CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Fokus op it ferline - Beleidsnotitie Gebouwd erfgoed 2023.docx

Raadsvergadering 3 april 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Fokus op it ferline - Beleidsnotitie Gebouwd erfgoed 2023 (B)18.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5. Aanwijzing van gemeentelijke monumenten Het MIP en Monumenten Selectie Project (MSP) hebben met zich meegebracht dat er een systematiek is ontwikkeld om aan de hand van criteria panden en objecten te kunnen waarderen en selecteren. De selectie in het kader van het MSP is echter gebaseerd op een nationale waardenstelling: de beoordelingscriteria waren erop gericht te kunnen bepalen of een pand of object een landelijk belang vertegenwoordigde. Regionale of lokale waarden zijn daarbij nauwelijks tot niet aan bod gekomen. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân heeft de criteria verder ontwikkeld en uitgewerkt. De criteria zijn vertaald naar meer concreet benoembare aspecten, waaraan een waardering op te hangen is. Op deze wijze kan elk object afzonderlijk beschouwd worden en wordt de inventarisatie van de ‘waarden’ in een matrix c.q. inventarisatieformulier vastgelegd. In bijlage 3 treft u een standaard beoordelingsformulier aan op basis waarvan het puntenaantal tot stand komt. Hoewel het dus een objectgericht waarderingskader is, is de methodiek toch minder gericht op de exacte waardenstelling van het individuele pand. Het biedt eigenlijk – via een score op de onderscheiden criteria – een rangschikking naar waarde van de in de inventarisatie betrokken panden.

Het gaat in dit geval ook om een vergelijk in waardenstelling tussen de in het buitengebied gelegen panden en objecten om op basis daarvan voor de meer (karakteristieke/beeldbepalende panden) of meest (gemeentelijk monument) waardevolle objecten beleid vast te stellen. Dit waarderingskader is inmiddels door stichting Steunpunt Monumentenzorg Fryslân in de volgende gemeenten uitgevoerd of in uitvoering: Weststellingwerf, Ooststellingwerf, De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân, Waadhoeke en Harlingen. 5.1 Beoordeling panden en objecten op basis van eenduidige systematiek Om te komen tot een eenduidige beoordeling van de panden en objecten, is het van belang dat dit uitgevoerd wordt op basis van een uniforme werkwijze. Om die reden wordt er door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân een gemeentedekkende inventarisatie uitgevoerd, waarbij de groslijst als uitgangspunt fungeert. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân was eveneens betrokken bij de inventarisatie en uitwerking van het gemeentelijk monumentenbeleid in Ooststellingwerf en Weststellingwerf, waarmee wij een hechte samenwerking hebben. Ook in andere Friese gemeenten heeft het Steunpunt de werkzaamheden om te komen tot gemeentelijk monumentenbeleid uitgevoerd.

Door het toepassen van een eenduidige systematiek wordt de integraliteit op het vlak van erfgoedzorg bevorderd en worden de werkzaamheden voor de afdeling VTH vergemakkelijkt, aangezien deze afdeling betrokken is bij de werkzaamheden van alle drie de gemeenten. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân voorziet de panden die zijn weergegeven op de groslijst van een beoordeling. Daarnaast wordt er aan geselecteerde panden (panden die voldoende scoren om gemeentelijk monument te kunnen worden) een redengevende beschrijving toegevoegd, die het beoordelingsproces bij vergunningsaanvragen vergemakkelijkt. Bij de beoordeling van de panden en objecten op de groslijst wordt ook de staat van onderhoud meegenomen. De beoordelingen worden vastgelegd op beoordelingsformulieren. Uit deze scores komt uiteindelijk de waardering van het pand of object op basis van een puntenaantal. Uiteindelijk resulteert dit in een grote lijst van beoordeelde panden en objecten. Ook eventuele toekomstige verzoeken tot aanwijzing zullen op dezelfde, uniforme wijze worden beoordeeld. Op basis van het aantal punten wordt het besluit genomen of het betreffende pand aangewezen kan worden als gemeentelijk monument. De werkwijze omtrent het aanwijzen, de beoordeling, methodiek en de begrenzing van gemeentelijke monumenten staat weergegeven in bijlage 4. 27

5.2 Het principe van vrijwilligheid Bij het aanwijzen van een gemeentelijk monument of het wijzigen van de huidige status van een gemeentelijk monument is het principe van vrijwilligheid leidend. Dit betekent dat wanneer wordt overgegaan tot aanwijzing van een pand of object tot gemeentelijk monument of wanneer er anderszins een wijziging hierin wordt doorgevoerd, dit alleen wordt gedaan met instemming van de huidige eigenaar. Hiervoor wordt onder meer gekozen omdat het gaat om het eigendom van inwoners en om draagvlak te creëren. Wel behoudt het college de bevoegdheid om op zwaarwegende gronden met een goede onderbouwing over te gaan tot een (spoed)aanwijzing zonder dat daarvoor instemming van de eigenaar vereist is. Wanneer deze situatie zich voordoet, moet het college de eigenaar schriftelijk informeren over het voornemen tot aanwijzing tezamen met een onderbouwing van deze beslissing. Ook dan krijgt de eigenaar/zakelijk gerechtigde de mogelijkheid een inspraakreactie te geven en eventueel bezwaar te maken. Het proces is vergelijkbaar met een reguliere procedure van aanwijzing. Ook in een dergelijk uitzonderlijk geval geldt dat de visie van de Sommige objecten vertegenwoordigen wegens hun cultuurhistorische waarde voor de omgeving een maatschappelijk belang. Deze objecten worden eveneens eigenaar/zakelijk gerechtigde meegenomen in de waardering.

Vaak zijn het panden waar bepaalde gebeurtenissen meeweegt in de uiteindelijke hebben plaatsgevonden, die een belangrijke positie in de samenleving hadden of die beslissing een pand of object al wegens het verhaal dat zij vertellen over de omgeving onvervangbaar zijn. dan niet aan te wijzen tot Afbeeldingen: Café De Posthoorn (bouwjaar 1850) en bakkerij Verloop (bouwjaar gemeentelijk monument. Wat de 1900), beide belangrijk voor de geschiedenis en het verhaal van Beetsterzwaag. gevolgen zijn voor de eigenaar wanneer een pand of object aangewezen wordt tot gemeentelijk monument wordt uiteengezet in hoofdstuk 6. Een aanwijzing gebeurt eenmalig. Wanneer een pand of object is aangewezen als monument, betekent dit dat deze status niet zomaar meer verdwijnen kan. Bij tussentijdse wijziging van eigenaar bij een reeds afgeronde aanwijzing is het uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de monumentenstatus vervalt. De status van gemeentelijk monument gaat uit van (de waarden van) het pand. Als aan het object eenmaal de status van gemeentelijk monument toegewezen is, blijft de status op het pand rusten, ook als er sprake is van een verhuizing en nieuwe bewoners het object c.q. pand kopen. Wanneer een nieuwe eigenaar de status zou willen laten vervallen, dan moet eenzelfde soort procedure van afvoering worden gevoerd als voor aanwijzing.

Het laten vervallen van een monumentenstatus is echter alleen haalbaar als daarvoor zeer zwaarwegende redenen bestaan. De waarden van het pand zijn immers nog aanwezig. Alleen als deze geheel verdwenen zijn, dan is afvoering een overweging en kan de status gemeentelijk monument vervallen.

