CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Toelichting (2)

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Beekschehoevestraat 8 Molengraaf Geffen - 202326.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNG publicatie bouwstenen. De drie belangrijkste bouwstenen zijn: 1. De richtafstandenlijst; 2. Twee omgevingstypen; 3. Een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNG publicatie. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype). In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 52 van 78 Vastgesteld december 2023

Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen worden diverse omgevingstypen onderscheiden. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied mede afhankelijk is van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om af te wijken van de standaardafstanden in de bedrijvenlijst die uitgaan van de ligging in een rustige woonwijk. Afhankelijk van het type gebied kan een correctie worden toegepast op de afstanden die zijn genoemd in de standaardlijst en wel per hinderaspect (geluid, stof, stank en dergelijke) dat in de lijst is genoemd. Beide locaties zijn aan te merken als ‘gemengd gebied’ door de diversiteit aan functies in de omgeving. Woningen betreffen een functie welke geen milieuhinder veroorzaakt voor de omgeving. Wel kan de ondergeschikte lichte bedrijvigheid milieuhinder veroorzaken voor de omgeving. De ondergeschikte bedrijvigheid betreffen uitsluitend bedrijfsfuncties uit milieucategorie 1 of 2. Dergelijke functies hebben een dermate beperkte milieubelasting dat deze naast milieugevoelige functies kunnen plaatsvinden. De lichte bedrijvigheid die deels binnen het plangebied wordt gefaciliteerd vormt daarmee geen belemmering voor woningen in de directe omgeving. De (nieuwe) woningen kunnen dus milieuhinder ondervinden van functies gelegen in de omgeving.

Ter plaatse van het plangebied dient daarom aangetoond te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van bestaande milieubelastende functies. De milieuruimte van de milieubelastende functies in de omgeving is geïnventariseerd aan de hand van de grootste bijbehorende richtafstand voor geur, stof, geluid en gevaar. De afstand is gemeten vanaf het bestemmingsvlak van de milieubelastende functie tot aan het bouwvlak van de (nieuwe) woningen. In de nabijheid van het plangebied (binnen een straal van 350 meter rondom het plangebied) zijn de volgende milieubelastende functies gelegen. Tabel 2 Onderzoek naar milieubelastende functies in de omgeving van Beekschehoevestraat 8 Geffen

Bedrijf

Adres

SBI2008

Aan te houden afstanden

Melkveehouderij

Beekschehoevestraat 10

0141 0142

Loon- en grondverzetbedrijf

Amsteleindstraat 150

0162

Rundveehouderij

Beekschehoevestraat 2

0141 0142

Akkerbouwbedrijf

Amsteleindstraat 31

011, 012, 013

Geur: Stof: Geluid: Gevaar: Geur: Stof: Geluid: Gevaar: Geur: Stof: Geluid: Gevaar: Geur: Stof: Geluid: Gevaar:

50 meter 10 meter 10 meter 0 meter 10 meter 0 meter 10 meter 0 meter 50 meter 10 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter

Afstand tot Beekschehoeves traat 0 meter

85 meter

110 meter

240 meter

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 53 van 78 Vastgesteld december 2023

Kalverhouderij

Amsteleindstraat 33

0141 0142

Geur: Stof: Geluid: Gevaar:

50 meter 10 meter 10 meter 0 meter

340 meter

Onderzocht is of de hindercontouren het plangebied overlappen. Er is één hindercontour die het plangebied overlapt. De hindercontouren afkomstig van de melkveehouderij op de locatie Beekschehoevestraat 10. De feitelijke afstand tussen de om te zetten woning en het emissiepunt van de veehouderij bedraagt 80 meter. Derhalve wordt er voldaan aan de gestelde richtafstand.

