CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Begroting 2024 - herzien 09-10

Raadsvergadering 6 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Begroting 2024 (B)35.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2020

2021

2022

2020

2021

2022

Fijn huishoudelijk restafval

Aantal kg per inwoner

158

153

*

170

169

*

Hernieuwbare elektriciteit (1)

%

18,1%

27,20%

*

26,8%

33,20%

*

Bij een verdieping van de cijfers blijkt dat met name gemeenten met veel windmolens en / of biomassacentrales hoog scoren. Dit verklaart de relatief lage realisatie van Opsterland

* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 7 september 2023

Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van programma 7 reserves meegenomen. x € 1.000 Exploitatie

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

MJB 2025

MJB 2026

MJB 2027

(incl wijzigingen) Lasten

7.900

10.517

8.612

8.569

8.030

8.030

Baten

7.402

9.203

7.809

7.814

7.249

7.249

Saldo voor bestemming

-498

-1.314

-803

-755

-781

-781

Lasten

783

775

-

-

-

-

Baten

158

392

61

-

-

-

-1.123

-1.697

-742

-755

-781

-781

Mutaties reserves

Saldo na bestemming

51

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2023

Begroting 2024

Mutatie begroting 2023/2024

Saldo per taakveld 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Saldo voor bestemming

-1.523

-1.497

26

889

1.098

209

728

712

-16

-1.270

-1.068

202

-138

-48

90

-1.314

-803

511

Stortingen reserves

-

Aanvullende dotatie reserve Duurzaamheid

-775

Totaal stortingen reserves

-775

775 -

775

Onttrekkingen reserves Perspectiefbrief 2023

392

Teruggave afvalstoffenheffing 2022 Totaal onttrekkingen reserves Saldo na bestemming

-392 61

61

392

61

-331

-1.697

-742

955

Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2024 € 955.000 voordeliger dan in 2023 Taakveld 7.1 Volksgezondheid geeft in 2024 een voordeel van € 26.000 ten opzichte van 2023 De kosten van dit programma zijn gestegen door een hogere bijdrage aan Veiligheidsregio Fryslân (VRF), onderdeel volksgezondheid (perspectiefbrief 2023). Dit geeft een nadeel van € 74.000 ten opzichte van 2023. Voor Gezond in de Stad (GIDS) is in 2023 eenmalig € 50.000 onttrokken uit de Algemene Reserve (perspectiefbrief 2023). Dit is een voordeel in 2024. De toerekening van de directe personeelslasten geeft een voordeel van € 36.000. De lagere kapitaallasten geven in 2024 een voordeel van €14.000. Taakveld 7.2 Riolering geeft in 2024 een voordeel van € 209.000 ten opzichte van 2023 In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.3 Afval geeft in 2024 een nadeel van € 16.000 ten opzichte van 2023 In de paragraaf Lokale heffingen wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 7.4 Milieubeheer geeft in 2024 een voordeel van € 202.000 ten opzichte van 2023 Voor de lokale duurzaamheidsagenda werd een bedrag van € 58.000 beschikbaar gesteld en voor natuurbescherming € 20.000 (perspectiefbrief 2023). Deze bedragen werden onttrokken uit de Algemene Reserve. Dit geeft in 2024 een voordeel van € 78.000 ten opzichte van 2023.

De bijdrage aan de FUMO is in 2024 door de gewijzigde berekeningssystematiek € 14.000 hoger dan in 2023, dit geeft een nadeel. In de Meicirculaire 2022 werd € 224.000 ontvangen om het bestaande klimaat- en energiebeleid voort te zetten. Dit budget werd in de begroting 2023 opgenomen en onttrokken uit de Algemene Reserve (perspectiefbrief 2023). Dit geeft nu in de begroting 2024 een voordeel van € 224.000. In 2023 werd een budget van € 40.000 onttrokken uit de Algemene Reserve en werd opgenomen voor het Uitvoeringsprogramma energietransitie (perspectiefbrief 2023). Dit geeft in de begroting 2024 een voordeel. De toerekening van de directe personeelslasten geeft een nadeel van € 131.000. Overige budgetwijzigingen geven een voordeel van € 5.000. 52

Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria geeft in 2024 een voordeel van € 90.000 ten opzichte van 2023 De lagere storting in de voorziening Begraafrechten geeft een voordeel van € 10.000. De toerekening van de directe personeelslasten geeft een voordeel van € 80.000. De mutaties in de reserves geven een voordeel van € 383.000 De dotatie van € 775.000 aan de reserve Duurzaamheid is opgenomen in de perspectiefbrief 2023. In 2024 is voor de teruggave afvalstoffenheffing 2022 € 61.000 onttrokken uit de Algemene reserve. Deze onttrekking is verwerkt in de afvalstoffenheffing 2023. De overige onttrekkingen uit de reserve worden in taakveld 7.1 en 7.4 toegelicht.

53

Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Plattelandsgemeente Opsterland is een plattelandsgemeente met 16 vitale dorpen en een uniek en gevarieerd landschap. Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet treedt vanaf 2024 geleidelijk in werking. Deze wet vraagt van ons als gemeente anders denken en handelen. We zorgen voor een goed samenspel tussen de gemeente en de samenleving. In de Omgevingsvisie 2015 - 2030 hebben we daarvoor al belangrijke stappen gezet. We hebben in 2023 een actuele Omgevingsvisie vastgesteld, passend bij de Omgevingswet. Wonen De gemeenteraad heeft in 2023 de Woonvisie Opsterland vastgesteld. De Woonvisie geeft richting bij het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en bij het maken van afspraken met andere maatschappelijke partners en met de dorpen. De Woonvisie is - voor zover het om wonen gaat bepalend voor dorpsvisies, voor het gemeentelijk grondbeleid. Tot slot stuurt de Woonvisie in de keuze op welke locaties woningbouw gewenst en mogelijk is. Actueel zijn verder de afspraken met het Rijk over de verdeling van de woningbouwplannen. Bestemmingsplannen en Omgevingsplan Onze planologische producten (bestemmingsplannen/het omgevingsplan) zijn actueel.

