CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

2Jaarverslag en jaarrekening 2020.PDF

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Jaarverslag en jaarrekening 202036.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Omroep Maasland

Omroep heeft te maken met grote terugval in advertentie-inkomsten. Effect op langere termijn lastig in te schatten. Er is een tijdelijke steunfonds voor lokale media waar de omroep een aanvraag kan doen voor ondersteuning. Dat steunfonds bevat € 35 miljoen voor geheel 2020. Deze loopt niet via de gemeente.

Programma 4. Dynamisch stadscentrum Algemeen

We zien op dit moment geen grote directe financiële risico's binnen dit programma. Wel zien we uiteraard belangrijke risico's in de ontwikkeling van de binnenstad (effecten voor winkeliers/ horeca etc).

Programma 5. Zuinig op ons klimaat Kringloop

De crisis heeft in de eerste fase van de crisis grote impact op de exploitatie van het Kringloopbedrijf door wegvallende inkomsten gehad. De inkomsten zijn hierna weer wat hersteld, maar de financieringspositie van het kringloopbedrijf blijft onder druk staan.

Programma 6. Vitale economie Grondverkopen industrie

Er blijft op dit moment nog voldoende belangstelling voor onze uit te geven gronden. Effect op langere termijn is niet te voorspellen. Hoeveelheid te verkopen hectare is nog beperkt (uitz. Heesch West).

Havengelden

Door minder economische activiteit in de haven is de opbrengst havengelden minder dan begroot. Wat het effect is voor 2021 is lastig in te schatten.

Programma 7. Mobiliteit Parkeren

Sluiting van de winkels en terugloop van het aantal bezoekers in centrum leidt ook in 2021 tot lagere parkeeropbrengsten. In hoeverre dit gecompenseerd wordt door het Rijk is nog niet duidelijk.

Programma 8. Aantrekkelijk wonen in Oss Grondverkopen

Effect op langere termijn is niet te voorspellen. Hoeveelheid te verkopen

woningbouw

hectare is nog beperkt. Nieuw op te starten projecten kennen een langere doorlooptijd, zodat het risico verkleind wordt. Via taskforce zetten we in op anticyclisch investeren.

33

Risico

Korte toelichting

Leges

De mogelijkheid bestaat dat door de crisis het aantal aanvragen om een

omgevingsvergunning

omgevingsvergunning in 2021 achter blijft. Dat heeft gevolgen voor de bouwleges.

Programma 10. Besturen in verandering van tijden Leges publieksdiensten

In 2020 zagen we afname van het aantal huwelijken. Wat de effecten zijn in 2021 is op dit moment nog niet te overzien.

Gemeente als werkgever

In verband met hygiëne maatregelen, aanpassingen op 1,5 meter, digitale vergaderfaciliteiten en faciliteren thuiswerken maken we extra kosten. Exact beeld wat dit voor de toekomst betekent werken we op dit moment uit.

Programma 11. Financieel solide Uitstel van ontvangsten/

We ontvangen later ons geld (en ook soms minder) wat effect heeft op onze

later versturen facturen

financieringspositie. Door extra geld aan te trekken verkleinen we dit risico.

Toeristenbelasting

Het aantal overnachtingen in 2020 zal aanzienlijk lager liggen dan voorgaande jaren. De begrote opbrengst is jaarlijks € 230.000. We werken met een systeem van achteraf aangifte doen. Dus de opbrengst in 2021 betreft het aantal overnachtingen in 2020. We moeten dus rekening houden met minder inkomsten in 2021. We ontvangen € 57.000 vanuit het Rijk compensatie voor de gemiste inkomsten uit toeristenbelasting. We weten nog niet of dit voldoende is.

Rente en aflossing in 2021

In 2020 hebben verenigingen en instellingen de mogelijkheid gekregen om in dat jaar geen rente en aflossing te betalen, onder voorwaarde van ondertekening van aanvullende overeenkomst waarbij de looptijd van de lening wordt verlengd met 1 jaar. Hoe we hiermee omgaan in 2021 moet nog besluitvorming over plaatsvinden.

Oninbaarheid gemeentelijke

De gemeente voert een ruimhartig beleid voor uitstel van betaling sinds de

vorderingen

COVID-19 crisis. Afhankelijk van de omvang van de recessie verwachten we dat een deel van de vorderingen niet inbaar zal zijn. Op dit moment is niet in te schatten hoeveel. Dit risico geldt ook voor de BSOB.

34

JAARVERSLAG

35

Programma 1. Zorg en welzijn

36

1. Inleiding We willen graag dat al onze inwoners actief deelnemen aan de samenleving. Daar zetten we dan ook zoveel als mogelijk op in. Uitgangspunt is om aan te sluiten bij de talenten, mogelijkheden en behoeften van inwoners. Wanneer het niet vanzelf gaat, bieden we ondersteuning, zorg en opvang. Deze ondersteuning is gericht op zoveel mogelijk zelf en samen doen. We zien dat de COVID-19 pandemie impact heeft op de zorg en ondersteuning van cliënten van Wmo en jeugdwet. Maar, we zien ook dat mensen er voor elkaar zijn en dat ze elkaar helpen en ondersteunen. Dit willen we graag behouden. Dat geldt ook voor de digitaliseringsslag die op meerdere plekken is gemaakt. Evenals de alternatieven voor ondersteuning van inwoners die noodgedwongen tot stand kwamen en goed bleken te passen. De focus ligt op goede dienstverlening aan onze inwoners, transformatie van het sociaal domein en kostenbeheersing: -

We kijken integraal naar de problematiek van de inwoners. Om te komen tot een integrale oplossing voor de inwoner werken we samen met inwoner vanuit de disciplines werk en inkomen, welzijn, zorg, veiligheid, schuldhulpverlening samen. We werken hierbij intensief samen met externe partijen in het veld.

-

We werken verder aan de transformatie binnen het sociaal domein. Dit is een langdurig verandertraject. We moeten blijven investeren in vakmanschap van medewerkers. Ook in verband met de steeds veranderende wetgeving.

-

Om de kosten te beheersen zetten we in op het onderzoeken van welke maatregelen effectief zijn om ondersteuning via algemene/collectieve voorzieningen in het voorliggend veld te stimuleren zoals de inzet van de praktijkondersteuner, en de digitalisering van onze dienstverlening en bedrijfsvoering. We brengen de basis op orde in de uitvoering van de WMO en gaan meer datagesteund werken. Kostenbeheersing moet de transformatie ondersteunen en niet belemmeren. Naast lokale en regionale instrumenten zetten we, via G40, VNG en landelijke contacten, in op beïnvloeding van de budgetten die we krijgen van het Rijk voor de uitvoering van onze taken.

2. Programma-onderdelen 2.1 Zorg en ondersteuning in de Wmo Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

Mensen kunnen zichzelf redden, doen mee aan het sociale leven en hebben het gevoel dat ze erbij horen

-

Goede basisvoorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden in de wijk

-

Passende (specialistische) zorg voor mensen die het nodig hebben

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? We hebben gewerkt aan onze drie hoofdthema’s van de lokale Wmo: werken aan een sterke sociale basis, zorgen voor ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities zodat ze het zelf redden en zorgen voor een vangnet voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. In 2020 hebben we incidenteel geld ontvangen en vanaf 2021 structurele middelen voor zorg en ondersteuning voor in de Wmo. We hebben 6 fte aangesteld voor uitvoeringstaken. Daardoor hebben we de inhuur met incidentele middelen van de afgelopen jaren teruggebracht. Maatschappelijke, landelijke en financiële ontwikkelingen, en beleidsmatige prioriteiten maken dat de druk op de beleids- en uitvoeringscapaciteit capaciteit hoog blijft. We blijven zoeken naar manieren om deze op te vangen. Hieronder staan de concrete resultaten binnen onze drie hoofdthema's van de lokale Wmo.

37

Wat hebben we hiervoor gedaan? We hebben gewerkt op basis van de drie hoofddoelen van de lokale Wmo: Hoofdthema 1 lokale Wmo: Werken aan een sterke sociale basis -

In 2020 is de focus gelegd op het belang en de waarde van de sociale basis in de Wmo. Met ONS Welzijn hebben we afspraken gemaakt om in de Sociale teams te werken aan meer inzet van collectief werk en informele ondersteuning zodat inwoners met hulpvragen zelf verder kunnen. Het goed aansluiten bij de maatschappelijke vraagstukken door de Sociale teams is onderdeel van de organisatieverandering van ONS Welzijn in Oss.

