05 Brief over zienswijze indienen op een omgevingsdocument_geanonimiseerd
Tekst van het document
Blz 212: Hoofdstuk 10 “Mitigerende maatregelen zijn de opties die een initiatiefnemer heeft om (negatieve) effecten tijdens de aanleg- of gebruiksfase te beperken of te voorkomen.” De planMER geeft in haar beschouwing geen enkele informatie hoe de bijzonder complexe mitigatie inhoud kan worden gegeven in de geluidbeheersing. Eerder heeft de steller in de zienswijze al aangeven welke dilemma's dat meet zich meebrengt. Van de complexe berekening va de berekende belasting achteraf, naar de onpartijdige deskundige beoordeling, via onpartijdig en vastgestelde bevoegdheden tot mitigatie, naar de onpartijdige en deskundige verwachting in de toekomst om de mitigatie te realiseren, m.d.v. ALS dat al überhaupt mogelijk is . Voor bestuurders en handhavers een mission impossible, zoals een decennium al werd vastgesteld door de Inspectie van Min VROM. Dit is daarmee een dusdanig theoretisch model, dat serieuze aandacht op die, in de praktijk onhaalbare situatie, als wensdenken moet worden bestempeld. Daarom zet iedere beschouwing de bestuurder/lezer op het verkeerde zet, zolang het vermelde in de eerste zin hen niet heeft bereikt met een adequaat onderzoek en haalbare en democratisch acceptabele aanbevelingen voor de uitvoering. Dat is in dit hoofdstuk niet het geval en daarom is het niet verder beschouwd, op een enkel cruciaal onderwerp na.
Dat geheel is te onacceptabel “Het gaat bijvoorbeeld om het werken met elektrisch materieel om stikstofdepositie te voorkomen of het toepassen van een stilstand voorziening tijdens de schemering om aanvaringsslachtoffers door windturbines onder vleermuizen te beperken.” Door de planMER ten onrechte in te richten op 47 dB Lden met mitigerende maatregelen maakt de opsteller de planMER afhankelijk van de (structurele) toepassing van die maatregelen, terwijl de garanties voor de toepassing daarvan feitelijk onmogelijk zijn, evenals de handhaving. Dat is door de inspectie van VROM al vastgesteld maar pas jaren later aan het licht gekomen. Door dat hier niet te vermelden wordt de bestuurder/lezer daar niet op gewezen en ontstaat een gemis dat ook niet wordt hersteld in de vervolgtekst. Daarmee is een goede oordeelvorming niet mogelijk. Dat is onacceptabel. “10.1 Te vermijden aspecten” De planMER geeft geen inhoud aan de onpartijdige en ook bevoegde borging van de mitigatie, terwijl dit het belangrijkste onderdeel van de maatregelen is. Daarnaast wordt geen inzicht gegeven in de methoden en technieken om vast te stellen dat mitigatie noodzakelijk is. Volgens de Inspectie van met v.m. Ministerie van VROM is dat ook niet mogelijk evenals de handhaving en sanctionering. Het is waarschijnlijk een papieren genoegdoening die n de praktijk niet kan functioneren.
Juist hier wreekt zich de partijdigheid van de opsteller door dat in het geheel niet te behandelen. Door dat niet te doen 54
blijft het een papieren exercitie waarbij de bewoners worden geschaad of kunnen/zullen worden geschaad. Dat is onacceptabel. Blz 216: “10.4 Mitigerende maatregelen veiligheid” Hier wordt een uiterst belangrijk onderwerp niet besproken. Dat onderwerp is calamiteiten. Onder calamiteiten wordt verstaan dat een of meerdere windturbines ernstig worden beschadigd of worden vernietigd. De situatie die dan ontstaat zal een enorm verspreidingsgebied van depositie met zich meebrengen dat de provinciegrens zal overstijgen. Dat zal een grote mate van besmetting en afvaldeeltjes met zich meebrengen waarvan de opruimactie extreem kostbaar zal zijn, om verontreiniging van de bodem, oppervlaktewater en alle mogelijke opstallen, voer- en vaartuigen, vee en gewassen, natuur en recreatie in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Die kosten worden op meer dan 5.1.2f ingeschat door experts. Dat stelt meteen de behoefte van een waarborgfonds om die situatie het hoofd te kunnen bieden. De planMER gaat daar niet op in. Dat betekent dat indien een dergelijke situatie zich voordoet zonder waarborgfonds, een faillissement waarschijnlijk is en de kosten worden afgewenteld naar de gemeenschap. Daar komt bij dat de molenaarswoningen tevens betrokken worden in dat faillissement. Dat is niet met de gemeenteraad gedeeld en ook niet opgesloten in de voorwaarden, maar behoort wel in de planMER thuis.
Door dit niet te doen wordt de bestuurder/lezer, maar in dit geval ook het bevoegd gezag, onvoldoende voorgelicht en ontstaan gevaren voor de gemeenschap die in de planMER en het Ontwerp Programma niet zijn onderkend. Dat is onacceptabel. “Afstemming met Defensie is nodig om te bepalen wat de mogelijkheden zijn.” Daar is een planMER nota bene op ingericht en dit onderzoek lijkt toch een van de meest simpele. Dit kan namelijk ook tot onmogelijkheden in de beoordeling van de varianten leiden. Door dat niet te doen blijft het onderzoek afwezig en wordt de bestuurder/lezer onvoldoende geïnformeerd, met een potentieel utopische situatie geconfronteerd en kan geen oordeel vormen. Dat is onacceptabel. “de gevolgen voor het eventueel verplaatsen van vliegbewegingen door Defensie ten behoeve van windturbines, zoals verplaatsing van geluidhinder, zijn niet onderzocht in dit planMER, maar kunnen wel een gevolg zijn van de mitigerende maatregel” Opnieuw geen simpel onderzoek, dit planMER blinkt daar inmiddels in uit. Welke mitigerende maatregel de verplaatsing van de vliegbewegingen van Defensie kan veroorzaken blijft ook onduidelijk. Uiteindelijk bepaalt Defensie dat zelf, vandaar dat het oefengebied heet.
Weer wordt de bestuurder/ lezer geconfronteerd met ontbrekend onderzoek en dito informatie, ook hier valt geen oordeel te vellen en wordt volstaan met utopische situatieschetsen die in Grimm niet zouden misstaan. Dit behoort echter een professionele rapportage te zijn, gegeven van die situatie is dit ronduit onacceptabel en zeer teleurstellend. “ voor de plaatsing van windturbines nabij risicobronnen en risico-ontvangers moet rekening worden gehouden met wettelijke afstandseisen.” De bestuurders/lezers worden in het ongewisse gelaten over de risicobronnen en -ontvangers. Er ontbreekt een limitatief overzicht en er wordt volstaan met enkele indicaties. Daardoor is het voor de lezer niet volledig en oncontroleerbaar, terwijl dit een belangrijk onderwerp is. Daarom is het niet acceptabel. “Een risicoberekening moet aantonen dat de toename van het veiligheidsrisico acceptabel is. Hiermee kunnen negatieve effecten wegens overschrijding van een adviesafstand gemitigeerd worden tot neutrale effecten.” De risicoberekening blijft in de planMER achterwege, hoe de neutralisatie van de effecten tot stand komt, wordt ook niet duidelijk. Door dat niet te behandelen blijft de bestuurder/lezer in het ongewisse over een belangwekkend onderwerp en kan geen oordeel vellen. Dat is niet acceptabel. 55
“De geluid- en slagschaduweffecten van een windturbine zijn als volgt te mitigeren: - met het toepassen van een geluid reducerende modus (een stillere windturbine) en/of toepassing van een nachtmodus kan geluidhinder verminderd worden.” Hier dient zich en duivels dilemma aan dat zorgvuldig onbesproken blijft. Aangezien de norm een jaarnorm is kan de geluidsreductie pas na een jaar worden voorzien, maar dan alleen maar achteraf en op een zeer gecompliceerde manier die ook nog eens discutabel zal zijn. Het geeft ook nog eens geeft geen garantie voor het jaar dat nog gaat komen. Op die manier is geen enkele zekerheid te geven over nut en noodzaak. Daar komt bij dat de eigenaren niet erg meewerkend zullen zijn, aangezien de mitigatie ten koste gaat van de productie en daarmee de winst. Dat betekent dat er een separate en onpartijdige instantie ingeschakeld zal moeten worden, om dit evenwichtig en met bevoegdheid tot het instellen van mitigatie uit te voeren. De vraag is hoe een dergelijke maatregel in de praktijk kan en zal worden uitgevoerd. Dat gaat niet gebeuren en het blijft een louter theoretisch verhaal dat elke realiteitszin mist. De Inspectie van vm. VROM oordeelt dat ook. Het betekent in de praktijk dat de omwonenden tot 50 dB Lden moeten accepteren hetgeen betekent dat de 10-voudige hoeveelheid lawaai op hun gevel wordt geaccepteerd door mister planMER en de colleges.
