CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030

Raadsvergadering 8 juli 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030 (H)33.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

27 Baar- en lijkenhuisje (links) en koetshuis (rechts) in 2023.

geplaatst tussen robuuste bakstenen pijlers. In 1922 werd een doodgraver benoemd en werd de begraafplaats in gebruik genomen. In 1923 wendde de vereniging voor buurtschappen in Nij Beets zich weer tot de gemeente. Deze keer met het verzoek een bergplaats voor de lijkwagen te mogen bouwen. Het koetshuis werd in het verlengde van de ingang gebouwd en had een vergelijkbare architectuur als het baarhuisje. Opvallend was de rieten kap. Aan de voorzijde werd een dubbele deur gemaakt. In 2014 is het rieten dak vervangen door een pannendak. Een verzoek voor de bouw van een klokhuis in 1924 werd afgewezen door de gemeente.

Oorspronkelijk ontwerp van begraafplaats Nij Beets in 16 vakken. Achter iedere rij graven werd een klein voetpad aangelegd.

De directeur gemeentewerken deed in 1957 een voorstel de begraafplaats te verbeteren. Er werden smalle paden toegevoegd achter de grafstenen en waarschijnlijk werd ook een deel van de paden verwijderd. De zestien kleinere grafvlakken vormden vanaf toen vier grotere vakken. In 1962 werd het laatste deel van de toegangsweg breder gemaakt, zodat auto’s makkelijker konden keren bij de ingang. De enige uitbreiding op de begraafplaats was een strook grond achter het koetshuis, dat gebruikt wordt voor kindergraven en later ook urnengraven. Ligging in het landschap De begraafplaats is nooit noemenswaardig vergroot en heeft daarom nog steeds de oorspronkelijke grootte van ongeveer 4.500 m². De omgeving is nog vergelijkbaar met de periode van de aanleg. De begraafplaats ligt achteraf tussen de weilanden, ongeveer 120 meter vanaf de doorgaande weg. Rondom de begraafplaats liggen brede sloten. De Kerkhofswijk lijkt in de jaren ’90 smaller te zijn gemaakt. Alleen het deel langs de begraafplaats tot de weg is nog in oorspronkelijke staat. De ligging midden in het polderlandschap is niet uniek in Fryslân, maar zorgt wel voor een kenmerkend beeld. Van alle gemeentelijke begraafplaatsen in Opsterland, heeft deze begraafplaats het meest haar stedenbouwkundige omgeving behouden. De begraafplaats is onderdeel van het Bestemmingsplan Buitengebied en heeft de bestemming “Begraafplaats”.

De percelen eromheen hebben een agrarische bestemming. Aanleg en groene aspecten De begraafplaats is te bereiken via een toegangsweg van klinkers. De begraafplaats wordt geheel omringd door een originele beukenhaag van ongeveer 2 meter hoog. De beukenhaag is een belangrijk element: hij is meer dan een eeuw oud en zorgt voor privacy en begrenzing. Vroeger stonden op de hoeken treuressen, die beeldbepalend waren. Deze bomen zijn door ouderdom en uitval verdwenen. In het midden van het veld is een treurwilgje geplaatst met een ronde zitbank. Achter de haag stonden lange tijd ook grote bomen, naar die waren begin eenentwintigste eeuw grotendeels verdwenen. De laatste bomen achter het baarhuisje zijn in 2022 verdwenen. Lange tijd stond er wat gemengd groen achter de haag, maar dat is de laatste jaren vervangen en er zijn nieuwe bomen aangeplant. Binnen de beukenhaag, maar 28

rond de grafakker zelf, ligt een schelpenpad. De grafakker is verdeeld in vier vlakken. De grafvelden zijn grotendeels hetzelfde gebleven. Graven liggen in het gras. De oude paden en indeling zijn nog te herkennen, omdat de paden niet gebruikt zijn om te begraven. Op de grafvakken is er nauwelijks groen aanwezig. De oorspronkelijke aanleg is dan ook nauwelijks aangetast. Het sobere ontwerp is nagenoeg intact, al zijn de paden begroeid met gras. Wel zijn er minder groenelementen. Typologie van de grafmonumenten Er zijn grafmonumenten te vinden uit diverse perioden, die vanuit cultuurhistorisch oogpunt belangrijk zijn om te behouden. De oudste grafmonumenten dateren uit de beginperiode, rond 1925. Het grafmonument van veehouder Theunis H. van der Mei is de oudste verwijzing naar een begrafenis op de begraafplaats, al lijkt zijn grafmonument van later datum te zijn. Ook zijn er grafmonumenten te zien die passen in de Luchtfoto van begraafplaats met huidige indeling in 4 grote negentiende-eeuwse grafcultuur. Interessant aan de vakken en in het midden een treurboompje. oudere stenen is de vermelding van de Bron: Google Maps. geboorteplaatsen, wat een indicatie van de herkomst van de bewoners geeft. Enkele graven hebben een smeedijzeren hek, zoals dat van Egbert Vaartjes. Zowel hekwerk als graftrommel kunnen onderhoud gebruiken.

Een ander smeedijzeren hekwerk is te vinden op de graven van de familie Hoekstra-Duhoux, al dateert deze van na de Tweede Wereldoorlog. De andere grafstenen op de begraafplaats laten goed de ontwikkeling van de grafcultuur zien. Sommige grafstenen zijn gemaakt van kunststeen met tekstplaten van marbriet. Ook zijn er een paar granieten grafstenen uit de jaren ’50. Opvallend is dat jongere grafmonumenten door de oudere heen zijn geplaatst. Dit zorgt voor een gevarieerd beeld. Op den duur kunnen deze jongere, vooral de bredere, het karakter van de oudere stenen laten verdwijnen. Er is duidelijk een verschuiving te zien van solitaire stèles naar bredere grafmonumenten op twee graven met een deksteen, tegels of plaat op het graf. Qua symboliek is de palmtak veel te zien, maar er zijn ook oudere symbolen te zien, vooral op de oudere grafmonumenten. De begraafplaats toont een grafcultuur die een hele eeuw beslaat. De twee gebouwtjes zijn van betekenis omdat ze behoren tot de oudere bebouwing van Nij Beets en, met name het koetshuis, een uitdrukking vormen van een doodscultuur in de eerste helft van de twintigste eeuw. Voor Nij Beets bezit de begraafplaats een grote historische waarde, enerzijds door de oudere grafmonumenten en anderzijds door de genealogische betekenis van de begravenen.

Op de begraafplaats is goed te zien dat de inwoners van de dorpen in de nabijheid maar ook van grotere afstand kwamen om hier een nieuw leven op te bouwen. 29

De afwisseling van oude en nieuwe grafmonumenten op de begraafplaats van Nij Beets.

2.5 Tijnje Net als Nij Beets ontstond Tijnje door het op gang komen van de vervening. De eerste verveningswerkzaamheden werden hier al rond 1750 uitgevoerd. Rond 1850 was er al enige bebouwing aan de Breewei en Rolbrêgedyk. In dezelfde omgeving was er overigens ook al eerder een dorp ontstaan, het verdwenen dorp Rijp. Tijnje behoorde toen het net ontstond nog tot Terwispel, een agrarische middeleeuwse nederzetting met eigen kerk. Ook bekend is it Klokmêd, een andere locatie nabij Tijnje waar mogelijk een kerk heeft gestaan, gezien de tufstenen fragmenten die er zijn gevonden en de aanwezigheid van een verlaten kerkhof. Toen men rond 1850 begon met de drooglegging van het gebied werd de grond omgezet naar weidegrond. Het zorgde ervoor dat Tijnje snel in omvang groeide. In 1890 stichtte men een klein hervormd kerkje aan de Ripen. De begraafplaats van Tijnje, aangelegd in 1895, was de eerste algemene begraafplaats in de gemeente. Voordat de begraafplaats in gebruik genomen werd, werden inwoners begraven in Terwispel. Na 1915 werd Tijnje een zelfstandig dorp en groeide het Terwispel voorbij qua inwonertal. Gemeentelijke begraafplaats Tijnje De algemene begraafplaats van Tijnje aan de Breewei 27 is gesticht in 1894. De klokkenstoel is eveneens in 1894 gebouwd. Het ontwerp kwam van de hand van gemeentearchitect Halbertsma. De formele opening was op 1 april 1896.

