CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

A1 Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 MER met bijbehorende onderzoeken_klein.pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)31.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een uitgebreide weergave van de vervolgprocedure wordt beschreven in hoofdstuk 2.3. Windenergie en bevoegd gezag In de Elektriciteitswet is bepaald wie bevoegd gezag is in besluitvorming rond windenergieprojecten. Wie bevoegd gezag is hangt af van de omvang van het project, bepaald door het opgestelde vermogen in megawatt (MW). Voor projecten groter dan 5 MW, maar kleiner dan 100 MW (waar Elzenburg – De Geer binnen valt) is in principe de provincie bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. De provincie kan en mag de bevoegdheid overdragen aan de gemeente. In het geval van Elzenburg – De Geer is dit gebeurd.

Blad 51

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

2.2

M.e.r.-procedure

2.2.1

Waarom een m.e.r.-procedure ? In het kader van een ruimtelijk besluit voor een windmolenpark kunnen verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. (milieueffectrapportage). De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer 4 en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.:  De voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r.;  Voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura 2000-gebieden. M.e.r.-verplichting vanuit Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C- activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De m.e.r.-procedure is van toepassing bij (C-) activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook (D-) activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven. Voor deze activiteiten moet door het bevoegde gezag worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor deze activiteiten dient een m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen een project-m.e.r. en een plan-m.e.r. Een projectm.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan concrete besluiten. Een plan-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan plannen die concretere vervolgtrajecten mogelijk maken die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn en daarmee dus kaderstellend zijn. M.e.r.-verplichting vanuit Natura 2000 Wanneer niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebied, volgt uit de Natuurbeschermingswet dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Uit de Natuurbeschermingswet en de Wet milieubeheer volgt dat dan (ook) een plan-m.e.r. procedure doorlopen moet worden.

4 In mei 2017 treedt een wijziging van de Wet milieubeheer in werking. In de wijziging wordt de nationale m.e.r.-

regelgeving aangepast aan de (in 2014 gewijzigde) Europose richtlijn betreffende milieueffectrapportage. Naar verwachting heeft deze wijziging geen wezenlijke gevolgen voor de m.e.r.-procedure en de inhoud van een milieueffectrapport. In het MER zal een nadere toelichting op de wijziging van de regelgeving worden gegeven.

Blad 52

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Windmolenpark Elzenburg- De Geer en Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r (versie sinds mei 2017) zijn windmolenparken opgenomen in categorie 22.2 op de zogenaamde C en D-lijst.

C 22.2

D 22.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Kaderstellende plannen waarvoor een plan-m.e.r. verplichting geldt

Besluiten waarvoor een m.e.r.-verplichting geldt

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 20 windturbines of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

Het besluit bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet, het besluit bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Wet windenergie op zee of de besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn

Activiteiten

Gevallen

Kaderstellende plannen waarvoor een plan-m.e.r. verplichting geldt

Besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordelingsverplichting geldt

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 2°. 10 windturbines of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

Het besluit bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet of de besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.

Wat bepalend is voor de verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.is:  Of het een windmolenpark betreft, zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r: “park bestaande uit ten minste drie windturbines”;  Hoeveel windmolens het betreft: meer of minder dan 20/meer of minder dan 10;  Wat het gezamenlijk vermogen is: meer of minder dan 15 megawatt;  Het type (ruimtelijk) plan of besluit. Indien er minder dan 3 windmolens gerealiseerd worden, gelden sowieso geen verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.: de windmolens vallen dan niet onder de definitie van windmolenpark. In het geval van Elzenburg – De Geer is echter naar verwachting sprake van meer dan 3 molens en daarmee van een windmolenpark. Wanneer er sprake is van 20 windmolens of meer geldt een m.e.r.-plicht voor de vergunningsaanvraag. Een ruimtelijke plan (zoals een bestemmingsplan) voor 20 windmolens of meer is kaderstellend en daarmee plan-m.e.r.-plichtig. Elzenburg – De Geer biedt geen ruimte voor 20 windmolens of meer.

Blad 53

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Wanneer er sprake is van een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt of meer en/of 10 of meer windmolens geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de vergunningaanvraag. Een ruimtelijke plan (zoals een bestemmingsplan) voor 15 Megawatt of meer en/of 10 of meer windmolens is kaderstellend en daarmee plan-m.e.r.-plichtig. De vraag is of de drempelwaarden gehaald worden. Er worden naar verwachting minder dan 10 windmolens gerealiseerd. Er bestaat een kans dat het vermogen minder is dan 15 megawatt. In dat geval zou er zowel op vergunningenniveau als op ruimtelijk planniveau een vormvrije m.e.r.beoordeling volstaan in plaats van respectievelijk een m.e.r.-beoordeling en een plan-m.e.r. Windmolenpark Elzenburg- De Geer en Natura 2000 Het zoekgebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Wel liggen Natura 2000gebieden in de omgeving van het zoekgebied. Hoewel deze gebieden op afstand (minimaal 11 km) van het zoekgebied zelf liggen, zouden significant negatieve effecten kunnen optreden, bijvoorbeeld op vogel en vleermuissoorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het onderzoek naar (mogelijke) effecten op Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 13) geeft als conclusies dat geen van de alternatieven voor windmolens op Elzenburg-De Geer leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Samenvattende conclusie ten aanzien van m.e.r.

Samenvattend kan worden gesteld dat voor Windmolenpark Elzenburg- De Geer naar alle waarschijnlijkheid verplichtingen bestaan ten aanzien van een plan-m.e.r.. De gemeente Oss heeft besloten ook los van wettelijke verplichtingen een m.e.r.-procedure te doorlopen. Een m.e.r.-procedure borgt dat zeker en in alle mogelijke gevallen maximaal voldaan wordt aan de verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. De m.e.r.-procedure wordt ook als meerwaarde gezien in het plan- en besluitvormingsproces: het biedt een uitstekende inhoudelijke en procedurele kapstok voor de te maken afwegingen en te nemen besluiten. De gemeente wil de mogelijkheid openhouden om, bij een positieve keuze voor windmolens bij Elzenburg – De Geer, naast een ruimtelijk plan (bestemmingsplan) ook direct de benodigde vergunningen te regelen. Het milieueffectrapport wordt daarom zo opgesteld dat het ook kan dienen ter onderbouwing van de vergunningaanvraag (een gecombineerd plan- en project-MER).

2.2.2

Procedurele en inhoudelijke eisen aan een MER Een m.e.r. bestaat uit een aantal procedurele stappen en producten. Het startdocument van de procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, in het vervolg aangeduid met 'notitie'. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is een milieueffectrapport (MER). Het eindproduct van de m.e.r-procedure is het toetsingsadvies van de commissie m.e.r. De m.e.r. procedure kent de volgende procedurele eisen:  Openbare kennisgeving van het voornemen;  Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.;  Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen;  Advies Commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel);

Blad 54

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

     

Opstellen milieueffectrapport; Openbaar maken MER en opsturen aan de wettelijke adviseurs & Commissie m.e.r; Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen; Toetsingsadvies Commissie m.e.r; Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit; Evaluatie van effecten tijdens en na realisatie.