28

5.3 Erfgoedregister Na het voltooien van de aanwijzing van de gemeentelijke monumenten wordt er een erfgoedregister ingesteld. Beschermde erfgoederen moeten sinds de invoering van de Erfgoedwet in 2016 zoals gezegd verplicht in een gemeentelijk erfgoedregister opgenomen worden. Het erfgoedregister bevat een lijst met daarin aangegeven welke objecten gemeentelijk monument zijn, inclusief de redengevende beschrijvingen die opgesteld worden per object. Overwogen kan worden om ook karakteristieke objecten op te nemen in het erfgoedregister. Een gemeentelijk erfgoedregister ontbreekt op dit moment. De gemeente gaat een publieksvriendelijk digitaal erfgoedregister bijhouden dat voor eenieder te raadplegen is. Hierin zullen, zoals de erfgoedverordening voorschrijft, de rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en eventueel toekomstige gemeentelijke cultuurgoederen en beschermde gemeentelijke verzamelingen worden opgenomen. Er wordt een landelijk format ontwikkeld voor gemeentelijke erfgoedregisters. Het betreft een format waarmee gemakkelijk een koppeling kan worden gemaakt met het Omgevingsplan. De gemeente zal gebruik maken van dit format op het moment dat het ontwikkeld en beschikbaar is. Dit onderwerp wordt meegenomen bij de implementatie van de Omgevingswet.

5.4 Gemeentelijke monumentenschildjes Een groot aantal gemeenten in Nederland heeft een eigen schildje op de rijks- en gemeentelijke monumenten. Het toekennen van het monumentenschild gebeurt van rijkswege sporadisch, aangezien de eigenlijke betekenis anders is dan alleen het aanduiden van een monument. Het geeft aan dat het monument valt onder het ‘Verdrag van ’s-Gravenhage inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict’ opgesteld tijdens de Haagse Conventie in 1954. Ondanks dat de formele toekenning van het monumentenschild zeldzaam is, zijn overal tal van blauwwitte schildjes aan te treffen op gebouwen. Deze zijn niet allemaal officieel, er is dan ook sprake van vervuiling van het systeem. De RCE onderzoekt hoe het originele schildje zich kan onderscheiden van andere. Het ontwerpen van een speciaal gemeentelijk monumentenschild kan de herkenbaarheid van de cultuurhistorie in de openbare ruimte vergroten. Zo wordt er bijgedragen aan de leefkwaliteit en het identiteitsbewustzijn van inwoners, maar ook ingezet op herkenbaarheid van monumenten voor bezoekers van buiten de gemeente. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met rijksbeleid. Het uiterlijk van het monumentenschild van gemeente Opsterland moet zich duidelijk onderscheiden van het officiële rijksmonumentenschild.

Er moet een keuze gemaakt worden in het al dan niet beschikbaar stellen van een monumentenschildje voor eigenaren van gemeentelijke monumenten.

Monumentenschildje gemeente Ooststellingwerf

Ontwerp monumentenschildje gemeente Opsterland

29

Deel 5. Voor eigenaren van monumenten

30

Kerk van Terwispel, bouwjaar 1864. (Rijksmonument)

6. Rechten en plichten van een gemeentelijk monumenteigenaar Bij onderhoud en restauratie van een monument krijgen de eigenaren te maken met een aantal wetten en regels. Welke dat zijn hangt af van de beschermde status. Een aantal zaken aan een gemeentelijk monument kunnen vergunningsvrij aangepast worden. Daarnaast kunnen de inhoudelijke eisen aan de gewenste restauratie worden geïnventariseerd. Die zullen vanaf het moment dat de hierop volgende beleidsnota vastgesteld wordt terug te vinden zijn in algemene regels, vergunningen en de subsidieregeling. 6.1 Onderhoudsplicht De eigenaar van een monument kan in principe niet verplicht worden om het monument te onderhouden. Wel kan de eigenaar verplicht worden om (conserverende) maatregelen te nemen, bijvoorbeeld bij ernstig verval. De gemeente kan handhavend optreden, op basis van de gemeentelijke erfgoedverordening of het Bouwbesluit. Daarnaast kan een verleende subsidie ingetrokken worden als na vaststelling blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorwaarden om het pand in goede staat te houden. Dit wordt geborgd in de nog te ontwikkelen subsidieregeling. 6.2 Omgevingsvergunning Het waarderingsformulier van het Steunpunt en de redengevende omschrijving zijn leidend voor de voorwaarden die gesteld worden aan verbouwingen en aanpassingen.

Wat wel en niet kan is afhankelijk van de boordeling en verschilt dus per gebouw, maar is in de basis hetzelfde als wanneer het gaat om een rijksmonument. Afdeling VTH schakelt als er een aanvraag binnenkomt de welstandscommissie in, die de aanvraag beoordeelt. Zij kijken of de monumentale waarden in het geding zijn. Als ook het erf aangemerkt wordt als monumentaal, dan kunnen ook daaraan eisen gesteld worden. Bij een rijksmonument wordt het erf altijd meegenomen in de beoordeling. Bij een gemeentelijk monument alleen als dit aangemerkt is als monumentaal. Het toetsingskader voor rijksmonumenten is zwaarder dan bij gemeentelijke monumenten, omdat bij rijksmonumenten soms advies van de RCE nodig is. Normaal onderhoud van een monument kan gedaan worden zonder dat er een omgevingsvergunning nodig is. Het gaat dan om werkzaamheden die ervoor zorgen dat datgene wat er is behouden blijft. Gewoon onderhoud is alles waarbij het uiterlijk van het interieur of van de buitenkant van het pand niet verandert. Bijvoorbeeld het opschuren en schilderen in dezelfde kleur, het vervangen van kapotte ruiten, het opstoppen van rieten daken of het vervangen van enkele dakpannen van hetzelfde type in dezelfde kleur. Er is normaliter ook geen vergunning nodig als de monumentale waarde niet lager wordt door de werkzaamheden.

Ook als er aanpassingen gedaan worden in het interieur van het monument aanpassingen, kan dit vaak zonder vergunning. Denk aan het verwijderen van een niet-historische keuken of plafond. Wanneer het monument onderdelen heeft die geen monumentale waarde hebben, zoals een recente schuur, dan zijn de bouwactiviteiten aan deze onderdelen ook vaak vergunningsvrij. Voor bijzonder onderhoud en restauratie van een monument is doorgaans een omgevingsvergunning nodig. Bij een wijziging van het gemeentelijk monument (verbouwing bijvoorbeeld) is er altijd een omgevingsvergunning nodig. Ook voor zaken die bij een ‘normaal’ pand vergunningsvrij zijn (bijvoorbeeld het vervangen van een dakkapel) of het toepassen van dubbele beglazing of het vervangen van enkele dakpannen kan het betekenen dat er een vergunningsplicht is. In dat geval dient er een aanvraag om omgevingsvergunning te worden ingediend voor zowel de 31

activiteit ‘Bouwen’ als de activiteit ‘wijzigen van een monument’. De omgevingsvergunning is opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 6.3 Rechten Tegenover de hierboven genoemde plichten staan na vaststelling van dit beleid ook rechten, namelijk dat er gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheden tot subsidie, zowel op gemeentelijk, provinciaal als op rijksniveau. Een “Verordening op de subsidie voor gemeentelijke monumenten” wordt in samenhang met de hierop volgende beleidsnotitie over gebouwd erfgoed en de definitieve lijst van gemeentelijke monumenten in de vorm van een erfgoedregister vastgesteld. Naar verwachting zal dit in 2024 plaatsvinden.

Begraafplaats Oud Beets

32

7. Subsidieregelingen De status als gemeentelijk monument biedt toegang tot tegemoetkomingen in de instandhoudingskosten, bijvoorbeeld via subsidieregelingen van het Rijk en de provincie. Ook op gemeentelijk niveau is een subsidieregeling het meest geëigende en voordehand liggende middel. Er wordt, wanneer bekend is hoeveel objecten er uiteindelijk als gemeentelijk monument aangewezen worden en blijkt dat een subsidie voor monumenteigenaren wenselijk is, een subsidie vastgesteld door het college. 7.1 Hoogte van een gemeentelijke subsidieregeling en de ambtelijke capaciteit Eigenaren van beschermde monumenten en aangewezen historische bebouwing worden door de gemeenschap onevenredig belast, als zij geheel verantwoordelijk worden gesteld voor het onderhoud van deze objecten. Om hen tegemoet te komen is het redelijk een subsidieregeling in te stellen. De ervaringscijfers duiden erop dat bij ongeveer 10% van het monumentenbestand jaarlijks sprake is van ingrepen dan wel restauratie of onderhoud, dan zijn er in principe 8 subsidieaanvragen per jaar te verwachten, als we ervan uit gaan dat er ongeveer 80 objecten een gemeentelijke monumentenstatus zullen krijgen. Als er een regeling wordt ontworpen, kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een subsidie van 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van €7.500 per geval beschikbaar te stellen.

