CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpprogramma Duurzame Polder

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Duurzame Polder - goedkeuring voorkeursalternatief21.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De landschapsstructuren van de Duurzame Polder lenen zich goed voor lange lijnopstellingen of grootschalige clusters in het centrale gebied van de polder. Ook kunnen de Windturbines langs de randen van de polder worden geplaatst, maar daar zijn wel meer risico’s met betrekking tot de aantasting van het aangrenzende zandlandschap. Met de juiste inpassing kunnen de effecten wel worden beperkt. Bij de inpassing is het belangrijk dat de cultuurhistorische elementen, zoals de Hertogswetering, Maasdijk en eendenkooien niet worden aangetast of vernietigd.

Statenmededeling 25 mei 2021, GS: 4862378 / PS: 4896375, p. 5.

25

Deze elementen genieten bescherming vanuit waterhuishouding en de Omgevingswet. Dit kan door de Windturbines buiten deze elementen te plaatsen. De plaatsing van de Windturbines binnen de kooicirkels van de eendenkooien is op grond van de Omgevingswet overigens wel mogelijk met medewerking van de kooiker. 3.2.2. Water In de Duurzame Polder ligt een waterwingebied en een grondwaterbeschermingsgebied. In het waterwingebied zijn de Windturbines niet toegestaan. In het grondwaterbeschermingsgebied zijn de Windturbines alleen onder voorwaarden toegestaan. In de Duurzame Polder zijn verder zones aangewezen waar de waterbergende functie beschermd moet worden (rivierbed van de Maas en reserveringsgebied voor waterberging). Op het rivierbed van de Maas is het stroomvoerend regime van toepassing. Reserveringsgebieden zijn gebieden die wegens hun ligging en hoogte geschikt zijn voor waterberging. Deze zijn nodig om te voorkomen dat ontwikkelingen plaatsvinden die het watersysteem nadelig beïnvloeden. In de toekomst zijn deze gebieden mogelijk nodig voor het watersysteem of als gestuurd waterbergingsgebied. In het rivierbed van de Maas en in een reserveringsgebied voor waterberging zijn de Windturbines alleen onder voorwaarden toegestaan. 3.2.3. Natuur De Windturbines kunnen leiden tot vernietiging en/of verstoring van de Natuurwaarden.

De Omgevingswet staat dit alleen toe onder voorwaarden. Daarnaast zijn in de Duurzame Polder diverse gebieden aanwezig die vallen onder het Natuur Netwerk Brabant en bijbehorende ecologische verbindingszones. In het Natuur Netwerk Brabant zijn op grond van de Omgevingsverordening in beginsel geen Windturbines toegestaan (volgens het ‘nee, tenzij’-principe). Centraal in de Duurzame Polder ligt het Ganzenen Smientengebied. De Windturbines kunnen een effect hebben op de Ganzen en Smienten

die rusten en foerageren in dit gebied. Deze soorten mogen tussen 1 november en 1 april niet opzettelijk worden verstoord. Negatieve effecten kunnen ook buiten het gebied voorkomen, zo kan sprake zijn van verstoring of barrièrewerking. In de Duurzame Polder bevinden zich verschillende gebieden die vanwege de ligging, openheid, weteringen, natte graslanden en ganzenweides van groot belang zijn voor de Weidevogels en voor wintergasten. Er is hier een groot risico op aanvaring en vernietiging van leefgebied van de Weidevogels en wintergasten. Een deel van deze soorten heeft een binding met Natura 2000-gebieden rondom de Duurzame Polder. De Duurzame Polder is ook geschikt voor vleermuizen. Veel vleermuizen zijn voor hun vliegroute afhankelijk van opgaande elementen, zoals bomenrijen en dijken, en van watergangen. Bosschages en gebouwen bieden mogelijk geschikte verblijfplaatsen. Nabij deze objecten en structuren binnen het plangebied is de kans op aanvaringen en vernietiging van leefgebied van vleermuizen groter. 3.2.4. Veiligheid Defensie gebruikt de Duurzame Polder als onderdeel van het laagvlieggebied Maas-Waal en als trainingsgebied voor under-wire vluchten bij een hoogspanningslijn in het zuidoosten van de Duurzame Polder. Na de realisatie van de Windturbines is het gedeelte van de Duurzame Polder waar de Windturbines staan niet langer bruikbaar als laagvlieggebied.

Het gebied voor de under-wire vluchten blijft in principe wel bereikbaar. Bovendien staan er in de nabijheid van de Duurzame Polder radarinstallaties van Defensie voor vlucht- en gevechtsleiding, die bereik kunnen verliezen door de realisatie van de Windturbines. De Initiatiefnemers dienen op dit punt geldende wetgeving in acht te nemen. Dit moet in de projectfase nader worden onderzocht.

26

Plaatsing van windturbines op of nabij waterkeringen kan gevolgen hebben voor de veiligheid van de waterkeringen. Zo kan de stabiliteit van de waterkering nadelig beïnvloed worden. Plaatsing op of nabij waterkeringen moet daarom worden voorkomen. Bovendien liggen in de Duurzame Polder een hoogspanningslijn en een ondergrondse aardgastransportleiding. Plaatsing van de Windturbines moet plaatsvinden buiten de wettelijke beschermingszones van de hoogspanningslijn en de ondergrondse aardgastransportleiding en de risico’s dienen conform de geldende wet- en regelgeving inzichtelijk te worden gemaakt in de projectfase. 3.2.5. Gezonde leefomgeving De Windturbines kunnen invloed hebben op de leefomgeving door onder andere productie van geluid, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico of het knipperen van verlichting. Bewoners kunnen hier hinder van ondervinden en dat kan leiden tot gezondheidsklachten. Deze aspecten zijn in het MER onderzocht en beschouwd en door de GGD voorzien van een Gezondheidskundige beoordeling. Alle varianten, inclusief het Voorkeursalternatief, zijn als negatief of sterk negatief beoordeeld wat betreft de onderwerpen geluidsbelasting op omgeving, effecten op laagfrequent geluid en effecten op geluid in cumulatie. Dit geldt ook voor het aspect slagschaduw. Het is noodzakelijk deze aspecten nader te onderzoeken in de projectfase.

Indien nodig dienen de Initiatiefnemers mitigerende maatregelen te treffen om te voldoen aan de wet- en regelgeving. 3.3. Passende beoordeling De realisering van de Windturbines in de Duurzame Polder kan significante gevolgen hebben voor Natura 2000 gebieden. Daarom is voor het Programma de Passende Beoordeling gemaakt, waarin de mogelijke gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden zijn beschreven. Volgens de Passende Beoordeling zijn de effecten op een aantal Natura 2000-gebieden door een tijdelijke toename van stikstofdepositie mogelijk significant. Voor het Natura 2000-gebied Rijntakken zijn

significante effecten door aanvaringen van vogels met turbinebladen niet uit te sluiten. Er zijn echter voldoende mogelijkheden voor Mitigatie om significante effecten op zowel vogels als stikstofgevoelige habitat te voorkomen. Bij het bepalen van de effecten en het beoordelen van de mogelijke significantie daarvan is nog geen rekening gehouden met mogelijkheden voor Mitigatie. Het abstractieniveau van de Passende Beoordeling laat nog geen finale beoordeling van effecten toe. In het vervolgtraject moet een project-m.e.r.-procedure worden doorlopen waarbij ook een passende beoordeling moet worden opgesteld. Daarbij zal specifieke informatie over de ingreep evenals specifieke kennis van de Natuurwaarden ter plaatse in beschouwing worden genomen. Op basis daarvan zal definitief worden beoordeeld of significant negatieve effecten op beschermde waarden kunnen worden uitgesloten. 3.4. Landschap De Ontwerptoelichting VKA geeft een beschrijving van het ontwerpend onderzoek dat mede ten grondslag ligt aan het Voorkeursalternatief. Het ontwerpend onderzoek is verricht op basis van de inbreng van belanghebbenden en op basis van technische inbreng vanuit het MER en andere studies.

