CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

20211101 BP Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 -VS01- TOE+RGL-1 (toel en regels in pdf).PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)44.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het (mogelijke) beperkte onderlinge verschil tussen windturbines wordt op de locatie aanvaardbaar geacht. Dit is ook door de landschapscommissie beoordeeld en bevestigd. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

46

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Figuur 4.6 Visualisatie vanaf noordzijde (Dorpenweg, eendenkooi Macharen) in zuidelijke richting van 2 verschillende windturbinetypes met andere typologie en afwijkende rotordiameter (rechts in beeld 3x Enercon E126 op ashoogte 135 meter (de meest rechter windturbine is vervallen in dit bestemmingsplan) en links 2x Vestas V136 op ashoogte 142 meter). De verschillende mastvorm (bredere voet Enercon) en afwijkende vorm nacelle/behuizing (van Enercon 'ei'-vormig) is op deze afstand wellicht te zien maar niet nadrukkelijk aanwezig. Het verschil in rotordiameter is niet zichtbaar. [bron: Windplanner]

Figuur 4.7 Visualisatie vanaf noordzijde (Dorpenweg, eendenkooi Macharen) in zuidelijke richting van 2 verschillende windturbinetypes met kleinste en grootste rotordiameter ter illustratie van 10% afwijking (rechts in beeld 1x Nordex N117 op 134 meter ashoogte (vervallen in dit bestemmingsplan), midden 2x Senvion 3.4 122 op ashoogte 139 meter en links 2x Enercon E126 op ashoogte 135 meter). De kleinere windturbines lijken op grotere afstand te staan, verschil in afmetingen is eigenlijk niet zichtbaar. [bron: Windplanner]

Gemeente Oss

47

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Figuur 4.8 Visualisatie vanaf zuidzijde (Vollenhovermeer, oostrand bedrijventerrein De Geer) in noordelijke richting van 3 verschillende windturbinetypes (uiterst links in beeld, direct naast het bedrijfspand, 1x Senvion 3.4 122 op ashoogte 139 meter (vervallen in dit bestemmingsplan), midden 2x Vestas V136 op ashoogte 142 meter en rechts 2x Enercon E126 op ashoogte 135 meter). De verschillende typologie en afmetingen zij op deze afstand wel enigszins zichtbaar maar niet nadrukkelijk aanwezig. [bron: Windplanner]

Figuur 4.9 Visualisatie vanaf zuidzijde (Vollenhovermeer, oostrand bedrijventerrein De Geer) in noordelijke richting van 2 verschillende windturbinetypes met gelijke typologie maar afwijkende maten (links in beeld 2x Vestas V126 op ashoogte 137 meter (de meest linker windturbine is vervallen in dit bestemmingsplan) en rechts 3x Vestas V136 op 142 meter ashoogte). De verschillende rotordiameter valt op deze afstand niet op. [bron: Windplanner]

48

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Kwaliteitsverbetering van het landschap Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zoals beschreven in paragraaf 2.2.5, op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, is een 'Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap' opgesteld (zie Bijlage 3). Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient op basis van de Interim omgevingsverordening een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan. Dit geldt ook voor het plaatsen van windturbines. In het Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap is de vraag gesteld om inrichtingsvoorstellen te doen die een ‘maximaal visueel effect’ hebben voor de omwonenden van het windpark. Het is de ambitie om van het nieuwe landschap tussen Oss, Berghem, Haren en Macharen een rustig evenwichtig en “leesbaar” landschap te maken waar de nieuwe windturbines een evenwichtige compositie met het bestaande open landschap aangaan. Over het algemeen betekent dit het tegengaan van verrommeling en een gefragmenteerd beeld aan de horizon. De zoektocht is het creëren van een visueel ‘rustig’ landschap, waarbij de gewenste openheid van het gebied zo veel mogelijk behouden blijft. Een ‘visueel rustig’ en open landschap met windturbines zal bewust en onbewust eerder geaccepteerd worden dan een gefragmenteerd en onrustig landschap.

Afstand tot de windturbines en maat en schaal van beplantingen op de voorgrond zijn daarin belangrijke ingrediënten. In het Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap worden de volgende maatregelen voorgesteld:  De eerste set aan maatregelen ter bevordering van visuele rust rondom het windturbinelandschap is het op strategische plaatsen aanplanten van bomen langs de dorpsranden van Berghem, Haren en Macharen en langs de Megensebaan. Deze aanplant zal op gemeentegrond plaatsvinden;  De tweede beoogde set aan maatregelen ter bevordering van visuele rust rondom het windmolenlandschap was het verbeteren van de particuliere erfbeplanting direct in de visuele invloedssfeer van de windturbines. De gemeente stelt expertise, financiële middelen en uitvoeringsbegeleiding beschikbaar voor het realiseren van erfbeplanting op particuliere erven in de directe invloedssfeer van de windturbines. Vanwege de instandhoudingsverplichting voor particulieren wordt er uiteindelijk slechts één erfbeplantingsplan daadwerkelijk gerealiseerd30. De betrokken particuliere grondeigenaar wil meewerken aan de maatregelen (erfbeplanting) en is bereid hiervoor een contract te ondertekenen dat uitgaat van langjarige instandhouding van de beplanting. De financiële middelen die beschikbaar komen voor de kwaliteitsverbetering, worden betaald door de ontwikkelende partijen.

De ontwikkelaars leveren een bijdrage van 10.000 euro per opgestelde megawatt bij oplevering van de windturbines. Deze financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt in de anterieure overeenkomst tussen bevoegd gezag en ontwikkelende partij(en) vastgelegd dan wel in de opstalovereenkomst verdisconteerd (die wordt gesloten voor het 'gemeentelijk deel' van het windpark). De maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit kunnen binnen de geldende bestemmingen worden gerealiseerd waardoor er geen specifieke bestemmingen hoeven te worden opgenomen hiervoor. Wel is een specifieke gebruiksregel opgenomen in de planregels om de voorgestelde maatregelen te realiseren voor ingebruikname van de windturbines. Dit om zeker te stellen dat de maatregelen ook gerealiseerd worden op basis van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening.

Gemeente Oss

49

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek

Uitgangspunten

De resultaten van onderzoek uit het MER voor het voorkeursalternatief 2a worden in dit hoofdstuk vooral gebruikt ter onderbouwing van het ruimtelijk plan (zie Bijlage 1) waarbij wel een (zeer beperkt) grotere maximale rotordiameter wordt vastgelegd en er sprake is van enkele (beperkte) verschuivingen van windturbines (zie voor nadere toelichting Kader 5.1). Het vervallen van windturbine 5 in het bestemmingsplan zorgt hoe dan ook voor minder milieueffecten op de omgeving waardoor het vanuit een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk is geacht om de onderbouwing van het voorkeursalternatief op basis van het MER hier integraal aan te passen. Op hoofdlijnen gaan de onderzoeksresultaten in dit hoofdstuk dus nog uit van 5+2 windturbines in plaats van 4+2 (zie ook kader 5.1). Ter verduidelijking zijn er wel hier en daar passages toegevoegd. Referentiewindturbine Ten behoeve van het effectenonderzoek in het MER is een keuze gemaakt uit de op dat moment in de markt beschikbare windturbines. Voor het Voorkeursalternatief zijn 4 representatief geachte windturbines geselecteerd als referentiewindturbines ('shortlist'; dit zijn leverbare windturbines op een standaard beschikbare en leverbare ashoogte passend binnen de bandbreedte zoals mogelijk wordt gemaakt in dit bestemmingsplan).

