Beantwoording technische vragen begroting 2024 (1)
Tekst van het document
13% Jongeren 30-, werkend of niet-actief, autochtoon of migrant, zonder partner of kinderen; 6. 8 % Migranten 30+, met name 1e generatie, meestal met partner en/of kinderen; 7. 16% Divers: 2e generatie migranten, jongeren met kinderen, 1e generatie migranten zonder partner en kinderen, oudere werknemers 50+ zonder partner en kinderen. Deze cijfers zijn overgenomen van de website www.geletterdheidinzicht.nl en zijn van het jaar 2020. Het gaat om een puntschatting en het percentage is afgerond.
12
3.3 Koersplannen Koersplannen blz. 35 Zelfde vraag als vorig jaar: Er worden vijf plannen uitgewerkt. Vraag: Kunt u aangeven welke vijf dorpen dit betreft? En als de koersplannen klaar zijn kunnen deze plannen met de raad gedeeld worden? Antwoord: Met MFC De Wier zijn we in gesprek over een totaalplan voor het verduurzamen, uitbreiden en verfraaien van de accommodatie. In Langezwaag zijn we in gesprek met de besturen van de sportvereniging, de sportzaal en het dorpshuis over het vormen van een stichting, die mogelijk het volledige eigenaarschap van de gebouwen op zich gaat nemen. Deze twee processen lopen door in 2024. In Wijnjewoude Terwispel en Siegerswoude lopen in 2024 de erfpachtovereenkomsten af. Met deze besturen starten we begin volgend jaar de gesprekken over de gewenste eigendomssituatie voor de toekomst. Daarnaast worden er in 2024 in overleg met de besturen voor meerdere dorpshuizen losse acties uitgevoerd. Dit kan gaan om verduurzamingsacties, of bijvoorbeeld het formaliseren van het eigendom van de accommodatie. Op 14 november 2023 organiseren we een bijeenkomst voor alle besturen en bepalen we welke acties we als eerste gaan doen op basis van wat dringend is en wat we graag willen. We zullen u hierna informeren over de planning en sturen u dan ook de koersplannen per dorpshuis toe. 3.4 Rol gemeente bij tegengaan van armoede Armoede blz. 35.
We hebben als gemeente een beperkte rol in het tegengaan van armoede. Vragen: Weet de gemeente hoeveel mensen in armoede leven in onze gemeente? Zo ja hoeveel mensen/ gezinnen betreft dit? En heeft de gemeente zicht op hoeveel mensen vanuit midden kleinbedrijf in financiële problemen zitten? Welke instrumenten heeft de gemeente om deze gegevens boven tafel te halen? Antwoord: Er is in Nederland niet één vaste definitie van armoede. Dit maakt het lastig om precies aan te geven hoeveel inwoners er precies in armoede leven in Opsterland. Wel hebben we als gemeente in 2023 uit laten zoeken hoeveel huishoudens moeten leven van een laag inkomen. Uitgaande van een inkomen tot maximaal 140% van het sociaal minimum gaat dit dan om 15,1% van het aantal huishoudens in Opsterland. We hebben inwoners met een onderneming in het midden- en kleinbedrijf actief opgeroepen om zich te melden zodra zij zich zorgen maken over hun financiële situatie. Tot nu toe zijn hier nog geen meldingen van binnen gekomen bij de gemeente. Als gemeente hebben we geen instrumenten om dit, zonder dat een inwoner zichzelf meldt, inzichtelijk te krijgen. 3.5 Afspraakbanen Blz 36 Wat zijn afspraakbanen? Antwoord: Het kabinet en de sociale partners hebben in 2013 afgesproken om 125.000 afspraakbanen te creëren bij werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit is vastgelegd in de Wet Banenafspraak.
Een afspraakbaan is een baan bij een werkgever voor iemand die niet zonder ondersteuning of begeleiding kan werken, maar die niet een beschutte werkplek nodig heeft. Werkgevers van afspraakbanen ontvangen een loonkostensubsidie en ondersteuning op de werkvloer in de vorm van jobcoaching.
13
3.6 Actualiseren VTH-beleidsplannen Blz 98: Actualiseren VTH-beleidsplannen Voor de periode 2020-2024 is een OWO-breed beleidsplan VTH vastgesteld. Met name verkeersveiligheid, leefbaarheid en ondermijning vragen meer inzet van de afdeling VTH. Niet alleen formatief, maar ook in veiligheid voor de betrokken medewerkers (opleidingen, uitrusting, wagenpark) wordt dit vertaald in deze begroting. Wij geven iets minder dan 300.000 meer uit dan 2022. Vraag: Is dit op basis van de zorgen die door de brandweer en met name de politie werden uitgesproken op de informatieavond 12 sept j.l. voldoende? Antwoord In OWO-verband is structureel vanaf 2023 extra formatie beschikbaar gesteld voor toezicht en handhaving. Deze wordt ingezet op de thema´s die genoemd zijn in het beleidsplan. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden door de 3 OWO/gemeenten gedragen. Ondermijning en de meer en meer terugtredende politie zijn thema´s die volop in beweging zijn en deze vragen ook de komende jaren om afwegingen van de kant van de gemeente welke inzet er nodig is en hoeveel. Deze zorg is benoemd door de politie op de informatie-avond. Deze investering staat overigens los van de geschetste problematiek van de brandweer. Dit zal terugkomen bij de benodigde inzet en middelen die de Veiligheidsregio van ons vraagt.. 3.7 Vergroting van de biodiversiteit Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie.
