en 50 dB(A), circa 2 dB(A) lager dan in de vergunde situatie van 1993.

Het vervallen van de tonale toeslag draagt bij aan een consistente beoordeling en sluit aan bij de Handleiding meten en rekenen industrielawaai en recente jurisprudentie. Redelijke sommatie Om de geluidruimte te optimaliseren, wordt een redelijke sommatie van 2 dB(A) toegepast. Dit is een correctie die past binnen de systematiek van de Wet geluidhinder voor industrieterreinen. Door deze sommatie kan de zonegrens iets worden verkleind en dalen de MTG’s richting de saneringsdoelstelling van 55 dB(A). Deze maatregel draagt bij aan een betere bescherming van de omgeving, zonder dat dit leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering of onuitvoerbare maatregelen zoals geluidwallen, die ruimtelijk niet haalbaar zijn. De aftrek redelijke sommatie komt later terug bij de vaststelling van geluidsproductieplafonds (GPP’s) met de toepassing van paragraaf 12.1.1 Bkl. Daarbij wordt bij de vaststelling van de GPP’s de aftrek van 2 dB verdisconteerd. De hogere waarde van 56 dB(A) wordt dan eerst verhoogd naar 58 dB(A). Dan worden de GPP’s berekend en die worden vervolgens weer met 2 dB verlaagd. Wegverkeerslawaai en cumulatie De nieuwe ontsluiting via de N329 zorgt voor een afname van verkeer op de Zevenbergseweg, waardoor de geluidbelasting bij aangrenzende woningen juist daalt. De toename op overige wegen is beperkt (<1,5 dB) en akoestisch verwaarloosbaar.

De cumulatie van sportgeluid en verkeersgeluid leidt slechts tot een beperkte toename (0–3 dB), zonder relevante wijziging van de belevingscategorie.

18 mei 2026

.

44/81

Aanpassingen binnen de Geluidszone: hogere waarden De geactualiseerde geluidzone van het Sportpark Nieuw Zevenbergen betreft een aanpassing van een reeds bestaande geluidzone op grond van de Wet geluidhinder. De geactualiseerde 50 dB(A) etmaalwaarde-contour omvat niet uitsluitend gronden binnen de gemeente Oss, maar strekt zich ook gedeeltelijk uit over het grondgebied van de gemeenten Maashorst en Bernheze. De ligging van de contour is voornamelijk bepaald door de geluiduitstraling van de motorcrossactiviteiten (MX), met in mindere mate bijdragen vanuit de kartactiviteiten. Aangezien de geluidzone gemeentegrenzen overschrijdt, is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 110a, tweede lid, van de Wet geluidhinder. Dit artikellid biedt de juridische grondslag voor het afzonderlijk vaststellen van hogere waarden door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders, mits hierover onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden. In dit geval vindt afstemming plaats tussen de gemeenten Oss (coördinerend), Maashorst en Bernheze over zowel de ligging van de gezamenlijke geluidcontour als de toepassing van hogere waarden bij woningen binnen de zone.

De toepassing van artikel 110a, tweede lid, Wgh waarborgt daarmee een juridisch samenhangende en gebiedsdekkende vaststelling van de geluidzone en de bijbehorende hogere waarden, overeenkomstig de feitelijke akoestische situatie zoals beschreven in het bij dit omgevingsplan behorende geluidsonderzoek. Motivering bron- en overdrachtsmaatregelen In de akoestische berekeningen is uitgegaan van de feitelijke en planologisch relevante situatie zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen zoals geluidswallen of schermen. Hiermee is een worst-case benadering gehanteerd. Mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen zijn in algemene zin beschouwd. Duidelijk is dat voorkomen moet worden, dat motoren die te veel geluid produceren ongestraft gebruik van de baan kunnen maken. Dit geldt in het algemeen ook voor karts maar minder nadrukkelijk. De karts, die gebruik van de baan maken, worden op locatie gehuurd of zijn eigendom van privérijders. In beide gevallen is de geluidemissie bekend en wordt er niet van afgeweken. Bij crossmotoren is het van belang dat de emissie wordt gecontroleerd en beheerst. De Stichting Nieuw Zevenbergen en de beheerder van het crossterrein hanteert de (inter-)nationaal erkende statische meetmethode. Niet alle motoren voldoen, zo blijkt in de praktijk, aan deze eis die neerkomt op een geluidvermogen van 119 dB(A).