Tabel 3 Onderzoek naar milieubelastende functies in de omgeving van Molengraaf ong. Geffen

Bedrijf

Adres

SBI2008

Aan te houden afstanden

Drukkerij (overig)

Molengraaf 13(A)

18129

Zorgboerderij akkerbouw

Molengraaf 11

011, 012, 013

Pastoor van der Kampstraat 34

931G

Geur: Stof: Geluid: Gevaar: Geur: Stof: Geluid: Gevaar: Geur: Stof: Geluid: Gevaar:

Sportvelden

met

0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 10 meter 0 meter 0 meter 0 meter 30 meter 0 meter

Afstand tot Molengraaf 55 meter

110 meter

120 meter

Onderzocht is of de hindercontouren het plangebied overlappen. Er is géén hindercontour die het plangebied overlapt. Omliggende bedrijven vormen daarmee geen belemmering voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat in de bestaande en nieuw te bouwen woningen.

5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Beekschehoevestraat 8 In het kader van de bestemmingsplanwijziging op deze locatie is het (conform de gemeente Oss) niet noodzakelijk om een bodemonderzoek uit te voeren voor wat betreft deze locatie. Molengraaf

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 54 van 78 Vastgesteld december 2023

Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat zintuigelijke tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden zijn waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat zowel de mengmonsters van de bovengrond als de mengmonsters van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes waargenomen. De bovengrond en ondergrond zijn niet verontreinigd en voldoen aan de achtergrondwaarde. Tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater zijn er eveneens zintuigelijk geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat ten opzichte van de streefwaarde er een verhoogd barium gehalte in het grondwater aanwezig is. Zware metalen en vooral barium worden regelmatig verhoogd aangetroffen in het grondwater in de regio. Aangenomen mag worden dat het verhoogd bariumgehalte de lokale achtergrondwaarde benadert en een natuurlijke oorsprong heeft. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ strikt genomen te worden verworpen. In het grondwater is een lichte verontreiniging aangetoond. Er zijn geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. 5.7.3

Externe veiligheid

Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan.

Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 55 van 78 Vastgesteld december 2023

overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Met onderhavig initiatief worden er twee nieuwe woningen opgericht op de locatie Molengraaf in Geffen. Daarnaast wordt op de locatie Beekschehoevestraat de bestaande bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning. In totaliteit is er sprake van drie kwetsbare objecten. Dit betekent dat er zeer zorgvuldig gekeken moet worden naar eventuele externe veiligheidsbronnen nabij het plangebied.

Inventarisatie risicobronnen Door de provincie Noord-Brabant is een risicokaart samengesteld waarop de risico veroorzakende bedrijven en objecten zijn weergegeven. De locatie is niet opgenomen in de gemeentelijke risicokaart. Beekschehoevestraat 8 Op basis van deze risicokaart bevinden zich in de omgeving van de locatie geen risicovolle bedrijven. Wel is ten zuidoosten van de locatie, op een afstand van 370 meter, een spoorweg (tracé ’s Hertogenbosch – Nijmegen) gelegen. Spoorweg Onderhavige ontwikkeling ligt binnen het invloedsgebied van de spoorweg, echter op meer dan 300 meter. Conform het gemeentelijk beleid is bij een afstand van meer dan 300 meter tot een spoor- en rijksweg er sprake van zone IV. Bij zone IV wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In bijlage 2 van het gemeentelijk beleid is hiervoor een standaardverantwoording opgenomen. Deze verantwoording wordt hieronder beschreven. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat: ▪ vanwege de afstand tot de plaats een mogelijk incident; ▪ de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item.

▪ Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico; ▪ De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke stoffen is hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 56 van 78 Vastgesteld december 2023

Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde ‘risicoprofiel’. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende risico is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringen van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxische as naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werken stellen van het WA als onderdeel van de algemene rampenbestrijding.

