Bijlage: Kadernota Dorpshuizenbeleid 2021 - 2026.pdf
Tekst van het document
2016 2017 2018
Begeleiding en dagbesteding 395 391 356
Huishoudelijke hulp 779 780 758
Draagt bij aan zelfstandigheid 86% 86% Resultaat nog niet bekend
In dit schema staat het aantal actieve individuele maatwerkvoorzieningen in de afgelopen 3 jaar. Dit aantal blijft nu, ondanks ontwikkelingen als vergrijzing en langer zelfstandig wonen, redelijk stabiel. Het aantal mensen met een individuele voorziening voor dagbesteding is afgenomen in verband met de opzet van een vrij toegankelijke voorziening met zorgpartij Zuidoost Zorg. Hierdoor zijn 50 individuele Wmo voorzieningen beëindigd. In het tevredenheidsonderzoek over 2017 vermeldt 47% dat zij, ondanks de ondersteuning van de gemeente, niet zonder hulp van familie, buren, vrienden kunnen functioneren. Het faciliteren en stimuleren van vrijwilligerswerk en mantelzorg is van belang voor dit netwerk. Ontwikkelingen 1. De sociale cohesie in de dorpen loopt terug. Uit de rapportage van de dorpsspiegel van 2018 blijkt dat mensen minder sociale cohesie ervaren dan vier jaar geleden. 2. De nieuwe generatie ouderen zal meer gebruik maken van technische ondersteuningsmogelijkheden. Technische ontwikkelingen zijn onder andere apps, waar ondersteuningsvragen en antwoorden kunnen worden gegeven, en ondersteuningsmogelijkheden die het gevoel van eenzaamheid moeten reduceren (bijvoorbeeld robots). 3. De vraag om alternatieve woonvormen te faciliteren neemt toe. Dit blijkt uit onze gesprekken in de dorpen in het kader van de ontwikkelagenda, maar is ook een trend.
Inwoners zoeken vaker naar woonvormen, waarmee men langer zelfstandig kan wonen. 9
4. Van meer mensen met enige vorm van een beperking wordt verwacht dat ze zelfstandig in een dorp of buurt kunnen functioneren. Daarnaast zien we dat de zorgkosten van de gemeente stijgen. Dit komt doordat: Het aantal inwoners dat een beroep doet op ondersteuning de komende jaren toeneemt als gevolg van demografische ontwikkelingen; Het aantal inwoners dat een beroep doet op ondersteuning stijgt door invoering van het abonnementstarief. Hierdoor betaalt iedereen, onafhankelijk van zijn inkomen of vermogen, een eigen bijdrage voor de gemeentelijke Wmo ondersteuning van € 17,50 per vier weken; Door de druk op de arbeidsmarkt de loonkosten stijgen. Deze kosten worden verrekend in de tarieven die de gemeente betaalt voor ingekochte ondersteuning. Inbreng inwoners en raadsleden Mede op basis van inbreng die wij hebben opgehaald uit gesprekken met inwoners in het kader van de ontwikkelagenda worden maatregelen geformuleerd. Daarnaast hebben raadsleden op een bijeenkomst aangegeven wat zij belangrijk vinden. Aanvullend hierop is onderstaande meegegeven. Hier gaan wij rekening mee houden bij de uitvoering van de ontwikkelagenda. Inwoners
Raadsleden
Raadpleeg meer jongeren Kijk naar meer ontmoetingsplekken die voor verbinding zorgen Denk mee over nieuwe woonvormen voor ouderen, jongeren, mensen met een beperking, generatiewonen Geef aandacht aan ontwikkelingen of problematieken in communicatie uitingen. Aandacht voor mantelzorg Aandacht voor leefbaarheid dorpen Meer aandacht voor eenzaamheidsproblematiek Investeer meer in eigen netwerk
Wat willen we bereiken? 1. We faciliteren het langer thuis blijven wonen. Zelfstandig wonen is niet altijd vanzelfsprekend. Soms hebben inwoners begeleiding nodig. Anderen hebben fysieke hulp nodig bij het huishoudelijke werk of bij het onderhoud aan de tuin. Ook moet er in de woning soms belemmeringen worden weggenomen. Technische ondersteuningsmogelijkheden kunnen mensen fysiek helpen om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Er ontwikkelen zich steeds meer mogelijkheden die er op zijn gericht om mensen langer zelfstandig te kunnen laten wonen. 2. We willen dat minder mensen zich eenzaam voelen In Opsterland komt eenzaamheid ook voor. Eenzaamheid moet niet verward worden met ‘alleen zijn’. De oorzaken van het gevoel van eenzaamheid zijn divers. Dat geldt ook voor de oplossingen. Wij willen meer inzetten op het tegengaan van eenzaamheid als gevolg van het ontbreken van enig contact met anderen. 3. We gaan meer algemene lokale, toegankelijke voorzieningen realiseren. Inwoners die ondersteund moeten worden om zelfstandig te kunnen functioneren, moeten die ondersteuning dichtbij, het liefst in het eigen dorp, kunnen krijgen. De dorpshuizen in de verschillende dorpen zijn geschikt om ondersteunende activiteiten te organiseren. Daar waar de aard van de bezoeker van de voorziening vraagt om professionele ondersteuning, wordt dit ingezet. 4.
Wij willen vrijwilligers zo goed mogelijk ondersteunen. 10
De gemeente Opsterland kent een zeer actieve gemeenschap. Er zijn veel inwoners die graag wat voor een ander doen. In een veranderende samenleving, waarin mensen steeds langer zelfstandig blijven functioneren zijn deze vrijwilligers belangrijk. Wij willen vrijwilligers graag faciliteren om de structuur in de dorpen te versterken en vraag en aanbod nog beter op elkaar te laten aansluiten. In de Ontwikkelagenda Leefbaarheid is dit verder uitgewerkt.
Wat gaan we beter/meer/anders doen in de periode t/m 2022? Op basis van de hierboven beschreven ontwikkelingen en ambities hebben wij maatregelen en acties opgesteld. Wij beschrijven hier welke maatregelen en acties gaan bijdragen aan het realiseren van onze ambities. 1. We faciliteren het langer thuis blijven wonen. - We stimuleren een netwerk zodat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Omdat inwoners langer zelfstandig blijven wonen, wordt de druk op mantelzorgers en vrijwilligers groter. Om deze inwoners af en toe te ontlasten kan onder andere dagbesteding of huishoudelijke hulp worden ingezet. Vanuit de gemeentelijke organisatie is het van belang dat er oog is voor de belasting van mantelzorgers en de mogelijkheden ze af en toe te ontlasten. - Door meer inzicht te verkrijgen in wie onze mantelzorgers zijn, kunnen wij meer inzetten op maatwerk en inspelen op wat individueel nodig is. - Wij gaan met mantelzorgers in gesprek over hun (algemene) behoefte aan ondersteuning, bijvoorbeeld over informatievoorziening en respijtzorg. Tevens geven wij mantelzorgers jaarlijks een blijk van waardering door middel van het mantelzorgcompliment. Daarnaast gaan wij in onze communicatie meer aandacht besteden aan dorps- en buurtinitiatieven o.a. op het gebied van ouderenondersteuning en mantelzorg.
- Wij gaan professionele mantelzorgvervanging inzetten in situaties waar dat nodig is. Dit netwerk is er op gericht de druk op mantelzorgers te verminderen. -
Inwoners die dat nodig hebben krijgen individuele voorzieningen op maat. Wij zijn lid van het informatief platform Mijn Huis Op Maat, over een leven lang veilig en comfortabel wonen. Mijn Huis Op Maat biedt een aanpak met een huistest en advies over ouder worden en wonen.
-
We bieden blijversleningen en verzilverleningen aan. Wij bieden blijvers- en verzilveringsleningen aan aan inwoners met te weinig eigen vermogen, maar wel vermogen in de vorm van een eigen woning. Deze leenvormen maakt het mogelijk voor inwoners het huis meer levensbestendig te maken.