Bij het ontwerpend onderzoek zijn de volgende drie ontwerpprincipes gehanteerd: i. realiseer een helder landschappelijk concept; ii. realiseer een logische opstelling van de Windturbines; en iii. zorg voor een zorgvuldige inpassing en vormgeving van de Windturbines (beeldkwaliteit). Gedurende het ontwerpend onderzoek zijn verschillende varianten uitgewerkt en zijn de voor- en nadelen van elke variant beschreven. De Gemeenten hebben de Ontwerptoelichting VKA betrokken bij hun keuze voor het Voorkeursalternatief.

27

3.5. Ecologie Parallel aan het MER zijn in de “Nee, tenzij-toets” de eventuele effecten op het Natuur Netwerk Brabant, het Ganzen- en Smientengebied, de attentiezone waterhuishouding en de groenblauwe waarden nader beschreven. In de Ecologische Risicoanalyse is op basis van bestaande onderzoeken een verkenning

gedaan van de Natuurwaarden in het zoekgebied en is – op basis van een worst case benadering – een toets op hoofdlijnen uitgevoerd. In de onderstaande afbeelding (opgenomen in het MER) zijn de gebieden weergeven die bescherming genieten op grond van landelijke en/of provinciale wetgeving:

Afbeelding 3.5.1: Beschermde natuur in het plangebied Duurzame Polder 25

25

T ijdens het opstellen van het MER is de loop van de EVZ langs de Hoefgraaf aangepast ter hoogte van de wijk de Groote Wielen en is een NNB-gebied bij de Hoefgraaf toegevoegd. Dat is in deze kaart nog niet verwerkt.

28

Aanvullend geeft de volgende afbeelding (afkomstig uit de Ecologische Risicoanalyse) de risicogebieden weer voor de Weidevogels en de andere beschermde soorten (inclusief bufferzones rond deze gebieden):

Afbeelding 3.5.2 Risicogebieden natuurwaarden

3.5.1. Natuur Netwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur/EHS) is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit in Nederland behouden en versterkt wordt. Veel natuurgebieden in Nederland maken deel uit van dit netwerk van bestaande en nieuw in te richten natuurgebieden. De meeste Natura 2000-gebieden maken ook deel uit van het NNN. De begrenzing van het NNN is, behalve in Rijkswateren, een bevoegdheid van de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, vast te leggen in de omgevingsverordening (artikel 2.44, lid 4, Ow). In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat wijzigingen van een omgevingsplan, óf plannen die daarmee in strijd zijn

niet zijn toegestaan wanneer deze de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN aantasten (artikel 7.8, lid 2, Bkl). Een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is alleen mogelijk (artikel 5.34 Omgevingsverordening), als: i. er sprake is van een groot openbaar belang; ii. uit onderzoek blijkt dat er geen alternatieve locatie voorhanden is die buiten het NNB ligt. Voor alternatieve locaties wordt gekeken naar locaties binnen de gemeente en omliggende gemeenten;

29

iii. er geen andere oplossingen voorhanden zijn die aantasting van het NNB voorkomen; en iv. de negatieve effecten op het NNB zoveel mogelijk beperkt worden. De wezenlijke waarden en kenmerken omvatten actuele én potentiële waarden. Ze worden door de provincies vastgesteld met inachtneming van de door die provincie vast te leggen doelen ten aanzien van natuur die genoemd worden in artikel 2.18, lid 1, onder g, Ow. In NoordBrabant is het Natuurnetwerk Nederland door de Provincie uitgewerkt als het Natuur Netwerk Brabant. Binnen en in de directe omgeving van de Duurzame Polder liggen verschillende NNB-gebieden. De Windturbines kunnen binnen het Natuur Netwerk Brabant zorgen voor nadelige effecten, wanneer vogels tegen de wieken aanvliegen. Daarnaast kan er sprake zijn van optische verstoring, door het bewegen van de wieken en van geluidsverstoring door het geluid dat de Windturbines maken. Ook het verlies van openheid door het plaatsen van hoog opgaande landschapselementen in open gebied kan een verstorende werking hebben. Als beleidsregel voor geluidverstoring hanteert de Provincie bij aantasting of verstoring van het Natuur Netwerk Brabant door de Windturbines een grenswaarde van 52 decibel Lden. Bij een hogere geluidsbelasting is sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Brabant.

Wanneer de Windturbines direct in of grenzend aan het Natuur Netwerk Brabant geplaatst worden, is er sprake van overschrijding van deze norm. Bij vaststelling van het uiteindelijke plan is het daarom noodzakelijk om de geluidscontour te berekenen en delen van het Natuur Netwerk Brabant die binnen de 52 decibel Lden vallen, te compenseren. Volgens de Nee, tenzij-toets zijn negatieve effecten op het Natuur Netwerk Brabant niet op voorhand uit te sluiten, omdat:

i. er mogelijk sprake is van areaalverlies van soorten door plaatsing in of direct naast het Natuur Netwerk Brabant; ii. het voor soorten lastiger wordt om zich (veilig) tussen de gebieden te kunnen verplaatsen; en iii. vogels (met name ganzen en broedvogels) gevoelig zijn voor het beperken van de openheid van het gebied en mogelijk aanvaringsslachtoffer kunnen worden. Negatieve effecten op planten, vissen, libellen, dagvlinders, amfibieën en zoogdieren zijn uitgesloten, op voorwaarde dat er geen Windturbines binnen het Natuur Netwerk Brabant worden geplaatst en het leefgebied van deze soorten dus niet wordt aangetast. 3.5.2. Ganzen- en Smientengebied De Duurzame Polder omvat gronden die zijn aangewezen als Ganzen- en Smientengebied. In het Ganzen- en Smientengebied mogen de Ganzen en Smienten in de periode 1 november tot 1 april niet opzettelijk worden verontrust (artikel 3.90 Omgevingsverordening). De Ganzen en Smienten maken om te foerageren voornamelijk gebruik van open gebieden. Volgens de Nee, tenzij-toets zal het plaatsen van de Windturbines de openheid van het Ganzen- en Smientengebied laten afnemen. Daarnaast kan het geluid van de Windturbines een verstorend effect hebben op de Ganzen en Smienten. Om deze reden kunnen de Windturbines niet binnen het Ganzen- en Smientengebied geplaatst worden zonder het Ganzenen Smientengebied aan te tasten. 3.5.3.

A  ttentiezone waterhuishouding en Groenblauwe waarden Een klein deel van de Duurzame Polder is aangeduid als attentiezone waterhuishouding of als Groenblauwe waarden. De attentiezone waterhuishouding strekt tot de bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de

30

hydrologische instandhoudingsdoelen van het Natuur Netwerk Brabant. De aanduiding Groenblauwe waarden ligt binnen landelijk gebied op gebieden met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Deze gebieden bieden bij uitstek mogelijkheden voor recreatie, extensieve vormen van landbouw en multifunctioneel landgebruik of extensieve ontwikkeling van stedelijke ontwikkeling. Binnen Groenblauwe waarden is het beleid gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem en de ontwikkeling van groenblauwe waarden, natuur en landschap. Volgens de Nee, tenzij-toets zijn negatieve effecten op de attentiezone waterhuishouding en de groenblauwe waarden uitgesloten, omdat er geen veranderingen zijn voorzien in de waterhuishouding. 3.5.4. Weidevogels en wintergasten De Duurzame Polder heeft veel open grasland met natte gronden en staat daardoor bekend om de relatief grote aantallen broedende Weidevogels en wintergasten. Ook in de winter bezoeken veel watervogels het gebied. Het is een van de weinige plekken in Noord-Brabant waar deze soorten in hoge aantallen en diversiteit voorkomen, en ieder jaar terugkeren.

