CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Toelichting (2)

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Beekschehoevestraat 8 Molengraaf Geffen - 202326.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 30 van 78 Vastgesteld december 2023

Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Als actueel richtinggevend kader hanteert gemeente Oss de Woonagenda 20222024. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: ▪ Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. ▪ PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. ▪ Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020).

Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. ▪ De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid.

▪ De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1 . De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied -landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. ▪ Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 31 van 78 Vastgesteld december 2023

Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Molengraaf ong. vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.1.2). Onderhavig plan bestaat uit de realisatie van twee nieuwe woningen aan de Molengraaf en het functioneel wijzigen van een bedrijfswoning naar burgerwoning op de locatie Beekschehoevestraat 8. De voormalige bedrijfswoning maakt reeds onderdeel uit van de gemeentelijke woningvoorraad. De twee nieuwe woningen worden toegevoegd aan de gemeentelijke voorraad. De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen). Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. De toevoeging van enkele burgerwoningen is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar indien het onderdeel uitmaakt van een ruimtelijke of maatschappelijke meerwaarde-ontwikkeling in het buitengebied. In het plan wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd en worden slechts twee woningen toegevoegd, op een locatie aan de rand van de kern Geffen. Daarom is bij dit plan sprake van een ruimtelijke meerwaarde-ontwikkeling.

Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een woning geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2.

4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: ▪ bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; ▪ monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); ▪ bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 32 van 78 Vastgesteld december 2023

4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen in deze toelichting of bij de regels.

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid 2015 Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 33 van 78 Vastgesteld december 2023

openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: ▪ Uiterwaarden ▪ Oeverwal ▪ Komgebied ▪ Dekzandrand ▪ Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Beekschehoevestraat 8 Op basis van de Nota Landschapsbeleid 2015 is de locatie Beekschehoevestraat gelegen in de dekzandrand. De dekzandrand is een overgangszone van het lager gelegen kleigebied naar de hoger gelegen dekzandrug. De dekzandgebieden zijn van oudsher de meeste geschikte bewoningsplaatsen. In en rond de kernen en buurtschappen bevinden zich oude ontginningen en ontginningspatronen. Op groter afstand van deze kernen en buurtschappen zijn later ontstane, nieuwere, grootschaligere ontginningen te vinden. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen tot besloten karakter en met nabij de kernen een onregelmatig verkavelingspatroon. De dekzandrand staat onder grote druk van verstedelijking, het is een intensief bewoond gebied.

De gebieden op de dekzandrand kunnen transformatie aan, doormiddel van het realiseren van een afwisselend en groen beeld ka het kleinschalige en halfopen karakter weer worden teruggebracht. Het terugbrengen van de kleinschaligheid kan plaatsvinden door de aanplant van opgaand groen. Voor het verkavelingspatroon in deze overgangszone geldt dat gestreefd moet worden om bij de kernen en clusters de onregelmatige blokverkaveling te behouden en versterken. Deze structuren kunnen benadrukt worden door herstel en uitbreiding van kavelrandbeplanting in de vorm van houtwallen en singels.

Molengraaf Op basis van de Nota Landschapsbeleid 2015 is de locatie Molengraaf gelegen in de dekzandrand. De dekzandrand is een overgangszone van het lager gelegen kleigebied naar de hoger gelegen dekzandrug. De dekzandgebieden zijn van oudsher de meest geschikte bewoningsplaatsen. Er zijn daarom ook veel archeologisch waardevolle nederzettingsresten gevonden, evenals oude verkavelingspatronen, (hout)walstructuren en oude boerdijen, en met name in de noordelijke rand van de stad Oss. In en rond de kernen en buurtschappen bevinden zich oude ontginningen en ontginningspatronen. Op grotere afstand van de kernen en buurtschappen zijn later ontstane nieuwere, grootschaligere ontginningen te vinden. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen tot besloten karakter en met nabij de kernen een onregelmatig verkavelingspatroon. Doorwerking plangebied Met onderhavig initiatief wordt de intensieve veehouderij op de locatie Beekschehoevestraat gesaneerd. Ter compensatie van de bedrijfsbeëindiging en het slopen van de bedrijfsbebouwing worden op de locatie Molengraaf twee nieuwe woningen opgericht. Echter vindt er meer sloop plaats dan er nieuwe bebouwing

