CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte OWO.pdf

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Transitievisie Warmte (B)27.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voortgang monitoren en evalueren

Afbeelding 8: vervolgtraject Transitievisie Warmte.

11 oktober 2021

T&PBH7480R001F01

25

Bijlage 1. Uitkomsten participatietraject

Participatieonderzoek

Transitievisies Warmte OWO-gemeenten

Participatieonderzoek Transitievisies Warmte OWO-gemeenten Project in opdracht van SAMEEN, in samenwerking met Royal Haskoning DHV, ten behoeve van de Friese OWO-gemeenten

Augustus 2021 Groningen

Geschreven door: Femke Haijtema Tess van der Ven

Anne Klaver Gijs Thedinga

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1. Inleiding

5

2. Onderzoeksopzet

6

2.1. Enquête

6

2.2. Focusgroepen

7

2.3. Interviews

9

3. Resultaten 3.1. Enquête

11 11

3.1.1. Data overzicht

11

3.1.2. Bekendheid met aardgasvrij wonen

12

3.1.3. Bekendheid met subsidieregelingen

13

3.1.4. Genomen stappen in vermindering aardgasverbruik door inwoners

13

3.1.4.1. Gemeente Ooststellingwerf

14

3.1.4.2. Gemeente Weststellingwerf

15

3.1.4.3. Gemeente Opsterland

16

3.1.5. Belangrijkste aandachtspunten

17

3.1.6. Overige tips en aandachtspunten

17

3.2 Focusgroepen 3.2.1 Resultaten OWO-breed plaatselijke belangen

18 19

3.2.1.1. OWO breed: weerstand

19

3.2.1.2. OWO breed: kansen

20

3.2.1.3. OWO breed: betrekken

22

3.2.1.4. OWO breed: de rol van organisaties

23

3.2.1.5. Opvallende resultaten OWO-breed plaatselijke belangen

25

3.2.2. Agrariërs

25

3.2.3. Lokale initiatieven

26

3.3 Interviews met ondernemers

29

3.3.1. Ondernemers: weerstand

29

3.3.2. Ondernemers: kansen

30

3.3.3. Ondernemers: betrekken

30

3.3.4. Ondernemers: rol organisaties

31

4. Conclusie

33

Samenvatting In samenwerking met Royal HaskoningDHV ondersteunt SAMEEN de OWO-gemeenten bij het opstellen van een Transitievisie Warmte (hierna: TVW). SAMEEN is verantwoordelijk gesteld voor het betrekken van de maatschappelijke stakeholders. Daarbij is het doel om inzicht te verkrijgen in de houding, kennis en betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden ten opzichte van de warmtetransitie. Met behulp van een online enquête is het kennisniveau van inwoners in kaart gebracht en is achterhaald in hoeverre inwoners bezig zijn met stappen om hun huis te verduurzamen. De enquête is verspreid via online media, kranten en door plaatselijke belangen van de OWO-gemeenten. In Ooststellingwerf is de enquête ook ingevuld door het inwonerspanel. Inwoners hadden drie weken de gelegenheid de vragenlijst in te vullen, wat heeft geresulteerd in 1.332 respondenten. Dit is ongeveer 3,7% van het totaal aantal huishoudens in de OWO gemeenten. Het grootste gedeelte van de respondenten beschikt over een koopwoning (1.195 inwoners, in tegenstelling tot 137 inwoners die in een huurwoning wonen). Door middel van focusgroepen en interviews is er verdiepende informatie verzameld over de onderdelen weerstand, kansen, het betrekken van inwoners en de rol die lokale organisaties kunnen spelen in de warmtetransitie.

Voor de focusgroepen zijn er gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van plaatselijke belangen, lokale initiatieven en agrariërs uit de OWO-gemeenten. Lokale initiatieven waren bijvoorbeeld energiecoöperaties en energiewerkgroepen. Alle plaatselijke belangen hebben een uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan de focusgroepgesprekken. Het aantal gesprekken per gemeente is gebaseerd op het aantal aanmeldingen. Dit heeft geresulteerd in twee gesprekken met in totaal zeven van de zestien plaatselijke belangen uit Opsterland, drie gesprekken met twaalf van de 25 plaatselijke belangen uit Weststellingwerf en drie gesprekken met negen van de achttien plaatselijke belangen uit Ooststellingwerf. De aanwezige plaatselijke belangen vertegenwoordigen samen ongeveer de helft van alle inwoners van de OWO gemeenten. Met agrariërs is er één gesprek gevoerd met zes vertegenwoordigers van de Agrarische Jongeren, de LTO, en agrarisch natuurbeheer verenigingen. In de focusgroep met lokale initiatieven waren tien verschillende initiatieven aanwezig. Alle focusgroepen hebben digitaal plaatsgevonden via het programma Zoom. Om beter aan te sluiten bij de beschikbaarheid van de ondernemers is er besloten om in plaats van een focusgroep, vijf telefonische interviews te houden. Hiervoor is er gesproken met vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen uit de OWO-gemeenten.

Resultaten uit zowel de enquête als de focusgroepen tonen aan dat het grootste gedeelte van de inwoners bekend is met aardgasvrij wonen, maar zich veelal nog niet heeft verdiept in het onderwerp. Voornamelijk onder inwoners heerst een afwachtende houding, wat te maken heeft met een gebrek aan urgentiegevoel. Daarnaast blijkt dat alle respondenten zich met name zorgen maken over de betaalbaarheid van de warmtetransitie, en behoefte hebben aan concrete informatie over de plannen van de gemeenten en de technische 3

mogelijkheden. De belangrijkste rol in de warmtetransitie is volgens deelnemers weggelegd voor de gemeente, maar de lokale initiatieven en de ondernemersverenigingen zijn wel bereid een actieve rol te spelen in het vormen van uitvoeringsplannen. Plaatselijke belangen kunnen ondersteunen in communicatie, maar zijn terughoudend over verdere samenwerking.

4

1. Inleiding Vóór 31 december 2021 moeten de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland, net als alle gemeenten in Nederland, een Transitievisie Warmte (hierna: TVW) hebben vastgesteld. In samenwerking met Royal Haskoning DHV ondersteunt SAMEEN de OWO-gemeenten bij het opstellen van de TVW’s. SAMEEN is daarbij verantwoordelijk gesteld voor het betrekken van de maatschappelijke stakeholders. Door middel van een enquête, de organisatie van focusgroepen en interviews zijn deze stakeholders betrokken. De enquête is opgesteld om op een brede manier informatie te verzamelen. De focusgroepen en interviews hebben plaatsgevonden om meer de diepte in te gaan met stakeholders. In dit rapport zijn alle resultaten samengevoegd en met elkaar vergeleken om zo tot een beter inzicht te komen over hoe het onderwerp aardgasvrij verwarmen leeft onder inwoners, ondernemers en andere belanghebbende in de gemeenten. De volgende onderdelen worden in dit rapport behandeld: ● In hoofdstuk twee wordt de onderzoeksopzet toegelicht, waarbij de enquête de focusgroepen en de interviews apart van elkaar besproken worden. Hierbij wordt ingegaan op de totstandkoming van de drie methodieken en wordt het soort onderzoek en de manier van data-analyse toegelicht. ● In hoofdstuk drie worden de resultaten besproken.

Allereerst is ingegaan op de enquêteresultaten, waarbij per enquêtevraag de resultaten worden toegelicht. Vervolgens worden de resultaten verkregen uit de focusgroepen belicht, wat wordt gedaan aan de hand van de onderwerpen weerstand, kansen, betrekken en rol organisaties. De resultaten van de interviews worden aan de hand van dezelfde onderwerpen belicht. Aansluitend worden de resultaten van de enquête en de focusgroepen vergeleken. ● In hoofdstuk vier wordt een algehele conclusie gegeven, waarin de belangrijkste bevindingen van de drie methodieken worden uitgelicht en samengevat.

5

2. Onderzoeksopzet In dit hoofdstuk wordt per onderdeel de onderzoeksopzet behandeld, waarbij wordt gekeken naar de wijze van onderzoek en de manier van de data-analyse. Er is gekozen om zowel met een enquête als focusgroepgesprekken te werken om informatie te verzamelen. De enquête is ingezet om breed informatie te verzamelen onder een groot aantal respondenten. De focusgroepen diende als ‘verdiepende slag’ en gaf de gelegenheid om specifieke groepen te benaderen zoals agrariërs en lokale initiatieven. Tot slot zijn er interviews uitgevoerd omdat die methode beter aansloot bij de beschikbaarheid van de vertegenwoordigers van ondernemers.

