Begroting 2025
Tekst van het document
52
Thema Ruimtelijke ordening Wat willen we bereiken? De gronden in Opsterland hebben een functie die is afgestemd op de functie van de andere (aangrenzende) gronden De nadruk ligt op de taken die we als gemeentelijke overheid hebben. Daarnaast speelt een aantal ontwikkelingen op een hoger niveau. Denk aan NOVEX en NOVEX-Lelylijn en aan het Nationaal en het Fries Programma Landelijk Gebied, de energie-infrastructuur en de Blauwe Drager.
Wat gaan we daarvoor doen? Opstellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid Behoefte aan nieuw beleid omgevingskwaliteit Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is er behoefte aan nieuw beleid over omgevingskwaliteit (welstand) voor bouwinitiatieven. De wet vraagt om een meer integrale benadering met ruimte voor maatwerk/context. Ook de verouderde huidige welstandsnota geeft aanleiding om nieuw beleid te maken. In OWO-verband is via een pilot ervaring opgedaan met een nieuwe werkwijze/methode voor omgevingskwaliteit/welstand. Er is daarbij een tweedeling gemaakt tussen de sneltoets-methode en de gespreks-methode. De sneltoets-methode houdt in dat de vergunningverleners aan de hand van de sneltoetscriteria de meest voorkomende initiatieven zelf kunnen beoordelen. De gespreks-methode houdt in dat aan de hand van omschreven gebiedsdoelen en ontwerpvragen met een initiatiefnemer en de adviescommissie omgevingskwaliteit een gesprek plaatsvindt waarin gekomen wordt tot een waardeoordeel over het bouwplan. OWO-samenwerking voor nieuw beleid omgevingskwaliteit In OWO-verband gaan we de komende periode (t/m 2025/2026) samenwerken om tot nieuw beleid omgevingskwaliteit te komen. We starten met een gezamenlijk projectplan om tot drie nieuwe nota’s omgevingskwaliteit te komen. We kiezen daarbij voor eenzelfde systematiek, waarbij de kaders per gebied kunnen verschillen.
We maken voor het opstellen van de nota gebruik van een deskundig bureau. Sneltoetscriteria Vooruitlopend op nieuw beleid omgevingskwaliteit stellen we de raad op 30 september a.s. voor om alvast de sneltoetscriteria vast te stellen, zodat dit in de praktijk al kan worden toegepast.
Thema Wonen Wat willen we bereiken? De woningvoorraad kent mogelijkheden voor doorstroming Gezonde doorstroming is nodig om iedereen aan een betaalbare woning te helpen. Al langer is de doorstroming in de koop- en huursector gering. Waar we dat lokaal kunnen beïnvloeden, nemen we maatregelen om die doorstroming te bevorderen.
53
Thema Landschap, Natuur, Biodiversiteit, Landbouw en Erfgoed Wat willen we bereiken? Het behoud van waardevolle historische objecten is geborgd in beleid In 2023 zijn we gestart met gemeentelijk monumentenbeleid. In 2025 bouwen we dit verder uit. Onder andere door een begin te maken met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Dit gebeurt met medewerking van de eigenaren.
Wat gaan we daarvoor doen? We hebben in 2025 instrumenten voor het behoud van waardevolle historische objecten en erfgoed In 2023 heeft de gemeenteraad een Erfgoedverordening vastgesteld die afgestemd is op de Omgevingswet. We zetten in 2025 de volgende stappen als vervolg op de gezette stappen in 2024. 1. In 2025 gaan we verder met het ontwikkelen van een cultuurhistorische waardenkaart. 2. We stellen in 2025 een beleidsnotitie cultuurhistorie op. Daarmee beschermen we cultuurhistorisch waardevolle relicten. We werken ook aan een landschapsbiografie met kernkwaliteiten. 3. In 2024 is het begraafplaatsenbeleid afgerond. Hierin is aandacht geschonken aan funerair erfgoed. We bouwen verder aan de bescherming van funerair erfgoed op de gemeentelijke begraafplaatsen door onder andere het laten vaststellen van een lijst met waardevolle grafmonumenten en een beheerplan. Daarmee zorgen we voor cultuurhistorisch waardevolle grafstenen en begraafplaatsen. 4. We starten in 2025 met de uitwerking van de resultaten van de inventarisatie historische interieurs. 5. We zijn bezig met de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. De aanwijzing wordt afgerond en we stellen een subsidieregeling beschikbaar als bijdrage aan het behoud.
Wat willen we bereiken? We behouden landschappelijk en cultuurhistorisch kenmerkende elementen In de ruimtelijke omgeving zijn gezichtsbepalende kenmerken en de landschappelijke en cultuurhistorische elementen op juiste waarde geschat. Wij behouden die voor toekomstige generaties.
Wat gaan we daarvoor doen? In 2025 onderzoeken we de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap We onderzoeken in 2024 de mogelijkheid om een beschermde status te geven aan beeldbepalende delen van het landschap. In 2025 wordt hieraan een vervolg gegeven door het uitwerken van cultuurhistorische waardenkaarten en beleid voor cultuurhistorische landschapsaspecten met een afgewogen beschermingsregime.
Thema Grondexploitatie - niet bedrijventerreinen en vastgoed Wat willen we bereiken? Het gemeentelijk vastgoed is geschikt voor de doelen die in de begroting staan Met de kadernota Vastgoedbeleid (2022) sluiten we aan bij andere beleidsstukken, zoals het dorpshuizenbeleid. We monitoren het maatschappelijk vastgoed. Daarbij letten we op het actuele en mogelijk toekomstige gebruik. We bepalen dan welke ingrepen wenselijk of nodig zijn (beheer, onderhoud, renovatie, (ver-) nieuwbouw enzovoort).
54
Wat gaan we daarvoor doen? Wij organiseren in 2025 het vastgoedbeheer volgens de kadernota Vastgoedbeleid (2022) We werken aan de beleidskaders uit de kadernota vastgoedbeleid (2022). Voor dorpshuizen is de kadernota (2021) opgesteld. De inventarisatie en contract actualisatie van de dorpshuizen en sportvoorzieningen wordt in 2025 afgerond. Er continue afstemming en advies tussen vastgoed en de beleidsvelden (sport, dorpshuizen en onderwijs). Bij kansen of gebeurtenissen wordt het gebruik door (maatschappelijke) organisaties en verenigingen beoordeeld. Er wordt geadviseerd bij maatschappelijk vastgoed over de kostprijs dekkende huurprijzen. We verduurzamen ons eigen vastgoed en maatschappelijk vastgoed bij gelegenheid en koppelkansen.