-
We gaan inwoners informeren over technische ondersteuningsmogelijkheden. Wij gaan informatiebijeenkomsten organiseren over hoe technische ondersteuningsmogelijkheden ervoor kunnen zorgen dat mensen zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit doen we samen met zorgpartijen en lokale ondernemers die nieuwe technologieën onder de aandacht brengen. Daarnaast onderzoeken wij welke preventie middelen we kunnen inzetten om inwoners te ondersteunen bij langer zelfstandig blijven. Bijvoorbeeld het faciliteren van innovatieve woonvormen of ontwikkelingen op het gebied van Healthy Ageing.
-
2. -
Wij willen dat minder mensen zich eenzaam voelen Het gebiedsteam wordt ingezet om eenzaamheid te signaleren en bespreekbaar te maken. We sluiten bij de uitvoering van activiteiten aan bij de landelijke aanpak eenzaamheid. We stimuleren dat lokale activiteiten zoveel mogelijk in het dorpshuis worden georganiseerd. De gelegenheid dat mensen elkaar daar ontmoeten wordt daarmee vergroot. Samen met de inwoner wordt gekeken hoe deze zelf actie kan ondernemen om de eenzaamheid te doorbreken. Verder wordt binnen de dorpen gezamenlijk met de inwoners gekeken hoe het dorp eenzaamheid onder 11
-
haar bewoners tegen kan gaan. Daarin faciliteren wij de dorpen de drempel om te participeren zo laag mogelijk te houden. Mensen die door leeftijd of enige beperking overwegen om niet (meer) mee te doen aan activiteiten worden optimaal gefaciliteerd om wel actief te blijven.
3. We gaan meer algemene lokale en toegankelijke voorzieningen realiseren. - Wij gaan met dorpen en professionele zorgpartijen in gesprek om te kijken welke vormen van voorzieningen lokaal kunnen worden opgezet. Wij denken hierbij aan lokale voorzieningen voor verschillende vormen van dagbesteding, waar iedereen terecht kan, zeker de inwoner voor wie dit niet vanzelfsprekend is. De professional wordt ingeschakeld om deze dorpsgenoot te stimuleren en te begeleiden om naar het dorpshuis te blijven komen.. - We gaan lokale initiatieven, gericht op het ondersteunen van dorpsgenoten, wijzen op anderen financieringsmogelijkheden. Omdat alle lokale instellingen van Sociaal Cultureel Werk inmiddels een stichting zijn geworden, kan dat eenvoudiger gedaan worden. - Het zorgkantoor (De Friesland) wordt als medefinancier aangesproken bij de opzet van activiteiten. 4. Wij willen vrijwilligers zo goed mogelijk ondersteunen. - We zorgen voor vrijwilligersbemiddeling en ondersteuning van vrijwilligers. In aanvulling op de ontwikkelagenda leefbaarheid waarin op de ondersteuning van vrijwilligers wordt ingegaan, wordt ook ingezet op de samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. Dit doen we door in te zetten op de doorontwikkeling van dorpssteunpunten en het versterken van de positie van de dorpshuizen.
Daar waar nodig wordt de doorontwikkeling van vrijwilligersinitiatieven professioneel ondersteund. Daarnaast gaan bij het afsluiten van contracten met zorgpartijen per 1 januari 2020 professionals uitdagen om meer de samenwerking met vrijwilligers te zoeken. Het doel is om de inzet van de professionals te garanderen op het moment dat de inzet van een vrijwilliger niet toereikend of niet acceptabel is.
Wat kost dat en hoe wordt dat betaald? De ambities en maatregelen worden binnen de bestaande begroting en budgetten uitgevoerd.
12
Ambitie 2. Iedereen doet mee Ons uitgangspunt is dat inwoners zoveel mogelijk zelf kunnen voorzien in hun levensonderhoud en kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Iedereen kan meedoen. Ieder mens is verschillend en daarmee ook de ondersteuningsbehoefte. Bij ‘meedoen’ willen wij zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan helpen. Daarbij richten we ons ook op inwoners met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Maar voor de inwoner voor wie werk (nog) niet aan de orde is, kan meedoen ook deelname aan maatschappelijke activiteiten in het dorp betekenen. We zetten in op het bestrijden van schulden en armoede. Armoede heeft zijn weerslag op de reintegratie naar werk en participatie; met geldzorgen en weinig te besteden is het moeilijk om te participeren.
Waar staan we? De gemeente Opsterland heeft in 2017 het re-integratieplan ‘Meteen in Beweging’ vastgesteld. Via dit plan wil de gemeente uitkeringsgerechtigden nog sneller helpen en zo snel mogelijk activeren richting werk of participatie. We werken aan de hand van de volgende 4 strategische sporen:
Streng aan de poort Herijken inzet re-integratie; een doelmatige inzet van re-integratiemiddelen Een doeltreffend handhavingsbeleid Meteen in beweging vanuit het Werkplein, Participatieplein en Taalplein
We hebben de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet. Qua uitstroom uit de uitkering doen we het goed. De poortwachtersfunctie zorgt ervoor dat circa een derde van de meldingen niet resulteert in een uitkering. Tegelijkertijd streven we er in de poort naar mensen zo snel mogelijk duidelijkheid te geven of er recht op een uitkering bestaat. Het wegnemen van deze onzekerheid draagt ertoe bij dat mensen sneller openstaan voor het re-integratietraject en in beweging komen. Het aantal uitkeringen in Opsterland laat een dalende lijn zien (bron: Benchmark Divosa, peildatum december 2018). Procentuele ontwikkeling t.o.v. december 2017 Om vergelijking met andere deelnemers mogelijk te maken geeft de Divosa Benchmark ook indexcijfers voor het volume. Daarbij wordt de groei of daling van elke maand vergeleken met een vastgestelde basisperiode. In dit geval is het aantal betaalde uitkeringen op 31 december 2017 op 100 gesteld. Op het moment dat de index stijgt naar 105 is het volume sinds de december 2017 met 5% gestegen. De volgende grafiek toont de procentuele volumeontwikkeling van de betalingen ten opzichte van december 2017 voor Opsterland en de twee vergelijkingsgroepen.
13
Wij hebben de rol van schuldhulpverlening binnen het gebiedsteam versterkt. Wij hebben extra inzet voor de schuldhulpverlening in eerste instantie gebruikt voor het uitvoeren van een onderzoek naar personen die onder bewind gesteld zijn. De kosten voor bewindvoering zijn de afgelopen jaren namelijk fors gestegen. Daarnaast hebben wij onder de paraplu van het armoedebeleid de schuldhulpverlening verder vormgegeven aan de hand van de volgende rode draad: minimaliseren van de uitgaven en het maximaliseren van de inkomsten. De volgende drie actiepunten zijn uitgewerkt: 1. Het versterken van vroegsignalering (dit moet ertoe bijdragen dat we eerder op de hoogte komen van mogelijke financiële problemen). We hebben provinciaal een convenant afgesloten met de zorgverzekeraar en nutsbedrijven, met als doel eerder in te grijpen bij betalingsachterstanden, zodat problematische schulden voorkomen kunnen worden. 2. Het versterken van preventie (preventie moet ertoe bijdragen dat mensen geen problematische schulden krijgen) We hebben diverse soorten voorlichtings- en pr-materiaal ontwikkeld. Daarnaast hebben we een aantal budgetcursussen ontwikkeld voor specifieke doelgroepen, waaronder de nieuwkomers. Vanuit het gebiedsteam zijn twee budgetcoaches beschikbaar voor advies en ondersteuning. 3.
Het opzetten van netwerken Dergelijke netwerken kunnen een belangrijke rol spelen in het verschuiven van de ondersteuning door een professional naar ondersteuning die niet uitsluitend door professionals geboden wordt. We beogen in de netwerken een integrale, afgestemde aanpak. In 2018 is daarnaast een armoedemonitor uitgevoerd. Aan de hand van de monitor hebben we inzicht gekregen in de omvang en samenstelling van de verschillende inkomensgroepen.
Ontwikkelingen Wij zien de tendens dat inwoners met een kleine of geen afstand tot de arbeidsmarkt uitstromen naar werk. Er zijn veel vacatures door het betere economische tij. Gemiddeld gezien wordt daardoor nu de afstand tot de arbeidsmarkt van inwoners die een uitkering ontvangen groter. Dit heeft op termijn gevolgen voor de uitstroom. Wij willen daarom
14
meer inzetten op de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, op zowel participatie als werk. Er is vaak een kloof tussen wat de werkgever vraagt in een vacature en de mogelijkheden van een kandidaat. Voorschakeltrajecten kunnen helpen om kandidaten beter op vacatures te plaatsen. We zien een toename van schuldenproblematiek, waarbij niet alleen het hebben van een schuld een rol speelt. Diverse omstandigheden dragen bij het tot ontstaan van de schulden, waarbij de oplossing niet alleen zit in het wegnemen van de schulden. Dit maakt het oplossen van het probleem en het bieden van perspectief complex.
