CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-07-19 Toelichting ontwerpbp Spaanderstraat naast 208 Berghem.PDF

Adviescommissie Ruimte 1 december 2022, gemeente OssBij agendapunt: Ontwerp bestemmingsplan Spaanderstraat ong Berghem - 202221.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Blad 30 van 74 juli 2022 ontwerp

Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld.

Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie navolgende tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 31 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Verwachting/waarde Archeologisch

Vrijstellingsgrenzen

beschermd

0 m2 / 30 cm -Mv

rijksmonument Archeologisch

(AMK-)

monument

Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge

verwachtingswaarde

–

1000 m2 / 30 cm -Mv

bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk

van

de

resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek. Verstoord

Geen onderzoeksplicht

5.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Toetsing van de plannen Door Transect is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd (d.d. 7 januari 2022). Dit onderzoek is bijgevoegd in bijlage 4. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Het plangebied bevindt zich op een terrasvlakte, afgedekt met dekzand. Het bevindt zich op de overgang van het hooggelegen dekzandgebied in het zuiden en het Maasdal in het noorden. Het plangebied heeft hierom mogelijk een gunstige locatie voor bewoning gevormd vanaf het LaatPaleolithicum tot en met de Middeleeuwen. In de omgeving van het plangebied zijn relatief veel archeologische vindplaatsen bekend.

Ten noord(west)en van het plangebied zijn namelijk vindplaatsen uit de Bronstijd- Romeinse tijd aanwezig. Ten oosten is een nederzetting uit de Late Middeleeuwen aanwezig en ten zuiden is een romeinse vondst gedaan. Gezien de relatief grote hoeveelheid vindplaatsen uit de periode Bronstijd- Middeleeuwen rondom het plangebied, is de kans groot dat er ook in het plangebied dergelijke vindplaatsen aanwezig zijn.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 32 van 74 juli 2022 ontwerp

Voor de Nieuwe tijd geldt op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek een lage archeologische verwachting. Het plangebied is altijd in gebruik geweest als bouwland en is niet bebouwd geweest volgens historische kaarten. Op basis van het booronderzoek is de hoge archeologische verwachting voor de periode NeolithicumMiddeleeuwen deels bevestigd. In de ondergrond is dekzand aangetroffen, waarop een humeus esdek is gevormd. In 3 van de 5 boringen is tussen het esdek en het dekzand een rommelig pakket met humeuze en lichte zandbrokken aanwezig. Dit betreft een verstoringslaag, dat op basis van de gebiedsgeschiedenis van het plangebied veroorzaakt is door landbewerking. In twee boringen is een esdek direct op het dekzand aanwezig. In drie boringen zijn sporen van bodemvorming waargenomen in de top van het dekzand. In twee boringen is een restant van een BC-horizont aanwezig en in één boring zijn roestvlekken zichtbaar in de C-horizont. Op basis van bovenstaande informatie kan worden vastgesteld dat de top van het dekzand door (sub)recent landgebruik verstoord is geraakt. Hierom kan een lage archeologische verwachting worden aangehouden voor de periode LaatPaleolithicum-Mesolithicum. Vindplaatsen uit deze periode kenmerken zich immers voornamelijk door een vondstrooiing en niet door sporen.

Een sporenniveau kan nog wel intact aanwezig zijn in het plangebied, er zijn namelijk geen diepe verstoringen waargenomen. Bij onderzoeken in de omgeving, waar vindplaatsen uit de periode Bronstijd-Middeleeuwen zijn aangetroffen, worden ook (deels) verstoorde bodems beschreven. Hierom kan de hoge archeologische verwachting voor een sporenniveau uit de periode Neolithicum-Middeleeuwen worden aangetroffen. Advies Op basis van de resultaten van het veldonderzoek geldt een hoge archeologische verwachting in het plangebied vanaf een diepte van 45 tot 120 com-Mv (5,5-6,1 m +NAP). Dit betekent dat er vanaf een diepte van circa 25 cm -Mv (een buffer van minimaal 20 cm tot het archeologisch relevante niveau) rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarde. Wij adviseren hierom om in het bestemmingsplan een hoge archeologische verwachting op te nemen, met conform het gemeentelijk beleid en oppervlaktevrijstelling van 100 mw. Op locaties waar het archeologische niveau door graafwerkzaamheden wordt bedreigd, adviseren wij om de archeologische verwachting aanvullend te toetsen door middel van een archeologisch onderzoek in de karterende en waarderende fase. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), aangezien er voornamelijk een verwachting is op een vindplaats dat zich kenmerkt door sporen.

Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de gemeente moet worden beoordeeld en goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Oss) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 33 van 74 juli 2022 ontwerp

Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het gebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is.

5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 34 van 74 juli 2022 ontwerp

Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010.

Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Op navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant waarop de projectlocatie is aangegeven met een rode pijl.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 35 van 74 juli 2022 ontwerp

Afbeelding 4.9: Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant Op bovenstaande afbeelding is te zien dat de projectlocatie ligt binnen een gebied dat niet wordt gekenmerkt door cultuurhistorische waarden. Over het perceel ligt de grens van de cultuurhistorische regio. De monumentenlijst van de gemeente Oss is geraadpleegd. Op het projectgebied zijn geen gemeentelijke- of rijksmonumenten gelegen. Conclusie Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Op basis van het archeologisch onderzoek wordt echter wel een hoge archeologische verwachting op het perceel verwacht. Daarom is nader onderzoek vereist op het perceel. Daarnaast kan er in het bestemmingsplan de aanduiding ‘hoge archeologische verwachting’ worden opgenomen.

5.4

Mobiliteit en parkeren

5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 36 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Verkeer: extra verkeersbewegingen De ontwikkeling aan de Spaanderstraat naast 208 voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. De projectlocatie is goed ontsloten door de Spaanderstraat. Deze weg is dusdanig ingericht dat ze de geringe hoeveelheid extra verkeersbeweging als gevolg van de voorgestane ontwikkeling eenvoudig kan verwerken. Verkeer: ontsluitingswegen Onderstaande afbeelding weergeeft de wegencategorisering binnen de gemeente Oss, de projectlocatie is aangegeven met een rode pijl.

Afbeelding: wegencategorisering binnen de gemeente Oss (bron: mobiliteitsplan 2020 Oss) De Spaanderstraat valt onder de categorie ‘overige wegen’ dit zijn erftoegangswegen, type II (60 km/u buiten de bebouwde kom en 30 km/u binnen de bebouwde kom). De verkeersbelasting op deze weg is beperkt en zal door de ontwikkeling van de planlocatie in geringe mate toenemen. Het extra verkeer zal zonder belemmeringen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.

5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. In de regels van het bestemmingsplan zijn de parkeernormen opgenomen. De parkeernormen van de gemeente Oss zijn gebaseerd op de kencijfers van het CROW zoals vastgelegd in de ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Navolgend is de parkeerbehoefte berekend voor het toevoegen van 1 woning op het perceel.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 37 van 74 juli 2022 ontwerp

Het plangebied is gelegen in een gebied dat aangemerkt wordt als ‘weinig stedelijk’ en als ‘buitengebied’. Onderstaand staat een uitsnede van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW.

Afbeelding: uitsnede CROW ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ De parkeernorm voor 1 vrijstaand koop huis in weinig stedelijk gebied en in het buitengebied is 2 parkeerplaatsen. Op het perceel wordt één vrijstaande woning gerealiseerd. De parkeerbehoefte voor deze woning die op eigen terrein gerealiseerd dient te worden bedraagt 2 parkeerplaatsen. Gezien de grootte van het perceel zullen er geen belemmeringen vormen om de parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein. Conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.5

Water

5.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGRP een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 38 van 74 juli 2022 ontwerp

ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4.

