CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Brief over zienswijze indienen op een omgevingsdocument_geanonimiseerd

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente OssBij agendapunt: Voor behandeling doorgeleiden naar het college45.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Van: 5.1.2e @notg.nl < 5.1.2e @notg.nl> Verzonden: maandag 27 januari 2025 16:02 Aan: Secretariaat B < 5.1.2e @oss.nl>; Raadsgriffie < 5.1.2e @oss.nl> Onderwerp: Dossierhouder 5.1.2e Bevestiging - Zienswijze indienen op een omgevingsdocument registratienummer 079617442631 5.1.2e

PAS OP: deze mail is niet van de gemeente Oss. Ken je de afzender niet? Of vind je het een vreemde mail? Open dan niet de bijlage en klik niet op een link in het bericht. Geacht Bestuurssecretariaat, Geachte Griffie, Ten behoeve van het dossier Duurzame Polder (dossierhouder 5.1.2e ) is door het schrijverscollectief, inmiddels getransformeerd naar de multidisciplinaire associatie VRIJDENKERS, een uitgebreide zienswijze opgemaakt en ingediend. De bijlage van de mail is bestemd voor de Raadsgriffie. Aangezien de gemeente Oss het voor elkaar heeft gekregen om, in weerwil van het eigen beleid en verordeningen in zowel de gemeente als de bestuursovereenkomst, louter papieren zienswijzen te accepteren, hebben de VRIJDENKERS de digitale indiening via de gemeente ’s-Hertogenbosch gerealiseerd. Aldaar werd die mogelijkheid vanzelfsprekend geopend voor de inwoners van de gehele bestuursovereenkomst. Een groot deel van de daarin beschreven materie betreft louter de situatie van de gemeente Oss, met als belangrijkste conclusie voor beide gemeenten, dat beide documenten (Ontwerp Programma en planMER) nooit vrijgegeven hadden mogen worden. De belangrijkste oorzaak is dat beide documenten niet voldoen aan de wetgeving. Onderstaand treft u de ontvangstbevestiging/bevestiging van in behandeling aan en het registratienummer. Daarmee kunt u de materie, als dossierhouder, volledig tot u nemen.

Op basis van deze materie is het verzoek aan de wethouder om het college beide documenten in te laten trekken. Graag ontvangen we het college besluit op dat verzoek en verzoeken u om een afschrift naar de Raadsgriffie te zenden. N.B. Ten behoeve van de raadscommissies en gemeenteraad: Een bijzonder aandachtspunt vormt de conclusie dat beide documenten wettelijk niet tot stand hadden kunnen komen, mede op basis van het ontbreken van de voldoening aan de wettelijke verplichtingen. Die bijgevoegde zienswijze gaat hier uitgebreid op in. Om die reden wordt tegelijkertijd de Raadsgriffie geïnformeerd en betrokken, met het verzoek om dit als ingekomen stuk ter kennis te brengen van het juiste politieke orgaan, evenals de raads- en burgerleden individueel. Het nog te verkrijgen afschrift van het besluit van het college volgt nog, hetgeen cruciaal kan zijn voor de juiste politieke behandeling en - besluitvorming. Voor de Raadsgriffie wordt daartoe een pdf-exemplaar van de zienswijze, hierbij beschikbaar gesteld als bijlage. Met vriendelijke groet, Namens de VRIJDENKERS van de gemeente Oss, 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e

Lith GSM: 5.1.2e Email: 5.1.2e @notg.nl

5.1.2e

HET PROCES EN DE INHOUD Zienswijze bij, en voorafgaand aan de zienswijzen op het Ontwerp Programma en de planMER Een Duurzaam Onbehoorlijk Bestuurde Polder? Wist u dat inmiddels een van de leden van de bestuursovereenkomst, 5.1.2e , heeft besloten tot de Delta Rhine Corridor, dat maakt zowel dit programma als de planMER overbodig.

Na het lezen en van zienswijzen voorzien van beide documenten, kwam het schrijverscollectief tot de conclusie dat beide documenten niet uitgegeven hadden mogen worden. De redenen daartoe zijn: 1. Het is de vraag of de door de colleges voorgestelde methode om aan de Omgevingswet te voldoen houdbaar is door de eisen die de Omgevingswet stelt. Dat is in ieder geval niet het geval bij de planMER, die haalt de eisen die de Omgevingswet stelt beslist niet. 2. De inhoud van diverse onderwerpen betreffen de verantwoordelijkheid en besluiten van de gemeenteraad, die van geheel afwijkende waarden en normen worden voorzien door de opsteller, en kennelijk accorderende colleges. 3. De gehele documentatie (veelal bijlagen in 3 jaar opgebouwd) die is gebruikt voor de totstandkoming van beide documenten en de inhoud van beide documenten bevatten die onjuiste waarden ook vaak als uitgangspunt. 4. Uit de strekking van beide documenten blijkt een dusdanig hoge mate van vooringenomenheid en beperkte onderbouwing, dat de minimale benodigde objectiviteit en diepgang niet wordt gehaald. 5. Beide colleges vormen onvoldoende demping/weging, dat blijkt o.a. uit de aanstelling van een niet-objectieve opsteller, te weinig controleren/aanvulling/bijsturing/redigeren. De toetsing op rechtmatigheid en volledigheid alleen al, kan niet als voldoende worden beschouwd om tot uitgifte over te kunnen gaan. 6.

De beoordelingscriteria en indeling, zijn niet besloten in de gemeenteraden en vormen meer een methode om de besluitvorming te beïnvloeden, dan een inhoudelijk juiste bijdrage te leveren aan het doel van de planMER. 7. De opsteller geeft herhaaldelijk blijk van vooringenomenheid, door de bestuurder/lezer een bepaalde richting op te sturen, tot manipulatie aan toe. Daarnaast worden geen (veld) onderzoeken gehouden en baseert de opsteller zich te vaak louter op expert judgement (visie van 1 deskundige). 8. De gemeenteraad heeft voor uitgifte en publicatie geen afwijkend besluit heeft genomen, geen instemming gegeven en/of is niet gevraagd naar wensen en/of bedenkingen. Dat betekent dat de gehanteerde normen, waarden, afwegingen, beoordelingen, tabellarische indelingen etc., niet op democratische besluitvorming berust en dus niet gebruikt mogen worden. Dat gaat ook op voor de situatie waarin door de gemeenteraad in het verleden een besluit is genomen om de MER’s (planMER en projectMER) ineen te voegen tot een MER, terwijl het Ontwerp Programma en de planMER, zonder besluit van de gemeenteraad, overgaat tot het omgekeerde. Daarmee voldoet de NRD en de bestuurlijke reactie daarop, niet aan de huidige situatie. Dat brengt het geheel in een situatie waarin zowel de bestuurlijke proces verantwoordelijkheid als het voorgestane bestuurlijke beleid, niet met elkaar overeenstemmen.

Daarmee kunnen de politieke 1

verantwoordelijkheden niet meer uitgeoefend worden en evenmin geborgd. 9. De wetgeving wordt aantoonbaar niet gevolgd en uitgevoerd, met name de Omgevingswet, het Internationaal recht, het Voorzorgbeginsel en de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. 10. De actualiteit laat dusdanig ernstig te wensen over, dat serieuze showstoppers worden gemist, in ieder geval niet behandeld. In bijlage C wordt een aantal van die onderwerpen kort inhoud gegeven en de ondertitel van deze zienswijze, is daarop aangepast. Daardoor zijn de aangeboden documenten onterecht vastgesteld en ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden een zienswijze indienen op twee documenten, die te onacceptabel worden geacht om uit te geven. Dat vormt de grondslag om tot het oordeel van onbehoorlijk bestuur te komen in dit dossier. Om die reden heeft het schrijverscollectief de titel gekozen als hierboven weergegeven en komt tot het volgende advies: Het dringende advies aan de gemeenteraden, colleges en behandelaars is dan ook: intrekken van de uitgifte van Ontwerp Programma en planMER en pauzeren van het proces tot er zekerheid bestaat over het juist toepassen van de wettelijke verplichtingen. Herstel daarin tevens de belangrijkste tekortkomingen met borging van de instemming van de gemeenteraad.