Inbreng inwoners en raadsleden Mede op basis van inbreng die wij hebben opgehaald uit gesprekken met inwoners in het kader van de ontwikkelagenda worden maatregelen geformuleerd. Daarnaast hebben raadsleden op een bijeenkomst aangegeven wat zij belangrijk vinden. Aanvullend hierop is onderstaande meegegeven. Hier gaan wij rekening mee houden bij de uitvoering van de ontwikkelagenda. Inwoners
Raadsleden
Vergroot de zichtbaarheid in dorpen en bij ondernemers om participatie- en werkkansen meer te benutten. Er liggen veel participatiekansen in de dorpen voor inwoners die daar behoefte aan hebben. Laat zien hoe wij elkaar daar in kunnen versterken. Gebruik sleutelfiguren in dorpen om de dorpen zo goed mogelijk mee te nemen. Deze personen zijn belangrijk in het aanjagen en borgen van activiteiten. Bereik alle lagen van de samenleving. Schenk aandacht aan nieuwkomers, zodat zij participeren in de dorpen. Coördineer de contacten richting dorpen en organisaties, bijvoorbeeld scholen, beter. De contacten zijn vaak nog versnipperd. Denk aan doelgroepencommunicatie, bijvoorbeeld richting jeugd. Inwoners hebben ook (eigen) verantwoordelijkheid. Er moet aandacht zijn voor armoedebeleid Iedereen moet naar eigen vermogen bijdragen Er moet aandacht zijn voor de kansen die vrijwilligerswerk in dorpen biedt voor participatie.
Wat willen we bereiken? 1. Wij verhogen de uitstroom uit de bijstandsuitkering en verminderen de instroom ten opzichte van de benchmarkgemiddelden. De uitstroomcijfers in het algemeen en de uitstroomcijfers naar werk (35%) zijn goed. Wij willen dit vasthouden. Daarnaast willen wij de instroom verminderen. Door deelname aan de benchmark vergelijken wij onszelf met 150 andere gemeenten, op het gebied van bijvoorbeeld uitstroom naar werk, instroom, en samenstelling van de doelgroep. 2.
Wij willen in 2022 dat 30% van de nieuwkomers met een bijstandsuitkering is uitgestroomd naar werk en dat 60% participeert. De nieuwkomer is beter in beeld en meer actief in het dorp waar hij woont. We hebben een activeringsprogramma voor nieuwkomers opgezet, wat moet leiden tot meer participatie van nieuwkomers in de dorpen. Daarnaast is er een rapportage opgesteld over de nieuwkomers in ons uitkeringsbestand, met daarin naast kwantitatieve gegevens ook informatie over hun mogelijkheden. Die mogelijkheden willen wij meer gaan benutten.
15
3. Wij willen het aantal personen op trede 1 en trede 2 van de Participatieladder terugbrengen tot maximaal 20% van de bijstandspopulatie. Inwoners op deze treden verkeren in isolement of hebben weinig contacten buitenshuis. Momenteel ligt dit cijfer rond de 40%. Vanuit de ambitie van de inclusieve samenleving gaan we meer aandacht besteden aan het in beweging krijgen van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Onze ambitie is om (financiële) ruimte te creëren voor experimenten om mensen in beweging te krijgen. We gaan hierbij gebruik maken van nieuwe vormen van sociale activering, maar gaan ook gebruik maken van meer beproefde methoden. Ook de herijking van tegenprestatie moet hieraan bijdragen. 4. We willen een afname van 10% van het aantal doorverwijzingen naar de Kredietbank en een toename van 20% van de inzet van vrijwilligers. We blijven inzetten op het beleid om te voorkomen dat mensen in de schulden komen. We streven ernaar het hebben van schulden uit de taboesfeer te halen door op een laagdrempelige manier te communiceren. De ondersteuning bij het beheer van de financiën en een gericht armoedebeleid om schulden te voorkomen zijn cruciale onderdelen van de integrale aanpak. 5. Wij willen het aantal personen dat onder bewind staat laten afnemen met 20%.
Aan de hand van een uitgevoerd onderzoek kunnen we concluderen dat we een afname kunnen realiseren van het aantal personen dat onder bewind staat. 6. Wij willen het bereik van het Kindpakket vergroten naar 80% van de doelgroep Wij vinden het belangrijk dat kinderen kunnen meedoen aan activiteiten als sport en cultuur. Ons doel is te komen tot een gebruik van 80%, nu ligt dat zo rond de 40% a 50%. 7. Wij willen de verzekeringspositie van mensen met een laag inkomen verbeteren. Wij gaan een nieuwe impuls geven aan het verbeteren van de verzekeringspositie van mensen met een laag inkomen, zodat mensen met een minimuminkomen een zorgverzekering hebben die past bij hun situatie, maar ook dat het hebben van hoge zorgkosten niet tot gevolg heeft dat mensen daardoor een minimuminkomen krijgen. 8. Wy wolle de Fryske taal werkenber en tagonklik hâlde. De Friese taal en cultuur zijn belangrijk voor het gemeenschapsgevoel en voor de identiteit van onze inwoners. Om die reden willen wij dat de taal levend blijft. Door het Fries in en buiten het gemeentehuis te gebruiken laten we aan de bewoners zien dat we het Fries belangrijk vinden. Eén van de doelen van het Friese taalbeleid is het versterken van het Fries in het onderwijs.
Wat gaan we beter/meer/anders doen in de periode t/m 2022? Op basis van de hierboven beschreven ontwikkelingen en ambities hebben wij maatregelen en acties opgesteld. Wij beschrijven hier welke maatregelen en acties gaan bijdragen aan het realiseren van onze ambities. Een sleutel tot succes voor het meedoen van inwoners vinden wij: een beter inzicht in de doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt; meer zichtbaar zijn in de dorpen en bij ondernemers(verenigingen) om kansen op participatie en werk te vergroten; meer ontschotting tussen Werk en Inkomen, Wmo en Jeugdhulp voor de kwetsbare groepen op het gebied van dagbesteding en werk met ondersteuning. In een project met Movisie zijn hiervoor de randvoorwaarden in kaart gebracht; maatregelen moeten geen armoedeval in de hand werken. 1. Wij verhogen de uitstroom uit de bijstandsuitkering, en verminderen de instroom ten opzichte van de benchmarkgemiddelden
16
-
-
-
-
Er worden leerwerktrajecten opgezet voor uitkeringsgerechtigden in kansrijke branches als Zorg, Groen, Techniek in samenwerking met externe partijen. Wij continueren de aanpak Meteen in Beweging en de poortwachter om uitstroom te stimuleren en instroom te beperken en mensen vanaf het begin doorlopend te activeren. Dit doen wij met onze eigen inzet, re-integratiebedrijven en Caparis. Er komt een plan van aanpak om parttime werk en de inzet van loonkostensubsidies voor functiebeperkten te stimuleren. Uit onderzoek blijkt dat we hier kunnen verbeteren. Wij zetten in op meer analyse en gerichte aanpak van de groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, om deze groep nog beter inzichtelijk te krijgen qua kansen op participatie en werk. Voor de werkgeversbenadering brengen we in samenwerking met de afdeling Economische Zaken de kansrijke sectoren en bedrijven opnieuw in kaart. Met de andere gemeenten in Zuidoost-Fryslân stellen we een marktbewerkingsplan 2019 op, met hierin concrete acties om werkzoekenden en werkgevers met elkaar te matchen. Wij gaan onderzoek doen naar de mogelijkheden om Nieuw Beschut Werk plekken te realiseren bij deskundige partijen. Wij gaan onderzoeken of het instrument Flexwerkgeverschap van de gemeente Ooststellingwerf in Opsterland van toegevoegde waarde is voor Opsterland.
