CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting+regels DGB VG01

Gemeenteraad 23 mei 2024, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststellen bestemmingsplan De Groene Beemd Lithoijen - 202435.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BESTEMMINGPSLAN De Groene Beemd Lithoijen - 2024 Toelichting + regels

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 1 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Bestemmingsplan De Groene Beemd Lithoijen – 2024 Vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, Mei 2024

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 2 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied.................................................................................................................................................. 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen .............................................................................................................. 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ............................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ............................................................................................................................. 14 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .................................................................................................................. 21 4.1 Wettelijk kader .........................................................................................................................................

21 4.2 Rijksbeleid ................................................................................................................................................ 23 4.3 Provinciaal beleid .................................................................................................................................... 24 4.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................. 30 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ....................................................................................................................... 38 5.1 Landschap ................................................................................................................................................ 39 5.2 Natuur ....................................................................................................................................................... 45 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ............................................................................................................... 51 5.4 Mobiliteit en parkeren..............................................................................................................................

57 5.5 Water......................................................................................................................................................... 60 5.6 Defensie .................................................................................................................................................... 63 5.7 Milieuaspecten ......................................................................................................................................... 64 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.)............................................................................................................... 84 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels................................................................................................................ 85 6.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 85 6.2 Regels ....................................................................................................................................................... 85 Hoofdstuk 7 Handhaving ....................................................................................................................................

88 7.1 Beleidskader............................................................................................................................................. 88 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ..................................................................... 88 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht.................................................................. 89 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 90 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................... 91 9.1 Omgevingsdialoog ................................................................................................................................... 91 9.2 Vooroverleg .............................................................................................................................................. 91 9.3 Inspraak .................................................................................................................................................... 95 9.4 Zienswijzen ............................................................................................................................................... 95

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN

zie separaat bijlagenboek 1. Stedenbouwkundig plan; 2. Verkennend bodemonderzoek Langwijkstraat 35/35A 3. Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk 4. Verkennend bodemonderzoek Groenewoud

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 3 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

5. Referentiebeelden beeldkwaliteit fase 1 6. Landschapsplan 7. Investeringsoverzicht landschapsplan 8. Quickscan flora en fauna nieuwbouw 9. Voortoets Stikstof 10. Aanvullend vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten 11. Resultaten www.watertoets.nl 12. Verkennend archeologisch onderzoek 13. Akoestisch onderzoek 14. Selectiebesluit archeologie n.a.v. karterend booronderzoek 15. Profielen 16. Selectiebesluit archeologie n.a.v. bureau- en booronderzoek 17. Waterhuishoudkundig plan 18. Nader onderzoek bodem Langwijkstraat 35/35A 19. Nader onderzoek bodem Lithoijensedijk 20. Nader onderzoek bodem Groenewoud 21. Quickscan flora en fauna Langwijkstraat 35/35A 22. Opzet vrijvervalrioolstelsel nieuwbouw 23. Archeologieplan 24. Archeologisch karterend booronderzoek 25. De Groene Beemd Lithoijen – 2024, verkeerskundige onderbouwing

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 4 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

TOELICHTING Bestemmingsplan De Groene Beemd Lithoijen – 2024

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 5 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In Lithoijen wordt door de eigen inwoners al tientallen jaren de behoefte aan nieuwe woningen geuit. Nu Lith Oost - de lange termijn woningbouwlocatie voor zowel Lith als Lithoijen - uitontwikkeld raakt, is de tijd gekomen om in Lithoijen nieuwbouw mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan is daartoe opgesteld. Het regelt een gefaseerde ontwikkeling van maximaal 87 nieuwe grondgebonden woningen in het noordwesten van Lithoijen, waarvan er via dit bestemmingsplan 39 rechtstreeks worden bestemd. Voor het overige is in dit bestemmingsplan een uitwerkingsplicht opgenomen. 1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordwesten van het dorp Lithoijen. Meer concreet ligt het plangebied ten zuiden van de woningen aan het Groenewoud, ten oosten van de Molenweg, ten noorden van de bebouwing aan de Langwijkstraat en ten westen van de Stuwstraat en de bebouwing die daaraan is gelegen. Op de afbeelding hieronder is de ligging van het plangebied met een rode stippellijn globaal weergegeven.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 6 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “De Groene Beemd Lithoijen – 2023” gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Twee Kernen - 2018

20 augustus 2018

Buitengebied Oss - 2020

16 april 2020

Parapluplan Geitenhouderijen - 2019

5 maart 2020

Parapluplan Wonen - 2023

16 juni 2023

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 7 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

2.1 Ontstaansgeschiedenis De ontwikkeling van het gebied waarbinnen Lithoijen ligt is in sterke mate bepaald door de rivier de Maas en rivieren die hier voorheen stroomden. De rivier is de vormende kracht in het gebied. Deze rivieren hebben de laatste 10.000 jaar veel materiaal afgezet. Doordat bij overstromingen de stroomsnelheid dicht bij de rivier hoger was dan verder bij de rivier vandaan bezonken de grotere deeltjes (zand en lichte klei) dicht bij de rivier en de kleinere deeltjes (zware klei) op grotere afstand van de rivier. Hierdoor ontstonden parallel aan de rivier hoger gelegen rivierklei-/zandgronden, ook bekend als stroomruggen of oeverwallen. Verder van de rivier af ontstonden lager gelegen, zwaardere komgronden. Door de ligging aan de rivier en het ontbreken van bedijking was er in het gebied jaarlijks terugkerende wateroverlast. De hoge gronden van de oeverwallen en de rivierduinen overstroomden zelden en boden een relatief veilige woonplaats. Bewoning heeft zich in deze gebieden dan ook lange tijd beperkt tot deze hoger gelegen gebieden. De waterstanden waren destijds overigens niet zo hoog als tegenwoordig, door het ontbreken van dijken. De oeverwallen hadden als voordeel dat ze zeer geschikt waren als akkerbouwgrond, vanwege de natuurlijke vruchtbaarheid en de goede bewerkbaarheid. Op zulke oeverwallen is de kern Lithoijen ontstaan.

