05 Brief over zienswijze indienen op een omgevingsdocument_geanonimiseerd
Tekst van het document
17
“Tegelijkertijd is een participatieproces doorlopen” De naamgeving is inderdaad juist, de inhoud van het proces heeft daar echter niet in voorzien, de verordening in Oss is daarbij ook niet nageleefd. Zelfs twee stakeholders zijn uit de klankbordgroep gestapt wegens het gebrek aan participatie en een petitie van bijna 7.000 handtekeningen heeft tot geen enkele zichtbare invloed geleid. Meerdere politieke fracties delen die visie ook openbaar. De stelling is dus onjuist. Waarom wordt dit hier zo gesteld en zelfs uitvergroot?
“Op basis van al deze gesprekken en rapporten stellen de Gemeenten in dit Programma het Voorkeursalternatief vast.” Voor het uiteindelijke Voorkeursalternatief heeft de gemeente Oss in het geheel niet voorzien in participatie maar een solitair collegebesluit genomen zonder aan de procesmatige verplichtingen te voldoen. De stelling is dus onjuist. Waarom vermeld de steller dat niet in plaats van deze inhoudelijk onjuiste stelling? Blz 7: “De Gemeente Oss verwijst hiervoor naar de bestaande en reeds vastgestelde visies.” Kennelijk zij n er naast het Ontwerp Programma en de nog niet vastgestelde omgevingsvisie nog andere visies die van belang zijn. Welke visie worden hier bedoeld (graag met vindplaats), welke relevantie heeft dat voor het Ontwerp Programma (en planMER) en waarom staan die visies niet vermeld bij de referenties? “In een volgende fase kunnen Initiatiefnemers op basis van dit Programma bij de Gemeenten vergunningen aanvragen voor de daadwerkelijke realisatie van de Windturbines.” Zijn er al concept vergunningen overeengekomen voor de Duurzame Polder? Zo ja, ontvangt DDO graag een kopie van de concept vergunningen. “Ook het Ministerie is op de achtergrond betrokken.” Wat is de reden van de “achtergrond”, het ministerie maakt immers volwaardig deel uit van de bestuursovereenkomst, betaalt daar ook voor en levert de intermediair naar de andere ministeries.
“De Provincie en het Ministerie zijn voornemens het bevoegd gezag inzake vergunningverlening voor de Windturbines op grond van artikel 9b lid 3 respectievelijk artikel 9c lid 3 van de Elektriciteitswet over te dragen aan de Gemeenten.” Met de bestuursovereenkomst is dat voornemen al geuit en zelfs als aanleiding voor de bestuursovereenkomst gebruikt. Wat is de reden dat hier nog niet toe over is gegaan? Betekent dit en de overschrijding van de oorspronkelijke termijn tot verkrijging van subsidie (vergunt er 01012025), dat de subsidie voor exploitanten gevaar loopt, zeker nu het nationale bestuur en beleid daar ook kritisch op is en financiële beperkingen al heeft ingevoerd? Antwoorden: Op 20 december 2024 heeft u ons vragen gesteld over Ontwerp Programma en het PlanMER inzake de Duurzame Polder. Wij beantwoorden uw vragen als volgt: Vraag 1: 18
Graag daarom een beschouwing van de gepresenteerde cijfers, de weergave van de extrapolatie van de autonome progressie van Oss tot en met 2035 en de gevolgen daarvan voor dit Ontwerp Programma? Antwoord: De opwekdoelstelling van de gemeente Oss is gebaseerd op de afspraken in de RES 1.0. De RES 1.0 koppelt de doelstelling aan het jaar 2030, i.e. de RES-opgave. De autonome progressie tot en met 2035 is voor de RES-opgave van de gemeente Oss niet relevant. Begin 2022 heeft een herijking van de RES-opgave plaatsgevonden. De raad is hierover geïnformeerd in een raadsinformatiebrief van 1 februari 2022. Het resterende deel van de RES-opgave bedraagt voor de gemeente Oss 0,514 petajoule. Deze doelstelling vormt het uitgangspunt voor het Ontwerp Programma. Vraag 2: Welke initiatieven worden hier bedoeld en welke overeenkomsten zijn daarvoor aangegaan (graag de overeenkomsten bijvoegen)? Antwoord: Het college verwijst voor een beschrijving van deze initiatieven naar pagina 8 van het “Eindrapport Verkenning Duurzame Polder”, dat ten grondslag heeft gelegen aan de besluitvorming in uw raad op 28 januari 2021. Vraag 3: Wat is die potentiële omvang en -duur? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 2. Vraag 4: Dat betekent dat dit ontwerp Programma (en planMER) zij gebaseerd op de oude omgevingsvisie.
Wat houdt dat in voor de grondslag en inhoud van dit programma en planMER in inhoudelijke, procedurele en juridische zin? Is het überhaupt wel mogelijk om een programma en planMER uit te brengen zonder dat de omgevingsvisie is geactualiseerd in ieder geval niet outdated? Zo ja, aan welke voorwaarden moet het bevoegd gezag dan voldoen? Antwoord: Paragraaf 2.2 bevat een uitgebreide beschrijving van de voor de Duurzame Polder relevante, thans geldende en door uw raad vastgestelde visiedocumenten. Die visiedocumenten vormen – in combinatie met de Ambitienota Omgevingsvisie (vastgesteld door uw raad op 25 januari 2024) – de grondslag voor dit Ontwerp Programma. Deze visiedocumenten zijn niet verouderd, zoals de vraag suggereert. Vraag 5: Kunt u uitleggen wat dat betekent voor het proces dat leidt tot vaststelling van de Omgevingsvisie en de verantwoording van het bevoegd gezag daarin? Antwoord: Het proces tot vaststelling van de Omgevingsvisie volgt de daarvoor geldende wettelijke procedure. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door uw raad. Daarmee is de democratische controle evident gewaarborgd. Vraag 6: Ook hier ontstaat de vraag of uitgangspunten vast te stellen zijn terwijl de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 4 en 5. Vraag 7: Waarom is daarin niet voorzien in deze alinea? 19
Antwoord: Zoals blijkt uit het woord “zoals”, is hier sprake van een niet-limitatieve opsomming. Het milieu en de gezondheid komen uitgebreid aan bod in het Ontwerp Programma en de PlanMER. Vraag 8: Als dat ook zo is, waarom is het unierecht niet meegenomen in het Ontwerp Programma (en planMER)? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 7. Vraag 9: Waarom is dit niet opgenomen in deze alinea en uitgewerkt in het Ontwerp Programma (en planMER)? Antwoord: De eventuele kans op calamiteiten is verdisconteerd in de wettelijke veiligheidsnormen, bijvoorbeeld in relatie tot woningen, buisleidingen en de aan de zuidkant van de Duurzame Polder gelegen hoogspanningsleiding. Vraag 10: Hoe komt de opsteller erbij om het onderwerp gezondheid te binden aan een streven om daar “zoveel mogelijk rekening mee te houden”, terwijl zij wettelijk verplicht is om zeker te stellen dat gezondheidsgevaar ontbreekt? Antwoord: Het Ontwerp Programma gaat uit van de voor dit onderwerp relevante wettelijke normen. De geciteerde zinsnede duidt op de integrale afweging van belangen die het college en de raad moeten maken bij de vaststelling van het VKA. Vraag 11: Waarom wordt dit hier zo gesteld en zelfs uitvergroot? Antwoord: De geciteerde zinsnede bevat louter de feitelijke vaststelling dat een participatieproces is doorlopen. De verdere kwalificaties in de vraagstelling laat het college bij DDO.
