CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Fokus op it ferline - Beleidsnotitie Gebouwd erfgoed 2023.docx

Raadsvergadering 3 april 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Fokus op it ferline - Beleidsnotitie Gebouwd erfgoed 2023 (B)18.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

worden eigenaren van objecten die in aanmerking komen om gemeentelijk monument te worden geïnformeerd. Wat de consequenties zijn voor de eigenaar wanneer deze een omgevingsvergunning aanvraagt voor (her-, ver- of nieuw)bouw of sloop, is op voorhand niet te zeggen. Een en ander hangt geheel af van de aspecten van het object die als gevolg van de beoordeling beschouwd worden als beschermingswaardig. Eigenaren kunnen met behulp van de gegevens die uit het beoordelingsproces zijn gekomen alsook de redengevende beschrijving een afweging maken en beslissen of zij akkoord gaan met de aanwijzing tot gemeentelijk monument. De redengevende beschrijving vormt, bij akkoord eigenaar, bovendien de onderlegger bij latere eventuele vergunningstrajecten. Waarderingscriteria: 1. Situatief ruimtelijke beeldwaarde De ruimtelijke contextuele waarde is voor een inbedding in het ruimtelijk (kwaliteits)beleid een belangrijk gegeven. Het pand levert als bebouwing een eerste belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke omgeving door haar ruimtevorming: verdicht als straten en pleinen, losser in de vorm van lanen en landwegen of zelfs geheel afwezig bij verspreid staande objecten. Het zijn kenmerken – waarvan de laatste veel in het buitengebied zullen voorkomen – die tellen als waarde van ieder pand afzonderlijk.

Daarnaast kan een gebouw ook beeldbepalend zijn door een markante ligging, de uitstraling op de omgeving of een monumentaliteit die binding geeft aan een ensemble of buurt als geheel. In dat geval is de waarde van het pand te ontlenen aan de relatie met zijn omgeving of tot de stedenbouwkundige structuur. Om dit criterium nadere concrete invulling te geven, zijn de volgende deelcriteria onderscheiden aan de hand waarvan elk pand wordt bekeken c.q. beoordeeld: - Wandvorming: de betekenis van het pand in relatie tot de wand- c.q ruimtevorming en/of ruimtelijke structuur - Omgevingsbeeld: de betekenis van het pand als specifiek accent in het directe omgevingsbeeld (beeldmerk) en/of in een groter stedelijk geheel - Ensemble: de waarde van het pand in relatie tot meerdere gelijksoortige panden - Omgevingskwaliteit: toegevoegde elementen en de inrichting van de directe omgeving kunnen bijdragen aan de waarde van het pand 2. Architectonische waarde De architectonische waarden zijn de architectuurhistorische waarden, die – in tegenstelling tot de hiervoor omschreven meer gebiedsgerichte en ensemblewaarden – worden bepaald door de visuele waarden van het pand zelf.

Dit criterium is concreet gemaakt met een toets aan een aantal begrippen waaraan een zekere betekenis van het pand zou kunnen worden ontleend: - Contour: combinatie van opstandhoogte en bovenbelijning van het pand zelf alsmede met betrekking tot het dwarsprofiel. Het gaat hierbij om de hoogte van het gevelwandvlak (één of meer bouwlagen, kapvorm, dakvorm). - Massa-opbouw: de samenstelling van de bouwvorm (en de kenmerkende eigenschappen daarvan). Het gaat hierbij veelal om de afstemming tussen hoofd-, aan- en bijgebouwen (enkelvoudig, samengesteld, homogeen, gevarieerd). - Relatieve omvang: de schaal van het type pand, bepaald door bouwblokgrootte, massaopbouw en/of parcellering. Het gaat hierbij om de onderlinge verhoudingen tussen de driedimensionale afmetingen van de panden. Het beschrijft de verhoudingen van de

51

-

-

-

-

-

hoofdafmetingen van het type bebouwing (naar soort bebouwing: klein, middelgroot, groot, zeer groot). Vormbehandeling: de modellering of aard van de vormplastiek. Het gaat hierbij om modelleringskenmerken die de weergave zijn van een vormkarakteristiek (kantig, vloeiend enz.). Gerichtheid: duidt op de zijde of zijden die voor het pand gezichtsbepalend zijn en voor de publieke ruimte beeldbepalend. Het gaat hierbij om de wisselwerking tussen de gezichtsbepalende zijden en de (publieke) ruimte (naar of van de publieke ruimte, meerzijdig, hoek). Geleding: duidt op een lijnvoering en/of gevelreliëf dat het hoofdaccent van de gevelindeling bepaalt en daarmee de ruimtevormende wand. Het gaat hierbij om een duiding in de architectonische expressie van de gebouwen en/of accentuering van het ruimtebeeld (verticaal, horizontaal, evenwichtig, indifferent). Compositie: deze beeldcomponent betreft naast een balans van open en gesloten vlakken, ook de maten en verhoudingen in de gevelindeling, met inbegrip van de relatie tot de contouren van de hoofdvorm (traditioneel, gestileerd, geschakeerd). Materiaal: het gaat hierbij om de aard en uitdrukking van de in het exterieur toegepaste materialen (dof, mat, steenachtig, metaal, kunststof, hout). Kleurtoon: het gaat hierbij om de gradaties van helderheid van kleur in materiaal en kleurtoepassingen van de hoofdonderdelen van de gevel.