Vraag: wat doen wij precies aan de vergroting van de biodiversiteit en waar liggen nog kansen om dit verder te vergroten? In de begroting en de begrotingsinformatie komt het Biodiversiteitsplan niet voor. Voor de zomer is toegezegd dat dit biodiversiteitsplan zou komen. Komt dit plan er en wanneer? En is daar financiële ruimte voor gereserveerd 2024? Antwoord: Met beheer openbaar groen worden steeds meer stukken extensief onderhouden en/of ingericht. Wanneer het kan wordt extra gelet op het realiseren van verbindingen voor soorten. Daarnaast sluiten wij aan bij provinciale plannen voor meer biodiversiteit. Een separaat beleidsplan biodiversiteit wordt niet opgesteld. Wel is verbeteren biodiversiteit en versterken natuurwaarden een belangrijke opgave van de omgevingsvisie , zoals ook besproken bij de behandeling van de omgevingsvisie in de gemeenteraad. Ook in de nog op te stellen omgevingsplannen wordt biodiversiteit een integraal onderdeel. Er is dus geen financiële ruimte gereserveerd voor een beleidsplan biodiversiteit. 3.8 Beleidsindicatoren Banen Aantal per 1.000 inwoners Blz 43 Beleidsindicatoren Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Vraag: Waarom wordt deze leeftijdsgrens gebruikt, moet dit niet 17-67 zijn. Antwoord: Dit is één van de in de BBV voorgeschreven indicatoren die in de begroting en jaarstukken moet worden opgenomen.
De gegevens voor deze indicator worden door het CBS verstrekt (uniform) en via waarstaatjegemeente.nl gepubliceerd.
14
3.9 Wateroverlast/watertekort Thema Milieu Blz. 47 Wateroverlast/ watertekort. Door klimaatverandering zullen de verschillen tussen droogte en nattigheid steeds groter worden hetgeen gaat leiden tot nog lagere grondwaterpeilen. Vraag: Heeft de gemeente beleid op watertekort? Zo ja kunt u dat met de raad delen? Zo nee, komt dat er dan en wanneer? Antwoord: Nee, dit valt onder verantwoordelijkheid van het Wetterskip Fryslân. Watertekort en een laag grondwaterpeil zijn voornamelijk te beïnvloeden door het aanpassen van het waterpeil in sloten en oppervlaktewater. Het Wetterskip bepaalt dit waterpeil met peilbesluiten. Als er een watertekort dreigt dan heeft het Wetterskip per gebied richtlijnen om goed met water om te gaan. We onderhouden goed contact met het Wetterskip over het beleid en over deze richtlijnen. 3.10 Sport en bewegingsintiatieven Thema Gezondheid en Leefstijl Blz. 48 In 2024 is in elk deelnemend dorp een nieuw sport- en beweeginitiatief opgestart. Vraag: Zijn er dorpen die niet meedoen? Wat is hier de reden van? Antwoord: Het Lokaal Sportakkoord is in 2020 opgestart, maar er zijn vanwege de coronapandemie weinig initiatieven opgezet. Afgelopen zomer is in samenwerking met sportverenigingen het concept van het Lokaal Sportakkoord 2.0 opgesteld. Het is onze bedoeling dat het akkoord een looptijd krijgt van 2023 tot en met 2026.
Hiervoor wordt jaarlijks subsidie vanuit de Rijksoverheid beschikbaar gesteld. Eén van de speerpunten van de deelnemende verenigingen is samenwerking tussen verenigingen, zowel in de dorpen als in dezelfde sport. Om voor het Lokaal Sportakkoord 2.0 een breed draagvlak onder verenigingen te creëren, zijn er gericht bestuurders van verenigingen benaderd, die vervolgens weer hen bekende bestuurders van andere verenigingen hebben benaderd om mee te gaan werken. Hierdoor hebben wij een enthousiast en gedreven team van bestuurders bij elkaar gekregen. Op deze wijze willen wij de samenwerking vormgeven. Iedere vereniging is welkom om mee te doen en om nieuwe sport- en beweeginitiatieven op te starten. Op dit moment doet nog niet elk dorp mee, maar wij bevinden ons nog in de opstartfase.. 3.11 Behoedzame raming van de verkopen bouwgrond Blz. 92 Ontwikkelingen grondbedrijf. Door de aantrekkende woningmarkt is er een toename van de vraag naar (koop-)woningen. Zowel in de begroting van 2024 als in het meerjarenperspectief 20252027 zijn de verkopen behoedzaam geraamd. Ondanks de mogelijke bouw van 1000 woningen de komende jaren, zijn de verkopen behoedzaam geraamd. Vraag: Waarom is hier voor gekozen en niet voor een voortvarend beleid? Antwoord: Een behoedzame raming van de verkopen wil niet zeggen dat de verkoop niet voortvarend ter hand wordt genomen.
Je kan echter heel voortvarend in de markt actief zijn terwijl de daadwerkelijke verkopen niet willen vlotten. Of er wordt verkocht is tenslotte ook afhankelijk van consumentenvertrouwen en andere factoren waarop de gemeente geen invloed heeft. Vandaar dat de verkopen behoedzaam (voorzichtigheidsprincipe) zijn geraamd. Deze raming wordt overigens twee keer per jaar geactualiseerd. Namelijk bij begroting en bij de eerste begrotingsrapportage over het lopende jaar in het voorjaar.
15
4 CDA 4.1 Jeugdraad Pag. 8: Op 20 juni is per brief aan de raad gemeld dat er dit najaar een plan komt voor de jeugdraad. Ligt dit nog op schema en kunnen we dit plan inderdaad binnenkort verwachten? Antwoord: Er wordt door de Adviesraad sociaal domein een advies gegeven over het plan voor de jeugdraad. De verwachting is dat het plan vervolgens in december besproken kan worden door de raad. Het moment van bespreking is afhankelijk van de agenda van de raad. 4.2 Bedrijfsprocessen Pag. 8: Bedrijfsprocessen In 2024 onderzoeken we 20 bedrijfsprocessen op informatieveiligheid Wat voor processen? Waarom 20 en waarom juist die 20? Antwoord: In 2024 geven we de prioriteit aan het onderzoeken van kritische bedrijfsprocessen op informatieveiligheid. Het doel hiervan is om in te spelen op de ontwikkelingen in de digitale wereld en te beoordelen of er op dit moment voldoende beveiligingsmaatregelen worden genomen. Er is voor twintig bedrijfsprocessen gekozen omdat dit een haalbaar doel is, waarbij de kwaliteit van het onderzoek voorop blijft staan. De prioriteit wordt gegeven aan kritische bedrijfsprocessen, omdat deze de kernactiviteit van de gemeente behelzen. 4.3 Invulling formatie Pag.
