Bijlage 1 - Ontwerpprogramma Duurzame Polder
Tekst van het document
Thema’s integrale planuitwerking In deze paragraaf wordt per thema geduid dat bij de uitwerking van initiatieven een onderbouwing / toelichting moet worden opgesteld hoe ieder thema verwerkt is in het plan, in het kader van een integrale gebiedsontwikkeling. Dit dient te passen binnen de visie (paragraaf 2.1.3) en Ontwikkelperspectieven. Natuur Zoals beschreven in hoofdstuk 3.5 (Ecologie) en paragraaf 4.4 (Natuurcompensatie) omvat de Duurzame Polder belangrijke natuurwaarden. Vanzelfsprekend dienen de Initiatiefnemers
48
bij de realisatie van de Windturbines aan alle wettelijke vereisten van natuurbescherming te voldoen. Verder verwacht de Gemeente van Initiatiefnemer(s) en initiatiefnemers voor andere initiatieven, naast de wettelijke plicht ter compensatie / mitigatie, een planuitwerking waarmee natuurwaarden in het gebied worden versterkt. De maatregelen als genoemd onder prioritaire ambities (paragraaf 5.4.2) kunnen hier onderdeel van uitmaken. Dit kan gaan om bijvoorbeeld het versterken van de biodiversiteit in de polder of het doorontwikkelen van natuurwaarden bij ecologische verbindingszones. Landbouw Ten aanzien van de landbouw in de Duurzame Polder wordt door de Gemeente ’s-Hertogenbosch ruimte geboden aan innovatieve, duurzame en hoogproductieve landbouw, in combinatie met extensivering. De Gemeente ’s-Hertogenbosch ziet graag dat agrariërs zich richten op verduurzaming van hun activiteiten, in overeenstemming met de gewenste landbouwtransitie. Voor de randen van de polder (stadsrand ten oosten van de Groote Wielen en het overgangsgebied van zand naar klei) liggen kansen om het kleinschaligere landschap te versterken in combinatie met vormen van collectieve landbouw, stadslandbouw of verbreding van activiteiten op de erven.
De Gemeente ‘s Hertogenbosch vraagt initiatiefnemer(s) voor windenergie en andersoortige initiatieven om bij de planuitwerking deze uitgangspunten mee te nemen, alsook de kansen die er liggen om opgaven vanuit waterberging, natuurontwikkeling en -beheer en klimaatadaptatie. Water en bodem Sinds 2022 geldt het principe ”water en bodem sturend” als één van de leidende principes bij de uitwerking van ruimtelijke plannen. De Gemeente ‘s-Hertogenbosch verwacht van initiatiefnemer(s) dat zij bij de uitwerking van hun plannen aandacht besteden aan het wateren bodemsysteem in de Duurzame Polder. Voor het Bossche deel kan dit onderdeel zijn van de bijdrage aan de ambities zoals benoemd in de Ontwikkelperspectieven. Concreet worden de
Initiatiefnemers aangemoedigd actief in gesprek te gaan met het Waterschap Aa en Maas om te onderzoeken welke kansen er zijn tussen de realisatie van de Windturbines, de realisatie van de Compensatie en de belangen van het Waterschap Aa en Maas, zoals op het vlak van waterberging. Landschap, erfgoed en cultuurhistorie Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij de uitgangspunten en kansen voor het thema landschap, erfgoed en cultuurhistorie onderzoeken en meenemen in hun planuitwerking. De Gemeente ’s-Hertogenbosch vraagt Initiatiefnemers de reeds aanwezige lijnen in het landschap te betrekken in het plaatsingsplan voor Windturbines . Bij de keuze van mitigerende maatregelen (zoals voor natuur) dient aandacht te worden besteed aan de cultuurhistorische waarden, waaronder zowel de rationele verkavelingsopzet van de polder als de historische functie van de overlaat die de polder had. Wonen Verspreid over de Duurzame Polder liggen woningen en agrarische bedrijven buiten de bebouwde kom. Rondom de Duurzame Polder liggen de steden ’s-Hertogenbosch en Oss en verschillende dorpskernen. Begrijpelijkerwijs vrezen bewoners voor verlies van woongenot in en rondom de Duurzame Polder.
