05 Brief over zienswijze indienen op een omgevingsdocument_geanonimiseerd
Tekst van het document
Dat komt bestuurlijk niet met elkaar overeen en is daarom niet acceptabel als grondslag voor de planMER. Blz 50: “Een belangrijk thema van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss is het thema ‘Ruimte voor Energie’. In regionaal verband is afgesproken dat in Oss in 2030 11 % energie is bespaard en 0,93 PJ duurzame energie is opgewekt.” Hier komt een aap uit de mouw en blijkt opnieuw manipulatie van gegevens. Door de planMER te baseren op beleid en niet op regelgeving, kan de opsteller zich dergelijk uitspraken permitteren, maar zet tevens de lezer op het verkeerde been, door slechts de helft van het verhaal te vertellen. De RES en de aanbiedingen daaruit (het 'bod' van een gemeente) heeft geen enkele wettelijke basis en staat niet onder democratische controle. De 'afspraken' zijn hoogstens als richtlijn te vertalen. De richtlijnen (zoals de 11% die om wordt gehanteerd voor de totale hoeveelheid kleinschalige zonnepanelen op het dak) zijn dat ook. De RES blijkt nationaal al vergaand overtroffen en de RS NOB zal dat in 2030/2032 ook zijn. De RES en RES NOB kan dus worden gebruikt om met de overschot aan opgewekte energie in 2030 de gemeentelijke ambitie bij te stellen, lees: te verminderen. Door deze vergaande informatie aan de bestuurder/lezer te onthouden ontstaat een volstrekt verkeerd beeld van de werkelijkheid. Daarmee kan een bestuurder beslist geen weloverwogen 37
besluiten nemen. Dat is zeer onacceptabel. Blz 50: “Ten aanzien van klimaat en energie is opgenomen dat de gemeente in 2050 klimaat adaptief en energieneutraal is. De ambitie is om in te zetten op het vergroten van een tijdig aanbod van duurzame energie (meer opwekken) en het verminderen van energiegebruik door besparing.” Dit is onbehandeld in de planMER. De resultaten zijn wel van direct belang voor het Programma en de planMER en van invloed op de restopgave. Door dit niet te behandelen ontstaat een verkeerd beeld over die restopgave. Daarmee wordt de bestuurder/lezer cruciale informatie onthouden. Dat is onacceptabel. Blz 51: “Zo wordt benoemd dat landschappelijke inpassing van nieuwe duurzame initiatieven en het inzetten op kwalitatief groen en biodiversiteit bijdraagt aan een grotere aantrekkelijkheid om in het gebied te recreëren.” Dat is onmogelijk, de planMER werkt dit verder natuurlijk ook niet uit. Daarmee wordt de vermoeide bestuurder/lezer gewoon op het verkeerde been gezet. Een niet acceptabele manier van redactie voeren. Blz 51: “Erfgoedvisie Oss” Hier ontbreekt de mijlpaal waarin de gemeente Lith overging naar de gemeente Oss en daartoe een aantal 'garanties' deed. Die garanties hielden o.a. in het behoud van de landschappelijke waarden. De planMER behandelt dit in het geheel niet, terwijl dit een hoeksteen vormt voor de omwonenden.
Die omwonenden hebben zich met een petitie grootschalig (meer dan 50% van de kiesgerechtigde omwonenden) tegen de windturbines gekeerd. Door beide onderwerpen niet op te nemen inde planMER wordt de bestuurder/lezer cruciale informatie onthouden, dat is onacceptabel. Daarnaast ligt dit zo voor de hand bij de ambtelijke staven, dat ook hier de indruk van manipulatie (niet laten toetsen door de professioneel gebonden ambtelijke instanties) zich opdringt. Blz 51: “Om te zorgen dat het erfgoed zo min mogelijk lijdt onder de ontwikkelingen, maar hierin juist een passende plek krijgt zijn drie actielijnen opgesteld, namelijk beschermen, beheren en behouden.” Wat bedoelt men hiermee? Wat is de betekenis van de actielijnen, welke invloed wordt voorgestaan, welke bevoegdheden zijn daarbij voorzien en hoe, wie gaat dat doen en hoe wordt dit financieel ondersteund? Niets wordt hiervan uitgewerkt in de planMER. Daarmee krijgt de bestuurder/lezer alleen een topje van de ijsberg in zicht, of de ijsberg blijkt in de praktijk reeds gesmolten te zijn. De goedgelovige bestuurder/lezer zal dit als een extra waarborg zien en tevreden glimlachen. Dat maakt dit juist zo onacceptabel.
Blz 55: “De autonome ontwikkelingen zijn de relevante ontwikkelingen waarover bestuurlijke overeenstemming is (vastgesteld besluit) en die van invloed zijn op de referentiesituatie.” Dit is te cryptisch gesteld, het kan betekenen dat men de autonome ontwikkeling beschouwd vanuit de situatie met windturbines, dat is echter niet de bedoeling van de wetgever. Dat blijkt soms ook inderdaad het geval. Dat is niet acceptabel. Blz 55: “De gemeenteraad van Oss heeft bepaald dat windturbines op 2 km van bestaand bebouwd gebied moeten liggen en voor ’s Hertogenbosch geldt een afstand van 1 km.” De gemeenteraden hebben de grens van de bebouwde kommen bedoeld. Dit geeft iets anders weer. Daarnaast zal het college van Den Bosch rekening moeten houden met de grenzen van Oss voor de afstand van de Bossche windturbines t.o.v. de bebouwde kom van Oss dorpen/stad. Daarin geeft de planMER geen enkel informatie maar uit de zeer slecht leesbare schetsen valt af te leiden dat in Geffen en het Wild geen rekening wordt gehouden met de minimale afstand van 2.000 meter vanaf 38
de grens van de bebouwde kom. Het bevoegd e gezag heeft daar niet van afgeweken voor de planMER ontstond. Bestuurders/lezers worden daardoor onvoldoende geïnformeerd om hun controlerende en dirigerende taak uit te voeren. Daarmee is deze ontbrekende inhoud in de planMER niet acceptabel. REFERENTIESITUATIE de onder dit hoofdstuk gegeven commentaar gaat op voor de bedoelde referentiesituatie maar ook de toepassing van de onderwerpen bij de verdere beoordelingen in de planMER. Blz 55: “Voor de volledigheid van het milieuonderzoek worden in het planMER alternatieven onderzocht met plaatsingszones buiten de 1- en 2 km begrenzing.” Dat is juist onvolledig omdat de opsteller bewust buiten de normen redeneert. Daarmee ook hoge kosten maakt voor de gemeenschap. Hier lijk de leiding en sturing de oorzaak. In de stuurgroep nemen beide wethouders zitting. Waarom wordt een planMER ingericht op dit soort merkwaardige uitstapjes terwijl de inhoud van andere onderwerpen zwaar te leiden heeft onder onvolledigheid en manipulatie. Het belang van de inwoner maar ook bestuurder/lezer wordt hier niet mee gediend. Dat is niet acceptabel. Blz 56: “Milieueffecten kunnen verder reiken dan het plangebied. Bewoners buiten het plangebied kunnen bijvoorbeeld last hebben van geluidhinder of slagschaduw van windturbines.
In de milieueffectrapportage worden daarom de effecten onderzocht en beoordeeld voor het gebied waarbinnen mogelijk effecten optreden (het studiegebied). Het studiegebied reikt dus verder dan het plangebied, maar hier is geen vooraf afgebakende begrenzing van te geven.” Het studiegebied is natuurlijk wel aan te geven, daar is de planMER op gebaseerd immers. In het studiegebied behoren ook gemeenten in Gelderland te worden beschouwd, gelet op de invloed van het gehele enorme Industriële Wind Turbine Terrein. Dat is niet opgenomen in de planMER. Door dat niet te doen wordt niet alleen een te beperkte beschouwing gemaakt maar hebben buurgemeenten en provincie Gelderland geen gelegenheid gekregen om hun inbreng te geven. De uitgifte van beide documenten is immers bepekt gebleven tot beide gemeenten. Daarmee is de behandeling te beperkt voor de betrokken doelgroepen. Dat is onacceptabel. Blz 63: “Aardkunde” Welke betekenis heeft dit voor lage geluidsgolven in termen van dracht en afname maar ook voor de cumulatiepatronen van de geluidsgolven? Dit wordt in de planMER niet behandeld maar is essentieel voor de beoordeling van de gezondheidsrisico's. Door dat niet te doen krijgt de bestuurder/lezer een onvolledig beeld over een van de belangrijkste criteria.