Vraag 12: Waarom vermeld de steller dat niet in plaats van deze inhoudelijk onjuiste stelling? Antwoord: De vraagstelling gaat uit van een onterechte aanname. Het college heeft een integrale afweging gemaakt, zoals toegelicht in de raadsinformatiebrief van 3 september 2024. Vraag 13: Welke visie worden hier bedoeld (graag met vindplaats), welke relevantie heeft dat voor het Ontwerp Programma (en planMER) en waarom staan die visies niet vermeld bij de referenties? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 4. Vraag 14: Zijn er al concept vergunningen overeengekomen voor de Duurzame Polder? Zo ja, ontvangt DDO graag een kopie van de concept vergunningen. Antwoord: Nee. Vraag 15: Wat is de reden van de “achtergrond”, het ministerie maakt immers volwaardig deel uit van de bestuursovereenkomst, betaalt daar ook voor en levert de intermediair naar de andere
20
ministeries. Antwoord: De geciteerde zin duidt op het feit dat het bevoegd gezag inzake de Duurzame Polder bij de gemeente Oss en de gemeente ’s-Hertogenbosch ligt. Vraag 16: Wat is de reden dat hier nog niet toe over is gegaan? Antwoord: Artikel 6 van de bestuursovereenkomst geeft aan dat dit afhankelijk is van het feit dat een initiatiefnemer een PCR-melding (bij de Provincie) of een RCR-melding (bij het Rijk) doet. Vraag 17: Betekent dit en de overschrijding van de oorspronkelijke termijn tot verkrijging van subsidie (vergunt er 01012025), dat de subsidie voor exploitanten gevaar loopt, zeker nu het nationale bestuur en beleid daar ook kritisch op is en financiële beperkingen al heeft ingevoerd? Antwoord: Nee. Met vriendelijke groet, Wethouder 5.1.2e
21
Zienswijze op de planMER Deze zienswijze beschouwt de weergave van de “Ernstige tekortkomingen van het MER-onderzoek” uit “HET WINDMOLENDRAMA Hoe de uitrol van industriële windturbines een nieuwe toeslagenaffaire dreigt te worden” van 5.1.2e , als onderdeel van deze zienswijze: Rapport: Het Windmolendrama - Stichting Climate Intelligence Clintel De weergave is geplaatst op pagina 69 tot en met 77 en bevat deze hoofdgroepen en inhoud: Tekortkoming: De procedure-eisen van de SMB-richtlijn worden niet gevolgd 70 Tekortkoming: De referentiesituatie – een onrechtmatige situatie wordt als uitgangspunt genomen 71 Tekortkoming: De normen van het Activiteitenbesluit komen terug en er wordt slechts één norm-variant onderzocht 71 Tekortkoming: De jaargemiddelde Lden-norm staat niet ter discussie 72 Tekortkoming: De afstandsnorm is geen afstandsnorm 73 Tekortkoming: Aan de inhoudelijke eisen van de SMB-richtlijn wordt niet voldaan, de impact op de volksgezondheid is niet onderzocht 73 Leemte in kennis: Geen onderzoek bekend over de effecten van windturbinegeluid op kinderen en zwangere vrouwen 74 Leemte in kennis: Effecten van de aanwezigheid van windturbines op slaapverstoring 74 Leemte in kennis: De gezondheidseffecten van laagfrequent geluid 75 Leemte in kennis: Geen onderzoek bekend over grotere turbines 76 De opstellers van deze zienswijze, zijn geschrokken van deze planMER.
Zowel inhoudelijk als procesmatig stapelen de tekortkomingen zich op tot een te hoog niveau. Dat betreft niet alleen de projectgroep Duurzame Polder maar ook de beide colleges, het college van Oss en beide wethouders vanwege hun duale verantwoording (lid college/dossierhouder en daarnaast lid stuurgroep Duurzame Polder). Onderstaand treft u de zienswijze in uitgewerkte vorm, voorafgegaan door een samenvatting. Zeer vele onderwerpen uit (het Ontwerp Programma Duurzame Polder en) de planMER zijn ongeschikt voor uitgifte en publicatie, omdat het op die diverse onderwerpen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad invult. De gemeenteraad heeft voor uitgifte en publicatie geen besluit genomen, geen instemming gegeven of niet is gevraagd naar wensen en/of bedenkingen. Daarmee is (het Ontwerp Programma en) de planMER ongeschikt voor uitgifte en kan op deze manier ook geen onderdeel zijn van de toepassing van de Omgevingswet. Deze vaststelling is van zulk groot belang, dat daarmee de uitgifte van (het Ontwerp Programma en) de plan MER zal moeten worden ingetrokken, om aan de bestuurlijke eisen te voldoen. DDO en FVD, achten de bestuurlijke eisen van goed en zorgvuldig bestuur, van een dusdanig groot democratisch belang, dat dit prevaleert boven de (door het college toch al voortdurend uitgestelde) voortgang van het proces.
Aangezien in het gehele proces de gemeente Den Bosch is betrokken (evenals GS en MINEZK) is deze vaststelling ook voor hen van toepassing. Vanuit de omgevingswet zijn de Onderstaande eisen gesteld aan de planMER. Volgens het Ontwerp Programma wordt vanwege het Omgevingsbesluit bepaalt, dat een planMER in ieder geval de volgende informatie moet bevatten (deze informatie komt uit de planMER, maar is gecorrigeerd naar de werkelijke wettekst): 22
• • • • •
•
•
• •
• •
een beschrijving van de inhoud van het programma en de redelijke alternatieven de belangrijkste doelstellingen van het programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s; de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd; de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het programma aanzienlijk kunnen zijn; alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt; een beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma; een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven, met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten; de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het programma te voorkomen, te beperken of te compenseren; een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten
zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis; een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen; een niet-technische samenvatting.
De onderstreepte zinsneden bevatten de onderwerpen, die in de planMER niet of onvoldoende zijn behandeld. Daarmee is een situatie ontstaan, waarbij de planMER zelfs niet voldoet aan de minimale inhoudelijke eisen die wettelijk gelden. Daarnaast laat de planMER de volgende hoofdzakelijke tekortkomingen zien die de intrekking van het proces (Ontwerp Programma en planMER in haar huidige vorm en inhoud) noodzakelijk maken: De planMER voldoet niet aan: 1. Het vereiste wettelijk kader vanuit de omgevingswet; 2. Het vereiste wettelijk kader vanuit de overige wetgeving, waaronder het verplichte internationaal recht met name het Unierecht en de door de Raad van State bepaalde verplichte toetsing door het bevoegd gezag (beide colleges); 3. Een dusdanig groot gebrek aan adequate onderzoeken, dat van een wetenschappelijk gefundeerde en objectief vastgestelde samenstelling niet kan worden gesproken; 4. Het doorschuiven van onderwerpen die deel uit behoren te maken van de planMER naar de projectMER; 5. Het ontbreken van professionele adviezen, zoals de Brandweer. 6. Het uit eigen beweging wijzingen van de normen en waarden, waardoor situaties ontstaan die tot het tienvoudige belasting van inwoners leiden zonder democratische besluitvorming; 7. De door de planMER aangegeven leemten in kennis en kunde, draagt zo ver dat er geen houdbare conclusies kunnen worden getrokken uit de planMER; 8.
De planMER daardoor als geheel inhoudelijk dusdanig tekortschiet dat de validiteit volstrekt ongeschikt is om democratische besluitvorming op te baseren; 23
9. Beide colleges de uitgifte van Ontwerp Programma en planMER hebben laten plaatsvinden zonder adequate voorbehandeling door de leden van het college en hun professionele ambtelijke organisatie, dit terwijl de belangen enorm zijn, maar ook de gevaren en risico’s. De wijze waarop Ontwerp Programma en planMER zijn uitgegeven is te kwalificeren als onbehoorlijk bestuur. 10. De timing van uitgifte (vlak voor het kerstreces) is dusdanig gekozen dat de meeste inwoners en belanghebbenden in de praktijk onvoldoende tijd zullen hebben om de zware materie (meer dan 1000 pagina’s intensieve tekst) te bestuderen en vragen te stellen. Uit jurisprudentie blijkt dat deze handelswijze niet is toegestaan. 11. De planMER behoort zich te onthouden van Molenaarswoningen als onderdeel van de MER zoals zij zelf stelt, maar dat gebeurt wel en regelmatig worden beoordelingen en adviezen daar mede op gebaseerd. 12. Over de onzekerheden voor het milieu wordt makkelijk heen gestapt. Het detailniveau had scherper en concreter onderzocht en beschreven moeten zijn. Er zou hier zeker strijd met de rechtszekerheid kunnen zijn. Daar ontbreekt adequaat onderzoek. 13. Er wordt onvoldoende inzicht gegeven in de netcongestie en de gevolgen voor de plannen. Wat heeft het voor zin om energie op te wekken, wanneer het net dat niet kan verwerken en energieopslag technisch nog onvoldoende mogelijk is.
