Bijlage 1 D - Bijlagen bij de toelichting Bredeweg 25 Geffen.PDF
Tekst van het document
6.1
Beleidsnota's waterhuishouding
6.1.1
Algemeen
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Provinciaal Waterplan Noord-Brabant, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Keur Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: - Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); - Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Het beleid van het waterschap Aa en Maas is gericht op duurzaam omgaan met water. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap de volgende acht beleidsuitgangspunten om te komen tot het duurzaam omgaan met water: - Scheiding van vuil water en schoon hemelwater; - Doorlopen van afwegingsstappen "hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer"; - Hydrologisch neutraal ontwikkelen; - Water als kans; - Meervoudig ruimtegebruik; - Voorkomen vervuiling; - Wateroverlastvrij bestemmen; - Waterschapsbelangen.
Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016-2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: - Veilig en bewoonbaar; - Voldoende water en robuust watersysteem; - Schoon water; - Gezond en natuurlijk water; - Het leveren van maatschappelijke meerwaarde. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Projectcode: QFR00120 Versie: 2
Pagina 44 van 46
Ruimtelijke onderbouwing Bredeweg 25 Geffen
Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
6.1.2
Hydrologisch kader Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben in hun keuren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Dit gezamenlijke beleid heeft onder andere geresulteerd in de rapportage ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ van 9 december 2014. Uit (onder andere) deze uitgangspunten blijkt het volgende: “Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen.
Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel-)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doel- matigheid. Bovendien biedt dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.” Hydrologisch neutraal bouwen betekent dat het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding op het perceel moet worden verwerkt door middel van infiltratie of waterberging. Gezorgd moet worden dat voldoende buffercapaciteit aanwezig is. De oorspronkelijke landelijke afvoer mag niet overschreden worden bij een bui die eens in de 10 jaar voorkomt (T=10). De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m²) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m²). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer.
Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 2.000 m² geldt geen compensatie-eis. In onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een toename groter dan 500 m² erfverharding of andere vormen van onttrekking grondbeslag. Er is juist sprake van een afname van het bebouwd oppervlak. Dat betekent dat de aanleg van een extra infiltratievoorziening ten behoeve van de afvoer van het hemelwater niet noodzakelijk is.
6.1.3
Gemeentelijke zorgplicht
Indien de (toekomstige) perceelseigenaar het hemelwater niet redelijkerwijs kan afvoeren, kan eventueel worden teruggegrepen op de gemeentelijke zorgplicht, zoals opgesteld in het ‘Gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater’ in opdracht van het VROM.
6.2
Watertoets
6.2.1
Digitale Watertoets
De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Het watertoetsproces van Waterschap Aa en Maas bestaat uit een aantal stappen: 1. De digitale watertoets; 2. Uitwerken waterparagraaf; Projectcode: QFR00120 Versie: 2
Pagina 45 van 46
Ruimtelijke onderbouwing Bredeweg 25 Geffen
3. Overleg Waterschap; 4. Het Wateradvies. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets. Zie bijlage 10 voor het watertoetsadvies. Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met het automatisch gegeneerd wateradvies. Het doorlopen van de stappen 2 t/m 4 is derhalve niet noodzakelijk voor dit initiatief.
6.2.2
Vuilwater
De nieuwe woning zal worden aangesloten op het gemeentelijk vuilwaterriool. Door de toename van het aantal woningen zal de druk op het riool toenemen. De capaciteit van de riolering is op deze geringe toename berekend.
6.2.3
Hemelwater
Het schone hemelwater afkomstig van de erfverharding en bebouwing wordt niet afgevoerd naar het riool, maar kan infiltreren op de niet-verharde gronden binnen- en in de omgeving van het plangebied. Het afvoeren van hemelwater in deze is niet nodig.
6.2.4
Conclusie
Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse. In de uitkomst van de digitale watertoets geeft het Waterschap Aa en Maas aan dat zij geen of weinig inhoudelijke opmerkingen hebben.
Projectcode: QFR00120 Versie: 2
Pagina 46 van 46
Ruimtelijke onderbouwing Bredeweg 25 Geffen
7 Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij maatschappelijke uitvoerbaarheid gaat het erom hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een ruimtelijk plan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Onderhavig initiatief betreft een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. De te maken kosten voor de gemeente worden verhaald via een anterieure overeenkomst welke op basis van de Grondexploitatiewet ex afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening tussen de gemeente Oss en de initiatiefnemer is aangegaan.
