Bijlage 1a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen - Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen Motivering
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
HASKONING NEDERLAND B.V. Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands
Telefoon: +31 88 348 70 00 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com
Ons kenmerk: Uw kenmerk: Datum: Contact: Telefoon: E-mail: Classificatie: Bijlagen:
. -
Click to enter "ContactTel" Projectgerelateerd Click to enter "Enclosures"
-
TAM- Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling en Planstudies Zevenbergen Mobility & Infrastructure Click to enter "SenderName"
1 18 mei 2026
Inhoud 1
Inleiding ..............................................................................................................4
1.1
Aanleiding en achtergrond ............................................................................................4
1.2
Locatie en projectgebied ...............................................................................................6
1.3
Leeswijzer.....................................................................................................................7
2
Beschrijving huidige situatie ...............................................................................8
2.1
Ontstaansgeschiedenis.................................................................................................8
2.2
Ruimtelijk-functionele inrichting en gebruik ...................................................................8
3
Voorgenomen ontwikkeling en toekomstige situatie .........................................10
3.1
Uitgangspunten en randvoorwaarden .........................................................................10
3.2
Toekomstige ruimtelijk-functionele inrichting en gebruik .............................................11
4
Toetsing aan het omgevingsplan ......................................................................17
4.1
Huidige regeling omgevingsplan .................................................................................17
4.2
Strijdigheid activiteit en voorgenomen wijziging in relatie tot het omgevingsplan......... 17
4.3
Conclusie ....................................................................................................................18
5
Toetsing aan ruimtelijke beleidskaders .............................................................19
5.1
Rijksbeleid en rijksregels ............................................................................................19
5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4
Omgevingswet ........................................................................................................................ 19 Omgevingsbesluit .................................................................................................................... 20 Nationale Omgevingsvisie....................................................................................................... 20 Besluit kwaliteit leefomgeving (instructieregels) ..................................................................... 21
5.2
Provinciaal beleid en provinciale regels ......................................................................23
5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4
Brabantse Omgevingsvisie ..................................................................................................... 23 Beleidskader Leefomgeving .................................................................................................... 23 Instructieregels Omgevingsverordening ................................................................................. 24 Kwaliteitsverbetering landschap ............................................................................................. 27
5.3
Beleid Waterschap......................................................................................................28
5.4
Gemeentelijk beleid ....................................................................................................30
5.5
Overzicht ....................................................................................................................31
6
Toetsing aan regels en normen omgevingsaspecten en milieu ........................34
6.1
Waarborgen van de veiligheid (afd. 5.1.2 BKL) ...........................................................34
6.2
Water (par. 5.1.3 BKL en par. 2.2.2 BKL) ....................................................................37
6.3
Luchtkwaliteit (afd. 5.1.4.1 Bkl) ...................................................................................41
6.4
Gezondheid (geen onderdeel BKL) .............................................................................42
6.5
Geluid (afd. 5.1.4.2 Bkl) ..............................................................................................43
6.6
Trillingen (afd. 5.1.4.4 Bkl) ..........................................................................................48
6.7
Bodem en ondergrond (afd. 5.1.4.5 BKL) ....................................................................48 2
18 mei 2026
6.8
Geur (afd. 5.1.4.6 BKL) ...............................................................................................51
6.9 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (afd. 5.1.5 BKL) .......................................................................................................52 6.10 BKL)
Behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken (afd. 5.1.5 55
6.11
Toegankelijkheid van de openbare (buiten)ruimte (afd. 5.1.8 BKL) ..........................55
6.12
Verkeer en parkeren (geen onderdeel BKL) ............................................................56
6.13
Natuur en biodiversiteit (afd 3.5 BKL) ......................................................................57
6.14
Toetsing Besluit mer en mer-beoordeling ................................................................67
7
Haalbaarheid ....................................................................................................70
7.1
Wettelijk kostenverhaal ...............................................................................................70
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................................70
7.3
Samenvatting en verwerking van ontvangen reacties .................................................71
7.4
Vervolg en juridische procedure..................................................................................75
8
Belangenafweging en conclusie .......................................................................77
9
Artikelgewijze toelichting...................................................................................78
9.1
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen .............................................................................78
9.2
Hoofdstuk 2 Locaties ..................................................................................................78
9.3
Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten .................................................................................78
9.4
Hoofdstuk 4 Bouw-, sloop- en aanlegactiviteiten .........................................................79
9.5
Hoofdstuk 5 Archeologie .............................................................................................79
9.6
Hoofdstuk 6 Geluid .....................................................................................................79
9.7
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht ......................................................................................80
9.8
Bijlagen bij de regels ...................................................................................................80
Bijlagen ......................................................................................................................81
3 18 mei 2026
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en achtergrond
‘Sportpark Nieuw Zevenbergen’ is door de provincie Noord-Brabant in de jaren ’80 aangewezen als één van de regionale circuits waar lawaaisporten nog zijn toegestaan. Op dit terrein is een motorcrosscircuit, een kartbaan en een schietbaan aanwezig. De Stichting Nieuw Zevenbergen (SNZ) exploiteert het Sportpark Nieuw Zevenbergen. De stichting pacht het terrein van de gemeente Oss. Het sportpark wordt gebruikt door drie verenigingen: • Berghemse Scherpschuttersvereniging (BSSV) • Circuit Park Berghem (CPB) • Stichting Regionale Motorsport Verenigingen Berghem (SRMV Berghem) Het sportpark kent een grote diversiteit aan activiteiten: motorcross, karting, schietsport, quads en 4WD. Daarmee vervult het terrein een regionale functie voor motor- en schietsportliefhebbers. Figuur 1-1. Bovenaanzicht en ligging plangebied SNZ
Aanleiding en doel van het plan Het sportpark bestaat uit twee hoofdonderdelen: • een motorcrossgedeelte in het oosten, met een grote baan en jeugdvoorzieningen; • een kartbaan van circa 1.300 meter in het westen. Daarnaast is er de schietvereniging, gevestigd in een half verdiepte bunker in de noordwesthoek. Het terrein, ooit ontstaan uit een gekapt dennenbos in de jaren ’80, heeft een regionale functie gekregen om wildcrossen te reguleren. Ondanks de gunstige ligging aan de N329 is de entree onvoldoende herkenbaar. Tijdens evenementen is er incidenteel sprake van parkeerdruk langs de Zevenbergseweg.