Tegen de achtergrond van de gemaakte belangenafweging (zie paragraaf 3.7) vraagt de Gemeente ‘s-Hertogenbosch de Initiatiefnemers in hun plan zoveel mogelijk rekening te houden met het woon -en leefklimaat, inclusief gezondheid, van omwonenden. Denk daarbij aan vermindering slagschaduw of van het zicht op turbines, en/of bijvoorbeeld aan vermindering of voorkomen van hinderlijk knipperlicht. Hierbij dient zo nodig een voorstel met concrete maatregelen te worden gevoegd, hoe de negatieve invloed van het plan op het woon -en leefklimaat kan worden beperkt.
49
Onderdeel hiervan kan ook zijn het benutten van kansen met het woongenot van belanghebbenden. Hier kan op verschillende manieren invulling aan worden gegeven, bijvoorbeeld door de direct omwonenden gunstige voorwaarden te bieden voor deelname in de Initiatiefnemers en/of door omwonenden vanuit de opbrengsten van de Windturbines te ondersteunen bij de financiering van duurzaamheidsmaatregelen voor hun woning. Bij de vormgeving van kansen voor omwonenden kan ook synergie worden gezocht met de natuurmaatregelen. Investeringen in natuurlijke zones kunnen mogelijk zo worden vormgegeven dat dit het woongenot van direct omwonenden ten goede komt. Recreatie In de Gemeente ‘s-Hertogenbosch wordt een nieuwe wijk, grenzend aan de stadsrand ontwikkeld (Groote Wielen), waardoor de recreatiebehoefte in het gebied zal toenemen. De Gemeente ‘s-Hertogenbosch vraagt initiatiefnemers in hun plan een uitwerking te geven op het thema recreatie, waarin de kansen aan de randen van de polder, zoals het vergroten van het recreatief uitloopgebied of mogelijkheden voor verbreding van activiteiten, worden betrokken. Hierin kunnen, zo gewenst, ook bijdragen worden opgenomen die onderdeel zijn van de noodzakelijke kwaliteitsverbetering landschap.
Daarbij wordt Initiatiefnemers in ieder geval gevraagd in hun plan rekening te houden met de belangen van de bestaande modelvliegvereniging aan de Tweede Hoefsteeg, zoals verder beschreven in het Ontwikkelperspectief. 5.5. Toetsing integraal ruimtelijk plan 5.5.1. Integraal ruimtelijk plan In het kader van een integrale gebiedsontwikkeling, zoals beschreven in paragraaf 5.1, vraagt de Gemeente ’s-Hertogenbosch van initiatiefnemers een integraal ruimtelijk plan. Naast een ruimtelijke onderbouwing en planuitwerking, is ook het plan voor financiële participatie en lokaal eigendom onderdeel hiervan. 5.5.2. Omgevingsdialoog De Gemeente verwacht dat initiatiefnemers als onderdeel van het ruimtelijke plan een zorgvuldige omgevingsdialoog te doorlopen. Initiatiefnemers voor windenergie dienen zich maximaal in te spannen om bij belanghebbenden draagvlak te vinden bij de uitwerking van hun plannen voor de realisatie van de Windturbines. Hierbij is minimaal onderdeel een afstemming met percelen die grenzen aan percelen waarop een Windturbine wordt gepland. De Gemeente ‘s-Hertogenbosch verwacht dat de initiatiefnemers de Gemeente regelmatig en proactief informeert over de processuele en inhoudelijke stand van zaken.
