CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen - Motivering

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen27.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

.

49/81

voldaan aan de regels die horen bij bodembedreigende activiteiten en grondverzet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).Het aspect bodem staat het planvoornemen niet in de weg. Explosieven en oorlogsresten De locatie is grotendeels onverdacht; blauwe cirkels verdacht van achtergelaten en gedumpte klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten en geschutsmunitie 2-15 cm; rode markering verdacht. Zie afbeelding.

Figuur 6-4 Mogelijk verdachte gebieden verdacht van achtergelaten en gedumpte klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten en geschutsmunitie 2-15 cm

Als buiten de blauwe en rode gebieden wordt gebleven is geen onderzoek nodig. Met grondwerk binnen blauwe en rode gebieden dient middels bevoegde opsporingsinstanties te worden afgestemd wat het meest pragmatisch is op basis van naoorlogse verstoring en beoogde werkzaamheden. Conclusie Het voornemen maakt aannemelijk dat de bodemkwaliteit op het terrein van Sportpark Nieuw Zevenbergen geschikt is en blijft voor het huidige en toekomstige gebruik. Uit eerdere bodemonderzoeken blijkt dat de bodem overwegend schoon is, met slechts lichte verhogingen van metalen en olie, zonder dat sanering nodig is. Er zijn geen actuele risico’s voor mens of milieu.

18 mei 2026

.

50/81

Omdat de functie van het plangebied (sport) niet wijzigt is een afweging van de bodemkwaliteit niet noodzakelijk. Bodem is wel van belang voor huidige en toekomstige bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten binnen het plangebied. Daarbij dient te worden voldaan aan de regels die horen bij bodembedreigende activiteiten en grondverzet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).Het aspect bodem staat het planvoornemen niet in de weg. Er zijn geen aanwijzingen voor ontplofbare oorlogsresten, en er worden geen nieuwe risicovolle installaties of tanks toegevoegd. Door de iets hogere gebruiksintensiteit kan de kans op kleine lekkages iets toenemen, maar het risico op structurele vervuiling blijft zeer klein. Het aspect bodem staat het planvoornemen niet in de weg. Zie mer-beoordeling voor uitgebreider onderzoek

6.8

Geur (afd. 5.1.4.6 BKL)

Voor het aspect geur is beoordeeld of het plan kan leiden tot een relevante verandering van de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige functies. Daarbij is aangesloten bij de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering (2024). Op basis van deze handreiking geldt voor eventuele geur veroorzakende activiteiten een richtafstand van 100 meter tot geurgevoelige functies, zoals woningen. Het plan maakt geen nieuwe geur veroorzakende activiteiten mogelijk. De hoofdactiviteiten binnen Sportpark Nieuw Zevenbergen bestaan uit motorcross, karting en schietsport. Deze activiteiten worden niet aangemerkt als structureel geurbelastend in de zin van de VNG-handreiking. Eventuele geurbronnen beperken zich tot incidentele emissies als gevolg van verbrandingsmotoren (brandstofgebruik bij motorcross en karting) en ondergeschikte ondersteunende activiteiten, zoals beperkte horeca en technisch onderhoud. Het plan voorziet wel in een wijziging van het gebruik van bestaande activiteiten, met name door een aanpassing van openingstijden en een gewijzigde verdeling tussen trainingen en wedstrijden. Hierdoor kan de frequentie waarmee geur in de omgeving waarneembaar is, in beperkte mate veranderen.

De aard van de activiteiten blijft echter planologisch ongewijzigd, en er is geen sprake van een toename van structurele geurbronnen of van activiteiten die op grond van hun karakter als geurhinderlijk moeten worden aangemerkt. Gelet op: • het ontbreken van nieuwe of zwaardere geur veroorzakende activiteiten; • de bestaande afstand tot geurgevoelige functies; • het feit dat het plan past binnen de geldende richtafstand van 100 meter uit de VNG-handreiking; • en de borging via bestaande planregels voor ondergeschikte horeca en voorzieningen, wordt geconcludeerd dat geen relevante verslechtering van de geursituatie optreedt ten opzichte van de referentiesituatie. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het plan zal leiden tot een planologisch onaanvaardbare geursituatie of tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat in de omgeving. Het aspect geur leidt daarmee niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen in de zin van het Omgevingsbesluit. Aanvullend onderzoek naar geur is dan ook niet noodzakelijk.

18 mei 2026

.

51/81

6.9

Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (afd. 5.1.5 BKL)

De voorgenomen brengt enkele wijzigingen met zich mee die invloed hebben op het landschap, de cultuurhistorie en de archeologische waarden in het gebied. Deze aspecten zijn beoordeeld op basis van bestaande beleidskaders, gebiedskennis en de geldende wet- en regelgeving. Landschap De verplaatsing van de entree naar de westzijde van het terrein, met een directe aansluiting op de N329, zorgt voor een vrijwel volledige ontlasting van de Zevenbergseweg. Hierdoor verbetert de beleving en toegankelijkheid van het aangrenzende bosgebied Herperduin, wat ten goede komt aan de natuurontwikkeling en recreatieve kwaliteit. Het terrein behoudt zijn overwegend groene karakter. De bestaande bebouwing kan (deels) worden vernieuwd of vervangen, waardoor het geheel een meer verzorgde en samenhangende uitstraling krijgt. De aanpassingen sluiten aan bij het streefbeeld uit de Nota Landschapsbeleid Oss en dragen bij aan een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Het landschappelijk effect van de planwijziging wordt daarom als positief beoordeeld.

Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit Aan dit TAM-omgevingsplan liggen de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten ten grondslag: • opnemen van een bouwvlak voor gebouwen; • geen gebouwen toegestaan buiten het bouwvlak, eventueel wel bouwwerken, geen gebouw zijnde; • gebouwen zijn niet toegestaan ter plaatse van bestaande parkeerplaatsen, tenzij het verlies aan parkeerplaatsen elders op de locatie Sportpark Nieuw Zevenbergen wordt gecompenseerd; • gebouwen worden zoveel mogelijk geconcentreerd gesitueerd; • de gezamenlijke oppervlakte van alle gebouwen mag niet meer zijn dan 5.000 m2; • de goothoogte van een gebouw is ten hoogste 4,5 m, de bouwhoogte van een gebouw is ten hoogste 11 m; • voor bouwwerken geen gebouwen zijnde is de oppervlakte ten hoogste 25 m2; de maximum bouwhoogte varieert afhankelijk van de aard van het bouwwerk: • de bouwhoogte van terreinafscheidingen is ten hoogste 2 m; • de bouwhoogte van tribunes, bruggen, stellages en dergelijke is ten hoogste 6 m; • de bouwhoogte voor palen, lichtmasten en vlaggenmasten is ten hoogste 10 m; • de bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, is ten hoogste 4 m; • de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is ten hoogste 500 m2.

18 mei 2026

.