4 18 mei 2026
De huidige milieutoestemming bepaalt onder meer dat de motorcross drie dagen en de kartbaan vijf dagen per week open mogen zijn, met beperkte avondopenstelling in de zomer en maximaal zes wedstrijden per jaar. Voor de schietsport gelden vaste openingsmomenten op dinsdag- en woensdagavond, zaterdagmiddag en zondagmorgen. De huidige milieutoestemming van het sportpark dateert uit 1993 en is sindsdien slechts beperkt gewijzigd. Daarnaast zijn diverse voorzieningen verouderd en bestaat de wens om het terrein te verduurzamen en beter aan te laten sluiten bij de huidige regelgeving en gebruikspraktijk. De gemeenten Bernheze, Maashorst en Oss willen tot wijziging van het omgevingsplan voor ‘Sportpark Nieuw Zevenbergen’ komen. Met het opstellen van dit plan gaan de gemeenten de randvoorwaarden en regels die aan gebruik van het sportpark zijn verbonden actualiseren. De bestaande situatie wordt juridisch-planologisch geborgd, terwijl tegelijk ruimte wordt geboden aan toekomstbestendige ontwikkeling en professionalisering van het sportpark. Nieuwe ontsluitingsweg De gemeente is, in overleg met de provincie, voornemens om een nieuwe verkeersaansluiting van het terrein te realiseren tussen het sportpark en de N329, aan de westzijde van het terrein. Het verkeer wordt daarmee in de toekomst niet meer ontsloten via de Zevenbergseweg, maar direct op de provinciale weg.
Uit verkeerskundig onderzoek blijkt dat de verkeersveiligheid verbetert, de verkeersdruk vermindert en de bereikbaarheid van het terrein verbetert. Bovendien sluit de maatregel aan bij provinciaal en gemeentelijk beleid om verkeersstromen via hoofdwegen af te wikkelen en de leefkwaliteit in het buitengebied te verbeteren. Hoewel voor deze nieuwe aansluiting geen wijziging van het omgevingsplan nodig is, wordt in de planregels vastgelegd dat het circuit na realisatie alleen via de nieuwe toegang bereikbaar zal zijn voor autoverkeer. Aanpassingen binnen de Geluidszone (Oss, Maashorst en Bernheze) De geactualiseerde geluidzone van het Sportpark Nieuw Zevenbergen betreft een aanpassing van een reeds bestaande geluidzone op grond van de Wet geluidhinder. De geactualiseerde 50 dB(A) etmaalwaarde-contour omvat niet uitsluitend gronden binnen de gemeente Oss, maar strekt zich ook gedeeltelijk uit over het grondgebied van de gemeenten Maashorst en Bernheze. De ligging van de contour is voornamelijk bepaald door de geluiduitstraling van de motorcrossactiviteiten (MX), met in mindere mate bijdragen vanuit de kartactiviteiten. Aangezien de geluidzone gemeentegrenzen overschrijdt, is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 110a, tweede lid, van de Wet geluidhinder.
Dit artikellid biedt de juridische grondslag voor het afzonderlijk vaststellen van hogere waarden door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders, mits hierover onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden. In dit geval vindt afstemming plaats tussen de gemeenten Oss (coördinerend), Maashorst en Bernheze over zowel de ligging van de gezamenlijke geluidcontour als de toepassing van hogere waarden bij woningen binnen de zone. De toepassing van artikel 110a, tweede lid, Wet geluidhinder waarborgt een juridisch samenhangende en gebiedsdekkende vaststelling van de geluidzone en de bijbehorende hogere waarden, overeenkomstig de feitelijke akoestische situatie zoals beschreven in het bij dit omgevingsplan behorende akoestisch onderzoek. 5 18 mei 2026
De akoestische beoordeling toont aan dat alle activiteiten binnen de geldende geluidzone blijven en dat de gemiddelde geluidbelasting bij woningen aanvaardbaar is. Effectieve bron- en overdrachtsmaatregelen blijken grotendeels niet uitvoerbaar of leveren onvoldoende reductie op; actualisatie van de geluidzone met toepassing van de redelijke sommatie is daarmee de meest proportionele keuze. Wijziging Omgevingsplan en m.e.r.-beoordeling Voor de milieubelastende activiteiten in het omgevingsplan geldt volgens het Omgevingsbesluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit is bedoeld om te kunnen uitsluiten dat aanzienlijke milieueffecten optreden als gevolg van het plan. Deze verplichting geldt zowel voor de aanpassing van het sportpark als voor de nieuwe verkeersontsluiting (onderdelen M6 en J1 van bijlage V van het besluit). De plan-MER-plicht vervalt onder de nieuwe wetgeving, maar de beoordelingsplicht blijft van kracht.
1.2
Locatie en projectgebied
Het plangebied ligt ten oosten van bedrijventerrein Vorstengrafdonk, op de locatie tussen de afrit 53 Oss-Oost (A50) en de N329 Graafsebaan. Het terrein ligt aan de rand van bosgebied Herperduin.
Figuur 1-2. Functie en ligging plangebied
Het terrein zelf is een open plek aan de rand van het bos, met een inrichting die naar binnen is gericht en weinig relatie heeft met de omgeving. De overgang van bos naar terrein is abrupt, en langs de noord- en oostkant staan hekken. Aan de zuid- en westkant vormen de N329 en de afrit van de A59 een strakke grens. Ondanks de ligging aan hoofdwegen valt het sportpark niet erg op, mede door een geluidswal die nog deels langs de N329 ligt.
6 18 mei 2026
Figuur 1-3. Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNB (groen).
1.3
Leeswijzer
De motivering op het TAM-omgevingsplan bestaat uit een beschrijvend en een verantwoordend gedeelte. De hoofdstukken 1 t/m 3 behoren tot het beschrijvende deel. De hoofdstukken 3 t/m 8 bevatten een verantwoording van de wijziging vanuit verschillende aspecten. Hoofdstuk 9 ten slotte bevat een juridische beschrijving van de regels. • • • •
• •
Hoofdstuk 1 en 2 beschrijven de aanleiding, het doel en de huidige situatie van het sportpark. Hoofdstuk 3 gaat in op de voorgenomen ontwikkeling: wat verandert er op het terrein en waarom. Hoofdstukken 4 t/m 6 toetsen het plan aan beleid, regelgeving en milieuaspecten zoals geluid, verkeer, natuur en water. Hoofdstuk 7 behandelt de haalbaarheid en de omgevingsdialoog: hoe gemeenten, belanghebbenden de klankbordgroep en overheden hebben meegedacht en hoe hun inbreng is verwerkt. Hoofdstuk 8 geeft de integrale belangenafweging en conclusie. Hoofdstuk 9 bevat de juridische toelichting op de planregels.