De selectie van concrete windturbines is ingegeven vanuit het aspect geluid en de keuze is zo gemaakt dat een spreiding in geluid/opbrengst onderzocht kan worden. Voor alle omgevingsaspecten zijn in het MER berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst- case windturbinetype op basis van de shortlist. Daarbij geldt, uitgezonderd voor geluid, dat de windturbine uit de shortlist met maximale afmetingen de worst-case situatie is. Met maximale afmetingen wil zeggen dat uit de shortlist de worst case voordat aspect is geselecteerd maar dat deze concrete windturbine wel gemaximaliseerd is voor de tiphoogte van 210 meter. In tabel 5.1 staat dit nader uitgewerkt. Zo heeft elke te onderzoeken aspect zijn eigen (en soms verschillende) referentieturbine. De onderzoeksconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de referentiewindturbine, ongeacht hun afmetingen. windturbines in de wijzigingsbevoegdheid. Tabel 5.1a Selectie (concrete) windturbinetypes voor onderzoek MER Windpark Elzenburg - De Geer (bron: bewerking tabel 4.4 MER)

Referentieturbine voor de verschillende milieuaspecten Voor geluid gelden niet de maximale afmetingen van de windturbine als worst-case situatie, maar de windturbine met een (reële) maximale geluidbelasting, op de maximale ashoogte. Voor geluid is daarom

50

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Kader 5.1 Maximale rotordiameter van 136 meter, in plaats van 135 meter van het Voorkeursalternatief uit het MER, verschuiving windturbines 1, 2 en 4 ten opzichte van het MER en vervallen windturbine 5

De onderzoeksresultaten uit het MER zijn dan ook toepasbaar voor het windpark zoals dat in dit bestemmingsplan wordt vastgelegd van 4 windturbines met 2 windturbines in de wijzigingsbevoegdheid met een maximale tiphoogte van 210 meter, een maximale rotordiameter van 136 meter en een maximale ashoogte van 145 meter (zie ook kader 5.1).

Gemeente Oss

51

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Daar waar in onderzoeksresultaten gesproken wordt over 'windpark' wordt het windpark bedoeld met 5 windturbines (Voorkeursalternatief VKA 2a), dus inclusief 'bedrijfsmolen' (windturbine op het bedrijventerrein) ondanks dat deze laatste windturbine in dit bestemmingsplan is vervallen. Daar waar in de onderzoeksresultaten gesproken wordt over 'windpark inclusief wijzigingsbevoegdheid' wordt het windpark met 7 windturbines bedoeld (Opbrengstalternatief OA a), dus inclusief de twee noordelijke als (reële) worst-case voorbeeldturbine binnen de turbineklasse een Enercon E126 EP4 windturbine op een ashoogte van 135 meter gehanteerd. Vanwege keuzevrijheid in turbinefabrikant zijn zo mogelijk maximale afmetingen en hoogste belasting aangehouden. Turbines met vergelijkbare afmetingen en gelijke of lagere milieueffecten zijn daarmee in te passen. In het kader van de omgevingsvergunning is een ander, iets luider windturbinetype gehanteerd voor geluidberekeningen, de Vestas V136 windturbine op een maximale ashoogte van 142 meter uitgaande van een maximale tiphoogte van 210 meter (zie ook Bijlage 18). Voor het aspect slagschaduw is een concreet windturbinetype gehanteerd uit de selectie in Tabel 5.1 die representatief is voor maximale afmetingen van de windturbines31.

Voor slagschaduw is de Nordex N131 windturbine gehanteerd op een (fictieve) ashoogte van 144 meter (anders dan in tabel 5.1 staat), waarmee uiteindelijk de maximale tiphoogte van 210 meter als maatgevende afmeting wordt gehanteerd. In het kader van de omgevingsvergunning is een windturbine met maximale afmetingen gehanteerd, waarbij tiphoogte in combinatie met en rotordiameter maatgevend zijn (zie ook Bijlage 19). Voor het aspect externe veiligheid is een concreet windturbinetype gehanteerd uit de selectie in Tabel 5.1 die als maatgevend beschouwd kan worden voor de worst case situatie. Voor externe veiligheid is de Nordex N131 gehanteerd op een (fictieve) ashoogte van 144 meter (anders dan in tabel 5.1 staat), waarmee de maximale tiphoogte van 210 meter als maatgevende afmeting wordt gehanteerd. In het kader van de omgevingsvergunning zijn voor de analyse van de plaatsgebonden risicocontour meerdere reële windturbines geanalyseerd die passend zijn binnen de in het MER aangegeven dimensies (zie ook Bijlage 20). In onderstaande tabel staat voor de volledigheid samengevat welke referentieturbine van de shortlist is gehanteerd voor de belangrijkste onderzoeksaspecten in het MER, met vermelding van bijzonderheden. Daarnaast is ook aangegeven welke referentiewindturbine is gehanteerd voor aanvullend onderzoek voor de omgevingsvergunningen.

Tabel 5.1 Gehanteerde windturbinetypes voor onderzoek MER Windpark Elzenburg - De Geer en omgevingsvergunningen

Voor het aspect natuur kan ook de tiplaagte een relevante aspect zijn bij het bepalen van de worstcase referentieturbine, afhankelijk van de te beschouwen soorten. Bij het bepalen van effecten voor het aspect natuur is daar rekening mee gehouden. De maximale afmetingen gelden in deze voor het aspect natuur als worst-case windturbine. Conclusie ten aanzien gebruik referentiewindturbines en relatie MER De resultaten van het MER zijn ook toepasbaar voor dit bestemmingsplan zoals hierboven toegelicht, als ook in de individuele onderzoeksparagrafen hierna. Voor een aantal relevante aspecten is nader onderzoek gedaan in het kader van de omgevingsvergunningen die niet tot andere conclusies leiden. Geconstateerd kan worden dat met het windpark in dit bestemmingsplan nog steeds wordt aangesloten op hetgeen onderzocht is in het MER (er wordt voldaan aan de prestatie-eisen uit het MER). Vernietiging van het bestemmingsplan 2019 doet ook niets af aan het feit dat met het windpark in dit bestemmingsplan nog steeds wordt aangesloten op hetgeen onderzocht is in het MER.

