a. Toelichting+regels DGB VG01
Tekst van het document
De ontwikkeling is wel gelegen binnen het invloedsgebied van een vaarroute (Maas). Het invloedsgebied is 1080 meter gebaseerd op het vervoer van toxische stoffen. Verder ligt de locatie binnen het invloedsgebied van de N625. Deze weg is niet aangewezen als route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, er worden echter wel gevaarlijke stoffen over vervoerd. In verband met beide transportroutes moet een verantwoording worden opgenomen. Deze volgen hieronder. Maas In de beleidsvisie van de gemeente Oss is opgenomen dat langs waterwegen de standaard verantwoording zoals opgenomen in bijlage 2 bij de beleidsvisie van toepassing is. Deze is als volgt. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat: - vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident, - de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 73 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item. - Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. - De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke stoffen is hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar.
Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het Waarschuwings- en AlarmeringsSysteem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. N625 Over deze weg vindt in beperkte mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Dit betekent dat in relatie tot het wegvervoer conform artikel 7 van het Bevt voor dit plan het groepsrisico moet worden verantwoord. In de beleidsvisie externe veiligheid Oss is hiervoor een verantwoordingskader opgesteld (zwaarte 2). De verantwoording van het groepsrisico conform het verantwoordingskader (zwaarte 2) volgt hieronder. 1. er hoeft geen noodzaak te worden aangetoond om de voorziening op deze plek te realiseren; 2. de zelfredzaamheid is goed De mate van zelfredzaamheid is redelijk.
De ontwikkeling voorziet in het oprichten van 87 grondgebonden woningen en richt zich niet specifiek op mensen die niet of verminderd zelfredzaam zijn. Aangenomen mag worden dat deze mensen in staat zijn om op een dreiging te reageren. Het plangebied is via meerdere routes toegankelijk. Er kan van de bron af worden gevlucht. Door de beperkte afstand tussen de woningen en de weg zal een incident snel waargenomen worden, waardoor tijdig gevlucht kan worden. 3. bestrijdbaarheid: In het algemeen geldt op onderhavige locatie dat externe veiligheidsincidenten per definitie moeilijk bestrijdbaar zijn, aanvullend daarop geldt per bestrijdbaarheidsonderwerp het volgende. a. er is een goede verkeerskundige ontsluiting voor hulpdiensten; Hiervan is sprake. De ontsluiting van het plangebied betreft niet de weg waarover de gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Als op die weg een incident voorvalt, kunnen de hulpdiensten het plangebied nog steeds gemakkelijk bereiken. b. er wordt voldaan aan de Handleiding bluswatervoorziening of een gelijkwaardig voorstel van de brandweer;
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 74 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
De capaciteit van de ter plaatse aanwezige brandkraan is voldoende om een incident met gevaarlijke stoffen effectief te kunnen bestrijden. c. er is voldoende opvang, afvoersloten; In en rondom het plangebied zijn sloten aanwezig en er worden nieuwe sloten aangelegd, verder is rondom de woonbebouwing in het plangebied weiland aanwezig waar het water afkomstig van een eventueel noodzakelijke vuurbestrijding naartoe kan stromen, waarna het via de sloten in het plangebied kan worden afgevoerd. De berging van calamiteitenwater is derhalve geen probleem. d. er zijn minimaal twee vluchtroutes van de bron af; Hiervan is sprake. e. kwetsbare objecten moeten aan risicoluwe zijde worden gerealiseerd. Geen van de objecten die gerealiseerd worden zijn kwetsbaarder dan andere. 4. maatregelen: a. maatregelen moeten in beschouwing worden genomen; Maatregelen zijn niet aan de orde. b. Privaatrechtelijk afdwingen is niet nodig. c. Aandacht voor organisatorische en communicatiemaatregelen. Advies Veiligheidsregio Op 12 oktober jl. is de Veiligheidsregio gevraagd op onderhavig plan te reageren. Dit hebben zij gedaan gedaan. De reactie van de Veiligheidsregio is hieronder opgenomen. > Adviesgrondslag Het plan als zodanig geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. In het plan wordt in paragraaf 5.7.3. ingegaan op het aspect Externe veiligheid.
