20211101 BP Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 -VS01- TOE+RGL-1 (toel en regels in pdf).PDF
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021”
Vastgesteld d.d. ……….. 2021
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Juridische en procedurele context 1.5 Leeswijzer
6 6 8 9 11 14
Hoofdstuk 2 Beleid 2.1 Mondiaal, Europees en Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid
15 15 19 26
Hoofdstuk 3 Bestaande situatie 3.1 Functionele structuur 3.2 Landschappelijke structuur
30 30 34
Hoofdstuk 4 Toelichting op het plan 4.1 Algemeen 4.2 Keuze opstelling windpark 4.3 Beschrijving van het plan 4.4 Landschappelijk beeld
36 36 36 39 43
Hoofdstuk 5 Onderzoek 5.1 Uitgangspunten 5.2 Geluid 5.3 Slagschaduw 5.4 Veiligheid 5.5 Natuurwaarden 5.6 Cultuurhistorie 5.7 Water 5.8 Overige aspecten
50 50 53 67 73 78 84 88 92
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Bestemmingsregels 6.3 Artikelsgewijze toelichting bestemmingsregeling
106 106 106 110
Hoofdstuk 7 Financieel-economische uitvoerbaarheid 7.1 Kostenverhaal 7.2 Planschade 7.3 Financiële uitvoerbaarheid
112 112 112 112
Hoofdstuk 8
113
2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
MER met bijbehorende onderzoeken
Bijlage 2
Toetsingsadvies Commissie m.e.r. en reactie en aanvulling Toetsingsadvies
Bijlage 3
Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap
Bijlage 4
Aanvullende onderzoeken geluid
Bijlage 5
Borgingssysteem geluid
Bijlage 6
Notitie grenswaarden geluid
Bijlage 7
Notitie toets gemeentelijk geluidbeleid
Bijlage 8
Notitie 52 dB-contour NNB
Bijlage 9
Notitie effecten hondenpensions
Bijlage 10
Slagschaduwberekening Bedrijventerrein De Geer
Bijlage 11
Notitie EV effecten op transport
Bijlage 12
AERIUS-berekening
Bijlage 13
Verslechteringstoets Natura 2000
Bijlage 14
Archeologisch onderzoek
Bijlage 15
Memo straalpaden en aanvullende notitie
Bijlage 16
Toetsing LVNL en ILenT
Bijlage 17
Radarverstoringsonderzoek en toetsing Defensie
Bijlage 18
Akoestische onderzoeken omgevingsvergunning
Bijlage 19
Slagschaduwonderzoeken omgevingsvergunning
Bijlage 20
PR-analyses omgevingsvergunning
Bijlage 21
Nota van inspraak en vooroverleg
Bijlage 22
Verkenning planologische ruimte voor windenergie op Osse bedrijventerreinen 2016
Bijlage 23
Aanvullende memo slechtvalk
Bijlage 24
Nota beantwoording zienswijzen
Bijlage 25
AERIUS-berekening 2021
Bijlage 26
Memo cumulatief geluid
Gemeente Oss
3
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Regels
145
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
146 146 151
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschap Agrarisch met waarden - Landschap en natuur Natuur Verkeer - Verblijf Water Bedrijf - Windturbinepark Voorlopig Waarde - Archeologie Monument Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog Waarde - Reserveringsgebied waterberging
152 152 154 156 158 159 160 164 166 168 170
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
171 171 172 174 176
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
177 177 178
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Nummering windturbines
Bijlage 2
Handhavingsmethodiek
Vaststellingsbesluit
4
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021
Toelichting
Gemeente Oss
5
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeenteraad van Oss heeft op 14 juli 2016 besloten dat het de mogelijkheden wil onderzoeken voor een windturbinepark nabij en deels op bedrijventerrein Elzenburg - De Geer aan de noordrand van de kern Oss. Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad besloten over het te realiseren "Windmolenpark Elzenburg-De Geer"1 (voorkeursalternatief). Voortraject Besluitvorming over duurzame energie De gemeente Oss profileert zich de laatste jaren steeds meer als duurzame energie-gemeente. In de afgelopen periode zijn onder meer de volgende besluiten over duurzame energie in Oss genomen: Aangenomen motie in de gemeenteraad van 6 november 2014: Hierin is opgenomen dat de gemeente Oss ernaar dient te streven om een zo duurzaam mogelijke gemeente te worden, dan wel één van de 3 duurzaamste gemeenten van de provincie Noord-Brabant. Coalitieakkoord 2015-2018: Oss heeft als ambitie om in de top 3 van de meest duurzame gemeenten in Brabant te komen. Collegebesluit van 1 maart 2016 over het vaststellen van de 'Routekaart duurzame energie 20162018'. Raadsbesluit van 7 april 2016 over het vaststellen van de 'Duurzaamheidscirkel Oss'. Collegebesluit van 6 juni 2016 over het doen van een gemeentebreed onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheden om duurzame energie op te wekken in Oss.