Ook eventuele planschade wordt middels een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer verhaald. Gelet op bovenstaande uitleg is het kostenverhaal verzekerd. Voor de gemeente Oss zijn dan ook geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het project. De ontwikkeling is hiermee economisch uitvoerbaar.
Projectcode: QFR00120 Versie: 2
Pagina 47 van 46
Bijlage 2
- Landschappelijke inpassing
BREDEWEG 25, GEFFEN
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
RAPPORT
7 8 9 11 12 14
3. Structuurvisie buitengebied Oss - 2015
4. Landschap | bodem
5. Landschap | ontwikkelingen in historisch perspectief
6. Karakteristiek huidige landschap en bebouwing
7. Landschappelijk inpassingplan
Colofon
2
4
2. Beschrijving locatie
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
3
1. Inleiding Aanleiding Doel
INHOUD
Afb.1: Plangebied
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
3
Doel Het voorgenomen bouwplan past niet in het bestemmingsplan, maar wel in het beleid van de gemeente Oss. Zodoende wil de gemeente in beginsel en onder voorwaarden wel meewerken aan het bouwplan. Een van de voorwaarde bij het verkrijgen van de noodzakelijke omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing. Hiermee wordt aangetoond dat het voorgenomen plan goed is in te passen op de locatie en er geen belemmeringen zijn. Onderdeel van deze ruimtelijke onderbouwing is een goede verantwoording ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het perceel. In deze notitie wordt deze landschappelijke inpassing toegelicht.
Het perceel maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’. Conform dit bestemmingsplan kent het perceel de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap (zie afbeelding 2). Het bestemmingsplan laat voor gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ zeer beperkt bouwmogelijkheden toe. Over het perceel loopt eveneens een molenbiotoop van molen Zeldenrust. Deze begeeft zich op circa 350 meter afstand, gerekend vanaf de zuidzijde (onderkant) van het perceel.
Aanleiding De eigenaren van het perceel Bredeweg 25 te Geffen hebben het voornemen om alle agrarische opstallen op het erf te slopen. Na de benodigde sloop is het voornemen om een nieuwe woning te realiseren en de huidige boerderij als woning te blijven gebruiken.
1. INLEIDING
Afb.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’ met de locatie.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
4
Op het perceel bevindt zich momenteel één boerderij met oa. een woonfunctie en aangebouwde schuren. Op het achtererf staan meerdere (kippen)schuren die niet meer als zodanig in gebruik zijn. Aan de westzijde is op het perceel een smalle weg aanwezig ten behoeve van de ontsluiting van Bredeweg 23. Deze weg dient in de planontwikkeling gehandhaafd te blijven. Het erf zelf wordt ontsloten middels een toegang aan de oostzijde van de kavel.
De locatie is aan de Bredeweg in het buitengebied ten oosten van Geffen gelegen. De Bredeweg vormt een ondergeschikte verbinding tussen Geffen en Oss. De weg kent een 60 km/uur regime en kenmerkt zich door een beperkte breedte met aan weerszijden in roodgekleurd asfalt fietsstroken. Ter plekke van de locatie is aan de zuidzijde, de locatiezijde, een bushalte aanwezige. Op ruim 200 meter ten noorden van de locatie loopt de spoorlijn 's Hertogenbosch - Oss. De aanpalende percelen (oost-west) hebben reeds een woonbestemming. De percelen ten noorden en zuiden van de locatie hebben een agrarische bestemming.
2. BESCHRIJVING LOCATIE
Afb.3: Locatie Bredeweg 25 in context van Geffen.
4
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
6
7. Te behouden ontsluiting ten behoeve van Bredeweg 23.
6. Zicht op een van de te slopen schuren.
5. Entree perceel vanaf de Bredeweg.
4. Profiel Bredeweg ter plekke van de locatie.
Afb. 4 t/m 7
5
7
5
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
9
10.Aanpalende bebouwing (westzijde).
