Bijlage_11_Vooronderzoek_Ontplofbare_Oorlogsresten__Bombs_Away__2024_
Tekst van het document
Kaartmateriaal De Library and Archives of Canada (LAC) Ottawa, de Laurier Military History Archive (LMH) Waterloo en het Kadaster (KAD) Zwolle beschikken over een grote collectie (historisch) kaartmateriaal. Zo bezit het LAC een groot aantal Defence Overprints, die gezamenlijk het gros van het Nederlandse grondgebied dekken. Ook bevatten de collecties geallieerde stafkaarten en historische topografische kaarten. In de volgende tabel zijn de uit het LAC, LMH en het Kadaster geraadpleegde kaarten weergegeven: Collectie LAC KAD
2.7
Kaartnaam 11NW_Kerkdriel Topografische kaart
Datum 10 januari 1945 1943
Luchtfoto’s Een essentieel onderdeel van het Vooronderzoek Conflictperiode OO is de analyse van luchtfoto’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn, met name door geallieerde luchtstrijdkrachten, veel luchtfoto’s genomen van onder andere bezet Nederland. Aan het begin
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
23
van de Tweede Wereldoorlog stond de (geallieerde) luchtfotografie nog in de kinderschoenen, maar tegen het einde was het uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de oorlogsvoering. Luchtfoto’s werden niet alleen gebruikt om schade van een bombardement (damage assessment) vast te stellen, maar ook werden hele militaire campagnes op basis van luchtfoto’s gepland. Na de Tweede Wereldoorlog is een flink aantal (geallieerde) luchtfoto’s vernietigd, maar het merendeel is overgedragen aan archieven en andere publieke instellingen. In Nederland zijn er twee organisaties die beschikken over een collectie geallieerde luchtfoto’s, namelijk Wageningen UR (WAG) te Wageningen en het Kadaster (KAD) te Zwolle. Tevens bezit het Spoorwegmuseum te Utrecht enige relevante luchtfoto’s. In het buitenland beheren National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh, The National Archives and Records Administration (NARA) te College Park, Maryland (VS) en het Laurier Military History (LMH) Archive te Canada de belangrijkste luchtfotocollecties van de Tweede Wereldoorlog. Voor dit onderzoek zijn luchtfoto’s uit deze collecties geraadpleegd en zijn relevante luchtfoto’s (op basis van kwaliteit, schaal en beschikbaarheid van datum) besteld. Voor meer informatie over deze luchtfoto’s wordt verwezen naar paragraaf 3.8.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
24
3 RESULTATEN INVENTARISATIE 3.1
Inleiding Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de inventarisatie en raadpleging van de bronnen zoals die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Op basis van de verzamelde gegevens is een chronologisch overzicht opgesteld van het verloop van de Tweede Wereldoorlog in en nabij het onderzoeksgebied. Bronverwijzingen en eventuele bijzonderheden zijn toegelicht in de voetnoten. Voor de vertaling naar een locatie in de huidige topografie zijn locatieverwijzingen uit bronnen ongewijzigd overgenomen in de gebeurtenissenlijst. GIS maakt de eventuele vertaling naar de huidige benaming en tekent de betreffende verwijzing in de kaart. Onduidelijke of onbetrouwbare locatieverwijzingen zijn gemeld in de gebeurtenissenlijst, maar niet in de kaart ingetekend. Oorlogshandelingen waarvan geen precieze locaties bekend zijn (bijvoorbeeld wel een straatnaam, maar geen huisnummer), zijn ingetekend als lijn of als vlak, afhankelijk van wat er van deze handeling bekend is. Indicaties met RAP-nummer en weergegeven op kaart Elke relevante gebeurtenis heeft een uniek nummer, een zogenaamd ‘RAP-nummer’ dat als volgt is opgebouwd: • • •
De aanduiding “RAP”; Een getal met zes cijfers: datum van de gebeurtenis (jj/mm/dd); Een letter: volgletter om verschillende gebeurtenissen op dezelfde datum te scheiden.
Dit RAP-nummer heeft als doel om de in de literatuur en archieven gevonden indicaties te kunnen herleiden naar de kaarten en andersom. Het RAP-nummer is om die reden ook weergegeven in het (digitale) kaartmateriaal. Mijnenvelden en MORA's/UO’s De MORA’s, UO's en de mijnenvelden en op landmijnen verdachte gebieden krijgen geen RAPnummer, omdat deze indicaties in het EOD-archief al een eigen uniek nummer bezitten. De mijnenvelden zijn eveneens genummerd op basis van een eigen uniek nummer van de toenmalige MMOD. Het eerste gedeelte van het nummer correspondeert met het nummer van de stafkaart waarop het mijnenveld of het op landmijnen verdacht gebied is ingetekend, het tweede gedeelte betreft de aanduiding van het mijnenveld op de kaart. De letter G (German) of A (Allied) geeft aan of het een Duits of geallieerd mijnenveld/verdacht gebied betrof. MORA’s/UO’s hebben een eigen nummer dat is vastgesteld door de EOD, bestaande uit acht cijfers: de eerste vier zijn het jaar en de andere vier een volgnummer.
Coördinaten van het Modified British System Bij het intekenen van de indicaties van oorlogshandelingen aan de hand van informatie afkomstig uit The National Archives (TNA UK) in de inventarisatiekaart, is gebruik gemaakt van de coördinaten zoals deze werden vermeld in de geraadpleegde interpretation reports en de daily logs (dagboeken) van verschillende eenheden van de Britse strijdkrachten. Bombs Away B.V. raadpleegt voor het onderzoek minimaal de stukken van de 2nd TAF en Fighter Command. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt gemaakt van het ‘Modified British System’ (MBS) voor het nauwkeurig lokaliseren van doelen in Europa, door zowel Britse als Amerikaanse troepen. West-Europa werd verdeeld in een aantal vlakken, waarbij Nederland werd ingedeeld in het gebied genaamd de ‘Nord de Guerre zone’. Binnen deze zone zijn de gebieden verdeeld aan de hand van vlakken van 500 vierkante kilometer, die de benaming
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
25
krijgen van een letter. Deze vlakken zijn vervolgens opnieuw onderverdeeld in vlakken van 100 vierkante kilometer, die tevens een letter hebben. Binnen deze vakken zijn er afsluitend een xas (west-oost) en y-as (noord-zuid) die benoemd worden aan de hand van getallen. 2 De coördinaten van de relevante kaartvierkanten zien er dan als volgt uit: qE.4452, qE.4552, qE.4453, qE.4553, qE.4454. De eerste (kleine) letter slaat op het vlak van 500 vierkante kilometer, de tweede (grote) letter slaat op het vlak van 100 vierkante kilometer en de vier cijfers zijn af te lezen aan de x-as en y-as. Dit punt ligt vervolgens in de onderste linkerhoek van een vlak van 1 vierkante kilometer. Dit vlak kan gezien worden als het doel van een operatie. In het geval dat een coördinaat zes cijfers heeft, is er binnen het vak van 1 vierkante kilometer een vak van 100 bij 100 meter aangeduid. In het geval dat een coördinaat acht cijfers heeft, is er binnen het vak van 1 vierkante kilometer een vak van 10 bij 10 meter aangeduid.