Conform artikel 7.7 van de Wet milieubeheer bevat een plan- MER tenminste een beschrijving van:  hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd (probleem en/of doelstelling);  de voorgenomen activiteit en redelijkerwijs te beschouwen alternatieven;  overzicht van eerder vastgestelde plannen (beleidskader);  de bestaande toestand van het milieu alsmede de te verwachten ontwikkeling (referentiesituatie ofwel huidige situatie en autonome ontwikkeling van het studiegebied);  de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en een vergelijking van de gevolgen met de bestaande toestand (effecten);  van maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen (mitigerende maatregelen), te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen;  een overzicht van leemten in kennis;  Samenvatting.

Sinds de recente wijziging van de Wet milieubeheer (medio mei) bevat een project-MER conform artikel 7.23 van de Wet milieubeheer tenminste een beschrijving van:  de (voorgenomen) activiteit met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken;  de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;  de geplande maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen te vermijden, te voorkomen of te beperken en, indien mogelijk, te compenseren (mitigatie en compensatie);  redelijke alternatieven;  samenvatting. De eisen aan een plan- en project-MER verschillen enigszins. Voor dit MER Windmolenpark Elzenburg-De Geer is gekozen invulling te geven aan alle eisen, zowel die aan plan-MER als die aan project-MER. Conform artikel 1.1, lid 2 lid onder a van de Wet milieubeheer worden onder gevolgen voor het milieu in ieder geval verstaan: “gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van beheersing van het klimaat, alsmede de relaties ertussen”.

Sinds de recente wijziging van de Wet milieubeheer (medio mei) is hier in artikel 7.1 lid 6 aan toegevoegd: In afwijking van artikel 1.1, tweede lid, onder a, onder gevolgen voor het milieu verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, waaronder de kwetsbaarheid voor risico’s op zware ongevallen of rampen, gezien vanuit het belang van de bescherming van:

Blad 55

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

a. de bevolking en de menselijke gezondheid; b. de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 beschermde habitats en soorten; c. land, bodem, water, lucht en klimaat; d. materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap; e. de samenhang tussen de onder a tot en met d genoemde factoren. Het beoordelingskader met onderzoeksthema’s, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van dit MER, geeft invulling aan bovenstaande wettelijke eisen uit de Wet milieubeheer. De terminologie wijkt hier en daar enigszins af van de wettelijke, maar is conform hetgeen gangbaar is in milieueffectrapportages voor windmolenparken.

2.2.3

Deze m.e.r.-procedure Voortraject Voorafgaand aan dit MER is een uitgebreid voortraject afgelegd (zie hoofdstuk 1.2 voor een uitgebreide beschrijving). De gemeente speelt al sinds 2003 met de gedacht om windenergie te realiseren. In de laatste jaren is het traject in een stroomversnelling gekomen door het uitspreken van een duurzaamheidsambitie en verschillende particuliere initiatieven. In 2014 heeft Raedthuys een initiatief aangedragen voor een windmolenpark bij Elzenburg-de Geer. Dit was de aanleiding voor het huidige zoekgebied. Op 14 juli 2016 heeft de gemeenteraad het besluit genomen dat de gemeente zelf onderzoek wil doen naar de ontwikkelingsmogelijkheden van windmolens bij Elzenburg - De Geer. Ten behoeve van dit onderzoek zijn vanaf najaar 2015 diverse informatieavonden voor bewoners gehouden, is een klankbordgroep opgericht en is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld, waarbij zowel de omwonenden als de klankbordgroep intensief betrokken zijn. Kennisgeving De kennisgeving is het bekend maken van het voornemen voor het ruimtelijk plan met de daarbij horende m.e.r. procedure aan een ieder die met de plannen te maken gaat krijgen of die hierin geïnteresseerd is. Voor Windmolenpark Elzenburg – De Geer is medio december 2016 kennisgegeven van het project en de start van de m.e.r.-procedure.

Conform wettelijke eisen is in de kennisgeving aangegeven:  Aankondiging besluit en m.e.r.-procedure;  Welke stukken, waar en wanneer ter inzage;  Wie mag wanneer en op welke manier zienswijzen inbrengen;  Hoe de Commissie m.e.r. betrokken is. Raadpleging Na de kennisgeving heeft een raadpleging plaatsgevonden. Raadpleging is het inwinnen van advies over de effecten die moeten worden beschouwd in het MER en op welke wijze het detailniveau moet worden beschreven. Hiervoor worden door de gemeente naast de partijen die in de klankbordgroep vertegenwoordigd zijn (zie hoofdstuk 1) de reguliere bestuurlijke en maatschappelijke vooroverlegpartners geraadpleegd.

Blad 56

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Er zijn vier reacties van vooroverlegpartners ontvangen: Rijkswaterstaat, Gasunie en twee buurgemeenten (Grave en West Waal en Maas). Geen van deze vier reacties bevat inhoudelijke aandachtspunten/aanbevelingen voor het MER. Ter inzage legging De Notitie Reikwijdte en Detailniveau, die voorafgaand aan dit MER geschreven is, heeft van 15 december 2016 tot en met 25 januari 2017 zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is gelegenheid geboden hierop een zienswijze in te dienen. Er zijn 7 reacties van omwonenden ontvangen:  De bewoners en gebruikers van twee adressen in de Huisdaalsestraat vragen aandacht voor effecten op geluid, schaduw en lichtschittering op de bewoners, gebruikers en dieren, zowel in als buiten de bebouwing en voor geluid zowel overdag als ’s nachts en rekening houdend met het huidige verkeers- en industriegeluid.  Bewoners van vier adressen in Horzak vragen aandacht voor de effecten op hun wijk: de afstand van de windmolens tot hun woningen, een visualisatie van de zichtbaarheid van de windmolens vanuit Horzak. Daarnaast vragen ze aandacht voor de effecten van de windmolens in combinatie met die van de mestfabriek, de effecten op de toekomstige nieuwbouw in Horzak en effecten op het weidevogelgebied.  Een bewoner van Berghem vraagt om duidelijkheid over de windmolens en de effecten ervan.