52

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021

5.2

Geluid

5.2.1

Toetsingskader

Windturbines produceren geluid als de rotoren draaien. Dit geluid is voornamelijk aerodynamisch geluid afkomstig van de bladen die door de wind 'zoeven'. Windturbines produceren daarnaast ook mechanisch geluid, dit is afkomstig uit het overbrengen van de energie vanuit de wieken naar de generator en uit de generator zelf. Het mechanische geluid is meestal vele malen lager dan het aerodynamische geluid. De windturbinebepalingen in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)32, als het kader voor de toetsing van geluid van windturbines, mogen voorlopig niet toegepast worden op basis van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie ook paragraaf 1.1). De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht een plan-MER gemaakt had moeten worden voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling. Totdat het plan-MER alsnog is gemaakt door het Rijk, worden de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling buiten toepassing gelaten. Voor windpark Elzenburg-De Geer zijn van de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de regeling afwijkende, strengere, normen gehanteerd die zijn afgeleid uit het MER. In haar uitspraak van 28 juli 2021 stelt de Afdeling in overweging 14.2 vast "...

dat de raad in dit geval naar aanleiding van het uitgevoerde milieuonderzoek in artikel 8.1.4, onder b, en artikel 15.1, onder b, van de planregels een eigen, afwijkende en strengere geluidnorm heeft toegepast. Er is in deze zaak derhalve, in tegenstelling tot de situatie in de zaak van de Afdeling van 30 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1395), niet aangesloten bij de norm in artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Gelet hierop faalt het betoog van [appellant sub 1] over het Nevelearrest, omdat hij daarbij ten onrechte uitgaat dat de raad artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft toegepast (vergelijk overweging 17 tot en met 17.2 in de uitspraak van de Afdeling van 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3112)." In deze paragraaf wordt alleen nog aan de gemeentelijke streefwaarde L den 42 dB getoetst, die is vertaald naar een immissienorm per windturbine en per toetspunt in de planregels. Hierna wordt de streefwaarde nader onderbouwd. Cumulatie met andere bronsoorten Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines.33 In het geval van windpark Elzenburg-De Geer zijn vooral industrie en het wegverkeer significant.

De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosiseffectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)34 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden = 47 dB. Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is. In Nederland bestaat geen wettelijk kader met een bijbehorend normenstelstel voor laagfrequent geluid. Er zijn wel diverse beoordelingssystematieken beschikbaar die voor verschillende doeleinden worden gebruikt. De bekendste zijn die van de NSG (NSG,1999) en van Vercammen (Vercammen, 1992). De NSG curve neemt ‘hoorbaarheid’ als maatstaf en wordt vaak gebruikt bij het objectiveren van klachten in bestaande situaties. De Vercammen curve is een combinatie van de 20 dB(A) en de 86 dB(G) weegcurves en is gebaseerd op hinderlijkheid.

In 2006 heeft de Raad van State geoordeeld35 dat onaanvaardbare hinder kan worden uitgesloten, indien het laagfrequent geluidsniveau binnenshuis lager is dan de niveaus in de Vercammen curve. In het akoestisch onderzoek voor het MER zijn de berekende geluidniveaus vergeleken met de Vercammen-curve.

Gemeente Oss

53

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) De Afdeling stelt in haar uitspraak windpark Elzenburg-De Geer dat ze in onder meer de uitspraak van 30 september 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2308), de Vercammen curve geschikt heeft geacht om de aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid te beoordelen. Geluidbeleid Oss De Gemeente Oss heeft eigen geluidbeleid. In de gemeente Oss zijn gebiedstypen gedefinieerd (zie figuur 5.1), waarbinnen beleidsregels ten aanzien van geluid gelden. Bedrijventerrein Elzenburg - De Geer is hierin aangeduid als “gezoneerd bedrijventerrein”. De Hoed en het westelijk deel van de Schil zijn aangeduid als “landelijk gebied met hoge geluiddruk”. Dit omdat dit gebied gelegen is binnen de geluidzone rondom Elzenburg - De Geer. Het noordelijk en oostelijk deel van de Schil is aangeduid als “landelijk gebied met lage geluiddruk”. Deze gebiedsindeling impliceert dat op Elzenburg – De Geer, in de Hoed en in het westelijk deel van Schil rekening gehouden wordt met hogere geluidniveaus dan in het noordelijk en oostelijk deel van de Schil. In “landelijk gebied met lage geluiddruk” wordt beleidsmatig terughoudend beleid gevoerd ten aanzien van nieuwe hoge geluidbelastingen (waarvoor hogere grenswaarden nodig zouden zijn). Figuur 5.1 Gebiedstype geluidbeleid Oss [bron: Geluidnota Oss, 2005]

Norm voor windturbinegeluid: gemeentelijke streefwaarde Lden 42 dB Bij de verkenning van het voorkeursalternatief in het MER is nadrukkelijk geprobeerd om te komen tot een situatie met zo min mogelijk woningen binnen de 42 dB Lden contour. Uit het proces met de klankbordgroep windenergie, waarin onder meer de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines de Belangengroep van Omwonenden heeft bijgestaan, is 42 dB L den genoemd als voorkeursgrenswaarde voor geluid en dus als meest acceptabele geluidbelasting. Hieronder wordt nader uitleg gegeven aan de totstandkoming van de streefwaarde (zie ook bijlage 8.3 van Bijlage 1) en de juridische context. Reeds belaste omgeving; aanleiding tot zoveel mogelijk beperken hinder In het kader van het akoestisch onderzoek zijn van de gemeente en de Omgevingsdienst Noordoost Brabant gegevens ontvangen over de geluidbelasting van wegverkeer en industrie in de huidige (2015/2016) situatie voor de 29 maatgevend geachte referentiewoningen (woningen in de directe omgeving van het plangebied plus woningen op de randen en in de centra van de omliggende kernen.

54

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Tabel 5.2 Huidige geluidbelasting (minimaal, gemiddeld en maximaal) industriegeluid, wegverkeersgeluid en cumulatief [bron: tabel 6.2 MER]

In de huidige situatie is het industrielawaai minimaal 36 dB (kern Haren) tot maximaal 64 dB op het bedrijventerrein en 53 dB buiten het bedrijventerrein met een gemiddelde van 44 tot 47 dB. Het wegverkeerslawaai is minimaal 38 dB (kern Haren) tot maximaal 58 dB langs de Harenseweg met een gemiddelde van 49 dB. Cumulatief geeft dit in de huidige situatie een geluidbelasting op de referentiewoningen van minimaal 42 dB (kern Haren) tot maximaal 65 dB op het bedrijventerrein en 58 dB buiten het bedrijventerrein, met een gemiddelde van 52 tot 54 dB. Op basis van een verwachte autonome verkeersgroei en een maximaal mogelijke geluiduitbreiding binnen de geluidzone van Elzenburg-De Geer is een inschatting gemaakt van de autonome geluidbelasting (2030; zie tabel 5.3). Tabel 5.3 Autonome geluidbelasting (minimaal, gemiddeld en maximaal) industriegeluid, wegverkeersgeluid en cumulatief [bron: Tabel 6.3 MER]

Andere geluidbronnen in de cumulatieve geluidbelasting dan industrie en wegverkeer leveren geen significante, dan wel relevante, bijdrage en zijn derhalve niet meegenomen (zie kader 5.2 en Bijlage 26). Omdat er al sprake is van een belasting van de omgeving van het plangebied door wegverkeer en industrie (geur, horizonvervuiling, et cetera) en er ook sprake is van nabijgelegen Natuurnetwerk Brabant wordt er voor gekozen om de toename van eventuele hinder door de realisatie van windturbines zo veel mogelijk te voorkomen. Kader 5.2 Andere geluidbronnen dan windturbines, industrie en wegverkeer in cumulatieve geluidbelasting

