CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030

Raadsvergadering 8 juli 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030 (H)33.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030

0

T lichaam rust int graft van alle moeylikheen T besuin geklank wagt aff sal dan ten oordeel treen Den ziel geniet de eer vergenoegd in zijner god Te leven voor den heer dat is ’t zalig lot Tekst grafzerk kerkhof Kerkewal te Gorredijk

Colofon Titel Datum Tekst Vormgeving Afbeeldingen

Beleidsnotitie Gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024-2030 mei 2024. Aafke Bonnet-Bekkema, adviseur Cultureel erfgoed (team Wonen en Werken) Door auteur. Door auteur, tenzij anders vermeld.

Zaaknummer

0086184761

1

Inhoudsopgave Inleiding

5

Doel en functie

6

Leeswijzer

6

1. Geschiedenis van begraven en begraafplaatsen

8

1.1 Typering van begraafplaatsen

9

1.1.1 Oude dorpskerkhoven

9

1.1.2 Joodse begraafplaatsen

10

1.1.3 Gemeentelijke begraafplaatsen

10

2. Historie van de gemeentelijke begraafplaatsen

13

2.1 Beetsterzwaag Gealeane

14

2.2 Gorredijk Hegedyk

18

2.3 De Leijen Kortezwaag

22

2.4 Nij Beets

27

2.5 Tijnje

30

2.6 Gorredijk: het oude hervormde kerkhof aan de Kerkewal

34

2.7 De Joodse begraafplaats

37

3. Wettelijke kaders: regels voor begraafplaatsen en Wet op de lijkbezorging

40

3.1 Wet op de lijkbezorging (1991)

40

3.2 Besluit op de lijkbezorging (1997)

41

3.3 Verordeningen en regelingen

41

3.4 Gemeentelijk beleid

42

3.5 Taakverdeling binnen de gemeente. Betrokkenen bij de begraafplaatsen

42

4. Voorzieningen en voorschriften omtrent begraven

44

4.1 Grafuitgifte, soorten graven en asvoorzieningen

44

4.1.1 Particuliere graven

44

4.1.2 Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd

44

4.1.3 Grafkelders

44

4.1.4 Asvoorzieningen: columbaria, urnenvelden en strooivelden

45

4.1.4.1 Urnenmuren

45

4.1.4.2 Urnengraven

45

4.1.4.3 Strooivelden

45

4.1.5 Kindergraven, ongeboren kinderen en vlindersteen

46

4.1.6 Islamitisch begraven

46

4.1.7 Dierenbegraafplaats en natuurbegraafplaats

46

4.2 Grafrusttermijn

46

4.3 Begraaftijden

46

4.4 Toewijzing van graven

46 2

4.5 Plaatsen van grafmonumenten en grafbedekkingen

47

4.6 Overschrijving van grafrechten

47

4.7 Ruiming van graven en beëindiging grafrechten

48

4.7.1 Graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd

48

4.7.2 Ruiming

49

5. Beheer en onderhoud

51

5.1 Beheerafspraken

51

5.1.1 Oorlogsgraven en de Joodse begraafplaats

51

5.2 Werkzaamheden en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen

52

5.3 Onderhoud van individuele graven en grafstenen

53

5.4 Aanvullend onderhoud begraafplaatsen door vrijwilligers

54

6. Dienstverlening

56

6.1 Administratieve werkzaamheden en digitalisering

56

6.2 Communicatie en informatievoorziening

56

7. Cultuurhistorisch waardevol funerair erfgoed

58

7.1 Gemeentelijke visie op funerair erfgoed

58

7.2 Cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten

58

7.2.1 Beheersverordening en lijst met cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten

60

7.3 Uitkomsten van de inventarisatie door Bureau Funeraire Adviezen

60

7.3.1 Biografische betekenis

60

7.3.2 Materiaalgebruik en hantering

63

7.3.3 Vormgeving van het monument

63

7.3.4 Bijzondere symboliek

64

7.3.5 Karakteristiek

64

7.3.6 Eindscore

65

7.4 Oorlogsgraven

65

7.5 Molukse KNIL-militairen

65

7.6 Onderhoud van cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten

65

7.7 Omgang met overige grafmonumenten

66

7.7.1 Betekenis van overige grafmonumenten 8. Gemeentelijke begraafplaatsen in de toekomst

66 68

8.1 Capaciteit en prognose

68

8.2 Afmetingen van graven

69

8.3 Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd in de toekomst

69

8.4 Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd in de toekomst en verwaarlozing 69 8.5 Pilot en uitbesteding traject begraven en grafdelven

70

8.6 Behoud en herstel oorspronkelijke karakter begraafplaatsen

70

3

8.7 Omgang met cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten

72

8.8 Omgang met overige grafmonumenten

73

8.9 Administratief gesloten begraafplaats: het kerkhof aan de Kerkewal

73

8.10 Publieke evenementen

73

8.11 Overname van begraafplaatsen van particulieren en stichtingen

74

8.12 Sluiten, afstoten en/of opheffen van een gemeentelijke begraafplaats

74

9. Conclusies, aanbevelingen en vervolgstappen

77

9.1 Kaderstellend

77

9.2 Uitvoerend

79

10. Financiële aspecten

86

10.1 Inkomsten/baten

86

10.2 Uitgaven/lasten

87

10.3 Structurele kosten en eenmalige kosten

87

Bijlagen Bijlage 1

Begraafplaatsen in gemeente Opsterland

90

Bijlage 2

Selectiecriteria cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten

92

Bijlage 3

Kwaliteitsniveaus Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte 2021-2025

96

Bijlage 4

Wet op de lijkbezorging over sluiting van begraafplaatsen

97

Bijlage 5

Overzicht oorlogsgraven in gemeente Opsterland

98

Bijlage 6

Tabel 1. Gegevens per begraafplaats 2019-2023

99

Bijlage 7

Achtergrondinformatie baarhuis en hekwerk Gorredijk Hegedyk

100

4

Inleiding Onze begraafplaatsen en kerkhoven vervullen een belangrijk maatschappelijke functie. Niet alleen om afscheid te nemen, te begraven en te herdenken, maar ook als ontmoetingsplek en om troost te vinden. Binnen de gemeente Opsterland zijn er tal van begraafplaatsen en kerkhoven. In totaal zijn er 21 kerkhoven en begraafplaatsen, waarvan er 6 in eigendom van gemeente Opsterland zijn. Van deze gemeentelijke begraafplaatsen zijn er 5 actief in gebruik, het zijn plaatsen waar nog steeds begraven wordt. Slechts één begraafplaats, die van de voormalige hervormde kerk aan de Kerkewal in Gorredijk, is niet meer in gebruik. Ook is er in de gemeente een Joodse begraafplaats aanwezig. Deze is in eigendom van het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap (NIK). Volgens een overeenkomst uit 1947 (B&W besluit van 29 januari 1948) verzorgt de gemeente op deze begraafplaats het groendonderhoud. Ook deze begraafplaats is een begraafplaats in ruste, er wordt niet langer begraven. Gemeentelijke begraafplaatsen zijn begraafplaatsen waar iedereen begraven mag worden. Afscheid nemen en herdenken moeten op een waardige manier kunnen plaatsvinden. Hiervoor is een goede balans vereist tussen de inrichting, het beheer en het gebruik van begraafplaatsen.

Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn welke mogelijkheden er zijn en waar de taken en verantwoordelijkheden liggen die te maken hebben met de gemeentelijke begraafplaatsen, dit binnen de wettelijke kaders. Voor de 5 begraafplaatsen waar nog actief begraven wordt, geldt dat de gemeente verantwoordelijke is voor het beheer, de inrichting, het gebruik, het grafdelven en de administratie. Het beheer is in handen van Team Openbare Ruimte van de gemeente Opsterland. Publiekszaken houdt zich bezig met de administratieve werkzaamheden van het begraven, zoals de communicatie, het verlengen van grafrechten en de facturatie. In de Wet op de lijkbezorging (zie hoofdstuk 3) is vastgelegd welke verplichtingen en taken gemeenten hebben op het gebied van begraven. De reikwijdte van dit plan valt binnen de kaders van deze wet. Hoe wij daaraan invulling geven is een verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. In deze notitie staat, naast de praktische aspecten van het beheer, gebruik en de inrichting van de 5 nog actief gebruikte gemeentelijke begraafplaatsen, tevens onze visie op funerair erfgoed en met welk beleid en welke maatregelen we die (gaan) uitvoeren op de gemeentelijke begraafplaatsen. Opstallen (gebouwen, baarhuisjes, klokkenstoelen) vallen buiten de scope van dit beleid en worden tot het vastgoed gerekend.