52/81

Gebouwen zijn alleen met een omgevingsvergunning toegestaan, waarbij niet alleen aan de voornoemde maatvoering moet worden voldaan, maar waarbij ook de volgende aspecten worden beoordeeld: • de gezondheid en/of sociale veiligheid in relatie tot de fysieke leefomgeving; • de bescherming van infrastructuur, natuur, landschap, milieu, water en bodem; • het reclamebeleid van de gemeente Oss; • de bereikbaarheid (ook voor hulpdiensten), verkeersveiligheid en de parkeersituatie en parkeercapaciteit. Het plangebied is in het welstandsbeleid van de gemeente Oss aangewezen als welstandsvrij gebied. Landschappelijke inpassing: De kwaliteitsverbetering wordt (deels) gerealiseerd op eigen terrein, waarvoor een landschapsplan is opgesteld, zie bijlage. De inrichting van het terrein is echter nog niet volledig uitgewerkt. Afhankelijk van de exacte locatie van nieuwe gebouwen, voorzieningen en de routing op het terrein, kan de landschappelijke inpassing verder worden uitgewerkt. Als blijkt dat de beoogde kwaliteitsverbetering niet volledig op eigen terrein kan worden gerealiseerd, wordt voor het resterende deel een financiële bijdrage geleverd aan het groenfonds. Ter borging hiervan is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Cultuurhistorie Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oss zijn er in en rond het plangebied geen beschermde gebouwen of landschappelijke elementen aanwezig. De beleving van de historische Zevenbergseweg en de aangrenzende padenstructuur in Herperduin verbetert door de landschappelijke inpassing en de ontlasting van verkeer. Dit betekent dat een beperkt deel van de oorspronkelijke weginfrastructuur verdwijnt. Per saldo wordt het effect op cultuurhistorische waarden beoordeeld als licht negatief, vanwege deze doorsnijding. Archeologie De gemeente moet bij het vaststellen van een (omgevings)plan rekening houden met het belang van het behoud van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Deze monumenten worden bij voorkeur in situ (ter plekke) behouden. en archeologisch monument is een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Een aantoonbaar te verwachten archeologisch monument is een op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument. In april 2024 is het archeologiebeleid van de gemeente Oss opnieuw door de gemeenteraad vastgesteld.

Dit beleid bestaat uit een beleidsnota en geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten. De kaarten zijn voorzien van een uitgebreide toelichting en motivering.

18 mei 2026

.

53/81

De kaarten zijn opgesteld door RAAP, een onderzoeks- en adviesbureau voor archeologie, cultuurhistorie en erfgoed. De verwachtingskaarten geven inzicht in de bekende en verwachte aanwezigheid van archeologische waarden. In de bijbehorende rapportage heeft RAAP de verwachtingen gemotiveerd.

Figuur 6.5 Overzicht archeologische waarden

Binnen de gemeente Oss wordt al 50 jaar professioneel archeologisch onderzoek gedaan. De kaarten van RAAP zijn zeer gedetailleerd en opgesteld op basis van deze vele archeologische onderzoeken, bodemverstoringsinformatie, bodemkundige en historische informatiebronnen. Deze kaarten voldoen daarmee aan het hierboven geformuleerde uitgangspunt van aantoonbaar in de bodem te verwachten archeologie. Om de verwachtingskaarten ook te kunnen gebruiken op beleidsmatig niveau zijn deze kaarten vervolgens vertaald naar een archeologische beleidskaart. Kortweg geeft deze kaart aan waar en wanneer er rekening moet worden gehouden met archeologie. Het plangebied ligt in een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen het bestaande motorcrossterrein is de bodem echter al grotendeels verstoord, waardoor daar geen archeologisch relevante resten meer worden verwacht en geen nader onderzoek noodzakelijk is. Voor de uitbreidingszone aan de zuid- en zuidwestzijde geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 100 m² en dieper dan 0,30 meter een archeologisch onderzoek verplicht is. Het deel tussen het circuit en de N329 (de driehoekige groene locatie) is reeds in 2016 door middel van proefsleuvenonderzoek onderzocht en vrijgegeven. Op dit deel is geen aanvullend onderzoek meer nodig.

18 mei 2026

.

54/81

Conclusie De landschappelijke effecten worden als positief beoordeeld. Er treedt een beperkt negatief effect op cultuurhistorische waarden op, door de aanpassing van de Zevenbergseweg, en geen aantasting van archeologische waarden mits de gebruikelijke onderzoeksverplichtingen bij graafwerkzaamheden worden gevolgd. De aspecten landschap, cultuurhistorie en archeologie vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

6.10 Behoud van ruimte voor toekomstige functies en huidige staat van werken (afd. 5.1.5 BKL) Binnen het plangebied hoeft geen rekening te worden gehouden met de volgende beperkingengebieden: • reservering voor auto(snel)wegen, spoorwegen, rijksvaarwegen • buisleidingen • militaire gebieden • elektriciteitsvoorzieningen • communicatievoorzieningen • landelijke fiets- en wandelroutes.

6.11 Toegankelijkheid van de openbare (buiten)ruimte (afd. 5.1.8 BKL) De locatie en de daar te verrichten activiteiten zijn op dit moment voldoende toegankelijk voor personen met een functiebeperking. Op dit punt worden geen wijzigingen verwacht en is het niet nodig hierover specifieke regels in dit plan op te nemen.

18 mei 2026

.

55/81

6.12 Verkeer en parkeren (geen onderdeel BKL) Verkeer Voor het aspect verkeer is gebruikgemaakt van het verkeersonderzoek naar de nieuwe ontsluiting van het terrein, waarin bereikbaarheid, verkeersveiligheid en parkeerbalans zijn beoordeeld. Op werkdagen en in het weekend leidt de toename van verkeersstromen door activiteiten op het Sportpark niet tot knelpunten op de N329 of omliggende wegvakken, ook niet in het scenario voor 2040. Tijdens piekdagen met grote evenementen (circa 3.500 bezoekers) ontstaan maximaal 2.500 tot 3.000 extra verkeersbewegingen, maar dankzij de overcapaciteit op de N329 kan dit verkeer goed worden afgewikkeld. Geluidsarme activiteiten veroorzaken slechts een beperkte verkeersgeneratie. De nieuwe aansluiting verbetert de verkeersveiligheid doordat het aantal voertuigkilometers afneemt, meer kilometers worden gereden over een veilige 80 km/h-weg met gescheiden rijrichtingen en de Zevenbergseweg wordt ontlast, wat de veiligheid voor fietsers en wandelaars vergroot. Het aantal ongevallen zal hierdoor naar verwachting dalen. Parkeren Uitgangspunt is dat parkeren tijdens de diverse activiteiten plaatsvindt op het sportpark. Tijdens regulier gebruik parkeren rijders en bezoekers op hun eigen paddock, waarvoor de bestaande afmetingen toereikend zijn. Bij gewone wedstrijden wordt gebruikgemaakt van het parkeerterrein in de zuidwesthoek.

Voor grote internationale wedstrijden is aanvullende parkeerruimte nodig. Deze kan deels worden gerealiseerd op de kartbaan (circa 500 plaatsen) en op weiden aan de zuidzijde van het Sportpark (circa 500 plaatsen), waardoor de totale capaciteit uitkomt op ongeveer 1.560 plaatsen. Indien nog meer ruimte nodig is, kan aanvullend worden uitgeweken naar andere locaties op het terrein, waaronder de kartbaan. Het is niet realistisch om voor deze incidentele gevallen permanent extra parkeerruimte beschikbaar te houden.

Figuur 6-6 Parkeerplaatsen en rijrichtingen SNZ

18 mei 2026

.