2.1. Enquête De enquête is verspreid door de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland via online kanalen en, aanvullend in Ooststellingwerf, voorgelegd aan een bewonerspanel. Inwoners hadden drie weken lang de gelegenheid om de enquête in te vullen. De enquête bestaat uit zeven vragen. Met deze zeven vragen wordt gepoogd achter het kennisniveau van ‘aardgasvrij wonen’ te komen en om te achterhalen in hoeverre mensen nu zelf al bezig zijn met stappen om hun huis te verduurzamen. Men kreeg daarnaast ook de kans om aan te geven welke aandachtspunten voor hen het belangrijkste zijn wanneer woningen aardgasvrij worden. Zowel kwantitatieve als kwalitatieve data zijn verzameld met behulp van de volgende enquêtevragen: 1. In wat voor type woning woont u? 2. Was u voor dit onderzoek al bekend met de term ‘aardgasvrij wonen’? 3. Er bestaan verschillende subsidies en regelingen waar u als inwoner gebruik van kunt maken. Deze kunnen helpen bij het financieren van energiemaatregelen. Was u hier voor dit onderzoek al bekend mee? 4. Wat doet u al om uw aardgasverbruik te verminderen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. 5. De gemeenten houden rekening met onderstaande aandachtspunten wanneer woningen aardgasvrij worden. Welke van de aandachtspunten vindt u daarbij het belangrijkste? U kunt één of twee antwoordopties selecteren. 6.

Tot slot, heeft u voor uw gemeente nog tips of aandachtspunten over aardgasvrij wonen? Voor de volledige vragenlijst zie Appendix A. Als onderdeel van de resultatensectie (Hoofdstuk 3.1) wordt per enquêtevraag de respons van inwoners weergegeven. De kwantitatieve data wordt weergegeven met behulp van frequentiële verhoudingen. Ook wordt de data gevisualiseerd via staaf- en cirkeldiagrammen. De kwalitatieve data is gecategoriseerd en vervolgens geanalyseerd: in de resultatensectie staat per open vraag een korte samenvatting van de responsen komen.

6

2.2. Focusgroepen Om vanuit verschillende invalshoeken informatie te verkrijgen is er voor gekozen om vertegenwoordigers van plaatselijke belangen, agrariërs en lokale initiatieven te benaderen voor focusgroepen. Alle plaatselijke belangen hebben een uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan de gesprekken. Op basis van het aantal aanmeldingen zijn de deelnemers verdeeld over twee of drie gesprekken per gemeente. In totaal zijn er tien focusgroepen georganiseerd in de periode van 10-05-2021 t/m 02-06-2021. Deze focusgroepen hebben digitaal plaatsgevonden via het programma Zoom. In de eerste drie weken zijn er gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van plaatselijke belangen, waarbij elke week één gemeente aan bod is gekomen. Vervolgens zijn er in de vierde week gesprekken gevoerd met agrariërs en lokale initiatieven van de drie gemeenten. Een overzicht van welke plaatselijke belangen en organisaties hebben deelgenomen staat vermeld in tabel 1. Type stakeholder

Aantal gehouden focusgroepen

Data gehouden focusgroepen

Aanwezige plaatselijke belangen & organisaties

Plaatselijke belangen Opsterland

2

10-05-21 & 11-05-21

Terwispel, Langezwaag, Siegerswoude, Bakkeveen, Lippenhuizen, Luxwoude & Gorredijk

Plaatselijke belangen Weststellingwerf

3

17-05-21, 18-0-215 & 19-05-21

De Hoeve, Oldeholtpade, De Eendracht Noordwolde, Munnekeburen/ Scherpenzeel/ Spanga, Nijeholtwolde, Nijetrijne, Nijeholtpade, Steggerda, Oldelamer, Sonnega/ Oldetrijne & Nijelamer

Plaatselijke belangen Ooststellingwerf

3

20-05-21, 25-05-21 & 26-05-21

Nijeberkoop, Waskemeer, Elsloo/ Tronde, Appelscha, Langedijke,

7

Makkinga, Oldeberkoop, Haulerwijk & Donkerbroek Agrariërs

1

31-05-21

LTO Weststellingwerf, ELAN Zuidoost Friesland, Agrarische Natuurvereniging de Gagelvenne, Agrarische Jongeren Ooststellingwerf & Agrarische Jongeren omgeving Wolvega (Weststellingwerf)

Lokale initiatieven

1

02-06-21

Energiecoöperatie de Frieschepalen, de Eendracht Ooststellingwerf, LECO Energie Opsterland, Krigel Energiekoöperaasje Nij Beets, Duurzaam Haule, WEN, Energiewerkgroep Ravenswoud & Stichting de Duurzame Toekomst Steggerda

Tabel 1: Overzicht deelnemers focusgroepen Tijdens de focusgroepen zijn de stakeholders met elkaar in discussie gegaan middels verschillende stellingen en vragen, die toegespitst zijn op de onderdelen: 1) Weerstand die momenteel heerst 2) Kansen waar de gemeenten op kunnen inspelen 3) Betrekken inwoners, agrariërs en ondernemers 4) Rol die organisaties spelen

8

Op basis van bovenstaande onderdelen zijn er de volgende vragen en stellingen opgesteld. Het eerste gedeelte richt zich op de kansen en weerstand, gevolgd door vragen over de manier waarop stakeholders betrokken kunnen worden en de rol die organisaties binnen de warmtetransitie kunnen spelen: 1. Wat verwacht u als reactie in uw omgeving, wanneer er in uw buurt aangekondigd wordt dat de woningen aardgasvrij gemaakt gaan worden? 2. Stelling: ‘Het samen aanpakken van het aardgasvrij maken van onze woningen kan onze buurt dichter bij elkaar brengen 3. Kunt u zich gesprekken met buurtbewoners herinneren over woningen verduurzamen, en zo ja wat was het algemene gevoel wat daarin naar voren kwam? 4. Hoe kunnen inwoners een rol krijgen in het vormen van het uitvoeringsplan? Hoe kan de gemeente er voor zorgen dat inwoners meepraten? 5. Aandachtspunten van de gemeente gaan bijvoorbeeld over keuzevrijheid, duurzaamheid, tijdige betrokkenheid en betaalbaarheid. Wat zijn volgens u belangrijke thema’s? 6. Wat voor rol kan uw of andere lokale organisaties spelen in de wijkuitvoeringsplannen? Op basis van de focusgroepen zijn er notulen gemaakt, die vervolgens verwerkt zijn in een samenvatting. Deze samenvattingen zijn te vinden in Appendix C. De data uit de samenvattingen is verwerkt middels het programma Atlas Ti.9.

Via dit programma zijn de transcripten gecodeerd, waarbij er op consistente wijze labels zijn toegekend aan de notulen. De labels zijn toegespitst op de onderdelen. De analyse maakt inzichtelijk welke onderwerpen het meest besproken zijn per onderdeel, per focusgroep.