Raadsbesluit van 6 juli 2017 om de uitgevoerde gemeentebrede onderzoeken als leidraad te gebruiken bij het toetsen van initiatieven voor duurzame energie opwekken in Oss en vast te houden aan de ambitie om 50% van het huidige energieverbruik te besparen, 25% duurzame energie van elders in te kopen en 25% duurzaam op te wekken binnen Oss; Coalitieakkoord 2018-2022: Oss gaat door op de weg die is ingeslagen met de Duurzaamheidscirkel van 2016. Het uiteindelijke doel is om in 2050 als totale gemeente energieneutraal te zijn. De eerste mijlpaal is om in 2023 aan de nationale norm van 16% duurzame energie te voldoen. Dit wil men onder meer bereiken met het windpark Elzenburg-De Geer. Uit deze besluiten blijkt dat de gemeente Oss de komende jaren forse stappen wil zetten richting een duurzame gemeente. Grootschalig duurzame energie opwekken is noodzakelijk om de gestelde doelen te bereiken. Met Windmolenpark Elzenburg-De Geer wil de gemeente Oss bijdragen aan het realiseren van haar duurzame ambitie om 25% duurzaam op te wekken in 2050. Het windpark levert met een streefvermogen van circa 16 megawatt (MW), uitgaande van een opgesteld vermogen van circa 4 MW per windturbine en afhankelijk van het type turbines, naar verwachting 56 miljoen kilowattuur (kWh) per jaar op2.
Dit is genoeg windenergie om een 7.950 inwoners te voorzien van elektriciteit uit wind3, dit is circa 9% van de inwoners van de gemeente Oss 4. Daarnaast wordt er nog voorzien in een potentiële uitbreiding van het windpark met circa 8 MW opgesteld vermogen, nog eens goed voor de elektriciteitsvoorziening voor 3.975 inwoners (dit is nog eens ruim 4% van de inwoners van de gemeente Oss). Uitspraak Raad van State en vernietiging bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" 2019 Bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" dat op 27 juni 2019 door de gemeenteraad van Oss is vastgesteld legde het windpark juridisch-planologisch vast. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" (hierna ook: bestemmingsplan 2019) is echter bij uitspraak van 28 juli 2021 door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS of Afdeling) vernietigd.5 De Afdeling heeft het bestemmingsplan 2019 vernietigd, omdat er drie tekortkomingen zijn geconstateerd: cumulatie van geluid; betoogd is dat ten onrechte de geluidbronnen afkomstig van het vaarverkeer, landbouwverkeer en vliegverkeer ten gevolge van het laagvlieggebied niet zijn betrokken in het onderzoek naar de cumulatieve effecten van het geluid.
De gemeenteraad had moeten motiveren waarom de genoemde geluidbronnen zijn aangemerkt als incidentele geluidbronnen die niet relevant zijn voor de cumulatieve geluidbelasting. De enkele stelling ter zitting dat niet sprake is van een relevante geluidbron vormt onvoldoende motivering voor het niet
6
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 betrekken van deze bron bij het cumulatieve geluidonderzoek. slagschaduw; de Afdeling stelt vast dat de gehanteerde strengere norm voor slagschaduw van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar, zoals vastgesteld in voorschrift 1.1.1 van de omgevingsvergunning weliswaar voldoet, maar ten onechte niet is opgenomen in de planregels. Hieruit volgt dat de raad niet in het plan heeft geregeld wat hij heeft beoogd te regelen, namelijk het vaststellen van een strengere norm ten behoeve van slagschaduw. financiële zekerheidsstelling; de provinciale omgevingsverordening bepaalt dat aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbonden dienen te zijn dat er financiële zekerheid wordt gesteld dat na uiterlijk 25 jaar de windturbines worden verwijderd en de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand wordt hersteld. Dit was geregeld in de anterieure overeenkomsten maar de Afdeling oordeelt dat dit ook in de regels van het bestemmingsplan opgenomen had moet worden om te waarborgen dat de omgevingsvergunningen alleen hadden mogen worden verleend wanneer zij voldeden aan de in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden.
De Afdeling heeft geen mogelijkheid geboden de gebreken te herstellen via toepassing van een bestuurlijke lus omdat de inmiddels gewijzigde provinciale verordening niet meer de mogelijkheid kent om voor windparken te werken met tijdelijke bestemmingsplannen maar alleen nog met (tijdelijke) omgevingsvergunningen. Er is niet voorzien in overgangsrecht, of een uitzondering, daarom is het windpark vernietigd zonder herstelmogelijkheid.
Herstart en nieuw bestemmingsplan (2021) Naar aanleiding van de vernietiging van het bestemmingsplan door de Raad van State (hierna ook: 'uitspraak windpark Elzenburg-De Geer') is de gemeente in afstemming met de initiatiefnemers aan de slag gegaan om het plan te repareren. De reparaties zijn beperkt en houden het volgende in: toevoegen planregels voor slagschaduw en financiële zekerheidsstelling; onderbouwing cumulatief geluid. Kader 1.1 Uitspraak Raad van State inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (hierna ook: 'uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding')
Het uitgevoerde plan- en project-MER is nog steeds actueel en bruikbaar omdat: het plan zoals opgenomen in dit bestemmingsplan inhoudelijk gelijk is gebleven (positionering, aantal en afmetingen turbines ongewijzigd) ten opzichte van het eerdere bestemmingplan; de onderzoeken naar de beschreven milieueffecten nog steeds actueel zijn. In dit bestemmingsplan heeft wel een update plaatsgevonden ten aanzien van onder meer de beleidskaders. Daarnaast zijn ook de meeste recente juridische inzichten meegenomen, zoals bijvoorbeeld het gevolg van de uitspraak van de Afdeling inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie
Gemeente Oss
7
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) kader 1.1). De provincie Noord-Brabant heeft een nieuw besluit genomen voor een regelwijziging in de Interim omgevingsverordening zodat voor dit windpark opnieuw een bestemmingsplan kan worden vastgesteld (zie ook paragraaf 2.2.6).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied6 voor de opstelling van windturbines is gelegen ten noorden van de woonkern Oss en het bedrijventerrein Elzenburg - de Geer, en ten zuiden van de woonkernen Macharen en Haren (figuur 1.1 en 1.2). De beoogde windturbine op het bedrijventerrein Elzenburg - De Geer is in het ontwerpbestemmingsplan komen te vervallen waardoor het plangebied feitelijk niet meer toeziet op het bedrijventerrein. Het plangebied is opgesplitst in twee deelgebieden: De Hoed centraal in het gebied en de Schil om de Hoed aan de west-, noord- en oostgrenzen. Bedrijventerrein Elzenburg in het westen is voor plaatsing van een windturbine komen te vervallen. Figuur 1.1 Zoekgebied (en deelgebieden) voor windturbines uit het MER [bron: figuur 21.6 MER]