56/81

Voor een goede doorstroming bij grote evenementen is het noodzakelijk om een bufferruimte bij de afrit te creëren, verkeersregelaars in te zetten en het verkeer te verdelen over de beschikbare terreinen. Het afsluiten van terreinen zodra de capaciteit is bereikt voorkomt opstoppingen. Bij grote evenementen wordt gewerkt met eenrichtingsverkeer en geen tweerichtingsverkeer op de aansluiting met de N329. Voor de schietvereniging verandert de parkeersituatie niet. Conclusie Op werkdagen en in het weekend leidt de toename van verkeer door activiteiten op het Sportpark niet tot knelpunten. Ook in referentiejaar 2040 wordt verwacht dat het extra verkeer geen problemen zal veroorzaken. De aanleg van een nieuwe ontsluiting verbetert de verkeersveiligheid door minder voertuigkilometers en een veiligere weg. Voor grote evenementen is extra parkeercapaciteit nodig, er zijn voldoende mogelijkheden om dit te realiseren. Het waarborgen van een goede doorstroming is essentieel om gevaarlijke opstoppingen te voorkomen. Zie bijlagen bij de motivering voor uitgebreider onderzoek

6.13 Natuur en biodiversiteit (afd 3.5 BKL) Algemeen In het kader van de aanpassing van het omgevingsplan is een ook een natuurtoets benodigd. In het verleden is hiertoe reeds een natuurtoets uitgevoerd (Royal HaskoningDHV, 2017). Deze is echter verouderd. Hiernavolgende effectbeoordeling is gebaseerd op de geactualiseerde quickscan, die is bijgevoegd bij het omgevingsplan. Hierbij is gebruikgemaakt van eerdere onderzoeken die zijn opgesteld ten behoeve van het MER 2016, Bestemmingsplan Buitengebied Oss (2020) en de voortgangsrapportages van de afgelopen jaren. Doel van deze actualisatie is om te bepalen of de voorgenomen aanpassingen binnen Sportpark Nieuw Zevenbergen kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of soorten. Hierbij zijn zowel gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuur Netwerk Brabant) als soortenbescherming (beschermde flora- en faunasoorten) beschouwd. Voor de beoordeling van de effecten is uitgegaan van de referentiesituatie, bestaande uit de huidige vergunde activiteiten. De toekomstige situatie omvat zowel het gewijzigde gebruik (o.a. aanpassing rijtijden en inrichting) als de herinrichting van het terrein en de nieuwe aansluiting op de provinciale weg.

De effecten zijn beoordeeld aan de hand van relevante storingsfactoren: geluid, licht, trillingen, stikstofdepositie, versnippering en veranderingen in het ruimtegebruik Gebiedsbescherming Sportpark Nieuw Zevenbergen grenst aan de noord- en oostzijde direct aan het Natuur Netwerk Nederland, dat in Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant (NNB) wordt genoemd, zie ook figuur 5. Dit deel van het NNB staat bekend als Herperduin en bestaat uit een besloten boslandschap (voornamelijk naaldhout) met enkele restanten van bet vroegere heidelandschap (heideveldjes, stuifzandjes en vennen). Langs het Groot Ganzenven groeien onder meer kleine en ronde zonnedauw en veenpluis. De bossen vormen broedgebied voor soorten als havik, sperwer, boomleeuwerik en zwarte specht. Daarnaast komt de das voor in het gebied.

18 mei 2026

.

57/81

Het gebied heeft als doelstelling om op de lange termijn te bestaan uit natuurbossen (voornamelijk berkeneiken- en beuken-eikenbos, struikheideveldjes, stuifzandjes en ongebufferde tot matig gebufferde vennen. Effectbeoordeling Het plan leidt niet tot ruimtebeslag op het NNB waardoor negatieve effecten op oppervlakte en samenhang van het NNB op voorhand kunnen worden uitgesloten. Het plan leidt op dit gebied zelfs tot een kwalitatieve verbetering van het NNB. Doordat het terrein straks direct ontsloten wordt op de N329, neemt de verkeersdruk op de Zevenbergseweg af. Dit komt de samenhang van het NNB ter plaatse ten goede. Mogelijke effecten beperken zich daarmee tot tijdelijke verstoring. Deze tijdelijke verstoring bestaat met name uit geluidsverstoring, zie ook figuur 6. Belangrijk voor geluidsverstoring is het geluidsniveau van 42 dB(a). Bij geluidsniveaus hoger dan 42 dB(a) treedt bij bosvogels verstoring op (Reijnen en Foppen, 2006). De 42dB(a) verstoringscontour blijkt: • Bij grote motorcrosswedstrijden circa 20 meter verder komt te liggen dan de reeds vergunde situatie, zie ook onderstaande figuren; • Bij kartwedstrijden niet afwijkt ten opzichte van de reeds vergunde situatie; • Bij trainingsdagen een verandering kent, waarbij het zwaartepunt, een afname van de contour in oostelijke richting plaatsvindt.

Dit heeft te maken met de afname van toekomstige trainingsuren kart.

Figuur 6-7. Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het NNB (groen).

18 mei 2026

.

58/81

Figuur 4-6. Ligging van de 42dB(A) contouren van de vergunde situatie (paars) en de toekomstige situatie (oranje) voor grote motorcrosswedstrijden.

Figuur 6-8 De 42dB(A) contouren voor de vergunde situatie (geel) en de toekomstige situatie (blauw) bij trainingsdagen Figuur 6-9. Ligging van de 42dB(A) contouren van zowel de vergunde (groen) als toekomstige situatie (roze) voor kartwedstrijden. Figuur 6-10. Ligging van de 42dB(A) contouren van de vergunde situatie (paars) en de toekomstige situatie (oranje) voor grote motorcrosswedstrijden

18 mei 2026

.

59/81

Samengevat is sprake van een afname van de geluidsdruk in de toekomstige situatie, voornamelijk als gevolg van een afname van het aantal trainingsuren voor kart. Bovendien leidt de directe ontsluiting van het terrein op de N329 ertoe dat de verkeersbewegingen over de Zevenbergseweg zullen afnemen. Dit leidt tot een lichte afname van de geluidsdruk op de omgeving. Er is geen sprake van geluidverstoring van wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB-gebied Herperduin. De visuele en lichttechnische effecten van de voorgenomen activiteit zijn beperkt, aangezien het terrein grotendeels omsloten is door bosranden en gedeeltelijke grondwallen. Nachtelijke verlichting is gericht en beperkt in tijd tot de avonden waarop training plaatsvindt (tot uiterlijk 22.00 uur). De Das is met name actief in de schemerperiode en de nacht. Er is daarmee sprake van een beperkte overlap in de actieve periode van de Das waardoor de verstoring minimaal blijft. Samengevat kan op grond van de ligging van het plangebied, de aard van de activiteiten en de genomen maatregelen wordt geconcludeerd dat het plan geen negatieve effecten veroorzaakt op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant. Stikstof Het plangebied ligt niet binnen en grenst niet aan een Natura 2000-gebied, zie ook figuur 9.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Rijntakken en ligt op ruim 15 kilometer hemelsbrede afstand. Overige Natura 2000-gebieden liggen hemelsbreed op meer dan 19 kilometer afstand. Mogelijk relevante storingsfactoren De Effectenindicator zoals aangereikt door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2020) geeft een negentiental mogelijke effecten, de zogenoemde storingsfactoren, waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden ten aanzien van in Natura 2000-gebieden beschermde waarden. Op basis van deze storingsfactoren worden de effecten op de Natura 2000-gebieden in de omgeving beoordeeld. De afstand van de Natura 2000gebieden tot het plangebied is dusdanig groot dat voor de meeste storingsfactoren op voorhand kan worden uitgesloten dat deze zullen optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit. Dit als gevolg van het gegeven dat emissies van bijvoorbeeld geluid, licht en trillingen, als gevolg van tussenliggend landgebruik als wegen en woonkernen, in combinatie met de afstand ter plaatse van geen enkel Natura 2000gebied nog waarneembaar zijn. Daarnaast vinden geen ingrepen plaats die effect hebben op grondwaterstanden of de waterhuishouding van Natura 2000-gebieden dan wel leiden tot verzoeting, verzilting of vernatting van deze gebieden.