Afbeelding 19 Uitsnede provinciale risicokaart (rood; locatie Beekschehoevestraat 8)

Molengraaf Op basis van deze risicokaart bevinden zich in de omgeving van de locatie één risicovol bedrijf, een buisleiding en een spoorweg: ▪ Ten westen, op een afstand van 150 meter, is een buisleiding van Gasunie gelegen; ▪ Ten noordwesten van de locatie, op een afstand van 370 meter, is een gasdrukregel- en meetstation gelegen, aan de Klompstraat 3; ▪ Ten noorden van de locatie, op een afstand van 390 meter, is de spoorlijn Oss-’s Hertogenbosch gelegen.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 57 van 78 Vastgesteld december 2023

De locatie is niet opgenomen in de gemeentelijke risicokaart. Transport gevaarlijke stoffen Voor een hoge druk aardgasleiding wordt een andere aanpak gebruik dan voor de (spoor)wegen aangezien het maatgevend scenario, een fakkelbrand, en bijbehorende invloedsgebied verschilt van getransporteerde stoffen over de weg en het spoor. Dit heef teen andere zone-indeling tot gevolg. Voor de hoge druk aardgastransportleiding is het maatscenario een (externe) beschadiging waardoor gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt en een fakkelbrand vormt. Bij een fakkelbrand is de warmtestraling maatgevend voor de afstandsbepaling. In het gemeentelijke beleid zijn planologische kaders vastgelegd ten behoeve van ontwikkeling rondom hoge druk gasleidingen. Het plangebied is gelegen binnen de 1% letaliteitscontour van de hoge drukgasleiding. Derhalve is bij het ontwikkelen van woningen (kwetsbare objecten) een verantwoording zwaarte 2 van toepassing. Deze verantwoording is hieronder beschreven.

1. Noodzaak initiatief Voor kwetsbare objecten binnen zone II hoeft geen noodzaak te worden aangetoond. 2. Zelfredzaamheid en eventuele maatregelen ▪ De zelfredzaamheid is goed. De locatie wordt ontsloten via de Molengraaf vanuit waar enerzijds een goede verbinding is naar de A59 en anderzijds meerdere wegen richting het buitengebied en de kern. Gesteld kan worden dat het gebied goed te ontvluchten is. ▪ Het handelingsperspectief is afhankelijk van de afstand tot de fakkelbrand. Bij een fakkelbrand op een afstand van > 240 meter kan men het beste schuilen. Bij een fakkelbrand op een afstand van 240 meter is vluchten het beste handelingsperspectief. Beide handelingen zijn in deze mogelijk, schuilen vindt plaats binnen de bouwwerken. Vluchten kan via de Molengraaf en aanliggende wegen in verschillende richtingen. 3. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. De nieuwe woningen zijn dan ook goed . Bestrijdbaarheid ▪ Voor het scenario fakkelbrand bij een buisleiding is de bestrijdbaarheid slecht. Bij een incident met een buisleiding kan de fakkelbrand alleen worden bestreden door de toevoer dicht te draaien. Hiervoor dient contant opgenomen te worden met de leidingbeheerder en dit kost veel tijd.

De brandweer kan tot de leiding is afgesloten niet handelend optreden waardoor personen binnen het invloedsgebied op zichzelf zijn aangewezen. ▪ Het plangebied is goed te bereiken voor hulpdiensten via de Molengraaf. Daarnaast zijn er voldoende afvoersloten in de omgeving aanwezig. Gezien de ligging van het plangebied is het mogelijk, in geval van calamiteit, het achterliggende weiland op te vluchten. Er zijn meer dan voldoende vluchtroutes. ▪ Er wordt in de kleine kernen en het buitengebied meestal niet voldaan aan de opkomsttijd voor de brandweer. Voor de bestrijding van de gevolgen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen door buisleidingen zijn veel mensen en middelen noodzakelijk. Deze mensen en middelen zullen vanuit diverse posten binnen en buiten de regio gemobiliseerd moeten worden. Dit leidt tot vertraging in de bestrijding van de calamiteit. Vanwege bovenstaande zal bij de bestrijding en het beperken van een ramp met gevaarlijke stoffen in veel gevallen alleen repressief worden opgetreden. De prioriteit van de hulpdiensten zal derhalve liggen bij het redden van mensen uit het rampgebied, het afsluiten