9: Is er een plan om ervoor te zorgen dat de nieuwe formatie daadwerkelijk wordt ingevuld, gezien de verwachting van moeilijk in te vullen vacatures? Hoe wordt dit aangepakt? Antwoord: Nieuwe formatie (vacatures) worden via het normale W&S(werving en selectie) protocol opengesteld en ingevuld. Daarnaast worden vacatures via de sociale media en de eigen netwerken gedeeld. Daar waar dit niet succesvol is of waar we verwachten specialistische vacatures moeilijk ingevuld te krijgen kunnen we gebruikmaken van W&S bureaus die op hun eigen wijze de arbeidsmarkt actief benaderen en (hopelijk) succesvol zijn. 4.4 Overhead - uitvoeringskosten Pag. 9: Hoewel het percentage overhead daalt, zijn de uitvoeringskosten toegenomen. Kunt u dit nader toelichten? Wat zijn bijvoorbeeld de belangrijkste oorzaken van deze toename? Antwoord: Overhead zijn die medewerkers die niet direct werken in de primaire processen van de gemeente. Denk hierbij aan leidinggevenden en die PIOFACH-functies. In deze groep zijn er geen extra medewerkers bijgekomen. Ook de kosten hiervan zijn niet toegenomen. In de directe uitvoering zijn de kosten wel gestegen. Vooral door een combinatie inflatie en stijging van de kosten zijn de directe kosten meer gestegen dan de kosten bij de overhead.
Zodoende daalt het aandeel overhead in de totale kostenplaatje en stijgen de uitvoeringskosten in totaliteit 4.5 Knelpunten ambtelijke organisatie Pag. 12: Kunt u de aard van de knelpunten in de ambtelijke organisatie verder toelichten die hebben geleid tot de opname van € 120.000 in de begroting? Hoe zal de structurele opname van dit bedrag vanaf 2024 worden aangepakt? Antwoord: De arbeidsmarkt is zeer moeizaam. Daardoor is er meer en vaak ook langer inhuur nodig dan waarvoor er vacaturegelden beschikbaar zijn. Dit aanvullend bedrag zorgt ervoor dat de kans dat de totale personele lasten binnen het uitgavekader blijven toeneemt wat de rechtmatigheid bevorderd.
16
4.6 Onderhoud voet- en fietspaden Pag.17: -Hoe wordt het onderhoud van fiets- en voetpaden gefinancierd en welke plannen zijn er om ervoor te zorgen dat deze paden in goede staat blijven? Wordt er geïnvesteerd in nieuwe fiets- en voetpaden om de bereikbaarheid en leefbaarheid te verbeteren? Antwoord: Het onderhoud van fiets- en voetpaden wordt gefinancierd uit de post ‘verhardingen’ als onderdeel van taakveld 2.1 Verkeer en vervoer. We onderhouden deze paden op een ‘basis’ kwaliteitsniveau zoals vastgesteld in het Beeldkwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte 2020-2025. Eventuele uitbreidingen worden eerst voorgelegd aan uw raad om daarvoor een krediet beschikbaar te stellen. Een voorbeeld hiervan is de Doorfietsroute Drachten – Heerenveen, zie ook de beantwoording bij vraag 4.7. 4.7 Doorfietsroute Drachten - Heerenveen Pag. 18: Is het traject bekend van deze doorfietsroute? En welke kosten zijn hier voor Opsterland voor gemoeid, hoeveel is dat op het geheel, is hierover al iets bekend? Antwoord: Het traject is globaal bekend, de route komt grotendeels ten noorden van de A7 te lopen. Op lokaal niveau zijn er nog verschillende opties open. Dit is afhankelijk van ruimtelijke inpassing en overleg met de dorpen. Wij hebben hiervoor – net als buurgemeenten Heerenveen en Smallingerland – € 1.8 mln beschikbaar gesteld. Gezamenlijk is er een Provinciale subsidie opgehaald van € 5.4 mln.
Het totale projectbudget is daarmee € 10.8 mln. 4.8 Resultaatbestemming zwerfafval Pag. 19: Wat is het doel van de resultaatsbestemming voor zwerfafval en hoe zal dit bijdragen aan een schonere en leefbaardere gemeente? Antwoord: n de periode 2013-2022 heeft Opsterland geld gekregen voor de aanpak zwerfafval van het Afvalfonds. De eindafrekening heeft plaatsgevonden en het resterende bedrag wordt de komende jaren ingezet voor extra activiteiten rond zwerfafval. En daarnaast om in de laatste dorpen himmelploegen op te richten en te faciliteren. 4.9 Groei en ontwikkelmogelijkheden bedrijventerreinen Pag. 21:. Er wordt hier gesproken over mogelijkheden in alle dorpen, speelt dit dan ook in alle dorpen? Is er in ieder dorp nog ruimte? Antwoord: Primair wordt er gekeken naar alle bestaande bedrijventerreinen die we in onze gemeente hebben. In de dorpen die geen specifiek bedrijventerrein hebben volgen we natuurlijk wel de economische ontwikkelingen. Momenteel is er alleen in Gorredijk nog beschikbare ruimte (1 kavel op de Overtoom en 6 kavels op de Tolbaas) en op bedrijvenpark Drachten A7 (1 kavel). 4.10 Actieplan laaggeletterdheid Pag.