De bijlagen bevatten de onderzoeksrapporten en het participatieverslag. Zo biedt de motivering inzicht in zowel de inhoud van het plan als de zorgvuldige manier waarop dit samen met de omgeving tot stand is gekomen.
7 18 mei 2026
2
Beschrijving huidige situatie
2.1
Ontstaansgeschiedenis
Het Sportpark Nieuw Zevenbergen werd in de jaren ’80 opgericht in de voormalige gemeente Berghem. De behoefte aan een crosscircuit groeide naarmate de motorcross populairder werd. Daarom werd een stuk dennenbos tussen de A59 en de N329 gekapt om ruimte te maken voor een motorcrossbaan. Aan de westkant van het terrein werd een hoofdgebouw neergezet, en er waren plannen voor een speedwaybaan. In 1988 kreeg Kombikart het terrein in erfpacht om er een kartcircuit van te maken. Dat jaar kreeg het circuit ook een regionale status van de provincie Noord-Brabant, met als doel het ongewenste motorcrossen in natuurgebieden te reguleren. Gebruikers van het sportpark zijn Berghemse Scherpschuttersvereniging, Circuit Park Berghem en de Stichting Regionale Motorsport Verenigingen Berghem.
2.2
Ruimtelijk-functionele inrichting en gebruik
De gronden van het sportpark zijn in het tijdelijk omgevingsplandeel “Buitengebied Oss – 2020” bestemd voor sportvoorzieningen zoals een motorcrossterrein, inclusief horeca die ondergeschikt is aan de sportfunctie. Karting, schietsport en off road model racing zijn ook toegestaan. Het oostelijke deel van het terrein is voor motorcross, met een grote hoofdbaan en een kleinere baan voor de jeugd. Het terrein bevat enkele verouderde bouwwerken, grondwallen, beplanting en een waterplas. In 2017 is de crossbaan opgeknapt, met extra groen en een veilige afrastering.
Figuur 2-1. Overzicht indeling plangebied
In het westelijke deel bevindt zich de karting, met een geasfalteerde kartbaan van 1300 meter en verschillende lay-outs. De bebouwing voor de kart staat aan de noordoostzijde van de baan. Het hoofdgebouw, centraal gelegen, wordt gedeeld door de cross en kart en is uitgebreid met pitboxen die ook als tribune dienen. Aan de noordzijde van het kartterrein ligt een paddock/parkeerterrein van circa 8000 m². 8 18 mei 2026
De schietvereniging ligt in de noordwesthoek van het terrein en heeft een half verdiepte bunker met een 25 meterbaan. De bunker heeft last van hoog grondwater. Parkeren voor de schietvereniging is direct aan de Zevenbergseweg. Ten westen van de Zevenbergseweg ligt een geluidswal van circa 400 meter lang en 8,5 meter hoog. Deze wal was bedoeld als geluidwering voor woningen die inmiddels zijn gesloopt, waardoor de wal zijn oorspronkelijke functie heeft verloren. Een deel van de geluidswal is inmiddels weggenomen. Feitelijke gebruiksruimte (vergund in 1993) De exacte vergunde gebruiksruimte is vastgelegd in de milieutoestemming uit 1993 en luidt als volgt: Motorcrosscircuit en jeugdcrossbaan De crossbaan is in de huidige situatie 156 dagen per jaar (3 dagen per week) geopend voor trainingen. In de periode van 1 mei tot 30 september: ook woensdagavond tot 21.00 uur toegestaan. Het aantal motorcrossuren mag gedurende deze tijden de waarde van 75 niet overschrijden. Maximaal drie motorcrosswedstrijden per jaar zijn toegestaan. Kartbaan De kartbaan is geopend van woensdag tot en met zondag van 12.00 tot 18.00 uur, met op woensdagen tussen 1 mei en 30 september een verlengde opening tot 21.00 uur. In de winter gelden dezelfde openingsdagen, maar dan met openingstijden van 11:00 tot 17:00. Het aantal gelijktijdig gebruikmakende recreatiekarts mag niet meer bedragen dan 30.
Het gebruik van wedstrijdkarts na 19.00 uur is niet toegestaan. Maximaal drie kartwedstrijden per jaar zijn toegestaan en 2 brommerwedstrijden in de huidige situatie. Schietbaan De schietbaan is geopend op dinsdag- en woensdagavond van 19.00 tot 21.00 uur, op zaterdag van 14.00 tot 16.00 uur en op zondag van 10.00 tot 12.00 uur. De geluidsruimte zoals vastgesteld in 1993 geldt nog steeds. Dit betekent dat het geluidsniveau ter plaatse van woningen en binnen de vastgestelde zone niet meer mag bedragen dan 50 dBA. Parkeren Tijdens regulier gebruik maken rijders en bezoekers gebruik van de eigen paddocks. Deze zijn voldoende in aantal. Bij gewone wedstrijden kan geparkeerd worden in de zuidwesthoek; bij grote internationale wedstrijden wordt aanvullend gebruikgemaakt van de kartbaan of aan de zijkanten van de Zevenbergseweg. Relatie met de omgeving Het terrein grenst direct aan het bosgebied Herperduin, wat onderdeel uitmaakt van Natuur Netwerk Brabant (NNB). De overgang tussen het sportterrein en het bos is vrij abrupt: de bestaande beplanting vormt geen geleidelijke overgang, en de visuele en ecologische aansluiting ontbreekt grotendeels. Bij toekomstige ontwikkelingen als gevolg van fysieke ingrepen op het terrein vormt dit een belangrijk uitgangspunt voor kwaliteitsverbetering, waarbij landschappelijke inpassing, groenstructuur en biodiversiteit kunnen worden versterkt.
9 18 mei 2026
3
Voorgenomen ontwikkeling en toekomstige situatie
3.1
Uitgangspunten en randvoorwaarden
De voorgenomen ontwikkeling van het circuit is uitgewerkt in het Masterplan Nieuw Zevenbergen: circuit van de toekomst (2013). Daarin is de visie op het circuit als volgt vertaald: “Het terrein heeft te kampen met een negatief imago. De belangen van sport en natuur lopen uiteen, er wordt geluidoverlast ervaren door omwonenden en een aantal accommodaties is illegaal en geen toonbeeld van representatieve architectuur. De uitdaging is om dit negatieve imago de komende jaren om te buigen in een positief beeld. Een hypermodern regionaal motorsportcircuit waar zowel de sporters als het publiek graag naar toekomen en waar sportieve prestaties gebaseerd zijn op goede faciliteiten en een moderne sportbeoefening die rekening houdt met zijn omgeving.” In het raadsbesluit van 31 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Oss besloten het circuit Nieuw Zevenbergen te willen behouden en ontwikkelen, mits voldaan wordt aan vijf voorwaarden: • De ontsluiting van het terrein verbetert, en loopt niet meer door het natuurgebied Rijsvennen, door het aanleggen van een alternatieve verkeersontsluiting, waarbij een ontsluiting via Vorstengrafdonk naar de N329 de meest reële is. • Het circuit mag in ieder geval niet meer milieuruimte innemen. Voor wat betreft geluid moet er sprake zijn van een aanmerkelijke verbetering.