Dit vindt plaats terwijl het college in Oss maximaal 42 Db Lden accepteert, dat is ongeveer 10 keer minder dan 50 dB Lden. Door dat niet te behandelen blijft dit een papieren exercitie, wordt de praktijk met 3 dB Lden verhoogd en wordt de bestuurder/lezer onterecht niet op het spoor gezet van het duivelse dilemma. Dit in onacceptabel maar typeert ook de belangen van de opsteller die dit bewust onvermeld laat. Dat laatste is eveneens onacceptabel maar doet zich herhaaldelijk voor en wekt daardoor ook telkens meer wantrouwen. “In tabel 10.4 is inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn bij het toepassen van 3 dB mitigatie voor de verschillende geluidnormen op het aantal geluidgevoelige gebouwen en overige objecten.” Er wordt in de tabel geen resterende aantallen genoemd (of totalen). Daarmee is de tabel voor meerdere uitleg vatbaar en ongeschikt voor een bestuurder/lezer als vergelijkingsmateriaal, terwijl het eenvoudig zou zijn om wel weer te geven. Daar komt bij dat de tabel een extra kolom had behoren te bevatten, met aldaar de 39 dB Lden norm, die zou immers overeenkomen met de norm van de gemeente Oss (42 dB -/- 3 dB mitigatie = 39 dB Lden). Daarmee wordt de lezer kritieke informatie volledig onthouden en ook op het verkeerde been gezet door ontbrekende inhoudelijke informatie.
Dat is volstrekt onacceptabel Blz 218: “BEVINDINGEN VOOR VERDERE BESLUITVORMING” De bevindingen vormen een directe relatie met de varianten en de daarin opgenomen foutieve normen. Het heeft daarom geen zin om dit hoofdstuk te beschouwen aangezien dit een gevolg is van diezelfde foutieve normen. Dat is dus ook niet gebeurd. Blz 230: “RUIMTELIJKE PRINCIPES INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING” Naderhand heeft het team dit hoofdstuk ‘babbelhoofdstuk’ genoemd. Het heeft de functie van kralen en spiegeltjes ten tijde van de missionarissen. De bewoners worden bijvoorbeeld enerzijds geconfronteerd met 10 keer zoveel lawaai gemiddeld op de gevel, verkrijgen slaap en concentratieproblemen naast hart- en vaataandoeningen ook een lagere levensverwachting maar krijgen daar een klompenpad voor terug. Hoe bevoogdend is nog acceptabel colleges? Dit is een belediging voor de inwoners. “Niet alle ruimtelijke principes zijn relevant om te beschouwen in het planMER.” Welke principes niet relevant zijn gebleken en waarom dat zo is, wordt niet behandeld. Daarmee krijgen de bestuurder/lezer onvoldoende informatie voor de controle en afweging en kan geen oordeel vormen. Dat is niet acceptabel.
56
Blz 240: “BESCHOUWING KANSEN EN AANDACHTSPUNTEN RUIMTELIJKE PRINCIPES” De beschouwing vormt een directe relatie met de varianten en de daarin opgenomen foutieve normen. Het heeft daarom geen zin om dit hoofdstuk te beschouwen aangezien dit een directe relatie vormt met de foute varianten. Beschouwingen die daarop zijn gebaseerd zijn dus ook fout zolang er geen varianten worden gepresenteerd die aan de normen voldoen. Dat is dus ook niet gebeurd. Blz 254: “Dit VKA is door de gemeenten opgesteld.” En “De keuze voor het VKA is opgenomen in het programma” De opsteller vermeld niet welke raadsbesluiten of collegebesluiten en de behandeling daarvan in de gemeenteraden tot deze besluiten heeft geleid. Dat kan ook niet want de VKA is in de gemeente Oss nog niet besloten of vastgesteld door de gemeenteraad. Voor een bestuurder/lezer is hier geen voorstelling van de maken. Door het niet te behandelen laat de opsteller de lezer in de veronderstelling dat hier democratische besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dat (b)lijkt echter niet het geval. Dat is volstrekt onacceptabel. “Om tot een voorkeursalternatief (VKA) te komen is door de gemeenten een intensief participatieproces georganiseerd.” Dit is onjuist. Zoals ook eerder en uitgebreide aangegeven, is hier geen sprake geweest van een participatietraject maar hoogstens een eenzijdig informatietraject.
Door dit niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer onvolledig geïnformeerd en kan geen adequaat oordeel opbouwen. Dat is niet acceptabel. Daarnaast wordt geen inhoud gegeven het beoogde en vastgestelde proces, zoals bijvoorbeeld weergegeven in het variantenrapport H+N+S van aug 2023: “”De inbreng van belanghebbenden wordt gebruikt om zo zorgvuldig mogelijk afwegingen te maken en tot een voorstel voor één voorkeursalternatief te komen. Het voorstel voor de afweging en het concept voorkeursalternatief worden gemaakt door de gemeente ’s-Hertogenbosch en gemeente Oss, hierbij ondersteund door de betrokken bureaus. Dit voorstel wordt tijdens de totstandkoming besproken met de belangenvertegenwoordigers en voorgelegd aan bestuurders en politiek van de beide gemeentes. Hierbij komt ook aan bod in hoeverre aan de vanuit de politiek meegegeven kaders voldaan wordt en of er aanpassing nodig is” “Met al deze inbreng is door de gemeenten gekomen tot voorliggend VKA.” Dat is onjuist voor de gemeente Oss. Er is solitair een VKA door het college bepaalt. Dat heeft plaatsgevonden buiten het proces en ook geen separate consultatie of behandeling gekregen, zoals in de andere varianten van het proces. De gemeenteraad is buiten de besluitvorming gehouden en alleen op hoofdlijnen geïnformeerd.
Een behandeling van de VKA is weliswaar toegezegd aan de gemeenteraad, maar de uitgifte van planMER en Ontwerp Programma heeft eerder plaatsgevonden. Hierdoor is er geen sprake van democratisch gecontroleerde en bevestigde besluitvorming in planMER en Ontwerp Programma. Beide programma's zijn daardoor voor publieke beschouwing als onderdeel van het besluitvormingsproces voor de gemeente Oss nietig. Dat is volstrekt onacceptabel. “Deze paragraaf beschrijft eerst de bestuurlijke uitgangspunten van de gemeenten en de provincie. Vervolgens worden de afwegingen die door de gemeenten zijn gemaakt om te komen tot het VKA uit het planMER en de overige onderzoeksrapporten die relevant zijn bevonden voor de afweging beknopt toegelicht. In het programma Duurzame Polder zal door de gemeenten een volledige motivering van de keuze voor het VKA worden opgenomen.” Hier worden vier stappen ineen genomen. De vragen die beantwoord behoren te worden in de planMER is de aanleiding, de afweging, het besluit en de waarom vraag van dat besluit. Door dat niet te doen wordt de bestuurder/lezer niet voldoende geïnformeerd over een van de meest kritische onderdelen van de planMER. Dat is onacceptabel. 57
De volledige motivering van de keuze is niet opgenomen in het Ontwerp Programma, dat betekent dat in het Ontwerp Programma een essentiële schakel niet is opgenomen en daarmee de planMER definitief niet legitimeert. Daarmee is de planMER niet legitiem tot stand gekomen. Dat is volstrekt onacceptabel. Blz 255: “Bestuurlijke uitgangspunten” Hier ontbreekt het wettelijk kader inclusief het Unierecht als onderdeel, ook de zorg voor het milieu en de inwoners wordt niet genoemd als uitgangspunt. Eigenlijk wordt deze paragraaf alleen gebruikt om van ist naar soll te redeneren, een doelredenatie dus. Een soll die niet onder democratische controle is ontstaan en ook onjuist en/of onvolledig weergegeven. Cruciale informatie wordt de bestuurder/lezer wederom zorgvuldig onthouden, waardoor het opmaken van een oordeel feitelijk onmogelijk wordt. Daarmee wordt niet alleen de inhoud geweld aangedaan maar ook het vertrouwen. Dit is volstrekt onacceptabel “Voor de maximale toegestane geluidsbelasting op woningen sluiten de gemeenten daarom aan bij de landelijke wettelijke normen die naar verwachting in 2025 worden vastgesteld. In het geval er toch geen landelijke geluidsnormen worden vastgesteld, hanteren de gemeenten voor de woningen een streefwaarde van maximaal 45 dB Lden.