Omdat de belangrijkste inkomsten van begraafplaatsen verkregen worden uit de verkoop van graven en in enige mate ook de verlenging van grafrechten, nemen de inkomsten af door de toename van het aantal crematies. Hierdoor bestaat het risico dat er niet voldoende financiële ruimte is of blijft om begraafplaatsen goed te onderhouden. Dit draagt op zijn beurt bij aan het mogelijk verdwijnen van cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten. De laatste decennia speelt cultureel erfgoed een steeds belangrijkere rol in de samenleving. Vaak wordt er gedacht aan monumenten, archeologische vindplaatsen en cultuurhistorische aspecten van het landschap wanneer we spreken over cultureel erfgoed. Enigszins minder bekend is het funerair erfgoed, dat ook behoort tot het cultureel erfgoed. De laatste jaren is er in toenemende aandacht voor de cultuurhistorische waarde die grafstenen en begraafplaatsen vertegenwoordigen. De begraafplaatsen, kerkhoven en grafmonumenten vormen samen het funerair erfgoed. Een begraafplaats in algemene zin is de plaats waar

5

dierbaren bijgezet worden door hun nabestaanden. Voor veel mensen is een begraafplaats een plaats van rouw, herinnering en overdenking. Van de kerk aan de Kerkewal zijn alleen de fundamenten bewaard gebleven, maar in kwetsbare staat. De grafzerken die in de vloer van de restanten van de kerk liggen, enkele al twee tot drie eeuwen oud, zijn door weersinvloeden afgesleten en in slechte conditie. Ook op het terrein zelf zijn er nog diverse grafstenen te vinden. Een deel ervan is in slechte conditie, beschadigd of gebroken. Bovendien zijn er in de loop der jaren veel grafstenen verdwenen. Nu we ons hiervan bewust zijn, is het doel om ons als gemeente in te zetten voor een duurzaam behoud van cultuurhistorisch waardevol funerair erfgoed. Doel en functie Iedere gemeente is verplicht om een gemeentelijke begraafplaats te hebben (Artikel 33 Wlb). Een begraafplaats waar ieder die dat wil, ongeacht geloof, achtergrond en verleden begraven kan worden. Een gemeentelijke begraafplaats ligt meestal in de gemeente zelf, maar dit hoeft niet. Met dit plan wordt vormgegeven aan de omgang met de begraafplaatsen, aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan, welke standpunten de gemeente hanteert, hoe we dit gaan uitvoeren en wat de financiële situatie is van de begraafplaatsen.

De veranderende visie op de uitvaart, de dagelijkse praktijk van het onderhouden, beheren, begraven en bijzetten alsook de administratie en wetgeving vraagt om een actueel en vastgesteld beleid, zodat iedereen die een laatste rustplaats wenst in de gemeente en/of daarbij betrokken is, bijvoorbeeld de nabestaanden of een begrafenisondernemer, weet welke voorwaarden, uitgangspunten en welke werkwijze gehanteerd worden. Het doel van deze beleidsnotitie ligt dan ook vooral in het creëren van duidelijkheid voor gebruikers en betrokkenen bij begraafplaatsen. Bovendien wordt er een ontwikkelrichting gekozen: wat zijn de trends in het begraven? Is er voldoende ruimte om het komende decennium te blijven begraven? Daarnaast is het doel van deze notitie om de beeldkwaliteit van de gemeentelijke begraafplaatsen te beschermen. Daar waar nodig is er aandacht voor de inrichting, passend bij de actuele situatie rondom het begraven in de gemeente. Leeswijzer In de eerste twee hoofdstukken wordt er ingegaan op de geschiedenis van het begraven en van begraafplaatsen en wordt de historische achtergrond van de gemeentelijke begraafplaatsen en ook de Joodse begraafplaats uiteengezet. Het derde hoofdstuk gaat over de wettelijke kaders, verordeningen en het huidige gemeentelijk beleid.

In het vierde hoofdstuk komen de verschillende soorten graven, de opties bij de uitgifte van graven, grafrusttermijnen, het begraven, begraaftijden en het ruimen aan de orde. In het vijfde hoofdstuk wordt de werkwijze rond beheer en (groen)onderhoud behandeld. Het zesde hoofdstuk gaat in op voorzieningen, informatieverstrekking, de administratieve zaken rond begraven en begraafplaatsen, en op registratie en digitale mogelijkheden. In het zevende hoofdstuk wordt ingegaan op de cultuurhistorische waardevolle grafmonumenten en welke maatregelen we nemen om deze in stand te houden alsook hoe we omgaan met bijzondere begraafplaatsen die afgestoten worden. Het achtste hoofdstuk biedt een vooruitblik naar de toekomst. In het laatste hoofdstuk komen de financiële aspecten aan bod.

6

7

1. Geschiedenis van begraven en begraafplaatsen Vanaf de vroege middeleeuwen werd er vooral begraven. Het is aannemelijk dat er toen begraven werd op plaatsen waar men later een kerk bouwde, zoals Ureterp, Wijnjeterp, Duurswoude en Siegerswoude. Vanaf de middeleeuwen werden overledenen begraven in zogenaamde gewijde grond. Dit kon zowel in als buiten de kerk op het kerkhof zijn. De kerstening had een eind gemaakt aan het gebruik om te cremeren. Het werd verboden, omdat werd geloofd in de opstanding uit de dood met ziel en lichaam. Het begraven in en om de kerk werd gebruikelijk toen er steeds meer kerken gebouwd werden. Toen dorpen in omvang groeiden, werd het ook gewoonte om in de kerk zelf te begraven. In het midden van de achttiende eeuw ontstonden er nieuwe ideeën waarbij het begraven binnen kerken in een negatief licht kwam te staan. In 1795 werd de Bataafse Republiek gesticht en werd het verboden om in dorpen en steden te begraven, ook in kerken. Verder moesten familiewapens en wapenschilden verwijderd worden. In Opsterland werden ondanks dit verbod nog steeds familiewapens aangebracht op grafmonumenten. Soms zijn er wel wapens van afgekapt, zoals in Hemrik het geval is. Bovendien is het waarschijnlijk dat bijzettingen binnen in de kerk nog steeds wel plaatshadden.

Om hygiënische redenen mocht als gevolg van een provinciale verordening uit 1827 niet meer worden begraven in of rondom de kerk. Een uitzondering was er voor plaatsen met minder dan 1.000 inwoners, want daar mocht het kerkhof in gebruik blijven. Plaatsen met meer dan 1000 inwoners moesten met ingang van 1 januari 1829 buiten de bebouwde kom begraven. De nieuwe begraafplaatsen moesten minimaal 50 meter uit de bebouwde kom liggen. Er zijn in 1829 plannen geweest voor een nieuwe algemene begraafplaats, maar het bleef alleen bij plannen. In Opsterland bleven de bestaande kerkhoven in gebruik, mede doordat veel dorpen de 1000 inwoners niet aantikten. Verder werden er wettelijke voorschriften opgesteld voor een optimale hygiënische lijkontbinding. Zo moest er minimaal 30 centimeter ruimte aangehouden worden tussen de graven, voldoende drooglegging gerealiseerd worden door ophoging van terreinen en een minimale afstand aangehouden worden tot de bebouwing. Verder werd het toegestaan om te herbegraven. Hiermee werd het mogelijk om graven van het kerkhof te verplaatsen naar de nieuwe begraafplaatsen. Ook kon eenieder op eigen grond een begraafplaats aanleggen, zoals een kerkgenootschap, gevangenis, klooster of een familie.