Ook nu zijn de oeverwallen mede te herkennen aan de boomgaarden en kleinschalige akkers. Lithoijen heeft een oude bewoningsgeschiedenis. De oudste vondsten die gedaan zijn, dateren uit de late bronstijd/vroege ijzertijd (700 à 500 voor Christus). Ook de Romeinen hebben hier hun sporen achtergelaten. In deze periode stroomde de Maas veel zuidelijker dan nu het geval is, waarschijnlijk vlak langs de huidige kern Teeffelen en door een deel van de huidige kern Lithoijen. Zoals vrijwel overal in noordwest Europa nam omstreeks 1200 de bevolking toe. Er ontstond meer behoefte aan landbouwgrond en aan veilige woonplekken. De rivier werd bedijkt, wat de veiligheid vergrootte en het verlies van landbouwproducten door overstromingen verkleinde. Aanvankelijk legde ieder dorp zijn eigen langs- en dwarsdijken aan. In de loop van de dertiende eeuw werden die losse dorpspolders aaneengesmeed, waardoor een doorgaande dijk langs de Maas ontstond. In Lithoijen vond dit proces ergens in het begin van de veertiende eeuw plaats. In grote lijnen bleef de ruimtelijke structuur van Lithoijen na de Middeleeuwen gelijk tot aan het begin van de twintigste eeuw. Toen vonden er diverse grootschalige ingrepen plaats, die de kern en het landschap ingrijpend veranderden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de rivierverbeteringen in de jaren ’30.

Diverse meanders van de Maas werden afgesneden waardoor de rivier korter en rechter werd. Bovendien werden de rivierdijken op diverse plaatsen flink verhoogd. Diverse ruilverkavelingen veranderden de wegen, de afwaterings- en kavelstructuur. Slechts kleine stukken land zijn buiten de ruilverkavelingen gevallen en hebben daardoor nog hun vroegere parcellering. Vele wegen werden verhard. Temidden van de voorheen nog losjes gegroepeerde dorpsbebouwing heeft sterke verdichting plaatsgevonden. In Lithoijen is geen sprake geweest van grootschalig geplande uitbreidingen. Ondanks deze ingrepen heeft Lithoijen haar oorspronkelijke ruimtelijke opbouw grotendeels weten te behouden. Het organisch gegroeide dorp draagt bij aan het specifieke karakter van het gebied. Lithoijen heeft een duidelijke relatie met het omliggende landschap. Er is sprake van een sterke verweving tussen bebouwde kern en het landelijk gebied. 2.2.1 Ruimtelijke opbouw

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 8 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

De bebouwing in Lithoijen was oorspronkelijk geheel op terpen gelegen. Zware klei werd voor dit doel gedolven uit de nabijgelegen verlandde stroombeddingen. De grote vroeger beboste driehoekige ruimte aan de zuidkant van het dorp is een overblijfsel van de samenkomst van twee verlandde beddingen. Deze zijn geheel vergraven. De vooral agrarische bebouwing was gegroepeerd in buurtjes, veelal “wijken” genoemd, zoals de Lange Wijk, de Scheurheuvel, de Olijfwijk en het Dorp. De Lange wijk (huidige Langwijkstraat) is zeer langgerekt met een vluchtpad dat aansluit op de dijk. Dit pad is in zijn geheel verdwenen. De Scheurheuvel ligt in een V-vorm langs de grote driehoekige ruimte en valt buiten het plangebied. De Olijfwijk is een klein groepje verspreid staande huizen in het westelijk deel van het dorp. Het Dorp, de dorpskern, met kerk, pastorie en school en midden op het kruispunt van wegen het oude raadhuis. Na 1900 heeft er vooral verdichting plaatsgevonden van enkele bebouwingslinten. Tot de jaren ’60 zijn er nauwelijks nieuwe woningen gebouwd. Dit is duidelijk te zien op de topografische kaart van 1956, die nauwelijks afwijkt van de topografische kaart van 1912.

Op de topografische kaart van nu is duidelijk zichtbaar dat er na de jaren ‘60 via inbreidingsontwikkelingen op veel plekken sterk is verdicht.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 9 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

2.2 Ruimtelijke karakteristiek De ruimtelijke dragers van Lithoijen zijn de dijk en het vaak nog historische wegenpatroon. Kenmerkend voor Lithoijen is de relatie van de dorpsbebouwing met het omliggende landschap. Het landschap is bijna overal in het dorp aanwezig. Het dorp toont een veelheid aan historische elementen. Vele wegen stammen nog uit de Middeleeuwen. De dorpsbebouwing kent een lage bebouwingsdichtheid. Grotere open plekken zijn karakteristiek vanwege de ligging in de historische structuur (restgeulen, meanderrestanten en doorbraakgeulen) of de ligging in de historisch-stedenbouwkundige structuur (open plek langs een woonpad).

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 10 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Karakteristieke dorpsbebouwing Het centrum van Lithoijen (omgeving van het Prelaat van den Bergplein) wordt gekenmerkt door een groot aantal karakteristieke gebouwen die rond 1900 zijn opgericht: de kerk, de pastorie, een deel van de kerkhofmuur, het voormalige klooster, het voormalige raadhuis en twee boerderijen. Dit deel van Lithoijen heeft een beeldbepalend karakter. Dijkbebouwing Ter plaatse van de dijkwoningen in Lithoijen ligt de dijk niet meer op het oorspronkelijke, middeleeuwse tracé. Karakteristieke open plekken Een tweetal gebieden in de kern is aangemerkt als karakteristieke open plek. Één ervan grenst aan het Dorpspad. De ander betreft de stroomgeulrestant “De Meer” in het zuidelijk deel van Lithoijen. De terreinen bestaan voor het merendeel uit graslanden met struikgewas en bomen. Op de open plekken zijn incidenteel schuurtjes te vinden. De open plekken worden als zeer waardevol beschouwd en vormen een integraal deel van de ruimtelijke karakteristiek van de kern. Uitbreidingen De laatste twee decennia hebben er een beperkt aantal planmatige woonuitbreidingen plaatsgevonden. Deze planmatige uitbreidingen zijn te vinden in de noordzijde van de kern. De structuur van deze woonbuurt wordt gekenmerkt door geometrische structuur. De woningen in de ‘Lithoijense Enge’ zijn gebouwd op voormalige agrarische gronden.