Daarmee is het Ontwerp Programma en planMER ongeschikt voor uitgifte en kan op deze manier ook geen onderdeel zijn van de toepassing van de wetgeving en de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. Het zet tevens vraagtekens bij de werkelijke intenties van de colleges of de competenties van de colleges. Daarnaast schaadt de negatieve belasting die dit met zich meebrengt bij het toch al geringe vertrouwen in de politiek, het bestuur en het aanzien van beide gemeenten in hoge mate. Ook dat draagt bij aan onbehoorlijk bestuur. Deze vaststelling is van zulk groot belang, dat daarmee de uitgifte van Ontwerp Programma en plan MER zal moeten worden ingetrokken om aan de wet, maar ook aan de bestuurlijke eisen te voldoen. Dat is zo’n groot democratisch belang, dat dit prevaleert boven de (door het college toch al voortdurend uitgestelde) voortgang van het proces. Aangezien in het gehele proces de gemeente Den Bosch is betrokken (evenals GS en Min EZK) in een bestuursovereenkomst, is deze vaststelling ook voor hen van toepassing. Achtereenvolgens wordt hieronder specifiek ingegaan op het Ontwerp Programma in hoofdlijnen (vanaf blz 3), en getailleerd verwerkt in bijlage A, gevolgd door de planMER in hoofdlijnen (vanaf blz 22), en gedetailleerd verwerkt in bijlage B, een samenvatting van de indrukken treft u aan op blz 68.

Een opgave van potentiële showstoppers treft u aan in bijlage C (vanaf blz 77) als “Het onontgonnen gebied van het Ontwerp Programma en de planMER van de Duurzame Polder” Het schrijverscollectief heeft gedurende de looptijd een afname gezien van de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de besluitvorming. Inmiddels is dat te kenschetsen als een streven naar minimaal inhoudelijke reacties op en betrokkenheid bij de probleemgebieden en de organisaties die zich daarvoor inzetten. Het schrijverscollectief ziet dit als een gevolg van de over bemoeienis van lobby-bedrijven uit de windturbinesector, zoals 5.1.2e +Bos. De vertegenwoordiging van 5.1.2e +Bos in het gehele proces en door de beleidsterreinen heen, is door de ambtsdragers toegelaten, terwijl dit zich niet verhoudt met de eisen die zorgvuldig bestuur daaraan stelt. Dit duurt te lang en is te structureel om toevallig te zijn.

2

Zienswijze Ontwerp Programma Het Ontwerp Programma laat de volgende hoofdzakelijke tekortkomingen zien die de intrekking van het proces (Ontwerp Programma en planMER in haar huidige vorm en inhoud) ook noodzakelijk maken: 1. Het vereiste wettelijk kader, van gemeentelijke verordening tot internationale verdragen en de daaruit voorvloeiende regelgeving ontbreekt evenals de toepassing daarvan; 2. Het programma lijkt voor de gemeente Oss gebaseerd op oude bestemmingsplannen, zonder dat die vernieuwd zijn voegt men daar nota’s aan toe, die die status niet hebben om tot een omgevingsplan te komen. 3. De restopgave (in 2030 resterende opgave gebaseerd op het bod uit de RES NOB) wordt niet berekend, maar volstaan met een (veel te hoge) aanname. 4. Nevengemeenten en -provincies worden niet in beschouwing genomen, terwijl die wel belanghebbenden zijn. 5. Gezondheid en veiligheid worden door de gemeenteraad gezien als belangrijkste onderzoek factoren, die urgentie wordt niet vertaald naar adequaat onderzoek. 6. Het programma geeft garanties die onmogelijk te stellen zijn. 7. Bij verschillende conclusies ontbreekt de onderbouwing of is het proces nog niet voltooid. 8. Dit programma komt niet overeen met de raadsbesluit(en) en bagatelliseert dat zelfs, ook voor de te hanteren waarden en normen. 9. De leefomgeving wordt het kind van de rekening.

De leefomgeving betreft ook dieren, gewassen en natuur. Onbehandeld en onbesproken blijven laagfrequent geluid, fijnstofemissie, gifstofverspreiding, ontstaan van een microklimaat, magnetische flux bij energietransport, etc. etc. 10. De behandeling van NNN gaat voorbij aan het bevoegd gezag, dat is het Provinciebestuur NB. 11. De colleges zijn niet in staat en niet bevoegd om de afwegingen te maken rondom het laagvlieggebied, toch wordt dat behandeld in dit programma alsof dat een besluit of oordeel is. 12. De doelstellingen voor wind-op-land zijn inmiddels ruimschoots gehaald, maar daar vermeldt het Ontwerp Programma niets over. 13. Bij de Beoordelingscriteria, ontbreken de zeer fors toegenomen eisen die aan de projectMER moeten worden gesteld en de gevolgen daarvan (verschuiven van bevoegdheid gemeentebestuur naar initiatiefnemers). 14. Een beschouwing van de opsteller omtrent de procesmatige tekortkomingen van het totstandkoming van de voorkeursvariant in Oss ontbreekt, en daarmee de legitimiteit. 15. De weergave van het voltooide participatieproces komt in het geheel niet overeen met de realiteit en zet twee belangrijke spelers buiten spel. 16 Uit de gehele opzet, redenatie en taalgebruik komt een vorm van manipulatie, zelfs elementen van chantage en omkoping naar voren, dat deel uitmaakt van de gehele bevooroordeelde strekking van dit document.

Dat druist in tegen de vereiste integriteit en objectiviteit van de gemeenteraden en zet ernstige vraagtekens bij de selectie die daaraan is voorafgegaan. Om bovenstaande redenen, en de in de bijlage aangedragen ernstige tekortkomingen en chronisch gebrek aan onderzoek, had het Ontwerp Programma in haar huidige vorm nooit uitgegeven mogen worden. Het dringende advies aan de gemeenteraden, colleges en behandelaars is dan ook: intrekken van de uitgifte van Ontwerp Programma en planMER en pauzeren van het proces tot er zekerheid bestaat over het juist toepassen van de wettelijke verplichtingen. Herstel daarin tevens de belangrijkste tekortkomingen met borging van de instemming van de gemeenteraad.

3

N.B. In de bijlage wordt een weergave gedaan uit de vele tekortkomingen die het document Ontwerp Programma. Dat is niet uitputtend, maar meer dan voldoende om een bevestiging te krijgen van de bovenstaande (hoofd) zienswijze. Dit om de bestuurder (waaronder ook raadsleden en burgerleden) en de lezer, adequaat te informeren over de aanleiding van de stelling dat intrekking van het proces (Ontwerp Programma en planMER in haar huidige vorm en inhoud) noodzakelijk is. De inhoud van de bijlage maakt onverkort deel uit van de zienswijze. Daar waar wordt gesproken over “niet acceptabel” of “onacceptabel” betekent dit dat het strijdig is met de doelstellingen of verantwoording en dus van groot belang. Snel na de uitgifte van het Ontwerp Programma zijn schriftelijke vragen gesteld aan het college door DDO. De vragen en antwoorden zijn gevoegd als aanhangsel op blz 16 e.v. bij de bijlage. Uit de behandeling blijkt een te grote terughoudendheid in de antwoorden c.q. geen antwoord op de vraag. Daarmee is het schrijverscollectief, tezamen met het onbeantwoord laten van twee WOO verzoeken van BLP (zelfs na een ‘in gebreke stelling’ en dwangsom), zodanig beperkt dat van een volledige zienswijze geen sprake kan zijn. Met de beantwoording van de art 41 vragen is de indruk bevestigd dat het college niet voornemens is om openbaarheid en samenwerking in de praktijk te brengen.

Daarmee lijkt ook de scheiding van bestuur en uitvoering en de leiding over de uitvoering, in de duurzame polder niet voldoende geborgd.

4

Bijlage behorende bij zienwijze Ontwerp Programma De rapportages van 5.1.2e en Bos die zijn opgesteld voor en het ontwerpprogramma en het planMER zelf, gaan niet in op de meest recente jurisprudentie over stikstof waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een nieuw beoordelingskader heeft geformuleerd voor de natuurvergunningplicht: •

AbRS18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (Rendac);

•

AbRS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (Amercentrale).

Gelet op de datum van de uitspraken en de rapporten kon dat natuurlijk ook niet, maar dat neemt niet weg dat dit aspect verwerkt moet worden. In de stukken wordt nog gesproken van intern salderen in het vergunningenspoor, dat deel zal herzien moeten worden.