2.3. Interviews Om beter aan te sluiten op de beschikbaarheid van de ondernemers zijn er met deze groep telefonisch, individuele interviews gehouden. Deze interviews zijn afgenomen in de weken van 04-06-2021 t/m 25-06-2021. Van elke gemeente zijn er één of twee vertegenwoordigers van ondernemers, zoals bestuursleden van ondernemersverenigingen, gevraagd om hun mening te geven over het onderwerp warmtetransitie. Dit houdt in dat er in totaal vijf interviews hebben plaatsgevonden. Een overzicht van de geïnterviewden staat weergegeven in tabel 2. Naam ondernemersvereniging

Datum

WOW Weststellingwerf

04-06-2021

Stichting Parkmanagement Bedrijventerrein Wolvega

17-06-2021

Commerciële Club Ooststellingwerf

23-06-2021

Oosterwolde Promotion

22-06-2021

WHI Gorredijk

17-06-2021

Tabel 2: Overzicht interviews 9

De opzet van de interviews is vergelijkbaar met die van de focusgroepen. Dit betekent dat de eerste vragen vooral gaan over de kansen en weerstand binnen de warmtetransitie en het tweede gedeelte over hoe de mensen het best betrokken kunnen worden en welke rol de verschillende organisaties hierin zouden kunnen vervullen. Tijdens de interviews zijn er de volgende vragen gesteld:

1. Wat betekent het voor ondernemers als ze moeten stoppen met het gebruik van aardgas? 2. Wat verwacht u als reactie in uw achterban, wanneer er aangekondigd wordt dat de gebouwen aardgasvrij gemaakt gaan worden? 3. Is er onder ondernemers naast de stimulans vanuit de overheid ook andere motivatie om te stoppen met gebruik van aardgas? 4. Kunt u zich gesprekken met collega’s herinneren over dit onderwerp, en zo ja wat was het algemene gevoel wat daarin naar voren kwam? 5. Wat zijn de juiste kanalen om ondernemers mee te bereiken? Krant, brief, social media, informatieavonden? 6. Aandachtspunten van de gemeente gaan bijvoorbeeld over keuzevrijheid, duurzaamheid, tijdige betrokkenheid en betaalbaarheid. Wat zijn volgens u belangrijke thema’s? 7. Wat voor rol kan uw of andere lokale organisaties spelen in de wijkuitvoeringsplannen? 8. Heeft u nog iets toe te voegen? De antwoorden op bovenstaande vragen zijn genotuleerd. Een overzicht van de uitgewerkte notulen van de interviews staat weergeven in Appendix D. De dataverwerking heeft exact hetzelfde plaatsgevonden als beschreven bij de focusgroepen. Er is dus gebruik gemaakt van het programma Atlas Ti. 9 en dezelfde labels zijn toegepast.

10

3. Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten per methodiek weergeven. Eerst worden de resultaten van de enquête besproken. Hierna worden de resultaten van de focusgroepen met de plaatselijke belangen, agrariërs en lokale initiatieven weergeven. Als laatst worden de resultaten van de ondernemers behandeld op basis van de interviews.

3.1. Enquête In onderstaande paragrafen wordt een overzicht van de responspercentages per gemeente gegeven en worden per enquêtevraag de uitkomsten grafisch weergegeven en textueel onderbouwd. 3.1.1. Data overzicht In grafiek 3.1 wordt een overzicht van de respons per gemeente weergegeven, onderverdeeld in respondenten met een huur- of koopwoning.

Grafiek 3.1. - Verdeling respondenten per gemeente (huur/koop)

Uit Grafiek 3.1 is op te maken dat 812 inwoners van de gemeente Ooststellingwerf de vragenlijst hebben ingevuld, wat met een totaal aantal inwoners van 25.4701 uitkomt op een responspercentage van 3.2%. Wat betreft de gemeente Weststellingwerf hebben 276 inwoners van 26.119 inwoners2 de vragenlijst ingevuld (1.1% responspercentage). Tot slot hebben 244 inwoners van de gemeente Opsterland de vragenlijst ingevuld. Uitgaande van een inwonersaantal van 29.720 op 1 januari 20203, heeft 0.8% van de inwoners deelgenomen aan de vragenlijst. Doordat het aantal respondenten dat de vragenlijst per gemeente heeft ingevuld niet representatief is voor alle inwoners, kan slechts een voorzichtige interpretatie worden gegeven aan onderstaande resultaten. Deze is niet bedoeld om te generaliseren naar de 11

volledige gemeenten, maar bedoeld om een beeld te verkrijgen van het kennisniveau van de deelnemers en een beeld te vormen van mogelijke ideeën en belangen die spelen bij deze deelnemers. 3.1.2. Bekendheid met aardgasvrij wonen In Grafiek 3.2 wordt de respons op de vraag “In hoeverre bent u bekend met de term ‘aardgasvrij wonen’?” grafisch weergegeven.

Grafiek 3.2. - Was u voor dit onderzoek al bekend met de term ‘aardgasvrij wonen’?

Grafiek 3.2 geeft per gemeente het percentage respondenten weer dat respectievelijk aangeeft al vrij veel te weten over aardgasvrij wonen, al over aardgasvrij wonen te hebben gehoord maar zich er nog niet in te hebben verdiept, of niet bekend te zijn met de term aardgasvrij wonen. Daarnaast is uit Grafiek 3.2 af te lezen wat de verdeling is van huur- en koopwoningen relatief aan dit percentage. Hieruit is op te maken dat in gemeente Ooststellingwerf het overgrote deel (59%) van de deelnemers wel over het onderwerp aardgasvrij wonen heeft gehoord, maar zich er nog niet in heeft verdiept. In gemeenten Weststellingwerf en Opsterland geeft meer dan de helft van de deelnemers aan al vrij veel over aardgasvrij wonen te weten. Bij deze resultaten moet wel meegenomen worden dat in Ooststellingwerf het grootste deel van de respondenten van het burgerpanel kwamen, er kan voorzichtig aangenomen worden dat bij de andere gemeenten de enquête met name ingevuld is door inwoners die affiniteit hebben met het onderwerp.

12

3.1.3. Bekendheid met subsidieregelingen Grafiek 3.3 geeft weer in hoeverre respondenten bekend zijn met de mogelijkheden tot subsidies.

Grafiek 3.3. - Was u voor dit onderzoek al bekend met subsidieregelingen ter financiering van energiemaatregelen?

Uit Grafiek 3.3 blijkt dat het overgrote gedeelte van de deelnemers uit gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland bekend zijn met de subsidieregelingen ter financiering van energiebesparende maatregelen, maar hier nog geen gebruik van heeft gemaakt. Het kleinste deel van de respondenten is hier bekend mee én heeft hier ook al gebruik van gemaakt. Opvallend is dat van de respondenten met een koopwoning het overgrote gedeelte er bekend mee is, maar er nog geen gebruik van heeft gemaakt. 3.1.4. Genomen stappen in vermindering aardgasverbruik door inwoners In onderstaande paragrafen wordt met behulp van grafieken per gemeente een overzicht gegeven van de stappen die respondenten al nemen om hun aardgasverbruik te verminderen. Respondenten konden meerdere opties aanvinken, en de stappen zijn opgesplitst in respons van inwoners met een koopwoning en van inwoners met een huurwoning.

13

3.1.4.1. Gemeente Ooststellingwerf

In onderstaande grafiek worden de stappen die door de deelnemers in gemeente Ooststellingwerf worden genomen gevisualiseerd.

Grafiek 3.4. - Wat doet u al om aardgasverbruik te verminderen?

Uit Grafiek 3.4 blijkt dat meer dan de helft van de koopwoning eigenaren rekening houdt met zijn of haar aardgasverbruik in het eigen gedrag (62%) en dit gebruik heeft verminderd door daken, muren en/of vloeren te isoleren (51%). Ook geeft een groot gedeelte van de respondenten aan zonnepanelen en/of een zonnecollector aan te hebben geschaft en beter isolerend glas te hebben geïnstalleerd (beide 47%). Tien procent geeft aan (nog) niets te doen om het aardgasverbruik te verminderen, waarvan vijf procent ook niet van plan is hier stappen in te gaan nemen. Onder de respondenten die een woning huren, is de meest geselecteerde optie rekening houden met aardgasvrij wonen in het eigen gedrag (73%), gevolgd door het installeren van zonnepanelen en/of een zonnecollector (64%) en elektrisch koken (24%). Zes procent geeft aan (nog) geen stappen te hebben genomen in het verminderen van aardgasverbruik, waarvan twee procent aangeeft dit ook niet van plan te zijn. Respondenten hadden de mogelijkheid aanvullende stappen die zij nemen om hun aardgasverbruik te verminderen met ons te delen. Hier kwam uit naar voren dat een aantal respondenten al stappen zet, zoals het plaatsen van folie achter de radiatoren en het aanschaffen van een zuinige CV ketel. Verder geven sommige respondenten aan een pelletkachel te gebruiken of te beschikken over een hybride warmtepomp.

Een aantal respondenten woont al aardgasvrij, alsmede een deel dat aangeeft dit binnenkort van plan te zijn.

14

3.1.4.2. Gemeente Weststellingwerf

In onderstaande grafiek worden de stappen die door de deelnemers in gemeente Weststellingwerf worden genomen gevisualiseerd.

Grafiek 3.5. - Wat doet u al om aardgasverbruik te verminderen?