Een geluidsbelasting van maximaal 47 dB Lden is alleen toegestaan op basis van lokale afwegingen.” Zoals eerder aangegeven is dit de situatie die in de planMER wordt nagestreefd door de opsteller. Dit is echter niet de situatie die door een van beide gemeenteraden is besloten. In ieder geval in de gemeente Oss wordt de geluidsnorm gebonden aan het IWTT Windpark Elzenburg de Geer, daarin is 42 dB Lden de max. Door dit wederom zo stellig aan de lezer over te brengen geeft de opsteller de werkelijke intenties prijs en maakt zich ongeschikt als objectieve opsteller. De opsteller laat daarbij onvermeld dat de mitigatie de praktische waarden met 3 dB verhoogt waardoor inwoners geconfronteerd zullen worden met 10 keer zoveel lawaai op hun gevel dan de democratisch tot stand gekomen norm. De bestuurder/lezer wordt in het narratief van de opsteller steeds verder meegenomen in de manipulatie en is steeds minder tot oordelen in staat. Het lijkt erop dat de opsteller hier ook naar streeft gezien de herhaling en opbouw van het narratief. Dit is absoluut onaanvaardbaar en daarmee ook volstrekt onacceptabel.
“De energiedoelstellingen voor het VKA zijn als volgt: - Oss: in het Osse deel van de Duurzame polder wil de gemeente Oss 5.1.2f aan duurzame energie per jaar opwekken” Deze waarde is onjuist, zoals al eerder gesteld en betoogt voor herstel naar de restopgave van 2030 onder herziene voorwaarden van de gemeenteraden. Door dit te stellen houdt de opsteller onvoldoende rekening met de resultaten in 2030 en streeft daardoor naar een veel te hoge energieopwekking. De bestuurder/lezer wordt daar in het geheel niet over geïnformeerd en kan geen oordeel vellen vanwege de ontoereikende informatie, terwijl dat niet wordt beseft. Dat is onacceptabel. Blz 256: “Voor het programma Duurzame Polder zijn voor het gedeelte van het VKA-gebied in de gemeente Oss specifieke energieopbrengstberekeningen uitgevoerd om te onderzoeken of binnen het VKA-gebied de energiedoelstelling kan worden behaald.” Hier wordt de bestuurder/lezer in het ongewisse gelaten hoe die onderzoeken zijn uitgevoerd en welke conclusies op welke manier tot stand zijn gekomen. Daarmee is de planMER inhoudelijk niet controleerbaar en ook niet beoordeelbaar. Dat is onacceptabel “Technische en milieukundige randvoorwaarden” Hier ontbreekt de beoordeling van de gezondheidsgevaren en -risico's. Door dat niet te doen wordt een van de hoofdtaken van het bevoegd gezag genegeerd, althans niet behandeld. Daardoor is voor 58
de bestuurder/lezer geen goede afweging te maken in ieder geval geen volledige afweging en dus ook geen oordeel. Daarnaast is het ook niet controleerbaar. Dat is niet acceptabel “de hoogspanningsverbinding” De planMER en de VKA daarin, gaat nog uit van een enkele hoogspanningsleiding, terwijl binnen de planperiode een tweede hoogspanningsleiding waarschijnlijk wordt geplaatst. Door hier geen rekening mee te houden wordt het beoogde gebied aanzienlijk vergroot t.o.v. het in 2030 waarschijnlijk veel kleinere bruikbare gebied. Daarmee wordt de bestuurder/lezer een situatie voor geschilderd die waarschijnlijk veel te gunstig wordt voorgeschoteld. In ieder geval zijn de conclusies niet gebaseerd op de hierboven genoemde situatie, en daarmee onvolledig en waarschijnlijk onjuist. Dat is niet acceptabel. “De gemeenten zijn van mening dat het belang van de windturbines voor de energiedoelstellingen deze aantasting rechtvaardigt, op voorwaarde dat de wettelijke vereiste mitigatie en/of compensatie wordt uitgevoerd. Daarbij nemen de gemeenten in aanmerking dat er, indien nodig, mogelijkheden zijn voor een verplaatsing van de weidevogelgebieden en van het rusten foerageergebied voor ganzen- en smienten zonder onaanvaardbare afbreuk te doen aan het primair agrarische karakter van het gebied.
De provincie is in beginsel bereid medewerking te verlenen aan een dergelijke verplaatsing (mits voldoende onderbouwd door de gemeenten)” De opsteller vermeld niet waar die gemeentelijke mening uit blijkt. De gemeenten zijn inderdaad ervan overtuigd dat de duurzame polder kan leiden tot natuuraantasting, maar hebben hun oordeel laten afhangen van de planMER. Doordat de opsteller dit niet voldoende heeft gedaan (de belasting van de natuur in de verschillende varianten geconcretiseerd) zijn de gemeentebesturen niet tot het weergegeven oordeel gekomen. Sterker nog, de onvolledigheid van de planMER kijkt de opsteller nu direct in het gezicht, nu dit soort uitspraken onterecht als besluit worden gepresenteerd. Ook laat de opsteller onvermeld dat de belangrijkste onderdelen van het natuurbeheer niet onder het bevoegd gezag van de gemeenten vallen maar PS NB. Daarmee wordt de bestuurder/lezer onvolledig geïnformeerd, waardoor goede oordeelvorming niet mogelijk is. Dat is onacceptabel. Met de mogelijkheden tot verplaatsing van de gebieden wordt niet alleen een discutabel onderwerp ingebracht, dat niet wordt ondersteund door de harde conclusies uit ditzelfde rapport, maar hier wordt ook een voorschot genomen op besluitvorming waartoe de opsteller niet bevoegd is en het bevoegd gezag niet berust bij het gemeentebestuur.
Dat is een misleidende opstelling voor de bestuurder/lezer waardoor zijn oordeelvorming wordt vertroebeld. Dat is onacceptabel.
