b_NL.IMRO.0828.BPveldekestraatoss-VG01_tb1
Tekst van het document
Dit betrof voornamelijk foeragerende dieren aan de randen van het plangebied. Incidenteel werd ook sociale roep gehoord. Er is echter geen balts of territoriaal gedrag vastgesteld in het plangebied. Wel werd een paarterritorium van een gewone dwergvleermuis aan de oostzijde van de Coornhertstraat (rondom nr. 2-14 en richting Constantijn Huygenstraat) aangetroffen. Er is geen (paar)verblijf indicerend gedrag zoals aantikken, zwermen of uitvliegen bij de gebouwen binnen het plangebied waargenomen. Onderzoek overige gebiedsfuncties Op 20 sept. werden tot vijf foeragerende dieren rondom de bomen langs de Coornhertstraat waargenomen. De dieren waren hier, met onderbrekingen, vrijwel het hele onderzoek aanwezig. Af en toe werd ook rondom de bomen in het plangebied en rondom de bebouwing gefoerageerd. Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
8
Tijdens het onderzoek op 30 sept. was het relatief rustig met maximaal twee foeragerende gewone dwergvleermuizen. De dieren waren meer diffuus foeragerend aanwezig in het park aan de zuidzijde van het plangebied. Zo nu en dan werd ook het plangebied bezocht.
Figuur 4.1 | Het onderzoeksgebied (rode lijn) met een indicatief beeld van de waarnemingen. Het groen transparante vlak markeert de zone waar foeragerende gewone dwergvleermuizen zijn waargenomen. Het oranje transparante vlak markeert het paarterritorium van een gewone dwergvleermuis ten oosten van het plangebied. (bron ondergrond: Esri Nederland)
4.3
Roofvogels en ransuil
Tijdens het onderzoek naar buizerd, sperwer en ransuil zijn geen waarnemingen van deze soorten gedaan. Ook tijdens andere veldbezoeken zijn geen waarnemingen van deze soorten gedaan. De aanwezigheid van buizerd (roofvogels) en ransuil in het plangebied kan daarom worden uitgesloten. Tijdens het roofvogel en ransuil onderzoek zijn in de bomen aan de rand van het plangebied, parallel Van Veldestraat en Coornhertstraat meerdere grote (takken) nesten aangetroffen. Hier en in de omliggende wijk bleken vrij veel nesten van eksters aanwezig. In totaal werden binnen het plangebied vijf ekster en/of zwarte kraai nesten gevonden. In de omliggende wijk werden (zichtbaar vanuit het plangebied) 19 ekster en/of zwarte kraaien nesten geteld. In het plangebied werd tijdens dit onderzoek bij twee nesten activiteit van broedvogels (eksters) vastgesteld. Eén nest werd op 20 maart bezocht door een zwarte kraai. Tijdens latere onderzoeken is hier echter geen activiteit meer vastgesteld. De overige nesten betroffen oude of -speelnesten van ekster en zwarte kraai. Een holte in één van de bomen aan de Van Veldekestraat werd gebruikt als nestplaats door een paartje kauwen. In de naaldboon aan de zuidzijde van het plangebied werd op 20 maart een broedende houtduif waargenomen. In onderstaande plattegrond (fig.
4.4) zijn alle locaties met (gebruikte) nestplaatsen weergegeven, de foto’s (4.2 en 4.3) geven een impressie van de situatie in het veld.
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
9
Foto 4.2 en 4.3 | Links: Bomen langs de Van Veldekestraat met eksternest (gele cirkel) en broedholte kauw (blauwe cirkel) Rechts: op de achtergrond de bomen lang de Coornhertstraat met diverse grote nesten. Alleen het geel omcirkelde nest werd in 2024 gebruikt door de ekster.
Figuur 4.4 | Het onderzoeksgebied (rode lijn) met aangetroffen nesten, gemarkeerd met een ster. Geel = ekster, blauw = kauw in boomholte, groen = houtduif en licht grijs = oud nest van ekster of zwarte kraai dat niet in gebruik is. (bron ondergrond: Esri Nederland)
4.4
Huismus
Tijdens het onderzoek naar huismussen zijn geen huismussen waargenomen. De aanwezigheid van huismusnesten of andere voor deze soort belangrijke gebiedsfuncties wordt daarom uitgesloten.
4.5
Overige waarnemingen
Tijden het vleermuisonderzoek op 13 juni werd een steenmarter waargenomen. Dit dier toonde geen verdere binding met het plangebied.
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
10
5 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt een analyse gemaakt van het effect dat de voorgenomen ontwikkeling heeft op de aangetroffen beschermde soorten en/of functies. Tevens worden deze effecten getoetst aan het wettelijk kader.