9. Aanpalende bebouwing (oostzijde).
8. Recente nieuwbouw tegenover de locatie.
Afb. 8 t/m 10
6
10
8
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
7
Doorzichten op het landschap worden tevens gewaardeerd binnen de visie. De bebouwingslinten aan de Bergstraat, een deel van de Bredeweg en de Broekstraat zijn namelijk behoorlijk gesloten met maar sporadisch een doorzicht naar het landschap. Om de aanwezige landelijke karakteristiek te versterken dienen deze doorzichten gehandhaafd te blijven en daar waar ◀ 231 ▶ mogelijk hersteld te worden.
typering Visie straat en Heesterseweg zijn bebouwingslinten. De Kouwe In het gebied wordt zeer terughoudend omgegaan met het toevoegen van s een overgangsgebied van het dorp naar bebouwing. Alleen op plaatsen waarhet een landelijk agrarische bedrijfsgebouw wordt is dit zich mogelijk gewenst. In devan visiekaart is de locatie aangegeven als Open ruimtesgesloopt bevinden ten noorden de Bergstraat een woonhuis met een bebouwingscluster. In die zin passen de voorgenomen en de Bergstraat en de Heesterseweg. Ten zuiden van de ontwikkelingen voor Bredeweg 25 in het beleid. seweg ligt een afwisseldend landschap.
opstallen die wat betreft maatvoering en functie meestal geen passende bebouwing vormen in de aanwezige lintstructuur.
t open komgebied. Dit uit zich in een kleinschalig landschap De structuurvisie omvat voor verschillende delen van het betrokken onhuizen en grote percelen, paardenweitjes en doorzichten buitengebied analysekaarten en visiekaarten. Het gebied Geffen - Oss is één omliggende open landschap. van de te onderschieden deelgebieden (zie getoonde afbeeldingen). t gebied was door de (voormalige) gemeente Maasdonk een De analysekaart beschouwd de locatie als een perceel met grote bouwmassa's visie opgesteld. Die is overgenomen in de Structuurvisie (rood gekleurd zig-zag streep) en storende bouwmassa's (magenta gekleurd ebied van Maasdonk. vlak). De storende factoor wordt voornamelijk bepaald door agrarische
sterseweg vormt een verbindingsweg tussen Geffen en Oss. ied ten noorden van de Heesterseweg is veel opener dan ied ten zuiden van de Heesterseweg. Kenmerkend voor terseweg is de lintbebouwing met doorzichten naar het ggende landschap. 3. STRUCTUURVISIE BUITENGEBIED we Noord is een overgangsgebied van de bebouwde OSS kom - 2015
Afb. 12: Visiekaart, bron structuurvisie buitengebied Oss - 2015.
analysekaart Geffen - Oss
Afb. 11: Analysekaart, bron structuurvisie buitengebied Oss - 2015.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
8
De afbeelding met de bodemsoorten laat duidelijk zien dat het gebied ten oosten van Geffen de grenzen van de hoge zwarte enkeerdgronden volgt (bruin gekleurd). Deze gronden kenmerken zich door een samenstelling van leemarm en zwak lemig fijn zand. Deze bodemsoort komt voor in zandlandschappen die gevormd zijn in het Pleistoceen. De gronden zijn ontstaan door het potstalsysteem (het oppotten van mest in een stal) waarbij de grond vervolgens werd bemest met dierlijke mest en plaggen. Boven de locatie bevinden zich vlakvaaggronden. Deze kenmerken zich door leemarm en zwak lemig fijn zand.
De locatie is gelegen aan de rand van een uitloper van het hoger gelegen Brabantse dekzandgebied. Dit dekzandgebied is ontstaan in het Pleistoceen doordat zand met de wind werd meegevoerd en werd afgezet tot een redelijk vlak zandlandschap. Door het tegen elkaar botsen van de korrels tijdens het verstuiven hebben ze een mat oppervlak. Vaak zijn er op dekzanddekens U-vormige formaties, de dekzandruggen, te vinden. De opening van de U-vorm wijst dan in de richting van de wind. Ten noorden van de locatie ligt het gebied tussen Geffen, Rosmalen en Lith beduidend lager. Dit zijn komgronden van de Maas.