Gemeente Oss

55

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)

Onderbouwing streefwaarde 42 dB Lden De onderbouwing van de te hanteren streefwaarde 42 Lden wordt gegeven in het MER en bijbehorend akoestisch rapport (zie Bijlage 1) en wordt hieronder ook weergegeven. De beoordelingssystematiek van windturbinegeluid kent alleen een maximale geluidsnorm, namelijk 47 dB Lden. Bij deze geluidsbelasting is er sprake van 8% (potentieel) ernstig gehinderden binnenshuis36. De norm geldt voor praktisch alle situaties, uitgezonderd woningen op een gezoneerd industrieterrein. De maximaal te ontheffen grenswaarden van andere bronsoorten, bijvoorbeeld wegverkeer, is afhankelijk van de situering en is daarbij voor nieuwe situaties anders dan voor bestaande. Voor wegverkeer loopt de maximaal te ontheffen grenswaarde in de meeste situaties van 58 tot 63 dB Lden. Het aantal (potentieel) ernstig gehinderden komt hiermee op 9 tot 14%37. Ten aanzien van potentiële hinder is de grenswaarde voor windturbinegeluid dus vergelijkbaar met die van wegverkeer. Dit geldt ook in vergelijking met de bronsoorten industrie en railverkeer.

56

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 De beoordelingssystematiek van windturbinegeluid kent echter geen voorkeursgrenswaarde. Het idee hier achter is dat door de relatief lage geluidsniveaus een gunstig binnenklimaat in de slaapkamer automatisch is gewaarborgd. Hierbij wordt echter onvoldoende rekening gehouden met het feit dat windturbinegeluid bij lage geluidsniveaus meer hinder veroorzaakt dan andere bronsoorten. Daarom is het instellen van een voorkeursgrenswaarde wel zinvol. Het is dus aan te bevelen om te onderzoeken of bij woningen die worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan deze voorkeurswaarde een gunstig binnenklimaat kan worden gewaarborgd of dat verbetering mogelijk is. Wegverkeer kent een basisbeschermingsniveau (voorkeursgrenswaarde) van 48 dB L den. Het percentage ernstig gehinderden bij dit geluidsniveau is circa 3%. Bij windturbinegeluid wordt dit percentage bereikt bij een geluidsniveau van 42 dB Lden. Dosis-effect relaties van verschillende bronsoorten worden ter illustratie weergegeven in figuur 5.2. Deze figuur bevat ook de voorkeursgrenswaarden en de maximaal te ontheffen grenswaarden. Figuur 5.2 dosis-effect relaties van verschillende bronsoorten en het systeem met voorkeurs- en maximale grenswaarden; industrie: Lden = Letmaal – 2 [bron: Akoestisch rapport Windmolenpark Elzenburg-De Geer]

Door belangenorganisaties wordt gestreefd naar een voorkeursgrenswaarde voor windturbinegeluid. Deze zou op 42 dB Lden komen te liggen als de voorkeursgrenswaarden van andere geluidbronnen worden "doorgetrokken". Een geluidbelasting van maximaal 42 dB L den, die vergelijkbaar wordt ervaren als de voorkeursgrenswaarde bij andere geluidbronnen, wordt als redelijker beschouwd dan de maximale grenswaarde van 47 dB Lden. De gemeente Oss heeft besloten om de gewenste streefwaarde na te gaan streven voor dit specifieke plan vanwege de al hoge belasting van de omgeving en daarmee het nastreven van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Juridische context Op basis van jurisprudentie38 lijkt het mogelijk om in het ruimtelijk spoor (zoals een bestemmingsplan) regels te stellen voor windturbines. Uit deze uitspraken kan worden afgeleid dat de Raad van State, ook vóór haar uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding, van oordeel was dat de in het Activiteitenbesluit vastgelegde (geluid)regels voor windturbines niet tevens uitputtend waren in het ruimtelijk spoor. In de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding geeft de Afdeling vervolgens aan dat de raad niet verplicht is om bij zijn beslissing over de goede ruimtelijke ordening bij de windturbinebepalingen aan te sluiten: "Hij kan er ook voor kiezen om door hem gekozen normen te hanteren.

Die normen moeten dan wel zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering." In haar uitspraak over windpark Elzenburg-De Geer geeft de Afdeling aan dat de gemeenteraad invulling heeft gegeven aan het juridisch vastleggen van eigen geluidnormen en daarom het betoog van appellant over de uitspraak Nevele/windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding faalt.

Gemeente Oss

57

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Uit jurisprudentie kan dus worden opgemaakt dat in een bestemmingsplan aanvullende c.q. afwijkende geluidregels kunnen worden opgenomen en daarom wordt de na te streven streefwaarde van 42 dB Lden ook vastgelegd in dit bestemmingsplan. De planregels zorgen dat de waarde op bijna alle woningen wordt gehaald (op maximaal 7 woningen na, inclusief toepassing wijzigingsbevoegdheid). Voor deze 7 woningen waar de waarde Lden 42 dB niet wordt gehaald geldt dat onderzoek naar de (nacht)binnenwaarde heeft plaatsgevonden in gevoelige ruimten en daar waar deze boven een 'aanvaardbaar' niveau39 van Lnight 18 dB bleek te zijn zijn maatregelen voorgesteld aan de bewoners om aan die waarde te kunnen voldoen (zie hierna voor meer uitleg). Compensatieregeling voor NNB gebieden In de omgeving van het beoogde windpark bevinden zich zes gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant (onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland). De windturbines liggen buiten NNB-gebied. Bij windturbines kan verstoring door luchtturbulentie en luchtdrukverschillen, slagschaduw, beweging, trillingen en geluid optreden. Voor verstoring van NNB gebieden door het geluid van windturbines hanteert de provincie een drempelwaarde van 52 dB Lden.

Indien de geluidsbelasting vanwege de windturbines hoger is dan 52 dB Lden is volgens de provinciale norm sprake van verstoring van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB. Wanneer de geluidsbelasting door toedoen van alleen het windpark boven de norm uitstijgt, dient het oppervlak met een overschrijding te worden gecompenseerd. In de regel bedraagt de compensatiefactor 1/3. Compensatie is niet van toepassing als de drempelwaarde al in de bestaande situatie wordt overschreden door bijvoorbeeld wegverkeer of industrie. Verdere uitgangspunten en achtergronden Voor de verdere uitgangspunten en achtergronden van al het uitgevoerde akoestisch onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3 van Bijlage 1, Bijlage 4, Bijlage 5, Bijlage 6, Bijlage 7, Bijlage 8 Bijlage 9 en Bijlage 18. 5.2.2

Onderzoek

Toetsing aan streefwaarde Ter bepaling van de reële akoestische effecten is in akoestisch onderzoek voor het MER uitgegaan van een Enercon E-126 EP4 windturbine met een rotordiameter van 127 meter op 135 meter ashoogte. De Enercon geldt vanuit akoestisch perspectief gezien als 'gemiddelde' windturbine. Daarnaast zijn drie andere windturbinetypes geselecteerd om een bandbreedte van geluideffecten te kunnen onderzoeken (naast de referentiewindturbine ook een worst-case lawaaiigere windturbine en een stillere windturbine). Voor de 29-tal maatgevende referentiewoningen (woningen in de directe omgeving van het plangebied plus woningen op de randen en in de centra van de omliggende kernen is de geluidbelasting op de gevel (geluidimmissie) berekend. Er is hierbij is in het MER per alternatief gekeken naar de gemiddelde geluidbelasting van windturbines op deze woningen, de maximale en de minimale geluidbelasting. Per toetspunt zijn eerst de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van:  Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;  Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Levening vermeerderd met 5 dB;  Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.