Afbeelding 3: De ligging van het onderzoeksgebied binnen het ‘Nord de Guerre zone’-grid.
Indicaties zonder RAP-nummer en niet weergegeven op kaart Indien een in de geraadpleegde bronnen aangetroffen indicatie van een oorlogshandeling niet kan worden ingetekend, is dit eveneens in de tekst aangegeven. In het onderstaande overzicht staan de redenen weergegeven voor het niet intekenen van indicaties van oorlogshandelingen: • • • •
2
[Locatie onbekend]. Op basis van de geraadpleegde bronnen kan de locatie van de oorlogshandeling niet worden vastgesteld; [Buiten onderzoeksgebied]. Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat de oorlogshandeling buiten de contouren van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden; [Historische context]. De indicatie betreft een uitleg van de historische context, zoals troepenverplaatsingen of de bezettings- en bevrijdingsdatum van een gemeente; [Niet OO gerelateerd]. Oorlogshandeling waarbij geen OO zijn ingezet.
https://www.echodelta.net/mbs geeft tekst en uitleg en beschikt over een coördinaten vertaler.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
26
3.2
Situatie onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog In de geraadpleegde bronnen wordt de locatie van oorlogshandelingen omschreven aan de hand van lokale objecten en het landschap. In de onderstaande afbeelding is het onderzoeksgebied weergegeven op een stafkaart uit 1943, om de geografische en topografische ligging te kunnen vaststellen. Het onderzoeksgebied beslaat een groot gedeelte van de polder Brand en lag ten westen van de kern van Oss, tussen de Oosten Akkers, de Brandpolder, Heihoek, Amsteleind en Lage Kamp. Het spoor Geffen-Oss liep op de zuidgrens van het onderzoeksgebied en aan de westgrens lag gemeente Geffen.
Afbeelding 4: Onderzoeksgebied weergegeven op een stafkaart uit 1943. Bron: Topotijdreis.nl
3.3
Mobilisatieperiode In de periode april 1939 – april 1940 werden de Nederlandse strijdkrachten in verschillende fasen gemobiliseerd. Aanleiding was de dreigende oorlog in Europa. In deze periode werden de verschillende onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht onder de wapenen geroepen en werd een begin gemaakt met het aanleggen van verdedigingslinies, voorbereidingswerkzaamheden ten behoeve van inundaties, mijnenvelden, versperringen, etc. Voor deze periode zijn er in de geraadpleegde bronnen geen relevante gegevens gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied in relatie tot OO.
3.4
Meidagen 1940 In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse grondeenheden vanuit het grensgebied Nederland binnen, terwijl Duitse parachutisteneenheden in West-Nederland landden. Bij Kornwerderzand en bij de Grebbelinie werden de Duitse grondstrijdkrachten staande gehouden en in het westen van Nederland vochten Nederlandse eenheden tegen de Duitse parachutisten. Na het bombardement op Rotterdam door Duitse luchtmachteenheden besloot het Nederlandse opperbevel te capituleren. Alleen in Zeeland werd nog doorgevochten door Nederlandse en Franse eenheden. 11 mei 1940
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
27
Tussen 07.00 en 08.00 uur arriveerden de eerste Duitse troepen in gemeente Oss. Het betrof een motorbrigade. 3 [Historische context] 3.5
Duitse bezettingsjaren Direct na de Duitse inval werd Nederland met enige regelmaat getroffen door (kleinschalige) geallieerde bombardementen. Deze bombardementen waren met name gericht op havens, infrastructuur, industriegebieden en vliegvelden. Vanaf 1943 – de geallieerde luchtmachten werden steeds sterker – vonden steeds meer grotere en zwaardere bombardementen plaats op vliegvelden, havens en industriegebieden in Nederland. Later werden veel bomaanvallen door jachtbommenwerpers uitgevoerd, onder andere door de Britse 2nd TAF, om de logistieke aanvoerlijnen van de Duitse bezetter te onderbreken. Voorts werd in opdracht van de Duitse bezetter in 1942 begonnen met de bouw van de Atlantikwall in het Nederlandse kustgebied. 19 augustus 1941 Volgens een melding van de Luchtbeschermingsdienst van Oss zou rond 03.33 uur een vliegtuig zijn neergestort in de “Oostsche of Geffersche Polder” [Locatie onbekend]. Hierbij was een zware explosie gehoord, die vermoedelijk van een bom afkomstig was. Ook waren op de grond talrijke brandende lichtkogels aangetroffen die tijdens de crash waren afgeworpen. In de dagen na de crash werd er naar brandbommen gezocht, aangezien deze niet allemaal gevonden waren.4 Noot: Er is geen vliegtuigcrash in de wijde omgeving van Oss op deze datum aangetroffen in SGLO.
De melding is in een onduidelijk handschrift geschreven, waardoor niet alle informatie in de melding leesbaar was. Ook de Britse Bomber Command melt geen crashes of vermissingen boven Nederland in deze nacht.5 Op deze dag werd daarnaast een onderzoek ingesteld naar een mogelijke Duitse bom van een zwaar kaliber die sinds de meidagen van 1940 op de Kruisenbeemd zou liggen. De bom zou in het zevende perceel, ongeveer 200 meter rechts van de weg liggen op een diepte van anderhalf à twee meter. De veldwachter bevestigde dat er een onontplofte bom lag en raadde aan deze zo spoedig mogelijk te verwijderen in verband met naderende landbouwwerkzaamheden. 6 [1,2 km buiten onderzoeksgebied] 29 september 1941 De bom aan de Kruisenbeemd van de gebeurtenis van 19 augustus 1941 werd door Duitse militairen verwijderd. [1,2 km buiten onderzoeksgebied] Ook werd een Duitse bom aan de Korenbeemd verwijderd [2,4 km buiten onderzoeksgebied].7 4 februari 1943 Een groot aantal (circa 200) uitgebrande brandbommen werd aangetroffen op zes percelen op de grens van Oss en Geffen. Het betrof Britse staafbrandbommen die op 3 februari 1943 om 20.07 uur waren afgeworpen. Ze waren ‘zeer diep ingeslagen’ en kwamen allen tot ontbranding. 8 [RAP_430204A] Noot: er vonden Britse aanvallen plaats op Hamburg, Gilze Rijen, Eindhoven, Meppen met 4 lb. brandbommen.
Het is niet duidelijk of een van deze aanvallen voor de afworp bij Oss heeft gezorgd.9
3
NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 15. BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885. 5 TNA UK AIR 14/2673. 6 BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885. 7 BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885. 8 BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885. 9 TNA UK AIR 14/2676. 4
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
28
Afbeelding 5: De locatie waar de brandbommen zouden zijn neergekomen. Het onderzoeksgebied bevindt zich ten oosten van de afbeelding. Bron: BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
29
3.6
Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Amerikaanse grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zuid-Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden ontzet, waarna kon worden begonnen met de verovering van het Ruhrgebied. Ook staken de geallieerde eenheden de Nederlandse grens in Zeeuws-Vlaanderen over. Operation Market Garden mislukte waardoor Noord-Brabant, Zeeland, Limburg en Gelderland frontgebied werden. Maanden van (grond)gevechten volgden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. In maart 1945 startte de bevrijding van de rest van Nederland waarbij de frontlinie in mei 1945 stil kwam te liggen. Het nog bezette deel van Nederland binnen de zogenaamde Festung Holland werd bevrijd van de Duitse strijdkrachten in Nederland op 5 mei 1945 (de algehele capitulatie). 19 september 1944 Gemeente Oss werd bevrijd door de Britse Cold Stream Guards en de Royal Horse Guards. Er werden kleine materiele verliezen geleden en er kwamen enkele burgers om.