Het zijn ook juist deze soorten die kwetsbaar zijn voor verstoring door de Windturbines en aanvaring met de Windturbines. Met name vogelsoorten met kleine populaties en een lage reproductie (bijvoorbeeld grutto, kemphaan, wilde zwaan, smient) zijn extra gevoelig voor de realisatie van de Windturbines. Het belang van de Duurzame Polder als geschikt gebied, de kritische status van deze vogelsoorten en de beschermingsregimes maken behoud niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk. Voor het behoud van de Weidevogels zijn in de Beerse Overlaat plas-dras en greppelplas-dras gebieden geïntroduceerd. In plas-dras gebieden worden grasland of greppels (tijdelijk) onder water gezet. In het bestemmingsplan van de Gemeente Oss zijn komgebieden aangewezen als weidevogelgebieden. Deze zijn niet aangewezen als beschermde weidevogelgebieden. De meeste plas-dras gebieden zijn in het beheer van agrariërs op basis van de Weidevogelpakketten. Wegens privacy van de agrariërs is het niet mogelijk om de exacte locaties van deze gebieden te delen. Wel zijn op basis van legsel-gegevens (gevonden eieren) van Brabants Landschap de twee belangrijkste gebieden in de Duurzame Polder aan te duiden op deze kaart die is opgenomen in het MER.

Afbeelding 3.5.3 Kerngebieden voor weidevogels

31

Effecten van de Windturbines op de Weidevogels en wintergasten hangen af van verschillende factoren, zoals het type windturbine, het gedrag, de verspreiding en verschillende kenmerken van vogels. De effecten zijn vaak het grootst bij soorten met een lage reproductiesnelheid. Daarnaast zijn bedreigde en achteruitgaande soorten extra kwetsbaar, omdat hun populaties reeds onder druk staan. De Windturbines kunnen zorgen voor aanvaringsslachtoffers, habitatverlies (door vermijding en/of verstoring) en barrièrewerking (verlies van vrije vliegruimte en vrije doorgang door de aanwezigheid of het operationeel zijn van de Windturbines). Het wordt aangeraden om de Windturbines zoveel mogelijk buiten een straal van 200 tot 1.000 meter tot de natuurgebieden en landschapselementen te plaatsen. Het realiseren van de Windturbines in de vliegroute van de Weidevogels tussen de twee kerngebieden (oost-west richting) en wintergasten (noordwest richting) wordt afgeraden. Het uitbreiden van het Ganzen- en Smientengebied rondom de Windturbines is ook af te raden. Wellicht kan het ontwikkelen dan wel aanwijzen van een nieuw Ganzen- en Smientengebied op een grotere afstand van de Windturbines de Ganzen en Smienten, de Weidevogels en andere vogels weglokken en juist aanvaringsslachtoffers voorkomen. 3.6.

E  nergieopbrengstberekening Gemeente Oss Voor de Gemeente Oss is – omdat de Restopgave Oss alleen is uitgedrukt in een op te wekken vermogen en niet in een aantal Windturbines – onderzoek gedaan naar de verwachte energieopbrengst van verschillende opstellingen van de Windturbines. Daarbij is als aanname uitgegaan van een referentieturbine met een vermogen van 7,2 MW, een ashoogte van 175 meter en een rotordiameter van 172 meter (Vestas V172) en van veertien gerealiseerde windturbines in het Bossche deel van de Duurzame Polder. Verschillende factoren beïnvloeden de te verwachten energieopbrengst, bijvoorbeeld het

type windturbine, de (onderlinge) positie van de windturbines, turbulentie van de wind door de grond, windafvang tussen windturbines, windsnelheid, windrichting, luchtdichtheid en het onderhoud van de windturbines. Bij het onderzoek is geen rekening gehouden met stilstand om slagschaduw op gebouwen te voorkomen, met stilstand door zwermen vogels nabij de windturbine en met beperking van de capaciteit om het energienet in balans te houden (curtailment). In de Energieopbrengstberekening is onderscheid gemaakt tussen de P50- en de P90-waarde. De P50-waarde houdt in dat er een kans van vijftig procent is dat de werkelijke energieopbrengst in een jaar hoger of lager is dan de berekende energieopbrengst. De P90-waarde gaat uit van een situatie waarbij er een kans van negentig procent is dat de werkelijke energieopbrengst hoger is dan de berekende energieopbrengst. De P90-waarde geeft dus meer zekerheid over het behalen van de Restopgave Oss dan de P50-waarde. Dit komt omdat wordt uitgegaan van lagere energieopbrengsten die in negentig procent van de gevallen statistisch gezien worden behaald. De Gemeente Oss wenst bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief voldoende zekerheid te hebben dat de Restopgave Oss daadwerkelijk wordt ingevuld met de Windturbines in de Duurzame Polder.

Om die reden neemt de Gemeente Oss de berekening op basis van de P90-waarde als uitgangspunt voor de vaststelling van het Voorkeursalternatief. Deze berekening stelt dat in het Osse deel van de Duurzame Polder acht tot tien Windturbines nodig zijn om de Restopgave Oss met negentig procent zekerheid te behalen. Dit zijn meer Windturbines dan de zes tot zeven Windturbines die als uitgangspunt zijn genomen in de Ontwerptoelichting VKA. Bij de vergunningverlening door de Gemeente Oss is de Restopgave Oss bepalend voor het aantal te vergunnen Windturbines. De Gemeente Oss zal niet meer Windturbines vergunnen dan nodig is voor de invulling van de Restopgave Oss.

32

3.7. Afweging Uit de uitgevoerde onderzoeken volgt dat er binnen de Duurzame Polder verschillende zwaarwegende belangen zijn waarmee rekening moet worden gehouden. Deze belangen zijn onderling vaak niet goed verenigbaar, zodat niet aan al deze belangen kan worden tegemoetgekomen. Uit het MER blijkt dat de realisatie van windturbines zal leiden tot een aantasting van landschaps- en natuurwaarden, ook als de minimale afstanden tot de woonkernen losgelaten zouden worden. In dit verband zijn vooral de effecten op de Natuurwaarden, het Natuur Netwerk Brabant, het Ganzen- en Smientengebied en de Natura 2000-gebied in de directe omgeving van de Duurzame Polder van belang. Daarnaast blijkt dat er geluidseffecten en hinder door onder meer slagschaduw kan ontstaan in de Duurzame Polder en de omliggende dorpskernen. Dit effect treedt naar verwachting het sterkst op bij individuele woningen in de Duurzame Polder. Uit het MER blijkt verder dat realisatie van de Windturbines in de Duurzame Polder effecten heeft voor het laagvlieggebied en de radarinstallaties van Defensie. Tenslotte kan er in sommige gevallen frictie ontstaan tussen het behoud van het gebied voor hoogproductieve (kringloop)landbouw en de mogelijke eis om de Compensatie te realiseren op het grondgebied van de beide Gemeenten.

De Gemeenten hebben bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief een afweging gemaakt van alle in dit hoofdstuk 3 (Voorkeursalternatief) beschreven belangen. Bij deze belangenafweging hebben de Gemeenten in ieder geval de volgende uitdrukkelijke keuzes gemaakt: i. conform de uitdrukkelijke wens van de Raden wordt een minimale afstand aangehouden tot de bebouwde kom van omliggende kernen. In de Gemeente ’s-Hertogenbosch bedraagt de minimale afstand één kilometer en in de Gemeente Oss bedraagt de minimale afstand twee kilometer. Deze keuze wordt met name ingegeven door de wens het woon- en leefklimaat in de woonkernen zoveel mogelijk te beschermen.

Daarmee wordt het aantal omwonenden dat (geluids)hinder kan ondervinden van de Windturbines sterk beperkt. Met de genoemde afstanden bedraagt de te verwachten geluidsbelasting binnen de bebouwde kom maximaal 42 dB Lden. Daarnaast worden negatieve gezondheidseffecten zoveel mogelijk beperkt en worden ook de zichteffecten beperkt. Omdat de Duurzame Polder een groter gebied binnen de Gemeente Oss omvat, kan de Gemeente Oss ook een grotere afstand tot de bebouwde kom aanhouden. In de Gemeente ’s-Hertogenbosch is dit niet mogelijk, omdat er dan geen ruimte overblijft voor zestien Windturbines. Om deze reden hebben de Raad Oss en de Raad ’s-Hertogenbosch het aanvaardbaar geacht dat voor de beide Gemeenten een andere afstandsnorm geldt. ii. voor de woningen in het buitengebied van de Duurzame Polder kunnen niet dezelfde minimale afstanden worden aangehouden als voor woningen in de bebouwde kom. Dan zou er geen ruimte voor Windturbines overblijven. Voor de maximale toegestane geluidsbelasting op woningen sluiten de Gemeenten daarom aan bij de landelijke wettelijke normen die naar verwachting in 2025 worden vastgesteld. In het geval er nog geen landelijke geluidsnormen zijn vastgesteld, hanteren de Gemeenten voor de woningen een streefwaarde van maximaal 45 dB Lden.