Figuren 5.3 en 5.4 geven de geluidcontouren voor de geluidbelasting door de windturbines (dB L den, voor de referentiewindturbine) aan voor de opstelling met 5 en 7 windturbines.

58

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Figuur 5.3 Geluidcontouren dB Lden van het windpark met vervallen windturbine [bron: Bijlage 4 Akoestisch rapport (aanvulling), bijlage A]

Figuur 5.4 Geluidcontouren dB Lden van het windpark met vervallen windturbine en wijzigingsgebied [bron: Bijlage 4 Akoestisch rapport (aanvulling), bijlage A]

Gemeente Oss

59

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Tabel 5.4 geeft de geluidbelasting (dB Lden, voor de referentiewindturbine) op de direct omliggende woningen, zowel met 5 als met 7 windturbines. De belasting door het vervallen van windturbine 5 valt met name aan de zuidwestzijde van het windpark lager uit. Tabel 5.4 geluidbelasting (dB Lden, voor de referentiewindturbine) windpark (5 en 7 windturbines) op de direct omliggende woningen [bron: bewerking tabel 23.3a MER]

In Macharen varieert de geluidbelasting door het windpark (zonder vervallen windturbine), en met 2 extra windturbines, van 35-37 dB Lden (centrum) tot 38-39 dB Lden (rand) en is daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB. In Haren varieert de geluidbelasting van 31-34 dB Lden (centrum) tot 34-38 dB Lden (rand) en is daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB. Het windpark leidt tot op de woningen langs de Bossekampstraat en Harenseweg tot een geluidbelasting van 36-38 dB Lden, respectievelijk 38-39 dB Lden bij 5 windturbines en tot 39-41 dB Lden en 40-41 dB Lden bij 7 turbines en daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB Lden. Langs de Broekstraat is de geluidbelasting door het windpark (5 en 7 windturbines) 41 tot 42 dB L den en daarmee (net) lager of gelijk aan de streefwaarde van 42 dB Lden. Langs de Gement is de geluidbelasting door het windpark 36 of 37 dB Lden (al dan niet met wijzigingsgebied, dus met 5 of 7 windturbines) en daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB Lden. Op de rand van Duurendseind is de geluidbelasting door het windpark maximaal 31 tot 33 dB Lden (al dan niet met wijzigingsgebied) en daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB Lden. Op de rand van Berghem is de geluidbelasting door het windpark maximaal 33 tot 34 dB Lden en daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB Lden.

Op de rand van Oss/Horzak is de geluidbelasting door het windpark maximaal 31 tot 32 dB L den en daarmee lager dan de streefwaarde van 42 dB. Langs de Lekstraat en Huisdaalsestraat is de geluidbelasting 43 tot 46 dB (voor 5 of 7 windturbines) en daarmee hoger dan de streefwaarde van 42 dB Lden. Op respectievelijk 7 (windpark zonder wijzigingsgebied) en 9 (windpark met wijzigingsgebied) woningen wordt de streefwaarde Lden is 42 dB niet gehaald. Deze woningen zijn gelegen aan de Lekstraat, Huisdaalsestraat, Broekstraat (alleen in geval van windpark met wijzigingsgebied) en Ossestraat. De geluideffecten kunnen gemitigeerd worden door wijziging van de locatie (verder van woningen af) of het aantal windturbines (minder), keuze voor een stiller type windturbine en/of technische maatregelen aan de turbine. Een andere locatie hoeft niet ten koste te gaan van de energieopbrengst, minder windturbines gaat wel ten koste van de energieopbrengst. De referentiewindturbine die is gebruikt voor de berekeningen is een gemiddelde windturbine die al redelijk stil is. De in het kader van het MER onderzochte windturbines laten zien dat met een stillere windturbine een reductie van 2 dB mogelijk is (en verwacht wordt dat toekomstige windturbinetypes stiller worden). Met 2 dB geluidreductie kan de geluidbelasting op de omliggende woningen teruggebracht worden.

Broekstraat en Bossekampstraat komen dan zeker en in alle varianten onder de 42 dB streefwaarde. De Lekstraat komt in de buurt van de 42 dB. Bij de Huisdaalsestraat blijft de geluidbelasting boven de 42 dB (maximaal 44 dB).

60

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Keuze voor een stillere windturbine kan ten koste te gaan van de energieopbrengst als gekozen wordt voor een windturbine met minder vermogen, maar dit hoeft niet. Technische maatregelen om het geluideffect te beperken zijn gekartelde randen (serrated edges) of "draaien met minder vermogen" (noise modes). Serrated edges kunnen het geluid met 1 tot 3 dB verminderen, echter de doorgerekende windturbine heeft al serrated edges. Noise modes kunnen het geluid met 0,5 tot 4 dB verminderen. Echter noise modes gaan ten koste van de energieopbrengst (tot enkele tientallen procenten). Dat geldt ook voor de maximale noise mode: stilstand in de nacht: geluidreductie tot 6 dB, maar tot een derde minder energieopbrengst. Vastleggen streefwaarde 42 dB Lden in gemeentelijke norm Bovenstaande resultaten hebben als uitgangspunt gediend om een juridische regeling op te nemen in de planregels ter borging van het verder nastreven van de streefwaarde van 42 dB Lden, waarmee in feite een gemeentelijke norm voor geluid van specifiek dit windpark wordt vastgelegd in de gebruiksregels van dit bestemmingsplan.

De voornaamste uitgangspunten voor het bepalen van het borgingssysteem en bijbehorende grenswaarden zijn de volgende factoren (zie ook nadere toelichting in Bijlage 6):  er komen niet meer woningen waar 42 dB Lden wordt overschreden, dan in het MER voor het voorkeursalternatief en opbrengstalternatief is onderzocht en waarover besluitvorming door de gemeenteraad heeft plaatsgevonden;  nieuw windklimaat beschikbaar voor geluidberekeningen ten opzichte van het MER, er dient dus uit gegaan worden van deze nieuwe gegevens. Het nieuwe windklimaat zorgt voor een beperking in beschikbare geluidruimte;  windturbine 5 komt te vervallen, geluidruimte die daardoor 'vrij' komt wordt benut (ter compensatie van het nieuwe windklimaat), waarbij hetgeen onder het eerste punt staat het uitgangspunt blijft; Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn immissienormen per windturbine en per toetspunt berekend met de referentiewindturbine +1 dB (zie Bijlage 5 en Bijlage 6). Hiermee wordt de maximale geluidbelasting als gevolg van het windpark op de toetspunten vastgelegd en wordt recht gedaan aan de streefwaarde van 42 dB Lden en resultaten uit het MER waarover consensus bestaat. Daarbij is rekening is gehouden met het vervallen van windturbine 5 en een nieuw windklimaat ten opzichte van berekeningen in het MER.

