CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting+regels DGB VG01

Gemeenteraad 23 mei 2024, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststellen bestemmingsplan De Groene Beemd Lithoijen - 202435.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 29 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

De ondergrond op de projectlocatie start met een holocene deklaag, voornamelijk bestaande uit klei. De dikte van deze holocene kleilaag varieert over het oppervlak van het projectgebied tussen de 4 en 6 meter. Het eerste watervoerend pakket bestaat uit de zandige Formatie van Kreftenheye, met een dikte van ongeveer 5 meter. Tot deze diepte is de Peelrandbreuk nog niet te zien. Daaropvolgend splitst het gebied zich dankzij de Peelrandbreuk: aan de westzijde bevindt zich een pakket (formatie van Sterksel), met een dikte van ongeveer 20 meter. Vervolgens zijn twee slecht doorlatende lagen aanwezig (Formaties van Sterksel en Waalre) vanavd een diepte van -25 m NAP. Daaronder bevindt zich de zandige Formatie van Oosterhout van 90 meter, met daaronder de complexe eenheid van de Formatie van Oosterhout. Ten oosten van de breuk zijn voornamelijk zandige eenheden te vinden (resp Formaties van Peize Waalre, Oosterhout, Breda), tot een diepte van -240 m NAP. Doordat in het eerste watervoerend pakket zich voornamelijk Kreftenheye zand bevindt tot ongeveer -6 m NAP dat recenter is ontstaan dan de Peelrandbreuk, is het waarschijnlijk dat de Peelrandbreuk geen grote invloed heeft op de ondiepe geohydrologie.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 30 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Bovenstaande analyse geeft in relatie tot het planvoornemen geen aanleiding om maatregelen te treffen als het gaat om het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van aardkundige waarden. Het in dit bestemmingsplan stellen van regels ten aanzien van de in het plangebied voorkomende aardkundige waarden is met dezelfde reden eveneens niet zinvol. Ook is er geen aanleiding om aan te nemen dat de peelrandbreuk in de ondergrond negatieve effecten zal hebben op constructies van de nieuwbouw. Verder geldt in verband met de ontwikkeling dat ook paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing is. Dat voldaan wordt aan artikel 3.5 tot en met 3.9 blijkt uit deze toelichting. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de regels zoals gesteld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Ontwikkelingsvisie gemeente Lith De gemeenteraad heeft op 11 oktober 2007 de Ontwikkelingsvisie vastgesteld. Deze visie is opgebouwd uit de volgende drie onderdelen: een gemeentebrede Strategische visie, een pilot ‘Onderbouwing woningbouwlocaties tussengebied Lith–Lithoijen’ en de Dorpsontwikkelingsplannen Lith, Lithoijen/Teeffelen, Oijen en Maren-Kessel/Het Wild. Voor onderhavige ontwikkeling zijn de Strategische visie, het Dorpontwikkelingsplan van Lithoijen/Teeffelen en de pilot ‘Onderbouwing woningbouwlocaties tussengebied Lith–Lithoijen’ van belang. Strategische visie De Strategische Visie heeft betrekking op de gemeente als geheel. De visie geeft een globaal toekomstbeeld voor de (ruimtelijke) ontwikkeling van de gemeente in de periode tot ongeveer 2020. Het motto en tevens hoofdambitie van de Strategische visie is ‘Thuis in Lith’. Hiermee wil de gemeente aangeven dat ze veel waarde hecht aan het feit dat zo velen zich thuis voelen in en trotst zijn op de gemeente (zowel bewoners, recreanten, als ondernemers) en ze wenst dat dit ook in de toekomst zo zal blijven. De ruimtelijke identiteit van de gemeente wordt getypeerd door ‘dorpen aan de rivier’. De aanwezige ruimtelijke kwaliteit draagt eraan bij dat de mensen trots zijn op de gemeente als geheel en gehecht zijn aan de kerkdorpen.