De bestemmingsplannen voor het buitengebied, voor de bebouwde kommen en voor de bedrijventerreinen en de beheerverordeningen die nog van kracht zijn, zijn (afzonderlijk) te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl (landelijke website). Initiatieven We ondersteunen, als dat kan en past, ideeën en/of initiatieven voor ruimtelijke ontwikkeling. Regionaal Wij hebben als gemeente belang bij een toekomstbestendig Friesland. Daarvoor is goede bereikbaarheid noodzakelijk. Met het Deltaplan voor het Noorden (en de Lelylijn) willen het Rijk, de vier noordelijke provincies en gemeenten de bereikbaarheid en het wonen en werken in NoordNederland verbeteren. Grootschalige verstedelijking van onze gemeente is bij het verbeteren van bereikbaarheid niet het doel. Kaderstellende documenten Omgevingsvisie 2023 Woonvisie (2023) Welstandsnota Opsterland (laatste wijziging 2009) Regionale woningbouwafspraken Zuidoost Fryslân 2022-2026 Regionale Woondeal 2020 - 2030 Nota grondbeleid (2018-2021) Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 20202024 OWO-gemeenten Omgevingsplan Reguliere werkzaamheden  Diverse planologische producten  Uitvoering grondbeleid en grondzaken  Accounthouderschap initiatieven samenleving  Planbegeleiding  Accounthouderschap en prestatieafspraken Woningcorporaties en huurdersorganisatie

54

Thema Ruimtelijke ordening Doelstellingen De gronden in Opsterland hebben een functie die is afgestemd op de functie van de andere (aangrenzende) gronden De nadruk ligt op de taken die we als gemeentelijke overheid hebben. Daarnaast speelt een aantal ontwikkelingen op een hoger niveau. Denk aan NOVEX en NOVEX-Lelylijn en aan het Nationaal en het Fries Programma Landelijk Gebied, de energie-infrastructuur en de Blauwe Drager.

Maatregelen In 2024 voeren we de nieuwe Omgevingswet uit zoals dat moet Omschrijving (toelichting) De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Het uitgangspunt bij de Omgevingswet is ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. De overgang naar de nieuwe wet betekent een grote veranderopgave. Dat geldt niet alleen voor de inhoud maar ook voor hoe de ambtelijke organisatie haar werk doet. We hebben de Omgevingsvisie in 2023 al aangepast aan de Omgevingswet. De bestemmingsplannen zijn per 1 januari 2024 van rechtswege omgezet naar een Omgevingsplan. Dit is daarmee nog geen 'echt 'omgevingsplan. Tot 2032 is een overgangsperiode. Dan moet ons Omgevingsplan helemaal passen bij de Omgevingswet. In 2024 is de Omgevingswet van kracht. De dienstverlening aan de inwoners hebben we daarop aangepast. Wij stellen in 2024 ruimtelijk kwaliteitsbeleid vast Omschrijving (toelichting) Bij het welstandsbeleid gaat het ook om het erfgoedbeleid (zie Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed). We beschermen zo cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke omgeving. 1. We actualiseren in 2024 het gemeentelijk welstandsbeleid, passend bij de Omgevingswet. 2. We ronden in 2024 samen met de andere Friese gemeenten het onderzoek af naar hoe we het adviesstelsel rond de ruimtelijke kwaliteit kunnen vormgeven.

Thema Wonen Doelstellingen De woningvoorraad kent mogelijkheden voor doorstroming Gezonde doorstroming is nodig om iedereen aan een betaalbare woning te helpen. Al langer is de doorstroming in de koop- en huursector gering. Waar we dat lokaal kunnen beïnvloeden, nemen we maatregelen om die doorstroming te bevorderen.

Maatregelen De gemeenteraad stelt in 2024 een 'Huisvestingsverordening - urgentie' vast Omschrijving (toelichting) Om invloed te hebben op de doorstroming, is het instrument van een 'Huisvestingsverordening urgentie' een hulpmiddel. Daarom stelt de gemeenteraad in 2024 zo'n verordening vast.

55

Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed Doelstellingen Het behoud van waardevolle historische objecten is geborgd in beleid In 2023 zijn we gestart met gemeentelijk monumentenbeleid. In 2024 bouwen we dit verder uit. Onder andere door een begin te maken met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Dit gebeurt met medewerking van de eigenaren.

Maatregelen We hebben in 2024 instrumenten voor het behoud van waardevolle historische objecten en erfgoed Omschrijving (toelichting) In 2023 heeft de gemeenteraad een Erfgoedverordening vastgesteld als vervolg op onze Monumentenverordening. We zetten in 2024 de volgende stappen. 1. We ontwikkelen in 2024 een cultuurhistorische waardenkaart en een archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart. 2. We stellen in 2024 een nieuwe beleidsnotitie archeologie en cultuurhistorie op. Daarmee beschermen we archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle relicten. We werken ook aan een landschapsbiografie. 3. We ronden in 2024 de Kerkenvisie af. Daarin regelen we het duurzaam behoud van kerkgebouwen. Ook starten we met de ontwikkeling van funerair erfgoedbeleid. Daarmee zorgen we voor cultuurhistorisch waardevolle grafstenen en begraafplaatsen. 4. We starten in 2024 met een inventarisatie en een beoordeling van historische interieurs.

Doelstellingen We behouden landschappelijk en cultuurhistorisch kenmerkende elementen In de ruimtelijke omgeving zijn gezichtsbepalende kenmerken en de landschappelijke en cultuurhistorische elementen op juiste waarde geschat. Wij behouden die voor toekomstige generaties.

Maatregelen In 2024 onderzoeken we de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap Omschrijving (toelichting) We onderzoeken in 2024 de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap.

Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen en vastgoed Doelstellingen Het gemeentelijk vastgoed is geschikt voor de doelen die in de begroting staan Met de kadernota Vastgoedbeleid (2022) sluiten we aan bij andere beleidsstukken, zoals het dorpshuizenbeleid. We monitoren het maatschappelijk vastgoed. Daarbij letten we op het actuele en mogelijk toekomstige gebruik. We bepalen dan welke ingrepen wenselijk of nodig zijn (beheer, onderhoud, renovatie, (ver-) nieuwbouw enzovoort).

Maatregelen Wij organiseren in 2024 het vastgoedbeheer volgens de kadernota Vastgoedbeleid (2022) Omschrijving (toelichting) In 2024 voeren wij de beleidskaders uit de kadernota Vastgoedbeleid in.