2. Wij willen in 2022 dat 30% van de nieuwkomers met een bijstandsuitkering is uitgestroomd naar werk en dat 60% participeert. - Wij zetten in op het vinden van taal-werkstages. Voor de groep nieuwkomers waarvoor de afstand tot scholing en de arbeidsmarkt nog te groot is, gaan we inzetten op het vinden van taalwerkstages. Dit zijn werkervaringsplekken waar naast het opdoen van werkervaring per week 9 uur taalles gegeven wordt, gericht op spreekvaardigheid en vaktaal. Hiervoor zijn wij onlangs een pilot gestart met een werkgever. - Wij verhogen de inzet om te komen tot een weekvullend programma. In het weekvullend programma zetten we in op het creëren van taalaanbod dat aansluit bij de behoefte. Het activeringsplan nieuwkomers wordt verder geborgd binnen onze aanpak. 3. Wij willen het aantal personen op trede 1 en trede 2 van de Participatieladder terugbrengen tot maximaal 20% van de bijstandspopulatie. - We voeren de Omgekeerde Toets in en starten met een pilot met de methodiek Mobility Mentoring. - We voeren een haalbaarheidsonderzoek uit naar een gemeentelijk leer-werkbedrijf. In een gemeentelijk leer-werkbedrijf kunnen inwoners die (nog) niet aan het werk kunnen, participeren. In het haalbaarheidsonderzoek gaan wij onderzoeken welke mogelijkheden hiervoor geschikt en realiseerbaar zijn. - Wij onderzoeken hoe wij de tegenprestatie kunnen uitbreiden naar 4 uur per week.
De tegenprestatie is een instrument dat helpt uitkeringsgerechtigden te activeren. Wij vinden dat iedereen wat te geven heeft. Daarbij gaan wij zoveel mogelijk uit van wat iemand zelf graag zou willen en kunnen. In eerste instantie brengen wij in kaart wie al iets doet, en vervolgens focussen wij op de groep die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. 4. We willen een afname van 10% van het aantal doorverwijzingen naar de Kredietbank en een toename van 20% van de inzet van vrijwilligers. - Op basis van de armoedemonitor en de behoeftepeiling actualiseren wij het armoedebeleid. Het voorkomen van de armoedeval krijgt expliciet de aandacht. - Wij zetten een netwerkoverleg op met (vrijwilligers)organisaties die betrokken zij bij mensen met financiële problemen. - We zetten een pilot op voor een Geldloket, waar mensen terecht kunnen met vragen over financiën. - We koppelen de preventie meer aan de zogenaamde life events. 17
Life events zijn gebeurtenissen in het leven van mensen die leiden tot verandering en vaak ook (grote) veranderingen op financieel gebied (b.v. huwelijk, geboorte van een kind, het voor het eerst zelfstandig wonen). 5. Wij willen het aantal personen dat onder bewind staat laten afnemen met 20%. - Op basis van maatwerk gaan wij andere vormen van ondersteuning aanbieden. Deze ondersteuning stelt inwoners in staat waar mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid voor hun financiën te nemen. Hiermee kunnen we een kostendaling in de uitgaven van de bijzondere bijstand realiseren. De inwoners die het betreft kunnen namelijk met andersoortige hulp, in een eerder stadium, beter geholpen worden. 6. Wij willen het bereik van het Kindpakket vergroten naar 80% van de doelgroep - Wij stellen een plan van aanpak op voor het vergroten van de bekendheid en het gebruik. Wij gaan nieuwe wegen zoeken die bij kunnen dragen aan het vergoten van de bekendheid en het gebruik. 7. Wij willen de verzekeringspositie van mensen met een laag inkomen verbeteren. - Wij voeren een onderzoek uit naar de effectiviteit van de bestaande regeling AV Frieso. 8. Wy wolle de Fryske taal werkenber en tagonklik hâlde. - We stimuleren dat mensen (medewerkers en bewoners) het Fries spreken en gebruiken. - De beleidsnota Frysk en fierder moet in 2019 worden geactualiseerd.
Voor het vergroten van de aandacht voor het Fries in het (primair) onderwijs moeten we een uitvoeringsplan maken.
Wat kost dat en hoe wordt dat betaald? De ambities en maatregelen worden binnen de bestaande begroting en budgetten uitgevoerd.
18
Ambitie 3. Elk kind kan zich optimaal ontwikkelen Jeugdigen in de gemeente Opsterland groeien evenwichtig op in de eigen sociale omgeving, zodat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen. Ouders en kinderen zijn erbij gebaat als op het juiste moment de juiste zorg beschikbaar is. Zo licht of zo zwaar als nodig is. Ondersteuning en zorg moeten beschikbaar zijn voor alle kinderen en ouders die dat nodig hebben. Het is belangrijk dat de behoefte aan zorg zo vroeg mogelijk gesignaleerd wordt. In Opsterland is een open, veilige en constante leeromgeving, waarin ieder kind op zijn eigen niveau gestimuleerd wordt om zijn of haar individuele talenten volledig te ontwikkelen. We zetten in op een doorgaande ontwikkellijn waarbij de gemeente voorwaarden creëert voor kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar om zo goed mogelijk te kunnen leren en zich te kunnen ontwikkelen.
Waar staan we? Jeugdhulp Het aantal jongeren wat in onze gemeente een vorm van jeugdhulp krijgt ligt rond het provinciaal gemiddelde. In 2017 ontvingen 655 jongeren één of meer vormen van jeugdhulp, waarbij het in 590 gevallen ging om jeugdhulp zonder verblijf en in 135 gevallen om jeugdhulp met verblijf. 105 jongeren ontvingen één of meer vormen van jeugdbescherming zoals ondertoezichtstelling of voogdij en 15 jongeren in Opsterland ontvingen jeugdreclassering. We zien een toename van het aantal jongeren met multi-problematiek en complexere zorg, een brede groep jongeren die in toenemende mate psychische gezondheidsklachten hebben of kampen met suïcidaal gedrag, maar ook een grotere aandacht voor nieuwe vormen van verslaving (o.a. gamen en mediagebruik). De rol van ouders en verzorgers zal in het kader van transformatie een prominente(re) plek blijven houden als eerstverantwoordelijken voor hun kinderen. Daarin zien we wel een maatschappelijke trend van (v)echtscheidingen en de rol van kinderen hierin. Daarnaast zien we landelijk een beeld van gemeenten waar de kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet niet overeenkomen met de inkomsten die hiervoor worden ontvangen. Opsterland is hierin geen uitzondering en heeft in 2018 ook een tekort geboekt op de uitvoering van de Jeugdwet.
Voorschoolse opvang Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van voorschoolse voorzieningen voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. In de gemeente Opsterland is voor deze groep ouders de zogenaamde gemeentetoeslag voor peuteropvang ingevoerd. Met de gemeentetoeslag kunnen ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag gebruik maken van een basisaanbod peuteropvang. In 2018 is uit onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau gebleken dat ongeveer 30% van alle peuters in onze gemeente geen gebruik maakt van een vorm van voorschoolse voorzieningen, ondanks dat zij hiervoor wel in aanmerking komen. Eind 2018 zijn wij een onderzoek gestart naar de beweegredenen, zodat gericht beleid ingezet kan worden om dit te stimuleren. Daarnaast speelt het consultatiebureau samen met het gebiedsteam een belangrijke rol in de zorgstructuur op de voorschoolse voorzieningen. Hiervoor is samen met de betrokken partijen een stappenplan opgesteld. In 2018 hebben medewerkers van het consultatiebureau en het gebiedsteam gezamenlijk alle locaties voor peuteropvang en kinderopvang bezocht, om te zorgen voor herkenbare gezichten en korte lijnen bij zorg rondom kinderen.