De bebouwing bestaat uit tweekappers en vrijstaande woningen. 2.3 Woonpaden In Lith en Lithoijen liggen padenstelsels die een belangrijke rol spelen in de ruimtelijke karakteristiek van de dorpen. Het gaat om eeuwenoude kerkpaden maar ook om markante woonpaden. Dit zijn paden die uit de Middeleeuwen stammen en onderdeel zijn van een bijzondere verkavelingswijze. Typerend voor de woonpaden is dat ze niet achteraf tussen de landerijen lopen, maar dat de woningen direct aan het pad liggen en dat ze feitelijk de dragers zijn van de stedenbouwkundige structuur. De voorzijden van de woningen zijn georiënteerd op het pad, daartegenover lagen overtuinen. De achterzijdes van de woningen sluiten aan op een ontsluitingsweg. Uit een historisch-stedenbouwkundige studie blijkt dat woonpaden typerend zijn voor deze omgeving: in de vorige eeuw kwamen er in de dorpen aan de Maaskant nog 12 voor. Elders is het verschijnsel vooralsnog onbekend. Sinds het begin van de 19e eeuw zijn de woonpaden in een snel tempo verdwenen, zodat er momenteel in Lith nog maar drie woonpaden over zijn en in Lithoijen nog maar één: het Dorpspad. Gezien de paden uit de middeleeuwen stammen vertegenwoordigen ze op grond daarvan een belangrijke historische waarde. Bovendien bepalen de paden in belangrijke mate de ruimtelijke karakteristiek van de kernen.

Deze paden worden dan ook hersteld en/ of nieuw gemaakt vanwege hun recreatieve en cultuurhistorische waarden. Daarnaast zijn ze ook belangrijk vanwege veiligheid: ze bieden fietsers en voetgangers een alternatief voor enkele drukke doorgaande wegen. Hiervoor is in opdracht van de gemeente door bureau Cuypers omstreeks 2001 een Padenplan gemaakt en zijn inmiddels enkele paden gerealiseerd en te aanschouwen. Het padenplan is recentelijk verder uitgewerkt met het plan ‘Beleefbare paden’. Met het uitvoeren van de padenplannen worden de paden goed beleefbaar: zo wordt de uitstraling verbeterd, worden de entrees herkenbaar gemaakt en worden vele knelpunten opgelost. Verder worden verschillende kernen onderling verbonden, wordt er bijgedragen aan de verkeersveiligheid en worden de meest interessante routes

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 11 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

onderling gekoppeld. Als onderdeel van het Padenplan zijn er ook opties voor inrichting van overtuinen opgesteld. Voor de uitvoering van het plan ‘Beleefbare paden’ heeft de gemeente begin 2021 subsidie van de provincie Noord-Brabant ontvangen. In het plangebied heeft ook een woonpad gelopen. Het woonpad lag door het plangebied (oost-west) parallel aan de Langwijkstraat. Het woonpad is niet meer aanwezig. 2.4 Functionele karakteristiek Tot zo’n 25 jaar geleden was er in de Lithoijen nauwelijks sprake van centrumvorming en waren grote delen van de kern aan te merken als gebieden met een gemengde functie. Temidden van woonbebouwing kwamen nog veelvuldig agrarische bedrijven, andersoortige bedrijven, winkels, kantoren, horeca et cetera voor. Inmiddels heeft er een sterke ontmenging plaatsgevonden. De maatschappelijke-, winkel- en horecavoorzieningen zijn vrijwel geheel geconcentreerd/ gelegen rondom de kerk met een uitloper richting de hoek Dorpsstraat/ Molenweg en de hoek Langwijkstraat/ Lithoijense Dijk. In het dorp zijn nog twee agrarische bedrijven gelegen, een fruitteler aan de Langwijkstraat nabij de Lithoijense Dijk en een grondgebonden veehouderij aan de Langwijkstraat nabij de Molenweg (in/ nabij het plangebied). Het plangebied bestaat op dit moment uit gronden die voor agrarische doeleinden worden gebruikt (gras/weiland en/of akker).

2.5 Wonen Lithoijen heeft 895 inwoners (1 januari 2022), dit zijn 330 huishoudens. In Lithoijen staan 332 woningen, waarvan 83% koopwoningen en voor het overige woningen die verhuurd worden door een woningcorporatie of particuliere eigenaar. Het aantal eengezinswoningen bedraagt 96 % van het totaal aantal woningen. De gemiddelde woningbezetting in Lithoijen is 2,7 personen per woning. De volkshuisvestelijke karakteristiek van Lithoijen komt overeen met het stereotypische beeld van kleine landelijke kernen, vrijwel uitsluitend eengezinswoningen waarbij en hoog percentage van eigen woningbezit en een hoog percentage van vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen geldt. In het plangebied is één woning aanwezig, het gaat om een agrarische bedrijfswoning met agrarische bedrijfsbebouwing. Het plangebied wordt op dit moment ook voor agrarische doeleinden gebruikt (gras/weilanden en/ of akkers). Het plangebied is omgeven met woningen. 2.6 Verkeer De ontsluiting van Lithoijen wordt verzorgd door de N625 die de kern Lithoijen verbindt met de stad Oss en het naastgelegen dorp Lith. Tussen Lith en Lithoijen fungeert die weg als dijkweg langs de Maas. De weg maakt ook deel uit van de busverbinding ’s-Hertogenbosch – Oss. De weg loopt volledig buiten de bebouwde kom. Ter hoogte van de kern is de weg gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 80 km/uur.