-

In 2020 heeft de GGD samen met het team Onderzoek & Statistiek van de gemeente Oss en ONS Welzijn een nieuw instrument voor de wijkfoto (data als basis voor wijkprofiel) gemaakt. In het eerste kwartaal van 2021 testen we dit instrument op gebruiksvriendelijkheid en bruikbaarheid waarna de wijkfoto op wijken dorpsniveau gebruikt wordt voor de dialoog met professionals en inwoners over de sociale agenda.

-

In 2020 is de Beleidsvisie Thuis in de Buurt vastgesteld. Dit is de basis voor verdere ontwikkelingen rondom laagdrempelig ontmoeten en wijk- en buurthuizen.

-

Samen met ONS welzijn zijn we gestart met een leertraject om te komen tot betere sturing en afspraken voor 2022.

-

We hebben in 2020 een visie op het professioneel Jongerenwerk geformuleerd en gebruiken 2021 om hier concrete invulling aan te geven.

-

We hebben de inzet van straatcoaches vanaf januari 2020 met twee jaar verlengd tot eind 2021. In 2021 evalueren we de inzet van de straatcoaches.

-

We hebben onderzocht wat mantelzorgers nodig hebben aan informatie en advies, zodat we samen met ONS Welzijn met elkaar in deze behoefte kunnen voorzien.

-

We hebben initiatieven van inwoners gefaciliteerd vanuit ons innovatie/transformatiebudget.

Hoofdthema 2 lokale Wmo: Zorgen voor ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities zodat ze het zelf redden -

Het uitvoeringsteam Wmo is in 2020 gestart met een nieuwe werkwijze: Deze nieuwe werkwijze houdt in: Directe doorverbinding van Team Toegang naar de planning van Team Wmo, de afspraak wordt binnen 3 weken gepland, er komt 1 onderzoeksverslag die aansluit op de Samenwerkwijze, en de administratie handelt eenvoudige aanvragen af. Dat betekent voor de inwoner: Binnen 3 weken heeft hij of zij een afspraak en er is een snellere afhandeling van (eenvoudige) vragen. Het effect van deze nieuwe werkwijze is: Er is minder wachttijd, er is duidelijkheid over de afspraak waardoor minder herhaaltelefonie, er is een snellere afhandeling, en de tevredenheid neemt toe.

-

In 2020 is de werkwijze van de Sociale teams (ONS Welzijn en Consulenten W&I, Zorg en SHV) geëvalueerd. Uit de evaluatie is een verbeterplan voortgekomen. Dit verbeterplan wordt in gezamenlijkheid van de gemeente Oss en ONS Welzijn uitgevoerd.

-

Professionals en partners in de wijk hebben per wijk leersessies gevolgd om de Samenwerkwijze onder de knie te krijgen. Per wijk zijn aanjagers aangesteld. Op initiatief van de aanjagers is een start gemaakt om samen aan een organisatie overstijgende leeromgeving te bouwen. Dit heeft de werktitel ‘het Leerhuis’ gekregen.

-

In 2020 hebben we complexe maatwerkcasussen geanalyseerd. Op basis van de analyse hebben we verbeteringen toegepast op het toewijzingsproces van complex maatwerk. Het gaat hierbij om aanpassingen van de werkinstructie, inzicht in kosten en monitoring, en verbetering in de toeleiding de regionale ondersteuning vanuit Maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

-

In 2020 is een analyse gemaakt van de groei van de inzet van Huishoudelijke Verzorging. Deze groei hangt vooral samen met het ingevoerde abonnementstarief voor de WMO en brengt steeds hogere kosten met zich mee. Lokaal en regionaal denken we na over stuurknoppen om hiermee om te gaan.

-

We hebben een voorstel gemaakt om gedifferentieerde tarieven in de PGB voor Huishoudelijke hulp te gaan hanteren. De ASD is gevraagd om daarover te adviseren. Besluitvorming volgt in 2021.

38

Hoofdthema’s 3 lokale Wmo: Zorgen voor een vangnet voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. -

We hebben een regionale ontwikkelagenda Opvang, ondersteuning en zorg voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid opgesteld.

-

We hebben een regionaal projectplan brede aanpak dakloosheid opgesteld en zijn gestart met de uitvoering.

-

We maakten procesafspraken met woningbouwcorporaties over de urgentieplus regeling voor cliënten die uitstromen uit zorg (beschermd wonen en maatschappelijk opvang) en zelfstandig gaan wonen.

-

We hebben een regionaal plan doorontwikkeling bemoeizorg gemaakt, waarbij expertise wordt uitgebreid met forensische kennis.

-

We hebben een regionale samenwerkingsagenda opgesteld tussen zorgverzekeraars gemeenten gericht op de thema’s GGZ, Ouderen en Preventie.

-

We hebben ingezet op de versterking van de samenwerking tussen het medisch domein, sociaal domein en veiligheidsdomein. We maakten o.a. afspraken met politie, GGZ Oost Brabant, Novadic Kentron en Verdihuis over samenwerking bij crisissituaties bij complexe casussen.

-

We hebben de regionale preventieopdracht GGZ en verslavingszorg geherformuleerd.

-

Er is een regionale pilot uitgevoerd opvang complexe casuïstiek.

-

We hebben een lokale pilot voor transformatie beschermd wonen uitgevoerd in Proeftuin Ruwaard.

-

We hebben procesafspraken gemaakt aanvraag briefadres.

-

Er is een regionale GGZ specialist aangesteld voor de Sociale Teams en regionale team toegang BW/MO.

-

Ook in 2020 werkten we vanuit zorg en veiligheid en stemmen op beleid en uitvoering. Bij interventies die te maken hebben met preventie en repressie zochten we de verbinding.

-

We hebben afspraken gemaakt met onze netwerkpartners ten behoeve van het werken volgens het AVE model (aanpak voorkomen escalatie). In 2020 hebben we geïnvesteerd in kennisdeling en bredere bekendheid. We hebben dit in nauwe samenwerking met team Veiligheid gedaan.

Wat hebben we specifiek in het kader van COVID-19 gedaan? -

-

Voor ons uitvoeringsteam Wmo had COVID-19 de volgende impact: o

Veelal telefonisch onderzoek i.p.v. huisbezoeken

o

huisbezoeken werden uitgesteld

o

Huisbezoekprotocol COVID-19 werd vastgesteld

o

We handelden 50-70% telefonisch en 30-50% met huisbezoek af

We zagen het eerste en tweede kwartaal een daling in aanvragen (11-12% minder ten opzichte van vorig jaar). Daardoor was er een daling van de werkvoorraad én de wachttijd. Vanaf het derde kwartaal was het aantal aanvragen weer op een vergelijkbaar niveau als vorig jaar.

-

De reguliere dienstverlening van ONS welzijn liep zoveel mogelijk door. Online en waar noodzakelijk ook ambulant. Daarnaast waren de wijkwerkers extra actief in de wijk en zochten naar creatieve oplossingen om inwoners te kunnen blijven ontmoeten. Zij waren aanwezig in wijkcentra voor inloop en vragen en zij zetten spreekuren voort in de wijkcentra die open waren. Dit gold ook voor de jongerenwerkers.

-

ONS welzijn had voor alle inwoners een speciaal programma ontwikkeld samen met externe partners zoals de GGD, Slachterhulp en huisartsen. Dit programma was grotendeels gebaseerd op de reguliere dienstverlening van ONS welzijn, maar waarnaar door de COVID-19 situatie meer vraag naar is. Denk bijvoorbeeld aan psychosociale ondersteuning, eenzaamheidsbestrijding, rouw- en lotgenotencontact, financieel/juridische ondersteuning en armoedebestrijding.

-

Tijdens de eerste golf hadden zich veel vrijwilligers gemeld bij ONS welzijn. Deze werden bemiddeld naar vrijwilligerswerk. ONS welzijn ondersteunde ook veel burgerinitiatieven. In de tweede golf was de vraag naar vrijwilligers groter dan de instroom. Ook de vraag naar ondersteuning vanuit overbelaste mantelzorgers is toegenomen.

-

We hebben zorgaanbieders een omzetgarantie gegeven zodat het zorglandschap ook na de COVID-19 crisis in stand blijft.

-

We hebben een meerkostenregeling voor Wmo zorgaanbieders uitgevoerd waardoor meer kosten in verband met uitvoering van de RIVM maatregelen werden vergoed.

-

We hebben medewerkers van zorgorganisaties gevraagd kwetsbare burgers extra te ondersteunen.