19
Leerlingenvervoer In het schooljaar 2017-2018 hebben rond de 200 leerlingen gebruik gemaakt van het leerlingenvervoer. Onderdeel van de verordening is een gekantelde werkwijze, met als doel met ouders in gesprek te gaan over wat hun kind daadwerkelijk aan vervoersvoorziening nodig heeft. Door dit maatwerk kunnen kosten bespaard worden. Volwasseneneducatie Een belangrijk onderdeel van (informele) volwasseneneducatie is de aanpak van laaggeletterdheid. Opsterland geeft hier uitvoering aan volgens een aanvalsplan en actieplan laaggeletterdheid. Binnen Opsterland is er een informeel taalaanbod gerealiseerd in de bibliotheken. Het formele taalaanbod dat opleidt tot een diploma is ondergebracht bij het Friesland College. Cultuureducatie In 2018 is de subsidieverlening van cultuureducatie opnieuw ingericht. De regie over de uitvoering van het cultuuronderwijs is nu bij het primair onderwijs komen te liggen. Het voor cultuureducatie beschikbare budget wordt aan Comprix, VCSO en Lyndensteyn ter beschikking gesteld. In de subsidie maken we onderscheid tussen een budget voor muziekonderwijs, en een budget voor culturele vorming, waarmee alle overige culturele activiteiten worden gesubsidieerd. De prioriteit van ons beleid ligt bij muziek en podiumkunsten. Daarnaast faciliteren wij het onderwijs en het culturele veld met de inzet van een cultuurcoach.
Inbreng inwoners en raadsleden Mede op basis van inbreng die wij hebben opgehaald uit gesprekken met inwoners in het kader van de ontwikkelagenda worden maatregelen geformuleerd. Daarnaast hebben raadsleden op een bijeenkomst aangegeven wat zij belangrijk vinden. Aanvullend hierop is onderstaande meegegeven. Hier gaan wij rekening mee houden bij de uitvoering van de ontwikkelagenda. Inwoners
Raadsleden
Betrek kinderen zelf meer bij vormgeven van beleid en maatregelen, door jongerenpanels in te stellen Rondom zorg voor het kind moet zoveel mogelijk gewerkt worden volgens het principe één kind, één plan, één regisseur Investeer voldoende in preventieve maatregelen om zwaardere zorg te voorkomen Kinderen moeten in een veilige omgeving opgroeien Voldoende aandacht voor onderwijs, sport en cultuur
Wat willen we bereiken? 1. Wij verbeteren de vroegsignalering van kwetsbare kinderen. We willen sneller en beter contact met onze jongeren en signalen eerder met elkaar delen, om zo zorg te kunnen bieden met de meeste effectiviteit. Naast ouders kunnen de gebiedsteams van de gemeente, scholen, huisartsen, de GGD, sportverenigingen (buurtsportcoaches), het sociale netwerk, kortom iedere partij die een relatie heeft met jeugdigen hierin een belangrijke rol spelen. Deze vroegsignalering werkt vaak preventief, waardoor zwaardere en duurdere zorg in de toekomst vaak voorkomen kan worden. 2. Wij zorgen voor een goede begeleiding van kwetsbare kinderen De doelgroep kwetsbare jongeren is multi-interpretabel. Daarom zetten we hierin in op de drie verschillende pijlers voor kwetsbare jongeren. 1. De groep van 18- naar 18+ 2. Echtscheiding en de rol van het kind 20
3. Huiselijk geweld en kindermishandeling Met het jongerenwerk, scholen en andere actoren willen we afspraken maken over de monitoring van signalen van kwetsbare jongeren. We gaan werken met preventieteams op scholen. Daarnaast is informatievoorziening over aanstaande veranderingen voor jongeren die bijna volwassen zijn belangrijk. 3. Wij willen een efficiëntere toegang tot zorg ten opzichte van nu Wij willen de toegang tot zorg efficiënter organiseren. Hierbij kijken wij naar de rol van de diverse betrokken partijen, zoals het gebiedsteam, (zorg)partijen en andere organisaties. Onderdeel hiervan is dat we het loket voor jeugdhulp beter bekend gaan maken bij inwoners en verwijzers en zorg efficiënter, dichterbij en slimmer willen organiseren. Wij doen al onderzoek naar kenmerken van de grootste zorggebruikers. Aan de hand hiervan leveren wij gericht maatwerk die past bij de cliënt en tot doel heeft om de effectiviteit van zorg te vergroten. Wij blijven dit monitoren, en evalueren waar we hierin kunnen verbeteren. Daarbij vraagt dit om een evenwichtige balans tussen de noodzakelijke zorg voor het kind en de doelmatige inzet van publieke middelen. We gebruiken de conclusies van lopende onderzoeken waar Opsterland in meedoet via SDF en de P10 naar het grootste zorggebruik om een grotere effectiviteit te realiseren.
Met zorgaanbieders maken we resultaatafspraken die bijdragen aan het verbeteren van onze doelen voor jongeren binnen de financiële kaders die daarvoor worden afgesproken. We zorgen dat we verantwoordelijkheid gaan delen en dat de financiële risico’s niet alleen bij de gemeente liggen. We gaan in gesprek hoe we zorg duurzamer, goedkoper en korter kunnen maken en de effecten van de inzet kunnen verhogen en verbeteren. De komende tijd zal in het teken staan van analyse van het tekortdeel op de Jeugdwet en het nemen van maatregelen om dit te beheersen. 4. We bieden kinderen een goede startpositie voor het primair onderwijs Wij versterken de doorgaande lijn tussen voorschools en schools. Om dit te stimuleren wordt gewerkt aan een goede zorgstructuur in de voorschoolse periode, ter voorbereiding op de start in het basisonderwijs en de zorg die dan mogelijk in het basisonderwijs nodig is. Hier worden met de betrokken partijen afspraken over gemaakt. Daarnaast worden er subsidies beschikbaar gesteld aan de scholen die bijdragen aan de algehele ontwikkeling van kinderen, naast het onderwijsaanbod dat zij vanuit school krijgen. Denk hierbij aan de weerbaarheidstrainingen die al jaren door de gemeente gefaciliteerd worden. Daarnaast zetten we in op een dekkend aanbod van toegankelijke voorschoolse voorzieningen. In de wettelijke eisen voor VVE staat genoemd dat hier sprake van moet zijn.
Op dit moment is er in bijna alle dorpen peuter- en kinderopvang beschikbaar. Er wordt onderzoek gedaan naar de beweegredenen van ouders om hun kind wel/niet naar peuter- of kinderopvang te brengen, zodat er mogelijk nog beter bij wensen van ouders aangesloten kan worden. Hiermee wordt tegelijkertijd gewerkt aan de ambitie van het Rijk om alle kinderen deel te laten nemen aan een voorschoolse voorziening. 5. Wij dringen laaggeletterdheid terug Dit wordt aangepakt conform het aanvalsplan laaggeletterdheid 2018-2020. Onderdeel hiervan is in eerste instantie intern het bewustzijn te stimuleren en te zorgen voor deskundigheid op het gebied van het herkennen en doorverwijzen bij problematiek rondom laaggeletterdheid. Vervolgens worden organisaties en werkgevers uit Opsterland uitgenodigd voor het bespreken van deze onderwerpen, zodat ook zij een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van laaggeletterdheid in onze gemeente.
21
6. Wij willen verzuim en voortijdig schoolverlaten voorkomen Kinderen die vroegtijdig dreigen uit vallen in het onderwijs worden vroegtijdig gesignaleerd en zo nodig ondersteund door het gebiedsteam 7. Wij stimuleren de culturele ontwikkeling van kinderen Cultuuronderwijs brengt kinderen in aanraking met allerlei vormen van kunst en cultuur, actief, receptief en reflectief. Wij willen dat kinderen volop hun talenten kunnen ontwikkelen door via het primair onderwijs muzikaliteit en creativiteit in het algemeen te stimuleren. Aan het eind van hun schoolloopbaan moeten alle kinderen een instrument kunnen bespelen en met alle vormen van kunst en cultuur in aanraking zijn geweest.
Wat gaan we beter/meer/anders doen in de periode t/m 2022? Op basis van de hierboven beschreven ontwikkelingen en de ambities die wij hierop hebben wij maatregelen en acties opgesteld. Wij beschrijven hier welke maatregelen en acties gaan bijdragen aan het realiseren van onze ambities. 1. Wij verbeteren de vroegsignalering van kwetsbare kinderen. - We gaan voorlichting opzetten voor jongeren in het Voortgezet Onderwijs voor risicogedrag rondom gamen en mediagebruik, roken, sexting, alcohol en drugs. - Schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten wordt als een belangrijke indicator gezien en willen we met een actieve, integrale aanpak nog meer tegengaan. - We sluiten aan bij het Rijksprogramma ‘Kansrijke Start’ om meer kinderen een kansrijke start te geven, kwetsbare gezinnen scherper in beeld te krijgen en laagdrempelige ondersteuning te bieden aan (aanstaande) ouders. - We werken samen in preventieteams op scholen. - We stimuleren het gebruik van de Verwijsindex. 2. Wij zorgen voor een goede begeleiding van kwetsbare kinderen - Via het gebiedsteam worden jongeren en hun ouders/ verzorgers vanaf 16,5 jaar geïnformeerd over de aanstaande veranderingen die gaan gelden nu zij bijna volwassen worden. Hiervoor gebruiken wij het model ‘Soepele overgang’, een werkwijze om kwetsbare jongeren doorlopende zorg, ondersteuning en goede begeleiding naar zelfstandigheid te geven.