Wat willen we bereiken? Wij hebben een toekomstgericht woonklimaat We hebben een toekomstgericht woonklimaat. Dat sluit aan bij de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling. Het draagt bij aan de leefbaarheid van de woonomgeving. In de Regionale Woondeal Zuidoost Fryslân heeft Opsterland vijf zogenoemde sleutelprojecten opgevoerd (Loevestein fase 5 Gorredijk, Aylvalân Bakkeveen, Fûgelliet noord Ureterp, Terwispel Kolderveen en Langezwaag noord). Dit zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen). rijk, provincie en gemeente vinden dat we daar tijd en geld in moeten steken. Binnen deze vijf sleutelprojecten realiseren wij 410 woningen. In de Woonvisie gemeente Opsterland staat verder dat we in elk dorp woningbouw mogelijk maken binnen de rode contouren (zoals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening). Zo kunnen we bestaande initiatieven ondersteunen en binnenstedelijke mogelijkheden (zoals vrijkomende scholen) benutten. Beleidsindicatoren Opsterlan Opsterlan Opsterlan Opsterlan Opsterlan Nederlan Nederlan Nederlan Nederlan Nederlan d Beleidsindicator Eenheid
d
dd
d
d
d
dd
d
2020
2021
2022
2023
2024
2020
2021
2022
2023
2024
240
261,0
287,0
332,0
-
271,0
290
317
368
0
9,7
6,6
4,9
*
*
8,9
8,9
9,3
*
*
%
79%
79%
81%
81%
82%
70%
70%
70%
70%
70%
In euro's
622
650
714
715
719
700
733
823
860
*
In euro's
722
754
823
824
826
773
810
905
942
*
en Gemiddelde
per €
WOZ-waarde
1.000
Nieuw
Aantal
gebouwde
per
woningen
1.000 woninge n
Demografische druk 20-64 jaar Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden ^voorlopig
* voor deze periode zijn (nog) geen cijfers bekend (gemaakt). Bron: www.waarstaatjegemeente.nl - Bron geraadpleegd op 17 juli 2024
55
Wat mag het kosten Mutaties in de reserves worden verwerkt in programma 0 maar niet alle reserves hebben betrekking op programma 0. Om een juiste financiële analyse per programma te kunnen maken zijn in onderstaande tabel de mutaties voor de reserves van programma 8 meegenomen. Exploitatie x € 1.000
Real. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
MJB 2026
MJB 2027
MJB 2028
1.456
1.456
(incl wijz.) Lasten
2.068
2.461
2.274
2.298
Baten
2.285
1.689
1.538
1.479
61
462
217
-771
-736
-819
-1.395
-994
Lasten
83
-
-
-
-
-
Baten
355
104
-
-
-
-
Saldo na bestemming
489
-668
-736
-819
-1.395
-994
Begr. 2024
Begr. 2025
Mut B24<>B25
Saldo voor bestemming Mutaties reserves
Specificatie per taakveld x € 1.000
(incl wijz.) Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening
609
485
-124
8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
659
816
157
8.3 Wonen en bouwen
1.193
972
-220
Totaal Lasten
2.461
2.274
-187
1.004
1.076
72
685
462
-223
Totaal Baten
1.689
1.538
-151
Saldo voor bestemming
-771
-736
36
Baten 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
Stortingen reserves
0
-
0
Onttrekkingen reserves
104
-
-104
Totaal mutaties reserves
104
0
-104
Saldo na bestemming
-668
-736
-68
Toelichting op de financiën Het saldo op dit programma is in 2025 € 68.000 nadeliger dan in 2024. Lasten: Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening: de lasten zijn in 2025 € 124.000 gedaald. • In 2025 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 99.000 lager. Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen): de lasten zijn in 2025 € 157.000 gestegen. • In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen: de lasten zijn in 2025 € 220.000 gedaald. • Het budget voor de implementatie van de omgevingswet is in 2024 € 351.000 en in 2025 € 200.000 (PPB 2023). Dit geeft lagere lasten in 2025 (€ 151.000). • In 2025 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 100.000 lager.
56
Baten: Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen): de baten zijn in 2025 € 72.000 gestegen. • In de paragraaf Grondbeleid wordt dit taakveld toegelicht. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen: de baten zijn in 2025 € 223.000 gedaald. • De baten voor de omgevingsvergunningen activiteit bouw zijn eenmalig in 2024 verhoogd met € 250.000 (VJR 2024). Reserves: In 2025 zijn geen reserve mutaties geraamd.