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 58 van 78 Vastgesteld december 2023

van het rampgebied en het beperken van de omvang van de ramp en niet bij de bestrijding van de bron. Gasdrukregel- en meetstation Op een afstand van 360 meter van de locatie is een gasdrukregel- en meetstation (Z218) van de Gasunie gelegen. Op dit station is het Activiteitenbesluit van toepassing. De veiligheidsafstand voor dit station bedraagt 15 meter. Deze zone reikt niet tot het plangebied, het station vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Spoorweg Onderhavige ontwikkeling ligt binnen het invloedsgebied van de spoorweg, echter op meer dan 300 meter. Conform het gemeentelijk beleid is bij een afstand van meer dan 300 meter tot een spoor- en rijksweg er sprake van zone IV. Bij zone IV wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In bijlage 2 van het gemeentelijk beleid is hiervoor een standaardverantwoording opgenomen. Deze verantwoording is reeds beschreven in bovenstaande paragraaf ten behoeve van de locatie Beekschehoevestraat.

Afbeelding 20 Uitsnede provinciale risicokaart (rood omcirkeld; locatie Molengraaf)

Gelet op bovenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig initiatief.

5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na:

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 59 van 78 Vastgesteld december 2023

-

de burger beschermen tegen geurhinder; de veehouderijen niet onnodig beperken; ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met het saneren van de intensieve veehouderij komt de geuruitstoot afkomstig van deze locatie volledig te vervallen, dit is al een positieve ontwikkeling aan te merken. Vanuit de nieuw op te richten woningen vindt geen geuremissie plaats. In de bestaande woning alsmede de nieuw te realiseren woningen dient echter wel te worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een woning betreft namelijk een geurgevoelig object. Bij het beoordelen van het aspect geur zijn twee vragen van belang: 1. Is en blijft er sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied? 2. Worden omliggende agrarische bedrijven (veehouderijen) als gevolg van de bestemmingswijziging gehinderd in hun bedrijfsvoering? Goed woon- en leefklimaat Geurgevoelige objecten worden in 5 typen (a t/m e) met verschillende beschermingsniveaus onderscheiden: a.

Ruimte voor Ruimtewoning (en soortgelijke geurgevoelige objecten): ▪ gebouwd na 19 maart 2000, ▪ op een kavel die op dat moment in gebruik was als veehouderij, ▪ waarbij de veehouderij (deels) buiten werking is gebracht, en ▪ waarbij stallen (of andere bedrijfsgebouwen) zijn gesloopt. b. Bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) bij een andere veehouderij. c. Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij. d. Voormalige bedrijfswoning (of ander geurgevoelig object) die al voor 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij. e. Alle woningen (en andere geurgevoelige objecten) die niet onder a t/m d vallen. Beekschehoevestraat 8 Op de locatie Beekschehoevestraat 8 wordt de intensieve veehouderij gesaneerd, de daar gelegen woning wordt dan ook aangemerkt als een bedrijfswoning. Gelet op het feit dat de intensieve veehouderij gesaneerd wordt in het kader van de onderhavige ontwikkeling kan de woning aangemerkt worden als een geurgevoelig object type c. Voor type c objecten is aangegeven dat op basis van artikel 3, lid 2 van de Wgv dat woningen bij een veehouderij of bij woningen die op 19 maart 2000 onderdeel uitmaakten van een veehouderij, geen geurbelasting hoeft te worden bepaald.

Voor deze woningen geldt een wettelijke vaste afstand van 100 meter binnen de bebouwde kom en 50 meter buiten de bebouwde kom. De afstand tussen het emissiepunt van de melkveehouderij en de woning in het plangebied bedraagt 80 meter. Derhalve wordt er voldaan aan deze afstand. Molengraaf

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 60 van 78 Vastgesteld december 2023

Op de locatie Molengraaf zijn twee nieuwe woningen beoogd. Deze beide woningen betreffen geurgevoelige objecten van type e. Voor deze woningen dient de geurbelasting dan ook berekend te worden. Derhalve is een onderzoek naar geurhinder uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat er sprake si van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de belangen van omliggende veehouderijen niet worden geschaad.

