Bijlage 4 Geanonimiseerd rapport Expert Review 6 december 2024
Tekst van het document
Hoe kijkt u naar de relevantie van deze aspecten in relatie tot de productielocatie.
M.e.r. is toegespitst op de waterwetvergunning en gevolgen van de waterwinning voor het milieu. M.e.r. rapport is vervolgens ook gebruikt voor het bestemmingsplan (milieueffecten).
Planproces Vraag 7 Toelichting BP/paragraaf 1.2 Locatiekeuze: er wordt in deze paragraaf ingegaan op de voorkeurslocatie voor de grondwaterwinning, maar niet op de productielocatie en de daarvoor onderzochte alternatieven. In de ladderonderbouwing (paragraaf 4.2.8) wordt hier eveneens niet op ingegaan. In paragraaf 3.1 wordt kort ingegaan op de zienswijze op de NRD en de quickscan locatiestudie als invulling daarvan. Verder in de toelichting wordt hier niet verder op ingegaan. De Quickscan Locatiestudie uit 2020 is niet toegevoegd als bijlage bij het OWBP, maar is wel relatief uitgebreid verwerkt in de MER. 7.1 Hebben omwonenden deze quickscan kunnen inzien of hebben ze alleen kennis kunnen nemen van paragraaf 3.5.1 van de MER notitie. De Quickscan locatieonderzoek is niet met bewoners gedeeld. Wel in de begeleidingscommissie gedeeld en besproken en daarmee o.a. met het plaatselijk belang. Het productiegebouw is in het proces niet echt een discussiepunt geweest. Dit kwam pas toen bekend werd dat de bouwhoogte in het VOBP onvoldoende was. 7.2 Is de locatiekeuze in de bijeenkomsten met de omwonenden nader toegelicht? En hoe is hierop gereageerd door omwonenden. De quickscan is in de begeleidingscommissie besproken, maar verder niet direct met omwonenden gedeeld. De resultaten zijn wel in het MER opgenomen.
Vraag 8 8.1 Op welke versie van het bestemmingsplan heeft de Provincie Fryslân gereageerd in het kader van wettelijk vooroverleg? Gelet op de datum van de VO reactie (19 juli 2022) in bijlage 12 bij de toelichting is dit het voorontwerpbestemmingsplan geweest dat vanaf 9 juli 2022 voor 6 weken ter visie lag. Dit VOBP ging uit van een maximale bouwhoogte van 12 meter en kleiner bouwvlak. Provincie heeft beide versie ingezien, maar heeft niet gereageerd op ontwerpbestemmingsplan. 8.2 Leidt het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan tot nieuwe inzichten bij de provincie? (vraag specifiek voor provincie) 8.3 Bij het provinciale beleid is niet specifiek getoetst aan provinciale instructieregels. Er wordt wel ingegaan op instructieregels inzake waterwinning, maar niet op instructieregels die relevant zijn voor het productiegebouw zoals artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit en artikel 2.3.1 Zorgvuldig ruimtegebruik (zie hieronder in cursief). Om welke reden is deze toetsing achterwege gelaten? 2.1.1 Ruimtelijke kwaliteit 1.
De plantoelichting van een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk omvat een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: a.
het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen;
b.
in
het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven de Structuurvisie Grutsk op Romte. 'e
Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op landelijk gebied stelt nodig regels die ertoe strekken datde landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten als bedoeld het eerste lid, sub herkenbaar blijven.
3.
Een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied dient
zo
2.
C.
d.
een zorgvuldige inpassing van:
een uitbreidingslocatie; nieuwe infrastructuur of aanpassing van infrastructuur; een nieuwe recreatieve voorziening of uitbreiding van een recreatieve voorziening; agrarische bedrijven, inclusief glastuinbouwbedrijven; overige nieuwe of uitbreiding van bestaande, dan niet aan het landelijk gebied gebonden functies, binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals bedoeld het eerste lid, sub
al
e.
b,
in
b.
in
te
a.
voorzien
b.
in
2.3.1 Zorgvuldig ruimtegebruik
in
De toelichting bij een ruimtelijk plan dat voorziet een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied bevat een verantwoording waaruit blijkt dat toepassing gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.
is
in
hydroloog, navragen wie
is
Vraag voorleggen aan team Romte van provincie. bestemmingsplan destijds heeft beoordeeld bij provincie.
in
is
Vraag 9 Uit het stuk "motivering bouwhoogte" (bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt dat Vitens sinds 2017 voor dit procesdeel een functionele en technische standaard heeft ontwikkeld. De reactor voor dit proces heeft een totale hoogte van 14 meter. Er totaal circa 4 meter nog voor bouwkundige constructies en 2 meter werkhoogte voor onderhoud dus 20 totaal.
in
In
is
de conclusie staat minimaal 17,5, maar vanwege onzekerheden door lage ligging en eventuele maatregelen tegen overstroming 20 meter wenselijk.
in
al
in
in al
Was 2017 dan niet bekend dat een bouwhoogte van 20 meter Luxwoude noodzakelijk was en had dit niet het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt moeten worden? destijds verrast door de benodigde extra hoogte voor het productiegebouw.
is
Gemeente Opsterland
is
hoe dit bij Vitens intern
Voorleggen/vragen aan technische afdeling van Vitens.
gegaan tussen projectleider en
in
ervoor gekozen geen aanpassing van of aanvulling op het m.e.r. rapport te maken?
is
Waarom
is is
is
Vraag 10 Het milieueffect rapport van 2 maart 2022 gebaseerd op het plan zoals vervat het voorontwerpbestemmingsplan. Het rapport niet aangepast op de planaanpassingen in het OWBP zoals de bouwhoogte.
Voorleggen aan Vitens
in
Vraag 14 Welke partijen hebben zitting gehad
de begeleidingscommissie en wat was hun rol?
•
Gemeente Opsterland: Provincie
en
•
Vitens
•
Onafhankelijke voorzitter
•
SBB
•
PB Luxwoude PB Langezwaag
LTO
•
Lokale agrariers (2) Waterschap (wetterskip Fryslân)
•
is
Vraag 15 Zijn alle inwoners inderdaad regelmatig per brief geïnformeerd? Door appelanten wordt aangegeven dat dit niet het geval geweest. De gemeentelijke reactienota geeft aan dat Vitens voor de nieuwsbrief steeds opnieuw adressen moest selecteren en dat hier kleine verschillen kunnen
in
zitten.
is
Klopt dit? Kunt u een beeld schetsen hoe dit
gegaan?
is
In
is
Vitens vrij groot begonnen. heel vroeg stadium een groot gebied (2017) geïnformeerd door Vitens over winnings- en productielocatie. Later invloedsgebied van de winning teruggebracht en
is
daarmee ook het gebied dat actief geïnformeerd is. Mensen hebben we de mogelijkheid gehad de stand van zake te volgen via de website van Vitens en via publicaties van de gemeente (VOBP en OWBP).
is
in
er
is
Vraag 16 Belangrijk kritiekpunt van omwonenden en raadsleden dat het planproces steeds gesproken over een winningslocatie en pas september 2022 over winnings- en productielocatie en dat er vervolgens het ontwerpbestemmingsplan ook nog eens een veel hogere bouwhoogte aan de orde is. De Gemeente verwijst haar reactienota terecht naar VOBP van 9 juli 2022 waarin de productielocatie opgenomen. Een aantal fracties de gemeenteraad (vergadering 27 mei 2024) suggereren toepassing van de salamimethode.
in
in
in
in
is
in
16.1 Wanneer
het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om
in
ook de drinkwaterproductie
Luxwoude te huisvesten?
is
Omwonenden zijn van begin af aan meegenomen. Zie ook nieuwsbrieven van Vitens. De waterwinning heeft als thema echter veel meer centraal gestaan. De productie-installatie op de winningslocatie altijd als een vanzelfsprekendheid beschouwd.
in
16.2 Wanneer
het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de
bouwhoogte en positionering van het bouwvlak aan te passen?
in
is
Extra hoogte en groter bouwvlak kwam voor het eerst naar voren vlak voor ter inzage legging OWBP. Daarna dit een bijeenkomst besproken met bewoners, vlak voor ter visie legging OWBP.
is
in
16.3 Wanneer het proces de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om ook de drinkwaterproductie Luxwoude huisvesten? Hoe hierop gereageerd?
is
te
in
Zoals eerder gezegd is drinkwaterwinning en – productie op dezelfde locatie altijd als een vanzelfsprekendheid beschouwd. De gemeenteraad is over het productiegebouw niet apart/afzonderlink geïnformeerd (gewoon voorafgaand aan de raadsvergadering, zoals dat regulier gaat). Vitens heeft naar mening van de gemeente niets met opzet verzwegen. Ze handelen vanuit het maatschappelijk belang van op een verantwoorde manier voldoende en schoondrinkwater leveren nu en in de toekomst. Wel spelen bedrijfseconomische afwegingen (koste efficiëntie) daarbij een belangrijke rol. 16.4 Wanneer in het proces is de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de bouwhoogte (naar 20 m) en positionering van het bouwvlak aan te passen? Hoe is hierop gereageerd? In de vergadering van 27 mei 2024 wordt namelijk bijna unaniem aangegeven dat een hogere bouwhoogte dan 12 meter niet bespreekbaar is op deze locatie in het buitengebied van Luxwoude. Via de reguliere route. Wel is de raad door Vitens via een aparte besloten bijeenkomst geïnformeerd. De sfeer van deze bijeenkomst was heel kritisch.