Op de weg rijden ongeveer 4700 motorvoertuigen per etmaal. De wegenstructuur van Lithoijen sluit aan op de N625. De verkeerstructuur in Lithoijen richt zich in het bijzonder op de Lithoijense Dijk die dient als ontsluiting van de kern. De overige ontsluitingswegen van de kern lopen via de Weisestraat aan de zuidzijde, de Molenweg en de Valkseweg aan de westelijke zijde en via de Langwijkstraat. Aan de noordzijde van Lithoijen is de ontsluiting van de kern minimaal.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 12 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Vrijwel alle wegen in de kern hebben een gemengde functie. Dit betekent dat de weg zowel voor de auto’s, fietsers en voetgangers wordt gebruikt. Er zijn slechts enkele trottoirs aanwezig. In de kern zijn diverse rabatstroken aanwezig die gebruikt worden voor zowel parkeren als door voetgangers. In het centrum van de kern vindt het parkeren plaats in enkele parkeervakken. Tenslotte zijn enkele historische voetpaden aanwezig in de kern waardoor een fijnmazige structuur voor voetgangers is ontstaan, te midden van een grofmazige autostructuur. Het plangebied wordt op dit moment direct ontsloten op de smalle Stuwstraat die vooral gebruikt wordt voor bestemmingsverkeer en de dorpsontsluitingsweg Molenweg. De afbeelding hieronder toont een uitsnede van het verkeersmodel van 2022 waarop zichtbaar is hoeveel motorvoertuigen per etmaal over de wegen rondom het plangebied (en in Lithoijen) bewegen. Het gaat om 920 mvt/etmaal op de Stuwstraat en 1153 mvt/ etmaal op de Molenweg. Hoofdstuk 5.4 gaat nader in op het aspect verkeer.

2.7 Groen Het openbare groen in Lithoijen bestaat voor het grootste deel uit grasbermen (langs de straten) met bomen(rijen). Met name het gebied langs de dijk is een kenmerkend openbaar groen element. Verder ligt er nabij de Kleine Eng een groene openbare speelvoorziening. Het groene beeld in Lithoijen wordt niet alleen bepaald door openbaar groen, maar vooral ook door particulier groen zoals de waardevolle karakteristieke open plekken - die eerder in dit hoofdstuk zijn benoemd - en ander groen in privébezit. Het plangebied bestaat op dit moment grotendeels uit gras-/akkerland dat nog voor agrarische doeleinden wordt gebruikt. Aan de randen van het plangebied is bebouwing aanwezig dat hoofdzakelijk groen is ‘ingekleed’. Op de erfgrenzen met aangrenzende percelen is (indien aanwezig) voornamelijk sprake van groene erfafscheidingen. 2.8 Water

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 13 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

In Lithoijen is beperkt oppervlaktewater aanwezig. Er zijn slechts singels (brede sloten) en sloten in de kern aanwezig, welke op sommige plekken beeldbepalend zijn. Rondom de kern is vooral sprake van poldersloten. Verder hebben de bermen van enkele wegen de functie van wateropvang. In Lithoijen is een gemengde riolering aanwezig waarin zowel afvalwater als hemelwater wordt opgevangen en afgevoerd naar de RWZI in Oijen. Voor wat betreft nieuwbouwprojecten is het de bedoeling dat het water gescheiden wordt verwerkt. Dus dat regenwater zo veel als mogelijk op eigen terrein door infiltratie wordt toegevoegd aan het grondwater of indien dat niet of slechts deels mogelijk is voor het overige via aantakking op het bestaande slotenstelsel wordt afgevoerd. Dergelijke projecten zijn (en worden) v.w.b. het hemelwater dus niet aangesloten op het gemengde rioolstelsel. In/ nabij het plangebied is op dit moment open water in de vorm van watergangen (sloten) aanwezig. In het plangebied bestaat de bodem grotendeels uit klei. De infiltratiecapaciteit is hierdoor laag. Het hemelwater dat in het plangebied valt wordt voor zover de bodem dit toelaat geïnfiltreerd, anders afgevoerd via de watergangen of het blijft op de oppervlakte liggen. Het plangebied is niet aangesloten op het rioolstelsel, omdat er geen afvalwater wordt geproduceerd dat moet worden afgevoerd.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 14 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

3.1 Beoogde situatie De beoogde situatie bestaat uit de gefaseerde toevoeging van 87 grondgebonden (eengezins)woningen ten noordwesten van Lithoijen: woningbouwplan De Groene Beemd. De toe te voegen woningen zijn van de types hoek/ rij, twee-onder-één-kap en vrijstaand. Het gaat om projectmatige woningbouw, afgewisseld met zelfbouw. Er zullen dus naast woningen ook bouwkavels worden aangeboden. Het plan is zo ontwikkeld dat het op natuurlijke wijze aansluit bij de huidige stedenbouwkundige en landschappelijke structuur van Lithoijen. Zo is gekozen voor een planopzet waarbij de woningen in zes (1A, 1B, 2, 3, 4, 5) clusters rondom een open plek worden ontwikkeld, met woonpaden aan de voorzijde van de woningen die (zoveel mogelijk) grenzen aan de open plek. De fasering van het woningbouwplan bestaat uit vijf fasen, die ieder afzonderlijk een afgerond geheel vormen. Dat betekent dat als slechts één of enkele fasen worden ontwikkeld niet het idee ontstaat dat ‘het’ niet af is. Deze opzet sluit niet alleen stedenbouwkundig en landschappelijk gezien goed aan op de zo kenmerkende structuur van Lithoijen, maar zorgt ook voor het op een goede wijze (aan de hand van de behoefte) kunnen faseren van het aanbod en de beperking van eventuele bouwoverlast voor nieuwe bewoners en/ of omwonenden.