- Er worden afspraken gemaakt met het jongerenwerk over de bediening van vind- en bindplekken van jongeren die zich in een kwetsbare positie bevinden. Het jongerenwerk is opnieuw aanbesteed en hier worden afspraken over gemaakt. - De landelijke actieprogramma’s “Scheiden zonder schade” en “Geweld hoort nergens thuis”, gaan we concretiseren naar de situatie op regionaal en lokaal niveau. - We dragen bij aan de actielijn ‘Kind in beeld bij echtscheidingen’ uit het Fries Actieplan Zorg voor Jeugd. - Stimuleren van het preventieve dyslexieprogramma BOUW. - We gaan de samenwerking versterken tussen het gebiedsteam, onderwijs en zorg om kinderen die problemen geven op school samen op te pakken en hier afspraken over te maken. 3. Wij willen een efficiëntere toegang tot zorg ten opzichte van nu - De bekendheid van het loket voor jeugdhulp is gestegen ten opzichte van 2018. - De inzet van praktijkondersteuners voor huisartsen (POH GGZ jeugd) gaan we doorontwikkelen waarbij we streven naar een 100% dekking. - We gaan ons aansluiten op het Zorgdomein. - Daarnaast dragen we bij aan het verder ontwikkelen van de actielijn ‘Samen één plan’ uit het Fries Actieplan Zorg voor Jeugd om te komen tot betere toegang tot jeugdhulp. - Er is al zicht op de grootste zorggebruikers waarop gericht maatwerk is geleverd, en aan de hand van een evaluatie verbeteren wij de efficiëntie verder waar mogelijk.
22
-
In de gemeentelijke organisatie borgen we de gemaakte afspraken ten aanzien van inkoop en contractmanagement.
-
Wij gaan gerichtere resultaatafspraken met zorgaanbieders maken Via de regionale samenwerkingsverband Sociaal Domein Fryslân maken we afspraken over de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De procedures en afspraken rondom inkoop van zorg en ondersteuning voor jeugd zijn helder en bij iedereen in het Gebiedsteam bekend. De gemeente borgt dat er met regelmaat evaluatiegesprekken plaatsvinden met aanbieders over de wijze van inkoop via Sociaal Domein Fryslân (SDF) en in samenwerking met SFD wordt gewerkt aan verbeterpunten.
-
4. We bieden kinderen een goede startpositie voor het primair onderwijs - Wij herijken het VVE-beleid om een dekkend aanbod voor- en vroegschoolse educatie (VVE) te kunnen realiseren. Als ouders gebruik willen maken van gemeentetoeslag voor de peuteropvang moet deze peuteropvang VVE aanbieden. Dit doen alle locaties voor peuteropvang daarom ook. In 2018 hebben alle locaties voor peuteropvang een VVE zelfevaluatie ingevuld. Deze zelfevaluatie is de start voor de kwaliteitscyclus en betreft zowel VVE op de peuteropvang als de doorgaande lijn met het basisonderwijs. Met ingang van 1 januari 2019 verandert de verdeelsystematiek voor de middelen die gemeenten krijgen en in de komende jaren worden een aantal nieuwe eisen voor de uitvoering van VVE ingevoerd. Aanleiding voor een herijking van het VVE beleid, waar de uitkomsten van de VVE zelfevaluaties ook in meegenomen zullen worden. Voor het nieuwe VVE beleid onderzoeken wij waarom ouders wel/niet gebruik maken van een voorschoolse voorziening. Daarnaast maken wij afspraken tussen voorschoolse voorzieningen en de gemeente over de taken die elk op zich neemt om het gebruik van voorschoolse voorzieningen te stimuleren. Met de JGZ maken wij afspraken over de toeleiding naar voorschoolse voorzieningen en VVE, onderdeel daarvan kan deskundigheidsbevordering zijn. -
De zorgstructuur voorschoolse periode en doorgaande lijn naar basisonderwijs is zodanig ingevuld dat die goed aansluit op de start in het basisonderwijs. Er zijn afspraken gemaakt met voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs over de doorgaande lijn. Er komt daarnaast een subsidiekader waar het onderwijs gebruik van kan maken, zodat bijvoorbeeld weerbaarheidstrainingen gegeven kunnen worden.
-
Wij onderzoeken of VVE ook in de kinderopvang aangeboden kan worden en wat daarvan de consequenties zijn. Wij gaan verder met de implementatie van extra uren VVE.
-
5. Wij willen verzuim en voortijdig schoolverlaten voorkomen - Kinderen die vroegtijdig dreigen uit vallen in het onderwijs worden vroegtijdig gesignaleerd en zo nodig ondersteund door het gebiedsteam. 6. Wij dringen laaggeletterdheid terug - Wij stimuleren intern en extern betrokkenen bewust van de problematiek bij laaggeletterdheid en geven hen handvatten voor het bespreekbaar maken en doorverwijzen van mensen die hiermee te maken krijgen. - Wij monitoren het effect van het taalaanbod op de deelnemers. - Het taalaanbod is goed in beeld en uitgerold volgens het Actieplan laaggeletterdheid. - Daarnaast wordt gewerkt aan het uitrollen van gemeentelijk beleid in samenwerking met een werkgroep waarin o.a. de bibliotheek, Timpaan Welzijn, het Friesland College, Stichting Lezen en Schrijven en de gemeente vertegenwoordigd zijn. 23
7. Wij stimuleren de culturele ontwikkeling van kinderen - De komende vier jaar monitoren we de gekozen instrumenten: de subsidieverlening aan de scholen en inzet van de cultuurcoach via Keunstwurk. We gaan na of we onze doelen bereiken en stellen het beleid zo nodig bij. - Met de bibliotheek maken we een plan voor het versterken van de media-educatie, en met de beide musea maken we afspraken over het uitbreiden van de erfgoededucatie. - Daarnaast faciliteren wij het onderwijs en het culturele veld met de inzet van een cultuurcoach.
Wat kost dat en hoe wordt het betaald? De ambities en maatregelen worden binnen de bestaande begroting en budgetten uitgevoerd.
24
Ambitie 4. Opsterland is een gezonde leefomgeving In deze ambitie gaan wij in op de sociale omgeving, en niet op de fysieke. Die laatste wordt in de ontwikkelagenda Leefbaarheid behandeld.
Waar staan we? Gezondheid In 2016 is de nota Lokaal Gezondheidsbeleid Gemeente Opsterland vastgesteld voor 4 jaar. De basis van het gezondheidsbeleid is verankerd in de Wet Publieke Gezondheid. De nota sluit aan bij de landelijke prioriteiten, zoals deze zijn opgenomen in de Landelijke nota gezondheidsbeleid. De uitvoering van wettelijke taken zijn ondergebracht bij GGD Fryslân. In de nota Lokaal Gezondheidsbeleid beschrijven wij de keuzes in het beleidsvrije gedeelte. We werken aan preventie en aan het bevorderen van de gezondheid van onze inwoners. Hierbij onderschrijven wij het gezondheidsconcept ‘Positieve gezondheid’. Gezondheid is vooral van mensen zelf. ‘Positieve gezondheid’ sluit goed aan bij onze visie op het Sociaal domein, waar participatie, zelfregie en zelfredzaamheid belangrijke pijlers zijn. Vanuit het gezondheidsbeleid zoeken wij de verbinding met andere beleidsvelden, zoals onderwijs, sport, WMO, jeugdzorg, welzijn, wonen en participatie. Onze deelthema’s zijn: het verminderen van sociaal economische gezondheidsachterstanden; het verbeteren van de mentale gezondheid; het verminderen van overgewicht en het stimuleren van bewegen en gezonde voeding; het voorkomen en/of beperken van het gebruik van genotmiddelen, zoals roken, alcohol en drugs. het verbeteren van de seksuele gezondheid.