Een geluidsbelasting van maximaal 47 dB Lden is toegestaan als Initiatiefnemers kunnen onderbouwen dat het onmogelijk is bij handhaving van de streefwaarde van maximaal 45 dB Lden de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en/of de Restopgave Oss te halen. De Gemeenten betrekken bij deze afweging andere relevante belangen, zoals de gezondheidsbescherming of geluidshinder van omwonenden.

33

iii. de in het MER beoordeelde varianten “Natuur”, “Landschapsvariant 1”, “Landschapsvariant 2” en “Geluid” worden niet gevolgd. Deze varianten zijn weliswaar gunstiger op de specifieke belangen van natuur, landschappelijk ontwerp of geluidsbelasting, maar de overige belangen worden daarmee aanmerkelijk minder gediend. De variant “Natuur” levert bijvoorbeeld aanzienlijk meer hinder (bijvoorbeeld geluid, slagschaduw en zicht) op voor omwonenden (doordat de Windturbines in deze variant wel binnen één of twee kilometer van de bebouwde kom worden geplaatst). Met de landschapsvarianten, de variant “Geluid” en de variant “Natuur” kunnen daarnaast de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss niet met zekerheid worden behaald (zie ook paragraaf 3.6 Energieopbrengstberekeningen Gemeente Oss). Ook zijn de varianten niet altijd realistisch, bijvoorbeeld gelet op de hoeveelheid molenaarswoningen in de variant. iv. het belang van de realisatie van de Windturbines is onverenigbaar met het belang van Defensie bij de handhaving van de Duurzame Polder als een gedeelte van het laagvlieggebied Maas-Waal. Bij hun belangenafweging hebben de Gemeenten betrokken dat de realisatie van de Windturbines op eenzelfde schaal als in de Duurzame Polder, elders binnen de Gemeenten niet mogelijk is.

De Gemeenten kunnen de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch respectievelijk de Restopgave Oss niet op dezelfde manier invullen op een ander deel van hun grondgebied. Daartegenover verliest Defensie weliswaar een gedeelte van het laagvlieggebied, maar gaat niet het gehele laagvlieggebied verloren. Om die reden concluderen de Gemeenten dat het belang van realisatie van de Windturbines (omwille van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en invulling van de Restopgave Oss) in de Duurzame Polder zwaarder weegt dan het belang van handhaving van het gehele laagvlieg gebied;

v zoals aangegeven in paragraaf 3.6 (Energieopbrengstberekening Gemeente Oss) wenst de Gemeente Oss met het Voorkeursalternatief voldoende zekerheid ruimte te bieden voor de invulling van de Restopgave Oss. Om die reden stellen de Gemeenten een ruimer Voorkeursalternatief vast dan is opgenomen in de Ontwerptoelichting VKA. Daarbij houden de Gemeenten omwille van de hiervoor genoemde redenen vast aan de minimale afstanden tot de woonkernen. Dit betekent dat het VKA ten opzichte van de Ontwerptoelichting VKA is verruimd tot ten noorden van de Gewandeweg; vi. gezien de ligging van de weidevogelgebieden en het Ganzen- en Smientengebied binnen de Duurzame Polder zal realisatie van het voor de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss noodzakelijke aantal Windturbines hoe dan ook leiden tot een aantasting van Natuurwaarden. De Gemeenten zijn van mening dat het belang bij realisering van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss deze aantasting rechtvaardigt, op voorwaarde dat de wettelijke vereiste Mitigatie en/of Compensatie wordt uitgevoerd. Daarbij nemen de Gemeenten in aanmerking dat er – indien nodig – mogelijkheden zijn voor een verplaatsing van de weidevogelgebieden en van het Ganzen- en Smientengebied. De Provincie is in beginsel bereid medewerking te verlenen aan verplaatsing (mits voldoende onderbouwd).

In het Voorkeursalternatief wordt ervan uitgegaan dat geen Windturbines worden geplaatst in het Natuur Netwerk Brabant, tenzij de Initiatiefnemers bij de vergunningaanvraag een “nee-tenzij toets” doorlopen en de maatregelen uitvoeren die daaruit vloeien.

34

Op basis van de voorgaande afwegingen stellen de Gemeenten het volgende Voorkeursalternatief vast:

Afbeelding 3.7 Voorkeursalternatief

Ter toelichting op de bovenstaande afbeelding merken de Gemeenten op dat er een aanpassing is gedaan aan de 2 km-afstandszone ten opzichte van de afbeeldingen die zijn gebruikt voor het MER, de Ontwerptoelichting VKA en de Nota reikwijdte en detailniveau. Reden van deze aanpassing is dat in die eerdere afbeeldingen niet overal de afstand van twee kilometer tot de bebouwde kom was ingetekend. In plaats daarvan was een afstand van twee kilometer tot de grens van het stedelijk gebied aangehouden. Aangezien de Raad Oss een afstand van twee kilometer tot de bebouwde kom als uitgangspunt heeft vastgesteld, is de afbeelding ten behoeve van dit Programma bijgesteld. Het geconstateerde verschil is niet relevant geweest voor de uitkomsten van het MER, de Ontwerptoelichting VKA en/of de Nota reikwijdte en detailniveau.

35

4. Beoordelingscriteria

4. Beoordelingscriteria Bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief hanteren de Gemeenten een integrale benadering. Bij de realisatie van de Windturbines dienen de Initiatiefnemers ook rekening te houden met andere belangen in de Duurzame Polder. Dit hoofdstuk beschrijft de criteria die de Gemeenten zullen hanteren bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag van één of meer Initiatiefnemers.

4.1. Financiële participatie Op grond van het Klimaatakkoord en de RES Noordoost Brabant dienen Initiatiefnemers de bewoners van de Gemeenten de gelegenheid te bieden om financieel te participeren in de exploitatie van de Windturbines. De Gemeenten hebben elk voor hun eigen grondgebied de volgende uitgangspunten voor financiële participatie vastgesteld. 4.1.1. Gemeente ’s-Hertogenbosch De Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft door middel van een online consultatie over financiële participatie de voorkeuren van bewoners gepeild. Mede op basis van de uitkomsten van deze consultatie en de bestaande bestuurlijke raadskaders, formuleert de Gemeente ’s-Hertogenbosch de volgende uitgangspunten voor financiële participatie bij de realisatie van de Windturbines op haar grondgebied: i. de lusten en lasten worden eerlijk verdeeld. Degene die de lasten dragen, delen op een eerlijke wijze mee in de lusten; ii. eerst krijgen omwonenden die wonen binnen een afstand van tien maal de tiphoogte tot een of meer Windturbines de mogelijkheid om financieel te participeren, daarna de rest van de inwoners van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch, maatschappelijke instellingen en ondernemers;

iii. de Initiatiefnemer stelt in afstemming met de omgeving een omwonendenregeling op, waarbij omwonenden van de Duurzame Polder financieel kunnen profiteren van de turbines. iv. er komt een omgevingsfonds ten gunste van de omwonenden van de Duurzame Polder. Hierdoor kan de omgeving meedelen in de lusten, zonder financieel te hoeven investeren; v. de opbrengsten van het omgevingsfonds worden ingezet voor het versterken van het gebied (cf. Visie Energielandschap, paragraaf 4.2); en vi. de Duurzame Polder wordt ontwikkeld met minimaal vijftig procent lokaal eigendom. Hierbij is de inzet een coöperatieve vorm, waarbij iedereen mee moet kunnen doen. Bij realisatie van één of meer Windturbines op gemeentegronden, streeft de Gemeente ‘s-Hertogenbosch naar honderd procent lokaal eigendom. Bij het formuleren van de uitgangspunten voor financiële participatie in de Duurzame Polder heeft de Gemeente ’s-Hertogenbosch de ambitie uitgesproken dat projecten een zo gunstig mogelijk pakket op moeten leveren voor de verdeling van lusten en lasten. Hierbij geldt dat bovenstaande uitgangspunten communicerende vaten zijn. De uitgangspunten staan niet op zichzelf, maar moeten in samenhang bekeken worden. Hierbij moet ook gekeken worden naar de rol van lokaal eigendom. Naast de bovenstaande uitgangspunten blijven de principes zoals opgenomen in de Visie Energielandschap van kracht.