Alle binnengekomen zienswijzen zijn beantwoord in de Nota beantwoording adviezen en zienswijzen, vastgesteld in B&W op 28 februari 2017, zie bijlage 2. Dit MER bevat een beschrijving van de effecten zoals hierboven gevraagd: geluid in hoofdstuk 6, schaduw en schittering in hoofdstuk 7, landschap / zichtbaarheid in hoofdstuk 11, natuur in hoofdstuk 13, effect van windmolens op effecten mestfabriek in hoofdstuk 16. Naast de algemene gebiedsbrede analyses liggen er specifieke rekenpunten in de Huisdaalsestraat en in Horzak. Advies Commissie m.e.r De gemeente heeft besloten de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) al in het voortraject te raadplegen over reikwijdte en detailniveau. De Commissie m.e.r. is een onafhankelijke organisatie die het MER toetst op juistheid en volledigheid. Een gemeente kan ervoor kiezen de Commissie te vragen voor een advies over de onderzoeksaanpak vooraf. Dit gebeurt meestal op basis van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In dit geval heeft de Commissie m.e.r. al geadviseerd tijdens de totstandkoming van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De Commissie is aanwezig geweest bij het overleg met de klankbordgroep en heeft op 17 november 2016 voorafgaand aan het uitbrengen van de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau al haar advies gegeven over de conceptversie hiervan.

In bijlage 2 is het volledige advies van de Commissie m.e.r. opgenomen. De belangrijkste adviezen van de Commissie m.e.r. zijn:  Geef inzicht in de samenhang tussen het onderzoek voor het windmolenpark en het gemeentebrede onderzoek naar mogelijkheden voor duurzame energie; => in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau is al aangegeven dat beide sporen parallel lopen en op relevante momenten bij elkaar gebracht worden om eventuele consequenties van de een op de ander te monitoren. Beide sporen worden in samenhang aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. In dit MER is in hoofdstuk 19 specifiek ingegaan op de relatie tussen dit MER en de gemeentebrede energieverkenning. Ook in hoofdstuk 12 Landschap is een relatie gelegd tussen Elzenburg - De Geer en de gemeentebrede energieverkenning.  Geef een navolgbare onderbouwing van de totstandkoming van de alternatieven/varianten vanuit de verschillende invalshoeken (maximalisatie

Blad 57

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

energieopbrengst, minimalisatie hinder, landschap); Zie hoofdstuk 4 van dit MER. Geef een vergelijking van alternatieven en varianten aan de hand van de effecten op de woon en leefomgeving, landschap en natuur en de mate waarin gemeentelijke ambities worden bereikt; Zie hoofdstukken 6 t/m 21 van dit MER. In hoofdstuk 15 is specifiek ingegaan op de mate waarin de alternatieven invulling geven aan de gemeentelijke ambities ten aanzien van duurzame energie. Hoofdstuk 19 gaat in op de bijdrage van Elzenburg - De Geer aan de gemeentebrede energieverkenning. Geef een overzicht van absolute effecten en de effecten per eenheid opgewekte energie (relatieve effecten) Dit is voor de aspecten waar het relevant is / van meerwaarde is gedaan in dit MER.

Naast bovenstaande hoofdadviezen heeft de commissie m.e.r. in haar advies voor een aantal aspecten (o.a. geluid, slagschaduw, gezondheid, landschap, verlichting, natuur) aanbevelingen gedaan voor de aanpak van het MER. Deze sluiten aan bij de aanpak zoals gepresenteerd in de Notitie reikwijdte en detailniveau en zijn overgenomen in dit MER. Geluid  Geluidbelasting op woningen en verandering hierin wanneer wordt gevarieerd met de bronvermogens en posities van de molens.  Ligging van zowel de 47 als de 42 dB Lden-contour en het aantal woningen daarbinnen  Bij overschrijding normen: mogelijke maatregelen om wel aan de eisen te voldoen (b.v. vermogensbeperking, stilstandregelingen, andere windmolentypes of opstellingsconfiguraties).  Effecten van mogelijke mitigerende maatregelen  Laagfrequent geluid. Verwijs naar de visie van het Ministerie van I&M (kamerbrief 31 maart 2014) m.b.t. de normstelling en bespreek de status van de toetsingscurves (NSG/Vercammen) en de Deense norm Slagschaduw  Slagschaduwcontouren van 6 uur (norm) en 0 uur en het aantal woningen daarbinnen  Mitigerende maatregelen om aan de eisen te voldoen en om de slagschaduwhinder – ook onder de norm – te minimaliseren. Cumulatieve effecten en gezondheid  Inzicht in de beoordelingscriteria en –indicatoren en de wijze waarop de effectbepaling en –beoordeling (voor gezondheid) plaats vindt.

 Cumulatie van geluid, slagschaduw en veiligheidsrisico’s van het windmolenpark, de bestaande bedrijventerreinen en het wegverkeer en de bijdrage van de windmolens  overzicht van de bestaande kennis over de gezondheidseffecten van windmolens (Windmolens: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, update 213, RIVM-rapport 200000001/2013) Visualisaties  Visualiseren opstellingsalternatieven  Overweging: vanuit een aantal karakteristieke posities in het studiegebied tevens een beeld te geven met de draaiende rotoren en het bijbehorend geluid.  Fotomontages, op ooghoogte en een beschrijving van de beleving van de opstellingen. Verschillende gezichtspunten, verschillende afstanden vanuit of naar karakteristieke

Blad 58

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

punten, zoals de verschillende dorpen (Haren, Marcharen, Berghem, buurtschap Gement), het bestaande bedrijventerrein, diverse plekken met hoge landschappelijke, cultuur-historische en/of natuurlijke kwaliteiten en de automobilist op de N329. Verlichting  Hinder als gevolg van molenverlichting  Invloed van de verlichting op het landschap (bij dag en nacht).  Mogelijke maatregelen om hinder terug te dringen (bv. continu brandende in plaats van knipperende lampen die gedimd worden bij helder zicht. Obstacle Collision Avoidance System (OCAS).  Beschrijf in hoeverre bij besluitvorming al rekening gehouden kan worden met de mogelijkheid om op termijn de hinder ten gevolge van verlichting op de windmolens te minimaliseren. Beeldkwaliteit  Gevolgen voor de visuele rust en de samenhang binnen het gehele zoekgebied, in geval van verschillende rotordiameter, ashoogte, draairichting en/of verschijningsvorm van de gondel. Natuur: algemeen  Effecten op vogels en vleermuizen  Relevante ingreep-effect relaties: barrièrewerking, sterfte door aanvaringen, mogelijke effecten in de aanlegfase, verstoring door toegangswegen, geluid en licht.  Schets op hoofdlijnen het ecologische functioneren van het zoekgebied en de omgeving voor ten minste vogels en vleermuizen.

 Geef aan welke gebieden in de verschillende levenscycli (broeden, kraamkolonies, foerageertrek, seizoenstrek, slaapplaatsen) van speciaal belang zijn en waarom.  Beschermde en overige relevante gebieden binnen het studiegebied op kaart aan en ga in op de grondslag van de bescherming. Natuur : Natura 2000-gebieden  mogelijke gevolgen voor Natura2000 gebieden  Toets de mogelijke gevolgen aan de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000gebieden. Geef aan of en zo ja, op grond waarvan met zekerheid kan worden gesteld of significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden (afzonderlijk en in cumulatie met andere activiteiten en projecten) op voorhand zijn uit te sluiten  Ga na welke instandhoudingsdoelstellingen (opgenomen vogels, waarschijnlijk geen vleermuizen) voor de relevante Natura 2000-gebieden (NL/B) in de gebruiksfase (eventueel aanlegfase) via externe werking beïnvloed kunnen worden.  Houd daarbij rekening met de actieradius van broedvogels (foerageervluchten) en vogels buiten het broedseizoen (vliegbewegingen tussen slaapplaatsen en foerageergebieden).  Ga na in hoeverre de instandhoudingsdoelstellingen nu worden gehaald en in hoeverre het voornemen deze doelen verder buiten bereik kan brengen. Doe dit kwantitatief waar mogelijk.