Vraag 18 Van een afstand bezien bestond participeren bestond in voorliggend geval uit informeren. Dit is ook heel legitiem voor een dergelijke ontwikkeling. Is dit vooraf ook duidelijk kenbaar gemaakt naar omwonenden in het kader van verwachtingenmanagement, zo ja waar blijkt dit uit? In de bijeenkomsten en nieuwbrieven, maar ook in de begeleidingscommissie is altijd duidelijk gecommuniceerd dat Vitens een taakstelling geeft als het gaat om voorzien in voldoende drinkwater. Vitens is initiatiefnemer. Doel van de nieuwsbrieven, bijeenkomsten en begeleidingscommissie is informeren over de voortgang, goed luisteren naar stakeholders en waar mogelijk en nodig inbreng meenemen in de planvorming.
Ruimtelijke onderbouwing Vraag 19 Toelichting BP/paragraaf 2.3.2 Uitgangspunten: Hier wordt ingegaan op de bouwhoogte van 12 en 20 meter vanwege benodigde pelletbed- en onthardingsreactoren, dit is voorafgaand aan het OWBP bekend geworden. Een deel van de bebouwing 3000 m2 van de totaal 8000 m2 mag verhoogd worden van 12 naar 20 meter, maar moet passen binnen het inpassingsplan (voorwaardelijke verplichting). Verwezen wordt naar de nadere motivering van de bouwhoogte in bijlage 1 van de toelichting. In de tekst wordt een beetje gesuggereerd dat het hier gaat om een afwijkingsbevoegdheid waar BenW aan kan meewerken: “In de regels van dit plan is daarom bepaald dat in totaal 8.000 m2 aan gebouwen en overkappingen mag worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 12 m. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een hogere bouwhoogte van deze bebouwing tot maximaal 20 m voor ten hoogste 3.000 m2 aan gebouwen en overkappingen. Op deze wijze kan gemeente Opsterland toetsen of de hogere bouwdelen passen binnen het voor dit plan opgesteld landschappelijk inpassingsplan (zie Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de regels)”.
In paragraaf 7.2 waar wordt ingegaan op de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan wordt dit nog sterker geformuleerd: “In de bouwregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen te vergroten naar ten hoogste 20 m. Deze afwijkingsmogelijkheid is beperkt tot een oppervlakte van gebouwen van maximaal 3.000 m2. Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen omdat Vitens mogelijk gebruik zal maken van pelletbed- of onthardingsreactoren die een hoogte van het gebouw waarbinnen deze reactoren zullen worden gebouwd, van 20 m vereisen. Omdat de gemeente deze bouwhoogte bij voorkeur wil beperken tot het hoogst noodzakelijke, is de afwijkingsbevoegdheid beperkt tot de genoemde oppervlakte”.
Uit de regels van het bestemmingsplan blijkt dat dit geen afwijkingsbevoegdheid betreft, maar de bouwhoogte van 20 meter voor 3000 m2 recht is toegestaan. Wel geldt de voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing. In bovengenoemde alinea uit paragraaf 2.3.2 van de toelichting wordt aangegeven dat BenW kunnen toetsten of de hoge bebouwing past binnen het opgestelde landschapsplan. Uit de regels en landschapsplannen (bijlage 1 en 2 van de regels) blijkt echter dat dit al bekeken is. De voorwaardelijke verplichting gaat namelijk uit van uitvoering van de landschaps- en bosbeheermaatregelen conform de in bijlage 1 en 2 van de regels opgenomen landschapsplannen, als daaraan wordt voldaan kan het plan doorgaan (geen nadere afweging meer nodig dus). 19.1 Hoe is deze bepaling bedoeld geweest. Als afwijkingsbepaling of gericht op het mogelijk maken van 20 meter hoog over de volledige 3000 m2? Afwijking was niet bedoeling, want men wist dat het nodig was. Dat dit in de toelichting zo opgeschreven staat is waarschijnlijk een geval van miscommunicatie. 19.2 Was het richting de omgeving niet handiger geweest om na te gaan of die 20 meter hoogte echt nodig is en voor hoeveel m2, zodat dit vooraf getoetst kan worden op o.a. landschappelijke impact. Achteraf misschien wel, maar op dat moment was uitgangspunt voor het bestemmingsplan flexibiliteit en manoeuvreerruimte.
Dit is nog steeds wenselijk.
Vraag 20 Toelichting BP/Paragraaf 5.1.2 Landschappelijke inpassing: De opgenomen referentiebeelden zijn lijken niet allemaal even representatief. Enerzijds doordat ze niet tonen hoe een gebouw met een bouwhoogte van 12 tot 20 m over 8000 m2 waarvan 3000 m2 tot 20 meter zich in het landschap toont (het zijn close-up beelden). Anderzijds worden vraagtekens gezet bij de hoogte van de getoonde gebouwen op de referenties. Deze lijken geen 20 meter hoog te zijn. Inpassing en beeldkwaliteit is altijd beschouwd als oplosbaar en een kwestie van nadere uitwerking. Dit wil men niet vooraf dichtzetten, en met omgeving (klankbordgroep) vormgeven. 20.1 Kan de representativiteit van de referentiebeelden aangetoond worden? 20.2 Was het niet beter geweest om qua referentiebeelden meer nadruk te leggen op een vergelijkbare productielocatie, bijvoorbeeld zoals op blz 6 van het inspiratiedocument (Tull en ’t Waal) en een massastudie te tonen
Vraag 21 Het bestemmingsplan is niet gepaard gegaan met een beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf die juridisch verankerd is in de planregels. De toelichting gaat niet in op beeldkwaliteit en welstand. In Bijlage 1 regels – landschappelijke inpassing wordt wel ingegaan op de
vormgeving van de bebouwing, maar er zijn geen duidelijke criteria gesteld waaraan getoetst kan worden.
in
8:
De welstandnota (gebied buitengebied open landschap) voorziet verder niet criteria voor een specifiek productiegebouw als hier wordt gerealiseerd. Ons inziens was een BKP op zijn plaats geweest, om de bebouwing gelet op haar ligging het landschap qua positionering en materiaalgebruik zodanig te realiseren als voorgesteld het landschapsplan.
in
in
Hoe kijkt u hier tegenaan?
te
is
Een beeldkwaliteitsplan uitwerken en vaststellen een serieus overwegen optie. Dit vormt dan samen met het bestemmingsplan het ontwikkelkader voor de bebouwing.
Vraag 22 Toelichting BP/Paragraaf 4.2.8 Ladder voor duurzame verstedelijking:
in
Grondwaterwinning wordt de ladder onderbouwing op ingegaan. Het bronnenonderzoek Royal Haskoning wordt wel kort benoemd, maar niet bijgevoegd en een goede bronvermelding ontbreekt.
is
in
In
de ladderonderbouwing niet uitgebreid ingegaan op de locatiekeuze voor het productiegebouw Luxwoude. Gelet op de ligging het buitengebied moet gemotiveerd worden dat sprake van zuinig
is
in
in
en zorgvuldig ruimtegebruik. De vraag of deze specifieke ruimtevraag het stedelijk gebied kan worden opgelost wordt deze paragraaf niet beantwoord. de conclusie van de ladder wordt wel gesteld dat het gebouw niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, maar dit wordt niet nader onderbouwd.