Het plangebied ligt inderdaad binnen het invloedsgebied van de Maas. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Lithoijensedijk/N625 is in het kader van dit plan echter niet relevant. Het invloedsgebied van de gevaarlijke stoffen welke over deze weg vervoerd worden reikt niet tot het plangebied. In het plan wordt terecht opgemerkt dat een verantwoording over het groepsrisico aan de orde is. Een verantwoording start met een korte beschrijving van het maatgevend scenario, vervolgd met een beoordeling over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en sluit af met een advies. Hieronder is de verantwoording weergegeven. > Scenario Relevante scenario i.r.t het plangebied is een toxische wolk. Een toxische wolk wordt veroorzaakt door een incident waardoor bij een aanvaring de lekkage in de tank ontstaat waardoor in korte tijd een deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. De afstand tussen de Maas en het plangebied bedraagt ca. 430 meter. Mensen die buiten blijven en blootgesteld worden aan de stof kunnen met letaal of ernstig letsel worden geconfronteerd. Indien mensen binnen schuilen wordt het risico op letsel sterk gereduceerd. De kans op het ontstaan van dit type incidenten is in algemeenheid erg klein.
> Beoordeling zelfredzaamheid Voor het scenario toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. De bewoners kunnen geïnformeerd en geïnstrueerd worden via NL Alert en andere social media. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied voldoende is. > Beoordeling bestrijdbaarheid Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 75 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. Omdat het in dit geval gaat over het vervoer over water is de brandweer niet in staat om maatregelen aan de bron te nemen en zal een uitstroming als gevolg van het grote volume lang duren. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld. > Advies Uit de beoordeling blijkt dat ingezet moet worden op het optimaliseren van de zelfredzaamheid. Informeer de nieuwe bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief: Ga naar binnen, sluit ramen - deuren - en ventilatieopeningen. Blijf binnen totdat het signaal veilig wordt gegeven. Externe veiligheid vormt – mits de nieuwe bewoners worden geïnformeerd over het handelingsperspectief in geval van een toxische wolk - geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De initiatiefnemer is aan zet om de nieuwe bewoners hierover te informeren. 5.7.4
Geurhinder: agrarisch
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss
1,0 Ou
B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij
2,0 Ou
C. Plangebied (bij kern A en B)
3,0 Ou
D. Woonkern met intensieve veehouderij
6,0 Ou
E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal
6,0 Ou
F. Recreatiegebieden
8,0 Ou
G. Extensiveringsgebieden
8,0 Ou
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 76 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
H. Bedrijventerreinen
8,0 Ou
I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk
12,0 Ou
J. Verwevingsgebied
14,0 Ou
K. Landbouwontwikkelingsgebied
14,0 Ou
In het plangebied worden 87 nieuwe geurgevoelige objecten opgericht. Verder is sprake van één bestaand geurgevoelig object. Ingevolge de kaart behorende bij de verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 geldt er plaatse van het plangebied een norm voor de voorgrondbelasting 8,0 Ou. Gezien er geen veehouderijen met dieren met een geuremissiefactor nabij het plangebied zijn gelegen worden hier geen belemmeringen inhoudende de overschrijding van de hier geldende geurnorm verwacht. Ook is in de nabijheid van het plangebied geen sprake van veehouderijen met dieren waarvoor in verband met geurhinder een vaste afstand geldt. De enig aanwezige veehouderij aan Langwijkstraat 35/35A stopt namelijk als onderdeel van onderhavige ontwikkeling. Hieronder is een uitsnede opgenomen van de kaart inzake de achtergrondbelasting behorende bij de actualisatie van de geurgebiedsvisie gemeente Oss 2015 ter hoogte van het plangebied. Op de kaart is zichtbaar dat in het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Veehouderijen worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Geurhinder afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 5.7.5
Geur: industrieel
Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 77 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. In de nabijheid van het plangebied zijn geen industrieterreinen gelegen of individuele bedrijven die geurhinder veroorzaken op geurgevoelige objecten in het plangebied. In paragraaf 5.7.1 zijn de nabijgelegen bedrijven beschreven. Hieruit volgen voor wat betreft het aspect geurhinder geen belemmeringen ten opzichte van onderhavige ontwikkeling. De ontwikkeling is eveneens niet belemmerend voor nabijgelegen bedrijven. Industriële geurhinder vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 5.7.6
Luchtkwaliteit
Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is.
Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 78 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Grenswaarden luchtkwaliteit Voor de meest voorkomende stoffen zijn de luchtkwaliteitsnormen als volgt.
Plan Met dit plan worden op termijn 87 nieuwe woningen toegevoegd. Sprake is verder van één bestaande woning. Bijdrage plan aan luchtkwaliteit Om te berekenen of een plan effect heeft op de luchtkwaliteit is er een rekentool ontwikkeld die via www.infomil.nl beschikbaar is en gebruikt kan worden. Voor onderhavig plan is het relevant om te weten of de extra verkeersbewegingen die het met zich meebrengt effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse. Het initiatief genereert 662,8 verkeerbewegingen per dag. Dit aantal is ingevoerd in de hiervoor genoemde rekentool. De conclusie die volgt uit de rekentool is dat het effect van deze extra verkeersbewegingen niet in betekenende mate is (NIBM). Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.
Toetsing in verband met aanvaardbaar woon- en leefklimaat
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 79 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Naast het effect van het initiatief op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (voorspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor NO2, PM10 en PM2,5 met behulp de kaarten (monitoring NSL) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden. Een uitsnede van de tool ter hoogte van het plangebied is hieronder opgenomen. Het meest dichtbij gelegen meetpunt is met rood omcirkeld.
Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief. 5.7.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Het plangebied is niet gelegen nabij een hoogspanningslijn, wat betekent dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een magnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla ten gevolge van hoogspanningslijnen. Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 80 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
5.7.10 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.
De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. De ontwikkeling bevat op basis van de Wet geluidhinder op termijn 87 geluidsgevoelige objecten.
In verband met eventuele geluidhinder is door Aelmans een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 13). Uit het onderzoek blijkt dat industrielawaai en spoorweglawaai niet aan de orde zijn omdat het plangebied niet binnen een zone voor industrielawaai of spoorweglawaai is gelegen. Wegverkeerslawaai is wel relevant. De geluidsbelasting van de navolgende wegen op de gevels van de nieuwe woningen is dan ook onderzocht: Molenweg, Stuwstraat, Langwijkstraat en N625. De conclusie hiervan is dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel ten gevolge van de N625 met 3 dB wordt overschreden en ten gevolge van de Molenweg met 5 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) of het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, civieltechnische, verkeerskundige en financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Er zijn (meerdere) geluidluwe gevels aanwezig per woning en de buitenruimtes worden zoveel mogelijk aan geluidluwe zijde gerealiseerd.
Bij cumulatie met de geluidsbelasting van de wegen rondom het plangebied is sprake van 58 dB op de gevel, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk/matig’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen overwegend op bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevels en daken. Bij toepassing van de juiste bouwmaterialen is een
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 81 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
binnengeluidsniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevels/buitenruimtes. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geluid ten gevolge van luchtverkeerslawaai is in onderhavige situatie niet aan de orde. Geluid vormt – mits een hogere waarde procedure wordt doorlopen en de karakteristiek geluidwering van de gevel/daken van enkele woningen minimaal 25dB bedraagt - geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De hogere waarde procedure loopt gelijk op met de procedure van dit bestemmingsplan. 5.7.11 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek.
Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente.
Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 82 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Binnen twee kilometer van het plangebied is een geitenhouderij gelegen (Valkseweg 36). De geitenhouderij ligt op 500 meter van de rand van het plangebied en heeft een vergunning voor 2.400 (opfok)geiten, zie de afbeelding hieronder.