De in N.B. van de zienswijze weergegeven situatie, doet zich dusdanig veel voor in het document Ontwerp Programma, dat voor dit doel wordt volstaan met een gelimiteerde weergave van de extreem vele tekortkomingen. Enkele van de vele verschillende onderwerpen die inhoud te geven aan de bedoelde tekortkomingen betreffen: Blz 4: “.2 De RES Noordoost Brabant heeft de Regionale Energie Strategie nader uitgewerkt op regionaal niveau en heeft op 25 maart 2021 de RES 1.0 vastgesteld. Onvermeld is dat de RES geen overeenkomst betreft noch voortkomt uit wetmatige of democratische doelstellingen. Dat betekent dat de genoemde ‘besluiten’ slechts als richtlijn kunnen worden opgevat. Door dit niet uit te leggen krijgt de bestuurder/lezer een onvolledig beeld en dat is niet acceptabel. “De RES 1.0 omvat onder meer een doelstelling voor de opwek van duurzame energie in 2030.” Onvermeld blijft dat de RES al eer dan volledig is gehaald, evenals de RES NOB. Hierdoor wordt de bestuurder/lezer een onvolledig beeld en dat is niet acceptabel. “De Gemeenten hebben met de RES 1.0 ingestemd en hebben zich daarmee aan de Opwekdoelstellingen gebonden.” Met het bovenstaande in acht genomen is dit een onjuiste vaststelling. Er is geen sprake van een binding er is hoogstens sprake van een streven.

Dat destijds mogelijk dezelfde uitdrukkingen zijn gebruikt hangt enerzijds samen met de relatieve onbekendheid van raadsleden over de verplichtingen uit de RES en anderzijds met de vooringenomenheid van de opsteller van het Ontwerp Programma, 5.1.2e +Bos onderdeel van de Windturbine Industrie, en dus geen onbevooroordeelde opsteller. Dat blijkt. Deze verdraaiing van de werkelijkheid geeft de bestuurder/lezer een onjuist beeld van dit zeer belangrijke uitgangspunt. Dat is volstrekt onacceptabel. “De hiervoor genoemde projecten vullen de Opwekdoelstellingen slechts gedeeltelijk in.” Dit lijkt onjuist, de doelen voor 2030 zijn al gehaald voor de RES en RESNOB zijn dan al gehaald. Door dit niet te vermelden wordt de bestuurder/lezer op een verkeerd of onbekend, niet nader verklaard been gezet. Dat been is fundamenteel voor de beoordeling van nut en noodzaak, en feitelijk het gehele programma. Dat is onacceptabel. “De Gemeenten wensen het resterende deel van hun Opwekdoelstellingen in te vullen door met dit Programma een (ruimtelijke) basis te creëren voor de realisatie van de Windturbines in (een gedeelte van) de Duurzame Polder.” De vraag is of de gemeenten dat anno 2025 nog wensen, er is nogal wat gebeurt sinds 2019 dat van invloed is op de bestuurlijke wil. Het betreft hier het resterende deel van de opwekdoelstellingen in 2030.

Vreemd genoeg wordt nergens (noch in dit document, noch in de planMER) dat resterende deel berekend of beredeneerd. Vanuit een beoordeling zoals de opsteller die ook hanteert, namelijk expert judgement, is door de 5

steller van de zienswijze blijkt dat de doelstellingen van 2030 nog maar een fractie zijn van de door de opsteller weergegeven waarde. “De plannen voor de realisatie van de Wind- turbines in de Duurzame Polder voeren terug op private initiatieven uit 2017.” De opsteller geeft hier blijk van kennis die niet wordt gedeeld. Daarmee heeft de bestuurder/lezer geen informatie over de inhoud en reikwijdte van deze initiatieven. Een oordeel daarover is dan ook niet te maken. Dat is niet acceptabel. Blz 5: “1.2. Uitgangspunten” De opsteller verzuimt hier de benoeming en behandeling van de wettelijke plichten. Niet alleen vanuit de Omgevingswet maar ook overige wetgeving raakt de verantwoordingsgebieden van het Ontwerp Programma, zoals bijvoorbeeld de luchtvaarwet etc. Maar ook het internationaal recht wordt niet behandeld terwijl daar nu juist een fundamenteel en onoverbrugbaar probleem ligt, bijvoorbeeld in het EU Unierecht is de SMB-richtlijn uitgegeven die zeer zware eisen stelt aan (wat in Nederland is genoemd) de MER. De planMER is een belangrijk onderdeel van beide MER’s (de projectMER volgt immers later uit de planMER). Door dat niet te behandelen en de verplichtingen die daaruit voortvloeien niet mee te nemen in dit programma begeeft de opsteller zich in de onmogelijke positie van bewust onvolledig informatie verstrekkende auteur.

Dat maakt de opsteller, 5.1.2e +Bos ongeschikt als democratisch geloofwaardige behandelaar voor de gehele materie. De corrigerende/redigerende behandeling van de stafbehandelaars/ambtenaren bij beide gemeenten hebben dit kennelijk over het hoofd gezien. In ieder geval worden bestuurders/lezers niet geïnformeerd over de verplichtingen, verplichtingen die het gehele proces kunnen doen staken indien niet opgevolgd, zoals hier het geval is. Dit is buitengewoon onacceptabel en lijkt potentieel strafbaar gedrag van de opsteller en haar toezichthouder/stuurgroep. Aangezien de overige onderwerpen een soortgelijke opstelling van de opsteller laten zien, vergt dit naar onze overtuiging een separate behandeling door beide gemeenteraden om de validiteit en integriteit van beide documenten te beoordelen. “Bij de vaststelling van dit Programma zijn de Gemeenten nog bezig met de uitwerking van de Omgevingsvisies.” Dat betekent dat dit ontwerpprogramma is gebaseerd op de oude bestemmingsplannen/omgevingsvisie van de gemeenten. Hoe verhoudt het programma zich met de uitwerking van de omgevingsvisies en welke status neemt het Ontwerp Programma in dat geheel in? Door dat niet te behandelen wordt de status van het Ontwerp Programma niet duidelijke en evenmin de rechtmatige borging daarvan in de processen van de Omgevingswet.

Ook is niet duidelijk welke plannen zich begeven tussen de bestemmingsplannen met aangevulde nota’s, adviezen, Ontwerp Programma etc. enerzijds ten opzichte van de verplichtingen uit de omgevingswet anderzijds. Door dit niet grondig genoeg te behandelen blijft de bestuurder/lezer in het ongewisse, ook over de eigen verantwoording daarin. Dat is erg onacceptabel. “Bovendien stellen beide Gemeenten de uitgangspunten vast die een integrale afweging van belangen in de Duurzame Polder borgen.” Dat hebben de gemeenten al eerder gedaan, maar het vreemde is dat die uitgangspunten door de opsteller geheel anders worden vertaald, namelijk naar hanteerbare uitgangspunten. Door dat te doen in beide documenten en dat niet duidelijk genoeg te vermelden aan de bestuurder/lezer treedt een situatie op, waarbij de bestuurder/lezer in een narratief wordt gebracht dat niet overeenkomt met het bestuurlijke narratief van beide gemeenten. Soms daar zelfs lijnrecht tegenover staat. Dat is verachtelijk en onacceptabel en typeert de opsteller als onbetrouwbaar.

6

Blz 6: “De Gemeente Oss hanteert voor haar grond- gebied de volgende algemene uitgangspunten bij de vaststelling van dit Programma” In de uitgangspunten worden de verplichtingen vanuit het EU Unierecht/SMB richtlijn niet geadresseerd. “de realisatie van Windturbines dient ter invulling van de Restopgave Oss” Voor Oss is de restopgave niet geactualiseerd op de situatie van operationeel worden van de Duurzame Polder (2032 of later i.v.m. de netcongestie). Daarmee kan geen inhoud worden gegeven aan het volledige programma voor Oss. “In de afgelopen jaren zijn de plannen voor de Duurzame Polder meermaals besproken in de Raden. Tegelijkertijd is een participatieproces doorlopen, waarmee input is opgehaald bij allerlei belanghebbenden. De al eerdergenoemde ontbrekende behandeling van bijvoorbeeld het EU Unierecht is daar (gemeenteraad Oss) ook behandeld, maar niet opgenomen in de nu voorliggende documenten. Het participatieproces is inhoudelijk dusdanig gering, dat van participatie, zoals bedoeld in het beleid van de gemeenteraad, niet kan worden gesproken. Daarnaast hebben zich excessen voorgedaan die niet worden vermeld. Daarmee wordt de bestuurder/lezer inhoudelijk onjuist en eenzijdig geïnformeerd. Dat is onacceptabel. Blz 7: “Het Voorkeursalternatief bepaalt in welk deel van de Duurzame Polder de Windturbines gerealiseerd kunnen worden.