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bovendien geldt op is op. Gezien de verwachting dat niet voor elke aanvraag het maximale subsidiebedrag nodig zal zijn, is er jaarlijks €80.000 nodig, uitgaande van 80 gemeentelijke monumenten (schatting Steunpunt Monumentenzorg Fryslân). Voor het beoordelen van subsidieaanvragen, overleg met collega’s (als er ook een vergunningsaanvraag voor het desbetreffende pand ligt), advies aan het college over honorering, beschikkingen en beheer van het budget, is – vergelijkend met andere Friese gemeenten – circa 0,15 FTE benodigd (8 aanvragen x 24 uur). Of dit daadwerkelijk het benodigde bedrag en benodigde FTE is, is echter nog niet bekend. Dit is geheel afhankelijk van het uiteindelijke aantal gemeentelijke monumenten. Met betrekking tot de financiële invulling kan er bovendien voor gekozen worden het beschikbare budget geleidelijk te verruimen (bijvoorbeeld in het eerste jaar 40.000, het tweede jaar €60.000 en vanaf het derde jaar €80.000). Een andere keuze is om het bedrag dat jaarlijks beschikbaar gesteld zal worden direct in zijn geheel vrij te geven vanaf het moment dat het gemeentelijke monumentenbeleid ingaat. Het kan juist ook zijn dat er in het begin meer aanvragen voor subsidie binnenkomen. Welke strategie de voorkeur heeft, wordt nader bekeken.

De keuzes en mogelijkheden voor het verstrekken van subsidie zullen in de loop van 2023 voorgelegd worden aan het college van burgemeester en wethouders. 7.1.1 Verordening op de subsidie voor gemeentelijke monumenten Als er gekozen wordt voor een subsidieregeling, dan wordt de invulling van de subsidieverstrekking vastgelegd in de te ontwikkelen ‘Verordening op de subsidie voor gemeentelijke monumenten’. Het is raadzaam om deze subsidieregeling jaarlijks tezamen met de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Opsterland’ te laten vaststellen. Deze subsidieregeling wordt ingezet als stimuleringsregeling om de tot gemeentelijk monument verklaarde objecten goed in stand te houden. Daarnaast worden eigenaren gestimuleerd om de onderhoudsstaat van hun monument beter inzichtelijk te krijgen en wordt bijgedragen aan het versterken van de historische beleving.

33

7.2 Wat is er nodig bij het doen van een subsidieaanvraag? Als eigenaar van een gemeentelijk monument mag er eenmaal per jaar een subsidie aangevraagd worden. Na 5 jaar mag er opnieuw een aanvraag ingediend worden wanneer het gaat om werkzaamheden waar er eerder subsidie voor aangevraagd is. Alle kosten die betrekking hebben op de instandhouding (onderhoud) van het monument zijn subsidiabel. Er wordt géén subsidie verstrekt voor meerjarig onderhoud en voor kosten en werkzaamheden die: - zijn gericht comfortverbetering; - zijn voor reconstructie, tenzij in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn; - voortvloeien uit veranderd gebruik. Voor er een aanvraag ingediend wordt, wordt aangeraden om contact te zoeken met de gemeente om de plannen toe te lichten. Er wordt dan gekeken of de voorgenomen werkzaamheden subsidiabel zijn en of er een vergunning nodig is. Als er een vergunning nodig is, wordt de subsidieaanvraag pas in behandeling genomen nadat de vergunning is verleend. Wanneer er aanspraak gemaakt wordt op de subsidieregeling is de eigenaar van het gemeentelijke monument verplicht om de volgende bijlagen mee te sturen naar de gemeente: -

een gespecificeerde begroting voor de werkzaamheden (niet ouder dan 2 jaar), met daarop onder andere: aantal uren, uurlonen, materiaal kosten per onderdeel; een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden; foto’s van de bestaande situatie (de werkzaamheden worden door de gemeenteambtenaar op locatie besproken en ook worden de foto’s genomen).

En voor zover vereist: -

een recent inspectierapport opgemaakt door een onafhankelijke deskundige op het gebied van monumentenzorg; bestek- en detailtekeningen van de bestaande en toekomstige situatie (schaal 1:100).

Na afloop van de werkzaamheden kan de toegekende subsidie worden gedeclareerd. Bij het declaratieformulier worden de facturen en het bewijs van betaling meegestuurd. Na ontvangst van deze stukken wordt er een nacontrole gedaan om te kijken of alles conform afspraken is uitgevoerd. Indien er sprake is van een bouwvergunning, wordt dit gedaan in samenspraak met afdeling VTH. 7.3 Overige subsidiemogelijkheden en laagrentende leningen Op provinciaal en nationaal niveau zijn er diverse voorzieningen getroffen voor eigenaren van monumenten en karakteristieke panden. Eigenaren van gemeentelijke monumenten en karakteristieke objecten kunnen in aanmerking komen voor bijvoorbeeld laagrentende leningen bij het Nationaal Restauratiefonds of gebruik maken van andere regelingen die op provinciaal en nationaal niveau beschikbaar gesteld worden. De beschikbare regelingen worden in de hierop volgende beleidsnotitie verder toegelicht. Het gaat om onder andere de volgende regelingen: Provinciale regelingen: 1. Stimuleringsregeling voor monumenten en niet-monumenten (geen woonhuizen); 2. Diverse tijdelijke regelingen, bijvoorbeeld de dakenregeling voor monumentale en karakteristieke boerderijen. 34

Meer informatie over de regelingen voor monumenteigenaren op provinciaal niveau is de vinden op de website van de Provinsje Fryslân: https://www.fryslan.frl/monumenten Regelingen Rijkoverheid: 1. Woonhuissubsidie of instandhoudingssubsidie rijksmonumenten (RCE). 2 SIM; 2. Groene menukaart, voor verduurzamen monument; 3. Subsidieregeling stimulering herbestemming monumentenonderzoek voor herbestemming gebouwde monumenten: aanvragen dienen goedgekeurd te worden door de gemeente. Voorwaarde is dat gemeente van mening is dat het pand of object van cultuurhistorische waarde is. Indien dit het geval is, dan wordt meegewerkt aan het verzoek. Meer informatie over de voorzieningen die op landelijk niveau getroffen worden voor eigenaren van monumenten is te vinden op de website van de RCE via de website www.cultureelerfgoed.nl: https://www.cultureelerfgoed.nl/domeinen/monumenten/subsidies Laagrentende leningen Er zijn diverse mogelijkheden om tegen een lage rente een hypotheek, bijvoorbeeld de Cultuurfondshypotheek, of lening af te sluiten ten behoeve van het onderhoud van een monument, onder meer via het Nationaal Restauratiefonds. Via de volgende link kan hierover meer informatie worden verkregen: https://www.monumenten.nl/financiering-voor-uw-monument-subsidie-of-lening

35 Voormalig kerkje Eben Haëzer (1870) en naastgelegen voormalig pakhuis (1900). Bron: website makelaardij Moll.

8. Verduurzaming en herbestemming Erfgoed laat zien hoe elke generatie op haar eigen manier worstelde met het energievraagstuk. Het warm houden van woningen speelde een centrale rol in het leven van de generaties voor ons. Zo zijn delen van het land gebruikt voor het winnen van turf, werd er nagedacht over welke materialen geschikt waren om te gebruiken voor de bouw van woningen met het oog op het vasthouden van warmte en staat Nederland bekend om zijn lange geschiedenis met windmolens. Vandaag de dag is de opwarming van de aarde een wereldwijd vraagstuk en wordt er naarstig gezocht naar oplossingen om de CO2 productie te reduceren. Er wordt gezocht naar hernieuwbare energiebronnen en bestaande panden worden zoveel mogelijk energieneutraal gemaakt. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de daken van onze historische binnensteden en dorpen als ze bedekt zijn met zonnepanelen? En op welke wijze wordt het aanzien van het historisch landschap van Nederland straks veranderd als er bijvoorbeeld windmolens of zonneweiden geplaatst worden? Hoewel erfgoed in eerste instantie niet duurzaam lijkt te zijn, toont de praktijk dat dit onjuist is. Erfgoed is circulair vanwege de mogelijkheden die er zijn om te herbestemmen van de locatie, van panden en vanwege de materialen.