26: Kunt u uitleggen hoe het actieplan laaggeletterdheid wordt uitgevoerd en welke stappen er zijn om de doelgroep beter in beeld te krijgen en te betrekken bij de activiteiten? Antwoord: In het actieplan zijn diverse acties opgenomen om de bewustwording van signalen omtrent laaggeletterdheid te vergroten en de basisvaardigheden en geletterdheid van de inwoners van gemeente Opsterland te vergroten. Er is bijvoorbeeld een aanjager laaggeletterdheid die onder andere werkt aan bewustwording. Zij legt contacten binnen de gemeente en de teams in de uitvoering van het sociaal domein. Zij legt ook contact met bedrijven in Opsterland. Werkgevers kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren en bespreekbaar maken van problemen rondom basisvaardigheden. Er is regelmatig overleg met partners, zoals welzijnswerk, predikanten, schuldhulpverlening en de bibliotheek, waarin diverse acties besproken worden. Het digi-taalhuis in de bibliotheek heeft een doorstart gehad, we geven aandacht aan de campagne ‘ik wil leren’ om zo het aanbod wat er is meer
17
bekendheid te geven. Het bereiken van autochtone inwoners met Nederlands als eerste taal (NT1) blijft lastig, dat speelt niet alleen in Opsterland, maar overal een rol. We sluiten aan bij overleg in de regio Friesland, waarin we leren van good practices.. 4.11 Foarstel stypjen frijwillichersorganisaasjes Algemeen: We hebben op 10 juli een motie aangenomen met de tekst: Wy freegje it kolleezje om mei in foarstel te kommen om kulturele aktiviteiten, organisearre troch frijwillichersorganisaasjes (finansjeel) te stypjen safier't harren bestean bedrige wurdt troch nije ofsterk ferswierende besteande rigeljouwing. Hierover lezen wij niets terug in de begroting. Wat zijn de plannen met betrekking tot de uitvoering van deze motie en waarom zijn deze niet opgenomen in de begroting? Antwoord: Op dit moment wordt gewerkt aan een voorstel om te komen tot uitvoering van de motie. Enerzijds door een financiële bijdrage uit te werken voor vrijwilligersorganisaties die optochten met praalwagens organiseren, anderzijds door te onderzoeken hoe we vrijwilligersorganisaties het beste kunnen ondersteunen bij vragen rondom vergunningen enz. Dit vereist onderzoek en navraag bij deze organisaties. Op dit moment wordt onderzocht hoe we beiden kunnen financieren vanuit bestaande middelen, waardoor er nu nog geen budget is opgenomen in de begroting.
Mocht blijken dat er toch meer geld nodig is om de motie uit te kunnen voeren, dan komen we hierop bij u terug. 4.12 Opsterlânpas Pag. 30: We ronden in 2024 het onderzoek naar de mogelijkheid van een opsterlandpas af. Wat moeten we ons bij een dergelijke pas voorstellen? Antwoord: In het coalitieakkoord 2022-2026 wordt de Opsterlân-pas beschreven als ‘een pas om recreatie en toerisme te stimuleren. Hiermee krijgen toeristen en recreanten korting op onder andere toeristische attracties’. In het onderzoek wordt gekeken of en hoe deze pas ingevoerd zou kunnen worden. Daarbij wordt ook onderzocht of deze beter in een gemeentelijke of regionale (Zuidoost Friese) context past. 4.13 Initiatievenformulier verbetervoorstellen openbare ruimte Pag. 31: Kunt u meer details geven over het 'initiatievenformulier' en hoe inwoners en organisaties verbeteringsvoorstellen voor de openbare ruimte kunnen indienen? Wat zijn de criteria voor het ondersteunen van levensvatbare ideeën? Hoe wordt het begeleiden van initiatieven vanuit de samenleving in de praktijk uitgevoerd? Antwoord: Als inwoners hun directe leefomgeving willen aanpassen of verbeteren dan kunnen ze hiervoor een initiatief indienen. Het formulier ‘initiatief in de openbare ruimte’ is hiervoor een middel, maar vaak is er vooraf al contact met de organisatie.
Een lijst met spelregels is niet vastgesteld om met open blik ideeën te ontvangen. Belangrijk is dat er voldoende draagvlak is in de buurt en dat de initiatiefnemers zelf voor minimaal de helft bijdragen. Dat kan eventueel ook met handjes of materialen. Als een initiatief levensvatbaar is wordt de indiener gekoppeld aan een medewerker uit de organisatie. Samen wordt dan gewerkt aan de realisatie. 4.14 Sportdoelstellingen Pag. 31: U schrijft dat u minstens 10 jongeren, 100 volwassenen en 140 kinderen wilt stimuleren om te gaan sporten. Hoe is de gemeente tot deze aantallen gekomen? Wat is de basis voor deze aantallen? Antwoord: Op basis van de aantallen in 2023 (tot en met september 82 volwassenen en 118 kinderen) en voorgaande jaren zijn we uitgekomen op 100 volwassenen die dankzij het Volwassenenfonds kunnen sporten en op 140 kinderen die dankzij het Jeugdfonds Sport & Cultuur (en stichting Leergeld) kunnen sporten. 18
In de afgelopen jaren zijn er heel af en toe (in 2023 0 en in 2022 1, daarvoor wellicht een enkele vraag) signalen binnengekomen via huisartsen/praktijkondersteuners of buurtsportcoaches, dat een jongere graag zou willen sporten, maar niet weet waar en hoe dit aan te pakken. Door deze activiteit gericht onder jongeren, via Code Hans en bij huisartsen/praktijkondersteuners te promoten, willen we minstens 10 jongeren bereiken. De ervaring gaat ons in 2024 leren hoeveel jongeren er daadwerkelijk mee gaan doen. 4.15 Uitstroom bijstand Pag. 36: Hoe realistisch is de doelstelling, we leven nu in een tijd van grote druk op de arbeidsmarkt, heb je nog niet het absolute minimum bereikt? Hoeveel rek verwacht het college dat er nog zit in de bijstand? Antwoord: De huidige bijstandspopulatie in de gemeente Opsterland heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt dan de bijstandspopulatie een aantal jaren geleden. Deze groep is moeilijker te begeleiden richting werk. Desalniettemin proberen we meer in te zetten op het stimuleren van het werken met een loonkostensubsidie, als uitwerking van het Breed Offensief, waardoor mensen ook uit de uitkering raken. Daarnaast blijven we inzetten op de samenwerking in de arbeidsmarktregio om ook deze doelgroep te begeleiden richting werk via leerwerktrajecten of (om)scholing.