Ook schetsen de Gemeenten met dit Programma de bredere en integrale context voor de realisatie van de Windturbines. De Gemeente Oss verwijst hiervoor naar de bestaande en reeds vast- gestelde visies.” Wat betekent dit voor de gemeente Oss t.a.v. de vaststelling van het programma vanuit de Omgevingswet, nu het Ontwerp Programma en planMER kennelijk een belangrijke factor worden als visie document, ontbreken de vastgestelde parallelle visies, de overeenkomsten daarmee en de strijdigheden op weg naar, of in plaats van, de gebiedsvisie? Door dat niet te behandelen is het Ontwerp Programma te onvolledig voor de brede beschouwing. Daarmee worden bestuurders/lezers onvoldoende geïnformeerd en kan een gewogen oordeel niet plaatsvinden. Dat is onacceptabel. ”De Gemeente ’s-Hertogenbosch beschrijft de visie die bij de uitwerking van dit Programma is ontwikkeld” Betekent dat voor de gemeente Den Bosch, dat dit programma tevens behoort open te staan als (gebieds)visie. Dat is echter niet het geval. Welke discrepanties treden hier op met de Omgevingswet. Door dat niet te behandelen wordt de bestuurder/lezer onvoldoende geïnformeerd. Dat is niet acceptabel. Blz 11: “Het resterende deel van de Opwekdoelstelling Oss ter hoogte van 0,171 terawatt/uur, oftewel 0,514 petajoule.” Eerder geeft de opsteller aan dat het hier gaat om de restopgave in 2030 (vermoedelijk 2032 i.v.m. de netcongestie).

5.1.2e +Bos neemt hier oude gegevens over die niet zijn gecorrigeerd op behaalde en nog te behalen resultaten. Daardoor wordt de gemeente Oss voor een veel te grote opgave gesteld. Uit dezelfde benadering die de planRES gebruikt, het expert judgement, blijkt dat (afhankelijk van de randvoorwaarden die de gemeenteraad kiest) de restopgave zelfs negatief zal zijn. Dat wil zeggen dat geen additionele opwek nodig is maar juist minder, dus geen Duurzame Polder nodig. Door dat belangrijke vraagstuk, in het geheel niet te behandelen worden bestuursleden/lezers uiterst kritische informatie onthouden en wordt zelfs hun verantwoording ingevuld door 5.1.2e +Bos. Dat is zeer onacceptabel. Blz 19: “Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 (Inleiding) werkt de Gemeente Oss momenteel aan de 7

Omgevingsvisie Oss. De koers en het ambitie- niveau van de Omgevingsvisie Oss zijn vastgelegd in de Ambitienota Omgevingsvisie.” De ambitienota vormt de sleutel om de oude visiedocumenten te blijven gebruiken in de nieuwe wetgeving. In het proces dat daartoe is gevoerd, is dit oogmerk niet naar voren gekomen en dus niet bruikbaar voor dat oogmerk. De relatie daarvan met de Omgevingswet wordt niet behandeld. Daarmee krijgen bestuurders/lezers een onvolledig beeld van de bestuurlijke situatie. Dat is niet acceptabel. “De integrale doelen voor de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied zijn samengevat” Hier wordt een relatie gemist die voortvloeit vanuit de toegezegde beleidsbepalingen bij de overgang van gemeente Lith naar gemeente Oss. Daarin zijn harde garanties gegeven voor het behoud van het poldergebied. Door dit niet te behandelen is een situatie ontstaan waarbij een belangrijk deel van de meest benadeelde omwonenden niet in beschouwing wordt genomen. De bestuurder/lezer kent naar alle waarschijnlijkheid deze materie niet en de behandeling van de stafbehandelaars/ambtenaren bij beide gemeenten hebben dit kennelijk over het hoofd gezien. Daardoor wordt de bestuurder/lezer in het geheel niet geïnformeerd over een (zeer) belangrijke randvoorwaarde en de interpretatie daarvan. Dat is volstrekt onacceptabel.

“De rest van de opgave, circa 5.1.2f J, zal door middel van clustering van windmolens in de Duurzame Polder (Lithse en Geffense polder) worden ingevuld. Over dat project heeft de gemeenteraad in januari 2021 een principebesluit genomen” De restopgave komt voort uit het restant van het in 2030 te behalen resultaat. De verwachting en berekening daarvan vindt niet plaats. De bestuurder/lezer krijgt daarmee geen informatie over de te verwachte situatie en de keuze van de juiste randvoorwaarden, zoals ook eerder betoogd. De restopgave in 2030 is zeer veel lager dan dit getal, deze voorstelling van restopgave (fundament voor het programma) is onjuist en niet vastgesteld door de raad als actuele restopgave (lees het restant in de opgave die in 2030/2032 behaald moet worden). Dat geheel is onacceptabel. Blz 20: “De Landbouwvisie Oss streeft als centrale ambitie naar “een sterke, toekomstbestendige agrarische sector in Oss. Hier ontbreekt de invloed van het programma naar nevengemeenten, waterwegen en provincie Gelderland. De benoemde uitgangspunten vormen geen behandelde uitgangspunten van of voor de gemeenteraad in Oss. Daarmee kan de vaststelling dat “Dit Programma past goed bij de ambitie en de uitgangspunten van de Landbouwvisie Oss.” niet wordt bevestigd door de behandeling van de gemeenteraad.

De bestuurder/lezer krijgt daardoor een onjuist en onbetrouwbaar beeld van de situatie. Dat is niet acceptabel. Blz 21: “om een gezonde, duurzame, klimaatbestendige en aantrekkelijke leefomgeving te creëren” Dit is onderwerp van behandeling in de gemeenteraad van Oss geweest, mede daardoor is het GGDonderzoek gehouden en zijn de conclusies opgenomen in het programma en planMER. Het onderzoek van de GGD geeft echter geen inhoud aan de zorgen van de gemeenteraad. Daarmee voldoet zowel het onderzoek als het programma (en planMER) niet aan de eisen en wensen die vanuit de gemeenteraad zijn gesteld en toegezegd door het college. Daarmee wordt de bestuurder/lezer te onvolledig geïnformeerd om juist op dit zeer belangrijke zich een mening te kunne vormen en evenals een oordeel. Dat is onacceptabel. Blz 22 linksboven: “een gezonde, veilige en groene leef- omgeving” Daarmee garandeert de ambitienota een gezonde, veilige en groene leefomgeving. In dit programma is dat een onmogelijke garantie of ambitie. De behandeling daarvan in de gemeenteraad in Oss heeft 8

niet plaatsgevonden. Daarmee wekt de opsteller de indruk dat een ambitie zal worden gehaald waarvan zelfs het meest elementaire onderzoek, in en buiten de veel bredere onderwerpen die worden besproken, ontbreekt bij beide voorliggende documenten van de Duurzame Polder. Dat brengt de bestuurder/lezer in een desinformatieve positie voor een zeer belangrijk onderwerp. Dat is onacceptabel. “2.2.8. Conclusie” Verschillende onderdelen in de conclusie kunnen geen conclusie zijn omdat de vermelding onbehandeld is, niet procesmatig voltooid en/of nieuw. Het woordgebruik komt ook niet overeen met de besluiten uit de gemeenteraad, zo is er bijvoorbeeld geen sprake van streven naar 2.000 meter afstand maar de waarborging daarvan, en geldt het hanteren van een norm van maximaal 42 Db Lden, ook voor de Bossche windturbines naar de Osse bebouwde kom grens. Dit programma komt niet overeen me de raadsbesluit(en) en bagatelliseert dat zelfs. Vanuit de bovenstaande genoemde opmerkingen betekent dat, dat de conclusies op blz 24 niet kunnen worden aangetoond met een behandeling en besluitvorming in de gemeenteraad. Daarmee behouden de normen en waarden uit de besluitvorming van jan 2021 hun waarde. De bestuurder/lezer moet het doen zonder deze informatie en krijgt daardoor een narratief voorgeschoteld dat niet overeenkomt met de werkelijkheid.