Het is dan ook de vraag in hoeverre erfgoed een bijdrage kan leveren aan de ambities op het vlak van duurzaamheid en wat herbestemming van leegstaande panden daarbij kan betekenen. 8.1 Verduurzaming van monumenten De Verenigde Naties hebben 17 ambitieuze doelen voor duurzame ontwikkeling vastgesteld in 2015. Deze Global Goals for Sustainable Development werden overgenomen door alle lidstaten. Ook gemeente Opsterland zet zich de komende jaren nadrukkelijker in om de subdoelstellingen uit deze Global Goals te realiseren, zoals duurzame energie, duurzame steden- en gemeenschappen en klimaatactie. Als we ons gebouwde erfgoed willen inzetten op een manier die past bij de huidige tijd, betekent dit dat er ook aandacht uit moet gaan naar de verduurzaming van monumenten. Vooral waar het gaat om bewustwording is er nog veel werk aan de winkel, met name omdat aanpassingen aan historische of monumentale bebouwing vaak maatwerk vereisen. Dat geldt eveneens voor de diverse duurzaamheidsmaatregelen die er bestaan. In 2023 wordt er om die reden een notitie Duurzaam erfgoed opgesteld die als bijlage toegevoegd wordt aan de definitieve nota Gebouwd Erfgoed. Daarin zal dieper worden ingegaan op de mogelijkheden en kansen om binnen erfgoed een significante bijdrage te leveren aan de landelijke duurzaamheidsopgave, waarbij maatwerk het uitgangspunt zal vormen.

Het verduurzamen van het cultuurhistorische waardevolle landschap wordt meegenomen in de opstelling van het beleid voor archeologie, cultuurhistorie en cultuurlandschap, dat de komende jaren vorm zal krijgen. 8.2 Behoud door ontwikkeling en herbestemming Een monumentale bescherming is een effectieve, maar soms enigszins statische methode om erfgoed te beschermen. Voor veranderingen aan het monument dient altijd een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Vaak voldoen historische gebouwen echter niet meer aan de wensen van de huidige tijd. In de snel veranderende samenleving zal herbestemming van een gebouw steeds vaker aan de orde komen. Een bestaand gebouw krijgt dan een andere functie dan waarvoor het aanvankelijk bedoeld is. Hierdoor komt het gebouw niet leeg te staan en wordt niet gesloopt, maar krijgt het, al dan niet na aanpassingen van exterieur en/of interieur, een nieuw leven: behoud door ontwikkeling. Door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen is er de laatste jaren sprake van een toenemende leegstand van vastgoed, ook in Opsterland. Oorzaken daarvan zijn onder meer de wijziging van de bevolkingssamenstelling, veranderende ideeën over werkomstandigheden, het online 36

winkelen, de ontkerkelijking en de ontwikkelingen die spelen in de landbouw. Een deel van die gebouwen heeft een monumentale status of wordt als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. Religieus erfgoed, zoals kerken en pastorieën, maar ook industrieel erfgoed en historische boerderijen, krijgen steeds vaker te maken met leegstand en dus ook met herbestemming. Vaak zijn deze beeldbepalende panden belangrijk voor de identiteit van een dorp of streek. Leegstand leidt op den duur tot verval, en bij geen ingrijpen tot instorting of sloop. Omdat deze objecten in potentie een grote negatieve impact kunnen hebben op hun omgeving en het behoud van cultuurhistorische waarden onder druk komt te staan, kiest gemeente Opsterland ervoor om verpaupering op een proactieve manier tegen te gaan. De gemeente Opsterland is voorstander van het herbestemmen van gebouwen, en wil hierbij stimuleren en faciliterend optreden bij het zoeken naar mogelijkheden hiervoor. Een (tijdelijke) nieuwe bestemming kunnen de mogelijkheden tot behoud vergroten en verbetert de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor monumenten geldt dat de nieuwe bestemming met respect voor de beschermwaardige onderdelen van het monument dient te gebeuren. Wanneer het object opnieuw een economische functie heeft, is de financiële basis voor de instandhouding van het pand groter. Erfgoed krijgt hiermee een nieuwe toekomst.

Herbestemmen van panden betekent behoud van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en sociale veiligheid van een dorp. Bovendien is er in toenemende mate aandacht voor erfgoed. Mensen willen graag wonen en verblijven in een karakteristiek pand. Herbestemmen zorgt voor een stimulans voor onze historische kernen, waarbij het resultaat van de herbestemming idealiter een mix is van een moderne invulling en een historische setting. Vanwege de demografische ontwikkelingen zullen er in onze gemeente in de nabije toekomst steeds meer panden, zoals kerken, scholen en boerderijen beschikbaar komen voor

37

Voormalig pakhuis, bouwjaar 1935, thans in gebruik als woning.

herbestemming. We verwachten dat naast leegstand onder kerken ook leegstand dreigt onder het agrarisch vastgoed. Een inventarisatie en analyse van wat specifiek de verwachtingen zijn inzake de noodzaak van herbestemming binnen onze gemeente is raadzaam en kan als basis dienen om te komen tot conclusies en eventuele aanbevelingen om deze problematiek het hoofd te bieden. Of behoud of vernieuwing passend is, zal per situatie moeten worden afgewogen. Een goede herbestemming is bovendien essentieel voor een correcte implementatie van de Omgevingswet, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving, met behoud van kwaliteit. Herbestemming van panden wordt momenteel actief door de markt opgepakt. Welke rol de gemeente daarbij kan en wil aannemen, moet verder uitgekristalliseerd worden. Het is gezien de huidige rol van de gemeente voor de hand liggend dat dit voornamelijk een faciliterende, ondersteunende rol zal zijn. 8.2.1 Herbestemming leegkomende boerderijen De transformatie van onze agrarische sector is vrijwel dagelijks in het nieuws. De stikstofproblematiek zorgt ervoor dat steeds meer boeren hun werkzaamheden beëindigen. Het aantal leegstaande boerderijen neemt met de dag toe. Veel gemeenten zoeken manieren om de leegstand aan te pakken.

In het coalitieakkoord 'Brêge nei de takomst' (2018-2022) werd de problematiek die speelt rond de leegstand van boerderijen onderkend en werd er ingespeeld op de mogelijkheden die de leegstand van vrijkomende boerderijen biedt. Om hieraan een vervolg te geven, zal in 2023 een inventarisatie plaatsvinden om te kunnen achterhalen in welke mate deze problematiek binnen gemeente Opsterland speelt. Dat het speelt, leidt echter geen twijfel. Afhankelijk van de omvang van de problematiek zal er een plan opgesteld worden over de omgang met de verwachte leegstand, waarbij het doel is om de boerderijen duurzaam voor de toekomst te behouden, gezien de belangrijke rol zij hebben als vormgevers en identiteitsdragers van het landschap. Omdat de leegstand en herbestemming een landelijk probleem is, heeft Provinsje Fryslân zich voorgenomen het behoud van boerderijen als prioriteit te beschouwen. In het kader daarvan zijn er diverse initiatieven opgestart om het behoud en de herbestemming van boerderijen te stimuleren en wordt er overwogen een provinciale boerderijenvisie te ontwikkelen. Door Provinsje Fryslân is daarbij de notie gemaakt, dat zij nadenken om een dergelijk concept ook op gemeentelijk niveau te laten ontwikkelen door de Friese gemeenten zelf.