De begraafplaats heeft een zeer ruime entree met een ovale vijver. De grond van de vijver werd gebruikt om het terrein op te hogen. De begraafplaats bestaat uit drie gedeelten: een vijver met oorlogsmonument, de eerste grafakker met klokkenstoel en de tweede grafakker met aan het eind de columbaria en urnengraven. Aan weerszijden van de vijver werden paden Op het middenpad de klokkenstoel uit 1894 met aangelegd die leiden naar de grafakker. Er werd een koetshuis daaronder bestrating met het wapen van Tijnje. gebouwd rechts van de ingang. De begraafplaats zelf werd in tweeën gedeeld door een pad in het midden aan te leggen. Later is hier een klokkenstoel geplaatst. In 1922 diende het Plaatselijk Belang een verzoek in tot de bouw van een bergplaats voor de lijkwagen. Dit koetshuis werd gebouwd achter het bestaande huisje rechts van de ingang. De Lijkwagenvereniging van Tijnje betaalde de kosten. In 1936 is met een rijksbijdrage, in de vorm van een werkverschaffingsproject, de entree van de begraafplaats opgeknapt en werd het hek geplaatst. De oude begraafplaats werd toen opgehoogd en er werd nieuwe beplanting aangebracht: een groot tal bomen en struiken, zoals rododendrons, appelbomen, hulst en seringen, werden geplant om de begraafplaats te verfraaien. In 1940 werd er een herdenkingsmonument onthuld voor twee gesneuvelde dorpsgenoten.

Jeen Jeninga en Klaas Idzerda kwamen om bij de Grebbeberg. Zij zijn begraven op het militair ereveld Grebbeberg. Naast de gedenkplaten met een tekst en hun namen staan er twee afgebroken pilaren aan weerszijden van het monument, die symbool staan voor de twee abrupt beëindigde levens. In 1941 kocht de gemeente ten oosten van de begraafplaats grond aan om een uitbreiding te realiseren. Van de 624 graven waren er toen nog 40 vrij. Ook is toen de watergang rond 30

het nieuwe deel van de begraafplaats gegraven. Op dit nieuwe deel werden de graven net als op het oude deel zonder paden aangelegd, maar wel met meer ruimte ertussen. In 1971 werd er een berekening gemaakt van de capaciteit. Op het oude deel waren er nog 70 beschikbaar en op de uitbreiding 12. Geschat werd dat men daarmee nog 10 tot 12 jaar vooruit kon. In 1981 werden er plannen gemaakt voor nog een uitbreiding. Hierbij werd rekening gehouden met 440 graven en 36 kindergraven. In 1982 is het nieuwe deel van de begraafplaats, waar ruimte voor 476 graven gerealiseerd werd, met beplanting ingericht. In 2003 werd er een aanvraag gedaan voor een urnenbegraafplaats. De beplanting, bestaande uit buxus, hortensia en bomen werd uitgevoerd door Plaatselijk Belang. In 2009 werd de urnenmuur gemaakt, welke mede gefinancierd werd door Plaatselijk Belang. Naast deze urnenmuur werd er ruimte voor urnengraven gereserveerd. In 2007 werd de klokkenstoel opgeknapt door klokken- en kunstgieterij Reiderland. De houten potdekseldelen werden toen met zink bekleed. Aan de noordkant van de begraafplaats werd een nieuwe woonwijk aangelegd van waaruit ook een nieuwe diensttoegang gerealiseerd werd. In 2015 is tussen het voorste deel met de vijver en de begraafplaats zelf een modern hekwerk geplaatst.

Luchtfoto van begraafplaats Tijnje met links de vijverpartij, in het midden de eerste uitbreiding die wordt gescheiden door taxussen van het oude deel en rechts de laatste uitbreiding met strooiveld. Bron: Google Maps.

Ligging in het landschap Een eeuw geleden lagen aan de Breewei met name vrijstaande huizen en enkele boerderijen. De begraafplaats lag lange tijd in de weilanden. De begraafplaats vormde een markant punt tussen de bebouwing met zijn ingerichte vijver en omringd door bomen. Aan de zuidkant werd sportpark De Kampen aangelegd, na de Tweede Wereldoorlog. Aan de noordkant werd begin deze eeuw een nieuwe woonwijk gebouwd met vrijstaande en twee-onder-een kap woningen. Vanuit deze wijk is er een ingang gemaakt naar de begraafplaats. Woningen in de wijk zijn dan ook zichtbaar vanaf de begraafplaats. De begraafplaats is onderdeel van het bestemmingsplan Tijnje Kom. Er rust een maatschappelijke bestemming als begraafplaats op. De percelen ten zuiden en noorden hebben een woonbestemming. In het bestemmingsplan is een groot deel van het terrein bovendien bestempeld als archeologisch waardevol terrein. De onbebouwde percelen aan de oostkant, bestaand uit weide en bos, hebben de bestemming agrarisch – cultuurgrond. De groene zoom rondom maakt dat de bebouwing in de omgeving weinig opvalt. In de winter, als de bomen zonder blad zijn, zal de noordelijke bebouwing wat zichtbaarder zijn.

31

Aanleg en groene aspecten De begraafplaats geeft een parkachtige indruk vanaf de openbare weg. Langs de Breewei staat een strakke lage beukenhaag. Erachter staan essen. In het midden ligt de vijver met daaromheen linden. De zijkanten van dit voorste deel van de begraafplaats zijn dicht begroeid. De vijver vormt een opvallend aspect. De druppelvorm is symmetrisch, al onderbreekt enige begroeiing die symmetrie. Net voor de vijver staat het herdenkingsmonument. Op dit deel zijn rododendrons geplant op de hoeken bij het oude deel. Het houten baarhuisje wordt hierdoor wat afgeschermd. Een recent geplaatst hekwerk scheidt de grafakker van het voorste deel. Er is bij de plaatsing rekening gehouden met de twaalf beuken die er staan. De meest rechtse is de grootste en ook oudste van deze rij. Het oudste deel van de grafakker kent alleen een groene border aan de buitenzijde. Alle grafmonumenten liggen in het gras. Centraal ligt een schelpenpad. Tussen de eerste, oudste aanleg en de eerste uitbreiding vormen taxussen de scheiding. Twee staan dicht op het middenpad. Ook staan er twee aan de buitenkant. De uitbreiding is gelijkend het oudste deel: graven in het gras, gescheiden door een middenpad. De laatste uitbreiding is minder scherp afgebakend van de eerdere uitbreiding, doordat de eerdere groene afscheiding verwijderd is.

Het middenpad knikt naar links naar een bestraat deel met een bankje, urnenmuur en deel met urnengraven. Een buxushaag scheidt dit deel af. De achterzijde van het terrein wordt afgesloten met struiken en bomen. Tussen de urnenbestemming en de rijen waar nu begraven wordt is een gazon aangelegd. Een deel hiervan fungeert nog als strooiveld. Op de graven staat nauwelijks beplanting. De delen met graven zijn sober ingericht. Vooral het

32 Zichtfoto vanaf het middenpad op de tweede uitbreiding, 2023. Er is een grote variëteit aan grafmonumenten, van diverse materiaalsoorten en met uiteenlopende symboliek aanwezig. De taxussen vormen een markant groenaspect.

groen in de rand, bestaand uit veel gemengde loofbomen en struiken, zijn een opvallend geheel in Tijnje. De begraafplaats van Tijnje oogt relatief oorspronkelijk ondanks de twee latere uitbreidingen. De laatste uitbreiding is typerend voor de naoorlogse tijd. Het groen achter de graven maakt dat dit deel iets meer aan de oorspronkelijke bedoeling tegemoet komt. Het geheel, met koetshuis en klokkenstoel alsook de sobere inrichting, geven de begraafplaats een typerend Fries voorkomen, dat versterkt wordt door de talloze grafmonumenten. Het oude deel lijkt nog redelijk intact te zijn. Ook het houten baarhuis is bijzonder. Het verwijderen van de groene scheiding heeft de opdeling van de begraafplaats in enkele afzonderlijke secties tenietgedaan, maar is wel begrijpelijk vanuit beheerstandpunt. De ligging van het urnendeel is daarmee wat beter zichtbaar, maar de afstand is mogelijk een reden dat er niet veel gebruik van wordt gemaakt. In de afgelopen jaren is er veel groen verwijderd, vooral tussen de eerste en tweede uitbreiding. Ook hagen zijn verwijderd, mogelijk ter vergemakkelijking van het onderhoud. Typologie van de grafmonumenten Op het eerst aangelegde deel en de eerste uitbreiding zijn er een groot aantal interessante grafmonumenten te zien, vooral uit de twintigste eeuw.