Dat is onacceptabel Blz 68: “Het grondwaterbeschermingsgebied is een ‘schil’ rondom het waterwingebied met als doel de kwaliteit van het grondwater binnen het waterwingebied te beschermen. Wat betekent dit alles voor de plaatsing van windturbines nu er geen kaart wordt weergegeven blijft de bestuurder/lezer in het ongewisse en kan de planMER op dit gebied niet beoordelen. Blz 69 : “4.2.5 Gezonde leefomgeving” De verschillende onderdelen die in dit hoofdstuk worden besproken zijn een zeer klein deel van de gevaren en risico’s die samenhangen met het gebruik van de beoogde (extreem grote) windturbines. Het is zeer de vraag waarom de planMER daar niet in voorziet. De hoeveelheid onderwerpen is zo groot en sommige niet beoordeelde onderwerpen zijn zo belangrijk (bijvoorbeeld de verspreiding van fijnstof met zware gifstoffen als BisphenolA (BPA) dat die vraag op de voorgrond dient te staan. De planMER voorziet zonder deze onderwerpen in het geheel niet in een volledig, doorgrond en 39
bruikbaar overzicht waar bestuurders/lezers een overtuigend beeld krijgen van de invloed van de windturbines op de gezonde leefomgeving. Het is onbegrijpelijk dat de professionele en kostbare projectorganisatie de veelheid aan publicaties en raadsstukken heeft gemist die ingaan op juist dit vitale onderwerp, Door dat op deze manier te marginaliseren wordt de inmiddels ontstane overtuiging van een bevooroordeelde projectgroep opnieuw bevestigd, nu voor een extreem belangrijk onderwerp. Om de gedachte te kunnen bepalen over onderwerpen die van belang zijn onder deze paragraaf en gerelateerd aan windturbines, treft u in aanhangsel A een vrijwel uitputtend overzicht daarvan aan. Dit hoofdstuk, maar ook verder in de inhoud van de planMER, houdt nauw verband met bijlage XX (GGD advies). Die bijlage is separaat van commentaar voorzien in aanhangsel B. U zult zien dat de bovenstaande kritiek, veel uitgebreider wordt bevestigd. Blz 69: “Geluid” De weergave van dit onderwerp is te beperkt. Laagfrequent geluid (van 0 – 20 Herz) is niet meegenomen in de beoordeling. Dit terwijl juist die geluidsvormen, weliswaar onhoorbaar, voorzien in de grootste en ernstigste gezondheidsklachten. Door dat niet te behandelen kan de bestuurder/lezer niet beoordelen welke consequenties dit met zich meebrengt voor de gezondheid. Dat is onacceptabel.
Blz 70: “Luchtkwaliteit” Fijnstof in combinatie of solitair met gifstoffen, zoals BPA, is niet meegenomen in de planMER. In alle meetbare gegevens overstijgt de Duurzame Polder de WHO-advieswaarde. Het is zeker dat de enorme windtubes de fijnstof zullen verhogen. Die fijnstof met gifstoffen als BPA, zullen zich verspreiden over een zeer groot gebied in de vorm van neerslag. Een indicatie van de verwachting van die neerslag, laat zien dat de meeste neerslag een driehoekig verspreidingspatroon vormt vanaf de beoogde locatie oostelijk naar Nijmegen en noordelijk naar Tiel. Steden en grote dorpen als Oss, Berghem en Wijchen vallen daar ook onder. Het niet onderzoeken van deze situatie is zeer ernstig. Omdat jarenlange en voortdurende besmetting van de gifstoffen op den duur de bodem en het grondwater/dieptewater zal aantasten. Daarmee ontstaan desastreuze gevolgen voor de leefbaarheid van alles. Niet alleen de gezondheid van mensen, dieren en planten maar ook de bodem, het bodemleven en het water raakt steeds meer besmet tot de waarde zo hoog is, dat voedselproductie niet meer kan plaatsvinden en daarna de leefbaarheid van (een deel van) het gebied opgegeven zal moeten worden. Mogelijk maakt de bestuurder/lezer zich onterecht zorgen, maar de planMER neemt die zorgen niet weg, omdat het niet wordt onderzocht.
Daarnaast worden de getroffen gemeenten en provincie niet actief in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze te geven. Dat geheel is volstrekt onacceptabel. Blz 72 :”Het laagvlieggebied Maas-Waal1 van het ministerie van Defensie ligt deels binnen het plangebied.” Hier worden oorzaak en gevolg omgedraaid. Het plangebied is voor het overgrote gedeelte gepland in het al decennia bestaande laagvlieggebied. Door dit zo te verwoorden wordt de bestuurder/lezer weliswaar subtiel, maar manipulatief, op het verkeerde been gezet. Dat is onacceptabel Blz 72: “Afbeelding 4.15 toont de kaart met de vliegbewegingen van helikopters van Defensie in het laagvlieggebied” Ook hier weer een manipulatie van de realiteit. Het laagvlieggebied wordt niet getoond maar de vliegbewegingen in een bepaalde periode wel. Dat laatste is een indicatie, het eerste is wetmatig
40
geborgd. De bestuurder/lezer wordt hiermee feitelijk een rad voor de ogen gedraaid. Dat is onacceptabel. Blz 73: “Uit de bijlagen van de vergunningsaanvraag voor route VO2 blijkt dat het huidige en toekomstige verwachte gebruik van de route VO zeer gering is.” Deze stelling kan niet worden gecontroleerd, de planMER voorziet hier niet in de referentie is niet vindbaar op internet, dus ook vergunningsdata zijn niet inzichtelijk. Dat is belangrijk omdat in 2025 e.v. Defensie voorziet in toenemend gebruik van de oefenmogelijkheden en ook NATO-partners hebben die ambitie. De stelling lijkt daarmee in tegenspraak. Daarnaast is er sprake van een laagvlieggebied, of dat gebied nu veel of weinig wordt gebruikt, de beoogde plaatsing van windturbines beperkt de mogelijkheden en niet andersom niet. Door dit niet voldoende uit te werken wordt de bestuurder/lezer in het ongewisse gelaten. Dat is niet acceptabel. Blz 74: “Wanneer windturbines deze hoogte overschrijden, moet door middel van een radarverstoringstoets worden aangetoond dat de windturbines geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor het radarbeeld.” De planMER voorziet niet in die noodzakelijke zekerheid dat er geen onaanvaardbare gevolgen zijn. Zoals vele andere onderwerpen wordt dit onterecht doorgeschoven naar een projectMER. Dat alleen al is onacceptabel.
Daar komt bij dat de verantwoording dan verschuift naar de initiatiefnemers/eigenaren. Daarmee wordt de publieke zaak een privaatrechtelijke zaak. Ook dat is onacceptabel voor het grootste gedeelte van de “naar projectMER doorgeschoven” onderwerpen. Blz 74: “De polder zelf heeft een beperkte recreatieve functie.” Dit komt niet overeen met de beschrijving van de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de polder, en ook niet met de realiteit. Blz 75: “Autonome ontwikkelingen zijn die ontwikkelingen en activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden, ook als de voorgenomen activiteiten in de Duurzame Polder geen doorgang vinden.” Deze beschrijving is weliswaar duidelijk en bruikbaar maar komt niet overeen met de beschrijving op blz 55: “De autonome ontwikkelingen zijn de relevante ontwikkelingen waarover bestuurlijke overeenstemming is (vastgesteld besluit) en die van invloed zijn op de referentiesituatie.” Welke benadering is nu gebruikt voorde toetsing van de planMER. Dat wordt niet duidelijk en dat betekent dat de conclusies ook niet eenduidig zijn. Dat is niet acceptabel. Blz 78: “Het planMER omvat een studie naar de milieueffecten van verschillende varianten voor windenergie in de Duurzame Polder.” De planMER maakt het afwegingsproces (van alle naar enkele milieueffecten) niet inzichtelijk.