In
in
de ladderonderbouwing geen duidelijke splitsing gemaakt moeten worden inzake de
in
er
Had
in
of
grondwaterwinning en grondwaterproductie, waarbij t.a.v. de productie meer aandacht uitgaat naar de locatie keuze en de vraag deze ruimtevraag stedelijk gebied kan worden opgelost? Vraag voorleggen aan Bugel Hajema.
Vraag 23 Toelichting BP/Paragraaf 4.4 gemeentelijk beleid: In
Een toets aan het gemeentelijke landschapsbeleid wordt gemist.
de toelichting op het BP
dit
Is
buitengebied wordt het "landschapsbeleidsplan" en "cultuurhistorisch onderzoek" benoemd. nog actueel, hieraan getoetst?
is
is
Dit wel actueel beleid, maar geeft niet veel houvast voor deze specifieke situatie. Beleid geeft input
is
voor ontstaansgeschiedenis en kenmerken van het landschao. Het betreffende bosgebiedje eigenlijk niet passend dit landschap (gebiedsvreemd). SBB wilde daarom wel vanaf. Vitens wilde vanwege maatschappelijke discussie juist niet op landbouwgronden bouwen.
er
in
vooral geredeneerd vanaf A7.
is
In
landschapsplan
In
paragraaf 5.1 en bijlage 1 van de regels wordt wel op de uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing ingegaan. Waar zijn deze uitgangspunten op gebaseerd?
Vraag voor
Verslag interview
gemeente Opsterland
4 oktober 2024
Algemeen
is
als adviseur water vanaf het begin betrokken geweest als het gaat de beoordeling van de effecten van de winning op het grondwater en effect voor de landbouw. Hij ondersteund projectleider zit namens de gemeente Opsterland de begeleidingscommissie.
in
is
Hierna het gespreksverslag naar aanleiding van de standaard vragenlijst (zie bijlage 2 bij het eindrapport) opgemaakt. Opgemerkt wordt dat niet alle vragen kon beantwoorden, omdat hij niet/niet actief betrokken was het betreffende procesdeel. Deze vragen zijn daarom
in
weggelaten.
Locatiekeuze productielocatie
in
is
in
te is
Vraag 1 Toelichting BP/paragraaf 3.1 Proces tot nu toe: Deze beschrijving van het proces suggereert dat Luxwoude altijd de voorkeur heeft genoten voor de productielocatie. N.a.v. de NRD heeft de gemeente Opsterland vanwege de mogelijke landschappelijke gevolgen een zienswijze ingediend en gevraagd om alternatieven bekijken. Dit gebeurd de quickscan van Royal Haskoning uit 2020, die opdracht van Vitens uitgevoerd.
in
In
hoeverre was Luxwoude uw ogen de voorkeurslocatie en hoe serieus zijn de alternatieven IBF Heerenveen en bedrijventerrein Gorredijk onderzocht met de gemeente Opsterland en gemeente Heerenveen?
is
Van begin afaan de combinatie drinkwaterwinning en -productie op de locatie Luxwoude het uitgangspunt geweest. Dit ook altijd de voorkeur van Vitens geweest. Vanwege voorbeeld Nij Beets waar de winning- en productie zich niet op dezelfde locatie bevinden door gemeente gevraagd om te kijken naar eventuele alternatieven. Op basis hiervan door Royal HaskoningDHV een quickscan uitgevoerd.
is
is
is
Uit de Quickscan locatieonderzoek
is
uiteindelijk gebleken dat Luxwoude naast winning ook voor de drinkwaterproductie de meest logische plek De gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) het hier mee
is
is.
eens.
dit alternatieven onderzoek?
in
Welke rol hadden gemeente Opsterland en Vitens
in
Een toetsende rol. Aanvrager bepaald en motiveert waarom ze iets wil. was hier gelet op zijn functie minder bij betrokken en heeft dit vanaf de zijlijn gevolgd via de begeleidingscommissie. Doordat de gemeente ook zitting had de begeidingscommissie, kon via deze weg ook worden meegedacht het proces om tot waterwinning en productie komen.
Quickscan locatiekeuze Royal Haskoning oktober 2020:
te
in
Vraag 2
in
In
in
2.1 hoeverre zijn de landschappelijke waarden de quickscan als toetsingscriterium meegenomen de afweging voor een locatiekeuze? De landschappelijke gevolgen was namelijk het belangrijkste inhoudelijke punt van de zienswijze van de gemeente Opsterland op de NRD.
hier waarschijnlijk niet heel specifiek naar gekeken vanuit de gemeente.
is
Vanwege de toetsende rol Vraag voorleggen aan
en de quickscan (zie paragraaf 1.4 criteria)?
in
2.2 Waarom zijn alleen criteria van Vitens meegewogen Zie voorgaande antwoord
in
2.3 Welke rol hebben Royal Haskoning/ Bügel Hajema en de gemeente Opsterland gehad het formuleren van de uitgangspunten voor de locatiequickscan en hoe zijn deze partijen betrokken bij het opstellen en/of beoordelen van de quickscan? Vraag voorleggen aan
In
Vraag 3 Quickscan locatiekeuze Royal Haskoning oktober 2020: de quickscan wordt ook gesproken over eventuele toekomstige uitbreiding. Er maximaal 7 ha grondoppervlakte nodig voor de productielocatie. Hierin voorzien een eventuele uitbreiding. Voor de Luxwoude dit geen probleem. hoeverre dit een belemmering bij locaties Gorredijk en Heerenveen.
is
is in
al
is is
In
is
Gorredijk wel besproken, maar nooit een serieuze opties geweest, omdat er geen plan lag en grond eigendom was. De benodigde 7 hectare was daar waarschijnlijk wel aanwezig.
in
Mogelijkheden op bedrijventerrein Heerenveen kent
niet
Vraag 5 Milieueffectrapport Sweco, maart 2022:
In
dit rapport wordt ook ingegaan op locatiekeuze, die lijkt aanvankelijk (in het begin van de notitie) volledig gebaseerd op geschiktheid als waterwinlocatie (o.b.v. hydrologisch onderzoek Royal Haskoning), geschiktheid voor infrastructuur en het feit dat de grond van SBB en er geen waardevolle agrarische gronden opgeofferd hoeven worden. 5.1
is
te
Er
lijkt aanvankelijk niet gekeken zijn naar de landschappelijke impact en andere de locatieopties voor het hoge productiegebouw op het IBF Heerenveen en het realiseren bedrijventerrein bij Gorredijk. Klopt dit?
te
te
in
in
het rapport paragraaf 3.5.1. wordt wel ingegaan op de locatiealternatieven voor de productielocatie en de quickscan van Royal Haskoning uit 2020. Dit wordt uitgebreid en goed weergegeven. Wel wordt onder het kopje 'voorkeurslocatie' de aanname gemaakt dat de locatie Heerenveen een extra proces met stakeholders vraagt met mogelijk vertraging tot gevolg. Waar deze aanname op gebaseerd. hoeverre dit onderzocht met de gemeente Heerenveen. Welke acties zijn hiervoor ondernomen. 5.2 Later
in is
is
In
Bij het M.e.r. lag focus logischerwijs heel erg op de waterwinning en de gevolgen daarvan. Het productiegebouw was hierin onderschikt en een logisch gevolg van drinkwaterwinning. Landschappelijke inpassing leek na nadere uitwerking goed haalbaar en geen discussiepunt.
Bebouwing valt weg in de bossen en zie je dus niet of nauwelijks. Vitens heeft altijd referentiebeelden getoond van gebouwen die netjes ingepast zijn in het landschap.
Vraag 6 In zowel het MER Rapport van Sweco als de quickscan locatiekeuze van Royal Haskoning zijn een aantal milieu- en omgevingsaspecten t.a.v. de productielocatie niet voor alle locaties bekeken namelijk: • • • • • •
•
Geluid (industrielawaai productielocatie, waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant) Verkeersbewegingen en ontsluiting aanleg- en gebruiksfase productielocatie Luchtkwaliteit: wat zijn de effecten in en extern Geur (waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant) Lichthinder/horizonvervuiling Cultuurhistorie/landschappelijke waarden). Dit is des te relevanter geworden naarmate de omvang en hoogte bebouwing groter is geworden. De nadere onderbouwing van de bouwhoogte van november 2022 gaat hier uiteindelijk wel op in, maar dit had ons inziens in de MER verwerkt moeten worden. Ruimtelijke en landschappelijke impact van een leidingtracé. Welke effecten heeft dit op de omgeving. Liggen deze volledig onder de grond of zijn er ook er bovengrondse bouwwerken?