57
Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Lokale heffingen hebben als doel middelen te verwerven waarmee de gemeente uitgaven kan doen om gemeentelijke taken uit te voeren. Ze vormen daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De lokale lasten worden vooral door inwoners maar ook door bedrijven opgebracht. De invoering, wijziging of intrekking van een lokale heffing vindt plaats via een door de gemeenteraad vast te stellen verordening. De lokale heffingen bestaan uit gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Gemeentelijke belastingen kunnen worden onderscheiden in algemene dekkingsmiddelen en gebonden heffingen. •
De onroerendzaakbelasting (OZB) rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding ervan is niet gebonden aan een bepaalde taak. • Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat ze kostendekkend zijn. • Rechten en retributies zijn vergoedingen voor door de gemeente verrichte diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in deze rechten en retributies. Het beleid is gericht op een rechtvaardige verdeling van deze kosten. De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De voor 2025 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 2,8%, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de belasting- en legesverordeningen 2025. Lokale belastingen en heffingen x € 1.000
2023 Begr. 2024
Begroting 2025
(incl wijz.) 0
Leges publiekszaken
0
Onroerendezaakbelasting
1
Algemeen plaatselijke verordening
15
3
Toeristenbelasting
239
7
Begrafenisrechten
148
7
Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)
7 8
Mut.Begr. 2024/2025
323
313
313
-
4.830
4.962
5.101
139
18
18
-
220
220
-
150
168
18
3.058
3.095
3.184
89
Rioolheffing, baten
3.272
3.342
3.141
-202
Leges omgevingsvergunning
1.068
682
432
-250
12.954
12.783
12.577
-206
Totaal
Kostendekkendheid De mate van kostendekkendheid wordt in de onderstaande tabellen weergegeven. Soort
Begroting 2023
Begr. 2024
Begroting 2025
(incl wijz.) Afval
96%
100%
99%
Riolering
97%
108%
100%
Omgevingsvergunningen
102%
60%
38%
58
Afval Onze gemeente heeft als vastgesteld beleid dat de tarieven afvalstoffenheffing kostendekkend moet zijn.Door stijgende kosten en lagere opbrengsten stijgt het tarief 2025 met € 11 ten opzichte van 2024 naar € 168. Afval x € 1.000
Werkelijk 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Totaal van de gemeentelijke lasten
3.013
2.841
3.268
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen
-612
-445
-433
Netto directe kosten taakveld
2.401
2.396
2.835
Btw
619
560
650
Overhead en rente
58
39
18
Kwijtscheldingen
105
100
100
Netto indirecte kosten taakveld
782
699
768
3.183
3.095
3.603
2.026
2.025
2.175
Indirecte kosten
Totale lasten
Totale heffingen Afvalstoffenheffing Nog te ontvangen voorgaande jaren Ned Vang
390
Verrekening overdekking 2022
-
61
Afvalstoffenheffing Restafval
997
967
967
Afvalstoffenheffing GFT
35
42
42
Totale heffingen
3.058
3.095
3.574
Dekkingspercentage
96%
100%
99%
59
Riolering Onze gemeente heeft als vastgesteld beleid dat de tarieven rioolheffing in de planperiode 100% kostendekkend moeten zijn. Op basis van het nieuwe GWP 2024 dalen de tarieven voor de rioolheffing met € 18 (6,5%) ten opzichte van 2024 naar € 259 Riolering x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024 primair Begr. 2024 Begroting 2025 (incl wijz.)
Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
2.460
2.637
-
-
2.460
Btw Overhead en rente
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
2.361
2.429
2.637
2.361
2.429
388
403
371
387
439
500
424
187
120
120
Indirecte kosten
Kwijtscheldingen Netto indirecte kosten taakveld
827
903
914
694
3.287
3.540
3.276
3.123
Rioolheffing
3.180
3.539
3.342
3.125
Totale heffingen
3.180
3.539
3.540
3.125
Dekkingspercentage
97%
100%
108%
100%
Totale lasten
Totale heffingen
Omgevingsvergunningen Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen omgevingsvergunningen. De kostendekkendheid komt uit op 51%. De kostendekkendheid varieert jaarlijks door de omvang van bouwactiviteiten. De berekening van de tarieven geschiedt extracomptabel. Bij de kosten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Denk hierbij aan de uren van van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. BTW is niet als kostenelement mee te wegen, daar het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft, waarvoor geen BTW verschuldigd is. De wel toerekenbare BTW maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten.
60
x € 1.000 Realisatie 2023 Primaire begroting 2024 Begroting 2024 Begroting 2025 Directe kosten Totaal van de gemeentelijke lasten
845,0
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen Netto directe kosten taakveld
630,3
861,4
902
-
-
630
861
902
-
-
-
845
Indirecte kosten Btw Overhead en rente
158
281
281
222
Netto indirecte kosten taakveld
158
281
281
222
1.003
911
1.142
1.124
Heffingen
1.027
432
682
432
Totale heffingen
1.027
432
682
432
Dekkingspercentage
102%
47%
60%
38%
Totale lasten
Totale heffingen
Lokale lastendruk De lokale lastendruk 2025 kan niet eerder vastgesteld worden dan na vaststelling van de tarieven. Bij het vaststellen van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord en de aangekondigde maatregelen. De tarieven van afval en riolering voor het jaar 2025 zijn al wel bekend: •
Afval vast tarief
€ 168,-
(2024 € 157, 2023 € 158,50, 2022 € 179,50)
•
Rioolheffing
€ 259,-
(2024 € 277, 2023 € 277, 2022 € 256)
In 2025 stijgen de lasten voor afval met € 11 de rioolheffing daalt met € 18. Vanwege toegenomen kosten en tegelijkertijd dalende baten bij de afvalverwerking moet het tarief stijgen om kostendekkend te blijven. De tariefstijging blijft beperkt door een nog te ontvangen bedrag uit het afvalfonds over voorgaande jaren. De “Atlas van de lokale lasten 2024” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 345 de hoogste): •
Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 24 (2023 nr. 49, 2022 nr. 66)
Kwijtscheldingsbeleid Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).
61
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld. Kaderstellende documenten Beleidskader reserves en voorzieningen Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien Risicobeheersing In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben.
De grootste risico’s, op basis van de invloed op de weerstandscapaciteit, zijn: De belangrijkste risico's met de geschatte "kans" en de "invloed" x €1.000 Risico
Kans Max fin.
Invloed Totaal
effect
risico
1
Algemene uitkering (gemeentefonds) fluctueert
50%
1.000
15%
500
2
Onzekerheid werving personeel
45%
500
7%
225
3
Effecten invoering Omgevingswet en Wet
60%
750
14%
450
21.960
7%
220
kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb) 4
Borgstellingen
1%
5
Mogelijke WW-verplichtingen personeel
25%
1.200
9%
300
6
Financiële tegenvallers projecten
60%
10.000
5%
150
7
Effect fluxtuerende energieprijzen
50%
300
5%
150
8
Tegenvallende resultaten grondexploitaties
15%
1.000
5%
150
9
Effecten hoge inflatie op exploitatielasten
40%
1.000
12%
400
10
Afwijking inschattingen ramingen
70%
1.000
20%
700
37.710
100%
3.245
Totaal
Toelichting op de risico's 1. Algemene uitkering fluctueert: De omvang van de algemene uitkering (het gemeentefonds) is niet constant. Elk jaar wordt de groei of krimp van de basisomvang gebaseerd op uitgaven die het rijk verwacht te gaan doen in het begrotingsjaar. Het gevolg hiervan is dat de omvang dus kan fluctueren. Een krimp van het gemeentefonds is in het lopende begrotingsjaar vaak niet meer op te vangen met bezuinigingen en kan tot een negatief rekeningresultaat leiden. 2. Onzekerheid werving personeel: De arbeidsmarkt is overspannen. Dat maakt het moeilijk om als gemeente tijdig nieuwe medewerkers aan te trekken. Ook het vasthouden van medewerkers is een uitdaging. Het mogelijk risico is dat er niet voldoende eigen personeel beschikbaar is voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Om toch de doelen te realiseren is dan aanvullende inhuur noodzakelijk wat meer kosten met zich meebrengt dan eigen personeel.
