20211101 BP Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 -VS01- TOE+RGL-1 (toel en regels in pdf).PDF
Tekst van het document
Gemeente Oss
23
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Deze plantoelichting is voorzien van een beschrijving van ecologische en natuurwaarden (zie paragraaf 5.5). In paragraaf 4.4 wordt verder in gegaan op het landschappelijk beeld en ruimtelijke kwaliteit. Paragraaf 5.7 is de waterparagraaf met effectbeschrijving op de waterhuishouding. Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen in Landelijk Gebied is daarnaast artikel 3.9 van toepassing. "Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b.
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken." Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering is een 'Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap' opgesteld (zie Bijlage 3 en paragraaf 4.4 onder 'Kwaliteitsverbetering van het landschap'). De financiële middelen die beschikbaar komen voor de kwaliteitsverbetering, worden betaald door de ontwikkelende partijen. Deze financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt in de anterieure overeenkomst tussen bevoegd gezag en ontwikkelende partij(en) vastgelegd dan wel in de opstalovereenkomst verdisconteerd.
De maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit kunnen binnen de geldende bestemmingen worden gerealiseerd waardoor er geen specifieke bestemmingen hoeven te worden opgenomen hiervoor. Wel is een specifieke gebruiksregel opgenomen in de planregels om de voorgestelde maatregelen te realiseren voor ingebruikname van de windturbines. Voldaan wordt aan artikel 3.9 Interim omgevingsverordening. "Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
24
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Dit belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. De kaartlagen 'cultuurhistorisch waardevol gebied' en 'complexen van cultuurhistorisch belang' zijn ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Deze toelichting is voorzien van een beschrijving van cultuurhistorische waarden (zie paragraaf 5.6.2 onder 'Overige cultuurhistorische aspecten'). Het windpark doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden.
Voor overdraai van windturbines over Natuurnetwerk Brabant (NNB) en andere externe werking is het volgende artikel van toepassing: "Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig Artikel 3.22 Compensatie. Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water." Ook wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB. Dit is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding. Voor de overdraai van de wieken van windturbines die buiten het NNB staan, is expliciet bepaalt dat hiervoor de compensatieregels gelden voor verstoring. De omvang daarvan is maatwerk. In paragraaf 3.1 wordt de ligging van NNB geduid.
In paragraaf 5.5.2.1 wordt in gegaan op de omvang en kwaliteit van NNB en vervolgens wordt onder het kopje 'Geluidsbelasting in NNB gebieden' in paragraaf 5.2.2 ingegaan op de externe werking als gevolg van geluid van de windturbines op NNB en benodigde compensatie. 2.2.6
Wijziging Interim omgevingsverordening - regelwijziging 3
Omdat de ontwikkeling van windturbines in beginsel een tijdelijk karakter heeft is door de provincie in de Interim omgevingsverordening aan de ontwikkeling van windturbines buiten het zoekgebied windturbines de voorwaarde verbonden dat deze uitsluitend gerealiseerd kunnen worden met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan waaraan een maximale gebruikstermijn van 25 jaar is verbonden. Gelet echter op de vijftiende tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet kan de tijdelijkheid ook in voldoende mate worden geborgd als bij wijze van experiment overeenkomstig artikel 7s van dat besluit een bestemmingsplan wordt vastgesteld met een tijdelijke looptijd, zoals dat voor onderhavig bestemmingsplan geldt. In de Verordening Noord-Brabant 2014 was voor dergelijke bestemmingsplannen een regeling opgenomen. Deze is bij de vaststelling van de Interim omgevingsverordening niet meer opgenomen en overgangsrecht voor de plannen die destijds zijn vastgesteld ontbreekt. De provincie constateert dat er gelet op de provinciale belangen sprake is van een kennelijke onvolkomenheid die door aanvulling van de regels kan worden gerepareerd met de wijziging Interim omgevingsverordening - regelwijziging 3. De wijziging luidt als volgt: "Hoofdstuk 2 Algemene regels Artikel 2 Wijziging regels Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeente Oss
25
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) 2.1 Wijziging artikel 9.10 Overgangsrecht bestemmingsplannen Aan artikel 9.10 wordt een 7e lid toegevoegd dat als volgt luidt: Lid 7 Artikel 3.37, tweede lid aanhef is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat is of wordt vastgesteld met gebruikmaking van artikel 7s Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. De voorwaarden opgenomen onder a, b en c van het tweede lid van artikel 3.37 zijn van overeenkomstige toepassing op het bestemmingsplan." Met deze wijziging van de Interimverordening is het opnieuw vaststellen van een bestemmingsplan voor windpark Elzenburg-De Geer in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. 2.2.7
Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 23 maart 2021 is de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegd als vervanger van de Interim omgevingsverordening. De omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving, zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. De omgevingsverordening is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die volgens planning op 1 juli 2022 in werking treedt. Vanwege de aansluiting van de Omgevingsverordening Noord-Brabant op de Omgevingswet worden er diverse wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de Interim omgevingsverordening zoals in de opbouw aansluiten op het Besluit activiteiten leefomgeving en het verwerken van diverse nadere regelingen in de nieuwe omgevingsverordening. Provinciale Staten stellen de Brabantse Omgevingsverordening naar verwachting eind 2021 vast, waarna die op 1 juli 2022, gelijk met de Omgevingswet, in werking treedt.
2.3
Gemeentelijk beleid
Duurzaamheidsambities gemeente Oss Oss heeft de ambitie om energieneutraal te worden in 2050 en wil in de top 3 van de meest duurzame gemeenten in Brabant komen. Hiervoor is in 2015 een Duurzaamheidsmeting verricht. Energie kwam hieruit als belangrijk aandachts- en verbeterpunt. In 2015 en 2016 is ook een energie nul meting gedaan (kennisinstituut Telos, CE Delft, 2017). Oss verbruikt jaarlijks circa 7,6 petajoule energie. Ongeveer de helft hiervan wordt verbruikt door kantoren en woningen, een derde door bedrijven en industrie, de rest door mobiliteit en overige (o.a. landbouw). Hiervoor zijn circa 320 windturbines (van minimaal 3 MW) nodig, of circa 9 miljoen zonnepanelen (circa 20 km 2, circa 13% van het Osse grondoppervlak). Dit zijn geen realistisch haalbare aantallen, maar geeft aan hoe groot de opgave is voor Oss en dat alle opties benut moeten worden. Energie is een belangrijk speerpunt in de "Duurzaamheidscirkel Oss" (gemeente Oss, 2016). Om een energie neutrale toekomst te realiseren wil de gemeente 50% energie besparen, 25% duurzame energie van elders inkopen en 25% zelf duurzame energie opwekken. Er is hiervoor een Routekaart Duurzame Energie 2016-2018 opgesteld (gemeente Oss, 2016). Ook als Oss 'slechts' 25% van de totale energiebehoefte (circa 1,9 PJ) zelf wil opwekken, zijn er nog steeds circa 80 windturbines (van minimaal 3 MW) of 5 km² aan zonnevelden nodig.