Daarnaast heeft een van de leden van de bestuursovereenkomst, 5.1.2e , besloten tot de RhineDelta corridor. Hetgeen zowel dit programma als de planMER overbodig maakt. 14. Het aspect duurzaamheid, zoals het recyclen van de rotorbladen, wordt niet benoemd. Een omissie om dat niet te benoemen in de context van duurzaamheid. 15. Het voorkeursalternatief is behandeld terwijl het proces dat leidt tot vaststelling van dat voorkeursalternatief niet is afgesloten en besloten door de gemeenteraad van Oss. 16. Het planMER gaat voorbij aan calamiteiten die kunnen optreden met IWT’s en de belangrijkste reden zijn voor de ongevallen met IWT’s, inclusief de extreem hoge kosten die dat met zich meebrengt. Kosten die ook niet geadresseerd worden in de planMER, noch de verantwoording daarover, noch de noodzaak van een garantiefonds (voorziening € 5.1.2f of hoger). Dit geheel dient geadresseerd te worden in de planMER, ook vanuit de eisen die de omgevingswet stelt. 17. Het effect van de afbladdering van windturbinebladen op de gezondheid en de effecten van laagfrequent geluid zijn onvoldoende onderzocht om de conclusies aan te verbinden die de planMER stelt. Gegeven de potentiële gevolgen is dit een aanzet voor een milieuramp als de planMER onverkort wordt geaccepteerd. Adequaat onderzoek is een must. 18.
Uit het geheel aan signalering van tekortkomingen blijkt dat de opsteller, 5.1.2e +Bos, de gegevens zodanig beperkt presenteert, interpreteert, manipuleert en zelfstandig invult dat dit geen geschikte instantie is om een planMER aan over te laten. De relatie van 5.1.2e +Bos met de windturbine industrie zou een dergelijke opsteller al in het voortraject moeten hebben voorkomen. Nu is het echter zeker, dat de voorliggende planMER een te vooringenomen opsteller heeft met 5.1.2e +Bos. De waarheid en realiteit is geweld aangedaan met wantrouwen in beide colleges, door de stellers van de zienswijzen, als gevolg. Dat moet worden hersteld voor er verdere acties uit volgen. Om bovenstaande redenen, en de in de bijlage aangedragen ernstige tekortkomingen en onacceptabele bevindingen, had de planMER in haar huidige vorm nooit mogen worden uitgegeven. Het dringende advies aan de gemeenteraden, colleges en behandelaars is dan ook: intrekken van de uitgifte van Ontwerp Programma en planMER en pauzeren van het proces tot er zekerheid bestaat over het juist toepassen van de wettelijke verplichtingen. Herstel daarin tevens de belangrijkste tekortkomingen met borging van de instemming van de gemeenteraad. 24
N.B. In de bijlage wordt een weergave gedaan uit de extreem vele tekortkomingen die het document planMER kent. Dat is niet uitputtend maar meer dan voldoende om een bevestiging te krijgen van de bovenstaande (hoofd) zienswijze. Dit om de bestuurder (raadleden en burgerleden) en de lezer, adequaat te informeren over de aanleiding van de stelling dat intrekking van het proces (Ontwerp Programma en planMER in haar huidige vorm en inhoud) noodzakelijk is. Telkens als een passage wordt afgesloten met ‘niet acceptabel’ of onacceptabel’, betekent dit dat dit onderwerp niet op deze manier gebruikt mag worden omdat de tekortkomingen het doel en/of de randvoorwaarden van de planMER ondergraven. De inhoud van de bijlage maakt onverkort deel uit van de zienswijze.
25
Bijlage B behorende bij zienswijze planMER Voorafgaande informatie: De rapportages van 5.1.2e en die zijn opgesteld voor en het ontwerpprogramma en het planMER zelf, gaan niet in op de meest recente jurisprudentie over stikstof waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een nieuw beoordelingskader heeft geformuleerd voor de natuurvergunningplicht: 5.1.2e
•
AbRS18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (Rendac);
•
AbRS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (Amercentrale).
Gelet op de datum van de uitspraken en de rapporten kon dat natuurlijk ook niet, maar dat neemt niet weg dat dit aspect verwerkt moet worden. In de stukken wordt nog gesproken van intern salderen in het vergunningenspoor, dat deel zal herzien moeten worden.
Blz 11:”SAMENVATTING” Voor het commentaar op de onderwerpen die in de samenvatting worden behandeld is het van belang dat de behandelaar van de zienswijze kennisneemt van het commentaar in het rompstuk van het document. In het onderstaande commentaar wordt een beperkte vorm van commentaar gegeven en niet alle (vaak belangrijke) details verwerkt. Ook worden niet alle onderwerpen behandeld omdat dan een te hoog detailniveau zou worden bereikt. Voor die onderwerpen (alle onderwerpen zonder commentaar in deze samenvatting) is er dus wel commentaar, maar daarvoor wordt verwezen naar de romptekst. De ‘romptekst’ wordt aangegeven, omdat veel onderwerpen op verschillende plaatsen in de planMER worden behandeld. Blz 12:” Oss: doel om 5.1.2f J (142 GWh/jaar) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder” Hier ontbreekt de uitwerking van een belangrijk doel van de planMER “alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma" dat kan alleen met een juist uitgangspunt v.w.b. de behoefte. Die behoefte wordt in de paragraaf die dat zou moeten beredeneren, afgedaan met het kopiëren van een doelstelling die anno 2021 werd ingeschat op basis van een politiek principe besluit. Dusverre van juist en nauwkeurig. Daarmee wordt een veel hogere waarde gehanteerd dan noodzakelijk.
Uit verschillende varianten van expert judgement, blijkt dat zich zelfs negatieve varianten voor doen, dus beperken van opwek i.p.v., creëren. Door dat niet in de planMER te verantwoorden, ontstaat een situatie waarin bestuurders/lezers met onjuiste informatie van start gaan. De Duurzame Polder behoeft vanuit de overwegingen van Oss immers mogelijk niet, maar in ieder geval zeker niet van dit formaat en omvang te zijn. Dat geheel is absoluut onacceptabel. “Het programma <red: VKA> fungeert als het 'moederbesluit' voor dit planMER, dat ten grondslag wordt gelegd aan het programma.” Voor de gemeente Oss is dat besluit niet genomen, althans niet door de gemeenteraad. Daarnaast is er procesmatig nogal wat verkeerd verlopen, waardoor de validiteit van deze planMER in het geding is. De planMER en het Ontwerp Programma hadden mede daardoor niet uitgegeven mogen worden. De bestuurder/lezer blijft verstoken van deze informatie en kan zich dus ook geen oordeel vormen. Dat geheel is onacceptabel.