Onderdeel van de ontwikkeling van het woningbouwplan is ook de sanering van een voormalig agrarisch bedrijf aan Langwijkstraat 35/35A. Op deze locatie wordt de bedrijfsfunctie en -bebouwing gesaneerd en de aanwezige agrarische bedrijfswoning wordt omgeschakeld naar een burgerwoning. Dit houdt in dat het agrarisch bouwvlak wordt verwijderd en de bedrijfswoning en het bijbehorend erf de bestemming ‘Wonen – vrijstaand’ krijgen met een bouwvlak ter hoogte van de bestaande woning. Buiten dat er meer openheid ontstaat door de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, is er op dit erf aan Langwijkstraat 35/35A ruimtelijk gezien geen sprake van veranderingen. Hieronder wordt er in dit hoofdstuk daarom verder niet op ingegaan. 3.2 Stedenbouwkundige opzet beoogde situatie Oorspronkelijk lag de bebouwing in Lithoijen geheel op terpen. De vooral agrarische bebouwing was gegroepeerd in buurtjes. Kenmerkend is verder voor Lithoijen de relatie van de dorpsbebouwing met het omliggende landschap. Bijna iedereen woont aan het landschap, de dijk of aan een open groene ruimte. Heel specifiek kwam in het vorige hoofdstuk al aan bod dat Lithoijen wordt gekenmerkt door enkele grote open plekken (rest-geulen, meander-restanten en doorbraakgeulen of een open plek langs een woonpad) in het dorpse weefsel en woonpaden die als zeer waardevol worden beschouwd.

In het plangebied was zelfs zo’n pad aanwezig (oost-west, parallel aan de langwijkstraat). Deze elementen die het specifieke dorpse en landschappelijke karakter van Lithoijen maken, waarbij dorp en landschap één/ verweven met elkaar zijn, is uitgangspunt voor de opzet van onderhavige ontwikkeling. In het plangebied is met voorgaande als uitgangspunt een stedenbouwkundige opzet bedacht: er wordt geclusterd op terpen aan een open plek gewoond. Op stedenbouwkundig niveau zijn profielen uitgewerkt die inzicht geven hierin (bijlage 15 bij deze toelichting). Vanuit de woningen wordt uitgekeken over de open plek, welke via een woonpad gescheiden wordt van de woonclusters. De woonpaden lopen ook door het middengebied, zodat via een langzaam verkeersverbinding van cluster naar cluster gewandeld of gefietst kan worden. Precies zoals de nog aanwezige woonpaden in Lithoijen en de andere dorpen aan de Maas op dit moment ook gebruikt kunnen worden.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 15 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hieronder zijn enkele afbeeldingen opgenomen die de ontwikkeling van de stedenbouwkundige opzet laten zien. De afbeeldingen zijn geen eindbeeld, maar zijn opgenomen ter illustratie hoe de stedenbouwkundige/ landschappelijke opzet vorm heeft gekregen. De eerste twee afbeeldingen zijn opgenomen i.v.m. de weergave van/ de aansluiting op de huidige structuur en de bijbehorende zichtlijnen. De afbeelding eronder geeft schetsmatig de nieuwe stedenbouwkundige structuur van het plangebied weer.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 16 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Het plangebied wordt gefaseerd ontwikkeld. Dat betekent dat via dit bestemmingsplan de eerste fasen rechtstreeks worden bestemd (concreet uitvoerbaar) en de latere fasen via een uitwerkingsbevoegdheid (globale richting) worden geregeld. Dit houdt in dat de uitwerking van de stedenbouwkundige structuur (afbeelding hierboven) wel concreet voor alle fasen is uitgewerkt (afbeelding hieronder), maar dat deze alleen voor de eerste fasen een eindbeeld geeft en niet voor de latere. Het gaat hier namelijk om een ontwikkeling die bedoeld is om de lange termijn behoefte aan woningen op te vangen en nu nog niet duidelijk is wat de behoefte over een aantal jaren na vaststelling van dit bestemmingsplan zal zijn. Met die reden kan het woningbouwprogramma voor de latere fasen daarom nog niet concreet worden ingevuld. Voor de eerste fasen (1A, 1B en 2) geldt de navolgende stedenbouwkundige invulling (afbeelding hieronder en bijlage 1 bij deze toelichting). Voor de andere fasen (3, 4 en 5) is, uitgezonderd één nieuwe woning in fase 5, van deze stedenbouwkundige invulling alleen de structuur (contour woonclusters en onderlinge verbinding van de woonclusters) concreet.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 17 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

3.3 Ontwerpprincipes en beeldkwaliteit 3.3.1 Ontwerpprincipes In verband met de gefaseerde (lange termijn) ontwikkeling van onderhavig woningbouwplan, waardoor het nog niet mogelijk is om de latere fasen compleet ‘uit te ontwikkelen’, zijn in deze paragraaf de ontwerpprincipes behorende bij het totaalplan opgenomen. Deze ontwerpprincipes zijn een leidraad voor de uitwerking van de latere fasen. -