Uit Grafiek 3.5 blijkt dat ongeveer de helft van de koopwoning eigenaren heeft aangegeven dat ze het dak, de muren en/of de vloer hebben geïsoleerd (49%), gevolgd door rekening houden met aardgasvrij wonen in het eigen gedrag (47%) en het aanschaffen van beter isolerend glas (45%). Achttien procent geeft aan (nog) niets te doen om het aardgasverbruik te verminderen, waarvan negen procent ook niet van plan is dit te gaan doen. Van de respondenten die een woning huren is de meest geselecteerde optie het installeren van zonnepanelen en/of een zonnecollector (54%), gevolgd door rekening houden met aardgasvrij wonen in het eigen gedrag (49%) en het isoleren van het dak, de muren en/of de vloer (27%). Negentien procent geeft aan (nog) geen stappen te nemen in het verminderen van aardgasverbruik, waarvan zestien procent aangeeft dit ook niet van plan te zijn. Respondenten hadden de mogelijkheid aanvullende stappen die zij nemen om hun aardgasverbruik te verminderen met ons te delen. Hier kwam uit naar voren dat een aantal respondenten al volledig aardgasvrij wonen of bezig zijn met aardgasvrij maken van hun woning. Ook geeft een aantal respondenten aan een warmtepomp en/of een pelletkachel te hebben.

15

3.1.4.3. Gemeente Opsterland

In onderstaande grafiek worden de stappen die door de deelnemers in gemeente Opsterland worden genomen gevisualiseerd.

Grafiek 3.6. - Wat doet u al om aardgasverbruik te verminderen?

Uit Grafiek 3.6 blijkt dat meer dan de helft van de eigenaren van een koopwoning rekening houdt met zijn of haar aardgasverbruik in het eigen gedrag (58%) en dit gebruik heeft verminderd door zonnepanelen en/of een zonnecollector aan te schaffen (58%). Ook geeft een groot gedeelte van de respondenten aan hun daken, muren en/of vloeren te hebben geïsoleerd (46%). Veertien procent geeft aan (nog) niets te doen om het aardgasverbruik te verminderen, waarvan zes procent ook niet van plan is hier stappen in te gaan nemen.

Van de respondenten die een woning huren zijn de meest geselecteerde opties het installeren van zonnepanelen en/of een zonnecollector (63%), rekening houden met aardgasvrij wonen in het eigen gedrag (63%) en het aanschaffen van beter isolerend glas (50%). Een fors percentage (51%) geeft aan (nog) geen stappen te nemen in het verminderen van aardgasverbruik, waarvan 25% aangeeft dit ook niet van plan te zijn. Respondenten hadden de mogelijkheid aanvullende stappen die zij nemen om hun aardgasverbruik te verminderen met ons te delen. Hier kwam uit naar voren dat een aantal inwoners energiezuinige apparatuur zoals lampen en huishoudelijke producten, of een pelletkachel heeft aangeschaft. Verder geven een aantal respondenten aan dan hun woning al aardgasvrij is of binnenkort aardgasvrij zal worden, en komt er uit de reacties naar voren dat sommige respondenten beschikken over een hybride warmtepomp of deze aan gaan schaffen.

16

3.1.5. Belangrijkste aandachtspunten In Grafiek 3.7 worden de aandachtspunten van de gemeente wat betreft de transitie naar aardgasvrij wonen weergegeven. Respondenten konden hierbij aangeven aan welke aandachtspunten zij de meeste waarde hechten door maximaal twee opties te selecteren.

Grafiek 3.7. - Welke aandachtspunten vindt u het belangrijkste in de transitie naar aardgasvrij wonen? (Max. 2 opties)

Hieruit blijkt dat inwoners van alle drie gemeenten het verkrijgen van een betaalbaar aanbod en het comfortabel kunnen verwarmen van hun woning de belangrijkste aandachtspunten vinden.

3.1.6. Overige tips en aandachtspunten Als afsluitend onderdeel van de enquête werden deelnemers gevraagd naar tips of aandachtspunten over aardgasvrij wonen. Respons hierop is samengevat tot hoofdpunten en opgedeeld in de hieronder te vinden vier categorieën. Aangezien geen grote verschillen tussen de respons van gemeenten Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf zijn bevonden, worden deze niet per gemeente opgesplitst. 1. Informatie en Communicatie Een aantal inwoners geeft aan dat zij graag regelmatig en tijdig op de hoogte wordt gesteld van de gemeentelijke ontwikkelingen rondom aardgasvrij wonen, eventueel in een buurtkrant, een folder of online via bijvoorbeeld e-mail of social media. Hierbij geeft een deel van de inwoners aan het lastig te vinden ‘door de bomen het bos te zien’ in de informatie die beschikbaar is over het onderwerp aardgasvrij wonen, en dat zij graag op een begrijpelijke manier worden geïnformeerd over stappen die zij zelf dienen te nemen en stappen die de gemeente zal gaan nemen. Bijvoorbeeld een stappenplan voor het traject voor het aardgasvrij worden van de gemeenten zou van toegevoegde waarde zijn. Andere tips betreffen het bieden van (gratis) advies op maat, het betrekken van energiecoaches en het uitlichten van een ‘goed voorbeeld’, dus een woning die aardgasvrij is gemaakt.

Verder geven met name inwoners van oudere woningen aan graag advies te krijgen over het aanpakken van hun woning, aangezien isolatie en overstap op alternatieven hierbij vooral 17

vaak een lastige kwestie is. Veel inwoners geven aan dat ze zelf graag de mogelijkheid krijgen betrokken te worden in het proces van aardgasvrij worden van de gemeenten. Hiermee kan veel negativiteit rondom het onderwerp worden weggenomen, alsmede mogelijke valkuilen worden besproken en zal er meer wederzijds begrip zijn voor de positie van gemeenten en inwoners. 2. Financiën Uit de resultaten blijkt dat er veel zorgen zijn over de kosten van het aardgasvrij worden. Veel inwoners geven aan dat zij het gevoel hebben dat zij met kosten worden opgezadeld, of dat zij het niet kunnen betalen. Het belang van een betaalbare oplossing wordt daarom meermaals aangestipt door de respondenten. Een tip die zij daarbij geven, is om in ieder geval duidelijke informatie over het kostenplaatje te verschaffen. Ook wordt een aantal keer de wens uitgesproken dat bij een verplichte overschakeling naar aardgasvrij, de bewoner kostenvrij wordt gehouden. Bovendien wordt vaak het begrip ‘collectief inkopen’ genoemd. Het lijkt er daarmee op dat de bereidheid tot het maken van kosten groter is wanneer het gezamenlijk gebeurt. Belangrijk is daarbij natuurlijk het bijkomende voordeel van een mogelijk lagere prijs voor bijvoorbeeld zonnepanelen of isolatie wanneer dit collectief kan worden ingekocht. Verder worden vaak zorgen geuit over mensen met een laag inkomen.

Voor minima kan het een flinke investering zijn om van het aardgas af te gaan. Hier moeten gedegen plannen voor gemaakt worden. Als laatste hebben veel respondenten het over de financiële belemmeringen betreft de overgang naar aardgasvrij wonen. In het geval van oude huizen is het zo dat er vaak veel geïnvesteerd moet worden. Bij mensen van een hogere leeftijd is probleem vooral dat de investering die nodig is vaak niet meer terugverdiend wordt. In beide gevallen is de drempel daarom relatief hoog om investeringen, indien nodig, te begaan. 3. Subsidies Aansluitend op het vorige punt over de kosten worden er veel opmerkingen gemaakt over subsidies. Allereerst worden subsidies als een belangrijk middel geacht om de kosten van de warmtetransitie te kunnen overzien voor inwoners. Wat daarbij opvalt, is dat er vaak de wens wordt uitgesproken voor een duidelijk overzicht van beschikbare subsidies, maar ook dat de subsidies ‘toegankelijker’ moeten worden. Meerdere respondenten geven aan dat zij meer en betere informatie over subsidies zouden willen ontvangen. Daarnaast wordt de wens uitgesproken dat de subsidies ook moeten gelden wanneer de maatregelen zelfstandig uitgevoerd worden en niet alleen wanneer dit door een klusbedrijf wordt gedaan. 4.