Inzet van de gemeente is om de aanwezige kwaliteiten te behouden en de kansen die zich voor doen om de identiteit te versterken aan te grijpen. Initiatieven van particulieren zijn hierbij van groot belang, de gemeente beschikt namelijk zelf over beperkte middelen. De ontwikkelingsmogelijkheden en wensen binnen de gemeente variëren per zone. Er worden drie zones onderscheiden: - de rivier- en uiterwaardenzone; - de oeverwalzone; - de komgrondenzone. Het plangebied ligt op de oeverwalzone, tussen de rivier met uiterwaarden en de komgronden van het buitengebied. Opgave voor de oeverwal is om hier de ontwikkelingen te laten plaatsvinden, maar dan zodanig dat de kernen als losse kralen met ieder een eigen identiteit behouden blijven. Ten aanzien van het wonen geldt dat potentiële inbreidingslocaties optimaal benut dienen te worden, aansluitend bij de ruimtelijke, (cultuurhistorische) structuur en de behoefte van het dorp. Onderbouwing woningbouwlocaties tussengebied Lith–Lithoijen De Onderbouwing woningbouwlocaties tussengebied Lith-Lithoijen betreft een uitgebreide locatiestudie voor woningbouw in beide kernen met een voorkeursmodel als eindresultaat. De afbeelding hieronder geeft dat voorkeursmodel weer.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 31 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Op het voorkeursmodel is duidelijk zichtbaar dat het plangebied dat nu voor de ontwikkeling van woningbouw voorligt hierin als ‘ontwikkeling voor woningbouw aansluitend bij de oude structuur’ is opgenomen. Dorpsontwikkelingsplan Het Dorpsontwikkelingsplan omvat een praktische agenda waarin voor de middellange termijn vastgelegd wordt welk beleid en welke projecten uitgevoerd gaan worden om een (kleine) kern in het landelijk gebied sociaal, economisch en ruimtelijk leefbaar en vitaal te houden. In het dorpsontwikkelingsplan is voor Lithoijen en Teeffelen een visie (kaart + toelichting) opgenomen. De afbeelding hieronder betreft het

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 32 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

kaartbeeld ter hoogte van Lithoijen dat de visie weergeeft. Ter hoogte van het plangebied is sprake van de aanduiding ‘Onderzoek mogelijkheden woningbouw’. De toelichting die hierop in het dorpsontwikkelingsplan wordt gegeven is dat het plangebied een potentiële uitbreidingslocatie is waar afhankelijk van de wijze van inrichten (grootte van de kavels, type woningen, dichtheid, structuur e.d.) in dit gebied ruimte is voor circa 100 woningen, waarmee voldaan kan worden aan de behoefte tot 2020. In het dorpsontwikkelingsplan zijn de mogelijkheden voor een exacte invulling van het plangebied verder verkend. Er is een schets gemaakt en er zijn sfeerbeelden gegeven. Ook zijn de ontsluitingsmogelijkheden bekeken. Voor Lithoijen wordt voor de langere termijn nog een andere locatie benoemd, namelijk de noordoosthoek van Lithoijen, waarbij wordt aangegeven dat deze locatie alleen mogelijk is als de betoncentrale de activiteiten ter plaatse niet voortzet. Dat laatste is niet aan de orde. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat al geruime tijd gesproken en geschreven wordt over de ontwikkeling van woningen in Lithoijen. Er is behoefte, maar er is sinds er onderzoek is gedaan/ visies zijn gemaakt nog niet gebouwd. Met onderhavig woningbouwplan wordt invulling gegeven aan de geformuleerde behoefte. Daarbij geldt dat voorliggende locatie, van de verkende locaties, de meest kansrijke is.

Daarbij sluit de wijze waarop stedenbouwkundig invulling wordt gegeven aan het plangebied aan bij de richting die in de onderzoeken/ visies is gegeven. Onderhavige ontwikkeling vindt aansluiting bij de het onderzoek/ de visies die zijn gedaan v.w.b. de realisatie van nieuwe woningen in Lithoijen. Voor wat betreft de om te schakelen agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning in het plangebied geldt op basis van het onderzoek/ de visies waaraan in deze paragraaf gerefereerd wordt dat hiervoor ruimte is: het betreft een kleinschalig particulier initiatief én is gelegen in ‘onderzoek mogelijkheden woningbouw’. In de StructuurvisiePlus kern Lith uit 2001, waaraan in de ‘Onderbouwing woningbouwlocaties tussengebied Lith–Lithoijen’ wordt gerefereerd is de locatie bovendien al aangeduid voor ‘verbeteren kwaliteit woningen/ woonwerkomgevingen. De afbeelding hieronder illustreert dit.

Onderhavige ontwikkeling geeft invulling aan de ontwikkelingsvisie gemeente Lith.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 33 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

4.4.2

Wonen

De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. In 2022 is de Woonagenda 2022-2024 vastgesteld om dat concreet te maken. Vier ambities staan centraal in het woonbeleid: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. 4.4.3

Portefeuillemanagement ‘Wonen’ en taskforce versnelling woningbouw

Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen uitvoerig geactualiseerd en deze wordt jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling.

Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 34 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

•

•

•

de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen.

Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.

Het plan Het plan betreft de 1e fase van een woningbouwontwikkeling in het dorp Lithoijen. Eventuele vervolgfases worden in later stadium opnieuw getoetst aan de dan geldende uitgangspunten van het woonbeleid. Deze 1e fase voorziet in de toevoeging van 39 grondgebonden eengezinswoningen. In deze fase worden 5 sociale huurwoningen en 22 betaalbare grondgebonden koopwoningen gerealiseerd tot de actuele grens voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG), waarvan 8 in het segment goedkope koop. Ook worden er 12 grondgebonden koopwoningen in het dure segment gerealiseerd, d.w.z. woningen met een vrij op naam (VON) prijs boven NHG. Een groot deel van de woningen wordt levensloopbestendig gerealiseerd. Daarmee is het plan gericht op de behoefte aan betaalbare woningen voor starters, gezinnen en de behoefte van doorstromers, waaronder senioren. De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van PFM Wonen Oss, zoals hierboven weergegeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. De behoefte aan woningen Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering.

De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van september 2020.

1

Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 35 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op december 2020). Daarin bepaalt de subregio haar hoofdkoers voor wonen en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden. Dit heeft voor plan De Groene Beemd in Lithoijen plaatsgevonden, met als gevolg een bestuurlijk akkoord tijdens het regionale portefeuillehouders overleg Wonen op 19 januari 2022. Per 1 januari 2022 zijn er ongeveer 41.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2040 nog veel woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw) (provinciale prognose 2020). De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave. Met deze bandbreedte is er de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen vanwege de oplopende tekorten op de woningmarkt en om de woonfunctie van Oss versterken.

De totale concrete capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss bedraagt circa 5.300 woningen (actualisatie april 2022). Dit is niet alleen de zogenaamde harde capaciteit (juridisch bindend, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen), maar ook woningbouw in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de bekende mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. Het voorliggende plan voor de woningbouw van 39 grondgebonden woningen in Oss is reeds opgenomen in de geïnventariseerde concrete capaciteit. Met onder meer deze locatie wordt in Oss invulling gegeven aan het realiseren van de grote woningbouwopgave. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft. En dat Oss nog een grote opgave heeft voor de ontwikkeling van woningbouwplannen. bandbreedte opgave woningvoorraad

gemeente Oss

periode 2022 t/m 2026 2027 t/m 2031 2032 t/m 2036 2037 t/m 2039 Totaal

prognose 2020 2.705 2.225 1.695 755 7.380

Totaal 2022 - 2032

4.930

model Oss 3.030 2.550 2.020 755 8.355

concrete capaciteit* 3.430 1.875 5 0 5.309

5.580

Totaal 2022 t/m 2036 6.625 7.600 * inventarisatie april 2022. Afgerond op vijftallen.

5.310 5.310

De woningbehoefte in het cluster Lith Woningbouw op deze locatie in Lithoijen is gericht op de woningbehoefte vanuit het cluster Lith en meer specifiek van woningzoekenden uit Lithoijen zelf. In de kern Lithoijen zijn er geen andere actuele woningbouwplannen. De provinciale woningbouwprognose is doorgerekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss. Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in cluster Lith. De 39 woningen van het plan zijn al opgenomen in de capaciteit. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen naar omvang passen in de bandbreedte van de behoefte. Er is een opgave voor 315 tot 365 woningen en de capaciteit bestaat uit 265 woningen in cluster Lith.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 36 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

bandbreedte opgave woningvoorraad cluster Lith periode 2022 t/m 2026 2027 t/m 2031 2032 t/m 2036 2037 t/m 2039 Totaal Totaal 2022 - 2032 Totaal 2022 t/m 2036

prognose 2020 140 100

model Oss 155 115

concrete capaciteit* 155 45

plannen in ontwikkeling 30 10

totale capaciteit 185 55

95 30 395 275 365

5 0 205 200 205

20 0 60 40 60

25 0 265 240 265

75 30 345 240 315

Bron: gemeente Oss; afgerond op vijftallen. De kwalitatieve behoefte Voor de woningprogrammering is ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Er wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel levensloopbestendige woningen. Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan betaalbare woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. Er wordt daarnaast specifiek in Lithoijen ook een inhaalslag verwacht in de behoefte aan grondgebonden woningen, ook in de duurdere segmenten.