Afgezien van een verbetering van het leefklimaat voor de gehinderden binnen de geluidscontour, moet vanuit een oogpunt van leefbaarheid ook verbetering van de geluidsoverlast voor omwonenden daarbuiten worden bewerkstelligd. Tevens moet worden ingespeeld op de Duurzaamheidsagenda van de gemeente Oss. Aansluiting moet worden gezocht op de ambitie van de Weg van de Toekomst, de N329. • Het gebied moet zijn groene karakter versterken. Vooral langs de zuidelijke bosrand, zodat de bosrand een decor kan vormen voor de activiteiten die zich op de locatie afspelen. Daarbij is er een kleine marge voor groei. De locatie zelf moet ook een groen karakter krijgen. • Het voorstel van Stichting Nieuw Zevenbergen en de gebruikers van het circuit moet blijk geven van ambitie en visie op het gebied van de sport. Het sportieve, professionele regionale karakter moet behouden blijven en versterkt worden. • Juist vanwege de regionale potenties van het circuit, de regionale aspecten van dit project moeten provincie en omliggende gemeenten bereid zijn medewerking te verlenen en mee te investeren in de herontwikkeling van het circuit. De vijf voorwaarden van de gemeenteraad vormen de basis voor de manier waarop de gemeente, in overleg met omgevingspartners, de klankbordgroep en SNZ, de kaders voor het voorliggende plan verder heeft uitgewerkt.
In dit proces is gezocht naar een evenwicht tussen de ambitie van SNZ om te komen tot een toekomstbestendig en duurzaam motorsportcomplex en de belangen van de omgeving op het gebied van leefkwaliteit, natuur en landschap. De aldus ontstane kaders vormen het uitgangspunt voor de planuitwerking en de verdere toetsing van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling.
10 18 mei 2026
3.2
Toekomstige ruimtelijk-functionele inrichting en gebruik
Motorcross Gebruik Het aantal uren waarop geluid wordt geproduceerd door de crossbaan neemt per saldo toe ten opzichte van de huidige vergunde situatie, van circa 11.700 naar 13.590 geluidproducerende uren per jaar. De crossbaan blijft drie dagen per week geopend voor trainingen en twaalf wedstrijddagen (MX en Kart samen). Er is in het omgevingsplan aanvullend gerekend met het gebruik van het crossterrein op zeven feestdagen per jaar. Over het daadwerkelijk gebruik daarvan moeten nadere afspraken worden gemaakt, maar er is voor de volledigheid wel mee gerekend in de omgevingsplanonderzoeken. Het aantal wedstrijden voor motorcross wordt verruimd van drie naar zes per jaar, waarvan vier grote en twee kleinere wedstrijden, samen goed voor maximaal 1.100 wedstrijduren. Afwijkingen van de standaardwaarden zijn uitsluitend mogelijk via een omgevingsvergunning. Bebouwing De bestaande nissenhut, die door de SRMV wordt gebruikt voor opslag van materieel en stalling van machines, voldoet niet aan de huidige beeldkwaliteit en is te klein van omvang. Het voornemen is om deze loods af te breken. Daarvoor in de plaats is er het voornemen voor een nieuwe opslag- en onderhoudsruimte aan de oostzijde van de baan, op een minder kwetsbare locatie dan de huidige loods.
Daarnaast is er het voornemen om een nieuw jurygebouw met EHBO-ruimte te realiseren, centraal op het terrein, binnen de bestaande contouren. Karting Gebruik De kartbaan verruimt haar openingstijden van 260 naar maximaal 353 dagen per jaar (7 dagen per week, met aftrek van 12 wedstrijddagen). Er wordt ruimte geboden aan zowel huurkarts (maximaal 10.000 uur per jaar, nu is dat 7.800) als trainingen (4.500 uur per jaar, nu is dat eveneens 7.800 uur per jaar). Tijdens schoolvakanties kan aanvullend op donderdagen worden getraind. Naast wedstrijden worden ook geluidsarme activiteiten op het terrein toegestaan (zie verderop). Bebouwing Het kartterrein blijft ongewijzigd. Een deel van de bestaande pitboxen blijft behouden en er is het voornemen voor een integratie met een nieuw hoofdgebouw. Aansluitend hierop worden nieuwe pitboxen en een technisch gebouw toegevoegd. Schietbaan Gebruik Activiteiten vinden doorgaans plaats op woensdag, donderdag, zaterdag en zondag. In de toekomstige situatie is het voornemen om ook op de dinsdagavond open te gaan en de openingstijden op de zaterdag iets te verruimen (totaal 4 uur extra per week). Daarmee wil men het aantal jaarlijkse openingsdagen vergroten van 208 naar 260 per jaar. Er is niet uitgegaan van een toename van gebruikers. Het gebruik blijft vergelijkbaar met de 11 18 mei 2026
huidige situatie: er worden geen externe wedstrijden georganiseerd en de activiteiten vinden plaats binnen de geldende veiligheidszones. Bebouwing De Berghemse Scherpschuttersvereniging (BSSV) maakt gebruik van een bestaande half verdiepte 25-meterbaan. De vereniging is voornemens een nieuwe 100 meterbaan te realiseren, aansluitend aan de bestaande voorziening. Vanwege veiligheidsoverwegingen krijgt de vereniging een eigen afsluitbare parkeerruimte, bij voorkeur op een strook ten oosten van de bestaande accommodatie. De nieuwe bebouwing blijft binnen het bouwvlak en veroorzaakt geen geluidsoverlast aan de omgeving. Figuur 3-1 Gewenste inpassing 100m schietbaan
Overige activiteiten Geluidsarme buitensporten Binnen het kader van zorgvuldig en multifunctioneel gebruik van het terrein wordt voorgesteld om een beperkt aantal geluidsarme activiteiten toe te staan. Deze activiteiten zijn passend binnen het karakter van het gebied en veroorzaken geen significante geluidsoverlast of verkeersdrukte. Het betreft de volgende categorieën: •
Onderzoeksactiviteiten Het terrein zal incidenteel worden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden, met name door studenten en onderzoekers van technische universiteiten. Hierbij gaat het om testwerkzaamheden met bijvoorbeeld een testvoertuig of prototype dat geen significante geluidsoverlast veroorzaakt. In de ruimste zin wordt uitgegaan van circa tien (10) van dergelijke activiteiten per jaar. Deze vinden overdag plaats en betreffen een beperkte groep deelnemers.