Technische haalbaarheid Uit de tips en aandachtspunten blijkt dat een aanzienlijk deel van de respondenten waterstofgas als goed alternatief voor aardgas ziet, maar dat het vooral belangrijk is om rekening te houden met de leeftijd van de woning en een alternatief voor aardgas aan te dragen dat daarbij past. Een ander deel van de inwoners geeft aan belemmeringen te zien bij het overstappen op aardgasvrij wonen, met name omdat zij niet volledig overtuigd zijn van de kwaliteit en waarde van de alternatieven. Een aantal respondenten geeft aan dat er twijfel heerst over alternatieven zoals warmtepompen en zonnepanelen en of deze de woning altijd volledig warm zullen krijgen. Verder zijn er inwoners die aangeven graag een duidelijke toelichting te krijgen op de werking van alternatieven, en wordt er aangegeven dat hulp bij goed isoleren van de woning erg nuttig kan zijn. 18

3.2 Focusgroepen Op basis van de analyse met Atlas.ti 9 worden de meest besproken onderwerpen voor de focusgroepen weergegeven, die toegespitst zijn op de volgende onderdelen: weerstand, kansen, betrekken en rol organisaties. Daarbij zijn de meest toepasselijke citaten uit de transcripten weergegeven. 3.2.1 Resultaten OWO-breed plaatselijke belangen In onderstaande paragrafen worden eerst de resultaten van de plaatselijke belangen besproken, die op een OWO-breed niveau zijn behandeld. De reden hiervoor is dat er geen opvallende verschillen zijn gevonden tussen de drie gemeenten. Per onderdeel is een top vier weergeven van de meest besproken onderwerpen. In totaal zijn er acht focusgroep gesprekken gevoerd. In dit hoofdstuk wordt steeds verwezen naar het aantal gesprekken waarin bepaalde onderwerpen besproken zijn, gebaseerd op het totale aantal gesprekken van acht. Daarnaast wordt het aantal gemeenten waarin de onderwerpen naar voren zijn gekomen tijdens de focusgroepgesprekken benoemd. 3.2.1.1. OWO breed: weerstand

Het eerste onderwerp dat aanbod is gekomen tijdens de focusgroepen is weerstand. De meest besproken onderwerpen zijn: 1. 2. 3. 4.

Gebrek urgentiegevoel/ afwachtende houding Betaalbaarheid Negatieve ervaringen met de gemeente Kenmerken inwoners en huizen. 1) Gebrek urgentiegevoel / afwachtende houding

In alle acht gesprekken met de gemeenten komt OWO-breed naar voren dat er op dit moment een afwachtende houding heerst onder de inwoners. Het onderwerp leeft nog niet echt, waardoor men de urgentie van aardgasvrij wonen nog niet inziet. Het volgende citaat schetst een duidelijk voorbeeld hiervan: “In principe merken wij dat onze buurtbewoners wel doorhebben dat hun woningen op een gegeven moment van het gas af zullen moeten, maar ze hebben nog niet in de gaten dat het betrekkelijk dichtbij is.” 2) Betaalbaarheid

Betaalbaarheid blijkt voor de inwoners toch nog één van de belangrijkste onderwerpen te zijn wat betreft de warmtetransitie, omdat dit in alle acht gesprekken op OWO-breed niveau is teruggekomen. Vertegenwoordigers geven aan dat de financiële prikkel van groot belang blijft om inwoners over de streep te trekken voor het duurzaam verwarmen van hun woning, zoals omschreven in het volgende citaat: “Wij denken dat de reactie van het dorp op de energietransitie vooral afhangt van wat er voor de inwoners tegenover staat. Het financiële plaatje telt zwaarder mee voor de inwoners om van het gas af te gaan, dan een argument dat gefocust is op duurzaamheid.”

19

3) Negatieve houding tegenover de gemeente

Negatieve ervaringen met de gemeente worden door de vertegenwoordigers minstens één keer per gemeente benoemd in de gesprekken. Er is verschillende keren benoemd, dat in het verleden soms meer ondersteuning was verwacht van de gemeente bij duurzame initiatieven. Opmerkingen van deze strekking komen in totaal in vijf van de acht focusgroepgesprekken terug. Zo zouden sommige plaatselijke belangen al veel initiatieven hebben willen opstarten, maar ervaren ze te weinig ondersteuning vanuit de gemeente: “We merken dat er regelmatig bepaalde duurzame initiatieven zijn opgezet, maar vervolgens is er amper ondersteuning vanuit de gemeente en dit demotiveert enorm.” 4) Kenmerken inwoners en huizen

Er wordt meermaals genoemd dat de leeftijd van de inwoners invloed kan hebben op het verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeftijd wordt vooral genoemd in de context van oudere inwoners en hun houding tegenover de warmtetransitie: “We verwachten dat mensen met een oudere leeftijd niet genoeg de voordelen inzien van de warmtetransitie, omdat de investering zich over de lange termijn uitbetaald.” Dit is bij elke gemeente naar voren gekomen: van alle acht gesprekken is het in zeven benoemd. Daarnaast geven vertegenwoordigers aan dat hun regio’s worden gekenmerkt door een bepaald type woning. Ze hebben aangegeven dat in veel dorpen voornamelijk oudere en vrijstaande huizen staan, waardoor vertegenwoordigers denken dat bepaalde technische oplossingen niet mogelijk zijn. Om deze redenen denken vertegenwoordigers dat er grotere ingrepen nodig zijn voor deze type woningen, wat vervolgens leidt tot meer weerstand onder inwoners: “Daarnaast is de reactie ook afhankelijk van het type woning, waarbij het voornamelijk voor oudere woningen lastig wordt om van het aardgas af te gaan.” 3.2.1.2. OWO breed: kansen

Het tweede onderdeel dat aan bod is gekomen, is kansen. De meest besproken onderwerpen zijn: 1. Focussen op de voordelen 2. Kleine stapjes eerst 3. Keuzevrijheid 4. Collectief oprichten/ Collectieve aanpak. 1) Focussen op de voordelen

De vertegenwoordigers denken dat inwoners nu vooral nog afwachtend tegenover de warmtetransitie staan, omdat de voordelen van de warmtetransitie nog niet in worden gezien. Om deze reden ligt er een kans in het benadrukken van de voordelen: “Een manier om deze groep mee te krijgen is om duidelijk te maken wat inwoners ervoor terugkrijgen, door te benadrukken dat het zich kan uitbetalen in meer comfort en lagere kosten bijvoorbeeld.” Door de nadruk te leggen op de voordelen die de inwoners uit de warmtetransitie kunnen halen, verwachten vertegenwoordigers dat mensen sneller geënthousiasmeerd zullen worden.

20

Er zijn al veel mensen bezig met zonnepanelen en de belangrijkste reden hiervoor is dat de terugverdientijd inzichtelijk is gemaakt: “We horen voornamelijk gesprekken over zonnepanelen. In deze gesprekken heerst enthousiasme omdat mensen exact kunnen bijhouden hoeveel ze besparen en hoeveel de zonnepanelen opleveren.” Het focussen op de voordelen die inwoners uit de warmtetransitie kunnen halen, komt in zeven van de acht gesprekken als aandachtspunt naar voren, bij elke gemeente. 2) Kleine stapjes eerst

In elke gemeente komt één keer per focusgroepgesprek naar voren dat er eerst moet worden gedacht aan de kleine stappen. De verandering om in één keer van het gas af te gaan kan vrij schokkend voor de inwoners zijn. Om deze reden raden de vertegenwoordigers aan om nu alvast te beginnen met de eerste kleine stappen. Dit ‘laaghangend fruit’ is bijvoorbeeld het goed isoleren van de huizen, lampen vervangen en machines gebruiken met een duurzamer energielabel. Op deze manier wordt de verandering geleidelijk in gang gezet: “Verder willen we benadrukken dat de overheid te grote stappen in één keer wil maken, in plaats van een geleidelijke overgang naar aardgasvrij wonen. Dit is een reden voor weerstand onder onze inwoners. De overheid zou moeten beginnen met kleine stapjes. Dit kan gedaan worden door inwoners bijvoorbeeld eerst aan te sporen tot goede isolatie van de woning en daarna pas verdere stappen te maken richting een aardgas vrije woning.” Door het proces in kleinere stappen te verdelen is het voor de inwoners overzichtelijker om aan de warmtetransitie te beginnen: “Op kleine dingen kan al bespaard kan worden. Dit vereist geen grote investeringen, wat het voor inwoners aantrekkelijker maakt.” 3) Keuzevrijheid