Voorbeelden binnen gemeente Opsterland van deze ontwikkeling zijn onder andere de Van Boelens begraafplaats in Olterterp en de familiebegraafplaats van familie Van der Sluis nabij de kerk van Hemrik. De Begrafeniswet (Wet tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten) werd in 1869 van kracht. Deze wet had tot doel de volksgezondheid te beschermen en de openbare orde te handhaven. Toch zorgde dit niet direct voor de aanleg van nieuwe begraafplaatsen in Opsterland. Mogelijk had de gemeente afspraken met kerkvoogden over begraven van gemeentewege en was dit voldoende om te voldoen aan de Begrafeniswet. In 1889 liet de kerkvoogdij van Bakkeveen een eigen begraafplaats aanleggen, nadat er honderden jaren in Duurswoude begraven was. Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond er interesse voor cremeren, omdat dit minder ruimte neemt en hygiënischer zou zijn dan begraven. In 1914 vond de eerste crematie plaats in Nederland. In 1955 verving de overheid de Begrafeniswet door de Wet op de lijkbezorging. Vanaf dat moment werd crematie wettelijk toegestaan. In de loop der jaren zetten bepaalde veranderingen zich door op het gebied van begraven: er wordt in Nederland steeds minder begraven en meer gecremeerd. 8

1.1 Typering van begraafplaatsen Het herkennen van het typerende van begraafplaatsen is nodig om inzicht te krijgen in wat men cultuurhistorisch gezien gemiddeld op een bepaald type begraafplaats kan aantreffen. Er worden 5 typen begraafplaatsen onderscheiden:     

Oude dorpskerkhoven Joodse begraafplaatsen Gemeentelijke begraafplaatsen Privébegraafplaatsen Katholieke begraafplaatsen

Voor deze beleidsnotitie zijn alleen de eerste drie categorieën van belang. Alle begraafplaatsen in het bezit of in het beheer van gemeente Opsterland vallen hieronder. 1.1.1 Oude dorpskerkhoven Toen het christendom zijn intrede deed werd gestart met het begraven van overledenen bij een kerkgebouw. Een begraafterrein dat vlakbij een kerkgebouw ligt wordt kerkhof genoemd. In Noord-Nederland werden de eerste kerken met kerkhoven gesticht in de achtste eeuw. Het duurde echter enkele eeuwen voordat alle dorpen een eigen kerk met kerkhof hadden. Zo rond de twaalfde eeuw werd vrijwel elke gekerstende inwoner uit deze regio op een kerkhof begraven. Het betekent overigens niet dat elk oud dorpskerkhof ook uit deze tijd stamt. In latere eeuwen zijn nog meer oude dorpskernen gesticht en sommige zijn verplaatst binnen het dorpsgebied. Het is bekend dat binnen Opsterland sprake was van een ontwikkeling waarbij de kerken steeds verder van de beek Boorne gesticht werden, in de opstrek van de oorspronkelijke locatie. Van enkele dorpen is bekend waar het middeleeuwse kerkhof heeft gelegen. Niet zelden ligt een recenter aangelegd kerkhof dan in dezelfde verkavelingslijn, verder van de beek af. De ouderdom van oude dorpskerkhoven kan erg verschillend zijn, van Vroege Middeleeuwen (ca. 500 à 600 n. Chr.) tot de Vroegmoderne Tijd (ca. 1500).

Kerkhoven op klei- en zandgronden zijn doorgaans ouder dan die op veengronden, maar dit is niet altijd het geval. Dit type begraafterrein was nauw verbonden met het christelijk geloof. Natuurlijk door de verbinding met het kerkgebouw, maar ook doordat er sprake was van gewijde grond. Alleen gedoopte christenen mochten hier begraven worden. Criminelen, mensen die zelfmoord pleegden en kinderen die niet gedoopt waren werden Grafzerk met familiewapen in vloer van begraven op ongewijde delen van het kerkhof. Vaak was overgebleven fundamenten voormalige hiervoor een afgescheiden gedeelte beschikbaar. Hervormde kerk Kerkewal, Gorredijk. Rijkeren konden tegen betaling, de zogenoemde legaten, in de kerk zelf, onder de kerkvloer, begraven worden. Om praktische en medische problemen werd het tussen 1810 en 1813 verboden binnensmuurs begraven te worden, en per 1829 werd dit nogmaals definitief ingevoerd. Tegenwoordig resteert vaak alleen nog een grasveldje, in het gunstigste geval nog met enkele oude zerken. In steden waar de ruimte schaars was is vaak niks meer bewaard gebleven.

9

In Friesland zijn de meeste oude dorpskerkhoven nog in gebruik (enkele honderden), terwijl dit in Groningen en Drenthe veel zeldzamer is. Een en ander heeft te maken met de wettelijke kaders die provincie en gemeente de ruimte gaven tot een eigen interpretatie over de omgang met kerkhoven. In Groningen en Drenthe waren bestuurders in de negentiende eeuw strikter, waardoor oude dorpskerkhoven vaak moesten sluiten. In Groningen wilden veel liberale herenboeren, tevens kerkvoogd, mee in de vaart der volkeren en het stichten van een nieuwe begraafplaats paste daarbij. 1.1.2 Joodse begraafplaatsen Vanaf de zeventiende eeuw liet de Joodse gemeenschap steeds meer haar sporen na in het noorden. Het ging voornamelijk om Asjkenazische Joden van Duitse en Poolse afkomst. Zij leefden grotendeels binnen hun eigen gemeenschap. Het respect voor de begraafplaats en ook de verwevenheid met het geloof was groot binnen de Joodse traditie. Op een Joodse begraafplaats mogen alleen Joden begraven worden. In verband met de wederopstanding, schrijft de Joodse wet voor dat een graf niet geroerd mag worden. Het ruimen van een graf mag alleen als daarvoor zeer dringende redenen zijn en overbrenging naar een andere locatie dient altijd onder toezicht van een rabbijn plaats te vinden. De eerste Joodse begraafplaatsen in het noorden van Nederland werden in de zeventiende en achttiende eeuw aangelegd.

Het aantal is beperkt, vaak stuitten Joden op verzet of weigering van medewerking. De meeste Joodse begraafplaatsen stammen echter uit de negentiende eeuw. Hoelang een Joodse begraafplaats in gebruik was, was meestal afhankelijk van het voortbestaan van de gemeenschap in de regio. Aan het einde van de negentiende eeuw trokken veel Joden naar de steden. Op veel Joodse begraafplaatsen vonden er zodoende niet langer teraardebestellingen meer plaats. Ook de Tweede Wereldoorlog was van grote invloed. Op het gros van de Joodse begraafplaatsen in het noorden werden na 1945 nauwelijks tot geheel geen personen meer begraven. Vanuit Joods perspectief zijn de begraafplaatsen nog steeds in gebruik overigens. Noord-Nederland telt 54 Joodse begraafplaatsen, waarvan Groningen de meeste, gevolgd door Drenthe, en daarna door Friesland met het minste aantal. Binnen de gemeente Opsterland is er een Joodse begraafplaats aanwezig, waar niet langer actief begraven wordt. 1.1.3 Gemeentelijke begraafplaatsen Het begraven in kerken en op kerkhoven kwam in de loop van de achttiende eeuw zoals gezegd onder vuur te liggen. Het beschikbare begraafoppervlak was eeuwenlang hetzelfde gebleven, maar de bevolking groeide wel sterk. Vooral in steden leidde dit tot onhygiënische en onethische situaties, in het bijzonder wanneer er epidemieën heersten.

Enkele steden besloten tot het aanleggen van begraafplaatsen buiten de stad of het dorp. Aan het begin van de negentiende eeuw zien we slechts sporadisch dergelijke begraafplaatsen, totdat in 1829 een verplichting ingesteld werd: dorpen en steden met meer dan 1000 inwoners werden verplicht tot de aanleg ervan. Destijds noemde men dergelijke begraafplaatsen een algemene begraafplaats. In de loop van de negentiende eeuw werden in steeds meer dorpen gemeentelijke begraafplaatsen aangelegd. Vooral na het van kracht worden van de Begraafwet in 1869 10

kwam dit massaal op gang. In kleine, vooral protestantse plattelandsgemeenten kon het echter nog wel tot begin twintigste eeuw duren voor ze ook daar aangelegd werden. Enkele steden trokken vooraanstaande tuinarchitecten (L.A. Springer, J.D. Zocher, D.F. Tersteeg e.d.) aan om een gemeentelijke begraafplaats te ontwerpen. Kenmerkend was de zwierige Engelse landschapsstijl die gebruikt werd. Na circa 1900 wisselden architecten de stijlen af tussen zwierig en strak, de zogeheten gemengde landschapsstijl, ook wel architectonische tuin/landschap genoemd, maar dit bleef een uitzondering op de regel. De meeste gemeenten hadden hiervoor niet genoeg middelen en men was van mening dat overdadige parken niet passend waren voor begraafplaatsen. De meeste gemeentelijke begraafplaatsen zijn daarom praktisch ingericht. Vandaag de dag worden de meeste overledenen begraven op gemeentelijke begraafplaatsen. Vaak zijn ze veel groter van oppervlak dan de andere typen begraafplaatsen. Ongeveer een derde van alle dodenakkers vallen hieronder. In Groningen en Drenthe zijn er echter veel meer te vinden dan in Friesland. De spreiding en het beleid van gemeentelijke begraafplaatsen verschilt omdat gemeenten binnen algemene wettelijke kaders hun eigen beleid kunnen bepalen.