Figuur 1.2 Ligging plangebied [bron: figuur 1.1 MER]
8
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Het gebied is aan de noordzijde begrensd door de Hertogswetering, die een natuurlijke grens vormt. De begrenzing aan de oostzijde, is ingegeven door afstand tot de woningen aan de Harenseweg. Aan de westzijde wordt de grens ook gevormd door de Hertogswetering. Aan de zuidzijde vormen de Eemmeer en de Geerstraat de grenzen, en sluit bedrijventerrein Elzenburg aan op de woonwijk Schadewijk.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2010 Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2010" (vastgesteld 1 juli 2010). Omdat de integrale herziening van het bestemmingsplan buitengebied (zie ook hierna) parallel liep met het vernietigde bestemmingsplan voor windpark Elzenburg-De Geer is de herziening van het buitengebied - voor zover betrekking hebbende op gronden betrokken bij het bestemmingsplan voor het windpark - integraal opgenomen in het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" (2019). Voor de gronden in het plangebied is nu dus nog het 'oude' bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2010" van toepassing met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap en natuur' (figuur 1.3). Nabij de noordwestelijke windturbine is er sprake van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie Monument 2', in de oosthoek van het plangebied is er sprake van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie Monument 1' en 'Waarde - Archeologie Monument 2', voor het overige kent het bestemmingsplan geen dubbelbestemmingen voor archeologische waarden. Het geldende bestemmingsplan laat realisatie van windturbines niet toe. De integrale herziening van het bestemmingsplan buitengebied - voor zo ver betrekking hebbend op de gronden van het windpark - maakt ook weer onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
Figuur 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2010" ter plaatse van het plangebied [bron: www.ruimtelijkeplannen.nl]
Gemeente Oss
9
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Voor bijna het volledige buitengebied van Oss - uitgezonderd het plangebied voor windpark Elzenburg De Geer - geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Oss – 2020" (vastgesteld 16 april 2020). Dit is een integrale herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied. Het bestemmingsplan bevat de regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing op deze gronden. De plangrenzen van het bestemmingsplan "Buitengebied Oss - 2020" zijn aangepast op het (vernietigde) bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer", zodat er twee plannen zijn ontstaan, één voor het windpark en één voor het buitengebied. Door vernietiging van het bestemmingsplan voor het windpark wordt voor het plangebied weer teruggegrepen op het bestemmingsplan voor het buitengebied uit 2010 (zie hiervoor). Het bestemmingsplan voor het buitengebied van Oss dient dus opnieuw te worden geïntegreerd in het onderliggende bestemmingsplan voor de gronden ter plaatse van het windpark (zie witte vlakken in figuur 1.4). Figuur 1.4 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Oss - 2020" [bron: www.ruimtelijkeplannen.nl]
Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Elzenburg-De Geer-Oss-2011 Een zeer beperkt deel van het plangebied valt samen met het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Elzenburg-De Geer-Oss-2011" (vastgesteld 7 april 2011). Bedrijventerrein Elzenburg-De Geer heeft grotendeels de bestemming 'Bedrijf'. Een groot deel van de Hoed en het zuidelijk deel van de Schil liggen binnen de geluidcontour van het geluidgezoneerde bedrijventerrein Elzenburg-De Geer. Op het bedrijventerrein zelf is de vestiging van bedrijven toegestaan in milieucategorieën 3 tot en met 5. Geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen zijn toegestaan met daarnaast buitenopslag en aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, erven en terreinen.
10
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Er zijn twee partiële herzieningen geweest, De 2e herziening dateert van 2014 en de 1e herziening is in 2018 vastgesteld en gaat uit van aanpassing (correctie) van de geluidzone. Beide aanpassingen hebben geen gevolgen voor het windpark. Bestemmingsplan N329 - Oss - 2010 Ter hoogte van het kruispunt N329/Eemmeer op bedrijventerrein Elzenburg-De Geer ligt het plangebied voor een klein gedeelte in het bestemmingsplan "N329 - Oss - 2010" (vastgesteld 21 mei 2010). Dit bestemmingsplan is vastgesteld ten behoeve van de reconstructie van de provinciale weg N329 en kent alleen de bestemming 'Verkeer" ter hoogte van de N329 en het kruispunt.
1.4
Juridische en procedurele context
1.4.1
Relatie met de milieueffectrapportage
Voor dit bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen is een gecombineerd milieueffectrapport (MER) opgesteld (zie Bijlage 1). Met een gecombineerd milieueffectrapport wordt een plan- en project-milieueffectrapport bedoeld. Kader 1.1 MER en m.e.r.: het rapport en de procedure
M.e.r-plicht Voor het windpark Elzenburg-De Geer wordt een procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen. Het doel van de m.e.r.-procedure is om milieubelangen naast andere belangen een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming. De procedure van de m.e.r. is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving, indien sprake is van activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Deze activiteiten zijn opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.)7, dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm) 8. Voor de oprichting van windpark Elzenburg-De Geer is categorie D, onderdeel D 22.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. van toepassing. Windpark Elzenburg-De Geer overschrijdt de drempelwaarde van een windpark bestaande uit 10 windturbines of een gezamenlijk vermogen van 15 MW. Dat betekent voor windpark Elzenburg-De Geer dat (mogelijke) belangrijke milieugevolgen inzichtelijk moeten worden gemaakt. Hiertoe heeft het bevoegd gezag besloten om de stap van de m.e.r.beoordeling (vrijwillig) over te slaan en direct een project-m.e.r. te doorlopen. Een beoordeling door het bevoegd gezag of inderdaad een project-m.e.r. noodzakelijk is, kan daarom achterwege blijven.