37

De Gemeente ’s-Hertogenbosch vraagt bij de aanvraag van een BOPA van de Initiatiefnemer(s) een uitgewerkt plan voor financiële participatie. 4.1.2. Gemeente Oss Voor alle projecten voor grootschalige energieopwekking in de Gemeente Oss – waaronder de realisatie van de Windturbines – hanteert de Gemeente Oss de volgende tien uitgangspunten voor financiële participatie en lokaal (mede) eigendom in de Beleidsnota Financiële Participatie:26 i. de hele gemeenschap kan meeprofiteren van de energieopwekking; ii. ieder grootschalig energieopwekkingsproject is maatwerk; iii. een deel van de winst wordt besteed aan de directe omgeving; iv. een deel van de winst wordt afgedragen aan een duurzaamheidsfonds van de Gemeente Oss; v. na afdracht blijft een rendabele businesscase over voor de ontwikkelaar; vi. de hoogte van de afdracht uit de gedragscode “Wind op land” geldt als ondergrens; vii. gestreefd wordt naar minimaal vijftig procent lokaal eigendom; viii. de kansen voor de lokale economie worden optimaal benut; ix. de ontwikkelaar komt in een open en transparant proces tot afspraken met de gemeenschap; x. de Raad Oss wordt van begin tot eind geïnformeerd over dat proces. De Gemeente Oss verwacht van initiatiefnemers die een aanvraag doen voor de realisatie van Windturbines een concreet plan waarin bovenstaande uitgangspunten zijn uitgewerkt.

De uitgangspunten zijn nader toegelicht in de Beleidsnota Financiële Participatie. Uitwerking vindt plaats in overleg met de Gemeente Oss gedurende de onderhandelingen over een anterieure overeenkomst en/of tijdens de aanvraagprocedure voor een BOPA. De verplichting tot naleving van het uitgewerkte plan wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst en/of als vergunningsvoorschrift in de BOPA.

26

4.2. Lokaal eigendom 4.2.1. Gemeente ’s-Hertogenbosch De Gemeente ’s-Hertogenbosch vraagt bij de aanvraag van een BOPA van de Initiatiefnemer(s) een uitgewerkt plan voor lokaal eigendom. Dit moet in overeenstemming zijn met de in dit programma geformuleerde uitgangspunten voor financiële participatie en lokaal eigendom én het algemeen gemeentelijk beleid. De Gemeente ’s-Hertogenbosch verwacht dat Initiatiefnemers de Windturbines ontwikkelen met minimaal vijftig procent lokaal eigendom. Hierbij is de inzet een coöperatieve vorm, waarbij iedereen mee moet kunnen doen. Voor gemeentegronden wordt gestreefd naar honderd procent lokaal eigendom. Ook deze uitgangspunten worden gesteld vanuit de ambitie een zo gunstig mogelijk pakket voor de verdeling van lasten en lusten te realiseren. Hierbij gaat het zowel om het lokaal eigendom, als de financiële participatie. Tot slot is het denkbaar dat de vrijkomende gemeentelijke Essent-gelden ingezet worden om het aandeel lokaal eigendom in de Duurzame Polder te vergroten. Conform de Visie Energielandschap wordt gemeentelijk eigendom bij duurzame energie-opwek gezien als een volwaardige vorm van lokaal eigendom. 4.2.2. Gemeente Oss In de Beleidsnota Financiële Participatie is als uitgangspunt opgenomen dat de Gemeente Oss streeft naar minimaal vijftig procent lokaal eigendom van de Windturbines.

De exacte vorm van lokaal eigendom is niet voorgeschreven. Het is aan initiatiefnemers en de omgeving om het lokaal eigendom nader uit te werken.

Beleidsnota Financiële Participatie, p. 2.

38

De Gemeente Oss acht het denkbaar dat het lokaal eigendom vorm krijgt via een coöperatieve vereniging en/of door middel van de uitgifte van aandelen, certificaten en/of obligaties aan bewoners van de Gemeente Oss of bedrijven met een duidelijke lokale binding in de Gemeente Oss. 27 De concrete vormgeving van het lokaal eigendom dient te zijn uitgewerkt voorafgaand aan de aanvraag van een BOPA. Indien minder dan vijftig procent lokaal eigendom wordt gerealiseerd, vraagt de Gemeente Oss compensatie van de Initiatiefnemer door middel van een hogere afdracht in het kader van de financiële participatie (zoals omschreven in paragraaf 4.1.2). 4.3. Situering en vormgeving Windturbines Bij de vaststelling van dit Programma stellen de Gemeenten alleen enkele min of meer abstracte voorwaarden aan de vormgeving van de Windturbines. Het voorschrijven van een exacte vormgeving is niet wenselijk omdat het nog geruime tijd kan duren voordat er daadwerkelijk een BOPA wordt verleend. Mogelijk doen zich in de tussentijd innovaties voor in de windtechniek en/of zijn er ontwikkelingen in de markt. Als dit Programma een exacte vormgeving voorschrijft, kan niet meer op deze technische innovaties en marktontwikkelingen worden gereageerd.

Om op planniveau toch een beoordeling te maken van mogelijke milieueffecten, wordt in het MER gerekend met een bandbreedte tussen twee referentieturbines: 28 i. turbinetype 1, met een vermogen van 3,6 megawatt, een ashoogte van 134 meter en een tiphoogte van 192,5 meter; en ii. turbinetype 2, met een vermogen van 7,2 megawatt, een ashoogte van 175 meter en een tiphoogte van 261 meter. De Gemeenten stellen in dit Programma ook geen exacte plaats vast voor de Windturbines. Windturbines zijn op elke plaats binnen het Voorkeursalternatief toegestaan, met dien verstande dat bij woningen of andere gevoelige

objecten de wettelijk vereiste zones moeten worden aangehouden (vanuit onder meer geluid, externe veiligheid en slagschaduw). 29 Daarnaast kan de geldende wet- en regelgeving voor radarinstallaties van Defensie van invloed zijn op de precieze positionering van Windturbines. Plaatsing in de nabijheid van Natuurwaarden vraagt mogelijk Mitigatie en/of Compensatie. De Gemeenten willen in het Programma uniformiteit in de vormgeving en een goede onderlinge afstemming van de Windturbines borgen om de verstoring van het landschap zoveel mogelijk te beperken. Daarom stellen de Gemeenten de volgende (cumulatieve) uitgangspunten vast voor de vormgeving en plaatsing van de Windturbines: i. beschrijf de interactie van het ontwerp en de situering van de Windturbines met andere functies (zoals landbouw, natuur en water en recreatie) in de Duurzame Polder; ii. sluit met de situering van de Windturbines zo veel mogelijk aan bij de structuren van het rationele, grootschalige landschap in de Duurzame Polder.