In het centrum van Oss vonden enkele gevechten plaats, maar deze vonden vooral bij het spoor [Buiten onderzoekgebied], de vleesfabrieken van Zwanenberg en Hartog [Buiten onderzoeksgebied] en bij de chemische fabriek Organon [Buiten onderzoeksgebied] en de Pastoor Visserschool [Buiten onderzoeksgebied] plaats. 10 19/20 september 1944 Om 04.00 uur in de nacht van 19 op 20 september 1944 kwamen negentien Duitse militairen Oss weer binnen. Er ontstond een kort maar fel gevecht waarbij twee Duitse en één Britse militair omkwamen.11 [Locatie onbekend] 23 september 1944 Om 18.00 crashte een Britse Short Strirling bommenwerper van 620 Squadron, die meedeed aan een bevoorradingsmissie, oostelijk van De Brand polder bij Oss. Zes bemanningsleden overleefden de crash, van twee inzittenden was het lot onbekend.12 [RAP_440923A]
10
NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 39; 15; BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1242; BHIC, toeg. nr. 7364, inv nr. 1242; Thuring, Vleespotten en koppekotten, 9, 11; Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 131; Lewe, ‘De bevrijding van Oss in dagboeken’, 13; Pieters, ‘Bevrijd maar nog niet vrij’, 7. 11 Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 132. 12 SGLO, T4301 (21-06-2024).
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
30
Afbeelding 6: Foto van Short Stirling die een noodlanding aan het maken is. Tekst achterop: '23-9-1944. Amsteleind. N.W. Oss, brandend uit W. richting. Bron: beeldbankwo2.nl, beeldnummer 173208.
23/24 september 1944 Duitse bewakingstroepen probeerden vanuit Geffen voorraden uit Oss te halen. Toen ze de stad na een gewapend treffen niet konden bereiken werden uit wraak 29 huizen en boerderijen in brand gestoken. De vlammen waren tot in Schaik te zien. 13 [Locatie onbekend] 25 september 1944 Circa 300 Duitse militairen wisten Oss weer binnen te dringen. Zij werden snel weer verdreven maar wisten wel twintig woningen in brand te steken, waarvan er twaalf geheel verwoest werden. Het treffen van deze troepen met de Britse Coldstream Guards (1st Armed Batallion) vond plaats bij de Oude Heescheweg [Circa 2 km buiten onderzoeksgebied] en het mgr. Van den Boerpark[Circa 2,4 km buiten onderzoeksgebied]. Er werd hierbij flink geschoten en er raakten huizen aan de Asterstraat/Florialiastraat beschadigd.[Circa 2,2 km buiten onderzoeksgebied].14 26 september 1944 De Duitse troepen werden definitief uit Oss en de directe omgeving van Oss verdreven door Britse troepen. Hierbij kwamen nog 25 Duitse militairen om. Tot de bevrijding van Den Bosch werd Oss nog wel regelmatig vanuit Geffen met mortieren beschoten. 15 [Historische context] 27 september 1944 Tussen 09.15 en 11.45 uur zagen tien Britse Spitfire jachtbommenwerpers van 83 Group circa 100 ronde gaten aan beide kanten van de weg op kaartcoördinaten qE.445509 en qE.460506 [circa 2,5 km buiten onderzoeksgebied].16 29 september 1944
13
Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 145. BHIC, toeg. nr. 7364, inv nr. 1242; Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 145; Pieters, Bevrijd maar nog niet vrij, 9. 15 Boeijen, Vliegen en vechten bij de Maas, 147. 16 TNA UK AIR 37/715. 14
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
31
Vanuit Oss reden veel zware tanks richting Geffen. De Geffense hei lag onder zwaar Brits geschut [Locatie onbekend].17 11 oktober 1944 In de avond kwamen meerdere granaten in Oss terecht; er vielen geen gewonden.18 [Locatie onbekend] 28-29 november 1944 Er kwamen opnieuw Duitse granaten in Oss terecht. Er vielen doden en gewonden en een aantal huizen raakte beschadigd.19 [Locatie onbekend] 12 december 1944 Er vielen Duitse granaten en bommen in Oss. Er kwam één persoon om het leven. 20 [Locatie onbekend] 21 december 1944 Er vielen minstens twintig Duitse granaten in Oss.21 [Locatie onbekend] 28 januari 1945 Een Amerikaanse B-17 Flying Fortress ‘Bachelor’s Belle’ (serienr. 44-6589) van 96 Bomb Group/ 337 Bomb Squadron stortte om 12.30 uur neer tussen Oss en Lith nadat het door FLAK beschadigd was geraakt. [Precieze locatie onbekend] Acht van de negen bemanningsleden kwamen om. Het is niet bekend hoe laat het toestel opsteeg of waar het heen ging. Het vliegtuig steeg op vanaf Snetterton Heath.22 31 januari 1945 Een V.1 vliegende bom ontplofte in de lucht boven een polder bij Oss, er was veel glasschade. De bom kwam neer in een weiland langs de Ussenstraat, tegenover Ussenstraat 97.
23 [RAP_450131A] 3 februari 1945 Een V.1 vliegende bom kwam neer nabij de grens van Oss en Geffen in het poldergebied ten westen van Oss bij de boerderijen op de Brandstraat, Amsteleind, Vlasstraat en Vierhoekstraat. Het gemeentearchief van Geffen spreekt over de Geffensepolder, 300 meter voorbij de derde boerderij “op den Brand, te Oss, zandweg links in circa 700 meter en uit dien weg circa 500 meter richting Geffen. Gemelde zandweg zou de scheiding vormen van Oss en Geffen” [RAP_450203A]. Er was schade aan de boerderijen aan de Brand, aan woningen op Amsteleind [RAP_450203B], aan de Vlasstraat [Buiten onderzoeksgebied] en aan de Vierhoekstraat [Buiten onderzoeksgebied]. Ook kwam er een tweede V.1 vliegende bom neer op 300 meter ten noorden van de Gewandeweg. [Buiten onderzoeksgebied] 24 22 februari 1945 Om 22.44 uur kwam een V.1 vliegende bom neer in een weiland op 200 meter achter een boerderij aan de Ussenstraat 35. Vier mensen raakten gewond door glasschade [Buiten onderzoekstracé]. Er was ernstige schade aan woningen op de Ussenstraat, Orseleind, Litherweg en Vierhoekstraat.25 [Buiten onderzoeksgebied]
17
Pieters, Bevrijd maar nog niet vrij, 10. Lewe, ‘De bevrijding van Oss in dagboeken’, 28. 19 Lewe, ‘De bevrijding van Oss in dagboeken’, 37. 20 Lewe, ‘De bevrijding van Oss in dagboeken’, 38. 21 Lewe, ‘De bevrijding van Oss in dagboeken’, 39. 22 SGLO, T5172 (21-06-2024). 23 Vergeltungswaffen, V1879 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885. 24 Vergeltungswaffen, V0632 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885; toeg. nr. 1487, inv. nr. 1. 25 BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885; BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1427. 18
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
32
Afbeelding 7: De locatie waar de V.1 van 22 februari 1945 zou zijn neergekomen. Het onderzoeksgebied ligt een kleine twee kilometer buiten deze afbeelding. Bron: BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1427.