Blz 257: “Om die reden concluderen de gemeenten dat het belang van realisatie van de windturbines in de Duurzame Polder zwaarder weegt dan het belang van handhaving van een gedeelte van het laagvlieggebied.” Zoals eerder gesteld valt die conclusie niet te trekken door de gemeenten, omdat ze niet bevoegd zijn op een van de onderdelen van die conclusie. Door dit opnieuw op te nemen wordt de bestuurder/lezer in het laatste en cruciale gedeelte van de planMER opnieuw op het verkeerde been gezet. Dat is onacceptabel “Voor het VKA-gebied zijn diverse voorbeeldopstellingen ontwikkeld. Eén daarvan wordt als uitgangspunt gebruikt voor de analyse van de effecten van het VKA in paragraaf 14.3.” Zoals eerder uitgebreider aangegeven: Een van die opstellingen is pas ontwikkeld na het daartoe ingerichte proces in de gemeente Oss Daarmee is die variant niet onder democratische controle tot stand gekomen. Het betreft hier de voorkeursvariant. De lezer wordt hierover in het ongewisse gelaten, sterker nog de situatie wordt als geheel natuurlijk proces gepresenteerd terwijl dat niet het 59
geval is. Dat verhoudt zich niet met de realiteit en laat inmiddels een onderzoeksorganisatie achter de planMER zien die onvolledige informatie accepteert of voorstaat. Zie ook de situatie van H+N+S zoals vermeld bij blz 254. Dat geheel is volstrekt onacceptabel Blz 258: “Voor enkele aspecten zijn aanvullende onderzoeken en analyses uitgevoerd om de haalbaarheid van het gekozen VKA-gebied te onderzoeken. De resultaten van deze onderzoeken zijn in deze paragraaf verwerkt en bieden extra inzichten.” De opsteller maakt de aanvullende onderzoeken niet inzichtelijk en gaat ervan uit dat de door de opsteller verwerkte gegevens juist zijn. Door de informatie niet te verstrekken is het voor bestuurder/lezer niet mogelijk om de juistheid en volledigheid te beoordelen evenals de juiste en volledige verwerking daarvan in de paragraaf. Dat is onacceptabel. Blz 262: “Hier kunnen lokaal aardkundige waarden aanwezig zijn die worden aangetast door de windturbines. Het VKA is op dit aspect negatief (-) beoordeeld. Met geotechnisch onderzoek kan in beeld worden gebracht hoe de ondergrond ter plaatse van het Peelrandbreukenstelsel is samengesteld en opgebouwd. Aan de hand hiervan kan bepaald worden of de aardkundige waarden daadwerkelijk aanwezig zijn.” De aardkundige waarden worden verder iet behandeld en ook niet de reden waarom dit negatief wordt beoordeeld.
De relatie met infrageluid (gevoelig en zeer ver dragend in de bedoelde aardlagen) wordt niet behandeld en ook de potentiële aantasting wordt niet verduidelijkt. De bestuurder/lezer kan dit niet interpreten , niet controleren en dus ook niet beoordelen. Dat is onacceptabel. De planMER signaleert hier een noodzaak tot onderzoek maar geeft daar geen invulling aan, ondanks de ruim beschikbare tijd. Door dat niet te doen en de potentiële bedreigingen vanwege de aantasting niet weer te geven kan een bestuurder/lezer zich geen enkele voorstelling maken en dus ook niet tot een beoordeling komen. Dat is onacceptabel Dit is opnieuw een voorbeeld waarin de planMER faalt in het voldoen aan de doelstellingen. Dit neemt dusdanig structurele vormen aan dat de vraag ontstaat waarom de colleges dit onvoltooide stafwerk gereed achten voor uitgifte. De AWB en de ABBB leggen een zwaargewicht op de te betrachten zorgvuldigheid, Die zorgvuldigheid is in dit dossier niet betracht, in ieder geval zeer onvoldoende. Ook ontstaat de vraag welke professionaliteit ten grondslag ligt aan de projectorganisatie en de daarin opgenomen stuurgroep (beide wethouders maken deel uit van die stuurgroep), nu ook daar kennelijk geen sturing vanuit is gegaan. Dat de kosten inmiddels tot extreem niveau zijn gestegen geeft ook te denken hoe de beheersing van dei kosten zich verhoudt tot het professionele resultaat.
Een Stuurgroep is ook daarin geen Tuurgroep immers. Blz 265: “Het grondwaterbeschermingsgebied is een ‘schil’ rondom het waterwingebied met als doel de kwaliteit van het grondwater binnen het waterwingebied te beschermen.” Hier blijft achterwege welke invloed de turbines kunnen uitoefenen op die doelstelling. Dat zijn nogal wat potentiële bedreigingen, waaronder de voortdurende besmetting van fijnstof en gifstof. Door dat niet te doen slaat de opsteller een compleet hoofdstuk over en daarmee ook cruciale informatie voor de bestuurder/lezer, maar in dit geval ook de professionele organisaties, die verantwoordelijk zijn voor dit doel. Dit is werkelijk onbegrijpelijk dat de planMER daar in het geheel niet in voorziet. Naast de vele publicaties en wetenschappelijke rapportage van specialisten, is dit onderwerp vele malen ter sprake gekomen in de politiek en bij de wethouders, wethouders die ook zitting nemen in de stuurgroep. Het gaat hier om de primaire zorg voor de gezondheid, de hoofdtaak van het gemeentebestuur, hier projectmatig in handen gelegd van twee wethouders. De vraag is wat er nog wordt bestuurd, nu dit soort cruciale bedreigingen onbehandeld blijven in een daartoe opgerichte organisatie en de voorliggende planMER door beide colleges als acceptabel resultaat wordt gezien. 60
Dit (tezamen met de extreem vele andere onacceptabele tekortkomingen) is zo volstrekt onacceptabel, dat de cruciale spelers in dit dossier zich zouden moeten beraden op hun functie hierin. Blz 266: “14.3.3 Natuur” In tegenstelling tot de overige aspecten, is hier het bevoegd gezag (voornamelijk) Provinciale Staten. Het ontbreekt echter aan een beschouwing van de (on)mogelijkheden die PS voorzie. Door dat niet te behandelen, wordt de bestuurder/lezer niet meegenomen in de werkelijke problematiek, kan zich geen volledig beeld vormen van de situatie en dus ook geen oordeel. Dat is niet acceptabel. Blz 273: “Deze zijn weergegeven op afbeelding 14.18. Waardenburg Ecology stelt dat realisatie binnen deze gebieden vanuit ecologisch perspectief onwenselijk is.” Dit lijkt een belangrijke aanwijzing voor nader onderzoek. Niet voor de planMER. De harde conclusie van een professionele speler wordt voor kennisgeving aangenomen en de planMER gaat door met haar eigen doel door de stelling zonder nader onderzoek of interpretatie te vertalen naar een leesteken in een tabel. Dit is weer een voorbeeld van professioneel bevooroordeeld gedrag. De bestuurder/lezer wordt hierdoor niet voorzien van de juiste informatie en voldoende diepgang ontbreekt voor een oordeel. Dat is beide onacceptabel.
Blz 274: “Deze effecten kunnen optreden voor externe veiligheid, (defensie)laagvliegverkeer en voor waterkeringsveiligheid.” Hier wordt het hoofdstuk veiligheid beperkt tot twee aspecten van externe veiligheid. Daarmee ontstaan grote compleet lege beoordelingsgebieden, die op zichzelf al een gevaar betekenen voor de veiligheid, namelijk de onbehandelde aspecten in de planMER. De vraag ontstaat in hoeverre de professionele partner op dit gebied, de brandweer, is betrokken. Gezien de inhoud is die niet betrokken geweest, ook niet door de colleges. Daarmee wordt niet alleen ede lezer gevaarlijk onvolledig geïnformeerd, maar dient de planMER niet meer het hoofddoel, namelijk de cruciale en volledige informatie voor het bevoegd gezag om besluitvorming op te baseren en tot uitgifte over te gaan. Dit vertoont veel overeenkomsten met de kritiek die is geuit op blz 265. Dit is een dusdanig belang dat de gehele procedure (tezamen met de zeer vele andere onacceptabele aspecten) nietig dient te worden verklaard. Dit is immers evenzo volstrekt acceptabel. Blz 276: “Het VKA biedt namelijk ruimte voor windturbines in het laagvlieggebied.