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 34 van 78 Vastgesteld december 2023

wordt opgericht. Met het initiatief vindt er dan ook een aanzienlijke ontstening plaats. De ontstening draagt bij aan de openheid van de omgeving en zorg voor meer doorzichten vanuit de kern naar het open buitengebied. In het kader van onderhavig bestemmingsplan is eveneens een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het uitgangspunt hiervoor zijn de kenmerkende landschapselementen van de Dekzandrug en dekzandrand. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

5.1.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.

Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.

In het kader van onderhavig initiatief geldt dat de ontwikkeling een vergelijkbare tegenprestatie moet hebben als aan de orde bij de ontwikkeling van ruimte voor ruimte-kavels. Deze tegenprestatie wordt ingevuld door sanering van de agrarische bedrijfslocatie, sloop van de bebouwing en de verwijdering van verharding, alsmede het realiseren van groen. De verplichte sloop van de overtollige voormalige

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 35 van 78 Vastgesteld december 2023

bedrijfsbebouwing is in onderhavig geval een verderstrekkende asbestsanering en dichting van de mestputten dan in gebruikelijke gevallen. Hierdoor is er aantoonbaar sprake van meerkosten wat betreft de sloopkosten van de bebouwing. De berekening is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). Voldaan wordt aan de regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 36 van 78 Vastgesteld december 2023

5.1.3

Landschappelijke inpassing

De verbeeldingen behorende bij het landschappelijk inpassingsplan is als separate bijlage bij deze toelichting opgenomen. Deze kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van een landschappelijke inpassing van de beide locaties. Beekschehoevestraat 8 De belangrijkste kwaliteitsverbetering op deze locatie ontstaat door het afbreken en opruimen van de grote hoeveelheid bebouwing en het verwijderen van verharding. Tegelijk met het verwijderen van de bebouwing en verharding wordt de resterende bebouwing landschappelijk ingepast. De achterliggende visie daarbij is dat de bestaande karakteristieke openheid wordt gehandhaafd door beplanten toe te passen in oost-west richting parallel aan de belangrijkste kavelrichting in het gebied. Op deze manier blijft het doorzicht naar achteren zoveel mogelijk gehandhaafd of versterkt. Bestaande waardevolle bomen worden daarbij uiteraard gehandhaafd. Een gevolg van de openheid van het gebied is dat het landschap kwetsbaar is voor ontsierende bebouwing die zonder enige beplanting in de openheid staan. Dit geldt met name voor de achterzijde grenzend aan het open landschap. Aan de zijde grenzend aan de Beekschehoevestraat is dit minder aan de orde als gevolg van de bestaande tuin met groten bomen.

De landschappelijke inpassing bestaat dan ook uit de volgende elementen: ▪ Knotwilgenrij in bloemrijk grasrand ▪ Hoogstamboomgaard tussen de weg en het bijgebouw ▪ Klein bosje aan de achterzijde van het bouwgebouw ▪ Hagen Voor een nadere toelichting van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de bijlage 1.

Afbeelding 17 Landschappelijk inpassingsplan Beekschehoevestraat

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 37 van 78 Vastgesteld december 2023