50
5.5.3. Toetsingscriteria Het genoemde integrale ruimtelijke plan moet bij een vergunningsaanvraag voor Windturbines en bij andersoortige initiatieven gevoegd. Onderdeel van het ruimtelijk plan is een uitgewerkte onderbouwing waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de uitgangspunten van dit Programma. Er dient daarmee te worden voldaan aan de vereisten van integrale gebiedsontwikkeling en de eerlijke verdeling van lasten en lusten. Er wordt hierbij getoetst aan: 1. de beoordelingscriteria voor de realisatie van windturbines, zoals benoemd in paragraaf 4.1 (Financiële participatie), paragraaf 4.2 (Lokaal eigendom), paragraaf 4.3 (Situering en vormgeving Windturbines) en paragraaf 4.4 (Natuurcompensatie); 2. de uitgangspunten voor integrale gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering landschap zoals benoemd in paragrafen 5.1, 5.2, 5.6.3 en 5.6.4, en de uitgangspunten in paragraaf 5.4 Integrale planuitwerking (in samenhang met de Ontwikkelperspectieven); en 3. de vereiste van een zorgvuldige omgevingsdialoog (zoals beschreven in paragraaf 5.5.2). Met bovenstaande onderbouwing kan ook invulling worden gegeven aan de vereisten uit de provinciale Omgevingsverordening die raken aan ruimtelijke kwaliteit (art. 5.7 t/m 5.12 en 5.51). Om de realisatie van de integrale gebiedsontwikkeling te borgen, worden zoveel mogelijk onderdelen als verplichtend voorschrift verbonden aan de BOPA.
Of met een vergunningsaanvraag voldaan wordt aan bovenstaande voorwaarden, is ter afweging van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch bij ontvangst van het plan. 5.5.4. Kwaliteitsteam Bij de toetsing voor initiatieven voor Windturbines maakt de Gemeente gebruik van een zogenaamd Q-team. De Gemeente ’s-Hertogenbosch zal na de vaststelling van het Programma een “Q-team” (beeldkwaliteitsteam) samenstellen. Het Q-team bewaakt de ruimtelijke kwaliteit
en samenhang van plannen voor de realisatie van de Windturbines in de Gemeente ’s-Hertogenbosch. Het Q-team geeft tijdens het ontwerptraject van de Initiatiefnemers advies over de ruimtelijke uitgangspunten en stuurt op de gewenste ruimtelijke kwaliteit en samenhang tussen de bouwplannen en de openbare ruimte. Bij de toetsing van de aanvragen voor een BOPA geeft het Q-team een zwaarwegend advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Deze werkzaamheden doet het Q-team op basis van de uitgangspunten en kaders die in dit Programma zijn vastgelegd. Het Q-team bestaat ten minste uit de volgende disciplines: i. een stedenbouwkundige / landschapsontwerper extern; ii. een stedenbouwkundige van de Gemeente ’s-Hertogenbosch; iii. een landschapsontwerper van de Gemeente ’s-Hertogenbosch; en iv. naar behoefte kan er een adviseur worden ingeschakeld in het Q-team, zoals een lid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, een adviseur bouwhistorie (afdeling Erfgoed) en/of een ecoloog. 5.6. Financiering en realisatie 5.6.1. Financiering en realisatie ambities Per deelgebied is een Ontwikkelperspectief opgenomen waarin de beoogde kwaliteitsverbetering en meerwaarde wordt beschreven voor dat deelgebied.
Initiatiefnemers voor windenergie en/of andere plannen (zoals verbreding van activiteiten op het erf of recreatie) staan aan de lat om hier aan bij te dragen als onderdeel van hun initiatief. We nodigen initiatiefnemers (bottom-up) uit om plannen te ontwikkelen binnen de Ontwikkelperspectieven. De uitgangspunten in dit Programma borgen dat die ambities, met het oog op een integrale gebiedsontwikkeling, deels door de initiatiefnemers gerealiseerd zullen worden. Deze kwaliteitsinvesteringen zijn immers noodzakelijk als gevolg van het effect op de ruimtelijke kwaliteit door die initiatieven. De mate waarin en de
51
snelheid waarmee de ambities worden gerealiseerd, is afhankelijk van de snelheid waarmee initiatieven worden ontwikkeld en de specifieke bijdragen aan de ambities die daaraan worden gekoppeld. Er is vanuit het Programma Duurzame Polder voor de realisatie van de in de Ontwikkelperspectieven opgenomen ambities geen aanvullende financiële dekking geregeld. Onderdeel van de Ontwikkelperspectieven is de realisatie van een klimaatlandschap. Ook hiervoor geldt het principe dat realisatie afhankelijk is van initiatiefnemers die hieraan gaan bijdragen. Uiteraard is het denkbaar, buiten het Programma Duurzame Polder, op zoek te gaan naar aanvullende financiering om de realisatie van dit klimaatlandschap te ondersteunen. Zo staat het ‘klimaatbos’ in het Structuurfonds als ‘pm’ benoemd. De verdere uitwerking van het klimaatlandschap in het Structuurfonds is gekoppeld aan het onderzoek naar de mogelijke rondweg De Groote Wielen. Via deze route liggen er kansen om ambities en financieringsbronnen te combineren. Resumerend geven de Ontwikkelperspectieven de gewenste ontwikkelrichtingen aan voor de verschillende deelgebieden in de Duurzame Polder. Ze kunnen echter uitdrukkelijk niet gelezen worden als een blauwdruk of een plan dat gerealiseerd gaat worden. Ze worden gebruikt als richtinggevende uitgangspunten en inspiratie voor initiatieven in de Duurzame Polder.