56

1. We stemmen taken en rollen af van de verschillende beleidsdomeinen met vastgoedexploitatie en het vastgoedbeheer. 2. We beoordelen het nuttig en effectief gebruik door (maatschappelijke) organisaties en verenigingen. 3. We leggen een financieel gezonde, nuttige en effectieve verkoop- en verwervingsstrategie vast. Daarbij gaan we de exploitatie in beginsel stoppen als de tekorten oplopen of het gebouw zijn functie verliest. 4. We realiseren kostprijs dekkende huurprijzen in relatie tot subsidies vanuit maatschappelijk beleid. 5. We verduurzamen het vastgoed ten behoeve van klimaatdoelstellingen. 6. We realiseren duurzame instandhouding, vernieuwing en renovatie als dat (financieel) kan.

Doelstellingen Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat We hebben een toekomstgericht woonklimaat. Dat sluit aan bij de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling. Het draagt bij aan de leefbaarheid van de woonomgeving. In de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân heeft Opsterland vijf zogenoemde sleutelprojecten opgevoerd (Loevestein fase 5 Gorredijk, Aylvalân Bakkeveen, Fûgelliet noord Ureterp, Terwispel Kolderveen en Langezwaag noord). Dit zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen). Rijk, provincie en gemeente vinden dat we daar tijd en geld in moeten steken. Binnen deze vijf sleutelprojecten realiseren wij 410 woningen. In de Woonvisie gemeente Opsterland staat verder dat we in elk dorp woningbouw mogelijk maken binnen de rode contouren (zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening). Zo kunnen we bestaande initiatieven ondersteunen en binnenstedelijke mogelijkheden (zoals vrijkomende scholen) benutten.

Maatregelen We zetten in 2024 concrete stappen in de sleutelprojecten woningbouw Omschrijving (toelichting) 1. We gaan in 2024 aan de slag met de sleutelprojecten. Daarin voeren we actief grondbeleid. 2. We starten de planvoorbereiding voor Loevestein fase 5 (300 woningen). 3. Voor de binnenstedelijke gebieden maken we herstructurering en transformatie van bestaand vastgoed mogelijk. Beleidsindicatoren

Opsterland

Nederland

Beleidsindicatoren

Eenheid

2020 2021 2022 2023 2020 2021 2022 2023

Gemiddelde WOZ-waarde

per € 1.000

240 261 287^ 332^ 271 290 317^ 369^

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000

10

7

5

9

9

9

woningen Demografische druk 20-64 jaar

%

79% 79% 81% 81% 70% 70% 70% 70%

Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden In euro's

622 650 714 715 700 733 823 860

Gemeentelijke woonlasten meerpersoons

722 754 823 824 773 810 905 942

In euro's

huishouden ^voorlopig * voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 7 september 2023

57

Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties van programma 8 reserves meegenomen. x € 1.000 Exploitatie

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

MJB 2025

MJB 2026

MJB 2027

(incl wijzigingen) Lasten

4.172

1.993

2.484

2.343

1.688

1.625

Baten

4.598

1.472

1.466

1.378

462

462

426

-521

-1.018

-965

-1.226

-1.163

Saldo voor bestemming Mutaties reserves Lasten

228

-

-

-

-

-

Baten

96

380

79

-

-

-

Saldo na bestemming

294

-141

-939

-965

-1.226

-1.163

Specificatie per taakveld x € 1.000 Specificatie

Begroting 2023

Begroting 2024

Mutatie begroting 2023/2024

Saldo per taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening

-344

-584

-240

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

165

345

180

8.3 Wonen en bouwen

-342

-779

-437

Saldo voor bestemming

-521

-1.018

-497

-

-

-

Invoering omgevingswet

380

79

-301

Totaal onttrekkingen reserves

380

79

-301

Saldo na bestemming

-141

-939

-798

Stortingen reserves Totaal stortingen reserves Onttrekkingen reserves

Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2024 € 798.000 nadeliger dan in 2023 Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening geeft in 2024 een nadeel van € 240.000 ten opzichte van 2023 De toerekening van de directe personeelslasten geven een nadeel van € 254.000. Verder zijn de afschrijvingslasten gedaald. Dit geeft een voordeel van €14.000. Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) geeft in 2024 een voordeel van € 180.000 ten opzichte van 2023 In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen geeft in 2024 een nadeel van € 437.000 ten opzichte van 2023 In het kader van de omgevingswet zijn de leges in dit taakveld verlaagd met € 374.000. Dit geeft een nadeel. Het budget voor de implementatie van de omgevingswet is in 2023 € 300.000 en in 2024 € 400.000 (perspectiefbrief 2023). Dit geeft een nadeel van € 100.000 in 2024. 58

De toerekening van de directe personeelslasten geven een nadeel van € 50.000. Woonplan de Vlecke komt later gereed dan voorzien bij de opmaak van de begroting 2023. De afschrijvingslasten zijn hierdoor gedaald met € 24.000, dit geeft een voordeel. De overige verschillen geven een voordeel van € 13.000. De mutatie in de reserve Omgevingswet geeft een nadeel van € 301.000 in dit programma. De onttrekkingen uit de reserve Omgevingswet zijn voor zowel 2023 als 2024 besloten in de perspectiefbrief 2023. De mutatie in de reserve wordt toegelicht in taakveld 8.3.

59

Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De diverse verordeningen belastingen en heffingen worden jaarlijks in december voorafgaand aan het betreffende jaar vastgesteld. In de begroting is al uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan worden de tarieven verhoogd met de indexering (CPI conform coalitieakkoord) van 3,1% (begroting 2023 2,4%). Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid. Kaderstellende documenten De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen. Overzicht geraamde inkomsten In onderstaand overzicht staan de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen. De verwachte opbrengst aan belastingen en heffingen bedraagt in 2024 € 13,0 miljoen, ongeveer 15% van de totale gemeentelijke baten. Leges publiekszaken Dit betreffen de leges ten aanzien van o.a. rijbewijzen, paspoorten en huwelijken. Onroerendezaakbelasting De tarieven voor 2024 worden vastgesteld in de betreffende verordening. Toeristenbelasting Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt 5% van de logiesomzet in onderkomens niet toebehorende of ter beschikking gesteld door de belastingplichtige en 2,5% van de logiesomzet in onderkomens van of ter beschikking gesteld door belastingplichtige.