Uit recente volksgezondheids-onderzoeken (VGO) blijkt dat er een verhoogd risico op longontsteking is in een zone binnen twee kilometer van een bedrijf met geiten. En uit het meest recente VGO3 onderzoek blijkt zelfs dat er een causaal verband is tussen een kleinere afstand tot een geitenhouderij en het verhoogde risico. Uit onderzoek is nog niet gebleken waaraan dit te wijten is. De provincie volgt de lijn uit het VGO-3 en geeft aan dat de dat de gemeentes een afweging moeten maken over het toevoegen van functies binnen deze straal van 2 kilometer. Deze motivatie is als volgt. Het plangebied ligt op circa 500 meter en dus binnen de zone tot 2 km van één geitenhouderij waar 2400 (opfok)geiten worden gehouden. Daarmee is een afweging nodig voor het op dit moment in algemene zin
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 83 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
aangetoonde verhoogde risico, mede gelet op de aard, situering en het belang van de plan, en de reële verwachting dat een acceptabel woon- en leefklimaat in de toekomst binnen bereik is. Er worden op termijn 87 nieuwe woningen gerealiseerd, binnen twee kilometer van een geitenhouderij. De personen die in die nieuwe woningen gaan wonen zullen dus in meer of mindere mate worden blootgesteld aan het verhoogde gezondheidsrisico rondom geitenhouderijen. Beoordeeld is in hoeverre de geitenhouderij belemmerend is voor de ontwikkeling: - de ontwikkeling is niet actief gericht op een kwetsbare doelgroep, al valt gezien het grote aantal woningen niet uit te sluiten dat er toch mensen uit de kwetsbare doelgroep aanwezig zijn; - er is de mogelijkheid, voorafgaand, nieuwe bewoners te informeren om ze een bewuste keuze te laten maken; - het plan biedt uitkomst voor een grote maatschappelijke opgave, de behoefte aan woningen. Het belang van de ontwikkeling is dermate hoog dat dit zwaar weegt in de afweging. Gezien voorgaande feiten en overwegingen heeft de gemeente geconstateerd dat het sociaalmaatschappelijke belang dat met het plan gepaard gaat (beoogde woningbouw in Lithoijen) groot is en van doorslaggevende betekenis voor wat betreft de doorgang van onderhavig bestemmingsplan.
Aanvullend op voorgaand is ook het stappenplan van de GGD doorlopen in verband met het opvragen van een eventueel advies. Zie het doorlopen stappenplan hieronder. GGD-stappenplan Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Door alle zeven stappen te doorlopen en beantwoorden kan worden nagegaan of er knelpunten aan de orde zijn en het zinvol is de GGD om advies te vragen. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGDadvies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b. Stap 3b Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden.
Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is één geitenhouderij gelegen. Dit leidt tot GGD-advies.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 84 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen pluimveebedrijf gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Na het doorlopen van het stappenplan blijkt dat de enige aanleiding voor een GGD-advies het aspect geiten is binnen een straal van 2 kilometer vanaf het initiatief. Omdat de GGD hierover op dit moment niet anders kan adviseren dan hetgeen in het VGO-3 is opgenomen – er wordt in 2024 op zijn vroegst meer informatie verwacht van een vervolgstudie naar het effect van geitenhouderijen op de gezondheid - wordt voor onderhavige ontwikkeling met die reden geen advies bij de GGD gevraagd. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
5.7.12 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Op de gronden rondom het plangebied is geen sprake van (vollegronds)teelt. Spuitzones zijn daarmee niet aan de orde. Geen sprake is van de belemmering hierdoor van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 85 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Verantwoording De woningbouwontwikkeling kan gezien worden als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject en valt onder onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat een m.e.r.-aanmeldnotitie aan de orde is. Voor de woningbouwontwikkeling is een dergelijke notitie opgesteld.