26 februari 1945 Een V.1 vliegende bom kwam neer op 50 meter de Kleinussenstraat, op circa 200 meter van de Ussenstraat [RAP_450226A]. Er was dak- en glasschade aan de Ussen [RAP_450226B], Gewandeweg [Circa 800 m buiten onderzoeksgebied], Schelversakker [Buiten onderzoeksgebied] en Orseleind [Buiten onderzoeksgebied].26
26
Vergeltungswaffen, V1116 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1427.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
33
Afbeelding 8: De locatie waar de V.1 van 26 febrauri 1945 zou zijn neergekomen. Het onderzoeksgebied bevindt zich ten westen van deze afbeelding. Bron: BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1427.
8 maart 1945 Een V.1 vliegende bom kwam neer ten noorden van de spoordijk Geffen-Oss, op 500 meter van de grens met Oss [Locatie onbekend]. Er was dak- en glasschade.27 16 maart 1945 De burgemeester van Oss liet weten dat er in de gemeente Oss geen mijnen aanwezig waren. 28 [Historische context] 3.7
Naoorlogse periode – heden Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van OO. In eerste instantie werd door het Militair Gezag (MG) aan de (plaatsvervangende) burgemeesters van de gemeenten gevraagd om een opgave te doen van mogelijk aanwezige landmijnen en munitie. De ruimingen van landmijnen en overige munitie werden in de eerste jaren uitgevoerd door diverse onderdelen waaronder de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD). Vanaf 1948 was de Hulpverleningsdienst (HVD) van het toenmalige Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het ruimen van OO op het land. Tot 1972 heeft de HVD ruimingen uitgevoerd. Het ruimen van OO in Nederland is vanaf die datum weer een verantwoording van het Ministerie van Defensie (EOD). 15 mei 1945 De Burgemeester van Oss plaatste een krantenbericht dat men onmiddellijk moest stoppen met het stelen van munitie uit geallieerde munitieopslagplaatsen. 29 [Historische context]
27
Vergeltungswaffen, V2135 (21-06-2024). BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 307. 29 De Sirene ‘Het stelen van munitie’ (15-05-1945), geraadpleegd via Delpher op 14-08-2023. 28
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
34
1962 Op de plaats waar een warenhuis werd gebouwd werd op 1,70 meter diepte een 40 kg Britse granaat gevonden. De ontsteking was nog intact. 30 [Locatie onbekend] 3.7.1
Mijnenvelden In het mijnenveldarchief van de EODD zijn geen indicaties aangetroffen dat er in het onderzoeksgebied mijnenvelden hebben gelegen.
3.7.2
MORA's/UO's In het archief van de EODD zijn wel relevante MORA’s/UO’s aangetroffen. Er zijn granaten gevonden in het onderzoeksgebied, waaronder 33 granaten die op Amsteleindstraat 126 gemeld zijn. Dit adres is een huis dat er sinds 1915 staat. Het betrof een kist granaten. In onderstaande tabel zijn de relevante MORA's/UO's weergegeven.
UO nummer
Ligplaats
Datum
OO en verschijningsvorm
Bijzonderheden
19761276
Amsteleindstraat
1976-05-06
Geen
19772017
Amsteleindstraat 33
1977-06-16
1x Brisantgranaat (3 inch, mortier, verschoten) 1x Granaat (Kop)
19830668
Amsteleindstraat
1983-03-16
Geen
19830866
Amsteleindstraat 126
1983-04-02
19841076
Amsteleindstraat
1984-04-12
1x Brisantgranaat (3.7 inch, met schokbuis, niet verschoten) 33x Handgranaat (Mills 36), 18x SLP (Mills 36) 1x Steelhandgranaat
19900859
Kleinussenstraat
1990-04-06
1x Rookgranaat (2 inch, mortier)
Geen
19902026
Amsteleindstraat 29
1990-07-30
1x Handgranaat (Mills 36)
Geen
19911692
Amsteleindstraat 33
1991-07-22
Geen
19912667
Amsteleindstraat 128
1991-11-14
19932014
Amsteleindsestraat 29
1993-09-10
20041318
Amsteleindstraat 31
2004-09-09
20050316
Weiland a/d Amsteleindstraat naast nr.33 Oss Amsteleindstraat 29
2005-03-24
2x Scherfhandgranaat (Mills 36), 1x Brisantpatroongranaat (37 mm, niet verschoten) 1x Pantserbrisantgranaatpatroon (2 cm, Duits) 1x Rookgranaat (2 inch, mortier, zonder staartstuk) 1x Scherfhandgranaat (Mills 36, compleet) 1x Lichtgranaat (2 inch, mortier, verschoten), 1x KKM 1x Brisantpantsergranaat; 37 mm (M63) (US) (niet verschoten)
Geen
20110240
3.8
2011
Geen
Betrof een kist granaten Geen
Geen Geen Geen Geen
Luchtfoto-analyse 3.8.1 Keuze van de luchtfoto's Zoals beschreven staat in paragraaf 2.7 is de analyse van luchtfoto’s een essentieel onderdeel van het Vooronderzoek Conflictperiode OO. Voor elk onderzoek worden luchtfoto’s uit de collecties Wageningen UR (WAG), Kadaster (KAD) te Zwolle, Spoorwegmuseum te Utrecht, National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh, The National Archives (TNA UK) te Londen, de National Archives and Records Administration (NARA) en uit het Laurier Military History (LMH) Archive te Canada geraadpleegd en worden relevante luchtfoto’s (op basis van kwaliteit, schaal en beschikbaarheid van datum) besteld. De luchtfoto’s worden besteld op basis van de data van relevante oorlogshandelingen die zijn aangetroffen in de geraadpleegde literatuur en archieven (zie paragrafen 3.2 t/m 3.7). Hierbij is het uitgangspunt om een luchtfoto te bestellen die zo kort als mogelijk is genomen nadat de oorlogshandeling heeft plaatsgevonden, tot maximaal een half jaar nadien. Verstoringen in het landschap en/of aan bebouwing die zijn veroorzaakt door
30
Nieuwe Eindhovense krant, ‘De laatste komt er nooit uit’ (11-05-1963), geraadpleegd via Delpher op 14-08-2023.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
35
OO, zijn in veel gevallen na een half jaar niet meer zichtbaar. Dit geldt voornamelijk voor gebieden die intensief gebruikt worden, zoals stedelijk gebied, wegen, spoorlijnen en landbouwgronden. De geraadpleegde luchtfoto’s uit de verschillende collecties worden vervolgens gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen, zoals schade aan het landschap/gebouwen, kraters, (sporen van) neergekomen vliegtuigen, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, geschut- of wapenopstellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het optimaliseren van de luchtfoto interpretatie wordt gedaan aan de hand van fotobestanden in TIFF in plaats van in JPG en het bestuderen van luchtfoto's in 3D, met de daarbij behorende 3D fotogrammetriesoftware en 3D apparatuur. De luchtfotodekking is te vinden in bijlage 4. In veel gevallen is er met name in de eerste jaren van de oorlog sprake van een leemte in de beschikbare informatie: van delen van het Nederlandse grondgebied is onvoldoende dekking of de kwaliteit 31 van de luchtfoto’s is matig tot slecht, waardoor eventuele indicaties van oorlogshandelingen niet of nauwelijks (meer) zichtbaar zijn. Deze leemte kan van invloed zijn op de uiteindelijke afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. 3.8.2