62
3. Effecten invoering omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor bouwen (Wkb): De Omgevingswet en de Wkb zijn definitief ingevoerd. Een effect is dat door de wijziging een aantal legesinkomsten vervallen maar dat een deel van de werkzaamheden (o.a. registratie) wel moeten worden uitgevoerd. Omdat alleen voor de aanvragen na invoering van de nieuwe wetgeving de nieuwe legestarieven gelden. 4. Borgstellingen: De gemeente staat borg voor de leningen die de Stichting Waarborg Woningbouw de woningcorporaties verstrekt. Deze borgstelling is in breed landelijk verband met alle gemeenten afgesproken. Het optreden van het risico is echter zeer beperkt. 5. Mogelijke WW-verplichtingen personeel: Als een arbeidsovereenkomst met wederzijdse goedkeuring wordt ontbonden of het contract niet wordt verlengd dan kan er sprake zijn van een WW-verplichting. De gemeente is hier niet voor verzekerd en is dus zelf WW-risicodrager. Op voorhand is niet bekend of en zo ja in welke mate er sprake is van een WW-verplichting en daarom is deze ook niet begroot. 6. Financiële tegenvallers projecten: Projecten kennen risico's. Deze risico's worden in de projecten zelf benoemd. Het risico op de risico's is niet financieel afgedekt in de projecten. Een aantal risico's, zoals hyperinflatie, rampen en oorlogen, zijn te generiek en daarom worden ze op een hoger niveau algemeen afgedekt.
De reden dat ondanks de omvang van het risico het effect beperkt is komt doordat de meeste projecten in 40 of 50 jaar worden afgeschreven. Hierdoor is het af te dekken risico een stuk lager, een factor 40 c.q. 50, uit dan het effect. 7. Effecten fluctuerende energieprijzen: Het risico richt zich op uitschieters die nu niet te voorzien zijn maar als ze zich voordoen onontkoombaar zijn. 8. Tegenvallende resultaten grondexploitaties: Het resultaat van de grondexploitaties is afhankelijk van de mate waarin er verkocht kan worden en of er gronden beschikbaar zijn. Ook externe ontwikkelingen zoals de stikstof problematiek en hogere bouwkosten kunnen het resultaat beïnvloeden. 9. Effecten inflatie op exploitatielasten: Een hoge inflatie wordt gedeeltelijk vertaald in een bijstelling in de algemene uitkering. Hierdoor kan er in het lopende jaar een verschil ontstaan die tot een tegenvaller bij het opstellen van jaarrekening kan leiden. 10. Afwijking inschattingen ramingen: Door strakker te begroten wordt het risico op afwijkingen, bijvoorbeeld in het sociaal domein, van de begroting groter. De te voorziene effecten zijn in de begroting zelf verwerkt. Het gaat hier dus om die risico’s die niet te voorzien zijn of effecten van voorziene risico’s die hoger uitvallen dan initieel ingeschat.
Er wordt niet zonder meer vanuit gegaan dat mogelijke ontwikkelingen zich voor zullen doen, door monitoring en tussentijdse rapportages. Weerstandsvermogen Beheersing van de hiervoor genoemde risico's Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende. Bepalen weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 3,2 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 27,8 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te bieden. Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500). In onderstaande tabellen wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit en het verloop van de algemene reserve weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting. Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.
63
x € 1.000 Incidenteel weerstandsvermogen Algemene reserve ultimo 2023
26.704
Mutaties 2024 Resultaat 2023
1.602
Resultaatbestemming
-583
Totaal algemene reserve
27.722
Totaal incidenteel weerstandvermogen 1-1-2025
27.722
Kengetallen Kengetallen hebben een signalerende functie, geven inzicht in de financiële positie en over de weerbaarheid en wendbaarheid van een gemeente. Ons streven is minimaal te voldoen aan categorie B. Over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Als de uitkomst van één van de kengetallen uit de pas schiet, wil dat niet zeggen dat we financieel niet (langer) gezond zijn. Het is een mogelijke indicatie dat er (aanvullende) beheersmaatregelen moeten worden getroffen of herijkt.
Kengetal Netto schuldquote
Categorie A a. zonder correctie
Categorie B
Categorie C
< 90%
90 - 130%
> 130%
< 90%
90 - 130%
> 130%
> 50%
20 - 50%
< 20%
doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Eerste jaar en
Begroting en
Begroting en
meerjarig > 0%
meerjarig 0%
meerjarig < 0%
Grondexploitatieruimte
< 20%
20 - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
Begr.
Begr. 2024
Begr. 2025
MJB 2026
2024
(incl wijz.)
Kengetallen
Real. 2023
MJB
MJB
2027
2028
(Primair) Netto schuldquote
3,5%
11,8%
14,4%
36,6%
44,0% 47,1% 49,9%
Netto schuldquote excl.
3,5%
12,1%
14,6%
36,8%
44,3% 47,4% 50,2%
Solvabiliteit
41,2%
41,9%
42,7%
40,3%
42,6% 39,8% 42,4%
Structurele exploitatieruimte
0,5%
3,7%
-0,6%
1,4%
-2,9%
-2,2%
-0,9%
0,0%
0,0%
verstrekte leningen
Grondexploitatie
-0,1%
0,2%
0,8%
0,2%
1,1%
Belastingcapaciteit
86,4%
78,5%
82,0%
81,3%
81,3% 81,3% 81,3%
Toelichting kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie: Netto Schuldquote We verwachten dat de netto schuldquote in 2024 daalt ten opzichte van 2023. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent.
64
Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) Het kengetal van de netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden) is bij Opsterland gelijk aan het kengetal netto schuldquote. Solvabiliteitsratio We verwachten dat de solvabiliteit van de gemeente stijgt ten opzichte van de begroting 2023 en de komende jaren ook blijft stijgen. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De stijging komt doordat de gemeente de komende jaren een positief resultaat heeft waardoor het eigen vermogen stijgt. Het solvabiliteitspercentage is aanvaardbaar. Structurele exploitatieruimte Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt. Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen in de financiële begroting. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt.