Keuzevrijheid is bij twee van de drie gemeente naar voren gekomen, in totaal bij drie van de acht gesprekken. Volgens de vertegenwoordigers wordt er veel waarde gehecht aan keuzevrijheid: “Daarbij denken wij dat onze buurtbewoners keuzevrijheid erg belangrijk vinden, omdat anders de warmtetransitie als een verplichting gaat voelen. Wij denken dat onze buurtbewoners verschillende voorkeuren hebben voor duurzame alternatieven, vandaar dat de keuzevrijheid zo belangrijk is. De gemeente moet niet met een uitgewerkt plan komen zonder dat de inwoners enige inspraak hebben gehad.” De vertegenwoordigers verwachten dat de inwoners per huishouden verschillende behoeften hebben en daarbij verschillende keuzemogelijkheden willen. 4) Collectief oprichten / Collectieve aanpak

In twee van de drie gemeenten, bij in totaal drie van de acht gesprekken, is naar voren gekomen dat de vertegenwoordigers het belangrijk vinden dat er een collectieve aanpak wordt geïmplementeerd bij de warmtetransitie: “We denken dat het van belang is dat er een collectieve aanpak komt omtrent de warmtetransitie om zo inwoners dichter bij elkaar te brengen.” Daarnaast wordt er gezegd dat er veel verschillende instanties bezig zijn met duurzaamheid, wat het proces niet bevordert, en daarom wordt er aangeraden om deze kleine organisaties samen te brengen tot een collectieve aanpak: “Momenteel zijn er al veel verschillende groepen binnen Friesland die zich focussen op het onderwerp duurzaamheid. Het probleem is alleen dat deze groepen erg versnipperd zijn. Er valt dus zeker nog wat op dit gebied te winnen door deze verschillende groepen meer te laten samenwerken. Al deze groepen kunnen samen iets betekenen in bewustwording.”

21

3.2.1.3. OWO breed: betrekken

Het derde onderdeel dat aan bod is gekomen is het betrekken. De meest besproken onderwerpen zijn: 1. 2. 3. 4.

Concreet plan aanbieden Lokale aanpak Tijdige betrokkenheid Klassieke kanalen 1) Concreet plan aanbieden

In elk focusgroepgesprek is benoemd dat inwoners behoefte hebben aan concrete informatie. Dit is ook het onderwerp dat het meest naar voren is gekomen tijdens de gesprekken. Hierbij wordt benadrukt dat inwoners niet per se een negatieve houding hebben tegenover de warmtetransitie, maar dat vooral het gebrek aan informatie voor de afwachtende houding zorgt: “We merken tijdens de gesprekken die wij opvangen van onze buurtbewoners dat zij voornamelijk behoefte hebben aan concrete informatie. Er is niet eens zozeer een hele negatieve houding, maar er heerst een gevoel van onduidelijkheid. De gemeente moet duidelijk laten zien wat, wanneer en hoe alles omtrent de warmtetransitie gaat plaatsvinden. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Doordat er geen concrete plannen zijn, zien we dat onze buurtbewoners een afwachtende houding aannemen.” Daarnaast is het belangrijk dat iedere inwoner de informatie goed kan begrijpen. Dit betekent dat bij eventuele informatieavonden de boodschap zo gebracht moet kunnen worden dat iedereen, van elke leeftijd en elk opleidingsniveau, de boodschap begrijpt: “Daarom moet je mensen echt de basis van alles uitleggen en er niet van uitgaan dat iedereen alles maar begrijpt. Als mensen onderwerpen niet duidelijk voor zich zien, krijg je mensen sowieso niet mee.

De uitdaging zit hem in het simpel en behapbaar houden van het verhaal zodat iedereen het kan volgen, van de 80-jarige vrouw in het publiek tot de universitair geschoolde jongeren. Dus er moet volledigheid komen van informatie voor alle typen inwoners en het waarom van de energietransitie moet duidelijk worden uitgelegd.” 2) Lokale aanpak

In zeven van de acht gesprekken geven de vertegenwoordigers aan dat het belangrijk is dat deze warmtetransitie lokaal wordt aangepakt. Door dit op een klein niveau aan te pakken, verwacht men dat meer mensen zich aangesproken zullen voelen: “Het is belangrijk om de aandachtspunten klein te houden: door het lokaal en kleinschalig aan te pakken, zullen meer inwoners zich aangesproken gaan voelen.” Daarnaast geven sommige dorpen aan dat er al redelijk wat kennis over duurzaamheid in het dorp heerst. Hier zou de gemeente eventueel gebruik van kunnen maken, omdat een boodschap sneller wordt aangenomen van een buurtbewoners: “Een andere vorm van saamhorigheid is gebaseerd op kennis en kunde. Je ziet dat de mensen met veel kennis door het delen van hun verhalen echt iets laten ontstaan. Dit werkt beter dan mensen van buitenaf een praatje laten maken.” 3) Tijdige betrokkenheid

Het onderwerp tijdige betrokkenheid wordt vaak genoemd, omdat inwoners het belangrijk vinden dat ze stapsgewijs mee worden genomen in het proces en niet zomaar voor verrassingen komen te staan. Tijdige betrokkenheid komt in zes van de acht gesprekken naar voren, bij elke gemeente. De vertegenwoordigers verwachten de minste weerstand onder de inwoners als ze op een heldere en tijdige manier betrokken worden: “Ook is het tijdig informeren van inwoners belangrijk, zodat zij de mogelijkheid krijgen om hun zegje te doen. 22

We denken dat onze inwoners de minste weerstand zullen tonen als zij de mogelijkheid krijgen om zelf te beslissen op hun eigen tempo, …”. 4) Klassieke kanalen

Het laatste onderwerp bij betrekken neemt een meer praktische vorm aan, namelijk op welke wijze de inwoners betrokken kunnen worden. Hier geven de vertegenwoordigers aan dat de klassieke kanalen nog goed werken en dat de gemeente breed moet inzetten op alle mogelijke informatie-kanalen: “Wel is het goed om alle kanalen die het plaatselijk belang heeft in te zetten. Voor de ouderen dus papieren uitnodigingen of een uitnodiging via de dorpskrant. Mocht het dorp relatief jonge inwoners hebben, is het ook belangrijk om in te zetten op social media”. Met de klassieke kanalen wordt dus bedoeld: brieven, een stukje in de dorpskrant, informatieavonden en social media, maar ook fysiek langs de deuren: “Wij denken dat deze lage opkomst kan worden opgelost door voorbeelden te geven van de warmtetransitie aan inwoners, omdat het zo tastbaarder wordt. Dan zullen ze sneller bereid zijn om informatiebijeenkomsten te bezoeken.” / “Voornamelijk informatie verschaffen in de dorpskrant.” / “Uit ervaring verwachten we dat langs de deuren gaan de meest effectieve manier zal zijn. Het beste zou zijn als de gemeente hierbij aanwezig is, zodat zij ook vragen kan beantwoorden.” De inwoners op één van deze manieren betrekken is bij elk gesprek OWO breed naar voren gekomen. 3.2.1.4. OWO breed: de rol van organisaties

Het vierde onderdeel dat aan bod is gekomen is de rol van organisaties. De meest besproken onderwerpen zijn: 1. 2. 3. 4.

Prominente rol gemeente Gebruik ambassadeurs Samenwerking tussen organisaties Inzet professionele bedrijven 1) Prominente rol gemeente

De rol die plaatselijke belangen of buurtverenigingen moeten gaan innemen in de transitie is een gevoelig onderwerp. Veel plaatselijke belangen hebben het gevoel dat ze al met veel taken worden opgezadeld: “Echter, worden wij als plaatselijke belangen al voor veel dingen benaderd. Om deze reden is het van belang te beseffen dat de plaatselijke belangen niet met te veel taken kunnen worden opgezadeld. We blijven vrijwilligers, dus de gemeente zou wel echt de belangrijkste rol in de warmtetransitie moeten spelen.” Daarnaast willen de plaatselijke belangen vooral hun hoofdtaken blijven doen, namelijk het ondersteunen van de buurtbewoners: “..., omdat wij als plaatselijke belangen voornamelijk gefocust zijn op het helpen van inwoners. Wij willen niet worden gezien als de boze boodschapper wat betreft de warmtetransitie. Dit kan dan conflicten opleveren. De plaatselijke belangen moeten dus in zekere mate afstand houden van de warmtetransitie.” Veel plaatselijke belangen zouden dus wel een faciliterende rol willen innemen, waarbij ze informatie overbrengen, maar hierbij moet er wel op bovenstaande problemen worden gelet. Daarnaast is er ook een verschil per plaatselijk belang hoe actief ze zijn en het aantal leden dat het plaatselijk belang heeft. Dit onderwerp is bij elk gesprek naar voren gekomen.