Gezien de belangrijke rol die boerderijen binnen het Opsterlandse landschap hebben, kan hierop al een voorzet genomen worden en met het oog op de toekomst al gestart worden met een ‘boerderijenvisie’ voor Opsterland, die mogelijk als bijlage opgenomen kan worden in de hierop volgende versie van beleidsnotitie over gebouwd erfgoed. 8.2.2 Herbestemming van kerkgebouwen De herbestemming van kerkgebouwen zal apart uitgelicht worden in de visie op het religieus erfgoed in Opsterland (Kerkenvisie), die naar verwachting in de tweede helft van 2023 afgerond wordt. Aanwijzing van kerken die in aanmerking komen voor een gemeentelijke monumentenstatus gebeurt op basis van de in deze notitie beschreven procedure, zoals weergegeven in bijlage 4.

38

9. Informatievoorziening en toegankelijkheid Met duidelijke informatie over gemeentelijke monumenten wordt het bewustzijn en draagkracht voor het hebben van beleid voor het gebouwde erfgoed versterkt. Hierbij hoort de juiste informatievoorziening. Om deze reden zal er verkend worden welke digitale mogelijkheden er zijn om gemeentelijke monumenten onder de aandacht te brengen. Achtergrondinformatie, instructies over de aanwijzingsprocedure en aanwezige gemeentelijke monumenten alsook informatie over subsidiemogelijkheden op onder andere provinciaal en landelijke niveau moeten toegankelijk gemaakt worden voor een breed publiek c.q. geïnteresseerden. Het doel is om het Opsterlandse erfgoed onder de aandacht te brengen bij diverse groepen uit de samenleving. Subsidieaanvragen moeten op eenvoudige wijze ingediend/aangevraagd kunnen worden en achtergrondinformatie over het verduurzamen, restaureren en ander advies op het vlak van monumentenzorg moet breed beschikbaar worden. Het ligt voor de hand hiervoor een digitale voorziening te ontwikkelen. Het is daarnaast aanbevolen dat er een vaste contactpersoon aanwezig is voor het bijstaan van monumenteigenaren bij allerhande vragen c.q. vooroverleg omtrent het onderhoud en behoud van monumentale panden.

9.1 Monumentenwijzer voor eigenaren Een monumentenwijzer is een informatieve folder waarin rijks- provinciaal en gemeentelijk monumentenbeleid wordt uitgelegd. Het is voor gemeenten wettelijk verplicht om beperkingen voor de burger bekend te maken (Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen). Wanneer aan cultuurhistorisch waardevolle objecten beperkingen worden verbonden, moet duidelijk zijn om welke objecten het gaat en wat de beperkingen inhouden. De Monumentenwijzer vermeldt daarom in elk geval: - Wat een monument is - Wat wel en niet toegestaan is - Informatie over onderhoud aan een monument Heldere communicatie vooraf is van essentieel belang om draagvlak voor gemeentelijk monumentenbeleid te creëren. De belangrijkste doelgroep is vanzelfsprekend de eigenaar van het monument, maar er kan ook worden gedacht aan lokale historische verenigingen en heemkundekringen. Het wegnemen van vooroordelen en goed, volledig informeren van de burgers is een belangrijk uitgangspunt voor het ontwikkelen van monumentenbeleid. In de planning worden dan ook informatieavonden opgenomen voor eigenaren van monumenten en andere belangstellenden, waarbij er specifieke aandacht geschonken wordt aan deze punten.

9.2 Digitale toegankelijkheid Om eigenaren van monumenten, externe partijen en andere geïnteresseerden op de hoogte te houden van de ontwikkelingen omtrent gebouwd erfgoed, wordt de mogelijkheid onderzocht relevante gegevens digitaal beschikbaar te stellen via de website van de gemeente. Hierbij valt te denken aan informatie over het erfgoedregister, de lijst met gemeentelijke monumenten, informatie over subsidieaanvragen, de publicatie van de kerkenvisie, informatie over herbestemming en verduurzaming van monumenten en een verwijzing naar de erfgoedverordening. In de toekomst zal digitale informatievoorziening een steeds grotere rol spelen waar het gaat om informatievoorziening naar de burgers. Het is dan ook belangrijk deze toekomstige ontwikkelingen mee in overweging te nemen en hierop in te spelen, door op de gemeentelijke website een aparte pagina over monumenten en erfgoed binnen de gemeente Opsterland te publiceren. 39

10. Alternatieven Alternatieven zijn gebaseerd op het wettelijke, minimale en maximale monumentenbeleid (bijlage 4). De uitgangspunten die gehanteerd zijn in deze notitie, zijn gebaseerd op de minimale situatie. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het hebben van gemeentelijk monumentenbeleid een gegeven is (ook al moeten ook hierin enkele keuzes gemaakt worden). Er zijn echter ook alternatieven, die benoemd moeten worden: a. Het is mogelijk het beleid voor gebouwd erfgoed te beperken tot het noodzakelijke, wat gelijk staat aan de huidige situatie. Wanneer gekozen wordt tot het beperken tot de wettelijke taken, dan komen er géén gemeentelijke monumenten, en de geïnventariseerde waardevolle objecten lopen dan het risico om gesloopt te worden, zoals al met bijna een kwart van de objecten van de MIP is gebeurd. b. Het is mogelijk om (gedeeltelijk) de optimale situatie na te streven. Wel heeft dit tot gevolg dat er extra kosten en meer personele capaciteit benodigd is. Gezien de financiële situatie is ervoor gekozen af te zien van een aantal ‘maximale’ keuzes. Desalniettemin wordt hiermee niet uitgesloten dat er in de toekomst meer mogelijkheden komen en een uitgebreidere invulling gegeven kan worden aan de rol van erfgoed binnen de samenleving.

Wat de uiteindelijke keuze zal zijn, is bij voorkeur echter niet alleen afhankelijk van het financiële aspect, maar ook van het al eerder in deze notitie benoemde concept ‘waarde’. Op sommige vlakken is die waarde onvervangbaar. Bij cultureel erfgoed geldt doorgaans: Wat eenmaal verdwenen is, komt nooit meer terug…

40

Klokkenstoel en grafstenen, begraafplaats Oud Beets

11. Vooruitblik, de hierop volgende notitie over gebouwd erfgoed De voorliggende beleidsnotitie is van tijdelijke aard tot de volgende notitie uitgewerkt is en vastgesteld wordt. Er is reeds aan de orde gekomen welke onderwerpen in de hierop volgende beleidsnotitie uitgebreider behandeld worden en toegevoegd worden. In deze paragraaf worden de onderwerpen nogmaals op beknopte wijze weergegeven middels de onderstaande opsomming: -

een uitgebreidere historische achtergrond van het gebouwde erfgoed; beschrijving van het participatieproces dat uitgevoerd is om de mienskip te betrekken bij de totstandkoming van het erfgoedbeleid; beschrijving van de uitvoering van de aanwijzing van gemeentelijke monumenten; een definitieve lijst met aangewezen gemeentelijke monumenten; de wijze waarop informatie over gemeentelijke monumenten, het erfgoedregister en andere informatie over erfgoed digitaal toegankelijk zullen zijn; een uitgewerkte ‘Verordening op de subsidie voor gemeentelijke monumenten’; de vastgestelde ‘Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2023’ of, wanneer de Omgevingswet ingaat op 1 januari 2024, een erfgoedverordening die daarop aangepast is; een definitief vastgestelde hoogte van subsidie voor eigenaren van gemeentelijke monumenten en wijze van subsidieverstrekking; een notitie Duurzaam erfgoed, over hoe wij als gemeente willen omgaan met erfgoed en verduurzaming; uitgebreidere behandeling van de thema’s herbestemmen en verduurzaming; specifieke aandacht voor de herbestemming van vrijkomende boerderijen; uitkomsten onderzoek naar wenselijkheid bescherming grotere ensembles (vergelijkbaar met ontwikkeling Beeldkwaliteitsplan Hoofdstraat Beetsterzwaag); een toegevoegde notitie Funerair erfgoed over de omgang met cultuurhistorisch waardevolle grafstenen en deze zo mogelijk te beschermen; een diepere

kijk op de moderne erfgoedzorg met voorbeelden ter inspiratie; suggesties voor maatregelen die tegen geringe kosten kunnen worden genomen om eigenaren van beschermwaardige objecten te stimuleren passend gebruik van hun monument te maken; instelling vaste contactpersoon voor erfgoed en monumenten; resultaten van de Kerkenvisie.