De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 39 van 74 juli 2022 ontwerp

Waterbeheerplan 2022-2027 Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

5.5.2 Watertoets Om de waterhuishoudelijke situatie inzichtelijk te maken is een Watertoets uitgevoerd. Het resultaat daarvan is te vinden in het rapport ‘Watertoets’ (d.d. 4 februari 2022). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5. Uit de digitale watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan onder de normale procedure valt. De toename in verharding en afkoppeling is minder dan 500 m2. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen van het waterschap. Ten noorden van het plangebied is een A-watergang gesitueerd. Aan beiden zijden van deze watergang geldt een beschermingszonde met een breedte van 5 meter, gemeten vanaf de insteek ten behoeve van het doelmatig beheer en onderhoud. Binnen deze beschermingszone is de Keur van toepassing. Deze stelt onder andere beperkingen aan het aanbrengen van obstakels, in welke vorm dan ook. Het realiseren van obstakels binnen de beschermingszone mag alleen als hiervoor door ons een (water)vergunning is verleend. Een vergunning hiervoor wordt alleen verleend indien het beheer en onderhoud van de watergang niet belemmerd wordt. In de beleidsregel 3 “werken en objecten in de watergang en beschermingszone” is opgenomen aan welke voorwaarden moet worden voldaan.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 40 van 74 juli 2022 ontwerp

Er is sprake van het realiseren van een woning. Bij de geplande nieuwbouw mogen alleen nietuitlogende bouwmaterialen worden toegepast. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Dit om verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) te voorkomen.

5.6

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.

Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

5.7

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: - Bedrijven en milieuzonering - Bodem - Externe veiligheid - Geurhinder: agrarisch - Geur: industrieel - Luchtkwaliteit - Straling

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 41 van 74 juli 2022 ontwerp

-

Weg-, spoor-, en industrielawaai Gezondheid Spuitzones

Door de Roever Omgevingsadvies is een QuickScan milieuaspecten opgesteld (d.d. 15 maart 2021). Deze QuickScan is bijgevoegd in bijlage 3. Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van de planontwikkelingen, in de vorm van een QuickScan.

5.7.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Ten aanzien van het plan Het plangebied grens aan bedrijventerrein De Geer en ook ten oosten van het plangebied liggen bedrijfsbestemmingen. Daarom wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Inwaartse milieuzonering De woning vormt geen milieubelastende functie. Een analyse van inwaartse milieuzonering is niet nodig. Uitwaartse milieuzonering Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van milieubelastende functies in de omgeving. In een zone rondom de milieubelastende functies worden milieugevoelige functies (de te bestemmen woning) geweerd. Op basis van het vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald.

De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op navolgende afbeelding en in de QuickScan milieuaspecten van de Roever (d.d. 15 maart 2021). Het betreft de richtafstanden tot een ‘gemengd gebied’ behorende bij de maximale planologische mogelijkheden per locatie.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 42 van 74 juli 2022 ontwerp

Afbeelding 4.10: richtafstanden (De Roever Omgevingsadvies d.d. 15 maart 2021) Het plangebied ligt binnen de richtafstanden behorende bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ van de bedrijfsbestemming direct ten noorden van het plangebied. Dat terrein ligt op dit moment braak, er zijn geen bedrijfsactiviteiten. Om recht te doen aan het mogelijk toekomstig gebruik van dat terrein, wordt aangeraden om het bouwvlak van de te realiseren woonbestemming buiten de afstandscontour van 50 meter rondom het terrein te situeren. Op die manier is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd en worden de belangen van de eigenaar van het terrein niet geschaad. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden van alle andere (bestaande) inrichtingen in de omgeving. Ten aanzien van andere bestaande inrichtingen is daarom sprake van een aanvaardbaar woon- een leefklimaat en de belangen van de inrichtingen worden door het plan niet geschaad. Conclusie Met de huidige planopzet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven- en milieuzonering’. Dat betekent dat een redelijk tot goed woon- en leefklimaat in het kader van de ruimtelijke ordening wordt gegarandeerd. Omliggende bedrijven worden daarnaast niet beperkt in hun bedrijfsmogelijkheden.