2

De prijssegmenten 2022 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur > liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 229.500; koop middelduur, > € 225.000 < €355.000 (actuele NHG grens), koop duur > € 355.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens en de NHG grens.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 37 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Bovenstaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het cluster Lith, waar Lithoijen toe behoort, weer versus de concrete plancapaciteit. Dit plan is al opgenomen in de concrete capaciteit. Zichtbaar is een tekort in onder meer de segmenten goedkope huur en goedkope koop, en ook in de middeldure segmenten is sprake van een tekort. Aan woningen in het segment dure koop is in de periode tot 2032 geen tekort, onder meer omdat dit plan al is opgenomen in de tabellen. Het plan voorziet met toevoeging van een gevarieerd programma met sociale huur, goedkope koop en middeldure koopwoningen in een behoefte en met levensloopbestendige woningen in het dure segment wordt ook doorstroming bevordert. In ruimtelijke zin is sprake van een buitenstedelijke ontwikkeling. Andere locaties zijn vanuit ruimtelijk, planologisch en stedenbouwkundig oogpunt ongeschikt gebleken. Binnenstedelijk zijn er geen alternatieven. Er is geen leegstaand vastgoed dat kan worden getransformeerd. Verder ligt het door de provincie aangemerkte bestaand stedelijk gebied strak rondom het Lithoijense bebouwde gebied. Ten noordoosten van het dorp Lithoijen ligt een voor verstedelijking afweegbaar gebied, echter is hier over het gehele ‘beschikbare’ gebied sprake van een geluidscontour van het bedrijf gelegen aan Lithoijensedijk 16.

Opheffing van deze geluidscontour ligt in ieder geval op korte en/of middellange termijn niet in het verschiet. Ook het ‘middengebied’ aan de achterzijde van de woningen aan de Langwijkstraat en Dorpsstraat en voorzijde van de woningen aan het Dorpspad en een stukje langs de Molenweg ligt is geen geschikte locatie, omdat de stedenbouwkundige opzet hier met het open gebied tussen de woningen in juist zo typerend is voor Lithoijen (eveneens uitgangspunt voor het plangebied). Het is van belang dat dit gebied als zodanig behouden blijft. Het gebied ten zuidoosten van Lithoijen is als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt en ligt buitendijks. Blijft over: 1. het plangebied of 2. de gronden ten westen van de Molenweg. Van beide locaties sluit het plangebied het beste aan bij het bestaande dorpshart (meest nabij) en door ontwikkeling hier wordt ‘samenklontering’ met het dorp Lith voorkomen. Conclusie: Het plan voor de ontwikkeling van 39 grondgebonden woningen in de kern Lithoijen sluit aan bij de woningbehoefte van Oss, zowel naar omvang, als type woningen. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.5

Welstandsbeleid

Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: - bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; - monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); - bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 38 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

In de vigerende situatie is het plangebied welstandsvrij. Het gebied is niet als beschermd stads- en dorpsgezicht aangemerkt, er is geen sprake van een monument en er is ook geen beeldkwaliteitsplan. Dit betekent dat er op dit moment voor een gebouwde ruimtelijke ontwikkeling geen welstandstoets geldt en de nieuwbouw in het plangebied in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning door het Adviesteam Architectuur niet aan welstandscriteria in een beeldkwaliteitsplan hoeft te worden getoetst. De nieuwbouw in het plangebied is daardoor ‘welstandsvrij’, een ‘welstandstoets’ is niet aan de orde. 4.4.6

Beleid aan huis gebonden activiteiten

Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is erop gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels.

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 39 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

5.1

Landschap

5.1.1

Nota Landschapsbeleid

Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het plangebied ligt in het landschapstype ‘oeverwal’.

De visie voor de oeverwal is als volgt in de Nota Landschapsbeleid opgenomen: “Ruimtelijk gezien is het wenselijk om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Met name in en rond de kernen wordt gestreefd naar een verdichting met beplanting. In de kernen worden de kleinschalige groenelementen als hagen, boomgaarden en grote tuinen gehandhaafd en versterkt. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven. Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. Streven naar kleinschaligheid en een groen karakter kan op verschillende manieren: door het weren van grootschalige bebouwing en grote percelen, maar ook door de schaal te verkleinen, door de aanleg van houtwallen, houtsingels, bosjes, laanbeplanting en (hoogstam)boomgaardjes en door de behoud (en versterking) van bestaande landschapselementen (zoals grienden, wielen, houtwallen en hakhoutbosjes). Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen open en besloten gebieden. Het onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon moet versterkt te worden.