 Onderzoek bij de soorten of de 1%-mortaliteitsnorm (ook in cumulatie) overschreden kan worden door additionele cumulatieve sterfte ten gevolge van aanvaringen.  Indien significante gevolgen niet zijn uit te sluiten, dient een Passende beoordeling te worden opgesteld. Neem deze Passende beoordeling herkenbaar op in het MER. Mitigerende maatregelen kunnen in de Passende beoordeling worden betrokken

Blad 59

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Natuur: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en andere beschermde gebieden  Geef de NNN-gebieden (inclusief ecologische verbindingszones) duidelijk aan op kaart en beschrijf de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’.  Ga na of het voornemen in de aanleg- of gebruiksfase gevolgen kan hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN  Indien compensatie noodzakelijk is, geef dan aan op welke wijze deze kan worden uitgevoerd.  Ga in op de ecologische betekenis en potentie van de Hertogswetering en het (beoogde) weidevogelgebied. Ga na of het voornemen gevolgen kan hebben voor de beoogde ecologische ontwikkeling van deze gebieden. Natuur: Beschermde soorten  Ga na welke beschermde soort(groep)en door het voornemen beïnvloed kunnen worden als gevolg van aanvaringen (bij vleermuizen ook door drukverschillen nabij draaiende rotorbladen) of eventueel andere (aanleg)werkzaamheden.  Ga bij vleermuizen in op de aard van de effecten en onderzoek in hoeverre de gevolgen de goede staat van instandhouding in gevaar brengen, in ieder geval door de additionele sterfte af te zetten tegen de natuurlijke sterfte (overschrijding van de 1%mortaliteitsnorm)  Doe dit bij broedvogels op basis van (ingeschatte) dichtheden van soorten met een ongunstige staat van instandhouding.

 Bij trekvogels kan de toets aan de staat van instandhouding beperkt blijven tot soorten: - waarvan de sterfte zodanig is dat mogelijk de 1%-mortaliteitsnorm wordt overschreden; - waarvan de regio van speciaal internationaal belang is als doortrekgebied; - indien barrières tussen belangrijke slaapplaatsen en foerageergebieden kunnen ontstaan. Deze toets kan beperkt blijven tot de (watervogel)soorten waarvan in het studiegebied aantallen van (inter)nationale betekenis voorkomen.  Breng indien relevant mitigerende maatregelen in beeld en beschrijf de effectiviteit daarvan. Overige aspecten  Milieueffecten ten gevolge van de aanleg van een kabel voor de aansluiting van het windpark op het elektriciteitsnet. Afstemming in het kader van MER De klankbordgroep is geraadpleegd over concept resultaten, m.e.r-concepten en er zijn informatiebijeenkomsten georganiseerd. De reacties van de klankbordgroep (tijdens de bijeenkomsten en schriftelijk) en tijdens de informatiebijeenkomsten zijn, voor zover inhoudelijk, betrokken bij de totstandkoming van dit MER. (Zie bijlage 1, 2 en 12) Dit MER is in concept gepresenteerd aan de klankbordgroep en omwonenden (tabel 2.1). Het MER is in de zomer van 2017 definitief gemaakt voor besluitvorming door de gemeenteraad in het najaar van 2017.

De gemeenteraad zal dan beslissen of er mogelijkheden zijn voor windmolens bij Elzenburg – De Geer, en zo ja, in welke vorm (voorkeursalternatief). In tabel 3.1 is volledige vervolgplanning van het MER-traject weergegeven.

Blad 60

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Tabel 2.1.:Vervolgplanning MER-traject

Wanneer

Werkstap

4 september 2017 19 september 2017 30 november oktober 2017 14 december2017

Concept definitief MER Besluitvorming in B&W over voorkeursalternatief en raadsvoorstel over vervolg Adviescommissie Ruimte Besluitvorming door gemeenteraad over voorkeursalternatief

Parallel aan het MER voor Windmolenpark Elzenburg-De Geer is invulling gegeven aan de gemeentebrede verkenning voor duurzame energie. Hierover is door de gemeenteraad in de zomer van 2017 een besluit genomen (voorafgaand aan de besluitvorming over windmolens op Elzenburg-De Geer).

2.3

Vervolgprocedure Het positieve besluit van de gemeenteraad in december 2017 voor het voorkeursalternatief windmolenpark Elzenburg-De Geer, maakt de start van de vervolgprocedures mogelijk: een bestemmingsplanprocedure en vergunningprocedures (zo mogelijk te combineren in één gecoördineerde procedure). In een bestemmingsplan wordt het windmolenpark planologisch vastgelegd op kaart en in regels. De gemeente wil de windmolens planologisch voor maximaal 25 jaar vastleggen. De gemeente heeft hiervoor twee redenen:  De gemeente wil na 25 jaar opnieuw kunnen afwegen of Elzenburg – De Geer nodig is voor de opwekking van duurzame energie en zo ja, of windmolens hiervoor op dat moment nog de beste oplossing zijn. M.a.w.: als er te zijner tijd betere alternatieve vormen van duurzame energie mogelijk zijn, wil de gemeente hiervoor kunnen kiezen;  De gemeente wil na 25 jaar opnieuw kunnen afwegen of De Hoed gebruikt kan/moet worden voor uitbreiding van bedrijventerrein Elzenburg-De Geer (de oorspronkelijke reservering voor De Hoed). In de huidige wet- en regelgeving (Wet ruimtelijke ordening) is het tijdelijk voor 25 jaar bestemmen in een bestemmingsplan niet mogelijk. Er is een kans dat de aanstaande Omgevingswet deze mogelijkheid wel biedt.

De gemeente heeft daarom bij het Rijk de experiment status aangevraagd in het kader van de Crisis en Herstelwet, om in afwijking van de huidige wet en vooruitlopend op de Omgevingswet een bestemmingsplan met een tijdelijke (‘voorlopige’) bestemming voor 25 jaar mogelijk te maken. De bestemmingsplanprocedure kent drie momenten waarop een ieder reactie kan geven:  inspraak n.a.v. een voorontwerpbestemmingsplan (inspraak is niet altijd verplicht);  zienswijzen n.a.v. een ontwerpbestemmingsplan;  beroep n.a.v. de vaststelling van een bestemmingsplan.