Deze percentages zijn niet gewijzigd. Afvalstoffenheffing De tarieven voor 2024 worden vastgesteld in de betreffende verordening. In principe zijn de tarieven kostendekkend. Rioolheffing De tarieven voor 2024 worden vastgesteld in de betreffende verordening. In principe zijn de tarieven kostendekkend. Leges omgevingsvergunningen Op dit moment loopt de invoering van de omgevingswet nog. Het is daarom moeilijk in te schatten wat de verwachte legesopbrengsten zullen zijn in de nieuwe situatie. De verwachte opbrengst is gedaald ten opzichte van vorig jaar en ligt nu ruim onder de daadwerkelijke opbrengst van de afgelopen jaren. Door voorzichtig te begroten wordt al rekening gehouden met een mogelijke daling van de legesopbrengsten. De uiteindelijke tarieven voor 2024 worden vastgesteld in de betreffende leges verordening. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Bestemmingsheffingen (afvalstoffenheffing en rioolrecht) en retributies (bijvoorbeeld leges, marktgelden en standplaatsgelden) zijn bedoeld om met de inkomsten uit die belastingheffing de gemeentelijke lasten van die activiteiten te bekostigen. Om te voorkomen dat een gemeente met deze specifieke belastingen ook andere activiteiten financiert, is in de Gemeentewet het verbod opgenomen dat de geraamde baten de geraamde lasten overschrijden.

(De wetsbepalingen die de kostendekkende tarieven voorschrijven, spreken steeds over geraamde bedragen. Dit komt doordat de rechtsbescherming vereist dat de verordening voor aanvang van de belastingheffing moet zijn vastgesteld. Op dat moment zijn alleen de verwachtingen bekend. De mate van kostendekkendheid moet daarom op begrotingsbasis worden vastgesteld.) Door dit vereiste mogen de opbrengsten hooguit kostendekkend zijn. In de praktijk spreekt men dan ook wel van kostendekkende tarieven. Als de opbrengsten minder dan kostendekkend zijn, zullen de lasten uit andere inkomsten worden betaald. Bijvoorbeeld uit de algemene belastingen (met name ozb) of uit de algemene middelen. Als 60

de gemeente niet voor kostendekkende tarieven kiest, betekent dit dat niet alleen de kostenveroorzakers, maar alle belastingplichtigen meebetalen. Het uitgangspunt dat de veroorzaker betaalt, wordt dan losgelaten. Kruissubsidiëring Zeker bij leges waarbij de tarieven voor verschillende activiteiten in één belastingverordening worden geregeld, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst. Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen belastingen/leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit en omgekeerd. x € 1.000 Programma Lokale belastingen en heffingen 0

Leges publiekszaken

0

Onroerendezaakbelasting

1

Begroting 2024 Begroting 2023 (incl wijzigingen) Jaarrekening 2022 313

313

353

4.962

4.813

4.756

Algemeen plaatselijke verordening

18

25

15

3

Toeristenbelasting

220

178

225

7

Begrafenisrechten

150

150

154

7

Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)

3.095

3.064

3.339

7

Rioolheffing, baten

3.539

3.180

2.974

8

Leges omgevingsvergunning

432

756

997

12.730

12.479

12.813

Totaal

Kostendekkendheid De mate van kostendekkendheid wordt in de onderstaande tabellen weergegeven. Soort

Dekkingspercentage Begroot 2023

Dekkingspercentage Begroot 2024

Afval

100%

100%

Riolering

97%

100%

Omgevingsvergunningen

85%

47%

Afval en Riolering Onze gemeente heeft als vastgesteld beleid dat de tarieven van afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn. Afval Voor 2024 is het uitgangspunt een kostendekkend tarief. In het jaar 2022 was er een eenmalig voordeel van € 61.000,- Dit voordeel is bij het bepalen van het tarief 2024 gebruikt voor het dekken van een aantal kosten. Hierdoor daalt het vast tarief voor 2024 met anderhalve euro naar € 157,- voor een meerpersoonshuishouden. Riolering De tarieven voor de rioolheffing stijgen niet t.o.v. 2023. Dit ondanks dat de kosten van riolering door de hogere energie en personele lasten zijn gestegen. Het afgelopen jaar zijn er nieuwe aansluitingen bijgekomen. De toename van het aantal aansluitingen maakt dat de kosten over meer aansluitingen kan worden verdeeld. Het effect hiervan is dat de tarieven 2024 dus niet stijgen terwijl de kostendekkendheid toeneemt van 97% naar 100%.

61

x € 1.000 Afval

Begroting 2023

Begroting 2024

Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen

2.894

2.941

445

445

Netto directe kosten taakveld

2.449

2.496

Indirecte kosten Btw

557

560

Overhead en rente

58

39

Netto indirecte kosten taakveld Totale lasten

615

599

3.064

3.095

Totale heffingen Afvalstoffenheffing

2.036

2.025

Verrekening overdekking 2022

61

Afvalstoffenheffing Restafval

989

967

Afvalstoffenheffing GFT

41

42

Totale heffingen

3.066

3.095

Dekkingspercentage

100%

100% x € 1.000

Riolering

Begroting 2023

Begroting 2024

Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen

2.460

2.637

-

-

Netto directe kosten taakveld

2.460

2.637

Indirecte kosten Btw

388

403

Overhead en rente

439

500

Netto indirecte kosten taakveld Totale lasten

827

903

3.287

3.540

Totale heffingen Rioolheffing

3.180

3.539

Totale heffingen

3.180

3.539

Dekkingspercentage

97%

100%

Omgevingsvergunningen De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) gaan in per 2024. Gelijktijdig met het invoeren van de nieuwe wetgeving, word ook de legesverordening aangepast om aan te sluiten op de nieuwe wetgeving. Tot op heden zitten er aanzienlijke verschillen in de legesverordeningen van de OWO-gemeenten. Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om zowel beleidsinhoudelijk als qua financiën (zoveel mogelijk) in te zetten op harmonisatie binnen de OWO-gemeenten. De harmonisatie betreft de hoofdstukken 2 (omgevingsvergunningen) en 3 in de leges verordening. Dit omdat de diensten binnen deze hoofdstukken worden uitgevoerd door de OWO-afdeling VTH. Via themabijeenkomsten bent u