Elke vier jaar monitort GGD Fryslân de gezondheid van onze inwoners door middel van de GOmonitor. In 2016 en 2017 zijn deze onderzoeken voor het laatst uitgevoerd. De cijfers worden verkregen door enquêtes uit te zetten onder de bevolking. Samengevat: de gemiddelde inwoner van Opsterland leeft gezond. Ervaren gezondheid: 12 – 18 jaar: Gemiddelde Fryslân: 91% Gemiddelde Opsterland: 89%
19 – 64 jaar: Gemiddelde Fryslân: 82% Gemiddelde Opsterland: 86%
65 jaar en ouder: Gemiddelde Fryslân: 69% Gemiddelde Opsterland: 69%
Door de demografische ontwikkelingen (ontgroening en vergrijzing) verwachten wij in de komende jaren een daling van de ervaren gezondheid. Sport In 2017 is de Kadernota Sport en Bewegen 2017 – 2021 vastgesteld. De kadernota gaat in op sportstimulering, het bevorderen van bewegen, het versterken van de lokale sportorganisaties en de 25
bijdrage die sport en bewegen levert aan andere beleidsterreinen zoals onderwijs, gezondheid, WMO, jeugdzorg en participatie. Een gemeentelijk integraal sport en – beweegbeleid. Aan het sportbeleid van de rijksoverheid ligt vooral de maatschappelijke betekenis van sporten ten grondslag. De afgelopen jaren zijn sport- en gezondheidsbeleid meer naar elkaar toegegroeid. Er is bewust gekozen sport- en beweegbeleid te combineren met gezondheidsbeleid en preventie. In de vierjaarlijkse GO-monitors van GGD Fryslân wordt ook gevraagd naar sport en bewegen. In het onderstaande is per leeftijdsgroep vermeld hoeveel er wordt bewogen per dag afgezet tegen het Fries gemiddelde. Samengevat: de gemiddelde inwoner van Opsterland beweegt regelmatig. Beweging per dag: 12 – 18 jaar: Gemiddelde Fryslân: 19% Gemiddelde Opsterland: 22% Voldoet aan norm gezond bewegen 19 – 64 jaar: Gemiddelde Fryslân: 61% Gemiddelde Opsterland: 60% 65 jaar en ouder: Gemiddelde Fryslân: 77% Gemiddelde Opsterland: 76% Inbreng inwoners en raadsleden Mede op basis van inbreng die wij hebben opgehaald uit gesprekken met inwoners in het kader van de ontwikkelagenda worden maatregelen geformuleerd. Daarnaast hebben raadsleden op een bijeenkomst aangegeven wat zij belangrijk vinden. Aanvullend hierop is onderstaande meegegeven. Hier gaan wij rekening mee houden bij de uitvoering van de ontwikkelagenda.
Inwoners
Raadsleden
Betrek de dorpen, verenigingen en inwoners bij het ontwikkelen van projecten op het gebied van gezondheid, bewegen en voeding Verbinding tussen alle mensen in het dorp: ontmoeting staat centraal Rookvrije sportvelden Sport en bewegen is een belangrijk instrument voor preventie Investeren in rookvrije omgevingen voor kinderen
Wat willen we bereiken? 1. De ervaren gezondheid van onze inwoners blijft minimaal gelijk ten opzichte van 2016. De ervaren gezondheid in onze gemeente is hoog. Door de demografische ontwikkelingen van ontgroening en vergrijzing verwachten wij een daling in de ervaren gezondheid. Het aantal 65+-ers neemt toe: nu al zien we een daling in ervaren gezondheid bij inwoners ouder dan 65 jaar ten opzichte van inwoners jonger dan 65 jaar. Daarbij is het belangrijk, dat gemeente Opsterland aandacht blijft houden voor gezondheidsachterstanden bij lager opgeleiden. Door slechtere gezondheidsvaardigheden leven lager opgeleiden gemiddeld in Nederland zeven jaar korter dan hoogopgeleiden. Daarnaast leven lager opgeleiden niet alleen korter, maar hebben ze ook minder jaren van goede gezondheid (gemiddeld 19 jaar).2 2 Bron: cijfers Pharos en Platform31
26
2. Wij willen via sport en beweging de gezondheid van onze inwoners verder bevorderen Gezonde inwoners hebben een hoge kwaliteit van leven en zijn (beter) in staat te participeren in de samenleving. Naast persoonlijke voordelen heeft een goede gezondheid ook een positief effect op het gebruik van zorg-, hulp- en dienstverlening. Sporten en bewegen zien we als een middel om de doelen in het sociaal domein te behalen. De activiteiten die we gaan uitvoeren zijn integraal verbonden met de beleidsvelden gezondheid, onderwijs, jeugd, WMO en participatie. 3. Elk kind heeft toegang tot een veilige speelplaats
Wat gaan we beter/meer anders doen in de periode t/m 2022? Op basis van de hierboven beschreven ontwikkelingen en de ambities die wij hierop hebben wij maatregelen en acties opgesteld. Wij beschrijven hier welke maatregelen en acties gaan bijdragen aan het realiseren van onze ambities. Wij gaan tot en met 2022 nog meer inzetten op een integrale benadering van de twee beleidsterreinen Gezondheid en Sport binnen het Sociaal Domein. Gezondheid en Sport beschouwen we als de poort tot participatie. Daarnaast gaan wij nog intensiever samenwerken met onze ketenpartners en dan vooral met GGD Fryslân, sportverenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties. Dit doen we op de thema’s, die op dit moment spelen in de samenleving: rookvrije generatie, terugdringen alcoholgebruik onder de 18 jaar, overgewicht, inactiviteit en gezondheidsachterstanden. De eerder opgestelde uitvoeringsplannen zijn leidend voor de komende jaren en zijn opgesteld ter ondersteuning aan het behalen van de doelstellingen. Het streven is de uitvoeringsplannen jaarlijks te evalueren en te toetsen aan de realiteit. De komende periode gaan wij in ieder geval: 1. De ervaren gezondheid van onze inwoners blijft minimaal gelijk ten opzichte van 2016 - We willen de gezondheidsachterstanden in Gorredijk terugdringen. Dit doen we met behulp van het landelijk programma GIDS.
We kiezen voor een compacte aanpak, waarbij we focussen op inactiviteit en overgewicht. Daarnaast werken we in een pilot in het kader van de Vitale Regio in Gorredijk integraal aan toegankelijkheid en duurzaamheid van welzijn en zorg. - We voeren preventieve programma’s uit die de algemene gezondheid van inwoners bevorderen. We investeren in preventieve programma’s voor gezondheidsbevordering voor jongeren en ouderen. Daarnaast is de gemeente per 1 juni 2018 aangesloten bij het landelijk netwerk van JOGG-gemeenten: Jongeren op Gezond Gewicht voor een periode van drie jaar. - Alle schoolpleinen, sportverenigingen en speeltuinen en/of andere plaatsen waar veel kinderen komen zijn in 2020 rookvrij. We sluiten ons aan bij de maatschappelijke ontwikkeling van de Rookvrije Generatie. Bij dit onderwerp werken we integraal samen met andere beleidsvelden, zoals Jeugd en Sport. - We willen de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar verder terugdringen. Daarbij willen wij in 2019 een hoger nalevingspercentage behalen dan in 2017 (38%, onderzoek Platform de Nuchtere Fries). Daarnaast verhogen wij de bewustwording bij verkooppunten door lokale campagnes en afgesloten convenanten met supermarkten en sportverenigingen. Tot slot zijn voorlichting op scholen en sportkantines over Nix18 een vast onderdeel van het programma. 2.