Deze delen geven een goed beeld van de ontwikkelingen in de grafcultuur van begin twintigste eeuw tot nu. Van smalle stèles gemaakt van hardsteen naar bredere gepolijste granieten stèles, waarbij de graftuin steeds meer bij het graf betrokken werd, met een rand en later ook dekplaten. Er zijn een aantal grafmonumenten die de aandacht verdienen wegens het toegepaste materiaal of de vormgeving, bijvoorbeeld de witgeverfde betonnen stèle voor Ale K. Meester (1920) en zijn vrouw. Het is een van de oudere grafmonumenten, die qua materiaalgebruik past in het verhaal van Tijnje als arbeidersdorp. Door de armoede kon niet iedereen zich een natuurstenen monument veroorloven. Mogelijk verklaard dat ook waarom er weinig oudere grafmonumenten zijn. Vlak bij het lijkenhuisje staan een aantal oudere grafmonumenten, waaronder twee stèles met een fraaie uitbeelding.

Graf van meester Jacobus Roorda, begraafplaats Tijnje.

Op de begraafplaats hebben zich enkele opvallende begrafenissen voorgedaan van personen die belangrijk zijn geweest voor Tijnje. Op de eerste uitbreiding werd meester Jacobus Roorda begraven, onderwijzer, maar ook politiek actief in Tijnje. Ook zijn zoon Gerrit ging de politiek in en werd heel bekend in Fryslân. Zoon Gerrit Roorda en vrouw liggen ook op dit veld, maar aan de andere zijde. In Tijnje zijn straten vernoemd naar zowel vader als zoon.

Er zijn allerlei andere interessante grafmonumenten op de begraafplaats te vinden, zoals kindergraven, maar ook qua verschillende materialen. De palmtak is een vaak gebruikt symbool. Ook treurbomen en andere symbolen komen voor. Ook zijn er een aantal graven te vinden die verband houden met de oprichting van de zuivelfabriek, zoals die van R. van Dam, of met het onderwijs, zoals het graf van D.S. Algra. 33

2.6 Gorredijk: het oude hervormde kerkhof aan de Kerkewal De Hervormde kerk van Gorredijk werd gesticht in 1683 en viel tot 1698 onder een gezamenlijke kerkvoogdij met Kortezwaag. Het kerkhof aan de Kerkewal in Gorredijk lag vroeger binnen de schans van Gorredijk. Rond 1830 besloeg het perceel zo’n 2.370 m². De kerk en het kerkhof waren bereikbaar via een pad dat liep vanaf de Kerkewal. In 1818 waren er rond de 30 graven in de kerk en 194 op het kerkhof. Informatie over het gebruik van het kerkhof in de negentiende eeuw is verder schaars. Wel deden de kerkvoogden een oproep in 1864 aan de eigenaren van graven om zich te melden. Wie dit niet deed verloor het eigendom. Ook in 1897 werd een dergelijke oproep gedaan. Mogelijk is dit een indicatie dat er ruimtegebrek was en men zo probeerde ruimte te creëren. In 1920 kreeg de gemeente het verzoek van “De Laatste Eer” om zo snel mogelijk een nieuwe begraafplaats te stichten. De gemeenteraad besprak de mogelijkheden hieromtrent in 1924. In 1926 werd de nieuwe begraafplaats aan de Hegedyk in gebruik genomen en vanaf dat moment raakte de Kerkewal minder in gebruik. Al in 1929 werd er gesproken over de sluiting van het kerkhof, maar sluiting liet nog decennia op zich wachten. De laatste begrafenis had plaats in 1966.

Grafmonumenten rondom de voormalig hervormde kerk. Een groot deel is reeds verdwenen. Foto: Fries Fotoarchief

Vanaf 1972 vonden er gesprekken plaats tussen gemeente en kerkvoogden over de overname van kerk en kerkhof. In 1975 deed de kerkvoogdij het verzoek tot sluiting van het kerkhof met terugwerkende kracht. Daarmee zou er in 1976 ruiming mogen plaatsvinden, waarbij overigens wel rekening gehouden moest worden met de nog geldende grafrechten. In 1971 werd het kerkgebouw rijksmonument vanwege de inventaris, waaronder de preekstoel, en de gevelstenen. De kerk werd afgebroken in 1985 wegens de bouwvallige staat. Er zijn nog enkele gevelstenen in het restant van de voorgevel gemetseld, maar deze gevelstenen zijn doormidden gezaagd. Een ander deel van de gevelstenen heeft een plekje gekregen in de Ontmoetingskerk van Gorredijk aan de Schansburg.

Gemeente Opsterland werd eigenaar van het kerkhof in 1985. De kerkvoogdij kon restauratie van de kerk niet betalen en ook was er geen behoefte de kerk nog langer te behouden. De gemeente kocht het terrein van de kerkvoogdij voor 13.000 gulden en exact dit bedrag betaalde de kerkvoogdij weer terug aan de gemeente als compensatie voor de onderhoudskosten van het kerkhof. Ook betaalde de kerkvoogdij de sloop. Het plan van de gemeente was om het terrein te gebruiken als parkje. In de jaren negentig van de twintigste eeuw ontstonden er problemen op het kerkhof door verwaarlozing en vernieling. Er werd toen een inventarisatie uitgevoerd en ook werd er in 1997 onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de graven te ruimen en het kerkhof op te heffen. Diverse andere belanghebbenden, zoals Plaatselijk Belang, bekommerden zich toen om het voortbestaan van het kerkhof. Enkele vervallen graven werden weggehaald en er 34

werd een beukenhaag geplant rondom het terrein. De vloer die binnen de oude fundamenten lag, werd opnieuw bestraat. Ligging in het landschap Tot de Tweede Wereldoorlog lagen kerk en kerkhof aan de rand van de bebouwing. De achterzijde bestond nog uit weiland. Langs de Hoofdstraat werd er echter steeds meer gebouwd, waarvan de tuinen aan het perceel van de kerk grensden. Langs de Kerkewal lag al sinds de zeventiende eeuw een rij met dichte bebouwing, ook hun tuinen lagen tegen het perceel van de kerk aan. Na 1945 werden er aan de noord- en noordwestkant nieuwe woningen gebouwd en nieuwe straten aangelegd: de Jan Eisingastrjitte en de Loaijerstrjitte. Een nog opengebleven hoek werd in de jaren negentig ook volgebouwd, waardoor het terrein geheel tussen de bebouwing kwam te liggen. Het terrein staat in het bestemmingsplan Gorredijk Kom benoemd als bestemming “Begraafplaats” en wordt omringd door de panden van de Hoofdstraat met de bestemming “Centrum” en de woningen met de bestemming “Wonen”. Aanleg en groene aspecten Vroeger had het kerkhof weinig groene elementen. Oude foto’s laten zien dat het een terrein was zonder groene omranding zoals dat nu het geval is. Na 1985 is er weinig veranderd aan de aanleg. Ondanks de grote hoeveelheid grafmonumenten die verdwenen is, is dat wat resteert de moeite waard om te behouden.