Binnen Opsterland kennen veel dorpen geen gemeentelijke begraafplaats en is het kerkhof nog steeds een van de meest voorkomende plekken om begraven te worden. Op begraafplaatsen is er een onderscheid tussen graven en grafakkers: de term grafakker heeft betrekking op het totale veld waar begraven wordt. Het graf is dat deel waar het lichaam van een overledene (of restant daarvan) ter aarde wordt gesteld. Er kan ook steeds vaker begraven worden in een bovengronds graf, maar die mogelijkheid is in Opsterland nog niet voorhanden. Een urn is een pot of vaas waarin de as van een gecremeerde wordt bewaard. Urnen worden doorgaans bijgezet in een urnengraf of urnenmuur (columbarium). Ook is het mogelijk om as uit te strooien. Een strooiveld of verstrooiingsplaats is een plek of veld dat speciaal aangewezen is om de asresten van een overledene te kunnen uitstrooien. Begraafplaatsen vertegenwoordigen diverse belangrijke waarden. Op het vlak van maatschappelijke waarde als laatste rustplaats, om te rouwen, te herdenken, te bezinnen en te herinneren, maar ook als ontmoetingsplek voor gelijkgestemden. Daarnaast hebben begraafplaatsen een belevingswaarde: de sfeer, rust, zichtlijnen, kunst, ruimte, invloed van de seizoenen, plek om te wandelen en te zitten.

Ook is er nog de natuurwaarde, zoals de beplanting, de bomen en waterpartijen, en als verblijfplaats voor diverse diersoorten en nestplaats van verschillende soorten vogels en vleermuizen. Begraafplaatsen vertegenwoordigen bovendien een monumentale en cultuurhistorische waarde door het historische karakter, de (landschaps-)architectuur, de (soms erg oude) grafstenen, de geschiedenis van families en gemeenschappen, oorlogsgraven, tijdsbeelden en trends in het begraven, symboliek en culturen en grote bomen. De architectonische waarde is vooral te vinden in de gebouwen, het ontwerp en de inrichting.

11

12

2. Historie van de gemeentelijke begraafplaatsen in Opsterland Elke begraafplaats en elk kerkhof heeft eigen kenmerken en eigenschappen. Het gaat daarbij niet alleen om de gehele begraafplaats en de groenelementen, maar ook meer op detailniveau, wanneer er gekeken wordt naar de grafmonumenten, grafzerken en andere objecten die deel uitmaken van een begraafplaats. Bij het inventariseren van grafmonumenten gaat het niet alleen om de losse en individuele objecten, maar ook om de samenhang van het geheel, om de indeling alsook de uiterlijke kenmerken van het perceel. De vijf begraafplaatsen waar actief wordt begraven, hebben een eigen sfeer en identiteit. De begraafplaats aan de Gealeane in Beetsterzwaag heeft een bosrijk en besloten karakter, Nij Beets juist een opener karakter. De ontstaansgeschiedenis en geografische (landschaps)opbouw zijn de basis voor dergelijke verschillen. Bovendien zijn ze in verschillende periodes aangelegd. Hierdoor is er sprake van verschillende stijlen, maar er zijn ook overeenkomsten, zoals de vijverpartijen van begraafplaats Hegedyk (Rijksmonument) in Gorredijk en begraafplaats Breewei in Tijnje. Grafmonumenten vormen een weergave van de geschiedenis van de begraafplaats, maar ook van de omgeving, dorp of stad waartoe ze behoren.

Op een aantal gemeentelijke begraafplaatsen zijn cultuurhistorisch waardevolle grafstenen aanwezig waarvan de grafrechten ofwel zijn vervallen of waar grafrechten voor onbepaalde tijd op rusten. Deze historische stenen geven een bijzonder karakter aan de begraafplaats. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het karakteristieke en eigene van elke gemeentelijke Druppelvormige vijverpartij bij begraafplaats Tijnje begraafplaats en wordt daarvan een beschrijving gegeven. Dit dient als referentie voor de uiteindelijke selectie van grafmonumenten. Allereerst worden de gemeentelijke begraafplaatsen waar nog actief begraven wordt beschreven. Daarna komt de niet meer in gebruik zijnde gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkewal in Gorredijk aan bod. Tot slot volgt er een beschrijving van de Joodse begraafplaats in Kortezwaag. Voor deze beschrijvingen is deels gebruik gemaakt van het rapport Archiefonderzoek en Quickscan cultuurhistorische waarden gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland. Deze is opgesteld door dhr. L. Bok van Bureau Funeraire Adviezen Amsterdam in oktober 2023. Dhr. Bok is specialist op het vlak van funerair erfgoed en is onder meer werkzaam voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

13

2.1 Beetsterzwaag Gealeane Beetsterzwaag ontstond in de middeleeuwen. Lange tijd was Beets, tegenwoordig Oud Beets, groter dan Beetsterzwaag. Hier stond vroeger de Getrudiskerk, een middeleeuwse kerk die vermoedelijk in de twaalfde eeuw gebouwd werd. Later werd op dezelfde plek de Adelskerk gebouwd. Zowel (Oud) Beets en Beetsterzwaag liggen op een zandrug, wat een geschikte plek was voor bewoning. In de zestiende eeuw vestigden veel rijke investeerders van de veenontginning zich in Beetsterzwaag. Zij bouwden in totaal maar liefst 11 landhuizen en legden na 1850 op grote schaal bossen aan. Na de Franse tijd werd Beetsterzwaag de hoofdplaats van Opsterland, al was het met ongeveer 700 inwoners rond 1840 zeker niet de grootste plaats. Eind achttiende eeuw had Beetsterzwaag zich ontwikkeld tot het voornaamste dorp binnen de gemeente en bezat toen het grootste cluster buitenhuizen in Noord-Nederland. Op de plek van de Martenskerk stond voorheen net als in Beets ook een middeleeuwse kerk, maar hierover is weinig bekend. In 1803-1804 werd de huidige kerk gebouwd op de fundering van de eerdere kerk. In de kerk zijn nog diverse grafzerken te zien uit het begin van de zeventiende eeuw, waaronder van familie Fockens. Ook is er een grafkelder aanwezig van familie Van Teijens.

Rondom de kerk werden vanaf de negentiende eeuw vele adellijke inwoners begraven, waarvan de naam Van Harinxma thoe Slooten het bekendst is. Niet alleen aan het kerkhof van de Martenskerk is te zien dat talloze rijke en adellijke families Beetsterzwaag als thuishaven hadden, ook in Oud Beets zijn er nog talrijke graven bewaard gebleven, zoals de grafkelders van Van Lynden, Scheltinga en Lycklama à Nijeholt. Bijzonder is dat op deze begraafplaats een gebeeldhouwde engel waakt over het familiegraf van familie Van Harinxma.

De wakende engel op begraafplaats Oud Beets. Voorheen stond de engel in een vitrine.

Gemeentelijke begraafplaats Gealeane Het inwonertal van Beetsterzwaag bleef nog lange tijd onder de 1000, dus was het vooralsnog toegestaan om nog rond de kerk te begraven. Rond 1940 ontstond er te weinig ruimte op het kerkhof en na deze tijd werden er vooral nog bijzettingen gedaan in reeds bestaande graven. Al in 1937 had de gemeente een nieuwe begraafplaats opgenomen in een uitbreidingsplan. In 1938 lag er een plan klaar voor een nieuwe begraafplaats. In september 1942 besloot de gemeente een stuk grond van 9.000 m² te kopen ten westen van de weg Beetsterzwaag-Boornbergum. De oorlog zorgde ervoor dat men niet direct kon starten met de aanleg, dit kwam pas na de oorlog op gang. De begraafplaats is vermoedelijk in 1946 gesticht en werd in 1948 in gebruik genomen. Er werden 500 graven ingericht. Het ontwerp, een halve cirkel doormidden gedeeld door een pad, was modern. Niet alle graven lagen aan de paden. Achter de ingang is een ruimte opgenomen waar afscheid genomen kan worden 14

van de overledene. Twee dwarspaden deelden de halve cirkel op in 6 afzonderlijke vakken. Achteraan stond, toen nog buiten de begraafplaats, een baarhuisje. Bij latere uitbreidingen kwam deze centraler op het terrein te liggen. De eerste uitbreiding vond plaats in de jaren ’70 van de twintigste eeuw. De ruimte aan de buitenzijde van de eerste cirkel werd in gebruik genomen. Er werd een nieuw pad aangelegd op 18 meter van het eerder aangelegde pad in dezelfde vorm. Ook werden er enkele dwarspaden Luchtfoto van begraafplaats Gealeane. Bron: Google Maps. aangelegd, waardoor er 4 nieuwe vakken ontstonden. Met de uitbreiding werd er ook ruimte voor kindergraven en een urnenmuur gemaakt. In de jaren ’80 van de twintigste eeuw werd er een tweede, veel omvangrijkere uitbreiding uitgevoerd met ruimte voor meer graven. In 2001 volgde er opnieuw een uitbreiding. Er werd meer grond gekocht aan de achterzijde. Er werd een soortgelijke cirkel ontworpen met meer ruimte voor graven. De eerste graven op dit deel werden uitgegeven in 2004. Ook werd er een dienstgebouw gebouwd. Het totale oppervlak van de begraafplaats beslaat nu zo’n 15.000 m². Ligging in het landschap Veel grond rondom Beetsterzwaag werd tussen 1850 en 1925 beplant met bos. Er was op het moment dat de begraafplaats werd aangelegd al sprake van een groot areaal bos, zeker aan de noordkant van Beetsterzwaag.