Wij willen met sporten en bewegen de gezondheid van onze inwoners verder bevorderen - Wij zetten buurtsportcoaches in. 27
-
-
Wij borgen de activiteiten van de buurtsportcoaches in onze gemeente door deelname aan de Brede Impuls Combinatiefunctie van VWS en OCW in samenwerking met lokale partners. Hiermee bereiken we dat de doelen en resultaten voor onze jongeren tot 23 jaar, opgenomen in de Uitvoeringsnota Sport en Bewegen 2017 - 2021 gemeente Opsterland, worden behaald. We investeren in preventieve programma’s voor sport en bewegen en gezondheidsbevordering voor jongeren en ouderen: bewegen, voeding, alcohol en roken in relatie tot sport. Voorlichting aan sportverenigingen over gezondheidsthema’s en hun rol daarbij in samenwerking met de buurtsportcoaches. Actieve deelname aan de activiteiten die geïnitieerd worden vanuit JOGG vanaf 1 januari 2019. De sportterreinen in gemeente Opsterland zijn rookvrij in 2020. Pilot Project Ouderen Vitaal in Beweging. Wij zetten ons in voor een beter en groter sportaanbod voor mensen met een handicap. Wij sluiten ons aan bij het programma Uniek Sporten.
3. Elk kind heeft toegang tot een veilige speelplaats - Wij stellen speeltuinbeleid op.
Wat kost dat en hoe wordt dat betaald? De ambities en maatregelen worden binnen de bestaande begroting en budgetten uitgevoerd.
28
Ontwikkelagenda Leefbaarheid
23 juni 2014
29
Inleiding Leefbaarheid wordt vaak in een adem genoemd met begrippen als sociale samenhang, veiligheid, participatie, de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen en duurzaamheid. Er is geen eenduidige begripsbepaling voor leefbaarheid. De gemeente Opsterland neemt de definitie van Leidelmeijer en van Kamp, 2003 als uitgangpunt: Leefbaarheid heeft betrekking op de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de bewoners aan worden gesteld. Het beschrijven van leefbaarheid wordt bemoeilijkt doordat leefbaarheid niet zomaar een vast gegeven is, maar verschilt van persoon tot persoon en van plek tot plek. Het gaat om de manier waarop mensen hun dorp beleven. Wat voor de een leefbaar is, is dat voor de ander niet en andersom. In algemene zin gaan we er echter vanuit dat het oordeel over de kwaliteit van de leefomgeving tot stand komt zoals weergegeven in onderstaand model.
Bron: Leefbaarheid van Wijken, VROM 1.1 Ontwikkelagenda leefbaarheid Opsterland is primair een woongemeente. Het is dus belangrijk dat onze dorpen leefbaar blijven. Dat kan door een goed aanbod van woningen, een bloeiend verenigingsleven en voldoende bereikbare en betaalbare voorzieningen. We willen toewerken naar een nieuwe vorm van samenwerking tussen de gemeente en de dorpen. Een volgende stap na ‘de krêft van de mienskip’, waarbij we dorpen nog meer willen stimuleren om zelf met plannen te komen en projecten uit te voeren. Op basis van het coalitieakkoord 2018-2022 zijn de volgende ambities geformuleerd:
Krêft van de mienskip wordt maximaal ingezet Opsterland biedt een veilige leefomgeving Opsterland biedt bereikbare basisvoorzieningen (ruimte voor ontmoeting, sportvoorzieningen en scholen) Opsterland biedt een toekomstgericht woonbeleid Opsterland biedt een aantrekkelijke leefomgeving 30
Bovenstaande ambities worden in deze ontwikkelagenda verder uitgewerkt. Naast deze ambities zijn er ook ambities geformuleerd op het gebied van duurzaamheid en inclusieve samenleving. Deze worden uitgewerkt respectievelijk in de ontwikkelagenda duurzaamheid en de ontwikkelagenda inclusieve samenleving. Dit zijn geen aparte onderwerpen, ook tussen de onderwerpen wordt de samenhang bekeken om de integraliteit te borgen.
31
Ambitie 5. Krêft van de mienskip wordt maximaal ingezet Waar staan we? Opsterland maakt al geruime tijd werk van gebiedsgericht werken. Na een voorzichtige start met beperkte personele inzet wordt er sinds 2013 door de gemeente steviger ingezet op de dorpen. Toch merken we dat de tevredenheid over de samenwerking is afgenomen. Samenwerking plaatselijke belangen
2013
2017
Tevreden over contact met plaatselijk belang in de gemeente in %
94%
85%
Plaatselijke Belangen vinden dat zij een grote verantwoordelijkheid hebben en dat zij niet altijd voldoende ondersteund worden door de gemeente bij subsidieaanvragen en vergunningsaanvragen. Zij vragen om duidelijke aanspreekpunten die kunnen ondersteunen bij dergelijke processen. In de loop van de jaren hebben we steeds beter in beeld gekregen wat in Opsterland werkt in het gebiedsgericht werken. De lessen en ervaringen in Opsterland: Als gemeente moet je de dorpen kennen. Goede kennis van een dorp betekent dat je weet wat er speelt, voor en achter de schermen, en dat je weet welke mensen zich voor het dorp inzetten. Goede kennis van een dorp betekent ook dat je erkent dat het ene dorp het andere niet is. Er dient vertrouwen tussen de gemeente en het dorp te zijn. Vertrouwen tussen de gemeente en inwoners bouw je op met mensen: er zijn goede verbinders (of: intermediairs) nodig, die de systeemwereld van de gemeente en de leefwereld van de inwoners met elkaar verbinden. Het besef dat we het in de dorpen niet alleen kunnen, is binnen de gemeente sterker geworden. Het woord “samen” wordt binnen het beleid steeds vaker gebruikt, en heeft zich vertaald in een breed scala aan netwerken waarin overlegd én aangepakt wordt. De samenwerking met partners wordt soms formeel vastgelegd, bijvoorbeeld in de prestatieafspraken met de beide woningcorporaties.
Opsterland is een gemeente die bruist van de initiatieven. In de dorpen worden vele plannen door inwoners en organisaties ontwikkeld en uitgevoerd, met en zonder hulp van de gemeente en andere professionele partijen. Na een aantal jaren met grootschalige gemeentelijke projecten rondom initiatieven van inwoners is er de afgelopen periode een sterke opleving van initiatieven waar de gemeente slechts zijdelings bij betrokken is. Vooral op het terrein van duurzaamheid en groen is dat het geval. In de dorpen blijkt keer op keer de waarde van kleinschaligheid en van de “menselijke maat”. De meeste inwoners van onze gemeente voelen zich betrokken bij en verantwoordelijk voor hun directe woon- en leefomgeving. Soms is dat het dorp, veel vaker de straat of het eigen blokje/pleintje. Opsterland is een gemeente met een sterke infrastructuur van Plaatselijke Belangen. Tussen die Plaatselijke Belangen en de gemeente is de relatie in de meeste van de gevallen goed. Er is een groot verschil tussen de Plaatselijke Belangen in het zoeken naar vernieuwing en het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Voor enkelen is dat een belangrijk punt, anderen zien het vooral als hun rol om te reageren op plannen en ideeën van anderen. Vrijwilligers Er zijn veel vrijwilligers actief in de gemeente.
Dat varieert van vrijwilliger bij de sportclub tot vrijwilliger bij de dagopvang voor mensen met dementie. Op basis van landelijke cijfers doet de helft van de inwoners af en toe vrijwilligerswerk en doet 30% regelmatig vrijwilligerswerk gedurende ongeveer 4,5 uur per week. Veel vrijwilligers in Opsterland verbinden zich aan een lokale organisatie of vereniging. Ze zijn bijvoorbeeld vrijwilliger bij de voetbalclub of vrijwilliger bij het dorpssteunpunt. 32
Plaatselijke Belangen en andere vrijwilligersorganisaties geven aan dat het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden. Er wordt aangegeven dat vooral voor (structurele) bestuursfuncties moeilijk vrijwilligers te vinden te zijn. Ook wordt er steeds meer verantwoordelijkheid bij de vrijwilligers gelegd. Vrijwilligers hebben de behoefte aan ondersteuning om hun functie goed uit kunnen voeren. Inbreng inwoners en raadsleden Mede op basis van inbreng die wij hebben opgehaald uit gesprekken met inwoners in het kader van de ontwikkelagenda worden maatregelen geformuleerd. Daarnaast hebben raadsleden op een bijeenkomst aangegeven wat zij belangrijk vinden. Aanvullend hierop is onderstaande meegegeven. Hier gaan wij rekening mee houden bij de uitvoering van de ontwikkelagenda. Inwoners