Daardoor blijft een bestuurder/lezer in het ongewisse welke factoren een rol spelen en waarom factoren niet worden meegewogen. Dat is onacceptabel. Dit heeft ook een relatie naar de regelgeving aangezien de getoetste milieueffecten niet overeenkomen met de eisen van het Unierecht/SMB richtlijn en de Provinciale Staten van NoordBrabant. Blz 79: “keuze voorkeursalternatief: met behulp van de beslisinformatie uit het planMER, het participatieproces en eventuele overige informatie wordt toegewerkt naar een voorkeursalternatief.” De vraag is wat hier wordt bedoeld en beoogd. Dit is kritisch, omdat de besluitvorming in Oss heeft laten zien dat de gekozen variant niet in de gepresenteerde en procesmatig behandelde versies naar voren kwam en op een solitair besluit van het college beruste. De gemeenteraad heeft daar om opheldering en uitleg gevraagd. Op datum uitgifte van de planMER was dit proces nog niet voltooid. 41
Het lijkt er nu op dat de planMER met deze opzet poogt de voorkeursvariant te legaliseren. In ieder geval gaat de planMER daar onverkort vanuit. Dat is volstrekt onacceptabel. Blz 79: “nadere beschouwing voorkeursalternatief: de milieueffecten van het voorkeursalternatief worden nader beschouwd in dit planMER. Indien een beschouwing niet toereikend is, zal nader onderzoek op dat aspect plaatsvinden” De vraag is door wie en hoe die ontoereikendheid is beoordeeld en op welke maatstaven. Dat wordt niet duidelijk in de planMER. Daarmee ontstaat ook de vraag hoe ontoereikendheid kan leiden tot uitgifte van een planMER. Met 'de vervolgonderzoeken' wordt immers veelal het overbrengen (doorschuiven) naar een projectMER bedoeld. Daarbij wordt niet vermeld dat het eigenaarschap van de MER wisselt terwijl dat fundamenteel is om ontoereikende beschouwingen als deze te waarborgen. De bestuurder/lezer wordt hierdoor niet alleen in verwarring gebracht maar fundamentele afwegingen worden niet weergegeven. Dat is onacceptabel. Blz 79: “energieopbrengst (MWh per jaar) circa 5.1.2f circa 5.1.2f ” Onvermeld, maar wel relevant, is dat dit het maximum bedraagt. Voor het gebeid van de Duurzame Polder met een lage gemiddelde windsnelheid, veel onderlinge windafvang en noodzaak tot mitigatie, bedraagt de gemiddelde verwachting waarschijnlijk ongeveer 50% daarvan.
Daar komt bij dat de opsteller gewaarschuwd is voor het hanteren van deze cijfers, zie tweede deel van deze alinea. Ook hiermee wordt de bestuurder/lezer op het verkeerde been gezet, in ieder geval dusdanig onvolledig geïnformeerd dat dit manipulatie kan worden genoemd. Daarnaast ontbreekt de verwerking van de disclaimer uit de “Energieopbrengsten voorkeursalternatief windenergie Duurzame” van 5.1.2e +Bos uit feb 2024, onderdeel van de publicaties van Ontwerp Programma en planMER. “ Ondanks de gebruikte winddata zijn de uitkomsten naar verwachting een overschatting van de werkelijke energieopbrengst. Dit is een verwachting op basis van expert judgement. Om deze reden wordt geadviseerd om de gegeven waarden niet te gebruiken als feitelijke gegeven in verdere analyses en onderbouwingen. Aanbevolen wordt om bij concrete initiatieven lokale windmetingen uit te voeren en de energieopbrengsten met de gemeten waarden opnieuw te berekenen.” Dat geheel is onacceptabel voor opname in een planMER zonder adequaat onderzoek en dat is hier het geval. Blz 79: “een windturbine op land kleiner dan 134 m ashoogte en een turbinevermogen van minder dan circa 3,6 MW onder de huidige financiële aannames niet realistisch.
Dit komt onder andere vanwege het vervallen van de SDE-subsidie.” Kennelijk vormen de onbekende en onbehandelde financiële aannames een belangrijke toetssteen maar wordt de bestuurder/lezer daar niet in betrokken evenmin de beoordeling en motivatie van die ‘beslissing’ die door de planMER onbevoegd wordt genomen. De subsidie stond gekenmerkt als vaststaand mits de vergunning voor 01012025 zou worden gegund. Dat is niet het geval. Wat dat betekent voor financiële aannames, het businessmodel en (resterende) subsidies wordt aan het verbeeldingsvermogen van de bestuurder/lezer overgelaten. Door dit alles niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer slechts te beperkt geïnformeerd en kan zich geen gegrond oordeel vormen. Daarnaast is ook dit weer manipulatief en zelfs bevoogdend te noemen. Dat geheel is onacceptabel Blz 79: “De referentieturbines worden in het planMER gehanteerd om de bandbreedte van effecten op hoofdlijnen te bepalen, niet om (maximale) specificatie van turbines in concrete projecten voor te schrijven. De hoogte van de referentieturbines zijn bijvoorbeeld dus ook geen maximale hoogte. Bij 42
de uitwerking van concrete projecten dienen effecten in meer detail onderzocht te worden aan de hand van concrete turbinetypen.” Hierdoor gaat de planMER over naar de projectMER voor een substantieel aantal onderwerpen, veelal zonder de onderwerpen van een planMER-gerelateerd onderzoek te voorzien, met alle gevolgen van dien. Daarmee voldoen de planMER niet aan de eisen van het Ontwerp Besluit en wordt de bestuurder/lezer cruciale informatie onthouden, waardoor geen oordeel vorming mogelijk is. Dat is niet acceptabel. Blz 81: “. Er wordt gebruik gemaakt van modellen en/of rekenprogramma’s om een uitspraak te doen over de effecten van een variant” De vraag ontstaat op welke manier is de wetenschappelijke juistheid en onafhankelijkheid van die modellen en/of rekenprogramma's geborgd. Door die informatie niet te verstrekken kan de bestuurder/lezer niet beoordelen of de informatie ook aan de eisen voldoet. Daarmee staat de validiteit van de planMER ter discussie. Dat is niet acceptabel. Blz 81: “kwalitatief onderzoek: de onderdelen die worden gebaseerd op woorden en betekenissen (niet numeriek), hier bestaat een wisselwerking met expert judgement en kwantitatief onderzoek.
Expert judgement is een wetenschappelijk onderbouwde argumentatie ten aanzien van een onderwerp, vraag, of discussie, die is verwoord door een specialist op dat vakgebied.” Dit is voor een gemiddelde bestuurder/lezer nagenoeg onbegrijpelijk. Het lijkt erop dat de planMER zich concentreert op een enkele wetenschappelijk onderbouwde argumentatie van een expert. Dat is echter geen wetenschappelijke onderbouwing van de behandeling van een onderwerp. Daarmee geeft het ook geen vertrouwen in de juiste manier van wetenschappelijk verantwoord onderzoek. Dat is niet alleen van belang voor de validiteit van de planMER maar ook voor het vertrouwen van de bestuurder/lezer in het bevoegd gezag. Dat is niet acceptabel Blz 81: “Maatgevende aspecten geven inzicht in onderscheidende effecten die bijdragen aan de locatiekeuze voor windenergie. Deze aspecten worden beschreven, onderzocht en beoordeeld“ Beschreven, onderzocht en beoordeeld door dezelfde instantie, als dat zo is, dan is dat wetenschappelijk niet verantwoord. Door dat niet uit te leggen wordt de bestuurder/lezer niet voldoende geïnformeerd en dus ook niet overtuigd. Dat is niet acceptabel.
Blz 81: “Niet-maatgevende aspecten geven voornamelijk inzicht in locatie specifieke aandachtspunten, die relevant zijn voor de nadere uitwerking van het project in een latere fase.” Het wordt niet duidelijk of alle aspecten (maatgevend en niet maatgevend) volledig zijn, hoe ze als geheel zijn samengesteld, onder welke voorwaarden een onderscheid is gemaakt en met wiens instemming dat is gebeurd. Daarnaast lijken bij de uitwering veel niet-maatgevende aspecten zowel planmatig als projectmatig van belang zijn. De onderbouwing daarvan blijft echter achterwege. Daardoor is de situatie ontstaan dat dit soort cruciale afwegingen kennelijk niet onder toezicht en met instemming van het bevoegd gezag zijn gedaan, maar door het team dat zich bezighoudt met de planMER. Daarmee voldoet de planMER ook niet aan de eisen van het ontwerp besluit. Nu de planMER voorziet om alle niet-maatgevende aspecten door te schuiven naar een projectMER (met alle tekortkomingen van dien) ontstaat een zelfs buitengewoon onacceptabele situatie. Blz 81: “Deze aspecten worden beschreven en beschouwd, maar hiervoor wordt geen beoordelingsschaal opgesteld. Hierbij wordt niet beoordeeld, maar worden de effecten wel beschreven. Dat betekent niet dat deze aspecten niet belangrijk zijn voor de ontwikkeling van 43
windturbines. Ook deze aspecten kunnen worden meegewogen in de besluitvorming over de Duurzame Polder.” Hier worden alle, dus ook de onterecht benoemde ‘niet-maatgevende aspecten’ niet beoordeeld terwijl ze van belang zijn. Twee regels lager wordt het wel meegenomen in de besluitvorming. De planMER geeft niet aan op welke manier dat moet gebeuren, ook dit lijkt daarom overgelaten te worden aan de projectMER. Gecombineerd met de twee voorgaande punten een voor de bestuurder/lezer onacceptabele situatie. Blz 81: “5.4.2 Wijzigingen ten opzichte van de NRD” Hier blijft onvermeld en onbehandeld wat het voortschrijdend inzicht sindsdien met zich heeft meegebracht. Niet alleen, maar wel nadrukkelijk, de gevolgen van de verplichte onderzoeken vanuit het Unierecht/SMB richtlijn. Tijdens de behandeling van de zienswijzen van de NRD werden vele milieuaspecten al weggeschreven om een beperkt aantal redenen, die kwalitatief niet werden onderbouwd. Een van de redenen was dat de planMER in de vereiste zienswijze zou voorzien. Die redenen zijn momenteel niet of niet meer geheel valide, niet in de laatste plaats omdat de voorliggende planMER daar niet in het geheel in voorziet. Herstel of aanpassing vindt in deze planMER niet plaats. Daarmee ontstaat een situatie die voor de juiste interpretatie de bestuurder/lezer in het geheel niet informeert. Dat is onacceptabel.
