Bijlage_11_Vooronderzoek_Ontplofbare_Oorlogsresten__Bombs_Away__2024_
Tekst van het document
Afbeelding 17: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied Amsteleind Oss in de gemeente Oss.
4.10 Verschillen met reeds uitgevoerde vooronderzoeken In paragraaf 2.2 staat een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken die voor het huidige onderzoek geraadpleegd zijn. Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit deze onderzoeken en de conclusies van het huidige rapport. Hierin zijn verschillen aangetroffen: AVG 1562043-VO-01 24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
52
In het gemeentebrede onderzoek van de firma AVG, waarbinnen het huidige onderzoeksgebied valt, is een bombardement van 12 september 1944 op de spoorlijn Geffen-Oss ten hoogte van kilometerpaal 37.200 afgebakend op afwerpmunitie. Er is voor de afbakening gebruik gemaakt van een line target afbakening waarbij het spoor het doelwit was. Deze gebeurtenis komt uit één bron (T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945). Bombs Away acht deze bron onbetrouwbaar, omdat in het verleden is gebleken dat de daarin gegeven informatie meermaals niet klopte of incompleet was. Het bombardementen van 12 september 1944 is niet in andere bronnen aangetroffen. Bombs Away heeft luchtfoto’s van 19 en 28 september 1944 bestudeerd, en heeft geen bomkraters bij het genoemde punt waargenomen. Er is derhalve voor gekozen om geen verdacht gebied op afwerpmunitie af te bakenen rond het spoor.
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Amsteleind Oss in de gemeente Oss getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is derhalve deels VERDACHT op OO. Het gaat om de volgende indicaties: •
Geschutmunitie
Aan de hand van deze indicaties zijn binnen de grenzen van het onderzoeksgebied de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke OO alsmede de horizontale en de verticale afbakening van het verdachte gebied vastgesteld.. De conclusies staan in de onderstaande paragrafen beschreven.
5.2
5.1.1
Afbakening verdachte gebieden Er zijn geschutinslagen in het onderzoeksgebied waargenomen op een luchtfoto van 29 september 1944. Deze geschutinslagen zijn afgebakend met een buffer van 50 m per inslag, en de aan te treffen OO (geschutmunitie van 25 pdr en 75 mm t/m 3.7 inch) kunnen de bodem tot circa 75 cm minus maaiveld Tweede Wereldoorlog ingedrongen zijn.
5.1.2
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit dit rapport en de conclusies van eerder uitgevoerde vooronderzoeken. Hierin zijn verschillen aangetroffen. Het verschil betreft de afbakening van een gebeurtenis waar Bombs Away geen indicaties voor heeft gevonden en waar ook tijdens de luchtfotoanalyse geen bewijs voor is gevonden. Deze verschillen zijn in paragraaf 4.10 in detail beschreven.
Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: •
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend;
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
53
• •
• •
•
•
•
•
•
• • •
•
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto’s van overwegend matige kwaliteit waren.
Bovendien zit er een groot gat tussen de vooroorlogse luchtfoto en de eerstvolgende relevante beschikbare luchtfoto’s van goede schaal van 12 mei 1944, en waren er geen luchtfoto’s van december 1944 en januari en februari 1945 beschikbaar waren, terwijl er in deze periode wel artilleriebeschietingen plaatsvonden; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; Defence Overprints geven doorgaans een indicatie voor de locatie van eventuele militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied. Defence Overprints werden echter gemaakt op basis van luchtfoto’s en geven derhalve, net als luchtfoto’s, een momentopname weer. De militaire aanwezigheid in het onderzoeksgebied kan zowel voor, tussen als na de betreffende Defence Overprints gewijzigd zijn; De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd.
Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de nationaliteit van de aan te treffen soorten OO. Dit geldt in het bijzonder voor eventuele door de Duitse eenheden ingezette Beutewaffen en Beutemunition; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers.
In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de verticale afbakening. Bij de op geschumunite verdachte gebieden ontbreken de benodigde gegevens van de
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
54
•
5.3
maaiveldhoogte ten tijde van de Tweede Wereldoorlog om een betrouwbare en accurate verticale afbakening te geven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.