62

geïnformeerd over de belangrijkste gevolgen van de nieuwe wetgeving. U ontvangt eind dit jaar het voorstel voor een nieuwe geharmoniseerde legesverordening. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen omgevingsvergunningen. De kostendekkendheid komt uit op 47%. De kostendekkendheid daalt als gevolg van Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). De kostendekkendheid varieert daarnaast jaarlijks door de omvang van bouwactiviteiten. De berekening van de tarieven geschiedt extracomptabel. Bij de kosten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Denk hierbij aan de uren van van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. BTW is niet als kostenelement mee te wegen, daar het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft, waarvoor geen BTW verschuldigd is. De wel toerekenbare BTW maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten. x € 1.000 Omgevingsvergunningen

Begroting 2023

Begroting 2024

Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen

736

630

-

-

Netto directe kosten taakveld

736

630

Indirecte kosten Btw Overhead en rente

-

nvt

158

281

Netto indirecte kosten taakveld

158

281

Totale lasten

894

911

Totale heffingen Heffingen

756

432

Totale heffingen

756

432

Dekkingspercentage

85%

47%

Toelichting invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) hebben impact op de legesbaten. De impact van de Omgevingswet is in 2024 nog relatief beperkt, doordat de OWO gemeenten beleidsneutraal overgaan. Tot 2032 krijgen gemeenten de tijd om het omgevingsplan vast te stellen. Hierin zullen gemeentelijk keuzes worden gemaakt of omgevingsplanactiviteiten vergunningsplichtig blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide. Deze keuze hebben gevolgen voor de legesbaten. Door de Wkb wordt de leges voor bouwactiviteiten opgeknipt in een ruimtelijk en een bouwtechnisch deel. De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente. Hierdoor komt de leges voor het bouwtechnisch deel te vervallen. Gevolgklasse 1 zijn bijvoorbeeld eensgezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Circa 90% van alle bouwvergunningen in de OWO gemeenten zit in gevolgklasse 1. Historisch heeft ruim 90% van de legesopbrengsten van titel 2 en 3 betrekking op bouwvergunningen. De consequenties voor de legesopbrengsten zijn derhalve aanzienlijk. De raming van de legesopbrengsten bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn door de nieuwe wetgeving nu groter.

Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten 63

opnieuw geraamd. Na invoering van de Wkb moet blijken of deze raming accuraat is. Ook het aantal vergunningsaanvragen varieert jaarlijks. Het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken is een overgangsjaar, waarin ivm overgangsrecht ook nog oud recht van toepassing is. We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen. Een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid ontstaat naar verwachting in 2025. Lokale lastendruk De lokale lastendruk 2023 kan niet eerder vastgesteld worden dan na vaststelling van de tarieven. Bij het vaststellen van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord en de aangekondigde maatregelen. De tarieven van afval en riolering zijn al wel bekend: 

Afval vast tarief € 157,-

Rioolheffing

€ 277,-

(2023 € 158,50, 2022 € 179,50) (2023 € 277,-, 2022 € 256,-)

In 2024 dalen de lasten voor afval en riolering met € 1,50. Dit is mogelijk omdat bij afval de overrealisatie 2022 in het tarief is teruggegeven. De rioolheffing kan gelijk blijven omdat de grondslag (aantal aansluitingen waarover geheven wordt) zo is toegenomen dat het tarief niet hoeft te stijgen terwijl de kostendekkendheid toeneemt tot 100%. Hierdoor dalen de totale lasten met -0,4% van € 435,50 naar € 434,00 De “Atlas van de lokale lasten 2023” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 375 de hoogste): 

Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 49 (2022 nr. 66, 2021 nr. 82)

Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).

64

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben. De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn:

De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed" (x €) Risico

Kans Max fin. effect Invloed Totaal risico

1 Algemene uitkering (gemeentefonds) fluctueert

50%

1.000.000

8%

500.000

2 Onzekerheid werving personeel

45%

500.000

4%

225.000

3 Effecten invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb)

60%

750.000

7%

450.000

4 Borgstellingen

1%

31.552.000

5%

315.520

5 Effect invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026

70%

5.000.000

57%

3.500.000

6 Mogelijke WW-verplichtingen personeel

25%

1.200.000

5%

300.000

7 Financiële tegenvallers projecten

60%

10.000.000

2%

150.000

8 Effect fluxtuerende energieprijzen

50%

300.000

2%

150.000

9 Tegenvallende resultaten grondexploitaties

15%

1.000.000

2%

150.000

10 Effecten hoge inflatie op exploitatielasten

40%

1.000.000

7%

400.000

52.302.000

100%

6.140.520

Totaal

Toelichting op de risico's 1. Algemene uitkering fluctueert: De omvang van de algemene uitkering (het gemeentefonds) is niet constant. Elk jaar wordt de groei of krimp van de basisomvang gebaseerd op uitgaven die het Rijk verwacht te gaan doen in het begrotingsjaar. Het gevolg hiervan is dat de omvang dus kan fluctueren. Een krimp van het gemeentefonds is in het lopende begrotingsjaar vaak niet meer op te vangen met bezuinigingen en kan tot een negatief rekeningresultaat leiden. 2. Onzekerheid werving personeel: De arbeidsmarkt is overspannen. Dat maakt het moeilijk om als gemeente tijdig nieuwe medewerkers aan te trekken. Ook het vasthouden van medewerkers is een uitdaging. Het mogelijk risico is dat er niet voldoende eigen personeel beschikbaar is voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Om toch de doelen te realiseren is dan aanvullende inhuur noodzakelijk wat meer kosten met zich meebrengt dan eigen personeel. 3. Effecten invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb): De Omgevingswet en de Wkb worden op 1 januari 2024 definitief ingevoerd. Een effect is dat door de wijziging een aantal legesinkomsten vervallen maar dat een deel van de

65

werkzaamheden (o.a. registratie) wel moeten worden uitgevoerd. Omdat alleen voor de aanvragen na invoering van de nieuwe wetgeving gelden de nieuwe legestarieven. Voor 2024 betekent dit dat er ook nog aanvragen onder het oude regime zullen vallen met de bijbehorende opbrengsten. 4. Borgstellingen: De gemeente staat borg voor de leningen die de Stichting Waarborg Woningbouw de woningcorporaties verstrekt. Deze borgstelling is in breed landelijk verband met alle gemeenten afgesproken. Het optreden van het risico is echter zeer beperkt. Zo heeft het faillissement van de woningcorporatie Vestia (2012) niet geleid tot het aanspreken van de borgstelling. 5. Effecten invoering eigen belastinggebied gemeenten per 2026: Dit is geen risico voor 2023, maar het effect is groot en de invulling is nog onbekend. Het effect is ook zichtbaar in het meerjarenperspectief. Daarom is het risico al opgenomen zodat er rekening kan worden gehouden met dit risico in de omvang van het weerstandsvermogen. 6. Mogelijke WW-verplichtingen personeel: Als een arbeidsovereenkomst met wederzijdse goedkeuring wordt ontbonden of het contract niet wordt verlengd dan kan er sprake zijn van een WW-verplichting. De gemeente is hier niet voor verzekerd en is dus zelf WW-risicodrager. Op voorhand is niet bekend of en zo ja in welke mate er sprake is van een WW-verplichting en daarom is deze ook niet begroot. 7.