Langs het pad dat leidt naar het kerkhof vanaf de Kerkewal staat een gemengde haag. Aan het einde ervan staat een linde, rechts van de fundamenten. Voorheen stond hier ook een naaldboom, die gekapt is. Ook enkele essen zijn verdwenen door ziekte. Rondom het terrein is er veel groen aanwezig. Het terrein zelf bestaat uit gras, er zijn geen paden aanwezig tussen de graven door. De omheining wordt gevormd door beukenhaag, die aan de achterkant onderbroken wordt door een wal, welke een deel van de oude omwalling van Gorredijk verbeeldt. Op enkele plekken worden de grafmonumenten omringd door doorgeschoten groen. Ook een deel van de muurresten is overgroeid met klimop en andere planten. Typologie van de grafmonumenten Een bijzonder aspect van het kerkhof zijn de bewaard gebleven fundamenten n de aanwezigheid van de kerkvloer met hardstenen zerken. Deze oude zerken zijn opgenomen in de bestrating en lijken niet meer op hun oorspronkelijke plaats te liggen. De stenen zijn nagenoeg allemaal achttiendeeeuws. Er zijn inmiddels ook enkele grafstenen verdwenen. Door weersomstandigheden is er verwering opgetreden bij de nog aanwezige zerken, waardoor ze slecht leesbaar zijn. Wel zijn ze vastgelegd in de database Friese memorabilia door Hessel de Walle.

Een zeventiende-eeuwse zerk met tekst die ligt in de voormalige kerkvloer. Er zijn nog zo’n 15 van dergelijke zerken aanwezig.

In vroeger tijden was het kerkhof zeer dicht gevuld met grafstenen. Daarvan is nog slechts een restant overgebleven. Dat wat er nog is, 35

verkeerd in goede staat. Ook waren er recentelijk nog rechthebbenden bekend. De grafmonumenten zijn een goede afspiegeling van de negentiende en vroeg twintigsteeeuwse grafcultuur in Fryslân. Het gros bestaat uit hardsteen en stèles. Uit de twintigste eeuw zijn met name de grafmonumenten van graniet interessant. Het kerkhof bevat een fraaie hoeveelheid grafstenen die door hun vormgeving, symboliek, materiaal of door genoemde personen van belang zijn voor de geschiedenis van Gorredijk.

Impressie van de grafstenen en de huidige indeling van grafmonumenten op het terrein in 2023.

36

2.7 De Joodse begraafplaats De Joodse begraafplaats van Gorredijk bestaat sinds 1804. In dit jaar werd een stuk heidegrond gekocht gelegen in het Blinewyksbos (dat in 1831 in bezit was van grietman Saco van Teijens), als vervanging voor de begraafplaats in Noordwolde. Later werd het ook wel Joadebosk genoemd. De Joodse gemeenschap in Gorredijk was in het midden van de negentiende eeuw na Leeuwarden, Harlingen en Sneek de grootste in Friesland. Het perceel was een vierkant stuk woeste grond en lag een heel eind uit de bewoonde wereld, in wat vroeger Kortezwaag genoemd werd. Door de locatie was het moeilijk toegankelijk voor begrafenisstoeten, waardoor de uitvaart per praam plaatsvond: vanaf de Langewal in Gorredijk, waar de synagoge stond, via de Compagnonsvaart naar Kortezwaag, en van daaruit over de Dwersfeart verder tot aan het voetpad dat naar het terrein liep. In 1832 heeft het perceel de kadastrale aanduiding Langezwaag D682 gekregen. Ligging in het landschap Het perceel ligt ver buiten de bebouwde kom, verscholen tussen de weilanden. Vandaag de dag is het perceel wat hoger gelegen dan het land eromheen. Op het terrein zijn nog sporen van vegetatie te vinden van voor de tijd dat het hoogveen tot turf verwerkt werd. Bijzonder is dat de begraafplaats omringd is door een boomwal, bestaand uit eiken, berken en lijsterbessen, en niet toegankelijk is via het wegenstelsel.

Alleen door de weilanden te doorkruisen kan het terrein bereikt worden. Het heeft als bestemming “Begraafplaats”. Aanleg en groene aspecten Wat eveneens bijzonder is aan de Joodse begraafplaats is het metaheerhuisje. Een sober uitgevoerd huisje, gemaakt van zwart geteerd hout met daarop een Joodse tekst in goudkleurige letters. De grafstenen zijn sober uitgevoerd. Veel van de families die er begraven liggen, zoals de Leefsma’s, de Turksma’s, de Beers, Cohens en Van Leers, behoorden tot de minder welvarende Joodse families. Zij voerden verschillende ambachten uit in Gorredijk. Niet alle begravenen woonden echter in Gorredijk. In de crisesjaren 1890 en

37

1929 waren veel Joodse inwoners gedwongen te verhuizen. Toch bleef er een groep in Gorredijk wonen, in 1940 ging het nog om een tiental mensen. Op de Joodse begraafplaats werd tot 1939 begraven. Typologie van de grafmonumenten Er zijn nog ongeveer 120 grafstenen over. Op alle grafstenen staan Hebreeuwse teksten en Joodse jaartelling. Enkele grafstenen vallen op: de grafsteen van Jacob Michiel Hes heeft de hoogste grafsteen en voor niet-ingewijden wordt bovendien vermeld dat hij leefde van 1853 tot 1911. Op de grafsteen van Jozina Sander Leefsma staat meer informatie over haar leven en overlijden: ‘Een jaar gehuwd zijnde overleed zij in het kraambed in den ouderdom van 25 jaren en 3 maanden, den 5 Juny 1874.’ Een groot deel van de grafmonumenten zijn hardstenen stèles. Enkele grafmonumenten zijn breder en minder hoog. Er zijn diverse afbeeldingen te zien, zoals treurbomen.

38 De Joodse begraafplaats, herfst 2021. Het houten metaheerhuisje is uniek, doordat het de enige houten uitvoering is in Nederland die bewaard gebleven is.

39

3. Wettelijke kaders: regels voor begraafplaatsen en Wet op de lijkbezorging In de Wet op de lijkbezorging zijn bindende voorschriften omtrent begraven en cremeren opgenomen. De Wet op de lijkbezorging is in 1991 vastgesteld en het laatst herzien in 2010. Hierbij hoort het Besluit op de lijkbezorging uit 1997. Het uitgangspunt van de wet is dat er ordentelijk met het stoffelijk overschot van een overledene wordt omgegaan. Vastgelegd is bijvoorbeeld binnen welke termijn een overledene moet worden begraven, wie de lijkschouwing mag uitvoeren, dat overledenen moeten worden begraven op een begraafplaats en dat elke gemeente een eigen begraafplaats dient te hebben. In het Besluit op de lijkbezorging staan onder andere technische voorschriften voor begraven en cremeren. 3.1 Wet op de lijkbezorging (1991) Elke gemeente dient gelegenheid te bieden tot begraven. Dit kan op zowel een gemeentelijke als bijzondere begraafplaats zijn. Bijzondere begraafplaatsen zin begraafplaatsen van een privépersoon, een onderneming of een kerkgenootschap. Indien niemand in de lijkbezorging van een overledene voorziet, dan zorgt de gemeente waar de overledene zich bevindt voor een uitvaart van gemeentewege. Als de identiteit bekend is, dan mag tot begraving of crematie worden overgegaan. Is de identiteit niet bekend, dan is begraven de enige optie.