Indien een ruimtelijk plan (hier: het bestemmingsplan) een activiteit mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, is het doorlopen van een plan-m.e.r. vereist. Als significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet zijn uit te sluiten moet een 'Passende beoordeling' worden opgesteld voor het bestemmingsplan9. De plicht tot het opstellen van een 'Passende beoordeling' leidt er ook toe dat een planMER moet worden opgesteld. Voor windpark Elzenburg-De Geer geldt dat een gemeentelijk bestemmingsplan wordt opgesteld. Omdat het bestemmingsplan dat wordt opgesteld een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit mogelijk maakt (het windpark), is besloten om vrijwillig een m.e.r. te doorlopen en tevens een planMER op te stellen. Voor windpark Elzenburg-De Geer is om die reden een gecombineerd plan- en projectMER opgesteld. M.e.r.-procedure Een m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan het milieueffectrapport (MER) het belangrijkste is. Figuur 1.3 geeft de belangrijkste stappen weer in relatie tot het bestemmingsplan en de vergunningen. De m.e.r.-procedure voor windpark Elzenburg-De Geer startte in december 2016 met de openbare kennisgeving en publicatie van de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De Commissie voor de m.e.r.
is in deze fase vrijwillig om advies gevraagd en bracht al vóór de terinzagelegging, op 16 november 2016, haar advies over de Reikwijdte en het Detailniveau van het milieueffectrapport windpark Elzenburg-De Geer uit.
Gemeente Oss
11
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Figuur 1.3 Hoofdlijnen procedure windpark Elzenburg-De Geer
Het MER wordt ter inzage gelegd met zowel het voorontwerp- als met het ontwerpbestemmingsplan. De Commissie voor de m.e.r. heeft een advies gegeven over het MER tijdens de fase van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit advies wordt betrokken bij de definitieve besluitvorming. PlanMER en projectMER Een planMER is strategisch van aard en wordt opgesteld voor ruimtelijke plannen. In een planMER staat de vraag centraal 'waarom deze activiteit op deze locatie?' en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. De informatie is abstract, kwalitatief van aard en gebaseerd op vuistregels. In het MER voor windpark Elzenburg-De Geer is daar op in gegaan. Een projectMER wordt voor één of meerdere vergunningen opgesteld. In een projectMER staat de inrichting van de locatie centraal en alternatieven/varianten gaan over verschillende opstellingen en verschillende windturbinetypen/afmetingen. Een projectMER kent een groter detailniveau dan een planMER en bevat vaak diepgaande onderzoeken en modelberekeningen voor de verschillende milieuthema's, bijvoorbeeld voor geluid en slagschaduw. Voor windpark Elzenburg-De Geer is een vrijwillig en gecombineerd plan- en projectMER opgesteld. Het MER dient ter onderbouwing van de keuze voor het windpark, zoals dat juridisch-planologisch is vastgelegd in dit bestemmingsplan en is tevens een bijlage bij dit bestemmingsplan (Bijlage 1).
12
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 1.4.2
Bevoegd gezag, coördinatieregeling en procedure
Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor de beoordeling en de verlening van de vereiste omgevingsvergunningen. Voor een windpark met een omvang tussen de 5 en 100 MW zijn Provinciale Staten op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 (hierna: Ew 1998)10 bevoegd tot het toepassen van de provinciale coördinatieregeling en ten aanzien van de benodigde uitvoeringsbesluiten. De provincie Noord-Brabant heeft in haar brief van 20 december 2016 de bevoegdheid overgedragen aan de gemeente Oss. De gemeente Oss is dus bevoegd gezag voor de te nemen besluiten. Coördinatieregeling De gemeenteraad heeft op 7 oktober 2021 opnieuw besloten voor windpark Elzenburg-De Geer de coördinatieregeling, volgens paragraaf 3.6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)11, toe te passen op de voorbereiding, bekendmaking en vaststelling van het bestemmingsplan en daarvoor benodigde omgevingsvergunning(en). Door deze coördinatie worden besluiten die met elkaar samenhangen zo veel mogelijk gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is geen bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar alleen rechtstreeks beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vergunningen Voor de realisatie en exploitatie van het windpark zijn diverse vergunningen benodigd. Dit betreft in elk geval de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)12 voor de onderdelen 'Bouw' en 'Milieu' en een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Burgemeester en wethouders van Oss zijn bevoegd voor het verlenen van de omgevingsvergunning en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant voor de ontheffing en vergunning Wnb. Afhankelijk van de inrichting is mogelijk een aantal andere vergunningen nodig, zoals bijvoorbeeld een watervergunning. De bevoegdheid voor het verlenen van de watervergunning ligt bij het Waterschap Aa en Hunze. De ontheffing en vergunning Wnb voor het windpark zijn al verleend en onherroepelijk, zo ook de benodigde watervergunning voor het verrichten van handelingen in een watersysteem. Overige benodigde watervergunningen dienen nog te worden aangevraagd. De omgevingsvergunningen voor het windpark zijn gelijktijdig vernietigd met het bestemmingsplan bij uitspraak van 28 juli 2021 en dienen derhalve opnieuw verleend te worden na vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
Opnieuw vaststellen bestemmingsplan zonder doorlopen UOV De Afdeling geeft in vaste rechtspraak aan dat het bestuursorgaan in beginsel zelf mag kiezen of, na vernietiging van het vastgestelde bestemmingsplan, de procedure van afdeling 3.4 Awb (Uniforme Uitgebreide Voorbereidingsprocedure; UOV) opnieuw wordt doorlopen.13 Het bevoegd gezag mag dus in principe zelf kiezen of er een nieuw ontwerpbestemmingsplan in procedure wordt gebracht of wordt volstaan met enkel het nemen van een nieuw vaststellingsbesluit. Dat is alleen anders als er zich omstandigheden voordoen “waarin het uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding van een besluit, mede gelet op de aard en ernst van de gebreken die tot de vernietiging hebben geleid en het verhandelde in die eerste procedure, niet passend moet worden geoordeeld als het bestuursorgaan ermee volstaat terug te vallen op de eerdere procedure en niet een nieuw ontwerpbesluit opstelt en ter inzage legt”. Dat is bijvoorbeeld het geval als er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan sprake is van een wezenlijk ander plan of als de wijzigingen niet van ondergeschikte aard zijn. Aangezien hier sprake is van hetzelfde plan (qua afmetingen en posities van windturbines) dat wordt vastgesteld met herstel van enkele beperkte gebreken is direct een nieuw bestemmingsplan voor windpark Elzenburg-De Geer vastgesteld.