In de Routekaart staan de ambities genoemd en is aangegeven hoe de gemeente Oss de ambities gaat waarmaken. Oss wil alle mogelijke kansen voor duurzame energie aangrijpen en realiseert zich dat alle mogelijkheden benut moeten worden om de aan de opgave te kunnen voldoen. Het Coalitieakkoord Oss (2018-2022) “Kansen zien, kansen pakken- duurzaam en op maat" spreekt zich ook uit over het uiteindelijke doel om in 2050 als totale gemeente energie-neutraal te zijn. De eerste mijlpaal is om in 2023 aan de nationale norm van 16% duurzame energie te voldoen. Met een windpark bij Elzenburg-De Geer wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente. Het windpark maakt onderdeel uit van de Routekaart en het coalitieakkoord.
26
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 Op 17 september 2015 heeft de gemeenteraad van Oss de Structuurvisie Buitengebied Oss vastgesteld. Dit document heeft betrekking op het volledige buitengebied van de gemeente, met uitzondering van motorcross van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De Structuurvisie Buitengebied geeft ruimtelijke en functionele analyse van de bestaande situatie waarin onder andere de aspecten landschap, cultuurhistorie, water, wonen, bedrijvigheid aan bod komen. Vervolgens wordt de ontwikkelingsvisie voor het buitengebied weergeven per landschapstype. Het plangebied valt voor het grootste gedeelte in ‘komgebied’ en deels in ‘stadsgebied’. Voor het komgebied is de ruimtelijke visie sterk gericht op de openheid van het gebied, dat zowel voor het landschappelijk aanzicht als voor de weidevogels van groot belang is. Ook is het behoud van de Hertogswetering en omliggende cultuurhistorisch waardevolle elementen in de toekomstvisie opgenomen, evenals de bescherming van de aanwezige weidevogelgebieden. De gemeente streeft er naar om op basis van vrijwilligheid het areaal weidevogelgebied te vergroten, aansluitend bij de verschillende natuurgebieden. De Structuurvisie stelt niets specifieks ten aanzien van duurzame energie en/of windenergie.
Figuur 2.1 Ontwikkelingsvisie Structuurvisie Buitengebied (gemeente Oss, 2015)
Duurzaamheidscirkel (2016) In 2015 is in Oss een duurzaamheidsmeting uitgevoerd, waarbij de gemeente werd vergeleken met andere Brabantse gemeenten. Op basis van deze resultaten is de Duurzaamheidscirkel (Gemeente Oss, 2016) opgesteld. Deze cirkel geeft de speerpunten van de gemeente Oss aan op het gebied van duurzaamheid. Hierin zijn de kernwoorden ‘People, Planet, Profit’ opgenomen, die staan voor de verbetering van de sociale, ecologische en economische duurzaamheid. In de cirkel wordt aandacht besteed aan de wijze waarop Oss duurzaam wil worden, wat er al is gedaan en wat er gedaan gaat worden. Het energieverbruik in de gemeente is in beeld gebracht, en het doel is gesteld om in de toekomst zowel energie te besparen als energie duurzaam op te wekken. Om dit te realiseren worden er samenwerkingen aangegaan met diverse partners uit het bedrijfsleven, woningbouwcorporaties en de Energie Coöperatie Oss. De duurzaamheidscirkel maakt duidelijk dat de gemeente zelf het goede voorbeeld wil geven en burgerparticipatie hoog in het vaandel heeft staan.
Gemeente Oss
27
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Routekaart Duurzame Energie (2016) De Routekaart Duurzame Energie (gemeente Oss, 2016) is een document dat het speerpunt Energie uit de duurzaamheidscirkel toelicht. Deze routekaart is samen met de inwoners van Oss, het bedrijfsleven en verschillende woningcorporaties gevormd. De routekaart geeft de gezamenlijke plannen aan om energie te besparen en duurzame energie op te wekken. De Routekaart maakt onderscheid in de aanpak voor bedrijven, woningeigenaren en de gemeente. Het bedrijfsleven neemt eigen initiatief voor verduurzaming: ze hebben een eigen duurzaamheidsdossier gestart (Kracht van Oss), er wordt een collectief energiefonds voor bedrijven opgezet en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) is medeondertekenaar van het Brabants Energieakkoord. Daarnaast wordt gewerkt aan een uitbreiding van het aantal zonnepanelen op daken van bedrijfspanden. Voor woningeigenaren is ‘Platform Oss’ opgericht, waarin bouwbedrijven, banken en woningcorporaties verenigd zijn om samen te werken aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Ook is er een gemeentelijke duurzaamheidslening beschikbaar gesteld voor particulieren, stichtingen, verenigingen en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s).
De gemeente monitort tenslotte elk jaar de voortgangsresultaten, koopt duurzaam in en ondersteunt de opwekking van duurzame energie middels onder andere een Regionaal energieloket, en de zoektocht naar locaties voor de opwekking van windenergie, zonne-energie en biomassa. Onderzoek energie en ruimte Op 6 juni 2016 heeft het college van Oss besloten over het uitvoeren van een gemeentebreed onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheden om duurzame energie op te wekken in Oss. Ter uitvoering van het collegebesluit van 6 juni 2016 zijn er 3 rapporten door onafhankelijke adviesbureaus gemaakt. Uit de onderzoeken komt (opnieuw) naar voren (rapport CE Delft) hoe groot de energie-opgave is. Aangegeven wordt wat de kansrijke gebieden zijn voor het opwekken van duurzame energie binnen Oss (op basis van rapporten Van Antea Group en Bosch Slabbers). Grootschalig opwekken van duurzame energie in Oss is noodzakelijk om de ambitie te halen om in 2050 energieneutraal te zijn (landelijke doelstelling, gebaseerd op het klimaatakkoord van Parijs). Op basis van de huidige stand der techniek kunnen met wind- en zonne-energie het snelste massa gemaakt worden en de meeste duurzame energie worden opgewekt. Andere technieken zijn nog minder inzetbaar om de opgave op korte termijn in te vullen. Dit komt onder andere door lokale factoren. Bij waterkracht speelt dat het potentieel al grotendeels benut is.
Bij aardwarmte wordt aangelopen tegen de beperkte omvang van het potentieel van (vervangende) nieuwbouw en de hoge kosten voor het uitvoeren bij bestaande bouw. Bij biomassa is sprake van een beperkte lokale infrastructuur om de biomassa om te kunnen zetten naar energie. Landschappelijk gezien hebben grootschalige wind- en zonne-energie veel impact, maar de aard en omvang van het Osse grondgebied bieden grote kansen. Bij de afweging is rekening gehouden met de uitgangspunten van het vastgestelde Osse Landschapsbeleidsplan, maar duidelijk is dat het landschap gaat veranderen als Oss haar ambities waarmaakt. De bedoeling is dat het opwekken van duurzame energie straks onderdeel gaat uitmaken van een gemeentebrede structuurvisie (of omgevingsvisie). In dat geval is ook een milieueffectrapport nodig. In de vigerende structuurvisie 'Buitengebied Oss - 2015' is nog niets opgenomen over duurzame energie. Voor de hand liggend is dat het grootschalig opwekken van duurzame energie wordt meegenomen bij het al gestarte traject voor de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie c.q. structuurvisie kunnen we verwijzen naar de uitgebrachte rapporten. De gemeenteraad van Oss heef op 6 juli 2017 besloten om: 1. De uitgevoerde onderzoeken als leidraad te gebruiken bij het toetsen van initiatieven voor duurzame energie opwekken in Oss. 2.