De Wet op de lijkbezorging kent twee soorten graven: een graf met een ‘uitsluitend recht’ (particulier graf) en een ‘algemeen graf’. In beide graven blijft een overledene minstens 10 jaar begraven, de zogenaamde grafrusttermijn. Een ‘algemeen graf’ is een graf met een korte looptijd – doorgaans 10 jaar – waarin personen worden begraven die niet voor een particulier graf kiezen. In het geval van een particulier graf krijgt de nabestaande slechts een ‘recht op begraven’, in de Wet op de lijkbezorging een ‘uitsluitend recht’ genoemd. De nabestaande met dit recht heet rechthebbende en mag bepalen wie er in het graf wordt begraven. Een grafrecht wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd uitgegeven. Een voor bepaalde tijd uitgegeven graf kan bij afloop van de graftermijn op verzoek van de rechthebbende met een bepaalde periode worden verlengd. Een graf met ‘uitsluitend recht’ kan op verzoek onbeperkt met 5 tot maximaal 20 jaar worden verlengd. Bij kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een graf waarop een ‘uitsluitend recht’ berust (voor zover dat onderhoud niet onder verantwoordelijkheid valt van de houder van begraafplaats) kan dit schriftelijk worden gemeld door de houder van de begraafplaats.

Als de rechthebbende niet reageert op de aanschrijving en niet alsnog in het onderhoud voorziet, vervalt het grafrecht 5 jaar nadat de houder van de begraafplaats de mededeling op de begraafplaats heeft geplaatst. Overigens is het zo dat in gevallen waar de veiligheid in het geding is, de gemeente andere maatregelen kan en moet nemen. Ook de toedeling van bevoegdheden rond het begraven is geregeld in de Wet op de lijkbezorging. Hierin is geregeld dat de gemeenteraad bevoegd is voor het aanwijzen van de locaties voor de inrichting of uitbreiding van begraafplaatsen. Het college van B&W houdt toezicht op de begraafplaatsen. Ze kan bij verordening nadere regels stellen. Volgens de Wet op de lijkbezorging moet de inrichting van een begraafplaats minimaal voldoen aan:  Goede waterhuishouding  Een minimale afstand van 30 centimeter tussen de graven  Het geohydrologische afscheiden tussen de begraafplaats en aangrenzende percelen (d.m.v. een sloot of ringdrain) 40

De houder van een begraafplaats is niet (wettelijk) verplicht om een haag of andere omheining om een begraafplaats te zetten. Het faciliteren van paden is evenmin een verplichting. Naast de Wet op de lijkbezorging, waarin de belangrijkste regels voor begraafplaatsen zijn vastgelegd (wettelijk bindende voorschriften), zijn er aanvullend op deze wet twee besluiten geldig, die regels met een bindend karakter geven: 1. Besluit op de lijkbezorging; 2. Activiteitenbesluit Milieubeheer (t.a.v. crematoria). 3.2 Besluit op de lijkbezorging (1997) Dit besluit bevat aanvullende bindende bepalingen op de Wet op de lijkbezorging.

De belangrijkste die betrekking hebben op de inrichting van een begraafplaats zijn:  De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste 30 centimeter;  Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van tenminste 65 centimeter;  Ten hoogste 3 overledenen mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste 30 centimeter wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd;  De graven bevinden zich tenminste 30 centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.1 Naast regelgeving in de wet zijn er verordeningen (lokale regels) en reglementen (particuliere of kerkelijke) waarin duidelijk is vastgelegd wat de afspraken over een graf zijn tussen de begraafplaats en de rechthebbenden. De afspraken uit de verordening en de reglementen die geldig waren op de datum van uitgifte van het graf blijven geldig zolang het graf blijft bestaan. Verder kunnen er aanvullende regels voor de maten en materialen van grafmonumenten en urnenvoorzieningen worden vastgesteld. Iedere gemeente en iedere overige organisatie stelt zelf een verordening c.q. reglement en aanvullende regels voor de maten en materialen op en vast. Deze kunnen dus per gemeente en per bijzondere begraafplaats verschillend zijn.

In de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Modelreglement beheer Protestantse begraafplaats van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) is het artikel 26 ‘Lijst’ opgenomen. Hierin staat dat de begraafplaatsbeheerder een lijst bijhoudt van aanwezige historische graven en dat voor ruiming moet worden gekeken of er graven op de lijst moeten worden geplaatst. 3.3 Verordeningen en regelingen Naast de wetgeving geldt er gemeentelijke regelgeving in de vorm van verordeningen en regelingen. Van belang voor de gemeente Opsterland zijn:  Verordening lijkbezorgingsrechten Opsterland 2024. In deze verordening zijn tarieven en heffingen vastgesteld voor onder meer het verlenen van grafrechten;  Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland. Deze verordening stelt bijvoorbeeld eisen aan de grafbedekking, tijden van begraven, het ruimen van graven en het in stand houden van historische graven. Deze verordening wordt vervangen door een vernieuwde versie;

1 Besluit op de lijkbezorging, artikel 5.

41

 Regeling graven en asbezorging Opsterland;  Regeling grafbedekking en urnen in Opsterland;  Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024. De regelingen en verordeningen zijn gepubliceerd op de website van de gemeente Opsterland: Begraafplaatsen | Gemeente Opsterland 3.4 Gemeentelijk beleid Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is er nog niet eerder beleid vastgesteld. Ook in het verleden was er geen beleidskader voor het onderhoud, beheer, de inrichting en andere praktische aspecten die komen kijken bij het beheren van een begraafplaats. Ook is er nog niet eerder een volledige inventarisatie en duiding van de cultuurhistorisch waardevolle graven uitgevoerd. In het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte (2021-2025) zijn afspraken gemaakt over het beheer van de begraafplaatsen, en dan met name gericht op het groenonderhoud, paden en waterpartijen. 3.5 Taakverdeling binnen de gemeente. Betrokkenen bij de begraafplaatsen Medewerker / instantie Teamleider Openbare Ruimte Groenbeheerder

Beleidsadviseur erfgoed/groen

Publiekszaken/ Begraafplaatsadministratie

Financiën Gebouwenbeheerder Wegbeheer/civiel Uitvoerder en Team Uitvoering

Extern: GroenTotaal

Activiteiten  Primaathouder  Gedelegeerd primaathouder  Budgetbeheerder  Coördinator begraafplaatsen  Kwaliteitszorg en productontwikkeling  Relatiebeheerder met externen  Opstellen beheerplan  Opstellen verordeningen  Opstellen beleidsplan en evt. beheerplan (erfgoed)  Consul Oorlogsgraven (erfgoed)  Begraafplaatsadministratie  Contacten met rechthebbenden  Behandelen uitvaartaanvraag – grafuitgifte  Voorbereiden facturen  Onderzoek onbekende rechthebbenden  Opstellen en versturen grafaktes  Administratieve ondersteuning ruiming graven  Bijhouden website  Innen en dwangvordering leges  Opstellen tarievenverordening  Gebouwenbeheer op begraafplaatsen  Onderhoud hekwerken, baarhuisjes en klokkenstoelen  Onderhoud en renovatie verhardingen  Groenonderhoud  Waterbeheer  Beheren beschoeiingen langs waterkant  Grafdelven  Begeleiden van begrafenissen  Klokluiden tijdens begrafenissen  Afstemmen toewijzing locatie graf met nabestaanden/rechthebbenden 42

43

4. Voorzieningen en voorschriften omtrent begraven Het hoofddoel van de gemeente is ervoor te zorgen dat er voorzien wordt in een goede en waardige lijkbezorging. Hierbij zijn kaders en uitgangspunten essentieel, waaronder het wettelijk kader. 4.1 Grafuitgifte, soorten graven en asvoorzieningen Om de aangifte van overlijden en het regelen van een begrafenis zo gemakkelijk mogelijk te maken voor nabestaanden, kan dit zowel telefonisch als digitaal geregeld worden. Voor het online regelen hiervan is er een digitaal formulier beschikbaar op de gemeentelijke website. Als er gekozen wordt voor begraven, dan is er doorgaans sprake van het begraven in een particulier graf. 4.1.1 Particuliere graven Gemeente Opsterland geeft alleen particuliere graven uit; dit zijn gewone graven, kindergraven of urnengraven. Over particuliere graven heeft de rechthebbende meer zeggenschap dan bij algemene graven, die sommige andere gemeenten aanbieden. Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden zowel enkele als dubbele graven uitgegeven. Het komt ongeveer eens per jaar voor dat er een graf uitgegeven wordt aan minderbedeelden. Hiertoe geeft de burgemeester opdracht. De graven komen te staan op naam van een in leven zijnde rechthebbende. De rechthebbende bepaalt wie er eventueel nog meer in het graf begraven mag worden.