De verwachting is dat de hierop volgende beleidsnotitie in de loop van 2024 gereed is, nadat het proces van de aanwijzing van gemeentelijke monumenten doorlopen is. Gedurende de uitwerking ervan bestaat de mogelijkheid dat er door wettelijke veranderingen, input van stakeholders/externe partijen en/of veranderende inzichten in de erfgoedzorg nog meer onderwerpen aan bod komen of juist buiten beschouwing worden gelaten. De opsomming is daarom onder voorbehoud en dynamisch van aard.

41

Bijlage 1. Rijksmonumenten in gemeente Opsterland (totaal aantal 109) Plaats Bakkeveen

Adres 1 Foarwurker Wei 5 2 Foarwurker Wei 3 3 Foarwurker Wei 3 4 Foarwurker Wei 3 5 Foarwurker Wei 3 6 Houtwal 14 7 J. v.d. Wielenwei 14 8 Tsjerkewal 3 9 Mjumster wei 37 10 Weverswal 13 11 Weverswal 32 12 Bakkeveenseweg 15 (nabij)

Beetsterzwaag 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

Beetsterweg 13 Beetsterweg 2 Beetsterweg 16 Beetsterweg 16 Van Harinxmaweg 7 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 1 Van Harinxmaweg 3, 5 Van Harinxmaweg 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Hoofdstraat 3 Van Lyndenlaan 5 Hoofdstraat 17 Hoofdstraat 23 Hoofdstraat 31 Hoofdstraat 55 Hoofdstraat 79 Hoofdstraat 2, 4, 6 Hoofdstraat 8, 10 Hoofdstraat 24a Hoofdstraat 30 Hoofdstraat 46

Type object boerderij Landhuis De Slotpleats zonnewijzer Burmaniazuil tuinaanleg Boerderij (kop hals romp) Voormalige herberg schaapskooi boerderij Woning met stal woning landweer

Nummer 31804 513172 513173 513174 513175 31805 31806 31807 31808 31809 31810 31811

Boerderij (dwarshuis) Boerderij Fockensstate stelpboerderij stookhok Boerderij (kop hals romp) Landhuis Van Harinxmastate Historische tuinaanleg toegangshek toegangshek Bakstenen muur Hondenhok Lodewijk XV sokkel Houten hek Koetshuis/koetsierswoning Gebouwtje geel baksteen Woningcomplex Lyndenstein hoofdgebouw Historische parkaanleg bijgebouw Borstbeelden op piedestals Tuinbeeld Neptunus hekwerken bijgebouw kerk raadhuis secretarie Woonhuis Bordena Landelijk pand diaconiehuis Logement Boschlust pastorie Voormalige school Dubbel woonhuis woonhuis

31812 387957 513165 513166 31814 414346 414349 414352 414353 414354 414356 414357 414358 414350 414355 31815 514013 514014 514015 514016 514017 527602 527604 31816 31817 31818 31819 31821 31822 31823 31824 31825 31826 31827 42

Plaats Beetsterzwaag 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49

Adres Hoofdstraat 62 Hoofdstraat 70 Hoofdstraat 80 Hoofdstraat 82 Hoofdstraat 84 Hoofdstraat 85 Hoofdstraat 89 Kerkepad West 1 Kerkepad West 2 Kerkepad West 2 Kerkepad West 2 Beetsterweg 22 Molenlaan 15 Poostweg 2 Kerkepad Oost 47

Type object Blokvormig pand woonhuis Woonhuis Lycklamahus stalgebouw Pand Andraehus gerechtsgebouw Landhuis De Zandhoeve woonhuis Boerderij (kop romp) bakhuis wagenschuur 3 zerken Lycklama & Scheltinga commiezenhuis boerderij tuinmanswoning

Nummer 31828 31829 31830 31831 31832 513179 513180 31834 528458 529967 529968 31835 31836 31837 414351

Gorredijk

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

Brouwerswal 7 Brouwerswal 68 Dwersfeart 11 Hoofdstraat 41 Hoofdstraat 59 Hoofdstraat 24, 26, 26a Hoofdstraat 40 Hoofdstraat 42 Hoofdstraat 74 Kerkewal 11 Kerkewal 14 Langewal 52 De Leijen 29 Molenwal 3 Hegedyk 7 Hegedyk 20 Hegedyk 20 Hegedyk 20 Stationsweg 35, 37

Woonhuis met klokgevel woning boerderij woonhuis School-streekmuseum Werk-woonhuis woonhuis Werk-woonhuis Werk-woonhuis Werk-woonhuis woonhuis woonhuis kerk Werk-woonhuis woonhuis Begraafplaats Klokhuis/baarhuis Erfscheiding/hek kazerne

31840 31841 31842 31843 513184 31844 31845 31846 31847 31849 31850 31851 31852 31853 513185 513155 513156 513157 513186

Hemrik

1 2 3

Himrikerpaed 4 Himrikerpaed 1 Binnenwei 22

Hallehuis boerderij keuterij kerk

31854 31855 31856

Jonkersland

1

De Nije Sleat 5

Boerderij Vriezen Sathe

31857

Langezwaag

1

’t Hou 9

Kerk

31858

Lippenhuizen

1 2 3 4 5

De Buorren 30 De Buorren 149 De Buorren 149 Sweachsterwei 7 Sweachtsterwei 2

kerk watertoren erfscheiding tolgaardershuis boerderij

31859 513162 513163 31864 513183

43

Plaats Nij Beets

1 2

Adres Dm Nieuwenhuisweg (bij 49) De Ripen 3

Type object turfmakerswoning gemaal

Nummer 31861 513181

Olterterp

1 2 3 4

Achterwei 6 Van Harinxmaweg 17 Van Harinxmaweg 17, 19 Van Harinxmaweg 17

kerk Landhuis Huize Olterterp koetshuis ketelhuis

31862 513168 513169 513170

Ureterp

1 2 3

Selmien East 47 Selmien East 47 Weibuorren 60, 62

kerk kerktoren woonhuis

31865 31866 31867

Terwispel

1 2

De Streek 25 De Streek 25

kerk hekwerk

513159 513160

Tijnje

1 2

Ulesprong (nabij) Rolbregedyk 6

watermolen kerk

510646 513182

Wijnjewoude

1 2 3 4 5 6

Breeberchspaad 1 (bij) Breeberchspaad 1 Breeberchspaad 3 Breeberchspaad 3 Tsjerkereed 2 Weinterp 46

predikantenhuisje kerk arbeiderswoning stookhok kerk pastorie

31838 31839 513177 51378 31869 513187

44

Bijlage 2: Landelijke wet- en regelgeving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingevoerd op 1 oktober 2010. Met de Wabo is een groot aantal vergunningen, ontheffingen en meldingen geïntegreerd tot één omgevingsvergunning. Het leidde tot een vereenvoudigde en versnelde dienstverlening naar burgers en bedrijven toe: één omgevingsvergunning leidt tot de invoering van één loket, één (digitaal) aanvraagformulier, één bevoegd gezag (één aanspreekpunt), één uniforme en in het algemeen ook kortere procedure, één procedure voor bezwaar en beroep en één handhavend bestuursorgaan. De vergunningen voor gebouwde monumenten zijn in de Wabo ondergebracht, gebundeld in de omgevingsvergunning. Voor alle monumenten, met uitzondering van archeologische rijksmonumenten, is een omgevingsvergunning vereist (op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, wordt de gemeente ook bevoegd gezag voor de archeologische rijksmonumenten en moet de gemeente ook hiervoor al dan niet de vergunning afgeven). Voor het slopen, wijzigen, verplaatsen of verstoren van een beschermd object is altijd een vergunning nodig. De gemeente is de aangewezen instantie om eigenaren en beheerd van monumenten te informeren en te begeleiden als er een wens ligt om wijzigingen aan te brengen aan hun monument.