39

-

We maakten afspraken met zorgaanbieders over alternatieve manieren om onze inwoners te blijven ondersteunen.

-

Er zijn aanvullende afspraken gemaakt met Verdihuis over maatschappelijke opvang op basis van de COVID-19 richtlijnen.

2.2 Jeugdhulp Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

We organiseren hulp voor de jeugdige zo dicht mogelijk bij huis, nabij het gezin

-

We zorgen voor passende (specialistische) jeugdhulp voor de jeugdigen die dit nodig hebben. Daarbij zijn we kritisch op de reikwijdte van gespecialiseerde jeugdhulp om de meeste kwetsbare jeugdigen te kunnen blijven helpen.

-

We versterken de (gemeentelijke) toegang en verbinden deze met partners uit de jeugdketen zoals consultatiebureau, voorschoolse voorzieningen en onderwijs.

-

We beschermen jeugdigen bij onveilige situaties.

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? Zorgen voor passende jeugdhulp is een doorlopend proces. De ontwikkeling van regionaal beleid is daarvoor zeer relevant. Vanuit goed opdrachtgeverschap is regionale samenwerking in relatie tot de zorgaanbieders belangrijk. Wij investeren daar ook in. In de regio zijn forse stappen rond transformatie gemaakt; vooral is daarbij ingezet op af/ombouwen van residentiele hulp naar hulp in gezinsvormen en naar intensieve ambulante hulp. Daarnaast is met de regio hard gewerkt aan de nieuwe inkoop van jeugdhulp. Hiervoor is een nieuwe productindeling gemaakt, een nieuwe manier van zorgtoewijzing ontworpen en een nieuwe financieringssystematiek voor zorgaanbieders ingericht. Zo dragen we vooral bij aan de bovenstaande doelstellingen: passende jeugdhulp (door bouwstenen en arrangeren wordt de jeugdhulp meer op maat), dichtbij huis (door de wijze van inkopen kan lokaal samengewerkt worden met lokale aanbieders naar keuze) en reikwijdte (scherper beschreven wat de specialistische jeugdhulp is en waar deze aan moet voldoen). De implementatie van de nieuwe werkwijzen is in het najaar gestart. Dit vraagt van ons CJG een grote inzet. Het is een onderdeel van onze Ontwikkelagenda Jeugd, gericht op versterken van de gemeentelijke toegang. De samenwerking met Ons Welzijn daarin verloopt goed. Zorg blijft de beheersbaarheid van de kosten.

Hier is nadrukkelijk aandacht voor, zowel in de regio met het transformatieproject, als lokaal met het investeren in POH GGZ Jeugd bij de huisartsen en het gaan werken in de ‘driehoek’ bijvoorbeeld. Wat hebben we hiervoor gedaan? -

Het regionaal beleidsplan 2020-2023 is vertaald in een uitvoeringsagenda met verschillende actielijnen, zoals preventie, eigen kracht en eerder de juiste hulp op maat, integrale hulp en ondersteuning, positie van jeugdigen en ouders/cliëntervaringen, meer ruimte voor professionals door vermindering van regeldruk.

-

Regionaal met het RIOZ hebben we een nieuw productenboek gemaakt, dat is de basis voor de aanbesteding van gespecialiseerde jeugdhulp per 2022. Vanwege COVID-19 is de aanbesteding in maart 2020 stopgezet en hebben we voor 2021 een tussenregeling opgezet. Hierbij werken we binnen de bestaande contracten met het nieuwe productenboek en de nieuwe manier van zorgtoewijzing.

-

Op basis van een regionale leidraad hebben wij de lokale implementatie – bij het CJG - gestart van het nieuwe productenboek en de zorgtoewijzing: het werken in de driehoek van gezin-jeugdprofessionalzorgaanbieder.

-

Vanuit Oss hebben wij de regionale verordening en nadere regels jeugdhulp geactualiseerd en aangepast op het nieuwe productenboek.

-

Het transformatieproject is uitgevoerd en geëvalueerd: er is residentiele hulp afgebouwd, en meer gezinshuizen, pleegzorg en intensieve ambulante hulp ontwikkeld. Succesvolle interventies en methodieken worden in 2021 verder uitgebreid en doorontwikkeld. Restant van het transformatiebudget wordt ingezet om de transformatie de komende drie jaar verder te ontwikkelen en hoog op de agenda te houden.

-

We hebben regionaal verbeteringen aangebracht in de beschikbaarheid en kwaliteit van de crisishulp, die vanaf 2021 zo zal worden uitgevoerd.

40

-

We hebben de regionale afspraken over samenwerking tussen Veilig Thuis en de lokale teams bij bescherming van jeugdigen in onveilige situaties geïmplementeerd.

-

We hebben samen met ONS welzijn een start gemaakt met een ontwikkelplan voor de lokale teams om te voldoen aan het landelijke kwaliteitskader van de VNG betreffende lokale teams en veiligheid.

-

We hebben met Veilig Thuis en ONS welzijn ingezet op scholing van professionals rond veiligheid.

-

We werken verder met de Osse ontwikkelagenda ‘vindbaarheid en beschikbaarheid van de jeugdhulp’ en richtten ons daarmee op versterken van de lokale toegang.

-

We hebben met het CJG afspraken gemaakt over aansluiting bij het onderwijs. Voor iedere school, ook voor speciaal onderwijs, is een schoolcontactpersoon. De intensiteit van inzet is afhankelijk van de problematiek op de scholen.

-

We maken de inzet van de Praktijkondersteuner GGZ Jeugd (POH GGZ) bij huisartsen mogelijk. Nog niet alle huisartsen zijn bereikt. Uit de evaluatie blijkt dat een POH GGZ Jeugd goed werkt; zij bieden waar nodig direct hulp en zorgen voor een eventuele gerichte doorverwijzing in samenwerking met het CJG.

-

STORM, de aanpak voor depressie preventie is voortgezet.

-

We participeerden aan het regionaal project Scheiden zonder schade. Dit project richt zich onder meer op het verbeteren van de aanpak bij complexe scheidingen, deskundigheidsbevordering bij lokale teams en het slaan van een brug tussen zorg en recht.

-

In aansluiting op het regionale uitvoeringsplan hebben we een (regionale) notitie over Reikwijdte van jeugdhulp opgesteld. Onderdelen hieruit worden het komende jaar verder uitgewerkt.

-

We hebben de mogelijkheden voor invoering van de Samenwerkwijze ook op het terrein van jeugdhulp, verkend: dit sluit goed aan bij de nieuwe werkwijze van zorgtoewijzing in de driehoek van gezinjeugdprofessional-zorgaanbieder.

Wat hebben we specifiek in het kader van COVID-19 gedaan? -

Vanuit het RIOZ hebben we gevolgd op welke manier de jeugdhulp veilig kon worden voortgezet. RIOZ heeft ook de landelijke compensatieregeling uitgevoerd.

-

We hebben frequent contact met het CJG, onderwijs, kinderopvang, jeugdhulpaanbieders, Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis over stand van zaken tijdens de COVID-19 crisis.

-

We hebben met STORM afspraken gemaakt over deskundigheidsbevordering bij organisaties die signalen ontvangen over somberheid bij jongeren.

2.3 Gezondheid en preventie Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

Een gezond leven en gezonde leefomgeving

-

Een effectief dekkend netwerk AED's in de publieke ruimte

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? We werkten aan de doelstellingen van ons gezondheidsbeleid met de focus op de drie thema’s van het nationaal preventie akkoord: minder roken en mee-rokers, overgewicht en obesitas terugdringen en problematisch alcoholgebruik aanpakken. Ook hebben we gewerkt aan het verkleinen van de gezondheidsverschillen en het bevorderen van een gezonde leefstijl en het bieden van een kansrijke start aan kwetsbare zwangere moeders en jonge moeders/gezinnen. Wat hebben we hiervoor gedaan? -

Via het regioproject ‘Drugs, wat doet het met jou’ werken we met 38 gemeenten in de politieregio OostBrabant, de GGD HvB, GDD Brabant Zuidoost en Nocadic Kentron aan de denormalisering van drugsgebruik. Ook hebben we een aantal lokale interventies die we jaarlijkse laten terugkomen zoals een ouder-kindavond over het omgaan met groepsdruk en het stellen van grenzen en hanteren van regels. Groepsdruk is sterk beïnvloedbare factor voor gebruik van middelen, met risico op verslaving.

-

We zetten de activiteiten binnen de ketenaanpak ‘Kind naar Gezonder Gewicht’ vanuit JOGG voort.