Molengraaf Op de locatie van de huidige boomkwekerij wordt voorgesteld twee woningen te realiseren. Het betreft voor een belangrijk deel niet inheemse beplanting in strakke rijen, waarbij een deel van de bomen dood zijn gegaan. De woningen worden met enige ruimte er tussen centraal op het perceel gezet, waardoor de woonkwaliteit van deze woningen zo groot mogelijk is. Daarbij is het idee om gebruik te maken van een deel van de bestaande beplanting van de kwekerij. Zo staan er tussen de rijen verschillende soorten bomen ook nog een rij beuken. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt onderzocht of deze beuken gebruikt kunnen worden als bomenrij langs de achterste perceelsgrens. Op deze manier wordt gebruik gemaakt van grote bomen, waardoor snel een groen beeld ontstaat. Mochten de bomen niet verplaatst kunnen worden, dan zal er een nieuwe rij beuken gezet worden. Onderdeel van het plan is om ook tussen de woningen een gedeelte van de bestaande bomen te laten staan. Door selectief te kappen en soorten toe te voegen kan dit stukje boomkwekerij wellicht uitgroeien tot een aardig bosje. Het effect van het laten staan van een deel van de bestaande beplanting tussen de kavels is dat de kavels een bijzondere eigen identiteit krijgen, die is gekoppeld aan de beplanting van de voormalige kwekerij.

Doordat gekozen is om aan elke zijde van dit restant van de kwekerij een woning te realiseren krijgt elke woning een eigen sfeer. De ene woning komt meer in de schaduw te liggen en richt de open zijde meer op het noorden, terwijl het andere perceel juist een veel zonnigere ligging krijgt en zich richt op het zuiden. Omdat een deel van de bestaande beplanting bij voorkeur wordt gehandhaafd is de verdere landschappelijke inpassing van de kavel beperkt. Beide kavels worden omzoomd door een beuken- of hagenbeukenhaag op de plekken waar deze niet begrensd worden door de bomen van de voormalige boomkwekerij. Samenvattend bestaat de landschappelijke inpassing uit: ▪ Klein bosje (restant voormalige boomkwekerij) ▪ Hagen ▪ Beukenrij aan de achterzijde Voor een nadere toelichting van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de bijlage 1.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 38 van 78 Vastgesteld december 2023

Afbeelding 18 Landschappelijk inpassingplan Molengraaf

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 39 van 78 Vastgesteld december 2023

LIR berekening Conform de voorwaarden zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant dient er per toe te voegenwoning een fysieke tegenprestatie te worden geleverd, die gericht is op het versterken van de omgevingskwaliteit en qua omvang gelijk is aan een ruimte-voor-ruimterecht. De LIR berekend is bijgevoegd als separate bijlage (bijlage 2) bij dit bestemmingsplan.

5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.

5.2.2

Groen en natuur/biodiversiteit

Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: ▪ Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. ▪ Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. ▪ Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. ▪ Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. ▪ Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 40 van 78 Vastgesteld december 2023

Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen is niet gelegen in een, al dan niet te ontwikkelen, natuurnetwerk. Daarnaast is er ook geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt.

In het plangebied wordt natuurinclusief gebouwd en ook landschappelijk ingepast conform de uitgangspunten zoals gesteld in de nota Landschapsbeleid.

5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Flora en fauna Beekschehoevestraat 8 Op basis van de uitgevoerde flora en fauna quickscan kan concluderend gesteld worden dat de beoogde werkzaamheden zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd kunnen worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. Molengraaf Op de locatie Molengraaf is thans een boomgaard aanwezig. Deze bomen worden op afroep aan de consument verkocht. In het kader van de ontwikkeling zullen de bomen verwijderd worden, echter zal de verkoop van de bomen ten tijde van de bestemmingsplanprocedure voortgezet worden. Alvorens de bestemmingsplanprocedure wordt afgerond zal ter plaatse een quickscan flora en fauna uitgevoerd worden. Derhalve is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in onderhavig plan. Met het opnemen van deze voorwaardelijke verplichting wordt gewaarborgd dat er een quickscan flora en fauna uitgevoerd wordt alvorens de gronden ter plaatste worden geroerd.

Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, de Rijntakken, ligt op 9,5 kilometer afstand van het plangebied. In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 9,5 kilometer of meer zijn

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 41 van 78 Vastgesteld december 2023

negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NO x of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden als gevolg een initiatief berekend. Op 1 juli 2021 is tevens de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. In de Wsn wordt een programma van maatregelen opgesteld om stikstofreductie te bereiken en eveneens natuurverbetering mogelijk te maken. In de Wsn zijn drie resultaatsverplichtingen opgenomen: 1. In 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 2.