-

-

-

-

Dorps wonen: er komen restruimtes en overhoeken voor. Kleine verdraaiingen verwijdingen en vernauwingen dragen bij aan onverwachte zichtlijnen; De woningen liggen op terpen: alleen waar nodig wordt er opgehoogd. De paden liggen meestal op de terp, maar soms liggen ze aan de onderkant van de terp (bij de teen van het talud). Er ligt niet overal een pad op de terp. Soms draait het pad weg en wordt het talud begrensd door stevige hagen waarachter tuinen liggen; Rijwoningen staan altijd met de voorzijde naar het landschap en hebben in principe geen voortuin maar een stoepje dat direct grenst aan een pad; Andere woningtypes staan afwisselend aan het pad, aan het centrale pleintje of aan een weggetje. Vrijstaande woningen hebben soms de zijtuin aan de openbare ruimte. Dit ondersteunt het dorps wonen; Erfafscheidingen zijn belangrijk: soms zijn er tuinmuurtjes mee ontworpen. Overhangende bomen in de tuin dragen bij aan een groen dorps beeld. Hagen of andere groene erfafscheidingen vormen onderdeel van het woningontwerp. Het overige tussengebied blijft weide: wel zal er wateropvang nodig zijn. Parkeren wordt informeel opgelost. Vaak op het eigen erf op een oprit, soms gebeurt dit onder een carport in de achtertuin. Parkeerkoffertjes liggen bij voorkeur. Niet geheel ingesloten en gaan op in het (landschaps)ontwerp. Elke terp heeft een eigen erfje.

Soms heel minimaal, soms is deze ruimer en is er plaats voor een speelplek of fraaie boom.

3.3.2 Beeldkwaliteit In het participatietraject zijn de dorpsbewoners gevraagd om hun inbreng te geven over de beeldkwaliteit in het plangebied. Om inbreng op te halen zijn drie verschillende referentiesituaties voorgelegd: landelijk-, dorps- en eigentijds wonen. De dorpsbewoners hebben over deze referentiesituaties gestemd. 46% van de stemmers heeft aangegeven de voorkeur te hebben voor de referentiesituatie ‘dorps wonen’. De beelden behorende bij deze referentiesituatie zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 5) en vormen een inspiratiekader voor de te realiseren woningen in het plangebied. Zie hierover ook paragraaf 4.4.5 van deze toelichting. 3.4 Landschappelijke inpassing Door Lindeloof Tuin- en Landschapsarchitecten is als onderdeel van het woningbouwplan een landschapsplan gemaakt. Het landschapsplan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3). Het landschapsontwerp ziet er in opzet zoals hieronder weergegeven uit. De kavelindeling en -invulling op deze tekening is indicatief.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 18 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Het beplantingsplan dat bij deze opzet hoort bestaat uit verschillende inheemse bij het gebied passende boomtypen, heesters en hagen (hoog en laag). De beplanting is in het landschapsplan dat als bijlage 6 bij deze toelichting is gevoegd concreet uitgewerkt. Wat niet in het landschapsplan is uitgewerkt, is het middengebied dat tussen de woonclusters in is gelegen. Dit gebied maakt echter ook onlosmakelijk onderdeel uit van het woningbouwplan. Het is het open gebied waar de bewoners van de woningen in de clusters op uitkijken, paden langs af en doorheen lopen en fietsen. Het is de bedoeling dat het gebied extensief agrarisch gebruikt/ beheerd gaat worden. Geen sprake zal (meer) zijn van intensief agrarisch gebruik door het verbouwen van gewassen, uitrijden van mest of grootschalig maaien. Het gebied wordt voorzien van grasland dat extensief wordt beweid en beheerd en waar ruimte is voor wateropvang wat samen de biodiversiteit in het gebied ten goede zal komen. 3.5 Functionele karakteristiek De functionele karakteristiek van het plangebied bestaat uit wonen en de daarbij behorende aanverwante functies. In onderhavige situatie zijn dat de functies ‘Tuin’, ‘Groen’, ‘Water’, ‘Verkeer’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ (agrarisch/ landschappelijk grondgebruik, geen agrarisch bedrijf).

Dit sluit aan bij de functiebehoefte in een dorp als Lithoijen, welke bestaat uit de toevoeging van woningen. Verder is relevant dat omliggend geen functies gelegen zijn die onderhavige invulling belemmeren of waardoor onderhavige functiewijziging van hoofdzakelijk ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ naar overwegend ‘Wonen’ en aanverwante functies op deze plek niet logisch is. 3.6 Water Rondom het plangebied zijn sloten aanwezig die in de vigerende situatie zorgen voor een goede waterhuishouding in en rondom het plangebied. In het plangebied is het de bedoeling om op vergelijkbare wijze met de waterhuishouding om te gaan, dus door rondom de nieuwe woonclusters laagtes te realiseren waarin het hemelwater dat in het plangebied op de nieuwe verharding valt kan worden

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 19 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

opgevangen en vertraagd worden afgevoerd op het bestaande slotenstelsel. Dit gebeurt via drie hierop aangesloten knijpstuwen. Met infiltreren is geen rekening gehouden, door de (rivier)kleibodem is dit namelijk nauwelijks mogelijk. Het hemelwater dat eventueel infiltreert is ‘mooi meegenomen’. De afbeelding hieronder toont de ligging van uitgewerkte laagtes van bovenaf (blauw) en de locatie van de knijpstuwen (rode sterren).

Bijlage 15 van deze toelichting (profielen) geeft inzicht in het hoogteverloop in het plangebied incl. de laagtes voor het tijdelijk bergen van het hemelwater. Zie hierover ook paragraaf 5.5 van deze toelichting. 3.7 Verkeer