De begraafplaats werd aan de zijkanten omzoomd door bos, maar na de aanleg van het Helomapark werden er villa’s gebouwd, waarvan de tuinen grenzen aan de begraafplaats. Door het vele groen valt dit overigens niet op. De begraafplaats geeft de impressie onderdeel van het bos te zijn. Dhr. Bok zegt over de ingang: “De iets terugliggende ingang maakt een formele en statige indruk, versterkt door het zware groene hekwerk tussen de forse bakstenen pijlers”. Aanleg en groene aspecten De begraafplaats aan de Gealeane is omgeven door bos en heeft een besloten en sterk groen karakter. Het bosrijke van de omgeving is terug te zien in het uiterlijk de begraafplaats: er staan willekeurig verspreide bomen en boomgroepen, dat zorgt voor een natuurlijk karakter. De entree van de begraafplaats heeft een plein met aan Luchtfoto uit 2018: middenpad geflankeerd door taxussen. de linkerkant twee treurbeuken. Voorheen stonden de treurbeuken aan beide zijden van het pad, maar de rechter treurbeuken zijn enkele jaren geleden gesneuveld en niet herplant. Ook is de korte hoofdlaan aangepast. Vroeger stonden erlangs aan beide zijden grote taxussen, die zijn vervangen door zuilbeuken. Rondom het voorplein zijn lage, groenblijvende heesters geplant, die ook in de winter zorgen voor een groen beeld. Ook zijn er enkele eenjarige planten aangeplant. Tussen de zuilbeuken 15

Uitzicht op de begraafplaats met twee van de overgebleven treurbeuken en een variëteit aan grafmonumenten. Inzet links: de urnenmuren.

zijn beukenhagen geplant, wat zorgt voor meer zicht op de grafvlakten op beide zijden. Er zijn nog enkele taxussen te zien bij de dwarspaden, wat zorgt voor een gemengder beeld dan vroeger. Aan de buitenzijden zijn diverse eiken aanwezig, mogelijk nog een restant van het vroegere bos. Dit is ook te zien bij de uitbreiding van 2001, waar een bestaande boslaan opgenomen is in het geheel. De rijen eiken herinneren daar nog aan. Dit geeft de begraafplaats een ‘aangenaam doorzicht’. Er staat een zwarte walnoot voor het baarhuisje en rondom staan onder andere een hazelnoot en cotoneaster. Het kan zijn dat dit overblijfselen zijn van een eerdere aanplant. Tussen het oudere deel en de uitbreiding zijn ook hagen en vlakken ingevuld met geschoren taxus. De uitbreiding zelf is meer in balans. De laatste uitbreiding sluit bij het cirkelmotief aan. De randen van de cirkels worden geaccentueerd door beukenhagen, doorkruist door de boslaan. De hoofdlaan van de uitbreiding heeft aan beide kanten sierappelboompjes die niet goed zijn aangeslagen. De grondsoort speelt hierbij mogelijk een rol. De graven op de grafvelden liggen in het gras. De hoofdpaden zijn bedekt met schelpen. Sommige paden zijn rul geworden, niet alleen door intensief gebruik, maar vooral ook doordat er water blijft staan.

Het afwisselende groen en de ligging heeft een grote aantrekkingskracht op allerlei dieren, waaronder allerlei vogels. 16

Nabij het oude deel van de begraafplaats is in een hoek een gedeelte voor urnengraven aangelegd. Ook staan er op deze plek twee urnenmuren. Typologie van de grafmonumenten Begraafplaats Gealeane heeft een uiteenlopende verzameling van laat twintigste-eeuwse grafmonumenten, die vanwege het materiaal, de vormgeving of bewerking met name van lokaal cultuurhistorisch belang zijn. De voorste vakken herbergen de oudste grafmonumenten, in de cirkel die als eerste in gebruik genomen werd. Het grootste deel van de grafmonumenten op Beetsterzwaag is nog relatief jong. Er zijn enkele interessante grafmonumenten te vinden uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Sommige met Friese teksten, andere met fraaie symboliek. De meest historisch waardevolle en interessante graven zijn te vinden op dit eerst aangelegde deel. De grafcultuur die hier aangetroffen wordt behoort tot een overgang die in gang werd gezet in de eerste helft van de twintigste eeuw. De vormgeving is zakelijk, vaak gemaakt van zwart graniet en niet meer van hardsteen. Er is geen informatie gevonden van belangwekkende personen die direct gekoppeld kunnen worden aan de groei van Beetsterzwaag na de oorlogsjaren (die zijn er wel op het kerkhof bij de Martenskerk). De begraafplaats geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de grafcultuur in de periode 1950 tot heden.

Het zandstenen familiegraf van Teije Jansma (ovl. 1951), zijn vrouw Engeltje Walsma (ovl. 1978) en dochter Joukje Jansma (ovl. 1950). De tekst is in het Fries opgesteld en ook Joukje’s overlijdensadvertentie was Fries, wat in die tijd nog niet gangbaar was. Er woedde in deze tijd een taalstrijd over17 de status van de Friese taal.

2.2 Gorredijk Rond 1600, toen het veen ten noorden van Kortezwaag in ontginning werd genomen, werd de Hegedyk bij het Gorreveen doorgraven om de gewonnen turf te kunnen afvoeren en het veen te ontwateren. Op de kruising van de vaart en de weg werd in 1630 een brug gebouwd en dit markeert het beginpunt van het ontstaan van ‘vlecke’ Gorredijk. Ambachts- en kooplieden vestigden zich rondom deze kruising en Gorredijk ontwikkelde zich tot doorvoerhaven van turf en handelscentrum. Ook kreeg het een verzorgingsfunctie voor het omliggende gebied. In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd Gorredijk ook van strategisch belang en in 1672 werd er een schans aangelegd. De bestaande bewoning kwam in deze schans te liggen en ook werd er een hervormde kerk gebouwd binnen de schans, waar nu het kerkhof aan de Kerkewal nog aan herinnert. In 1735 en 1877 werd de hervormde kerk verbouwd en vergroot. De kerk lag aan de buitenzijde van de bebouwing. Het is aannemelijk dat Gorredijk in 1830 geen nieuwe begraafplaats hoefde aan te leggen juist door deze wat verder afgelegen ligging. En een deel van de inwoners werd begraven op het kerkhof van Kortezwaag. Zo rond 1927 werd een nieuwe gemeentelijke begraafplaats aangelegd. Het kerkhof aan de Kerkewal werd echter ook nog lang gebruikt voor begrafenissen. In 1984 werd het kerkgebouw afgebroken wegens de slechte bouwkundige staat.

Restauratie was te kostbaar. De fundamenten van de kerk zijn bewaard gebleven. Het leidde uiteindelijk ook tot sluiting van de begraafplaats. Naast de gemeentelijke begraafplaats aan de Hegedyk werden zowel het kerkhof aan de Kerkewal als het kerkhof van Kortezwaag eigendom van de gemeente. Gemeentelijke begraafplaats Hegedyk In 1909 was er sprake van de noodzaak van een nieuwe begraafplaats, omdat de ruimte op het kerkhof aan de Kerkewal erg beperkt was. Onderzoek naar een uitbreiding op het kerkhof van Kortezwaag liep op niks uit, dus werd er besloten een perceel te zoeken net buiten Gorredijk. Het terrein behoorde tot de pastoriegoederen van de hervormde kerk van Kortezwaag en besloeg 1,75 hectare. Op oude kaarten is te zien dat op deze locatie of in de nabijheid ervan ook al eerder een ‘old kerckhof’ lag.