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn ze lager. De woonlasten bevinden zich op een stabiel en landelijk gezien laag niveau. Frauderisico's en continuïteit Bij de beoordeling van de continuïteit is sprake van formele continuïteit en een materiele beoordeling. De formele continuïteit gaat over het voortbestaan van de organisatie. Op dat vlak heeft het rijk harde waarborgen getroffen. De continuïteit staat niet ter discussie. In het uiterste geval kan een artikel 12 Financiële-verhoudingswet besluit genomen worden. Daar is bij de gemeente Opsterland geen sprake van. Materieel kan het wel zo zijn dat activiteiten niet of anders moeten worden vormgegeven. Dat kan leiden tot aanpassing in taken, activiteiten, beleid, projecten of doelstellingen. Politieke keuzes daarin kunnen leiden tot bijvoorbeeld afwaardering van activa of de noodzaak om voorzieningen te treffen. Als dat grote financiële effecten heeft, moeten deze punten in de jaarstukken (continuïteitsbeoordeling of risicoparagraaf) worden betrokken. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te constateren is er een Misbruik en oneigenlijk gebruik beleid. Het Misbruik en oneigenlijk gebruik beleid wordt actueel gehouden en jaarlijks toegepast.
Om fraude te kunnen constateren zijn er frauderisicoanalyses en controles. Bij de jaarstukken worden de bevindingen weergegeven.
65
Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een groot deel van de openbare ruimte. Deze ruimte is opgebouwd uit onze kapitaalgoederen. Dit zijn onder andere de wegen, riolering, bruggen, verlichting, openbaar groen en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen heeft invloed op de beleving door inwoners, bezoekers en ondernemers bij hun activiteiten in de openbare ruimte. Daarnaast vertegenwoordigen de kapitaalgoederen een aanzienlijke waarde en brengt vroegtijdige vervanging onnodige kosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat we goed op deze kapitaalgoederen passen om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen en kapitaalverlies te voorkomen. De kaders voor het onderhouden van de arealen verhardingen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en het openbare groen zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik; netjes waar het moet, sober waar het kan. Hierin is gezocht naar een verantwoorde balans tussen kosten enerzijds en een prettige leefomgeving anderzijds. De kaders voor het beheren onderhouden van de riolering en daarbij horende (zuiverings)installaties zijn vastgelegd in het Watertakenprogramma 2020-2025.
Naast de verankering van de zorgplicht voor de inzameling van het afvalwater, hemelwater en grondwater voorziet het plan in kaders voor de klimaatadaptatie en andere gemeentelijke watertaken. Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestekskwaliteit. Kaderstellende documenten Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 Watertakenprogramma 2020-2025 Notitie licht in de duisternis (2009) Verharding en openbare verlichting Kerncijfers en kwaliteitsambitie De gemeente heeft ongeveer 2,81 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 51% uit dicht asfaltbeton, 41% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.), 3 % cementbeton en 5% overige soorten verharding. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 175 mln. In de gemeente staan ongeveer 4.400 lantaarnpalen, waarvan 4.121 in beheer en eigendom van de gemeente. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De ondergrondse infrastructuur die hierbij hoort is voor het grootste deel in eigendom van netbeheerder Liander. Van het areaal bestaat ongeveer 80% uit energiezuinige LEDarmaturen. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.
In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal van verhardingen en openbare verlichting weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Verharding en openbare verlichting
Hoeveelheid Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied
Rijbanen
204 ha Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Parkeerstroken / overig
17 ha Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Fietspaden
26 ha Basis
N.v.t.
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
34 ha Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
4.121 stuks Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Voetpaden Openbare verlichting
66
Toekomst Uit de laatste inspectie is naar voren gekomen dat het areaal er op plaatsen onvoldoende bijligt. Op deze plekken zijn schadebeelden geconstateerd die volgens de verwachte levensduur van de betreffende wegvakken niet zijn voorzien. Deze schades zijn voornamelijk aangetroffen op de wegen in het westen van de gemeente (veengronden) en zijn gerelateerd aan de lange droge periodes van de afgelopen jaren. Voor het aanpakken van deze schades zijn met het vaststellen van het Beeldkwaliteitsplan aanvullende middelen beschikbaar gesteld. We blijven de schadebeelden nauwlettend monitoren en voeren proeven uit om ervaring op te doen met lichtere wegen. Riolering Kerncijfers De gemeente is voor een (groot) deel verantwoordelijk voor de inzameling, transport en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater. Hiervoor zijn drie verschillende systemen in de gemeente aanwezig: vrijevervalriolering, drukriolering en individuele systemen voor de behandeling van afvalwater (IBA's). Van de vrijevervalriolering bestaat nog ongeveer 70% uit een gemengd systeem. Bij de rest is sprake van scheiding tussen hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA). Het totale systeem vertegenwoordigt een geschatte waarde van € 186 mln. In de tabel hieronder is een overzicht weergegeven van het volledige areaal. Riolering
Hoeveelheid
Vrijvervalriolering
215.003 m1
Putten
4.582 stuks
Straatkolken
10.796 stuks
Bergbezinkvoorzieningen
5 stuks
Overstorten
34 stuks
Drukriolering / persleiding
137.082 m1
Minigemalen
522 stuks
Opvoer- / tussengemalen
28 stuks
Gemalen overig
8 stuks
IBA-systeem (individuele behandeling afvalwater)*
112 stuks
Kwaliteitsambitie Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Watertakenprogramma 20202025. Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden. Kwaliteitsambitie Riool
Afvalwater
Hemelwater
Grondwater
Centrum
Woongebied
Bedrijventerrein
Buitengebied
Inzameling
Hoog > Basis
Hoog > Basis
Hoog > Basis
Basis
Transport
Basis > Hoog
Basis > Hoog
Basis > Hoog
Basis > Hoog
Inzameling (overtollig)
Basis > Hoog
Basis > Hoog
Basis > Hoog
Basis
Verwerking (in riolering)
Basis
Basis
Basis
Basis
Verwerking (in openbare ruimte)
Basis
Basis
Basis
Basis
Inzameling
Basis
Basis
Basis
Basis
Verwerking
Basis
Basis
Basis
Basis
67
Toekomst De voorziening geeft voldoende dekking voor de uitvoering van de gestelde ambities. Bij de te nemen onderhoudsmaatregelen wordt rekening gehouden met de klimaatverandering. Gestreefd wordt naar het voorkomen of beperken van wateroverlast en hittestress. In 2024 wordt verder gewerkt aan een nieuw Watertakenprogramma voor de periode vanaf 2025. Vaarwegen en kunstwerken (water) Kerncijfers en kwaliteitsambitie In de gemeente liggen twee grote vaarroutes. De civiele kunstwerken die hierbij horen zijn deels in beheer en eigendom van de gemeente. Daarbuiten zijn diverse (kleinere) civiele kunstwerken. Van drie tunnels die in eigendom zijn van de Provincie Fryslân of rijkswaterstaat heeft de gemeente het dagelijkse beheer. Het totale areaal vertegenwoordigd een vervangingswaarde van ongeveer € 165 mln. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor de civiele kunstwerken weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie. Civiele kunstwerken Hoeveelheid Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied Bruggen (vast)
31 stuks Basis
N.v.t.