Dit betekent dat op voorhand niet mag worden aangenomen dat motoren, die niet aan de gestelde emissie-eis voldoen geen gebruik van de baan zullen maken. In de geluidberekeningen is ervan uitgegaan dat 15% van de motoren niet voldoet en dat elk van deze motoren 10 minuten van de baan gebruik zal maken met een bronsterkte van 124 dB(A). Deze tijdspanne is mede nodig om aan de hand van waarnemingen vast te stellen welke motor niet voldoet aan de geluideis. De motor die niet voldoet zal uit de baan worden gehaald. De eigenaar/bestuurder zal de motor moeten aanpassen en kan daarna, na aanpassing aan de motor, nog van de baan gebruik maken met een bronsterkte van 119 dB(A). Als deze aanpassing niet wordt doorgevoerd wordt de motor niet toegelaten op de baan.

18 mei 2026

.

45/81

Er bestaan geen doeltreffende overdrachtsmaatregelen om de geluidimmissies van vooral crossmotoren in met name de oostelijke en zuidelijke richtingen te reduceren. Kosten en bereikbaarheid van de baan omwille van veiligheid van deelnemers en publiek spelen hier een voorname rol. Voorheen bedachte maatregelen zoals geluidwallen bleken niet werkbaar en zijn verwijderd. Toepassing bron- en overdrachtsmaatregelen: BBT In het akoestisch onderzoek is gerekend met actuele en representatieve geluidsvermogens van motorcross- en kartvoertuigen. Dit is gedaan op basis van eerder geluidsonderzoek en op basis van jurisprudentie. Deze bronvermogens sluiten aan bij de huidige praktijk en zijn afgestemd op de toegestane activiteiten. Daarmee zijn bronmaatregelen impliciet betrokken in het onderzoek. Verdere bronreductie is technisch beperkt haalbaar binnen de aard van de sport en wordt door de sector niet als realistische of breed beschikbare maatregel beschouwd. Het is wel de verwachting en een trend dat motoren in de toekomst over stillere aandrijving zullen beschikken. Dit is echter niet opgenomen in het onderzoek, omdat hierover nu geen concreetheid bestaat. In het onderzoek is daarom aangesloten bij de praktijk.

Op basis van de uitgevoerde akoestische analyses en modelberekeningen kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteiten op het Sportpark Nieuw Zevenbergen – zowel trainingen als wedstrijden met karts en crossmotoren – binnen de geluidzone blijven zoals vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder. De geluidcontouren zijn zorgvuldig bepaald en laten zien dat de geluidbelasting bij de omliggende woningen zich binnen aanvaardbare grenzen bevindt. Bij de voorbereiding van het plan zijn mogelijke geluid reducerende maatregelen betrokken, mede op basis van het akoestisch onderzoek uit 2021, beschikbare inzichten en overleg met betrokken partijen. Daarbij is een breed scala aan maatregelen beschouwd, waaronder bronmaatregelen zoals elektrificatie en technische aanpassingen, evenals overdrachtsmaatregelen zoals grondwallen en geluidschermen. Deze maatregelen zijn beoordeeld op onder meer haalbaarheid, effectiviteit en inpasbaarheid. Uit deze beschouwing volgt dat veel maatregelen in de huidige situatie beperkt uitvoerbaar zijn, dan wel onvoldoende bijdragen aan een structurele reductie van de geluidbelasting. Elektrisch crossen is daarbij als mogelijke bronmaatregel beschouwd, maar vormt op dit moment nog geen volwaardig en breed toepasbaar alternatief voor het beoogde gebruik van de motorcrossbaan.