In te stemmen met de ‘Bijlage conclusies naar aanleiding van de onderzoeksrapporten’ 3. Vast te houden aan de ambitie om 50% van het huidige energieverbruik te besparen, 25% duurzame energie van elders in te kopen en 25% duurzaam op te wekken binnen Oss. 4. In te stemmen met de ‘Bijlage Werkwijze bij toetsing van initiatieven voor het opwekken van duurzame energie in Oss’. Regionale Energiestrategie (RES) 2030 De gemeente Oss maakt onderdeel uit van de RES-regio Noordoost-Brabant. De regio NoordoostBrabant bestaat uit 14 gemeenten. In de regionale energiestrategie (RES) geeft een regio aan waar en hoeveel duurzame energie er kan worden opgewekt, hoe de warmtevoorziening in de gebouwde
28
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 omgeving er uit gaat zien en wat dat betekent voor de energie-infrastructuur in 2030. De belangrijkste doelen van de RES Noordoost-Brabant voor 2030 zijn: 1,6 Terrawattuur (TWh) weersafhankelijke duurzame energie opwekken; 3 PJ duurzame warmte opwekken; 11% besparing op het elektriciteitsverbruik en het warmtegebruik in de gebouwde omgeving. In de RES Noordoost-Brabant hebben de deelnemers afgesproken dat elke gemeente een deel van de opwekopgave van de regio voor zijn rekening neemt. Het aandeel van elke gemeente is gelijk aan het aandeel van die gemeente in het energieverbruik van de regio. 17% van het totale energieverbruik komt voor rekening van inwoners en bedrijven uit Oss. Daarom is het Osse aandeel in de opgave van 1,6 TWh ook 17%, oftewel 0,28 TWh of 0,93 Petajoule (PJ). De regio heeft de RES 1.0 voor 1 juli 2021 bij het Rijk ingediend. Elke twee jaar wordt de RES vervolgens gemonitord en geactualiseerd. Een van de belangrijke onderwerpen in de RES 1.0 en ook daarna is de inpassing van zon- en windenergie. Het realiseren van windpark Elzenburg-De Geer is opgenomen als nieuw windproject voor 2030 in de RES 1.0 Noordoost-Brabant en is noodzakelijk om het Osse aandeel in de regionale energieopgave te realiseren.
Gemeente Oss
29
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Functionele structuur
Het plangebied en directe omgeving wordt deels agrarisch gebruikt (de Hoed, de Schil), deels als bedrijventerrein (Elzenburg). De Hoed wordt vooral gebruikt als grasland, de Schil ook voor akkerbouw. Agrarisch gebruik en bedrijvigheid Het plangebied28 en omgeving is vooral open komgebied. Het noordelijk deel maakt onderdeel uit van het provinciaal aangewezen cultuurhistorisch waardevolle vlak De Beerse Overlaat. In het plangebied zijn ook archeologische waarden gelegen. Ten zuiden van het plangebied ligt bedrijventerrein (Elzenburg en De Geer). In het plangebied en omgeving spelen momenteel geen zekere toekomstige ontwikkelingen: het is en blijft voornamelijk agrarisch (de Hoed en de Schil) en bedrijfsmatig (Elzenburg) in gebruik. Voor de toekomst is de Hoed bedoeld als strategische reserve voor bedrijfsterrein, indien Elzenburg (of de Geer) geen uitbreidingsmogelijkheden meer heeft. Het is ook mogelijk dat het gebied nadat de beoogde windturbines zijn verwijderd opnieuw voor duurzame energieopwekking wordt benut of dat het gebied dan weer als agrarisch gebied in gebruik genomen wordt. Een mogelijke toekomstige ontwikkeling buiten het plangebied is de vestiging van een mestverwerkingsfabriek op bedrijventerrein Elzenburg. De provincie heeft hiervoor recent (eind 2016) een omgevingsvergunning milieu verleend.
Hiertegen is beroep aangetekend, de vergunning is vernietigd, maar de provincie wil de mestverwerkingsfabriek nog steeds ter plaatse toestaan. De gemeente heeft inmiddels een bestemmingsplan vastgesteld dat de vestiging van grootschalige mestverwerkingsbedrijven op bedrijventerrein Elzenburg-De Geer planologisch uitsluit. Zo kan per geval, in plaats van op voorhand voor het gehele bedrijventerrein, gericht worden beoordeeld of een voorgenomen vestiging voldoet aan de Nota van Uitgangspunten mestbewerking (die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 25 januari 2018) en het provinciale beleid. Hierdoor worden de rechten van de woon- en werkomgeving volgens de gemeente het beste geborgd. De provincie heeft echter een reactieve aanwijzing gegeven. De gemeente heeft hier tegen beroep ingesteld. Voor het geval dat er een mestverwerkingsfabriek zou komen, is er wel onderzoek verricht naar de eventuele gevolgen voor het windpark. Figuur 3.1 Wonen en werken in en rondom plaatsingsgebied [bron: figuur 10.2 MER]
30
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Woningen In het plangebied (plaatsingsgebied uit MER; zie rode begrenzing in figuur 3.2) voor de windturbines liggen geen woningen. In de omgeving van het plangebied liggen woningen in kernen en langs linten (zie ook figuur 3.2): Harenseweg/Berghemseweg: circa 280 meter ten oosten van het plangebied; Bossekampstraat: circa 350 meter ten noorden van het plangebied; Huisdaalsestraat: circa 350 meter ten westen van het plangebied; Gement: circa 680 meter ten zuiden van het plangebied; Duurendseind: circa 1 kilometer ten zuidoosten van het plangebied; Berghem, circa 1.200 meter ten zuiden van het plangebied; Macharen: circa 900 meter ten noordwesten van het plangebied; Haren: circa 1.100 meter ten noordoosten van het plangebied; enkele bedrijfswoningen op bedrijventerrein Elzenburg- De Geer: circa 350 meter van het plangebied. Figuur 3.2 Omliggende woningen ten opzichte het plangebied [bron: gemeente Oss; figuur is een bewerking van figuur 4.14 MER]
De afstanden van de woningen tot aan de windturbines zelf zijn in de meeste gevallen aanzienlijk groter, zoals uit Tabel 3.1 blijkt.