5.7.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 43 van 74 juli 2022 ontwerp

In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Ten aanzien van het plan Door M&A Bodem en Asbest B.V. is een verkennend bodemonderzoek verricht (d.d. 10 juni 2022). Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Het bodemonderzoek is conform de NEN 5740 en het vooronderzoek is volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese ‘onverdachte locatie’ volgens NEN 5740 worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor ‘onverdachte locaties’ werden 15 boringen tot 0,5 m-mv geplaatst. Drie boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Van de grond zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuigelijk werden in de grondmonsters geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Er werden ook geen afwijkingen in geur en/ of kleur geconstateerd. In totaal zijn 3 mengmonsters van het perceel samengesteld, welke geanalyseerd zijn volgens het NEN 5740 pakket grond. Op de locatie is eerder een peilbuis geplaatst, waaruit grondwatermonsters zijn genomen. De grondwaterstand werd op ongeveer 2,02 m-mv aangetroffen.

Na analyse van de grond(meng)monsters en grondwatermonsters bleek dat: - In de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; - In de ondergrond de AW voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; - In het grondwater lichte verontreinigingen met barium en nikkel, een matige verontreiniging met cadmium en een sterke verontreiniging met zink zijn aangetroffen. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem. Formeel gezien is een nader onderzoek noodzakelijk naar de verspreiding van cadmium en zink in het grondwater. Gezien de schaalgrootte van de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem, zal dit geen nieuwe relevante informatie opleveren. Na heranalyse van het grondwater op 19 april 2022 blijkt dat er slechts nog lichte verontreinigingen worden aangetroffen. Een nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Op de eerste versie van het rapport zijn door de gemeente opmerkingen gemaakt. Vervolgens zijn nieuwe monsters van de bovengrond genomen en hiervan zijn twee mengmonsters geanalyseerd op PCB’s/ OCB’s. Hieruit blijkt dat de som-parameters van aldrin, dieldrin en endrin verhoogd zijn aangetroffen in de bovengrond van het perceel. Een nader onderzoek is gezien de gehalten niet noodzakelijk.

Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie geschikt is voor de bodemfunctieklasse industrie. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Oss.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 44 van 74 juli 2022 ontwerp

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de nieuwe woonbestemming op het perceel.

5.7.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 45 van 74 juli 2022 ontwerp

Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Bij een ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een risicobron is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in het Bevi, het Bevb en het Bevt. Ten aanzien van het plan Bij een verantwoording van het groepsrisico wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. De verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. Op basis van gegevens van de Risicokaart zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen zijn weergegeven op onderstaande afbeelding.

Afbeelding 4.2: risicobronnen (De Roever Omgevingsadvies, d.d. 15 maart 2021)

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 46 van 74 juli 2022 ontwerp

Inrichtingen Door AVIV omgevingsadvies (d.d. 20 april 2021) is een QuickScan externe veiligheid opgesteld deze QuickScan is in bijlage 7 bijgevoegd. In deze QuickScan wordt het aspect externe veiligheid voor de planlocatie op kwalitatieve wijze behandeld. Figuur 4.2 toont de (mogelijke) risicobronnen in de omgeving van de planlocatie. Het gaat om: - Inrichting Aspen Oss - Inrichting Synthomer - Het LPG tankstation aan de Singel 1940-1945 nr. 320 - Het LPG tankstation aan de Burgemeester van Erpstraat 23 Aspen Oss Op ca. 820 m ten noorden van de planlocatie ligt de inrichting Aspen Oss. Het invloedsgebied van deze inrichting is circa 1230 m groot. De planlocatie ligt in het invloedsgebied van deze inrichting. In 2019 is de QRA voor deze inrichting opgesteld. Uit deze QRA blijkt dat er geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 is. Ook blijkt dat het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. De ontwikkeling van de planlocatie bestaat uit de realisatie van één woning met een aanwezigheid van 2.4 personen waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is. Dit betekent dat de ontwikkeling niet tot een significante toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied leidt en daarmee niet tot een significante toename van het groepsrisico. Het groepsrisico dient conform 13 van het Bevi te worden verantwoord door het bevoegd gezag.