Gemeente Oss
13
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) 1.4.3
Crisis- en herstelwet
Dit bestemmingsplan valt onder de werking van de Crisis- en herstelwet. Dit betekent bijvoorbeeld dat procedureregels afwijkend zijn. Een gevolg van de werking van de Crisis- en herstelwet is dat de beroepsprocedure sneller wordt doorlopen en een beroepsschrift direct de gronden van het beroep dient te bevatten. Met de inwerkingtreding van het Besluit van 13 juni 2017 tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche)14 voorziet het Besluit Crisis- en herstelwet in artikel 7s in de mogelijkheid om in het bestemmingsplan voor windpark Elzenburg-De Geer aan gronden een voorlopige bestemming voor het bouwen en in werking hebben van een windturbine toe te kennen. Dit voor een termijn van maximaal vijfentwintig jaar (vanaf inwerkingtreding van dit bestemmingsplan), mits dit bestemmingsplan wordt vastgesteld uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van het besluit (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet vijftiende tranche). Voor 27 juni 202215 dient aldus opnieuw een bestemmingsplan vastgesteld te worden voor het plangebied van dit bestemmingsplan. Voor de in dit bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden geldt dus ook dat deze wijzigingsplannen (als bedoeld in artikel 3.6 Wro) voor 27 juni 2022 vastgesteld dienen te worden om voor de volle termijn van vijfentwintig jaar te kunnen gelden.
Anders wordt de termijn van de toegekende voorlopige bestemming korter dan vijfentwintig jaar.
1.5
Leeswijzer
Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In Hoofdstuk 2 Beleid wordt het beleid geschetst. In Hoofdstuk 3 Bestaande situatie komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, Hoofdstuk 4 Toelichting op het plan geeft een beschrijving van het plan voor windpark Elzenburg-De Geer. In Hoofdstuk 5 Onderzoek worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving geeft een toelichting op het juridische plangedeelte, Hoofdstuk 7 Financieel-economische uitvoerbaarheid gaat in op de financieeleconomische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan. Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ingegaan op de reacties uit het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)16 en zienswijzen.
14
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Mondiaal, Europees en Rijksbeleid
2.1.1
Beleid voor duurzame energie
Hieronder wordt beknopt in gegaan op de belangrijkste klimaatdoelen en daarna wordt vooral in gegaan op het ruimtelijk beleid op rijksniveau, als ook provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Klimaatakkoord en Parijs (2015) en Europees doelstelling In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)17 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Het Europese doel voor 2020 is vervolgens vastgelegd om 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020 en voor 2030 dient vervolgens 32% van het totale energieverbruik duurzaam gerealiseerd te worden. Rijksbeleid voor duurzame energie Het rijksbeleid voor duurzame energie, en specifiek voor windenergie, heeft zich in eerste instantie altijd gericht op doelen in 2020. Nu 2020 bereikt is, overigens zonder het halen van bijbehorend doel (zie Kader 2.2), komt vooral het doel voor 2030 in beeld. In deze paragraaf wordt vooral kort ingegaan op de (actuele) doelstellingen voor 2030 in het kader van het Nationaal Klimaatakkoord. Kader 2.1 Stand van zaken opgesteld vermogen windenergie; doelstelling voor 2020 niet gehaald
In Kader 2.1 wordt de huidige stand van zaken van opgesteld vermogen van windenergie op land weergegeven. De doelstelling van 6.000 MW opgesteld vermogen aan windenergie op land in 2020 op basis van het Energieakkoord uit 2013 is niet gehaald.18 Nationaal klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. Aan de sectortafel 'elektriciteit' van dat Klimaatakkoord zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten.
Gemeente Oss
15
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Windpark Elzenburg-De Geer draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend agrarisch grondegebruik en duurzame elektriciteitsopwekking. Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid19 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmoseenergie of ‘blue energy’).
Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt: van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie; van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als, in deze, agrarisch gebied; vanuit het oogpunt van kostprijs20. Kader 2.1 Vergelijking wind- en zonne-energie [bron: kader uit paragraaf 1.4 MER]
2.1.2
Ruimtelijk rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.