Gemeente Oss
31
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Tabel 3.1 Afstand van woningen tot aan windturbines [tabel is een bewerking van tabel 3.1 uit bestemmingsplan 2010] nummer op figuur 3.2
straatnaam
huisnr.
dichtbijzijnde turbine
afstand (m)
01
Harenseweg
3
6
729
02
Harenseweg
44
6
869
03
Harenseweg
1A
6
853
04
Broekstraat
13A
2
660
05
Broekstraat
13
2
566
06
Lekstraat
13
1
649
07
Lekstraat
6
1
794
08
Lekstraat
4
1
808
09
Lekstraat
2
1
831
10
Maaskade
41
1
1178
11
Ossestraat
11
4
878
12
Ossestraat
8
4
926
13
Ossestraat
6
4
896
14
Huisdaalsestraat
1
4
511
15
Huisdaalsestraat
2
4
589
16
Ossestraat
5
4
577
17
Ossestraat
3
4
887
18
Sluisweg
2
4
1066
19
Bossekampstraat
2
6
764
20
Bossekampstraat
1
6
732
21
Bossekampstraat
4
6
945
22
"Rand" Haren
1
6
1175
23
Centrum Haren
1
6
1612
24
Duurenseind
2
2
1769
25
Gement
19
2
1107
26
"Rand" Berghem
39
2
1537
27
"Rand" Horzak
22
1
1950
28
"Rand" Macharen
3
4
1367
29
Centrum Macharen
1
4
1058
Infrastructuur Het plangebied wordt in noord-zuidrichting doorsneden door de N329/Weg van de Toekomst. In noordwest-zuidoost richting ligt de Broekstraat. Aan de randen, buiten het plangebied, liggen de Harenseweg/Berghemseweg, de Bossekampstraat, Huisdaalsestraat en de wegen op bedrijventerrein Elzenburg-De Geer (onder andere Geerstraat, Eemmeer). Elzenburg wordt aan de westzijde over water ontsloten door het Burgemeester Delen kanaal. Er liggen in en direct rond het plangebied geen buisleidingen, hoogspanningsleidingen en dergelijke. Rondom de Hertogswetering is gebied aangewezen als reserveringsgebied waterberging.
32
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Natuur In de omgeving van het plangebied liggen gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB) (zie figuur 3.3). De natuurdoelen voor deze gebieden zijn gespecificeerd als natuurbeheertypen: de Rietgors is aangewezen voor de natuurbeheertypes N05.01 Moeras, N04.02 Zoete Plas en N12.02 Vochtig Hooiland; de Eendenkooi is aangewezen voor de natuurbeheertype N17.04 Eendenkooi en N12.02 Kruiden- en Faunarijk grasland en N10.02 Vochtig Hooiland; de Hertogswetering is aangeduid als N03.01 Beek en Bron. De Hertogswetering is ook aangeduid als ecologische verbindingszone (EVZ). De Hertogswetering langs de noordgrens van het plangebied is beschermd natuurgebied. Langs de Hertogswetering liggen een aantal natuurgebiedjes. In en rond het plangebied is geen Natura 2000-gebied gelegen. De actuele natuurwaarden in het plangebied zijn beperkt, wel is het gebied in de gemeentelijke structuurvisie aangewezen als weidevogelgebied. Figuur 3.3 Ligging van Natuurnetwerk Brabant (NNB) nabij het plangebied [bron: figuur 13.3 MER]
Figuur 3.4 Natura 2000-gebied Rijntakken in de omgeving van het plangebied (blauw = vogelrichtlijngebied, groen = vogel- en habitatrichtlijngebied) (bron: figuur 13.2 MER)
Gemeente Oss
33
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied is het op 10 kilometer afstand gelegen Natura 2000-gebied Rijntakken (zie figuur 3.4).
3.2
Landschappelijke structuur
Het plangebied ligt in de komgronden tussen Oss en de Maas en wordt ruimtelijk begrensd door industrieterrein Elzenburg, industrieterrein De Geer, het Burgemeester Delenkanaal en de Hertogswetering en de Geerstraat. Het landschapstype komgebied wordt gekenmerkt door: een laaggelegen, kleiige gebied, op de overgang naar de zanderige, hoger gelegen dekzandrand; grootschalig open tot zeer open landschap; rationeel (regelmatig en rechtlijnig) verkavelingspatroon, met name noord-zuid gericht; eendenkooien; resten van het systeem van de Beerse Overlaat met (dwars)dijken en kades; Hertogswetering (figuur 3.5); donken (of rivierduinen), waarop kernen ontstaan zijn (niet in plangebied). Figuur 3.5 De Hertogswetering [bron: figuur 11.2 MER]
In de Structuurvisie Buitengebied 2015 en Nota Landschapsbeleid (gemeente Oss, 2015) wordt voor het komgebied ingezet op behoud, herstel en versterking van de rechtlijnige opbouw, openheid, rationaliteit, grootschaligheid en zichtrelaties. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van provinciaal aangeduid aardkundig waardevol gebied. Het plangebied kenmerkt zich door een afwisseling aan grotere en kleinere open ruimtes. Deze ruimtes worden gevormd door (land-)wegen en bijbehorende begeleidende beplanting, omliggende dorpen en gehuchten. De structuurbepalende beplanting bestaat voornamelijk uit aaneengesloten dubbele bomenrijen langs wegen zoals bij de Broekstraat. Kleinere landwegen hebben een meer afwisselend beplantingspatroon; knotbomen in combinatie met grotere bomen/bosjes zoals langs de Tussenrijtstraat. De hoofdroute door het plangebied; de N329; heeft maar deels weg begeleidende beplanting. De individuele kavels binnen het plangebied zijn groot, deels als akker ingericht, deels als weiland. De kavelstructuur is recent (eind 20e eeuw, begin 21e eeuw). In het gebied zijn een aantal grotere opgaande groenstructuren aanwezig. Deze worden gevormd door (een deel van) de Hertogswetering en Groene Dijk, de Macharense Eendenkooi en het natuurgebied De Rietgors ten noorden van Elzenburg.
In deze open tot halfopen ruimtes liggen enkele woonbestemmingen en agrarische bedrijven die gekenmerkt worden door grote stallen en soms omringend zijn door erfbeplanting. Er zijn relatief veel agrarische bedrijven in het gebied aanwezig. Binnen het plangebied zelf liggen geen boerderijen. Het plangebied ligt direct aan en gedeeltelijk op het industrieterrein Elzenburg - De Geer. Grote, hoge hallen en silo's bepalen hier het beeld. Met name het nieuwere gedeelte aan de noordzijde kent weinig landschappelijke inpassing. Deze bebouwing is vanuit de verre omtrek duidelijk zichtbaar. Aan de westgrens ligt het Burgemeester Delenkanaal, de verbinding tussen de haven van Elzenburg en de Maas. De noordelijk grens van het plangebied wordt gevormd door de Hertogswetering. Deze landschappelijk waardevolle structuur is door begeleidende beplanting beperkt zichtbaar in het landschap.
34
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 In de omgeving liggen een aantal kleine en grotere kernen. De kerktorens van deze woonkernen zijn duidelijk zichtbaar in het landschap en bepalen, samen met de grootschalige industriële gebouwen op Elzenburg en de TV toren nabij Haren, de oriëntatiepunten in het gebied. Met name Macharen, Haren en de gehuchten hebben direct zicht op het plangebied al wordt het zicht in meer of mindere mate onderbroken door de wegbeplanting. Figuur 3.6 Landschapskenmerken [bron: figuur 11.3 MER]
Gemeente Oss
35
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Toelichting op het plan
Algemeen
Windturbines kunnen niet overal geplaatst worden. Bij de inrichting van het gebied moet rekening worden gehouden met onder andere fysieke belemmeringen zoals woningen en wegen, landschap en voorwaarden die voortkomen uit wet- en regelgeving. Waaronder normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid (wegen en ondergrondse buisleidingen). Maar ook (wind)technische aspecten spelen een rol bij de inrichting van het gebied. Dit heeft geleid tot een aantal inrichtingsalternatieven die in het MER zijn beoordeeld. Op basis van het MER wordt een keuze voor een opstelling, dat is het plan dat in paragraaf 4.2 en 4.3 is beschreven, met dit bestemmingsplan juridisch-planologisch vastgelegd. Er zijn geen veranderde uitgangspunten voor dit nieuwe bestemmingsplan waardoor de uitgangspunten en resultaten van onderzoek in het MER nog steeds actueel zijn en de basis kunnen vormen voor de keuze voor de opstelling van het windpark in dit bestemmingsplan.