Door de aanleg van kavelgrens- en erfbeplantingen wordt het kleinschalige verkavelingspatroon benadrukt en kunnen droge ecologische verbindingszones ontstaan. Door het versterken van verkavelingspatronen wordt het oorspronkelijke karakter van het landschap op de oeverwal verduidelijkt.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 40 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Het aanleggen van hoogstamboomgaarden zal bijdragen aan een afwisselend beeld op de oeverwal. Herstel van oude padenstructuren (bijvoorbeeld kerk- paden) draagt daar ook aan bij. Dit laatste heeft tevens recreatieve waarde. Uit historisch-, maar ook vanuit ecologisch en esthetisch oogpunt, willen we de grienden behouden. Ze vormen een groene oase. Ook de wielen, vroegere dijkdoorbraken, zijn historisch, ecologisch en esthetisch waardevolle gebieden. De oeverwallen zijn door hun groene en kleinschalige karakter aantrekkelijk voor de recreant. Verbrede landbouw kan in samenwerking met natuur- en landschapsontwikkeling plaatsvinden. Grootschalige landbouw tast de kleinschaligheid van het gebied aan. In de kernen, clusters en bebouwingsconcentraties wordt gestreefd naar het ontwikkelen van een streekeigen bouwstijl, aansluitend op de huidige bebouwing zoals langgevel-, kortgevel- en T-boerderijen. Op de zonnige, lichte gronden (oeverwal en zuidkant dijk) kan zich natuur in de vorm van bloemrijk stroomdal grasland ontwikkelen. Rondom oude wielen kan zich moeras, natte strooiselruigte en wilgenstruweel vormen. Houtwallen vormen ecologische verbindingen. Hier passen open parkachtige bossen/ bosjes met voornamelijk essen, iepen en eiken met een kruidlaag van bijvoorbeeld boshyacinten en sneeuwklokjes (Stinzenparkbos).

Natuurontwikkeling is verder op de gradiënten tussen droog (oeverwal) en nat (kom en uiterwaard) mogelijk.” Hieronder zijn de beplantingstypen die passend zijn op de oeverwal weergegeven alsook een samenvattende matrix van de nota landschapsbeleid voor de Oeverwal.

Voor onderhavige ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld voor het totale plangebied (bijlage 6). Hierin is zichtbaar dat in lijn met de uitgangspunten voor de oeverwal is ontworpen. Er worden edsoorns, kastanjes, lindes, beuken, berken en eiken geplant. Ook zijn hazelaar, gelderse roos, liguster en kornoelje onderdeel van het beplantingsplan.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 41 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Gefaseerde realisatie Net zoals de woningen wordt ook het landschapsplan gefaseerd ontwikkeld. Tegelijkertijd met de eerste fasen van de woningen (clusters 1A, 1B en 2) wordt de eerste helft van het landschapsplan gerealiseerd. Zodra de overige fasen tot ontwikkeling komen wordt de andere helft van het landschapsplan gerealiseerd. Op de afbeelding hieronder zijn de clusters 1A, 1B en 2 inclusief het bij deze fase behorende landschapsplan weergegeven. Doordat deze ‘knip’ ook voor het waterhuishoudkundig plan geldt leidt deze knip niet tot tijdelijke maatregelen en kan er permanent worden aangelegd.

Beheer en onderhoud

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 42 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Het beheer en onderhoud van het landschapsplan ligt bij de eigenaar/pachter van de gronden waarop het landschapsplan is voorzien. Via een overeenkomst met de eigenaar van de grond zijn hierover afspraken gemaakt, welke voor rechtsopvolgers zijn geborgd via een kettingbeding. Hierin is geregeld dat het beheer en onderhoud voor de toekomst wordt geborgd door een kadastrale aantekening (kwalitatieve verplichting) op de gronden op te nemen. 5.1.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.

Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

Onderhavig plangebied is gelegen in het Landelijk gebied. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening is met die reden op onderhavig plangebied van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie om een planmatige (stedelijke) ontwikkeling. Hierop is de kwaliteitsverbetering altijd van toepassing. De afspraak die bij dergelijke ontwikkelingen hoort is een

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 43 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

storting in het landschapsfonds of bijdrage in natura in een landschapsversterkend project. Het gaat hierbij om een afdracht van 1% van de uitgifteprijs van de grond in kwaliteitsverbetering, zijnde voor de fasen 1A, 1B, 2 en een deel van fase 5: € 36.280,24. Dit is tot stand gekomen op basis van de navolgende gegevens: Uitgifteprijzen: € 200 (grondprijs sociaal); € 370,80 (grondprijs vrije sector). Uitgifteverdeling en oppervlakten fasen 1A, 1B en 2:

Uitgifteverdeling en oppervlakte fase 5: Kavel 82: - dure koop; - 983,03m². Berekening 1% uitgifteprijs: € 200 (grondprijs sociaal) x 1747 m2 (uitgeefbare grond sociaal huur en sociale koop) € 370,80 (grondprijs vrije sector) x 8842,03 m2 (uitgeefbare grond vrije sector) € 3.628.024,72 totaal X 1% = € 36.280,24.