Dit betekent dat het dus nog niet zeker is welke maatregelen uit de Ontwikkelperspectieven gerealiseerd worden. Zeker is wel dat initiatiefnemers voor windenergie (een selectie van) ambities moeten meenemen als onderdeel van hun integrale ruimtelijk plan. In paragraaf 5.4.2 zijn hiertoe prioritaire ambities benoemd. Via deze kwaliteitsimpulsen voor het landschap, dragen de initiatieven bij aan een integrale gebiedsontwikkeling. De Ontwikkelperspectieven worden daarnaast gebruikt als onderdeel van het afwegingskader van initiatieven, anders dan windenergie.
5.6.2. S amenhang tussen investering en betalende activiteiten (Windturbines) Uitgangspunt is een integrale gebiedsontwikkeling. De realisatie van Windturbines moet samengaan met ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Via ruimtelijke inrichtingsmaatregelen gekoppeld aan de plaatsing van windturbines wordt de inbreuk op het landschap gecompenseerd en wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt. De inrichtingsmaatregelen moeten passen binnen de Ontwikkelperspectieven zoals opgenomen in dit Programma. Deze te realiseren ruimtelijke inrichtingsmaatregelen vallen onder de verplichte kwaliteitsverbetering voor het landschap, die voortvloeit uit de provinciale verordening. Daarnaast kan op die manier ook invulling worden gegeven aan de uitgangspunten van integrale gebiedsontwikkeling uit de Visie Energielandschap van ’s-Hertogenbosch. 5.6.3. Uitgangspunten bijdragen kwaliteitsverbetering landschap voor Initiatiefnemers (Windturbines) Kwaliteitsverbetering landschap: vereiste vanuit zowel provinciaal als ook gemeentelijk beleid Voor de kwaliteitsverbetering gekoppeld aan initiatieven voor windenergie, dient de Initiatiefnemer te putten uit de uitgangspunten, ambities en kansen uit de Ontwikkelperspectieven. Hierbij geldt een aantal prioritaire ambities. We houden daarbij in het oog dat het initiatief voor de Windturbines uitvoerbaar moet blijven.
De kwaliteitsverbeteringen voor het landschap moeten onderdeel uitmaken van het in te dienen integraal ruimtelijk plan. Op basis van de huidige provinciale verordening (artikel 5.11)31 geldt het volgende over de investeringsomvang van de vereiste kwaliteitsverbetering: de waarde ter hoogte waarvoor minimaal een kwaliteitsimpuls geleverd dient te worden is op basis van Brabant brede afspraken ‘uitgangspunten kwaliteitsverbetering Noord-Brabant’ bepaald op € 15.000,- per MW opgesteld vermogen. Het oordeel over de toereikendheid van de omvang en wijze van invulling van de
Let op: er wordt bij een vergunningsverlening altijd getoetst aan de regels van de dan geldende provinciale verordening.