De omgevingsvergunningaanvragen voor de windturbines dienen aan de immissienormen, die opgenomen worden in de planregels, te worden getoetst Daarmee is de streefwaarde van 42 dB Lden als gemeentelijke norm vastgelegd in de planregels. Voor de toetspunten waar de waarde 42 dB Lden niet wordt gehaald hebben de initiatiefnemers onderzoek laten plaatsvinden naar de (nacht)binnenwaarde in gevoelige ruimten. Op twee toetspunten bleek de (nacht)binnenwaarde boven het aanvaardbaar niveau van 18 dB L night te zijn (het door de gemeente ingeschakelde geluidbureau adviseerde 18 dB in de nacht als binnenwaarde en gaf aan dat dit een 'zeer veilige grens' is om eventuele slaapverstoring te voorkomen). Voor de twee woningen zijn in het onderzoek maatregelen voorgesteld te worden om aan de waarde te kunnen voldoen. De bewoners van deze twee woningen hebben een 'aanbod' gekregen van de initiatiefnemers voor het treffen van gevelmaatregelen om de binnenwaarde te bereiken. Eén 'aanbod' is geaccepteerd, het andere niet. Besloten is om de in het ontwerp van dit bestemmingsplan opgenomen regels ten aanzien van het bereiken van een binnenwaarde van 18 dB L night niet meer op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan.

Het is, gelet op de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken naar de binnenwaarde (in totaal voor zeven woningen) en het gedane aanbod voor twee adressen met reacties hierop, niet meer nodig om de door het geluidbureau geadviseerde binnenwaarde af te dwingen via het publiekrechtelijk stelsel van planregels (en omgevingsvergunningen). Dit wordt niet doelmatig geacht. Met het opnemen van een gemeentelijke norm voor geluid in de planregels wordt de streefwaarde van 42 dB Lden voldoende geborgd en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Uit Bijlage 18 blijkt ook dat aan de immissienormen kan worden voldaan voor de direct bestemde windturbines. In Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving wordt de inhoud van de juridische regeling nader toegelicht. Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen,

Gemeente Oss

61

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)40. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)41. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)42. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid.

In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid.43 Tweeëndertig (peer reviewed44) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen45 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt dan de hinder die optreedt van 'gewoon' geluid.

Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.46 Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het windpark Elzenburg-De Geer. Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek naar windpark Elzenburg-De Geer zijn echter toch de berekende geluidsniveaus vergeleken met de Vercammen curve (zie voor de methodiek, paragraaf 3.10 van het akoestisch rapport). Dit voor de referentiewindturbine en het worst case alternatief 1A.

De geluidcontouren van het laagfrequent geluid voor alternatief 1A zijn opgenomen in bijlage I van het akoestisch rapport. Uit de berekening blijkt dat de 20 dB contour (maatgevend voor beoordeling van laagfrequent geluid) binnen de 47 dB Lden contour valt. Daaruit is geconcludeerd dat als het windturbinegeluidniveau op de gevel beneden de oorspronkelijke norm uit het Activiteitenbesluit (47 dB Lden) blijft er ook geen onevenredige kans op laagfrequent geluid bestaat. Omdat er voor onderhavig plan een streefwaarde van 42 dB Lden wordt nagestreefd is de kans op laagfrequent geluid alleen maar kleiner dan bij de oorspronkelijke (milieu)norm uit het Activiteitenbesluit. De Afdeling bevestigt in haar uitspraak windpark Elzenburg-De Geer ook dat er geen aanleiding is dat "de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat [appellant sub 1] geen onaanvaardbare hinder zal gaan ondervinden van laagfrequent geluid afkomstig van de windturbines." Geluidbeleid gemeente Oss Het geluidbeleid van de gemeente Oss bevat geen specifiek beleid ten aanzien van windturbines. Om toch te kunnen toetsen aan het geluidbeleid zou rekening moeten gehouden met het feit dat de wetgever bij de normering van het geluid van windturbines bewust heeft besloten de norm onafhankelijk van het referentieniveau te stellen.

Dit in tegenstelling tot de andere geluidbronnen zoals industrie en wegverkeer waar dit anders is gedaan. Met behulp van de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift Windturbines is de geluidbelasting voor windturbines 'omgerekend' naar industriegeluid (zie ook Bijlage 7). Deze omrekening leidt tot de streefwaarden als

62

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 weergegeven in tabel 5.5. Vervolgens heeft voor een concreet windturbinetype, een Vestas V136 windturbine waarvan in Bijlage 18 is aangetoond dat deze aan de immissienormen kan voldoen, een toetsing plaatsgevonden aan de onderstaande streefwaarden. Rekening is gehouden met een windpark van 6 windturbines (4 direct bestemd en 2 in de wijzigingsbevoegdheid). Tabel 5.5 Relevante gebiedstypen met bijbehorende streefwaarden

Op 31 van de 38 referentietoetspunten wordt voldaan aan de (vertaalde) streefwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid. Op één woning wordt zowel de lage als de hoge streefwaarde overschreden. Het betreft de Huisdaalsestraat 1 waarbij de overschrijding 1 dB bedraagt. Het gebiedstype ter plaatse is 'Landelijk - hoge geluidsdruk'. Op zes andere woningen wordt de lage streefwaarde overschreden, maar hier wordt nog wel aan de hoogste streefwaarde voldaan. Het betreft woningen aan de Broekstraat 13 en 13A, Bossekampstraat 1 en Harenseweg 3, 1A en 44. Het gebiedstype op al deze locaties betreft 'Landelijk - lage geluidsdruk'. Alhoewel het gemeentelijk geluidbeleid geen toetsingskader biedt voor windturbinegeluid wordt hier in grote lijnen wel aan voldaan, rekening houdend met de dosis-effectrelaties van windturbinegeluid ten opzichte van andere geluidbronnen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er sprake van een aanvaardbare situatie in relatie tot het gemeentelijk geluidbeleid, en de maximale geluidbelasting die voor gebieden wordt nagestreefd. Cumulatieve geluidbelasting Voor een groot deel van de onderzochte referentiewoningen leiden de windturbines niet of nauwelijks (0 tot 1 dB) tot een toename van de cumulatieve geluidbelasting, de geluidbelasting van alle geluidbronnen samen (tabel 5.6).