Kleur: beschrijft specifieke kleurtoepassingen en kenmerkende kleur/materiaal combinaties van specifieke detailleringen. Detail en ornament: het gaat hierbij om de bijzondere verrijking die ruimte en bebouwing ondervinden van (constructieve) details, ornamenten en decoraties. Gaafheid in relatie tot kwetsbaarheid: het gaat hierbij om de authenticiteit van het geheel of specifieke onderdelen in relatie met de kwetsbaarheid. Als er onderdelen (bv. metselwerk of kozijnen) zijn vernieuwd/vervangen, dan zijn deze onderdelen minder kwetsbaar omdat deze onderdelen niet authentiek of technisch goed zijn.

3. Cultuurhistorische waarde Specifieke cultuurhistorische waarden als bijvoorbeeld de bijzondere kunstzinnige vormgeving of de sier van de ornamentiek, dragen ook in hoge mate bij in de ‘monumentale waarde’ van hoe men een pand ervaart. Dit kan ook worden bepaald door een typische bouwtrant of bouwstijl of doordat het pand een representatief voorbeeld is van het oeuvre van een bepaalde architect. Ook kunsthistorische waarden kunnen in belangrijke mate de kwaliteit bepalen van beeldbepalende panden. In dit criterium ‘cultuurhistorische waarde’ zijn verschillende grootheden ondergebracht, van ‘details’ in de gevel tot vertegenwoordiging van een kunsthistorische stroming. Binnen dit ‘containercriterium’ zijn de volgende deelcriteria c.q. aspecten onderscheiden: - Stedenbouwkundige context: de relatie van het pand tot zijn historisch stedenbouwkundige context. - Cultuurhistorische en bouwhistorische waarde: een expressie van technische, typologische of innovatieve waarden van een pand en de oorspronkelijke bouw en/of details. - Kunsthistorie: representant van een kunsthistorische stroming of –stijl - Authenticiteit: is de beeldwaarde en/of intrinsieke waarde nog gaaf (oorspronkelijk)?

52

4. Streekhistorische betekenis Door hun plaats en verschijningsvorm zijn (beeldbepalende) panden een belangrijk visueel bestanddeel van de lokale geschiedenis. Ze bepalen in hoge mate de identiteit van de plaats of streek. In architectonische en stedenbouwkundige zin vertellen de panden iets over de voorgeschiedenis: het ontstaan en de bedrijvigheid die er was, over stand en status en over vaak persoonsgebonden gebeurtenissen of incidenten waarvan eens het pand het decor was. Een belangrijke waarde c.q. kwaliteit van lokale panden is dan ook hun verhalende waarde. Binnen dit criterium worden vier soorten betekenissen onderscheiden: - Ontwikkeling: de betekenis van het pand als representant van een lokale culturele, economische of geestelijke ontwikkeling. - Persoon of gebeurtenis: de relatie van het pand met een historische voorval of persoon, dan wel de betekenis van het pand als lokale zeldzaamheid of curiositeit - Bouwwijze: kenmerken van een regionale bouwwijze, bouwtrant en ornamentiek - Architect: representatief voor een (regionale) architect of een architectonisch oeuvre Er is voor gekozen het onderdeel Streekhistorische betekenis in eerste instantie niet te beoordelen in de objectgerichte waardenstelling. Voor de geschiedenis van het object is dit absoluut van belang, maar voor de beeldwaarde van het object is dit minder relevant.

Regionale bouwwijze, architect of ontwikkeling is in de architectuur vaak wel zichtbaar en dan heeft het pand daar wellicht al een waardering voor gekregen. Als een persoon of gebeurtenis voor de streek dermate belangrijk is, kan het pand of object ongeacht de score in de objectgerichte waardenstelling op deze gronden worden aangewezen tot gemeentelijk monument.

53

Bijlage 6. Schema wettelijk, minimaal en maximaal niveau

Wettelijk niveau Het betreft het minimale wettelijke niveau

Type beleid

Financiën

Juridisch

Overig

Rijksmonumenten, beschermde stadsen dorpsgezichten, archeologische waarden

Bestaande financieringsmogelijkheden monumenten

Erfgoedverordening

Gemeentelijke monumentencommissie

Beleidsnota

Ambtelijke inzetbaarheid

Erfgoedverordening

Gemeentelijk monumentenschild

Kosten opstellen beleid en erfgoedverordening

Inbedding in bestemmingsplannen

Monumentenwijzer voor eigenaren

Afstemming monumenten en welstand

Minimaal niveau In aanvulling op de huidige situatie Schept de mogelijkheid tot beschermen van gemeentelijk cultureel erfgoed

Waarderingscriteria Gemeentelijke monumentenlijst met optie tot uitbreiding Erfgoedregister

Kosten openbaar erfgoedregister Subsidieregeling Compensatie legeskosten

Gemeentelijke beleidsregel subsidie monumenten Verordening subsidie op gemeentelijke monumenten

Maximaal niveau Afhankelijk van ambities en het beschikbare budget

Aanwijzen beeldbepalende of karakteristieke panden, historische interieurs

Specifieke erfgoedambtenaar

Stimuleren herbestemming en duurzaamheid d.m.v. subsidies Erfgoededucatie

54

Directeurswoning bij houtzagerij, bouwjaar 1798. Molenwal 42, Gorredijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=06485bb5-35da-43fe-ad57-5f3ff3a73471