Financiële tegenvallers projecten: Projecten kennen risico's. Deze risico's worden in de projecten zelf benoemd. Het risico op de risico's is niet financieel afgedekt in de projecten. Een aantal risico's, zoals hyperinflatie, rampen en oorlogen, zijn te generiek en daarom worden ze op een hoger niveau algemeen afgedekt. De reden dat ondanks de omvang van het risico het effect beperkt is komt doordat de meeste projecten in 40 of 50 jaar worden afgeschreven. Hierdoor is het af te dekken risico een stuk lager, een factor 40 c.q. 50, uit dan het effect. 8. Effecten fluctuerende energieprijzen: De gemeente moet in 2024 nieuwe energiecontracten afsluiten. Door de huidige marktsituatie kan het af te sluiten contract duurder uitvallen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Het risico richt zich op uitschieters die nu niet te voorzien zijn maar als ze zich voordoen onontkoombaar zijn. 9. Tegenvallende resultaten grondexploities: Het resultaat van de grondexploitaties is afhankelijk van de mate waarin er verkocht kan worden en of er gronden beschikbaar zijn. Ook externe ontwikkelingen zoals de stikstof problematiek en hogere bouwkosten kunnen het resultaat beïnvloeden. 10. Effecten inflatie op exploitatielasten: De momentele hoge inflatie is gedeeltelijk vertaald in een bijstelling in de algemene uitkering.

Hierdoor kan er in het lopende jaar een verschil ontstaan die tot een tegenvaller bij het opstellen van jaarrekening kan leiden. Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 6,1 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 21,8 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting. Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.

66

x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen Algemene reserve ultimo 2022

22.314

Mutaties 2023 Resultaat 2022

14.800

Resultaatbestemming

-15.162

Primaire Begroting 2023

564

Begrotingsmutaties 2023 (PPB en RV)

-750

Totaal algemene reserve

21.766

Totaal incidenteel weerstandvermogen 1-1-2024

21.766

Kengetallen Met ingang van 2016 zijn een vijftal financiële kengetallen verplicht gesteld. Dit onder andere om de financiële positie van de gemeente voor de raad inzichtelijker en beter vergelijkbaar te maken. Het gaat om de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en indicatoren met betrekking tot de grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Zoals opgenomen in de nota Financieel beleid vanaf 2017 (zie ook hiervoor onder ‘beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s’) sluiten we aan voor de verplichte kengetallen bij de signaleringswaarden uit de stresstest voor gemeenten. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt. Kengetal Netto schuldquote

Categorie A a. zonder correctie

Categorie B

Categorie C

< 90%

90 - 130%

> 130%

< 90%

90 - 130%

> 130%

> 50%

20 - 50%

< 20%

doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Eerste jaar en

Begroting en

Begroting en

meerjarig > 0%

meerjarig 0%

meerjarig < 0%

Grondexploitatieruimte

< 20%

20 - 35%

> 35%

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

Jaarrekening 2022

Begr. 2023 (P)

Begr.2024

Netto schuldquote

8,6%

24,2%

11,8%

16,1%

25,2%

26,2%

Netto schuldquote excl.

8,6%

24,2%

12,1%

16,4%

25,5%

26,5%

Solvabiliteit

37,4%

31,7%

41,9%

47,1%

47,4%

47,8%

Structurele exploitatieruimte

5,4%

0,1%

3,7%

6,9%

-1,1%

-1,0%

Grondexploitatie

-0,5%

2,5%

0,2%

0,9%

0,0%

0,0%

Belastingcapaciteit

91,5%

85,3%

78,5%

78,5%

78,5%

78,5%

Kengetallen

Begr.2025 Begr.2026 Begr.2027

verstrekte leningen

Toelichting kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie:

67

Netto Schuldquote We verwachten dat de netto schuldquote in 2024 daalt ten opzichte van 2023. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent. Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) Het kengetal van de netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) is bij Opsterland gelijk aan het kengetal netto schuldquote. Solvabiliteitsratio We verwachten dat de solvabiliteit van de gemeente stijgt ten opzichte van de begroting 2023 en de komende jaren ook blijft stijgen. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De stijging komt doordat de gemeente de komende jaren een positief resultaat heeft waardoor het eigen vermogen stijgt. Het solvabiliteitspercentage is aanvaardbaar. Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt. Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen in de financiële begroting. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente.

Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn ze lager. De woonlasten bevinden zich op een stabiel en landelijk gezien laag niveau. Frauderisico's en continuïteit Bij de beoordeling van de continuïteit van een gemeente is sprake van de beoordeling van zowel de formele continuïteit als een materiele beoordeling. De eerste gaat over het voortbestaan van de organisatie als zodanig en op dat vlak heeft het Rijk harde waarborgen getroffen. De continuïteit staat in dat opzicht dus niet ter discussie. Materieel kan het wel zo zijn dat activiteiten nu of in de toekomst, niet of anders worden vormgegeven als gevolg van externe of interne ontwikkelingen. Dat kan leiden tot aanpassing in taken, activiteiten, beleid, projecten of doelstellingen. Politieke keuzes daarin kunnen leiden tot bijvoorbeeld afwaardering van activa of de noodzaak om voorzieningen te treffen.