23

2) Gebruik ambassadeurs

Om de boodschap over warmtetransitie over te brengen, raden de vertegenwoordigers aan om gebruik te maken van ambassadeurs. Dit kunnen enthousiaste buurtbewoners zijn met kennis van zaken die buurtbewoners kunnen helpen de informatie behapbaarder te maken. Bovendien zal de informatie van een buurtbewoner beter kunnen aankomen dan informatie vanuit de gemeente: “Een mogelijke oplossing om de saamhorigheid op het vlak van de warmtetransitie te stimuleren, zou het oprichten van commissies kunnen zijn. Deze commissies zouden dan moeten bestaan uit initiatiefnemers, die vervolgens bepaalde initiatieven opstarten om inwoners dichter bij elkaar te brengen. Op deze manier kan de huidige verdeeldheid onder inwoners tegen worden gegaan.” Het advies om ambassadeurs te gebruiken komt in elke gemeente naar voren in zes van de acht gesprekken: “We geloven wel in het feit dat ambassadeurs goed zouden kunnen werken, waarbij per dorp een afgevaardigde initiatief neemt voor de warmtetransitie. Plaatselijke belangen zouden kunnen peilen wie interesse zouden hebben in zo een ambassadeursfunctie.” Op dit moment wordt er gebruik gemaakt van energiecoaches die een vergelijkbare positie hebben. Deze benadering wordt als positief ervaren. 3) Samenwerking tussen organisaties

De vertegenwoordigers denken dat er nog heel wat winst valt te halen uit betere informatie uitwisseling tussen verschillende instanties. Dorpen hebben vaak verschillende sport-, buurt-, of ondernemersverenigingen. Deze zouden ook een rol kunnen spelen om de boodschap naar alle lagen in de bevolking door te laten stromen. Ook zou uitwisseling tussen dorpen bevorderlijk werken: “Tot slot is het belangrijk dat dorpen die vooruit lopen op het gebied van energietransitie de kans krijgen om dit terug te koppelen naar andere dorpen. Kennisuitwisseling van verschillende buurten wordt te weinig gedaan, de gemeente moet hier een rol in gaan spelen.” Het stimuleren van het samenwerken van verschillende organisaties is in elke gemeente naar voren gekomen in zes van de acht gesprekken. 4) Inzet professionele bedrijven

Professionele bedrijven kunnen worden ingezet om de warmtetransitie sneller van de grond te laten komen. Daarbij kan de kennis van deze bedrijven worden ingezet voor informatieverschaffing naar inwoners: “Een ander idee zou zijn om bijvoorbeeld twee deskundigen vanuit de gemeente naar de dorpen te laten komen om de mensen in te lichten. Deze deskundigen kunnen weer worden ingelicht door externe bedrijven. Op deze manier waarborg je een relevante kennisuitwisseling.” In de gemeenten Opsterland en Ooststellingwerf, in drie van de acht gesprekken komt naar voren dat er ook een eventuele rol weggelegd zou kunnen zijn voor de professionele bedrijven. Hierbij zou de gemeente gebruik kunnen maken van de bedrijven in haar gebied: “Naast ambassadeurs, voorzien wij ook een rol voor professionele bouwbedrijven. De gemeente zal deze professionele bedrijven moeten ondersteunen, omdat je het hele proces niet slechts van enkele vrijwilligers kan laten afhangen. Door de inzet van bedrijven kan de warmtetransitie veel sneller van de grond komen.”

24

3.2.1.5. Opvallende resultaten OWO-breed plaatselijke belangen

Door alle informatie bij elkaar te leggen, zijn er een paar opvallende resultaten opgedoken die nog niet besproken zijn. Meermaals komt naar voren dat mensen tegenstrijdige berichten in de media horen. De vertegenwoordigers vinden dit demotiverend werken, omdat uit het nieuws blijkt dat inwoners in Duitsland nu juist subsidie ontvangen om aan het gas te gaan. Daarnaast hebben de vertegenwoordigers aangegeven dat de gemeente meer moet gaan inspelen op natuurlijke vervangingsmomenten, wat blijkt uit het volgende citaat: “Hiermee bedoelen we dat wanneer een CV ketel kapot gaat, dat inwoners duidelijk hebben waarom een duurzamere optie beter zou zijn, in plaats van de goedkoopste optie”. Tot slot komen sommige vertegenwoordigers ook met andere manieren om inwoners te betrekken en te enthousiasmeren voor de warmtetransitie. Een vertegenwoordiger stelde voor om de informatieavonden interactiever te maken door spelelementen toe te voegen aan zulke bijeenkomsten, zodat iedereen betrokken wordt. Een andere mogelijkheid is om inwoners meer inspraak te geven tijdens informatieavonden, door bijvoorbeeld de aanwezigen in groepen te verdelen en daarin de mensen met elkaar te laten overleggen. Ook kunnen inwoners meer betrokken worden door de warmtetransitie op basis- en middelbare scholen aan te kaarten.

Hierdoor worden de kinderen al van jongs af aan betrokken bij het proces en vervolgens kan deze informatie ook weer bij de ouders terecht komen. Vertegenwoordigers denken dat het probleem van betaalbaarheid mogelijk ook kan worden opgelost door een lange terugbetalingstermijn op te stellen of coulante leningen te verschaffen. 3.2.2. Agrariërs Met de agrariërs is één focusgroepgesprek geweest waarbij vertegenwoordigers van alle drie de gemeenten hebben deelgenomen. Doordat er dus maar één gesprek is geweest is dit gesprek niet gecodeerd en worden de belangrijkste resultaten per onderdeel besproken, zonder gebruik te maken van een top vier van de meest besproken onderwerpen. Agrariërs: weerstand De vertegenwoordigers van de agrariërs verwachten enige weerstand onder hun groep ondernemers wanneer zij verplicht worden van het gas af te gaan, omdat dit kan voelen als “nog meer ongewenste regelgeving vanuit de overheid”.

Dit komt doordat zij de afgelopen tijd veel te kampen hebben gehad met extra regelgeving over hun bedrijfsvoering: “Er komt momenteel al veel regelgeving op de agrariërs af, waardoor het water aan de lippen staat.” Daarbij is het dus noodzakelijk dat de overheid en de gemeente de boodschap naar de agrariërs precair brengen en ze tijdig op de hoogte stellen van nieuwe ontwikkelingen binnen de warmtetransitie: “Wij denken dat het erg belangrijk is dat agrariërs de tijd krijgen om hun bedrijfsvoering aardgasvrij te maken. Het is van belang dat we de tijd krijgen om de alternatieven uit te zoeken en vervolgens te kijken wat het beste bij het bedrijf past qua energiebron.” Agrariërs: kansen Een aantal agrariërs ziet wel potentie in het gebruik van alternatieve warmtebronnen, maar krijgt door de huidige regelgeving geen mogelijkheid: “Er is eigenlijk wel voldoende draagvlak voor kleine windmolens, maar de regelgeving laat het plaatsen van deze kleine windmolens nog niet toe.” Redelijk wat agrariërs zien het gebruik van kleine windmolens dus wel zitten. Bovendien geloven de agrariërs in het gebruik van biogasinstallaties, maar het is erg lastig om hier een vergunning voor te krijgen. Op een gegeven moment zal de overheid 25

de ondernemers ook de ruimte moeten geven om een eigen invulling te geven aan het gebruik van alternatieve warmtebronnen. Hierbij is tijdige betrokkenheid van belang, zodat bijvoorbeeld eventuele infrastructuur tijdig kan worden aangelegd. Ook kunnen de agrariërs door tijdige betrokkenheid beter inspelen op natuurlijke vervangingsmomenten binnen hun bedrijf: “Wij denken dat het erg van belang is dat de overheid inspeelt op de natuurlijke vervangingsmomenten van energiebronnen. Vervolgens moet de overheid de aanschaf van een duurzaam alternatief stimuleren.” Agrariërs: betrekken Onderling verschillen de bedrijven in de agrarische sector enorm en dit bepaalt ook de wijze waarop de gemeente agrariërs moet gaan betrekken in de warmtetransitie. Zo heeft een melkveehouderij een veel lager stroomverbruik dan een kalvermesterij of varkenshouderij: “In een kalvermesterij of een varkenshouderij wordt relatief gezien meer energie verbruikt, omdat de stallen moeten worden verwarmd voor de dieren.” Deze grote verschillen in stroomverbruik zal vragen om een individuele aanpak, waarbij per bedrijf wordt gekeken naar de mogelijkheden en beperkingen.