4.2
Keuze opstelling windpark
In het MER (Bijlage 1) zijn de effecten van diverse opstellingsvarianten voor windturbines bij Elzenburg - De Geer onderzocht. Er is voor het onderzoek naar opbrengsten versus effecten gekozen om per alternatief te werken met een variant met lagere windturbines (A alternatieven) en een variant met hogere windturbines (B-alternatieven). In tabel 4.1 staan alle onderzochte opstellingsvarianten en alternatieven benoemd en figuur 4.1 geeft ze weer. Figuur 4.1 Alternatieven [bron: figuur 4.2 t/m 4.13 MER]
36
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Tabel 4.1 Beschrijving alternatieven [bron: tabel 4.1 MER]
De beoordeling van de alternatieven is gedaan aan de hand van de doelcriteria: in hoeverre voldoen de alternatieven aan de drie hoofddoelen/uitgangspunten voor een windpark op en nabij Elzenburg De Geer: (maximale) opbrengst; (minimale) hinder; (passendheid in) landschap. Verkenning voorkeursalternatief: keuze voor maximale opbrengst, minimale hinder, passendheid in het landschap of mix van alle drie? Op basis van de beoordeling van alle alternatieven is de eerste stap gemaakt naar een integrale afweging voor het voorkeursalternatief. Alternatief 1B geeft (verreweg) de grootste energieopbrengst en bijdrage aan de duurzaamheidsambities van Oss. Daar staat tegenover dat alternatief 1B ook voor een aantal hinderaspecten tot de meeste effecten leidt, aandachtspunten geeft vanuit bestaande waarden en daarmee om de grootste mitigatie-inspanning vraagt. Alternatieven 5 en 6 leiden tot aanzienlijk minder hinder op de omgeving, maar leveren veel minder energieopbrengst op dan
Gemeente Oss
37
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) alternatief 1B en dragen daarmee minder bij aan duurzaamheidsambities van Oss. Het voorkeursalternatief vanuit milieu bezien is een optimale mix tussen (maximale) energieopbrengst, (minimale) hinder en passendheid in het landschap. Dat betekent een ruimtelijklandschappelijk ontworpen alternatief (ruimtelijk-landschappelijke kwaliteit) met zoveel mogelijk hoge windturbines (maximale opbrengst) in De Hoed, niet of beperkt op of direct aangrenzend aan bedrijventerrein Elzenburg (in verband met externe veiligheid en geur) en niet of beperkt in De Schil (minimale hinder). Vanuit bovenstaande redeneerlijn is een verkenning gedaan naar het voorkeursalternatief. Als uitgangspunten en variabelen hierbij zijn gehanteerd: hoge(re) windturbines: in de onderzoeken voor het voorkeursalternatief is uitgegaan van de referentiewindturbine uit het MER (Enercon E-126-EP4, ashoogte 135 meter, rotordiameter 126 meter, tiphoogte 198 meter, opgesteld vermogen 4 MW, onderlinge afstand minimaal 500 meter (4x de rotordiameter); een minimale afstand van windturbines tot de bestemming 'Bedrijf' op Elzenburg-De Geer van 182 meter (overeenkomend met de Plaatsgebonden Risicocontour PR 10-6); windturbines zoveel mogelijk in de Hoed met 1 windturbine in de Schil aanliggend aan Elzenburg/de Hoed.
Maar ook onderzoek naar de mogelijkheden voor en effecten van meer windturbines in de Schil; openhouden van de optie voor een windturbine op het noordelijk deel van Elzenburg: op de locatie die het meest kansrijk wordt geacht en de minste belemmering geeft voor omliggende bedrijven. Maar ook inzicht in een voorkeursalternatief zonder windturbine op Elzenburg; onderzoeken mogelijkheid voor een gefaseerde ontwikkeling: Met andere woorden: locaties die de optie geven om met minder windturbines te starten en eventueel later het aantal windturbines uit te breiden. Dit vraagt om een zodanige locatiekeuze die eventuele toekomstige windturbines niet onmogelijk maakt; zoveel mogelijk streven naar geluidbelasting vanwege de windturbines van maximaal 42 dB L den op gevoelige objecten (woningen). Voorkeursalternatief en Opbrengstalternatief Op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn twee alternatieven uitgewerkt, het Voorkeursalternatief en het Opbrengstalternatief, ieder met een aantal varianten (zie tabel 4.2). Tabel 4.2 Varianten Voorkeurs- en Opbrengstalternatief [uit: MER]
Op basis van de beoordeling van de varianten voor het Voorkeursalternatief en Opbrengstalternatief wordt geconstateerd dat het Voorkeursalternatief een optimale mix is tussen energieopbrengst, hinder en passendheid in het landschap. Binnen het voorkeursalternatief is er vanuit milieu geen uitgesproken voorkeur voor variant 1 of 2. Variant 2 geeft de beste mogelijkheid om eventueel in de toekomst het windpark uit te breiden. Variant 2 leidt tot meer geluidhinder en geluidgehinderden en daarmee vergroting van het aandachtspunt op de Huisdaalsestraat, minder geluidbelasting op de Harenseweg, minder woningen met kans op slagschaduw, en meer effect op natuurwaarden. Toevoegen van windturbines in de Schil in het Opbrengstalternatief leidt tot meer energieopbrengst en daarmee een grotere bijdrage aan de duurzaamheidsambities van Oss. Daar staat tegenover dat de geluidbelasting in het gebied ten noordoosten van het plangebied toeneemt (overigens onder de 42 dB Lden streefwaarde) en het aantal woningen met kans op slagschaduw toeneemt. Windturbines in de Schil passen minder goed in de landschappelijke visie voor dit gebied en hebben meer effecten op landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden dan het Voorkeursalternatief.
38
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Besluit voorkeursalternatief Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad van Oss besloten over het te realiseren voorkeursalternatief voor het windpark in dit bestemmingsplan. Besloten is in te stemmen met de start van de ruimtelijke (te coördineren) procedures voor 5 windturbines, conform de geoptimaliseerde voorkeursvariant uit het MER (VKA 2a) en om in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen voor een uitbreiding van 5 naar 7 windturbines, conform de opbrengstvariant (OA a), waarbij de afspraak geldt dat burgemeester en wethouders de wijzigingsprocedure voor 2 extra windturbines pas opstarten na instemming door de gemeenteraad. Figuur 4.2 Voorkeursalternatief 2a en Opbrengstalternatief a [bron: figuur paragraaf 23.3.4. MER]
Vervallen windturbine op bedrijventerrein Elzenburg-De Geer In de fase van voorontwerp- naar ontwerpbestemmingsplan (2019) is de windturbine op bedrijventerrein Elzenburg-De Geer (windturbine 5) vervallen omdat er geen medewerking bleek te zijn van de grondeigenaren/betrokken ondernemers voor deze windturbine. Daardoor is de windturbine ook niet ruimtelijk uitvoerbaar gebleken. Door het vervallen van de windturbine is dus het plan dat juridisch-planologisch wordt vastgelegd in dit bestemmingsplan veranderd ten opzichte van het voorkeursalternatief. In het MER is ook een voorkeursalternatief en opbrengstalternatief onderzocht zonder een windturbine op bedrijventerrein Elzenburg. Dit zijn voorkeursalternatief 2b (= geoptimaliseerd voorkeursalternatief minus windturbine Elzenburg) en opbrengstalternatief b (= geoptimaliseerd opbrengstalternatief minus windturbine Elzenburg). Deze alternatieven zijn juist onderzocht om inzicht te hebben in een voorkeursalternatief zonder windmolen op Elzenburg omdat deze volgens het MER onder meer relatief veel aandachtspunten geeft vanuit externe veiligheid en effect op verspreiding geur. Door het vervallen van windturbine 5 blijven resultaten uit het MER nog steeds in stand, het eerder vervallen van windturbine 5 had ook niet geleid tot een andere keuze voor de opstelling van het windpark.