26
“Het doel van een milieueffectrapportage (MER) is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in te brengen in de plan- en besluitvorming.” Dat doel wordt niet gehaald, omdat de planMER de wettelijke verplichtingen niet naleeft, noch vanuit de Omgevingswet, noch de overige relevante nationale wetgeving, noch de relevante internationale wetgeving. De stafbehandeling vanuit de colleges alvorens uitgifte (beide colleges bevestigen dat dat het geval is geweest) heeft dit niet opgemerkt, heeft ermee ingestemd of het heeft niet of onvolledig plaatsgevonden, het is immers vrijwel ondenkbaar dat deskundige ambtenaren dit over het hoofd zien. Door dat niet aan te geven bij de bestuurder/lezer wordt deze volstrekt onjuiste passage zonder die context snel doorgelezen. Men kan zich immers geen beeld of oordeel vormen. Dat is sterk onacceptabel. “De belangrijkste uitgangspunten en afbeeldingen van de varianten zijn in onderstaand tekstkader opgenomen. Hier begint de verschuiving van waarde naar wens. De waarde van geluid wordt vastgesteld op 47/45 dB Lden, terwijl de gemeenteraad in Oss maximaal 42 dB Lden heeft bepaald, zonder mitigatie. Daarnaast vormen de 2.000 m grens een soort schuivend paneel nabij het grensgebied (en bij Oss West), waardoor de 2.000 meter niet opgaat in Geffen, het Wild e.d. Dat gaat op voor alle varianten.
Dat geheel is onacceptabel Blz 15: “n dit planMER zijn de varianten op verschillende milieuthema’s en milieuaspecten onderzocht. Er is een verdeling gemaakt in maatgevende en niet-maatgevende aspecten:” De verschillende milieuaspecten bevatten waarschijnlijk minder dan de helft van alle milieuaspecten die een rol kunnen spelen. Voor de beeldvorming van de lezer, is een min of meer totaaloverzicht opgenomen in een aanhangsel bij deze zienswijze. De verdeling maatgevend en niet maatgevend wordt niet goed gemotiveerd. Het blijkt en belangrijk gegeven voor de totale toetsing, maar ook sturingselement om onderwerpen door te schuiven naar de projectMER. Dat blijkt ook het geval. Daarmee is de beoordeling van de verdeling van die twee zeer zwaarwegende categorieën niet democratisch tot stand gekomen. Met als gevolg dat de opsteller zelf de piketpalen slaat, in een skipiste die door de gemeenteraad beheerst en beheert dient te worden. Dit brengt een bestuurlijk volstrekt onacceptabele situatie met zich mee , vanwege de kennelijk gepermitteerde vrijheid door de colleges. De bestuurder/lezer wordt van dit alles volledig in het ongewisse gelaten. Dat geheel is geheel onacceptabel.
Blz 16: “Effecten op aardkundige waarden” Hier ontbreekt de invloed van geluidproductie in de frequentiereeks 0 - 20 Herz (dit onderwerp wordt nergens in de planMER adequaat besproken), ook wel laagfrequent en infrasoon geluid genoemd. Die geluidsgolven van de voorziene hoge aantallen zeer grote IWT's, dragen via de aarde tientallen kilometers ver en hebben de potentie om naast de verstoring van de gezondheid ook funderingen en kunstwerken aan te kunnen tasten, mogelijk ook aardlagen. De buiken van de elkaar versterkende golven hebben zelfs een potentieel destructief vermogen. Door dat niet adequaat te onderzoeken en ook niet te benoemen bij de verschillende relevante paragrafen en bijlage, verzuimt de planMER haar belangrijkste doel en opdracht: de gevolgen voor gezondheid en het milieu inzichtelijk maken voor de bestuurder/lezer. Dat geheel is onacceptabel “ Effecten op beschermde watergebieden” De opsteller gaat hier geheel voorbij aan de emissie van deze enorme windturbines. Daar wordt ook geen onderzoek naar gedaan en met een aantal duidelijk gekleurde aannames wordt de emissie 27
nagenoeg volledig gebagatelliseerd. Dit terwijl er vele onderzoeken zijn, die een duidelijk verband vaststellen tussen IWT's en de emissie van microplastics, fijnstof en gifstoffen, al dan niet gebonden. Juist die emissie is van belang voor de bodem- en waterbesmetting, tot tientallen km’s windstroom afwaarts. Door daar geen enkel onderzoek naar te doen, worden bestuurders/lezers buitengewoon onvoldoende geïnformeerd over het belangrijkste onderdeel van de planMER, namelijk de volksgezondheid en de bedreiging daarvan. Daarnaast worden de belanghebbenden van buurgemeenten/provincie niet actief betrokken. Dat is volstrekt onacceptabel, maar de materie zelf brengt ook een potentieel zeer gevaarlijke situatie aan het licht. Als dit niet wordt opgemerkt door 5.1.2e +Bos, de GGD, het bestuur van de GGD Hart van Brabant, de colleges en de bestuurlijke staven, welke toegevoegde waarde hebben dei instituten dan nog? Dit doet zich voor, terwijl het RIVM waarschuwt voor deze emissies en de onbekendheid bij projecten. Blz 17: “Effecten op Natuurnetwerk Brabant” Het betreft hier provinciale staten als bevoegd gezag. Door dat niet afdoende aan te geven beseffen bestuurders/lezers niet welke invloed de gemeenten hierin hebben. Dat is niet acceptabel. Blz 18: “Effecten op externe veiligheid” Dit is tezamen met gezondheid het belangrijkste onderwerp.
Dit onderwerp blinkt uit door onvolledigheid door zich te beperken tot de verplichte toepassing van wettelijke normen. Daarmee volledig buiten beschouwing gelaten welke risico's er op de veiligheid drukken. Kennelijk is de brandweer daarbij niet geraadpleegd, althans dat blijkt nergens uit. Mogelijk mede daardoor, is het onderwerp potentiële ongevallen en calamiteiten niet behandeld, terwijl juist dat onderwerp een spectrum van vele gevaren en risico's met zich meebrengt. Bij een calamiteit kan een situatie optreden waarbij een zeer groot gebied (tot tientallen vierkante kilometers) besmet raakt met brokstukken en microdeeltjes die te gevaarlijk zijn voor de bewoners, dieren en planten, en opgeruimd moeten worden. Dat gaat gepaard met enorme kosten, oplopend tot boven 5.1.2f 5.1.2f euro. Daarmee ontstaat ook een ander gevaar, namelijk het faillissement van de exploitant en de molenaarswoningen met hun bedrijven. Een waarborgfonds kan een dergelijke situatie het hoofd bieden, maar ook dat wordt in de planMER op geen enkele manier voorzien. De beoordeling van deze variant scoort met een volledige behandeling waarschijnlijk op --. De bestuurder/lezer blijft hierdoor volledig in het ongewisse. Dat geheel is absoluut onacceptabel.
“Effecten op defensie(laag)vliegverkeer” Defensie lijkt niet betrokken te zijn bij het tot stand komen van deze paragraaf, de beoordeling van effecten lijkt daardoor te laag ingeschat en de verwachtingen zijn daarbij ook te eenzijdig om realistisch te kunnen zijn. Door de radarverstoring als wettelijke verplichting, als niet-maatgevend te kunnen beschouwen blijkt al dat het onderscheid tussen maatgevend en niet-maatgevend arbitrair is. Dat niet democratisch tot stand gekomen essentiële onderscheid (maatgevend/niet-maatgevend), geeft wel inhoud aan het eindoordeel (verschuiven naar de projectMER) terwijl het onderwerp met een eenvoudige update van TNO tot maatgevend onderdeel van de VKA had kunnen leiden. Naar het zich laat aanzien was dat waarschijnlijk een -- geworden in beide gevallen. Hiermee geeft de opsteller er blijk van een geheel eigen route te kunnen volgen in de planMER, waaruit een te sterke vooringenomenheid blijkt. De bestuurder/lezer wordt hierdoor drie keer verkeerd geïnformeerd en kan daardoor geen juist oordeel vellen. Dat geheel is volstrekt onacceptabel. “Effecten op gezondheid” De weergegeven effecten zijn zo summier dat van het begin van volledigheid nog niet gesproken kan worden. Dat is onacceptabel. 28
“Effecten op geluidsbelasting op de omgeving” De opsteller geeft een verkeerde uitgangspositie weer, door te stellen dat er geen bindende norm is voor geluidbelasting. In dezelfde planMER geeft de opsteller aan dat de gemeente Oss 42 dB Lden als maximum heeft genormeerd. Daar wordt consequent niet verder mee gerekend. Daardoor komt de gehele planMER in een soort illusoir gebied te verkeren. Door bewust en kennelijk met mandaat van de colleges, dat te doen komt het finale oordeel tot stand. Een oordeel dat geen stand kan houden onder toepassing van de juiste waarden en normen. Dit is zo onacceptabel dat daarmee de gehele planMER feitelijk basaal zinloos is vormgeven en inhoudelijk geen oordeel mogelijk is voor de bestuurder/lezer. Dat is volstrek onacceptabel. “Daarnaast wordt in de praktijk gebruik gemaakt van mitigerende maatregelen om geluidsbelasting te beperken.” De benoemde 'in de praktijk' is precies wat de planMER nalaat om inhoud te geven. Vanwege de complexiteit van die mitigerende maatregelen wordt door de Inspectie van VROM gewaarschuwd voor de onhaalbaarheid daarvan. De opsteller zet hiermee de bestuurder/lezer op het verkeerde been. Dat is onacceptabel.