Hoe kijkt u naar de relevantie van deze aspecten in relatie tot de productielocatie. Doel van de quickscan was niet alle locaties tot in detail te onderzoeken. Doel was onderzoeken of er een beter alternatief was dan Luxwoude. Het idee was dat als het in Luxwoude past, dan past het qua milieuaspecten ook op de andere locaties.
Planproces Vraag 7 Toelichting BP/paragraaf 1.2 Locatiekeuze: er wordt in deze paragraaf ingegaan op de voorkeurslocatie voor de grondwaterwinning, maar niet op de productielocatie en de daarvoor onderzochte alternatieven. In de ladderonderbouwing (paragraaf 4.2.8) wordt hier eveneens niet op ingegaan. In paragraaf 3.1 wordt kort ingegaan op de zienswijze op de NRD en de quickscan locatiestudie als invulling daarvan. Verder in de toelichting wordt hier niet verder op ingegaan. De Quickscan Locatiestudie uit 2020 is niet toegevoegd als bijlage bij het OWBP, maar is wel relatief uitgebreid verwerkt in de MER. 7.1 Hebben omwonenden deze quickscan kunnen inzien of hebben ze alleen kennis kunnen nemen van paragraaf 3.5.1 van de MER notitie. Er zijn wel referentiebeelden gemaakt van zicht op de snelweg + massastudie. Zie website Vitens. 7.2 Is de locatiekeuze in de bijeenkomsten met de omwonenden nader toegelicht? En hoe is hierop gereageerd door omwonenden. Dit is wel gebeurt, maar nadruk lag altijd op de winning en gevolgen daarvan.
in
is
Er
Vraag 9 Uit het stuk "motivering bouwhoogte" (bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt dat Vitens sinds 2017 voor dit procesdeel een functionele en technische standaard heeft ontwikkeld. De reactor voor dit proces heeft een totale hoogte van 14 meter. totaal circa 4 meter nog voor bouwkundige constructies en 2 meter werkhoogte voor onderhoud dus 20 totaal.
in
In
de conclusie staat minimaal 17,5, maar vanwege onzekerheden door lage ligging en eventuele maatregelen tegen overstroming 20 meter wenselijk.
is
in
al
in
2017 dan niet bekend dat een bouwhoogte van 20 meter Luxwoude noodzakelijk was en had dit niet het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt moeten worden?
Was
in al
er
Extra hoogte was voor gemeente een verrassing. Dit was ook zo voor (omgevingsmanager Vitens). Technische afdeling die met de ontwikkeling van het zuiveringsproces bezig was, kwam gaandeweg het BP proces met de mededeling dat meer hoogte nodig was. BP daarom aangepast.
in
Vraag 14 Welke partijen hebben zitting gehad
de begeleidingscommissie en wat was hun rol?
begeleidingscommissie. Ging
in
zaten namens gemeente Opsterland
en
in
is
Er
bijna niet over het productiegebouw, maar vooral over gevolgen waterwinning voor waterpeilhoogtes, bodemdaling en de combinatie met de gaswinning. altijd wel beeld geweest dat productiegebouw zou komen Luxwoude. 12 meter hoog was geen discussiepunt. Dit werd pas een discussiepunt nadat het verhoogt werd.
in
er
is
Vraag 15 Zijn alle inwoners inderdaad regelmatig per brief geïnformeerd? Door appelanten wordt aangegeven dat dit niet het geval geweest. De gemeentelijke reactienota geeft aan dat Vitens voor de nieuwsbrief steeds opnieuw adressen moest selecteren en dat hier kleine verschillen kunnen zitten.
in
gegaan?
is
hier niet bij betrokken geweest.
is
Dit
is
Klopt dit? Kunt u een beeld schetsen hoe dit
waarschijnlijk gedaan op postcodegebied.
Vraag 16
is
in
is
Belangrijk kritiekpunt van omwonenden en raadsleden dat er het planproces steeds gesproken over een winningslocatie en pas september 2022 over winnings- en productielocatie en dat er vervolgens het ontwerpbestemmingsplan ook nog eens een veel hogere bouwhoogte aan de orde is. De Gemeente verwijst haar reactienota terecht naar VOBP van 9 juli 2022 waarin de productielocatie opgenomen. Een aantal fracties de gemeenteraad (vergadering 27 mei 2024) suggereren toepassing van de salamimethode.
in
in
in
in
is
in
te
in
het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om Luxwoude huisvesten?
16.1 Wanneer
ook de drinkwaterproductie
is
is
Van begin af aan duidelijk geweest dat het productiegebouw erbij zou horen. Wel n.a.v. situatie Nij Beets gevraagd om onderzoek met een quickscan of betere alternatieven voorhanden lagen die het onderzoeken waar waren. Dit bleek niet het geval.
er
te
in
in
16.2 Wanneer het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de bouwhoogte en positionering van het bouwvlak aan te passen?
in
in
Waarschijnlijk kort na mededeling de begeleidingscommissie bekend (verslagen begeleidingscommissie opvragen en nazien)
2023. Exact heeft
dit niet
is
in
16.3 Wanneer het proces de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om ook de drinkwaterproductie Luxwoude te huisvesten? Hoe hierop gereageerd?
is
in
Van begin af aan (zie voorgaand antwoord)
is
in
16.4 Wanneer het proces de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de bouwhoogte (naar 20 m) en positionering van het bouwvlak aan passen? Hoe hierop
is
te
In
in in
Weet niet precies, drinkwaterwinning eerder
in
is
gereageerd? de vergadering van 27 mei 2024 wordt namelijk bijna unaniem aangegeven dat een hogere bouwhoogte dan 12 meter niet bespreekbaar op deze locatie het buitengebied van Luxwoude. deze fase minder betrokken geweest, omdat zijn expertise inzake de
het proces aan de orde was.
is
in
Vraag 18 Van een afstand bezien bestond participeren bestond voorliggend geval uit informeren. Dit ook heel legitiem voor een dergelijke ontwikkeling. dit vooraf ook duidelijk kenbaar gemaakt naar omwonenden het kader van verwachtingenmanagement, zo waar blijkt dit uit?
Is
ja
in
is is
is
het altijd heel duidelijk gemaakt dat Vitens initiatiefnemer en de omgeving informeert over haar plannen en de voortgang daarvan. Via Plaatselijk Belang het weer naar de achterban teruggekoppeld. Proces liep heel goed tot het punt dat de bouwhoogte omhoog ging. Volgens
Verslag interview
gemeente Opsterland
4 oktober 2024
Algemeen
is
als stedenbouwkundige van Bügel Hajema destijds betrokken geweest bij het opstellen van het landschappelijke inpassingsplan. Vanaf de zomer van 2024 wordt hij door de gemeente Opsterland ingehuurd als stedenbouwkundige.
Zoals uit het
stedenbouwkundige ondersteuning gemeente (in dienst van Bugel Hajema). Vanaf zomer 2024 bij gemeente Opsterland. Betrokken geweest landschappelijk Rol
weet er niet veel van. Oud projectleider gemeente en had supervisie op proces. Junior heeft geschreven. Huidige projectleider
werkt nu bij
Locatiekeuze productielocatie Vraag 6 In zowel het MER Rapport van Sweco als de quickscan locatiekeuze van Royal Haskoning zijn een aantal milieu- en omgevingsaspecten t.a.v. de productielocatie niet voor alle locaties bekeken namelijk: Geluid (industrielawaai productielocatie, waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant)
Verkeersbewegingen en ontsluiting aanleg- en gebruiksfase productielocatie
in
•
•
te
is
•
Luchtkwaliteit: wat zijn de effecten en extern Geur (waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant) Lichthinder/horizonvervuiling Cultuurhistorie/landschappelijke waarden). Dit des relevanter geworden naarmate de omvang en hoogte bebouwing groter geworden. De nadere onderbouwing van de bouwhoogte van november 2022 gaat hier uiteindelijk wel op in, maar dit had ons inziens de MER verwerkt moeten worden.
is
in
.
er
in
Hoe kijkt u naar de relevantie van deze aspecten
er
of
Ruimtelijke en landschappelijke impact van een leidingtracé. Welke effecten heeft dit op de omgeving. Liggen deze volledig onder de grond zijn ook bovengrondse bouwwerken? relatie tot de productielocatie.
het
in
Verhoogde bouwhoogte kwam als een verrassing. Andere locatie nooit een discussie geweest bestemmingsplan
Ruimtelijke onderbouwing Vraag 20 Toelichting BP/Paragraaf 5.1.2 Landschappelijke inpassing:
De opgenomen referentiebeelden zijn lijken niet allemaal even representatief. Enerzijds doordat ze niet tonen hoe een gebouw met een bouwhoogte van 12 tot 20 m over 8000 m2 waarvan 3000 m2 tot 20 meter zich in het landschap toont (het zijn close-up beelden). Anderzijds worden vraagtekens gezet bij de hoogte van de getoonde gebouwen op de referenties. Deze lijken geen 20 meter hoog te zijn. 20.1 Kan de representativiteit van de referentiebeelden aangetoond worden? Niet representatief voor de hoogte dit klopt, materiaal en kleurgebruik.