5.1
Effectanalyse
5.1.1 Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wel werden diverse foeragerende en/of passerende gewone dwergvleermuizen en enkele laatvliegers waargenomen. Tezamen met het omliggende gebied (parken, laanbeplanting en bossen) wordt het plangebied integraal bezocht door foeragerende vleermuizen. Het plangebied vervult hierbij geen bijzondere (essentiële) functie. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling worden geen negatieve effecten op vleermuizen of de functionaliteit van het leefgebied van deze soortgroep verwacht. Om tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie verstoring van in de omgeving voorkomende vleermuizen te voorkomen worden in het volgende hoofdstuk (6) aanbevelingen gedaan. 5.1.1 Broedvogels Voor de ekster (broedvogel categorie 5) geld dat in de omgeving van het plangebied ruim voldoende alternatieve nestlocaties beschikbaar zijn. Er is daarom geen sprake van een ecologisch zwaarwegende reden om de nesten jaarrond te beschermen. Wel is het beschermingsregime voor algemene broedvogels van toepassing. De kauw en houtduif zijn algemene broedvogels. Voor deze en andere soorten is het beschermingsregime voor algemene broedvogels van toepassing. Dit houdt in dat tijdens het broedseizoen2 (indicatief 15 maart – 15 augustus) geen verstorende werkzaamheden verricht mogen worden.
Dit betekent dat in principe geen bomen gesnoeid of gerooid mogen worden. Ook dienen, gelet op de hoge dichtheid van broedvogels, tijdens het broedseizoen verstorende werkzaamheden rondom de nestplaatsen te worden voorkomen. Om de bescherming van broedende vogels te waarborgen dient het plangebied voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog te worden gecontroleerd op broedvogels en dienen de werkzaamheden ecologisch begeleidt te worden. De inhoud van deze begeleiding betreft het beschikbaar hebben van een permanent aanspreekpunt voor ecologische calamiteiten en een twee tot vier wekelijkse controle (al naar gelang de omstandigheden en periode van het jaar) door een ecoloog. Bovenstaande voorschriften met betrekking tot broedvogels zijn van toepassing in het broedseizoen (zie ook H6 paragraaf ‘broedvogels’ in de rapportage Ecologische quickscan, Elzeneindpark, Oss, Gijsbertsen D.J., 2023). In het plangebied zijn De tuin achter het woonhuis wordt bezocht door foeragerende huismussen. Door het overwegend (gelijksoortige) groene karakter van de omliggende tuinen en de afwezigheid van nestplaatsen in het plangebied kan dit als niet essentieel onderdeel van het leefgebied van de soort worden
2
Voor het broedseizoen geld in Nederland geen vooraf vastgestelde periode. Bovengenoemde periode vormt een indicatie. Er is sprake van ‘broedseizoen’ zodra vogels bezig zijn met broedactiviteiten, bijvoorbeeld het bouwen van een nest. Een ecoloog stelt vast of sprake is van ‘broedseizoen’ door te inventariseren of er nestelende vogels aanwezig zijn. Wanneer bijvoorbeeld in de periode 15 maart – 15 augustus geen activiteit van broedende vogels (meer) wordt vastgesteld kunnen werkzaamheden voorgang vinden omdat ter plaatste van de werkzaamheden geen broedvogels beïnvloed worden. Over het algemeen broeden de meeste vogels echter in de periode tussen half maart en half augustus en dienen verstorende werkzaamheden in deze periode veiligheidshalve achterwege te blijven.
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
11
geclassificeerd. De voorgenomen ontwikkeling heeft daarom geen negatieve effecten op de huismus of de functionaliteit van het leefgebied van deze soort.
5.2
Toetsing
Uit de onderzoeksresultaten en effectanalyse blijkt dat negatieve effecten op de eekhoorn, vleermuizen, roofvogels, ransuil en huismus, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling redelijkerwijs uitgesloten kunnen worden. Overtreding van het beschermingsregime voor flora en fauna in de Omgevingswet is daarom niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling kan voortgang vinden zonder verdere vergunningprocedure in het kader van de Omgevingswet. Om verstoring van de in en om het plangebied foeragerende en/of passerende vleermuizen te voorkomen, worden op grond van de specifieke zorgplicht (Omgevingswet, art. 11.27 Bal) in het volgende hoofdstuk (§ 6.5) voorzorgsmaatregel beschreven. Voor het toepassen van deze maatregelen is geen vergunning nodig. Om verstoring of schade aan broedvogels te voorkomen zijn voorzorgsmaatregelen van toepassing. Deze maatregelen zijn bindend van toepassing. Om de verder functionaliteit (omvang, robuustheid en kwaliteit) van het leefgebied van de in het plangebied voorkomende soorten te waarborgen zijn op grond van de specifieke zorgplicht (Omgevingswet, art. 11.27 Bal) in het volgende hoofdstuk enkele voorzorgsmaatregelen uitgewerkt. Dit betreft een aanbeveling en vrijblijvend advies waarvoor geen vergunning noodzakelijk is. .
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
12
6 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 6.1
Algemeen
Dit soortgericht onderzoek heeft plaatsgevonden conform de wettelijke goedgekeurde protocollen en richtlijnen voor het onderzoek naar de onderzochte soort(en)groepen. Het plangebied is daarom afdoende onderzocht.