5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven en/of bedrijventerreinen gelegen.

Het aspect industriële geurhinder vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.

5.7.6

Luchtkwaliteit

Grenswaarden Wet milieubeheer In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten met een toename van minder

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 61 van 78 Vastgesteld december 2023

dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO 2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m 3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in de Regeling NIBM projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Beoordeling Uit onderstaande informatie uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van beide plangebieden aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden.

Afbeelding 21 Luchtkwaliteit Beekschehoevestraat 8

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 62 van 78 Vastgesteld december 2023

Afbeelding 22 Luchtkwaliteit Molengraaf

Het project zelf valt onder de kwantitatieve grenzen van de Regeling NIBM. Het bestemmen van minder dan 1.500 woningen per ontsluitingsweg is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

5.7.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen nabij een hoogspanningslijn, wat betekent dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een magnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla ten gevolge van hoogspanningslijnen.

5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 63 van 78 Vastgesteld december 2023

De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. Gemeentelijk kader In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden.

Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar de maximumsnelheid 30 km/u geldt. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Breedte van de geluidszone (m) Stedelijk Buitenstedelijk 200 250 350 400 350 600

Voor geluidsgevoelige objecten geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In feite mogen nieuwe geluidsgevoelige objecten niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidsbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door het College van burgemeester en wethouders. Hiervoor dient tegelijkertijd met de bestemmingsplanprocedure een hogere waarden procedure op grond van de Wgh te worden gevoerd. Beekschehoevestraat

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 64 van 78 Vastgesteld december 2023

Op de locatie Beekschehoevestraat is geen sprake van het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige functies. In de bestaande en nieuwe situatie is er sprake van de activiteit wonen. Het maakt daarbij niet uit of de woning danwel een bedrijfswoning of burgerwoning betreft. Een akoestisch onderzoek naar geluidsbelasting vanwege (spoor)wegverkeer of industrie is derhalve niet noodzakelijk voor deze locatie. Molengraaf Op de locatie Molengraaf is sprake van het realiseren van twee nieuwe geluidsgevoelige objecten. Derhalve is een akoestisch onderzoek1 uitgevoerd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan concluderend gesteld worden alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Een besluit hogere waarde is derhalve niet noodzakelijk. De gecumuleerde geluidsbelasting bij de geplande woningen bedraagt ten hoogste 53dB ter plaatse van de voorgevel op de 1e etage van beide woningen. De vereiste karakteristieke geluidswering Ga;k bedraagt dan 20 dB (standaardeis uit het bouwbesluit). Nader onderzoek naar geluidswering van de gevels is niet noodzakelijk. De milieukwaliteit wordt bij de woningen geclassificeerd als ‘Zeer goed’ tot ‘Redelijk’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Derhalve is er sprake van een goed woon- en leefklimaat in de woningen.

5.7.9

Gezondheid

Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen.

1 Akoestisch onderzoek, Roever Omgevingsadvies (d.d. 19 oktober 2022, kenmerk:

BureauL.243.WVL.v02)

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 65 van 78 Vastgesteld december 2023

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c.

na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. 1. Endotoxine (varkens- / pluimveehouderijen) Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het is van belang dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Beekschehoevestraat Dichtstbijzijnde varkenshouderij: Amsteleindstraat 132 in Oss. Fijnstofemissie PM10: 383,63 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 125 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 460 meter. Dichtstbijzijnde pluimveehouderij (vleeskuikens): De Gement 1 in Geffen Fijnstofemissie PM10: 951,38 kg/jaar.

Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 190 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 1 km.