Blz 19: “Effecten op laagfrequent geluid” De benadeling van dit onderwerp vindt plaats door een zorgvuldige keuze te maken met de methode van expert judgement, een methode die vaak gebruikt wordt om een gewenst resultaat te verkrijgen. Dat blijkt hier ook het geval te zijn. Er wordt daarnaast in het geheel geen onderzoek verricht. Dat betekent dat belangrijke onderdelen van laagfrequent geluid niet in gevaren en risico's worden beoordeeld. Die gevaren en risico’s blijken er wel te zijn. Door het gebruik van zoveel en zulke enorme windturbines nemen die gevaren ook nog eens logaritmisch toe en ontstaan risico’s op gezondheid, naast schade en aansprakelijkheid voor funderingen van gebouwen en kunstwerken/aardlagen. Ook dat is de opsteller ontgaan. De bestuurder/lezer wordt slechts over fractie van dit onderwerp geïnformeerd en dan nog eenzijdig ook. Dat geheel is onacceptabel. Blz 20: “Dit planMER is uitgevoerd om de milieueffecten van de verschillende ontwikkelingen in de Duurzame Polder op hoofdlijnen in beeld te brengen. Het planMER draagt bij aan het aantonen van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarnaast zorgt het ervoor dat het milieubelang volwaardig onderdeel is van de te maken afwegingen in het programma, inclusief voorkeursalternatief.
Dit is passend bij de fase waarin de ontwikkeling zich bevindt, als onderdeel van het programma voor de Duurzame Polder.” Dit is een goede opsomming van de intenties van de wetgever. Het planMER slaagt er echter niet in om dat waar te maken. De mate van eigen invulling van de planMER gaat zo ver dat bijvoorbeeld de normering zelf wordt ingevuld. Daarnaast zijn de gebreken om tot aannames en conclusies te komen door eenzijdige beschouwing en het nagenoeg volledig ontbreken van onderzoeken, zo groot dat hier een onaanvaardbare situatie is ontstaan. Beide documenten hadden, o.a. vanwege het bovenstaande, nooit uitgegeven mogen worden. De bestuurder/lezer wordt hierdoor in een uitgangssituatie gemanoeuvreerd die niet overeenkomt met de realiteit. Dat heel is onacceptabel. “Conclusies milieueffecten varianten” Vanwege enerzijds het geheel zelfstandig omgaan met normeringen en toetsingsinstrumenten en anderzijds de onacceptabele beperktheid van de planMER, is het zinloos om de verschillende 29
varianten te beoordelen zonder dat die situatie is hersteld. De bestuurder/lezer wordt hiermee een situatie voorgeschoteld waarvan de inhoud niet standhoudt, door de bovengenoemde situatie. Dat is onacceptabel voor de gehele paragraaf. Blz 21: “Uitgangspunten om te komen tot het VKA” Er wordt hier een vrije vertaling gegeven van de onderwerpen die in he rompstuk worden behandeld. De opsteller permitteert zich een vrijheid die ongekend is. Zo is er geen sprake van afstand van 2 km tot de kernen maar tot de bebouwde kom, en wordt de geluidbelasting van 42 dB Lden maximaal voor de gemeente Oss niet weergegeven. De stafbehandeling van beide colleges valt dat kennelijk niet op, of dit het is juist de bedoeling. De bestuurder/lezer wordt in het ongewisse gelaten. Dat is onacceptabel. Blz 22: “Het VKA op kaart” De opsteller behandelt niet het proces dat hiertoe is gevolgd. Door dat niet te doen wordt de bestuurder/lezer niet geïnformeerd over de tekortkomingen van dat proces en het afbreukrisico dat is ontstaat voor de planMER. De stafbehandeling van beide colleges valt dat kennelijk niet op, of dit het is juist de bedoeling. Dat geheel is naast onvolledig ook volstrekt onacceptabel. Blz 23: “0.6.2 Beoordeling VKA” De beschouwing van alle onderwerpen in deze paragraaf vertonen een herhaling van alle tekortkomingen die genoemd worden bij het hoofdstuk VKA.
Dat betekent dat de weergave in deze samenvatting de betreffende tekortkomingen ook met zich meebrengt. Om niet te vervallen in herhalingen wordt verwezen naar het commentaar in het hoofdstuk VKA, als commentaar op onderstaande onderwerpen. Dat commentaar overwegende, blijkt dat de weergave in de samenvatting veel te veel tekortkomingen laat zien om de bestuurder/lezer juist en/of volledig te informeren. Dat is onacceptabel. Blz 26: “0.7 Samenvatting effectbeoordelingen” Door de methodiek van maatgevend/niet-maatgevend toe te passen geeft de opsteller een geheel eigen interpretatie aan het democratische belang van de planMER. Opsteller bereikt daarmee dat de bestuurder/lezer feitelijk maar een deel van de onderwerpen die ertoe doen te zien krijgt en dan ook nog beoordeling die is gebaseerd op de eigen normen en interpretaties in de planMER. Die normen en interpretaties zijn essentieel voor een adequaat oordeel maar niet democratisch besloten of ingestemd. Daarmee begeeft de planMER zich op alle terreinen van de politieke besluitvorming tot en met de beïnvloeding. Daar komt bij dat de planMER niet voldoet aan de eisen van de Omgevingswet, eisen dei de planMER, in gemanipuleerde vorm, zelf publiceert nota bene.
Dat de colleges dit geen halt hebben toegeroepen en laten begaan, is opmerkelijk en dat de opsteller kennelijk voldoende fondsen beschikbaar heeft gekregen om dit soort W+B welgevallige koersen uit te werken op kosten van de gemeenschap, doet werkelijk de deur dicht. Helaas is dit het gevolg: Prutswerk tegen miljoenen aan kosten voor de inwoners. Door zo te handelen wordt de bestuurder/lezer bewust volstrekt verkeerd geïnformeerd ten bate van de realisatie van windturbines. De bestuurlijke toetsing van beide colleges is niet in staat om dat te doorzien en herstellen of bevestigt de aanpak van W+B. Beide situaties geven disfunctionerende 30
colleges te zien. Het onbehoorlijk bestuur heeft twee gezichten gekregen. Dis zo onacceptabel dat de democratie van beide gemeenten ter discussie staat in de vorm van de taakuitvoering van beide colleges, de stuurgroep, Provinciale Staten en het Ministerie van EZK en de verantwoording naar beide gemeenteraden. Als de lezer er tenminste van uit mag gaan dat het veronderstelde bevoegd gezag ook daadwerkelijk beide gemeenten zijn. Daarom is er maar een mogelijkheid om dat te herstellen: intrekken van beide documenten en herschrijven door een deskundige en onpartijdige organisatie, gebaseerd op de eisen dei de Omgevingswet stelt. V.w.b. de beoordeling van de onderwerpen in deze paragraaf is het commentaar bij het VKAhoofdstuk identiek en wordt de opsteller daarnaar verwezen. .