6.2
Resultaten
Bij het onderzoek zijn de in onderstaande tabel (6.1) weergegeven beschermde functies aangetroffen. Tabel 6.1|Overzicht beschermde soorten en functies binnen het plangebied
Soort
Functie
Aantal
Gewone dwergvleermuis
Onderdeel foerageergebied (niet essentieel)
n.v.t.
Laatvlieger
Onderdeel leefgebied (niet essentieel)
n.v.t.
Algemene broedvogels incl. cat. 5
Nestplaats o.a. ekster, kauw, houtduif
divers.
6.3
Effecten en toetsing
Bij uitvoering van de werkzaamheden gaan geen verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied van beschermde soorten verloren.
6.4
Vervolg stappen
Om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren zijn geen procedurele vervolgstappen noodzakelijk.
6.5
Voorzorgsmaatregelen
Onderstaande voorzorgsmaatregelen worden voorgeschreven ter voorkoming van schade aan soorten. De maatregelen zijn bindend van toepassing bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Het niet toepassen van deze maatregelen leidt mogelijk tot overtreding van de Omgevingswet. Afwijken van onderstaande maatregelen kan alleen plaatsvinden na afstemming met een deskundig ecoloog. 1. Maatregelen vleermuizen Beperk verlichting: vleermuizen zijn gevoelig voor verlichting en vermijden locaties met kunstlicht. Bij toepassing van tijdelijke bouwplaats verlichting en permanent verlichting in de nieuwe situatie is het daarom noodzakelijk terughoudend te zijn in het toepassen van verlichting en gebruik te maken van objectgerichte armatuur. Op deze wijze wordt uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen en blijft het maximaal donker in en om het plangebied; met name in de zone waar vleermuizen foerageren. 2. Algemene broedvogels Werk buiten het broedseizoen: om de vestiging van algemene broedvogels te voorkomen kunnen werkzaamheden aan bomen en struiken (rooien of snoeien) en de sloop van gebouwen het beste worden uitgevoerd in de periode tussen half augustus en half maart. Op deze wijze wordt gewerkt buiten het seizoen waarin de meeste vogels broeden.
Wanneer wel rooi- of sloopwerkzaamheden plaatsvinden in het broedseizoen (tussen half maart en half augustus) dient het plangebied vooraf
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
13
door een ecoloog te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van algemene broedvogels en broedvogels uit categorie 5 (ekster). In verband met de aanwezigheid en ligging van het plangebied ten opzichte van aangetroffen broedvogels is tijdens de werkzaamheden ecologische begeleiding noodzakelijk. Deze dient, afgestemd op de werkzaamheden en het seizoen twee tot vier wekelijks plaats te vinden. 3. Algemene zorgplicht Pas de algemene zorgplicht toe: Bij uitvoering van werkzaamheden is te allen tijde en voor alle soortgroepen de zorgplicht van toepassing. Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen van ruimtelijk inrichting en ontwikkeling (en bestendig beheer en onderhoud) voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden algemeen beschermde soorten als konijn, egel of gewone pad worden aangetroffen, zij de ruimte en tijd moeten krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren voorzichtig verplaatst worden naar een naastgelegen locatie waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden.
6.6
Aanbevelingen
Bij het uitvoeren van de werkzaamheden en de toekomstige inrichting van het plangebied wordt aanbevolen zo veel als mogelijk rekening te houden met flora en fauna. Specifiek gelet op de huidige functie van het plangebied voor vleermuizen en broedvogels. Toepassing van onderstaande aanbevelingen vindt plaats op vrijwillige basis en draagt bij aan de algemene bescherming en ontwikkeling van biodiversiteit in ons land (er geldt geen wettelijke plicht voor het toepassen van deze aanbevelingen). Wij adviseren voor dit project de volgende maatregelen: •
Waar mogelijk behouden of ontwikkelen van bomen en groenstructuren in het plangebied. Specifiek de bomenrij parallel aan de Van Veldekestraat en Koornhertstraat. Door in de toekomstige situatie te zorgen voor perken en andere onverharde delen van het terrein (gazons, borders etc.) en waar mogelijk bomen of struiken te sparen of aan te planten blijft het leefgebied van soorten behouden of wordt het verder versterkt.
•
Bij het uitwerken van een inrichtingsplan voor de buitenruimte verdient het aanbeveling zo veel als mogelijk te kiezen voor inheemse bloem en/of bes dragende soorten. Hiermee ontstaan voedselbronnen voor zoogdieren, vogels en insecten. Tevens is het voor veel fauna de aanwezigheid van ongestoorde (natuurlijke) begroeiing belangrijk. Deze kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de randen van het terrein niet of alleen extensief te beheren. Op deze manier ontstaan spontane groeiplaatsen van inheemse soorten en kan zich een vegetatie structuur ontwikkelen waarin fauna kan schuilen of foerageren.