Basis
Basis
N.v.t.
Basis
Basis
Bruggen (hout)
85 stuks N.v.t.
N.v.t.
Basis
N.v.t.
Basis
Basis
Basis
Bruggen (beweegbaar)
17 stuks N.v.t.
N.v.t.
Basis
Basis
N.v.t.
Basis
Basis
Vaarrecreatieve
33 stuks Basis
N.v.t.
Basis
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Basis
7 stuks N.v.t.
N.v.t.
Basis
Basis
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Tunnels*
7 stuks N.v.t.
N.v.t.
Basis
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Kademuren
6838 m1 Basis
N.v.t.
Basis
Basis
N.v.t.
N.v.t.
Basis
Beschoeiingen
5791 m1 N.v.t.
N.v.t.
Basis
N.v.t.
Basis
N.v.t.
Basis
voorzieningen Waterwerken
Toekomst Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2040 betreft de theoretische vervanging ongeveer €19 mln. Op dit moment is er geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen. Groen Kerncijfers en kwaliteitsambities Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor groen weergegeven met daarbij de vastgestelde kwaliteitsambitie.
68
Openbaar groen Hoeveelheid Bedrijventerrein Begraafplaats Buitengebied Centrum Groengebied Hoofdstructuur Woongebied Bomen
51.337 Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
stuks Natuurlijke beplanting
Basis
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Laag (bio)
Laag (bio)
Basis (bio)
(bio)
9.600 are Laag (bio)
Basis (bio)
Laag (bio)
Basis (bio)
Cultuurlijke beplanting
702 are Laag
Hoog
Laag
Basis
Basis
Basis
Basis
Hagen
106 are Basis
Hoog
Laag
Basis
Laag
Basis
Basis
Gras
30.338 are Laag (bio)
Hoog
Laag (bio)
Basis
Laag (bio)
Laag (bio)
Laag (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
N.v.t.
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
442 km Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis
Basis
Basis
Bermen Watergangen (waterlopen en sloten) Watervlakte (vijvers)
(bio) 1.423 are Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Basis (bio)
Parkmeubilair
559 stuks Basis
Hoog
Basis
Basis
Gebouwen Kerncijfers en beheer De gemeente heeft divers vastgoed in eigendom en beheer en heeft een herbouwwaarde van ongeveer € 63 mln. Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestek kwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd. Deze gebouwen zijn meestal al geheel afgeschreven, als dit niet het geval is, is de boekwaarde lager dan de marktwaarde. Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijks een zodanige dotatie aan de voorziening dat deze toereikend is voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud voor de komende 10 jaar. In onderstaande tabel is het gemeentelijke areaal voor gebouwen weergegeven. Gemeentelijk vastgoed
Aantal
Bedrijfsvoering
11
Maatschappelijk
15
Monumentaal
8
Voormalige scholen en leegstaande gebouwen
2
Dorpshuizen
7
Overig
9
Totaal
52
Toekomst Overbodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar.
69
Financiering Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien van voldoende vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en de gemeente te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden; 2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen. 4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Kaderstellende documenten Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2023). Beleidskader reserves en voorzieningen (2016). Rentelasten, rentebaten, renteverdeling De door de gemeente betaalde en ontvangen rente wordt per saldo verantwoord op Algemene dekkingsmiddelen. Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte is vastgesteld op basis van ongewijzigd beleid.
Voor komend jaar wordt niet verwacht dat er een nieuwe langlopende lening aangetrokken hoeft te worden. Renteverwachtingen 2025 Een belangrijke variabele bij de uitvoering van het financieringsbeleid is de toekomstige renteontwikkeling. De keuze tussen korte en lange looptijden wordt mede bepaald door de verwachte renteontwikkelingen. Het gewogen gemiddelde rentepercentage in 2025 is 0,51% (2024 0,51%). Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2025 is dit voor onze gemeente maximaal € 8,4 miljoen (2024 € 8,1 miljoen). Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen.
Eind 2020 hebben we echter een langlopende lening afgesloten waardoor we verwachten in 2025 nog steeds geen kortlopende lening te hoeven afsluiten. Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 19,7 miljoen (2023 € 19 miljoen) renterisico mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2025 bedraagt € 3,8 miljoen (gelijk aan 2024). We voldoen aan de renterisiconorm. 70
Renteschema Er is voor 2025 geen rente geen toegerekend aan de verschillende taakvelden op basis van de boekwaarde van de activa. Dit doordat het verplicht schatkistbankieren op dit moment meer oplevert dan dat we kwijt zijn aan de rentes voor de lopende leningen. Deze situatie is van tijdelijke aard door de geplande investeringen in de komende jaren. Rente aan het grondbedrijf is toegerekend op basis van het gewogen gemiddelde rentepercentage afgezet tegen de waarde van de bouwgrondexploitaties. Liquiditeiten Ook in de toekomst zullen wij een beroep moeten blijven doen op de kapitaalmarkt. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2025 wordt een meerjarige liquiditeitenplanning opgesteld. Op deze wijze hebben we sturing op onze financieringsbehoefte en de daaraan verbonden kosten. Schatkistbankieren Door de wet over schatkistbankieren zijn de decentrale overheden verplicht het grootste deel van hun liquide middelen aan te houden in de schatkist. De hoogte van deze drempel bedraagt 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal en bedraagt voor onze gemeente voor 2025 ongeveer € 741.000,- (2024 ongeveer € 713.000).