De techniek is in ontwikkeling, maar kent nog beperkingen in praktische en economische toepasbaarheid. Het omgevingsplan maakt het wel mogelijk om toepassing van elektrisch aangedreven crossmotoren op het terrein in praktijk te brengen. Ook fysieke afschermende maatregelen zijn beschouwd. Vanwege de omvang en inrichting van het terrein is het effect hiervan sterk locatieafhankelijk. Een combinatie van een grondwal met een geluidscherm kan lokaal bijdragen aan geluidreductie, maar vraagt ingrijpende ruimtelijke aanpassingen en biedt geen structurele oplossing voor de totale geluiduitstraling van het sportpark. Om die reden zijn dergelijke maatregelen niet als doelmatig uitgangspunt in het omgevingsplan opgenomen.

18 mei 2026

.

46/81

Kostenafweging maatregelen Een gedetailleerde financiële uitwerking van alle mogelijke maatregelen is in het kader van hiervoor genoemde niet opgenomen. De gekozen oplossingsrichting, de actualisatie van de geluidzone met toepassing van de redelijke sommatie, is een proportionele en uitvoerbare optie binnen de wettelijke kaders en binnen de ruimtelijke en functionele mogelijkheden van het terrein. Gebruik van modelberekeningen in plaats van metingen Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de wettelijk voorgeschreven rekenmethodiek (Handleiding meten en rekenen industrielawaai). Dit is daarnaast onderbouwd op basis van resultaten uit eerder geluidsonderzoek en op basis van jurisprudentie. Hier wordt ook naar verwezen in het geluidsonderzoek. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt dat berekeningen leidend zijn, omdat metingen slechts momentopnamen zijn en geen representatief beeld geven van alle bedrijfsactiviteiten. De toegepaste berekeningsmethodiek voldoet aan de landelijke regelgeving en actuele jurisprudentie.

Gelet op het voorgaande vormt actualisatie van de geluidzone, met toepassing van redelijke sommatie, een proportionele en uitvoerbare keuze binnen de geldende wettelijke kaders. Daarbij is van belang dat de activiteiten binnen de geactualiseerde zone blijven en dat de jaargemiddelde geluidniveaus lager liggen dan in de vergunde situatie uit 1993. Hoewel geluid van het sportpark hoorbaar zal blijven en door omwonenden als hinderlijk kan worden ervaren, blijft de geluidbelasting in planologischjuridische zin binnen aanvaardbare grenzen. Daarmee is sprake van een evenwichtige afweging tussen de bescherming van het woon- en leefklimaat en het behoud van de regionale functie van het sportpark. Subjectieve geluidsbeleving Hoewel de berekende geluidniveaus en de vastgestelde geluidzone aantonen dat de beoogde activiteiten binnen de wettelijke normen blijven, betekent dit niet dat omwonenden geen verandering zullen ervaren. Door de uitbreiding van het aantal trainingsuren en wedstrijddagen zal het geluid van motoren en karts hoorbaar zijn en blijven in de omgeving. Vanuit belevingsperspectief is dus te verwachten dat de frequentie van hoorbare activiteiten en de subjectieve hinder bij een deel van de omwonenden kunnen veranderen, ondanks dat de objectieve geluidbelasting voldoet aan de wettelijke grenswaarden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is akoestisch aanvaardbaar.

Alle activiteiten blijven binnen de geactualiseerde geluidzone, de MTG’s worden gerespecteerd en de gemiddelde geluidbelasting is lager dan in de historische vergunde situatie. Het geluidsonderzoek bevestigt dat de ruimtelijke aanpassing geen belemmering vormt vanuit het aspect geluid. Zie bijlagen bij de Motivering voor uitgebreider onderzoek

18 mei 2026

.

47/81

6.6

Trillingen (afd. 5.1.4.4 Bkl)

De activiteiten die in het TAM-omgevingsplan worden toegelaten veroorzaken geen continue trillinghinder of kortdurende herhaald voorkomende trillingen. In de directe omgeving van het besluitgebied zijn geen trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen aanwezig.