•
Realiseer in de nieuwbouw geïntegreerde broed- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluw, huismus, zwarte roodstaart, witte kwikstaart en vleermuizen. De locatie van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling lenen zich uitstekend voor het aanbrengen van dergelijke verblijfplaatsen voor bovengenoemde soorten die als gevolg van de hedendaagse efficiënte woningbouw moeilijk een broed- of verblijfplaats kunnen vinden. Op deze manier kan de lokale populatie op een duurzame manier worden ondersteund. Meer informatie en voorbeelden zijn te vinden op de website: ‘checklist groen bouwen’3).
3
https://www.checklistgroenbouwen.nl
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
14
7 GERAADPLEEGDE BRONNEN 7.1
Literatuur
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum insecten en anderen ongewervelde. Leiden. Diepenbeek A. van (1999). Veldgids diersporen, vogels, zoogdieren en reptielen herkenning en determinatie voor West-Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist 5e druk 2015. Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D. (2011), Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011. Gijsbertsen D.J. (2023). Ecologische quickscan Elzeneindpark te Oss. Bureau Buitenwaard, 30 aug. 2023. Limpens, H., Mosterd, K., & Bongers, B. (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken (2016). Brochure: Soortbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus. (2017). Soorteninventarisatieprotocol in het kader van de Wet natuurbescherming. Odijk: Netwerk Groene Bureaus.
7.2
Online bronnen
-
Kennisdocumenten: www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumentensoorten-ontheffingen-wet-natuurbescherming/
-
Natuurinclusief bouwen: (https://bouwnatuurinclusief.nl)
-
NDFF: NDFF-uitvoerportaal (Nationale Databank Flora en Fauna) – ndff.ecogrid.nl
-
Overheid.nl: Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01)
-
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: (www.rvo.nl/onderwerpen/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige#deskundigheidseisen)
-
Verspreidingsatlas: (www.verspreidingsatlas.nl)
-
Vogelbescherming en Zoogdier Vereniging: (www.checklistgroenbouwen.nl)
-
Waarneming.nl: (www.waarneming.nl)
-
Zoogdiervereniging.nl: soortinformatie (https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten)
Bureau Buitenwaard | Rapportage soortgericht onderzoek
15
Kruising Coornhertstraat 3 / Van Veldekestraat 60c-60f
Oss Stikstofdepositieberekening
Kruising Coornhertstraat 3 / Van Veldekestraat 60c-60f
Oss
Stikstofdepositieberekening
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER BrabantWonen t.a.v. T. van Kuijk
Kerkewijk 156
Postbus 151
3904 JJ Veenendaal
5340AD Oss
T. 0318 – 50 56 37
I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS Projectnummer:
K23260
Datum:
15 november 2023
Titel:
Stikstofdepositieberekening Oss, Kruising Coornhertstraat 3 / Van Veldekestraat 60c-60f
Projectleider:
D. IJzereef
Auteur:
D. IJzereef
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................... 4 1.1 1.2
2
Aanleiding..................................................................................................................................4 Wettelijk kader...........................................................................................................................5
Stikstofdepositie............................................................................................................. 6 2.1 2.2
3
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden....................................................................... 6 Uitgangspunten......................................................................................................................... 7 2.2.1 Referentiesituatie.........................................................................................................7 2.2.2 Gebruikersfase............................................................................................................ 7 2.2.3 Realisatiefase.............................................................................................................. 8
Conclusie......................................................................................................................... 9
Separate bijlagen: -
Bijlage 1 – Nieuwe gebruikersfase Bijlage 2 – Realisatiefase Bijlage 3 – Materieel inzet realisatiefase
1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens de bebouwing op de hoek van Oss, Kruising Coornhertstraat 3 / Van Veldekestraat 60c-60f te amoveren om plaats te maken voor twee nieuwe woongebouwen bestaande uit 74 appartementen.
Afbeelding: Aanduiding planlocatie
Stikstofdepositieberekening
4
1.2
Wettelijk kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.
Stikstofdepositieberekening
5
2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken op circa 10.897 meter afstand van de planlocatie ligt.
Afbeelding: Ligging planlocatie t.o.v. dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator)
Stikstofdepositieberekening
6
2.2
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2023.0.1 (beschikbaar sinds 6 november 2023). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1
Referentiesituatie
Gezien er binnen de gebruikersfase geen sprake is van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, is de referentiesituatie niet meegenomen in deze berekening. 2.2.2
Gebruikersfase
In de nieuwe situatie wordt er een 74 appartementen gebouwd. De nieuwe appartement krijgen geen gasaansluiting. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 heeft een gasloze woning een stikstofemissie gelijk aan nul. Wel vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de woningen. Conform CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ heeft een huur appartement (midden/goedkope huur) een verkeersgeneratie van maximaal 4 mvt ‘licht verkeer’ per etmaal wat resulteert in een totale vervoersbeweging van 296 mvt ‘licht verkeer’ per etmaal. Dit is gebaseerd op een appartement in ‘rest bebouwde kom’ matig stedelijk gebied. De bronlijn loopt vanaf de parkeervoorziening in noordelijke richting via de Bilderdijkstraat tot de Schaepmanlaan waarna het in beide richtingen evenredig over de Schaepmanlaan wordt ontsloten. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Gezien de realisatiefase berekend is in het peiljaar 2024 wordt voor het voor de gebruiksfase als peiljaar 2025 gehanteerd. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1.