Besluit Ruimtelijke Ordening Vóór de Erfgoedwet 2016 werd bij monumenten en archeologie, die nu deel uitmaken van het bredere begrip ‘erfgoed’, voornamelijk gedoeld op het behoud en op bescherming van materiële sporen uit het verleden. De wetgever introduceerde met de Erfgoedwet 2016 een brede definitie van het begrip ‘erfgoed’. Daarnaast wordt er meer ingezet op beleving en benutting. Sinds januari 2014 is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving te geven van de manier waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten (artikel 3.1.6 lid 5 sub a Bro). In de Nota van Toelichting op de wijziging van het Bro staat dat dit betekent dat gemeenten verplicht een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in het bestemmingsplan vastgelegd worden. Dat vastleggen gebeurt op de verbeelding (bestemmingsplankaart) en in de regels. Doel ervan is een meer generieke borging bereiken van cultuurhistorie vooraf in het planproces van de ruimtelijke ordening.

Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 ging op 1 juli 2016 over in de Erfgoedwet: het gaat om één integrale Erfgoedwet die betrekking heeft op het geheel aan cultureel erfgoed: museale objecten, musea, monumenten en archeologie op zowel land als onder water. De Erfgoedwet vervangt afzonderlijke 6 wetten en regelingen op het vlak van cultureel erfgoed, harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: archeologen, overheden, eigenaren, musea en collectiebeheerders. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe we omgaan met ons erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. De regering sprak daarmee het vertrouwen uit dat de sector zelf voldoende kennis, expertise en betrokkenheid heeft om de zorg voor het cultureel erfgoed in de praktijk waar te maken.

45

Bijlage 3. Beoordelingsformulier Steunpunt Monumentenzorg Fryslân

46

Bijlage 4. Werkwijze voor de selectie, begrenzing en stappenplan aanwijsprocedure. Werkwijze voor de selectie van panden en objecten Steunpunt Monumentenzorg Fryslan bepaalt van tevoren met de gemeente hoeveel panden, objecten of complexen daadwerkelijk zullen moeten worden bezocht. Mochten er naast de objecten genoemd op de groslijst nog panden of objecten tijdens het veldwerk worden tegengekomen die zeker als karakteristiek zouden moeten worden benoemd, dan worden deze meegenomen. Het spreekt voor zich dat niet elk beeldbepalend gebouw dezelfde waarden bezit. Het bestand van de door de gemeente opgegeven panden moet dus op waarde worden geordend. De criteria die hiervoor zijn ontwikkeld zijn weergegeven in bijlage 4. Panden die in hun authenticiteit te veel zijn aangetast of relatief jong zijn, worden niet beoordeeld. Ook rijksmonumenten vallen buiten de beoordeling. Het betreffende pand of object wordt gefotografeerd en aan de hand van een beoordelingsformulier worden de cultuurhistorisch waardevolle onderdelen, stijl- en andere kenmerken waargenomen en genotuleerd. Dit beoordelingsformulier bevat aldus de toetsingscriteria waaraan een pand of object onderworpen wordt. Er wordt alleen naar de zichtbare gevels gekeken en niet naar het interieur. Overigens behoort een beoordeling van het interieur wel tot de aanvullende opties.

De veldgegevens worden verwerkt en achter elk aspect dat van toepassing is op de karakteristieke panden komt een korte toelichting te staan. Bij panden waarvan duidelijk is dat zij geen status zullen krijgen, wordt deze toelichting niet ingevuld (alleen de punten c.q. score aangegeven). Bij de andere panden die wel een status zouden moeten krijgen (karakteristiek dan wel potentieel gemeentelijk monument), wordt die toelichting wel ingevuld. Dit is namelijk de onderbouwing van de waarde, die hetzij in de omschrijving naar voren komt, hetzij de waarden aangeeft voor karakteristieke panden. Per pand c.q. object ontstaat er door middel van de toetsingscriteria een score. In het geval van een opdracht voor alleen gemeentelijke monumenten is er bij een score van 19 of hoger sprake van een waardering als potentieel gemeentelijk monument. In overleg kan worden bepaald wat er met panden boven de 14 punten, maar onder de 19 punten zou kunnen gebeuren (karakteristiek, beeldbepalend of niets). De panden met een score lager dan 14 punten krijgen geen status. Op deze wijze ontstaat er uit de inventarisatie een lijst met een drietal sublijsten. 1. Een lijst met panden c.q. objecten die tijdens de inventarisatie afvallen omdat daar te weinig monumentale of karakteristieke waarde (meer) aan toe valt te kennen c.q. te weinig ‘scoren’; 2. Een lijst met panden c.q.

objecten die zodanig gewaardeerd worden dat zij eventueel en indien gewenst de status ‘karakteristiek’ zouden kunnen krijgen (en hun bescherming in het bestemmingsplan zou moeten plaatsvinden); 3. Een lijst met panden c.q. objecten die zodanig hoog gewaardeerd worden dat de status van gemeentelijk monument gerechtvaardigd zou zijn (en hun bescherming via de gemeentelijke erfgoedverordening zouden moeten krijgen). Het resultaat c.q. het eindproduct dat op grond van deze fase wordt geleverd (na bespreking van het conceptresultaat), is dan ook de digitale levering van: 1. Een lijst waarop de geïnventariseerde panden c.q. objecten staan met hun kwalificatie; 2. Een overzicht van alle beoordelingsformulieren en foto’s van panden die een status gemeentelijk monument zouden moeten krijgen en eventueel van de ‘karakteristieke panden’. Dit betreft een bestand per pand.

47

De omschreven methode betekent dat er scores worden toegekend aan de hand van een lijst van 20 beoordelingsaspecten en de mate waarin deze worden gewaardeerd (niet aanwezig, relevant of specifiek). Door de optelling van de scores tot één totaalscore per pand, worden feitelijk ‘appels en peren’ bij elkaar opgeteld. De methode is ook niet gericht op het exact wetenschappelijk bepalen van wat wel of niet beschermwaardig is. Doel van de waardenstelling is om op een inzichtelijke, controleerbare en consistente manier te kunnen vaststellen wat de onderlinge waardeverhouding is. Het eerste belang van die (arbitraire) grensstelling is dus de bepaling van een onderlinge rangorde, die redelijkerwijs valt te gebruiken als ondergrond voor beleidsmatige keuzes. Begrenzing Voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument wordt er een (onder)grens gehanteerd van 19 punten. Deze grens is onder andere tot stand gekomen door uit te gaan van de stelling dat van de drie beoordeelde groepen criteria er toch sprake zou moeten zijn van in totaal vijftien relevante aspecten en/of specifieke aspecten tot een totaal van achttien punten. Panden die dan iets extra’s hebben, komen er met een score van negentien of meer dan bovenuit. Meer nog is deze grens bepaald door ervaringen met vergelijkbare methodes in andere gemeenten.

Daarbij valt op dat er bij veel gemeentelijke monumenten sprake is van een score die boven de gestelde grens ligt. Slechts een klein deel van de panden blijft een twijfelgeval, doordat deze zich met hun score net onder of op de grens bevinden. Deze grens is eveneens gehanteerd bij de selectie en waardering tot gemeentelijk monument in de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Ook in andere Friese gemeenten, zoals Súdwest-Fryslân en Waadhoeke, is ditzelfde puntenaantal alsook de methodiek waaruit dit voortkwam, gehanteerd. Hierdoor is een soort norm c.q. standaard ontstaan die panden en objecten niet alleen vergelijkbaar maakt waar het gaat on monumentale waarde, maar ook uniformiteit en een zekere (rechts)gelijkheid biedt. Voor het grondgebied van gemeente Opsterland heeft dat op basis van de uitgevoerde inventarisatie de volgende gevolgen: panden met 19 punten of meer worden aangewezen als gemeentelijk monument. Er wordt een procedure opgestart om deze panden en objecten officieel aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het daadwerkelijke aantal aangewezen gemeentelijke monumenten zal in de hierop volgende beleidsnotitie aan de orde komen.