Indien dat majeure financiële effecten heeft dienen ook deze in de continuïteitsbeoordeling of risicoparagraaf te worden betrokken voor zover deze niet al in de jaarrekening zijn verwerkt. Op dit moment ziet de gemeente Opsterland geen verhoogde continuïteitsrisico. Mocht er een fraude blijken, dan zal dat op deze plaats aangegeven worden. Uit diverse controles blijken geen signalen voor fraude door eigen medewerkers.

68

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot deel van de openbare ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit onze kapitaalgoederen. Dit zijn onder andere de wegen, riolering, bruggen, verlichting, openbaar groen en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen heeft invloed op de beleving door inwoners, bezoekers en ondernemers bij hun activiteiten in de openbare ruimte. Daarnaast vertegenwoordigen de kapitaalgoederen een aanzienlijke waarde en brengt vroegtijdige vervanging onnodige kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat we goed op deze kapitaalgoederen passen om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen en kapitaalverlies te voorkomen. De kaders voor het onderhouden van de arealen verhardingen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en het openbare groen zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik; netjes waar het moet, sober waar het kan. Hierin is gezocht naar een verantwoorde balans tussen kosten enerzijds en een prettige leefomgeving anderzijds. De kaders voor het beheren onderhouden van de riolering en daarbij horende (zuiverings)installaties zijn vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025.

Naast de verankering van de zorgplicht voor de inzameling van het afvalwater, hemelwater en grondwater voorziet het plan in kaders voor de klimaatadaptatie en andere gemeentelijke watertaken. Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestekskwaliteit. Kaderstellende documenten Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 Watertakenprogramma 2020-2025 Notitie licht in de duisternis (2009) Verharding en openbare verlichting Kerncijfers en kwaliteitsambitie De gemeente heeft ongeveer 2,81 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 51% uit dicht asfaltbeton, 41% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.), 3 % cementbeton en 5% overige soorten verharding. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 175 mln. In de gemeente staan ongeveer 4.400 lantaarnpalen, waarvan 4.121 in beheer en eigendom van de gemeente. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De ondergrondse infrastructuur die hierbij hoort is voor het grootste deel in eigendom van netbeheerder Liander. Van het areaal bestaat ongeveer 80% uit energiezuinige LED armaturen. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.

In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal van verhardingen en openbare verlichting weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Verharding en openbare

Hoeveelhei

Structuurelement

d Bedrijventerrei Begraafplaat Buitengebie

verlichting

n

s

d

Centru

Groengebie Hoofdstructuu Woongebie

m

d

r

d

Rijbanen

204 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkeerstroken

17 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Fietspaden

26 ha Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Voetpaden

34 ha Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Openbare

4.121 stuks Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

/ overig

verlichting Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

69

Toekomst Uit de laatste inspectie is naar voren gekomen dat het areaal er op plaatsen onvoldoende bijligt. Op deze plekken zijn schadebeelden geconstateerd die conform de verwachte levensduur van de betreffende wegvakken niet zijn voorzien. Deze schades zijn voornamelijk aangetroffen op de wegen in het westen van de gemeente (veengronden) en zijn gerelateerd aan de lange droge periodes van de afgelopen jaren. Voor het aanpakken van deze schades zijn met het vaststellen van het Beeldkwaliteitsplan aanvullende middelen beschikbaar gesteld. We blijven de schadebeelden nauwlettend monitoren en voeren proeven uit om ervaring op te doen met lichtere wegen. Riolering Kerncijfers De gemeente is voor een (groot) deel verantwoordelijk voor de inzameling, transport en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor zijn drie verschillende systemen in de gemeente aanwezig: vrijvervalriolering, drukriolering en individuele systemen voor de behandeling van afvalwater (IBA's). Van de vrijvervalriolering bestaat nog ongeveer 70% uit een gemengd systeem. Bij de rest is sprake van scheiding tussen hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA). Het totale systeem vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 150 mln. In de tabel hieronder is een overzicht weergegeven van het volledige areaal. Riolering

Hoeveelheid

Vrijvervalriolering

215.003 m1

Putten

4.582 stuks

Straatkolken

10.796 stuks

Bergbezinkvoorzieningen

5 stuks

Overstorten

34 stuks

Drukriolering / persleiding

137.082 m1

Minigemalen

522 stuks

Opvoer- / tussengemalen

28 stuks

Gemalen overig

8 stuks

IBA-systeem (individuele behandeling afvalwater)*

112 stuks

* 21 IBA's zijn in beheer bij het Wetterskip Fryslan

Kwaliteitsambitie Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Watertakenprogramma 20202025. Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden. Areaal

Afvalwater

Hemelwater

Grondwater

Structuurelement Centrum

Woongebied

Bedrijventerrein

Buitengebied

Inzameling

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Hoog > Basis

Basis

Transport

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Inzameling (overtollig)

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis > Hoog

Basis

Verwerking (in riolering)

Basis

Basis

Basis

Basis

Verwerking (in openbare ruimte)

Basis

Basis

Basis

Basis

Inzameling

Basis

Basis

Basis

Basis

Verwerking

Basis

Basis

Basis

Basis

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Watertakenprogramma 2020-2025

70

Toekomst De voorziening geeft voldoende dekking voor de uitvoering van de gestelde ambities. Bij de te nemen onderhoudsmaatregelen wordt rekening gehouden met de klimaatverandering. Gestreefd wordt naar het voorkomen of beperken van wateroverlast en hittestress. In 2024 wordt verder gewerkt aan een nieuw Watertakenprogramma voor de periode vanaf 2025. Vaarwegen en kunstwerken (water) Kerncijfers en kwaliteitsambitie In de gemeente liggen twee grote vaarroutes. De civiele kunstwerken die hierbij horen zijn deels in beheer en eigendom van de gemeente. Daarbuiten zijn diverse (kleinere) civiele kunstwerken. Van drie tunnels die in eigendom zijn van de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat heeft de gemeente het dagelijkse beheer. Het totale areaal vertegenwoordigd een vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor de civiele kunstwerken weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Civiele kunstwerken

Hoeveelhei

Structuurelement

d Bedrijventerrei Begraafplaat Buitengebie Centru n

Groengebie Hoofdstructuu Woongebie

s

d

m

d

r

d

Bruggen (vast)

31 stuks Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Bruggen (hout)

85 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

Basis

Bruggen

17 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

Basis

Basis

33 stuks Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Basis

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Tunnels*

7 stuks N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Kademuren

6838 m1 Basis

N.v.t.

Basis

Basis

N.v.t.

N.v.t.