Stikstofdepositieberekening
7
2.2.3
Realisatiefase
Om het plan te kunnen realiseren zijn er bouwwerkzaamheden nodig. Hoewel wordt getracht om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te bouwen, is het niet mogelijk om een volledig stikstofemissieloze realisatiefase te bewerkstelligen. Er wordt gebruik gemaakt van machines, maar er is ook een verkeersaantrekkende werking door bouwverkeer. Gerekend is op een bouwperiode van een jaar, als ‘worstcase’ scenario. In de praktijk kan het zijn dat de werkzaamheden over 2 jaren worden verdeeld. Om die reden is als peiljaar gekozen voor 2024. Bouwverkeer Om de bouw mogelijk te maken zal er sprake zijn van bouwverkeer. Voor de bouwperiode wordt er gerekend op 200 vrachten ‘zwaar vrachtverkeer’ om materiaal naar de bouw te vervoeren. Verder voorziet deze berekening in 100 ritten ‘middelzwaar vrachtverkeer’. Daarnaast zal bouwend personeel zorgen voor 2000 ritten met ‘licht verkeer’. De aantallen zijn ruim ingeschat en verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer). Inzet mobiele werktuigen Om de bouw mogelijk te maken, zal gebruik gemaakt worden van mobiele werktuigen. Er is gerekend op de inzet van werktuigen zoals is opgenomen in bijlage 3. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van elektrisch materieel. Hierbij vindt er geen stikstofemissie plaats, waardoor dit materieel niet is ingevoerd. Conclusie De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 2.
Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Stikstofdepositieberekening
8
3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositieberekening
9
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
Stikstofdepositieberekening
10
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Kubiek ruimtelijke plannen Coornhertstraat 3, - Oss Oss - Coornherstraat - Van Veldekestraat Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RigPCWoUFBKk 15 november 2023, 09:31 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RigPCWoUFBKk (15 november 2023)
2025 -
0,3 kg/j
7,8 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RigPCWoUFBKk (15 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,3 kg/j
7,8 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RigPCWoUFBKk (15 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RigPCWoUFBKk (15 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Verkeersgeneratie X:163110,89 Y:418276,63 299,67 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Verkeersgeneratie X:163111,07 Y:418276,28 298,89 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 3,9 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
148,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,9 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
148,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RigPCWoUFBKk (15 november 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Kubiek ruimtelijke plannen Coornhertstraat 3, - Oss Oss - Coornherstraat - Van Veldekestraat Realisatiefase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rokur5VKZ15G 10 november 2023, 09:28 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
2024 -
4,8 kg/j
663,0 kg/j
2/8
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieel inzet 4 Anders... | Anders... | Stationair draaien wegverkeer Verkeersnetwerk
Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
4,7 kg/j 652,3 kg/j 0,1 kg/j 9,8 kg/j 24,2 g/j 0,9 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Verkeersgeneratie X:163110,89 Y:418276,63 299,67 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Verkeersgeneratie X:163111,07 Y:418276,28 298,89 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 12,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
2.000,0 /jaar 100,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 12,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
2.000,0 /jaar 100,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
3
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Materieel inzet X:163225,54 Y:418168,27 0,71 ha
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
652,3 kg/j 4,7 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
200 u/j 0 l/j
Stof Emissie
Sloopkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 3104 l/j diesel, SCR: ja
NOₓ
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 2483 l/j diesel, SCR: ja
160 u/j 0 l/j
103,4 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 82,7 kg/j
Shovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1002 l/j diesel, SCR: ja
80 u/j
0 l/j
NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 33,5 kg/j
Trekker
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 263 l/j diesel, SCR: ja
40 u/j
0 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 8,9 kg/j
Hijskraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 8260 l/j diesel, SCR: ja
500 u/j 0 l/j
Betonstorter
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1696 l/j diesel, SCR: ja
80 u/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1696 l/j diesel, SCR: ja
0 l/j
NH₃ 63,1 g/j NOₓ 275,1 kg/j NH₃ 2,0 kg/j NOₓ 56,4 kg/j
80 u/j
0 l/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 56,4 kg/j
Cementdekvloermixer Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 526 l/j diesel, SCR: ja
80 u/j
0 l/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 17,8 kg/j
Sloopkraan
80 u/j
0 l/j
NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 18,2 kg/j
Betonmixer
4
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 539 l/j diesel, SCR: ja
Anders... | Anders...