Dat is onacceptabel en zet ook het vertrouwen naar de opsteller onder druk. Blz 24 Gemeente Oss: “de Raad Oss de Duurzame Polder geschikt geacht en aangewezen voor het grootschalig opwekken van duurzame energie. Daarbij is aangegeven dat het Osse deel alleen is bedoeld voor windenergie en niet voor zonnevelden.” Onvermeld blijft dat er meer voorwaarden zijn benoemd als harde uitgangspunten, zoals de 2.000 meter als minimale waarde voor de grens van turbine naar grens bebouwde kom en 42 dB Lden maximaal. Het programma respecteert dat niet, breidt dat zelfs uit en bagatelliseert daarmee de besluiten en -vorming. Daarmee voldoet het programma niet aan de besluiten vanuit de gemeenteraad en stelt het vertrouwen onnodig op de proef. De bestuurder/lezer wordt weer een narratief voorgeschoteld, dat niet overeenkomt met de werkelijkheid en ook hier wordt het niet dor de stafbehandeling van beide gemeentebesturen hersteld. Dat geeft te denken. De bestuurder/lezer is het kind van de rekening omdat met deze informatie de prioriteiten niet kunnen worden gesteld en gewogen, geen oordeel mogelijk is en zij ook niet naar de fundamentele vraagstukken worden begeleid, maar weerhouden. Absoluut onacceptabel.

Blz 25 MER: “Het MER beschrijft de te verwachten milieueffecten van (varianten voor) de realisering van de Windturbines.” Dit is een juiste voorstelling, maar de planMER richt zich op een zeer beperkte hoeveelheid onderwerpen, onderwerpen die vervolgens zonder adequaat onderzoek van een onjuiste of onvolledige conclusie worden voorzien. Zoals weergegeven bij blz 6 ontbreekt o.a. het Unierecht/NRD richtlijn in de voorwaarden. Mede daarom voorziet de huidige planMER daar in het geheel niet in, maar deze alinea geeft een volstrekt verkeerde voorlichting geeft aan de bestuurder/lezer. Daar heeft de gemeenteraad op geen enkele manier mee ingestemd. Het beoogde doel “Hiermee helpt dit rap port de Gemeenten om tot een zorgvuldige en transparante afweging te komen.” wordt daardoor ook niet gehaald. Deze gang van zaken is onacceptabel. Blz 27: “3.2.5. Gezonde leefomgeving De Windturbines kunnen invloed hebben op de leefomgeving door onder andere productie van geluid, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico of het knipperen van verlichting. Bewoners kunnen hier hinder van ondervinden en dat kan leiden tot gezondheidsklachten. Deze aspecten zijn in het MER onderzocht en beschouwd en door de GGD 9

voorzien van een Gezondheidskundige beoordeling.” De leefomgeving betreft ook dieren, gewassen en natuur, die worden hier niet meegenomen. Onbesproken blijven laagfrequent geluid, fijnstofemissie, gifstofverspreiding, ontstaan van een microklimaat, magnetische flux bij energietransport, etc. etc. Daar wordt niet op ingegaan in zowel het eerder benoemde GGD ‘onderzoek’ (dat niet meer dan een advies blijkt te zijn), in het programma en de planMER. Die limitering van de inhoud van het onderzoek is niet door de gemeenteraad besloten of geaccordeerd. Ook het overlaten aan de initiatiefnemers van de noodzakelijke onderzoeken in de (niet aan voorwaarden gebonden) projectfase en projectMER, heeft nooit de instemming van de gemeenteraad gekregen. Dit wringt omdat daardoor de bevoegdheden van de gemeenteraad niet meer of niet volledig kunnen worden uitgeoefend, omdat de verantwoording dan bij de initiatiefnemers ligt. De bestuurder/lezer wordt in het ongewisse gehouden. Het GGD advies is voorzien van commentaar bij hoofdstuk XX, gebaseerd op oordelen vanuit de medische wereld, de aantoonbare conclusie is deze: Een slecht advies met duidelijke te weerleggen aannames en conclusies, daardoor ontstaat de overtuiging van belangenverstrengeling met de gemeente/duurzame polder. Volgens medici is wensdenken een bekend verschijnsel bij de GGD, als resultante van het RIVM.

Het RIVM heeft als antwoord op een integriteitsklacht gesteld dat zij ‘het Nederlandse beleid weergeeft’ en niet de huidige stand van de wetenschap. Tel uit je winst als (toekomstig) omwonende. Hier toont zich opnieuw het ware gezicht van de opsteller, door dit overduidelijk tekortschietende, (maar aan de belangen van opsteller 5.1.2e +Bos tegemoet komende advies) als feitelijke input te gebruiken in de planMER. Daarmee wordt de bestuurder/lezer volstrekt op het verkeerde been gezet. Foute input geeft immers foute output maar dat blijft verborgen voor de lezer. Dat geheel is volstrekt onacceptabel. Blz 29: “3.5.1. Natuur Netwerk Brabant” De presentaties in dit hoofdstuk gaan aan de realiteit voorbij en vormen een doelredenatie op zich. Het bevoegd gezag betreft Provinciale Staten. De gemeenteraad is dus niet betrokken in de tekst, maar zal een dergelijke tekst desgevraagd naar verwachting niet accorderen. De bestuurder/lezer moet fragmentarisch de informatie vergaren om tot een oordeel te kunnen komen. Dat is ongewenst. Blz 33: “Daarnaast worden negatieve gezondheidseffecten zoveel mogelijk beperkt.” Dit wijkt wetmatig af van de toepassing van het Unierecht/SMB richtlijn en is niet door de gemeenteraad besloten of geaccordeerd. Een dergelijke stelling is dan ook onhoudbaar en brengt de bestuurder/lezer op het verkeerde been. Dat is niet acceptabel.

“Voor de maximale toegestane geluidsbelasting op woningen sluiten de Gemeenten daarom aan bij de landelijke wettelijke normen die naar verwachting in 2025 worden vastgesteld.” Dit is volstrekt onjuist, de gemeenteraad heeft hiertoe niet besloten. Een dergelijke stelling is dan ook onhoudbaar en brengt de bestuurder/lezer op het verkeerde been. Dat is onacceptabel. “In het geval er nog geen landelijke geluidsnormen zijn vastgesteld, hanteren de Gemeenten voor de woningen een streefwaarde van maximaal 45 dB Lden. Een geluidsbelasting van maximaal 47 dB Lden is toegestaan als Initiatiefnemers kunnen onderbouwen dat het onmogelijk is bij handhaving van de streefwaarde van maximaal 45 dB Lden de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en/of de Restopgave Oss te halen.” Dit is volstrekt onjuist, de gemeenteraad heeft hiertoe niet besloten. Een dergelijke stelling is dan ook onhoudbaar en brengt de bestuurder/lezer op het verkeerde been. Dat is onacceptabel. Blz 34 linksonder: “Om die reden concluderen de Gemeenten dat het belang van realisatie van de Wind- turbines (omwille van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en invulling van de Restopgave Oss) in de Duurzame Polder zwaarder weegt dan het belang van handhaving van het gehele laagvlieg 10

gebied” De colleges zijn niet in staat en niet bevoegd om die afweging te maken, de gemeenteraden hebben heeft dat ook niet gedaan, omdat zij niet bevoegd zijn. Daarbij komt dat nu de veiligheidssituatie in de wereld dermate is gewijzigd het gehele laagvlieggebied ‘overeind’ moet blijven om NATO troepen ruimbaan te geven om voor onze veiligheid adequaat te kunnen trainen en oefenen. Inkrimping van dit laagvlieggebied knelt des te meer nu de doelstellingen voor wind-op-land inmiddels ruimschoots zijn gehaald, maar daar vermeldt het Ontwerp Programma niets over. Hiermee schept de opsteller weer een narratief dat zich niet verhoudt met de werkelijkheid. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een stafbehandeling van beide gemeentebesturen dit over het hoofd ziet, maar kennelijk is dat gebeurd. Dat geeft te denken. Dit geheel is onacceptabel. Rechtsboven: “Om die reden stellen de Gemeenten een ruimer Voorkeursalternatief vast dan is opgenomen in de Ontwerptoelichting VKA.” en “Dit betekent dat het VKA ten opzichte van de Ontwerptoelichting VKA is verruimd tot ten noorden van de Gewande weg” Voor een VKA geldt een proces en procesafspraken. Beiden zijn ten koste gegaan van dit ‘collegebesluit’. Dat heeft niet de instemming van de gemeenteraad, de gemeenteraad is zelfs niet betrokken bij de totstandkoming van dat besluit.