4. LANDSCHAP | BODEM
Afb. 14: Bodemkaart locatie en omgeving, bron www.pdok.nl
Afb. 13: Hoogtekaart locatie en omgeving, bron www.ahn.nl.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
9
De kaart van 2019 laat nagenoeg het huidig topografisch beeld zien. In vergelijking met de kaart uit 1850 valt op dat het verloop van enkele wegen in 170 jaar nauwelijks is veranderd. Onder andere de Bredeweg, de Bergstraat ten noorden en de Leiweg ten zuiden van de Bredeweg zijn nog steeds duidelijk herkenbaar. Een eventuele functieverandering naar fietspad heeft wel plaatsgevonden. Daarentegen zijn ook enkele (ondergeschikte) wegen verdwenen. Op de kaart uit 2019 is ook zichtbaar dat een aantal (agrarische) bedrijven zijn gestopt en getransformeerd zijn naar een andere bestemming.
Gedurende de periode 1956 - 1978 bereikt de locatie, op nog enkele kleine uitbreidingen na, het eindbeeld. In de directe omgeving hebben ook vele bouwontwikkelingen plaatsgevonden, met name richting het centrum van Geffen. In de periode daarna tot circa 2007 vindt er nog een verdere verdichting plaats. Tevens vindt er een schaalvergroting plaats; langs diverse wegen zijn grootschalige agrarische bedrijven gerealiseerd waaronder eveneens Bredeweg 23 ten zuiden van de locatie (periode 2003 - 2007).
Rond 1956 heeft er een ruilverkaveling plaatsgevonden. Vele kavels zijn samengevoegd tot grotere kavels. Hierbij zijn tevens meerde houtwallen gesneuveld. Op het perceel Bredeweg 25 is de eerste bebouwing waarneembaar.
Het landschap rondom de locatie heeft in de afgelopen anderhalf eeuw meerdere verschijningsvormen gekend. Uit de kaartanalyse blijkt dat rond 1850 het gebied de hoofdstructuur heeft gekregen die thans nog herkenbaar is. In de periode daarvoor laten de topografische kaarten enkel meerdere (zand)paden zien die in de huidige topografie niet tot nauwelijks meer waarneembaar zijn. In de periode 1850 tot circa 1955 ondergaat het gebied een eerste transformatie. De spoorlijn wordt omstreeks 1899 aangelegd, bebouwing langs de doorgaande (hoofd)wegen komt tot stand en het gebied kent vele houtwallen evenwijdig of haaks op de ontsluiting.
HISTORISCH PERSPECTIEF
5 . LANDSCHAP | ONTWIKKELINGEN IN
Afb. 16: Periode ca. 1855 - 1955.
Afb. 15: Periode tot ca. 1850.
10
Afb. 20: Periode ca. 2007 - 20019.
Ab. 18: Periode ca. 1956 - 1978.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
Afb. 19: Periode ca. 1978 - 2007.
Afb. 17: Periode ca. 1955 - 1956.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
11
De aanwezige bebouwing is in verschillende perioden gerealiseerd. Dit heeft tot een natuurlijke differentiatie geleid in de verschijningsvorm. Kenmerkend voor het gebied is dat op de veelal smalle diepe kavels de woningen haaks op de weg zijn gesitueerd met een dwarskap. Bij de bredere kavels komen veelal evenwijdig geplaatste woningen met een langskap voor. Het voorgenomen bouwplan voorziet in een extra woning. Hiermee wordt het originele perceel in twee smalle diepe delen opgedeeld. De nieuwbouw dient dus vanuit historisch perspectief voorzien te worden van een dwarskap en een smalle gevel aan de straatzijde.
Van een eenduidige groenstructuur is eveneens geen sprake meer. Originele houtwallen zijn in de afgelopen decennia gekapt in verband met de schaalvergroting in het agrarisch werkveld. Ook de verdere verstedelijking langs de diverse linten is mede verantwoordelijk voor het verlies van deze houtwallen. Op verschillende kavels zijn eveneens diverse niet inheemse / streekeigen boomsoorten toegepast.
De huidige situatie van het landschap kenmerkt zich door een verdere verstedelijking. Veel agrarsche bedrijven zijn al opgeheven of staan op de nominatie om opgeheven te worden. De oorspronkelijke lintbebouwing is aangevuld met recentere bebouwing waardoor het lint verder dichtslibt en het zicht op het achterliggende natuur- en/of landbouwgebied afneemt. Ook komen er nieuwe functies in het gebied terecht, voornamelijk gericht op recreatie en consumptie. Door deze ontwikkelingen is de kans groot dat het gebied dreigt te verrommelen.