AVIV heeft een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Deze verantwoording is bijlage 8 gevoegd. Navolgend worden puntsgewijs de onderdelen van de groepsrisicoverantwoording behandeld. a. Personen in het invloedsgebied Voor het bepalen van het aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van Aspen Oss is de BAGpopulatieservice geraadpleegd. Navolgende afbeelding toont de BAG pandselectie binnen het invloedsgebied van circa 1230 m.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 47 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Afbeelding 4.3: bevolking invloedsgebied Aspen Oss De navolgende tabel toont het aantal aanwezigen in het invloedsgebied. In de huidige situatie zijn geen personen aanwezig op de planlocatie. Door de planrealisatie neemt overdag het aantal personen toe met 1.2 en ’s nachts met 2.4. Dit komt overeen met de toename van resp. 0.013% en 0.050%. Aantal personen Dag Huidig 9077 Woning 1.2 Toekomstig 9078.2 Tabel 4.1: aantal aanwezig personen in invloedsgebied

Nacht 4789 2.4 4791.4

b. Groepsrisico en de bijdrage door het besluit aan de hoogte van het groepsrisico Onderstaande tabel toont de mate van overschrijding van oriëntatiewaarde. In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor kleiner dan 0.001 betekent dat het groepsrisico meer dan 1000 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Navolgende afbeelding toont de groepsrisicocurve.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 48 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Situatie

Factor t.o.v. Bij aantal slachtoffers oriëntatiewaarde Huidig <0.001 12 Toekomstig <0.001 12 Tabel 4.2: groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde.

Maximum slachtoffers 12 12

aantal

Afbeelding 4.4: Groepsrisico (f,N curve) c. Toegepaste voorgenomen maatregelen aan de risicobron Binnen de inrichting zijn o.a. stoffen opgeslagen conform PGS15 met beschermingsniveau 1. De opslag is voorzien van een automatische sprinklerinstallatie en branddeuren die automatisch sluiten. Aan de risicobron zijn geen extra maatregelen getroffen in verband met de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. d. Maatregelen in het omgevingsbesluit Het omgevingsbesluit betreft een bestemmingsplanwijziging. Het plan maakt de realisering van de woning mogelijk. Met het wijzigen van het bestemmingsplan voor de woning blijft de rest van de omgeving ongewijzigd. De voor externe veiligheid relevante wijziging is dat het aantal personen dat wordt blootgesteld aan een mogelijk incident bij Aspen Oss toeneemt. Deze toename is echter zeer gering (zie punt a). De kans op een groter aantal slachtoffers neemt niet significant toe. Er worden geen extra maatregelen getroffen ter beperking van het groepsrisico. e. Voorschriften in het besluit te beperking van het groepsrisico In het plangebied zijn geen voorschriften opgenomen. Gezien de hoogte van het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie wordt dit ook niet nodig geacht. f. Andere ruimtelijke invulling Het plangebied is op ruime afstand van de inrichting gelegen, namelijk op circa 820 meter.

Een andere ruimtelijke invulling van het plangebied met een lager groepsrisico is niet aanneembaar.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 49 van 74 juli 2022 ontwerp

g. Toekomstige maatregelen Afhankelijk van het advies van de Veiligheidsregio en de risicobeoordeling van het bevoegd gezag kunnen er toekomstig aanvullende maatregelen worden genomen. h. Voorbereiding bestrijding Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan de bestrijding kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Door deze ruimtelijke wijziging veranderen de activiteiten van Aspen Oss niet. De kansen op incidenten bij de inrichting blijven gelijk. Hierdoor verandert de bestrijding van een incident bij de inrichting niet. Ook het aantal potentiële slachtoffers verandert nauwelijks. De veiligheidsregio moet om advies gevraagd worden over de voorbereiding op de bestrijding van een mogelijk incident op deze locatie. i. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen binnen het invloedsgebied (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten).