41

-

In 2020 is aandacht geweest voor de campagne Stobtober (stoppen met roken) en Ikpas (stoppen met alcohol drinken).

-

Onze samenwerkingspartners hebben we een brief gestuurd om mee te doen aan de rookvrije generatie door ook hun gebouwen rookvrij te maken.

-

Elk jaar hebben we accountgesprekken met de GGD. Door deze gesprekken brengen we meer focus aan op de werkzaamheden. Uitgangspunt hierbij is dat we de landelijke ontwikkelingen volgen en uitvoering geven aan de actiepunten uit het preventieakkoord (preventie van roken, alcohol en overgewicht) en actieprogramma Kansrijke Start (ondersteuning bij de eerste 1000 dagen van een kind bij kwetsbare zwangere vrouwen en jonge moeders/gezinnen).

-

Sinds 2019 hebben we een lokale coalitie Kansrijke Start. Met deze coalitie faciliteren we een lokale samenwerking tussen partners uit het medische en sociale domein. De coalitie werkt aan een goede signalering, verwijzing en optimale begeleiding voor, tijdens en na zwangerschap van kwetsbare doelgroepen.

Wat hebben we specifiek in het kader van COVID-19 gedaan? -

Bestuurlijk is een netwerk Nazorg COVID-19 gestart, dat regelmatig afstemt over de dienstverlening aan inwoners die COVID-19 hebben gehad. Hierin zijn zowel medische als sociaal maatschappelijke netwerkpartners actief waaronder huisartsen, C-support, Fysiotherapeuten, GGD, Ons Welzijn en de gemeente. Zo worden laagdrempelig behoeften geïnventariseerd, acties op elkaar aangesloten en weten partijen elkaar goed te vinden.

-

De GGD heeft een taak bij de beheersing en bestrijding van het COVID-19. Waaronder vaccineren, registratie, bron- en contactonderzoek. De GGD voert deze taken uit in opdracht van de Minister van VWS. Het valt binnen basispakket van de GGD.

-

Het effect van COVID-19 op de GGD organisatie is een grote onvoorziene ontwikkeling (geweest). De uitdagingen die de pandemie met zich meebrengt leggen een hoge druk op de GGD (organisatie). De crisis is nog niet beslecht en er is veel onzekerheid over het verdere verloop. Er bestaan grote maatschappelijke zorgen over de negatieve impact van de COVID-19 maatregelen op de leefstijl van de Nederlanders. Op basis van inzichten uit monitoringsinstrumenten, ontwikkelt de GGD aanvullende interventies en beleidsadvisering als daar een noodzaak toe blijkt.

3. Programma-informatie 3.1 Duurzaamheid Sociale duurzaamheid betekent: kiezen voor oplossingen die het probleemoplossend vermogen van de samenleving zelf versterken, waardoor op termijn minder zorg/ondersteuning nodig is en mensen toekomstperspectief hebben. Dat betekent: inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid en zo mogelijk kiezen voor oplossingen waarbij inwoners en hun informele netwerken een rol spelen. Niet zorgen voor een oplossing, maar helpen een oplossing te vinden, zodat de inwoner of de buurt een volgende keer meer zelf kan oppakken. Dat komt tot uiting in de manier waarop ondersteuning en welzijn worden ingevuld en uitgevoerd, maar ook in concrete activiteiten zoals: preventie, gezondheidsprojecten, mantelzorgondersteuning, ondersteuning van vrijwilligerswerk, enzovoort. De global goals die bij dit programma horen zijn: geen armoede, geen honger, goede gezondheid en welzijn, gendergelijkheid, ongelijkheid verminderen, duurzame steden en gemeenschappen en vrede, veiligheid en gerechtigheid.

42

3.2 Indicatoren Indicator

Bron

2017

2018

2019

2020

Streefwaarde

Kwaliteit toegang Wmo

CEO Wmo *

1. Ik weet waar ik moet zijn met

73%

73%

75%

78%**

71%

75%

73%

79%**

85%

89%

85%

mijn hulpvraag 2. Ik werd snel geholpen 3. De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag 4.Wmo gebruik

Wmo monitor

Aantal cliënten per zorgvorm

Begeleiding

948

1.046

1.217

ZIN***

Dagbesteding

394

375

365

3

3

4

Kortdurend verblijf 5. Jeugdhulp gebruik***** Aantal cliënten CJG Aantal cliënten gespecialiseerde jeugdhulp

-

-

1604

1527

Pleegzorg****

162

178

159

176

Zonder verblijf

92

103

127

116

2287

2363

2221

2052

Met verblijf

(ambulant/daghulp)

* CEO= Cliëntervaringsonderzoek Wmo, wordt elk jaar uitgevoerd ** Dit is het gemiddelde van de regio over 2018 *** Streven is het zorggebruik van geïndiceerde zorg omlaag te brengen door inzet van lichte vormen en collectieve activiteiten **** Pleegzorg wordt geregistreerd in dagen; dit is een inschatting van het aantal kinderen in Oss ***** Cijfers Jeugdhulp 2017 niet gevalideerd, dus niet geheel betrouwbaar 3.3 Waar staat je gemeente In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Oss te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 50.000 tot 100.000 inwoners. Indicator

Oss

Referentie

Jaar

Jongeren met delict voor de rechter

1%

1%

2018

Jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp

14,3%

12,2%

2019

Jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming

1,7%

1,3%

2019

Jongeren van 12-23 jaar met jeugdreclassering

0,3%

0,4%

2019

Wmo-cliënten met een maatwerkarrangement per

700

661

2020

10.000 inwoners

43

4. Wat heeft het gekost? + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving

Wmo individuele

Begroting

Begroting

Rekening

2020

2020 na

2020

Verschil Voordeel/ Nadeel

primitief

wijziging

Lasten

11.787

13.252

13.689

437

N

Baten

-192

-198

-130

68

N

Saldo

11.594

13.054

13.559

506

N

Lasten

11.428

12.811

12.108

-703

V

voorzieningen

Wmo collectieve voorzieningen

Jeugdwerk

Jeugdzorg

Wmo algemeen

Gezondheidszorg

Wmo begeleiding en

Baten

-297

-305

-462

-157

V

Saldo

11.131

12.506

11.646

-860

V

Lasten

849

661

545

-116

V

Baten

-21

-21

-35

-13

V

Saldo

828

640

511

-129

V

Lasten

28.705

30.897

29.465

-1.433

V

Baten

-41

-41

-59

-17

V

Saldo

28.663

30.856

29.406

-1.450

V

Lasten

1.225

964

710

-254

V

Baten

-1.167

-1.061

-1.021

40

N

Saldo

59

-97

-311

-214

V

Lasten

3.254

3.267

3.262

-5

V

Baten

-29

-29

-53

-25

V

Saldo

3.226

3.238

3.209

-30

V

Lasten

10.034

10.287

10.684

396

N

dagbesteding Baten

0

0

0

0

-

Saldo

10.034

10.287

10.684

396

N

Lasten

25.111

21.548

16.569

-4.979

V

Baten

0

0

-157

-157

V

Saldo

25.111

21.548

16.412

-5.136

V

Lasten

92.393

93.688

87.032

-6.656

V

Baten

-1.748

-1.655

-1.916

-261

V

Saldo

90.645

92.032

85.115

-6.917

V

0

4.241

4.241

0

-

Onttrekkingen reserves

-3.810

-4.962

-1.988

2.974

N

Totaal mutaties reserves

-3.810

-720

2.253

2.974

N

Resultaat

86.835

91.312

87.369

-3.943

V

Wmo beschermd wonen

Totaal programma

Stortingen reserves

44

Toelichting op afwijkingen groter dan € 100.000 Wmo Individuele voorzieningen We hebben € 437.000 aan hogere kosten en € 68.000 minder aan inkomsten. Dit geeft een nadeel van € 506.000. Dit heeft de volgende oorzaken: -

De kosten aan Wmo voorzieningen zijn € 348.000 hoger uitgevallen, bovenop de 3O-ontwikkeling die we hebben opgenomen in de programmabegroting van € 290.000. Als eerste komt dit door hogere kosten (€ 156.000) voor woningaanpassingen. Dat komt vooral door meer grote woningaanpassingen. Het aantal aanpassingen laat zich altijd moeilijk voorspellen. Een grote aanpassing is bovendien kostbaar. Een aantal extra grote woningaanpassingen veroorzaakt daarom een forse overschrijding. Als tweede hebben we meer uitgegeven aan overige voorzieningen (€ 192.000). Vooral de kosten van de huur van vervoersvoorzieningen zijn hoger uitgevallen ( €132.000). We zien een volumetoename en een verschuiving van goedkope naar duurdere vervoersvoorzieningen.