Naam Stationair draaien Uittreedhoogte wegverkeer Warmteinhoud Locatie X:163225,54 Spreiding Y:418168,27 Oppervlakte 0,71 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0m
NH₃ 0,1 kg/j NOₓ NH₃
9,8 kg/j 0,1 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
7/8
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rokur5VKZ15G (10 november 2023)
8/8
Bijlage 3 – Materieel inzet realisatiefase Machine inzet Machine type
Stageklasse
Bouwjaar
Vermogen (kW)
Belasting type
motorefficientie
Gemiddelde belasting
Groep
sloopkraan
Stage-IV - kW 75-560
2015
150
Hydrauliek - wisselende inzet
0,9510
37%
D
200
3104
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
103,43
0,74
graafmachine
Stage-IV - kW 75-560
2015
150
Hydrauliek - wisselende inzet
0,9510
37%
D
160
2483
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
82,75
0,60
Draaiur Liters en brandstof
Liters AdBlue
Emissie Cb NOX Cu Nox Ca Nox Cb NH3 Cu NH3 Nox (kg)
Emissie NH3 (kg)
Shovel
Stage-IV - kW 75-560
2015
120
Hydrauliek - wisselende inzet
0,9510
37%
D
80
1002
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
33,46
0,24
Trekker
Stage-IV - kW 75-560
2015
60
Transmissie - continue inzet
0,9510
37%
D
40
263
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
8,88
0,06
hijskraan
Stage-IV - kW 75-560
2015
160
Hydrauliek - wisselende inzet
0,9510
37%
D
500
8260
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
275,07
1,98
betonstorter
Stage-IV - kW 75-560
2015
200
Vaste as - wisselende inzet
0,9510
38%
D
80
1696
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
56,36
0,41
betonmixer
Stage-IV - kW 75-560
2015
200
Vaste as - wisselende inzet
0,9510
38%
D
80
1696
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
56,36
0,41
cementdekvloermixer
Stage-IV - kW 56-75
2015
60
Transmissie - continue inzet
0,9510
37%
D
80
526
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
17,77
0,13
trilplaten_stampers
Stage-IV - kW 56-75
2015
60
Vaste as - wisselende inzet
0,9510
38%
D
80
539
0
0,033
0,005
-0,46
0,0002
0,000
18,19
0,13
Totale emissie (kg/j)
652,27
4,70
Stationair draaien wegverkeer
Verkeerscategorie
Voertuigtype
Zwaar wegverkeer
Vrachtauto's > 20 ton
Rekenjaar
Nox g/uur
NH3 g/uur
2023
81,6744
0,8652
Draaiuren Nox kg/jaar NH3 kg/jaar 120
Totale emissie (kg/j)
9,800928
0,103824
9,80
0,10
ELZENEINDPARK (VAN VELDEKESTRAAT COORNHERTSTRAAT 3) TE OSS
60
EN
GEMEENTE OSS BUREAUONDERZOEK
Opdrachtgever
Projectleider
Kubiek Ruimtelijke Plannen
T.J.H. van Essen, Archeoloog BSc
Definitieve versie
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal
Projectnummer
Autorisatie
Datum
Synthegra Rapport S230040
Drs. F. Stevens, Senior KNA archeoloog/-prospector
13-09-2023
Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Website: www.synthegra.nl
Versie 2023-01 1 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
COLOFON Opdrachtgever
: Kubiek Ruimtelijke Plannen te Veenendaal
Project
: Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3) te Oss, gemeente Oss.
Projectnummer
: S230040
Titel
: Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3) te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek
Datum
: 13-09-2023
Projectleider
: T. van Essen
Auteurs
: T. van Essen
Autorisatie
: Drs. F. Stevens
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Plantageweg 12 3833 AZ Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl © Synthegra B.V., 2023 © Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
2 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ...................................................................................................................................... 4 SAMENVATTING .................................................................................................................................................................. 5 1
2
3
INLEIDING ...................................................................................................................................................................... 7 1.1
ONDERZOEKSKADER ..................................................................................................................................................................... 7
1.2
ONDERZOEKSDOEL EN VRAAGSTELLINGEN............................................................................................................................... 7
1.3
LIGGING EN HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................................................ 8
1.4
TOEKOMSTIGE SITUATIE PLANGEBIED....................................................................................................................................... 9
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................................................. 10 2.1
METHODE .................................................................................................................................................................................... 10
2.2
LANDSCHAPSGENESE ................................................................................................................................................................. 10
2.3
HISTORISCHE ONTWIKKELING ................................................................................................................................................. 14
2.5
ARCHEOLOGISCHE WAARDEN IN EN RONDOM HET PLANGEBIED ....................................................................................... 18
2.6
GESPECIFICEERDE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING ......................................................................................................... 20
2.7
ADVIES ......................................................................................................................................................................................... 25
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................................................... 26 3.1
INLEIDING.................................................................................................................................................................................... 26
3.2
CONCLUSIES / BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN..................................................................................................... 26
3.3
AANBEVELINGEN........................................................................................................................................................................ 27
BRONNEN ............................................................................................................................................................................ 28 LITERATUUR ............................................................................................................................................................................................ 28 INTERNET ................................................................................................................................................................................................. 29
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Funderingstekening Coornhertstraat 3 Bijlage 3: Funderingstekening Van Veldekestraat 60
Afbeelding voorblad: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: www.pdok.nl)
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
3 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
Administratieve gegevens Toponiem
Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3)
Plaats
Oss
Gemeente
Oss
Provincie
Noord-Brabant
Projectnummer
S230040
Bevoegde overheid
Gemeente
Oss.