Het gevolg is dat het overige gedeelte (buiten de VKA-begrenzing) van het laagvlieggebied intensiever gebruikt zal worden.” Dit is weer een voorbeeld van manipulatie van informatie, het VKA beperkt immers de ruimte van het laagvlieggebied in plaats van dat te bieden. Daarmee wordt de bestuurder/lezer op een verkeerd been gezet en geeft de organisatie blijk van vooringenomenheid en is bereid om dat met manipulatie te bereiken. “Het gevolg is” is een stelling die geen standhoudt. Dit gevolg kan bijvoorbeeld ook zijn dat de oefenwaarde zodanig vermindert, dat het onder de ondergrens van acceptatie voor Defensie wordt bereikt. Gezien de doelstellingen van Defensie voor de komende 25 jaar is die kans aanzienlijk. Vreemd genoeg geeft de planMER geen enkele indicatie over de gespreken die daarover met Defensie zijn gevoerd. De vraag ontstaat zelfs of die gesprekken wel hebben plaatsgevonden, nu er geen enkel resultaat is gehaald. Hoe dan ook met dit soort redenaties wordt een hoog wensgehalte bereikt maar blijft de realiteit het kind van de rekening en de bestuurder/lezer krijgt zelfs geen enkele reële clue. Een absoluut onacceptabele opstelling, dat door stuurgroep en colleges kennelijk niet wordt onderkent. Onacceptabel zowel voor de bestuurder/lezer, als het gebrek aan objectiviteit van de planMER als het onvermogen van stuurgroep en colleges om hier toezicht op uit te oefenen. 61
“. Als gevolg van plaatsing van windturbines in het VKA-gebied, zullen de laagvliegbewegingen zich naar verwachting meer concentreren tussen de noordgrens van het VKA-gebied en de Maasdorpen in het noorden.” Hier wordt een soort oorzaak-gevolg redenatie gebaseerd op niets ander dan waarnemingen uit een zeer beperkte periode in het verleden, terwijl de plan MER ingaat op een situatie vanaf 2030. De tekst speelt derhalve en grotere rol dan een te beperkte waarneming uit het verleden toelaat. De vraag hoe dit zich verhoudt met de ambitieuze plannen van regering en Defensie voor de nabije toekomst wordt niet beantwoord. Dit terwijl de media er vol van staan. Dit kan geen toeval zijn, de opsteller toont zich hier opnieuw een manipulist en beide colleges valt het niet op, althans ze gaan ongewijzigd over tot uitgifte . Tezamen met alle voorgaande kritische opmerkingen zet dit gehele planMER dusdanig onder druk dat van objectiviteit, transparantie en volledigheid niet meer kan worden gesproken. De planMER is daarmee als geheel dusdanig onacceptabel geworden en de invloed van de colleges afwezig, dat het zonde is van de daaraan bestede tijd voor het verkrijgen van een zienswijze. “Een hogere concentratie van vliegbewegingen in dit deel van het laagvlieggebied kan leiden tot aanvullende milieueffecten. Defensie kan hier echter geen kwantitatieve informatie over aanleveren.
In het planMER kan daarom geen effectanalyse en -beoordeling uitgevoerd worden. Deze paragraaf bevat dus slechts een kwalitatieve beschouwing over de te verwachten milieueffecten van de verplaatste vliegbewegingen.” De informatie van Defensie wordt niet inzichtelijk gemaakt. Daarnaast kan de opsteller, gebaseerd op zijn eigen gegevens van vliegwaarnemingen, de berekening zelf uitvoeren. Waarom dat niet gebeurt wordt niet verklaard en dus ook niet de motivatie waarom over wordt gegaan naar een louter kwalitatieve beschrijving. Door dat niet te doen, krijgt de bestuurder/lezer en geen inzage in de gevolgen daarvan voor de inwoners. Dat is onacceptabel. Blz 277: “Er is geen informatie over de frequentie, locatie en traject van de verplaatste vliegbewegingen” Er is geen sprake van verplaatste vliegbewegingen, wel van de wens om tot verplaatsing van vliegbewegingen te komen. Dat is iets geheel anders. Dit is geen nuanceverschil en duidt er weer op dat hier sprake is van manipulatie van gegevens waardoor bestuurders en lezers op het verkeerde been worden gezet. Dat is onacceptabel. Blz 278: “Er geldt wet- en regelgeving wat betreft geluidhinder waar Defensie zich aan moet houden.
Onder andere in de ‘Regeling minimum VFR1-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters’ en ‘Regeling beperking geluidhinder luchtvaart’ zijn voorwaarden opgenomen waar Defensie aan moet voldoen.” Dat daarmee de kans dat Defensie de gebiedsbeperking accepteert veel kleiner wordt, wordt niet behandeld door de opsteller. Evenmin wordt dit gerelateerd aan de vele gesprekken die met Defensie zijn gevoerd maar inhoudsloos aan de behandeling in de planMER voorbijgaan. Beide onderdelen brengen met zich mee dat voor de bestuurder/lezer geen oordeel kan opgemaakt. Dat is niet acceptabel. “Deze paragraaf bevat een samenvatting van de effecten van het VKA op de aspecten die zijn onderzocht voor het thema gezonde leefomgeving. Aanvullend is in oktober 2024 een advies uitgebracht door het Team Gezondheid, Milieu en Veiligheid van de Brabantse GGD ’en op onder andere het VKA en het conceptprogramma. Dit advies is opgenomen als bijlage XX. Deze adviezen voor door de gemeenten betrokken bij het vervolgproces. In hoofdstuk 15 zijn de voorstellen voor het vervolg die zijn aangedragen opgenomen.” Waarom wordt dit behandeld bij het vervolgproces en niet in de planMER, die daar nota bene voor is opgericht en ingericht en dat tot doel heeft, wordt niet duidelijk in dit hoofdstuk. Er komen wel 62
verschillende onderwerpen aan bod die haaks staan op de door de planMER gehanteerde uitgangspunten. Door dit niet te doen weerhoudt de opsteller de bestuurder en lezer van cruciale medische informatie en advies. Daarmee kan de bestuurder/lezer geen gewogen oordeel maken en de lezer krijgt onvoldoende inzicht in de medische noodzaak. Door de drift om zoveel onderzoeken en onderwerpen te verschuiven naar de projectMER ontstaat niet alleen een situatie van te beperkte reikwijdte van de planMER om bestuurlijk nog acceptabel te kunnen zijn, maar het laadt ook ogenschijnlijk enorme verantwoordelijkheden op de schouders van initiatiefnemers. Die zijn daar niet voor uitgerust, maar beschikken ook niet over de bevoegdheden van het gemeentebestuur om besluiten en maatregelen te nemen die op democratische wijze kunne worden gecontroleerd, daarnaast is hun belangrijkste prioriteit het maken van winst en vormen de doorgeschoven onderzoeken waarschijnlijk een te grote ballast waarvan het afbreukrisico moet worden vermeden. Dat daarmee een situatie wordt nagestreefd waarbij de belangrijkste besluiten genomen zullen worden door de initiatiefnemers, is niet alleen ongewenst maar ook gevaarlijk en verhoudt zich niet met de wet. Beide colleges lijken dat niet te doorzien, althans geven de planMER onaangepast uit.
Daarmee wordt inmiddels een wettelijk onacceptabele situatie gecreëerd in de planMER. Dat maakt de planMER als geheel onacceptabel. “Windturbines kunnen invloed hebben op de leefomgeving door onder andere de productie van geluid, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico of het knipperen van verlichting. Bewoners kunnen hier hinder van ondervinden. In paragraaf 7.5 van dit planMER is een kwalitatieve beschouwing op basis van literatuurstudie opgenomen. Het aspect gezondheid op zichzelf is niet kwantitatief beoordeeld.” De opsomming gaat voorbij aan de belangrijkste gezondheid bedreigende gevaren en risico’s, zoals laagfrequent geluid en fijnstof- en gifstof emissie. Dat komt ook niet terig als onderzoek, zelfs niet als onderwerp. Gezondheid is met literatuurstudie beschouwd, waaronder de zeer discutabele literatuur van het RIVM. Het GGD-rapport uit bijlage XX heeft bij de medische professionals een indruk achtergelaten die overeenkomt met de kwaliteit van deze planMER, de beoordeling daarvan is bijgevoegd bij deze zienswijze. Dat het aspect gezondheid op zichzelf niet kwantitatief is beoordeeld doet de deur dicht. De planMER heeft hiermee de maximale acceptatiegrens van de lezer overschreden. Dit kan niet meer als serieus worden gezien.
Daarnaast ontstaat de vraag wat de stuurgroep en beide colleges hebben gedaan met deze vooringenomenheid, daar waar ze onderzoeksresultaten hadden mogen verwachten. Dit mandaat ligt niet bij de planMER redactie immers. De allerbelangrijkste factor in de planMER blijkt een bagatel. Volstrekt onacceptabel en een gevaar voor de bevolking. Dit geheel is dusdanig onacceptabel geworden dat daarmee de voorliggende planMER als nietig moet worden beschouwd. Daarmee ontstaat ook de vraag in hoeverre de colleges deze planMER daadwerkelijk inhoudelijk heeft bestudeerd, alvorens het vrij te geven voor de openbaarheid. Dat geeft ook geen respect naar de bestuurder en lezer die voor het eerst met deze planMER wordt geconfronteerd. Hij/zij investeert veel tijd en moeite voor een te slecht product dat na herziening waarschijnlijk weer opnieuw en geheel moet worden doorgenomen. Blz 279: “het VKA-zoekgebied met mitigatie.” De mitigatie bedraagt maximaal 3 dB volgens de planMER. Helaas voorziet de planMER niet in de weergave van een geluidniveau van 39 dB. Dat is immers het resultaat van de in Oss geldende norm: 42 dB Lden -/- 3 dB = 39 dB. Door dat niet te doen kan de bestuurder/lezer zich geen goed beeld vormen van de situatie die ontstaat bij de besloten normen, en daarmee ook niet de afweging t.o.v. andere normen. Dat is niet acceptabel. 63
“In deze zone zijn de geluidgevoelige woningen en overige objecten geïnventariseerd.” Daarmee wordt voorbijgegaan aan de gevolgen voor die woningen binnen het plangebied, terwijl zich daar juist de 'worst case' voordoet, zoals op blz 282 wordt weergegeven. De geluidsbelasting die daarbij als acceptabele maatstaf is genomen vormt het tienvoudig van de in de gemeente Oss geldende norm voor alle gebouwen. Voor kritische gebouwen, zoals bijvoorbeeld kinderdagverblijven, wordt zelfs geen uitzondering gemaakt. Ook is er niet weergegeven hoeveel % van de woningen het betreft. De bestuurder/lezer kan daarop geen gegrond oordeel opbouwen. Dat is niet acceptabel. Blz 285: “In dit planMER is met behulp van de NSG-curve en Vercammen-curve een kritische afstand voor laagfrequent geluid berekend. Als de afstand tussen de woning en een windturbine groter is dan deze kritische afstand, is het risico op laagfrequent geluid aanvaardbaar klein.
Op basis van de NSGcurve is dan geen hoorbaar laagfrequent geluid te verwachten.” Beide berekeningen zijn onvoldoende voor een goed en volledig overzicht, daarnaast zijn beide methoden te kritisch beoordeeld door geluidspecialisten om als oordeel of beoordeling te kunnen dienen, ook omdat de varianten vanwege bodemgesteldheid en/of waterpartijen niet voldoende worden gewogen, de intentie van het geluid niet is beoordeeld en gewogen en de buikvorming niet wordt voorzien. Daardoor is deze methode onvoldoende om voor een IWTT van 26 windturbines te kunnen dienen in de harde en natte kleigrond, dat het onacceptabel is om daar normen en/of conclusie uit te trekken. Door dit niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer niet voldoende geïnformeerd, met name om de validiteit van de berekeningen, dat is niet acceptabel. Ook is het de vraag hoe planMER tot de veronderstelling dat het risico “aanvaardbaar klein” is zonder dat zelfs maar aannemelijk te maken. Dat vervolgens dit als norm wordt gehanteerd en daarmee wel zeer relevant, geeft het gebrek aan onderbouwing inhoud in de praktijk. Met alle gevaren en gevolgen van dien. Door dit volstrekt onbehandeld te laten kan de bestuurder/lezer niet controleren of de veronderstelling juist is en vervolgens als norm gebruikt kan/mag worden. Dat is onacceptabel en doet zich voor bij een van de belangrijkste onderwerpen voor gezondheidsschade.
Blz 289: “14.3.6 Samenvatting effectbeoordeling en vergelijking varianten” Deze tabel is het gevolg van een ontoelaatbare methode van uitvoering van de planMER, in bovenstaande kritiek is dat duidelijk gemaakt. De tabel kan niet worden gehanteerd vanwege die kritiek. Daarom is de tabel zelf niet van kritiek voorzien, maar wel onacceptabel. Blz 292: “Plaatsing van windturbines in het VKA-gebied heeft ook invloed op niet-maatgevende aspecten. Hoofdstuk 8 bevat een beschouwing op hoofdlijnen van de effecten van windturbines op deze aspecten. Specifiek voor het VKA bevat deze paragraaf een nadere beschrijving van de aandachtspunten vanuit deze aspecten. In het planMER kan nog geen alomvattende analyse worden opgesteld van alle niet-maatgevende, omdat voor bepaalde aspecten specifieke windturbineposities en/of een uitgewerkt plan voor de ontwikkeling van een windpark nodig zijn om een zinvol inzicht te verkrijgen.” De MER is gericht op de rapportage, dat vergt een oordeelvorming (zoals het subhoofdstuk ook als titel draagt) en geen "nadere beschrijving". Daarnaast zijn de weergegeven niet-maatgevend aspecten nog aan zienswijzen onderhevig (en staan ze niet vast). Door dat niet of onvoldoende te doen wordt de bestuurder/lezer onvoldoende geïnformeerd en is een totaaloordeel moeilijk of misschien wel onmogelijk. Dat is onacceptabel.
Het is niet verklaarbaar dat voor niet-maatgevende aspecten geen analyse kan worden uitgevoerd, terwijl voor de maatgevende aspecten dat wel kan, door van twee modellen en een gebied uit te gaan. De beschrijving die leidt ‘geen alomvattende analyse’, zou kunnen opgaan voor het bouwen van de turbines, maar niet voor de operationele fase. De opsteller maakt zich hiervan af door het geheel 64
door te schuiven naar de projectMER, zonder dat nadrukkelijk te melden evenals het feit dat het daarmee uit de directe invloed geraakt van het bevoegd gezag en wederom wordt overgelaten aan de initiatiefnemers/eigenaren. De bestuurder/lezer raakt compleet de weg kwijt over de situatie, evenals een oordeel over de situatie. Dit geheel is onacceptabel. Blz 294: “ Tijdens de gebruiksfase kunnen de bedrijven hinder ervaren in de vorm van slagschaduw en geluid. De verwachting is dat de effecten op de bedrijfsvoering van de bedrijven, inclusief de kinderdagopvang en dagbesteding, gedurende de gebruiksfase zeer beperkt zijn.” Hier komt weer een aap uit de mouw. De planMER gaat uit van een verwachting, zelfs voor geluidkritieke gebouwen. Daar komt bij dat dit in het geheel niet wordt onderbouwd, zelfs niet onderzocht. Daarmee voldoet de planMER aan de verplichte doelen, maar de bestuurder/lezer kan op geen enkele manier tot een oordeel komen. Dat is onacceptabel. Blz 295: “het radarhinderonderzoek is gebaseerd op het concept VKA. Het gekozen VKA wijkt af van het concept VKA, waardoor het radarhinderonderzoek slechts gezien kan worden als een indicatie van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het VKA in relatie tot radarhinder.” Een planMER heeft als doel om met actuele onderzoeken de onderwerpen te behandelen.
De planMER voorziet echter niet in een update of bijstelling van het weergegeven onderzoek terwijl het als disclaimer wordt aangemerkt. Door dat niet te doen blijft een afbreukrisico zweven terwijl duidelijkheid noodzaak is. De bestuurder/lezer is daarmee onvoldoende actueel geïnformeerd om daaruit een oordeel te kunnen distilleren. Dat is onacceptabel. “Radarhinderonderzoek concept VKA door TNO” Het betreft hier uiteindelijk alleen verkeersleiding en gevechtsleiding van Defensie. Er zijn vele operationele civiele radarsystemen in gebruik vanaf land in de lucht en op het water, die ook belang hebben bij weinig radarhinder. Evenals de grond- en luchtoperaties in het VKA-gebied door Defensie. Door dat niet te behandelen ontstaat een onvolledig beeld van de radarverstoringen t.g.v. de tientallen enorme windturbines. Het is immers onmogelijk dat de genoemde systemen daar geen hinder van zullen ondervinden, de vraag is wat de effecten zullen zijn. Door die belangrijke vraag niet te behandelen en het TNO-onderzoek niet te vertalen naar de actualiteit, faalt de opsteller in de opdracht en het doel. Daarmee wordt de bestuurder/lezer onvoldoende geïnformeerd en de noodzakelijke actualiteit onthouden. Dat is onacceptabel.