Molengraaf Dichtstbijzijnde varkenshouderij: Wolfdijk 2 in Geffen Fijnstofemissie PM10: 48,73 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 2 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 575 meter. Dichtstbijzijnde pluimveehouderij (vleeskuikens): De Gement 1 in Geffen Fijnstofemissie PM10: 951,38 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 190 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 1,5 km.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 66 van 78 Vastgesteld december 2023

Als gekeken wordt naar de afstanden dan ligt het plangebied buiten de endotoxine risicocontouren van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. 2. Emissies Uit het VGO onderzoek komt naar voren dat diverse gezondheidseffecten gerelateerd lijken te zijn aan de blootstelling van omwonenden aan de emissie van fijnstof, micro-organismen en ammoniak (via de bijdrage aan secundair fijnstof) afkomstig van veehouderijen. Gekeken dient te worden of sprake is van een toename van deze emissies. Met onderhavig initiatief is sprake van het saneren van een intensieve veehouderij. Daarnaast worden de bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning en in totaal worden, elders binnen de gemeente twee nieuwe woningen opgericht. Er is dan ook sprake van een sterke afname van geur, stof en ammoniak. 3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan 3a. Wettelijke uitgangspunten Op grond van de Wet geurhinder veehouderij kan bij een ontwikkeling sprake zijn en blijven van een overbelaste geursituatie. Het uitgangspunt hierbij is dat er geen sprake is of blijft van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond of achtergrond). De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Met het initiatief is daarnaast geen sprake van een toename van geuremissie maar juist van een afname. 3b.

Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op de wettelijke aspecten kan ook gekozen worden voor een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. Toetsing vindt dan plaats aan de door de GGD gehanteerde gezondheidskundige advieswaarde. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015). De op grond van het onderzoek van Geelen hierbij behorende geurbelasting is weliswaar niet juridisch houdbaar aangezien dit niet is opgekomen binnen het gemeentelijk beleid. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geursituatie in het gebied. 4. De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij De soort landbouwhuisdieren dat wordt gehouden en ook de combinatie van te houden dieren kan van invloed zijn op het eventuele risico voor de volksgezondheid. Dit heeft te maken met een mogelijk verhoogde infectiedruk en het risico van vermenging bacteriën of virussen. Indien er sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten) of kleine herkauwers onderling dan is advisering vanuit de GGD wenselijk in hoeverre dit voor wat betreft volksgezondheid verantwoord is. Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar bovenstaande combinaties worden gehouden.

Daarnaast zijn er geen varkens- en/ of pluimveebedrijven bij elkaar in de buurt gelegen waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. 5. Veehouderijen 5a. Geitenbedrijven Uit recente bevindingen van het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er in een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen een verhoogde incidentie op longontstekingen wordt gevonden. Hierom bedraagt de minimale afstand tussen geitenhouderijen en gevoelige bestemmingen 2 kilometer. Binnen 2 kilometer van beide locaties zijn geen geitenhouderijen gelegen. Derhalve is er geen sprake van een verhoogd risico op longontstekingen afkomstig van nabij gelegen geitenhouderijen. . 5b. Pluimveehouderijen Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Zoals uit stap 1 blijkt is de dichtstbijzijnde

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 67 van 78 Vastgesteld december 2023

pluimveehouderij gelegen op 1 en respectievelijk 1,5 kilometer. Er zijn geen pluimveehouderijen gelegen binnen 1 kilometer van het plangebied. Ten aanzien van de beoordeling op basis van de ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen binnen de richtafstand van de pluimveehouderij de Gement 1. Echter de pluimveehouderij voldoet aan alle wettelijke eisen met betrekking tot de hygiëne binnen het bedrijf en de volksgezondheid. Bij de pluimveehouderij wordt dan ook veel aandacht besteed aan preventie en er wordt getracht de verspreiding van zoönose en andere dierziekten te voorkomen. Hiermee staat in voldoende mate vast dat deze pluimveehouderij voldoende positieve maatregelen neemt om de risico’s op de volksgezondheid weg te nemen. 5c. Overige veehouderijen Indien een overige veehouderij op kortere afstand ligt dan 250 meter van een bebouwde kom is het advies om een aanvullend risicobeoordeling uit te voeren. Beekschehoevestraat De locatie is niet gelegen binnen 250 meter van de bebouwde kom.