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 20 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Voor gemotoriseerd verkeer is de ontsluiting van het plangebied (4 van de 5 clusters, fasen 1A/1B, 2, 3 en 4) bedacht via twee nieuwe aansluitingen op het bestaande verkeersnetwerk. Het gaat dan om de realisatie van een nieuwe aantakking op de T-splitsing Stuwstraat/ Kleine Eng, waardoor die T-splitsing een kruising wordt. En, om een nieuwe aantakking op de Molenweg. Één cluster, fase 5, wordt voor gemotoriseerd verkeer zelfstandig ontsloten via een tweede nieuwe aantakking op de Molenweg. Voor langzaam verkeer (lopen en fietsen) worden aanvullend hierop nog andere ontsluitingen gerealiseerd. Het gaat om twee aantakkingen op de Stuwstraat en drie op de Molenweg. 3.8 Vertaling beoogde situatie in bestemmingsplan Omdat met onderhavig bestemmingsplan een lange termijn woningbouwontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, worden op dit moment niet alle fasen rechtstreeks bestemd. Alleen fase 1A, 1B en 2 worden rechtstreeks bestemd. Voor de overige fasen geldt een uitwerkingsbevoegdheid. Dat houdt in dat voor die fasen de bestemming ‘Wonen – uit te werken’ is opgenomen, waarmee de gemeenteraad het college van B&W, onder de voorwaarden die in de regels van dit bestemmingsplan zijn opgenomen, de bevoegdheid geeft om het bestemmingsplan voor die fasen later meer concreet uit te werken en vast te stellen.

Pas nadat dit is gebeurd, is het voor de te ontwikkelen woningen in die fasen mogelijk om een omgevingsvergunning activiteit bouwen te verlenen. Voor de te ontwikkelen woningen in de fasen 1A, 1B en 2 kan, nadat dit bestemmingsplan in werking is getreden, direct een omgevingsvergunning activiteit bouwen worden verleend. Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. In dit kader is het belangrijk te vermelden dat de Omgevingswet het instrument ‘uitwerkingsbevoegdheid’ niet kent. Uitwerkingsbevoegdheden die na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet zijn gebruikt, worden echter niet waardeloos, maar veranderen van karakter. De wetgever heeft namelijk voorzien in een overgangsregeling. De uitwerkingsbevoegdheden uit bestaande bestemmingsplannen worden onder de Omgevingswet gelijkgesteld met binnenplanse beoordelingsregels (artikel 22.32 Invoeringsbesluit Omgevingswet). Concreet betekent dit dat wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, ook aan de bepalingen van de (oude) wijzigingsbevoegdheid en de uitwerkingsbevoegdheid wordt getoetst. Als een vergunningaanvraag voldoet aan de beoordelingsregels, dan kan er vervolgens een omgevingsvergunning door het college van B&W worden afgegeven.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 21 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Hoofdstuk 4

Ruimtelijk beleidskader

4.1

Wettelijk kader

4.1.1

Wet ruimtelijke ordening

De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2

Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking”

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 22 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. De omschakeling van de bedrijfswoning in het plangebied naar een burgerwoning is geen stedelijke ontwikkeling, omdat de ‘stenen’ eerder al in een bestemmingsplan zijn opgenomen. Voor dit onderdeel van het bestemmingsplan geldt dan ook dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Dit geldt echter niet voor de nieuwe woningen die in het plangebied worden ontwikkeld.

Op basis van jurisprudentie over de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling geldt in verband met nieuwe woningen dat tot 12 woningen geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het plan “De Groene Beemd Lithoijen – 2023” maakt de ontwikkeling van 87 nieuwe woningen mogelijk. Het gaat om 39 woningen die rechtstreeks via dit bestemmingplan worden bestemd en om 48 woningen op langere termijn via een uitwerkingsbevoegdheid. Omdat voorliggend plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van de Ladder moet de ontwikkeling verantwoord worden vanuit de huidige behoefte. Daarnaast geldt, omdat de planlocatie niet is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, dat ook gemotiveerd moet worden waarom de ontwikkeling niet in het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De ladderverantwoording in verband met onderhavige ontwikkeling bestaat met die redenen uit de beschrijving van de behoefte voor wat betreft de woningen die via dit bestemmingsplan rechtstreeks worden toegelaten én een motivering met betrekking tot de locatie. In paragraaf 4.4.3 van deze toelichting is ingegaan op de behoefte. De conclusie van die paragraaf is dat in/ rondom Lithoijen voldoende behoefte aanwezig is voor de stedelijke ontwikkeling. In verband met de ontwikkelingslocatie buiten het bestaand stedelijk gebied het volgende.

Binnen het bestaand stedelijk gebied van Lithoijen en omgeving is geen ruimte voor de ontwikkeling van 87 grondgebonden woningen. In Lithoijen heeft sinds het plan ‘Kleine Enge’ geen ‘grootschaligere’ uitbreiding meer plaatsgehad. De kleine inbreidingsplekjes (geschikt voor één of enkele woningen) die Lithoijen rijk was, zijn daardoor reeds ingevuld. Als we kijken naar de contouren van het bestaand stedelijk gebied en de invulling ervan, dan is Lithoijen zodanig verdicht dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen ruimte is voor 87 woningen. Uitgeweken zou kunnen worden naar het bestaand stedelijk gebied van Lith. De inbreidingsplekken die daar aanwezig zijn, zijn echter al in ontwikkeling voor woningbouw of andere functies waaraan behoefte is of hebben een te grote landschappelijke waarde. Verder geldt ook voor Lith dat het bestaand stedelijk gebied zodanig is verdicht dat ook hier geen inbreidingsruimte meer is voor 87 grondgebonden woningen. Met onderhavige ontwikkeling wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 23 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.

In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 24 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

- De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De omschakeling van de agrarische bedrijfs- naar een burgerwoning in het plangebied waarbij de agrarische bedrijfsfunctie en -bebouwing worden gesaneerd is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie. Voor de nieuw te realiseren woningen geldt dat deze in lijn met de regionale verstedelijkingsstrategie worden ontwikkeld. De woningen in het plangebied worden duurzaam gerealiseerd. Dat betekent o.a.

dat ze gebruik maken van duurzame energie (zonnepanelen/ warmtepomp) en dat het rood (de woningen) ontwikkeld wordt in samenhang met het blauw (water) en groen (natuur en landschap). Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving

Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht.

Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 25 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt onder andere de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ gewijzigd in bestemmingen die de ontwikkeling van 39 nieuwe woningen rechtstreeks en 48 nieuwe woningen met een uitwerkingsbevoegdheid mogelijk maken. Verder maakt dit plan de omschakeling van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning mogelijk, waarbij de agrarische bedrijfsfunctie en -bebouwing wordt gesaneerd. Onderhavige ontwikkeling vindt aansluiting bij de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving’ en is er daarom dan ook niet mee in strijd. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten.

Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Landelijk gebied’ (ter hoogte van de nieuwbouw) heeft. De afbeelding hieronder - een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant - laat dit zien.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 26 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

Het plangebied is ook gelegen in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening NoordBrabant is aangeduid met ‘Verstedelijking afweegbaar’ (ter hoogte van de nieuwbouw), ‘Aardkundig waardevol gebied’ en ‘Landelijke kern’ (ter hoogte van de om te schakelen bedrijfs- naar burgerwoning en agrarische bedrijfssanering). De afbeelding hieronder - een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant - laat dit zien.

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 27 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt in het Stedelijk gebied. De om te schakelen agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning, waarbij de bijbehorende agrarische bedrijfsfunctie en -bebouwing worden gesaneerd is gelegen in het Stedelijk gebied (Landelijke kern). Dergelijke kleinschalige ontwikkelingen zijn geen onderwerp van discussie in de regionale afspraken die over stedelijke ontwikkelingen worden gemaakt, hiervoor is altijd ruimte. Omdat sprake is van een bestaande woonfunctie die anders wordt ingevuld (van bedrijfs- naar burgerwonen) en een agrarische bedrijfsfunctie en -bebouwing, welke zijn gelegen in een woongebied, worden gesaneerd is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. De nieuwbouw in het plangebied is niet gelegen in het Stedelijk gebied. In artikel 3.43 is geregeld dat een bestemmingsplan in afwijking van artikel 3.42 kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als de locatie is gelegen in een gebied dat is aangeduid voor ‘Verstedelijking afweegbaar’ en voldaan wordt aan de navolgende voorwaarden: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b.

transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. A en c zijn in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking in deze toelichting reeds onderbouwd. Verwezen wordt naar de paragrafen 4.1.2 en 4.4.3. In verband met b. geldt aanvullend hierop dat in Lithoijen geen cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed aanwezig is om 87 grondgebonden woningen in of in bij wijze van sloop nieuwbouw te ontwikkelen. In Lith zijn de potentiële transformatielocaties reeds in ontwikkeling voor woningbouw of andere functies, aanvullend hierop is nog behoefte aan onderhavige ontwikkeling. In verband met d. wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van deze toelichting, waaruit nadrukkelijk blijkt dat op basis van de bestaande structuren in het gebied en de naaste omgeving goed is nagedacht over de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting van het plangebied teneinde tot een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied te komen.

De uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.4.3. Aanvullend hierop geldt dat zodra het bestemmingsplan wordt uitgewerkt voor woonclusters 3, 4 en 5 gemotiveerd moet worden dat voldaan wordt aan het provinciale beleid, in het bijzonder voor wat betreft de woningbouwbehoefte en bijbehorende regionale afstemming. In dit bestemmingsplan is in dit kader nu alleen een motivering opgenomen voor de eerste fase, waarin woonclusters 1A, 1B, 2 en een kavel in wooncluster 5 zijn gelegen. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Gezien het planvoornemen is gelegen in ‘Aardkundig waardevol gebied’, moet dit bestemmingsplan op basis van artikel 3.28 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: -

mede gericht zijn op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant;

-

regels stellen ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

In onderhavige situatie gaat het om de ligging van het plangebied in het peelrandbreukstelsel. Door het plangebied (noordwest-zuidoost) ligt een hoofdbreuk. Door Royal Haskoning DHV is een en ander

De Groene Beemd Lithoijen – 2024, pag. 28 van 95 Vastgesteld 23 mei 2024

hieromtrent via het door hen opgestelde waterhuishoudkundig plan dat als bijlage 17 bij deze toelichting is gevoegd nader in kaart gebracht. Hieronder wordt daarop ingegaan. Peelrandbreuk De Peelrandbreuk loopt dwars door het projectgebied, volgens de Kaartbank van Noord-Brabant, zie de afbeelding hieronder.

De Peelrandbreuk is gevormd door verschuivingen in het aardoppervlak (platentektoniek), naar schatting is het 400 miljoen jaar geleden ontstaan. Eigenschappen van de Peelrandbreuk zijn hoogteverschillen en het zogenaamde “waterdichte scherm”. Dit waterdichte scherm is ontstaan doordat de breukvlakken ten opzichte van elkaar verschuiven. Dit zorgt voor een zeer slecht doorlaatbare verticale laag, die ter plekke van de breuk soms onverwachte geohydrologische eigenschappen heeft. Enkele honderden meters van de projectlocatie stroomt de Maas, die in het Holoceen ontstaan is (de periode van 11.700 jaar tot nu). De Maas is dus veel jonger dan de Peelrandbreuk. Doordat de Maas in dit gebied grind en zand heeft afgezet, is in de ondiepe ondergrond weinig te merken van de Peelrandbreuk. In het landschap (aan de oppervlakte) is geen sprake van een hoogteverschil: de peelrandbreuk is op deze manier niet zichtbaar. Doorlatendheid en dikte watervoerend pakket Er zijn geen diepe sonderingen uitgevoerd binnen het projectgebied. De doorlatendheden zijn dus ingeschat op basis van de data uit REGIS en boringen uit het grondonderzoek. De Peelrandbreuk laat een duidelijke ‘knip’ zien in de diepere ondergrond, zie de profielen uit REGIS in de afbeelding (oostwest, diep (links) en ondiep (rechts) hieronder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=60f0baf0-5c14-4c02-9fb2-16861dc4133a