Vraag 21 Het bestemmingsplan is niet gepaard gegaan met een beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf die juridisch verankerd is in de planregels. De toelichting gaat niet in op beeldkwaliteit en welstand. In Bijlage 1 regels – landschappelijke inpassing wordt wel ingegaan op de vormgeving van de bebouwing, maar er zijn geen duidelijke criteria gesteld waaraan getoetst kan worden. De welstandnota (gebied 8: buitengebied open landschap) voorziet verder niet in criteria voor een specifiek productiegebouw als hier wordt gerealiseerd. Ons inziens was een BKP op zijn plaats geweest, om de bebouwing gelet op haar ligging in het landschap qua positionering en materiaalgebruik zodanig te realiseren als voorgesteld in het landschapsplan. Er is geen beeldkwaliteitsplan gemaakt om ontwerpvrijheid te houden.
Vraag 23 Toelichting BP/Paragraaf 4.4 gemeentelijk beleid: Een toets aan het gemeentelijke landschapsbeleid wordt gemist. In de toelichting op het BP buitengebied wordt het “landschapsbeleidsplan” en “cultuurhistorisch onderzoek” benoemd. Is dit nog actueel, is hieraan getoetst? Er is niet aan het landschapsbeleidsplan en cultuurhistorisch onderzoek getoetst, wel aan algemene landschappelijke kenmerken van dit landschap.
Verslag interview
(Vitens)
en
15 oktober 2024
Algemeen
omgevingsmanager en projectmanager nieuwe winningen bij Vitens.
is
gaat (ook omgevingsmanager) neemt de werkzaamheden
binnenkort met pensioen. van over.
in
geeft aan dat Vitens 2018 voor het eerst naar buiten heeft gecommuniceerd over de drinkwaterwinning en -productie Luxwoude. dit forse project hebben veel processen parallel gelopen, zowel grondverwerving, waterwetvergunning, M.e.r-procedure en bestemmingsplanprocedure. Dit de voornaamste reden dat de benodigde bouwhoogte pas laat het proces goed duidelijk werd.
In
in
in
is
is
benadrukt de positie van Vitens als semi-overheid. Het een belangrijk orgaan op basis van de Waterwet dat zorg moet dragen voor voldoende en schoon drinkwater.
is
Vitens trots op het gevoerde participatieproces. merkt op dat hij zich altijd benaderbaar heeft opgesteld. Zijn naam en contactgegeven stonden ook onder de nieuwsbrieven. Toch nooit gebeld door raadsleden of bewoners.
is
of
is
in
Ten slot merkt op dat Vitens aan het onderzoek een lagere bouwhoogte dan 20 meter technisch haalbaar is. Hier wil Vitens t.z.t. graag met de gemeente over gesprek.
is
het gespreksverslag naar aanleiding van de standaard vragenlijst (zie bijlage 2 bij het eindrapport) opgemaakt. Opgemerkt wordt dat en niet alle vragen konden beantwoorden, omdat ze niet/niet actief betrokken was het betreffende procesdeel. Deze vragen zijn daarom weggelaten. Hierna
in
Locatiekeuze productielocatie
in
is
in
te is
Vraag 1 Toelichting BP/paragraaf 3.1 Proces tot nu toe: Deze beschrijving van het proces suggereert dat Luxwoude altijd de voorkeur heeft genoten voor de productielocatie. N.a.v. de NRD heeft de gemeente Opsterland vanwege de mogelijke landschappelijke gevolgen een zienswijze ingediend en gevraagd om alternatieven bekijken. Dit gebeurd de quickscan van Royal Haskoning uit 2020, die opdracht van Vitens uitgevoerd.
in
In
hoeverre was Luxwoude uw ogen de voorkeurslocatie en hoe serieus zijn de alternatieven IBF Heerenveen en bedrijventerrein Gorredijk onderzocht met de gemeente Opsterland en gemeente Heerenveen?
in
is
is
in In
is
Luxwoude altijd beeld geweest als winnings- en productielocatie. Zie ook de presentatie die 2018 gegegeven. 2017 de gemeenteraad via een brief geinformeerd. Water winnen en produceren hoort bij elkaar. Het voorbeeld van Nij Beets geen goed voorbeeld, om Luxwoude mee te vergelijken. De productielocatie/productiecapaciteit was daar al van een andere bron beschikbaar, omdat er was afgeschaald vanwege verzilting.
is
is
in
Welke rol hadden gemeente Opsterland en Vitens
dit alternatieven onderzoek?
is
Er
De quickscan was geen uitbreidt onderzoek naar de landschappelijke en milieugevolgen. Het onderzoek had tot doel bevestigen of de koers Vitens juist was voor Luxwoude of dat er een beter alternatief voorhanden lag dat het onderzoeken waard was. toen gekeken met 'bril' van toen.
al
Voor Heerenveen goldt dat het Bedrijventerrein IBF vol was. Daarom moest worden uitwijken naar opties op het nieuwe bedrijventerrein Llaverblad NO. Hier was geen concrete locatie voor handen, en was het realiseren van een productie-installatie voor drinkwater qua bouwmogelijkheden niet mogelijk. Er was een nieuw omgevingsproces nodig (bij de gemeente Heerenveen gesproken met en
uitvoerig
in
is
Het alternatievenonderzoek
de begeleidingscommissies aan bod gekomen.
Vraag 2 Quickscan locatiekeuze Royal Haskoning oktober 2020:
in
In
in
2.1 hoeverre zijn de landschappelijke waarden de quickscan als toetsingscriterium meegenomen de afweging voor een locatiekeuze? De landschappelijke gevolgen was namelijk het belangrijkste inhoudelijke punt van de zienswijze van de gemeente Opsterland op de NRD.
is
in
Landschappelijke inpassing werd als goed oplosbaar beoordeeld en daarom niet heeluitgebreid naar gekeken de quickscan. Aandacht lag met name op landbouwkundige gevolgen van extra
infrastructuur als gevolg van productie op andere plek (tijdelijke verstoringen, zakelijke rechten regelen, compenseren derving inkomsten agrariërs, dit zou een erg forse ingreep zijn). vaag.
In
te
Voor Gorredijk en Heerenveen waren de locaties niet heel concreet uitgewerkt worden.
de Quickscan konden de effecten daarom
het proces (parallelisatie).
in
2.2 Waarom zijn alleen criteria van Vitens meegewogen
in
te
Vitens heeft vrijwillig vroegtijdig een M.E.R. uitgevoerd om tijd winnen Het M.E.R. was gericht op vergunningsprocedure voor waterwinning.
de quickscan (zie paragraaf 1.4 criteria)?
in
Criteria zijn samenspraak met de begeleidingscommissie opgesteld, maar wel vooral vanuit oogpunt van drinkwatervoorziening. Vitens wilde weten of Luxwoude juiste keuze was voor het productiegebouw.
in
2.3 Welke rol hebben Royal Haskoning/ BügelHajema en de gemeente Opsterland gehad het formuleren van de uitgangspunten voor de locatiequickscan en hoe zijn deze partijen betrokken bij het opstellen en/of beoordelen van de quickscan?
in
Criteria zijn samenspraak met de begeleidingscommissie opgesteld. De genoemde partijen waren daarin vertegenwoordigd.