Hanteer hierbij bestaande structuren zoals landschappelijke grenzen, wegen en waterlopen, de grote lijnen van west naar oost (Hertogswetering, Hoefgraaf, hoogspanningslijn) en/of voeg nieuwe structuren toe en breng deze in relatie tot de Duurzame Polder als geheel; iii. de plaatsing van de Windturbines wordt bij voorkeur als één visueel herkenbaar en duidelijk afgebakend windpark op het grondgebied van beide Gemeenten ontworpen. Daarbij wordt ook gestreefd naar een optimale windopbrengst op het grondgebied van de Gemeente ’s Hertogenbosch en de Gemeente Oss; iv. realiseer een evenwichtige en rustige opstelling, met vergelijkbare onderlinge afstanden. Daarbij kan worden gekozen voor de situering van rijen, een grid of een zwermopstelling (een random patroon van turbines);

Beleidsnota Financiële Participatie, p. 3. MER, p. 251. 29 Voor de aanwezige aardgasbuisleiding van Gasunie en de hoogspanningslijn van Tennet geldt tevens de Handreiking Risicozonering Windturbines en het beleid van Gasunie. 27

28

39

v. de vormgeving van de Windturbines is eenduidig, dit betekent eenheid in ashoogte, rotordiameter, gondeltype en afstemming in kleur; vi. benut landschappelijke inrichtingsprincipes en landschapselementen om het zicht op de Windturbines te ensceneren en te verzachten. Maak hierbij gebruik van de verschillende afstanden tot de Windturbines, aandacht voor de inpassing van de Windturbines op het lage schaalniveau tot en met de enscenering van het cluster van Windturbines; vii. de turbinevoet dient zorgvuldig te worden ingepast, waarbij voorzieningen in de turbinevoet worden geïntegreerd. Voorkom hekwerken en minimaliseer de benodigde verharding rondom de Windturbines; viii. het bestaande wegennet wordt zoveel mogelijk benut voor de beheerpaden. Nieuwe beheerpaden dienen te worden ingepast binnen de landschappelijke structuur en zijn van meerwaarde voor aan groen/blauwe dooradering en recreatieve routes;

ix. de bandbreedte voor de hoogte van de te plaatsen Windturbines is minimaal 192,5 meter tiphoogte en maximaal 261 meter tiphoogte; x. overige bijkomende voorzieningen, zoals trafo’s, dienen zorgvuldig te worden ingepast en krijgen een zorgvuldige ingepaste eenduidige verschijningsvorm binnen de gehele Duurzame Polder; xi. in principe is het eerste ontwerpbesluit van een BOPA bepalend voor het type Windturbine (vermogen, as- en tiphoogte en vormgeving) in alle eventuele volgende aanvragen in beide Gemeenten. Om dit zorgvuldig te laten verlopen dienen Initiatiefnemers, die van elkaar weten dat zij aan een aanvraag werken, de samenhang tussen hun aanvragen onderling af te stemmen. Indien binnen zes maanden na indiening van de eerste

40

zes maanden na indiening van de eerste aanvraag één of meer andere aanvragen worden ingediend en de Initiatiefnemers van de latere aanvragen een ander type Windturbine willen aanvragen, treden de Initiatiefnemers met elkaar in overleg. De Gemeenten verwachten van de betreffende Initiatiefnemers dat zij dan gezamenlijk een keuze maken voor het type van de Windturbines; xii. de Gemeente Oss verleent alleen een BOPA als de daarmee – op basis van de betreffende BOPA of samen met een of meer gelijktijdig aan andere Initiatiefnemers te verlenen BOPA’s – toegestane Windturbines een vermogen gelijk aan de Restopgave Oss zullen opwekken. Overschrijding van de Restopgave Oss is alleen mogelijk als met één Windturbine minder de Restopgave Oss niet meer volledig wordt behaald. De te verwachten energieopbrengst dient te worden onderbouwd met een energieopbrengstberekening van een ter zake kundig bureau; xiii. de Gemeente ’s-Hertogenbosch vergunt – ter invulling van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch – maximaal zestien Windturbines in het Bossche deel van de Duurzame Polder. Het aantal van zestien Windturbines geldt niet als minimum voor een aanvraag door Initiatiefnemer(s).

Bij een aanvraag voor minder dan zestien Windturbines, dienen de in die aanvraag betrokken Windturbines op het grondgebied van de Gemeente ’s-Hertogenbosch zo te worden gesitueerd, dat er voldoende geschikte ruimte behouden blijft voor een totaal van zestien Windturbines op het grondgebied van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch; xiv. de Gemeenten hanteren bij de vergunningverlening de dan geldende landelijke geluidsnormen. Als de landelijke normen niet (tijdig) worden vastgesteld, achten de Gemeenten een maximale geluidsbelasting van 45 dB Lden (streefwaarde) van Windturbines op omliggende

geluidsgevoelige objecten aanvaardbaar. Een geluidsbelasting van maximaal 47 dB Lden is toegestaan als Initiatiefnemers kunnen onderbouwen dat het onmogelijk is bij handhaving van de streefwaarde van maximaal 45 dB Lden de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en/of de Restopgave Oss te halen. De Gemeenten betrekken bij deze afweging andere relevante belangen, zoals de gezondheidsbescherming of geluidshinder van omwonenden; en xv. de Gemeenten treden bij de vergunningverlening in overleg om een situering van de Windturbines vast te stellen die op het grondgebied van beide Gemeenten een optimale energieopbrengst genereert. De Gemeenten verwachten dat Initiatiefnemers in beide Gemeenten de situering van de Windturbines in hun vergunningaanvraag onderling afstemmen. De opstelling van de Windturbines in de Gemeente ’s-Hertogenbosch mag niet tot een onaanvaardbaar windverlies leiden op het grondgebied van de Gemeente Oss (en vice versa). Er is in ieder geval sprake van een onaanvaardbaar windverlies, indien het windverlies zodanig groot is dat daardoor voor Initiatiefnemers in de Gemeente Oss geen haalbare “business case” overblijft (en vice versa). 4.4. Natuurcompensatie en mitigatie Zoals hiervoor beschreven in paragraaf 3.5 (Ecologie) leidt de realisatie van de Windturbines waarschijnlijk tot de aantasting van Natuurwaarden.

Aantasting van de Natuurwaarden is mogelijk op basis van een Natuurvergunning. Als de Natuurwaarden inderdaad worden aangetast, moet de betreffende Initiatiefnemer de omwille van die aantasting wettelijk vereiste Mitigatie en Compensatie realiseren. Gedeputeerde Staten zijn als bevoegd gezag voor de Natuurvergunning betrokken bij de uitwerking van de concrete Mitigatie en Compensatie.

41

De exacte aantasting van Natuurwaarden en de te realiseren Mitigatie en Compensatie kunnen pas worden vastgesteld nadat een Initiatiefnemer een BOPA aanvraagt. De Gemeenten stellen in dit Programma al wel de volgende randvoorwaarden vast ten aanzien van Mitigatie en Compensatie: i. Compensatie vindt plaats op het grondgebied van de Gemeente waar de aantasting van Natuurwaarden zich voordoet, tenzij dit ecologisch gezien niet mogelijk is. Compensatie op het grondgebied van de andere Gemeente geschiedt in nauw overleg met die Gemeente; ii. aantasting van de populatie van Weidevogels is alleen mogelijk met passende Compensatie binnen de agrarische bestemming, waarbij de in de Duurzame Polder aanwezige populatie van Weidevogels behouden blijft. Compensatie kan niet plaatsvinden door de populatie van Weidevogels in de Duurzame Polder te laten verdwijnen en elders op het grondgebied van de Gemeenten een nieuwe populatie van Weidevogels op te bouwen. Meer concreet betekent dit dat Initiatiefnemers die een aantasting van de populatie Weidevogels zullen veroorzaken door de realisatie van Windturbines – in overleg met de Gemeenten en de Provincie – tijdig moeten starten met het uitvoeren van de Compensatie.

Hierdoor krijgen de Weidevogels meer tijd om te migreren naar de compensatiegebieden; iii. eventuele Compensatie ten noorden van het Voorkeursalternatief op het grondgebied van de Gemeente Oss wordt vormgegeven op een wijze die past bij het primair agrarische karakter van dat gebied. Daarbij wordt aangesloten bij de relevante onderdelen van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied, de Landbouwvisie Oss, het Bod Westelijke Polder en het gebiedsprogramma dat op basis daarvan door de Gemeente Oss

en het Agrarisch Collectief Oss wordt uitgewerkt. Uitwerking van de Compensatie ten noorden van het Voorkeursalternatief geschiedt in nauwe afstemming met de Gemeente Oss en met (vertegenwoordigers van) de agrariërs, grondeigenaren en natuurorganisaties in dat gebied; iv. bij Mitigatie voor initiatieven op het grondgebied van de Gemeente ’s-Hertogenbosch geldt dat hierbij alle technische uitvoerbare maatregelen dienen te worden getroffen om aanvaring van de wieken met vogels en vleermuizen te voorkomen;30 v.  eventuele Compensatie ten westen of ten zuiden van het Voorkeursalternatief op het grondgebied van de Gemeente ’s-Hertogenbosch geschiedt op een wijze die past bij het betreffende gebied en in nauwe afstemming met de Gemeente ’s-Hertogenbosch, agrariërs, grondeigenaren en natuurorganisaties in dat gebied. Daarbij wordt aangesloten bij de ontwikkelperspectieven, zoals beschreven in paragraaf 5.3 (Ontwikkelperspectieven) en bijlage III; en vi.  voor zover de Compensatie ten noorden van het Voorkeursalternatief plaatsvindt voor verschillende Natuurwaarden dienen de maatregelen zoveel mogelijk te overlappen, zodat onnodig verlies van agrarische (productie)functies wordt voorkomen. De Gemeenten bereiden voor de realisatie van de Compensatie een gebiedsproces voor, in onderling overleg met de Initiatiefnemers en de Provincie.