+

In onderhavige situatie wordt deze verplichte afdracht geïnvesteerd in het gedeelte van het landschapsplan dat tegelijkertijd met fasen 1A, 1B en 2 wordt aangelegd. De uitwerking hiervan is

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 44 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

bijgevoegd als bijlage 3 bij de regels. De investering die de aanleg van dit gedeelte van het landschapsplan vergt is berekend op basis van normen zoals opgenomen in bijlage 5 en 6 van de Subsidieregeling stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant (bijlage 7 van deze toelichting). De berekening kent een resultaat van € 65.768,71. Gezien de investeringen de verplichte afdracht overstijgen wordt voldaan aan de vereisten in het kader van de gemaakte afspraken over kwaliteitsverbetering van het landschap tussen de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie. Het landschapsplan dat tegelijkertijd met de fasen 1A, 1B en 2 wordt aangelegd is juridisch verankerd in de tussen de gemeente en initiatiefnemer gesloten overeenkomst en via een voorwaardelijke verplichting in dit bestemmingsplan. Voor de fasen die via een uitwerkingsbevoegdheid worden mogelijk gemaakt, kan de verplichte afdracht nog niet worden berekend en kan dus niet bezien worden of het aanvullend te realiseren gedeelte van het landschapsplan toereikend is qua investering. Bij de uitwerking van deze fasen is als voorwaarde voor uitwerking in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de 1%-regel moet worden uitgewerkt.

Mocht sprake zijn van een tekort (investeringen zijn lager dan verplichte afdracht), dan zullen aanvullende maatregelen in de vorm van het aanleggen van meer landschapselementen of een afdracht in het gemeentelijke groenfonds gedaan moeten worden. Het totaal beoogde landschapsplan dat voor de totaalontwikkeling inclusief uitwerkingsgebieden is opgesteld is bijgevoegd als bijlage 6 bij deze toelichting.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 45 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

5.2

Natuur

5.2.1

Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2

Groen en natuur/biodiversiteit

Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd.

Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat is aangewezen voor de ontwikkeling als gemeentelijk natuurnetwerk. De routekaart Groen, Blauw en Natuur is in onderhavige situatie dan ook niet van toepassing. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft ernaar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 46 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

De initiatiefnemer van onderhavige ontwikkeling heeft een quickscan flora en fauna uit laten voeren. De quickscan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9). In deze quickscan zijn op basis van de bevindingen aanbevelingen voor wat betreft natuurinclusief bouwen gedaan, deze zijn als volgt: “In het plan is een groot oppervlak rond de te realiseren buurtjes bestemd voor nieuwe natuur. De feitelijke inrichting is nog niet concreet. Natuurwaarden kan men doen laten toenemen door bijvoorbeeld het volgende uit te voeren: De aanleg van poelen of een lijnvormige organische plas-dras dooradering. Kleinschaliger maken van het landschap (mozaïek) door de aanleg van lijnvormige struweelhagen, als dan niet met inheemse loofbomen (‘staanders’) die men laat uitgroeien. Een soort als de linde heeft een grote aantrekkende werking op insecten. De buurtjes zouden met deze elementen kunnen worden omzoomd. Aanleg weiden, die men extensief laat beweiden met bijvoorbeeld schapen. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland, bij voorkeur op plekken waar de voedselrijke toplaag is verwijderd. Het gecontroleerd creëren van ruigere lijnvormige zones en hier de vegetatie spontaan op laten komen. Eventueel deze uitrasteren om betreding te voorkomen.

Aanplant van hoogstam fruitbomen.” De initiatiefnemer neemt deze aanbevelingen ter harte bij de woningbouwontwikkeling in het plangebied, ze zijn dan ook verwerkt in het landschapsplan dat onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Aanvullend op de aanbevelingen van de ecoloog die de quickscan heeft uitgevoerd heeft de gemeente ook maatregelen voor natuurinclusief bouwen benoemd. Deze zijn, het toepassen van: Groene daken; Inbouwkasten voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Ook deze aanbevelingen worden ter harte genomen door de initiatiefnemer voor wat betreft de projectmatig te realiseren woningen. Hij neemt ze verder op in de kavelpaspoorten die integraal onderdeel uitmaken van de voorwaarden behorende bij de zelfbouwkavels. Ter zekerstelling van de uitvoering van deze natuurinclusieve maatregelen is een algemene bouwregeling hiertoe in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”.