De voorgenomen activiteit grijpt dan ook niet in op het regionale grondwater of watersystemen waar enig Natura 2000-gebied onderdeel van is. Effecten ten gevolge van vrijwel alle in de Effectenindicator opgenomen storingsfactoren zijn dan ook op voorhand uitgesloten. De enige storingsfactoren waarvan op voorhand niet duidelijk is of deze relevant zijn, zijn verzuring en vermesting door N-depositie (stikstofdepositie) uit de lucht. Verzuring en vermesting wordt daarom nader behandeld in onderstaande effectbeoordeling. Effectbeoordeling stikstof In opdracht van de gemeente Oss heeft Haskoning een stikstofonderzoek uitgevoerd in het kader van het omgevingsplan. De Natura 2000 gebieden liggen op meer dan 15 km

18 mei 2026

.

60/81

van het sportpark; de Beschermde Natuurmonumenten liggen op meer dan 19 km van het sportpark. Gezien deze grote afstand is voor de beoordeling van de effecten alleen het aspect stikstofdepositie van belang. Bij het berekenen van de stikstofdepositie voor zowel de huidige (vergunde) situatie als de referentiesituatie is gebruikgemaakt van de AERIUS Calculator versie 2025 (publicatiedatum oktober 2025). Deze versie bevat de meest recente inzichten uit metingen en wetenschappelijk onderzoek over stikstofuitstoot en -neerslag en is wettelijk verplicht voor toestemmingverlening voor activiteiten met mogelijke invloed op Natura 2000-gebieden.

Figuur 6-11 ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebied

Uitgangspunten De hoofdactiviteiten op Sportpark Nieuw Zevenbergen bestaan uit motorcross- en kartingactiviteiten welke plaatsvinden op diverse dagen en onder te verdelen zijn in trainingen en wedstrijden. Daarnaast is er een schietbaan aanwezig voor schietactiviteiten. Naast deze kernactiviteiten vinden in beperkte mate nevenactiviteiten plaats, onder andere de inzet van hulpdiensten, klein transport, diesel aangedreven voertuigen (bijv. tactoren) voor wegslepen en baanonderhoud. Als gevolg van de activiteiten op het terrein vinden er ook verkeersbewegingen van de rijders, de bezoekers en ondersteunend personeel van en naar het sportpark plaats. Het Sportpark Nieuw Zevenbergen is voornemens om wijzigingen in aantal, samenstelling en tijdsduur van haar activiteiten door te voeren. Deze wijzigingen zorgen voor een permanente wijziging in de hoeveelheid stikstofuitstoot.

18 mei 2026

.

61/81

Naast de wijzigingen in de activiteiten zal ook het sportpark worden heringericht en wordt er een nieuwe afslag gerealiseerd vanaf de provinciale weg. Tijdens de werkzaamheden worden divers, brandstof aangedreven, materieel (o.a. graafmachines, betonmixers, bouwkranen etc.) ingezet. Onderbouwing stikstofeffecten en voortoets Natura 2000 n.a.v actualisatie stikstofonderzoek Gedurende het opstellen van het omgevingsplan is op meerdere momenten gerekend aan stikstofemissies en -depositie. Uit het stikstofonderzoek van Haskoning (september 2025) bleek destijds dat er geen bijdrage (0,00) van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden optrad als gevolg van het plan. Dit betrof zowel de aanlegfase als de beoogde toekomstige gebruiksfase. Ter verificatie van deze resultaten is eind november 2025 een actualisatieberekening uitgevoerd op basis van de meest recente versie van de AERIUS Calculator. Op basis van die berekening blijkt dat sprake is van een minimale bijdrage van stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar in één leefgebiedtype binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. In alle overige habitattypen en leefgebiedtypen treedt geen effect op. Bij deze actualisatie zijn geen wijzigingen aangebracht in de uitgangspunten voor het omgevingsplan (de voorgenomen activiteiten en toevoeging van een nieuwe ontsluiting op de N329).

De geconstateerde bijdrage is daarom uitsluitend het gevolg van aanscherpingen in het rekenmodel van AERIUS en niet van feitelijke wijzigingen in het project of van extra emissiebronnen. Om de significantie van de bijdrage te beoordelen is een wettelijk verplichte voortoets uitgevoerd. Deze voortoets is door Kleijberg Ecologie opgesteld (kenmerk KE419-01, d.d. 5 december 2025) en is bijgevoegd als onderdeel van dit onderzoek. De resultaten uit het stikstofonderzoek zijn bijgevoegd als onderdeel van de motivering van het omgevingsplan. Resultaten Om de significantie van deze bijdrage te beoordelen is een verplichte voortoets uitgevoerd door Kleijberg Ecologie (kenmerk KE419-01, d.d. 5 december 2025). Uit deze voortoets blijkt het volgende: • De berekende bijdrage van stikstofdepositie is zeer gering (maximaal 0,01 mol N/ha/jaar) en beperkt zich tot een klein deel van één leefgebiedtype binnen Natura 2000-gebied Rijntakken. De omvang van zowel de ruimtelijke begrenzing als de hoogte van de bijdrage blijft ruim onder niveaus waarbij enige vorm van ecologische respons verwacht mag worden. Het betreft daarmee een lokaal en marginaal effect, dat binnen de natuurlijke variatie van atmosferische depositie valt. • De bijdrage is onvoldoende om meetbare effecten te veroorzaken op vegetatie, habitatstructuren of ecologische functies van stikstofgevoelige habitattypen.

Dergelijke effecten treden pas op bij substantieel hogere en langdurig optredende deposities, terwijl hier sprake is van een minimale bijdrage die geen invloed heeft op processen zoals bodemchemie of concurrentieverhoudingen tussen soorten. • De depositie veroorzaakt geen veranderingen in biomassa-opbouw, groeisnelheid van planten, of in processen van verzuring en nutriëntenbeschikbaarheid. De bijdrage blijft ver onder de drempelwaarden waarbij effecten op bodem-pH of

18 mei 2026

.

62/81

•

•

nutriëntbalansen kunnen worden verwacht. Hierdoor worden bodemcondities, mineralenhuishouding en groeiplaatsfactoren niet beïnvloed. De soortensamenstelling en kwaliteit van habitattypen en leefgebieden blijft onveranderd. De bijdrage is ecologisch niet in staat om verschuivingen te veroorzaken in bijvoorbeeld dominantiepatronen, de aanwezigheid van karakteristieke soorten of de stabiliteit van vegetatiestructuren. Ook worden habitatfuncties voor fauna niet aangetast, omdat geen veranderingen optreden in vegetatiestructuur, voedselaanbod of microhabitats. Significante gevolgen zijn uitgesloten, ook wanneer wordt gekeken naar cumulatieve effecten met andere projecten. De voortoets toont aan dat de zeer beperkte bijdrage geen optelsom vormt die een ecologisch relevante verandering kan veroorzaken. In combinatie met de afwezigheid van effecten op ecosysteemprocessen en habitatkwaliteit kan met zekerheid worden gesteld dat het project geen invloed heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Rijntakken.

Tijdens de aanlegfase is er geen sprake van een tijdelijke bijdrage van stikstofdepositie (0,00 mol N/ha/j). Hiermee kunnen negatieve effecten op omliggende Natura 2000gebieden tijdens de aanlegfase op voorhand worden uitgesloten. Bij de concretisering van de werkzaamheden en de uiteindelijke vergunningverlening zal moeten blijken dat deze voldoen aan de geldende vergunningskaders voor de bescherming van natuur, milieu en landschap, zoals opgenomen in het TAM-omgevingsplan. Conclusie stikstof Op grond van de zeer beperkte stikstofbijdrage (0,01 N/ha/jaar) en het uitblijven van ecologisch relevante effecten kan worden geconcludeerd dat het plan geen risico vormt voor de kwaliteit, instandhouding of ontwikkeling van de betrokken Natura 2000habitattypen. De geringe bijdrage van stikstof leidt niet tot aantasting van Natura 2000waarden. Dit blijkt uit de verplichte ecologische voortoets die als gevolg van de stikstofberekeningen is opgesteld. Daarmee zijn significante gevolgen met zekerheid uitgesloten, ook in cumulatie met andere projecten. Het project is daarmee vergunbaar binnen het geldende wettelijke kader. Soorten en houtopstanden In dit onderdeel is de (mogelijke) aanwezigheid van onder de Omgevingswet beschermde soorten beschreven en wordt voor de aanwezige habitats beoordeeld of ze geschikt zijn voor onder de Omgevingswet beschermde soorten.