“Uit de resultaten blijkt dat met de voorbeeldopstelling de normen voor het verkeersleidingradarnetwerk niet worden overschreden” De planMER geeft geen informatie over de voorbeeldopstelling maar concludeert wel dat bij een ‘doorrekening’ de normen niet worden gehaald: “Met de doorgerekende voorbeeldopstelling kan er echter wel een belemmering optreden door de schaduwwerking van windturbines, aangezien de normen van de nieuwe gevechtsleidingradar van Herwijnen worden overschreden.” De bestuurder/lezer kan met de beste wil van de wereld die waarschijnlijk niet volgen, in ieder geval laat de planMER het geheel onbehandeld. Dat is onacceptabel. “Er kunnen echter wel mitigerende maatregelen genomen worden, zoals het schuiven van windturbines met tientallen of mogelijk meer dan honderd meter in de opstelling of het verwijderen van één of meerdere windturbines uit het plan. In de vergunningsfase moet voor de concrete opstelling en per radarlocatie een nieuw radarhinderonderzoek worden uitgevoerd. Ook kan ervoor worden gekozen om de definitieve keuze voor de radarlocatie (Herwijnen, Goudriaan, Meerkerk of Nieuwpoort) af te wachten.” Verschuiven met honderden meters of het verwijderen van windturbines (die er als staan?). Waar is de redactie mee bezig? Als dit al een reële optie zou zijn dan heeft elke optie zware consequenties. Die consequenties worden niet behandeld.
Verder resteert kennelijk het afschuiven naar de 65
projectMER of wachten tot Defensie heeft besloten. Het niveau van deze planMER laat zich duidelijk herkennen en het respect voor de bestuurder/lezer evenzo. Dit geheel kan niet worden gezien als professioneel acceptabele realistische mitigerende maatregelen en laat de bestuurder/lezer in het ongewisse, dat is onacceptabel. Blz 296: “Conclusie Op basis van de resultaten van het verkennend radarhinderonderzoek is de verwachting dat het voorgenomen plan niet tot een onoverkomelijke belemmering voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een windpark in de Duurzame Polder zal leiden” Deze conclusie komt niet overeen met de inhoud van het hoofdstuk en verzorgt een ongefundeerd tegenovergestelde conclusie voor het oordeel van de bestuurder/lezer. Dat is onacceptabel. “ In het noordelijk deel van de polder wordt ingezet op agrarisch gebruik in combinatie met weidevogelbeheer en het deels verplaatsen van de begrenzing van het door de provincie aangewezen rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten gebied.” De planMER signaleert nu terecht dat de provincie aan zet is, maar laat in het midden of de provincie dat ook accepteert en geeft evenmin aan of dit scenario (verplaatsen van gebieden) wel biologisch haalbaar is en/of vergaande consequenties heeft. De bestuurder/lezer wordt onvolledig geïnformeerd en dat leidt tot een onvolledig gefundeerd oordeel. Dat is onacceptabel.
Blz 297: “In het VKA-gebied wordt de groenblauwe dooradering van het primair agrarisch landschap versterkt en de Hertogswetering en de Hoefgraaf worden ontwikkeld voor soorten die niet verstoringsgevoelig voor windturbines zijn.” Dit komt min of meer uit de lucht vallen. Mogelijk dat dit geheel juist is en komt voort uit eerdere behandeling, maar de planMER vermeld dat niet. Daarnaast wordt geen aandacht besteed aan de manier waarop deze zekerheden in de praktijk worden gerealiseerd in termen van initiatiefnemer, betrokken organisaties, vergunningen en kostendekking. De bestuurder/lezer blijft daarom onwetend wat het realiteitsgehalte is achter deze stellingen. Dat is onacceptabel. Blz 298: “en aandachtspunt bij de ontwikkeling en het versterken van de natuur is dat de aantrekkende werking ervan, ook tot gevolg kan hebben dat de windturbines zorgen voor meer slachtoffers onder diersoorten.” Hier blijft het onduidelijk hoeveel dat er totaal zullen gaan worden met een adequaat voorspellend onderzoek bijvoorbeeld. Daardoor kan ook niet worden ingeschat wat dat betekent voor de populaties en hun voortbestaan. Door dat niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer in het ongewisse gelaten en is de kans op destructie bij akkoord niet in te zien evenals de consequenties voor de populaties. Dat is onacceptabel.
“nader onderzoek nodig is naar de exacte mogelijkheden voor het verplaatsen van de begrenzing van het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten.” Dat betekent dat de planMER opnieuw niet aan haar doel en taak voldoet en de projectMER belast met nog meer onderzoek buiten hun competenties en bevoegdheden, of is dat nu juist de bedoeling? Op deze basis is een oordeel te vormen voor bestuurders/lezers maar de ongemakkelijke waarheid over het doel van het voortdurend doorschuiven van onderwerpen en onderzoeken zal hen ook opvallen. “Daarnaast is het bij het ontwikkelen van windturbines in het uitbreidingsgebied van Oss (richting Lith) van belang dat de in afbeelding 14.37 ingetekende open verbinding ook openblijft, om zo barrièrewerking te voorkomen.” De vraag is wat de steller beoogt met deze zin. Bedoelt men de volgende fase, maar daar is deze planMER niet op ingericht, of voorziet men dat de huidige opstellingen dit nodig maken. Door dit zo cryptisch te omschrijven laat de opsteller de bestuurder/lezer in het ongewisse van haar intenties. Dat is onacceptabel 66
Blz 300: “Ten aanzien van de ontwikkeling van windturbines in relatie tot de maatregelen, bieden de windturbines kansen om het agrarisch gebruik van de polder te handhaven en te verduurzamen” Hier is sprake van een duidelijke doelredenatie, omdat dit een eenzijdig oordeel is, wel de voordelen, maar niet de nadelen uitlichten. De afweging van beiden blijft achterwege en daarmee ook de waarheid. Daarmee wordt duidelijk dat de opsteller baat heeft bij het realiseren van dit project. De bestuurder/lezer wordt echter op het verkeerde been gezet. Dat is onacceptabel. “Recreatieve verbindingen concentreren zich aan de rand van de polder.” Dat is zo, maar de polder zelf is van belang voor bijvoorbeeld fiets, vis, spotter en wandelrecreatie. Die recreatie zal waarschijnlijk grootschalig afnemen. Daar vermeld de opsteller niets over, terwijl juist daarin de primaire aantasting van het gebied blijkt. Dit is opnieuw een voorbeeld van te eenzijdige informatie. Daardoor kan de bestuurder/lezer geen afgewogen oordeel maken over de recreatie en recreatieve gebiedsbelasting. Dat is onacceptabel. Blz 302: “Ook heeft het ontwikkelen van mogelijkheden om veiliger en meer te bewegen, zoals de wandelpaden en fietsverbinding, een positief gezondheidseffect.” De planMER neemt een ongefundeerd voorschot op de positieve effecten, waaronder zelfs een positief gezondheidseffect wordt genoemd.
Daarmee wordt duidelijk waar de opsteller belang aan hecht, maar niet dat dat realistisch is. Het omgekeerde blijkt het geval. De bestuurder/lezer wordt hiermee opnieuw op het verkeerde been gezet. Dat is onacceptabel. Blz 305: “LEEMTEN IN KENNIS EN AANZET TOT MONITORING.” De leemte in kennis bevatten ook de onderwerpen die de gevaren en risico's van windturbines met zich meebrengen. Hoewel daar zeer veel documentatie over te vinden is, gaat de redactie van de planMER daaraan voorbij. Gelet op de strekking en inhoud van de planMER, waarschijnlijk bewust. De colleges hebben dat kennelijk gemist in hun beoordeling van de planMER alvorens het vrij te geven. Daarmee komen de posities van de colleges onder druk te staan. Desgewenst kan de steller u voorzien van de gevaren en risico's van windturbines die noodzakelijk onderzocht behoren te worden in de planMER. Tenslotte ontbreekt kennelijk de kennis rondom de wettelijke toepassing van het Unierecht. Althans de planMER gaat daar geheel aan voorbij en benoemt het onterecht ook niet bij de leemtes. Dat doet vermoeden dat een stafbehandeling door beide gemeentesecretarissen achterwege is gebleven voor de uitgifte van de planMER, of de materie is gemist door hen.