16
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De NOVI noemt duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit als een van de belangrijkste keuzes. Gesteld wordt dat er meer windturbines en meer zonnepanelen nodig zijn.
Voor windturbines op land stelt de NOVI "De molens op land clusteren we zoveel mogelijk en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bijvoorbeeld langs snelwegen. Hierbij zorgen we dat bewoners goed betrokken zijn en waar het kan meeprofiteren in de opbrengsten". Hernieuwbare energie op land In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden via Regionale Energie Strategieën (RES'en) aan de lat staan om samen met partijen gebieden voor grootschalige elektriciteitsopwekking aan te wijzen. De RES'en dienen voor 35 TWh hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land te voorzien in 2030. In de Regionale Energie Strategieën (RES'en) zullen de volgende vier ruimtelijke principes in de regionale afweging worden meegenomen (Klimaatakkoord): Streef naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik; Breng vraag naar en aanbod van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk dicht bij elkaar; Combineer opgaven en ga als dat nodig is over tot uitruilen en herbestemmen; Sluit zo goed mogelijk aan bij gebiedspecifieke ruimtelijke kwaliteit. Bij de keuze voor de locatie voor duurzame opwekking worden tevens de beschikbaarheid, bouwtijd en kosten van netcapaciteit meegewogen (Klimaatakkoord). De NOVI met uitvoeringsagenda is op 11 september 2020 vastgesteld door de Ministerraad en naar de Tweede Kamer gestuurd.
Uitvoeringsagenda Samen met de NOVI is een Uitvoeringsagenda uitgebracht. Daarin staat hoe uitwerking wordt gegeven aan de NOVI, welke inzet Rijk en regio nu al plegen en welke (gezamenlijke) acties de NOVI daaraan toevoegt. Naast de instrumenten van de Omgevingswet wordt daarbij ook een aantal nieuwe instrumenten ingezet. Ook starten er een aantal nieuwe (nationale) programma's. Voorbeelden hiervan zijn het Programma Energiehoofdstructuur (PES), Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook staat beschreven hoe instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Structuurvisie Windenergie op Land (2014) De Structuurvisie Wind op Land (SWOL, maart 2014)21 is een uitwerking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met vaststelling van het NOVI is komen te vervallen. Voor het nationaal belang in het NOVI is onder meer het SWOL relevant. De doelstelling van de SWOL is zodanig ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat begin 202022 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW aan windturbines op land operationeel is.
Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap. Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden.
Gemeente Oss
17
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld)
Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het IPO zijn gemaakt. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+23 en het landelijke elektriciteitsnet. Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Met provincies zijn er ook prestatieafspraken gemaakt over het behalen van de doelstelling van 6.000 MW wind op land in 2020. In zoverre de doelstelling niet tijdig wordt gerealiseerd, zal het restant van de opgave verdubbeld worden en meelopen in de Regionale Energie Strategieën (RES'en). Deze verdubbeling zal dan gerealiseerd worden in de periode 2021-2023. De verdubbeling boven de 6.000 MW kan bestaan uit de opwekking van windenergie op land, maar mag ook deels met andere vormen van hernieuwbare energie gerealiseerd worden, mits deze additioneel zijn aan het beeld van de Nationale Energieverkenning. Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen.
Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen. Het Programma Energiehoofdstructuur is de juridisch-beleidsmatige opvolger van onder meer de structuurvisies Wind op Land. De term 'programma' komt voort uit de Omgevingswet. De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee. Het programma is nog in ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (voorganger NOVI) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij moet de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.
Op basis van jurisprudentie24 is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op een windpark omdat dat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 25 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Defensieradar Voor een aantal doelstellingen van het ruimtelijke beleid van het Rijk is een algemene regeling opgenomen in het Barro en de daarop gebaseerde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In het Barro is onder andere een regeling opgenomen om onaanvaardbare verstoring van de werking van radarposten voor Defensie-inrichtingen te voorkomen. De projectlocatie is gelegen binnen het toetsingsgebied van de radarposten Nieuw Milligen, Volkel, Soesterberg en Herwijnen. De beoogde tiphoogte van de windturbines bedraagt meer dan 90 meter +NAP.
Dat houdt in dat op grond van het Barro en de Rarro een toetsing voor wat betreft het onderwerp radarhinder moet plaatsvinden.
18
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Energieagenda van Noord-Brabant 2019-2030
Provincie Noord-Brabant heeft in december 2018 een nieuwe Energieagenda vastgesteld met als horizon het jaar 2030. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. De agenda stippelt de provinciale koers uit in de energietransitie en vormt met enkele leidende principes de leidraad voor het handelen van de provincie. Dit met het doel om in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 te bereiken. Hiervoor is, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk. De drie strategische hoofdlijnen voor de Brabantse energietransitie zijn als volgt: mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie; selectief en slim stimuleren van koplopers; slim integraal combineren. En worden via verschillende transitiepaden beschreven, waaronder het transitiepad elektriciteit. De provinciale is om in 2030 de benodigde energie voor 50% te betrekken uit duurzame bronnen betekent een omvang van 120 Petajoule per jaar. Voor het transitiepad elektriciteit geldt dat de doelstelling is opgebouwd uit duurzame elektriciteit uit wind en zon in Brabant (88 PJ); duurzame warmtebronnen (25 PJ) en wind op zee (7 PJ). Windpark Elzenburg-De Geer draagt direct bij aan de productie van duurzame elektriciteit uit wind en het naderbij brengen van de klimaatdoelstellingen. 2.2.2
Uitvoeringsprogramma Energie 2020-2023
Dit Uitvoeringsprogramma Energie (oktober 2019) is de uitwerking van de Energieagenda 2019-2030. In het Uitvoeringsprogramma wordt via vijf transitiepaden gewerkt aan een aantal dwarsdoorsnijdende thema's voor het realiseren van de provinciale ambities en doelstellingen. De provincie heeft een belangrijke rol in de energietransitie. Zo heeft de provincie de wettelijke taak om omgevingsbeleid op te stellen (omgevingsvisie, omgevingsverordening). En is de provincie bevoegd gezag voor coördinatie en vaststelling van plannen/vergunningen voor windprojecten tussen 5 en 100 MW. Daarnaast is de provincie als gelijkwaardige partner betrokken bij de vier Brabantse Regionale Energie Strategieën (RES'en). In de RES'en worden afspraken gemaakt over onder andere grootschalige duurzame opwek en de energie infrastructuur. De RES'en zijn zodoende cruciaal voor de strategie en de keuzes ten aanzien van gebieden voor grootschalige opwek van zonne-energie en windenergie. Cruciaal in de energietransitie is het vergroten van het draagvlak en de draagkracht voor de energietransitie. Voor grootschalige opwek van windenergie stuurt de provincie op uitvoering afspraken 6.000 MW wind op land in 2022 (470,5 MW in Brabant) en techniekneutrale verdubbelingsopgave gereed in 2023. Windpark Elzenburg-De Geer draagt direct bij aan de realisatie van de opgave van 6.000 MW aan wind op land. 2.2.3
Omgevingsvisie Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld door Provinciale Staten om voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie zoals in de Structuurvisie ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie ziet als hoofdopgave het 'werken aan de Brabantse energietransitie' met de doelstelling dat in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO 2uitstoot ten opzichte van 1990 is gerealiseerd. De provincie stelt dat hiervoor, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk is. Hiervoor is de doelstelling gesteld om in 2030 50% van de energieopwekking uit duurzame bronnen te halen en een reductie van 50% in de uitstoot van CO 2 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Windpark Elzenburg-De Geer draagt bij aan de Brabantse CO2-reductie.
Gemeente Oss
19
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) 2.2.4
Structuurvisie ruimtelijke ordening
Provinciale Staten hebben in 2014 de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld, waarin wordt beschreven welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en op welke manier. Op 19 maart 2014 trad de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking. Dit is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Het geeft de hoofdlijnen voor het beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De hoofdgedachte in de structuurvisie is ‘samenwerken aan kwaliteit’. Dit doel moet gerealiseerd worden door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, beschermen en stimuleren. Ruimtelijke structuren De provincie heeft een indeling gemaakt in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor ieder van deze structuren zijn specifieke doelen opgesteld en is aangegeven met welke instrumenten deze doelen behaald dienen te worden. De structuurvisie vertaalt de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijk domein, en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Figuur 2.1 Uitsnede 'structurenkaart' Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014
Het plangebied26 maakt deel uit van de stedelijke structuur met stedelijk concentratiegebied en zoekgebied verstedelijking. Het zoekgebied voor verstelijking maakt tevens deel uit van landelijke gebied, accentgebied agrarische ontwikkeling. Voor de stedelijke structuur heeft de provincie de volgende doelen gesteld: 1. Concentratie van verstedelijking De provincie wil het onderscheid tussen het stedelijk en landelijk gebied waarborgen. Door de verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen. 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen
20
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 Naar verwachting zal overal in Brabant de komende decennia de bevolkingsgroei afnemen en zullen steeds meer gemeenten te maken krijgen met een afname van de bevolking. De provincie vindt het belangrijk dat tijdig wordt ingespeeld op de (toekomstige) bevolkingsontwikkelingen en dat de bewustwording rond deze thematiek wordt vergroot. Daarbij gaat het er ook om de concurrentie tussen gemeenten en regio's, overproductie en leegstand te voorkomen. Hiermee neemt het belang van regionale afstemming en afspraken toe. 3. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Daarnaast is het van belang dat er meer regie komt op stedelijke functies en de inrichting langs grote infrastructuren van weg, spoor en water.
Dit om de groei van verstedelijking langs deze infrastructuren beter op elkaar af te stemmen en in te passen in het landschap. 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur Een betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan infrastructuur draagt bij aan een goede bereikbaarheid en daarmee aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van Noord-Brabant. Verstedelijking en infrastructuur worden in onderlinge samenhang ontwikkeld. Daarbij wordt bestaande infrastructuur optimaal benut en infrastructuur uitgebouwd als dat noodzakelijk is. 6. Versterking van de economische clusters Om de zes soorten economische clusters in de provincie te versterken is het economisch programma 2020 vastgesteld. Samen met ondernemers, onderwijsinstellingen en betrokken overheden wordt invulling gegeven aan de ondersteuning van deze clusters. Door een vestigingsklimaat te bieden dat de uitwisseling van kennis tussen bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen stimuleert, wordt de positie van de kennisclusters versterkt. Dit zorgt voor een sterkere positie in (inter)nationaal verband. Daarnaast stimuleert de provincie nieuwe ruimtelijke concepten op het gebied van de kennisinnovatieve economie, zoals campussen. De provincie wil deze doelen bereiken middels twee ontwikkelingsperspectieven: het stedelijk concentratiegebied en kernen in het landelijk gebied.
Binnen het stedelijk concentratiegebied is een aantal specifieke aanduidingen opgenomen die richting geven aan stedelijke ontwikkelingen, in relatie tot de infrastructuur. Voor landelijke gebied heeft de provincie de volgende ambitie: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie De provincie biedt ruimte aan een breed georiënteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarisch activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie. 2. Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling De provincie wil ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van de land- en tuinbouw, mits deze bijdraagt aan een verdere verduurzaming van de sector. Belangrijke aspecten daarbij zijn zorgvuldig ruimtegebruik, volksgezondheid, dierenwelzijn, een afname van de milieubelasting, duurzame energieopwekking en efficiënt energiegebruik. 3. Versterking van het landschap Ontwikkelingen in het landelijk gebied leveren een bijdrage aan de versterking en beleving van het landschap, bijvoorbeeld door investeringen in de fijnmazige groenblauwe dooradering van het platteland, in het cultuurhistorisch erfgoed en in de versterking van de recreatieve structuur. Duurzame energie
Gemeente Oss
21
bestemmingsplan “Windmolenpark Elzenburg-De Geer – 2021” (vastgesteld) Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. Eén van de trends die genoemd wordt in de Structuurvisie is de toenemende behoefte aan duurzame energie. Duurzame alternatieven waarop wordt gedoeld zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt op een veelheid van terreinen kansen, maar vraagt om een goede ruimtelijke visie. De landschappelijke impact van windenergie en windturbines leidt tot het dilemma op welke schaal dit kan plaatsvinden: een beperkt aantal grootschalige locaties, vele kleinschalige oplossingen of een combinatie van beide. De ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie wordt door de provincie ondersteund. Windenergie wordt ondersteund onder voorwaarden, zodat het past bij de ruimtelijke visie voor het landschap. Geclusterde opstellingen bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied dragen bij aan het voorkomen van de versnippering van meerdere kleine initiatieven. Clusteropstellingen zijn daarnaast mogelijk in landschappen die daarvoor geschikt zijn qua schaal en maat; namelijk open zeekleigebieden en niet in kleinschalige cultuurlandschappen.
Daarnaast wordt het belang van sanering na afloop van de gebruiksperiode benadrukt. De provinciale doelstelling is om in 202027 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld. Deze doelstelling is tot stand gekomen in het Interprovinciaal Overleg in 2013, tussen de twaalf provincies en het Rijk. Windpark Elzenburg-De Geer draagt bij aan het realiseren van de provinciale doelstelling. 2.2.5
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019)
Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de nieuwe Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte die vanaf 2014 in werking was. In de Verordening is het plangebied op de basiskaart Landelijk gebied (kaart 6) aangeduid als 'Landelijk gebied' met nadere aanduiding 'Gemengd Landelijk gebied' en langs de Hertogswetering de nadere aanduiding 'Groenblauwe Mantel'. Op de kaart Stedelijke ontwikkeling en erfgoed (kaart 3) is een gedeelte van het plangebied, aansluitend op het bestaande bedrijventerrein (gebied tussen Meegensebaan, Eemmeer/Geerstraat en Broekstraat), aangeduid als gebied waar verstelijking afweegbaar is, het overige deel van het plangebied is aangewezen als 'Cultuurhistorisch waardevol gebied'.
In en nabij het plangebied zijn ook gebieden aanwezig behorende tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB), de windturbines zijn niet in NNB gepland waardoor er alleen sprake is van een externe werking. Om sturing te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing en de landschappelijke impact te beperken is in de Interim Omgevingsverordening regelgeving opgesteld voor het plaatsen van windturbines. Het plangebied is gelegen in 'Landelijk gebied' waardoor artikel 3.37 van de Interimverordening van toepassing is voor de vestiging van de windturbines. Artikelen 3.9, 3.29 en 3.32 van de Interimverordening zijn daarbij relevant voor de invulling van de planvorming op het gebied van landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit. Artikel 3.16 van de Interimverordening is van toepassing op de externe werking van Natuurnetwerk Brabant. Hieronder wordt worden de relevante artikelen uit de Interimverordening per lid geciteerd (schuin gedrukt en "tussen aanhalingstekens") en toegelicht in relatie tot het project. "Artikel 3.37 Windturbines in landelijk gebied Lid 1 In Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, als: a. de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving;
22
Gemeente Oss
bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021 b. er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines; c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; d. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en worden de windturbines verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld." De beoogde windturbines hebben een bouwhoogte van meer dan 25 meter.
De windturbines zijn inpasbaar in de omgeving (zie paragraaf 4.4), er is sprake van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines (want 4 windturbines en nog eens 2 met een wijzigingsbevoegdheid (zie paragraaf 4.3). De ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde, het windpark draagt in grote mate bij aan lokale productie van duurzame energie en daarmee aan de gemeentelijke doelstellingen voor duurzame energie. Voor wat betreft financiële participatie wordt een bijdrage gedaan in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds (zie Hoofdstuk 8), dit is nader geregeld in de anterieure overeenkomst. De ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd in onder andere de RES-en (zie paragraaf 2.3) en met de netbeheerder (zie paragraaf 4.3). Het windpark is daarnaast aangewezen als pilot voor tijdelijk bestemmen op basis van de Crisis- en herstelwet. Het windpark wordt daarom in dit bestemmingsplan voorzien van een voorlopige bestemming voor 25 jaar en de omgevingsvergunning wordt voor dezelfde termijn verleend. Sanering van de windturbines na deze termijn, en de financiële zekerheidsstelling daarvoor, wordt door middel van een voorwaarde in dit bestemmingsplan en in de omgevingsvergunning vastgelegd. Voldaan wordt aan artikel 3.37 Interim omgevingsverordening.
Voor de groenblauwe mantel zijn geen specifieke regels meer voor de vestiging van windturbines, zoals dat nog wel was opgenomen in de Verordening Ruimte 2014. Voor de groenblauwe mantel geldt in zijn algemeenheid het volgende: "Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.