Maatwerk is ook van belang, omdat het type bedrijf invloed zal hebben op het soort alternatief dat de agrariërs moeten gaan nemen: “Boilers zullen voor bepaalde type bedrijven een stuk duurder uitpakken, omdat zij meer energie verbruiken en daarom grotere boilers nodig hebben.” Wat betreft de communicatie verwachten agrariërs dan ook dat een persoonlijke boodschap het beste werkt: “Wij merken dat een persoonlijke benadering eigenlijk de beste manier is om ondernemers te benaderen. Dit komt voort uit ervaringen, zoals bij het project over slootgoed, waar communicatie via de mail niet goed werkte.” Mocht dit niet mogelijk zijn, dan raden ze het de gemeente aan om het toch zo lokaal mogelijk te houden. Het lokaal houden zou dan kunnen worden gedaan door plaatselijke belangen er ook bij te trekken. Agrariërs: rol organisaties In eerste instantie verwachten agrariërs de meest prominente rol voor de gemeente. De LTO kan de gemeente ondersteunen door mee te denken en daarbij de belangen van de agrariërs te behartigen: “Zoals eerder gezegd heeft de LTO met name als rol om de belangen van agrariërs te behartigen.

Indien iets vanuit de gemeente interessant is voor de agrarische sector, dan pakt de LTO dit op en communiceert het vervolgens naar de leden.” Wat betreft de agrarische organisaties heeft de LTO de beste positie om een grotere rol te spelen, omdat zij meerdere kleinere agrarische bedrijven onder haar heeft, die individueel minder invloedrijk zijn: “Wij verwachten dat de kleinere bedrijven, de leden van de LTO, een beperkte rol spelen. Dit omdat de LTO het aanspreekpunt is en op die manier het beste de leden kan aansturen door het voortouw te nemen.” Organisaties als het Agrarische Jongeren Contact hebben vaak weinig leden die ook minder geïnteresseerd zijn in dit onderwerp, wegens hun leeftijd en het feit dat zij het agrarische bedrijf nog niet bezitten. Overigens zijn ze wel makkelijk benaderbaar voor het bespreken van bepaalde onderwerpen. 3.2.3. Lokale initiatieven Het laatste focusgroepgesprek heeft plaatsgevonden met lokale initiatieven. Net zoals bij de agrariërs heeft er één gesprek plaatsgevonden. Per onderdeel wordt weer de belangrijkste resultaten besproken.

26

Lokale initiatieven: weerstand Tijdens gesprekken met de lokale initiatieven komen meerdere punten van weerstand naar boven. Er wordt gesteld dat inwoners voornamelijk in beweging komen door financiële prikkels. Hierbij moet de overheid in zekere zin inwoners tegemoet komen, wat blijkt uit het volgende citaat: “Bij deze transitie moet er dus ook meer geld en daadkracht achter staan. Dit houdt in dat de overheid ruimhartig naar de burgers toe is en een aanbod doet die ze niet af kunnen slaan, dit zal de krachtigste impuls zijn voor de omschakeling.” Ook constateren de lokale initiatieven dat er grote verschillen zijn tussen inwoners onderling, waarbij er een selecte groep actief bezig is met de warmtetransitie. De oprichters van lokale initiatieven merken op dat zij deel uit maken van deze groep actieve inwoners. Er heerst weerstand onder de niet-actieve inwoners, wat lastig is om weg te nemen: “Er wordt vanuit de lokale initiatieven best vaak wat georganiseerd, maar de opkomst blijft laag en het zijn eigenlijk altijd dezelfde mensen die komen.” Een ander punt van weerstand zijn negatieve ervaringen met de overheid in het verleden.

Dit uit zich enigszins in wantrouwen tegenover de politiek, wat te maken heeft met hoe zij bepaalde zaken omtrent de klimaatcrisis in het verleden heeft aangepakt: “Hier hoor je ook over het wantrouwen over de politiek en de gehele klimaatcrisis en warmtetransitie.” Inwoners voelen zich onvoldoende ondersteund vanuit de overheid. Het volgende citaat illustreert dit: “Op dit moment wordt duurzaamheid veel gemarketeerd bij de inwoners, we krijgen de ene na de andere folder in de bus over hoe je kan besparen. Deze folders zijn meestal van commerciële bedrijven, daardoor staat het belang van de burger niet altijd voorop.” Lokale initiatieven: kansen De lokale initiatieven zien kansen in het communiceren van kleine stapjes om weerstand tegen te gaan. De veranderingen omtrent de warmtetransitie moeten dus niet radicaal gebracht worden, maar stapsgewijs, waarbij klein wordt begonnen. Lokale initiatieven verwachten dat er zo draagvlak wordt gecreëerd: “We zijn voornamelijk nog heel erg bezig met veel draagkracht creëren voor de zonnepanelen, van het gas af voelt dan wel als een hele grote stap.” Daarnaast hebben inwoners behoefte aan keuzevrijheid en stellen zij het op prijs om input te leveren.

Het is van belang hierop te anticiperen door inwoners meerdere opties te geven, wat betreft verduurzaming van de woning: “Omdat het gebrek aan concrete ideeën terug blijft komen, zou je een soort inzicht kunnen creëren voor iedereen door mensen een menukaart aan keuzes aan te bieden. Een duidelijk overzicht van alle mogelijkheden met alle bijbehorende kosten helpt vaak ook met mensen in beweging te krijgen.” Lokale initiatieven: betrekken De lokale initiatieven benadrukken dat het gebrek aan concrete informatie ertoe leidt dat het niet duidelijk is wat de huidige aanpak is in de warmtetransitie. Om deze reden vinden lokale initiatieven het lastig om inwoners te betrekken. Het is niet duidelijk wat voor informatie zij kunnen verschaffen aan de inwoners: “Als er concrete ideeën op tafel komen, wordt het ook duidelijker voor de lokale initiatieven welke rol zij hierin zouden kunnen spelen.” Indien er concrete informatie is, dan is het van belang om inwoners op een laagdrempelige manier te benaderen. Zo wordt er meer enthousiasme gecreëerd. Dit hebben lokale initiatieven zelf ervaren. Zij zijn van mening dat langs de deuren gaan een goede aanpak is om inwoners te betrekken: “In Ravenswoud zijn we bij de mensen langs de deuren gegaan, zo wek je wel discussies op en krijg je mensen in gesprek.”

27

Lokale initiatieven: rol organisaties Lokale initiatieven vinden over het algemeen dat de gemeente de meest prominente rol moet aannemen voor de uitvoering van de warmtetransitie. Ze kan wel enige ondersteuning verwachten vanuit de lokale initiatieven, maar de gemeente moet beseffen dat het om vrijwilligers gaat. Lokale initiatieven kunnen meedenken over een plan, maar uiteindelijk is de gemeente de hoofdverantwoordelijke: “Inwoners moeten niet verantwoordelijk zijn voor de invulling van de warmtetransitie, wel hebben zij er baat bij om concrete informatie te ontvangen vanuit de gemeente.” Verder denken lokale initiatieven dat er meer efficiëntie kan worden behaald als verschillende organisaties, die een rol kunnen spelen in de warmtetransitie, gaan samenwerken. Tijdens de focusgroep merkten lokale initiatieven dat ze het prettig vinden om in gesprek te gaan met andere lokale initiatieven, omdat er door samenwerking uiteindelijk meer bereikt kan worden. Als er een concreet plan komt, kunnen organisaties gaan samenwerken, wat blijkt uit het volgende citaat: “Daarnaast moeten alle coöperaties niet met alle dingen tegelijk zijn, er moet een concreter beeld worden gemaakt wat er van ons gevraagd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=e112a5a8-c4dc-4d40-832a-20e7646e5948