31
52
kwaliteitsverbetering, zoals opgenomen in het ruimtelijk plan, is ter afweging aan de gemeente in afstemming met de provincie. Het vereiste vloeit immers voort uit de provinciale verordening en het gemeentelijk beleid uit dit Programma. Wijze van invulling geven aan kwaliteitsverbetering landschap Het uitgangspunt is dat de kwaliteitsverbetering landschap plaatsvindt als onderdeel van het integrale ruimtelijke plan (dus ‘in natura’). Alleen als aantoonbaar en voldoende gemotiveerd blijkt dat ‘in natura’ niet mogelijk of haalbaar is, kan de optie van een financiële bijdrage worden benut. In dat geval dient een bedrag ter hoogte van de vereiste kwaliteitsverbetering aan de gemeente afgedragen te worden. De gemeente ’s-Hertogenbosch stort deze financiële bijdrage in een nieuw in te stellen fonds voor de Duurzame Polder, van waaruit vervolgens door de gemeente de kwaliteitsimpuls in het gebied gerealiseerd wordt. Bij het ontwerp en de realisatie daarvan sluit de gemeente ook aan bij de Ontwikkelperspectieven zoals opgenomen in dit Programma. Op deze manier komt de vereiste kwaliteitsverbetering gekoppeld aan een initiatief, toch ten goede aan de Duurzame Polder. De gemeente financiert alleen kwaliteitsinvesteringen vanuit het fonds wanneer daar voldoende middelen inzitten. Er is vanuit dit fonds geen sprake van voorinvestering en onderuitputting.
Relatie uitgangspunt provincie ‘kwaliteitsverbetering landschap’ met uitgangspunt integrale gebiedsontwikkeling gemeente Er wordt op voorhand door de gemeente geen extra financiële bijdrage gevraagd bovenop het hierboven genoemde bedrag per MW. Met deze vereiste kwaliteitsverbetering landschap kan immers mogelijk ook worden voldaan aan het gemeentelijke uitgangspunt van integrale gebiedsontwikkeling. Integrale gebiedsontwikkeling kijkt echter verder dan sec ruimtelijke kwaliteit. Het omvat bijvoorbeeld ook aspecten als een aanvaardbaar woon –en leefklimaat van omwonenden, waarvoor soms ook maatregelen gewenst kunnen zijn. Mogelijk zijn op basis van dit gemeentelijke beleidsuitgangspunt,
nog aanvullende maatregelen nodig. Dit is ter beoordeling van de gemeente bij de ontvangst van een concreet planinitiatief. 5.6.4. Uitvoeringskader voor overige ontwikkelingen (los van windenergie) In de Duurzame Polder zijn, in het kader van integrale gebiedsontwikkeling, naast de Windturbines ook allerlei andere ontwikkelingen mogelijk. Een voorbeeld is het ontwikkelen van kleinschalige recreatieve voorzieningen of woningen. Ook voor die ontwikkelingen geldt op basis van de provinciale verordening, dat dit alleen mogelijk is wanneer gekoppeld aan de ontwikkeling ook een kwaliteitsverbetering landschap plaatsvindt. De hoogte hiervan bedraagt bij niet-woonfuncties 20% van de waardevermeerdering van de grond. Bij voorkeur wordt dit ook in natura besteed. Voor de inzet van dit bedrag dient wederom geput worden uit de Ontwikkelperspectieven. Wanneer dit niet mogelijk is, dan wordt het bedrag (vergelijkbaar aan de werkwijze voor de windturbines) afgedragen aan het eerdergenoemde in te stellen fonds (wat gezien kan worden als een financiële bijdrage ex. Artikel 13.22.OW). Dit fonds wordt ingezet ten behoeve van een kwaliteitsimpuls en meerwaardecreatie in de Duurzame Polder, waarbij geput wordt uit de Ontwikkelperspectieven. Voor woonfuncties geldt de provinciale Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant.
Deze is gericht op het uitvoeren van een fysieke tegenprestatie in natura. Wanneer dit in natura niet mogelijk is, dan benoemt de regeling de hoogte van de tegenprestatie per woningtype die de initiatiefnemer dient over te dragen. Deze is vergelijkbaar met de aankoop van een ruimtevoor-ruimte-titel. Dit bedrag wordt eveneens afgedragen aan het eerdergenoemde fonds.