•
Rijopleidingen voor motorrijders Er wordt voorzien in de mogelijkheid om het terrein maximaal twee (2) keer per maand te gebruiken voor motorrijlessen. Deelnemers komen met hun eigen motor naar het terrein. In de ruimste zin wordt uitgegaan van maximaal twintig (20) motorrijders per keer. De lessen zijn gericht op voertuigbeheersing en worden verzorgd door erkende rijinstructeurs. 12
18 mei 2026
•
Sportieve en recreatieve activiteiten Tot slot wordt beoogd om het terrein maximaal twee (2) keer per maand beschikbaar te stellen voor sportieve of recreatieve activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan activiteiten zoals skeeleren, hardlopen of andere laagdrempelige buitensporten, eventueel ook op het MX-terrein. In de ruimste zin wordt uitgegaan van een maximale toestroom van vijftig (50) auto’s per activiteit. De activiteiten vinden overdag plaats en zijn niet geluidsintensief van aard.
Dienstverlening, detailhandel en horeca Aanvullende gebruiksmogelijkheden worden overgenomen uit het voorgaande plan en niet uitgebreid. Het betreft uitsluitend ondergeschikte voorzieningen die direct aan de sportfunctie zijn gerelateerd, zoals kleine horeca of sportservice. Verkeer De verkeersontsluiting van het terrein wordt aangepast door een nieuwe aansluiting op de N329. Na de realisatie van deze aansluiting wordt de Zevenbergseweg afgesloten voor regulier autoverkeer (alleen toegankelijk voor fietsers en hulpdiensten). De nieuwe ontsluiting vermindert de verkeersdruk op de Zevenbergseweg en verbetert de doorstroming bij grote evenementen. De randvoorwaarden van de provincie voor deze aansluiting zijn: • geen terugslag op de N329, • ontsluiting uitsluitend op gemeentelijk eigendom. De verkeerseffecten zijn beoordeeld. Samengevat blijkt dat de verkeersbewegingen binnen aanvaardbare normen blijven, ook bij gelijktijdig gebruik van de banen. Tijdens grote evenementen wordt de verkeersafwikkeling aanvullend gestuurd via verkeersregelaars en tijdelijke parkeerfaciliteiten. Parkeren Tijdens regulier gebruik wordt geparkeerd op de eigen paddocks van de verenigingen; deze zijn toereikend. Bij gewone wedstrijden vindt parkeren plaats in de zuidwesthoek van het terrein.
Bij grote internationale evenementen kan aanvullend gebruik worden gemaakt van de kartbaan en incidenteel van externe parkeervoorzieningen. Om meer capaciteit te creëren wordt de ruimte van de voormalige geluidswallen in het zuidwesten benut als tijdelijke parkeergelegenheid. Deze voorziening wordt voldoende geacht om piekdrukte bij evenementen op te vangen. Figuur 3-2 Parkeerplaatsen en rijrichtingen SNZ
13 18 mei 2026
Wedstrijden In de toekomstige situatie is het plan om zes motorcrosswedstrijden en zes kartwedstrijden te organiseren, met de optie om een supermotardwedstrijd in te passen als een van de motorcrosswedstrijden. Dat zijn in totaal 12 wedstrijden. Op wedstrijddagen is er geen sprake van regulier gebruik van de banen. De schietvereniging organiseert geen openbare wedstrijden. Terreininrichting en kwaliteitsvisie De nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast met grondlichamen, beplanting en zichtlijnbehoud. De entree wordt opgewaardeerd door de herinrichting van de schietaccommodatie en de verwijdering van verouderde bebouwing. Met deze maatregelen wordt het terrein visueel rustiger, groener en beter geïntegreerd in het omliggende landschap.
14 18 mei 2026
Overzichtstabellen In onderstaande tabellen worden bovengenoemde activiteiten en de openingstijden weergegeven, waarbij de vergelijking wordt gemaakt tussen de huidige vergunde situatie en de toekomstige situatie.
Locatie MX-terrein
Kartbaan
Activiteit Training hoofdbaan Grote wedstrijd Kleine wedstrijd Huurkarts
Activiteiten per jaar Huidig Beoogd
Activiteiten uren per keer Huidig Beoogd
Max uren per jaar Huidig Beoogd
Verschil uren per jaar
156
151
75
90
11700
13590
1890
3
4
120
200
360
800
440
300
300
2 260
353
30
85
7800
10.000
2200
Training
260
220
30
90
7800
4.500
-3.300
Wedstrijden
3
6
150
150
450
900
450
Brommers
2
0
120
0
240
0
-240
208
260
Schietbaan
Schietbaan
Overig Kartbaan
Onderzoek Rijles Sport
Openingstijden Motorcross
150
10
Dag
24
20
24
Dag
480
Seizoen
Weekdag
Tijd
Uren
Tijd
Uren
Winter
Woensdag
10.00 - 18.00
8
11.00 16.00
5
Zaterdag
11.00 - 17.00
6
6
Zondag
11.00 - 18.00
7
11.00 17.00 11.00 17.00
21
6 17
Totaal week Zomer Woensdag
10.00 - 19.00
9
12.00 20.00
8
Zaterdag
11.00 - 17.00
6
6
Zondag
11.00 - 17.00
6
11.00 17.00 11.00 17.00
Totaal week
21
6 20 15
18 mei 2026
Kartbaan
Seizoen
Weekdag
Winter
Maandag
Tijd
Uren
Dinsdag Woensdag
11:00 - 17:00
6
Donderdag
Totaal week
9.00 - 22.00
13
9.00 - 22.00
13
9.00 - 22.00
13
11:00 - 17:00
6
9.00 - 22.00
13
11:00 - 17:00
6
9.00 - 22.00
13
Zondag
11:00 - 17:00
6
9.00 - 22.00
13
24
91
Maandag
9.00 - 22.00
13
Dinsdag
9.00 - 22.00
13
Woensdag
12.00 - 21.00
9
9.00 - 22.00
13
Donderdag
12.00 - 18.00
6
9.00 - 22.00
13
Vrijdag
12.00 - 18.00
6
9.00 - 22.00
13
Zaterdag
12.00 - 18.00
6
9.00 - 22.00
13
Zondag
12.00 - 18.00
6
9.00 - 22.00
13
33 Weekdag
Jaarrond
13
Zaterdag
Totaal week Schietbaan
Uren
9.00 - 22.00
Vrijdag
Totaal week Zomer
Tijd
Tijd
Uren
Dinsdag Woensdag
19.00 - 21.00
2
Donderdag
19.00 - 21.00
2
Zaterdag
16.00 - 18.00
2
Zondag
10.00 - 12.00
2 8
91 Tijd
Uren
19.00 21.00 19.00 21.00 19.00 21.00 14:00 - 1800
2
10.00 12.00
2
2 2 4
12
16 18 mei 2026
4
Toetsing aan het omgevingsplan
4.1
Huidige regeling omgevingsplan
Op het sportpark en de aangrenzende openbare ruimte is het tijdelijk omgevingsplandeel "Buitengebied Oss - 2020" relevant en van toepassing. Binnen het plangebied van dit TAM-omgevingsplan gelden (tot aan de inwerkingtreding ervan) de volgende regels: • • • • • • • • •