Stappenplan aanwijsprocedure Om een helder beeld te krijgen van de wijze waarop de aanwijsprocedure tot gemeentelijk monument stapsgewijs wordt uitgevoerd, wordt in deze paragraaf ingegaan op welke stappen er binnen deze aanwijsprocedure worden genomen. Dit geldt ook voor spoedprocedures. Op hoofdlijnen worden onderstaande stappen genomen: -

-

Publicatie website/algemene kennisgeving dagblad Sa! dat gemeente Opsterland overgaat tot het aanwijzen van gemeentelijke monumenten; Lijst met objecten die voldoende scoren worden voorgelegd aan het college. Zij besluiten tot een voornemen tot aanwijzing van de geselecteerde objecten. Deze lijst wordt eveneens voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie voor advies; Eigenaren/zakelijk gerechtigden van potentiële monumenten worden op de hoogte gesteld van het voornemen tot aanwijzing en uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst of persoonlijk gesprek waarin men geïnformeerd wordt over de voor- en nadelen van het in bezit hebben/krijgen van een gemeentelijk monument (wegens de omvang en afhankelijk van welke panden het betreft, wordt dit opgesplitst in diverse afzonderlijke bijeenkomsten of worden er 48

-

-

eigenaren afzonderlijk benaderd). Ook wordt aangegeven dat aanwijzing geschiedt op basis van vrijwilligheid; Eigenaren/zakelijk gerechtigden krijgen mogelijkheid om een zienswijze in te dienen; Het advies van de welstandscommissie en de zienswijzen van de benaderde eigenaren/zakelijk gerechtigden komen opnieuw voor besluitvorming bij het college van B&W (zienswijzen waarin bezwaar wordt gemaakt en waarin eigenaren aangeven dat zij niet willen dat hun object gemeentelijk monument wordt, worden buiten deze procedure gelaten). Dit leidt tot een aanwijzingsbesluit; Van dit aanwijzingsbesluit krijgen de eigenaren/zakelijke gerechtigden opnieuw bericht. Na beoordeling van de zienswijzen wordt een definitief besluit genomen waarin men bij een positieve beschikking ook nog eens extra gewezen wordt op de subsidiemogelijkheden die de gemeente biedt op basis van dit beleid.

Vanaf het moment dat het college van B&W besluit dat zij het voornemen heeft om aan te wijzen (het eerste besluit), dan geldt de voorbescherming. Dat betekent dat het pand dan moet worden behandeld als ware het een gemeentelijk monument. Het gevolg hiervan is dat bij wijzigingen of ingrepen aan het pand er een vergunning nodig is. Dat wil niet zeggen dat er geen ingrepen meer mogen worden gedaan, maar er is dan een vergunning nodig waarbij de gemeente ook weer de welstandscommissie (op basis van de erfgoedverordening) om advies dient te vragen. Nieuwe aanvragen tot aanwijzing Nieuwe aanvragen tot aanwijzing worden op ad hoc basis beoordeeld. In de toekomst kunnen individuele eigenaren binnen gemeente Opsterland die met hun pand (nog) niet op de lijst voorkomt, vragen om gemeentelijk monument te worden. Deze gevallen zullen individueel beoordeeld worden. Alleen als uit de beoordeling blijkt dat het pand een puntenscore behaalt van 19 of hoger wordt het pand benoemd tot gemeentelijk monument. Wanneer de puntenscore aantoont dat het pand lager scoort, vindt er geen aanwijzing tot gemeentelijk monument plaats.

49

Bijlage 5. Waarderingscriteria Steunpunt Monumentenzorg Fryslân inclusief toelichting Toelichting Het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) en Monumenten Selectie Project (MSP) hebben met zich meegebracht dat er een systematiek is ontwikkeld om aan de hand van criteria panden en objecten te kunnen waarderen en selecteren. De selectie in het kader van het MSP is echter gebaseerd op een nationale waardenstelling: de beoordelingscriteria waren erop gericht te kunnen bepalen of een pand of object een landelijk belang vertegenwoordigde. Regionale of lokale waarden zijn daarbij nauwelijks tot niet aan bod gekomen. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân heeft de criteria verder ontwikkeld en uitgewerkt. De criteria zijn vertaald naar meer concreet benoembare aspecten, waaraan een waardering op te hangen is. Op deze wijze kan elk object afzonderlijk beschouwd worden en wordt de inventarisatie van de ‘waarden’ in een matrix c.q. inventarisatieformulier vastgelegd. Een voorbeeld van dit waarderingsformulier is opgenomen in bijlage 1. Hoewel het dus een objectgericht waarderingskader is, is de methodiek toch minder gericht op de exacte waardenstelling van het individuele pand. Het biedt eigenlijk – via een score op de onderscheiden criteria – een rangschikking naar waarde van de in de inventarisatie betrokken panden.

Het gaat in dit geval ook om een vergelijk in waardenstelling tussen de in het buitengebied gelegen panden en objecten om op basis daarvan voor de meer (karakteristieke/beeldbepalende panden) of meest (gemeentelijk monument) waardevolle objecten beleid vast te stellen. Het waarderingskader van het Steunpunt wordt inmiddels in de volgende gemeenten toegepast: Weststellingwerf, Ooststellingwerf, De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân, Waadhoeke, Smallingerland, Harlingen en Heerenveen. De groslijst van potentiële gemeentelijke monumenten vormt een eerste selectie en zal worden voorgelegd aan Steunpunt Monumentenzorg Fryslân ter beoordeling. Mochten er naast deze lijst nog panden of objecten tijdens het veldwerk worden tegengekomen die zeker als karakteristiek zouden moeten worden benoemd, dan worden deze eveneens meegenomen. Per pand c.q. object ontstaat er door middel van de toetsingscriteria een score. De omschreven methode betekent dat er scores worden toegekend aan de hand van een lijst van 20 beoordelingsaspecten en de mate waarin deze worden gewaardeerd (niet aanwezig, relevant of specifiek). Door de optelling van de scores tot één totaalscore per pand, worden feitelijk ‘appels en peren’ bij elkaar opgeteld. De methode is ook niet gericht op het exact wetenschappelijk bepalen van wat wel of niet beschermwaardig is.

Doel van de waardenstelling is om op een inzichtelijke, controleerbare en consistente manier te kunnen vaststellen wat de onderlinge waardeverhouding is. Het eerste belang van die (arbitraire) grensstelling is dus de bepaling van een onderlinge rangorde, die redelijkerwijs valt te gebruiken als ondergrond voor beleidsmatige keuzes. Voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument wordt er een (onder)grens gehanteerd van 19 punten. Deze grens is onder andere tot stand gekomen door uit te gaan van de stelling dat van de drie beoordeelde groepen criteria er toch sprake zou moeten zijn van in totaal vijftien relevante aspecten en/of specifieke aspecten tot een totaal van achttien punten. Panden die dan iets extra’s hebben, komen er met een score van negentien of meer bovenuit. Meer nog is deze grens bepaald door ervaringen met vergelijkbare methodes in andere gemeenten. Overwogen kan worden om de objecten die een score tussen 14 en 19 punten behalen als karakteristiek of beeldbepalend te bestempelen. Nadat de waarderingsformulieren van de objecten uitgewerkt zijn, wordt er een redengevende beschrijving toegekend aan de panden die op basis van hun score in aanmerking komen voor de status gemeentelijk monument. Op basis van de uitkomsten en de redengevende beschrijving 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=06485bb5-35da-43fe-ad57-5f3ff3a73471