Blz 30: “uiterlijk 1 januari 20252 verlenen van vergunningen voor de beoogde opwek van duurzame energie” Wat betekent het niet halen van de doelstelling voor het project en de subsidieverlening? Blz 31: “Het plan van aanpak is inmiddels op enkele punten gewijzigd.2 Zo is gekozen voor het apart uitvoeren van een planMER en projectMER” Welk raadsbesluit ligt hieraan ten grondslag? Blz 32: “Op basis van de tussenrapportage (inclusief het ontwerpend onderzoek en participatieproces) zijn onderscheidende varianten ontwikkeld die de bandbreedte aan mogelijkheden in de Duurzame Polder met betrekking tot windenergie onderzoeken.” Welk proces en -voorwaarden zijn hierop van toepassing, niet alleen technisch maar ook bestuurlijk, gericht op bijvoorbeeld participatie en alternatieven. Blz 32: “het planMER onderzoekt de milieueffecten van de vijf varianten die op basis van het voorgaande proces zijn ontwikkeld” Een van die vijf varianten is pas zeer laat ingebracht en solitair besloten door het college van Oss, buiten het proces. Wat heeft zich hier afgespeeld en waarom is dit niet helder opgenomen in de planMER, bijvoorbeeld als bestuurlijk risico? Blz 32: “Beide gemeenten zijn bevoegd gezag voor deze vergunning.” Dat is in de periode van de planMER nog niet het geval.
Blz 32: “Voor de vergunningaanvraag moet een projectMER worden uitgevoerd.” Gezien de zeer grote hoeveelheid onderwerpen die niet inhoudelijk worden behandeld en/of worden doorgeschoven naar de projectMER is er van ene volledig overzicht voor bestuurders en lezers van de planMER geen sprake meer. Daarnaast ontstaat voor een aanzienlijk aantal en belangwekkende onderwerpen een afhankelijkheid van de verantwoordelijken van de projectMER. Dat zijn de initiatiefnemers/eigenaren. Bestuurders kunnen daardoor hun verantwoordelijkheden niet of in geringe mate uitoefenen en lezers wordt cruciale informatie onthouden Dat is onacceptabel. Blz 32: “Dit planMER bouwt voort op de NRD en het ontwerpend onderzoek dat is uitgevoerd. Het biedt de benodigde milieu-informatie voor de besluitvorming over het programma Duurzame Polder.” Boven deze volzin wordt duidelijk gesteld dat lang niet alle benodigde informatie beschikbaar is. Daartoe is kennelijk een projectMER noodzakelijk. Hoe valt dan een Ontwerp Programma op te stellen, gebaseerd op een onvolledige planMER? Waarom worden de factoren die niet zijn getoetst en derhalve in een projectMER moeten worden opgenomen niet direct inzichtelijk gemaakt in de planMER? 31
Op deze manier worden bestuurders onvoldoende inzicht geboden om de besluiten en de gevolgen daarvan te kunne overzien. Daarnaast ontstaat er een situatie waarbij initiatiefnemers in en projectMER de compensatie moeten bieden voor de onvolledigheid van d planMER. Dat is bestuurlijk volstrekt onacceptabel. Blz 32: “ In totaal wil de gemeente Oss een resterend deel van de RES-opgave van 5.1.2f ( 5.1.2f GWh) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder.” Hoe is die opgave berekend? De projectie naar de autonomen ontwikkeling van de gemeenten tot 2030/2032 lijkt hierin niet opgenomen en evenmin komt dit overeen met de gegevens van NP RES en RVO. De onderbouwde realiteit daarvan versus de in de planMER weergegeven RES-opgave zonder onderbouwing, verschillen significant, Dat verschil is zo groot dat met de gegevens van NP RES en RVO feitelijk niet meer gesproken hoeft te worden over de noodzaak van de duurzame polder voor de gemeente Oss. Zonder een nauwkeurige onderbouwing van de restopgave voor Oss, en het besluit van het bevoegd gezag tot acceptatie daarvan, valt de voorliggende planMER niet te beoordelen.
Blz 33: “Een programma bevat beleid en/of maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving.” Hier ontbreekt cruciale informatie, zoals de vraag hoe die gewenste kwaliteit is beschreven, gebaseerd waarop en door welk bevoegd gezag vastgesteld? Blz 33: “In dit geval gaat het om een voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder.” Het voorkeursalternatief dat solitair door het college van de gemeente Oss is besloten, bevindt zich nog niet in het stadium om opgenomen te worden in de planMER omdat de behandeling van de gemeenteraad nog niet heeft plaatsgevonden. Daarmee presenteert de planMER een voorkeursvariant die er mogelijk niet is of anders van inhoud wordt. Dat is onacceptabel. Blz 33: “Het programma vormt daarmee een ontwikkelkader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied (visie, beleid en vergunningverlening).” Dat is een gebiedsvisie in de omgevingswet? Dit Programma voorziet niet in de vereiste procedure voor de gebiedsvisie. Waarom laat het bevoegd gezag, met dit onjuiste uitgangspunt en daarmee ook onjuist besluit, de planMER en Ontwerp Programma ter inzage leggen.
Blz 33: “Dit planMER brengt de milieueffecten van (varianten voor) de ontwikkeling van de Duurzame Polder systematisch, transparant en objectief in beeld.” De opsteller neemt dit zich voor maar uit de beschouwing kan alleen ‘systematisch’ als juist worden beschouwd. De voorliggende planMER blinkt uit door gebrek aan transparantie, gebrek aan onderbouwing en is zeker niet objectief te noemen. De bijdrage in deze bijlage zal dat duidelijk maken en tevens laten zien dat de planMER te onvolledig is. Blz 34: “Hiervoor zijn de zogenaamde harde en zachte belemmeringen in beeld gebracht.” Dit vormt een belangrijk element in de behandeling. Onduidelijk is door welk bevoegd gezag dit belangrijke element is vastgesteld, waarom dat is gedaan, met welk doel en invloed evenals de inhoud daarvan. Door dit niet te behandelen krijgt de bestuurder/lezer niet de informatie om zich een afgewogen oordeel te vormen. Dat is onacceptabel. Blz 34: “Naast de harde belemmeringen zijn er ook zachte belemmeringen. Dit zijn belemmeringen waarvan bekend is dat het onder voorwaarden mogelijk is hiervan af te wijken.” Het is niet duidelijk waarom en op welke manier het bevoegd gezag dit belangrijke onderscheid heeft 32
gemaakt en ook niet welke voorwaarden daaraan zijn verbonden. De harde en zachte belemmeringen zijn niet inzichtelijk, althans niet limitatief opgenomen. Door dat niet duidelijk te maken kan de bestuurder/lezer zich geen goed oordeel vormen en geen controle op de inhoud van de planMER uitoefenen. Dat is onacceptabel. Blz 38: “Vervolgens heeft de gemeenteraad van Oss op 28 januari 2021 het besluit genomen dat er een maximale inspanning gedaan moet worden om de afstanden tot de kernen zo groot mogelijk te laten zijn. Als uitgangspunt heeft de raad hierbij een norm van minimaal 2 km gehanteerd.” Onvermeld blijft de directe relatie met windpark Elzenburg de Geer, waaronder financiële begunstiging voor de bevolking en omwonenden, maar ook en belangrijker: de maximale norm van 42 dB Lden. Door dit niet te vermelden wordt de bestuurder/lezer onvolledig geïnformeerd en kan de inhoud en juistheid van de planMER inhoudelijk niet goed beoordelen. Dat is onacceptabel. Blz 39: “voor de realisatie van grootschalige windparken en zonnevelden een herziening van de geldende bestemmingsplannen nodig is” Is dat ook gebeurd? Door dat niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer cruciale informatie onthouden. Dat is niet acceptabel.