-

De kosten voor huishoudelijke verzorging zijn € 121.000 hoger uitgevallen dan begroot. Het verschil is op hoofdlijnen als volgt te verklaren. De maandelijkse 1% groei in volume huishoudelijke verzorging ZIN heeft zich na de programmabegroting doorgezet. Dit heeft geleid tot een verdere kostenstijging van € 178.000, bovenop de 3O-ontwikkeling van € 800.000 in de programmabegroting 2021-2024. In de paragraaf weerstandsvermogen en risico's hebben we hiervoor ook een structureel risico gemeld. Daarnaast zien we dat de kosten van PGB’s € 42.000 lager uitgevallen zijn.

-

De kosten van de Regiotaxi zijn € 32.000 hoger uitgevallen dan we hadden begroot. Door gemaakte betalingsafspraken met de vervoerders vanwege COVID-19 zijn kosten blijven doorlopen; 100% betaling voor daadwerkelijk gereden ritten en 80% voor niet gereden ritten tot juli, in juli en augustus 80% vergoeding over de gederfde omzet en vanaf september een flexibele kostprijs per gemeente op basis van daadwerkelijke realisatie van het vervoer. Daar tegenover staat dat er € 68.000 minder eigen bijdrage is geïnd, omdat er door COVID-19 minder is gereisd.

Wmo collectieve voorzieningen We hebben € 0,7 miljoen aan lagere kosten en € 157.000 aan hogere opbrengsten. Per saldo hebben we een voordeel van € 860.000. Dit heeft twee belangrijke oorzaken: 1. Lagere kosten Maatschappelijke opvang: € 809.000 2. Hogere kosten en hogere inkomsten van de meerkostenregeling COVID-19 voor de Wmo. De kosten van maatschappelijke opvang zijn € 809.000 lager uitgevallen dan we begroot hadden. Het grootste verschil heeft te maken met de COVID-19 compensatie die we van het Rijk ontvangen hebben voor meerkosten op het gebied van maatschappelijke opvang. We hebben € 820.000 gekregen. Tot nu toe hebben we € 104.000 uitgegeven, een verschil van € 716.000. In het hoofdstuk resultaatbestemming stellen we voor de resterende middelen naar 2021 over te hevelen. Daarmee kunnen we kosten van de 2e aanvraagronde 2020 vergoeden aan aanbieders. De beoordeling van de 2e ronde loopt in het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast volgen er in 2021 mogelijk meer aanvragen voor meerkosten. Het Rijk heeft de meerkostenregeling namelijk met een jaar verlengd, tot 1 januari 2022. Daarnaast hebben we € 95.000 minder aan kosten gehad voor de ambulantisering van de GGZ. Dat komt omdat 2020 in het teken heeft gestaan van het schrijven en vaststellen van de ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid.

Pas eind september is daarmee zicht gekomen op hoe we de ambulantiseringsmiddelen GGZ het meest effectief in kunnen zetten. We vinden het namelijk belangrijk dat de middelen ingezet worden voor de doelgroep in de wijken en het aanvullen van expertise in de sociale teams. De tijd tot 1 januari 2021 hebben we nodig gehad om afspraken te maken met ONS Welzijn over de besteding van de middelen in 2021. De meerkostenregeling COVID-19 voor de Wmo heeft geleid tot hogere kosten van € 136.000. Zorgaanbieders mogen op basis van een landelijke regeling hun meerkosten Wmo bij gemeenten declareren. Oss coördineert dit proces als centrumgemeente voor onze Wmo regio. De geraamde lasten hebben betrekking op het budget dat Oss hier als lokale gemeente voor ontvangen heeft van het Rijk voor de eerste tranche: meerkosten over de periode half maart-eind juni. De kosten hebben betrekking op de kosten van de eerste tranche voor de hele regio. De beoordeling van de tweede tranche (1 juli-eind december) loopt nog.

45

We hebben de middelen hiervoor ontvangen in de decembercirculaire 2020. De financiële afwikkeling hiervan gebeurt in 2021. Deze hogere kosten zien we ook terug in de vorm van hogere inkomsten: we hebben de kosten voor de regio bij de gemeenten in rekening gebracht. Jeugdwerk We hebben € 116.000 aan lager kosten en € 13.000 aan hogere opbrengsten,. Per saldo een voordeel van € 129.000. We hebben € 63.000 minder uitgegeven aan jeugdactiviteiten en € 27.000 minder aan straatcoaches. Daarnaast hebben we € 37.000 van het Rijk ontvangen voor compensatie van COVID-19 maatregelen voor scouting en speeltuinen. Dit hebben we nog niet uitgegeven en willen we overhevelen naar 2021 (zie hoofdstuk Bestemming rekeningresultaat). Jeugdzorg De uitgaven aan jeugdhulp zijn afgerond € 1,4 miljoen lager uitgevallen dan we begroot hadden. Dit verschil bestaat in grote lijnen uit 3 onderdelen: -

Lagere uitgaven aan het project transformatie: € 1,1 miljoen. Het was oorspronkelijk de bedoeling het project transformatie in 2020 af te ronden en daarmee de resterende middelen van € 1,4 miljoen die we hiervoor gereserveerd hadden uit te geven. In de tweede helft van 2020 is besloten de looptijd van het project te verlengen tot en met 2023. De fasering van de uitgaven is daarop aangepast. We hebben in 2020 afgerond € 330.000 aan het project uitgegeven, een verschil van afgerond € 1.070.000. Het restant blijft beschikbaar voor de komende jaren. Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere onttrekking aan de algemene reserve (zie hierna). We dekken de uitgaven aan het project namelijk af uit de algemene reserve.

-

Lagere uitgaven aan inkoop 2022 door de regionale inkooporganisatie (RIOZ): € 106.000. Dat komt doordat de aanbesteding van de nieuwe inkoop jeugdhulp vanaf 2021 is stopgezet als gevolg van COVID19. In plaats daarvan is voor 2021 jeugdhulp ingekocht via een noodprocedure. In het najaar van 2020 is de aanbesteding voor jeugdhulp vanaf 2022 gepubliceerd. Deze wijziging heeft gevolgen gehad voor de uitvoeringskosten van het RIOZ. Een groot deel van de geplande werkzaamheden voor de nieuwe inkoop is in 2020 niet uitgevoerd, maar schuift door naar 2021. In het hoofdstuk Resultaatbestemming stellen we daarom voor het resterende budget over te hevelen naar 2021.

-

Lagere uitgaven aan jeugdhulp: € 325.000. De verwachte uitgaven waren € 24,5 miljoen, de gerealiseerde uitgaven zijn € 24,2 miljoen. Dit is het saldo van diverse voor- en nadelen. Het grootste nadeel heeft betrekking op hogere uitgaven aan maatwerktrajecten. Daar staan diverse voordelen tegenover. De belangrijkste zijn lagere uitgaven aan ZIN, LTA-trajecten, gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis.

Dan resteren diverse kleine nadelen. De grootste daarvan is een afrekening van € 42.000 aan uitvoeringskosten van de regionale inkooporganisatie over 2018. Wmo algemeen We hebben lagere kosten van € 254.000 en € 40.000 aan lagere opbrengsten. Per saldo hebben we een voordeel van € 214.000. Dit heeft de volgende oorzaken: -

Lagere kosten aan verbetermaatregelen voor Wmo en Jeugdzorg: € 96.000. Bij de programmabegroting 2020 hebben we € 120.000 opgenomen voor verbetermaatregelen WMO en jeugdzorg. Hiervan is slechts een beperkt deel besteed in 2020. Voor € 24.000 zijn er kosten gemaakt ten behoeve van Dashboard sociaal domein. Alle verbetermaatregelen zijn nagenoeg uitgevoerd door eigen personeel. Echter hierdoor zijn er binnen het sociaal domein wel andere knelpunten ontstaan. Voor het aanpakken van de nieuwe knelpunten stellen we voor om het niet bestede bedrag 2020 over te hevelen naar 2021 (zie hoofdstuk Bestemming rekeningresultaat).

-

Lagere kosten Oss Innoveert: € 69.000.

-

Lagere kosten voor armoedebeleid: € 60.000. Activiteiten konden vanwege COVID-19 niet doorgaan en voor € 10.000 omdat er geen gebruik is gemaakt van de garantstelling door de stichting Helpende Handen Oss.