Dat maakt dat het besluit onterecht is genomen en zal moeten worden hersteld. De opsteller houdt hier weer een narratief overeind dat niet overeenkomt met de realiteit, dat de stafbehandeling bij beide gemeenten dit onderwerp hebben gemist, geeft nu ernstiger te denken, omdat een potentieel belang daarbij niet kan worden uitgesloten. DE bestuurder/lezer ontgaat dit natuurlijk allemaal. Dat is onacceptabel. “De Gemeenten zijn van mening dat het belang bij realisering van de Opwekdoelstelling ’sHertogenbosch en de Restopgave Oss deze aantasting rechtvaardigt,” Aantasting van NNN is geen gemeentelijke bevoegdheid of beoordeling. Een dergelijke opstelling is daarmee onacceptabel door de gemeenten, in dit geval de colleges, want de gemeenteraden zijn niet betrokken. Bij de Beoordelingscriteria, ontbreken de fors toegenomen eisen die aan de projectMER moeten worden gesteld. Dat is wel in de gemeenteraad besproken maar onterecht niet gehonoreerd. Blz 47 rechtsboven: “Een geluidsbelasting van maximaal 47 dB Lden is toegestaan als Initiatiefnemers kunnen onderbouwen dat het onmogelijk is bij handhaving van de streefwaarde van maximaal 45 dB Lden de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en/of de Restopgave Oss te halen.” Dit is onacceptabel als grenswaarde maar het betekent ook dat voor alle windturbines die eis kan worden gebruikt.

Daar komt bij dat met mitigatie de grenswaarde op 50 kan komen te liggen (buiten de waarschijnlijk onuitvoerbare mitigatieperiode). Dat betekent dat de oorspronkelijke grenswaarde van de gemeente Oss tot het 10-voudige kan worden overschreden, dus 10 keer zoveel geluid op de gevel dan oorspronkelijk als grens gesteld. Daarmee wordt windpark Elzenburg de Geer niet meer als vergelijkingswaarde en beleidsuitgangspunt gebruikt en ontstaat een andere behandeling van twee identieke doelgroepen inwoners in Oss. Daar heeft de gemeenteraad geen instemming aan gegeven. Daarnaast ontbreekt de verwerking van de disclaimer uit de “Energieopbrengsten voorkeursalternatief windenergie Duurzame” van 5.1.2e +Bos uit feb 2024, onderdeel van de publicaties van Ontwerp Programma en planMER. “ Ondanks de gebruikte winddata zijn de uitkomsten naar verwachting een overschatting van de werkelijke energieopbrengst. Dit is een verwachting op basis van expert judgement. Om deze reden wordt geadviseerd om de gegeven waarden niet te gebruiken als feitelijke gegeven in verdere analyses en onderbouwingen. Aanbevolen wordt om bij concrete initiatieven lokale windmetingen uit te voeren en de energieopbrengsten met de gemeten waarden opnieuw te berekenen.” 11

in de planMER wordt deze overschatting, zonder adequaat en objectief nader onderzoek en lokale windmetingen, toch onaangepast overgenomen. Daarmee worden bestuurders/lezers, maar ook initiatiefnemers kennelijk bewust, fout voorgelicht. Dat geheel is volstrekt onacceptabel om dit Ontwerp Programma en planMER uit te geven. Blz 42 rechtsonder: “De Gemeenten bereiden voor de realisatie van de Compensatie een gebiedsproces voor, in onderling overleg met de Initiatiefnemers en de Provincie.” Dit is een nieuw element en niet in de gemeenteraad behandeld. Als dat wel het geval zou zijn geweest zouden deze vragen waarschijnlijk zijn: Wat wordt hiermee bedoeld, welke oorzaken zijn hiervoor van invloed, welke maatregelen worden daarbij getoetst en door wie, welke gevolgen kan dit hebben voor de vergunningverlening? Door dat noch in het Ontwerp Programma noch in de planMER te behandelen wordt de bestuurder/lezer dusdanig onvolledig geïnformeerd dat ze de stelling niet kunnen toetsen. Dat is onacceptabel. Blz 43 linksboven: “zoals vergoedingen, afspraken voor blijvende afname van Weidevogel- pakketten” Dit geeft de mogelijkheid om afname van weidevogels te accepteren tot 0 en dat in geld uit te drukken, dat is onacceptabel en zodanig generiek vormgegeven dat het onwerkbaar zal zijn. In ieder geval is dit onderwerp en mogelijkheid niet besloten of besproken in de gemeenteraad.

Daarnaast is het zeer de vraag of dit zich verhoudt met de wetgeving. Daarmee ook doelend op het strafrecht. Deze passage is immers een verdekte methode tot omkoping, of kan daartoe worden gebruikt. Voor bestuurders/lezers een onbegrijpelijke situatie die de opsteller ook in een ander daglicht stelt. Absoluut onacceptabele stellingname. Blz 55 linksboven: “Met dit Programma stelt de Gemeente Oss in de eerste plaats het Voorkeursalternatief vast. Daarmee wordt duidelijk waar de Windturbines gerealiseerd kunnen worden in het Osse deel van de Duurzame Polder.” Het proces dat daartoe is verlopen verhoudt zich niet met de eisen van de Omgevingswet en de ABBB. Het besluit komt ook niet voort uit het daartoe georganiseerde proces en komt niet overeen met de uitgangspunten en randvoorwaarden van een dergelijk proces. Daardoor zijn stakeholders niet betrokken bij het tot stand komen van dat solitaire en afwijkende besluit. Daarnaast is het besluit genomen door het college en niet de gemeenteraad. Tenslotte zijn de afspraken met de gemeenteraad tot betrekking bij die besluitvorming niet nagekomen, dit lezende kennelijk bewust. Dat is voor de bestuurder/lezer niet duidelijk gemaakt waardoor een zinvol oordeel onmogelijk te vellen is. Dat is onacceptabel.

Linksonder: “dienen bij belanghebbenden in het Osse deel van de Duurzame Polder draagvlak te vinden bij de uitwerking van hun plannen voor de realisatie van de Windturbines. De Gemeente Oss verwacht dat de Initiatiefnemers daartoe een gedegen participatieproces doorlopen en de Gemeente Oss regelmatig en proactief informeert over de processuele en inhoudelijke stand van zaken” Dit is een goed voorbeeld van afwentelen van de procedurele en inhoudelijk verantwoording, die de gemeente Oss niet heeft toegepast naar de initiatiefnemers. Door ook hier geen toetsbare eisen neer te leggen is dit een wassen neus geworden voor het college en dat lijkt ook de bedoeling. Door deze gang van zaken spitst de vraag zich toe op de taak van het college versus de werkelijke intenties. Daarnaast is de inhoud relevant voor de taak en actie van de toezichthouder op dit gebied (participatie). Dat is de Burgemeester. De behandeling en mogelijke acties van de toezichthouder zijn nog onbekend, maar gezien de historische betekenis van participatie door het Osse college waarschijnlijk nihil. Deze belangrijke en ongewilde afwenteling is niet besproken of geaccordeerd door de gemeenteraad. Tenslotte worden In dit hoofdstuk te veel factoren zacht benoemd terwijl er 12

sprake is van harde factoren. Ook daar heeft de gemeenteraad geen rol in gespeeld. De bestuurder/lezer wordt feitelijk zorgvuldig aan zijn/haar/het lot overgelaten, in ieder geval is de ontbrekende informatie dusdanig dat de werkelijkheid ruim verborgen blijft. Onacceptabel. Blz 56 rechtsonder: “Begrijpelijkerwijs vrezen bewoners voor verlies van woongenot in en rondom de Duurzame Polder. Dit aspect is door de Gemeenten afgewogen bij de vaststelling van het Voorkeursalternatief (cf. paragraaf 3.2.5 (Gezonde leefomgeving) en paragraaf 3.7 (Afweging)). Een zekere mate van verlies van woongenot kan niet worden voorkomen, maar de Gemeenten achten dit gerechtvaardigd in het licht van het algemene, gemeentelijke belang bij invulling van de Opwekdoelstelling ’s-Hertogenbosch en de Restopgave Oss.” Hier dient zich een situatie aan van bewust manipuleren van gegevens. De opzet van het document gaat uit van normen en waarden (o.a. geluidbelasting van die niet door de gemeenteraad zijn geaccordeerd), maar benadert dat kwantitatief zeer onvoldoende. Kwalitatief is daar de planMER aan gekoppeld, daar is het oordeel nog slechter omdat nagenoeg iedere vorm van adequaat onderzoek ontbreekt en de planMER (ook daarom) op buitengewoon onvoldoende wijze voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt.