Deskundige
namens
de
bevoegde overheid mevr. drs. M. Peeters Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
5447489100
Datum onderzoeksmelding
17-07-2023
Kaartblad
45E
Periode
Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd
Oppervlakte
6500 m2
Perceelnummer(s)
Kadastrale
gemeente
Oss,
sectie
L,
perceelnummers: 3027 en 3028 geheel, 4519 gedeeltelijk. Grondgebruik
Deels bebouwd, deels bomen/gras
Geologie
Formatie
van
Boxtel
of
Formatie
van
Kreftenheye Geomorfologie
Bebouwd. Dekzandrug of terrasvlakte
Bodem
Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Noord-Brabant te Den Bosch
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:
x 163246
y 418220
Oost:
x 163286
y 418163
Zuid:
x 163195
y 418125
West:
x 163165
y 418181
Centrum:
x 163222
y 418171
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
4 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan het Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3) te Oss. De aanleiding voor het onderzoek is de bouw van twee appartementen complexen. De toekomstige bodemverstoring bedraagt 6500 m2 met een diepte van maximaal 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Het plangebied ligt op een terrasvlakte met daarop dekzand, waarin een hoge zwarte enkeerdgrond is gevormd. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Voor het Laat Paleolithicum tot en met het Midden Neolithicum geldt een middelhoge verwachting. Gezien de ligging van het plangebied was dit een aantrekkelijke plek om te wonen. In de omgeving van het plangebied is echter slechts een enkele vondst bekend uit het Mesolithicum en in Oss en omgeving zijn er ook slechts sporadisch vondsten uit deze perioden. Naar verwachting was het gebied ook vrij dicht bebost tot aan het Laat Neolithicum, waardoor bewoning lastig was. Hierdoor geldt er voor deze perioden een middelmatige verwachting. Resten uit deze perioden zullen zicht voordoen in de intacte bodemhorizonten in het dekzand. Resten uit het Laat Paleolithicum kunnen zich ook nog voordoen in de top van de terrasvlakte, die naar verwachting op ca. 6 meter beneden maaiveld ligt. Voor resten vanaf het Laat Neolithicum geldt een zeer hoge verwachting.
Vanaf het Laat Neolithicum vond er veel bomenkap plaats, waardoor er meer ruimte kwam om te wonen in de daarvoor dicht beboste gebieden. In de directe omgeving van het plangebied gaat het voornamelijk om resten vanaf de IJzertijd, maar in Oss en omgeving zijn veel resten bekend vanaf het Laat-Neolithicum, waarbij de hoge zandgronden erg populair waren. Om deze reden is er een zeer hoge verwachting gegeven voor resten uit deze perioden. Resten uit deze perioden kunnen zich voordoen vanaf het maaiveld (in intacte bodemhorizonten) tot diep in de C-Horizont. Bodemgaafheid: Op basis van de onderzochte gegevens zijn er geen aanwijzingen dat de bodem verstoord is, behalve onder de huidige bebouwing. Deze verstoring beperkt zicht echter tot een maximale diepte van 1 meter beneden maaiveld, en aangezien het een poerenplan betreft en niet een funderingsplaat, zal ook niet de gehele bodem onder de bebouwing verstoord zijn.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
5 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Hierbij moet ca. 12% van het plangebied onderzocht worden. Het plangebied is 6500m2, waardoor het advies is om vier sleuven van 4x50 meter te leggen door het plangebied. Dit komt uit op 800m2, wat voldoende is (12% van 6500m2 komt neer op 780 m2). Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oss).
Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
6 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen een archeologisch bureauonderzoek1 uitgevoerd voor een terrein aan het Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3) te Oss (afbeelding 1). De aanleiding voor het onderzoek is de bouw van twee appartementen complexen. De toekomstige bodemverstoring bedraagt 6500 m2 met een diepte van maximaal 3 meter beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een bestemmingsplanprocedure voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Bestemmingsplan Ruwaard Oss 2010 dat is vastgesteld door de gemeente Oss op de datum 22-02-20122. In dit bestemmingsplan zijn echter geen archeologische waardes of verwachtingen opgenomen. De bevoegde overheid, de gemeente Oss, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Beleidskaart.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.13 De bevoegde overheid, gemeente Oss, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 1.
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
2.
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? a.
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden?
b. 3.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten?
In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
1 BO, protocol 4002 2 www.ruimtelijkeplannen.nl 3 SIKB 2018.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
7 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 6500 m2 en is gelegen aan het Elzeneindpark (Van Veldekestraat 60 en Coornhertstraat 3) te Oss (afbeelding 1). Het plangebied is deels bebouwd en deels begroeid met gras en bomen. Het plangebied wordt in het westen en noorden begrensd door de Van Veldekestraat, in het oosten door de Coornhertstraat en in het zuiden door het Elzeneindpark. Onder beide gebouwen zijn poeren geplaats. De poeren reiken tot ca. 1 meter (Coornhertstraat 3, bijlage 2) of 80 centimeter (Veldekestraat 60, bijlage 3) beneden maaiveld.