46

Wmo dagbesteding en begeleiding De kosten aan individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en maatwerk zijn € 396.000 hoger uitgevallen dan we begroot hadden. We zien zowel hogere ZIN-uitgaven (€ 206.000) als hogere kosten aan PGB's (€ 190.000). De hogere ZIN-uitgaven zijn het saldo van diverse voor- en nadelen: -

Hogere kosten aan individuele begeleiding (€ 743.000)

-

Lagere kosten aan dagbesteding (€ 357.000)

-

Lagere kosten aan kortdurend verblijf (€ 2.000)

-

Lagere kosten aan maatwerk (€ 178.000)

Per saldo zien we in het vierde kwartaal een stijging van de volumes ten opzichte van het derde kwartaal. Dat komt door een combinatie van nieuwe aanvragen en het wegwerken van de werkvoorraad. Bij de PGB's zien we in het vierde kwartaal van 2020 een forse stijging van de aantallen ten opzichte van het derde kwartaal (158 versus 122, een stijging van 30%). Daarnaast zien we bij de PGB's dat de verhouding tussen de PGB's individuele begeleiding/dagbesteding en de PGB's beschermd wonen veranderd is ten opzichte van 2019 en daarmee ook ten opzichte van onze begroting. In verhouding zijn er nu meer PGB's individuele begeleiding/dagbesteding en minder PGB's beschermd wonen. In de eerste financiële tussenrapportage van 2021 passen we de begroting hierop aan. Wmo Beschermd wonen We hebben een voordeel van € 5,1 miljoen op Wmo beschermd wonen. Dit is te splitsen in: -

Lagere structurele regionale uitgaven van € 3,2 miljoen.

-

Lagere incidentele uitgaven van € 1,9 miljoen.

De structurele regionale uitgaven aan beschermd wonen zijn afgerond € 3,2 miljoen lager uitgevallen dan we verwacht hadden, bovenop de lagere verwachtte kosten van afgerond € 4 miljoen die we bij de programmabegroting 2021-2024 hebben gemeld. Dit in totaal € 7,2 miljoen minder. De belangrijkste oorzaken zijn: -

Door de invoering van het uniforme tarief per 1 januari 2020 in combinatie met differentiatie van producten beschermd wonen zijn er meer cliënten afgeschaald van de zwaarste categorie naar een lichtere categorie beschermd wonen. Hierdoor hebben we lagere kosten gemaakt voor de ZIN inkoop dan verwacht (€ 700.000).

-

Bij GGZ Oost-Brabant hadden we 81 plekken gereserveerd voor de ZIN inkoop. Hiervan is slechts een deel bezet geweest. Feitelijke leegstand wordt niet vergoed (€ 500.000).

-

Voor extra maatwerk en inkoop van specialistische ondersteuning op het snijvlak van veiligheid/bemoeizorg en complexe doelgroepen/overlastgevers zijn minder plekken ingekocht dan begroot. Het was de bedoeling deze voorzieningen buiten de regio in te kopen. Dit is slechts gedeeltelijk gelukt. Het probleem voor deze groepen is dat er in onze regio geen passende voorzieningen zijn. Daarnaast is er landelijk te weinig capaciteit. Als deze voorzieningen al passend waren bestonden er wachtlijsten. Daarnaast zijn veel regio’s van mening dat iedere regio zelf moet zorgen voor passende voorzieningen voor complexe casussen. Hierdoor kon plaatsing vaak niet tot stand komen. Verder gaat het om een dynamische doelgroep. Voor deze groep was een behoorlijk bedrag gereserveerd (€ 1,5 miljoen voor ongeveer 25 plekken). Dit betekent dat we voor een kleine groep geen regionale Wmo-voorzieningen hebben.

-

Door COVID-19 zijn de consultatiefunctie en het kenniscentrum GGZ specialisme in 2020 niet tot stand gekomen (€ 500.000).

In het hoofdstuk Resultaatbestemming stellen we voor het overschot op deze regionale middelen in de reserve beschermd wonen te storten. De incidentele uitgaven zijn € 1,9 miljoen lager dan begroot. We hadden gepland om in 2020 € 3,6 miljoen aan incidentele uitgaven beschermd wonen te doen. Deze zouden we betalen uit de reserve beschermd wonen. De uitgaven waren vooral bedoeld voor de transformatie en harmonisatie van beschermd wonen (ZIN en PGB) en maatschappelijke opvang (€ 2,9 miljoen). Daarnaast hadden we uitgaven geraamd voor de uitvoering van de Wvggz (€ 100.000), extra uitvoeringskosten (€ 150.000), verwacht tekort maatschappelijke opvang 2020 (€ 109.000) en ambulantisering van de GGZ (€ 350.000).

47

Het uiteindelijke totaalbedrag aan incidentele uitgaven is uitgekomen op € 1,7 miljoen, een verschil van € 1,9 miljoen. Het verschil zit vooral in het onderdeel transformatie en harmonisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De kosten hiervoor waren afgerond € 1,2 miljoen in plaats van € 2,9 miljoen. De frictiekosten van beschermd wonen om te komen tot een uniform tarief zijn lager uitgevallen. Een deel van de cliënten beschermd wonen met een PGB is uitgestroomd naar ambulante ondersteuning waardoor er geen frictiekosten waren. Daarnaast vraagt de transformatie van maatschappelijke opvang meer overleg en afstemming met de zorgaanbieder dan voorzien was. Hierdoor hebben we nog geen afspraken kunnen maken over de frictiekosten maatschappelijke opvang die optreden bij een dergelijke verandering. Deze afspraken en bijbehorende kosten zullen nog wel komen. Verder waren er geen uitgaven voor verwacht tekort Wvggz, waren de uitvoeringskosten lager (afgerond € 47.000 in plaats van € 150.000) en is het tekort maatschappelijke opvang iets hoger uitgevallen (afgerond € 141.000 in plaats van € 109.000). Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere onttrekking aan de reserve beschermd wonen. Onttrekkingen reserves We hebben bijna € 3 miljoen minder onttrokken aan reserves. Dit is te verklaren door de volgende 2 onderdelen: -

Lagere onttrekking uit de reserve beschermd wonen: € 1,9 miljoen. Zoals we hiervoor hebben aangegeven zijn de incidentele uitgaven beschermd wonen lager uitgevallen: € 1,7 miljoen in plaats van € 3,6 miljoen, een verschil van € 1,9 miljoen. Hierdoor is de geraamde onttrekking aan de reserve beschermd wonen ook € 1,9 miljoen lager uitgevallen.

-

Lagere onttrekking aan de algemene reserve: € 1.070.000. Zoals we hiervoor hebben aangegeven is de looptijd van het project transformatie Jeugdhulp aangepast. Daardoor zijn onze uitgaven aan het project in 2020 afgerond € 1.070.000 lager uitgevallen. Dat betekent dat de onttrekking aan de algemene reserve die hier tegenover staat ook € 1.070.000 lager uitgevallen is.

48

Lasten per product In de volgende figuur hebben we voor 2020 de totale lasten per product in beeld gebracht (bedragen x € 1.000).

5. Overzicht subsidies We geven hier een overzicht van de subsidies binnen dit programma per product. Voor meer detailgegevens over de subsidies per instelling verwijzen we naar de website https://financien.oss.nl/. Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Rekening

Begroting

Rekening 2020

2019

2020

Gezondheidszorg

26

81

81

Jeugdwerk

235

248

223

Jeugdzorg

3.688

3.783

3.783

Wmo Algemeen Wmo collectieve voorzieningen Totaal programma 1. Zorg en welzijn

368

370

368

6.670

7.007

6.980

10.988

11.489

11.435

49

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

50

1. Inleiding We willen graag dat al onze inwoners actief deelnemen aan de samenleving. Een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen is participatie, en vooral het hebben van werk. Daar zetten we dan ook zoveel als mogelijk op in. Uitgangspunt is om aan te sluiten bij de talenten, mogelijkheden en behoeften van inwoners. Aan onze inwoners vragen we om hun leven zoveel mogelijk naar eigen vermogen in de hand te nemen. Wanneer het niet vanzelf gaat, bieden we ondersteuning, zorg en opvang. Deze ondersteuning is gericht op zoveel mogelijk zelf en samen doen. We kijken integraal naar de problematiek van de inwoners, bijvoorbeeld in een combinatie van zorg, werk, schuldhulpverlening en armoede-ondersteuning. Meer eigen kracht bij de inwoner en aansluiting bij de leefwereld vraagt een andere houding en andere manier van werken van professionals. Om te komen tot een integrale oplossing voor de inwoner werken we vanuit de disciplines werk en inkomen, welzijn, zorg, veiligheid en schuldhulpverlening samen. We werken hierbij intensief samen met externe partijen in het veld. Naast onze inzet voor de ondersteuningsmaatregelen COVID, met name uitvoering van de TOZO, verwachten wij voor 2021 meer instroom in de bijstand, een groter beroep op onze armoedevoorzieningen en meer mensen in een problematische financiële situatie.