53
6. Integraliteit Gemeente Oss
6. Integraliteit Gemeente Oss Dit hoofdstuk beschrijft de door de Gemeente Oss geformuleerde uitgangspunten voor planontwikkelingen van de Initiatiefnemers. Eerst worden de randvoorwaarden voor integraliteit beschreven (paragraaf 6.1) en vervolgens de koppelkansen tussen de bredere belangen in het gebied (paragraaf 6.2).
6.1. Integraliteit Met dit Programma stelt de Gemeente Oss in de eerste plaats het Voorkeursalternatief vast. Daarmee wordt duidelijk waar de Windturbines gerealiseerd kunnen worden in het Osse deel van de Duurzame Polder. Om te borgen dat Initiatiefnemers bij de realisatie van Windturbines in het Osse deel van de Duurzame Polder ook andere belangen in het gebied dienen, stelt de Gemeente Oss de volgende randvoorwaarden vast: i. bij de aanvraag van een BOPA dient een Initiatiefnemer te onderbouwen op welke wijze die aanvraag bijdraagt aan de integrale ontwikkeling van het Osse deel van de Duurzame Polder en hoe er koppelkansen met andere opgaven worden benut; en ii. Initiatiefnemers dienen bij belanghebbenden in het Osse deel van de Duurzame Polder draagvlak te vinden bij de uitwerking van hun plannen voor de realisatie van de Windturbines. De Gemeente Oss verwacht dat de Initiatiefnemers daartoe een gedegen participatieproces doorlopen en de Gemeente Oss regelmatig en proactief informeert over de processuele en inhoudelijke stand van zaken.
6.2. Koppelkansen Deze paragraaf beschrijft de koppelkansen tussen de realisatie van de Windturbines en de bredere belangen in de Duurzame Polder. De Gemeente Oss moedigt de Initiatiefnemers aan meer ambities te tonen dan wat strikt genomen noodzakelijk is vanuit de beoordelingscriteria (cf. hoofdstuk 4 (Beoordelingscriteria)). In de projectfase voert de Gemeente Oss daarom graag verdere gesprekken met de Initiatiefnemers en belanghebbenden over de in deze paragraaf beschreven koppelkansen. Daarbij zal de Gemeente Oss zich vanuit een regierol inzetten en de uitwerking van plannen actief ondersteunen. Bovendien kan de Gemeente Oss – liefst gezamenlijk met de Provincie – meezoeken naar aanvullende financiële middelen voor de realisatie van plannen die ten goede komen aan de bredere belangen van de Duurzame Polder. Naar mate de Initiatiefnemers meer koppelkansen benutten vergroot dit het draagvlak voor de komst van de Windturbines. 6.2.1. Landbouw Ten aanzien van de landbouw in de Duurzame Polder hanteert de Gemeente Oss de realisatie van hoogproductieve (kringloop)landbouw als uitgangspunt. Boeren worden gestimuleerd hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Het initiatief hiervoor ligt bij de boeren. De Gemeente Oss is bereid ondersteuning te bieden door regie te voeren en concrete plannen te faciliteren.
Zo hebben boeren op het grondgebied van de Gemeente Oss zich bijvoorbeeld verenigd in het Agrarisch Collectief Oss. Het Agrarisch Collectief Oss heeft twee uitvoeringsagenda’s voor klimaatadaptatie van de agrarische sector opgesteld (het Bod Westelijke Polder en het Bod Oostelijke Polder). De Gemeente Oss ondersteunt deze uitvoeringsagenda’s.
55
De realisatie van de Windturbines biedt koppelkansen voor de transitie naar een ecologisch verantwoorde, hoogproductieve (kringloop) landbouw. De agrariërs die deelnemen in de Initiatiefnemers genereren een aanvullende inkomstenstroom, die hun transitie mede kan financieren. De komst van de Windturbines zorgt (mogelijk) ook voor een spanningsveld vanwege de vereiste Compensatie (cf. paragraaf 4.4 (Natuurcompensatie). Deze Compensatie legt immers een zeker beslag op de beschikbare ruimte in de Duurzame Polder. De Initiatiefnemers hebben daarom een belangrijke verantwoordelijkheid om bij de realisatie van de Compensatie nauwe afstemming te zoeken met de agrariërs in de Duurzame Polder. De Gemeente Oss moedigt de Initiatiefnemers daarom aan vroegtijdig overleg te voeren met de lokale agrarische natuurorganisaties. Indien gewenst kan de Gemeente Oss dit proces op haar grondgebied faciliteren en regie voeren.
koppelkansen er zijn tussen de realisatie van de Windturbines, de realisatie van de Compensatie en de belangen van het Waterschap Aa en Maas bij een goede waterberging en voldoende waterwingebieden.