BEBOUWING
6. KARAKTERISTIEK HUIDIG LANDSCHAP EN
Afb. 21: Vogelvlucht locatie en omgeving.
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
12
De voortuinen van de woningen moeten aan de voorzijde vrij zijn van een doorlopende boombeplanting. Een meer open structuur is hier gewenst met doorkijkjes richting de bebouwing en het agrarische achterland. In ieder geval dienen de aanwezige exoten gekapt te worden. Ter plaatste van de bushalte moet uit nader onderzoek blijken of het hier
Uiteindelijk zijn er twee wooneenheden. Deze worden beiden afzonderlijk ontsloten. De nieuw op te richten woning maakt gebruik van de huidige entree aan de Bredeweg. De oorspronkelijke boerderij maakt gebruik van de bestaande ontsluitingsweg ten behoeve van Bredeweg 23. Ter plekke van de huidige stal/schuur wordt een nieuwe garage geplaatst.
Rondom het bloemrijk grasland is een nieuwe beukhaag opgenomen. Deze wordt aan de linkerzijde langs de te handhaven ontsluitingsweg naar de Bredeweg voortgezet. Langs de Bredeweg zelf is al een haag aanwezig die gehandhaafd kan blijven. Op de grens met Bredeweg 27 wordt eveneens een nieuwe beukhaag aangeplant die doorloopt in zuidelijke richting. Ter plaatse van de boomgaard wordt een beukhaag aangeplant als overgang van het wonen naar het agrarische deelgebied.
Van noord naar zuid lopen twee bosplantsoenen. Deze vormen deels een voortzetting van de reeds aanwezige boombeplanting. Over de gehele zuidelijke grens wordt ook de reeds aanwezige boombeplanting aangevuld met nieuw te plaatsen eiken en/of beuken.
De nieuwe verkaveling en bijbehorende inrichting is denkbeeldig op te delen in vier afzonderlijke delen. Aan de voorzijde twee woondelen, de bestaande boerderij en de nieuw op te richten woning. Aan de achterzijde liggen gekoppeld aan de twee woongebouwen twee velden met een agrarische functie, te weten een boemrijk grasveld waar bijvoorbeeld enkele paarden gehouden kunnen worden en een kleine boomgaard met fruitbomen.
7. LANDSCHAPPELIJK INPASSINGPLAN
Parkeren De gemeentelijke parkeernorm voor woningbouw (koop, vrijstaand) in het buitengebied bedraagt 2.4 parkeerplaats per woning, inclusief 0.3 voor het aandeel bezoekers. Na realisatie van de nieuwbouw zijn er in totaal twee woningen, resulterend in 4.8, afgerond 5 benodigde parkeerplaatsen. Ter plaatse van de nieuwe woning is er voldoende ruimte om voor de garage twee opstelplekken te realiseren, Een derde plaats kan eventueel informeel gevonden worden op de oprittrook. Deze plaatsen zijn exclusief de capaciteit van de garage zelf. Ter plaatse van de bestaande boerderij kunnen op de opritstrook voor de garage in de breedte maximaal 3 auto's geparkeerd worden. Een andere optie is om de eigen auto's (deels) achter elkaar te zetten. De garage zelf heeft daarnaast zowel in de breedte als in de lengte de capaciteit om twee auto's achter en/of naast elkaar te plaatsen. Op bovenstaande wijze wordt, exclusief de aanwezige informele capaciteit, ruimschoots voldaan aan de benodigde parkeerbehoefte.
wenselijk is om de aanwezige boombeplanting te verwijderen. De aanwezige onderbeplanting kan in ieder geval 'gefatsoeneerd' worden of, bij voorkeur, vervangen worden door een nieuwe beukhaag.