Dat de planMER dat niet signaleert en op acteert, geeft niet alleen aan dat de vereiste kwaliteit niet wordt gehaald maar dat de indieners van zienswijzen worden bedrogen. Dat is volstrekt onacceptabel Blz 82: “Maatgevende aspecten worden in het planMER beoordeeld, niet-maatgevende aspecten worden op kwalitatieve wijze beschouwd.” Het eerder gegeven commentaar hierboven staat daar haaks op. Bij niet maatgevende aspecten wordt niet vermeld dat die aspecten later ter sprake komen (projectMER), ook blijft onvermeld dat dit niet meer het bevoegd gezag betreft maar de initiatiefnemer/vergunning aanvrager. Bestuurders/lezers worden hierdoor niet volledig geïnformeerd. Dat is niet acceptabel. Blz 83-85: “Tabel 5.4 Beoordelingskader” Zie de weergegeven niet-maatgevende aspecten. Kennelijk heeft de opsteller zich begeven op het terrein van beoordeling dat vele ernstige milieuaspecten niet maatgevend zijn voor de planMER. Dat oordeel behoort bij het bevoegd gezag, maar dat wordt niet verklaart en ook niet gemotiveerd. Daarmee bereikt de opsteller dat een grote hoeveelheid belangwekkende milieuaspecten geen onderdeel uitmaakt van de onderzoeken in de planMER. Daarnaast worden de milieuaspecten uit de NRD die door voortschrijdend inzicht wel deel uit zouden moeten maken van de planMER niet behandeld.
Tenslotte ontbreekt een limitatieve opsomming van milieuaspecten zoals bedoeld in het Unierecht/SMB richtlijnen en de regelgeving vanuit Provinciale Staten NB, niet benoemd betekent ook niet "Onderzocht" Dit is zodanig gemanipuleerd dat hiermee het vertrouwen in de opstellers vervalt en het college in gebreke blijft v.w.b. de sturing en overzicht Een absoluut onacceptabele situatie vanuit zowel planMER als colleges. Blz 86 : ”Tabel 5.5 Beoordelingsschaal” Hier ontbreekt de betekenis in juridische termen en daarmee het afbreukrisico. In de verdere uitwerking blijkt ook de motivatie van de beoordeling vaak te ontbreken. Voor de bestuurder/lezer is dat dus niet op waarde te schatten op deze manier, maar is ook geen gewogen oordeelvorming mogelijk. Dat is niet acceptabel. De beoordeling ‘neutraal’, ‘negatief’, ‘sterk negatief’ zouden bij de verlichte toepassing zou in het Unierecht/SMB richtlijn al tot non acceptatie leiden (of bij ‘neutraal’ kunnen leiden). Door nu de nietmaatgevende aspecten niet te beoordelen is de planMER te beperkt om als milieutoets te kunnen 44
fungeren. Hierdoor en omdat de planMER niet voldoet aan het Unierecht/SMB richtlijn is de planMER (en daarmee ook het Ontwerp Programma) onterecht uitgegeven en onacceptabel. Blz 87: “6.1 Variantenontwikkeling” Hier gaat de opsteller een stap verder met de eerder beschreven situatie waarin de planMER moet voorzien in de beoordeling van de alternatieven. De opsteller heeft daar destijds dit van gemaakt: “alternatieven (varianten)”, daarmee de suggestie wekkend dat varianten in deze planMER de alternatieven zijn. Dat is een onterechte weergave en manipulatie van wettelijke tekst. Daarmee pleegt de opsteller feitelijk een delict. Dat brengt ook de verwachting met zich mee dat de planMER inhoudelijk niet is beoordeeld door deskundige ambtenaren alvorens het uit te geven. Dat is zeer ernstig, maar met de uitgifte door de colleges zijn de colleges hierin medeverantwoordelijk. Het gevolg is dat alternatieven in het geheel niet worden behandeld in de planMER. Dat geheel is naast grof onwettelijk ook absoluut onacceptabel. De voorliggende planMER zal alleen om deze reden al ingetrokken moeten worden. Daarnaast zullen de colleges bij zichzelf te rade moeten gaan, hoe dit is kunnen ontstaan en beoordelen of de huidige projectgroep en ondersteuning van 5.1.2e +Bos nog acceptabel is. Dit ook vanwege alle andere discutabele en manipulerende teksten die al behandeld zijn.
Meer concreet op de tekst: In deze passage worden louter de varianten beschouwd en de alternatieven worden de lezer onthouden. Dit verhoudt zich in het geheel niet met de verplichtingen waar de MER aan moet voldoen. De lezer wordt daarmee feitelijk een variant voorgeschoteld waar het alternatieven zouden moeten zijn. De lezer wordt opnieuw op het verkeerde been gezet. Dat is onacceptabel Blz 88: “Het gaat om de volgende belemmeringen: - de contour van 47 dB (met 3 dB mitigatie1) rondom woningen. Deze afstand geldt ook rond de autonome ontwikkelingen van woningbouw in De Groote Wielen en in Oss-West:” De opsteller verzuimt om te vermelden dat hier de Lden normstelling wordt bedoeld (het gemiddelde over een jaar). De uitgangssituatie in Oss voor de windparken in 2021 was 42 dB Lden. De afwijking die hier wordt gepresenteerd betekent dat 50 dB Lden (met 3 dB mitigatie ingecalculeerd voor het herstel van de jaarnorm, vrijwel onmogelijk te toetsen, maar dat staat er ook niet bij). In de praktijk betekent dit dat de geluidsnorm tot het tienvoudige geluidsbelasting op de gevel van woningen toelaat, t.o.v. de oorspronkelijke norm. Daar liggen geen besluiten van de gemeenteraden aan ten grondslag. Daarmee vervallen feitelijk de beschouwing van alle varianten tot de gemeenteraden zich hebben uitgesproken over dit verschijnsel.
Tenslotte valt nog op te merken dat het niet benoemen maar ook niet presenteren van de 42 dB Lden norm de lezer onwetend laat en ook de juiste interpretatie niet geeft in de cirkels rondom de masten. Laagfrequent geluid ontbreekt daarbij zelfs geheel, terwijl juist deze vorm uit het voortschrijdend inzicht van de laatste jaren pregnant is geworden. Door dit geheel blijft een bestuurder/lezer herhaaldelijk verstoken van essentiële informatie en verkrijgt onjuiste informatie, daardoor is geen adequate oordeelvorming mogelijk. Dat is een onacceptabele situatie “Het gaat om de volgende belemmeringen: - de contour van 47 dB (met 3 dB mitigatie1) rondom woningen. Deze afstand geldt ook rond de autonome ontwikkelingen van woningbouw in De Groote Wielen en in Oss-West: · voor turbinetype 1 is dit een afstand van 220 m; · - voor turbinetype 2 is dit een afstand van 315 m;” Volgens de H+N+S tussenrapportage wordt in de planMER vastgesteld: Ontwerpen en rekenen zal in de volgende fase dus in samenhang, iteratief, plaatsvinden. Dat gebeurt echter niet.