Molengraaf Deze locatie is gelegen binnen een straal van 250 meter van de bebouwde kom, er bevinden zich echter geen veehouderijen binnen deze straal van 250 meter. Een aanvullend risicobeoordeling is derhalve niet benodigd.

6. De aanwezigheid van mestbe- of verwerking Bij een veehouderij kan mestbewerking als nevenactiviteit bij het houden van de dieren aan de orde zijn. Maar het kan ook een op zichzelf staande activiteit betreffen, waar mest van meerdere veehouderijen wordt bewerkt. Er is in de nabijheid van het plangebied geen mestbewerkings- of mestverwerkingsbedrijf aanwezig. 7. Ongerustheid bij omwonenden Indien er rond een veehouderij veel ongerustheid bestaat over het aspect volksgezondheid (gerelateerd aan de betreffende veehouderij of meerdere veehouderijen in de omgeving), dan is een advies vanuit de GGD wenselijk. Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. Uit het stappenplan blijkt dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat en dat advies van de GGD niet nodig wordt geacht.

5.7.10 Niet-gesprongen explosieven Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Oss heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Beekschehoevestraat 8 Het plangebied aan de Beekschehoevestraat 8 is geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek uit 2016. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 68 van 78 Vastgesteld december 2023

plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Een onderzoek naar mogelijke resten is derhalve niet noodzakelijk. Echter kan het voorkomen dat bij toeval toch een artikel wordt gevonden wat er uit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.

Afbeelding 23 Uitsnede kaart verdachte locaties NGE

Molengraaf Het plangebied aan de Molengraaf is verdacht van artillerie, mortier en/of raketbeschieting tijdens WOII (rode markering) vanwege zijn ligging binnen een gebied met de oude dorpskern van Geffen op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten WOII en het daaraan gekoppelde vooronderzoek uit 2016. Hierdoor is de kans op munitie aanwezig. Voor dit deel van het plan veranderd de bestemming naar van agrarisch naar wonen en wordt er gegraven voor de bouw van twee nieuwe woningen. Op de luchtfoto’s van de afgelopen tien jaar is te zien dat er een boomkwekerij actief is of actief geweest is op het perceel waar dit deel van het plangebied is gelegen. Hierdoor bestaat het vermoeden dat de grond hier al in een bepaalde mate is verstoord. Een onderzoek naar mogelijke munitie op dit punt is derhalve niet zinvol. Het advies is om altijd binnen een verdacht gebied het protocol toevalsvondsten onder de aandacht te brengen van mensen die grond- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie, stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie Afbeelding 24 Uitsnede kaart verdachte locaties NGE

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 69 van 78 Vastgesteld december 2023

gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.

5.7.11 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Op de locatie Beekschehoevestraat is geen sprake van het realiseren van nieuwe gevoelige objecten. Derhalve wordt deze locatie buiten beschouwing gelaten. Op de locatie Molengraaf is sprake van het realiseren van twee nieuwe gevoelige objecten in de vorm van woningen. De locatie is thans in gebruik voor de boomteelt, met het realiseren van de woningen komt de boomteelt te vervallen. Met het komen te vervallen van de boomteelt is er op de gronden rondom het plangebied geen sprake meer van permanente teelt van bijvoorbeeld bomen of bruit. Op de gronden rondom het plangebied is geen sprake van permanente teelt van bijvoorbeeld bomen of fruit. Daarnaast zijn de omliggende percelen binnen een zone van 50 meter allen in eigendom van initiatiefnemer. Spuitzones zijn daarmee niet aan de orde.

Derhalve vormt dit aspect geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 70 van 78 Vastgesteld december 2023

5.8

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Deze paragraaf bevat een toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie hierna).