Dit omdat de geluidbelasting door de turbines relatief gering is of andere geluidbronnen (verkeer, industrie zoals bijvoorbeeld op Elzenburg) bepalend zijn (zie ook kader 5.2). Er zijn vier locaties waar het windpark leidt tot meer dan 1 dB toename aan het al heersende geluidklimaat: Huisdaalsestraat, Harenseweg, Bossekampstraat en de rand van Haren. Op alle andere locaties is de bijdrage van windturbinegeluid aan het cumulatieve geluidklimaat kleiner dan 1 dB. Op alle vier de locaties leidt de toevoeging van 2 windturbines door de wijzigingsbevoegdheid tot een toename van de bijdrage van windturbinegeluid aan het cumulatieve geluidklimaat. Tabel 5.6 Toename cumulatieve geluidbelasting door windturbinegeluid bij 5 en 7 windturbines (in dB Lden, referentiewindturbine) [bron: bewerking tabel 23.5 MER]

Mede gezien het belang van het realiseren van het windpark als bijdrage aan de gemeentelijke,

Gemeente Oss

63

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie acceptabel geacht. In de berekeningen is uit gegaan van een gemiddelde windturbine. Wanneer met de definitieve windturbinekeuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine neemt ook de cumulatieve geluidbelasting af. Geluidsbelasting in NNB gebieden In figuur 5.5 is de 52 dB Lden contour weergegeven voor onderliggend windpark exclusief wijzigingsgebied. Er is een aanvullend onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8) voor het definitieve plan zoals opgenomen in dit bestemmingsplan om inzichtelijk te maken in hoeverre de nabij gelegen NNB te maken krijgt met een geluidbelasting hoger dan 52 dB L den, rekening houdend met areaal dat in de huidige situatie al een geluidbelasting van 52 dB Lden kent door wegverkeer of industrie. Het areaal dat vanwege het windpark te maken krijgt met een geluidbelasting hoger dan 52 dB L den is onderdeel van NNB-gebied Hertogswetering en heeft een oppervlakte van 1.759 m2. Figuur 5.5 te compenseren gebied NNB windpark 4 windturbines geluidcontour 52 dB Lden contour [bron: bijlage A in bijlage 8]

Het windpark inclusief windturbines in de wijzigingsbevoegdheid zorgt voor nog eens een oppervlakte van 1.449 m2 NNB binnen de 52 dB Lden geluidcontour van het windpark, deels nabij windturbine 4 en deels nabij windturbine 7 (zie figuur 5.6).

64

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Figuur 5.6 te compenseren gebied NNB windpark 6 windturbines geluidcontour 52 dB L den contour [bron: bijlage B in bijlage 8]

Het areaal aan NNB binnen de 52 dB Lden contour ligt dus op 1.759 m2 voor alleen de direct bestemde windturbines en op 3.208 m2 voor het totale windpark van 6 windturbines (1.449 m2 voor alleen de wijzigingsbevoegdheid). In Bijlage 4 is al onderzocht is wat het effect is van het verplaatsen van windturbine 4 is naar een locatie zo ver mogelijk van de natuurgebieden om overlap nog meer te beperken. De mogelijkheden zijn om de volgende redenen echter beperkt:  in verband met wake effecten (windafvang) kunnen de windturbines niet te dicht op elkaar staan;  de noordwestelijk gelegen windturbine mag niet te dicht bij het archeologisch monument komen te staan;  bij de ontwikkeling van het voorkeursalternatief hebben landschappelijke aspecten een prominente rol gehad;  verschuiving van één van de windturbines zal leiden tot verstoring van het landschappelijk beeld;  verschuiven van de meest noordoostelijk gesitueerde windturbine zal leiden tot belemmering bij de uitrol van de windturbines binnen de wijzigingsbevoegdheid, indien daartoe in de toekomst wordt besloten;  verschuiving mag niet leiden tot een hogere geluidsbelasting bij de woningen. De redenen dat de schuifruimte beperkt is zijn ook op windturbine 7 van toepassing. Gezien de beperkte speelruimte is de verwachting dat het (verder) verplaatsen van de windturbines niet veel zal opleveren.

Er is dus compensatie nodig (zie ook paragraaf 5.5.2.1). Uit de berekeningen blijkt dat het windpark (zowel met 4 als met 6 windturbines) zorgt voor een compensatieverplichting op basis van de provinciale Verordening Ruimte. De gemeente Oss is verantwoordelijk voor de uitvoering van de natuurcompensatie (of financiële compensatie). Het feit of al dan niet compensatie nodig is maakt deel uit van de ruimtelijke afweging bij vaststelling van het bestemmingsplan. Het verplaatsen van windturbines om de 52 dB Lden contour volledig buiten de NNB te brengen is niet haalbaar vanwege andere onderzochte milieueffecten waardoor er gebieds- of financiële compensatie noodzakelijk is. Op grond van artikel 5.6 van de 'oude' provinciale Verordening Ruimte diende 1/3 van het oppervlak

Gemeente Oss

65

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) gecompenseerd worden. Alhoewel de huidige Interim omgevingsverordening deze regeling niet meer bevat wordt compensatie van de 52 dB Lden contour nog steeds op dezelfde wijze door de provincie toegepast. Dit is dus 586 m2 voor fase 1 en nog eens 483 m2 als gevolg van toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Gekozen wordt voor financiële compensatie gelet op de beperkte oppervlakte dat verstoord wordt. Financiële compensatie komt ten goede aan een provinciaal fonds, waaruit grotere (meer substantiële) natuurprojecten kunnen worden gefinancierd. Op basis van artikel 3.24 van de Interim omgevingsverordening dient de financiële compensatie uiterlijk zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan gestort te worden in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling. Dit betekent in feite dat de compensatie voor het areaal dat beïnvloed wordt door toepassing te geven aan het wijzigingsplan pas bij vaststelling van dat wijzigingsplan gecompenseerd dient te worden. De provincie bepaalt de hoogte van de financiële compensatie op basis van de berekening in het bestemmingsplan en stelt de inhoud van de verplichting tot betaling vast. De hoogte van de financiële compensatie bedraagt een algemeen compensatiebedrag van 10 euro/m2.

Dit bedrag is berekend op basis van aankoop, aanleg en onderhoud van een vierkante meter (natuur)grond. Dit betekent dat er voor het windpark een financiële compensatie nodig is van 5.860 euro bij vaststelling van dit bestemmingsplan en nog eens 4.830 euro bij vaststelling van het wijzigingsplan. De financiële compensatie bij vaststelling van het bestemmingsplan is al gedaan bij vaststelling van het bestemmingsplan 2019. De financiële compensatie heeft geen wezenlijke invloed op de ruimtelijke uitvoerbaarheid van het project. Effect geluid op dierenpension Er is aandacht gevraagd voor het effect van windturbines op dieren. In paragraaf 6.3.11 van het MER is al ingegaan op het effect van windmolens op dieren. In de omgeving van het windpark is een dierenpension en hondenkennel gelegen op het adres Huisdaalsestraat 1 op een afstand van circa 500 meter van het windpark. Op basis van vaste rechtspraak zijn bedrijven, waaronder ook een dierenpension, geen geluidgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Dieren zijn ook niet wettelijk beschermd tegen geluid van windturbines. Dit betekent echter niet zonder meer dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening geen nadere afweging hoeft plaats te vinden.