Met de keuze voor een particulier graf heeft de rechthebbende invloed op de termijn waarover het graf gebruikt wordt. Voorschriften in de gemeente Opsterland zijn als volgt:  Er wordt 1 laag diep begraven.  Gemeente Opsterland geeft rechten af voor enkele graven.  Bij een gewenst dubbel graf worden twee enkele graven berekend.  Particuliere graven worden uitgegeven voor de termijn van 20 of 30 jaar. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.  Het is mogelijk een reeds geruimd particulier graf uit te zoeken.  Een verlenging wordt afgesloten voor de duur van 10 jaar.  Grafrechten kunnen tussentijds worden opgezegd, maar er is dan geen mogelijkheid tot restitutie. 4.1.2 Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd Er zijn ook graven voor onbepaalde tijd uitgegeven: dit werd tot 1 augustus 1971 gedaan. Ze worden in de volksmond ook wel eeuwigdurende graven of koopgraven genoemd. Ook graven die voor onbepaalde tijd uitgegeven zijn dienen een rechthebbende te hebben. Het onderhoud van het grafmonument is de verantwoordelijkheid van de rechthebbende. In het verleden kon het onderhoud worden afgekocht, maar deze optie is jaren geleden stopgezet. 4.1.3 Grafkelders Naast reguliere graven zijn er op enkele begraafplaatsen grafkelders aanwezig. Naar schatting 5% van de overledenen werd begraven in een grafkelder.

Grafkelders zijn doorgaans familiegraven. Een grafkelder bestaat uit waterdicht beton, waar na de begrafenis een deksel op komt. De overledene wordt dus niet in de aarde begraven, maar in een ruimte onder de grond. Op diverse delen van de begraafplaatsen zijn nog grafkelders aanwezig. Vaak zijn ze te klein en passen huidige kisten er niet meer in. 44

4.1.4 Asvoorzieningen: columbaria, urnenvelden en strooivelden Met de opkomst van het cremeren is er behoefte ontstaan aan urnenvoorzieningen. Veel begraafplaatsen hebben columbaria, oftewel urnenmuren. Een andere vorm voor het plaatsen van urnen zijn urnengraven. Hierbij worden 1 of 2 urnen in de grond of in een kleine kelder geplaatst. Op een urnengraf kan een grafmonument geplaatst worden. Urnengraven hebben een andere maatvoering dan gewone graven, ze zijn kleiner. 4.1.4.1 Urnenmuren Op de Gealeane Beetsterzwaag, Tijnje en De Leijen Kortezwaag staan urnenmuren. De urnenmuren op de gemeentelijke begraafplaatsen hebben voldoende capaciteit. Ondanks dat er in toenemende mate gecremeerd wordt, worden de urnenmuren nauwelijks gebruikt. Verondersteld wordt dat de locatie van de urnenmuren hier een rol in speelt, omdat deze op een verscholen, afgelegen locatie op de begraafplaats staan.  Uitgifte van een plaats in de urnengalerij is mogelijk voor de duur van 5, 10 of 30 jaar.  Verlenging van een plaats in de urnengalerij is mogelijk voor de duur van 5 jaar. 4.1.4.2 Urnengraven Alle gemeentelijke begraafplaatsen hebben een deel ingericht voor urnengraven. De afmeting die aangehouden wordt voor een urnenbegraafplaats is 1 meter x 1 meter.

 De termijnen voor de uitgifte van een urnengraf zijn gelijk aan die van een regulier graf: de uitgiftetermijn bedraagt een periode van 20 of 30 jaar.  Verlenging van een urnengraf is mogelijk voor de duur van 10 jaar.

Urnenmuren op begraafplaats Tijnje.

4.1.4.3 Strooivelden De as van iemand die gecremeerd is mag worden verstrooid op het daartoe door de gemeente aangewezen strooiveld of boven Urnengraf op begraafplaats Nij Beets. open zee (Artikel 66 Wlb). Ook mag de nabestaande die de zorg voor de asbus op zich heeft genomen zelf een plekje zoeken voor de verstrooiing (incidentele asverstrooiing). Wanneer er niet meer dan 90 verstrooiingen per hectare per jaar plaatsvinden, zijn aan strooivelden op basis van de Wet op de lijkbezorging geen aanvullende maatregelen aan verbonden (Artikel 66b lid 1). De begraafplaatsen Gealeane Beetsterzwaag en De Leijen Kortezwaag hebben een strooiveldje. Momenteel wordt er weinig gebruik gemaakt van de strooivelden. Het is 45

aannemelijk dat de grootste oorzaak hiervan is dat een nabestaande die de zorg voor de asbus op zich neemt vrij is om zelf een locatie te zoeken om as te verstrooien, mits er toestemming van de eigenaar is. Het hoeft niet langer plaats te vinden op een locatie waarvoor toestemming is gegeven door burgemeester en wethouders. Mogelijk speelt daarnaast de herkenbaarheid van de locaties een rol alsook de gevraagde bijdrage. 4.1.5 Kindergraven, ongeboren kinderen en vlindersteen Er is speciale aandacht en ruimte voor kindergraven en ongeboren kinderen. Bij kindergraven gelden algemene regels. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een kindergraf en een volwassen graf (wel in tarief en maatvoering). De begraafplaatsen aan de Gealeane Beetsterzwaag en De Leijen Kortezwaag hebben bovendien een vlindersteen. Dit is een herdenkingssteen voor mensen die een kindje verloren hebben door een miskraam of afgebroken zwangerschap. Ze kunnen een glazen herdenkingsvlinder plaatsen op de vlindersteen ter nagedachtenis. Vlindermoeder en maker van de vlinder kan gecontacteerd worden via de beheerder van de begraafplaats.  Er geldt een ander tarief en maatvoering voor een kindergraf.  Op de begraafplaatsen wordt waar mogelijk de mogelijkheid geboden om op een apart gedeelte kinderen in speciale graven te begraven.

4.1.6 Islamitisch begraven Islamitisch begraven kent andere voorschriften en gebruiken dan reguliere begrafenissen. In Nederland zijn de islamitische begraafplaatsen vaak onderdeel van een gemeentelijke begraafplaats. Er is dan een apart gedeelte voor ingericht. Binnen de gemeentegrenzen van Opsterland wordt islamitisch begraven niet aangeboden, omdat er tot op heden geen vraag naar is. In Heerenveen, Leeuwarden en Opeinde zijn er voorzieningen voor islamitisch begraven. 4.1.7 Dierenbegraafplaats en natuurbegraafplaats Binnen gemeente Opsterland is geen dierenbegraafplaats of natuurbegraafplaats aanwezig. 4.2 Grafrusttermijn Op basis van de Wet op de lijkbezorging is de grafrusttermijn op minimaal 10 jaar gesteld. Dit betekent dat een graf gedurende 10 jaar ongeroerd moet blijven. De stoffelijke resten hebben dan voldoende tijd om te vergaan. Op de begraafplaatsen in Tijnje en Nij Beets is volledige ontbinding echter niet binnen 20 jaar voltooid. Dit heeft te maken met de grondslag en het hogere grondwaterpeil. Daar wordt in de praktijk rekening mee gehouden. 4.3 Begraaftijden Een overledene mag niet eerder dan 36 uren na het overlijden begraven worden en niet later dan 6 werkdagen na het overlijden.

In de verordening uit 2006 zijn de tijden van begraven en bezorging opgenomen: Het is gebleken dat de begraaftijden in wintertijd soms problematisch zijn, doordat het vroeg donker wordt. 4.4 Toewijzing van graven Een graf wordt samen met de nabestaande(n) uitgezocht en aangewezen door de gemeente. Hiervoor zijn (nog) geen digitale voorzieningen.  Graven worden uitgegeven in volgorde van ligging, aansluitend in de rij.