Blad 61

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

In een omgevingsvergunningaanvraag wordt concreet vastgelegd hoe het windmolenpark eruit komt te zien en aan welke eisen het moet voldoen (denk hier aan omgevingsvergunningen bouwen en milieu). Net als de bestemmingsplanprocedure kent de vergunningenprocedure momenten waarop een ieder reactie kan geven. Bij een reguliere vergunningprocedure bestaat de mogelijkheid van bezwaar, beroep en hoger beroep (omgevingsvergunning bouwen). Bij een uitgebreide vergunningprocedure bestaat de mogelijkheid van zienswijzen, beroep en hoger beroep (omgevingsvergunning milieu). Er bestaat de mogelijkheid het vergunningenspoor te bundelen met het bestemmingsplanspoor en gezamenlijk (“gecoördineerd”) te doorlopen. Bij een gecoördineerde bestemmingsplanvergunningenprocedure worden alle vereiste besluiten (bestemmingsplan en vergunningen) of een deel daarvan gezamenlijk voorbereid, evenals de besluitvorming. Daarnaast is er maar één beroepsprocedure voor alle besluiten samen (zonder hoger beroep). Bij aparte bestemmingsplan- en vergunningenprocedures lopen alle procedures apart. Naast de bestemmingsplan- en vergunningenprocedure loopt er gelijktijdig ook een traject om te komen tot een keuze voor een ontwikkelmodel.

De gemeente onderzoekt of ze zelf haar samenwerkingspartner(s) kan kiezen voor de bouw en exploitatie op haar eigen gronden of dat zij hiervoor een aanbestedingsprocedure moet doorlopen. Verder loopt er een parallel traject voor het opstellen van een participatieplan, waarbij wordt bekeken wie er financieel deelnemen in de windmolens en op welke wijze. Er wordt een omgevingsfonds (voor projecten in de omgeving) en een duurzaamheidsfonds (voor projecten in de gehele gemeente) opgericht. Ook word nagedacht over een leefbaarheidsfonds. Na besluitvorming door de raad in december 2017 en afronding van alle juridische procedures in 2018/2019 volgt de realisatiefase: de periode van voorbereiding en realisatie van de windmolens in 2020.

Blad 62

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

3

Beleidskader In dit hoofdstuk leest u het relevante ruimtelijke beleidskader voor de ontwikkeling van het windmolenpark, alsmede de relevante randvoorwaarden ten aanzien van milieu en omgeving uit de wet- en regelgeving.

3.1

Overzicht beleidskader Er zijn diverse beleidskaders relevant voor dit MER, ruimtelijke beleidskaders, beleidskaders specifiek voor windmolens en milieuthemaspecifiek beleid. In onderstaande tabellen 3.1 en 3.2 zijn deze gepresenteerd. In dit hoofdstuk is een samenvatting gegeven van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders en belangrijkste beleidskaders voor windmolens. In de themahoofdstukken 6 t/m 21 worden samenvattingen gegeven van de relevante thematische milieubeleidskaders. Tabel 3.1: Beleidskader (overzicht)

Beleidsniveau

Kader

Europees Nationaal

Vogel- en Habitatrichtlijn, Europese Kaderrichtlijn Water Wetten: Wet op de ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Erfgoedwet, Wet natuurbescherming, Wet luchtkwaliteit, Waterwet, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, Elektriciteitswet, Crisis- en herstelwet Besluiten: Besluiten Externe veiligheid (inrichtingen, buisleidingen, vervoer gevaarlijke stoffen), Nationaal Bestuursakkoord Water, Besluit en regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro), Activiteitenbesluit Nota's: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Nationaal Milieubeleidsplan, Nota waterbeleid 21e eeuw, Nationaal Waterplan Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Verordening ruimte Provinciaal Milieu en Waterplan 2016-2021 (2016) Waterbeheerplan en Keur waterschap Structuurvisie Buitengebied (2015) Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 Structuurvisie Oss 2020 Duurzaamheidscirkel (2016) Routekaart Duurzame Energie (2016) Nota Landschapsbeleid (2015) Erfgoednota / Cultuurhistorische kaart / Archeologische kaart Geluidsnota Oss Natuur- en Landschapsvisie Oss

Provinciaal en regionaal

Lokaal

Blad 63

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Tabel 3.2: Beleidskader (windenergie-specifiek)

Milieuaspect

Relevante wet- en regelgeving

Geluid

Een windpark moet voldoen aan de geluidsnormen 47 dB Lden en 41 dB Lnight conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) Op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer moeten windmolens een automatische stilstand voorziening hebben indien slagschaduw optreedt ter plaatse van woningen of andere gevoelige bestemmingen, indien de afstand tot aan de woning of andere gevoelige bestemmingen minder bedraagt dan 12 maal de rotordiameter en er gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. De ruimtelijke inpassing van windmolens is geregeld in diverse wetten en besluiten waarvan het Activiteitenbesluit de belangrijkste is. Hierin zijn normen gesteld voor de minimale afstand tussen windmolens en (beperkt) kwetsbare objecten. In het Handboek risicozonering windmolens van RVO NL (2013) zijn wet- en regelgeving, richtlijnen en adviesafstanden gebundeld en toegelicht. Het boek bevat o.a. minimale afstanden tot (bedrijfs)woningen en gevoelige objecten. Bij bepaalde weersomstandigheden is het mogelijk dat ijsafzetting plaatsvindt op de rotorbladen van de windmolens. Voor de beoordeling van ijsafwerping bestaat geen toetsingskader. Afstemming met de gemeente is aanbevolen om veiligheid in relatie tot ijsafwerping voldoende te borgen.

Een windmolenlocatie kan invloed hebben op straalpaden die gebruikt worden voor het transport van spraak, data, radio- en tv-signalen. Voor beschermde straalpaden gelden afstandscriteria tot windmolens. Onbeschermde straalpaden worden gebruikt voor mobiele telefonie. Hiervoor gelden geen beperkingen voor het plaatsen van windmolens. Door Defensie, Inspectie Verkeer en Waterstaat en Luchtverkeersleiding Nederland worden beperkingen gesteld aan de plaatsing van windmolens, vanwege de veiligheid van de luchtvaart en radarbeelden. De beleidsregel voor het plaatsen van windmolens op of over Rijkswaterstaatswerken bepaalt de minimale afstand tot rijkswegen en vaarwegen. Ook dient rekening te worden gehouden met de walradarstations voor de scheepvaart. Het windmolenpark moet voldoen aan de wettelijke bepalingen voor bescherming van soorten, op grond van de Wet natuurbescherming Het windmolenpark moet voldoen aan de wettelijke bepalingen voor bescherming van gebieden (en soorten binnen deze gebieden), op grond van de Wet natuurbescherming Archeologische en cultuurhistorische monumenten mogen in principe niet worden aangetast. Voor archeologie geldt in het algemeen dat gestreefd wordt naar behoud in situ (in de bodem) Voor toename van verharding in binnendijks gebied geldt een waterbergingsopgave conform de algemene normen van het waterschap