Bestemming Sport (artikel 14) Bestemming Verkeer (artikel 15) Bestemming Verkeer - Verblijf (artikel 17) Dubbelbestemming Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog (artikel 28) geluidzone - industrie (artikel 38.132) geluidzone - motorcrossterrein (artikel 38.133) overige zone - gemengd landelijk gebied (artikel 38.124) overige zone - beperking veehouderij (artikel 38.128) overige zone - dekzandrug (artikel 38.122)
alsmede (geheel of gedeeltelijk) de inleidende regels, overige algemene regels, overgangs- en slotregels. Van de hiervoor genoemde regels zijn artikel 38.124 en artikel 38.128 weliswaar van toepassing maar niet relevant voor het motorcrossterrein en aangrenzende openbare ruimte, zowel in de bestaande situatie als in de toekomstige situatie. Daarnaast zijn van belang de omgevingsplandelen Buitengebied van respectievelijk de gemeenten Maashorst en Bernheze. Binnen deze plannen zijn de geluidszone vanwege het crossterrein in Oss en bedrijventerrein Vorstengrafdonk relevant in de betreffende plannen relevant. Overige bestaande regelingen binnen de gemeente Oss, die ter plaatse van de functie Sport van toepassing zijn, zijn voor dit TAM-omgevingsplan niet relevant. Deze regelingen komen met de inwerkingtreding van dit plan te vervallen voor zover deze van toepassing zijn binnen de functie Sport van dit plan.
4.2
Strijdigheid activiteit en voorgenomen wijziging in relatie tot het omgevingsplan
De toekomstige situatie is op de volgende punten in strijdig met het omgevingsplandeel dat in paragraaf 4.1 is vermeld: • de bestemmingsomschrijving van artikel 14 Sport is enigszins te beperkt voor het correct regelen van de vergunde activiteiten op het sportpark, met name daar waar het gaat om de toepassing van bijlage 5 (waarnaar in dat artikel 14 wordt verwezen), betreffende de beperking van gebruiksactiviteiten en de oppervlakte van bedrijfsgebouwen; • het geldende plan is onder andere vanwege jurisprudentie verouderd: wedstrijddagen moeten momenteel ook in de geluidzone passen waarbij het gebruik van de tonale toeslag achterwege wordt gelaten • de nieuw berekende geluidszone vanwege het sportpark wijkt enigszins af van de bestaande geluidszone zoals deze in de hiervoor genoemde omgevingsplandelen van Oss en Maashorst is opgenomen (en in Bernheze niet is vastgesteld); • het voornemen om voor het crossterrein een specifieke regeling op maat vast te stellen heeft als gevolg dat ook strijd ontstaat met specifieke andere regels, zoals bijvoorbeeld maatvoering van bouwwerken of de inhoud van begripsbepalingen. 17 18 mei 2026
4.3
Conclusie
Het plangebied valt momenteel onder het tijdelijk omgevingsplandeel Buitengebied Oss – 2020, waarin verschillende bestemmingen en zones gelden. Voor de bestaande situatie zijn deze regels deels verouderd en sluiten ze niet volledig aan bij de feitelijke activiteiten. De huidige planregeling biedt daardoor onvoldoende juridische basis voor het huidige gebruik en de vergunde activiteiten. Het nieuwe TAM-omgevingsplan actualiseert deze regels, corrigeert de geluidzone en stelt een specifieke regeling op maat vast voor het sportpark. Hiermee wordt de bestaande situatie planologisch juist vastgelegd en ontstaat een beter handhaafbaar en eenduidig juridisch kader.
18 18 mei 2026
5 5.1
Toetsing aan ruimtelijke beleidskaders Rijksbeleid en rijksregels
5.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen, meer rekening houden met regionale verschillen, meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belanghebbenden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), te bundelen in één wet die toeziet op het omgevingsrecht en daarmee te voorkomen dat initiatiefnemers rekening moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, planvormen en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving streeft de regering vier verbeterdoelen na: • het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; • het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; • het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; • het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water.
Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uit te voeren, hebben overheden de beschikking over 6 'kerninstrumenten': de omgevingsvisie: op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld; een samenhangend, strategisch plan dat rekening houdt met alle ontwikkelingen in de leefomgeving. het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp, een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen. decentrale regels: Decentrale overheden hebben 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben. algemene rijksregels: dit zijn het Bkl, Bal, Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB’s) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving.
Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het 19 18 mei 2026
-
verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. het projectbesluit. Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning.
Voorliggend plan haakt aan op het gemeentelijk omgevingsplan om het voornemen op de locatie van Sportpark Nieuw Zevenbergen mogelijk te maken.
5.1.2 Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: • Bevoegdheden, handhaving en beheer • Procedurele regels • Projectprocedure • Milieueffectrapportage • Financiële bepalingen • Digitale voorzieningen In het kader van het omgevingsbesluit wordt de procedure voor wijziging van het omgevingsplan doorlopen in combinatie met daarvoor relevante en verplichte onderzoeken en een mer-beoordeling.