Classificatie Voor het classificeren van objecten op luchtfoto's zijn door de historisch onderzoekers en de twee luchtfoto-analisten de zogenoemde betrouwbaarheidsniveaus toegepast. Nadat de eerste luchtfoto analyse heeft plaatsgevonden wordt een tweede analist ingeschakeld die de luchtfoto(‘s) opnieuw interpreteert. Dit gebeurt onafhankelijk van de eerste luchtfoto analist, wat inhoudt dat de ingetekende indicaties in eerste instantie niet worden weergegeven in GIS. Pas bij het intekenen van de indicaties wordt gecontroleerd of dit afwijkt van de eerdere interpretatie. Bij discrepanties tussen ingetekende indicaties wordt er overlegd door de eerste en tweede luchtfoto analist (dit kan middels aantekeningen in GIS of in persoon). Wanneer de twee luchtfoto analisten het niet eens kunnen worden over een in te tekenen indicatie, en het raadplegen van een derde luchtfoto analist geen uitkomst biedt, dan krijgt deze indicatie de classificatie ‘mogelijk’ i.p.v. ‘waarschijnlijk’ of ‘bevestigd’. De classificatie ‘bevestigd’ wordt alleen gebruikt wanneer de indicatie is bevestigd door een tweede bron (de eerste luchtfoto interpretatie geldt niet als tweede bron). • • •
Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50% of hoger). Het object is op de kaart ingetekend en indien van toepassing, afgebakend. Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object. Niet in alle gevallen kon op basis van de luchtfoto de oorzaak worden vastgesteld van een object in het landschap of in de bebouwing. Om een verklaring te kunnen geven voor het ontstaan van de verstoring is naar een oorzaak gezocht in de geraadpleegde literatuur en archieven. Indien er geen oorzaak kon worden vastgesteld, is het waargenomen object aangemerkt als 'mogelijk' (betrouwbaarheid lager dan 50%). Voor het georefereren van luchtfoto's wordt gewerkt met ArcGIS. Er worden minimaal 10 punten (GCP’s, ground-controlepoints) gebruikt om de luchtfoto juist op de referentiekaart (Topo RD) te leggen. Om vervormingen op de luchtfoto’s te corrigeren wordt gebruik gemaakt de Second Order Polynomial transformatie-methode. Deze transformatie methode maakt het mogelijk om de luchtfoto waar nodig uit te rekken en te verbuigen.
31
Verschillende definities van de luchtfotokwaliteit: A (goed), B (matig), C (slecht).
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
36
3.8.3
Collec tie
Sortie
KAD
193745Enoor d 7-1445
KAD
Resultaten van de luchtfoto-analyse Voor het huidige onderzoek zijn de volgende luchtfoto’s geanalyseerd (zie tabel). In onderstaande paragrafen worden deze luchtfoto’s verder toegelicht. Foton umme r 70
Datu m
Kwa liteit
Schaal
Luchtfotodekking
Verantwoording keuze luchtfoto
Bijzonderheden
1937
A
Onbekend
Geheel
Vooroorlogs
Geen
4030
12-051944
B
14.000
Alleen noordelijke punt niet Alleen westelijke punt niet Alleen westelijke punt niet Alleen noordelijke punt niet Geheel
Situatie voor bevrijding
Geen
Situatie tijdens bevrijding
Geen
Situatie tijdens bevrijding
Bomkrater
3D, RAP_440923A, situatie na de bevrijding
Geschutinslagen
Ter controle
Geen
Ter controle
Geen
RAP_450131A, RAP_450203A, RAP_450226A Situatie na de capitulatie
V-wapen inslagen
KAD
106G3001
4115
19-091944
A
14.000
KAD
106G2983
4071, 4072
19-091944
A
10.000
NCAP
4001136
3209, 3210
28-091944
A
10.000
LMH
4-1299
4042
B
11.000
KAD
106G3633
2050, 4076
19-111944 25-111944
B
23.000, 9.000
NCAP
16-1917
2061
22-031945
B
62.000
Alleen noordelijke rand niet Geheel
NCAP
3GTUDS099-
6126, 6127
13-071945
B
40.000
Geheel
Geen
Luchtfoto 1937 De luchtfoto van 1937 is geraadpleegd om de vooroorlogse situatie te analyseren. De luchtfoto is van goede kwaliteit (A), heeft een onbekende schaal en dekt het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto 12 mei 1944 De luchtfoto van 12 mei 1944 is geraadpleegd om de situatie voor de bevrijding van het onderzoeksgebied in kaart te brengen. Dit was de eerste beschikbare relevante luchtfoto van degelijke schaal en kwaliteit sinds de vooroorlogse luchtfoto uit 1937. Deze luchtfoto is van matige kwaliteit (B), heeft een schaal van 1:14.000 en dekt het grootste deel van het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto’s 19 september 1944 De luchtfoto’s van 19 september 1944 is geraadpleegd om de situatie tijdens de bevrijding te analyseren. De luchtfoto’s zijn van goede kwaliteit (A), hebben een schaal van 1:14.000 en 1:10.000 en dekken vrijwel het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s is een bomkrater in het onderzoeksgebied waargenomen.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
37
Afbeelding 9: Uitsnede van een luchtfoto va 19 september 1944 met daarop een bomkrater in het onderzoeksgebied. Bron: KAD, sortie. 106G-2983, fotonr. 4071, d.d. 19-09-1944.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
38
Luchtfoto’s 28 september 1944 De luchtfoto’s van 28 september 1944 zijn geraadpleegd om de situatie direct na de bevrijding in kaart te brengen alsmede om de gevolgen van een vliegtuigcrash op 23 september 1944 [RAP_440923A] te analyseren. De luchtfoto’s zijn van goede kwaliteit (A), hebben een schaal van 1:10.000 en dekken vrijwel het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn geschutinslagen in en direct buiten het onderzoeksgebied waargenomen.
Afbeelding 10: Uitsnede van een luchtfoto van 28 september 1944 met daarop geschutinslagen in en buiten het onderzoeksgebied. Bron: NCAP, sortie. 400-1136, fotonr. 3209, d.d. 28-09-1944.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
39
Afbeelding 11: 3D uitsnede van een luchtfoto van 28 september 1944 Bron: NCAP, sortie. 400-1136, fotonr. 3209, 3210, d.d. 28-09-1944.