Basis

Beschoeiingen

5791 m1 N.v.t.

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

N.v.t.

Basis

(beweegbaar) Vaarrecreatiev e voorzieningen Waterwerken

Vastgelegde kwaliteitsambitie (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 *Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat

Toekomst Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2040 betreft de theoretische vervanging circa €19 mln. Op dit moment is er geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen. Groen Kerncijfers en kwaliteitsambities Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor groen weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.

71

Openbaar

Hoeveelheid

groen Bomen

Structuurelement Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied

51.337 stuks Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

(bio) Natuurlijke

9.600 are Laag (bio)

Basis (bio)

Laag (bio)

beplanting Cultuurlijke

Basis (bio)

702 are Laag

Hoog

Laag

Basis

Basis

Basis

Basis

Hagen

106 are Basis

Hoog

Laag

Basis

Laag

Basis

Basis

Gras

30.338 are Laag (bio)

beplanting

Hoog

Laag (bio)

Basis

Laag (bio)

Laag (bio)

Laag (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

N.v.t.

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

442 km Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

Basis

Basis

Basis

Bermen Watergangen (waterlopen en

(bio)

sloten) Watervlakte

1.423 are Basis (bio)

Basis (bio)

Basis (bio)

(vijvers) Parkmeubilair

Basis (bio)

559 stuks Basis

Hoog

Basis

Basis

Op basis van de CROW-kwaliteitsnorm zoals vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025

Gebouwen Kerncijfers en beheer De gemeente heeft divers vastgoed in eigendom en beheer en heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln. Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Deze gebouwen zijn meestal al geheel afgeschreven, indien dit niet het geval is, is de boekwaarde lager dan de marktwaarde. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor gebouwen weergegeven. Gemeentelijk vastgoed Functieomschrijving

Aantal

Bedrijfsvoering

11

Maatschappelijk

15

Monumentaal

8

Voormalige scholen en leegstaande gebouwen

2

Dorpshuizen

7

Overig

9

Totaal

52

Toekomst Overbodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar.

72

Financiering Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017). Beleidskader reserves en voorzieningen (2016). Rentelasten, rentebaten, renteverdeling De door de gemeente betaalde en ontvangen rente wordt per saldo verantwoord op Algemene dekkingsmiddelen. Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte is vastgesteld op basis van ongewijzigd beleid.

Voor komend jaar wordt niet verwacht dat er een nieuwe langlopende lening aangetrokken hoeft te worden. Renteverwachtingen 2024 Een belangrijke variabele bij de uitvoering van het financieringsbeleid is de toekomstige renteontwikkeling. De keuze tussen korte en lange looptijden wordt mede bepaald door de verwachte renteontwikkelingen. Het gewogen gemiddelde rentepercentage in 2024 is 0,51% (2023 0,52%). Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2024 is dit voor onze gemeente maximaal € 8,1 miljoen (2023 € 7,2 miljoen). Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen.

Eind 2020 hebben we echter een langlopende lening afgesloten waardoor we verwachten in 2024 geen kortlopende lening te hoeven afsluiten. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 19 miljoen (2023 € 17 miljoen) renterisico mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2024 bedraagt € 3,8 miljoen (gelijk aan 2023). We voldoen aan de renterisiconorm. 73

Renteschema Er is voor 2024 geen rente geen toegerekend aan de verschillende taakvelden op basis van de boekwaarde van de activa. Dit doordat het verplicht schatkistbankieren op dit moment meer oplevert dan dat we kwijt zijn aan de rentes voor de lopende leningen. Deze situatie is van tijdelijke aard door de geplande investeringen in de komende jaren. Rente aan het grondbedrijf is toegerekend op basis van het gewogen gemiddelde rentepercentage afgezet tegen de waarde van de bouwgrondexploitaties. Liquiditeiten Ook in de toekomst zullen wij een beroep moeten blijven doen op de kapitaalmarkt. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2024 wordt een meerjarige liquiditeitenplanning opgesteld. Op deze wijze hebben we sturing op onze financieringsbehoefte en de daaraan verbonden kosten. Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2024 ongeveer € 713.000,- (2023 ongeveer € 636.000).

74

x € 1.000 Renterisico vaste schuld over de jaren 2023 t/m 2026

2024

2025

2026

Omvang begroting (stand primaire begroting)

95.126

92.879

84.236

84.098

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

19.025

18.576

16.847

16.820

Renteherziening

0

0

0

0

Aflossingen

3.800

3.800

1.800

1.800

Rente risico

3.800

3.800

1.800

1.800

Renterisiconorm

19.025

18.576

16.847

16.820

Totaal rente risico

3.800

3.800

1.800

1.800

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

15.225

14.776

15.047

Grondslagpercentage

2027

Toets renterisico

15.020 x € 1.000

Renteschema begroting 2024

a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering

182

b. Werkelijke externe rentebaten (idem)

182

Saldo rentelasten en rentebaten

0

c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend

-2

c2. Werkelijke rente van projectfinanciering

0

c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke

0

lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) -2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

2

d1. Werkelijke rente over eigen vermogen

0

d2. Werkelijke rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

2

e. De aan taakvelden werkelijke toegerekende rente

0

Verschil

2

75

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn. De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Lopen de processen zoals ze moeten lopen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Al deze zaken hebben permanent aandacht. Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het beter en goedkoper? In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering spelen.

Kaderstellende documenten Organisatiebesluit (2021) OWO-Visie (2021) Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 (2018-16078) Uitvoeringsnotitie inkoop en aanbestedingen 2021 Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld) Bestuursovereenkomst OWO 2015 (2016-13886) Accountantscontrole en rechtmatigheid De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden staan de wettelijke goedkeurings- en rapporteringstoleranties in een percentage van de omvangsbasis (de totale lasten van de gemeente) vermeld. De raad kan een lager percentage voor deze toleranties vaststellen. De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2023 zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren: De goedkeuringstolerantie is vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden. De rapporteringstolerantie is vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden. Overige uitgangspunten zijn: 1. Budgetrecht raad Als blijkt dat het door de raad geautoriseerde budget onvoldoende is dan doet het college voorstellen aan de raad voor aanvullende budgettaire ruimte. Deze stap is niet nodig als hiervoor door het college dekking wordt gevonden binnen het programma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=15abf719-4aa0-462e-8675-8b1e2f7e0883