Renterisico vaste schuld over de jaren 2025 t/m 2028
2025
2026
2027
2028
98.610
90.500
88.713
90.037
20%
20%
20%
20%
19.722
18.100
17.743
18.007
x € 1.000 Omvang begroting (stand primaire begroting) Grondslagpercentage Renterisiconorm
Renteherziening
0
0
0
0
Aflossingen
3.800
2.550
2.550
3.300
Rente risico
3.800
2.550
2.550
3.300
Renterisiconorm
19.722
18.100
17.743
18.007
Totaal rente risico
3.800
2.550
2.550
3.300
Ruimte (+)/Overschrijding (-)
15.922
15.550
15.193
14.707
Toets renterisico
71
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn. De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Lopen de processen zoals ze moeten lopen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Al deze zaken hebben permanent aandacht. Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het beter en goedkoper? In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering spelen.
Kaderstellende documenten Organisatiebesluit (2021) OWO-Visie (2021) Bestuursovereenkomst OWO-samenwerking 2024 Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 Uitvoeringsnotitie inkoop en aanbestedingen 2021 Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld) Accountantscontrole en rechtmatigheid Goedkeurings- en rapporteringstolerantie De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden staan de wettelijke goedkeurings- en rapporteringstoleranties in een percentage van de omvangsbasis (de totale lasten van de gemeente) vermeld. De raad kan een lager percentage voor deze toleranties vaststellen. De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2025 zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren: • •
De goedkeuringstolerantie is vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden. De rapporteringstolerantie is vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden.
Normenkader Het normenkader bestaat uit alle wet- en regelgeving, die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole. Het normenkader per 31 december wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. Controleplan Het controleplan van de accountant wordt met de auditcommissie van de raad afgestemd. Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld. Rechtmatigheidsverantwoording In de rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre het begrotings-, voorwaarden- en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Begrotingscriterium: De financiële handelingen moeten passen binnen door de raad vastgestelde budgetten, zoals opgenomen in de begroting. Voorwaardencriterium: Het gaat daarbij om toetsing of de financiële beheershandelingen (recht, hoogte en duurbepalingen) zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving.
72
Misbruik en oneigenlijk gebruik: Het gaat om bijvoorbeeld toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. Dit kan zowel intern als extern gebeuren. Om uitspraken over de rechtmatigheid te kunnen doen, is er onder andere een interne controle ingericht. Jaarlijks worden de materiële geldstromen gecontroleerd. De accountant beoordeelt de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening op getrouwheid. Dat betekent dat de accountant controleert of de uitspraken in de rechtmatigheidsverantwoording een goed beeld geven. Ontwikkelingen Waarschijnlijk komen er aanpassingen in wet- en regelgeving rondom de rechtmatigheidsverantwoording. Zo wordt mogelijk het Besluit accountantscontrole decentrale overheden aangepast met één percentage voor fouten en onzekerheden van gezamenlijk 2%. Ook wordt de kadernota rechtmatigheid aangepast. Dergelijke wijzigingen worden, zodra deze inwerking treden en waar relevant, met de raad afgestemd. Informatiebeveiliging De gemeente heeft een grote hoeveelheid aan informatie van onder andere: inwoners, medewerkers en samenwerkingspartners. Informatie is een van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de gemeente. Het beschermen van deze informatie is van groot belang in de huidige digitale samenleving.
De ontwikkelingen in de digitale wereld vragen om een continue doorontwikkeling van onze informatiebeveiliging. Als gemeente werken we met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO bestaat uit maatregelen op organisatorisch, fysiek en technisch gebied en geldt voor de gehele overheid. Daarnaast zijn er specifieke wetten die eisen stellen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging, zoals: de Wet basisregistratie personen (BRP), de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet). De eisen uit de BIO, aangevuld met eisen uit specifieke nationale wetten & Europese richtlijnen en verordeningen, zijn de basis voor de ontwikkeling van nieuw beleid voor de gemeente op het gebied van informatiebeveiliging. De ontwikkelingen in wet- en regelgeving volgen wij nauwgezet en vertalen wij naar de eigen organisatie. Zoals de doorontwikkeling van de BIO en de komst van de “Network and Information Security” (NIS2)-richtlijn. ENSIA-audit Met de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit)-audit zijn we als gemeente in staat om te kijken hoe de organisatie ervoor staat op het gebied privacy en informatiebeveiliging. De audit wordt jaarlijks uitgevoerd en bestaat uit een zelfevaluatie en een toetsing door een externe IT-auditor.
Door het zicht op de stand van zaken kunnen concrete acties worden genomen om de beveiliging van de informatie van onze inwoners verder te versterken. ENSIA sluit aan op de gemeentelijke planning & control-cyclus en heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren. Ook in 2025 wordt de ENSIA-audit uitgevoerd.
73
Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) kent drie doelstellingen: 1. Het openbaar maken van informatie op verzoek. 2. Het actief openbaar maken van informatie. 3. Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten. Het openbaar maken van informatie op verzoek en het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van overheidsdocumenten zijn geen nieuwe verplichtingen. Deze bestonden al onder de Wet openbaarheid van bestuur, de voorganger van de Woo. Ook de Archiefwet geeft aan dat overheidsdocumenten in goede en geordende staat moeten zijn. We werken in OWO-verband samen aan de invoering van het actief openbaar maken van informatie en het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van documenten. Waar staan we? Vanaf 1 november 2024 moeten voor de gemeenten onderstaande informatiecategorieën van de Wet open overheid (Woo) verplicht openbaar gemaakt worden, onder voorbehoud dat de Koninklijke Besluiten genomen zijn. Dit betreft: • • • •
Wetten en algemeen verbindende voorschriften Overige besluiten van algemene strekking Organisatie en werkwijze Bereikbaarheidsgegevens
Aan de eerste twee van de vier informatiecategorieën wordt al voldaan. Voor de laatste twee, organisatie en werkwijze en de bereikbaarheidsgegevens, zorgen de OWO-gemeenten ervoor dat dit uiterlijk 1 november geregeld is. Wat gaan we in 2025 doen? Het openbaar maken van informatie op verzoek Het afhandelen van Woo-verzoeken wordt door de gemeenten uitgevoerd. Woo verzoeken hoeven op dit moment nog niet actief openbaar gemaakt worden. Daarvoor zullen in 2025 acties ondernomen worden om hierop voor te bereiden. Het actief openbaar maken van informatie Het is op dit moment nog niet bekend wanneer de volgende informatiecategorieën actief openbaar moeten worden gemaakt. We volgen het rijk en de VNG actief om zo bekend te zijn met deze planning om daar vervolgens ook aan te gaan voldoen om zo ook de overige informatiecategorieën tijdig openbaar te maken. Voor actieve bekendmaking van informatiecategorieën, waaronder bijvoorbeeld Woo-verzoeken, wordt onderzocht hoe, waar en op welke manier deze in de toekomst gepubliceerd kunnen worden. Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten We werken aan het verbeteren van de informatiehuishouding. Dit doen we o.a. door het wegwerken van de achterstanden en het implementeren van een kwaliteitssysteem voor informatie- en archiefbeheer.