De bij het pension behorende woning is wel getoetst te worden aan de wettelijke norm 47 dB L den en uiteraard wordt op de woning ook een streefwaarde voor geluid van 42 dB Lden nagestreefd. Bij het vertalen van de streefwaarde naar concrete normstelling in de planregels, is er voor 5 woningen een iets hogere geluidsnorm opgenomen in artikel 8 (bij 4 rechtstreeks te bestemmen windturbines). Eén van deze woningen betreft Huijsdaalsestraat 1. Hiervoor geldt een geluidsbelasting van maximaal 44 dB Lden volgens de planregels. Ook na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid blijft de normstelling voor Huijsdaalsestraat 1 onder de 47 dB Lden (deze wordt dan maximaal 45 dB Lden). Dit betekent dat de geluidbelasting op het dierenpension zelf ook ruimschoots voldoet aan de wettelijke norm. Er is geen aanleiding om dieren strenger te beschermen tegen geluid van windturbines dan mensen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat windturbines effect hebben op het welzijn van dieren. Dat windmolens negatieve effecten hebben op honden of andere huisdieren is niet wetenschappelijk aangetoond. Op basis van gesprekken met eigenaren en medewerkers van hondenpensions en dierenopvangcentra blijkt ook niet dat windturbines in de nabijheid van dierenpensions invloed hebben op het gedrag van honden (zie Bijlage 9).

Er is dus sprake van een goede ruimtelijke ordening op dit punt. Geluidbelasting buitenshuis bij woningen Op basis van vaste rechtspraak is een tuin of erf bij een woning ook geen geluidgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Tuinen en erven zijn dus ook niet wettelijk beschermd tegen geluid van windturbines. Dit betekent echter niet zonder meer dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening geen nadere afweging hoeft plaats te vinden. Omdat de gemeente Oss een strenge gemeentelijke norm van 42 dB L den heeft vastgelegd op geluidgevoelige objecten in de planregels zal ook in tuinen en erven van woningen in de omgeving van het windpark de geluidbelasting lager zijn dan als de wettelijke normen worden gehanteerd. Tuinen en erven van omwonenden worden door het vastleggen van de gemeentelijke norm is 42 dB Lden ook extra beschermd tegen het geluid van de windturbines. Om die reden kan ook niet anders dan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de tuin of

66

Gemeente Oss

bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 op het erf van omwonenden van het windpark. 5.2.3

Conclusie

Voor het aspect geluid kan het windpark voldoen aan de gemeentelijk norm in de vorm van een streefwaarde voor geluid van 42 dB Lden. De gemeentelijke streefwaarde van 42 dB L den wordt op het grootste gedeelte van de toetspunten gehaald uitgaande van het windpark met 5+2 windturbines op basis van het MER. In de regels wordt een regeling opgenomen ter borging van het nastreven van de streefwaarde van 42 dB Lden door middel van een immissienorm per windturbine en per toetspunt voor het windpark van 4+2 windturbines. Het windpark kan ook voldoen aan deze immissienormen zoals blijkt uit de concrete toetsing van de omgevingsvergunningaanvragen voor de eerste 4 windturbines in Bijlage 18. Het windpark kan zo goed als aan het gemeentelijk geluidbeleid voldoen, alhoewel hier geen beleid voor windturbines in is opgenomen, waardoor er sprake is van een aanvaardbare situatie. Voor compensatie NNB wordt een financiële compensatie voorgesteld, deze is ook uitvoerbaar. Er is geen effect bekend van windturbines op een dierenpension, er is ook geen aanleiding om negatieve effecten te veronderstellen. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.3

Slagschaduw

5.3.1

Toetsingskader

De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen op het moment dat de zon schijnt. Deze zogenaamde 'slagschaduw' kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren door personen in de omgeving. Daarnaast kan (zon)licht reflecteren van onderdelen van de windturbine, dit wordt 'lichtschittering' genoemd. Beide fenomenen kunnen zich alleen voordoen indien sprake is van zonneschijn. In bewolkte weersomstandigheden treden deze effecten niet op. De impact van slagschaduw op de omgeving verschilt sterk, afhankelijk van de locatie van de windturbine, de locatie van de plek waar een waarnemer verblijft, de afmetingen van de windturbine en de windrichting en zonneschijnduur. Toetsnorm voor slagschaduw Het Activiteitenbesluit en -regeling, als het kader voor de toetsing van slagschaduw van windturbines, mag voorlopig niet toegepast worden op basis van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie ook paragraaf 1.1). De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht een plan-MER gemaakt had moeten worden voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling. Totdat het plan-MER alsnog is gemaakt door het Rijk, worden de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling buiten toepassing gelaten.

Voor windpark Elzenburg-De Geer zijn van de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de regeling afwijkende, strengere, normen gehanteerd voor slagschaduw. In haar uitspraak van 28 juli 2021 stelt de Afdeling in overweging 15.3 vast: "... dat de raad niet bij de norm in artikel 3.12 van de Activiteitenregeling milieubeheer heeft aangesloten, maar een eigen, afwijkende en strengere slagschaduwnorm heeft toegepast ter plaatse van de woning van [appellant sub 1]. Hiertoe overweegt de Afdeling dat op basis van de wettelijke norm een stilstandvoorziening moet worden gehanteerd bij gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag slagschaduw. Op alle dagen mag minder dan 20 minuten slagschaduw optreden waardoor er een veel hoger aantal uren slagschaduw mag optreden als de norm uit het Actualiteitenbesluit milieubeheer zou zijn gehanteerd. De door de raad gehanteerde norm maximeert het totale aantal uren slagschaduw op jaarbasis en is daardoor een (veel) strengere norm dan de wettelijke norm. Gelet hierop faalt het betoog van [appellant sub 1] over het Nevele-arrest, omdat hij daarbij ten onrechte uitgaat dat artikel 3.12 van de Activiteitenregeling milieubeheer is toegepast (vergelijk overweging 17 tot en met 17.2 in de uitspraak van de Afdeling van 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3112).

De Afdeling stelt echter vast dat de strengere norm, zoals vastgesteld in 1.1.1 van de voorschriften van de omgevingsvergunning, niet is opgenomen in de planregels. Hieruit volgt dat de raad niet in het plan heeft geregeld wat hij heeft beoogd te regelen, namelijk het vaststellen van een strengere norm ten behoeve van slagschaduw."

Gemeente Oss

67

bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) In deze paragraaf wordt getoetst aan de strengere gemeentelijke norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar zoals (alsnog) vastgelegd in de planregels. De norm van maximaal 6 uur op jaarbasis wordt gehanteerd voor het windpark als geheel (dus cumulatief). In de planregels is bij de wijzigingsbevoegdheid voor de uitbreiding naar 6 windturbines, geregeld dat het windpark, ook als dit bestaat uit 6 turbines, niet meer dan 6 uur slagschaduw op jaarbasis op woningen veroorzaakt. Hieronder wordt nader in gegaan op de hinderlijkheid van slagschaduw alsmede de geschiktheid van de norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar, alhoewel deze al door de Afdeling als geschikt en in lijn met de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is bevonden. Wanneer is er sprake van slagschaduwhinder? Om te kunnen spreken van slagschaduw(hinder) op de omgeving dient sprake te zijn van een afstand kleiner dan twaalf maal de rotordiameter van de windturbines. Op grotere afstand is de slagschaduw in principe zo diffuus dat het niet meer als hinderlijk wordt beschouwd. De windturbines moeten in bedrijf zijn (draaien) om te kunnen spreken van hinderlijke slagschaduw. Daarbij dient sprake te zijn van een ruimte met een beperkt aantal lichtbronnen (zoals ramen) die significant kunnen worden afgeschermd door een bewegende slagschaduw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=7a6f36fa-5dda-473d-8c94-0e65bbfce9d3