De notitie kent de navolgende conclusie: de potentiële effecten van het project, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het project zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat geen belangrijk nadelige milieugevolgen worden veroorzaakt die het doorlopen van een m.e.r.-procedure dan wel een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk maken. Door het bevoegd gezag is naar aanleiding van de m.e.r.-aanmeldnotitie besloten dat voor onderhavige woningbouwontwikkeling/ ruimtelijk besluit geen milieueffectrapportage of formele m.e.r.-beoordeling wordt vereist.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 86 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 6 6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan De Groene Beemd Lithoijen – 2023 is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 14), de algemene regels (artikelen 15 tot en met 21) en de overgangsen slotregels (de artikelen 22 en 23). Bij de regels horen vier bijlagen, te weten een lijst ean rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden activiteiten, een milieuzoneringslijst, een inrichtingsplan en een bodemonderzoek. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Agrarisch met waarden – Landschap en natuur Deze bestemming is opgenomen voor de gronden die bestemd zijn voor extensief (hobbymatig) agrarisch gebruik. Hier kan extensief worden beweid. Hierbinnen zijn paden toegestaan. Ook landschapselementen behoren tot de mogelijkheden. Artikel 4: Groen De gronden met deze bestemming bevatten groenzones die bufferend werken tussen de bestaande bebouwing en de nieuwbouw. Hierbinnen zijn ook langzaamverkeersverbindingen toegestaan. Artikel 5: Tuin Deze bestemming is opgenomen voor de voortuinen van de nieuwe en bestaande woningen in het plangebied.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 87 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Artikel 6: Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de straten in het plangebied die het plangebied ontsluiten. Artikel 7: Verkeer – verblijf Deze bestemming is opgenomen voor de verkeerszones in de woonclusters. Artikel 8: Wonen – Halfvrijstaand Deze bestemming is opgenomen ter realisatie van nieuwe halfvrijstaande woningen. Artikel 9: Wonen – Rijen Deze bestemming is opgenomen ter realisatie van nieuwe rijwoningen.. Artikel 10: Wonen – Vrijstaand Deze bestemming is opgenomen ter realisatie van nieuwe vrijstaande woningen en het bestemmen van een bestaande vrijstaande woning aan Langwijkstraat 35/35A. Artikel 11: Wonen – Uit te werken Deze bestemming is opgenomen ter realisatie van 48 nieuwe woningen op een later moment. Artikel 12: Waarde – Archeologie historische kern Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden. Artikel 13: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden. Artikel 14: Waarde – Landschap Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van landschappelijke waarden. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels.
Het betreft achtereenvolgens: Artikel 15: Anti-dubbeltelregel In dit artikel is geregeld dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 16: Algemene bouwregels In dit artikel zijn de algemene geldende bouwregels opgenomen. Artikel 17: Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemeen geldende gebruiksregels opgenomen. Artikel 18: Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels die in het plangebied gelden opgenomen. Artikel 19: Afwijken van de bouwregels algemeen In dit artikel zijn regels opgenomen waarmee van de algemene bouwregels kan worden afgeweken.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 88 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Artikel 20: Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn ‘situaties’ opgenomen waarvoor het college van B&W het bestemmingsplan mag wijzigen. Artikel 21: Overige regels In dit artikel is een regel opgenomen die verwijst naar andere wettelijke regelingen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 22: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 23: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage 1: Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten In deze bijlage zijn de rechtstreeks toegestane aan huis verbonden beroepen en bedrijven opgenomen. Bijlage 2: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk. Bijlage 3: Inrichtingsplan In deze bijlage is het landschapsplan opgenomen dat onderdeel uitmaakt van de totaalontwikkeling van 87 nieuwe woningen in De Groene Beemd in Lithoijen. Bijlage 4: Bodemonderzoek In deze bijlage is een bodemonderzoek opgenomen waaruit blijkt dat nog aanvullend onderzoek nodig is.