We doen ook onderzoek naar de mogelijkheden van basisbanen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Als dat allemaal niet lukt, dan zetten we in op maatschappelijke participatie. 4.16 Himmelploeg in ieder dorp Pag. 47: Er wordt gesteld dat het mogelijk wordt gemaakt om in ieder dorp een himmelploeg actief te krijgen. (via pb's) Wat zorgt ervoor dat dit getriggerd wordt? Is er een (financiële) voordeel voor de dorpen? Antwoord: Met enige regelmaat wordt er aandacht besteed via de media (SA!, FB) aan de himmelploegen, waarbij ook vrijwilligers in beeld komen. In de dorpen zijn de bestaande himmelploegen bekend en dit benoemen wij ook bij dorpen waar nog geen actieve himmelploeg is. Zij worden dan ook geïnformeerd over de vorm van faciliteren door de gemeente. Het voordeel ligt in een schoon dorp waar men trots op is, een lagere milieubelasting en een gezellig samenzijn. Daarnaast krijgen de vrijwilligers jaarlijks een attentie van de gemeente en gaan zij samen uit eten. 4.17 CO2 – Prestatieladder Pag. 48: We stappen in / certificeren op niveau 3, wat is de ambitie van de gemeente, tot welk niveau moeten we door? Antwoord: De ambitie is om eerst niveau 3 te behalen. Voor niveau 3 is het noodzakelijk om inzicht te hebben in het verbruik en uitstoot van de eigen organisatie en daar CO2 doelstellingen en energiebesparende maatregelen aan te koppelen.
Op dit moment zijn we bezig met de dataverzameling om uiteindelijk onze eigen CO2 uitstoot vast te stellen. We werken gezamenlijk op met Oost- en Weststellingwerf en worden begeleid door de Duurzame Adviseurs. Certificering op niveau 4 houdt in dat naar de hele keten wordt gekeken. Dit is in eerste instantie niet een ambitie voor de korte termijn. Wel hopen we door certificering op niveau 3 meer bewustwording te creëren en zou het mooi zijn als we alvast kijken naar de impact van wat we inkopen.
19
4.18 Energiebesparing Pag. 49: In 2025 realiseren we een energiebesparing van een equivalent 150.000 mwh. Is dit 2025 of 2035? Hoe moeten we dit lezen in relatie tot de wat we in 2024 willen bereiken. Antwoord: Er is sprake van een typfout in de doelstelling. Hier staat 2025 in plaats van 2035. Er had dus moeten staan: ‘Wij halen in 2035 een energiebesparing van een equivalent van 150.000 MWh’. In het vorige coalitieakkoord (2018-2022) was opgenomen om deze besparing te realiseren in drie raadsperioden ofwel een energiebesparing van gemiddeld 12.500 MWH per jaar. Eind 2024 zou dan in totaal 75.000 MWh moeten zijn bespaard. De daadwerkelijk besparing hangt echter sterk af van externe factoren zoals de energieprijs en het weer en schommelt daardoor sterk. 4.19 Kansenkaart Pag. 50: In 2024 komt er een kansenkaart. Wanneer worden de inwoners maar daarbij ook de agrariërs en grondeigenaren hierin meegenomen? In onze gemeente lopen ook streekinitiatieven zijn die op de hoogte? Hoe staat deze kansenkaart in relatie tot deze initiatieven? Antwoord: Wij zijn nog niet van start gegaan met de ruimtelijke puzzel die tot de kansenkaart moet leiden en hebben nog geen inzicht in de planning. De streekinitiatieven zullen onderdeel zijn van de ruimtelijke puzzel. Uiteraard zullen wij bij het opstellen van zo’n kansenkaart onze inwoners, agrariërs, grondeigenaren en streekinitiatieven betrekken.
5 CU 5.1 Niveau dienstverlening Pagina 9: De dienstverlening krijgt minstens een 7, Wat is het nu? En wat zijn de meet instrumenten? Antwoord: In 2022 is middels een burgerpeiling onderzoek gedaan naar de kwaliteit van onze dienstverlening. Deze is met een 6.9 beoordeeld en de digitale dienstverlening met een 7.1. 5.2 Status formatie Wat is op dit moment de status m.b.t. de formatie? Waar staan we? Antwoord: De formatie in de begroting 2024 is in overeenstemming met de begroting 2023 en de mutaties perspectiefbrief opgenomen. De formatie in de begroting 2024 verwerkt is 253 fte inclusief VTH. 5.3 Personele en materiële kosten m.b.t. de verhoging van OZB Pagina 13: Wat zijn de personele en materiële kosten m.b.t. de verhoging van OZB van 74k? Antwoord: De verhoging van € 74.000 betreft de indexatie met het indexatiepercentage van 3.1%. Dit percentage is het door het rijk verwachte inflatiepercentage voor 2024. Dit percentage is in de meicirculaire opgenomen en is de basis voor alle indexaties in de begroting 2024. 5.4 Haalbaarheid kerntaken politie Kan de politie gezien de tijden waarin wij leven, de krapte op de markt, blijven voldoen aan haar kern taken de komende jaren, en wat is daar eventueel voor nodig? Antwoord: Ja, de politie kan blijven voldoen aan haar kerntaak (112 meldingen).