Luchtfoto 19 november 1944 De luchtfoto van 19 november 1944 is geraadpleegd ter controle, dat wil zeggen om de situatie tussen de luchtfoto’s van 28 september 1944 en 25 november 1944 te controleren op oorlogshandelingen. De luchtfoto is van matige kwaliteit (B), heeft een schaal van 1:11.000 en dekt het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto’s 25 november 1944 De luchtfoto’s van 25 november 1944 zijn geraadpleegd ter controle. De luchtfoto’s zijn van matige kwaliteit (B), hebben een schaal van 1:23.000 en 1:9.000 en dekken vrijwel het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto 22 maart 1945 De luchtfoto van 22 maart 1945 is geraadpleegd om de gevolgen van twee V-wapen inslagen op 31 januari [RAP_450131A] 3 februari [RAP_450203A] en 26 februari 1945 [RAP_450226A] te analyseren. Dit was de eerste beschikbare luchtfoto sinds 25 november 1944. De luchtfoto is van matige kwaliteit (B), heeft een schaal van 1:62.000 en dekt het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn twee inslagpunten van Vwapens op circa 70 en 150 meter buiten het onderzoeksgebied waargenomen.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
40
Afbeelding 12: Uitsnede van een luchtfoto van 22 maart 1945 met daarop twee V-wapen inslagen op 70 en 150 meter buiten het onderzoeksgebied. De inslagen hebben een doorsnede van 8 en 6 meter, maar zijn gezien de locaties die in het gemeentearchief worden genoemd geen bomkraters. Bron: NCAP, sortie. 161917, fotonr. 2061, d.d. 22-03-1945.
Luchtfoto’s 13 juli 1945 De luchtfoto’s van 13 juli 1945 zijn geraadpleegd om de situatie na de capitulatie in kaart te brengen. De luchtfoto’s zijn van matige kwaliteit (B), hebben een schaal van 1:40.000 en dekken het gehele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn geen bijzonderheden waargenomen. 3.9
Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • •
• •
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
41
•
•
•
luchtfoto’s van overwegend matige kwaliteit waren. Bovendien zit er een groot gat tussen de vooroorlogse luchtfoto en de eerstvolgende relevante beschikbare luchtfoto’s van goede schaal van 12 mei 1944, en waren er geen luchtfoto’s van december 1944 en januari en februari 1945 beschikbaar waren, terwijl er in deze periode wel artilleriebeschietingen plaatsvonden; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied. Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve, net als luchtfoto’s, een momentopname weer. De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor, tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd.
Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven.
3.10 Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Op de A1 kaart (losbladig, bijlage 5) zijn ook de corresponderende unieke nummers weergegeven.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
42
Afbeelding 13: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied Amsteleind Oss in de gemeente Oss.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
43
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied (deels) verdacht of onverdacht op OO is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting: •
Verhoogde kans op OO: VERDACHT (bij specifieke meldingen van OO en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van OO) Geen verhoogde kans op OO: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).
•
Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. Als er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld voor elk van het op OO verdachte gebied: • • • • • • • • • 4.2
Indicaties en contra-indicaties van oorlogshandelingen; (Hoofd- en sub-) soort mogelijk aan te treffen OO; Kalibers/ gewichtsklasse van de mogelijk aan te treffen OO; Nationaliteit van de mogelijk aan te treffen OO; Verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO; Type ontstekingsinrichtingen voor de hoofdsoort afwerpmunitie; De hoeveelheid mogelijk aan te treffen OO; De horizontale afbakening van het verdachte gebied; De verticale afbakening van het verdachte gebied.
Indicaties en verdachte gebieden In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat in het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor mogelijk OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven. Daardoor is in (delen van) het onderzoeksgebied sprake van een verhoogde kans op de mogelijke aanwezigheid van OO. In de onderstaande tabel is weergegeven welke oorlogshandelingen hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer Geen
Indicatie Geschutinslagen
Bron Luchtfoto 28 september 1944
Argumentatie Op de luchtfoto van 28 september 1944 zijn negentien geschutinslagen in en rond het onderzoeksgebied waargenomen, waarvan drie binnen het onderzoeksgebied. Er kwamen uit het archiefonderzoek meerdere gebeurtenissen betreffende artillerievuur
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
44
RAP-nummer
Indicatie
Bron
Argumentatie naar voren, maar hier viel geen locatie aan de koppelen. De luchtfoto laat zien dat het onderzoeksgebied geraakt dit is door hoogstwaarschijnlijk geallieerde artillerie van de twee tankregimenten die in Oss gelegerd zaten. Dit omdat het merendeel van de aangetroffen MORA’s die geschutmunitie betrof geallieerde munitie was. Er is een verdacht gebied afgebakend.
In de volgende paragrafen komen per verdacht gebied de horizontale afbakening, hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse/type, nationaliteit, ontstekingsinrichting, hoeveelheid en verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO aan bod, evenals de verticale afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied. 4.3
Horizontale afbakening Aan de hand van de richtlijnen van het ‘Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse OO’ zijn de op OO verdachte gebieden vastgesteld en afgebakend. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 (CS-VROO) als richtlijn gehanteerd. Indien hiervan wordt afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de gemaakte keuzes onderbouwd. Aan de horizontale afbakening is door Bombs Away B.V. telkens een extra buffer van 5 meter aan de afbakening toegevoegd. Dit is het gevolg van het gebruik van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Luchtfoto’s wijken af van de daadwerkelijke situatie op de grond omdat een luchtfoto een vlakke weergave is van de bolling van de aarde en de cameralens niet altijd loodrecht op de aardoppervlakte was gericht. Om dit op te vangen is rondom de verdachte gebieden de bovengenoemde buffer van 5 meter toegevoegd. Bij de horizontale afbakening van de verdachte gebieden is de afbakening in meters weergegeven inclusief de genoemde buffer. Geschutinslagen Op de luchtfoto van 28 september 1944 zijn negentien geschutinslagen in de directe nabijheid van onderzoeksgebied waargenomen, waarvan er drie in het onderzoeksgebied liggen. Er kwamen uit het archiefonderzoek meerdere gebeurtenissen betreffende artillerievuur naar voren, maar hier viel geen locatie aan de koppelen.
De luchtfoto laat zien dat het onderzoeksgebied geraakt dit is door hoogstwaarschijnlijk geallieerde artillerie van de twee tankregimenten die in Oss gelegerd zaten. Dit omdat het merendeel van de aangetroffen MORA’s die geschutmunitie betrof geallieerde munitie was. Bij op luchtfoto’s waargenomen geschutinslagen in (de directe omgeving van) het onderzoekstracé heeft Bombs Away de horizontale afbakening van verdachte gebieden bepaald op basis van drie elementen: bodemzicht (dat wil zeggen hoe goed de bodem gezien kan worden), de oppervlakte van het beschoten gebied en de intensiteit van de geschutinslagen. Elk element is beoordeeld door tenminste twee luchtfoto-analisten (onafhankelijk van elkaar). Qua bodemzicht is een onderscheid gemaakt tussen slecht, middel en goed. Een goed bodemzicht is waar de bodem duidelijk zichtbaar is, zoals het geval is met gras. Een slecht bodemzicht is waar de bodem minder duidelijk of niet zichtbaar is, zoals het geval is met geïnundeerde gebieden. Tevens kan het bodemzicht afhangen van de schaal van de luchtfoto: geschutinslagen hebben over het algemeen een doorsnede van <2 m en zijn bijvoorbeeld op luchtfoto's met een schaal van 20.000 of hoger slecht/niet te zien. Qua oppervlak is er een verdeling gemaakt in klein (gebieden van minder dan 10 hectaren), middel (gebieden tussen de 10 en 50 hectaren) en groot (gebieden van meer dan 50 hectaren).