In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. In het plangebied zijn ter hoogte van de nieuwbouw – uitgezonderd fase 5 - geen bomen aanwezig. Met die reden is geen sprake van belemmeringen voor bomen of het bouwplan. In fase 5 zijn diverse bomen aanwezig, welke niet allemaal behouden kunnen worden om het bouwplan aldaar te kunnen realiseren. Nog geïnventariseerd moet worden welke van deze bomen daarvoor precies moeten worden gekapt. De in dit gedeelte van het plangebied aanwezige bomen zijn niet opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. Voor deze bomen gelden de algemene regels, welke los van dit

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 47 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

bestemmingsplan van kracht zijn en waarmee ten tijde van de uitwerking van het bouwplan rekening gehouden zal moeten worden. Ter hoogte van het erf van de om te schakelen agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en de sanering van de agrarische functie en -bebouwing zijn in de voortuin enkele bomen aanwezig. Deze bomen staan ook niet in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. Hier vinden geen veranderingen aan plaats. Met die reden is geen sprake van belemmeringen voor bomen of het bouwplan. 5.2.3

Natuurtoets

Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. 5.2.3.1 Gebiedsbescherming Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Er mogen door een ontwikkeling geen directe negatieve effecten, zoals areaalverlies, versnippering, verstoring of bijv. verandering van de waterhuishouding, optreden. Verder moet aangetoond worden dat door een ontwikkeling geen sprake is van indirecte negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Het gaat dan om de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden die hiervoor gevoelig zijn. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en).

Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). In of in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van Natuur Netwerk Brabant. Geen sprake is dan ook van directe aantasting of externe werking van de ontwikkeling op het Natuur Netwerk Brabant. Het plangebied ligt buiten beschermde Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten beschermde Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Rijntakken dat op circa 4,8 kilometer van het plangebied ligt. Omdat het plangebied buiten beschermde gebieden ligt zijn directe effecten, zoals areaalverlies en versnippering, uitgesloten. Tevens kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Wel moet nog aangetoond worden dat indirecte effecten niet aan de orde zijn.

Berekend moet worden of het initiatief in zowel de gebruiks- als aanlegfase geen negatief effect (stikstofdepositie) heeft op Natura 2000-gebieden. Dat de gebruiksfase moet worden berekend is vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor de aanlegfase (bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten om het initiatief te realiseren) is hierin een vrijstelling opgenomen. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159). Sindsdien geldt de vrijstelling niet meer en moet ook voor de aanlegfase een berekening gemaakt worden. Voor zowel de realisatie- als gebruiksfase is voor deze

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 48 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

ontwikkeling een AERIUS-berekening uitgevoerd en een notitie van de invoergegevens opgesteld. De notitie en berekeningen zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8). De conclusie hiervan is als volgt: “Via de AERIUS-calculator is berekend in hoeverre het project voor wat betreft de realisatie- en gebruiksfase invloed heeft op dit en andere Natura 2000-gebieden. Uit de berekeningen volgt dat door de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUS-berekening heeft aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Het is niet nodig om aangaande het aspect gebiedsbescherming een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uit te voeren.” Gebiedsbescherming ingevolge de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 5.2.3.2 Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig.

Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Door Buro Maerlant is voor zowel de nieuwbouw als de omschakeling van een bedrijfs- naar een burgerwoning aan Langwijkstraat 35/35A een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage behorende bij de quickscan voor de nieuwbouw is als bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd. De samenvatting en conclusie van deze quickscan zijn als volgt. “Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: -

Mogelijke functie van de laanbeplantingen aan de Molenweg als vliegroute voor vleermuizen. Algemene broedvogels, inclusief eventueel aanwezige weidevogels (niet jaarrond beschermd). Kans op de vestiging van rugstreeppad indien water stagneert tijdens de voortplantingsperiode.

Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn bij de ontwikkeling van het plangebied op basis van de huidige staat van het plangebied géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. De aanleg van nieuwe natuur kan voor veel soorten kansen bieden. Advies Vleermuizen De laanstructuur aan de Molenweg blijft conform het huidige plan behouden. De eventuele kap van enkele bomen heeft op de functie als vliegroute geen effect. Indien het plan wijzigt en men een groter aantal bomen wenst te kappen wordt geadviseerd dit initiatief voor te leggen aan een ter zake deskundige (ecoloog). Bij het gebruik van (bouw) verlichting dient men rekening te houden met vleermuizen en te borgen dat verlichting van de laan structuur af wordt gericht óf dusdanig dat boomkronen voldoende donker blijven. Vogels algemeen

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 49 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in het plangebied aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen rekening te houden met de broedperiode van vogels algemeen inclusief weidevogels. Werkzaamheden als sloop (schuur), het verwijderen van beplantingen en grondverzet algemeen wordt bij voorkeur uitgevoerd vóór half februari en ná half augustus. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk op een ander moment te werken. Het verstoren van broedende vogels (dat leidt tot het permanent verlaten van een nest) is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Amfibieën (rugstreeppad) Bij grondwerkzaamheden in de voortplantingsperiode van rugstreeppad (globaal april tot augustus, soms tot in september) dient men te voorkomen dat ondiepe waterplassen ontstaan en rugstreeppad zich alsnog vestigt. In de voortplantingsperiode dienen ondiepe plassen per direct te worden gedempt. Voorkomen vestiging soorten algemeen In de huidige staat heeft het plangebied voor veel soorten weinig betekenis. Indien het plangebied verruigt bestaat de kans dat soorten zich alsnog vestigen.

Voor dit doel wordt geadviseerd verruiging te voorkomen door voortzetting van het huidige gebruik of door periodiek maaien tot aan de uitvoer van de ingrepen.” Soorten vormen, mits de vestiging van de rugstreeppad actief wordt voorkomen, gecontroleerd wordt op broedende vogels bij aanvang werkzaamheden en bij het gebruik van (bouw)verlichting rekening wordt gehouden met vleermuizen door ervoor te zorgen dat verlichting van de laan structuur af wordt gericht óf dusdanig dat boomkronen voldoende donker blijven, geen belemmering voor de realisatie van onderhavige ontwikkeling. De rapportage behorende bij de quickscan voor de omschakeling van Langwijkstraat 35/35A is als bijlage 21 bij deze toelichting gevoegd. De samenvatting en conclusie van deze quickscan zijn als volgt. “Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële en actuele natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: »» Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en nesten van de de huismus in de te slopen bebouwing; »» Vooralsnog onduidelijke functie van een te slopen loods waarin enkele sporen van de steenuil zijn aangetroffen; »» Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).

Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn bij de ontwikkeling van het plangebied op basis van de huidige staat van het plangebied géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Nader onderzoek naar vleermuizen de huismus en steenuil is noodzakelijk om te kunnen bepalen of eventueel beschermende maatregelen benodigd zijn. Het plan De Groene Beemd, waar dit initiatief aan is gekoppeld, biedt voor alle soorten kansen. Advies Vleermuizen en steenuil (erf en te slopen opstallen) Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit twee bezoeken in midden mei tot midden juli en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van circa 20 dagen. Tijdens deze bezoeken dient tevens middels aanvullend sporenonderzoek en het feitelijk

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 50 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

aantreffen van uilen vast te worden gesteld of sprake is van een vaste rustplek voor de steenuil of dat deze slechts incidenteel wordt bezocht. Huismus Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te voeren naar de huismus. Volgens de huidige richtlijnen dient dit te bestaan uit minimaal twee bezoeken in de periode april - medio juni met een minimale tussenpoos van 10 dagen. Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in het plangebied aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen rekening te houden met de broedperiode van vogels algemeen. Werkzaamheden als sloop en grondverzet algemeen wordt bij voorkeur uitgevoerd vóór half februari en ná half augustus. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk op een ander moment te werken. Het verstoren van broedende vogels (dat leidt tot het permanent verlaten van een nest) is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” Voor de sloop van de bedrijfsopstallen, als onderdeel van de om te schakelen bedrijfs- naar een burgerwoning, is vervolgonderzoek naar soorten nodig. Pas kan worden gesloopt als geen sprake is van de belemmering van soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is aangevraagd. Het vervolgonderzoek is in gang gezet.

In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de sloop van de bedrijfsopstallen in relatie tot het aspect ‘soorten’ (ontheffing) in het kader van de Wet natuurbescherming. De mogelijk aanwezige soorten vormen geen belemmering voor het gebruik van de bedrijfs- als burgerwoning of de nieuwbouw van de woningen in het overige deel van het plangebied.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 51 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1

Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet

De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=60f0baf0-5c14-4c02-9fb2-16861dc4133a