Plattegrond van de begraafplaats Hegedyk. Er is een duidelijke scheiding tussen het oudste deel en uitbreiding van de grafakker te zien. Het oude deel is verdeeld in 8 vakken en graven die in het groen liggen, het nieuwe deel bevat veel meer paden tussen de graven door. Bron: Google Maps.

18

In 1925 werd het eerste ontwerp gemaakt voor de Algemene begraafplaats van Gorredijk door bouwkundige c.q. gemeentearchitect Christiaan van Wamel (1890-1953). De Algemene Begraafplaats aan de Hegedyk is gesticht in 1927. De tekeningen van het ontwerp dateren van 1929 en getuigen van een bijzonder ontwerp voor die tijd. Een centrale ingang ontsloot een padenstelsel rond een ronde vijver met daarachter, iets verhoogd liggend, een veld met ruimte voor 456 graven. Deze waren verdeeld over 8 vakken. Centraal aan het eind van het hoofdpad een baarhuisje. Het graventerrein is opgehoogd met de uitgegraven grond uit de vijver en de omgrachting. Ter overbrugging van het niveauverschil tussen het pad rond de vijver en de begraafplaats werd een trap van baksteen in expressionistische stijl gemetseld met een naar buiten krullende bakstenen balustrade. De begraafplaats werd op 19 juli 1929 in gebruik genomen. Eind 1941 deed gemeentewerken een voorstel tot uitbreiding aan het college van B&W. Bedoeling was om nog eens 476 graven te realiseren, verdeeld over 4 vakken. In 1942 is de begraafplaats uitgebreid aan de achterzijde met een derde. Hiermee was tijdens de aanleg van het eerste deel al rekening gehouden. De bezetter besloot echter om de uitbreiding stil te leggen. In 1946 werd de uitbreiding afgerond en kwam het klokhuis in het midden van de begraafplaats te liggen.

De uitbreiding was eveneens het plan van Van Wamel. In 1947 werd het eerste graf in het nieuwe gedeelte in gebruik genomen.

De balustrade met trap die leidt naar het begraafdeel (links) en klokhuis annex baarhuis (rechts).

Het klokhuis, tegenwoordig in gebruik als bewaarplaats voor onderhoudsgereedschap van de begraafplaats, is eveneens ontworpen door Christiaan van Wamel. Het is gebouwd in 1928 in een aan het expressionisme verwante bouwstijl. In 1950 werd het baarhuisje aan de achterzijde verlengd in hetzelfde materiaal en met eenheid van stijl, waardoor een verschil tussen beide perioden nagenoeg onzichtbaar is. In de toren hangt een luidklok uit 1952, vervaardigd door Jacobus van Bergen uit Midwolda. Deze vervangt een achttiende-eeuwse klok van Cyprianus Crans van Enkhuizen, afkomstig uit Hemrik, die in 1943 in beslag werd 19

genomen door de bezetters en niet terugkeerde. Meer informatie over het rijksmonumentale baarhuis is te vinden in bijlage 7. Op 5 mei 1946 werd er direct achter de ingang een monument geplaatst voor alle burgerslachtoffers, verzetslieden en militairen in dienst van het Nederlands Koninkrijk tussen 1940-1945, naar een ontwerp van Nicolaas van der Kreek (1896-1967). In 1963 was het grootste deel van de beschikbare graven bezet en waren er plannen om opnieuw uit te breiden. Uiteindelijk ging de keuze echter naar een uitbreiding van het kerkhof van Kortezwaag. In 1975 werden er plannen gemaakt voor een opbaarruimte. Het eerste ontwerp naar een idee van Van Linge en Kleinjan, architectenbureau uit Haren, werd afgeketst. Er werd gekozen voor een groter bouwwerk. Ligging in het landschap Aan de uitstraling en stedenbouwkundige is, ondanks de naoorlogse uitbreiding, weinig veranderd. Langs de Hegedyk werden tussen de bestaande woningen verschillende grote vrijstaande woningen gebouwd. In de jaren zestig werd gestart met de bouw van een nieuwbouwwijk aan deze kant van Gorredijk. Aan de zuidzijde van de begraafplaats werd de Hans de Jongwei aangelegd op slechts 100 meter afstand van de begraafplaats. De begraafplaats beslaat meer dan 1 hectare, de helft ervan is daadwerkelijk ingericht als begraafplaats.

Vanaf de Hegedyk doet de begraafplaats eerder aan als park, vooral door de grote waterpartij. De begraafplaats ligt net binnen het bestemmingsplan Gorredijk Kom. De percelen eromheen hebben een agrarische bestemming en vallen onder het Bestemmingsplan Buitengebied. Aanleg en groene aspecten De ronde vijver speelt een belangrijke rol binnen het ontwerp. Rondom de vijver, en aan de voorkant rond het oorlogsmonument, zijn lage groenblijvende struiken geplant. De inrichting van het terrein is symmetrisch in de lengterichting. Rondom de vijverpartij en de oorspronkelijke begraafplaats met acht perken is een wandeltuin aangelegd bestaande uit schelpenpaden. Er zijn tal van knotwilgen langs de paden te zien. De oorspronkelijke tekeningen voor de aanleg tonen vermoedelijk twee varianten voor de beplanting, die inmiddels grotendeels vernieuwd is. De aanleg van de voortuin is nog herkenbaar, maar de symmetrie is verbroken door de bouw van een aula met columbarium. In beide hoeken tussen vijver en begraafplaats een breed plantsoen met rododendron.

De ronde vijver door een schelpenpad omringd. Aan de achterzijde de balustrade met trap die leidt naar het begraafdeel.

Enkele taxusbomen rondom de vijver behoren nog tot de oorspronkelijke beplanting. In het verleden werd het oorspronkelijke deel van de begraafplaats gescheiden door een hoge, dubbele taxushaag. Ook het midden van het oude deel had een gesnoeide taxus en ook het middendeel op de uitbreiding werd begeleid door een taxushaag. Een deel ervan is nog aanwezig, maar nu als lage haag, waardoor er meer doorzicht over de gehele begraafplaats is. 20

Het oudste deel van de begraafplaats bestaat uit acht grasperken met graven, verdeeld door paden. De grafvelden zijn bedekt met gras. Het nieuwere deel bestaat uit vier perken met grafrijen in het gras en daartussen smalle paden. Aan de grens van de wandeltuin en de begraafplaats is een coniferenhaag met een driehoekige doorsnede. Op de kruisingen stonden voorheen conisch gesnoeide coniferen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het groen op de begraafplaats momenteel wat terughoudender beheerd wordt dan in het begin van de eeuw. De staat van onderhoud is goed. De begraafplaats, het toegangshek en de klokkenstoel (tevens baarhuis) zijn rijksmonument. Op 17 mei 1999 zijn zij aangewezen als rijksmonument (nummer 513155) en op 14 september van dat jaar ingeschreven in het rijksmonumentenregister. De uitbreiding die het baarhuis in 1950 onderging, valt overigens buiten de bescherming van rijkswege vanwege de geringe ouderdom.

De aanleg van de gemeentelijke begraafplaats en trap is van algemeen cultuurhistorische en landschappelijke waarde door de redelijke mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp, de redelijke mate van structurele en visuele gaafheid van de aanleg, de hoge mate van esthetische kwaliteit van de trap, de hoge mate van continuïteit in de stijl van de aanleg en vanwege de redelijke tot hoge mate van gaafheid van de individuele objecten van het complex, wat ervoor zorgt dat de ensemblewaarde wordt versterkt. Ondanks enkele wijzigingen in de beplanting en de aanpassing van enkele paden is een dergelijke eenvoudige, maar uitgebalanceerd aangelegde begraafplaats, in de trant van de Amsterdamse School, een zeldzaamheid binnen Friesland en om die reden beschermenswaardig. Typologie van de grafmonumenten Waarschijnlijk zijn talloze grafmonumenten al verdwenen of vervangen. De grafcultuur heeft daardoor een gemengder beeld gekregen. Vanaf het begin zijn er al weinig hardstenen stèles van het oude type geplaatst. Maar die zijn er wel geweest, zo toont oud beeldmateriaal aan. Er werden in de periode na de oplevering van de begraafplaats met name grafmonumenten geplaatst die kenmerkend zijn voor een overgangsfase. Het waren monumenten met en zakelijker stijl en moderner vormgeving, alhoewel soms nog wel met oude symboliek.