Kenmerken van het project ▪ Omvang van het project ▪ Cumulatie met andere projecten ▪ Gebruik van natuurlijke grondstoffen ▪ Productie van afvalstoffen ▪ Verontreiniging en hinder ▪ Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project ▪ Bestaand grondgebruik ▪ Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied ▪ Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect ▪ Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) ▪ Grensoverschrijdende karakter van het effect ▪ Waarschijnlijkheid van het effect ▪ Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r.

het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat het initiatief onder de drempelwaarden valt zoals aangegeven in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Tabel 4.uitwerking kenmerken van het project

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 71 van 78 Vastgesteld december 2023

Criteria Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen

Toets Het project heeft betrekking op het omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning op de locatie Beekschehoevestraat en het realiseren van twee nieuwe woningen aan de Molengraaf. Hiermee is sprake van de toevoeging van twee nieuwe woningen. Om het initiatief mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd. Het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in de D-lijst voor stedelijke ontwikkelingsprojecten Nee Nee Nee, behoudens (regulier) huishoudelijk afval wat door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt zal worden. Ook de (tijdelijke) afvalstoffen die ontstaan door de sloop en bouw worden door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt. Daarbij vindt zoveel mogelijk als kan recycling plaats Er is geen sprake van een activiteit die leidt tot verontreiniging of hinder voor het milieu Nee, het plangebied bevindt zich buiten plaatsgebonden risicocontouren en er is geen sprake van een verslechtering van het groepsrisico

Conclusie: vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Plaats van het project Tabel 5.uitwerking plaats van het project

Criteria Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: ▪ gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) ▪ gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Toets Intensieve veehouderij en akker c.q. weiland N.v.t. Nee, uit de onderzoeken die in het kader van het initiatief zijn uitgevoerd, blijkt dat het project geen significante effecten veroorzaakt voor de omgeving (zie hiervoor betreffende aspecten in hoofdstuk 5 van deze toelichting) Nee Nee

Conclusie: vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.)

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 72 van 78 Vastgesteld december 2023

Tabel 6.uitwerking gevoelig gebied

Criteria Beschermd natuurmonument Habitat- en Vogelrichtlijngebieden Watergebied van internationale betekenis EHS Landschappelijk waardevol gebied Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument Belvédère-gebied

Toets Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Conclusie: het plangebied is niet gelegen binnen een gevoelig gebied en op een zodanige afstand van gevoelige gebieden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. Conclusie milieueffectrapportage a. Het initiatief komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dus geen MER te worden opgesteld; b. De activiteit valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. De daarbij genoemde drempelwaarden worden niet overschreden; c. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 2, lid 5, aanhef onder b. van het Besluit m.e.r. is voor dit initiatief bovenstaande vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.beoordeling blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn en dat een MER niet zinvol is.

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 73 van 78 Vastgesteld december 2023

Hoofdstuk 6

6.1

Toelichting op de regels

Algemeen

Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan Wijlseweg 11-11a is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 en 4), de algemene regels (artikelen 5 tot en met 12) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 13 en 14). Bij de regels horen tevens bijlagen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.

6.2

Regels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels ▪ Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. ▪ Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: ▪ Artikel 3: Groen Dit artikel geeft de regels van de bestemming ‘Groen’ weer. ▪ Artikel 4: Wonen Dit artikel geeft de regels van de bestemming ‘Wonen’ weer ▪ Artikel 5: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog ▪ Dit artikel geeft de regels van de bestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ weer Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: ▪ Artikel 6: Anti-dubbeltelregel ▪ Artikel 7: Landschappelijke tegenprestatie ▪ Artikel 8: Algemene bouwregels ▪ Artikel 9: Algemene gebruiksregels

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 74 van 78 Vastgesteld december 2023

▪ ▪ ▪ ▪

Artikel 10: Artikel 11: Artikel 12: Artikel 13:

Algemene aanduidingsregels Afwijken van de bouwregels – algemeen Wijzigingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels ▪ Artikel 14: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. ▪ Artikel 15: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlagen Bijlage 1: Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten Bijlage 2: Bedrijvenlijst Bijlage 3: Inrichtingsplan Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen

Beekschehoevestraat 8 / Molengraaf Geffen 2023, pag. 75 van 78 Vastgesteld december 2023

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Beleidskader

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctieen gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=51c65106-87d4-469d-bacc-e998165b5511