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 89 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 90 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 91 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 92 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 9
9.1
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog
In samenwerking met gemeente Oss en Kernraad Lithoijen heeft RMD projectontwikkeling b.v. (de initiatiefnemer van onderhavige ontwikkeling) een uitgebreide dialoog met de omgeving gevoerd. In het geval van Lithoijen betekent dit dat het hele dorp meedenkt. Dit proces is vormgegeven in een vast stramien en een vaste volgorde van benaderen. Er zijn drie doelgroepen benoemd, dat zijn: direct omwonenden, geïnteresseerden en overige inwoners van Lithoijen die graag meedenken. De eerste stap was het vaststellen van het stedenbouwkundig plan. Daarbij heeft de nadruk gelegen op de betrokkenheid van de direct omwonenden. Zij zijn allen benaderd per brief waarop zij via een antwoordformulier hun opmerkingen konden aangegeven en desgewenst met RMD projectontwikkeling per mail of mondeling in gesprek konden gaan om hun situatie te bespreken. Hiervan hebben diverse omwonenden gebruik gemaakt en naar aanleiding hiervan zijn de plannen aangepast. Hieronder is hiervan een samenvatting gegeven. Groenewoud 2, 4 en 10 Wijzigingen n.a.v. het gevoerde overleg: • groene buffer opgenomen tussen bestaande bebouwing en nieuwe woningen; • geen autoverbinding maar alleen voetpad aansluitend op Groenewoud als onderdeel van het plan. Langwijkstraat 25, 21, 23 en 29 Wijzigingen n.a.v. het gevoerde overleg: •
groene buffer opgenomen tussen bestaande bebouwing en nieuwe woningen;
er zijn afspraken gemaakt over de instandhouding en het onderhoud van de sloot die is gelegen tussen de kavels en de percelen van de omwonenden. Bij het toepassen van de uitwerkingsbevoegdheid (artikel 11 Wonen – uit te werken) wordt rekening gehouden met de volgende afspraken: • Goot- en nokhoogten van woningen direct achter de percelen Langwijkstraat 25 en 29 worden beperkt tot maximaal 4 meter goothoogte en 8 meter nokhoogte; • grenzend aan het perceel Langwijkstraat 29 (kadastraal perceel 2456) worden maximaal 4 grondgebonden woningen worden gebouwd; • grenzend aan het perceel Langwijkstraat 25 (kadastraal perceel 2455) wordt maximaal 1 woning gebouwd •
Stuwstraat 10, 6A en 12 - Kleine Eng 14,12, 2, 18 en 16 - Engstraat 19 Wijzigingen n.a.v. het gevoerde overleg: • er zijn ontsluitingen gemaakt naar de twee blijvend aanwezige agrarische kavels; • de aansluiting vanuit plangebied naar de Stuwstraat is gewijzigd van twee naar 1 aansluiting voor gemotoriseerd verkeer, welke is verplaatst naar de bestaande t-splitsing die hierdoor een kruising wordt; • aan de noordzijde van fase 1A is een groenbuffer gemaakt en alleen een langzaam verkeersverbinding; • er zijn groene buffers gemaakt tussen de Stuwstraat en het plangebied; • het type, aantal en de plaats van de nieuwe woningen aansluitend op Stuwstraat zijn aangepast; • er is een verbinding voor gemotoriseerd verkeer gemaakt vanaf woonerf 1A,1B en 2 naar de Molenweg om de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer dat via de Stuwstraat rijdt te beperken; • er zijn afspraken gemaakt over route van het bouwverkeer en de aanleg van de bouwweg. Molenweg 1A, 4, 1 en werkgroep herstel paden structuur Wijzigingen n.a.v. het gevoerde overleg: • de toegangsweg voor gemotoriseerd verkeer om het plangebied in te rijden is verlegd. • er is een langzaam verkeersverbinding ter toegang van het plangebied toegevoegd; • er is een groene buffer gemaakt tussen de woonhuizen aan de Molenweg en het plangebied;
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 93 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
•
de parkeerplaats is aangepast en er is een groene buffer naast de parkeerplaats gemaakt.