4.3
Beschrijving van het plan
Ten opzichte van het voorkeursalternatief 2a is er voor gekozen om de windturbine op het bedrijventerrein (windturbine 5) te laten vervallen. Daardoor bestaat het plan van het te realiseren windpark uit 4 windturbines (1 t/m 4), met de optie om deze nog eens met 2 windturbines uit te breiden (6 en 7) en heeft het windpark een totaal opgesteld vermogen van circa 16-24 MW, uitgaande van circa 4 MW vermogen per windturbine (zie figuur 4.3). De locatie voor het windpark is gelegen ten noorden van de woonkern Oss en het bedrijventerrein Elzenburg - de Geer, en ten zuiden van de woonkernen Macharen en Haren.
Gemeente Oss
39
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Verschuiving windturbines Windturbine 4 is enigszins verschoven ten opzichte van het voorkeursalternatief 2(a en b) uit het MER. De windturbine is circa 17 meter richting windturbine 3 (en dus van de woningen af) verschoven om overdraai over NNB te voorkomen, dit was op basis van de oude provinciale verordening (2014) niet toegestaan. De begrenzing van het NNB zelf is daarbij overigens ook wat aangepast waarbij deze volledig aansluit op de begrenzing zoals weergegeven in de provinciale verordening. Windturbine 1 en 2 zijn elk 1 meter verschoven vanuit optimalisatie. Figuur 4.3 Plan voor Windmolenpark Elzenburg-De Geer (inclusief de 2 optionele windturbines 6 en 7) [bron: gemeente Oss]
Het voorkeursalternatief 2a in het MER gaat uit van de realisatie van vijf windturbines van gelijke afmetingen met een maximale rotordiameter van 135 meter, een maximale ashoogte van 145 meter en een maximale tiphoogte van 210 meter. Het plan zoals dat in dit bestemmingsplan juridischplanologisch wordt vastgelegd gaat in eerste instantie uit van de realisatie van vier vergelijkbare windturbines met een minimale rotordiameter van 100 meter en een maximale rotordiameter van 136 meter, een ashoogte van minimaal 100 meter en maximaal 145 meter, met een optie om nog eens twee windturbines te realiseren met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid. Voor fase 1 wordt uitgegaan van vier windturbines. De maximale rotordiameter van de alternatieven uit het MER van 135 meter is vergroot naar 136 meter om meer keuze te hebben voor windturbinetypes zonder dat dit tot andere onderzoeksresultaten en bijbehorende conclusie leidt (zie ook paragraaf 5.1). De vergroting van de rotordiameter van 135 naar 136 meter is dus verwaarloosbaar voor wat betreft de milieueffecten. De tiphoogte van de windturbines is blijvend vastgelegd op maximaal 210 meter. Het windpark bestaat na de realisatie uit 4 (of 6) windturbines met hetzelfde uiterlijk, zoals dezelfde ashoogte, gelijke vorm van de gondel en gelijke rotordiameters met een afwijking van maximaal 10% (zie paragraaf 4.4 voor nadere onderbouwing).
40
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Figuur 4.4 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen
Referentie- of voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten is gebruik gemaakt van verschillende referentieturbines. Bij elk van de milieuaspecten is (voor zo ver relevant) een voorbeeldturbine binnen de bandbreedte qua afmetingen gekozen die als representatief (worst-case) geldt, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt (zie ook paragraaf 5.1). Overige voorzieningen bij het windpark Het plan voor het windpark omvat naast de 4-6 te plaatsen windturbines ook de bij de windturbines behorende voorzieningen zoals inkoopstations, kraanopstelplaatsen en toegangswegen voor bouw en onderhoud van de windturbines. De windturbinelocaties dienen voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud van de windturbines. Daarvoor dient ook de aanvoerroute voor materialen voldoende breed te zijn (maximaal 5 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). Op basis van de geldende agrarische bestemmingen mag een toegangsweg aangelegd worden, maar niet worden gebruikt ten behoeve van (de bouw van) het windpark. De globale positionering van de toegangswegen is zo gekozen vanuit een praktisch gebruik van de toegangswegen en gebruik van de omliggende gronden. Naar ruwe schatting dient zo'n 500 meter nieuwe weg aangelegd te worden voor het windturbinepark.
De windturbines worden met een ondergrondse kabel onderling verbonden en verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk. De exacte ligging van de kabels en aansluiting op het openbaar net dient nog bepaald te worden. De aanleg van parkbekabeling en aansluitpunten heeft echter geen relevante ruimtelijke impact (vanwege geen hoogspanning, en dus geen beschermende zone) waardoor er geen ruimtelijke reservering opgenomen hoeft te worden in dit bestemmingsplan. Er is een reservering voor de netaansluiting van het windpark op het openbaar net door de netbeheerder. Er is dus capaciteit gereserveerd voor het aansluiten van het windpark. Per windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van veelal een cirkel met een diameter van minimaal 18 meter en maximaal 26 meter voor de windturbine inclusief fundering (maximaal circa 530 m2 per windturbine). Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats voor bouw van en onderhoud aan de windturbine van circa 40 bij 75 meter (3.000 m2 per windturbine).
Gemeente Oss
41
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) In de turbines worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Er wordt maximaal één inkoopstation gebouwd per windturbine. Een inkoopstation is een transformatorhuisje dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. Er wordt vooralsnog van uit gegaan dat er bij elke van de windturbines (onder de overdraai) een inkoopstation gerealiseerd kan worden. De exacte locatie, aantal, omvang, en verdere invulling wordt in een nadere uitwerking gekozen in overleg met de netbeheerder. Een inkoopstation krijgt een oppervlakte van maximaal 50 m 2 en wordt maximaal 4 meter hoog. Rekening wordt gehouden met een totaal (permanent) grondgebruik van circa 3.530 m2 per windturbine (exclusief inkoopstation en toegangsweg). Tijdelijke voorzieningen zoals opslagruimte bij de opstelplaats of grotere boogstralen hoeven niet opgenomen te worden in het bestemmingsplan. Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) 29 voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor windpark Elzenburg-De Geer.