Dit gebiedsproces is gericht op een goede inpassing en een tijdige realisatie van de Compensatie. Bij de (voorbereiding van de) aanvraag van de BOPA wordt de definitieve omvang van de aantasting van de Natuurwaarden en de vereiste Compensatie duidelijk. Daarmee krijgt de Initiatiefnemer zicht op de betrokkenen waarmee zij Compensatie dienen af te stemmen.

In lijn met de motie “Maatregelen ter bescherming van vogels”, aangenomen door de Raad ’s-Hertogenbosch op 18 mei 2021.

30

42

De uitwerking van de Compensatie raakt aan de volgende aspecten: i. inhoudelijke, zoals de mogelijkheden en wensen van betrokkenen; ii. bestuurlijke, voor het vastleggen van de nieuwe begrenzingen en de werkingsgebieden van regelingen en eventuele aanpassingen (bijvoorbeeld waterpeilen); iii. financiële, zoals vergoedingen, afspraken voor blijvende afname van Weidevogelpakketten en de kosten van beheerinspanningen; en iv. juridische, zoals het vastleggen van privaatrechtelijke afspraken en verlenen van vergunningen.

Bij de realisatie komen ook praktische opgaven aan de orde, koppeling met andere maatschappelijke doelen en organisaties die daarvoor actief zijn en technische uitvoering. Daarbij is uitgangspunt dat de inrichting van natuurgebieden en de start van het beheer vooraf dienen te gaan aan de realisatie van de Windturbines. Het gehele proces laat zich als volgt schematisch weergeven:

43

5. Integraliteit Gemeente ’s-Hertogenbosch

5. Integraliteit Gemeente ’s-Hertogenbosch In artikel 2 lid 3 van de Bestuursovereenkomst hebben de Gemeenten en de Provincie de ambitie onderschreven om in de Duurzame Polder “tot een integrale afweging te komen, waarbij de prioritaire energieambitie wordt gerealiseerd en koppelkansen worden benut met betrekking tot andere belangen zoals klimaatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie.” In de raadsbesluiten waarin de Duurzame Polder is aangewezen als locatie voor de grootschalige opwek van windenergie is deze ambitie verwoord als het in acht nemen van “de samenhang met andere waarden en belangen (zoals o.m. landbouw, natuur en wonen), waardoor een integrale gebiedsontwikkeling mogelijk is.” Dezelfde ambitie is door de Gemeenten verwerkt in de in hoofdstuk 2 (Visie) beschreven visiedocumenten en de door de Gemeente ’s-Hertogenbosch in s opgenomen visie. Ten behoeve van de integrale afweging van belangen hebben de Gemeenten verschillende onderzoeken laten uitvoeren en een omgevingsparticipatieproces doorlopen. De door de Gemeenten gemaakte belangenafweging is beschreven in hoofdstuk 3 (Voorkeursalternatief) en het omgevingsparticipatieproces wordt nader beschreven in hoofdstuk 7 (Procesparticipatie).

In dit hoofdstuk 5 (Integraliteit Gemeente ’s-Hertogenbosch) werkt de Gemeente ’s-Hertogenbosch uit welke integrale beoordelingscriteria zij hanteert voor de beoordeling van initiatieven op haar eigen grondgebied. De Gemeente Oss geeft een uitwerking van haar beoordelingscriteria in hoofdstuk 6 (Integraliteit Gemeente Oss).

5.1. Integrale gebiedsontwikkeling De Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft het uitgangspunt van een integrale gebiedsontwikkeling vastgesteld in de Visie Energielandschap. Dit betekent dat het ontwikkelen van duurzame energie moet leiden tot een integraal plan met ruimtelijke kwaliteit, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde (lasten en lusten) voor het gebied. Daarbij moet ook zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met het woon- en leefklimaat, waaronder gezondheid, van omwonenden. De consequenties hiervan worden in beeld gebracht en meegenomen in de afwegingen. Daarnaast is ook onderdeel van de gebiedsontwikkeling van het Bossche deel van de Duurzame Polder, dat andere initiatieven, anders dan voor windenergie, kunnen worden ontwikkeld op basis van dit Programma. Dit gaat bijvoorbeeld om initiatieven voor de verbreding van agrarische activiteiten, recreatie en/of natuurontwikkeling. 5.2. K  waliteitsimpuls vanwege impact op het landschap en functies Realisatie van de Windturbines op het grondgebied van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft aanzienlijke gevolgen voor het bestaande landschap en de functies daarin. Het karakter van het landschap zal ingrijpend veranderen. Een van de (gemeentelijke en provinciale) voorwaarden daarbij is daarom, dat de ontwikkeling gepaard gaat met een kwaliteitsverbetering voor het landschap.

Concreet betekent dit, dat in het plan van een Initiatiefnemer maatregelen worden opgenomen voor de verbetering van het landschap en de bestaande functies in het gebied. Dit Programma beschrijft de uitgangspunten waaraan Initiatiefnemers moeten voldoen. Op het grondgebied van de Gemeente

45

’s-Hertogenbosch dienen Initiatiefnemers een keuze maken uit de prioritaire voorstellen uit de Ontwikkelperspectieven, afgestemd op het door hen verplicht te besteden bedrag voor de kwaliteitsverbetering landschap. Uiteraard spelen hierbij ook praktische mogelijkheden, zoals grondeigendom, een rol. Dit uitgangspunt van kwaliteitsverbetering landschap geldt ook voor initiatieven, anders dan windenergie. De uiteindelijk gerealiseerde kwaliteitsverbetering van het landschap dient na afloop van de 25-jaarstermijn, wanneer de Windturbines volgens provinciale regels dienen te worden verwijderd, te worden gehandhaafd.

dat er kansen zijn om de verbinding tussen stad en land te versterken en een meer geleidelijke overgang te ontwikkelen. Er wordt ruimte geboden op vrijkomende en op bestaande (agrarische) bedrijfskavels en agrarische percelen voor vormen van extensieve landbouw, (collectieve) landbouw (bijv. Herenboeren), landschapsbeheer, voedselbos, strokenteelt, teelt van lokale producten en voor de ontwikkeling van een of meerdere kleine (productie-) bossen. Ook is er ruimte voor natuurontwikkeling en aanvullende nevenfuncties gericht op stedelijke functies (zoals moestuinen, recreatie, educatie, kleinschalige horeca, etc.).

5.3. Ontwikkelperspectieven Tijdens het ontwerpend onderzoek voor de Duurzame Polder zijn ideeën en ambities geschetst en is input opgehaald bij belanghebbenden. Dit heeft geleid tot de kansen en de visie op de gebiedsontwikkeling in ’s-Hertogenbosch, zoals beschreven in paragraaf 2.1.3. In deze paragraaf is de visie vertaald naar samenvattende Ontwikkelperspectieven per deelgebied. In bijlage III zijn de Ontwikkelperspectieven in het geheel beschreven.