In 2030 moet minimaal 50% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; 3. In 2035 moet minimaal 74% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben. De Wsn wordt verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), waaronder de bouwvrijstelling. De bouwvrijstelling betreft een vrijstelling van de natuurvergunningplicht van het aspect stikstofdepositie voor tijdelijke (bouw)werkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten, waar tijdelijke emissies voorkomen. Derhalve is het enkel nog noodzakelijk om in de nieuwe, beoogde, situatie (gebruiksfase) de uitstoot van NOx te bepalen. Doorwerking plangebied Met het saneren van het agrarisch bedrijf wordt de uitstoot van ammoniak van vee vanuit het plangebied volledig gestaakt. Dit heeft een bijzonder positief effect op de verzurings- en vermesting problematiek in het Natura2000-gebied. Op basis van het uitgevoerde stikstofdepositie onderzoek kan concluderend gesteld worden dat uit berekening van de beoogde situatie blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura2000gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

Stikstof vormt dus geen belemmering voor het plan.

5.3

Archeologie en Cultuurhistorie

5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 42 van 78 Vastgesteld december 2023

In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde

Vrijstellingsgrenzen

Archeologisch beschermd rijksmonument

0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 43 van 78 Vastgesteld december 2023

Beekschehoevestraat 8 Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 0 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m². Molengraaf Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m².

5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een middelhoge en hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 respectievelijk 1.000 m². Toetsing van de plannen De ontwikkeling aan de Molengraaf overschrijdt bovenstaande vrijstellingsgrenzen. Er wordt meer geroerd dan 100 m² dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Op de locatie Beekschehoevestraat worden de bovenstaande vrijstellingsgrenzen niet overschreden. Derhalve is archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Molengraaf. Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek kan concluderend gesteld worden dat de natuurlijke podsolgrond, voor zover deze aanwezig is geweest, is door verploeging opgenomen in de onderzijde van het plaggendek van de enkeerdgronden. Uit de bijmenging van grovere zandkorrels en soms een grind is gebleken dat het dekzand moet zijn verspoeld tijdens hoogwater van de Maas en dus vrij laag gelegen was en geen geschikte bewoningslocatie vormde tot aan de bedijking in de Late Middeleeuwen. Het plangebied ligt niet binnen een zone met dekzandwelvingen, maar binnen een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden.

Op grond van bovenstaande en daarmee lage archeologische verwachting wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologische traject in de toekomst te borgen is aan de locatie Beekschehoevestraat 8 een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ toegekend. Voor het gebied

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 44 van 78 Vastgesteld december 2023

geldt dat bij bodemverstoringen groten dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm beneden het huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. De locatie Molengraaf hoeft niet meer verder onderzocht te worden. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht. Voor dit gebied is dan ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. 5.3.4

Cultuurhistorie

Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningsvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 45 van 78 Vastgesteld december 2023

omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Beekschehoevestraat 8 Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is de locatie gelegen in de regio Maaskant. Deze regio maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met zodanige oeverwallen en donken en lager gelegen open komgronden. Een gedeelte van regio Maaskant is onderdeel van het cultuurhistorisch landschap Beerse en Baardwijkse Overlaat. Zo ook onderhavig plangebied.

De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: ▪ Behoud open landschap; ▪ Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen en terpen; ▪ Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat; ▪ Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving. Molengraaf Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is de locatie gelegen in de regio Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest beschikte plek om te wonen. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met elk hun eigen karakter en relatie met het landschap. De rijke bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: ▪ Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren in de regio; ▪ De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.

▪ Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief. Onderhavige ontwikkeling tast de cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied niet aan.