Wel komt het zogeheten wijkwerk van de wijkagenten steeds verder onder druk te staan omdat zij bijvoorbeeld noodhulpdiensten moeten draaien of worden ingezet bij demonstraties elders in het land. Meer formatie is wenselijk. Tegelijkertijd is de formatie van basisteam Oost-Fryslân (het basisteam waar Opsterland, samen met gemeente Smallingerland onder valt) op het niveau van het vastgestelde 20
inrichtingsplan van de politie, te weten 82fte. Tot slot willen we opmerken dat de gemeente niet over de bedrijfsvoering van de politie gaat. Wel zijn wij er uiteraard bij gebaat dat bijvoorbeeld wijkagenten zoveel mogelijk worden ingezet voor wijkagenttaken. Daarom geeft de burgemeester in de (verschillende) gremia die zich daarvoor lenen het signaal/verzoek af om extra formatie vrij te maken voor wijkagenten. 5.5 Bereikbaarheid openbaar vervoer Pagina 17: Openbaar vervoer moet bereikbaar en betaalbaar zijn en blijven, Hoe dan we dit? En hebben wij hier invloed op? Antwoord: Na de laatste veranderingen in het openbaar vervoer, heeft de gemeente - na overleg met Plaatselijke Belangen – een reactie hierop gegeven. Het streekvervoer valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie. Bereikbaarheid en betaalbaarheid zijn cruciaal, zeker voor een plattelandsgemeente als Opsterland. Onze invloed hierop is zeer bescheiden. 5.6 Verzuim leerlingen onderwijs Pagina 26: Het relatief verzuim (in het onderwijs) is erg gestegen, is bekend hoe dit kan? En wordt hier iets mee gedaan? Antwoord: De cijfers hebben betrekking op schooljaar 2021-2022. Het relatief verzuim (meer dan 16 uur verzuim in 4 weken) in het voortgezet onderwijs is gedaald. In het mbo is inderdaad een stijging te zien. Oorzaak van die toename is onder andere de aanhoudende invloed van coronamaatregelen op het onderwijs.
Naar school gaan was hierdoor niet altijd even leuk of passend. Na versoepeling van de maatregelen was het bovendien voor sommige jongeren weer wennen om in de klas te zitten. De regionaal werkende mbo-leerplichtambtenaren pakken deze verzuimmeldingen op en hebben met zowel de jongeren als het mbo overleg over het stoppen of terugdringen van het verzuim. 5.7 personeelslasten in het openbaar onderwijs Pagina 27: De personeelslasten in het openbaar onderwijs zijn voor het komend jaar naar beneden gegaan, komt dit door de verschillende fusies? Of zijn er minder leerlingen dus minder personeel? Antwoord: Deze personeelslasten hebben betrekking op de doorbelasting van de loonkosten van gemeentelijke medewerkers op dit taakveld. Dit heeft dus geen relatie met fusies of minder leerlingen. 5.8 Werkgelegenheid Landelijk zijn er 825 banen per 1000 inwoners, in Opsterland 654, werken veel mensen buiten de gemeente? Er is geen hogere werkeloosheid, hoe moeten wij deze cijfers lezen? Antwoord: Deze cijfers komen uit CBS-bevolkingsstatistieken en LISA-statistieken over het aantal banen in Nederland. Het aantal banen in Opsterland gaat over het aantal banen dat bedrijven en andere werkgevers in Opsterland bieden. Dat is lager dan gemiddeld in NL. Het aantal banen is een andere categorie dan de categorie werkloosheid. In Opsterland zijn minder werklozen dan gemiddeld in Nederland.
Er werken ook inwoners uit de gemeente Opsterland buiten de gemeente Opsterland. 5.9 Led verlichting Pagina 47: In de begroting van 2023 was 95% van de huidige installaties LED-verlichting. In 2024 gaan we terug naar 90% met een ambitie 5% lager dan in 2023. Wat is de waarheid? En wat is onze ambitie? Of is 90% voldoende? Antwoord: In de begroting van 2023 is genoemd dat 80% van de huidige installatie is voorzien van LED-verlichting. Daarnaast is de ambitie van 95% genoemd voor 2025. Deze ambitie blijft staan met als tussenstap 90% in 2024. Op dit moment zitten we op circa 82%.
21
5.10 Bestemming egalisatiefonds Corona Egalisatiefonds Corona € 463k, wat wordt met dit geld gedaan? Antwoord: Deze reserve wordt bij de jaarrekening 2023 opgeheven en toegevoegd aan de algemene reserve. In de raadsvergadering van juli 2024 wordt in de voorjaarsrapportage 2024 een voorstel gedaan door het college wat een passende bestemming is voor deze middelen gegeven de dan actuele situatie.
6 GroenLinks 6.1 Personele lasten per programma Graag willen we per programma inzage in de personele lasten. Hoeveel fte en € was het en wat wordt het in deze begroting? Wilt u daarbij ook aangeven wat bezet is en wat naar verwachting niet bezet kan worden? Een matrix met deze gegevens zou helpen. Antwoord: Als bijlage bij de beantwoording technische vragen is het overzicht verschillen toerekening directe personeelslasten toegevoegd. Dit overzicht laat zien wat de mutaties zijn ten opzichte van 2023. Verschillen worden verklaard doordat opnieuw gekeken is naar een realistische toerekening. Er wordt meer toegerekend aan taakveld 6.2 wijkteams, dit komt omdat in het verleden personeel is toegerekend aan maatwerkdienstverlening dat eigenlijk werkzaam is op het gebied van toegang en eerstelijnsondersteuning. 6.2 Knelpunten in de ambtelijke organisatie blz 12 citaat ‘In de begroting 2024 is voor knelpunten in de ambtelijke organisatie € 120.000 opgenomen. Dit bedrag is vanaf 2024 structureel opgenomen. In 2024 geeft dit een nadeel.’ Wat zijn de knelpunten en waardoor worden die veroorzaakt? Antwoord: De arbeidsmarkt is zeer moeizaam. Daardoor is er meer en vaak ook langer inhuur nodig dan waarvoor er vacaturegelden beschikbaar zijn. Dit aanvullend bedrag zorgt ervoor dat de kans dat de totale personele lasten binnen het uitgavekader blijven toeneemt wat de rechtmatigheid bevorderd.
6.3 Budget Jeugdraad Er wordt gesproken over de jeugdraad. Wat is het budget hiervoor? En krijgt de jeugdraad een specifiek bedrag (bijvoorbeeld 10.000 euro jaarlijks) om te besteden aan nieuw/aangepast beleid? Antwoord: Voor de jeugdraad is er geen apart budget opgenomen. Voorstellen vanuit de jeugdraad die geld kosten worden bekostigd uit de reguliere budgetten die voor het beleidsveld in kwestie beschikbaar zijn. Dat kan ook betekenen dat er een keuze moet worden gemaakt in wat wel en wat niet kan worden uitgevoerd. Dat zal dan onderdeel moeten uitmaken van het jeugdraadsvoorstel (kanttekening en middelen) 6.4 Kosten en baten opvang ontheemden/Oekraïners 2024 Veiligheid In de jaarstukken vorig jaar zagen we bij taakveld 1.1 een ‘voordeel ‘van 2,5 miljoen. Dat was ten gevolge uitkering Rijk opvang ontheemden/Oekraïners. Wij willen graag inzichtelijk wat de baten en lasten zijn van deze opvang in 2024. Antwoord: Voor 2024 zijn de kosten en baten neutraal verwerkt. Dat wil zeggen voor zowel de baten als de kosten is hetzelfde bedrag als wat er in 2023 wordt ontvangen opgenomen. Bij de tussentijdse rapportages worden eventuele realisatie verschillen meegenomen. Er is voorzichtigheidshalve resultaatneutraal gebudgetteerd.