De stellers van deze zienswijzen hebben daarom vele momenten van plaatsvervangende schaamte gekend vanwege de ondermaatse inhoud maar ook het voortdurend manipulerende karakter van beide documenten. Een voorbeeld: De toch al te hoge geluidswaarden worden verhoogd, indien dat in het belang is van de energieopbrengst door de initiatiefnemers. Met een onverzekerde vorm van mitigatie wordt zelfs die norm in de praktijk nog hoger, zodanig dat het in hoge mate uitkomt boven de landelijk geaccepteerde maximale normen. In de praktijk al een inwoner van de polder tot 10 keer de oorspronkelijke bedoelde normen moeten accepteren volgens de opstellers. Dat is niet in de gemeenteraad besloten of ingestemd en zeker niet in het belang Van De Gemeenschap. De priemende vraag die nu ook ontstaat is de vraag hoe die meerbehoeften van 5.1.2e +Bos (op eigen gelegenheid aanpassen van de waarden en normen tot onacceptabele hoogten en het wekken van valse indrukken door geen onderzoeken te plegen en informatie naar eigen hand te zetten en presenteren) zich verhoudt met het in de hand houden van de extreem hoge kosten die al die meerbehoeften de gemeenschap kost. De WEThouders zijn met die taak belast, het resultaat is aan de bestuurder/lezer.

Die bestuurder/lezer wordt door dit geheel op de gebruikelijke manier niet bediend met objectieve en juiste informatie en kan op geen enkele manier tot een goed oordeel komen. Absoluut onacceptabel. Blz 57: “roept de Gemeente Oss de Initiatiefnemers op actief op zoek te gaan naar koppelkansen met het woongenot van belanghebbenden.” Zo gaat de gemeenteraad beslist niet om met het primaire belang van het gemeentebestuur: de gezondheid van de bevolking. Het college doet hier een oproep zonder grondige inventarisatie en onderzoek naar de gezondheidseffecten. De koppelkansen dienen vooraf te gaan aan dat wat hier grootschalig ontbreekt: inventarisatie en adequaat onderzoek. Door zo te handelen wordt het voorzorgbeginsel geweld aangedaan en de wet niet gevolgd. De bestuurder/lezer wordt ook hier door het college in het ongewisse gelaten, zelfs zonder voorbehoud of disclaimer. Daarmee wordt de bestuurder/lezer een situatie voorgeschilderd die niet bestaat, maar door een zorgvuldig gekozen opzet wordt de bestuurder/lezer zich daar niet van bewust. Dat brengt de vraag met zich mee of het college(s) wel voldoende objectief en betrokken zijn. Een vraag die al meerdere keren naar voren is gekomen. Dit is behalve onacceptabel ook een te dubieus verschijnsel dat vanuit de colleges ontstaat en inhoud wordt gegeven.

“bijvoorbeeld door de direct omwonenden gunstige voorwaarden te bieden voor financiële participatie en/of door omwonenden vanuit de opbrengsten van de Windturbines te ondersteunen 13

bij de financiering van duurzaamheidsmaatregelen voor hun woning.” Dit kan duiden op regelrechte chantage en neigt naar omkoperij, immers als een geldelijk bod maar hoog genoeg is wordt daarvoor gezwicht. In ieder geval is het manipulatie waar een gemeente zich niet mee behoort in te laten. Door dat wel te doen wordt het hiervoor genoemde dubieuze verschijnsel versterkt. In ieder geval stat dit haaks op het integriteitsbeleid van de gemeenteraad en is het zeker geen tekst die geaccordeerd is door de gemeenteraad. Een onacceptabel instrument en betekenis in een Ontwerp Programma. Blz 59: “Met het beschreven participatieproces, voldoen de gemeenten aan de vereisten die de Omgevingswet stelt met betrekking tot de participatieve aanpak voor een Programma (conform artikel 10.8 Omgevingsbesluit). Belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) zijn vanaf een vroegtijdig stadium betrokken bij het proces van plan- tot besluitvorming.” Dat is onjuist voor de gemeente Oss. Er is geen sprake geweest van een adequaat participatieproces, er is wel sprake geweest van een informatieproces. Dit heeft er zelfs toe geleid dat 2 burgerverenigingen zijn vertrokken uit de klankbordgroep, vanwege het gebrek aan participatie. Dit is uiterst marginaal inhoud gegeven door de verantwoordelijk wethouder.

Daarnaast is de toezichthouder voor participatie (Burgemeester) afwezig geweest en zijn er geen waarneembare acties uitgevoerd door de burgemeester. Ook hierin is geen overleg of behandeling gepleegd met de gemeenteraad om dit soort gevoelige teksten te gebruiken. “Het Programma is uitvoerig besproken met maatschappelijke organisaties en bestuursorganen, waarvan de bevindingen zijn betrokken in de overwegingen voor het Voorkeursalternatief en de gebiedsontwikkelingen.” Dat is onjuist. Twee maatschappelijke organisaties hebben zich uitzonderlijke betrokken getoond en aanvragen en verzoeken ingediend die vervolgens niet zijn beantwoord door beide colleges. Zelfs tientallen weken wachttijd op antwoorden leiden niet tot resultaat bij beide colleges. Met als gevolg dat diverse in gebreke stellingen zijn ingediend, gevolgd door dwangsommen en/of procedures voor voorlopige voorzieningen ontstaan. Daarnaast geven de verenigingen de bevestiging dat al die onbeantwoorde verzoeken verband houden met de behandeling van het Ontwerp Programma en planMER en dus van belang voor de zienswijzen van de verenigingen. Verzoeken om uitstel worden daarbij niet gehonoreerd of niet ontvankelijk verklaard. Dit verhoudt zich niet met de manier waarop beide colleges aangeven om te willen gaan met de inwoners, maar men doet het wel.

De frustratie die dat met zich meebrengt heeft al geleid tot medische uitval van inwoners. Nu worden wegens voortdurend uitblijvend resultaat zelfs twee juridische procedures voorbereid, zonder enige vorm van tegemoetkoming vanuit de colleges. Daarmee ontstaat niet alleen de vraag of het college er is voor de inwoners of hebben de inwoners zich te schikken naar het (wan)bestuur van het college. Het zet de bovenstaande passage in een geheel ander licht. Een licht waar het de bestuurder/lezer aan ontbreekt en dus moet volstaan met onvoldoende objectieve informatie tegenover gemanipuleerde teksten. De gemeenteraden zijn niet betrokken bij deze manier van werken, maar zullen de betreffende passage op haar waarde weten te schatten. De gemeenteraden zijn ook niet betrokken bij de inhoud of verwoording van de passage en haar strekking. Het geheel vormt een absoluut onacceptabele situatie. Blz 61 linksboven: “Het College Oss legt het Voorkeursalternatief (voor het grondgebied van de Gemeente Oss) ter goedkeuring voor aan de Raad Oss.” Op deze pagina wordt de keuze van het voorkeursalternatief nog ter goedkering aan de raad overgelaten. Vele andere tekstdelen verwijzen naar een reeds genomen besluit en de beoordeling 14