Slagschaduw

Externe veiligheid

Overige veiligheidsaspecten

Natuur

Archeologie en cultuurhistorie Water

Blad 64

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

3.3

Nationaal beleid

3.3.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2012 In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uit 2012 worden de ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040 geschetst door het Rijk. De belangrijkste doelen die hierin zijn opgenomen zijn:  Verbetering van de Nederlandse concurrentiekracht;  Verbetering van onze bereikbaarheid;  Verbetering van onze leefomgeving, het milieu en water. Energiezekerheid wordt geschetst als één van de middelen om de Nederlandse concurrentiekracht te verbeteren. Deze zekerheid kan bereikt worden door zelf meer energie op te wekken, het liefst op duurzame wijze, bijvoorbeeld met windmolens. De bereikbaarheid wordt nagestreefd door het beter onderhouden van het bestaande wegennet, alsmede een slimmere benutting van deze infrastructuur. Het stimuleren van reizen buiten de spits en investeringen in het verbreden van bestaande wegen moeten hiervoor zorgen. Tenslotte zet het Rijk in op bescherming van de water-, bodem en luchtkwaliteit door zich te conformeren aan (inter)nationale normeringen, ruimte te geven aan de natuur en verbindingswegen voor flora- en faunasoorten aan te leggen. Ook beschermingsmaatregelen tegen overstromingen en aandacht voor wederopbouwgebieden na de tweede wereldoorlog moeten een verbetering van de leefomgeving leiden.

3.3.2

‘Wind op Land’ Nederland heeft, in Europees verband, de doelstelling aanvaard om in 2020 14% van de energieproductie uit duurzame, dat wil zeggen hernieuwbare, bronnen te genereren. De bijdrage van windenergie op land aan de doelstelling betreft de productie van 54 Petajoules (PJ) in 2020, ongeveer één vijfde deel van de totale doelstelling. Dit aandeel windenergie betekent, dat er in 2020 minimaal voor 6000 MW aan reële ruimte voor windmolens op land en in zoete wateren beschikbaar moet zijn. Deze doelstelling heeft Nederland zichzelf dan ook opgelegd. Om de 6000 MW te realiseren, heeft het Rijk afspraken gemaakt met de verschillende provincies. Provincies zijn daardoor verantwoordelijk voor het ruimtelijk mogelijk maken van de plaatsing van windmolens. Iedere provincie heeft een aantal megawatt afgesproken met het Rijk dat zij in 2020 operationeel zullen hebben, afhankelijk van o.a. de beschikbare ruimte en aanwezigheid van wind. De provincie Noord-Brabant heeft in middels dit verband toegezegd 470,5 MW windenergie te hebben gerealiseerd in 2020. Eind 2016 was hiervan 218,7 MW operationeel, dat is 46%. In de Structuurvisie en Verordening is Elzenburg aangeduid als stedelijk concentratiegebied. De Hoed en de Schil zijn aangeduid aan Gemengd Landelijk Gebied met de aanduiding beperkingen veehouderij (agrarisch, maar niet bedoeld voor intensieve veehouderij).

De Hertogswetering is aangeduid als Natuurnetwerk Brabant. De Hoed is tevens aangeduid als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Het noordelijk deel van de Schil is aangeduid als reserveringsgebied waterberging en maakt onderdeel uit van het cultuurhistorisch waardevolle vlak Beerse Overlaat.

Blad 65

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

In december 2016 zijn de Structuurvisie en Verordening herzien. Onderdeel van deze herziening is een beleidswijziging ten aanzien van windmolenparken. Gemeenten mogen nu ook buiten het zoekgebied windenergie en buiten de nabijheid van grote bedrijventerreinen zoeklocaties aan (laten) duiden voor windmolens. In juli 2017 heeft een volgende herziening plaatsgevonden. Deze heeft niet direct invloed op het windmolenpark Elzenburg-De Geer. In de herziening is vooral agrarische van aard, maar bevat daarnaast ook ene verruiming van de mogelijkheden voor aanleg van zonneparken.

3.3.3

De Crisis- en Herstelwet (CHW) De Crisis- en Herstelwet is in 2010, gedurende economische crisis, vastgesteld om geplande bouwprojecten naar voren te halen. Het Rijk zorgt er op deze wijze voor dat bouwbedrijven gedurende de crisisjaren voldoende werk blijven behouden. De wet maakt het mogelijk om kortere (aanvraag)procedures te hanteren voor onder andere ruimtelijke plannen, zodat deze versneld gerealiseerd kunnen worden. Hierbij worden de bestuursrechtelijke procedures verkort. Hiermee ondersteunt de wet onder andere projecten zoals duurzame woningbouwplannen. De CHW zorgt voor snellere en zorgvuldige procedures, om zodoende doelgericht te werken aan werkgelegenheid en duurzaamheid gedurende crisisjaren. De CHW stelt ook voor experimenteerbepalingen in: deze maken het mogelijk om bepaalde wetten tijdelijk opzij te zetten om zo een project of plan mogelijk te maken, dat anders beperkt wordt door deze wet(ten). Algemeen Omdat in het (recente) verleden gebleken is dat veel initiatieven voor windmolens gekenmerkt werden door trage plan- en besluitvorming en weerstand uit de omgeving, heeft de wetgever besloten de realisering van de windenergiedoelstellingen niet geheel over te laten aan het lokale bestuur, maar te voorzien in een dwingende bevoegdheid voor de provincies.

Dit heeft vorm gekregen in de Crisis- en herstelwet van 31 maart 2010 en het permanent worden van de Crisisen herstelwet op 25 april 2013. In de Crisis- en herstelwet is windenergie opgenomen bijlage 1: Categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten (als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Crisis- en herstelwet), waardoor op de planprocedure diverse procedurele versnellingen en vereenvoudigingen van toepassing zijn. Duurzame energie De gemeente heeft voor Windmolenpark Elzenburg-De Geer bij het Rijk de experiment status aangevraagd in het kader van de Crisis en Herstelwet. Dit om in afwijking van de huidige wet en vooruitlopend op de Omgevingswet een bestemmingsplan met een tijdelijke (‘voorlopige’) bestemming voor 25 jaar mogelijk te maken. Windmolenpark Oss is opgenomen in de 15e tranche wijziging Crisis en Herstelwet die op 26 juni 2017 in werking is getreden.