6.2.2. Natuur Zoals beschreven in hoofdstuk 3.5 (Ecologie) en paragraaf 4.4 (Natuurcompensatie en mitigatie) omvat de Duurzame Polder belangrijke Natuurwaarden. Vanzelfsprekend dienen de Initiatiefnemers bij de realisatie van de Windturbines aan alle wettelijke vereisten van natuurbescherming te voldoen. De Gemeente Oss ziet echter graag dat de Initiatiefnemers meer ambitie tonen en actief op zoek gaan naar koppelkansen op het gebied van natuur. Daarbij kan de Gemeente Oss de dialoog tussen de Initiatiefnemers, natuurorganisatie én agrariërs faciliteren.
6.2.5. Wonen Verspreid over de Duurzame Polder liggen woningen en agrarische bedrijven buiten de bebouwde kom. Rondom de Duurzame Polder liggen de steden ’s-Hertogenbosch en Oss en verschillende dorpskernen. Begrijpelijkerwijs vrezen bewoners voor verlies van woongenot in en rondom de Duurzame Polder. Dit aspect is door de Gemeenten afgewogen bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief (cf. paragraaf 3.2.5 (Gezonde leefomgeving) en paragraaf 3.7 (Afweging)). Een zekere mate van verlies van woongenot kan niet worden voorkomen, maar de Gemeenten achten dit gerechtvaardigd in het licht van het algemene, gemeentelijke belang bij invulling van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss.
6.2.3. Water en bodem Sinds 2022 geldt het principe “water en bodem sturend” als één van de leidende principes bij de uitwerking van ruimtelijke plannen. De Gemeente Oss verwacht van de Initiatiefnemers dat zij bij de uitwerking van hun plannen aandacht besteden aan het water- en bodemsysteem in de Duurzame Polder. Concreet worden de Initiatiefnemers aangemoedigd actief in gesprek te gaan met het Waterschap Aa en Maas om te onderzoeken welke
6.2.4. Landschap, erfgoed en cultuurhistorie De Duurzame Polder is een landschap met een rijke historie. Zo heeft de fluctuerende stand van de Maas een grote invloed gehad op de vormgeving en ontginning van het gebied (met name in de Beerse Overlaat). Van de Initiatiefnemers wordt verwacht dat zij de koppelkansen met het landschap en zijn historie onderzoeken. Mogelijk kunnen de reeds aanwezige lijnen in het landschap worden benut in het plaatsingsplan van de Windturbines. Daarnaast kan bij de uitwerking van de Compensatie worden onderzocht in hoeverre de reeds aanwezige gebieden – zoals de eendenkooien – verder kunnen worden versterkt.
56
Tegen de achtergrond van de gemaakte belangenafweging roept de Gemeente Oss de Initiatiefnemers op actief op zoek te gaan naar koppelkansen met het woongenot van belanghebbenden. Hier kan op verschillende manieren invulling aan worden gegeven, bijvoorbeeld door de direct omwonenden gunstige voorwaarden te bieden voor financiële participatie en/of door omwonenden vanuit de
opbrengsten van de Windturbines te ondersteunen bij de financiering van duurzaamheidsmaatregelen voor hun woning. Bij de vormgeving van koppelkansen voor omwonenden kan ook synergie worden gezocht met de natuurmaatregelen. Investeringen in natuurlijke zones kunnen mogelijk zo worden vormgegeven dat dit het woongenot van direct omwonenden ten goede komt.
57
7. Procesparticipatie
7.