In
Vraag 3 Quickscan locatiekeuze Royal Haskoning oktober 2020: de quickscan wordt ook gesproken over eventuele toekomstige uitbreiding. Er maximaal 7 ha grondoppervlakte nodig voor de productielocatie. Hierin voorzien een eventuele uitbreiding. Voor de Luxwoude dit geen probleem. hoeverre dit een belemmering bij locaties Gorredijk en Heerenveen.
is
is in
al
is is
In
Is inmiddels achterhaald anno 2024
Vraag 4: Quickscan locatiekeuze Royal Haskoning oktober 2020: In de quickscan mist t.a.v. het productiegebouw een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking en artikel 2.3.1 zorgvuldig ruimtegebruik van de omgevingsverordening 2014. Wat is de reden dat deze toetsing niet is meegenomen? Vraag stellen aan gemeente en Royal HaskoningDHV.
Vraag 5 Milieueffectrapport Sweco, maart 2022: 5.1 In dit rapport wordt ook ingegaan op locatiekeuze, die lijkt aanvankelijk (in het begin van de notitie) volledig gebaseerd op geschiktheid als waterwinlocatie (o.b.v. hydrologisch onderzoek Royal Haskoning), geschiktheid voor infrastructuur en het feit dat de grond van SBB is en er geen waardevolle agrarische gronden opgeofferd hoeven worden. Er lijkt aanvankelijk niet gekeken te zijn naar de landschappelijke impact en andere de locatieopties voor het hoge productiegebouw op het IBF te Heerenveen en het te realiseren bedrijventerrein bij Gorredijk. Klopt dit? Mer plicht kwam voor uit waterwinning. Zoals eerder aangegeven werd waterwinning en -productie als een bij elkaar horend geheel gezien. 5.2 Later in het rapport in paragraaf 3.5.1. wordt wel ingegaan op de locatiealternatieven voor de productielocatie en de quickscan van Royal Haskoning uit 2020. Dit wordt uitgebreid en goed weergegeven. Wel wordt onder het kopje ‘voorkeurslocatie’ de aanname gemaakt dat de locatie in Heerenveen een extra proces met stakeholders vraagt met mogelijk vertraging tot gevolg. Waar is deze aanname op gebaseerd. In hoeverre is dit onderzocht met de gemeente Heerenveen. Welke acties zijn hiervoor ondernomen. Is al eerder toegelicht, gemeente Heerenveen heeft dit aangegeven.
Ze hadden een zwaar gebiedsproces gehad in het planvormingsproces voor bedrijventerrein Klavenblad NO.
Vraag 6 In zowel het MER Rapport van Sweco als de quickscan locatiekeuze van Royal Haskoning zijn een aantal milieu- en omgevingsaspecten t.a.v. de productielocatie niet voor alle locaties bekeken namelijk: • • • • • •
Geluid (industrielawaai productielocatie, waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant) Verkeersbewegingen en ontsluiting aanleg- en gebruiksfase productielocatie Luchtkwaliteit: wat zijn de effecten in en extern Geur (waarschijnlijk op iedere locatie geen probleem, maar wel relevant) Lichthinder/horizonvervuiling Cultuurhistorie/landschappelijke waarden). Dit is des te relevanter geworden naarmate de omvang en hoogte bebouwing groter is geworden. De nadere onderbouwing van de bouwhoogte van november 2022 gaat hier uiteindelijk wel op in, maar dit had ons inziens in de MER verwerkt moeten worden.
relatie tot de productielocatie.
in
Hoe kijkt u naar de relevantie van deze aspecten
er
of
Ruimtelijke en landschappelijke impact van een leidingtracé. Welke effecten heeft dit op de omgeving. Liggen deze volledig onder de grond zijn ook er bovengrondse bouwwerken?
In
Zie eerder gegeven antwoord. 2020 kon slecht op hoofdlijnen een quickscan gemaakt worden. De locatie Luxwoude was concreet, maar Heerenveen en Gorredijk niet. Doel van de quickscan was
in
al
zoals de naam zegt op hoofdlijnen onderzoeken of Luxwoude de juiste koers was of dat er een aantrekkelijk alternatief voorhanden lag dat nader onderzoek verdiende. Verder was door parallellisatie de proces het ontwerp voor de zuiveringsinstallatie nog niet klaar.
in
Planproces
in
Vraag 7 Toelichting BP/paragraaf 1.2 Locatiekeuze: er wordt deze paragraaf ingegaan op de voorkeurslocatie voor de grondwaterwinning, maar niet op de productielocatie en de daarvoor onderzochte alternatieven.
In
In
de ladderonderbouwing (paragraaf 4.2.8) wordt hier eveneens niet op ingegaan. paragraaf 3.1 wordt kort ingegaan op de zienswijze op de NRD en de quickscan locatiestudie als invulling daarvan. Verder de toelichting wordt hier niet verder op ingegaan. De Quickscan Locatiestudie uit 2020 niet toegevoegd als bijlage bij het OWBP, maar wel relatief uitgebreid verwerkt de MER.
is
in
in
is
7.1 Hebben omwonenden deze quickscan kunnen inzien of hebben ze alleen kennis kunnen nemen van paragraaf 3.5.1 van de MER notitie.
is
in
is
De quickscan alleen begeleidingscommissie behandeld. De niet tijdens een informatieavond toegelicht. Vitens had als initiatiefnemer deze quickscan nodig om de afweging te maken.
hierop
is
in
Is
7.2 de locatiekeuze de bijeenkomsten met de omwonenden nader toegelicht? En hoe gereageerd door omwonenden
is
Nee, dit was een interne afweging bij Vitens. Naar buiten toe altijd gecommuniceerd (vanaf 2017) dat er een waterwinning en bijbehorende productielocatie Luxwoude komt.
in
in
is
Er
Vraag 9 Uit het stuk "motivering bouwhoogte” (bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt dat Vitens sinds 2017 voor dit procesdeel een functionele en technische standaard heeft ontwikkeld. De reactor voor dit proces heeft een totale hoogte van 14 meter. totaal circa 4 meter nog voor bouwkundige constructies en 2 meter werkhoogte voor onderhoud dus 20 totaal.
in
In
de conclusie staat minimaal 17,5, maar vanwege onzekerheden door lage ligging en eventuele maatregelen tegen overstroming 20 meter wenselijk.
is
in
al
in
2017 dan niet bekend dat een bouwhoogte van 20 meter Luxwoude noodzakelijk was en had dit niet al het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt moeten worden?
Was
in
In de quickscan
is
met de kennis van toen uitgegaan van een benodigde bouwhoogte. Deze was gebaseerd op vergelijkbare productielocaties van Vitens. was op dat moment niet op de hoogte van technisch eisen die zouden leiden tot een hogere installatie. De quickscan werd begeleid door de
is
er
planvormingsafdeling van Vitens en niet door de technische afdeling. Het was voor de afdeling planvorming geen item en daarom geen focus op gelegd. Hier wordt duidelijk dat de oorzaak vooral ligt parallelliseren van de processen. Dit parallelliseren wel wenselijk en noodzakelijk om de doorlooptijd van het proces verkorten.
is
te
Op andere locaties van Vitens was 10 m bouwhoogte wel voldoende (Bijv. Oldeholtpade). Voor Luxwoude was onthardingsproces vergelijkbaar ingeschat, maar dit bleek later toch anders te zijn.
te
in
geeft aan dat er het hele project heel veel criteria zijn om rekening mee houden. Dat gaat doorgaans goed, alleen hier qua benodigde bouwhoogte een onaangename verassing naar voren gekomen.
is
in
in
ervoor gekozen geen aanpassing van of aanvulling op het m.e.r. rapport te maken?
is
Waarom
gebaseerd op het plan zoals vervat het niet aangepast op de planaanpassingen het OWBP
is is
is
Vraag 10 Het milieueffect rapport van 2 maart 2022 voorontwerpbestemmingsplan. Het rapport zoals de bouwhoogte.
M.e.r. was bedoeld voor waterwinning en niet voor productiegebouw.
in
Vraag 11 Inzage vergaderstukken begeleidingscommissie waterwinning Luxwoude. Zijn locaties Gorredijk en Heerenveen ook meegenomen het participatieproces (Vergaderstukken worden verstrekt door Vitens, maar moeten eerst geanonimiseerd worden).
is
Er
geen participatieproces geweest met bewoners omtrent Gorredijk en Heerenveen.
de begeleidingscommissie en wat was hun rol?
in
Vraag 14 Welke partijen hebben zitting gehad
in
Voor partijen zie verslagen begeleidingscommissie. Rol was adviserend aan en meedenken met Vitens. Wel gecommuniceerd dat ze het proces zienswijzen konden indienen.
is
Vraag 15 Zijn alle inwoners inderdaad regelmatig per brief geïnformeerd? Door appelanten wordt aangegeven dat dit niet het geval geweest. De gemeentelijke reactienota geeft aan dat Vitens voor de nieuwsbrief steeds opnieuw adressen moest selecteren en dat hier kleine verschillen kunnen zitten.
in
is
Klopt dit? Kunt u een beeld schetsen hoe dit
gegaan?