46

 Op de begraafplaatsen Nij Beets en Hegedyk Gorredijk mogen wegens de beperkte ruimte ook graven uitgegeven worden op vrijgekomen plaatsen tussen andere graven in. 4.5 Plaatsen van grafmonumenten en grafbedekkingen Voor het plaatsen van een grafbedekking is een vergunning nodig van het college. De rechthebbende van een graf vraagt deze vergunning aan. Voor het plaatsen van grafmonumenten gelden diverse bepalingen die zijn vastgelegd in de Regeling grafbedekkingen en urnen Opsterland. Er zijn nog geen voorschriften opgenomen over de hoogte van een grafmonument, over de fundering, voorwaarden voor het gebruik van glas, grind en scherp uitstekende delen. In de praktijk blijkt dat dit wel gewenst is. Nabestaanden zijn verantwoordelijk voor een deugdelijke plaatsing van een monument. Voor de bijzetting van een urn in het columbarium dient de vorm van de urn te worden aangegeven. De urn moet passen in de urnenmuur (30 centimeter hoog, 30 centimeter diep en 30 centimeter breed).  Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende 13 weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder. 4.6 Overschrijving van grafrechten Aan de overschrijving van grafrechten zijn voorwaarden verbonden.

Voorheen kon het recht op een particulier graf op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de voorgenoemde personen was slechts mogelijk als daarvoor gewichtige redenen bestonden. Conform het VNG-model en in lijn met de beheersverordening uit 2020 van de gemeente Weststellingwerf wordt deze regel versoepeld:

 Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. De overige voorwaarden voor de overschrijving van grafrechten zijn als volgt:  Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.  Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de gestelde termijn van een jaar is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.  Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd of al is uitgegeven aan een nieuwe rechthebbende. Dit laatste kan ook aangehaald worden als een coulanceregeling: het is immers niet altijd meteen duidelijk welke nabestaande het recht wil en kan overnemen.

Bovendien kan er sprake zijn van verre familieleden die buiten Nederland verblijven. 47

4.7 Ruiming en beëindiging grafrechten Zolang de graftermijn van het graf nog niet is verlopen, blijft het grafmonument eigendom van degene die het heeft gekocht of geplaatst. Indien het grafrecht is verlopen, en de rechthebbende haalt het grafmonument niet zelf weg, wordt de eigenaar van de begraafplaats eigenaar van het graf en wat daarop staat. Grafrechten hebben een tijdelijke doorlooptijd en kunnen beëindigd worden of vervallen op basis van de volgende gronden:

 Er is sprake van het einde van de termijn of van het einde van de verlenging van de termijn waarvoor het recht is verleend.  De rechthebbende doet vrijwillig en schriftelijk afstand van het graf.  Na opheffing van de begraafplaats. Daarnaast kan het college grafrechten vervallen verklaren. Dit kan op basis van de volgende gronden:  Betalingsverplichting wordt niet nagekomen.  Indien er binnen een jaar na het overlijden van een rechthebbende van het grafrecht geen overschrijving heeft plaatsgevonden naar een levende rechthebbende.  Graf raakt in verval. Hierbij wordt een verklaring van verwaarlozing (wet) opgesteld. De rechthebbende wordt daarbij aangeschreven om binnen 1 jaar het benodigde onderhoud uit te voeren. Indien dit niet gedaan wordt, vervalt het grafrecht. Bij geen bevestiging van aanschrijving door rechthebbende, wordt er gedurende 5 jaar een melding bij de ingang en bij het graf geplaatst, met het verzoek contact op te nemen met de beheerder. Na 5 jaar vervalt het graf aan de gemeente.  Nabestaanden hebben geen belangstelling voor graf (na overlijden rechthebbende) en zijn niet bereid tot overname. 4.7.1 Graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd Tot 1 augustus 1971 werden er in de gemeente Opsterland graven uitgegeven voor onbepaalde tijd. Voor deze graven gelden dezelfde regels en voorwaarden als voor graven die zijn uitgegeven voor bepaalde tijd.

Onder de volgende voorwaarden geldt dat de graven voor onbepaalde tijd vervallen aan de gemeente en kunnen worden opgeheven:  De rechthebbende doet afstand van het graf;  Indien er binnen een jaar na het overlijden van een rechthebbende van het grafrecht geen overschrijving heeft plaatsgevonden naar een levende rechthebbende (indien dit opgenomen was in de verordening die geldig was op het moment van uitgifte).  De gemeente kan onomstotelijk bewijzen dat de grafrechten vervallen zijn. Graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd waarvan onomstotelijk vaststaat dat de grafrechten vervallen zijn, kunnen worden opgeheven. Of een rechthebbende al dan niet bekend is, speelt geen rol. Het grafrecht rust op het graf zelf en is niet afhankelijk van het bekend zijn van een rechthebbende (tenzij daar duidelijke voorwaarden voor bekend zijn en aangetoond kan worden dat daar niet (meer) aan voldaan wordt).2 In dat geval vervalt een

2

Een en ander is afhankelijk van de beheersverordening die gold op het moment dat het graf uitgegeven werd. Als daarin benoemd staat dat grafrechten zouden vervallen indien zij niet binnen een termijn van een jaar na overlijden aan een ander werden overgedragen, dan vervalt een graf voor onbepaalde tijd.

48

graf formeel aan de gemeente. Dit betekent dat de gemeente de verantwoordelijkheid overneemt en kan bepalen wat er met een graf gebeurt. 4.7.2 Ruiming Wanneer de rechthebbende afstand doet van een graf of wanneer de grafrechten aan de gemeente vervallen, kan de eigenaar van de begraafplaats bepalen wat er met het grafmonument gebeurt. Doorgaans wordt het grafmonument door de gemeente verwijderd. Bij heruitgifte wordt het graf geschud. Een uitzondering hierop vormen de cultuurhistorische waardevolle graven en grafstenen. Het ruimen van de graven die niet in de categorie cultuurhistorisch waardevol vallen, geschiedt in twee fases: 1. Bovengrondse ruiming: in de verordening is opgenomen dat nadat afstand is gedaan van het graf het grafmonument nog 13 weken bewaard blijft op het graf. Nabestaanden kunnen besluiten om het grafmonument of andere objecten alsook de beplanting van het graf te verwijderen en elders te gebruiken. Indien van deze mogelijkheden geen gebruik wordt gemaakt, voert de beheerder deze werkzaamheden uit. Het grafmonument wordt vernietigd. Hierna wordt de leeggekomen grafruimte bedekt met grind of grond. Na bovengrondse ruiming is een graf weer beschikbaar voor nieuwe uitgifte. 2. Ondergrondse ruiming: als een graf weer in gebruik wordt genomen voor een nieuwe uitgifte, dan worden de nog aanwezige resten verzameld en dieper begraven in hetzelfde graf (schudden).

 Nadat de grafrechten zijn vervallen zijn een monument en eventuele andere objecten en beplanting nog 13 weken beschikbaar.

 Na de periode van 13 weken wordt het graf bovengronds geruimd en is het graf beschikbaar voor nieuwe uitgifte.

49

50

5 Beheer en onderhoud Gemeente Opsterland is verantwoordelijk voor het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen. Begraafplaatsen hebben door hun inrichting en gebruik een bepaalde sfeer, die past bij de functie van een begraafplaats en het afscheid nemen en herdenken. De sfeer die op begraafplaatsen heerst wordt gekenmerkt door rust, ingetogenheid, respect en piëteit. Het groen levert hieraan een belangrijke bijdrage. Groenblijvende heesters, coniferen, taxus zijn voorbeelden van groen die de symboliek van ‘eeuwig leven’ uitdragen. Bovendien worden begraafplaatsen gezien als wandelgebied voor nabestaanden en geïnteresseerden, die waarde hechten aan de rustgevende omgeving en de natuurlijke uitstraling. Op veel van de gemeentelijke begraafplaatsen zijn beheerelementen aanwezig die arbeidsintensief en daardoor ook kostbaar zijn. Om dit het hoofd te kunnen bieden, stelt de gemeente Opsterland zichzelf ten doel om de begraafplaatsen op een efficiënte manier te kunnen onderhouden. De inrichting van de begraafplaatsen is gericht op het efficiënt kunnen onderhouden van de openbare ruimte. 5.1 Beheerafspraken Het ambitieniveau van het onderhoud in de openbare ruimte binnen de gemeentegrenzen is basis tot laag. We bieden waar mogelijk ruimte om meer biodiversiteit te realiseren. Bij het onderhoud van de begraafplaatsen wordt het kwaliteitsniveau basis tot hoog aangehouden.