We blijven werken aan transformatie binnen het sociaal domein, een beweging van meer specialistische individuele voorzieningen naar een versterking aan de ‘voorkant’ met meer preventie en vroegsignalering. Dit is een langdurig verandertraject. Daarvoor investeren we in vakmanschap van medewerkers en zijn ons ervan bewust dat verandering extra tijd en energie kost. Ook in verband met de steeds veranderende wetgeving. Het gaat om meer en beter integraal werken, nieuwe vormen van ondersteuning en hulp en het verbeteren van de toegang via sociale teams en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het voorkomen van problemen of verergering is daarbij belangrijk. In het sociaal domein sturen we op dienstverlening aan onze inwoners, transformatie van het sociaal domein en kostenbeheersing. Het laatste onderwerp krijgt extra aandacht omdat de kosten toenemen. Denk aan onderzoek naar tarieven, inkoop- en bekostigingssystematiek, digitalisering in onze dienstverlening en bedrijfsvoering, datagesteund werken enzovoort. Kostenbeheersing moet de transformatie ondersteunen en niet belemmeren. Naast lokale en regionale instrumenten zetten we, via G40, VNG en landelijke contacten, in op beïnvloeding van de budgetten die we krijgen van het Rijk voor de uitvoering van onze taken. 2. Programma-onderdelen 2.1 Participatie Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

Zo veel mogelijk inwoners hebben (betaald) werk

-

We verminderen laaggeletterdheid om mogelijkheden voor participatie te vergroten

-

Zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigde inburgeraars stromen uit naar een (beroeps)opleiding of naar betaald werk

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? We hebben uiteraard hard gewerkt aan de re-integratie van inwoners met een uitkering. Vanwege COVID-19 zijn de mogelijkheden om mensen in werk te laten stromen verminderd. Vooral in het voorjaar/zomer en in november/december waren daarvoor minder kansen. Uiteindelijk is er eind 2020 een toename van het bijstandsbestand van 5%. Tegelijkertijd hebben de maatregelen voor COVID-19 grote invloed gehad op de werkzaamheden van de afdeling Werk & Inkomen. We hebben voortvarend de uitvoering van de Tozo-regeling opgepakt. Laaggeletterdheid heeft onverminderd de aandacht. Afhankelijk van de COVID-19 maatregelen is de dienstverlening klassikaal of digitaal gegeven. Daar waar beide vormen niet aansluiten hebben we gekeken

51

naar ondersteuning via het sociale netwerk. Vanwege COVID-19 zijn diverse activiteiten bij het Taalhuis tijdelijk niet uitgevoerd. Ook zijn enkele activiteiten doorgeschoven naar 2021. De invoering van de nieuwe Wet Inburgering is uitgesteld naar 2022, dus de voorbereidingen voor inkoop en organiseren van dienstverlening zijn op een rustiger tempo voortgezet. Daarnaast blijven we uitkeringsgerechtigde inburgeraars ondersteunen op de manier die aansluit bij de nieuwe wet. Wat hebben we hiervoor gedaan? -

Zelfregie van de inwoner en de Samenwerkwijze Oss zijn ingebed in de procedures van Werk & Inkomen. De medewerkers leren steeds beter om hiermee te werken.

-

De toeleiding naar werk is door COVID-19 enigszins gestagneerd voor de zomer. (Groeps)trainingen, Rotonde activiteiten en diverse re-integratietrajecten zijn, conform Rijksmaatregelen, tijdelijk stilgelegd of omgezet naar een digitale werkvorm.

-

We hebben met 11 gemeenten uit de regio en IBN een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met IBN voorbereid, vanuit de visie dat we een parallelle arbeidsmarkt nodig hebben voor de mensen met een beperking in hoog- én in laagconjunctuur. Vanwege COVID-19-maatregelen is dit traject in het voorjaar vertraagt en de ingangsdatum van de nieuwe overeenkomst gesteld op 1 juli 2021.

-

We hebben tot op heden 2619 aanvragen voor een Tozo regeling in behandeling genomen.

-

Op 31 december 2020 zijn 56 inwoners (1351 uur) van de 97 inwoners met een indicatie (58%) geplaatst op een beschutte werkplek. 3 inwoners (3%) van de 97 zijn regulier aan het werk.

-

De onderzoeksresultaten van het experiment ‘Zelf aan het stuur en op maat’ (van de Universiteit van Tilburg) zijn zodanig positief dat wij hebben gekozen deze manier van werken voort te zetten. We hebben dat opgenomen in de werkwijze van Werk & Inkomen.

-

Na afloop van de pilot “van zorg naar werk” zijn er afspraken gemaakt met de Toegang en Wmo. Als er een vraag is voor dagbesteding overwogen we altijd of er sprake is van arbeidsvermogen en zetten we expertise in van een jongerenconsulent en/of arbeidsdeskundige van de afdeling Werk en Inkomen.

-

Wij hechten waarde aan de resultaten van onze aanpak voor uitkeringsgerechtigden met een zorgprofiel en hebben gekozen voor structurele inbedding van deze werkwijze.

-

We blijven onze inzet op kwetsbare jongeren zonder uitkering voortzetten. Deze doelgroep bestond op 31 december 2020 uit 158 jongeren, voornamelijk vergunningshouders en jongeren uit het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. De consulenten uit het jongerenteam benaderen deze jongeren actief en begeleiden ze naar school of werk en zorgen dat ze hun werk behouden via jobcoaching.

-

Jongeren tussen de 16 en 27 jaar zijn in deze COVID-19-periode zeer kwetsbaar gebleken. Zij zijn als gevolg van tijdelijke en flexibele contracten in relatief grote aantallen werkloos geworden. Gezien de impact hiervan op het verdere verloop van hun werkend leven, heeft dat onze nadrukkelijke aandacht.

-

Vergunninghouders hebben we actief ondersteund bij inkomen (financiën), inburgering en toeleiding naar werk. De nieuwe Wet Inburgering is uitgesteld 2022. De pilot van A2 naar B1 is vanwege COVID-19 verlengd tot medio 2021.

-

We realiseren leerwerktrajecten (MBO niveau 1 en 2) in diverse sectoren, zoals logistiek, metaal, bouw, zorg, horeca, ICT, schoonmaak en taxi.

-

Vanuit de WEB-middelen (Wet Educatie Beroepsonderwijs) zetten we actief in op het verbeteren van de basisvaardigheden van volwassen inwoners van Oss. In afstemming met de regio geven we prioriteit aan laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1), uitkeringsgerechtigden, jongeren en andere kwetsbare doelgroepen: Nugger, laagopgeleide ouders met jonge kinderen, ex-inburgeraars. Ondanks COVID-19 is de dienstverlening zoveel mogelijk klassikaal voortgezet en daar waar nodig digitaal. Eventuele nadelige effecten van digitaal WEB-onderwijs zijn nu nog niet bekend. In 2020 zijn in totaal 127 aanmeldingen voor basisvaardigheden educatie ontvangen. Daarvan zijn 89 aanmeldingen (ruim 70%) voor het leren van het Nederlands als tweede taal (NT2).

-

COVID-19 heeft invloed gehad op het uitvoeringsprogramma van het Taalnetwerk. Veel activiteiten zijn niet doorgegaan of doorgeschoven naar 2021. Het Taalhuis heeft ondanks de huidige situatie veel nieuwe contacten gelegd met maatschappelijke organisaties, scholen en werkgevers.

52

Wat hebben we specifiek in het kader van COVID-19 gedaan? -

Wij hebben voortvarend de uitvoering van de Tozo opgepakt. 2619 Aanvragen voor de Tozo regeling zijn tot op heden bij de afdeling Werk en Inkomen binnengekomen. Ook de informatievoorziening hierover hebben we vormgegeven, onder meer door een aparte pagina op de website van de gemeente.