We zetten (de komende jaren) vervolgstappen naar een e-depotvoorziening. De Visie e-depot OWO-samenwerking is in het voorjaar 2024 vastgesteld.
74
Verbonden partijen Verbonden partijen Het doel van deze paragraaf In de verschillende programma’s worden maatschappelijke effecten beoogd die (mede) door externe organisaties worden verwezenlijkt. In een aantal daarvan heeft de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang. In deze paragraaf wordt daarvan een overzicht gegeven. Definitie verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als: •
Een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat.
•
De gemeente voor bedragen aansprakelijk kan worden gesteld als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij door stemrecht. Dit betekent concreet dat er sprake is van een bestuurlijk belang als de burgemeester, een wethouder of een raadslid van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt. Visie op en de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen De gemeente heeft met het oog op het beperken van regelgeving geen afzonderlijke Kadernota verbonden partijen vastgesteld. Visie en beleid op verbonden partijen zijn daarom terug te vinden in deze paragraaf. De gemeente voert overheidstaken uit en wil doelen bereiken in de samenleving. Dit moet effectief en efficiënt. In een aantal gevallen kan de gemeente deze taken en doelen niet of moeilijk zelf uitvoeren en is er een noodzaak om met andere gemeenten, provincie of waterschap samen te werken. De gemeente Opsterland voert hierbij een terughoudend beleid. Verbonden partijen worden alleen aangegaan als dit door de wet verplicht wordt gesteld of als er een ondubbelzinnig gemeentelijk belang is, gerelateerd aan grensoverschrijdende belangen en/of de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de taken. Bij deelname aan een verbonden partij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: 1.
De op te richten verbonden partij moet bij uitstek het instrument zijn om het gemeentelijke doel te realiseren. 2. Er moet een gedegen afweging plaatsvinden met betrekking tot de vorm van de verbonden partij (praktisch en beperken van bestuurlijke drukte). 3. De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet helder en duaal omschreven worden. 4. Bij het aangaan van verbonden partijen moet volstrekte duidelijkheid bestaan over zaken als werkwijze, zeggenschapsverhoudingen, winst- en risicoverdeling en te leveren (toetsbare) prestaties. 5. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de inzichtelijkheid en beheersbaarheid van (financiële) risico’s. 6. Er moeten voldoende waarborgen in de regeling worden opgenomen voor democratische legitimatie (bij overdracht raadsbevoegdheden) en voor controle en beïnvloeding door o.a. inzichtelijke en transparante begrotingen en verantwoordingen, het verstrekken van relevante en adequate informatie (nieuwsbrieven en tussenrapportages) en door controlemechanismen als financiële adviescommissies en rekenkameronderzoek. Kaderstellende documenten De diverse gemeenschappelijke regelingen en daaraan ten grondslag liggende collegebesluiten en raadsbesluiten. Overzicht verbonden partijen Lijst verbonden partijen 75
Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden Gemeenschappelijke regeling Deelnemers
Een gemeenschappelijke regeling met de 18 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn: ·
Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (drie burgemeesters);
·
Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (burgemeester Ooststellingwerf);
·
Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters);
·
Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF (burgemeester Ooststellingwerf);
·
Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie portefeuillehouders);
·
Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen);
·
Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen;
.
Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) Ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers)).
Gemeentelijk belang en Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, openbaar belang
GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken en het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen.
Financieel belang
Bijdrage 2025 € 3.834.304: 1. Gezondheid € 1.563.916 2. Veiligheid € 179.360 3. Brandweer € 2.091.034
Omvang van het
Eigen vermogen:
Vreemd vermogen:
vermogen x € 1.000
1-1-2023 € 9.527
1-1-2023 € 81.045
31-12-2023 € 8.868
31-12-2023 € 82.448
Resultaat x € 1.000
€562 (2023)
Risico's
Als de VRF afwijkt van afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF. Daarnaast is zien we jaarlijks een verder toenemende gemeentelijke bijdrage, veelal veroorzaakt door autonome ontwikkelingen die ook de VRF raken. De prijsstijgingen gecombineerd met een takendiscussie blijven onderwerp van gesprek.
Programma
1 Veiligheid; 4 Onderwijs; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu
Portefeuillehouder
Andries Bouwman
76
Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou Gemeenschappelijke regeling Deelnemers
Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Marcel Opzeeland.
Gemeentelijk belang en Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de openbaar belang
uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen.
Financieel belang
Bijdrage 2025 € 525.892
Omvang van het
Eigen vermogen:
Vreemd vermogen:
vermogen x € 1.000
1-1-2022 € 1.207
1-1-2022 € 3.824
31-12-2022 € 1.279
31-12-2022 € 5.327
Resultaat x € 1.000
€ 72 (2023)
Risico's
De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. We voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan. Dat er risico's kleven aan een dergelijke regeling blijkt uit de laatste wijziging van de regeling. Er wordt vanaf 2022 door de deelnemers betaald voor de verkregen diensten in plaats van het huidige abonnementstarief per aantal bedrijven. Hiermee wordt er dus alleen betaald als er ook daadwerkelijk een dienst van de FUMO wordt verkregen. Deze wijziging in de financieringssystematiek heeft voor onze gemeente een forse verhoging van de bijdrage betekend.