Tevens is per soort(groep) een effectbeoordeling opgenomen en worden eventuele vervolgstappen beschreven. Voor de uitgebreide onderzoekbeschrijving wordt verwezen naar het natuuronderzoek, bijgevoegd bij het omgevingsplan. •

Vaatplanten Binnen het plangebied zijn mogelijk groeiplaatsen aanwezig van dennenorchis en kluwenklokje, beide wettelijk beschermde soorten. De habitatomstandigheden (droog zand, bosranden, extensief grasland) zijn geschikt. Effect: Bij aanleg van de ontsluiting op de N329 kunnen groeiplaatsen worden vergraven of beschadigd. Conclusie: Nader onderzoek vereist naar daadwerkelijke aanwezigheid van deze soorten.

18 mei 2026

.

63/81

•

Grondgebonden zoogdieren In de omgeving zijn waarnemingen bekend van o.a. bunzing, das, eekhoorn, steenmarter, wezel en mogelijk hermelijn. Het plangebied biedt geschikt habitat voor deze soorten, vooral in ruigtes, bosranden en zandige delen. Effect: Ontgraving van geluidswallen en kap van bomen voor de N329-ontsluiting kunnen leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen en mogelijk doding of verstoring (art. 11.54 Bal). Conclusie: Vergunning plichtige activiteit is mogelijk; aanvullend onderzoek nodig.

•

Vleermuizen Er is potentieel geschikt habitat aanwezig voor boom- en gebouwbewonende soorten (zoals gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis). De westelijke bomenrij vormt mogelijk een vliegroute tussen Herperduinen en Maashorst. Effect: Kap van bomen en wijziging/verplaatsing van gebouwen kan leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen en verstoring van vliegroute (art. 11.46 Bal). Conclusie: Mogelijke overtreding van het Bal; nader vleermuisonderzoek vereist.

•

Broedvogel Het plangebied biedt geschikt biotoop voor algemene broedvogels (merel, houtduif, roodborst) en mogelijk jaarrond beschermde soorten (buizerd, havik, sperwer, huismus, kerkuil). Effect: Kap van bomen en sloop/verplaatsing van gebouwen kunnen leiden tot vernietiging of verstoring van nesten (art. 11.37 Bal). Conclusie: Werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren; bij aanwezigheid jaarrond beschermde nesten geldt vergunningsplicht.

•

Vissen Er zijn geen beschermde vissoorten aangetroffen; aanwezige wateren staan niet in verbinding met andere waterlichamen. Effect: Geen. Conclusie: Negatieve effecten uitgesloten.

•

Amfibieën Waarnemingen in de omgeving van o.a. heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad en Alpenwatersalamander. Open wateren en zandige delen vormen geschikt habitat. Effect: Werkzaamheden kunnen leiden tot verlies van leefgebied en doding van dieren (art. 11.46/11.54 Bal). Conclusie: Nader onderzoek noodzakelijk; mogelijk vergunningplicht.

•

Reptielen Geschikt leefgebied aanwezig voor hazelworm en levendbarende hagedis. Effect: Aanleg van ontsluiting kan leiden tot verlies van leefgebied en doding van dieren (art. 11.54 Bal). Conclusie: Aanvullend onderzoek vereist; mogelijk vergunningplicht.

18 mei 2026

.

64/81

•

Ongewervelde diersoorten Potentieel geschikt habitat voor grote vos en gevlekte witsnuitlibel; andere zeldzame soorten niet verwacht. Effect: Geen negatieve effecten; bomen rond open water blijven behouden. Conclusie: Geen aanvullende maatregelen nodig.

•

Rode Lijst-soorten Binnen en rond het plangebied zijn geen Rode Lijst-soorten vastgesteld. Effect: Geen. Conclusie: Geen effecten.

•

Houtopstanden Het gebied ligt buiten de bebouwingscontour van Oss, waardoor §11.3 Bal van toepassing is. Effect: Kapmelding verplicht bij Gedeputeerde Staten en herbeplantingsplicht binnen 3 jaar. Conclusie: Kapmelding en eventuele gemeentelijke vergunning noodzakelijk.

Aanvullend onderzoek Met de voorgenomen ontsluiting van het plangebied op de N329 dienen meerdere bomen gekapt te worden. Ook is men voornemens om vervanging en/of verplaatsing van een deel van de bestaande bebouwing mogelijk te maken. Als gevolg hiervan kunnen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van een aantal soorten worden beschadigd en vernietigd. Geadviseerd wordt om aanvullend veldonderzoek uit te voeren in het voorjaar en de zomerperiode om aanwezigheid en gebruik van het terrein met zekerheid vast te stellen. Indien tijdens dit onderzoek beschermde verblijfplaatsen worden aangetroffen, dient vergunningverlening te worden uitgevoerd binnen de kaders van de Omgevingswet (omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit en het treffen van mitigerende en eventueel ook compenserende maatregelen). De te treffen maatregelen kunnen pas na het verkrijgen van de resultaten van het nader onderzoek tot in detail worden uitgewerkt. Soortgroep

Beschermde soorten

Functie

Vaatplanten

Dennenorchis kluwenklokje

Groeiplaatsen (bosranden)

Grondgebonden zoogdieren

Bunzing, das, hermelijn, steenmarter, eekhoorn, wezel,

18 mei 2026

en

Vaste rusten voortplantingsplaatsen (struwelen, tussen boomwortels) en foerageergebied

Relevante maatregelen/ aandachtspunten Markeren en ontzien van groeiplaatsen

Geen kap of vergravingen in het voorjaar en de zomer; behoud houtwallen

.

65/81

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis Boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil, huismus, kerkuil, wespendief, ooievaar, roek

Vaste rusten voortplantingsplaatsen (bomen en gebouwen) en vaste vliegroute

Amfibieën

Alpenwatersalamander, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad

Reptielen

Levendbarende hagedis, hazelworm

Ongewervelden

Grote vos, witsnuitlibel

Vaste rusten voortplantingsplaatsen (open wateren) en overwinteringshabitat (vergraafbaar zand, tussen boomwortels, onder plaatmateriaal) Vaste rusten voortplantingsplaatsen (bosranden en heiden) en overwinteringshabitat (tussen boomwortels, onder plaatmateriaal) Vaste rusten voortplantingsplaatsen (wilgen en open wateren) en overwinteringshabitat (holle bomen en open wateren)

Vogels

gevlekte

Vaste rusten voortplantingsplaatsen (bomen en gebouwen) en foerageergebied

Werken buiten het vleermuisactieve seizoen (buiten periode van half april tot november), gebruik van vleermuisvriendelijke verlichting Niet werken binnen 75 meter van nesten, werken buiten broedseizoen.