Dat laatste is dusdanig onwaarschijnlijk dat de vraag gesteld moet worden of het bestuur (college van B&W en GS) wel voldoende capabel is om een dergelijk project op de juiste manier bestuurlijk te begeleiden. “In dit hoofdstuk is per thema toegelicht of, en welke leemten in kennis er voor de samenvattende milieubeoordeling zijn” Die leemten blijken zo aanzienlijk dat de vraag ontstaat waarop het voorliggende planMER dan is gebaseerd. Of andersom geredeneerd over welke onderwerpen kan nog geen voldragen beoordeling worden gemaakt. Daarmee wordt meteen duidelijk waarom de grote mate van ‘doorschuiven naar de projectMER’ onterecht in de planMER wordt gebruikt, zelfs als een soort managementtool. Door dat geheel niet te behandelen worden bestuurders/lezers geconfronteerd met onvoltooid stafwerk, althans ze kunnen niet beoordelen op welke gebieden er onvoldoende ondergrond is voor conclusies. Daarmee komt het besluitvormingsproces in een onmogelijke situatie te verkeren en de zienswijzen feitelijk ook. Dat is zo onacceptabel dat de planMER zijn waarde verliest met een bevestiging van de constatering dat het niet uitgegeven had mogen worden. Dit geheel is volstrekt onacceptabel. Om niet in herhaling te vervallen kiest de steller ervoor om de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk niet verder te behandelen.
De bovenstaande conclusie zou dan vele malen moeten worden herhaald en is nu al ernstig genoeg.
67
Samenvatting van indrukken, emotionele overtuiging, gevoelens en conclusies en na tientallen uren bestudering van beide documenten door het schrijverscollectief: Is dit nu serieus bedoeld als planMER, die ons naar de toekomst moet begeleiden en waarborgen moet geven voor behoud van en respect naar het milieu, leefomgeving en toekomstbestendige elektriciteitsvoorziening met leveringszekerheid. Veel inhoud is verworden tot babbeltekst. Niet gehinderd door voldoende kennis of onderzoek en daardoor van nul en generlei waarde. Verspilde tijd voor de bestuurder/lezer. Feitelijk vormt het opstellen van deze planMER, maar meer nog de uitgifte daarvan door de colleges, een directe belediging van de democratie en een bevoogding van haar inwoners. De wijze waarop de leden van het college hun eed of belofte niet relateren aan de taak tot het voorzien van de juiste informatie aan de volksvertegenwoordiging en het bewaken van de belangrijkste doelstellingen naar de bevolking en de wet, schreeuwt om daar verantwoording over af te leggen aan ieder lid afzonderlijk van de gemeenteraden en de burgers. Wie denken deze colleges tegenover zicht te hebben? Ja-knikkers of kritische volksvertegenwoordigers en burgers. Gelet op deze doel redenerende en buitengewoon slecht onderbouwde planMER, die niet wordt gecorrigeerd door de colleges, verwachten wij het eerste.
De positie van de raads- en burgerleden is echter de tweede. Dit relateert aan de eed of belofte. De stellers hebben tientallen uren moeten besteden aan wat uiteindelijk doel redenerend prutswerk blijkt te zijn. Een situatie die zij, vanuit een zorgvuldig handelende overheid, niet zou mogen verwachten. Dat zet de overtuiging van professioneel functionerende colleges in dit dossier, zodanig onder druk dat de uitgifte van het Ontwerp Programma en planMER in de huidige vorm, een effectieve manier is gebleken om het vertrouwen teniet te doen. Aan de colleges de twijfelachtige eer om de start te maken om dat vertrouwen zo veel mogelijk te herstellen. In een zin samenvattend oordeel: Uit de uitgifte blijkt een drastisch onacceptabel bewind door de colleges, de inhoud is van een dusdanig niveau dat dit als belediging van de democratie kan worden opgevat, het vertrouwen is daarmee op een absoluut minimum beland, nietig verklaren van de uitgifte en adequaat herstel is de enig juiste oplossing en vormt ook de eerste stap naar het herstel van gebroken vertrouwen en een volwassen benadering naar de inwoners.
Zienswijze op bijlagen X en XX uit planMER:
68
Bijlage X Plan-MER: Proefstikstofdepositieberekening
Zienswijze . Proefstikstofberekening Stikstofdepositieberekening aanlegfase Referentie 1 september 2023 134741/23-013.994 Werkzaamheden in de Duurzame Polder De werkzaamheden voor de realisatie van windturbines worden naar verwachting uitgevoerd in de jaren 2025 tot en met 2027. In opdracht van gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch heeft 5.1.2e +Bos een stikstofdepositieonderzoek naar deze aanlegfase uitgevoerd. Omdat het aantal windturbines nog niet bekend is, is er uitgegaan van de ontwikkeling van 30 windturbines. Dit is naar verwachting een overschatting van het aantal windturbines dat nodig is om de opwerkdoelstellingen van de beide gemeenten te realiseren. In de diverse VKA´s zijn berekeningen gemaakt tot 25 windturbines 7,2 MW met een hoogte van 261 mtr. Er wordt in de proefstikstofberekening gerekend met 30 windturbines 3,6 MW in aantal ,maar dit is te beperkt wat betreft de impact van de aantallen en hoogtes die in de VKA worden genoemd. De proefberekening voldoet dus op geen enkele wijze aan de gestelde eisen voor het berekenen van de stikstofdepositie. Voor het reageren met een gefundeerde zienswijze ontbreken dan ook essentiële gegevens. De gebruiksfase valt buiten de scope van dit onderzoek, omdat de effecten naar verwachting zeer beperkt zijn. Dit komt vanwege de beperkte stikstofemissie tijdens het in werking zijn van de windturbines.
Waarom zijn de effecten naar verwachting beperkt. Dit wordt niet toegelicht. Tijdens bedrijf zijn er intensieve verkeersbewegingen , 25 turbines van 261 mtr hoog , betekend dagelijks onderhoudspersoneel met kranen voor reparaties en vervanging van onderdelen. Het effect van stikstofverstuiving als gevolg van windeffecten in bovenliggende luchtlagen wordt niet genoemd. A: er zijn geen alternatieve oplossingen. D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang. A:Alternatieve oplossingen werden door het college uitgesloten door het ondertekenen van een bestuursakkoord met de Provincie Brabant. De door Nederland ondertekende : EU ONSOLIDATED VERSION OF THE TREATY ESTABLISHING THE EUROPEAN ATOMIC ENERGY COMMUNITY (2012/C 327/01), wordt genegeerd. Artikel 1: It shall be the task of the Community to contribute to the raising of the standard of living in the Member States and to the development of relations with the other countries by creating the conditions necessary for the speedy establishment and growth of nuclear industries.
69
D: Welke dwingende redenen worden hier bedoeld ? De burger is niets gevraagd en er is niet over gestemd en is door de ondemocratisch tot stand gekomen RES buitenspel gezet.
WETTELIJK KADER Op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor het realiseren van projecten waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 20191 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositie van meer dan 0,005 mol N/ha/j.beoordeeld moet worden. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Voor de berekening van de stikstofdepositie is de verouderde AERIUS Calculator 2022, d.d. januari 2023 toegepast. Sinds 1 oktober 2024, schrijft de Omgevingsregeling voor om AERIUS Calculator versie 2024 te gebruiken voor toestemmingverlening. https://www.aeriusproducten.nl/actueel/nieuws/2024/10/1/aerius-calculatorgeactualiseerd#:~:text=De%20nieuwe%20versie%20van%20AERIUS,toestemmingverlening% 20uitgegaan%20van%20actuele%20gegevens De berekening is gemaakt voor 1 , theoretische versie ,met 30 windturbines 3,6 MW. Het project Duurzame Polder omschrijft 5 opties met 12 varianten IWT’s 7,2 MW hoogte 261 mtr.. Voor elk van deze varianten zal een stikstofberekening moeten worden gemaakt met de meest recente ARIUS versie.