Afbeelding 1.: Het plangebied, rood omkaderd, op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
8 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. De huidige bebouwing zal worden gesloopt en er zullen twee appartementen complexen worden gebouwd, met kelders (afbeelding 2). Verder zullen parkeerplaatsen aangelegd worden, al dan niet overdekt. De uiteindelijke locatie van de gebouwen en parkeerplaatsen is nog niet gekozen, maar momenteel heeft het plan uit afbeelding 2 de voorkeur.
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. In het geelgroen de locatie van de nieuwe te bouwen appartementen complexen. De oranje vakjes, groen omlijnd, zijn de locatie van de parkeerplaatsen. De rode lijn betreft het plangebied. (Bron: Kubiek Ruimtelijke Plannen).
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
9 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •
Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)
•
Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 4)
•
Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 5)
•
Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)
Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.4 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.
Geo(omorfo)logie en landschap Op basis van de geomorfologische kaart ligt het gebied op een terrasvlakte of op een dekzandrug. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden), werd het zeer koud, maar het landijs bereikte Nederland niet. Gedurende het grootste deel van het Weichselien had de Rijn een vlechtend rivierpatroon gekenmerkt door meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. In deze periode heeft de Rijn in een brede vlakte een dik pakket zand en grind afgezet (Formatie van Kreftenheye). In het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar) ontstond door herhaaldelijke insnijdingen een Terrassenlandschap. 5 Gedurende het Weichselien was er sprake van periglaciale omstandigheden, waarbij de ondergrond permanent bevroren was. Door verstuiving onder invloed van de wind werd op grote schaal dekzand werd afgezet. 6 Dit dekzand wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel en kan soms leemlagen en grindsnoertjes bevatten. Dit dekzand wordt ook wel Oud Dekzand genoemd.7 Tijdens het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.0000 jaar geleden) steeg de temperatuur en kreeg vegetatie weer een kans. Het stuivende zand werd door vegetatie ingevangen waardoor er langgerekte of paraboolvormige dekzandruggen ontstonden.8 Dit puur eolisch afgezette dekzand, dat ook wel jong dekzand wordt genoemd, vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel.
Als het plangebied op een dekzandrug ligt, is er waarschijnlijk in een later stadium dekzand op het terraslandschap afgezet. Het zal dan ook gaan om Jong dekzand. In een boring ca. 250 meter ten zuidwesten van het plangebied
4 De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. 5 Berendsen 2004, 159. 6 De Mulder et al. 2003; Berendsen 2004 7 Berendsen 2004 8 Berendsen 2004
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
10 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
is vanaf 15,5 meter beneden maaiveld een pakket fijn zand behorende tot de Formatie van Beegden aangetroffen. Dit betreft waarschijnlijk oude afzettingen van de Maas, welke te diep liggen om in het huidige onderzoek tegen te komen. Hierop volgt op 13,5 meter beneden maaiveld een pakket grindig fijn zand behorende tot de Formatie van Kreftenheye. Dit betreft waarschijnlijk de oudere rivierafzettingen (terrasvlakte) van de Rijn. Hierop volgde op 6 meter beneden maaiveld een pakket fijn zand behorende tot de Formatie van Boxtel. Dit betreft dekzand, en bevestigd het vermoeden dat in deze omgeving waarschijnlijk dekzand op de terrasvlakte ligt.9
Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
9
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens identificatienummer: B45E0264.
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
11 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
Bodem Op basis van de bodemkaart kan er in het gebied een hoge zwarte enkeerdgrond verwacht worden met leemarm en zwak lemig fijn zand. Hoge zwarte enkeerdgronden kunnen worden herkend door het minimaal 50 centimeter dikke pakket zand, esdek genaamd, dat op de C-Horizont ligt. Eventueel kan nog een E- en/of BHorizont volgen. Hieronder volgt dan de C-Horizont.
Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
12 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
AHN De hoogte van het maaiveld varieert van circa 6 tot 6,5 m +NAP.10 wat opvalt is dat het gebied ten noordwesten lager ligt, terwijl het gebied ten zuidoosten hoger ligt. Mogelijk heeft dit te maken met de overgang van een terrasvlakte naar een dekzandrug (die bovenop de terrasvlakte ligt).
Afbeelding 5: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).
10 Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil) geraadpleegd op www.ahn.nl
© Synthegra B.V., Plantageweg 12, 3833 AZ Leusden. Versie 2023-01
13 van 29
Project : Elzeneindpark te Oss, gemeente Oss. Bureauonderzoek Projectnummer: S230040
2.3
Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 11) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). 11 Op de Historische kaarten wordt duidelijk dat er begin 19e eeuw in het plangebied geen bebouwing stond. Dit veranderd niet tot aan 1978, hoewel de omgeving van het plangebied in de periode 1800-1978 wel veranderd. In 1978 is het huidige gebouw aan de Coornhertstraat gebouwd. Hier komt in 1999 het huidige gebouw aan de Veldekestraat bij. Verder veranderd er binnen het plangebied weinig.