Geen verstoring van poelen; behoud voortplantingswater; ecologische begeleiding bij graafwerk, plaatsen amfibiewerende schermen Grondwerk buiten actieve periode; behoud struweel

Behoud wilgen, holle bomen en natuurlijke oeverzones;

Conclusie soorten en houtopstanden Het plangebied bevat potentieel geschikt habitat voor diverse beschermde planten- en diersoorten. Met name de ingrepen voor de ontsluiting op de N329 (kap, ontgraving, bebouwingswijziging) kunnen leiden tot vernietiging of verstoring van beschermde soorten. Voor meerdere soortgroepen is nader onderzoek en mogelijk een ontheffing of vergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Zie bijlagen bij de motivering voor uitgebreider onderzoek

18 mei 2026

.

66/81

6.14 Toetsing Besluit mer en mer-beoordeling Uit Hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit volgt dat voor activiteiten die belangrijke nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben, er een procedure in het kader van de milieueffectrapportage (mer) moet worden doorlopen. Zo kan het milieubelang volwaardig worden meegenomen in de besluitvorming. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn in één lijst zowel de mer-plichtige als de merbeoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. Zoals in de inleiding benoemd, is in 2016 een milieueffectrapportage opgesteld voor het voornemen van Nieuw Zevenbergen. Op basis van het 'oude recht' was er toen de planmer-plicht voor het bestemmingsplan. Gekeken naar de duiding van de ontwikkelingen is er onder de Omgevingswet geen sprake meer van een directe plan-mer-plicht. Er is sprake van een plan-mer-beoordelingsplicht voor zowel de voor de ontwikkelingen op Sportpark Nieuw Zevenbergen als voor de realisatie van de ontsluitingsweg. De grondslag voor de mer-beoordelingsplicht voor dit plan wordt gevormd door bijlage V van het Omgevingsbesluit, onderdeel M6: Permanente race- of testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. Uit kolom 3 volgt dat voor aanleg, wijziging of uitbreiding hiervan de mer- beoordelingsplicht geldt. Uit kolom 2 blijkt dat in dit geval geen directe mer-plicht van toepassing is.

In hoofdstuk 3 van de toelichting is het voornemen beschreven om de ontsluiting van het circuit te wijzigen. Die wijziging past reeds in het omgevingsplan tijdelijke deel. Daarom hoeft het omgevingsplan hiervoor niet gewijzigd te worden. Om uit te sluiten dat het plan en de wijziging van de ontsluiting juridisch wordt gezien als het 'opsplitsen' van een samenhangende activiteit, zijn de effecten van de gewijzigde ontsluiting betrokken bij de voorliggende mer-beoordeling. De grondslag voor de mer-beoordelingsplicht voor het wijzigen van de ontsluiting wordt gevormd door bijlage V van het Omgevingsbesluit, onderdeel J1: Wegen. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg geldt, op grond van kolom 3, de merbeoordelingsplicht. De drempelwaarden die in kolom 2 zijn opgenomen worden niet overschreden. De inhoud van de hiervoor beschreven paragrafen zijn verkorte uitwerkingen van de uitgebreidere teksten in de bijgevoegde mer-beoordeling en omgevingsplanonderzoeken. Conclusie mer-beoordeling In de mer-beoordeling is een integrale beschouwing gegeven van de kenmerken van het plan en de mogelijke milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling van Sportpark Nieuw Zevenbergen. Deze beoordeling biedt het bevoegd gezag – de gemeente Oss – de benodigde onderbouwing om te bepalen of het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk is.

De beoordeling is uitgevoerd conform Bijlage II van de SMB-richtlijn en de artikelen 11.1 van het Omgevingsbesluit en 16.36 van de Omgevingswet. Daarbij zijn zowel de kenmerken van het plan als de aard, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten beschouwd. Uit de analyses volgt dat de effecten overwegend lokaal en beperkt van omvang zijn en geen belangrijke nadelige gevolgen veroorzaken voor het milieu. Het plan behelst een actualisatie van de activiteiten op het terrein, de modernisering van gebouwen en een nieuwe ontsluiting op de N329. De meeste effecten treden binnen het bestaande plangebied op en blijven binnen de geldende milieukaders.

18 mei 2026

.

67/81

Samengevat zijn de resultaten als volgt: •

•

•

•

•

•

•

•

•

Verkeer en ontsluiting: De nieuwe aansluiting op de N329 vermindert de verkeersdruk op de Zevenbergseweg en verhoogt de verkeersveiligheid. Ook in de toekomstige situatie (2040) ontstaan geen knelpunten. Geluid: De geluidbelasting blijft binnen de bestaande geluidzone (50 dB(A)). De meeste woningen blijven onder de vergunde waarden; alleen bij één woning treedt een lichte toename op, binnen de norm. Wel kan de hoorbaarheid van activiteiten toenemen, wat vraagt om borging van gebruiksuren en monitoring in het omgevingsplan. Luchtkwaliteit: De concentraties NO₂, PM₁₀ en PM₂.₅ blijven ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden. Vanaf 2030 gelden strengere EU-normen; lokaal kan NO₂ iets boven deze toekomstige norm uitkomen, maar dit hangt niet samen met de activiteiten van het sportpark. Externe veiligheid: Er worden geen nieuwe risicovolle bronnen toegevoegd. De opslag van munitie en propaan blijft binnen de veiligheidsafstanden uit het Bal. De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft bevestigd dat de wijzigingen geen nadelige invloed hebben op veiligheid, zelfredzaamheid of bestrijdbaarheid. Water: Het terrein voldoet aan de doelen van waterschap Aa en Maas voor een klimaatbestendig watersysteem. Regenwater infiltreert lokaal; de waterbergingsopgave als gevolg van de extra verharding wordt gecompenseerd binnen het bestaande systeem.

Er ontstaan geen waterknelpunten of negatieve effecten op grond- of oppervlaktewater. Bodem: De bodemkwaliteit is schoon tot licht verontreinigd en geschikt voor huidig en toekomstig gebruik. Er is geen saneringsnoodzaak. Bodemzorgplicht en lekdichte voorzieningen waarborgen behoud van kwaliteit. Natuur: Uit het ecologisch onderzoek en de ecologische voortoets blijken geen significante effecten op Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten (stikstofdepositie = 0,01 mol N/ha/jr). Het plan leidt niet tot verlies van natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant en verbetert de ecologische samenhang door minder verkeersdruk. Wel zijn aanvullende soortonderzoeken en mitigerende maatregelen vereist voor vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Landschap, cultuurhistorie en archeologie: De verplaatsing van de entree naar de N329 versterkt de beleving van het bosgebied Herperduin en vermindert verkeersdruk. Archeologisch vooronderzoek is alleen noodzakelijk bij ingrepen > 100 m² en > 0,30 m diep, buiten de reeds vrijgegeven zones. Duurzaamheid: Het plan draagt bij aan de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Oss door elektrificatie van voertuigen, inzet van zonnepanelen, hergebruik van materialen en vermindering van CO₂-uitstoot door kortere rijafstanden.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van Sportpark Nieuw Zevenbergen leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De milieueffecten zijn lokaal, beheersbaar en vallen binnen de wettelijke milieukaders. De cumulatieve effecten met andere ontwikkelingen zijn verwaarloosbaar. Wel blijven enkele aandachtspunten en onzekerheden relevant: • Stikstof: de bijdrage van 0,01 N/ha/jaar is niet significant op basis van de ecologische voortoets. Bij wijziging van rekenmethodiek of regelgeving kan

18 mei 2026

.