Blad 66

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

3.3.4

Elektriciteitswet De Elektriciteitswet werd in 1998 ingevoerd om het elektriciteitsnetwerk toegankelijk te maken, en iedereen de mogelijkheid te bieden zijn eigen energieleverancier te kiezen. De netten zijn sindsdien de verantwoordelijkheid van netbeheerders en de elektriciteitsleveranciers zijn verantwoordelijk voor het leveren van stroom. Ook de bevoegdheidsverdeling tussen Rijk, provincie en gemeente voor windparken is geregeld in de Elektriciteitswet. Artikel 9e en 9f Conform artikel 9e van de Elektriciteitswet zijn Provinciale Staten bevoegd voor de omgevingsvergunning ten aanzien van de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5, maar niet meer dan 100 MW (boven de 100 MW ligt de bevoegdheid bij het Rijk). Verder bepaalt artikel 9e dat Provinciale Staten voor de aanleg of uitbreiding een provinciaal inpassingsplan kunnen vaststellen, en dat de gemeenteraad voor de duur van tien jaren na de vaststelling van het inpassingsplan niet bevoegd is voor die gronden een bestemmingsplan vast te stellen (zie artikel 9e, eerste lid).

Het tweede lid bepaalt dat Provinciale Staten in ieder geval toepassing geven aan deze bevoegdheid indien een producent een voornemen tot de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie schriftelijk bij hen heeft gemeld en de betrokken gemeente een aanvraag van die producent tot vaststelling dan wel wijziging van een bestemmingplan ten behoeve van de realisatie van dat voornemen heeft afgewezen. Hieruit kan worden afgeleid dat de provincie de bevoegdheid naar zich kan toetrekken, maar dit niet hoeft te doen. De provincie kan de bevoegdheid delegeren aan de gemeente. Dit is bij windmolenpark Elzenburg – de Geer aan de orde, waar de gemeente Oss het bevoegd gezag heeft.

3.3.5

Energieakkoord In 2013 heeft het Rijk zich met ruim veertig organisaties –werkgevers, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties, financiele instellingen en maatschappelijke organisaties- verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei. Hierin zijn afspraken gemaakt over energiebesparing, het klimaatbeleid en werkgelegenheid en ontwikkeling in de hernieuwbare energie markt. De belangrijkste afspraken zijn:  Een energiebesparing van ruim 1,5% per jaar;  100 Peta joule energiebesparing in 2020;  Toename van het aandeel hernieuwbare energie naar 14% in 2020 en 16% in 2024;  Tenminste 15.000 voltijd banen extra in de duurzame energiesector. Om de toename van het aandeel duurzame energie te bewerkstelligen, wordt onder andere ingezet op het vergroten van de nationale opwekking van duurzame energie. Het vergroten van de windenergie-capaciteit, zowel op zee als op land, is hier onderdeel van. Voor wind op land wordt –overeenkomstig met het Wind op Land beleid- het doel gesteld op in 2020 6000 MW aan windmolens gerealiseerd te hebben.

Blad 67

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

3.3.6

Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit staan de algemene milieuregels die gelden voor bedrijven. Alle Nederlandse bedrijven vallen onder dit besluit, met uitzondering van de bedrijven die geen instelling zijn. In het besluit staan per milieuactiviteit en soort milieubelasting de regels waar bedrijven zich aan moeten huiden uitgewerkt. Het doel van het besluit is het verminderen van de administratieve lasten van bedrijven en overheden. De meeste bedrijven die onder het besluit vallen hebben geen milieuvergunning nodig, dit is echter afhankelijk van het type inrichting waaronder het bedrijf wordt geschaard. In het Activiteitenbesluit wordt onderscheid gemaakt tussen typen inrichting A, B en C. Ook windmolens vallen onder het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn onder andere de normen voor de afstanden tussen windmolens en (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen, en is geregeld hoe vaak een veiligheidscontrole op de windmolen moet worden uitgevoerd.

3.4

Provinciaal en regionaal beleid

3.4.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening De Provinciale Staten heeft de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening vastgesteld, waarin wordt beschreven welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en op welke manier. Het geeft de hoofdlijnen voor het beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De hoofdgedachte in de structuurvisie is ‘samenwerken aan kwaliteit’. Dit doel moet gerealiseerd worden door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, beschermen en stimuleren. De provincie heeft een indeling gemaakt in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor ieder van deze structuren zijn specifieke doelen opgesteld en is aangegeven met welke instrumenten deze doelen behaald dienen te worden. De structuurvisie vertaalt de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijk domein, en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Oss maakt deel uit van de stedelijke structuur. Hiervoor heeft de provincie de volgende doelen gesteld: 1.

Concentratie van verstedelijking De provincie wil het onderscheid tussen het stedelijk en landelijk gebied waarborgen. Door de verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen.

2.

Inspelen op demografische ontwikkelingen Naar verwachting zal overal in Brabant de komende decennia de bevolkingsgroei afnemen en zullen steeds meer gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking. De provincie vindt het belangrijk dat tijdig wordt ingespeeld op de (toekomstige) bevolkingsontwikkelingen en dat de bewustwording rond deze thematiek wordt vergroot. Daarbij gaat het er ook om de concurrentie tussen gemeenten en regio's, overproductie en leegstand te voorkomen. Hiermee neemt het belang van regionale afstemming en afspraken toe.

Blad 68

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

3.

Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen.

4.

Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Daarnaast is het van belang dat er meer regie komt op stedelijke functies en de inrichting langs grote infrastructuren van weg, spoor en water. Dit om de groei van verstedelijking langs deze infrastructuren beter op elkaar af te stemmen en in te passen in het landschap.

5.

Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur Een betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan infrastructuur draagt bij aan een goede bereikbaarheid en daarmee aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van Noord-Brabant. Verstedelijking en infrastructuur worden in onderlinge samenhang ontwikkeld. Daarbij wordt bestaande infrastructuur optimaal benut en infrastructuur uitgebouwd als dat noodzakelijk is.

6.

Versterking van de economische clusters Om de zes soorten economische clusters in de provincie te versterken is het economisch programma 2020 vastgesteld. Samen met ondernemers, onderwijsinstellingen en betrokken overheden wordt invulling gegeven aan de ondersteuning van deze clusters. Door een vestigingsklimaat te bieden dat de uitwisseling van kennis tussen bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen stimuleert, wordt de positie van de kennisclusters versterkt. Dit zorgt voor een sterkere positie in (inter)nationaal verband. Daarnaast stimuleert de provincie nieuwe ruimtelijke concepten op het gebied van de kennisinnovatieve economie, zoals campussen.

De provincie wil deze doelen bereiken middels twee ontwikkelingsperspectieven: het stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied. Binnen het stedelijk concentratiegebied is een aantal specifieke aanduidingen opgenomen die richting geven aan stedelijke ontwikkelingen, in relatie tot de infrastructuur. Duurzame energie Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. Eén van de trends die genoemd wordt in de Structuurvisie is de toenemende behoefte aan duurzame energie. Duurzame alternatieven waarop wordt gedoeld zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt op een veelheid van terreinen kansen, maar vraagt om een goede ruimtelijke visie. De landschappelijke impact van windenergie en windmolens leidt tot het dilemma op welke schaal dit kan plaatsvinden: een beperkt aantal grootschalige locaties, vele kleinschalige oplossingen of een combinatie van beide. De ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie wordt door de provincie ondersteunt. Windenergie wordt ondersteund onder voorwaarden, zodat het past bij de ruimtelijke visie voor het landschap.