22
6.5 Kosten en baten opvang ontheemden/Oekraïners 2023 En voorts (In combinatie met Prgr 6): Opvang vluchtelingen. Oekraïners. We zitten bijna in oktober 2023. Wat is de trend over de afgelopen 9 maanden qua uitgaven en ontwikkelingen? Houdt Opsterland aan het eind van dit jaar weer miljoenen euro's over aan de opvang van Oekraïense vluchtelingen Antwoord: Momenteel wordt er een prognose gemaakt van de realisatie voor 2023. U wordt hierover geïnformeerd in de “najaarsrapportage 2023”. De verwachte realisatie op taakveld 1.1 is afhankelijk van de uitgaven op het gebied van de opvang van Oekraïners. We verwachten op basis van het aantal gerealiseerde opvangplekken in 2023 circa 4,1 miljoen te ontvangen van het ministerie. 6.6 Weerbaarheid inwoners tegen woninginbraken en heling Veiligheid: De gemeente wil inwoners en ondernemers weerbaar maken tegen woninginbraken en heling. Hoe worden inwoners en ondernemers weerbaar gemaakt? Is B&W met ons eens dat dit niet een kwestie is van een eenmalige actie?. Antwoord: Het onderwerp woninginbraken heeft blijvend onze aandacht. Voor de zomervakantie en donkere dagen maken we onze inwoners en ondernemers alert op woningbraken door hierover te communiceren. Als we buiten deze periodes een piek zien in het aantal woninginbraken waarschuwen we onze inwoners en ondernemers hierover.
In de landelijke week van de veiligheid (week 41) vragen we met onze veiligheidspagina in de Sa! onder andere aandacht voor het onderwerp woninginbraken. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan beleid voor het Digitaal Opkopers Register. Het Digitaal Opkopers Register draagt bij aan het terugdringen van de verkoop van gestolen goederen, met als doel het tegengaan van heling. 6.7 Bermschade blz 18 Verkeer en vervoer: ‘Langs verschillende erftoegangswegen buiten de bebouwde kom komt periodiek bermschade voor. We onderzoeken in 2024 de mogelijkheden om deze schade te verminderen. We vertalen dit naar concrete acties om uit te voeren’. Wij willen graag de resultaten van dit onderzoek (vorig jaar uitgevoerd) inzien. Waar is de schade? Wat is de oorzaak? Wat zijn de mogelijke kosten? Antwoord: Begin 2023 is door een student van de NHL Stenden Hogeschool een eerste onderzoek naar de berminrichting opgeleverd. Dit onderzoek dient als opmaat voor een uitgebreider onderzoek dat nog door een extern adviesbureau wordt uitgevoerd. Zie ook het antwoord bij vraag 1.9 6.8 Budget recreatie en toerisme 22/23 Pag. 22&23 Toerisme en recreatie : 22/23 dat lijkt en beetje goochelen met getallen… onduidelijk graag toelichten. Antwoord: De inkomsten voor de toeristenbelasting (2024:€ 220.000) is de enige mutatie in 2024 in de reserve toeristenbelasting binnen programma 3.
Alle baten van toeristenbelasting worden toegevoegd aan de reserve. De verschuiving van het uitgavenbudget recreatie en toerisme van programma 3 naar programma 5 heeft geen invloed in de reservemutatie 2024 (in programma 3). 6.9 Toeristenbelasting Toeristenbelasting: Hoger inkomsten voor 2024. Wat is hiervan besteed en gerealiseerd voor toerisme en recreatie in het afgelopen 2 jaar? Is de 220.000 euro opbrengst inclusief of exclusief overheadkosten?
23
Antwoord: De gehele opbrengst van de toeristenbelasting gaat naar de reserve Recreatie en Toerisme. Vanuit deze reserve worden uitgaven gedaan ten behoeve van de doelstellingen binnen het thema Recreatie en Toerisme. Denk hierbij aan de financiering van gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Marrekrite, promotie, informatievoorziening en gastheerschap, subsidiëring van evenementen en personele kosten. Daarnaast is er in 2022 €234.000,- geïnvesteerd in de recreatieve fietspaden rondom Bakkeveen en Wijnjewoude. De genoemde €220.000,- is de geschatte opbrengst van de toeristenbelasting. Daarin zijn geen overheadkosten verwerkt. 6.10 Talent gedreven werken Onderwijs: Wat zijn de kosten van talent gedreven werken? Wat kost het monitoren en onderzoeken van die werkwijze? Hoe vindt dat onderzoek plaats? Antwoord: De kosten voor het talentgedreven werken zijn € 161.025,- verspreid over twee jaar. Hiervan is € 107.000,- beschikbaar gesteld vanuit de Gelijke Kansen Alliantie, € 52.025,- vanuit de gemeente en € 2000,- vanuit de werkgroep cultuureducatie (scholen). Door de bijdrage van de gemeente is er een uitloop van het project mogelijk tot het einde van dit schooljaar. Het monitoren wordt gedaan vanuit bestaande functies en taken. Daarnaast is er een projectleider aangetrokken voor de uitvoering, inclusief de inhoudelijke en financiële verantwoording.