Afbeelding 5.3.1. Stadsrand ’s-Hertogenbosch

Per deelgebied worden enerzijds sturende uitgangspunten en anderzijds kansen en ambities benoemd, die van belang zijn om een kwaliteitsverbetering voor dat deelgebied te bereiken. Op die manier kan een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvinden voor de Duurzame Polder als geheel. Initiatiefnemers dienen in hun plan de kwaliteitsverbetering voor landschap aan te tonen. De globale effecten van de beoogde ambities uit de Ontwikkelperspectieven zijn in het MER beschouwd (hoofdstuk 12 en 13). Hieruit blijkt dat dit over het geheel positieve effecten kan opleveren. 5.3.1. Stadsrand ’s-Hertogenbosch De “Stadsrand ’s-Hertogenbosch” ligt volledig in de Gemeente ’s-Hertogenbosch tussen de woonwijk de Groote Wielen, de Hertogswetering, de Grintweg en de Rompertweg. Ten westen hiervan wordt woonwijk de Groote Wielen ontwikkeld. Voor dit deelgebied geldt

De ambitie voor dit deelgebied is het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied door ommetjes in de vorm van struinpaden. Deze ommetjes sluiten bij voorkeur aan op langzaam verkeersroutes in de wijk. Het nieuwe landschap met meer diversiteit kan daarnaast mogelijkheden bieden om het zicht op de windturbines in de polder te verminderen. We merken daarbij op, dat het niet waarschijnlijk is dat de aanplant van bomen het zicht op de turbines volledig zal wegnemen. Daarnaast wordt in de ontwikkeling van de Groote Wielen (Noord) ingezet op bomen in de straten, wat effectiever is voor dit doel van het wegnemen van zicht.   Dit Ontwikkelperspectief is uitgewerkt in de bovenstaande visualisatie van een toegankelijk “klimaatlandschap”. In de bijlage is deze globale ontwikkelingsrichting voor het deelgebied Stadsrand ‘s-Hertogenbosch verder uitgewerkt naar thema’s.

46

5.3.2. De Weide (uitsluitend voor ’s-Hertogenbosch)

Afbeelding 5.3.2. De Weide

De “Weide” beslaat het open poldergebied in het midden van de Duurzame Polder. Dit deelgebied heeft een grootschalig en open karakter, met een rationeel verkavelingspatroon. De “Weide” wordt vooral gebruikt door grote melkrundvee- en varkenshouderijen. Het grootste deel van de agrarische percelen is in gebruik als grasland, op een aantal plekken gecombineerd met weidevogelbeheer. De aanwezige natuurwaarden zijn vooral gekoppeld aan het agrarisch gebruik. In de polder is op een succesvolle manier gewerkt aan het behoud en ontwikkeling van een gevarieerde weidevogelpopulatie die voor Brabant tot de beste behoort. Midden door de polder lopen de watergangen en ecologische verbindingszones de Hertogswetering en Hoefgraaf. De “Weide” is en blijft agrarisch gebied. Een duurzame ontwikkelkoers voor dit gebied vereist dus een toekomstperspectief voor de agrarische sector. Bij ontwikkelingen in dit gebied ziet de Gemeente ’s-Hertogenbosch graag een sterk accent op (duurzame) voedselproductie, innovatieve hoogproductieve (kringloop)landbouw, extensivering en aansluiting bij het bodem en watersysteem van de polder. In het deel van de “Weide” waar de Windturbines worden gerealiseerd, wordt ingezet op het versterken van de natuurwaarden voor de soorten die geen grote hinder ondervinden van de Windturbines.

Onderdeel van die ontwikkeling is de versterking van de natuurwaarden rondom de watergangen Hoefgraaf.

Het behouden van de huidige populatie van weidevogels is het uitgangspunt (zie ook par. 4.4). Dit Ontwikkelperspectief is uitgewerkt in onderstaande visualisatie. In de bijlage is deze globale ontwikkelingsrichting voor het deelgebied Stadsrand ‘s-Hertogenbosch verder uitgewerkt naar thema’s. 5.3.3. O  vergang Zand – Klei (uitsluitend voor ’s-Hertogenbosch) Deelgebied Overgang zand-klei ligt in het zuidelijk deel van de Duurzame Polder. Het is een gebied dat zich kenmerkt als kleinschalig landschap gelegen op de overgang van tussen de lager gelegen kleigronden in de polder en de hoger gelegen zandgronden. Op de zandgronden liggen de bebouwingslinten Heeseind en Kruisstraat en de dorpskern Nuland. De doorzichten vanaf deze linten naar het grotere polderlandschap zijn een belangrijke kwaliteit. Kenmerkende en karakteristieke landschapselementen in dit gebied zijn houtwallen, lanen en kleine bosjes, die de hogere (en drogere) dekzandrug verbinden met lagergelegen gronden langs de Hertogswetering. In dit deelgebied wordt ingezet op het versterken van dit kleinschalige landschap door de aanplant van dit type landschapselementen.

Afbeelding 5.3.3. Overgang Zand – Klei

47

Daarnaast biedt dit gebied mogelijkheden voor het “vernatten” van gronden op de “Naad van Brabant”, door gebruikt te maken van kwelwater dat in dit gebied aan de oppervlakte komt. Het vernatten van gronden biedt op zijn beurt kansen voor natuurontwikkeling en waterberging. Ook liggen er kansen voor recreatie, bijvoorbeeld door oude (agrarische) paden te herstellen of agrotoerisme te stimuleren (horeca en dagrecreatie in het buitengebied) op vrijkomende agrarische bedrijfskavels. Dit Ontwikkelperspectief is uitgewerkt in bovenstaande visualisatie . In de bijlage is deze globale ontwikkelingsrichting voor het deelgebied Overgang zand-klei verder uitgewerkt naar thema’s. 5.4. Integrale planuitwerking 5.4.1. Inleiding In de Ontwikkelperspectieven zoals geschetst in paragraaf 5.3, is een aantal uitgangspunten en ambities voor diverse thema’s beschreven. In de volgende paragraaf 5.4.2 zijn uit die geschetste ambities, drie prioritaire ambities benoemd voor Initiatiefnemers (voor windenergie). De Gemeente ‘s-Hertogenbosch vraagt Initiatiefnemers in te gaan op de wijze waarop hun plan bijdraagt aan de prioritaire ambities. Daarnaast vraagt de Gemeente ’s-Hertogenbosch voor de uitwerking van plannen van Initiatiefnemers, aan de hand van de thema’s in paragraaf 5.4.3 aan te tonen dat er sprake is van een integraal ruimtelijk plan.

Hierbij gelden de ontwikkelperspectieven als uitgangspunt. 5.4.2. P  rioritaire ambities voor Initiatiefnemers Voor het grondgebied van de Gemeente ’ s-Hertogenbosch geldt een aantal prioritaire ambities bij de planontwikkeling van initiatieven voor windenergie. De Gemeente ’s-Hertogenbosch vraagt van Initiatiefnemers een integraal ruimtelijk plan (zie par. 5.5). In dit plan dient de initiatiefnemer aan te tonen dat er sprake is van een ontwikkeling die leidt tot een kwaliteitsverbetering van het landschap. Het integraal ruimtelijk plan dient bij te dragen aan de versterking van de landschappelijk- en natuurlijke waarden van het Bossche deel van

de Duurzame Polder. De Ontwikkelperspectieven vormen hiervoor de basis. Er dient hierbij te worden ingezet op de volgende prioritaire ambities (willekeurige volgorde): • Robuuste inrichting van de zone rondom Hoefgraaf en/of Hertogswetering als Ecologische Verbindingszone. Daarbij geldt het uitgangspunt om aan te sluiten bij de visie die geldt op het grondgebied van de gemeente Oss; • Herstel van het kleinschalige landschap (deelgebied Overgang zand-klei); en • Bijdrage aan de ontwikkeling van het klimaatlandschap (deelgebied stadsrand ‘s-Hertogenbosch). Deze prioritaire ambities dienen door de Initiatiefnemer(s) als eerste onderzocht te worden of op deze wijze invulling gegeven kan worden aan de te realiseren kwaliteitsverbetering. Alleen indien aantoonbaar blijkt dat het niet mogelijk is om een bijdrage te leveren aan deze specifieke prioritaire ambities, kan op een andere wijze worden bijgedragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering. Namelijk via (een selectie van) andere ambities uit de ontwikkelperspectieven. Deze ambities kunnen gelegen zijn op het eigen perceel van de Initiatiefnemer of elders in de Duurzame Polder. Als dit ook niet mogelijk is, dient een fondsbijdrage plaats te vinden zoals beschreven in pararagraaf 5.6.3. 5.4.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=23759dfc-5465-404d-8c67-1815880d5d7c