Voor het windpark wordt voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlichting naar gelang de zichtbaarheid en toepassen radardetectie zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt, mits wordt voldaan aan de regelgeving. In de planregels is een regel opgenomen om de keuze voor een verlichtingsplan gericht op zo min mogelijk hinder te borgen. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Kader 4.1 Toepassing obstakel- of markeringsverlichting
42
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021
4.4
Landschappelijk beeld
Het windpark is in het MER (zie hoofdstuk 11 en hoofdstuk 23 van Bijlage 1) beoordeeld op het effect dat het heeft op het landschap. De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld. Kader Door het landschap overstijgende karakter van grote windturbines en de grote zichtbaarheid vanuit de omgeving heeft de wijze waarop windturbines in het landschap geplaatst worden (de opstelling) invloed op de landschapsbeleving. Een heldere en leesbare opstelling levert een rustiger landschapsbeeld op. Windturbines geplaatst volgens het plaatsingsprincipe grid, lijn, of wolk kunnen kwalitatief goede opstellingen opleveren. Daarbij dienen de opstellingen aan een aantal voorwaarden te voldoen om uiteindelijk een fraai landschapsbeeld te geven. Zo wordt een grid opstelling doorgaans slechts vanuit enkele standpunten daadwerkelijk als grid ervaren, als windturbines die strak in het gelid staan en daarbij een geometrisch patroon aan het landschap toevoegen. Daarnaast verdraagt een grid geen onregelmatigheid. Bij afwijking van het geometrisch stelsel ontstaat een storende onrust. Dat maakt gridopstellingen kwetsbaar voor incidenten en verschuivingen in het planproces en/of de uitvoering.
Bij een lijnopstelling moet de afstand tussen de verschillende windturbines zo zijn dat de individuele windturbines samen als lijn herkenbaar zijn. Deze lijn kan ook een continue curve zijn. Het heeft de sterke voorkeur dat de onderlinge afstand van de windturbines op de lijn gelijk is. Windturbines kunnen niet of maar in zeer beperkte mate van de lijn of curve afwijken. Een wolkopstelling bestaat uit windturbines die ogenschijnlijk 'ad random' over het gebied zijn uitgezet. Een kwalitatieve wolkopstelling wordt verkregen door een grote mate van regelmaat in onderlinge afstand tussen de windturbines, zonder dat er lijnen ontstaan. De windturbines samen vormen een compact geheel. Vanuit alle standpunten van de waarnemer vormen de windturbines samen een compacte groep. Binnen een heldere opstelling is er geen voorkeur voor wolk, grid, lijn of solitair. Wel dienen de windturbines van gelijke hoogte en type te zijn. Er is voor gekozen in dit bestemmingsplan toch een onderling verschil van maximaal 10% qua afmetingen van de windturbines toe te staan vanwege de gefaseerde realisatie van het windpark en verschillende initiatiefnemers. Het is niet mogelijk vanuit de praktische uitvoerbaarheid van het project één fabrikant en type voor te schrijven voor alle windturbines.
Er moeten keuzemogelijkheden blijven voor de initiatiefnemer en elke fabrikant en windturbine heeft weer eigen bijbehorende afmetingen. Onder het kopje 'Landschappelijk beeld verschillend formaat windturbines' wordt hier specifiek, en aanvullend op het MER op in gegaan. De landschapscommissie in Oss heeft uitgesproken dat de ashoogte en afmetingen van de rotor niet exact gelijk hoeven te zijn. Maar dat de windturbines in typologie gelijk moeten zijn. Dit wordt bepaald door vorm van de mast en de rotor en de wieken en de kleur. De 'gondeltaal' moet hetzelfde zijn. Hoogte en exacte afmetingen van de rotor zijn minder belangrijk. Het windpark is in het MER getoetst op herkenbaarheid en kwaliteit van de opstelling, mede op basis van onderstaande elementen. Kenmerkende (dorps)gezichten Plaatsing van windturbines heeft effect op het dorpszicht en het dorpsgezicht en karakteristieke boerderijen. De hoge windturbines kunnen gaan interfereren met de zichten op de verschillende (kerk)dorpen in het landschap. Naast het beeld van het landschap op de dorpskernen kan ook het beeld vanuit de dorpskernen veranderen. Zij kunnen dan storend interfereren met het karakteristieke beeld van het dorpsgezicht. De openheid zal echter niet verloren gaan.
Met behulp van visualisaties (zie bijlage 5 van Bijlage 1) is nagegaan hoe de windturbines vanuit diverse gezichtspunten in en rond het plangebied zichtbaar zijn en of en zo ja hoe de windturbines interfereren met bestaande hoge gebouwen in het gebied en dorpsgezichten.
Gemeente Oss
43
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Daarnaast is op basis van afstand tot de windturbines een oordeel gegeven over de acceptabele minimale afstand. Hierbij is een afstand van 1.000 meter als richtafstand aangegeven voor de hoge windturbines. Ervaringen elders en ruimtelijk-kwalitatieve inzichten geven aan dat buiten deze afstanden windturbines minder als beeldbepalend worden beschouwd dan binnen deze afstanden (figuur 4.5). Figuur 4.5 Visualisatie afstandscriterium beleefbaarheid hoge windturbines [figuur 11.1 uit MER]
Relatie met Elzenburg - De Geer en energiepark Door plaatsing van windturbines op of nabij Elzenburg - De Geer gaan deze een relatie aan met het bedrijventerrein. Daarnaast bieden de opstellingen in meer of mindere mate kansen voor verbreding van het windpark naar energiepark (zie ook hoofdstuk 18 van Bijlage 1). Effect op landschappelijke structuren Windturbines kunnen afhankelijk van de opstelling nieuwe structuren aan een landschap toevoegen. Windturbines kunnen ook een effect hebben op bestaande landschappelijke structuren en deze versterken dan wel verzwakken. In het plangebied Elzenburg - De Geer zijn dit vooral de Hertogswetering, de wegen en landschappelijke kamers. Effecten van additionele maatregelen op het landschap Plaatsing van een windturbine vraagt ook lokaal om landschappelijke ingrepen zoals een opstelplaats voor de bouw en een weg voor aanvoer van bouwmaterialen en onderhoudsvoertuigen. De aanleg van deze additionele ingrepen is voor een deel permanent en zal lokaal een invloed op de kwaliteit van het landschap hebben.
44
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Effecten op inbedding gemeentebreed onderzoek 'Energie en Ruimte' De gemeente Oss heeft samen met Bosch Slabbers een gemeentebreed onderzoek 'Energie en Ruimte' opgesteld waarin onder andere uitspraken staan over plaatsing van windparken op Oss' grondgebied. Het windpark is hieraan getoetst. Landschappelijk beeld van het windpark Het landschappelijke beeld van het windpark, dat juridisch-planologisch wordt vastgelegd op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde voorkeursalternatief (VKA 2a/OAa) minus de windturbine op het bedrijventerrein (4 windturbines), wordt hieronder beschreven op basis van de beoordeling van VKA 2b/OAb uit het MER en bijbehorende bijlage 5 Landschap bij het MER (landschappelijke analyses van Bosch Slabbers, 2017). Bij het windpark gaat door het vervallen van de windmolen op Elzenburg de herkenbaarheid van de opstelling enigszins verloren: het is een wolk met een driehoek, maar zonder geometrie. Met toevoeging van de twee extra windturbines uit de wijzigingsbevoegdheid is er wel weer sprake van een herkenbare wolkopstelling.