Ook op de uitbreiding die werd gerealiseerd in de jaren veertig zijn er een aantal opvallende grafmonumenten. Op dit deel van de begraafplaats bevinden zich ook nog jongere grafmonumenten met een bijzonder materiaalgebruik of vormgeving, typerend voor de periode na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel veel grafmonumenten nog geheel of deels hardsteen bevatten, zijn er ook tal van andere materialen aanwezig. Er is een uiteenlopende hoeveelheid symbolen te zien. Met name op het oude deel van de begraafplaats zijn grafmonumenten te vinden, die vanwege de vormgeving, materiaal of symboliek interessant zijn. Ook zijn er personen begraven die gekoppeld kunnen worden aan de geschiedenis van Gorredijk en Kortezwaag in de twintigste eeuw. De grafmonumenten zijn vooral van lokaal-genealogisch belang en worden niet van rijkswege beschermd.

21

2.3 Kortezwaag Kortezwaag werd in 1315 reeds genoemd als zelfstandig dorp. Op de kapellenlijst uit 1315 wordt aangegeven dat er een kapel aanwezig was. Kortezwaag is van oorsprong een boerendorp. In de eerste vermelding werd de plaats Urasuagh genoemd. Het naamsdeel Ura toont aan dat het hoger gelegen was dan Langezwaag, toen Utrasuagh genoemd. Het naamsdeel ‘suagh’ duidt op weiland(en) waar vee gehouden werd. In 1496 werd de plaatsnaam vermeld als ‘die Corte Swaech’ en in 1505 als ‘Corteszwaege’. Oud-Kortezwaag bestond uit de middeleeuwse woonlocatie, het gebied rondom de kerk tot om en nabij Dekemastate. Jong-Kortezwaag ontstond in de tijd van de grote vervening, waarschijnlijk vanaf ongeveer 1600, op het grondgebied van sathe 1, de Vogelsang-sathe, later ook wel bekend als de Veenherensathe. Hieruit ontsproot een gebuurte aan de zuidwestelijke kant van de Compagnongsvaart. Dit oostelijke deel van Kortezwaag werd de buurtschap Oosterend.

Links: Kaart Schotanus, 1718. De Mariakapel is zichtbaar op de kruising van het lint Korteswaach. Nabij de schans van Gorredijk ligt een ‘Old Kerkhoff’, de locatie waar nu de Hegedyk zich bevindt. Rechts: tekening Jacobus Stellingwerff, kerk van Kortezwaag in 1723. Bron: Fries Fotoarchief.

De nederzetting rondom de kerk was waarschijnlijk niet de eerste in de omgeving. Daarvoor hebben de Kortezwaagsters mogelijk in de Kortezwaagster ‘finnen’ gewoond. Omdat de zeespiegel lager was, kon men op deze delen nog wonen. Later kwamen deze laaggelegen graslanden onder water te staan. Men werd gedwongen hogerop te gaan wonen, achter wat later bekend zou worden als de ‘olde dyck’. Deze waterkering kon het echter ook niet eeuwenlang volhouden. De nederzetting werd daarom verplaatst naar de omgeving van waar de Mariakerk gesticht werd. Hier werd in de middeleeuwen een kapel gebouwd ter ere van Maria. Deze kapel overleefde de Reformatie en kreeg in 1649 gebrandschilderde ramen. De kapel werd in 1723 door Jacobus Stellingwerff afgebeeld als een gotisch kerkje met klokkenstoel. De Hogedijk werd verder opgewerkt om voldoende veiligheid te hebben tegen het buitenwater. Om ook beschermd te zijn tegen het water op de hogere veengronden, wierpen de boeren ook nog een leidijk op. Deze moet ongeveer geweest zijn op de plaats waar later de Dwersfeart verliep en nu de weg maar manege Dekema is. 22

Eind achttiende eeuw was het oude kerkgebouwtje een bouwval geworden. Mogelijk werd dit veroorzaakt door de veenachtige ondergrond. De huidige kerk werd gebouwd in 1797. Het was een zaalkerk zonder toren. In 1896 vond er een grote verbouwing plaats en werd er, mede gefinancierd door de gemeente, een toren gebouwd. De rijksmonumentale kerk (rijksnummer 31852) is gelegen op een kleine verhoging, met daaromheen een fraai aangelegde begraafplaats. Momenteel is de kerk in bezit van Stichting Alde Fryske Tsjerken. In de kerkvloer zijn geen sporen te vinden dat er ook in de kerk zelf begraven werd. Onder de preekstoel liggen wel resten van een sarcofaagdeksel, die van middeleeuwse datum is. De kruisjes op de deksel lijkt erop te wijzen dat hij ook gebruikt is als altaarsteen. Gemeentelijke begraafplaats De Leijen Kortezwaag De gemeentelijke begraafplaats van Kortezwaag is gelegen rondom de achttiende-eeuwse Mariakerk, welke op een terp gelegen is. Het kerkhof kan opgedeeld worden in drie gedeelten. Het ‘oude deel’ en de twee uitbreidingen. Het oude deel ligt direct rondom het kerkgebouw. De oudste stenen op het kerkhof dateren van 1770 en 1773. Het perceel was rond 1830 iets groter dan 2.400 m². De klokkenstoel op het kerkhof werd afgebroken in 1896. Op deze plek werden toen nieuwe graven uitgegeven. De klok bevindt zich nu in het klokkenmuseum in Asten, Noord-Brabant.

In 1938 werd er overleg gepleegd door de Hervormde gemeente van Kortezwaag over een uitbreiding en de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Uitbreiding achter het kerkhof was toen de meest voor de hand liggende keuze. In oktober 1939 startte men hiermee. Het werk aan de begraafplaats werd in de werkverschaffing uitgevoerd. Het ging om een strook in het verlengde van het oude kerkhof. Er werden acht lange rijen met graven aangelegd, alle aan paden. In het midden liet men een brede strook vrij. De eerste persoon die werd begraven op dit deel was soldaat Joachim Wijnstra, die in 1940 sneuvelde bij Ridderkerk. De Mariakerk van Kortezwaag met een dichte In 1964 ontstond bij de gemeente het plan hoeveelheid grafmonumenten in april 1959. om het kerkhof van Kortezwaag uit te Bron: rijksmonumenten.nl. Foto: G. Th. Delemarre. breiden met 1.200 graven. Om dit plan uit te voeren was er 2,5 hectare grond nodig. Er werd een lang, smal vak aan de noordkant ingericht met een korter maar breder vak daarachter. Om deze delen te kunnen ophogen werd er een vijver uitgegraven aan de zuidkant en aan de noordzijde werd een kleine vijver gepland voor de zandwinning. Een bijzonder aspect van het ontwerp was dat er een urnentuin ingetekend werd. Fryslân kreeg pas in 1973 het eerste crematorium.

In februari 1969 ging de gemeenteraad akkoord met de overname van het kerkhof en werd er een bedrag van 256.000 gulden beschikbaar gesteld voor de uitbreiding. In 1970 werd de tweede uitbreiding gerealiseerd in opdracht van de Gemeentewerken van de gemeente 23

Opsterland (vak D en kindergedeelte). De capaciteit werd vergroot met een gravenveld voor 720 graven en een urnenmuur. In 1978 werd er besloten tot de inrichting van een strooiveld. In 2010 is er ruimte voor urnengraven gemaakt. De huidige situatie van het strooiveld is ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp nauwelijks veranderd en ligt nog steeds achteraan op het terrein. De latere uitbreidingen zijn functioneel aangelegd. Ligging in het landschap De kerk ligt zoals gezegd op een wat hoger deel. Kerk en kerkhof maakten eeuwenlang deel uit van een lange strook met bebouwing die Kortezwaag vormde. De straat waaraan kerk en kerkhof liggen werd vroeger de Lijkweg genoemd. Tegenover de kerk liep de Kerklaan, maar deze is verdwenen. Rond 1830 was er nog sprake van weinig bebouwing. Achter de kerk stonden enkele eenvoudige woningen en een boerderij. Deze bebouwing verdween toen er uitgebreid werd. Door de verschillende uitbreidingen beslaat het terrein nu bijna 3 hectare, waarvan 1.3 hectare gebruikt wordt voor het begraven. Voor de kerk ligt een parkeerterrein, die een open zicht op de kerk garandeert. In het Bestemmingsplan Buitengebied heeft het terrein de bestemming “Begraafplaats”. Kleine percelen eromheen zijn bestemd voor wonen of voor agrarisch gebruik. Aanleg en groene aspecten. De verschillende delen van de begraafplaats hebben elk hun eigen sfeer.