Advies Op basis van de resultaten van dit Vooronderzoek Conflictperiode OO en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk VERDACHT verklaard op OO. 5.3.1
Onverdachte gebieden In de gebieden die ONVERDACHT zijn op OO kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de opsporing van OO. De (grond-)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch een OO of verdacht voorwerp wordt aangetroffen, is het zaak de juiste procedure direct te starten: het voorwerp niet beroeren en de politie meteen op de hoogte stellen. Deze zal, indien noodzakelijk, de EOD inschakelen om het OO te ruimen.
5.3.2
Verdachte gebieden In de gebieden die VERDACHT zijn op OO wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen (grond-)werkzaamheden vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van OO. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. •
•
•
5.3.3
Het verplaatsen van de werkzaamheden buiten het verdachte gebied binnen de grenzen van het huidige onderzoeksgebied (in horizontale en/of verticale zin) indien dit mogelijk is. Worden de werkzaamheden buiten de grenzen van het onderzoeksgebied verplaatst dan wordt geadviseerd om een (nieuw) Vooronderzoek Conflictperiode OO uit te laten voeren voor de locaties waar de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd; Het laten uitvoeren van een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) met een risicoanalyse (RA) OO, waarbij dit Vooronderzoek Conflictperiode OO als basis zal dienen. Het VNC heeft als doelstelling om de naoorlogse werkzaamheden binnen de verdachte gebieden nauwkeurig in beeld te brengen. Hierbij wordt gekeken naar reeds uitgevoerde naoorlogse afgravingen en/of verhogingen, indien alle naoorlogse werkzaamheden in beeld zijn kan een definitieve verticale afbakening worden opgesteld, pas hierna kan er gekeken worden of het mogelijk is de verdachte gebieden in verticale zin te passeren. De RA-OO heeft tot doelstelling het vaststellen en beoordelen van de risico’s van de in de verdachte gebiedenmogelijk aanwezige OO, gegeven de toekomstige werkzaamheden in het onderzoeksgebied. Daartoe worden de risico’s op schade en letsel ten gevolge van een accidentele werking van OO geïnventariseerd en beoordeeld.
Tevens wordt op basis van een analyse van de risico’s van OO voor de daadwerkelijke uitvoering van het project bepaald wat de meest geschikte opsporingstechniek of andere beheersmaatregelen zijn; Het direct laten uitvoeren van opsporingswerkzaamheden door een CS-OOO 32 gecertificeerd bedrijf. De opsporingstechniek is afhankelijk van de hoofdsoort OO en de diepteligging hiervan.
Advies voor het huidige onderzoeksgebied Aangezien er tijdens de uitvoering van het Vooronderzoek Conflictperiode OO indicaties van oorlogshandelingen zijn aangetroffen en het onderzoeksgebied deels verdacht is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen bodemingrepen in het verdachte gebied in het onderzoeksgebied vervolgstappen te nemen in de opsporing van
32
Indien een gecertificeerd opsporingsbedrijf beschikt over een managementsysteemcertificaat OCE dat is afgegeven voor 1 januari 2021, behoudt dit certificaat zijn geldigheid voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat, mits de certificaathouder vanaf die datum voldoet aan de eisen van het huidige certificaatschema en de daarbij behorende bijlagen.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
55
OO. Specifiek wordt geadviseerd om een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) uit te laten voeren, aangezien er in het verdachte gebied naoorlogs huizen zijn gebouwd. Op basis van een VNC kan het verdachte gebied in zowel horizontale als verticale zin nog worden verkleind.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
56
6 BIJLAGEN
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
57
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)
In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1. of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en zo ja; 2. hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; 3. horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; b. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; c.
Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. 2. Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a. indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 3. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a. Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); b. Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). c.
Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %). De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4. De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats:
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
58
a. De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie; b. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; c. Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken, zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. 5. De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a. Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; b. Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; c. Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? d. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd, dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. 6.
Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; b. De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. 7. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per hoofdsoort van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. b. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode.
Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares, 1210497-000, 2015), aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus, wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast, worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv. de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP, en als dat niet mogelijk is, wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
59
c.
Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt, op basis van het beschikbare bronnenmateriaal, de geografische tolerantie gerapporteerd en bij een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek, wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn, wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. d. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
60
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)
Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied, en zo ja, bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast, is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis, uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving
Militair object Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of OO, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag, al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest.
• of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
61
Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.
Dumplocatie van OO Indicatie
Dumplocatie van OO
Algemene omschrijving
Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van OO in water.
Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.
Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
62
Indicatie
Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de OO zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie
weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven of is/zijn ingedrongen in de bodem; • de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.
Artilleriebeschieting Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Artilleriebeschieting Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het soort en kaliber granaat; • de locatie van waar is geschoten; • de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; • de afstand waarover is geschoten; • de locaties en spreiding van granaatinslagen; • type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); • intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); • periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); • of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; • of er vooraf is ingeschoten; • of er OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de beschieting.
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Raketbeschieting door jachtbommenwerpers, in de Nederlandse praktijk doorgaans door Hawker Typhoons. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van raketinslagen, zoals gebleken uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal; • het aantal verschoten raketten per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde raketten; • informatie over de na de raketbeschieting door de autoriteiten geregistreerde blindgangers (indien beschikbaar); • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers;
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
63
Indicatie
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers • het verwachte aantal blindgangers; • type jachtbommenwerper; • vliegrichting ten tijde van het afvuren van de raketten; • wijze van verschieten (het verschieten van alle raketten in één of meerdere salvo’s); • eventuele andere bekende gegevens over de toegepaste tactiek; • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de raket direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de beschieting, en zo ja, of deze OO een relatie heeft / hebben met de beschieting.
Bombardement met brisantbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brisantbommen Luchtaanval met inzet van brisante afwerpmunitie, inclusief clusterbommen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde bommen; • informatie over de na het bombardement door de autoriteiten geregistreerde blindgangers; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers. • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee); • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met het bombardement.
Bombardement met brandbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brandbommen Luchtaanval met inzet van afwerpmunitie met een brandlading. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal vermoedelijk afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar aangetroffen brandbommen na het bombardement, al dan niet uitgebrand; • informatie over schade veroorzaakt door brand in het kennelijk getroffen gebied; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers; • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp als clustermunitie); • informatie over de windrichting en -snelheid; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn geruimd/aangetroffen in het door het bombardement getroffen gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het bombardement.
Beschieting door vliegtuigen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Beschieting door vliegtuigen Beschieting door vliegtuigen met boordwapens/boordgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • type vliegtuig; • bewapening waarmee is beschoten; • of het een stilstaand of bewegend doel betrof; • de nauwkeurigheid van de locatie van het getroffen doel; • wijze van beschieten/toegepaste tactiek (waaronder afstand en hoek van het vliegtuig ten opzichte van het doel); • informatie over schade veroorzaakt door de beschieting; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de beschieting.
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
64
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Indicatie Algemene omschrijving
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Informatie dat op een specifieke locatie een vliegtuigbom is neergekomen die niet (geheel) in werking is getreden, zoals een situatieschets die in de nasleep van een bombardement door de bevoegde instanties is gemaakt. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het type vliegtuigbom en het gewicht; • de wijze van afwerpen/toegepaste tactiek; • de nauwkeurigheid van de informatie over het inslagpunt; • de vliegrichting; • de vliegsnelheid; • de afwerphoogte; • de ondergrondse offset; • schadebeeld; • de naoorlogse zoekacties.
Inslagpunt van een V1 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een al dan niet gedetoneerde V1 Gebied dat is getroffen door de inslag van een V1. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locatie van inslag; • de lanceerlocatie; • de afstand die de V1 heeft afgelegd voordat deze is ingeslagen; • het type V1; • of de V1 na inslag is gedetoneerd; • de verwachte en maximale offset van de V1 direct na inslag; • of de V1 al is geruimd; • de mogelijke bodemverontreiniging door bijvoorbeeld de aanwezigheid van benzeen en brandstof.