13
Afb. 22: Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
Bloemrijk grasland
Haagbeuk (rondom grasland)
Eikenlaan
Bestaande boombeplanting aanvullen met eik en/of beuk
Fruitbomen
Haagbeuk
Exoten verwijderen Bestaande boombeplanting aanvullen met mengsel eik, berk en/of beuk
Nieuwe woning
Exoten verwijderen Open karakater versterken met zicht op de bebouwing Op erfgrens haagbeuk aanbrengen Aanplant nieuwe inheemse solitaire bomen (indien nodig) Bestaande haag handhaven
Landschappelijk inpassingsplan Bredeweg 25, Geffen
COLOFON
14
Datum
: 17.05.2021
Projectnummer : P01037 / QFR00120 Auteur : Ir. G.E. van der Werp
T. : 0226 - 373 200 E. : info@buroborgland.nl www.buroborgland.nl
Oudewal 27 1749 CA Warmenhuizen
Bijlage 3
- Quickscan flora en fauna
Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen M 06 – 55 47 65 53 a.vanproosdij@grasadvies.nl www.grasadvies.nl
Rapportage verkennend onderzoek (quickscan) flora & fauna Wet natuurbescherming Bredeweg 25 Geffen
Opdrachtgever:
Buro Borgland
Projectcode:
BBL04120
Project:
Bredeweg 25 Geffen
Datum:
27-08-2020
Status:
Definitief
Auteur:
R.M. Smit & R.H.A. Janssen
Gecontroleerd:
A.S.J. van Proosdij
Colofon Opdracht Rapportage verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna conform de Wet natuurbescherming.
Opdrachtgever Buro Borgland Ouweland 27 1749 CA Warmenhuizen Uw kenmerk: Contactpersoon: Tel: Email:
Bredeweg 25 Geffen Dhr. G.E. van der Werp 0683481638 gerjan.vanderwerp@burostedenbouw.nl
Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo
Ons kenmerk: Datum: Versie: Contactpersoon:
BBL04120 Bredeweg 25 Geffen 27-08-2020
Definitief de heer A.S.J. van Proosdij
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................................................................................................. 5
1.1
Inleiding ............................................................................................................................................................... 5
1.2
Samenvatting ....................................................................................................................................................... 6
1.3
Uitgangspunten ................................................................................................................................................... 7
1.4
Projectgebied ...................................................................................................................................................... 7
2.
Wet natuurbescherming ....................................................................................................................................... 9
2.1
Natura 2000 ......................................................................................................................................................... 9
2.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................................. 9
2.3
Houtopstanden .................................................................................................................................................. 10
2.4
Soortenbescherming ......................................................................................................................................... 10
3.
Werkwijze ............................................................................................................................................................ 12
4.
Resultaten beschermde gebieden ....................................................................................................................... 13
4.1
Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 13
4.2
Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 14
5.
Resultaten houtopstanden .................................................................................................................................. 14
6.
Resultaten beschermde soorten ......................................................................................................................... 15
6.1
Karakteristieken................................................................................................................................................. 15
6.2
Flora ................................................................................................................................................................... 15
6.3
Zoogdieren ........................................................................................................................................................ 15
6.4
Vleermuizen....................................................................................................................................................... 16
6.5
Vogels ................................................................................................................................................................ 16
6.6
Amfibieën .......................................................................................................................................................... 17
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 3
6.7
Reptielen .............................................................................................................17
6.8
Vissen ................................................................................................................................................................ 17
6.9
Ongewervelden ................................................................................................................................................. 17
7.
Conclusies en advies ............................................................................................................................................ 18
7.1
Natura 2000-gebieden....................................................................................................................................... 18
7.2
Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................................ 18
7.3
Houtopstanden .................................................................................................................................................. 18
7.4
Beschermde soorten ......................................................................................................................................... 18
7.5
Zorgplicht........................................................................................................................................................... 19
8.
Bronnen ............................................................................................................................................................... 20
9.
Woordenlijst ........................................................................................................................................................ 21
Bijlage 1
Luchtfoto inclusief projectgrenzen ........................................................................................................... 22
Bijlage 2
Plattegrond nieuwe situatie ...................................................................................................................... 23
Bijlage 3
Impressie projectgebied ........................................................................................................................... 24
Bijlage 4
Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna ................................................................ 34
Bijlage 5
Stappenplan Ministerie van Economische Zaken ..................................................................................... 35
Bijlage 6
Plattegrond met registratienummers ....................................................................................................... 36
Bijlage 7
Registratieformulier .................................................................................................................................. 37
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 4
1. Inleiding 1.1 Inleiding Het projectgebied bevindt zich aan de Bredeweg 25 te Geffen en betreft de kadastrale kavel bekend onder sectie B nummer 1486. Op dit moment bevindt zich op het terrein een agrarisch bedrijf met drie stallen en twee schuren. De eigenaar is voornemens de aanwezige stallen en schuren, ca. 1.800 m2 te slopen om vervolgens een nieuwe woning te realiseren en de bestaande boerderij op te delen in twee zelfstandige woningen. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Doelstelling rapport Het doel van dit verkennend onderzoek is het inzichtelijk brengen van de eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten in en direct rondom het projectgebied. Daarnaast wordt de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht.
Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij, de heer R.M. Smit (MSc) en mevrouw R.H.A. Janssen (BSc) zijn allen middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Geffen, provincie Noord Brabant
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 5
1.2 Samenvatting Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op ca. 9,6 km van het projectgebied. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht, geluid en optische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het NNN betreft het gebied de Geffense Bosjes op ca. 1,4 km ten zuidoosten van het gebied. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord-Brabant geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Houtopstanden Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
Vleermuizen Het woonhuis is geschikt als verblijfplaats voor gebouw-bewonende vleermuizen en enkele berken langs de weg zijn geschikt als verblijfplaats voor boom-bewonende vleermuizen. Een verbouwing van de woning of kap van de berken is geen onderdeel van de geplande werkzaamheden. Indien tijdens de werkzaamheden en tijdens het toekomstig gebruik geen felle, nachtelijke verlichting op het woonhuis en de berken worden gericht in de voor vleermuizen actieve periode (april t/m oktober), is van een negatief effect op mogelijk aanwezige verblijfplaats geen sprake. Kleine marterachtigen Het terrein is geschikt als foerageergebied voor de kleine marterachtigen hermelijn, bunzing en wezel en in de schuren, stallen en bosschages kunnen verblijf- en mogelijk nestplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing op de Wet natuurbescherming is noodzakelijk voor hermelijn, wezel en bunzing. Steenmarter De stallen en schuren zijn toegankelijk voor steenmarter en bevatten geschikte nestlocaties. Bovendien zijn in beide schuren steenmarter sporen (uitwerpselen en lege eierschalen) gevonden. Daarmee zijn de gebouwen geschikt als verblijfplaats en/of nestplaats voor steenmarters. Daarnaast vormt de omliggende struwelen, bosschages en velden geschikt foerageergebied.
Aanvullend onderzoek naar de steenmarter en/of een ontheffing op de Wet natuurbescherming is noodzakelijk. Huismus en gierzwaluw Het woonhuis is geschikt als nestplaats voor huismus en gierzwaluw. Ook zijn er vogeluitwerpselen onder de nok van het dak aangetroffen die mogelijk afkomstig zijn van huismus. De aanwezigheid van nesten van huismus en/of gierzwaluw is derhalve niet op voorhand uit te sluiten. Indien er geen sloop of verbouwing van de woning plaats vindt, is nader onderzoek en/of een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor deze twee soorten niet benodigd. Vogels Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 6
1.3 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende e-mail van de heer van der Werp op 22-06-2020 met als onderwerp ‘Offerteverzoek Bredeweg 25 Geffen’ en met verwijzing naar de offerte van 30-06-2020.
1.4 Projectgebied Het projectgebied is gelegen in Geffen (Afb. 1.3.1). Het is gelegen aan de Bredeweg 25. Het betreft een terrein van 1.800 m2 met een woonboerderij en enkele stallen en schuren (Afb. 1.3.2). Het gebied grenst aan de noordzijde aan agrarische percelen en het spoor. Aan zowel de oost,- en zuidzijde bevinden zich agrarische percelen. Aan de westzijde bevindt zich het dorp Geffen. De eigenaar is voornemens om de aanwezige stallen en schuren te slopen om vervolgens een nieuwe woning te realiseren en de bestaande boerderij op te delen in twee zelfstandige woningen. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend.
Afb. 1.3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader).
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 7
Afb. 1.3.2. Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader met aanwezige stallen (1, 2 en 3) en schuren (A en B).
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 8
2. Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.
2.1 Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.
Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.
2.2 Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee Alle Natura 2000-gebieden Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 9
2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).
2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden. Soorten van de Vogelrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.
volksgezondheid of openbare veiligheid) De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 10
Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).
Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 11
3. Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a. het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b. de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c. waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, waarneming.nl). Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 12
4. Resultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied (Afbeelding 4.1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op ca. 9,6 km afstand noordwesten van het projectgebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en bebouwde kom van dorpen. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het projectgebied (> 13 km). Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet op voorhand uit te sluiten en kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening.
Afb. 4.1.1. Ligging van het projectgebied (binnenste rode kader) t.o.v. Natura 2000-gebied Rijntakken (blauwe vlakken) en Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek (geel vlak).
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 13
4.2 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 4.2.1). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het gebied de Geffense Bosjes op ca. 1,4 km ten zuidoosten van het gebied. Het projectgebied wordt van dit gebied gescheiden door verschillende agrarische percelen. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord-Brabant geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Verstoring van op meer dan ca. 500 m afstand gelegen NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep.
Afb. 4.2.1 Ligging van het projectgebied (rood kader) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland Geffense Bosjes (grijze vlakken).
5. Resultaten houtopstanden Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are of rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 14
6. Resultaten beschermde soorten 6.1 Karakteristieken Tijdens het locatieonderzoek zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.1.1.). De foto’s in bijlage 3 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Controleur Datum Dagdeel Weer
R.H.A Janssen en R.M. Smit 26-08-2020 Middag Regenachtig, bewolkt, 17 ˚C, W wind, 5 Bft.
Tabel 6.1.1. Aangetroffen elementen. Elementen Aanwezig Gebouwen Ja Water Nee Houtachtige vegetatie Ja Kruidachtige vegetatie Ja Moeras en verlandingszone Nee Agrarisch gebied Ja Werken Nee Erf / tuin / privé Nee Bestrating / verharding Ja
Omschrijving Stallen, schuren, woonhuis Diverse bomen, diverse struiken Grasveld, niet gemaaid, berm, gemaaid Voormalig agrarisch gebied, geitenweide Voortuin en erf/achtertuin bestrating
6.2 Flora Het veldbezoek vond plaats in het groeiseizoen van planten zodat een goede indruk is verkregen van de aanwezige soorten. Hierbij is de aanwezigheid vastgesteld van enkele algemeen voorkomende grassoorten en kruiden. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied en het regelmatige onderhoud van grasveld en bermen, is het niet aannemelijk dat beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.3 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek is gekeken naar zoogdieren en sporen van zoogdieren. In stal 3 zijn verschillende konijnenholen aangetroffen en konijnenkeutels. Buiten deze stal is ook een konijn gezien en volgens de eigenaar zijn er vaker konijnen te zien. Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen naast konijn ook soorten als egel, haas, vos en algemene muizensoorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Steenmarter De stallen en schuren bevatten meerdere openingen die het voor steenmarters toegankelijk maakt. Bovendien zijn in beide schuren steenmarter sporen (uitwerpselen en lege eierschalen) gevonden. Daarmee zijn de schuren en stallen geschikt als verblijfplaats en/of nestplaats voor steenmarters en wijzen de sporen op gebruik ervan door steenmarters. Het is niet duidelijk of steenmarters op dit moment gebruik maken van de gebouwen of dat dit oude sporen zijn. Daarnaast vormt de omliggende struwelen, bosschages en velden geschikt foerageergebied.
De aanwezigheid van steenmarters in het projectgebied en gebruik van de gebouwen als verblijf- en/of nestplaats is derhalve niet op voorhand uit te sluiten.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna Wet natuurbescherming Project: Bredeweg 25 Geffen Projectnummer:BBL04120 Blad 15
Kleine marterachtigen Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kan de aanwezigheid van de kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing en wezel) niet worden uitgesloten. Het terrein is geschikt als foerageergebied voor deze soorten. Daarnaast vormen kunnen in de schuren, stallen en bosschages verblijf- en mogelijk nestplaatsen aanwezig zijn. Voor deze 3 soorten geldt geen provinciale vrijstelling meer bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aanvullend onderzoek naar de functie van het gebied als foerageergebied en verblijf- en/of nestplaats voor hermelijn, wezel, bunzing en steenmarter is noodzakelijk. Indien het projectgebied een vaste verblijfplaats voor een of meer van deze soorten bevat en/of onderdeel is van essentieel foerageergebied is een ontheffing op de Wet natuurbescherming vereist.