45
Blz 89: “belemmeringen gebaseerd op nationale wet- en regelgeving zijn uitgesloten” Dit lijkt een verkeerde woordkeuze of een ontbrekende tegenstelling, i.i.g. kunnen wettelijke belemmeringen niet worden uitgesloten. Niet acceptabel in de weergegeven vorm. “rondom de verspreid liggende woningen is, in afwijking van de wet- en regelgeving, in sommige varianten rekening gehouden met een minimale afstand van een halve rotordiameter tot woningen.” Dit is vanuit externe veiligheid bij calamiteiten al een gevaar van de eerste orde, daarnaast is de geluidbelasting gestegen tot onmenselijke waarden, de belasting van de dieren geeft waarschijnlijk nog grotere effecten. De wetgever voorziet alleen voor molenaarswoningen in dergelijke uitzonderingen. De toepassing daarvan verhoudt zich ook niet met het beleid, verordeningen en de waarden en normen van beide gemeenten. “de minimale afstand van 1 km tot de bebouwde kom in ’s-Hertogenbosch is beschouwd als aandachtspunt en niet als harde belemmering. Hier ontbreekt de juiste informatie, zoals waaruit blijkt dat besluit en door wie is dat besluit genomen. “de minimale afstand van 2 km tot de bebouwde komgrens in de gemeente Oss is beschouwd als aandachtspunt en niet als harde belemmering. De minimale afstanden tot de bebouwde kom zijn op dit moment een bestuurlijk uitgangspunt.
Voor de volledigheid van het milieuonderzoek kijkt wordt ook verder gekeken dan de 1- en 2 km begrenzing. De gemeenteraden zullen in 2024 een voorkeursalternatief kiezen” De vermelding dat de door de gemeenteraad bepaalde minimale afstand in Oss als aandachtspunt is besloten is onjuist en dient te worden hersteld in de planMER. De informatie ontbreekt waaruit blijkt dat een bestuurlijk uitgangspunt is verkozen en wat de betekenis daarvan is. De zoektocht buiten de 1- en 2 km heeft met volledigheid niets te maken, wel met het zoeken naar meer ruimte, de bestuurder/lezer wordt het i.i.g. niet uitgelegd. De gemeenteraad Oss heeft nog geen voorkeursalternatief gekozen. N.B. De grenswaarde uit Oss (2.000 meter tot grens bebouwde kom) wordt door de opsteller ten onrechte niet gerelateerd aan Den Bosch, voor de gebieden waar Oss en Den Bosch elkaar raken, zoals Geffen en het Wild. Daar zal de grenswaarde van Oss (2.000 meter tot grens bebouwde kom) ook voor de windturbines op het Bossche grondgebied moeten gelden. Dat is nu niet het geval en dient te worden gecorrigeerd. “de autonome ontwikkelingen voor woningbouw in De Groote Wielen en in Oss-West zijn beschouwd als harde belemmeringen. Voor Oss-West wordt geen rekening gehouden met de 2 km begrenzing; de varianten geven zoveel mogelijk invulling aan de opgave van Oss om 14 PJ op te wekken in 2030 Oss-West i.r.t.
geen grenswaarde van 2.000 meter is geen raadsbesluit geweest van de gemeenteraad, derhalve is de 2.000 meter van toepassing. De opgave die hier wordt genoemd is de restopgave, die is significant veel lager dan hier vermeld. 5.1.2f
“Uitzondering hierop is de geluidcontour voor de woningen in het buitengebied. Hiervoor kan in enkele gevallen gebruik worden gemaakt van een molenaarswoning (zie toelichting tekstkader molenaarswoningen).” De verschillende berekeningen laten hoge contingenten zien van molenaarswoningen. Die beoogde molenaarswoningen bevatten inwoners van de gemeente, die mogen rekenen op een evenredige bescherming. Of een inwoners vrijwillig instemt met een veel mindere bescherming, wil dan ook niet 46
zeggen dat het gemeentebestuur daarmee akkoord gaat. Daarnaast “is het definitief aanwijzen van een molenaarswoning een publieks- en privaatrechtelijke zaak, waar het MER in geen geval op vooruit mag lopen.” aldus de QuickScan van 5.1.2e +Bos van april 2023. Dat gebeurt in deze planMER wel. Blz 90: “voor varianten met turbinetype 1 (3,6 MW) is uitgegaan van een gemiddelde energieopbrengst van 12.000 MWh/jaar per windturbine1; voor varianten met turbinetype 2 (7,2 MW) is uitgegaan van een gemiddelde energieopbrengst van 24 5.1.2f MWh/jaar per windturbine1” Dat is in de duurzame polder onhaalbaar hoog, zie commentaar bij blz 79. “In specifieke gevallen kan een woning aangewezen worden als ‘woning in de sfeer van de inrichting’ of ‘molenaarswoning’.” Het doel en de specifieke gevallen worden niet behandeld. Daardoor wordt het voor de lezer onduidelijk in welke mate de aangewezen woningen en de planning realistisch is en voldoet aan het lokale beleid en regelgeving. “Mogelijk ontstaat in de toekomst de wens (vanuit de windparkontwikkelaar én bewoner) om een woning aan te wijzen als molenaarswoning. Een woning wordt dan juridisch gezien onderdeel van het windpark. De opsteller geeft niet weer wat dat betekent in termen van aansprakelijkheid bijvoorbeeld bij calamiteiten en faillissement.
Door dat niet te behandelen blijft de bestuurder/lezer in het ongewisse en kan geen oordeel vormen. Dat is niet acceptabel. “Tot deze woningen is een afstand van een ½ rotordiameter aangehouden. Dit is een minimale afstand, om te voorkomen dat de rotorbladen van de windturbine over de woning draaien.” Dit is nog afkomstig uit het windmolentijdperk. Voor dit soort enorme windturbines is het te gevaarlijk voor de combinatie IWT-boerenbedrijf. De brandweer is kennelijk niet geraadpleegd voor dit soort situaties. De nieuwe schetsmatige opzet laat een gebied zien dat te veel plaatsingsmogelijkheden geeft als het voorgaande uitgangspunt wordt gehanteerd. Er is geen raadsbesluit genomen over deze gevaarlijke manier van opzet. Dat is onacceptabel. “Voor woningen in de bebouwde kom is de contour horend bij 47 dB Lden (met mitigatie) van toepassing” Dit is onjuist voor de gemeente Oss, de grens aldaar is 42 dB Lden. Dat betekent dat alle varianten zijn berekend met foutieve geluidsbelasting en de voorkeursvariant ook. Daarmee voldoet de planMER niet aan de lokale normen, Dat zal moeten worden hersteld. “Voor de varianten Landschap en Natuur zijn daarnaast sub varianten ontwikkeld die uitgaan van plaatsingszones zonder molenaarswoningen (paragraaf 6.7).
Hiermee worden de verschillen tussen varianten mét en zonder molenaarswoningen inzichtelijk gemaakt” Hier worden alle betrokken woningen aangemerkt als molenaarswoningen, dat is de omgekeerde wereld. Dat is niet alleen irreëel, maar ook gevaarlijk, geen lokaal beleid, geen raadsbesluit en dus niet acceptabel “In deze fase wordt uitgegaan van een algemene opwek per turbinetype om de energieopbrengsten van de varianten op hoofdlijnen in beeld te brengen. In een vervolgfase dient dit specifiek berekend te worden. De bevindingen per variant over de energieopbrengsten zijn gebaseerd op deze algemene uitgangspunten die in de tweede helft van 2023 beschikbaar waren. Gewijzigde inzichten of informatie van na deze datum zijn niet in dit hoofdstuk verwerkt.” Het niet meenemen van de inzichten die al een jaar voorhanden waren, is onbegrijpelijk en wordt ook niet gemotiveerd. Daarmee worde veel te hoge verwachtingen gewekt en is het halen van de doelen die de planMER zichzelf stelt, uiterst waarschijnlijk geworden. Door dit niet mee te nemen in de opzet van de planMER laat men waarschijnlijk belangrijke informatie buiten beschouwing, zoals de gegarandeerde opbrengt van de IWT’s en de benodigde aantallen, dat vormt ook grondslag voor de 47
ruimteberekeningen. De bestuurder/lezer wordt daarmee de juist informatie bewust onthouden. Dat is onacceptabel. Blz 91: “ De ontwikkeling van Oss-West wordt hierin niet meegenomen als bebouwde kom, omdat dit nog geen vastgesteld plan was ten tijde van het raadsbesluit.” Dat betekent niet dat die inwoners anders worden behandeld, althans er is geen raadsbesluit genomen dat de vermelde situatie bevestigd. Daarom is de informatie niet juist. Dat gaat bijvoorbeeld ook op voor de beoogde Tiny houses complex. Daarom is dit niet acceptabel “de variant gaat uit van een 2 km zone rond de bestaande bebouwde kom van Oss” Uit de modellering van de opsteller blijkt dat de plaatsing voor Den Bosch geen of onvoldoende rekening houdt met de afstandsnorm van Oss op de grensgemeenschappen, bijvoorbeeld Geffen en het Wild. Dat is niet acceptabel “de contour van 47 dB (met 3 dB mitigatie) geldt als harde belemmering voor woningen in de polder: · voor turbinetype 1 is dit een afstand van 220 m; · voor turbinetype 2 is dit een afstand van 315 m.” Dit is voor de gemeente Oss onjuist, dat behoort maximaal 42 dB Lden te zijn. De afstanden komen dan ook niet overeen en zullen aanzienlijk groter worden.