Inslagpunt van een V2 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Nog niet ingevuld in het CS-VROO
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
65
Bijlage 3
Zoektermen gemeente en provinciale archieven
Conform de richtlijnen van het CS-VROO wordt in gemeente en provinciale archieven gezocht naar relevante stukken van en direct na de periode 1940-1945. Bombs Away B.V. hanteert daarbij de volgende zoektermen: Zoek bij archiefinstellingen naar - Gemeentebestuur/secretarie van de gemeente - Luchtbescherming(sdienst) - Gemeentepolitie - Brandweer - Gemeentewerken - Documentatiecollectie Tweede Wereldoorlog - Schade-Enquête-Commissie - Gemeentelijk gas-/water-/elektriciteitsbedrijf - Militair Gezag - Provinciaal bestuur/Provinciale staten - Commissaris van de Koningin Zoektermen in inventarissen - Bom* (o.a. bom, bommelding, bomruiming, bomschade) - Mijn* (o.a. mijnenruiming, mijnenopruiming, mijnenveld) - Vlieg* (o.a. vliegtuig, vliegtuigcrash, vliegeraanval) - Berg* (o.a. berging van een toestel) - Wrak* (o.a. resten van een vliegtuigwrak) - Bunk* (o.a. bunker(s)) - Project* (o.a. projectiel) - Explos* (o.a. explosie, explosieven stoffen) - Munit* (o.a. munitie, munitieruiming, munitieopslag, munitieontploffing) - Ontplof* (o.a. ontploffing, ontplofbare stoffen) - Ruim* (o.a. ruiming, ruimen, ruimrapport) - Oorlog* (o.a. oorlog, oorlogsschade, oorlogsgeweld, oorlogshandelingen) - Schade* (schade, schademelding, schadebedrag, schadevergoeding) - Beschadi* (o.a. beschadiging) - Bevrijd* (o.a. bevrijding, bevrijdingsgevechten) - Bezet* (o.a.
bezet, bezetting, bezetters) - Duits* (o.a. Duits, Duitsland) - Geallieerd* (o.a. geallieerden, geallieerde eenheden) - Brit* (o.a. Britten, Britse eenheden) - Amerika* (o.a. Amerikanen, Amerikaanse eenheden) - Canad* (o.a. Canadezen, Canadese eenheden) - Grana* (o.a. granaat, granaatvuur, granaatinslag, granaatschade) - Verded* (o.a. verdediging, verdedigingswerk) - Lucht* (o.a. luchtbescherming, luchtbeschermingsdienst, luchtaanval, luchtverkeer) - Brand* (o.a. brandweer, brandmelding, brandrapport) - Gevecht* (o.a. gevechten, gevechtshandelingen) - Huis* (o.a. huisnummering) - Vernum* (o.a. vernummering) - Omnum* (o.a. omnummering) - Hernum* (o.a. hernummering) - Nummer* (o.a. nummers, nummering) - Dag* (o.a. dagrapporten luchtbeschermingsdienst) - Nacht* (o.a. nachtrapporten luchtbeschermingsdienst) - Rapport* (o.a. rapporten (omtrent OO-gerelateerde zaken)) - Schie* (o.a. schietoefening, beschieting) - Crash (o.a. crash van vliegtuigen) - V.1* of V1* (o.a. V.1 of V1-ruiming) - V.2* of V2* (o.a. V.2 of V2-ruiming)
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
66
-
Aanval* (o.a. aanval, aanvallen) Polit* (o.a. politionele rapporten, politie) Milit* (o.a. militaire aangelegenheden)
Overigen - Zoeken naar stukken uit de periode 1940-1945 - Zoeken naar archiefblokken uit de decennia na 1945
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
67
Bijlage 4
Dekking geraadpleegde luchtfoto’s
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
68
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
69
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
70
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
71
Bijlage 5
A1 Inventarisatiekaart (losbladig en digitaal)
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
72
Bijlage 6
A1 Bodembelastingkaart OO (losbladig en digitaal)
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
73
Bijlage 7
Certificaat ISO 9001:2015
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
74
Bijlage 8
Certificaat CS-VROO
24P100 definitief rapport VO OO Amsteleind Oss versie 1.0 d.d. 3 oktober 2024
75