daarvan, bijvoorbeeld op blz 55 linksboven staat vermeld: “Met dit Programma stelt de Gemeente Oss in de eerste plaats het Voorkeursalternatief vast.” In ieder geval is de goedkeuring van de raad niet gebeurd. Hoe is het dan mogelijk oom een procedure te openen, zonder dat er instemming is door of voor het bevoegd gezag. Door dat niet te doen is er de facto sprake van een onterecht uitgegeven procedure. Dat moet worden hersteld, want continuering is onacceptabel zonder aan de randvoorwaarden voor uitgifte te voldoen. Dat is hier het geval. “De Initiatiefnemers dienen bij de aanvraag van een vergunning voor de realisatie van de Windturbines ook een milieueffectrapport op te stellen op projectniveau.” De vele eisen die ten gevolge van het vooruitschuiven van onderwerpen op het bord van de projectMER is komen te liggen, worden niet getotaliseerd of het totaal geïnventariseerd. Dat is een bestuurlijke tekortkoming van de eerste orde. Maar door ook de inhoud niet te toetsen op de noodzaak c.q. wenselijkheid naast de bevoegdheid tot het nemen van zo’n besluit, ontstaat ook een inhoudelijk probleem. De projectMER ondergaat namelijk een wisseling van de verantwoording (van bevoegd gezag naar initiatiefnemers) van die onderwerpen en daarmee een beperking of tenietdoening van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Dit is geen onderwerp van besluit, zelfs geen overleg geweest met de gemeenteraad. Dat vormt voor de bestuurder/lezer een soort theatershow “ver van mijn bed”. Ze hebben geen idee dat ze meewerken aan een potentieel ongewenste verschuiving van onderwerpen naar een projectMER waar de invloed van de gemeenteraad (grotendeels) verloren raakt. Dat is onacceptabel. Rechterzijde: “Dit toekomstige hoogspanningsstation biedt de mogelijkheid voor het oplossen van de net congestie in het gebied.” Verzuimd wordt om aan te geven dat dit pas in 2032 of later zal zijn gerealiseerd en voor die tijd aansluiting op het netwerk niet mogelijk is. Dat houdt tevens in dat de restcapaciteit op 2032 geprojecteerd kan worden in plaats van de huidige onjuiste aannames te accepteren. Daarnaast blijft onvermeld welke gevolgen dat heeft voor het tracé hoogspanningsleidingen in de duurzame polder, evenals de gevolgen daarvan voor de beperking van de gebieden en de VKA. De gemeenteraad is hier niet in betrokken geweest. De bestuurder/lezer is zich van de prins geen kwaad, en dat komt ook wel goed uit voor de opsteller, althans zo lijkt het. Onacceptabel. Bijlage 1: De opsteller komt zelf tot deze conclusie: “Ondanks de gebruikte winddata zijn de uitkomsten naar verwachting een overschatting van de werkelijke energieopbrengst.

Aanbevolen wordt om bij concrete initiatieven lokale windmetingen uit te voeren en de energieopbrengsten met de gemeten waarden opnieuw te berekenen.” Dat klopt ook want de werkelijke energieopbrengsten zullen ongeveer de helft bedragen van de inschatting van de opsteller. Dat blijkt uit gedetailleerde natuurkundige berekeningen door vakspecialisten. Bijlage 3: Te beperkt om het Ontwerp Programma aan te relateren. In de ontwikkelperspectieven worden de gezamenlijke uitgangspunten niet behandeld of vooropgesteld. Daardoor is er geen relatie te vinden met de plannen voor de windturbines. De verschillende uitgangspunten van de gemeenten Oss en Den Bosch leggen beperkingen op voor het gebruik en de ontwikkelingen van het gebied. Ook die zijn niet in ogenschouw genomen.

15

Aanhangsel, Artikel 41 Vragen en antwoorden 20 december 2024 Betreft: Ontwerp Programma en de PlanMER Geacht college, DDO vindt het van belang om zich goed te oriënteren op het Ontwerp Programma en de planMER met name vanuit de positie van het bevoegde gezag. Gelukkig biedt het Ontwerp Programma een goede en gecomprimeerde inleiding. Daar gaat de aandacht in eerste instantie naar uit. De inleiding is echter zo gecomprimeerd dat essentiële vragen (voor ons als niet deskundigen) niet worden beantwoord. Om die reden heeft DDO de volgende art 41 vragen geformuleerd: 1e deel art 41 vragen vragen vanuit het Ontwerp Programma Duurzame polder, i.c. de inleiding: Op p. 4 wordt gesproken over de restdoelstelling van de gemeente Oss. Die restdoelstelling wordt bij de definities vermeld: “Het resterende deel van de Opwekdoelstelling Oss ter hoogte van 0,171 terrawatt/uur, oftewel 0,514 petajoule.” Deze informatie lijkt verouderde gegevens te bevatten, daarnaast lijkt men niet uit te gaan van de situatie in 2035 (operationeel worden van het Industriële Wind Turbine Terrein). Graag daarom een beschouwing van de gepresenteerde cijfers, de weergave van de extrapolatie van de autonome progressie van Oss tot en met 2035 en de gevolgen daarvan voor dit Ontwerp Programma. Op p. 4 worden lokale initiatieven besproken die dateren uit 2017.

Welke initiatieven worden hier bedoeld en welke overeenkomsten zijn daarvoor aangegaan (graag de overeenkomsten bijvoegen)? Ook wordt daarbij vermeld dat beide gemeenten maatregelen hebben genomen vanwege de potentiële omvang van die initiatieven. Wat is die potentiële omvang en -duur? Op p. 5 wordt vermeld: “Bij de vaststelling van dit Programma zijn de Gemeenten nog bezig met de uitwerking van de Omgevingsvisies.” Dat betekent dat dit ontwerp Programma (en planMER) zij gebaseerd op de oude omgevingsvisie. Wat houdt dat in voor de grondslag en inhoud van dit programma en planMER in inhoudelijke, procedurele en juridische zin? Is het überhaupt wel mogelijk om een programma en planMER uit te brengen zonder dat de omgevingsvisie is geactualiseerd in ieder geval niet outdated? Zo ja, aan welke voorwaarden moet het bevoegd gezag dan voldoen? “Vooruitlopend op de vaststelling van de Omgevingsvisies creëren de Gemeenten met dit Programma een (ruimtelijke) basis voor de realisatie van de Windturbines in de Duurzame Polder.”

16

Dat betekent mogelijk dat dit Ontwerp Programma de nog te realiseren Omgevingsvisie beïnvloed, zonder dat hier de juiste democratische controle vanuit die Omgevingsvisie op bestaat.

Kunt u uitleggen wat dat betekent voor het proces dat leidt tot vaststelling van de Omgevingsvisie en de verantwoording van het bevoegd gezag daarin? “De Gemeenten kiezen dus voor een gezamenlijk Programma, met eigen elementen en keuzes per Gemeente. Dit faciliteert uniformiteit in de realisatie van de Windturbines in de Duurzame Polder, terwijl elke Gemeente ook een eigen visie voor haar grondgebied handhaaft.” Dit lijkt niet overeen te komen met: “Bij de vaststelling van dit Programma zijn de Gemeenten nog bezig met de uitwerking van de Omgevingsvisies.” Er lijkt immers niets te kunnen worden gehandhaafd zolang dat nog niet is vastgesteld, hetgeen nog niet aan de orde is, althans voor de omgevingsvisie. “Bovendien stellen beide Gemeenten de uitgangspunten vast die een integrale afweging van belangen in de Duurzame Polder borgen.” Ook hier ontstaat de vraag of uitgangspunten vast te stellen zijn terwijl de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld? Op p. 6 wordt vermeld: “de bescherming, compensatie en ontwikkeling van andere waardes en kwaliteiten binnen de Duurzame Polder, zoals natuurwaarden, het woon- en leef- klimaat, recreatie en defensiebelangen.” Deze punten komen voort uit de integrale afweging. Het milieu en de gezondheid worden echter niet vermeld, terwijl het Unierecht daartoe strikt verplicht en een planMER daar ook op ingericht moet zijn. .

Waarom is daarin niet voorzien in deze alinea? Het lijkt ook niet uitgewerkt in de overige tekst, althans de zoekfunctie levert geen resultaten op. Als dat ook zo is, waarom is het unierecht niet meegenomen in het Ontwerp Programma (en planMER)? De opsomming houdt ook geen rekening met de waarborg bij calamiteiten, terwijl de kosten bij calamiteiten vrijwel onverzekerbaar zijn, astronomische kosten met zich meebrengen en tot potentieel faillissement zullen leiden van de exploitanten en/of eigenaren. Het voorkomen van de belasting van de bevolking kan worden beperkt door het instellen van een waarborgfonds basaal gevoed en jaarlijks vergroot vanuit de winsten van de exploitanten. Waarom is dit niet opgenomen in deze alinea en uitgewerkt in het Ontwerp Programma (en planMER)? “De ontwikkeling van de Windturbines houdt zoveel mogelijk rekening met het woon- en leefklimaat, waaronder gezondheid van omwonenden, natuur- waarden en de wettelijke bescherming van soorten (flora en fauna).” Hoe komt de opsteller erbij om het onderwerp gezondheid te binden aan een streven om daar “zoveel mogelijk rekening mee te houden”, terwijl zij wettelijk verplicht is om zeker te stellen dat gezondheidsgevaar ontbreekt?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=18b7debf-484e-47bc-a8d8-4683534a1347