Blz 39: “Dit vraagt een vervolgproces waarin de verschillende belangen, aandachtspunten en afspraken afgewogen zullen moeten worden.” Dit blijft te onduidelijk voor de bestuurder/lezer en daarmee onacceptabel in de behandeling. Doelt men hier op het participatieproces? Als dat zo is, dan is niet aan het vereiste voldaan. Dat betekent tevens dat aan een belangrijke eis niet is voldaan, zonder dat dit wordt behandeld in de planMER. Daarmee schiet de planMER tekort, is onvolledig en daardoor ongeschikt voor een volledige beoordeling. Blz 42: “De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen voor de Duurzame Polder een programma op. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet.” Het programma, en daarmee ook de planMER, voldoet niet aan de eisen van het verplichte Unierecht, met name de SMB-richtlijn en de uitwerking daarvan in deze planMER. De daaruit voortvloeiende onderwerpen voor de milieu-toetsing zijn zeer uitgebreid, vergen zware onderzoeken op adequate wetenschappelijk niveau en vastgesteld door een aantoonbaar niet vooringenomen (objectieve) instantie. Aan die eisen kan de planMER en haar redactie niet voldoen. Door dit niet als bron te gebruiken wordt de wetgeving niet gevolgd en is de planMER ongeschikt om te voldoen aan de wetgeving. Dat maakt de huidige planMER om meerdere redenen onacceptabel.
Blz 42: “het programma kaderstellend is voor projectMER-(beoordelings)plichtige besluiten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit” Het ontwerpprogramma is tegelijkertijd uitgegeven. Het programma bevat geen juist en volledig wettelijk kader waarbinnen het programma (en planMER) inhoud krijgt. Daarmee plaatst het bevoegd gezag het programma en de planMER buiten het verplichte wettelijk kader. Hierdoor ontstaat een situatie dat meewerken aan de planMER en het Ontwerp Programma in tegenstrijd is met de wet. Dat is onacceptabel. Blz 42: “voor het programma een Passende Beoordeling moet worden gemaakt” Onbehandeld blijft de betekenis van een passende beoordeling en de relatie t.o.v. de vereisten van een regulier traject. Door dat niet inzichtelijk te maken wordt de bestuurder/lezer geconfronteerd met aannames die niet te verifiëren zijn. Dat is niet acceptabel. 33
Blz 42: “Inhoud planMER” De planMER vermeld niet het tweede deel van de verplichtingen: de MER “bevat de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist, ook gelet op de stand van kennis en beoordelingsmethoden en de inhoud van het plan of programma" Daarin schiet de planMER dusdanig tekort dat niet van het voldoen aan deze verplichting kan worden gesproken. Daarnaast vormt de bewuste manipulatie (omzetting) van het begrip 'alternatieven' naar 'varianten' een voorbeeld van onvoldoende objectiviteit. Dat is onacceptabel. Blz 43: “Indien er een windpark van meer dan 20 windturbines in de Duurzame Polder wordt gerealiseerd, geldt een projectMER-plicht voor de omgevingsvergunning die de windturbines mogelijk maakt” Het wordt niet duidelijk waar een projectMER aan dient te voldoen en evenmin de relatie tot de planMER. Daarmee ontstaat ook de vraag of alle open einden in planMER en Ontwerp Programma opgenomen of voorzien zin in de projectMER. Door dit niet op te nemen kan de lezer niet controleren of de scope van de planMER aansluit bij de projectMER en of de inhoud van zowel planMER als Ontwerp Programma dat geheel voldoende borgt. Dat laatste is van groot belang omdat de verantwoording verschuift naar de initiatiefnemer in de projectMER. Daarmee ontstaat immers een situatie waarbij de bestuurders geen invloed meer kunnen uitoefenen op het proces en de inhoud daarvan.
Dat geheel is een bestuurlijk onacceptabele situatie. Blz 44: “Nadat de planMER-procedure is afgelopen en het programma is vastgesteld kan een initiatiefnemer (de ontwikkelaar van een windpark) een projectMER-procedure opstarten en vervolgens een vergunning aanvragen.” Dit spant de paard achter de wagen. De ernst van de ontbrekende onderwerpen c.q. de marginale behandeling daarvan is dusdanig, dat als voor dit traject gekozen zou worden, dit een verplichting vormt die gepaard gaat met de vergunningaanvraag en een limitatieve opsomming bevat met randvoorwaarden. Dezelfde randvoorwaarden die opgaan voor de planMER, aangevuld met de beheersingsinstrumenten die nodig zijn omdat het bevoegd gezag haar zeggenschap verliest. Die limitatieve opsomming ontbreekt in de behandeling van planMER evenals alle voorwaarden. Op de geboden manier van de planMER, is geen inhoudelijk volledige beoordeling te maken. Dat is onacceptabel. Blz 46: “KADERS VANUIT WETGEVING EN BELEID 3.1 Europees en internationaal beleid” en Blz 46: “3.2 Nationaal beleid” Hoewel de wetgeving letterlijk wordt benoemd concentreert de inhoud van de planMER zich louter op beleid. Dat is een te ernstige tekortkoming, zowel inhoudelijk als redactioneel.
De omgevingswet vereist dat de wijze waarop de bescherming van het milieu op internationaal, communautair of nationaal gebied en andere milieuoverwegingen worden betrokken bij de planMER. Dat vindt in de planMER niet plaats. Voor de overige wettelijke bepalingen moet de bestuurder/lezer in het duidster tasten. In ieder geval is de planMER daarin niet behulpzaam en volstrekt onvolledig. Dat betekent dat de planMER in ieder geval niet voldoet aan het Unierecht en de vereisten van de omgevingswet en daarom niet uitgegeven had mogen worden. De uitgifte is daarmee onacceptabel gebleken. Blz 47: “Het bevat strengere normen ten aanzien van geluidsbelasting, slagschaduw en externe veiligheid.” Dat is niet juist, daarnaast zijn de normen niet vastgesteld, in belangrijke mate vanwege het opnemen van de vereisten van het Unierecht in de MER die vooraf is gegaan aan het ontwerp besluit. De 34
directe aanleiding vormt de manier waarop een belangrijke speler in de exploitatie van windturbines, Arcadis, het voorwerk heeft mogen verrichten. De parallel met deze planMER naar 5.1.2e +Bos dringt zich daarbij op. De tekst zet de lezer op het verkeerde been en beïnvloedt onterecht de beoordeling van de planMER in de richting van de lobby die de planMER heeft samengesteld. De invloed en herstel van de colleges zijn niet herkenbaar. De bestuurder/lezer wordt hiermee op het verkeerde been gezet en dat is onacceptabel. Blz 47: “Tot deze datum is het voor gemeenten mogelijk om lokale normen te stellen voor windturbines.” Ook hier suggereert de term 'mogelijk' dat er sprake zou zijn van een keuze. Dat is van belang omdat de planMER later ingaat op drastische verhoging van de geluidsnorm. Dat laatste is verzekerd door het ontwerpbesluit als basis te nemen in plaats van de besluiten uit de gemeenteraad. Dit is ronduit manipulatief en daarmee verwerpelijk. Deze methode zet de bestuurder/lezer weer op het verkeerde been en sorteert daarmee voor op de aanpassing van de geluidsnormen. U zul later zien dat dit tot het tienvoudige oploopt van de oorspronkelijke bedoelde geluidsnorm van de gemeenteraad van Oss. Dit is een manipulatieve manier van presenteren en een ronduit misleidende voorstelling van zaken, daarmee volstrekt onacceptabel. .
Blz 47: “de ontwikkeling dient maatschappelijke meerwaarde te geven, waaronder de mogelijkheid om te participeren voor de omgeving” Dat heeft in het gehele proces niet of niet adequaat plaatsgevonden. De planMER behandelt dit in het geheel niet, terwijl er meer dan voldoende aanwijzingen voor zijn. Daarnaast valt op te merken dat de toezichthouder geen merkbare invloed heeft uitgeoefend om dat te realiseren of verbeteren. Dit terwijl de gemeentewet dat voorschrijft en het gemeentelijk beleid en verordeningen eveneens zwaar het accent leggen op het belang en de inhoud van participatie. Daardoor is aan deze voorwaarde niet voldaan. Daarmee wordt belangrijke informatie onthouden aan de bestuurder/lezer. Dat is onacceptabel. Blz 48: “Uit een alternatievenafweging blijkt dat negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken waar mogelijk worden beperkt” Een alternatieven afweging heeft (bewust) niet plaatsgevonden in de planMER en wordt zelfs onterecht vertaald naar ‘varianten’. Dat is heel wat anders. De alternatieven zijn de laatste jaren krachtig toegenomen en zullen de concurrentie met windturbines op nagenoeg alle terreinen glansrijk winnen maar zij n niet welgevallig in de windturbine lobby, waar de opsteller, 5.1.2e +Bos, deel van uitmaakt. Daarmee voldoet de planMER niet aan de inhoudelijke vereisten en dat is onacceptabel.