“Energieopbrengsten variant Basis” Dit vormt een dubbelfout: de foutieve normeringen voor geluid en toepassing van de afstandsnorm van Oss in het gebied van Den Bosch decimeren de maximale aantallen aanzienlijk. De veel te hoog ingeschaalde opbrengsten brengen een illusoire situatie met zich mee, die niet thuishoort in een adequate planMER. Dat is onacceptabel en zal moeten worden herzien. Blz 93: “De variant Geluid onderzoekt plaatsingszones die rekening houden met een strengere geluidsnorm. Dit omdat nog onduidelijk is welke geluidsnormen in de toekomst van toepassing zijn” Dat is onjuist, het bevoegd gezag bepaalt de geluidsnorm en heeft dat ook gedaan. Die geluidsnorm is maximaal 42 dB Lden en niet 45 dB Lden. Dat is ook ruim 2 keer zoveel geluid op de gevel van woningen. Fout uitgangspunt levert foute conclusies derhalve is ook deze variant niet acceptabel. “De afstand van 1 km van de bebouwde kom in de gemeente ’s-Hertogenbosch blijft behouden. Deze afstand wordt in deze variant ook voor de gemeente Oss aangehouden” Oss heeft 2.000 meter bepaald. Deze variant voldoet daar niet aan en is dus zinloos. “De 1 km komt namelijk min of meer overeen met een geluidsnorm van 42 dB Lden (zonder mitigatie).” Kennelijk heeft de opsteller het volle besef van de onjuistheid van de stelling rondom de 45 dB Lden. Dat maakt de tekst manipulatief.
Dit geheel maakt verder beschouwen van deze variant zinloos en is ook niet gedaan. Blz 95: “rond woningen binnen de plaatsingszones wordt een ½ rotordiameter afstand aangehouden: · voor turbinetype 1 is dit een afstand van 58,4 m; · voor turbinetype 2 is dit een afstand van 86 m.” Dit is dusdanig onacceptabel dat deze variant verder niet in beschouwing is genomen. Blz 98: “rond woningen buiten de bebouwde kom en bebouwingsclusters wordt een ½ rotordiameter afstand aangehouden, uitgaande van molenaarswoningen: · voor turbinetype 1 is dit een afstand van 58,4 m; · voor turbinetype 2 is dit een afstand van 86 m.” Deze principes zijn dusdanig onacceptabel dat deze variant niet verder is bestudeerd. Blz 100: “or de plaatsingszones in de variant Restruimte zijn de volgende ontwerpprincipes gehanteerd: - de belemmeringen zoals benoemd in paragraaf 6.1 gelden als basis voor het zoekgebied: · voor turbinetype 1 is dit een afstand van 58,4 m; · - voor turbinetype 2 is dit een afstand 48
van 86 m;” Deze principes zijn dusdanig onacceptabel dat deze variant niet verder is bestudeerd. De overige varianten kennen soortgelijke afwijkingen van de normen (veelal geluidsnorm) dat ze niet in beschouwing zijn genomen. Blz 107: “EFFECTENANALYSE- EN BEOORDELING (MAATGEVENDE THEMA’S)” Gezien de enorme bezwaren tegen de methodiek maatgevend en niet maatgevend, evenals de ontbrekende instemming van het bevoegd gezag daarin, heeft de beoordeling van deze methode geen zin, zolang daar geen besluit over is genomen door het bevoegd gezag. Daarom voldoet deze effectenanalyse- en beoordeling in het geheel niet aan het doel en zijn daardoor onacceptabel. Blz 155: “Vormen windturbines een risico voor externe veiligheid, beneden de normen?” Beneden de norm betekent dat alleen die factoren in beschouwing worden genomen waar normen aan te verbinden zijn. Hier gaat men dus voorbij aan calamiteiten die kunnen optreden en de belangrijkste reden zijn voord de ongevallen met IWT’s en extreem hoge kosten met zich meebrengen die geadresseerd moeten worden.
Blz 157: “het effect van de afbladdering van windturbinebladen op mijn gezondheid?” Door alleen de directe resultaten in de lucht te laten zien en dan nog alleen vanuit specifieke waarden is er geen langdurig effect beschreven over de levensduur van de windturbine (40 jaar volgens de fabrikant) Evenmin neemt men de besmetting van grond en water in beschouwing, de fijnstof daalt immers ergens neer. Tenslotte wordt niet behandeld waar die fijnstof uit bestaat. Door dat niet te doen worden gifstoffen over het hoofd gezien en daarmee ook de aard en ernst van de besmetting. Hierdoor wordt bewust een te klein deel van het enorme en potentieel desastreuze effect beschouwd voor de leefomgeving en blijft de bestuurder/lezer onbewust van de enorme en langdurige gevaren die dit met zich meebrengt. Dat is onacceptabel. Blz 158: “Effecten op geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen” De planMER besteed nauwelijks tot geen aandacht of onderzoek naar laagfrequent geluid. Terwijl dit nu juist de boosdoener is van veel medische klachten, waaronder slapeloosheid en verlies van concentratie, naast aandoeningen in het hart- en vaatstelsel.
Door dat niet (voldoende) te doen krijgt de bestuurder/lezer geen informatie over de oorzaak en gevolgen van dat laagfrequent geluid, maar ook niet over de methoden en technieken om dat te voorkomen en/of verminderen en is de beoordeling van de noodzaak onmogelijk. Dat is gevaarlijk en zeer onacceptabel “Om omwonenden te beschermen tegen geluidhinder, stelt de Rijksoverheid geluidsnormen vast.” Dat is ook gebeurd, namelijk door het bevoegd gezag. Dat blijft onvermeld en de planMER redeneert verder met waarden die er feitelijk niet toe doen. Daarmee wordt duidelijk waar de redactie haar prioriteiten legt, maar de bestuurder/lezer wordt vals geïnformeerd waarschijnlijk met het oogmerk de alternatieve waarden te gebruiken als uitgangspunt. Dat is natuurlijk volstrekt onacceptabel maar ook een verachtelijke methode die leidt tot wantrouwen van de redactie van de planMER en de colleges die hiermee instemmen. Onacceptabel Blz 160: “De geluidonderzoeken in dit planMER laten de geluidcontouren zien zonder toepassing van mitigatie. Dit is methodisch in lijn met de mer-methodiek, namelijk dat niet wordt voorgesorteerd op mitigatie, maar worst-case beoordeeld wordt.” De planMER verzorgt wezenlijke acties bijvoorbeeld in calculaties, planning, oordelen en adviezen met mitigatie. Door dat wel te doen begeeft de planMER zich buiten de randvoorwaarden van de RES, 49
dat nota bene haar bestaansgarantie vormt. Door zich daar niet aan te houden en de bestuurder/lezer daarbij niet afdoende te informeren over de status van die mitigatie, in relatie tot de acties krijgt de bestuurder/lezer een verkeerd beeld over de positie in het afwegingsproces, daarmee is geen goed oordeel te maken. Dat is niet acceptabel. Blz 161: “Ondergrond” De planMER voorziet geen onderzoek voor de bodemgesteldheid. Dat terwijl bijvoorbeeld infrageluid de bodem zwaar en ver belast. Daarbij kan het, afhankelijk van de intentie van het geluid, om tientallen kilometers gaan, Daarnaast vormt de buikfunctie (golven die vanuit de 26 windturbines elkaar versterken) een grote kans op het ontstaan van ernstige overlast, maar ook schade aan funderingen en kunstwerken. Daarmee ontstaan grote veiligheidsvraagstukken en tevens grote schadeclaims. Door dat niet te behandelen en onderzoeken krijgt de bestuurder /lezer op dit gebied geen enkele informatie over de realiteit van deze gevaren, de kans erop en ook niet de afwegingen tot het voorkomen of verminderen. Een oordeel op dit gebied wordt de bestuurder/lezer eenvoudigweg ontnomen. Dat is zeer onacceptabel. Blz 162: “45 dB Lden: 690 m” De planMER geeft geen berekeningsverantwoording voor dat getal. Het lijkt uitzonderlijk klein en ongeveer de helft van de eigen berekening.