Blad 69

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

Geclusterde opstellingen bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied dragen bij een het voorkomen van de versnippering van meerdere kleine initiatieven. Clusteropstellingen zijn daarnaast mogelijk in landschappen die daarvoor geschikt zijn qua schaal en maat; namelijk open zeekleigebieden en niet in kleinschalige cultuurlandschappen. Daarnaast wordt het belang van sanering na afloop van de gebruiksperiode benadrukt. De provinciale doelstelling is om in 2020 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld. Deze doelstelling is tot stand gekomen in het Interprovinciaal Overleg in 2013, tussen de twaalf provincies en het Rijk.

3.4.2

Verordening Ruimte Provinciale Staten heeft de Verordening ruimte vastgesteld. In dit document staan alle regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen of wijzigen van bestemmingsplannen. De Verordening ruimte staat in relatie tot de Structuurvisie, omdat de opgestelde regels de belangen uit deze Structuurvisie borgen. De Verordening ruimte gaat in op verschillende onderwerpen, waarbij de gebieden op kaart tot op perceelniveau zijn begrensd. De thema’s die aan de orde komen zijn: 1. Ruimtelijke kwaliteit; 2. Stedelijke ontwikkeling; 3. Natuurgebieden en andere waardevolle gebieden; 4. Agrarische ontwikkelingen; 5. Overige ontwikkelingen in het buitengebied. Duurzame energie Om sturing te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing en de landschappelijke impact te beperken is in de Verordening ruimte regelgeving opgesteld voor het plaatsen van windmolens. Hierbij is onderscheid gemaakt in het plaatsen van molens binnen en buiten het door de provincie aangewezen zoekgebied in West-Brabant. Het zoekgebied voor windmolens in Oss ligt niet in het door de provincie aangewezen zoekgebied. Wel is de locatie gesitueerd op of direct aansluitend aan een middelzwaar c.q. zwaar bedrijventerrein. Artikel 4.10 in combinatie met artikel 6.18 en 7.10 van de Verordening laten windmolens daarom toe in het zoekgebied bij Elzenburg - de Geer op korte termijn.

Het provinciale beleid staat daarnaast conform artikel 32.2 windmolens in het gebied bij Elzenburg – de Geer onder voorbehoud toe: Het college van burgemeester en wethouders kan Gedeputeerde Staten verzoeken de aanduiding projectlocatie windmolens op te nemen indien: a) er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windmolens; b) de ontwikkeling plaatsvindt in een landschap dat daar qua schaal en maat geschikt voor is, als bedoeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie; c) de bouw van de windmolens gelet op artikel 3.1, derde lid, inpasbaar is in de omgeving; d) de ontwikkeling van de projectlocatie een maatschappelijke meerwaarde geeft; e) is verzekerd dat de windmolens na afloop van het daadwerkelijke gebruik worden gesloopt. Artikel 32.2 biedt mogelijkheden voor de langere termijn. In de Structuurvisie en Verordening is Elzenburg aangeduid als stedelijk concentratiegebied. De Hoed en de Schil zijn aangeduid aan Gemengd Landelijk Gebied met de aanduiding beperkingen veehouderij (agrarisch, maar niet bedoeld voor intensieve veehouderij). De Hertogswetering is aangeduid als Natuurnetwerk Brabant. De Hoed is tevens aangeduid als zoekgebied voor

Blad 70

MER Windmolenpark Elzenburg - De Geer te Oss Milieueffectrapport projectnummer 0408379.00 9 maart 2018 definitief Gemeente Oss

stedelijke ontwikkeling. Het noordelijk deel van de Schil is aangeduid als reserveringsgebied waterberging en maakt onderdeel uit van het cultuurhistorisch waardevolle vlak Beerse Overlaat. In december 2016 zijn de Structuurvisie en Verordening herzien. Onderdeel van deze herziening is een beleidswijziging ten aanzien van windmolenparken. Gemeenten mogen nu ook buiten het zoekgebied windenergie en buiten de nabijheid van grote bedrijventerreinen zoeklocaties aan (laten) duiden voor windmolens. In juli 2017 heeft een volgende herziening plaatsgevonden. Deze heeft niet direct invloed op het windmolenpark Elzenburg-De Geer. In de herziening is vooral agrarische van aard, maar bevat daarnaast ook een verruiming van de mogelijkheden voor aanleg van zonneparken.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Oss 2020 De Structuurvisie geeft de ambities van de gemeente Oss op tot 2020 weer. Het biedt een samenhang tussen de diverse sectorale beleidsterreinen en bevat de uitvoeringsagenda voor de toekomstige jaren. De kernpunten van het document zijn gericht op een leefbaar buitengebied, de versterking van de stad in de regio en meer kwaliteit en differentiatie bij de ruimtelijke inrichting. Oss wil haar positie als vitale en sterke gemeente, met aandacht voor zowel bewoners als bezoekers, natuur en landschap, stad en dorp graag behouden en versterken. De toevoeging van het dorp Ravenstein aan de gemeente heeft ertoe geleid dat er een omvangrijk buitengebied is ontstaan. De ruimtelijke ontwikkeling van het gebied wordt beschreven aan de hand van een lagensysteem. Deze lagen hebben allen een andere structurerende werking op het gebied en de daarbij behorende ontwikkelingstermijnen. De lagen kunnen bijdragen aan de totstandkoming van duurzame ontwikkelingen, omdat hierdoor rekening gehouden kan worden met de aanwezige waarden. De Structuurvisie maakt onderscheid in de volgende drie lagen: 1. De ondergrond, zoals bodem, geomorfologie, ecologie en water. Deze laag heeft een lange reproductietijd, en veranderingen voltrekken zich over een lange termijn; 2. De infrastructurele netwerken zoals wegen, spoorwegen en kanalen.

Veranderingen voltrekken zich hier over de middellange termijn; 3. De occupatiepatronen, zoals woon- en werkgebieden. Veranderingen voltrekken zich in deze laag op een relatief korte termijn. Windpark Elzenburg – de Geer heeft een relatie met alle bovengenoemde lagen. Per sector –wonen, werken, recreatie, water, landbouw etc.- is in de Structuurvisie een aantal kenmerken ervan toegelicht en beschreven welke opgave er staat voor 2020. Daarnaast is de ambitie voor de ruimtelijke hoofdstructuur op lange termijn beschreven, en toegelicht hoe dit uitgewerkt wordt per gebied. Oss streeft naar een duurzame ontwikkeling en kiest voor oplossingen die ook op lange termijn waarde hebben en naar duurzaam gebruik van de benodigdheden voor bewoners en bedrijven. Naast ruimte gaat het daarbij ook om zaken als veiligheid, energiegebruik en leefkwaliteit. De Structuurvisie stelt niets specifieks ten aanzien van duurzame energie en/of windenergie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0ff2784d-0405-4af4-b245-14cf3a5fae3d