De veiligheidsregio moet over de zelfredzaamheid om advies worden gevraagd. Conclusie Voor de bestemmingsplanwijziging is het groepsrisico kwalitatief beschouwd. Beredeneerd is dat het groepsrisico in de nieuwe situatie ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. De vaststelling van het plangebied leidt niet tot een significante verhoging van het groepsrisico. De mogelijkheden voor de brandweer om de gevolgen van een ongeval te bestrijden worden door de planvaststelling niet negatief beïnvloed. De veiligheidsregio moet om advies gevraagd worden over de zelfredzaamheid en voorbereiding op de bestrijding van een mogelijk incident op deze locatie. Synthomer Op ca. 650 m ten noordwesten van het plangebied ligt de inrichting Synthomer. Het invloedsgebied van deze inrichting is circa 1230 m groot. De planlocatie ligt in het invloedsgebied van deze inrichting. In 2017 is de QRA voor deze inrichting opgesteld. Uit deze QRA blijkt dat er geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 is. Ook blijkt dat er geen groepsrisico is conform de definitie van het groepsrisico. Het groepsrisico is de kans op 10 of meer doden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het maximaal aantal slachtoffers bedraagt 5.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 50 van 74 juli 2022 ontwerp

De ontwikkeling van het plangebied leidt niet tot een significante toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied (de toename bedraagt 2.4 personen) en daarmee niet tot een significante toename van het groepsrisico. Hiermee wordt voldaan aan het Bevi. LPG tankstations Op ca. 350 m ten westen van de planlocatie ligt LPG tankstation Tango Oss aan de Singel 1940-1945 nr. 320. Het invloedsgebied van deze inrichting is 150 m rond het LPG-vulpunt en het LPG-reservoir. Deze risicobron vormt geen belemmering voor de planlocatie. Op ca. 730 m ten oosten van de planlocatie ligt LPG tankstation Esso Hanex Berghem aan de Burgemeester van Erpstraat 23. Het invloedsgebied van deze inrichting is 150 m rond het LPG-vulpunt en het LPG-reservoir. Deze risicobron vormt geen belemmering voor de planlocatie. Wegen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Spoorwegen Op ca. 830 m ten zuiden van de planlocatie ligt de spoorlijn Den Bosch Diezeburg aansl. – Nijmegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De spoorlijn is als route 64 onderdeel van het Basisnet. Het invloedsgebied van deze spoorlijn bedraagt meer dan 4 km vanwege transport van stofcategorie D4.

De planlocatie ligt weliswaar binnen het invloedsgebied, maar buiten de 200 m zone waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over het groepsrisico. Conform art. 8 van het Bevt kan de groepsrisicoberekening achterwege blijven. Conform art. 7 van het Bevt kan in de toelichting bij het bestemmingsplan worden volstaan met het noemen van: - de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp. - de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Waterwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen waterwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen geen buisleidingen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 51 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Conclusie De risicobronnen in de omgeving van de planlocatie aan de Spaanderstraat naast 208 in Berghem zijn geïnventariseerd. Hieruit is gebleken dat voor de toelichting op grond van het Bevi een verantwoording groepsrisico nodig is voor de inrichting Aspen Oss. Voor de bestemmingsplanwijziging is het groepsrisico kwalitatief beschouwd. Beredeneerd is dat het groepsrisico in de nieuwe situatie ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. De vaststelling van het plangebied leidt niet tot een significante verhoging van het groepsrisico.

5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij C. Plangebied (bij kern A en B) D. Woonkern met intensieve veehouderij E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal F. Recreatiegebieden

1,0 Ou 2,0 Ou 3,0 Ou 6,0 Ou 6,0 Ou 8,0 Ou

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 52 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

G. Extensiveringsgebieden H. Bedrijventerreinen I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk J. Verwevingsgebied K. Landbouwontwikkelingsgebied

8,0 Ou 8,0 Ou 12,0 Ou 14,0 Ou 14,0 Ou

Ten aanzien van het plan De te realiseren woning vormt een geurgevoelig object. De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op navolgende afbeelding.