5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 46 van 78 Vastgesteld december 2023

vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen Beekschehoevestraat 8 In de huidige situatie is de locatie in gebruik als intensieve veehouderij. Bij de intensieve veehouderij is een bedrijfswoning aanwezig. In de nieuwe situatie wordt de intensieve veehouderij gesaneerd, de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Met het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning verandert het aantal verkeersbewegingen niet. Het betreft immers in de huidige en toekomstige situatie een woning. Aannemelijk is dat door het saneren van de intensieve veehouderij de verkeersbewegingen op de locatie sterk zullen afnemen. Voor de functie intensieve veehouderij zijn geen kencijfers beschikbaar voor het bepalen van de huidige verkeersgeneratie. Er wordt vanuit gegaan dat de varkenshouderij elke dag minimaal door 4 lichte voertuigen (8 verkeersbewegingen), 4 middelzware voertuigen (8 verkeersbewegingen) en 2 zware voertuigen (4 verkeersbewegingen) wordt bezocht. In totaal bedraagt de verkeersgeneratie in de huidige situatie 20 verkeersbewegingen per etmaal. Op de locatie Beekschehoevestraat neemt het aantal verkeersbewegingen sterk af door het saneren van de intensieve veehouderij.

Molengraaf Op de locatie Molengraaf worden twee nieuwe woningen opgericht. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. In totaal worden twee nieuwe woningen opgericht. Er is uitgegaan van de functie ‘Koop, huis, vrijstaand’ en het gebiedstype ‘rest bebouwde kom in niet stedelijk gebied’. Op basis van de kencijfers genereert één woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren de woningen dagelijks 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Het realiseren van de twee nieuwe woningen, ter compensatie voor het saneren van de intensieve veehouderij, heeft een slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking ter plaatse van de Molengraaf. Het plangebied waar de nieuwe woningen zijn beoogd wordt ontsloten via de Molengraaf. Vanuit hier kan het verkeer in twee richtingen zich verder verplaatsen. Verkeer: ontsluitingswegen Beekschehoevestraat 8 De ontsluiting van de locatie Beekschehoevestraat vindt plaats middels de reeds in/uitrit die gelegen is aan de Beekschehoevestraat. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden er geen nieuwe in/uitritten gerealiseerd.

De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, er vindt geen nieuwbouw plaats op de locatie. Door het saneren van de intensieve veehouderij neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie sterk af. Vrachtverkeer ten behoeve van de intensieve veehouderij zal niet meer plaatsvinden, aannemelijk is het verkeer in de toekomstige situatie overwegend uit personenauto’s bestaat.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 47 van 78 Vastgesteld december 2023

Molengraaf De ontsluiting ten behoeve van de twee nieuwe woningen zal plaatsen vinden via de Molengraaf. Hiervoor dienen twee nieuwe in/uitritten gerealiseerd te worden. Het aantal verkeersbewegingen neemt toe met 17,2 verkeersbewegingen. Deze toename is op een weg als de Molengraaf, een erftoegangsweg, type II welke geschikt si voor een intensiteit tot 4.000 mvt/etmaal, verwaarloosbaar. De ontsluiting voldoet aan de normen van het mobiliteitsplan 2020 Oss.

5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Op de locatie Molengraaf zijn twee nieuwe woningen beoogd. Voor een voor een vrijstaande woning geldt een parkeereis van 2,4 parkeerplaatsen. Er is op eigen terrein meer dan voldoende ruimte om deze parkeerplaatsen te realiseren.

5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGRP een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen willen gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 48 van 78 Vastgesteld december 2023

Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaat robuust watersysteem waarin: ▪ schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; ▪ de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ▪ ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; ▪ de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; ▪ de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm.