Het windpark, inclusief 2 windturbines in de wijzigingsbevoegdheid, steekt wel verder het landschap in (minder “kop op de stad” en meer "park in de polder") en wordt daarom vanuit landschappelijk oogpunt als minder positief beschouwd dan het windpark zonder wijzigingsbevoegdheid, maar wel als acceptabel. Kenmerkende (dorps)gezichten De turbines zijn deels in het open landschap van de oostelijke komgronden gepland. Dit gebied is onderdeel van de open Beerse Overlaat. Kenmerkend voor de oostelijke komgronden zijn de verschillende kerkdorpen die de randen van de komgrond tekenen. De kerktorens staan als bakens in het landschap en fungeren als cultuurhistorische herkenningspunten. Deze dorpen hebben vaak naast een kerk ook een markante karakteristieke dorpskern met oude boerderijen en marktplein. De afstand tussen dorp en turbines varieert bij benadering van 950 tot 4.000 meter bij het windpark met vier windturbines. De afstand tussen dorp en turbines bij het windpark inclusief windturbines in de wijzigingsbevoegdheid varieert bij benadering van 950 tot 3.700 meter. Zowel bij het windpark met als zonder de windturbines in de wijzigingsbevoegdheid ligt er één kern binnen 1.000 meter van de dichtstbijzijnde turbine, dit is Gement op 950 meter. Het windpark is vanuit de omgeving zichtbaar en ligt binnen een afstand van 1.000 meter van één kern, er is derhalve sprake van invloed.
Deze invloed is door de ligging van Gement op 950 meter wel beperkt doordat de afstand al in de buurt van de richtafstand van 1.000 meter is waarbij Bosch Slabbers constateert dat buiten deze afstanden windturbines minder als beeldbepalend worden beschouwd. Bij de gekozen opstelling is mede gekozen voor zo min mogelijk invloed op omliggende door het aanhouden van zo groot mogelijke afstanden. Deze invloed is bij het plan al dan niet met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid gelijk. Plaatsing van turbines zal effect hebben op het dorpszicht van Gement. De hoge turbines kunnen gaan interfereren met de zichten op het dorp in het landschap. De openheid van de oostelijke komgronden zal niet verloren gaan, het beeld van het landschap en het zicht op de dorpen zal wel veranderen maar dat is inherent aan de afweging om windturbines te gaan ontwikkelen in landelijk gebied, en specifiek dit gebied. Deze keuze voor dit gebied en de gekozen opstelling is tot stand gekomen op basis van een zorgvuldige afweging van allerlei belangen en daarom ook aanvaardbaar. Relatie met Elzenburg - De Geer en energiepark Het windpark biedt de mogelijkheid een relatie aan te gaan met Elzenburg - De Geer. Deze relatie is sterker door het plaatsen van een windturbine op Elzenburg maar ook zonder die windturbine is deze relatie er.
Effect op landschappelijke structuren De opstelling volgt twee richtingen van “De Hoed”, de Geerstraat en de Broekstraat. De opstelling past binnen het landschap en overschaduwt geen bestaande landschappelijke structuren. Doordat de opstelling voor het merendeel als wolkopstelling ervaren zal worden voegt de opstelling geen nieuwe richting toe aan het landschap. Het windpark is verspreid over twee landschappelijke kamers en steekt beperkt het landschap in.
Gemeente Oss
45
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Effecten van additionele maatregelen op het landschap In de schil staat een turbine dichtbij de Hertogswetering waardoor de opstelling met deze landschappelijke structuur gaat interfereren. Conclusie Het windpark (zonder wijzigingsbevoegdheid) heeft effect op het landschap, met windturbines in de wijzigingsbevoegdheid is dit effect in zijn geheel groter. Het windpark vormt wel een "kop op de stad" maar mist een sterke directe relatie met Elzenburg. Het windpark met de wijzigingsbevoegdheid steekt verder het landschap in en past daarmee minder in de visie "kop op de stad". De keuze voor dit gebied en de gekozen opstelling is tot stand gekomen op basis van een zorgvuldige afweging van allerlei belangen, waaronder op het gebied van landschap en daarom ook aanvaardbaar. Landschappelijk beeld verschillend formaat windturbines Omdat het windpark verschillende initiatiefnemers kan/zal krijgen en in tijd ook in ieder geval op twee verschillende momenten gerealiseerd kan/gaat worden (wijzigingsgebieden als tweede fase) bestaat de wens om binnen het gebied voor windpark Elzenburg-De Geer verschillende turbinetypen toe te kunnen passen. In algemene zin kan worden gesteld dat de herkenbaarheid van de opstelling bij een grotere variatie in turbinetypes zal verminderen.
Bovendien kunnen verschillen in rotordiameter bij dezelfde windsnelheid leiden tot verschillende draaisnelheden, hetgeen een negatief effect heeft op de visuele rust. De mate waarin dat negatieve effect ook herkenbaar is voor de waarnemer, is afhankelijk van de mate waarin turbines van verschillende initiatiefnemers onderling afwijken. Verder is het schaalniveau van invloed en zullen de onderlinge verschillen met name op het schaalniveau waarop de waarnemer overzicht heeft over de gehele uitbreiding voor hem of haar herkenbaar worden, opnieuw afhankelijk van de mate waarin de turbines onderling verschillen. De stelregel, zoals voorgesteld in dit bestemmingsplan, is om een maximale onderlinge afwijking van 10% aan te houden beperkt de mate waarin zij door de waarnemer als negatief effect zullen worden herkend. Het team Energie en Landschap- (landschapscommissie) van de gemeente Oss heeft zich gebogen over het toestaan van een onderlinge afwijking. De commissie heeft samenvattend aangegeven dat de windturbines in typologie (verschijningsvorm) gelijk moeten zijn. Dit wordt bepaald door vorm van de mast en de rotor en de wieken en de kleur. De 'gondeltaal' moet hetzelfde zijn. Exacte hoogte en exacte afmetingen van de rotor zijn minder belangrijk.
Onderstaande visualisaties laten het beeld zien in het plangebied van het gebruik van verschillende windturbinetypes met verschillende afmetingen. De vervallen windturbine 5 op bedrijventerrein Elzenburg staat nog wel in de visualisaties maar dit leidt niet echt tot een ander resultaat van deze analyse. In de toelichting per visualisatie staat vermeld welke windturbine is vervallen. Het is lastig verschillen tussen turbines qua formaat waar te nemen en die verschillen op een juiste manier te interpreteren. Zo kunnen verschillen in hoogte en rotordiameter in het terrein gemakkelijk vertaald worden naar afstandsverschillen tot de waarnemer. Een grotere turbine lijkt dichterbij te staan dan een kleinere. Verschillen in andere kenmerken zoals bijvoorbeeld de verhouding tussen hoogte en rotordiameter zijn nog lastiger waar te nemen. Dergelijke effecten maken dat met name op de laagste twee schaalniveaus de verschillen soms lastig waar te nemen dan wel te interpreteren zijn. Samengevat kan over het toepassen van verschillende turbinetypen binnen windpark Elzenburg - De Geer geconcludeerd worden dat dit zichtbaar zal zijn. De mate waarin dit opvalt en dit negatieve effecten sorteert is vooral afhankelijk van het gezichtspunt van de kijker en van de mate waarin turbines onderling verschillen.