Afbeelding 4.11: veehouderijen en geuremissies De dichtstbijzijnde veehouderij aan de Spaanderstraat 162 ligt op een afstand van 147 meter van het plangebied. Aan de afstandseis wordt voldaan. Gezien de geuremissie van het bedrijf in relatie tot de afstand tot het plangebied verwachten wij dat ook aan de geurnorm van 2,0 ouE/m3 zal worden voldaan. Daarom is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien liggen bestaande woningen tussen de veehouderijen en het plangebied. Daarom worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad. Gezien de ligging en de afstand van overige veehouderijen in de omgeving verwachten wij ook geen knelpunt als het gaat om achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting).

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem

Blad 53 van 74

Gemeente Oss

juli 2022 ontwerp

Voorgrondbelasting Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in onderstaande opgenomen. Tabel Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Ligging geurgevoelig object Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

3 ouE/m3

14 ouE/m3

Geen concentratiegebied

2 ouE/m3

8 ouE/m3

* de gemeente Oss ligt in een concentratiegebied.

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor in de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017’ een geurnorm van 2 ouE/m3 is vastgesteld, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding: Geurverordening gemeente Oss

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 54 van 74 juli 2022 ontwerp

Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Voorgrondbelasting Spaanderstraat naast 208 Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan de Spaanderstraat 162 maatgevend voor de geurbelasting. Spaanderstraat 162 Voor deze veehouderij is op 19 oktober 1993 een vergunning Wet milieubeheer verleend voor de onderstaande dieraantallen:

De geurberekening is opgenomen in bijlage 12. De emissiepunten en toetspunten zijn aangegeven op navolgende afbeelding.

Afbeelding: Emissiepunten en toetspunten voorgrondbelasting De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied (waarvoor een geurnorm van 2 OuE/m3 geldt) bedraagt 1,3 ouE/m3.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 55 van 74 juli 2022 ontwerp

De veehouderij is overbelast op onder andere de woning aan Spaanderstraat 155 waarvoor een geurnorm van 2 ouE/m3 geldt. Het is onwaarschijnlijk dat in een toekomstig scenario de geurbelasting bij deze woning afneemt en de geurbelasting ter plaatse van het plangebied toeneemt. Ook met oog op de naastgelegen woningen aan Spaanderstraat 168 waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 en nu al sprake is van een geurbelasting 6,3 ouE/m3 is er niet veel ruimte om te groeien in geurbelasting in westelijke richting. Grofweg: geen rekening houdend met de woning aan Spaanderstraat 155 kan de geurbelasting in westelijke richting nog toenemen met een factor 8 / 6,3 = 1,27. Als dat al mogelijk is, dan zal de geurbelasting ter plaatse van het plangebied maximaal 1,3 x 1,27 = 1,65 ouE/m3 bedragen. Gezien het bovenstaande kan met zekerheid worden gesteld dat de geurbelasting ter plaatse van het plangebied in de huidige maar ook in een toekomstige situatie de geurnorm van 2 ouE/m3 niet zal overschrijden. Bestaande woningen zijn maatgevend voor de mogelijkheden van de veehouderij. Conclusie Het aspect geur agrarisch vormt geen belemmeringen voor onderhavig plan. 5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast.

Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Ten aanzien van het plan Het plangebied valt niet binnen de richtafstanden voor het aspect geur van industriële bedrijven. Het aspect industriële geurhinder vormt geen beperkende factor voor onderhavig plan. In paragraaf 5.7.1 is aangetoond dat het plangebied niet gelegen is binnen richtafstanden van industriële bedrijven.

Conclusie Het aspect industriële geurhinder vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

Toelichting bestemmingsplan Spaanderstraat naast 208, Berghem Gemeente Oss

Blad 56 van 74 juli 2022 ontwerp

5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is.

Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Ten aanzien van het plan Aan de hand van de monitoringstool van het NSL is bekeken hoe de situatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied is. Vervolgens zijn deze vergeleken met de in navolgende tabel weergegeven grenswaarden, die bepaald zijn in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8ee32797-3bfe-4d83-ac3a-f7b9592bd176