Daarnaast wordt zo langzamerhand duidelijk dat de opsteller zich ook niet committeert aan de ethische vereisten tot objectiviteit, dat naast onacceptabel ook gevaarlijk en veel ernstiger. Blz 48: “Bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan de bepalingen rondom compensatie uit artikel 5.37 van de Omgevingsverordening” Van een bestuurder/lezer kan niet worden verwacht dat dit voldoende duidelijk is. In ieder geval is niet duidelijk wat dit betekent voor de planMER en ontbreekt de verdere inhoud. Dat is niet acceptabel. Blz 48: “Een omgevingsplan moet invulling geven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.” Dit lijkt een regelrechte GS-vertaling van het voorzorgbeginsel (Unierecht SMB richtlijn). De planMER 35
heeft geen uitwerking gepleegd van dit artikel en is daarom onvolledig. Dat is niet acceptabel. Blz 48: “Bij de realisatie van windturbines in het landelijk gebied is het gebruikelijk geworden om deze bijdrage voor landschappelijke kwaliteitsverbetering vast te stellen op EUR 5.1.2f per MW opgesteld vermogen.” De bestuurder/lezer kan dit niet in de juiste context plaatsen vanwege het gebrek daaraan inde planMER. De gemiddelde opbrengst/rendement van dit soort reusachtige windturbines is 47% per jaar. Hoe is van belang om te beseffen hoe het aangegeven bedrag zich verhoudt met de opbrengsten van 26 windturbines in % van de winst, gebaseerd op 47% rendement. Daarnaast ontbreekt voor Oss de parallel met de besluitvorming uit in 2021 waarin een financiële relatie wordt voorgestaan die verder gaat dan dit als redelijk voorgestelde zoenoffer. Door dit niet te behandelen kan de bestuurder/lezer zich onmogelijk een betrouwbaar en objectief verantwoord beeld vormen. Dat is onacceptabel. Blz 48: “Daarnaast wordt er periodiek gerapporteerd over de besteding van de middelen uit dit fonds in het regionaal overleg, zoals bedoeld in afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken.’” Juist deze paragraaf kent nogal wat spelregels die ook voor de (totstandkoming van de) planMER van belang zijn. Die worden niet uitgewerkt in deze planMER.
Dat is een belangrijke tekortkoming die de bestuurder/lezer niet verzekerd dat de spelregels ook zijn nagekomen. Dat is niet acceptabel. Blz 48: “Artikel 5.12 bepaalt dat een dergelijke ontwikkelingsrichting moet worden opgesteld met inbegrip van in ieder geval de volgende aspecten:” Het belangrijkste wordt niet benoemd, namelijk de aanhef voor de toepassing: Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten:… Die onderbouwing wordt gemist in de planMER. Daarmee voldoet de planMER niet aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant en kan voor de bestuurder/lezer niet worden beoordeel en afgewogen. Dat is onacceptabel. Blz 49: “De notitie ‘Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap Noord-Brabant’ bevat de Brabant brede uitgangspunten voor de toepassing van de regeling kwaliteitsverbetering landschap.” In de planMER ontbreekt een weergave van de relevante aspecten, daarmee is de relevantie van deze notitie t.a.v. de duurzame polder niet inzichtelijk gemaakt.
Daarmee kan een bestuurder/lezer geen oordeel vellen of interpretatie maken. Dat is niet acceptabel. Blz 49: “zicht op een welvarend, gezond en gelukkig Brabant: · gezondheid: de provincie streeft naar een goede kwaliteit van het milieu: een schone bodem, schoon water, schone lucht en zo min mogelijk geluidshinder. Er wordt ingezet op aantrekkelijke groene omgevingen in het stedelijk gebied en het beschermen van de leefomgeving tegen negatieve invloeden” Dit vormt een soort korte vertaling van het voorzorgbeginsel. Onduidelijk is wat de planMER nu overneemt, interpreteert en onderzoekt of laat onderzoeken, c.q. doorschuift naar de projectMER. Dat laatste lijkt de meest favoriete oplossing bij 5.1.2e +Bos, maar is dat terecht. Daarom is het de vraag hoe en door wie die regie wordt beheerst. Het lijkt er immers sterk op dat 5.1.2e +Bos het gehele traject (Ontwerp Programma en planMER) beheerst en naar believen invult, zoals dat is gebeurd tijden de NRD en de behandeling van de zienswijzen daarop. Het projectteam lijkt daarbij meer een doorgeefluik te zijn dan een professionele organisatie 36
die ook kritisch naar de verschillende behoeften vanuit de belangenbehartiging kijkt. Dat wisten de colleges al, na de dogmatische en niet-objectieve behandeling van de zienswijzen tijdens de NRD. Maar wat is hiervan geleerd door de colleges. De inhoud van de planMER laat daar niets van zien. De toets van het ambtelijk apparaat lijkt er ook niet te zijn, gegeven de vele procesmatige en inhoudelijke tekortkomingen van de planMER. Evenmin vormen beide colleges een leiding- en sturing gevend forum, althans dat blijkt niet uit de uitgifte van beide documenten en het proces dat daaraan voorafgaat. . Terug naar de vertaling van het voorzorgbeginsel zoals uit de tekst bij art 5.7 blijkt/voorschrijft. Dit is niet beperkt tot Nationale oude en ontwerp normen, maar bevat het hele arsenaal aan gezondheid beïnvloedende factoren. Wat heeft de planMER nu feitelijk opgeleverd aan gezondheidsfactoren en de toetsing daarvan als verplichting van het bevoegd gezag? In ieder geval is het hele arsenaal niet behandeld en ook niet met overtuigende zekerheid en objectiviteit getoetst, zoals het unierecht dat eist. Daarmee zet de opsteller de bestuurder/lezer dusdanig op achterstand dat voor drastische wettelijke maatregelen moet worden gevreesd als dit planMER wordt gerealiseerd.
Door de bestuurder/lezer deze informatie te onthouden ontstaat een absoluut onacceptabele situatie met potentiële gevolgen voor bestuurders die zijn niet kunnen vermoeden. Blz 49: “Windenergie is een onderdeel van de uitvoering van de Regionale Energie Strategieën. Extra wint op land wordt door de provincie toegestaan als er sprake is van lokaal eigenaarschap en voldoende draagvlak;” N.B. Opsteller bedoelt hier waarschijnlijk ‘wind’ i.p.v. wint. Dit lokaal eigenaarschap en draagvlak is in de planMER niet onderzocht. Er is volstaan met ruime aannames. Dit terwijl bijvoorbeeld de feiten voor draagvlak anders laten zien (petitie BLP, twee actieve verenigingen van beoogd omwonenden tegen de windturbines, een klankbordgroep met te lage vertegenwoordiging, terwijl er inhoudelijk dusdanig marginale participatie wordt toegepast dat twee of meer prominente organisaties eruit zijn gestapt). Door dat niet adequaat te behandelen krijgt de bestuurder/lezer een veel te onvolledig beeld van de situatie en kan niet beoordelen of de planMER aan dit onderwerp voldoet. Dat is onacceptabel Blz 50: “Als de Omgevingsvisie is vastgesteld is daarmee ook de Structuurvisie Buitengebied uit 2015 vervangen.” Dat betekent dat de visie wordt beschouwd de waarde te bezitten die een omgevingsvisie behoort te bezitten.