Zie projectsite Vitens. Hier staan alle nieuwsbrieven en gegeven presentaties op.
is
In begin van het proces was er sprake van een groot zoekgebied voor de winning en een groot gebied geïnformeerd. Later dit invloedsgebied kleiner gemaakt, gebied waarin geïnformeerd ook
is
is
daarop aangepast.
Vraag 16
is
in
is
Belangrijk kritiekpunt van omwonenden en raadsleden dat er het planproces steeds gesproken over een winningslocatie en pas september 2022 over winnings- en productielocatie en dat er vervolgens het ontwerpbestemmingsplan ook nog eens een veel hogere bouwhoogte aan de orde is. De Gemeente verwijst haar reactienota terecht naar VOBP van 9 juli 2022 waarin de
in
in
in
de gemeenteraad (vergadering 27 mei 2024)
in
is
productielocatie opgenomen. Een aantal fracties suggereren toepassing van de salamimethode.
in
16.1 Wanneer het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om ook de drinkwaterproductie Luxwoude huisvesten?
te
in
al
in
Belangrijkste stakeholders zijn 2017 geïnformeerd over zowel winning als productie, zie ook brief van college BenW aan gemeenteraad (30 januari 2018). Februari 2018 het omgevingsproces gestart.
is
Er zijn een aantal inloopavonden georgabiseerd. Zie voor overzicht de projectensite Vitens. Tijdens de
is
is
bijeenkomsten via borden en posters aan de wand een beeld gegeven van de plannen. Hierbij het inrichtingsplan getoond.
ook
in
16.2 Wanneer het proces zijn omwonenden voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de bouwhoogte en positionering van het bouwvlak aan te passen?
is
Voor het eerst op 5 oktober 2023 heeft presentatie gegeven over de aanpassingen t.o.v. voorontwerp. Gemeenteraad geïnformeerd voor voorontwerpbestemmingsplan en voor ontwerpbestemmingsplan.
is
in
16.3 Wanneer het proces de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen om ook de drinkwaterproductie Luxwoude huisvesten? Hoe hierop gereageerd?
is
te
in
in
is
Gemeenteraad twee keer geïnformeerd voorafgaand VOBP mei 2022 en voorafgaand aan behandeling OWBP (6 mei 2024). Ook de nieuwsbrieven zijn aan de griffier verzonden om te delen. Over het voorontwerpbestemmingsplan zijn geen vragen gesteld inzake het productiegebouw. Bij de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan wel.
is
in
16.4 Wanneer het proces de gemeenteraad voor het eerst geïnformeerd over het voornemen de bouwhoogte (naar 20 m) en positionering van het bouwvlak aan te passen? Hoe hierop
is
In
gereageerd? de vergadering van 27 mei 2024 wordt namelijk bijna unaniem aangegeven dat een hogere bouwhoogte dan 12 meter niet bespreekbaar op deze locatie het buitengebied van Luxwoude.
in
is
Zie boven. Raadsvergadering 27 mei 2024 was geen verrassing meer.
Vraag 17 Nieuwsbrieven Vitens
In
de nieuwsbedrijf van juli 2021 wordt voor het eerst gesproken over waterwinning en productielocatie en een inloopavond daarover op 2 sept 2021: Welk schetsontwerp daar getoond en hoe dit met de bewoners besproken?
is
is
te
is
al Er
is
In
Klopt niet. 2017 en 2018 dit gepresenteerd. Postersessie zijn downloaden via projectensite. Posters hingen ook aan de wand. uiteindelijk ook massastudie gemaakt die een beeld geeft van de maximaal planologische invulling. Die geeft waarschijnlijk een wat verkeerd beeld, om werkelijkheid worden niet alle mogelijkheden van het BP volledig benut. Ze dienen voorflexibiliteit het ontwerpproces.
in
afgelast i.v.m. met corona.
is
De informatieavond op 2 sept 2021
•
Nieuwsbedrijf november opnieuw uitnodiging inloopavond 25 november 2022: Welk schetsontwerp is daar getoond?
•
Nieuwsbrief 30 november 2022 informeert o.a. over het VOBP dat afgelopen zomer ter visie heeft gelegen en dat er de nodigde aanpassingen nodig zijn om tot een OWBP te komen: Wat is er tussen deze nieuwsbrief en de volgende avond op 5 oktober gecommuniceerd?
Geen communicatie geweest •
Nieuwsbedrijf 15 sept 2023 nodig mensen uit voor informatieavond op 5 oktober 2023 en gaat o.a. over de BP procedure (OWBP is 28 september ter visie gegaan), maar gaat met name over thema waterwinning i.r.t. de woningen. In de uitnodiging wordt niets genoemd over de aangepaste plannen voor de bebouwing: In welke mate is dit besproken, welk ontwerp is getoond en wat was de rol van gemeente en Vitens die avond.
Gewijzigd ontwerp, bouwhoogte en bouwvlak aangepast. Foto’s van onthardingsketels en referentiebeelden.
Vraag 18 Van een afstand bezien bestond participeren bestond in voorliggend geval uit informeren. Dit is ook heel legitiem voor een dergelijke ontwikkeling. Is dit vooraf ook duidelijk kenbaar gemaakt naar omwonenden in het kader van verwachtingenmanagement, zo ja waar blijkt dit uit? Zie boven. Er komt nog een klankbordgroep over gebiedsinrichting en beeldkwaliteit.
Verslag interview
Bugel Hajema
24 oktober 2024
Algemeen
is
is
is
voormalig projectleider bij Bugel Hajema. op september 2023 bij de gemeente Smallingerland gaan werken. betrokken geweest tot de ter inzage legging van het OWBP.
in
is
Algemene beeld van dat Vitens een heel zorgvuldig omgevingsproces heeft gevoerd en goed overleg stond met de gemeente (via en Bugel Hajema (via
is
Verder van mening dat hier wellicht een beetje meespeelt dat de gemeente qua bestemmingsplan behoorlijk afhankelijk van een adviesbureau dat door de initiërende partij (in dit geval Vitens) wordt ingeschakeld. Hiermee krijg automatisch meer dat de initiatiefnemer invloed heeft/sturend hoe het bestemmingsplan bijvoorbeeld qua flexibiliteit wordt ingestoken. Dit overigens heel gebruikelijk en veel voorkomend.
is
je
is
in
is
is
het gespreksverslag naar aanleiding van de standaard vragenlijst (zie bijlage 2 bij het eindrapport) opgemaakt. Opgemerkt wordt dat Bugel Hajema niet alle vragen kon beantwoorden, omdat ze niet betrokken was het betreffende procesdeel. Deze vragen zijn daarom weggelaten. Hierna
in
Planproces
in
is
Er
Vraag 9 Uit het stuk "motivering bouwhoogte" (bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt dat Vitens sinds 2017 voor dit procesdeel een functionele en technische standaard heeft ontwikkeld. De reactor voor dit proces heeft een totale hoogte van 14 meter. totaal circa 4 meter nog voor bouwkundige constructies en 2 meter werkhoogte voor onderhoud dus 20 totaal.
in
is
In de conclusie staat minimaal 17,5, maar vanwege onzekerheden door lage ligging en eventuele maatregelen tegen overstroming 20 meter wenselijk.
in
al
in
2017 dan niet bekend dat een bouwhoogte van 20 meter Luxwoude noodzakelijk was en had dit niet het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt moeten worden?
Was
in al
Beeld dat
is
hierbij heeft dat (omgevingsmanager Vitens) echt een projectleider/omgevingsmanager en niet zozeer een techneut. Omdat Vitens snel meer drinkwater moet oppompen Friesland zijn processen geparallelliseerd (naast elkaar lopend) denk hierbij aan:
is
in
het zoeken en onderzoeken van de winningslocatie: bijbehorende onderzoeken en vergunning van de provincie de technische uitwerking van de productielocatie de bestemmingsplanprocedure
in
in
is
hierdoor pas vrij laat het proces ingelicht het feit dat de bouwhoogte het VOBP onvoldoende was. De technische uitwerking van het zuiveringsproces heeft vrij lang geduurd, omdat hiervoor specifiek naar de plek gekeken moet worden.