De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: ▪ Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; ▪ Voorkomen van vervuiling van water;

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 49 van 78 Vastgesteld december 2023

▪

▪

Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

De digitale watertoets is ingevuld op www.dewatertoets.nl (zie bijlage). Het waterschap bekijkt aan de hand van de aangeleverde gegevens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied. De watertoets doorloopt de waterhuishoudkundige doelstellingen en levert mogelijk aandachtspunten en knelpunten op. Op basis van de invoerde gegevens blijkt dat het planvoornemen geen waterbelangen raakt. Derhalve dient de normale procedure gevolgd te worden. 5.5.2

Water is relatie tot de toekomstige situatie

Op de locatie Beekschehoevestraat verandert de waterhuishoudkundige situatie in het kader van de voorgenomen ontwikkeling niet. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en in ruil daarvoor vindt nieuwbouw plaats op een andere locatie, zijnde de Molengraaf. Op de locatie Molengraaf worden twee nieuwe woningen beoogd. De locatie Beekschehoevestraat wordt derhalve buiten beschouwing gelaten in deze paragraaf. Oppervlaktewater In het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater. Aan de overzijde van de Molengraaf, op een afstand van 10 meter van het plangebied, stroomt een secundaire watergang (03536) van het waterschap. Aan zuidwestzijde van het plangebied, op een afstand van 185 meter, stroomt een primaire watergang (1033970) van het waterschap. Op beide watergangen is de Keur van het waterschap van toepassing. Afvalwater Het vuilwater van de nieuwe woningen zal worden geloosd op een nieuw aan te leggen minigemaal. Hemelwater Gezien de ligging in het buitengebied dient hemelwater op eigen terrein te worden opgevangen en geïnfiltreerd. Het hemelwater afkomstig van de beoogde nieuwe woningen zal op eigen terrein worden opgevangen waarna het in de bodem kan infiltreren. Conform het beleid van waterschap Aa en Maas moet de toename van verhard oppervlak (m²) gecompenseerd worden doormiddel van de volgende formule:

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 50 van 78 Vastgesteld december 2023

Benodigde compensatie (in m 3 ) = toename verhard oppervlak (in m 2 ) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) Het plangebied is op basis van de kaart ‘gevoeligheidsfactor’ behorende bij de keur van waterschap Aa en Maas gelegen in zone 1. Bij zone 1 dient volledige compensatie plaats te vinden en dient gerekend te worden met de gevoeligheidsfactor 1. De toename van verhard oppervlak moet vermenigvuldigd worden met de vastgestelde waterschijf van 60 mm (0,06 m), hieruit volgt de maximale compensatie in kubieke meters (m³). Op bepaalde locaties is er minder compensatie nodig door een combinatie van locatie specifieke bodemkundige en hydrologische omstandigheden. Dit wordt uitgedrukt in een gevoeligheidsfactor. Bij de aanleg van een infiltratievoorziening (dimensionering) is het tevens van belang rekening te houden met de hoeveelheid te bergen hemelwater. Deze wordt bepaald aan de hand van de waterbergingsopgave gerekend over het nieuw verhard oppervlak. Het exacte oppervlakte aan bebouwing ligt nog niet vast. Uitgaande van een nieuw toe te voegen oppervlakte van circa 300 m² (gemiddeld grootte vrijstaande woning 150 m²) is er een buffercapaciteit van 18 m³ noodzakelijk. Daarnaast is het van belang ook boven de 60 mm water te kunnen bergen, gezien de grootte van het perceel is het aannemelijk dat er voldoende ruimte is om hiervoor buffercapaciteit te realiseren.

De exacte omgang met hemelwater zal worden uitgewerkt bij het definitieve bouwplan in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de woning en eventuele bijgebouwen en andere verhardingen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woningen dienen de initiatiefnemers aan te tonen dat de infiltratievoorziening van voldoende omvang is. Daarnaast verdient het de aandacht dat het bestaande perceel laag ligt waardoor het gevoelig is voor wateroverlast tijdens hevige regenval. Met de realisatie van de woningen dient hier met het bouwpeil rekening mee gehouden te worden.

5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 51 van 78 Vastgesteld december 2023

Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: ▪ Bedrijven en milieuzonering ▪ Bodem ▪ Externe veiligheid ▪ Geurhinder: agrarisch ▪ Geur: industrieel ▪ Luchtkwaliteit ▪ Straling ▪ Weg-, spoor-, en industrielawaai ▪ Gezondheid ▪ Spuitzones

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=51c65106-87d4-469d-bacc-e998165b5511