Procesparticipatie
In het voorjaar van 2022 is gestart met de plan- en besluitvorming voor de ontwikkeling van de Duurzame Polder. In september 2022 is – na de verkenning – het participatieproces gestart door middel van een ontwerpend onderzoek, met ateliers met belangenorganisaties, bewonersavonden en online consultaties. Dit proces is gevolgd tot en met de vrijgave van het concept Voorkeursalternatief in januari 2024. Uitkomsten van het proces van omgevingsparticipatie zijn verwerkt in het voorliggende Programma. Met het beschreven participatieproces, voldoen de gemeenten aan de vereisten die de Omgevingswet stelt met betrekking tot de participatieve aanpak voor een Programma (conform artikel 10.8 Omgevingsbesluit). Belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) zijn vanaf een vroegtijdig stadium betrokken bij het proces van plan- tot besluitvorming. Voor het voorliggend Programma is de algemene afstemmingsplicht gevolgd met overheden op basis van de Omgevingswet (art. 2.2, lid 1). Daarnaast is ook de specifieke overlegplicht gevolgd conform het Omgevingsbesluit (art. 10.8). Het Programma is uitvoerig besproken met maatschappelijke organisaties en bestuursorganen, waarvan de bevindingen zijn betrokken in de overwegingen voor het Voorkeursalternatief en de gebiedsontwikkelingen.
59
8. Vervolgprocedure en monitoring
8. Vervolgprocedure en monitoring Het Programma wordt door de Colleges vastgesteld. Voorafgaand aan de vaststelling legt het College ’s Hertogenbosch het Voorkeursalternatief (voor het grondgebied van de Gemeente ’s-Hertogenbosch) en de Ontwikkelperspectieven ter goedkeuring voor aan de Raad ‘s Hertogenbosch. Het College Oss legt het Voorkeursalternatief (voor het grondgebied van de Gemeente Oss) ter goedkeuring voor aan de Raad Oss. Conform de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (cf. afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) wordt het ontwerp van dit Programma eerst gedurende zes weken door beide Gemeenten ter inzage gelegd en kan eenieder zienswijzen indienen. De Colleges zullen vervolgens op de zienswijzen reageren en waar nodig aanpassingen doen in het Programma. Vervolgens stellen de Gemeenten het Programma vast op de hiervoor beschreven wijze. Met de vaststelling van het Programma komt er een einde aan de planfase voor de Duurzame Polder. Vervolgens breekt de projectfase aan, waarin partijen op basis van het Programma concrete initiatieven uitwerken en vergunningen aanvragen. De Initiatiefnemers dienen bij de aanvraag van een vergunning voor de realisatie van de Windturbines ook een milieueffectrapport op te stellen op projectniveau.
De vergunningen voor de realisatie van de Windturbines worden eveneens door middel van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (cf. afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) verleend. Dat betekent dat eenieder gelegenheid krijgt in de projectfase zienswijzen in te dienen na publicatie van de ontwerpvergunningen.
Het Programma biedt de (ruimtelijke) basis voor de realisatie van de Windturbines in de Duurzame Polder. Hiermee wordt beoogd de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss in te vullen. Tussentijds zal worden gemonitord of deze doelstelling daadwerkelijk wordt bereikt en of bijsturing noodzakelijk is. De noodzakelijke netinpassing is onderdeel van de monitoring. Gemeenten hebben overleg gevoerd met de netwerkbeheerders TenneT en Enexis om de mogelijkheden voor netaansluiting voor de Windturbines te onderzoeken. De netwerkbeheerders geven aan dat waarschijnlijk uitbreiding van de netcapaciteit nodig. In het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat zijn keuzes vastgelegd over energie infrastructuurprojecten. De realisering van een 380 kV-station bij Wijchen is hierin opgenomen. Dit toekomstige hoogspanningsstation biedt de mogelijkheid voor het oplossen van de netcongestie in het gebied.
61
Bijlagen
Bijlagen I Ontwerptoelichting VKA H+N+S Landschapsarchitecten en Open Kaart II Energieopbrengstberekening Witteveen+Bos III Ontwikkelperspectieven gemeente 's-Hertogenbosch
63
www.duurzamepolder.nl