Daarnaast is altijd de insteek geweest om het planologisch kader flexibel te houden, zodat Vitens nog manoeuvreerruimte heeft in het plaatsen van de productie-installatie en het leggen van de leidingen. Verder wordt door zowel Vitens, gemeente en Bugel Hajema de landschappelijke inpassing van een productiegebouw van 13 meter en later 20 meter hoog goed inpasbaar geacht op de locatie gelet op de ligging in het bos. In de landschappelijke inpassing (bijlage bestemmingsplan) wordt hier ook aandacht aan besteed. Wel is dit nog een punt van verdere uitwerking. Dit wil Vitens samen met de omgeving doen (klankbordgroep).
Ruimtelijke onderbouwing Vraag 19 Toelichting BP/paragraaf 2.3.2 Uitgangspunten: Hier wordt ingegaan op de bouwhoogte van 12 en 20 meter vanwege benodigde pelletbed- en onthardingsreactoren, dit is voorafgaand aan het OWBP bekend geworden. Een deel van de bebouwing 3000 m2 van de totaal 8000 m2 mag verhoogd worden van 12 naar 20 meter, maar moet passen binnen het inpassingsplan (voorwaardelijke verplichting). Verwezen wordt naar de nadere motivering van de bouwhoogte in bijlage 1 van de toelichting. In de tekst wordt een beetje gesuggereerd dat het hier gaat om een afwijkingsbevoegdheid waar BenW aan kan meewerken: “In de regels van dit plan is daarom bepaald dat in totaal 8.000 m2 aan gebouwen en overkappingen mag worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 12 m. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een hogere bouwhoogte van deze bebouwing tot maximaal 20 m voor ten hoogste 3.000 m2 aan gebouwen en overkappingen. Op deze wijze kan gemeente Opsterland toetsen of de hogere bouwdelen passen binnen het voor dit plan opgesteld landschappelijk inpassingsplan (zie Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de regels)”.
In paragraaf 7.2 waar wordt ingegaan op de aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan wordt dit nog sterker geformuleerd: “In de bouwregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen te vergroten naar ten hoogste 20 m. Deze afwijkingsmogelijkheid is beperkt tot een oppervlakte van gebouwen van maximaal 3.000 m2. Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen omdat Vitens mogelijk gebruik zal maken van pelletbed- of onthardingsreactoren die een hoogte van het gebouw waarbinnen deze reactoren zullen worden gebouwd, van 20 m vereisen. Omdat de gemeente deze bouwhoogte bij voorkeur wil beperken tot het hoogst noodzakelijke, is de afwijkingsbevoegdheid beperkt tot de genoemde oppervlakte”.
Uit de regels van het bestemmingsplan blijkt dat dit geen afwijkingsbevoegdheid betreft, maar de bouwhoogte van 20 meter voor 3000 m2 recht is toegestaan. Wel geldt de voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing. In bovengenoemde alinea uit paragraaf 2.3.2 van de toelichting wordt aangegeven dat BenW kunnen toetsten of de hoge bebouwing past binnen het opgestelde landschapsplan. Uit de regels en landschapsplannen (bijlage 1 en 2 van de regels) blijkt echter dat dit al bekeken is. De voorwaardelijke verplichting gaat namelijk uit van uitvoering van de landschaps- en bosbeheermaatregelen conform de in bijlage 1 en 2 van de regels opgenomen landschapsplannen, als daaraan wordt voldaan kan het plan doorgaan (geen nadere afweging meer nodig dus). 19.1 Hoe is deze bepaling bedoeld geweest. Als afwijkingsbepaling of gericht op het mogelijk maken van 20 meter hoog over de volledige 3000 m2?
er
is
in
het bestemmingsplan. Deze later uitgehaald (toen was niet meer betrokken als projectleider). De toelichting klaarblijkelijk hier niet duidelijk genoeg op aangepast. Dit geen kwaadwillendheid geweest, maar waarschijnlijk een miscommunicatie tussen de projectleider en juridisch planoloog. Er zat eerst een afwijkingsbevoegdheid
is
is
is
19.2 Was het richting de omgeving niet handiger geweest om na te gaan of die 20 meter hoogte echt nodig en voor hoeveel m2, zodat dit vooraf getoetst kan worden op o.a. landschappelijke impact.
in
om tijdwinst te boeken
is
te
Ja achteraf gezien misschien wel. Echter zoals eerder aangegeven liep het technische ontwerpproces parallel aan de BP procedure om tijdwinst boeken. Dit een bewuste en logische keuze geweest
het planproces als geheel.
Vraag 20 Toelichting BP/Paragraaf 5.1.2 Landschappelijke inpassing: De opgenomen referentiebeelden zijn lijken niet allemaal even representatief. Enerzijds doordat ze
in
niet tonen hoe een gebouw met een bouwhoogte van 12 tot 20 m over 8000 m2 waarvan 3000 m2 tot 20 meter zich het landschap toont (het zijn close-up beelden). Anderzijds worden vraagtekens gezet bij de hoogte van de getoonde gebouwen op de referenties. Deze lijken geen 20 meter hoog te zijn.
20.1 Kan de representativiteit van de referentiebeelden aangetoond worden?
verwijst hiervoor naar de antwoorden gegevens door
(zie ander verslag).
Vraag 21
is
Het bestemmingsplan niet gepaard gegaan met een beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteitsparagraaf die juridisch verankerd de planregels. De toelichting gaat niet op beeldkwaliteit en welstand. Bijlage 1 regels landschappelijke inpassing wordt wel ingegaan op de vormgeving van de bebouwing, maar er zijn geen duidelijke criteria gesteld waaraan getoetst kan worden.
in
in
is
In
-
in
criteria voor een specifiek productiegebouw als hier wordt gerealiseerd. Ons inziens was een BKP op zijn plaats geweest, om de bebouwing gelet op haar ligging het landschap qua positionering en materiaalgebruik zodanig te realiseren als voorgesteld het landschapsplan. De welstandnota (gebied 8: buitengebied open landschap) voorziet verder niet
in
in
Hoe kijkt u hier tegenaan?
is
Door Vitens uitermate zorgvuldig gehandeld qua procedure. Ze willen het ontwerpproces door een klankbord groep laten begeleiden. het BP dit nu niet juridisch geborgd. Bij vertrouwen de ontwikkelende partij moet dit ook niet nodig zijn. Dit zou alsnog wel kunnen door bijvoorbeeld een voorwaardelijke verplichting of addendum op de AOK.
in
is
In
Vraag 22 Toelichting BP/Paragraaf 4.2.8 Ladder voor duurzame verstedelijking: Grondwaterwinning wordt in de ladderonderbouwing op ingegaan. Het bronnenonderzoek Royal Haskoning wordt wel kort benoemd, maar is niet bijgevoegd en een goede bronvermelding ontbreekt. In de ladderonderbouwing niet uitgebreid ingegaan op de locatiekeuze voor het productiegebouw in Luxwoude. Gelet op de ligging in het buitengebied moet gemotiveerd worden dat sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De vraag of deze specifieke ruimtevraag in het stedelijk gebied kan worden opgelost wordt in deze paragraaf niet beantwoord. In de conclusie van de ladder wordt wel gesteld dat het gebouw niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, maar dit wordt niet nader onderbouwd. Had er in de ladderonderbouwing geen duidelijke splitsing gemaakt moeten worden inzake de grondwaterwinning en grondwaterproductie, waarbij t.a.v. de productie meer aandacht uitgaat naar de locatie keuze en de vraag of deze ruimtevraag in stedelijk gebied kan worden opgelost? De focus lag zodanig op de waterwinning en -productie als eenheid (het hoorde bij elkaar) dat de toetsing van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gelet op het productie gebouw onderbelicht is gebleven in de toelichting van het bestemmingsplan. Deze onderbouwing kan sterker worden gemaakt.
Verslag interview
-Tolboom (Royal HaskoningDHV)
15 oktober 2024
Algemeen
is
als strategisch adviseur water bij Royal HaskoningDHV betrokken geweest bij de planontwikkeling voor de drinkwaterwinning- en productielocatie voor Vitens Luxwoude. heeft 2020 de Quickscan locatiekeuze uitgevoerd. Daarna niet meer betrokken geweest.