Om te onderzoeken of het stedenbouwkundig plan voldoende ruimte biedt aan de behoefte van Lithoijen is eind 2020 een uitgebreide woonwensenquête gehouden. Daarop is veel respons gekomen, waardoor de concrete vraag goed inzichtelijk is geworden. Deze vraag heeft de basis gevormd voor de invulling van de eerste fases (1A, 1B, 2 en een deel van 5) van het plan. De uitkomst van de eerste gesprekken met de direct omwonenden en de concrete woningvraag uit het dorp zijn verwerkt in een meer gedetailleerde stedenbouwkundige invulling. Deze invulling is op 19 juli 2021 gepresenteerd in Gemeenschapshuis Avanti en in de weken daarna online op projectwebsite groenebeemd.nl. Tijdens die consultatie hebben aanwezigen hun reactie kunnen geven op de stedenbouwkundige invulling, beoogde bouwroute en hun voorkeur aan kunnen geven voor verschillende architectuurstijlen. Nadien heeft nog een tweede ronde gesprekken met omwonenden plaatsgehad. De uitkomsten daarvan zijn opgenomen in het overzicht hierboven (opsomming adressen, waaronder is aangegeven wat is gewijzigd aan het plan). Het stedenbouwkundig plan voor fase 1A, 1B, 2 en een deel van 5 ligt nu vast. De contouren van de hierop volgende fasen zijn ook vastgelegd, de exacte invulling hiervan niet. Deze is afhankelijk van de woonbehoefte op het moment van uitwerking van die fasen, wat in nauwe samenwerking met het dorp zal gebeuren. 9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn in oktober 2022 de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorontwerp-bestemmingsplan. De provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas hebben gereageerd. Hieronder is op hun reactie ingegaan. 9.2.1 Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant heeft op 24 november 2022 op het voorontwerpbestemmingsplan gereageerd. De provincie heeft in haar reactie aangegeven in beginsel positief te staan tegenover de ontwikkeling waarvoor het bestemmingsplan is opgesteld, maar geeft aan dat het plan op enkele punten nog niet duidelijk is ten aanzien van het provinciaal beleid. Hieronder zijn de punten opgenomen, waaronder onze reactie is weergegeven. in het plan is geen rekening gehouden met de aardkundige waarden in het plangebied. Het plangebied is namelijk gelegen in het peelrandbreukstelsel, waarbij het in dit geval zelfs om een hoofdbreuk gaat. In het plan lijkt dit niet opgemerkt te zijn.
Conform de toelichting bij onze aardkundige waardevolle gebiedenkaart moet onder andere de ligging en diepte van de breuk in relatie tot het plan in beeld worden gebracht. Dit overigens ook ten behoeve van woningbouw, gezien de mogelijk negatieve effecten van een actieve breuk op constructies. Wij constateren dan ook dat de ontwikkeling in strijd is met artikel 3.28 van de IOV. In de motivering van het provinciale beleid in deze toelichting is een aanvulling gedaan ten aanzien van de ligging van het plangebied in ‘Aardkundig waardevol gebied’ (zie paragraaf 4.3.2). Hieruit blijkt dat de peelrandbreuk die door het plangebied loopt geen aanleiding geeft voor het treffen van maatregelen of stellen van regels.
De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 94 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024
-
-
Met uw gemeente zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsverbetering van het landschap (Afsprakenkader kwaliteitsverbetering landschap Noord-Oost Brabant). Conform deze regeling moet onderhavige ruimtelijke ontwikkeling gelijkgesteld worden me een categorie 3 ontwikkeling. In het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap wordt het middengebied tussen de woonclusters voorzien van grasland dat extensief wordt beweid en beheerd. Tevens is daar ruimte voor wateropvang die ten goede zou komen van de biodiversiteit. Wij vragen ons af hoe wordt geborgd dat het middengebied voor deze doeleinden gebruik zullen worden in de toekomst. Vooralsnog constateren wij dat het plan daarom nog niet in overeenstemming is met artikel 3.9 van de IOV. Met de provincie is afgestemd over deze reactie. Wij zijn namelijk van mening dat de ontwikkeling geen categorie 3 ontwikkeling is, maar een planmatige stedelijke ontwikkeling waarvoor een afdracht van 1% van de uitgifteprijs geldt ter investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. De provincie is het hiermee eens. In deze toelichting (en bijlagen) is de hoogte van de afdracht in beeld gebracht en de investering uitgewerkt.
In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Wij constateren dat enkel het deel dat met dit plan mogelijk wordt gemaakt regionaal is afgestemd, specifiek gezegd geldt dit voor 35 woningen. Voor de volgende fases moet dit nog gebeuren alvorens de overige woningen gebouwd kunnen worden. Dit zal in het plan aangepast moeten worden. Wij constateren dan ook dat het plan vooralsnog in strijd is met artikel 3.43 van de IOV. In de motivering van het provinciale beleid in deze toelichting is een aanvulling gedaan ten aanzien van de motivering van artikel 3.43 van de IOV.