Daarnaast geeft het geen inzicht in de situatie van de gemeente Oss, namelijk 42 Db Lden maximaal. Door dat niet te doen kan de bestuurder/lezer zich geen oordeel vormen. Dat is onacceptabel. Blz 163: “wordt in dit planMER een waardeoordeel toegekend aan de geluidbelasting.” en “Dit planMER beoordeelt geluidbelasting van meer dan 45 dB Lden als sterk negatief (--). Geluidsbelasting tussen de 40 dB Lden en 45 dB Lden wordt als negatief (-) beoordeeld.” De verschillende waarden komen niet overeen met veel wetenschappelijke literatuur. Door niet aan te geven welke overwegingen ten grondslag liggen aan de totstandkoming van de waardeschaal kan de bestuurder/lezer zich dan ook geen oordeel vormen. Dat is onacceptabel “De contouren van de verschillende geluidsniveaus (40, 42, 45 en 47 dB Lden) zijn rondom de plaatsingszones van de varianten geprojecteerd.” De planMER geeft geen inzage over de berekening/totstandkoming van de contouren. Daardoor is de juistheid van de contouren ook niet te controleren. Uit de vele publicaties lijkt het zo te zijn dat de contouren (veel) te gunstig worden weergegeven. Daarmee ontstaat de naleving van een gezondheidsbelang. De bestuurder/lezer krijgt geen inzage in de berekening/totstandkoming van de contouren en daarmee ok de realisatie van het gehele plan. Dat is volstrekt onacceptabel.
Blz 164: “Bij de overige varianten liggen meerdere woningen binnen de 45 dB Lden-geluidcontour rondom de plaatsingszones.” In de redenatie ONTBREEKT de variant die door de gemeente Oss is bepaald als maximale waarde, namelijk 42 dB Lden maximaal. Dat betekent tegelijkertijd dat geen van de varianten voldoet aan die waarde. Door dat niet op te nemen in de redenatie en conclusie wordt de bestuurder/lezer onjuist en onvolledig geïnformeerd, is geen oordeel mogelijk en zijn de conclusies niet houdbaar. Dat is een voorbeeld van manipulatie. Dat geheel is volstrekt onacceptabel en schaadt het vertrouwen. “Deze aantallen zijn cumulatief. Zo omvatten bijvoorbeeld de aantallen van meer dan 42 dB Lden ook het aantal geluidgehinderden binnen de 45 dB- en 47 dB Lden-contour.” Dit betekent dat een geen overzicht is van de waarde van de gemeente Oss (Lager dan 42 dB Lden). Daarmee zijn de tabellen van de tegenovergestelde invalshoek opgesteld. Dat geeft de bestuurder/lezer een verkeerd beeld. Daardoor zijn de belangrijkste waarden niet eens te toetsen en 50
is er dus ook geen oordeel over te geven. De weergave van de varianten en kaarten zijn daardoor ook niet bruikbaar. Dat geheel is niet acceptabel. Blz 169: “. Voor deze varianten geldt dat geen woningen of overige geluidgevoelige gebouwen binnen de 45 dB Lden-geluidcontouren rondom de plaatsingszones liggen.” Dat laat zien dat de effectbeoordeling niet ingaat op de waarde die in Oss wordt gehanteerd, namelijk 42 dB Lden maximaal. Daarmee is de effectbeoordeling niet bruikbaar voor de bestuurder/lezer zonder dat dat wordt vermeld. Dat is onacceptabel. “er er zijn geen aanwijzingen dat laagfrequent geluid en infrasoon geluid andere effecten hebben op omwonenden dan gewoon geluid. Hier speelt de opzet van de planMER (expert judgement) een cruciale maar verkeerde rol. Daarmee is de stelling volstrekt onjuist. Vele publicaties en zelfs wetenschappelijke verhandelingen duiden immers op gevaren van laagfrequent en infrasoon geluid. Het medische vakgebied is zelfs van oordeel dat het ontbreken van waarden en normen leidt tot gezondheidsschade. Verschillende rapportages van of over omwonenden van windparken bevestigen dat onomstotelijk. Door dit zo marginaal en onjuist te behandelen geeft de steller er blijk van vooringenomen te zij in haar conclusies en de bestuurder/lezer te confronteren met volstrekt onjuiste informatie.
Daarmee wordt niet alleen de oordeelvorming onmogelijk maar is de conclusie dat ook. Absoluut onacceptabel met gemanipuleerde informatie. Blz 170: “Nederland kent geen wettelijke eisen voor de beoordeling van laagfrequent geluid. Wel zijn er richtlijnen zoals de ‘NSG Richtlijn laagfrequent geluid’ en de zogenaamde Vercammen-curve:” De opsteller gaat geheel voorbij aan de vele publicaties en wetenschappelijke rapporteringen omtrent laagfrequent en infrasoon geluid. Daarnaast vormt de Vercammen curve een antwoord op de vraag of het potentieel hoorbaar is. Dat is het minst belangrijke effect, maar wel het gemakkelijkste weer te geven en met de minst ernstige gevolgen. Door dit zo te doen duwt de opsteller de bestuurder/lezer een richting op die overeenkomt met de eerder aangetoonde vooringenomenheid van de steller. Dat op zich is al onacceptabel, maar het onthouden van de onderwerpen genoemd in de eerste zin maakt het voor de bestuurder/lezer onnavolgbaar en is er geen objectief en inhoudelijk oordeel te vellen. Dat geheel is volstrekt onacceptabel. “Het risico op laagfrequent geluid is lastig te voorspellen en hangt van meerdere (lokale) factoren samen. De positie van de woning ten opzichte van de turbine(s) is bijvoorbeeld in deze fase nog onbekend. Daarnaast spelen ook de gevelwering en de gesteldheid van de woning een belangrijke rol.
Ook het ontstaan van staande golven in een woning is een aandachtspunt.” Opsteller verzuimt om aan te geven dat de bodemgesteldheid een belangrijke rol speel, evenals de draagwijdte (afhankelijk van de sterkte, met dit formaat IWT is dat hoog) die tientallen kilometers bedraagt. Daarmee permitteert de steller zich in het midden te houden zodat bijvoorbeeld belendende gemeenten niet beoordeeld behoeven te worden. Dat astaat echter haaks op het doel van een MER. De conclusie is dan ook dat de opsteller zich bewust zo beperkt om daarmee het onderwerp tot behapbare proporties in te kaderen, terwijl op een sluwe wijze een van de grootste gevaren wordt benoemd (de staande golf). De gevolgen van dat reële gevaar wordt natuurlijk niet weergegeven (zoals gevaren voor fundamenten en extreme belasting in woningen, zelfs op grote afstand). Daardoor wordt wel de bestuurder/lezer veel te beperkt geïnformeerd en is er geen oordeel mogelijk. Dat is onacceptabel. 51
Blz 171: “. Er zijn geen normen beschikbaar voor laagfrequent geluid, waardoor geen onvergunbare situatie aangewezen wordt door een overschrijding van de normen voor geluidbelasting.” Door de planMER niet in te richten op het wettelijke kader permitteert de opsteller zich deze uitlating. Dat is echter onjuist omdat het Unierecht/SMB richtlijn bepaalt dat alle factoren die samenhangen met aantasting van het milieu en/of gezondheid beoordeelt dienen te worden met een aan zekerheid grenzende objectieve en wetenschappelijk bevestigde onderbouwing. Dat is dit zeker niet. Daarmee wordt de bestuurder/lezer opnieuw onjuist en onvolledig geïnformeerd en geeft de opsteller opnieuw blijk van vooringenomenheid. De beschouwing op de volgende pagina’s van deze paragraaf, voldoet daarmee ook niet. Dat geheel is absoluut onacceptabel. Blz 174: “Methode Miedema” Juist deze methode staat onder juridische druk wegens het weinig navolgbare rekenmethodiek en de schijnzekerheid. Het is dan ook de vraag waarom, en uitsluitend, deze methode is gekozen. In ieder geval louter expert judgement waarop de bestuurder/lezer zeker niet (geheel) kan vertrouwen voor haar oordeel. Dat is ook te zien aan de resultaten. Voor een onderzoeksmethode in een planMER volstaat deze methode niet en is daarom niet acceptabel.