-

Met ZZP-ers, die Tozo ontvangen, zijn we in gesprek gegaan over doorstroom naar werk in een dienstverband en hebben we vanuit de afdeling schuldhulpverlening hulp aangeboden bij eventuele schulden. We lopen hiermee als Oss voor op wetgeving die wordt ontwikkeld. We hebben in 2020 84 ondernemers met een Tozo regeling in traject genomen waarvan er 5 zijn bemiddeld naar werk in loondienst. Hun Tozo regeling is beëindigd. De overige ondernemers zijn nog in traject.

-

Met name jongeren worden hard getroffen door de COVID-19 crisis. Zij hebben vaak tijdelijk werk en verliezen daardoor als eerste hun baan. Wij gaan in 2021 daarvoor, samen met IBN, een speciale aanpak opzetten waardoor zij zoveel mogelijk aan het werk blijven. Vanuit tijdelijk werk bij IBN (de zogenaamde “schuilplekken”) worden de jongeren verder bemiddeld naar werk in kanssectoren, eventueel gekoppeld aan scholing.

2.2 Arbeidsmarkt Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

Bedrijven in Oss beschikken op het juiste moment over de juiste hoeveelheid mensen, met de juiste kwalificaties op de juiste plek

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? 2020 was een bijzonder jaar. De eerste paar maanden was er sprake van een krappe arbeidsmarkt, waarbij het in diverse sectoren moeilijk was om mensen te vinden. Daarna is voor de regionale en lokale arbeidsmarkt vooral ingezet op de crisisaanpak. Wij hebben gezorgd dat werkgevers goed geïnformeerd werden over alle maatregelen op onze website en via onze informatiekanalen van het regionale werkgeverservicepunt. ZZP-ers zijn ook vanuit de regionale community ZZP-NOB Boost ondersteund. Een deel van de sectoren is hard getroffen, een ander deel van de werkgevers heeft –ondanks ziekteverzuim- goed door kunnen werken. Groot zorgpunt waren ook de stages en leerbanen voor MBO-studenten. Hier is regionaal extra actie op gezet. We zien nog steeds krapte in specifieke beroepen, zoals techniek, zorg en ICT. Talentencampus heeft voor de werkgevers die geen werk meer hadden voor hun personeel als gevolg van COVID-19-maatregelen een schakelfunctie tussen vraag en aanbod vormgegeven via #OssVerbindt. Wat hebben we hiervoor gedaan? -

In het Regionaal Werkbedrijf Noordoost-Brabant, als netwerkorganisatie van gemeenten, sociale partners, het UWV en sw-bedrijven, harmoniseren we de dienstverlening aan werkgevers in de regio, maken we afspraken over arbeidsmarktvraagstukken en zorgen we dat we minimaal voldoen aan de banenafspraak in het sociaal akkoord. In de regio (met 17 gemeenten) waren op 1 oktober 2020 6733 banenafspraken gerealiseerd. Dit is 10% boven de regionale doelstelling van 5917 voor heel het jaar. Als werkgever heeft de gemeente Oss in dit kader 25,9 banen van 25,5 uur gerealiseerd (doel was 21,7).

-

We hebben actief bijgedragen aan Noordoost-Brabant Werkt met menskracht en middelen, op strategisch niveau en binnen de programmalijnen Regionaal Werkbedrijf en Jongerenaanpak (o.a. voortijdig schoolverlaters). Onze actieve deelname in Noordoost Brabant Werkt heeft geleid tot regionale projecten voor arbeidsmarktbeleid, zoals een pilot Van Werk naar Werk als crisisaanpak en aandacht voor behoud van voldoende stages en leerbanen om uitval van jongeren tegen te gaan.

-

We ondersteunden de samenwerking rond arrangementen van onderwijs en bedrijfsleven die aansluiten bij de huidige vraag en spelen in op de toekomstige vraag op de arbeidsmarkt (Publiek-private samenwerking, PPS) waaronder BIM5.

53

-

Met het oog op het versterken van de samenwerking tussen onderwijs (MBO, HBO en universiteiten) en bedrijfsleven heeft de Talentencampus samen met ondernemers/werkgevers diverse Learning Communities opgezet. Het betreft de thema’s Vitaliteit op de Werkvloer, Persoonlijke ontwikkeling van Jongeren en Toekomst van Kerken. Bij dit laatste thema zijn TU/e en internationale studenten betrokken.

-

Wij hebben bijgedragen aan het project Lerende Stad Oss van de Talentencampus. Met het instrument Open Badges worden kennis en vaardigheden van werknemers beter zichtbaar en digitaal erkend. Dit zorgt voor een beter functionerende arbeidsmarkt en het uitdragen van Oss als innovatieve leerstad.

-

We hebben een bijdrage geleverd aan JongerenBedrijvenDag, georganiseerd door de Talentencampus. 1300 leerlingen en ruim 100 bedrijven hebben meegedaan.

-

De Week van de Techniek heeft vanwege COVID-19 in 2020 niet plaatsgevonden.

-

We zorgden voor behoud van ons PSO-certificaat en stimuleerden het gebruik van PSO bij lokale organisaties en ondernemers.

Wat hebben we specifiek in het kader van COVID-19 gedaan? -

De Talentencampus is gestart met #OssVerbindt. Dit initiatief koppelt ondernemers, werkzoekenden en ZZP-ers die door COVID-19 maatregelen geen of onvoldoende werk hebben aan ondernemers die behoefte hebben aan tijdelijke ondersteuning.

-

Regionaal hebben we met Noordoost Brabant Werkt volop ingezet op ondersteuning van werkgevers. Wij hebben vanuit het regionaal Werkgeverservicepunt actief gecommuniceerd met werkgevers / ondernemers over de steunmaatregelen in het kader van COVID-19. Op de website, met nieuwsbrieven en webinars is naast informatie over de maatregelen, ook aandacht gegeven aan andere aspecten voor werkgevers zoals goed werkgeverschap en nieuwe manieren van werken tijdens/na COVID-19-maatregelen.

-

Regionaal is ook het ZZP Boost project voortgezet met specifieke aandacht voor de steunmaatregelen en de impact van COVID-19.

-

Regionaal is een pilot Van Werk naar Werk opgezet, die door de Tilburg University wordt gevolgd. Dit is een opmaat voor het Regionale Mobiliteitsteam.

-

Het regionale loket Wijzer in je werk helpt mensen bij hun loopbaanoriëntatie en werkt voor (bij)scholingsmogelijkheden samen met BrabantLeert.nl.

2.3 Schulden en armoede Doelstellingen We werken aan de volgende doelstelling(en): -

Iedereen kan meedoen door onze inkomensvoorzieningen en –regelingen en we hebben daarbij extra aandacht voor kinderen

-

We bereiken zoveel mogelijk inwoners met schuldenproblematiek met onze preventieactiviteiten en dienstverlening

Hoe ver zijn we met het realiseren van onze doelstellingen? We hebben diverse ontwikkelplannen uit het beleidskader Armoede en Schulden verder uitgewerkt. Daarbij hebben we voornemens gericht op ondernemers eerder opgepakt, in relatie tot COVID-19. We zetten vooral in op het voorkomen van ernstige schuldenproblematiek. Zo hebben we vroegsignalering conform de wettelijke taak opgezet en werken we aan een plan om dit uitgebreider, dus effectiever uit te voeren. Ook hebben we ons aangesloten bij de Nederlandse Schuldhulproute. De pilot aanpak schulden van jongeren is gestart. Wat hebben we hiervoor gedaan? -

We zetten bijzondere bijstand en minimaregelingen in om iedereen op maat te kunnen ondersteunen. We streven naar goed gebruik van de voorzieningen en goed bereik van de inwoners die dit nodig hebben.

-

We hebben een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de huidige gang van zaken rondom de toegang tot gemeentelijke en andere maatschappelijke armoedevoorzieningen en hebben een plan gemaakt om te komen tot een gezamenlijke toegang en inkomenstoets voor de armoedevoorzieningen.

54

-

Wij hebben in navolging van een motie de verhoging van de individuele studietoeslag met terugwerkende kracht vanaf 1 januari uitgevoerd.

-

We nemen vanuit schuldhulpverlening deel in de sociale teams en werken aan de implementatie van de Samenwerkwijze en stress sensitief werken.

-

We hebben een plan van aanpak Vroegsignalering gemaakt. Dit om per 1 januari 2021 te kunnen werken volgens de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. We gaan reageren op signalen van betalingsachterstanden van zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven en woningcorporaties. We doen dit voorlopig volgens de minimale wettelijke taak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0e016c98-4586-41ac-8c5e-1647892df7ad