6.7

Bodem en ondergrond (afd. 5.1.4.5 BKL)

Bodemkwaliteit Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl opgenomen. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, waarbij drie basisvormen van bodemgebruik worden onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De instructieregels regelen dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Bkl, het Bal en in de bruidsschat.

Het gaat om regels over: • nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel 5.89n Bkl); • graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal); • activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar Explosieven en oorlogsresten Ontplofbare oorlogsresten zijn niet-gesprongen explosieven en andere munitie, bijvoorbeeld uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen Rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht gemeenten ook niet tot het opstellen van regels voor ontplofbare oorlogsresten. De Omgevingswet biedt decentrale overheden wel de mogelijkheid zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving, zoals voor ontplofbare oorlogsresten. De gemeente Oss heeft geen eigen beleid voor ontplofbare oorlogsresten, maar stimuleert initiatiefnemers actief om hiernaar indien nodig onderzoek uit te voeren en eventuele in de bodem aanwezige niet-gesprongen explosieven op te ruimen.

Op basis van het in opdracht van de gemeente uitgevoerde vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven in de gehele gemeente Oss beoordeelt de gemeente of de locatie mogelijk verdacht is van de aanwezigheid van munitie uit WOII. Het (historisch) vooronderzoek is in 2016 door AVG uitgevoerd. Dit is kort samengevat een

18 mei 2026

.

48/81

bureauonderzoek op basis van luchtfoto’s en archiefdocumenten uit WOII en van de EODD. Hier komen gebieden uit waar op basis van de documenten en luchtfoto’s een verwachting is voor munitie uit WOII. Het advies is om altijd – maar vooral binnen een verdacht gebied - het protocol toevalsvondsten onder de aandacht te brengen van mensen die grond- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie, stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Team Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat. Bodemkwaliteit Bij de verlening van de tijdelijke vergunning in 2016 is bodemonderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat er geen belemmeringen zijn om de grond te gebruiken als motorcrossterrein. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig waar mensen langdurig verblijven; de aanwezige bebouwing is daarvoor te beperkt van omvang.

Bodembedreigende activiteiten (zoals onderhoud, tanken of schoonspuiten van motoren) zijn uitsluitend toegestaan op daartoe ingerichte, vloeistofdichte vloeren, zodat verontreiniging van de bodem wordt voorkomen. De functie (sport) van het gebied verandert niet als gevolg van het voornemen. Het voornemen betreft voortzetting van de bestaande activiteiten op dezelfde locatie, met een toename in gebruiksintensiteit, meer evenementen en trainingsmomenten, maar zonder wijziging van de bodembedreigende bronnen of de fysieke inrichting van het terrein. Er worden geen nieuwe bodembedreigende installaties, tanks of vloeistofsystemen toegevoegd. De bestaande voorzieningen vloeistofdichte vloeren, afvoerputten en lekdichte voorzieningen blijven gehandhaafd. Het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodembedreigende activiteiten Voor de regels die horen bij bodembedreigende activiteiten en grondverzet (waaronder graafwerkzaamheden en toepassingen van grond) is het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing. Aan deze regels dient altijd te zijn voldaan. Wanneer tijdens werkzaamheden afwijkende bodemlagen of aanwijzingen van verontreiniging (zoals olie-, brandstof- of geursporen) worden aangetroffen, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Op het terrein zelf mag grond alleen worden toegepast wanneer de kwaliteit aantoonbaar voldoet aan de lokale bodemkwaliteitsklasse of overeenkomt met gebiedseigen grond. Bij de aanleg of het onderhoud van aardwallen, taluds of andere ophogingen mag uitsluitend grond worden gebruikt met een vergelijkbare of betere milieuhygiënische kwaliteit dan de ontvangende bodem. Omdat de functie van het plangebied (sport) niet wijzigt is een afweging van de bodemkwaliteit niet noodzakelijk. Bodem is wel van belang voor huidige en toekomstige bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten binnen het plangebied. Daarbij dient te worden

18 mei 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=57400e68-32cc-4266-8224-dcf68f2aeb4a