5.1.3 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI, die zelfbindend is voor het Rijk, gaat uit van vier prioritaire opgaven: • duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; • ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; • sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: • combineren boven enkelvoudig; • kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; • afwentelen voorkomen. De Rijksoverheid werkt eraan om in 2026 een nieuwe Nota Ruimte af te hebben. Totdat de nieuwe Nota Ruimte klaar is, geldt de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) als beleid. 20 18 mei 2026
5.1.4 Besluit kwaliteit leefomgeving (instructieregels) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een onderdeel van de Omgevingswet en bevat regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het Bkl richt zich op omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Het doel is om een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving te waarborgen. Met instructieregels geeft het Rijk aan lagere bestuursorganen aan welke aspecten zij bij vaststelling van een verordening of omgevingsplan moeten betrekken en/of regelen, dan wel hoe een bepaalde taak of bevoegdheid moet worden uitgeoefend. Deze regels kunnen dus van invloed zijn op de inhoud of motivering van een omgevingsplan. Voor dit TAM-omgevingsplan gelden bepaalde instructieregels uit het Bkl. Hierna is aangegeven welke instructieregels van toepassing zijn en in welke paragraaf specifiek op het betreffende aspect wordt ingegaan. Bij de vermelding van de van toepassing zijnde instructieregels wordt steeds verwezen naar de paragraaf- en artikelnummers in het Bkl. Daar waar wordt verwezen naar paragrafen elders in deze motivering is dat eveneens aangegeven. 5.1.2 Waarborgen van de veiligheid Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl.
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In paragraaf 6.1 van deze motivering wordt op het aspect omgevingsveiligheid ingegaan. De conclusie is dat aan de instructieregels wordt voldaan. 5.1.3 Beschermen van de waterbelangen Van de instructieregels over het beschermen van waterbelangen is voor dit TAMomgevingsplan met name de verplichte weging van het waterbelang aan de orde, zoals opgenomen in artikel 5.37 Bkl. Hierin is bepaald dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. De waterparagraaf staat in paragraaf 6.2 van deze motivering en is mede gebaseerd op de relevante instructieregels die gaan over het beschermen van de waterbelangen. 5.1.4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu 5.1.4.1 Kwaliteit van de buitenlucht Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan.
Zie ook paragraaf 6.3 van deze motivering. 5.1.4.2 Geluid door activiteiten Op grond van artikel 5.59 van het Bkl wordt in een omgevingsplan rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd met het oog op deze instructieregel. In paragraaf 6.5 wordt uitvoerig op het aspect geluid ingegaan. 5.1.4.3 Geluid rond luchthavens Deze subparagraaf bevat geen instructieregels.
21 18 mei 2026
5.1.4.4 Trillingen Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan. Zie ook paragraaf 6.6 van deze motivering. 5.1.4.5 Bodemkwaliteit Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan. Zie ook paragraaf 6.7 van deze motivering. 5.1.4.6 Geur Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan. Zie ook paragraaf 6.8 van deze motivering. 5.1.5 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Ten aanzien van de instructieregels over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed zijn voor dit TAM-omgevingsplan is alleen subparagraaf 5.1.5.5 over cultureel erfgoed en werelderfgoed van belang. De kern van deze instructierregels wordt gevormd door artikel 5.130, eerste lid: in een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. In paragraaf 6.9 wordt op dit aspect nader ingegaan. Aan de instructieregel wordt voldaan door in dit TAM-omgevingsplan de bestaande regeling te continueren ter bescherming van archeologische (verwachtings-)waarden.
5.1.6 Behoud van ruimte voor toekomstige functies 5.1.6.2 Autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen Deze subparagraaf is van belang voor wat betreft de reserveringsgebieden voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg zijn de locaties, die bij ministeriële regeling zijn aangewezen en waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Artikel 5.134, eerste lid bepaalt het volgende: voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een reserveringsgebied voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg, laat het omgevingsplan geen bouwactiviteiten toe. De grens van het reserveringsgebied langs de Rijksweg A59 ligt niet over het motorcrossterrein. De instructieregel is daarmee niet van toepassing op dit plan. Zie ook paragraaf 6.10 van deze motivering. 5.1.6.3 Buisleidingen van nationaal belang Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan. 5.17 Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Deze paragraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan. 5.18 Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Deze subparagraaf bevat geen instructieregels die van toepassing zijn op dit TAMomgevingsplan.
Zie verder paragraaf 6.11 van deze motivering. Conclusie: Dit TAM-omgevingsplan is in overeenstemming met het Rijksbeleid en voldoet, waar nodig door het nemen van maatregelen, aan de instructieregels van het Rijk.
22 18 mei 2026
5.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
5.2.1 Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie (2018) is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat de provincie zich aan haar eigen visie moet houden. Als het nodig is dat ook anderen zich aan het beleid uit de Omgevingsvisie houden, kunnen daarvoor regels worden opgenomen in de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden.
5.2.2 Beleidskader Leefomgeving Het beleidskader Leefomgeving geeft duidelijkheid over de rol, positie en werkwijze van de provincie bij de samenhangende en gebiedsgerichte aanpak van opgaven in de leefomgeving. Hiermee biedt de provincie duidelijkheid aan haar samenwerkingspartners over de wijze waarop zij regie voert op samenvallende opgaven en keuzes maakt bij afwegingen tussen schaalniveaus De provinciale Omgevingsvisie benadrukt het belang van ‘diep, rond en breed’ kijken bij de vele samenvallende opgaven in Brabant als noodzakelijk om tot goede en gedragen oplossingen te komen. Deze manier van kijken is essentieel en wordt uitgewerkt in vijf stelregels die de provincie hanteert bij de aanpak van opgaven in de leefomgeving en samenleving. Dit zijn: • Water en bodemsysteem is leidend • Gebied centraal • Steeds schoner, gezonder en veiliger • Altijd zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde • Afwentelen voorkomen Het initiatief voor Sportpark Nieuw Zevenbergen sluit aan bij de uitgangspunten van “diep, rond en breed kijken” en de vijf stelregels van het provinciale Beleidskader Leefomgeving als volgt: •
Diep kijken (water en bodem sturend): De herinrichting benut de natuurlijke ondergrond, met lokale infiltratie en behoud van waterbalans, zodat het terrein klimaatbestendig wordt ingericht, in lijn met het principe water en bodem als basis.
•
Rondkijken (gebied centraal): Het plan versterkt de relatie tussen sport, natuur en landschap door de overgang naar het bosgebied Herperduin te verbeteren en recreatie en lawaaisport zorgvuldig te combineren binnen de bestaande gebiedsgrenzen.
•
Breed kijken (samenhang tussen thema’s): De ontwikkeling koppelt milieu, verkeer, geluid, landschap en participatie in één integrale benadering, met een balans tussen leefkwaliteit, veiligheid en economische vitaliteit. 23
18 mei 2026
De vijf stelregels toegepast: •
Water en bodemsysteem is leidend: infiltratie en berging binnen het terrein.
•
Gebied centraal: afstemming met provincie, waterschap, buurgemeenten en omwonenden.