Met name voor de netheid is het streefniveau hoog, zoals dit beschreven is in het ‘Beeldkwaliteitsplan 2021-2025’. De beheerstabel is opgenomen in bijlage 3. Ondanks dat de gemeente geen verplichting heeft voor het behouden van hagen rondom de begraafplaats, zullen de hagen die als erfafscheiding dienen behouden blijven. Mede met het oog op vandalisme en het bieden van privacy bij begraafplaatsen is het raadzaam een begraafplaats visueel en fysiek af te scheiden.  De eisen aan het onderhoud zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan 2021-2025 van de in gebruik zijnde begraafplaatsen blijven gehandhaafd.  Hagen die als erfafscheiding dienen, blijven behouden. 5.1.1 Oorlogsgraven en de Joodse begraafplaats Oorlogsgraven van Nederlandse slachtoffers staan op een lijst van de Oorlogsgravenstichting (OGS). Buitenlandse slachtoffers, voornamelijk geallieerde militairen, vallen onder de ‘Commonwealth War Graves Commission’. De oorlogsgraven in Nederland zijn verdeeld in vier categorieën, de zogenaamde ‘status’. De status is belangrijk omdat die de mate van betrokkenheid van de OGS, en de gemeente, bij het onderhoud bepaalt. Aan de grafinrichting is niet te zien welke status een oorlogsgraf heeft. We onderscheiden:  Militaire Rijksgraven: graven van Nederlandse- en geallieerde militairen.  Civiele Rijksgraven: graven van Nederlandse burgers.

 Stichtingsgraven: graven waarvan de OGS in de loop der tijd rechthebbende zijn geworden.  Particuliere graven: graven in eigendom van particulieren. Het onderhoud aan de oorlogsgraven wordt uitgevoerd door de OGS. Eenmaal per jaar reinigt de OGS de Rijks- en Stichtingsgraven. Wanneer groot onderhoud nodig is, wordt dit zo spoedig mogelijk uitgevoerd. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het dagelijkse onderhoud. Bij de controle van de oorlogsgraven krijgt de OGS assistentie van honoraire 51

medewerkers, zogenaamde ‘consuls’. Consuls zijn veelal in dienst van de gemeente en zijn contactpersoon voor de Stichting. De consul is verantwoordelijk voor het onderhoud van de oorlogsgraven in de gemeente en rapporteert jaarlijks aan de OGS over de staat waarin de graven zich bevinden. De aanstelling van een consul berust op een officiële benoeming door de burgemeester. In de gemeente Opsterland is de beleidsadviseur Cultureel erfgoed benoemd als consul. Oorlogsgraven zijn goed gedocumenteerd. Een overzicht van de oorlogsgraven binnen de gemeente Opsterland is weergegeven in bijlage 5. Rond de dodenherdenking is er extra zorg voor deze graven. Naast deze oorlogsgraven kent de gemeente ook nog graven van oorlogsdoden, wel en niet erkend op andere begraafplaatsen. Gorredijk Hegedyk: oorlogsgraf van

De begraafplaatsen die onder beheer staan of in piloot R.A. Banks. eigendom zijn van het NIK (Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap) zijn particulier terrein. Het zijn met andere woorden bijzondere begraafplaatsen waarvan alleen het dagelijks onderhoud in sommige gevallen is overgenomen door gemeenten. De Joodse grafmonumenten worden door stichting Boete & Verzoening onderhouden, waarbij het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), eigenaar van de begraafplaats, een coördinerende rol heeft. Het onderhoud is, traditioneel, bewust sober. De gemeente heeft geen zeggenschap over de graven. Op verzoek van diverse organisaties van vrijwilligers wijst het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap jaarlijks één of meerdere begraafplaatsen aan, waar men onderhoud van bijvoorbeeld graven nodig vindt.  Onderhoud aan oorlogsgraven wordt uitgevoerd door Stichting Oorlogsgraven.  Particuliere oorlogsgraven zijn de verantwoordelijkheid van de rechthebbenden.  Het groenonderhoud van de Joodse begraafplaats blijft onderdeel van de werkzaamheden van Team Uitvoering. 5.2 Werkzaamheden en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen Het areaal groen, verhardingen en grafakkers wordt onderhouden naar behoefte en binnen de mogelijkheden die beschikbare financiën en arbeidsuren geven.

De werkzaamheden op de begraafplaatsen bestaan in hoofdlijnen uit:  In ontvangst nemen verlofbrief;  Openen en sluiten van graven;  Communicatie met nabestaanden, uitvaartondernemingen en bezoekers;  Dagelijks onderhoud van het terrein (groen, grafvelden, verhardingen);  Voorbereiden van het uitbestede werk, begeleiden van aannemers met het uitbestede werk (kraan voor grafdelven, sommige onderhoudstaken waarbij hoogwerker nodig is, ruimen kelders);  Opruimen oude grafmonumenten. De werkzaamheden op de begraafplaatsen worden uitgevoerd door medewerkers van Team Uitvoering en externe partijen (onder verantwoordelijkheid van Team Uitvoering). De beheerder is aanspreekpunt voor de begraafplaatsen. 52

5.3 Onderhoud van individuele graven en grafstenen Het schoonmaken en onderhouden van graven en de grafbedekking (een grafsteen, hekwerk, graftrommels) valt onder de verantwoordelijkheid van de rechthebbende. Dit houdt in dat de nabestaanden zowel het monument als de aanwezige beplanting netjes moeten onderhouden. Slecht onderhoud c.q. verwaarlozing wordt gemeld bij het Publiekscentrum. Het Publiekscentrum schrijft vervolgens de rechthebbende aan. Samen met de beheerder wordt er een moment gekozen om het onderhoud uit te voeren, zodat eventuele begrafenissen niet verstoord worden. Als er geen reactie komt op de aanschrijving, plaatst de beheerder een bordje bij het graf dat de rechthebbende verzoekt om contact op te nemen met de begraafplaatsadministratie. Conform de wetgeving mag bij ondeugdelijk onderhoud het grafrecht vervallen worden verklaard als er na aanschrijving geen actie wordt ondernomen. Hierna komt het graf in eigendom van de gemeente en kan het graf worden geruimd. Als er sprake is van onveilige situaties, mag de beheerder altijd actie ondernemen. Hierbij kan het gaan om het platleggen van een monument of het plaatsen van een afzetting om het betreffende graf.  De beheerder voert jaarlijks een inventarisatieronde uit naar de onderhoudstoestand van de graven.

 Bij ondeugdelijk onderhoud worden de nabestaanden aangeschreven om het graf binnen de gestelde termijn netjes te maken.  Als niet wordt voldaan, kunnen de rechten vervallen worden verklaard.  Bij onveilige situaties mag de beheerder maatregelen nemen. Beplanting Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan om op het graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant. Niet-blijvende beplanting op een graf dat in verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat er aanspraak gedaan kan worden op schadevergoeding. Winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. Het toepassen van vaste planten kent een meldingsplicht in verband met ongewenste en/of woekerende soorten. De beheerder van de begraafplaats kijkt vervolgens samen met de betrokkenen welke beplanting wenselijk is.  Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Graftrommels en andere grafobjecten en -giften Op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn vijf graftrommels aanwezig.3 Op begraafplaats Tijnje zijn twee graftrommels aanwezig die in goede staat verkeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ab7e4fc9-58a0-449f-94ef-e585321775be