Qua intensiteit is vervolgens het aantal geschutinslagen per hectare berekend. Hier is onderscheid gemaakt tussen laag (<5 geschutinslagen per hectare), middel (5-10 geschutinslagen per hectare) en hoog (>10 geschutinslagen per
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
45
hectare). Op basis van deze drie criteria wordt ten slotte een buffer van een bepaalde hoeveelheid meter rondom de geschutinslagen getrokken (inclusief 5 meter georeferentieafwijking). Hierbij wordt de volgende tabel gebruikt:
Bodemzicht
Slecht Oppervlak (Ha)
Middel (10-50)
Groot (>50)
Klein (<10)
Goed Groot (>50)
Klein (<10)
Hoog (>10 70 90 90 50 70 90 per Ha) Middel (550 70 90 30 50 70 10 per Ha) Laag (<5 30 50 70 30 30 50 per Ha) Afbeelding 14: Criteria voor het bepalen van de horizontale afbakening van geschutmunitie.
30
50
50
30
30
50
30
30
30
Intensiteit
Klein (<10)
Middel Middel (10-50)
Middel (10-50)
Groot (>50)
Voor het huidige onderzoeksgebied geldt dat er sprake is van een hoge intensiteit in een klein gebied met midden bodemzicht. Dit geeft een buffer van 50 meter om de geschutinslagen.
Afbeelding 15: Verdacht gebied op geschutmunitie in het onderzoeksgebied Amsteleind Oss in de gemeente Oss.
4.4
Gegevens aan te treffen OO Naast de aan te treffen hoofdsoorten en subsoorten OO zijn de hoeveelheden OO, de verschijningsvorm OO alsmede de kalibers/gewichtsklassen OO, nationaliteit OO en ontstekingsinrichtingen (bij afwerpmunitie) per indicatie vastgesteld, ook als aanwijzingen in de geraadpleegde bronnen ontbreken. Dit gebeurt dan op basis van ervaringen met soortgelijke situaties.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
46
Tabel ontstekers SB BB TB TSB MTB MTSB
= Schokbuis = Bodembuis = Tijdbuis = Tijdschokbuis = Mechanische tijdbuis = Mechanische tijdschokbuis
Geschutinslagen Er zijn geschutinslagen waargenomen die hoogst waarschijnlijk van geallieerde troepen afkomstig zijn. In Oss waren twee tankregimenten actief. Aan de hand van de MORA’s die aangetroffen zijn binnen het huidige onderzoeksgebied is bepaald dat de mogelijk aan te treffen OO bestaan uit 75 mm tot en met 3.7 inch geschutmunitie. De algemene bewapening van de troepen die zich in de omgeving van Oss bevonden bestond daarnaast ook uit 25 pdr. Deze zijn niet teruggevonden in de MORA’s, maar omdat een groot deel van de omgeving van het verdachte gebied niet significant naoorlogs geroerd lijkt te zijn is de kans aanwezig dat deze wel zijn ingezet maar tot nu toe nooit zijn gevonden. De in het onderzoeksgebied aangetroffen handgranaten zijn gezien de locatie langs de weg waar ze gevonden zijn (de enige weg van Geffen naar Oss in deze omgeving) achtergelaten of gedumpt door langskomende troepen. Er zijn geen indicaties dat de handgranaten bij grondgevechten in het onderzoeksgebied zijn ingezet.
4.5
Hoofdsoort
Subsoort
Geschutmunitie
Brisant
Kaliber (nationaliteit) 25 pdr; 75 mm t/m 3.7 inch
Ontsteker
Hoeveelheden
Verschijningsvorm
Diverse
Enkele
Verschoten
Verticale afbakening In onderstaande tabellen is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen OO (per hoofdsoort) in het verdacht gebied weergegeven ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945). Indien mogelijk wordt de verticale afbakening uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP. De hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (in NAP) wordt vastgesteld op basis van topografische kaarten. Voor het huidige onderzoek geldt dat het niet mogelijk om de maaiveldhoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog te bepalen. De hoogte van het maaiveld in 1956 viel wel te bepalen en lag tussen de 4,2 en 5,5 m +NAP. Bij het verdachte gebied ligt de maaiveldhoogte rond de 5,5 m +NAP. In onderstaande paragrafen is ervan uit gegaan dat deze maaiveldhoogte ongeveer overeen gekomen zal zijn met de maaiveld hoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De hoogte van het huidige maaiveld (in NAP) en eventuele verschillen met het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kan worden vastgesteld in een Vooronderzoek Na-Conflictperiode. Bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort is specifiek rekening gehouden met minimaal gewicht en het kaliber/de diameter van OO alsmede de bodemopbouw. Geschutinslagen De hoogte van het maaiveld kort na de Tweede Wereldoorlog was circa 5,5 m +NAP.
De bodem in het verdachte gebied bestaat volgens gegevens op dinoloket.nl uit zandgrond. In de richtlijnen van het CS-VROO is een tabel opgesteld (zie tabel 1) die wordt gebruikt als richtlijn voor het afbakenen van de maximale diepteligging van geschutmunitie en/of grond-grondraketten in verschillende soorten grond: Soort geschutmunitie kaliber
en
Veengrond
Kleigrond
Zandgrond
40 cm
30 cm
20 cm
Vlakbaan Kanonmunitie tot 6 cm
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
47
Kanonmunitie 6 tot 9 cm
40-80 cm
30-65 cm
20-50 cm
Kanonmunitie 9 tot 13 cm
80-100 cm
65-80 cm
50-70 cm
Mortiermunitie tot 6 cm
50 cm
40 cm
30 cm
Mortiermunitie 6 tot 9 cm
50-100 cm
40-90 cm
30-80 cm
Mortiermunitie 9 tot 13 cm
100-150 cm
90-130 cm
80-100 cm
Houwitsermunitie tot 11 cm
150 cm
100 cm
75 cm
Houwitsermunitie 11 tot 16 cm
150-225 cm
100-175 cm
75-150 cm
Houwitsermunitie 16 tot 25 cm
225-275 cm
175-225 cm
150-175 cm
Houwitsermunitie 25 tot 30 cm
275-325 cm
225-275 cm
175-225 cm
Raketten tot 8 cm
80 cm
60 cm
40 cm
Raketten 8 cm tot 15 cm
80-100 cm
60-80 cm
40-60 cm
Raketten 15 tot 21 cm
100-125 cm
80-100 cm
60-80 cm
Raketten 21 tot 33 cm
125-150 cm
100-125 cm
80-100 cm
Krombaan
(Grond-grond)raketten
De aan te treffen OO binnen het verdachte gebied van het huidige onderzoeksgebied valt in de categorie Houwitsermunitie tot 11 centimeter. In zandgrond geeft deze categorie een maximale diepteligging van 75 cm. Met een maaiveldhoogte kort na de Tweede Wereldoorlog van 5,5 m +NAP geeft dat een maximale diepteligging van 4,75 m +NAP Hoofdsoort Geschutmunitie
4.6
Verschijningsvorm Verschoten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (ongeveer 5.5 meter +NAP). De maximale diepteligging is 0.75 meter (ongeveer 4.75 meter +NAP).
Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van OO in de bodem. In onderstaande afbeelding(en) zijn de veranderingen in het onderzoeksgebied aan de hand van een vergelijking van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog met een recent satellietbeeld en de tijdlijn van Kadasterkaarten op www.topotijdreis.nl getoond. Er zijn in het verdachte gebied huizen bijgebouwd.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
48
Afbeelding 16: Een vergelijking tussen het verdachte gebied binnen het onderzoeksgebied op een luchtfoto van 1945 en een huidig satellietbeeld. Bron: NCAP, sortie 3G-TUD-S099, fotonr 6126, 6127, d.d. 13-07-1945.
4.7
Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn tevens indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar die niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. In de onderstaande tabel is per indicatie met RAP-nummer beargumenteerd waarom de indicatie niet heeft geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer RAP_430204A
Geen
Indicatie 4 februari 1943 Een groot aantal (circa 200) uitgebrande brandbommen werd aangetroffen op zes percelen op de grens van Oss en Geffen. Het betrof Britse staafbrandbommen die op 3 februari 1943 om 20.07 uur waren afgeworpen. Ze waren ‘zeer diep’ ingeslagen’ en kwamen allen tot ontbranding. Bomkrater
Bron BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885.
Luchtfoto 19 september 1944
Argumentatie De eerste beschikbare luchtfoto is van 12 mei 1944, meer dan een jaar na de gebeurtenis. Op deze luchtfoto zijn geen sporen van de brandbommen waargenomen. Daar de locatie niet geheel duidelijk is en de bommen allen tot ontbranding kwamen is er geen verdacht gebied afgebakend. Op de luchtfoto van 19 september 1944 is een bomkrater in het onderzoeksgebied waargenomen. De krater is solitair. Daar er geen informatie over het ontstaan van de krater is gevonden (er zijn geen luchtaanvallen bekend voor 19 september 1944) is er conform de richtlijnen
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
49
RAP-nummer
Indicatie
Bron
RAP_440923A
23 september 1944 Om 18.00 crashte een Britse Short Strirling bommenwerper van 620 Squadron dat meedeed aan een bevoorradingsmissie oostelijk van De Brand polder bij Oss. Zes bemanningsleden overleefden, van twee inzittenden is het lot onbekend 31 januari 1945 Een V.1 vliegende bom ontplofte in de lucht boven een polder bij Oss, er was veel glasschade. Het kwam neer in een weiland langs de Ussenstraat, tegenover Ussenstraat 97.
SGLO, T4301 (21-062024).
3 februari 1945 Een V.1 vliegende bom kwam neer nabij de grens van Oss en Geffen in het poldergebied ten westen van Oss de boerderijen op de Brandstraat, Amsteleind, Vlasstraat en Vierhoekstraat. Het gemeentearchief van Geffen spreekt over de Geffensepolder, 300 meter voorbij de derde boerderij “op den Brand, te Oss, zandweg links in circa 700 meter en uit dien weg circa 500 meter de richting Geffen. Gemelde zandweg zou de scheiding vormen van Oss en Geffen” [RAP_450203A]. Er was schade aan de boerderijen aan de Brand, woningen op Amsteleind, 26 februari 1945 Een V.1 vliegende bom kwam neer bij de Kleinussenstraat, op ca. 200 meter van de Ussenstraat [RAP_450226A]. Er was dak- en glasschade aan de Ussen [RAP_450226B], Gewandeweg, Schelversakker en Orseleind [Buiten onderzoeksgebied]
Vergeltungswaffen, V0632 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885; toeg. nr. 1487, inv. nr. 1.
RAP_450131A
RAP_450203A
RAP_450226A RAP_450226B
Vergeltungswaffen, V1879 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 885.
Vergeltungswaffen, V1116 (21-06-2024); BHIC, toeg. nr. 7364, inv. nr. 1427.
Argumentatie van het CS-VROO geen verdacht gebied afgebakend. Er zijn geen sporen van een crash waargenomen op de luchtfoto van 28 september 1944. Het toestel vloog een bevoorradingsvlucht en had waarschijnlijk geen bommen aan boord; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend.
Op de luchtfoto van 22 maart 1945 is één Vwapeninslagen op 70 en één op 150 meter buiten het onderzoeksgebied, in de buurt van de Ussenstraat waargenomen. Daar de V-wapens gedetoneerd lijken te zijn is er geen verdacht gebied afgebakend. Ook is er gezien de afstand tot het onderzoeksgebied geen aandachtsgebied afgebakend. Op de luchtfoto van 22 maart 1945 is geen Vwapeninslag binnen het onderzoeksgebied waargenomen. De twee V-wapeninslagen die op deze luchtfoto op 70 en 150 meter buiten het onderzoeksgebied zijn waargenomen, komen daarnaast beter overeen met twee andere Vwapeninslagen op 31 januari 1945 en 26 februari 1945. Het genoemde grensgebied van de huidige Vwapeninslag is vrij groot, en de locatie kon niet precies gelokaliseerd worden. Er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend.
Op de luchtfoto van 22 maart 1945 is één Vwapeninslagen op 70 en één op 150 meter buiten het onderzoeksgebied, in de buurt van de Ussenstraat waargenomen. Daar de V-wapens gedetoneerd lijken te zijn is er geen verdacht gebied afgebakend. Ook is er gezien de afstand tot het onderzoeksgebied geen
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
50
RAP-nummer
Indicatie
Bron
Geen
MORA’s
EODD
Argumentatie aandachtsgebied afgebakend. Er zijn meerdere MORA’s binnen het onderzoeksgebied aangetroffen. Dit betrof granaten, waaronder één kistje met 33 stuks. De vondsten zijn gedaan langs een weg die destijds door het onderzoeksgebied liep. De in het onderzoeksgebied aangetroffen handgranaten zijn gezien de locatie langs de weg, die de enige weg van Geffen naar Oss in de omgeving was, waar ze gevonden zijn achtergelaten of gedumpt door langstrekkende troepen. Er zijn geen indicaties dat de handgranaten bij grondgevechten in het onderzoeksgebied zijn ingezet. De geschutmunitie is deels verschoten en deels niet verschoten, deze zijn wellicht ingezet bij artilleriebeschietingen. De vondsten zijn geruimd en er is geen indicatie dat er meer zouden liggen; er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Wel zijn de kalibers van de geschutmunitie gebruikt bij het bepalen van de aan te treffen OO van het op geschutmunitie verdachte gebied.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO. 4.8
Leemten in kennis Op basis van de analyse van de gegevens zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: •
• •
Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen;
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
51
•
•
•
4.9
Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de verticale afbakening. Bij de op geschumunite verdachte gebieden ontbreken de benodigde gegevens van de maaiveldhoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog om een betrouwbare en accurate verticale afbakening te geven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.
Bodembelastingkaart OO Op de Bodembelastingkaart OO is het verdachte gebied (horizontaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven, gespecificeerd naar hoofdsoort OO. In overleg met de opdrachtgever is de verticale afbakening niet weergegeven op de kaart; voor gegevens over de verticale afbakening wordt verwezen naar paragraaf 4.5. In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO weergegeven. Deze kaart is ook losbladig, op A1-formaat (bijlage 6) aan dit Vooronderzoek Conflictperiode OO toegevoegd.