•
Steeds schoner, gezonder en veiliger: modernisering, geluidsreductie en duurzaam beheer.
•
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik: bestaande functies consolideren, geen uitbreiding buiten bestaand terrein.
•
Afwentelen voorkomen: de effecten van geluid, verkeer en water worden binnen het gebied zelf opgevangen.
5.2.3 Instructieregels Omgevingsverordening De Omgevingswet bepaalt dat de provincie een omgevingsverordening moet vaststellen voor haar grondgebied. In de verordening staan regels die nodig zijn om de beleidsdoelen uit de omgevingsvisie te halen. Dat kunnen algemene regels zijn die burgers, bedrijven en overheden rechtstreeks binden. Maar ook instructieregels, die gemeenten (dan wel waterschappen) moet opvolgen bij wijziging van het omgevingsplan of het vergunnen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De instructieregels voor omgevingsplannen staan in Hoofdstuk 5 van (de geconsolideerde versie van) omgevingsverordening d.d. 1 januari 2025. Voor dit TAM-omgevingsplan moeten de volgende onderdelen uit de verordening worden overwogen. Mogelijk relevante aanduidingen in instructieregels voor gemeenten: Stalderingsgebied. Attentiezone geluid provinciale weg. Voor de hiervoor genoemde aanduidingen en daarbij behorende regels geldt dat de activiteiten in dit plan daarop niet van toepassing zijn. Overige instructieregels, zonder relatie met aanduiding op de kaart betreffen: • • • • • •
Art. 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Art. 5.9 Toepassing van de lagenbenadering Art. 5.10 Meerwaardecreatie Art. 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Art. 5.12 Ontwikkelingsrichting Art. 5.13 Maatwerk voor verplaatsing van functies en activiteiten
Instructieregel artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; b. bij een ontwikkeling rekening wordt gehouden met de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik; c. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; en e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. 24 18 mei 2026
Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden. Motivering Ladder voor duurzame verstedelijking De sportactiviteiten vinden plaats binnen het bestaande functie Sport. De nieuwe ontsluiting ligt binnen de aanwijzing Verkeer. Ook in het voorgaande plan was reeds voorzien in een wijzigingsbevoegdheid om wegen te verbreden. Per saldo blijft het ruimtebeslag grotendeels gelijk aan de bestaande situatie, maar het plan maakt een uitbreiding van bebouwing mogelijk in verband met de vervanging en verplaatsing van enkele bestaande gebouwen. Omdat sprake is van een toename van bebouwd oppervlak binnen bestaand ruimtebeslag, moet de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving) formeel worden doorlopen. De Ladder vraagt om een motivering van de behoefte aan de ontwikkeling en een afweging van locaties. In dit geval is de behoefte rechtstreeks voortvloeiend uit het vervangen en moderniseren van bestaande voorzieningen op het terrein. De uitbreiding van gebouwen en activiteiten is functioneel, noodzakelijk voor een doelmatig gebruik van het sportcomplex.
Het bestaade ruimtebeslag wordt geintensiveerd waar mogelijk en door het beperkt toevoegen van geluidsarme activiteiten is sprake van meervoudig ruimtegebruik. Het gebied is aangemerkt als landelijk gebied. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke functie of toevoeging van nieuwe gebruikscategorieën, maar van een kwalitatieve verbetering van de bestaande sportinfrastructuur. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat: • de behoefte aan de ontwikkeling is aangetoond (modernisering en veiligheid van bestaande sportvoorzieningen); • de locatiekeuze voldoet aan de eis van zorgvuldig ruimtegebruik; • de ontwikkeling past binnen het bestaande ruimtelijk kader. Conclusie Aan het bepaalde in artikel 5.8 lid 1 wordt, voor zover de instructieregel relevant is voor deze wijziging, voldaan. Het bepaalde in lid 2 is voor deze wijziging niet van toepassing. De voorgaande conclusie betekent dat de instructieregels in artikel 5.9 en artikel 5.10 op deze wijziging niet van toepassing zijn. Instructieregel artikel 5.11 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Motivering Met deze wijziging wordt ontwikkeling van activiteiten in landelijk gebied mogelijk gemaakt.
Er is daarnaast sprake van consolidering en actualisering van de bestaande hoofdactiviteiten en uitbreiding met geluidsarme activiteiten. Dat betekent dat het plan gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. 25 18 mei 2026
Conclusie Dit TAM-omgevingsplan geeft geen aanleiding tot het opnemen van een bepaling als bedoeld in de betreffende instructieregel. Instructieregel artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: (…). Deze wijziging bevat geen uitbreiding van het bestemmingsvlak Sport of het bestemmingsvlak Verkeer. Er worden beperkt nieuwe (sport-)functies of activiteiten toegedeeld. Overige toegelaten functies zoals ondergeschikte horeca en dienstverlening zijn ook nu al toegestaan. Het sportpark voorziet in een behoefte waarvoor weinig tot geen locaties elders beschikbaar zijn of geschikt te maken zijn. Dit plan ziet op het consolideren en actualiseren van een schaarse locatie die bestendigd wordt. De aanwezigheid van deze bestaande locatie voor deze specifieke functies is beleidsmatig en juridisch verankerd in gemeentelijk en provinciaal beleid, en daarmee een passende locatie in deze omgeving.
Conclusie Het opstellen van een specifieke ontwikkelingsrichting als bedoeld in de instructieregel is niet noodzakelijk. Instructieregel artikel 5.13 Maatwerk voor verplaatsing van functies en activiteiten Deze instructieregels vereisen (onder meer) omgevingskwaliteitswinst te behalen, in gevallen van verplaatsing van functies of activiteiten in Landelijk Gebied, maar ook in andere gevallen waarin een bouw- of gebruiksactiviteit daar mogelijk wordt gemaakt. Motivering Zoals uit het voorgaande reeds is gebleken heeft deze wijziging geen betrekking op een verplaatsing van functies en activiteiten en treden ten aanzien van de bestaande gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden enkele veranderingen op. Conclusie Deze instructieregel is niet van toepassing op deze wijziging.
26 18 mei 2026
5.2.4 Kwaliteitsverbetering landschap Indien de projectlocatie buiten bestaand stedelijk ligt, moet aangegeven worden hoe met artikel 5.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (regeling kwaliteitsverbetering landschap) wordt omgegaan. De tegenprestatie moet passen binnen de regionale afspraken. Deze afspraken staan hieronder verwoord. Het regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost-Brabant. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen.
Afspraken toepassingsbereik De notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. • bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van •
toepassing; bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: o o o
cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap