CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Raad van State dd 24 juni 2025 over het bestemmingsplan Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein 2023_geanonimiseerd

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente OssBij agendapunt: Voor behandeling doorgeleiden naar het college24.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1.2e

onder dwang van de Hoilanders {Die distrusie van Huusselingh in anno 16 en 21, kroniek van 15 pp., geschreven ca. 1621, bewaard in de pastorie van Huisseling]; (p. 512: 11in anno 16 en 6 doen is die stat van 5.1.2e af één huis na en gebrant den 10 ]Unius, op op het castel na [idem]); p. 523: 1624: nader verdrag uussen de Staten Generaai en Brandenburg regelt o.a. de belastingheffing tot onderhoud van het Staatse garnizoen in 5.1.2e ; p. 541: 1631: overeenkomst tussen de Staten Generaal en Brandenburg tot regeling van de aftocht van het Staatse garnizoen; het Hollandse hout, verwerkt in palissades gaat naar de Staten, het Kleefse hout verwerkt in de verdediging van de stad gaat naar het plaatselijk bestuur, de verdedigingswerken worden namelijk afgebroken, demolitie van deselve wercken (= de fortificaties); Deel 2, p. 3: 1632: 5.1.2e wordt in alle rechten bevestigd door de nieuwe vorst 5.1.2e 5.1.2e ; p. 18: 1638: een afgezant van 5.1.2e onderhandelt met de Staten Generaal over het vernieuwen van de versterkingen, ...

haar 5.1.2e wel bekent was, hoe dat na de wederzijts evacuatie der plaetsen van Ravesteyn en Gennip, de vijandt teghens 5.1.2e ghegeven wordt, het Huys te Gennip weder ingenomen hebbende, haer 5.1.2e daer door ghenootsaeckt geweest waren, sich van de plaetse van Ravesteyn wederom te verseeckeren, alwaer alles van Poorten en Bruggen aen het Huys en anders seer ontranponeert sijnde ... enz., het herstelwerk kost veel geld [Aitzema, Saken van Staeten oorlogh]; p. 22: 1639: wederom afgezant in Den Haag omdat de betaling van het herstelwerk niet goed verloopt [Aitzema, Saken van Staeten oorlogh]; tevens blijkt dat de hertog over eenige jaren tot Ravesteyn een nieuwe have met groote kosten, met een bock tegens den ijsganck heeft laten maken (p. 23); p. nog één keer ne 5.1.2f duizend 29: 1641: indien het Land van 5.1.2e gulden geeft, hoeft het verder niet meer mee te betalen aan herstel en onderhoud van de vesting [besluit der Staten Generaal 1641]; p. 133: aan zich 1657: de Staten Generaal trekken de soevereiniteit van 5.1.2e [besluit der Staten Generaal 1657]; de hertog protesteert, kennelijk met was door zijn kleine garnizoen succes (p. 137); p.

230: 1672: 5.1.2e niet te verdedigen, daarom vertrok het garnizoen naar Grave ¡n 1672, T1 Dese stad Ravesteyn wierd van den Hertog van Nieuburg, die deselve hem toeëygent, met consent der Franschen în posessie genomen, die alle Monumenten en Wapens der Geunieerde Staeten en Princen van Orange voor t Stadhuys en elders dede verbreeken, en de Fortificatie, door ordre der Fransche, demolieeren [Valkenier, t verwerd Europaj; p. 777: 1798: het kasteel (nationaal domein) wordt verpacht: een kasteel, gelegen te 5.1.2e , bestaande in een groot getal van kamers, kelders, een open plaatz, stallingen en een koetshuis. Hetzelve bevat ook de stadsgevangenissen, is omcingelt met grachten en zeer voordeelig aan de kant van de Maas ge!eegen.; p. 935: 1803: de stads gragten welke rondom de stad leggen, en reeds zeedert verscheyde jaaren in verval zijn geraakt, en des zoomers niet dan stinkende en nadeelige moerassen van brieven en berichten, [copyboek uytmaakten . .. arrondissementsrechtbank, 1803]

BIJLAGE 2 Rijksarchief ¡n s-Hertogenbosch, (129.01) Archief van de Drost van het Land van 5.1.2e , 1533-1795, inventarisnummer 42: bestek, gedateerd 3 mei 1700, i.z. het aenvullen van den Beer beneden den stadt Ravensteijn gelegen, binnen 8 dagen te voltooien, achter de Beer, te weten naar de kant van de Maze zoveel en zo hoog aerde brengen als één voet boven den beer, en zulks zo breed naar de Maze aen, dat hetzelve werk strekke van het rondeel aff aghter den Maesdijck, te weten tussen die doorns en de hoogte van den dijk, gelijk wijders op den tijt van de aenbestelling sal aengewesen worden, aen de zijde van de Maas besetten met soyen ofte grossen, gants schuijns ofte trotserende op, de aerde sal men halen van het rondeel, ofte de daerop leggende hooghtens; inventarisnummer 43: stuk anno 1713, waarin sprake is van een secreet aan de Landpoort, de Bleek, bij de Bock, en werk aan reyool bij de Landpoort; inventarisnummer 44: bestek, gedateerd 23 mei 1719, i.z. nieuwe brug over de Stads Graeft bestaende in vijf gebijnte verdijlt op de lenghten van 50 voeten; inventarisnummer 115: bestek, anno 1711, i.z.

het hoogen van den dam tussen de contrescharpe ende halve maen voor de landtpoorte, desen dam sal mit aerde moeten opgehoopt worden egalijck van de Bouts hoff tot de hoogte van t contre-scharpe, de aerde sullen aennemers hate besijden den dam en voor aen offte besijden de brugh op erve van dheer Fiscael van Willigen, aennemers sulten 25 cuijlen moeten graven langs den hoff van dHeer van Wiltigen om palen in te setten tot conservatie van den voetpadt, ijder gatt diep 3 voeten etc. BIJLAGE 3 Toelichting bij de beschikking van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 21 januari 1977 nr. MMA/MO 189.558 waarbij de stadskern 5.1.2e ¡s aangewezen als beschermd stadsgezicht. De bouw van het voormalige kasteel (ter plaatse van de huidige Kasteelseplaats) in 1360 kan worden beschouwd als het stichtingsjaar van 5.1.2e . De stichter, 5.1.2e , aan wiens naam en kasteel de stad haar naam zal hebben ontleend, verplaatste zijn kasteel ¡n dat jaar naar de Maas, waarschijniijk in verband met een betere bescherming van zijn belangen op de totheffing ter plaatse. Om praktische en wellicht uit veiiigheidsoverwegingen zullen zijn dienaren, handels- en ambachtslieden, zich in zijn directe nabijheid hebben gevestígd.

Een gracht, die dit geheel een zekere bescherming gaf, liep vanaf de kasteelgracht om de toenmalige rentmeesterij (ter plaatse van het huidige zusterklooster) door de pastorietuin, en waarschijnlijk

:... • SS

. •

.•

• -

•

S

Í

S...

• .•

•

...;r!1

-

å, •.

N ••L••

-

! -

. !.

zuidelijk van de Landpoort (in het meest noordelijke deel van de huidige Landpoortstraat) en voorts in noordoostelijke richting ter plaatse van de huidige bebouwing westelijk van de Nieuwstraat. Reeds op 4 mei 1380 verkreeg de plaats stadsrechten. In 1522 worden in opdracht van de landsheer de vestingwerken vernieuwd, die, zoals gebruikelijk in die tijd, een rechthoekig karakter droegen. De situaties nabij de Kasteelsepoort en van de Maaspoort herinneren hier nog aan. Aan de Landpoort herinnert alleen de naam van de naar deze poort genoemde straat. Alhoewel na de grote brand op 10 juni 1606 de stad met uitzondering van het kasteel en een enkel huis werd verwoest, is zij met behulp van (rehabilitatie) premie van de landsheer, met behoud van het stratenplan in verband met de verdedigingseisen, herbouwd. Tevens werd de stad daarbij uitgebreid: naar het oosten (met name de bebouwing aan de Nieuwstraat) en aan de en westzijde van de Walstraat en naar het zuiden (tussen de 5.1.2e het zuidelijk deel van de Walstraat). In verband met een bezetting van Hollandse soldaten werden vanaf 1631 nieuwe, toenmalige moderne, stenen gebastionneerde vestingwerken aangelegd. Het gehele complex werd voorzien van een grachtengordel, die behoudens ter plaatse van de spoorlijn, nog nagenoeg compleet aanwezig is. De vestingwerken zelf zijn

na de viucht van het staatsgarnizoen in 1672 onbruikbaar gemaakt. Slechts ondergronds resten de fundamenten, terwijl in de loop der tijden de grachten aan de stadzijde successievelijk zijn opgevuld en ¡n gebruik genomen als tuin. De structuur van de nederzetting zelf is behoudens op een enkele plaats waar door een al te voortvarende hand de slopershamer werd gehanteerd praktisch geheef behouden gebleven. Ook in de bebouwing zelf spiegelt zich het historische beeld nog duidelijk af. Karakteristiek voor 5.1.2e is, dat alhoewel het geheel slechts uit een tiental straten bestaat, toch een duidelijk stedelijk aanzien heeft. Dit kenmerk wordt dit geheel vooral bewerkstelligd door een aaneengesloten bebouwing met een duidelijk woonhuiskarakter. Ook daar waar ¡n het recente of verdere verleden winkelvestigingen zijn ontstaan, draagt de bebouwing door de veelal afwezigheid van grote etalages of grote winkelpuien over het algemeen nog het karakter van een woning. De bebouwíng zelf wordt voor het merendeei bepaald door twee verdiepingen met een kap, waarvan de nokrichting doorgaans loodrecht staat op de as van de straat. Dit onderstreept nog eens extra het ¡ndividuele karakter van de afzonderfijke panden. De individualiteit der panden wordt bovendien versterkt door een verticale scandering n de van door toepassing staande vormgeving architectonische vensteropeningen.

Ten aanzien van de openbare ruimte wordt het karakter bepaald door de afwezigheid van verhoogde trottoirs. Kenmerkend hierbij is dat het straatprofiel alsmede de scheiding van functies tussen voetgangers en rijverkeer wordt verkregen door moigoten. Âlhoewel men mag stefien dat het beeld is opgebouwd uit de hierwoos afzonderlijk genoemde componenten, ¡s er toch feitelijk slechts één noemer voor te vinden die onder dit geheel geplaatst kan worden, namelijk de wijze waarop dit geheel successievelijk door mensenhand is ontstaan en dat kan worden aangeduid met het begrip ambachtelijkheid. Omdat dit geheel een beeld vormt van schoonheid, is stedebouwkundige schifderachtige uitzonderlijke bescherming gerechtvaardigd. Teneinde deze bescherming ook naar de buitenzijde effectief te doen zijn en tevens op zinvolle wijze het oude vestingkarakter tot uiting te brengen, zîjn de aan de oost- en westzijde in structuur nog duidelijk herkenbare vestingwerken tevens in de bescherming opgenomen.

Bijlage 4 a. Bestemmingspian NIEUW Hoornwerk -verbeelding 2023

.t

ßijlage 4b

voorlopig oritvieip i d 18 oktole 2024

>

Boven-bieek

AÔ Ô

ST I AATß

Haven WK-13

. ...

...

..t

Lj!7.

ç,.

1ASD1]K .

. ...

ç) .

www.ovsl.nl

,

ovenste Haornwerk

w •.;.

w. .

•.•

lnrichting plangebied Bovenste Hoornwerk en Onder-bteek (18 okt. 2024)

Bijlage 5 Uitsnede Bovenste Hoornwerk Beschermd stadsgezicht-2013 $

ìI

____________________

- - ./• :•::

PLjO

.

1i3ìO.3, 2Q32.1

-:

ielbternmin

:.

be1btTuPg

ci

()Ubb&t(rnm1fl

ci

tfrr)

Functeaanduidfng

U

Beschermd Stadgezicht 2013

,

i35 besmmn

EI

,-. -

•

ri

• I ••R •

1-r-]

rJutt.,-t,ì,

Functeaaung

:

4

rtubt,elbescrnrn.n

a

—.:A

,p.

_

Plangrenzen van BP Beschermd stadsgezicht-2013, met in lichtere aanduiding, het bestemde rijksmonumentaal terrein. Vastgesteld d.d. 20juni 2013.

Bijlage 7

( y

Uitsnede: Bovenste Hoornwerk op bestaande toponiem (2020) met historische

kaart door 5.1.2e

uit ca. 1630

Gemeenteraad van Oss Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeiing Postbus 5 5.1.2e

Oss

Betreft: Bestemmingsplan

NL.IMRO.0828.BPhrnwrkvidreorvn-ON01

Zienswijze Nieuw Vidi Reo op het Bovenste Hoornwerk, ingediend door de Stichting Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e

(SBSR)

5.1.2e

, 6 februari 2024

Geachte leden van de Raad, in het Gemeenteblad van 27 december 2023 hebt u het ontwerpbestemmingsplan Hoornwerk Vidi 5.1.2e -2023 bekendgemaakt. Hierbij zijn onzes inziens fundamentele zaken onderbelicht gebleven, procedures niet of onvoidoende correct verlopen en wettelijke taken veronachtzaamd. Wij maken graag van de gelegenheid gebruik hierbij onze zienswijze in te dienen. Tevens zeggen wij toe in te gaan op uw uitnodiging een en ander mondeling toe te lichten bij de hoorcommissie op 6 maart 2024.

INLEIDING Volgens het Verdrag van Granada, dat door Nederland is ondertekend, is iedere gemeente in Nederland verplicht een beschermd stads- en dorpsgezicht in stand te houden. Voor het Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e

geldt dat er conform het aanwijzingsbesluit en de

toelichting daarop uit 1977 een bestemmingsplan moet worden vastgesteld dat een conserverend karakter draagt. Uit de Toelichting: Omdat dit geheei een beeld vormt van uitzonderlijk schilderachtige stedebouwkundige schoonheid, is het gerechtvaardigd hiervoor een bescherming als bedoeld in artikel 20 van de Monumentenwet van toepassing te verklaren. Alhoewel deze bescherming niet de bedoeling heeft het als zodanig aangewezen gebied te bevriezen, zal er binnen het raam van de voor dit gebied te treffen stedebouwkundige regelingen naar gestreefd dienen te worden dat het hìervoor genoemde karakter zoveel mogelijk wordt rechtgedaan. Het plan zal, gelet op de aanwezige karakteristieken een conserverend karakter moeten dragen, waarbij met name gelet dient te worden op de door het ambacht bindende eenheid en door de tijd gevormde variatie in het stadsgezicht. Dat is vervolgens gebeurd, laatstelijk op 20 iuni 2013. Daarin staat dat het Bovenste

Hoornwerk een drievoudige bescherming geniet: 1. als rijksbeschermd stadsgezicht, 2. ais rijksmonumentaal terrein, i.c. de restanten van de vestinggordel, en 3. als beschermd archeologisch terrein (historische kern). Het vigerend bestemmingsplan heeft voigens par. 5.2.]. met betrekking tot het Beschermd Stadsgezicht als belangrijkste taak het behoud en versterking van cultuurhistorische waarden. En vervolgens stelt het: Een van de belangrijkste pijlers van een bestemmingsplan voor een beschermd stadsgezicht is bescherming (en versterking) van de aanwezige (cultuur)historische waarden. Op de volgende manieren is dit met regels in het bestemmingsplan gewaarborgd. Dubbelbestemming Waarde

Beschermd stadsgezicht en

Ruimtelijke karakteristiek. Over het gehele gebied dat in 1977 is aangewezen als beschermd stadsgezicht (nagenoeg het gehele plangebied) is de dubbelbestemming Waarde — Beschermd stadsgezicht opgenomen. ln dit artikel geldt in aanvulling op de andere hier voorkomende bestemmingen dat de gebieden in algemene zin bestemd zijn voor het behoud, het herstel en het versterken van cultuurhistorische, natuurlijke, (historische) stedenbouwkundige en (historisch-) architectonische waarden zoals geïnventariseerd en aangegeven in onder andere de culturele paragraaf en culturele biografie van 5.1.2e

.

Voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen de begrenzing van het beschermd stadgezicht geldt een hele reeks van beperkingen, waarvan met betrekking tot het Bovenste Hoornwerk als belangrijkste geldt dat er geen gebouwen mogen worden opgericht, omdat het open binnenterrein van het hoornwerk ais uitermate karakteristiek wordt beschouwd. Het onbebouwde Bovenste Hoornwerk is daarom ook bijzonder, omdat het samen met het Benedenste Hoornwerk de enige hoornwerken ir Nederland binnen een stedelijke omgeving betreft die niet ten offer gevallen zijn aan latere stadsuitbreiding. We mogen ze gerust uniek noemen. Het is volgens de Monumentenwet 1988 de taak en verplichting van de gemeente erop toe te zien dat deze kwaliteit bij latere ontwikkelingen niet aangetast wordt en de cultuurhistorische kwaliteiten steeds uitgangspunt zuilen blijven. Dat wil niet zeggen dat er over een beschermd stads- of dorpsgezicht een glazen stolp gezet wordt. Ontwikkelingen, mits deze rekening houden met de te beschermen cultuurhistorische waarden binnen het beschermd gezicht, blijven altijd mogelijk. Uit de toelichting bij het vigerend bestemmingsplan uit 2013 blijkt hoe terughoudend de gemeente destijds dacht over mogelijke ontwikkelingen: Het bestemmingsplan maakt {...leen beperkt aantal ontwikkelingen mogelijk.

Op verschillende locaties binnen het plangebied is de bouw van één of enkele woningen voorzien. Daarnaast worden een theetuin en beperkte uitbreiding van verblijfsrecreatie mogelijk gemaakt. Dat is alles. Nu er een bestemmingsplanwijziging is aangekondigd waarin ruimte gecreëerd wordt voor de bouw van een nieuw gemeenschapshuìs met een oppervlakte van 1.500 m2 op de kwetsbare locatie van het Bovenste Hoornwerk blijkt dat aan de bovenstaande wettelijke voorwaarden allerminst voldaan is. De toelichting op de bestemmingsplanwijziging stelt dan ook terecht op p. 9: Deze ontwikkeling is niet passend binnen de geldende bestemmingen

ter plaatse van het plangebied. Het pian is daarmee strijdig met het vigerende b estemmi ngsp lan. Ons belangrijkste bezwaar luidt dat de voorgestelde bestemmingsplanwijzìging in strijd met de wet is, omdat de gemeente zich hiermee niet kwijt van de haar opgedragen taak, namelijk behoud en versterking van cultuurhistorische waarden met betrekking tot de instandhouding van het Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e

, in het bijzonder van het

Bovenste Hoornwerk. Meer in detail hebben wij zwaarwegende bedenkingen tegen de navolgende keuzes.

BEPALINGE N ln het ontwerpbestemmingsplan NL.IMRO.0828.BPhrnwrkvidreorvn-ON01 lezen we onder REGELS onder het gedeelte van het plan dat als bestemming gemengd heeft: 3.2.2. a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd tot een maximale oppervlakte van 1.500 m2. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte (m) is aangegeven met dien verstande dat afwijkend hiervan 30% van de oppervlakte van het gebouw een bouwhoogte mag hebben van maximaal 8,5 m. Tot nog toe luidt de bestemming hier voornamelijk groen en voor een beperkt deel verkeer-verblijf hetgeen in beide gevallen onder meer inhoudt dat er hier geen gebouwen mogen worden opgericht. Het vigerend bestemmingspian voldoet volledig aan de eis dat de te beschermen waarden, i.c. het open, groene terrein van het hoornwerk, gerespecteerd worden. Nu de bestemmingsplanwijziging voorziet in de bebouwing van ongeveer een derde deel van het hoornwerk met een gebouw van 1.500 m2 bij een maximale bouwhoogte van 8,5 meter kan niet anders dan geconcludeerd worden dat dit in flagrante tegenspraak is met de doelstetlingen van het Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e

. Het karakteristieke aan

het hoornwerk is dat het een open en onbebouwd veldwerk is. Met een ruimtebeslag van 1.500 m2 bij een totaal bestemmingsvšak van bijna 5.000 m2) is het bouwprogramma van een nieuw Vidi Reo veel en veel te zwaar voor deze kwetsbare locatie. Bovendien is de nieuwe bestemming gemengd maar onze mening niet passend, althans risicovol voor de toekomst, omdat in beginsel dan ook andere clan maatschappelijke functies daarin kunnen worden ondergebracht.

FOUTE PROCEDURES Verder verzetten we ons tegen de gevolgde procedures. ln hoofdstuk 3 van de Toelichting op de Bestemmingsplanwijziging wordt gesteld dat de locatie Bovenste Hoornwerk als meest geschikte locatie voor een nieuw VidiReo gekozen is

door de inwoners van 5.1.2e

. De schijn wordt daarbij gewekt dat dit een democratisch

proces zou zijn geweest. Echter, de mogelijkheid om te kiezen voor een bepaalde locatie is nergens breed publiek gemaakt, niet in de plaatselijke pers, niet via algemeen toegankelijke media, niet huis aan huis, niet persoonlijk en niet via plakkaten. De selecte groep mensen die is uitgenodigd voor de stemming is gerekruteerd uit de potentiële gebruikers van Vidi Reo, leden van bepaalde groeperingen en buurtbewoners. De stemming verliep chaotisch en bleek uiteindelijk ook geen stemming, maar meer een peiling door middei van handopsteken om te zien of we op de goede weg zijn. En waarvoor hebben de selectief uitgenodigde aanwezigen met overgrote meerderheid hun voorkeur uitgesproken? Voor de Bleek! Dat blijkt ook uit een bericht in het Brabants Dagblad van 19 december 2017: 5.1.2e

wil nieuw Vidi Reo op De Bleek kopt de krant.

Nadat wii er lucht van kregen dat de gemeente de plannen voor de bouw van een nieuw Vidi Reo niet op de Bleek, maar op het Bovenste Hoornwerk wilde gaan uitwerken, hebben wij ons door middei van inspraak in de gemeenteraad op 19 mei 2022 gemeld om te waarschuwen voor de gevolgen van bouwen in het Beschermd Stadsgezicht. Aan die boodschap heeft ook het Brabants Dagblad op die datum aandacht besteed: Cultuurhistoricus: Bouwplannen op hoornwerk 5.1.2e

tot mislukken gedoemd.

Overigens stelt de Toelichting op p. 35 ter ondersteuning van de locatiekeuze ten onrechte: De plannen om tot een nieuwe locatie voor Vidi Reo te komen staan in het Dorpsplan (van welk dorp dan?) genoemd. Bestudeert men het toegevoegde kaartje, dan blijkt echter dat het ook hier om de Bleek en níet om het Bovenste Hoornwerk gaat! ln hetzelfde hoofdstuk 3 wordt gesteld dat er meerdere keren afstemming is gezocht met belanghebbenden. Maar ondanks dat wij onze mening duidelijk in de gemeenteraad te kennen gegeven hebben, op 19 mei 2022, 23 november 2023 en 11 januari 2024, zijn wij nooit voor overleg door de gemeente benaderd. Afstemming vond uitstuitend plaats met voorstanders van de plannen. Fout aan de procedure is ook dat kennelijk aan de bevolking de mogelijkheid is voorgespiegeld een gebouw op te richten op het Bovenste Hoornwerk, terwijl bekend was dat het valt onder het Beschermd Stadsgezìcht en er ter plaatse een algeheel bouwverbod geldt. En nu klinkt het: Ja, maar dat was cle wil van de bevotking van 5.1.2e

. De taak

van de gemeente had, zoals de wet voorschrijft, moeten zijn de cultuurhistorische waarden van het Hoornwerk ats uitgangspunt te nemen en niet, omgekeerd, eerst de bevolking laten kiezen voor het Hoornwerk en daarna het met opzet conserverend bestemmingsplan, dat bouwplannen verhindert, te veranderen. Dat heet: handelen in strijd met de wet1 Wij betreuren het ten zeerste dat de gemeente Oss geen voorontwerpbestemmingsplan heeft gemaakt en afgezien heeft van het volgen van een inspraakprocedure (de uitgebreìde Wro-procedure), hoewel de gemeente volgens eigen zeggen de vrijheid daartoe heeft. Te meer daar er ook een groot gebrek aan transparantie is met betrekking tot bezetting, vergaderdata en verslagen van gemeentelijke adviescommissies op het gebied van welstand en cultuurhistorie, wekt het niet volgen van een inspraakprocedure de indruk dat er niet,

althans onvoldoende zorgvuldig wordt omgegaan met elders in het land gebruikelijke procedures van burgerparticipatie.

GEBIEDSVISIE Vervolgens zie je in het ontwerpbestemmingsplan dat achteraf alles gedaan wordt om toe te schrijven naar de gewenste eindconclusie. Zo is er op het laatste moment op uitdrukkelijk verzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, zie preadvies 29 nov. 2022) nog een gebiedsvisie gemaakt die aan alle kanten rammelt, maar toch als uitkomst geeft dat alles volgens de regels passend is. Een van de grote ongerijmdheden van de gebiedsvisie was dat deze bij voorbaat al uitging van de bouw van Vidi Reo, en dat terwijl de besluitenlijst van het college van B&W dd. 19 december 2023 onomwonden stelt: De cultuurhistorische waarde van het Hoornwerk is bij de nieuwe ontwikkeling leidend geweest. Uit de volgorde van de procedure blijktjuist hettegendeel Een gebìedsvisie is bedoeld als sturend hulpmiddel bij het maken van keuzes. Een gebiedsvisie dient niet achteraf opgesteld te worden, maar moet juist voorafgaan aan het hele proces. Dan zou nameiijk gebleken zijn dat het terrein door zijn beschermde status in het geheel niet geschikt is voor de oprichting van een gebouw. De gebiedsvisie die uiteindelijk — veel te laat — opgesteld is, is op vele punten foutief, onduidelijk en deels ondoorgrondelijk. Zo wordt gesteld: De ingreep behelst naast het inpassen van het gebouw het opnieuw vormgeven en zichtbaar maken van dit deel van de vesting.

Dit willen we graag op een manier doen die past bij 5.1.2e

en de vesting en een

aantrekkelijke aanvulling vormt op de bestaande kwaliteiten. Uit niets in de verdere toelichting blijkt wat bedoeld wordt met het opnieuw vormgeven en zichtbaar maken van dit deei van de vesting. De vesting moet juist níet opnieuw vormgegeven worden, maar eerder geconserveerd en beschermd. De referentiebeelden en ontwerpschetsen op p. 25 en 26 waarbij sprake is van een fors bouwvoiume dat door een overdreven hoge aarden wal heen steekt, doen het ergste vermoeden. Dit past juist niet bij 5.1.2e

. Het steekt de

draak met Beschermd Stadsgezicht en vormt een grote aantasting daarvan die de Stichting Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e

met alle haar ten dienste staande juridische en

nietjuridische middelen zal bestrijden. Verder zijn de meeste tekeningen met wìlde pijlen en felle kleuren even indrukwekkend als onbegrijpelijk. Opvallend in de gebiedsvisie is een vaststelling als: ðOp dit moment is er sprake van een ontbrekende schakel in de vestinggordel ter hoogte van de Bleek. Een ontbrekende schakel? Daarvan is absoluut geen sprake, want de contouren van de vesting zijn nagenoeg compleet. En daar zou het optrekken van een gebouw van 1.500 m2 verbetering in moeten brengen en de vesting zichtbaar en beleefbaar moeten maken? Hoe dan? Een betere conclusie zou geweest zijn: ter hoogte van de Bleek mist men nu node de gracht die het hoornwerk eertijds ook aan de westzijde (keelzijde) omspoeide. Maar het doortrekken van de gracht komt de plannenmakers nu even niet uit en daarom verdoezelen ze ciit onderdeei

van het plan Waterfront 5.1.2e

, waar ze zich eiders wél op beroepen. lmmers, Het water terugbrengen is niet het eerste doel. Nee, parkeerplaatsen, daar gaat het hun om.

PARKEREN Votgens de gebiedsvisie zutlen er naast de bestaande parkeerplaatsen op de Benedenbleek nog 45 extra parkeerplaatsen gereatiseerd moeten worden. Het parkeerterrein zal dan om het oude centrum te ontzien ontsloten moeten worden via een nieuw aan te leggen weg die aftakt van de Maasdijk. Als je dan al propageert dat de cultuurhistorische kwaliteiten van het hoornwerk teidend zijn bij het zoeken naar nieuwe functies, dan is het projecteren van een nieuwe afrit, inclusief een grondlichaam om het hoogteverschil van de dijk naar het lager gelegen hoornwerk geleidelijk op te vangen, samen met een nieuwe asfaltbaan, voorsorteerstrook, verlichting en bebording wel het allerlaatste wat je in dit kwetsbare, nu nog relatief intacte gebied wilt zien. Wij wijzen ontsluiting via een aftakking vanaf de Maasdijk dwars door de noordelijke flank van het Hoornwerk dan ook resoluut af, en wel om cultuurhistorische redenen: aantasting van het Beschermd Stadsgezicht, in het bijzonder van het Bovenste Hoornwerk.

WELSTANDSBELEID ln de paragraaf Welstandsbeleid zien we een typisch staaltje vari het al eerder gesignaleerde fenomeen dat de opstellers van de Toelichtìng op de bestemmingsplanwijziging naar de gewenste eindconclusie toeschrijven. Het plan ligt binnen het Beschermd Stadsgezicht, is een rijksmonumentaal terrein en dus automatisch welstandsvergunningsplichtig. En zegt de Toelichting: Sturing op de ruimteiijke kwaliteit in algemene zin als ook architectonische zin in het bijzonder is daarmee van belang. Er is meermaals overleg geweest met de adviescommissìe ruimtelijke kwaliteit. Tijdens de verdere planvorming van het gebouw zal eveneens overleg gevoerd worden met deze adviescommissie. En dan volgt als conclusie: Het plan is passend binnen het welstandsbeleid van de gemeente Oss. En dat terwijt het plan nog moet worden voorgelegd! Sterker nog, er bestaan niet eens ter beoordeling voorgelegde bouwplannen. Dat blijkt uit het votledig ontbreken van verslagen (niet alleen in de bijlagen van de Toelichtìng, maar überhaupt op de website van de gemeente Oss) van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwalìteit, waarvan de vergaderingen openbaar dienen te zijn en er bovendien een verslagplicht is. De conctusie in de Toelichting is dus buitengewoon voorbarig en wijzen wij af. En mocht u het toch niet met ons eens zijn, dan eisen wij inzage in de stukken.

LANDSCHAP Ook de paragraaf Landschap vertoont sporen van een van bovenaf geregisseerde argumentatìe om de Bestemmingsplanwijziging door te drukken, tegen beter weten in. De

eindconclusie luidt uiteraard: Het pian is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect landschap.Maar leest men de argumentatie, dan sluit die op geen enkele manier geloofwaardig hierop aan. Het regent foutieve aannames en warrige gedachtegangen. Een bloemlezing: Het plangebied Iigt op de oeverwal maar[?] maakt ook onderdeel uit van de middeleeuwse {?] vesting. Het plan is daarbij een erg specifieke verbijzondering van de oeverwai. Hier wordt vooral uitgegaan van de kenmerken van de vesting dan dat er een kenmerkend oeverwal landschap wordt genomen ais uitgangspunt.[?] lmmers we willen juist het hoornwerk herkenbaar maken als afwijkend onderdeel. Waar wel bij wordt aangesloten is dat de dijk als kenmerkend element met zicht op de uiterwaarden en op de vesting. [?]Ook het aansluiten op de kleinschaligheid, het wandelroutenetwerk en het groene karakter zijn aspecten waarmee de aansluiting wordt gezocht met het oeverwallenlandschap.[?] Met het plan wordt het beeld versterkt van de oorspronkelijke situatie van een vestingstadje aan de Maas als kenmerkend onderdeel van het oeverwallenlandschap. De zinnen waarachter we een vraagteken [?} hebben geplaatst, begrijpen wij gewoonweg niet. Fout is de veronderstelling dat we bij het Bovenste Hoornwerk te maken hebben met een middeleeuwse (sic) vesting, want hij is opgeworpen in de vroege jaren 20 van de zeventiende eeuw.

En ook de laatste zin ¡s pertinent onjuist: Het beeld van de oorspronkelijke situatie van een vestingstadje aan de Maas wordt juist niet versterkt door de bouw van een fors voiume op het open, groene binnenterrein van het hoornwerk. De suggestie die de spaarzame schetsen en referentiebeelden onder hoofdstuk 3, p.25 en 26 tonen, doen het ergste vrezen. De wal keert ter plaatse van de nieuwbouw weliswaar terug, maar in wat voor cyclopische omvang? Het hoornwerk was oorspronkelijk omzoomd door een manshoge wal, zeker niet hoger dan 2 tot 2,50m. En daar staken geen gebouwen uit. De schetsen gaan uit van een wal van 5,5 tot 6 meter, met een maximaal toegestane bouwhoogte van 8,5 m. Daarmee wordt de beschouwer op het verkeerde been gezet, het beeld van de oorspronkelijke situatie wordt dus allerminst versterkt, maar eerder vervalst. De conclusie: Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect Iandschap vloeit niet voort uit de daaraan voorafgaande argumentatie en is dus misleidend. Deze conclusie wijzen wii af.

CULTUURHISTORIE Onder Toetsing op p. 42 wordt dezelfde tendens van toeschrijven naar een gewenste eindconclusie voortgezet. Wederom een bloemlezing met vele vraagtekens: Met voorliggend plan wordt het Bovenste Hoornwerk als ontbrekende schakel van de vestinggordel benut. [?} Door het toevoegen van een publiekelijke [publieke?] functie in het gebied wordt de eenheid van het stadsgezicht versterkt. [?] Het gemeenschapshuis wordt toegevoegd als groene wal in het gebied. [?] Daarmee blijft de verschillende identiteit van het gebied behouden. [?] Met de komst van het gemeenschapshuis wordt het terrein wederom publiek toegankelijk en kan het terrein op een duurzame wijze in stand worden

gehouden. [?J De huidige contouren van het hoornwerk worden als een gevolg van het plan geaccentueerd en versterl<t. [?J Het binnenterrein blijft, gelijkaardig met de oorspronkelijke structuur, een open terrein. [?J Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de regels uit het vigerende bestemmingsplan.[!J Ook hier weer een conclusie aan het einde die niet voortvloeit uit de voorafgaande argumentatie. Om met dat laatste te beginnen: het gaat nu juist niet om het vigerend bestemmingsplan, namelijk dat van 2013, want dat verbiedt het oprichten van gebouwen. Dat is in strijd met het vigerend bestemmingsplan, maar het is eveneens is strijd met het beoogde nieuwe bestemmingsplan. De bewering: Het binnenterrein blijft, gelijkaardig met de oorspronkelijke structuur, een open terrein is namelijk ook onjuist. Het binnenterrein wordt immers voor ongeveer een derde deel bebouwd, hetgeen niets met de oorspronkelijke structuur te maken heeft. Met de rest van het citaat uit de toelichting kunnen wij helemaal niets. Achter iedere zin plaatsen wij een vraagteken, omdat de gedachten hierachter onbegrijpelijk zijn, behalve als je koste wat kost tekst nodig hebt om toe te kunnen werken naar een gewenste conclusie. Zoals al eerder uiteengezet is er geen sprake van een ontbrekende schakel, want de vestinggordel is nagenoeg gaaf.

Wij begrijpen niet hoe de eenheid van het stadsgezicht door het toevoegen van een publieke functie (want dat zal wel bedoeld worden) kan worden versterkt. Wij begrijpen niet hoe de verschillende identiteit van het gebied behouden blijft door de bestemmingsplanwijziging. En we begrijpen ook niet waarom juist deze bestemmingsplanwijziging nodig zou zijn om het terrein publiek toegankelijk te maken en het terrein op een duurzame wijze in stand te houden. Als de zin: De huidige contouren van het hoornwerk worden als een gevolg van het plan geaccentueerd en versterkt duidt op het oprichten van een wel zes meter hoge aarden wal, zoals de ontwerpschetsen aangeven en de referenties dreigen te verbeelden, is de gebezigde term geaccentueerd een understatement en

versterkt misplaatst. En met de bebouwing van

een aanzienlijk deel van het hoornwerk blijft het binnenterrein echt geen open terrein. Kortom, de eindconclusie van de paragraaf CULTUURHISTORIE: Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot cultuurhistorie is gebaseerd op drijfzand, in ieder gevai niet op feiten. Het leidt niet tot bescherming of conservering, zoals in het aanwijzingsbesluit als verplichting met betrekking tot het op te stellen bestemmingsplan is opgedragen, maar tot aantasting. Met het bouwen van een dermate groot gebouw en het opwerpen van een voor een eenvoudig hoornwerk onvoorstelbaar hoge wal wordt het verhaal van de vesting allerminst zichtbaar en beleefbaar gemaakt. Wij wijzen de conclusie dan ook resoluut van de hand.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ln hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daaruit blijkt dat er alleen geld gereserveerd is voor de bouw van een nieuw Vidi Reo. De kosten voor het uitvoeren van de gebiedsvisie, i.c. een behoedzame reconstructie van de

omwalling, het herstei van het beeld van de vesting, ziin daarin niet opgenomen. Maar juist die combinatie van het herstel van de vesting en de bouw van een nieuw Vidi Reo werd ons voorgespiegeld als een werkwijze die kan bijdragen aan het beleefbaar maken van de vesting. De totale kosten van het plan belopen op dit moment volgens een uitspraak, op 11 januari 2024 door de verantwoordelijk wethouder gedaan ¡n de commissie Ruimte, 5.1.2f

5.1.2f

euro. En het plan kan daarom alleen gefaseerd uitgevoerd worden. Gezien de

momenteel steeds stijgende bouwkosten, de te verwachten krapte van de overheidsfinanciën in de nabije toekomst en de beperkte houdbaarheid van het huidige college van B&W, is het dus maar zeer de vraag of er na de bouw van Vidi Reo überhaupt nog sprake zal zijn van het uitvoeren van de gebiedsvisie. Wij wijzen het idee van een gefaseerde uitvoering van het plan af, omdat de kans levensgroot is dat er na de realisatie van een detonerend gebouw zonder context geen geld meer is voor de herinrichting van het hoornwerk. Zo ook hebben wij geen enkel vertrouwen in de conclusie op p. 63 van de Toelichting: ðiDe economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Rest ons slechts u te verzoeken rekening te houden met onze bedenkingen en bezwaren, het ontwerpbestemmingsplan in te trekken en op zoek te gaan naar een minder kwetsbare, centraler gelegen locatie buiten het Bescherrnd Stadsgezicht 5.1.2e

Met gepaste hoogachting,

namens de Stichting Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e 5.1.2e

, secr.

.

Nota van zienswijzen en wijzîgingen ontwerpbestemmingsplan Hoornwerk Vidi 5.1.2e - 2023 L INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reacties (zienswijzen) over het ontwerpbestemmingsplan • ons besluit over de zienswijzen • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan • een toelichting op ons besluìt • een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshatve aanbrengen (dat wit zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Votgens de Atgemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkete andere persoonsgegevens niet digitaat aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoats een bv of een vof) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeetd advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een pubtieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaat aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen naw-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat.

11. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbestemmingsptan met bijbehorende stukken van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en het Gemeentebtad van 27 december 2023 en op www.oss.nl. Van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 kon iedereen schriftelijk en mondeting op het ontwerpbestemmingsptan reageren. De gemeente heeft vijf reacties Czienswiizen) ontvangen. Alle indieners konden hun zienswiize mondeting toelichten bij de Hoorcommissie Bestemmingsptannen. Dit hebben vier indieners gedaan. Omwonenden, belangengroepen en geïnteresseerden zijn al geruime tijd betrokken bij de keuze om het nieuwe gemeenschapshuis op de voorgestelde plek te realiseren. Tijdens de planvorming is in 2023 een presentatie bij de dorpsraad gehouden en heeft er overleg piaatsgevonden met de Stichting vestingwerken en de Heemkundekring. Ook is er op 8 november 2023 een inloopbijeenkomst georganiseerd waar met name het inrichtingsplan voor het plangebied (in ruime zin) onderwerp was. Op 17 januari 2024 heeft tijdens een openbare bijeenkomst van de dorpsraad een ieder kennis kunnen nemen van het ontwerpbestemmingsplan.

Op 19 juni 2024 is het voorontwerp van het gebouw, de planvorming en het proces gepresenteerd tijdens een openbare dorpsraadvergadering. De dorpsraad is eveneens over het plan geïnformeerd.

Pagi.n.a 1 van 18

111. ZIENSWIJZEN Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk. Ontvankelijk betekent dat de indieners aan aile eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet ¡nhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop. Op onderwerpen die in meerdere zienswijzen zijn opgenomen gebeurt de beantwoording thematisch. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. AIs wii vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeitelijk ongegrond verklaren. In een aantal zienswijzen komen dezelfde onderwerpen terug. Omwille van de zorgvuldigheid, duidelijkheid en leesbaarheid worden deze onderwerpen thematisch beantwoord. De thematische beantwoording is te vinden onder paragraafvl. De beantwoording van de aspecten in de zienswijze die niet thematisch beantwoord worden ziin terug te vínden onder de betreffende zienswijze. De gemeenteraad van Oss

Paga 2 van 18

Iv. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze Planroces De precieze afbakening tussen haifbastion, gracht en hoornwerk ¡s (nog) niet heiemaal en heeft daarmee duideiijk. Het gebied is onderdeel van de vestingwerken van 5.1.2e een hoge cultuurhistorische waarde. (2006), ¡n het eindadvies a. Reciamant stelt dat er ¡n het Dorpspian 5.1.2e Voorzieningenkaart (2015) en in het eindadvies van de Dorpsraad periode 5.1.1e consequent gesproken wordt over De Bleek als mogelijke locatie voor verdere bebouwing en niet over het Bovenste Hoornwerk. In 2018 is volgens reclamant in een kiein overleg met een 11-koppige delegatie van gebruikers en bestuur van Vidi Reo gekozen voor een gebouw op het hoornwerk langs de grachtenoever waarbij ook de vorm van het gebouw (langwerpig ¡n plaats van circulair) een rol heeft gespeeld. Deze keuze is niet onder de aandacht gebracht van de bewoners van 5.1.2e . In de vervolgstappen van het proces is deze keuze regelmatig gepresenteerd als de uitkomst van de interactie die op 24 oktober 2018 plaatsvond. Dat is feitelijk onjuist en reclamant adviseert om beter te motiveren waarom de Bleek als locatie is vervallen dan wel vervangen door het hoornwerk. Met het hoornwerk als basis is voor verdere uitwerking een keuze gemaakt voor een bebouwing op de vanuit cultuurhistorisch perspectief meest kwetsbare locatie van het plangebied.

Deze keuze vraagt om een zeer zorgvuldige en vanuit cultuurhistorie verantwoorde uitwerking. Uitvoeringsroces Reclamant stelt dat het een risico kan zíjn voor de uitvoering van dit plan: b. de binnengrachtse oevers hebben de status als Rijksmonument. De gemeente Oss heeft in 2015 eigenaren van percelen grenzend aan de gracht en dus gelegen op de binnengrachtse oevers zelfs verboden enige vorm van bebouwing te realiseren. Voor het oprichten van een bouwwerk langs de zuidelijke grachtenoever dient nog een aparte vergunning aangevraagd te worden ingevolge de Monumentenwet 1988. Daarbij zijn voldoende redengevende argumenten nodig om deze rijksmonumentale status te veranderen. c. Het onderzoeksrapport van bureau BAAC heeft de locatie een hoge archeologische verwachtingswaarde die als behoudenswaardig wordt geclassifìceerd. Er bestaat een gerede kans dat archeologische waarden vernietigd zullen worden bij de werkzaamheden voor de herinrichting. In het gehele plangebied is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een (gefaseerde) opgraving noodzakelijk. Dit kan tot hoge kosten leiden d. de provincie Noord-Brabant is niet geraadpleegd in het kader van dit project onderdeel is van de Zuidenwaterlinie. Het vanwege het gegeven dat 5.1.2e lijkt ons in het kader van de toenstische waarde hiervan van groot belang dat de provincie haar steun geeft. e.

De RCE geeft pas een definitief oordeel over het plan nadat de definitieve omgevingsvergunning volgens de WABO ¡s ingediend. Bij een voorgenomen volume van 1500 m2 en een gedeeltelijke gebouwhoogte van 8,5 meter vraagt reclamant zich af of een dergelijk ontwerp de rand voorwaardelijke toetsing van openheid en leegte van Bovenste Hoornwerk kan doorstaan. f. Een afgerond eindadvies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed ontbreekt bij het ontwerpbestemmingsplan. g. Reclamant vindt dat er prioriteit moet worden gegeven aan het maken van een onontbeerlijke cultu u rhistorische effectrapportage. h. De kosten van het gebouwontwerp, de verdere onderzoeken en de definitieve inrichting zijn nog niet volledig bekend. Financiering van het geheel is hierdoor ook nog ongewis Reclamant pleit voor een snelle zekerheidstelling van de benodigde financiële middelen in de meerjarenbegroting van de Gemeente Oss.

Fagna 3 van 18

Bestuit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingspian De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad a. Zie hoofdstuk VI. thematische beantwoording Beschermd stadsgezicht/ Cu ltuurhistorie en thematische beantwoording Locatiekeuze/ procedure. b. De situatie die reclamant beschrijft betreft een gemeenteiijke handhavingsactie uit 2015. Er werd geconstateerd dat er illegale bebouwing zonder vergunning in de binnentuin langs de gracht was opgericht. Voor het plan voor de bouw van het gemeenschapshuis wordt een bestemmingsplan doorlopen, in veelvoud overleg gepleegd met betreffende instanties (RCE, erfgoedcommissie en adviesteam omgevingskwaliteit) en er wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. c. In augustus 2024 is er aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Er zijn 6 proefsleuven gegraven om de archeologische verwachting inzichtelijk te maken. Dit onderzoek heeft aangetoond dat er onder het gebouw onder proefsleuf 3 archeologische vondsten zijn aangetroffen. Insteek van zowel het bouwplan als het ìnrichtingsplan is het aanwezige bodemarchief niet aan te tasten maar daar bovenop te werk te gaan, indien dit niet mogelijk is zullen er opgravingen op de daarvoor aangewezen locaties worden uitgevoerd. d. De provincie is in het kader van het vooroverleg door de gemeente Oss geïnformeerd. e.

Zie hoofdstuk VI. thematische beantwoording Beschermd stadsgezicht/ Cultuurhistorie. f. Dit project wordt beoordeeld door adviesteam ruimtelijke kwaliteit en de erfgoedcommissie. De vergaderingen van het adviesteam ruimtelijke kwaliteit en de erfgoedcommissie zijn openbaar. De agenda en de verslagen zijn niet openbaar, maar wel opvraagbaar. De verslagen van het adviesteam ruimtelijke kwaliteit en de erfgoedcommissie zijn toegevoegd als bijlage aan het bestemmingsplan g. Het aspect cultuurhistorie is uitgebreid onderzocht en verwoord in de toelichting van het bestemmingsplan. Er is veelvuldig overleg met interne specialisten omtrent archeologie, cultuurhistorie en erfgoed. De architect heeft veel kennis van . De erfgoedcommissie en de Rijksdienst voor het de bouwhistorie van 5.1.2e Cultureel Erfgoed wordt meermaals gevraagd om advies. Het onderzoeksbureau voor archeologie en bouwhistorie BAAC heeft in 2022 en 2024 onderzoek gedaan naar de historie en de archeoiogie en een uitgebreid PVE en onderzoeksrapport opgesteld. (zie bijlagen in bestemmingsplan) Wat ons betreft is er geen aanvullend onderzoek benodigd. h. De benodigde middelen voor dit project zijn gereserveerd en waar er aanvullende middelen nodig zijn, zullen er voorstellen aan de raad worden gedaan. Zienswiize 2 Samenvatting zienswijze INLE1DING a.

Reclamanten stellen dat de voorgestelde bestemmingsplanwijziging in strijd met de wet (Verdrag van Granada) is, omdat de gemeente zich hiermee niet kwijt van de haar opgedragen taak, namelijk behoud en versterking van cultuurhistorische waarden met betrekking tot de instandhouding van het Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e , in het bijzonder van het Bovenste Hoornwerk. Reclamant verwijst naar de verplichting om een aanwijzingsbesluit en een conserverend bestemmingsplan op grond van genoemd Verdrag op te stellen. b. Het bestemmingsplan voorziet in de bebouwing van ongeveer een derde deel van het hoornwerk met een gebouw van 1.500 m2 bij een maximaie bouwhoogte van 8,5 meter. Volgens reclamanten kan niet anders dan geconcludeerd worden dat dit in flagrante tegenspraak is met de doelstellingen van het Beschermd Stadsgezicht

Pagina 4 van 18

5.1.2e . Het karakteristieke aan het hoornwerk is dat het een open en onbebouwd veldwerk is. Met een ruimtebeslag van 1.500 m2 (bij een totaai bestemmingsvlak van bijna 5.000 m2) is het bouwprogramma van een nieuw Vidi Reo veel en veel te zwaar voor deze kwetsbare locatie. Bovendien is de nieuwe bestemming gemengd niet passend, althans risicovol voor de toekomst, omdat in beginsel dan ook andere dan maatschappelijke functies daarin kunnen worden ondergebracht. c. Reclamanten verzetten zich tegen de gevolgde procedures. Volgens hen is de keuze voor de bouw van een gemeenschapshuis op het hoornwerk geen democratisch proces geweest. De mogelijkheid om te kiezen voor een bepaalde locatie is nergens breed publiek gemaakt, niet in de plaatselijke pers, niet via algemeen toegankelijke media, niet huis aan huis, niet persoonlijk en niet via plakkaten. De selecte groep mensen die is uitgenodigd voor de stemming is gerekruteerd uit de potentiële gebruikers van Vidi Reo, leden van bepaalde groeperingen en buurtbewoners. Volgens reclamanten hebben de aanwezigen zich uitgesproken voor De Bleek. Dit staat volgens reclamanten ook op het kaartje in het Dorpsplan. d.

Reclamanten betreuren ten zeerste dat de gemeente Oss geen voorontwerpbestemmingsplan heeft gemaakt en afgezien heeft van het volgen van een inspraakprocedure (de uitgebreide Wro-procedure), hoewel de gemeente volgens eigen zeggen de vrijheid daartoe heeft. Te meer daar er ool< een groot gebrek aan transparantie is met betrekking tot bezetting, vergaderdata en verslagen van gemeentelijke adviescommissies op het gebied van welstand en cultuurhistorie, wekt het niet volgen van een inspraakprocedure de indruk dat er niet, althans onvoldoende zorgvuldig wordt omgegaan met elders in het land gebruikelijke procedures van burgerparticipatie. e. Er is op het op het laatste moment en op uitdrukkelijk verzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een gebiedsvisie gemaakt die aan alle kanten rammelt, rnaar toch als uitkomst geeft dat alles voigens de regels passencl is. De gebiedsvisie is op vele punten foutief, onduidelijk en deels ondoorgrondelijk. Zo wordt gesteld: De ingreep behelst naast het inpassen van het gebouw het opnieuw vormgeven en zichtbaar maken van dit deel van de vesting. Dit willen we en de vesting en een graag op een manier doen die past bij 5.1.2e aantrekkelijke aanvulling vormt op de bestaande kwaliteiten. Uit niets irì de verdere toelichting blijkt wat bedoeld wordt met het opnieuw vormgeven en zichtbaar maken van dit deel van de vesting.

De vesting moet voigens reclamant juist niet opnieuw vormgegeven worden, maar eerder geconserveerd en beschermd. De referentiebeelden en ontwerpschetsen waarbij sprake is van een fors bouwvolume dat door een overdreven hoge aarden wal heen steekt, doen het . Het vormt een grote ergste vermoeden. Dit past juist niet bij 5.1.2e aantasting daarvan. Reclamant betwist of het optrekken van een gebouw van 1.500 m2 verbetering in de huidige situatie brengt en de vesting zichtbaar en beleefbaar moet maken. f. Volgens de gebiedsvisie zullen er naast de bestaande parkeerplaatsen op de Beneden Bleek nog 45 extra parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Het parkeerterrein zal dan om het oude centrum te ontzien ontsloten moeten worden via een nieuw aan te leggen weg die aftakt van de Maasdijk. Dit is volgens reclamanten een aantasting van het kwetsbare, nog relatief intacte gebied. Zij wijzen ontsluiting via een aftakking vanaf de Maasdijk dwars door de noordelijke flank van het Hoornwerk dan ook resoluut af, en wel om cultuurhistorische redenen; aantasting van het Beschermd Stadsgezicht, in het bijzonder van het Bovenste Hoornwerk. g. Reclamanten betwisten de inhoud van de paragraaf Welstandbeleid van de toelichting van het bestemmingsplan. Zij menen dat er naar de gewenste eindconclusie wordt toegeschreven en dat er onterecht wordt gesteld dat het plan past in het welstandsbeleid.

Reclamanten wijzen op het volledig ontbreken van verslagen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, waarvan de vergaderingen openbaar dienen te zïjn en er bovendíen een verslagplicht is. h. Reclamanten stellen dat in de paragraaf Landschap onterecht wordt gesteld dat het plan uitvoerbaar met betrekking tot dit aspect. Er staan volgens hen foutieve aannames in. Fout is de veronderstelling dat we bij het Bovenste Hoornwerk te

Pagina 5 van 18

maken hebben met een middeleeuwse (sici) vesting, want hij is opgeworpen in de vroege jaren 20 van de zeventiende eeuw. En ook de laatste zin is pertinent onjuist: Het beeld van de oorspronkelijke situatie van een vestingstadje aan de Maas wordt juist niet versterkt door de bouw van een fors volume op het open, groene binnenterrein van het hoornwerk. De suggestie die de spaarzarne schetsen en referentiebeelden onder hoofdstuk 3, p.25 en 26 tonen, doen het ergste vrezen. De wal keert ter plaatse van de nieuwbouw weliswaar terug, maar in wat voor cyclopische omvang? Het hoornwerk was oorspronkelíjk omzoomd door een manshoge wal, zeker niet hoger dan 2 tot 2,50m. En daar staken geen gebouwen uìt. De schetsen gaan uit van een wal van 5,5 tot 6 meter, met een maximaal toegestane bouwhoogte van 8,5 m. Daarmee wordt de beschouwer op het verkeerde been gezet, het beeld van de oorspronkelijke situatie wordt dus allerminst versterkt, maar eerder vervalst. De toetsing op het vlak van cultuurhistorie wordt volgens reclamanten wederom toegeschreven naar een gewenste eindconclusie. Reclamanten betwisten: 1. Met voorliggend plan wordt het Bovenste Hoornwerk als ontbrekende schakel van de vestinggordel benut 2. Door het toevoegen van een publieke functie in het gebied wordt de eenheid van het stadsgezicht versterkt 3. Het gemeenschapshuis wordt toegevoegd als groene wal in het gebied.

Daarmee blijft de verschillende identiteit van het gebied behouden. Met de komst van het gemeenschapshuis wordt het terrein wederom publiek toegankelijk en kan het terrein op een duurzame wijze in stand worden gehouden. 4. De huidige contouren van het hoornwerk worden ais gevolg van het plan geaccentueerd en versterkt. Het binnenterrein blijft, gelijkwaardig met de oorspronkelijke structuur, een open terrein. Ge!et op het voorgaande wordt voidaan aan de regels uit het vigerende bestemmingsplan. Het plan leidt volgens reclamanten niet tot bescherming of conservering, zoals in het aanwijzingsbesluit als verpiichting met betrekking tot het op te stellen bestemmingsplan is opgedragen, maar tot aantasting. Met het bouwen van een dermate groot gebouw en het opwerpen van een voor een eenvoudig hoornwerk onvoorstelbaar hoge wal wordt het verhaal van de vesting a!lerminst zichtbaar en beleefbaar gemaakt. Reclamanten stellen dat er alleen geld gereserveerd is voor de bouw van een nieuw Vidi Reo. De kosten voor het uitvoeren van de gebiedsvisie, i.c. een behoedzame reconstructie van de omwalling, het herstel van het beeld van de vesting, zijn daarin niet opgenomen. De totale kosten van het plan be!open vo!gens reclamanten op dit moment volgens een uitspraak, op 11 januari 2024 door de verantwoordelijk wethouder gedaan in de commissie Ruimte, 5.1.2f euro.

Gezien de momenteel steeds stijgende bouwkosten, de te verwachten krapte van de overheidsfìnanciën in de nabije toekomst en de beperkte houdbaarheid van het huidige college van B&W, is het dus maar zeer de vraag of er na de bouw van Vidi Reo überhaupt nog sprake zal zijn van het uitvoeren van de gebiedsvisie. Rec!amanten wijzen het idee van een gefaseerde uitvoering van het plan af, omdat de kans volgens hen groot is dat er na de realisatie van een detonerend gebouw zonder context geen geld meer is voor de herinrichting van het hoornwerk. Reciamanten verzoeken om rekening te houden met hun bedenkingen en bezwaren, het ontwerpbestemmingsplan in te trekken en op zoek te gaan naar een minder kwetsbare, . centraler gelegen locatie buiten het Beschermd Stadsgezicht 5.1.2e Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingeri in bestemmingsplan De zienswijze leidt een aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad a. Zie hoofdstuk VI thematische beantwoording Beschermd stadsgezicht / Cultuurhistorie

Pagina 6 van 18

b. Het mogeiijk maken van meerdere functies binnen een bestemming is de gebruikelijke manier om enige flexibiliteit te houden qua gebruik van het perceel. Dit voorkomt dat er voor elk gewijzigd gebruik planprocedures moeten worden opgestart. De mogelijkheden binnen de gebruikte bestemmingen zijn vergelijkbaar met de beoogde functie van een gemeenschapshuis. De 1500 m2 bouwperceel is het aantal maximaal te realiseren m2 vloeroppervlak. Doelstelling is om het vloeroppervlak zo beperkt mogelijk te maken. Het vloeroppervlak van het voorontwerp van het gebouw is 1361 m2. Doelstelling is om dit nog naar beneden te brengen. Wat betreft het hoornwerk: dit perceel is circa 10.000 m2 groot waardoor er met het gebouw in een aarden wal nog steeds het gevoel van openheid zal worden ervaren. c. Zie hoofdstuk vI. thematische beantwoording Locatiekeuze / procedure d. Ons beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om af te zien van inspraak. Dit wordt de afgelopen jaren consequent toegepast. Dit is overigens ook een trend bij andere gemeenten. Wij ziin van mening dat er voor dit plan ruim voldoende burgerparticipatie heeft plaatsgevonden in de vorm van o.a. de uitgebreide omgevingsdialoog die in paragraaf 9.1 van de toelichting van het bestemmingsplan staat beschreven. e. Zie de hoofdstuk VI.

thematische beantwoording Beschermd stadsgezicht / Cultuurhistorie. Overigens delen wij de kwalificatie van reclamanten over de Gebiedsvisie niet. f. Zie hoofdstuk vI. thematische beantwoording Parkeren g. Dit project wordt beoordeeld door adviesteam omgevingskwaliteit en de erfgoedcommissie. De vergaderingen van het adviesteam omgevingskwaliteit en de erfgoedcommissie zijn openbaar. De agenda en de verslagen zijn niet openbaar, maar wel opvraagbaar. De verslagen van het adviesteam omgevirigskwaliteit en de erfgoedcommissie zijn als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. h. De reclamanten hebben gelijk wat betreft de omschrijving middeleeuwse vesting, dit is aangepast in de toelichting. Het betreft een vesting uit de vroeg 16de eeuw. Zie hoofdstuk VI. Thematische beantwoording landschap ì. Reclamant deelt een andere mening wat betreft ontwerpuitgangspunten. Het gebied wordt niet gereconstrueerd maar de historische beleving wordt teruggebracht. Zie hoofdstuk VI thematische beantwoording Beschermd stadsgezicht/ Cu!tuurhistorie en !andschap. j. Wij zien het belang van reclamant op dit aspect niet. De benodigde middelen voor dit project zijn gereserveerd en waar er aanvullende míddelen nodig zijn, zal er als eerst gekeken worden naar mogelijke bezuinigingen. Ook zal er gezocht worden naar mogelijkheden wat betreft subsidies en regelingen.

Zienswiize 3 Samenvatting zienswijze . Het huis is een gemeentelijk Reclamant heeft in 2012 het huis gekocht in 5.1.2e monument uit het jaar 1798. Een pand wat hee! opvallend en kenmerkend is voor de omgeving. Ook de brug heeft de uitstraling dat het op een afstand één geheel vormt met het huis. Vanuit het zicht vanaf de Boven- en Onder Bleek is dat duidelijk te zien. Volgens reclamant heeft de makelaar bij de aankoop aangegeven dat het uitzicht op de dijk en de gracht invloed hebben op de aankoopprijs. Reclamant is in principe niet tegen de realisering van het gemeenschapshuis op het Hoornwerk. Dit gemeenschapshuis komt zeker ook ten goede aan de leefbaarheid van 5.1.2e De situering van het gebouw zal het uitzicht voor 50% verminderen. Er is namelijk geen zicht meer op het Hoornwerk en geen zicht meer op de dijk. Een weids uitzicht met alleen maar groen en een klein gedeelte parkeerplaats gaat hierdoor veranderen in een wal met een lang gerekt gebouw met een hoogte van 5.50 /8.50 meter hoog. a. Reclamant vraagt om het gebouw wat meer naar het oosten te verplaatsen zodat het verlies aan uitzicht gereduceerd zal worden naar 30%, Zodat er nog een klein gedeelte van de Maasdijk kan worden waargenomen en het terras daardoor ook wat verder van de brug af komt te liggen. Reclamant stelt voor om het bouwb!ok te verplaatsen ter hoogte van het kleine gebouwtje (de vroegere kassa van het

Pagina 7 van 18

b. c.

d. e.

f.

g.

voetbatveld). Reclamant geeft aarì dat woongenot minder wordt en de waarde van de woning zal dalen. Reciamant vraagt zich af of de brug die Doolhof met De Bleek verbindt gehandhaafd blijft als wandel- en fietspad. In het bestemmingsvlak ziet reclamant bebouwing en een bouwblok maar ook een gedeelte wat als terras beschreven staat. Is het in de toekomst dan mogelijk dat daar een overkapping of andere serre achtige materialen gebruikt mogen gaan worden? Waaruit bestaat de aarden wal? Zand, gras of andere begroeiing en hoe hoog wordt die? Om een aantal zaken goed te kunnen beoordelen wil reclamant een landschappelijk inrichtingsplan zien waarin duidelijk is aangegeven hoe het hele gebied wordt ingericht en aangeplant en wat dan ook onderdeel uit gaat maken van het bestemmingsplan. Reclamant vraagt of er een geluidsrapport is opgesteld waarin het geluid van parkeren (intensiever en andere tijdstippen), terras, muziek, evenementen etc. zijn beschreven en wat dat betekent voor de geluidsbelasting op de gevels van woningen. In het bestemmingsplan staat dat het beoogde gebouw ca 1.355 m2 en om enige uitvoeringsvrijheid 1.500 m2 groot mag worden, waarvan 30% (ruim 400 m2 8.50 meter hoog mag worden. Voor de aanwonenden van de Doolhof (Zuidzijde) is dat veel te veel erì te hoog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=582226ed-3d47-4946-9998-e3352a7328db