68/81

• •

•

aanvullende onderbouwing vereist zijn. Ook dienen bij vergunningverlening de stikstofberekeningen mogelijk te worden aangevuld Natuur: uitvoeren van aanvullende soortonderzoeken en toepassing van mitigerende maatregelen voorafgaand aan de uitvoering van plannen. Geluid: Het onderzoek toont aan dat de geluidbelasting van het sportpark binnen de wettelijke normen blijft. De bestaande geluidzone hoeft niet te worden vergroot en de geluidniveaus blijven binnen de grens van 50 dB(A). Wel is het zo dat omwonenden het geluid van motoren en karts vaker zullen horen, omdat er meer trainingsuren en wedstrijddagen komen. Dat kan ertoe leiden dat mensen het geluid vaker opmerken, ook al blijft het binnen de wettelijke grenzen. Archeologie: naleving van gemeentelijke richtlijnen bij bodemverstoringen.

Mits deze mitigerende maatregelen en borgingen worden toegepast, is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen. De mer-beoordeling wordt daarmee als afdoende beschouwd voor de wijziging van het omgevingsplan; het opstellen van een volledig milieueffectrapport (MER) is niet noodzakelijk.

18 mei 2026

.

69/81

7

Haalbaarheid

7.1

Wettelijk kostenverhaal

Het plan faciliteert de bouw van nieuwe (hoofd-)gebouwen. In theorie kan er dus sprake zijn van wettelijk kostenverhaal. Hiervoor worden in dit TAM-omgevingsplan geen regels opgenomen, omdat de gemeente kostendrager van dit plan is.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het TAM-omgevingsplan voor Sportpark Nieuw Zevenbergen is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met verschillende betrokken partijen. De totstandkoming van het plan is onderdeel van een langer lopend traject. De omgevingsdialoog heeft als doel gehad om belangen, aandachtspunten en zorgen van omwonenden en betrokken organisaties vroegtijdig in beeld te brengen en te verwerken in het ontwerp-TAMomgevingsplan. Proces en werkwijze De gemeenten Oss, Bernheze en Maashorst voeren gezamenlijk de omgevingsdialoog uit, waarbij de gemeente Oss namens de drie gemeenten het proces coördineert. De dialoog is vormgegeven via een klankbordgroep en aanvullende informatiebijeenkomsten voor overige belanghebbenden. Klankbordgroep Al geruime tijd functioneert de Klankbordgroep Nieuw Zevenbergen als vast overlegorgaan. In deze groep zijn vertegenwoordigd: Dorpsraad Berghem, bewoners van ’t Mun en Zevenbergseweg, Stichting Nieuw Zevenbergen, SRMV Berghem, Circuitpark Berghem, Schietvereniging BSVV, Coöperatie Bedrijventerrein Vorstengrafdonk en IVN. De klankbordgroep heeft input geleverd over onder meer het gebruik van het terrein, geluid, verkeer, ontsluiting, natuurwaarden en de communicatie met de omgeving. De bijeenkomsten zijn voorbereid en gefaciliteerd door de gemeente Oss, die tevens zorgde voor de verslaglegging. De verslagen zijn openbaar gemaakt via de gemeentelijke website.

Voorafgaand aan behandeling door de colleges heeft de klankbordgroep advies uitgebracht over het concept-ontwerp TAM-omgevingsplan; dit advies maakt deel uit van de formele besluitvorming. Andere belanghebbenden Naast de klankbordgroep zijn ook andere belanghebbenden betrokken via een inloopbijeenkomst op 12 november 2025. Tijdens deze bijeenkomst konden inwoners van Oss, Bernheze en Maashorst kennisnemen van het concept-ontwerp TAM-omgevingsplan en hun reacties kenbaar maken. De inbreng is samengevat en verwerkt in het ontwerpTAM-omgevingsplan, dat samen met een verslag van de bijeenkomst (zie bijlage) aan de drie colleges en raden wordt voorgelegd. Partners en bestuurlijke afstemming Tijdens de voorbereiding is overleg gevoerd met: • •

Provincie Noord-Brabant, toetsing van de ontsluiting op de N329 en afstemming over procedures; Rijkswaterstaat, betrokken bij de beoordeling van de aansluiting op de provinciale weg;

18 mei 2026

.

70/81

• •

Gemeenten Bernheze en Maashorst, afstemming over de geluidzone die deels over hun grondgebied ligt; Stichting Nieuw Zevenbergen, overleg over gebruiksuren, openingstijden en randvoorwaarden voor de renovatie van gebouwen;

7.3

Samenvatting en verwerking van ontvangen reacties

Tijdens de dialoog en consultatie zijn diverse reacties ontvangen vanuit IVN, Vorstengrafdonk, Dorpsraad Berghem en omwonenden, Provincie Noord Brabant, OBDN, Waterschap Aa en Maas en Stichting Nieuw Zevenbergen. De reacties zijn gebundeld, beoordeeld en – waar mogelijk – verwerkt in het plan. Het concept ontwerp TAM-omgevingsplan is voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Ook is het concept ontwerp TAM-omgevingsplan voorgelegd aan Dorpsraad Berghem. De afstemming met de ketenpartners heeft het volgende opgeleverd. Provincie Noord-Brabant In het kader van afstemming met ketenpartners heeft de gemeente het concept ontwerp TAM-omgevingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft hierop als volgt gereageerd. Samengevat: Algemene beoordeling De provincie stelt vast dat het plan niet voldoet aan de eisen voor kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals voorgeschreven in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Omdat de bebouwing fors toeneemt (van circa 960 m² naar 5.000 m²), geldt dat het project een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap moet realiseren. Het project valt onder categorie 3-ontwikkelingen, waarvoor die verbetering verplicht is. Advies Water en Bodem De afdeling Water en Bodem geeft aan dat het plan onvoldoende aandacht besteedt aan de waterhuishouding.

Het huidige ontwerp toont niet aan dat het project geen netto verdroging veroorzaakt. Zij adviseren het plan verder uit te werken met maatregelen die de waterbalans verbeteren. Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen: •

Het gebied ligt nabij de attentiezone waterhuishouding en het Natuurnetwerk Brabant (NNB), en is geschikt voor infiltratie van hemelwater. Het plan bevat echter nog te weinig infiltratiemaatregelen.

•

De toename van verhard oppervlak moet volgens de compensatieregeling van het waterschap op eigen terrein worden gecompenseerd (bijv. via wadi’s, onverharde zones of afvoer naar de bestaande poel).

•

Er wordt geadviseerd om een voorzuivering toe te passen om vervuiling van afstromend water te voorkomen.

18 mei 2026

.

71/81

•

De analyse van de grondwaterstand is te beperkt: de provincie vraagt om te onderzoeken waar het water in de bestaande poel vandaan komt, omdat die mogelijk te diep is en daardoor onnodig grondwater verdampt — wat strijdig is met het vernattingsdoel van het omliggende gebied.

Reactie gemeente Oss: deze onderdelen zijn overgenomen en verwerkt in de motivering en mer-beoordeling. Omgevingsdienst Noord-Brabant (OBDN) De omgevingsdienst Noord-Brabant (OBDN) heeft advies gegeven op het concept omgevingsplan. De ODBN-beoordeling concludeert dat het omgevingsplan in eerste instantie nog onvoldoende milieu-technisch is onderbouwd. Vooral de aspecten geluid, monitoring, externe veiligheid en planregels vragen nadere uitwerking of verduidelijking voordat het plan juridisch en milieuhygiënisch houdbaar is. Reactie gemeente Oss: het advies is uitgebreid overgenomen en verwerkt in het omgevingsplan, de motivering en mer-beoordeling voor SNZ Oss. Dat ziet met name op de onderdelen geluid, externe veiligheid en de planregels. Waterschap Aa en Maas Het waterschap heeft op 29 oktober 2025 aangegeven dat er geen ruimtelijke waterschap belangen van toepassing zijn binnen het plangebied. Wel wordt aangegeven dat in de motivering een magere beschrijving is opgenomen van het waterschapsbeleid. Het waterschap heeft verzocht om de volgende tekst te verwerken in de motivering. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen.

Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • •

schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;

18 mei 2026

.

72/81

• •

de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Reactie gemeente Oss: Naar aanleiding van de reactie van het waterschap is de motivering aangepast. Er is een weging van het waterbelang opgesteld bij het omgevingsplan, waar in zowel de motivering als mer-beoordeling naar wordt gerefereerd.

Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 28 oktober 2025 het volgende advies gegeven: U hebt de Veiligheidsregio Brabant Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept TAM-omgevingsplan Sportpark Nieuw Zevenbergen gemeente Oss. Het betreft een actualisatie van de activiteiten op het sportpark waar lawaaisporten (motorcross en karting) al zijn toegestaan en in het plan wordt uitgegaan van een nieuwe ontsluiting op de N329. Het plangebied ligt gedeeltelijk in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de A50 en A59. Daarnaast zijn er twee risicovolle activiteiten in het plangebied aanwezig, de opslag van munitie voor de schietvereniging en de opslag van propaan. De wijziging leidt echter niet tot wijzigingen in het risicoprofiel en heeft geen negatieve invloed op de mate van zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid. Om deze reden zien wij geen aanleiding voor het geven van advies voor omgevingsveiligheid. Naast omgevingsveiligheid kijkt de veiligheidsregio ook naar de reguliere mogelijkheid van het bestrijden van incidenten. Hiervoor zijn in voorliggend plan geen aandachtspunten. Reactie gemeente: Het advies van de Veiligheidsregio is verwerkt in paragraaf 6.1 van deze motivering. Het advies geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Dorpsraad Berghem Dorpsraad Berghem is via de wijkcoördinator en de klankbordgroep geïnformeerd.

18 mei 2026

.

73/81

Klankbordgroep Het advies van de klankbordgroep is bijgevoegd bij de motivering. Het advies is samengevat als volgt: De klankbordgroep is verdeeld in haar oordeel over het concept-ontwerp voor Sportpark Nieuw Zevenbergen. Er is geen gezamenlijk advies: natuur- en bewonersorganisaties brengen een negatief advies uit, terwijl de gebruikers van het sportpark en het bedrijventerrein Vorstengrafdonk een voorwaardelijk (gedeeltelijk positief) advies geven. De groep vraagt de gemeenten Oss, Bernheze en Maashorst om voordat het plan besluitrijp is, nadrukkelijk aandacht te besteden aan: • • • • •

het doorvoeren van de vijf randvoorwaarden uit 2010 (geluid, milieu, natuur, verkeersveiligheid, samenwerking gemeenten); onderbouwing van geluid en gebruiksuren; natuur- en stikstofeffecten; verkeersontsluiting en parkeren; en een zorgvuldige vertaling van deze punten in het plan

Reactie gemeente Oss: De input van de klankbordgroep heeft geleid tot extra onderbouwing en beperkingen op milieu en gebruik: Geluid en gebruiksuren De opmerkingen van bewoners en IVN over geluid zijn meegenomen in het geactualiseerde akoestisch onderzoek. • •

• •

Er is een motivering opgenomen waarom geen tonale toeslag wordt toegepast, conform jurisprudentie en landelijke handleiding. De geluidsonderzoeken zijn uitgebreid met duiding van het voornemen, brongegevens, inzicht in modellen, cumulatieve effecten en tonaliteit. Ook is ingegaan op de subjectieve effecten van geluid als gevolg van het planvoornemen Geluidseffecten zijn opgenomen als onderdeel van de effectstudie in een geactualiseerd natuuronderzoek De geluidzone is niet opnieuw berekend op basis van actuele brongegevens, gemeten vermogens en realistische bedrijfsuren, maar wel heroverwogen in het geluidsonderzoek. Ook is afgestemd met omliggende gemeenten Maashorst en Bernheze over het toepassen van hogere waarden.

Natuur en biodiversiteit De kritiek op onvoldoende aandacht voor natuurwaarden is geadresseerd via het natuuronderzoek en de m.e.r.-beoordeling, waarin: • • •

de effecten op het Natuur Netwerk Brabant en Herperduin zijn beoordeeld; is geconcludeerd dat er geen significante effecten optreden en dat het plan beperkte vernieuwing binnen bestaande contouren betreft; ten behoeve van het landschappelijk ontwerp wordt geadviseerd om te richten op vergroening, beplanting en grondlichamen ter verbetering van de overgang naar het bosgebied.

18 mei 2026

.

74/81

Water en bodem De opmerkingen van de provincie en IVN over waterhuishouding en infiltratie zijn volledig verwerkt. • •

De motivering bevat een uitgebreidere beschrijving van het Waterbeheerplan 2022–2027 en de Waterschapsverordening Aa en Maas. Er is nu expliciet vastgelegd dat hemelwater op eigen terrein infiltreert (via wadi’s of poel), dat een voorzuivering wordt aanbevolen, en dat het plan geen netto verdroging veroorzaakt.

Verkeer en ontsluiting De herhaalde zorg over verkeersveiligheid en parkeren is opgepakt: • •

•

De nieuwe ontsluiting via de N329 is nu expliciet benoemd in de motivering en verkeersonderbouwing. De ontlasting van de Zevenbergseweg is onderbouwd met verkeersonderzoek, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wensen van bewoners en het bedrijventerrein Vorstengrafdonk. Parkeren wordt in de motivering volledig op eigen terrein geborgd, met een scenario voor piekdagen.

Landschap en kwaliteitsverbetering Naar aanleiding van de provinciale en klankbordadviezen is de paragraaf over kwaliteitsverbetering van het landschap aangescherpt: •

•

De mogelijk gemaakte toename van bebouwing is als categorie 3-ontwikkeling aangemerkt, waarvoor een tegenprestatie moet worden ingezet voor landschappelijke versterking. Er is vastgelegd dat groene inpassing, beplanting en zichtlijnbehoud onderdeel vormen van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

7.4

Vervolg en juridische procedure

Na afronding van de dialoog hebben de colleges van burgemeester en wethouders besloten de ontwerp TAM-omgevingsplannen ter inzage te leggen. Dit heeft plaatsgevonden van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026. Tijdens deze periode hebben de gemeenten Bernheze, Maashorst en Oss op 12 januari 2026 een gezamenlijke inloopbijeenkomst georganiseerd over het ontwerp TAMomgevingsplan. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen. Op 13 januari 2026 heeft Dorpsraad Berghem een omgevingsdialoog voor de inwoners van Berghem georganiseerd over het ontwerp TAM-omgevingsplan. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen.

18 mei 2026

.

75/81

Vaststellingsprocedure Iedereen kon het ontwerp TAM-omgevingsplan met bijbehorende stukken gedurende zes weken, van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026, in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerp TAM-omgevingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en het Gemeenteblad van 17 december 2025 en op www.oss.nl. Van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026 kon iedereen zijn zienswijze over het ontwerp TAM-omgevingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen. Er zijn 15 zienswijzen naar voren gebracht. Alle indieners konden hun zienswijze mondeling toelichten bij de Hoorcommissie Wijzigen Omgevingsplan. Dit hebben 5 indieners gedaan. De zienswijzen zijn inhoudelijk beoordeeld en beantwoord in de ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen over het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen’. Deze nota maakt integraal onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit TAM-omgevingsplan. In het TAM-omgevingsplan zijn diverse wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd naar aanleiding van nadere afstemming, geactualiseerde onderzoeken en ingediende zienswijzen. Deze aanpassingen hebben zowel betrekking op de planregels, de motivering als de bijbehorende onderzoeken en bijlagen. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=57400e68-32cc-4266-8224-dcf68f2aeb4a