Blz 180: “In deze tabel is aanvullend per geluidcontour (40 dB, 42 dB, 45 dB en 47 dB [in Lden]) weergegeven hoeveel geluidgehinderden er per variant en turbinetype zijn. Door alle tekortkomingen die “hierboven zijn genoemd, is de weergave niet representatief als conclusie of waardeoordeel. Dat betekent dat de bestuurder/lezer zich geen oordeel kan vormen. Hoewel dat de opsteller niet kan worden verweten (nu is immers pas duidelijk wat het effect is van de tekortkomingen) kan het de steller wel worden verweten verkeerd om te zijn gegaan met de waarden, interpretaties, analyses en conclusies. Daarmee ontstaat voor de bestuurder/lezer natuurlijk wel een onacceptabele situatie. “Onderstaande tabel 7.52 bevat een samenvatting van de effectbeoordelingen van alle thema’s en aspecten.” Door de eerdergenoemde tekortkomingen vormt de beoordelingsschaal een veel te bepekte beschouwing van onderwerpen die invloed uit kunnen oefenen op het milieu en/of de gezondheid. Daarnaast is er op menig gedocumenteerd onderwerp te veel af te dingen. Met een dergelijk te beperkt inzicht en de regelmatig onjuiste of onvolledige beoordelingen van de wel beschouwde onderwerpen, is voor de bestuurder/lezer geen (totaal)oordeel mogelijk. Dat is onacceptabel Blz 184: “Dit deel beschouwt de effecten van niet-maatgevende thema’s voor de ontwikkeling van windturbines.
Het hoofdstuk sluit af met de aandachtspunten van de niet-maatgevende aspecten voor de volgende fase van het voorgenomen project.” Gezien de onmogelijke situatie om de varianten te beoordelen als weergegeven bij de maatgevende thema’s is dat voor de behandeling van niet-maatgevende thema’s identiek. Daarbij is ook het verschil tussen maatgevend en niet-maatgevend te arbitrair voor de interpretatie en publicatie, terwijl de conclusie zich onterecht aanbieden als ‘aandachtspunten’. Daarmee niets meer dan de verschuiving naar de projectMER inluidend. Daar kan en bestuurder/lezer natuurlijk niets mee, maar komt ook niet overeen met de democratische behandeling van een dergelijk belangrijk onderscheid (wel/niet maatgevend) in die oordeelvorming. Een beschouwing van de varianten in dit hoofdstuk heeft daarom niet plaatsgevonden. Van een bestuurder/lezer kan dit immers niet worden verwacht, een gedegen planMER dient dit grondig beschouwd, onderzocht en volgbaar gemotiveerd te verzorgen. Dat is hier niet het geval. Daarom is zowel het onderscheid (maatgevend/nietmaatgevend) als de beoordeling onacceptabel. 52
Blz 206: “ONTWERPBESLUIT WINDTURBINES LEEFOMGEVING” Het ontwerpbesluit is geen wettelijke verplichting en overstijgt daarmee niet de bepalingen die het bevoegd gezag (beide gemeenteraden), heeft gesteld aan de uitvoering van de Duurzame Polder. Daarom is dit een situatie die zich mogelijk in de toekomst zou kunnen afspelen, maar nu niet. “Om het procedurele gebrek te herstellen, heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat alsnog een planMER laten uitvoeren. Het Ontwerpbesluit is gebaseerd op dat planMER.” Onvermeld blijft dat dit door Arcadis is gebeurd en dat de oorspronkelijke situatie weer als maatstaf is genomen, evenals een daarop afgestemde MER. Arcadis heeft grote belangen in de windindustrie en voldoet daardoor niet aan het criterium onpartijdigheid. Dat blijkt ook uit de opzet en inhoud van de MER. Daarnaast houdt de MER geen rekening met het Unierecht, terwijl dit een wettelijke verplichting is die zelfs voorkomt uit het EU-verdrag. De toetssteen, weergegeven in de SMB-richtlijn, is terzijde geschoven in de MER. Dit geeft naast maatschappelijke onrust en wantrouwen, ook gezaghebbende instanties de kans om deze dwaling aan te pakken. Dat gebeurt nu ook. Door dit niet te vermelden laat de opsteller zien te beperkt en eenzijdig te zijn in de beschouwing en daardoor feitelijk de lezer manipuleert.
De bestuurder/lezer heeft te weinig informatie om zich een volledig beeld te kunnen vormen evenals een oordeel. “Het Ontwerpbesluit bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van de normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving. Dit hoofdstuk vat de belangrijkste wijzigingen die relevant zijn voor de Duurzame Polder samen. Ook beschrijft het hoofdstuk wat de impact is van deze wijzigingen op dit planMER.” Het ontwerpbesluit heeft niet de kracht van wet. Volgens de informatie uit de advocatuur is het de bedoeling om dat per 1 juli 2025 in te laten gaan, maar dat staat nog ter discussie. Het gebruik van het woord 'ontwerp' doet ook het tegenovergestelde vermoeden en dat blijkt terecht. Door dit niet te behandelen gaat de opsteller verder als ware het een wet. De opsteller heeft dit ook gebruik om de diverse varianten inhoud te geven, dat is onterecht en strijdig met de normen die de gemeenteraden hebben vastgesteld. Dat is onacceptabel, maar brengt ook een onmogelijke situatie met zich mee vanwege de uitgifte van het Ontwerp Besluit en de planMER, feitelijk gebaseerd op een discutabel Ontwerp Besluit, dat nog niet is vastgesteld en ingegaan terwijl het Unierecht en de regelgeving vanuit PS NB geweld wordt aangedaan of niet uitgevoerd. Bestuurlijk is dit volstrekt onacceptabel.
Blz 209: “In tabel 9.1 zijn de afstanden in meters behorend bij deze afstandsnorm opgenomen. Ter vergelijking is ook de afstand in meters van de 45 dB Lden contour opgenomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de wijze van meten niet nader is toegelicht. Voor deze analyse is daarom gemeten vanaf de voet van de windturbine tot aan de gevel van de windturbinegevoelige gebouwen.” De norm vanuit de gemeente Oss wordt niet opgenomen in de vergelijkingstabel. Daarmee kan een bestuurder/lezer zich geen voldoende beeld vormen van de verschillende situaties. Dat is niet acceptabel. “Onderstaande afbeelding 9.2 geeft weer welke ruimte overblijft in het plangebied bij toepassing van een afstand van 2x de tiphoogte tot windturbinegevoelige gebouwen.” Opsteller verzuimt aan te geven wat de consequenties zijn bij toepassing van het besluit. Dat terwijl het besluit waarschijnlijk gedurende het proces al in werking treedt. Door dat niet te doen onthoudt de opsteller belangrijke informatie aan de bestuurder/lezer. Zonder die afweging op waarde te kunnen schatten valt er geen adequaat oordeel op te maken. Dat is onacceptabel. “Voor Duurzame Polder betekent dit dat de datum van vaststelling van het ruimtelijk plan dat het 53
project mogelijk maakt van belang is. Als dit voor 1 juli 2025 is, dan moet gebruik gemaakt worden van de overbruggingsregeling en moeten lokale normen gesteld worden. Als dit na 1 juli 2025 is, dan moet het ruimtelijk plan voldoen aan de nieuwe normen uit het Ontwerpbesluit.” Dat is niet correct. Het moment van het vaststellen van een omgevingsplan is bepalend. Door dit anders te omschrijven, wordt een parallel getrokken naar de gefragmenteerde en discutabel opzet rond dat omgevingsplan in de veronderstelling dat de bestuurder/lezer dat beschouwt als de beoogde datum. Daarmee wordt de lezer, zoals inmiddels gebruikelijk, op het verkeerde been gezet en komt diens oordeel onder foutieve aannames tot stand. Tenslotte merkt de opsteller op dat ‘lokale normen gesteld moeten worden’, die zij echter al gesteld en juist die normen worden door de opsteller zorgvuldig vermeden. Dat is onacceptabel. Daarnaast is de vaststelling van een omgevingsbesluit een procedurele kwestie waarin participatie, verkrijgen van zienswijzen en de interpretatie daarvan, een belangrijke rol spelen. Die procedure kent ook bezwaar en beroepsmogelijkheden buiten de crisis en herstelwet. Het is daardoor vrijwel uitgesloten dat een nieuw omgevingsplan tijdig gereed zal zijn voor de gemeente Oss. Dat geheel is onacceptabel.