Vooral voor de laatste uitbreiding is er veel energie gestoken in de beplanting, die tot op heden het aanzicht bepaalt. Op het oude deel is alleen een beukenhaag van belang. Deze is aanwezig langs de parkeerplaats, De Leijen en de noordoostzijde van het kerkhof. Het kerkhof zelf heeft geen beplanting. Belangrijk beeldbepalend element is de verhoogde ligging van het kerkhof en alle in het gras staande of liggende grafmonumenten. De eerste uitbreiding kreeg een groenere inrichting dan het oude deel rond de kerk. Er liggen drie plantsoenen centraal tussen vier rijen met graven. Ze zijn gevuld met lage beplanting en een aantal kleinere bomen. De graven liggen in het gras. Op het einde is een taxushaag aangebracht. Struiken en bomen begeleiden het pad naar de laatste uitbreiding. De beplanting is typisch voor de jaren zestig. Ook de taxushagen tussen de graven zijn typerend voor die periode. Er zijn struiken als sneeuwbal, wegedoorn, veelbloemige roos en dwergmispel met ertussen eiken, ruwe berken en zwarte elzen. In de omgeving van de vijvers is gekozen voor boswilg en lijsterbes. Ook de lanen zijn aangezet met eikenbomen. Deze beplanting past goed bij de grondsoort. Een deel van de lage beplanting is op een later moment vervangen door onder andere rododendron. Plattegrond kerkhof Kortezwaag. Het oude deel rond de kerk heeft alleen een pad om het geheel.

De eerste uitbreiding bezit tal van paden die dit deel in vakken verdelen. De laatste uitbreiding meest rechts ligt in het groen en paden ontbreken. Bron: Google Maps.

Ondertussen zijn er ook nieuwe bomen geplant op diverse locaties. Er is meer 24

gebruik gemaakt van beukenhagen, zoals bij de urnentuin. De veelheid aan planten die gekozen werd voor de uitbreiding is nu niet meer aanwezig. Onderhoudsnormen zijn aangepast en soms zal de groei tegengevallen zijn. De destijds geplante hoeveelheid taxus is er nog wel, maar vertoont uitval op sommige plekken. In de singel is spontaan gegroeid groen opschot te zien. Het doel van de singel, geen uitzicht op de omgeving, is nog aanwezig, maar toont op sommige plekken uitval. De begraafplaats vormt een fraai voorbeeld van de ontwikkeling van groenaspecten op begraafplaatsen in het algemeen. Van een sobere aanleg met alleen groen in de rand op het oude stuk naar het gebruik van groen om de zichtlijnen te versterken, het beeld naar binnen gekeerd te houden en om privacy te bieden aan bezoekers. Het onderhoud van het groen is hier goed te noemen.

Links: zicht op de kerk met eromheen de oudste grafmonumenten. Rechts: de moderne klokkenstoel en middenpad op de eerste uitbreiding.

Typologie van de grafmonumenten Zoals gezegd zijn er drie delen te onderscheiden op de begraafplaats, wat zich ook weerspiegelt in de aanwezige grafmonumenten. Op het oude kerkhof rondom de kerk is de grafcultuur negentiende-eeuws met hardstenen stèles in een Friese stijl, met palmetten, palmtakken en treurbomen. Ook zijn er meerdere zakelijk vormgegeven monumenten, sommige al van graniet, die laten zien dat dit deel van de begraafplaats nog tot ver in de twintigste eeuw in gebruik is. Ook zijn er nog recent begravingen gedaan. Op de eerste uitbreiding zijn de grafmonumenten vergelijkbaar met die op het kerkhof. Wel is er sprake van een overheersender gebruik van lagere stèles, graniet en een zakelijker stijl. Veel grafmonumenten hebben hier een rand rond het graf die bij sommige gevuld is met tegels of die een dekplaat hebben. Op de tweede uitbreiding is de grafcultuur zichtbaar die kenmerkend is voor vooral eind twintigste eeuw en begin deze eeuw. Lage, brede stèles gemaakt van diverse granietsoorten, in sommige gevallen over meerdere graven, met een dekplaat over het graf. Sommige grafmonumenten hebben een heel persoonlijke keuze. Een aantal grafmonumenten zijn bijzonder vanwege het gebruikte materiaal, de vormgeving of symboliek. Op het kerkhof zijn er ook verschillende stoep- of grenspalen gebruikt als grafmonument.

Krantenberichten tonen aan dat er allerlei plaatselijke bekenden begraven 25

zijn op Kortezwaag, zoals wethouder Rindert van Zinderen Bakker (ovl. 1927) en advocaat W. Jonkers (ovl. 1928). Dergelijke personen kunnen direct gelinkt worden aan de geschiedenis van Kortezwaag en Gorredijk. Op de uitbreiding zijn ook diverse interessante grafmonumenten aanwezig en tevens een graftrommel. De begraafplaats van Kortezwaag toont hoe een middeleeuws kerkhof zich ontwikkelt tot moderne begraafplaats. Dat de drie verschillende typen aanleg nog gaaf bewaard gebleven zijn is bijzonder. Oude elementen worden doorgaans aangepast of verwijderd, maar dat is hier niet gedaan. Wel heeft het beplantingsplan uit de jaren zestig aanpassingen ondergaan, maar niet op negatieve wijze. Enkele oudere elementen, zoals het lijkenhuisje dat er waarschijnlijk heeft gestaan en de beëindiging van het kerkhof aan de noord- en oostzijde, zijn verloren gegaan.

Enkele grafmonumenten: links .. In het midden het grafmonument van Lammert Heringa en rechts een grafmonument met dekplaat. Foto onder: luchtfoto oude deel van de begraafplaats en eerste uitbreiding.

26

2.4 Nij Beets Nij Beets werd vroeger Nieuwbeets genoemd en het ontstaan ervan hangt samen met Oud Beets. Beets ligt op de hogere zandrug, waarop later ook Beetsterzwaag ontstond. Lange tijd was Beets belangrijker dan Beetsterzwaag. In 1831 werd vanuit Beets een nieuwe weg aangelegd in westelijke richting. Deze weg, de Nieuwe Leppedijk, liep door de lager gelegen weide- en hooilanden en vervulde ook een rol als dijk. Op de kruising van de Leppedyk en de nieuw aangelegde Schipsloot ontsproot bebouwing als gevolg van de verveningsactiviteiten. Na de vervening werd het gebied ingepolderd, wat nieuwe inwoners aantrok. Omdat het te ver was voor de veenarbeiders om na een zware werkweek de kerk in Beets te bezoeken, en daar in de kou een kerkdienst bij te wonen (er was geen verwarming), besloot de dominee van Nij Beets een eigen kerkje te stichten, It Houten Himeltsje. Deze kerk stond ook bekend als de snertkerk: om mensen aan te trekken en te behouden werd er snert geserveerd. Het dorp werd groter en breidde zich vooral uit aan de oostkant van de Schipsloot. In 1908 werd er een hervormde kerk gebouwd aan de Ripen en in 1917 een gereformeerde kerk aan de Rolbrêgedyk. Eind 1919 verzochten vijf buurtverenigingen de gemeente om een begraafplaats aan te leggen. In de jaren ’50 werd Nij Beets een zelfstandig dorp en werden alle straatnamen naar het Fries veranderd.

De naam Nieuw Beets veranderde naar Nij Beets. Gemeentelijke begraafplaats Nij Beets Met de aanvraag van de buurtverenigingen werd een voorstel meegestuurd voor de aankoop van enkele percelen. In 1920 startten de eerste werkzaamheden in de werkverschaffing. Het ontwerp van de begraafplaats van Nij Beets is eenvoudig, sober en functioneel. Het betreft een hoger gelegen, rechthoekig perceel omringd door een beukenhaag. In de zestien vakken op het oorspronkelijke ontwerp lagen de graven nog dicht opeen. Het ontwerp voor het baaren lijkenhuisje was ook eenvoudig. Het bakstenen gebouwtje met een zadeldak met pannen heeft een opvallend diepe fundering. Halverwege 1921 was de wijk langs de begraafplaats klaar en het terrein voldoende opgehoogd. Bij de ingang werd een smeedijzeren hek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ab7e4fc9-58a0-449f-94ef-e585321775be