Het onderzoek wordt gedaan door een masterstudent in het kader van haar opleiding. Hier zijn, buiten een stagevergoeding, geen kosten aan verbonden. 6.11 Intensivering beleidsterrein recreatie en toerisme blz. 34: De intensivering van het beleidsterrein recreatie en toerisme (perspectiefbrief 2023) geeft vanaf 2024 hogere kosten. Dit is een nadeel van € 30.000. Welke intensivering betreft dit? Antwoord: Het betreft een personele intensivering. In de perspectiefbrief 2023 is dit onderbouwd. 6.12 Kosten recreatie en toerisme vs onttrekking reserve blz. 34: De onttrekking van de reserve Recreatie & Toerisme is in 2024 geactualiseerd zodat deze overeenkomt met de kosten voor recreatie en toerisme in dit taakveld. Graag toelichting (zie ook vraag prgr 3). Antwoord: Vanaf 2024 zijn alle uitgaven voor recreatie en toerisme begroot in programma 5. Deze begrote uitgaven komen ten laste van de begrote reservemutatie in 2024. Alle lasten voor de taak recreatie en toerisme worden onttrokken aan de reserve. 6.13 Instroom bijstand voorkomen Instroom mensen met bijstandsuitkering voorkomen. Hoe wil de gemeente dit doen?. Antwoord: De gemeente Opsterland werkt al jaren binnen haar re-integratieaanpak met de poortwachtersfunctie.
De belangrijkste doelstellingen zijn om voor de nieuwe klant zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over het inkomen en tegelijkertijd de participatie- en arbeidsmogelijkheden in beeld te brengen. Deze poortwachtersfunctie is een goed instrument om de aanvraagprocedure snel af te handelen en te kijken of men wel of niet recht heeft op een uitkering en/of wat het vervolg is qua participatie - en arbeidsmogelijkheden. Tevens werken we samen met regionale partners, zoals het UWV, Fryslân Werkt en het Noorden Werkt Door, om mensen door te laten stromen naar ander werk. 6.14 Monitoren Jeugdhulp blz. 40 Jeugdhulp. We monitoren….. maar hoe, door wie, op welke criteria?. Antwoord: De effecten van de uitvoering worden gemeten, onder andere via cliëntervaringsonderzoek, de duur van de hulpverlening (neemt de duur af) en de hoeveelheid 24
ingezette hoogspecialistische hulpverleningstrajecten (nemen deze af). We volgen de jeugdmonitor en evalueren aan de hand van resultaatgerichte afspraken met onze ketenpartners. 6.15 Ontwikkeling budget taakveld 6.2 blz. 44 ‘Voor het versterken van de toegang is het budget in 2024 € 195.000 lager ten opzichte van 2023 (perspectiefbrief 2023), dit is een voordeel. Voor preventievoorzieningen was in 2023 eenmalig € 50.000 meer budget beschikbaar voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor OKO (perspectiefbrief 2023). De toerekening van de directe personeelslasten geeft een nadeel van € 2.982.000 ‘ Dit graag toelichten… die 195 k en die 2982 k. Antwoord:. Als bijlage bij de beantwoording technische vragen is het overzicht verschillen toerekening directe personeelslasten toegevoegd. Dit overzicht laat zien wat de mutaties zijn ten opzichte van 2023. Verschillen worden verklaard doordat opnieuw gekeken is naar een realistische toerekening. Er wordt meer toegerekend aan taakveld 6.2 wijkteams, dit komt omdat in het verleden personeel is toegerekend aan maatwerkdienstverlening dat eigenlijk werkzaam is op het gebied van toegang en eerstelijnsondersteuning. 6.16 Riool in veengebied blz 47….worden hier ook de honderden woningen in het veengebied bij betrokken die niet op het riool zijn aangesloten?.
Antwoord: Nee, woningen die niet zijn aangesloten op het riool kunnen hun afvalwater lozen via een septictank en hun hemelwater lozen op de sloot. Deze woningen zijn in het buitengebied waar weinig verhard oppervlak is. Knelpunten van wateroverlast liggen voornamelijk binnen de bebouwde kom waar veel meer verhard oppervlak aanwezig is. 6.17 Gezonde school vignet blz 48 Gezonde School-vignet te halen. Wat houdt dit in? Wordt die kwaliteit ook gehandhaafd? Wat kost dat? Wat levert dat op?. Antwoord: Na het behalen van minimaal 1 themacertificaat mag een school zich gedurende 3 jaar gezonde school noemen en daarbij mag de school het gezonde school-vignet voeren. Een school betaalt € 150 voor het eerste themacertificaat. Tijdens de geldigheidsduur van 3 jaar van het eerste themacertificaat kan een school kosteloos meerdere andere themacertificaten aanvragen. Er zijn in totaal 10 thema’s waarin een school een certificaat kan aanvragen: bewegen & sport, gehoor, hygiëne, mediawijsheid, milieu & natuur, relaties & seksualiteit, roken & alcohol, slaap, voeding en welbevinden. Het gezonde school-vignet behaalt een school wanneer alle 4 pijlers (educatie, beleid, signalering en fysieke omgeving) van het betreffende thema goed zijn ingericht en deze uiteindelijk goed verantwoord kunnen worden.
Het vignet is de beloning voor een planmatige en structurele aandacht voor gezondheid in de school. Dit vignet is geldig voor een periode van 3 jaar waarna de school zich binnen deze periode dient te hercertificeren, d.w.z. een themacertificaat opnieuw aanvragen. Als opbrengsten zijn te benoemen een bewust gevoerd beleid en educatie op een of meer thema’s, waarin ook de schoolomgeving en de ervaringen van leerlingen meegenomen worden. Kortom, bewustwording op een door de school bepaald thema in een periode van 3 jaar is een mooie opbrengst van het Gezonde School-vignet. 6.18 Ontwikkelingen energiebesparing 2023-2026 blz 49 Energiebesparing. Eind 2026 hebben we daarvan 100.000 MWh gerealiseerd. Kunnen we ook inzage krijgen in stavaza 2023, 2024, 2025…. Antwoord: De monitoringsgegevens over de daadwerkelijke energiebesparing voor deze jaren zijn nog niet beschikbaar.
25
Uitgaande van een energiebesparing van gemiddeld 12.500 MWh per jaar vanaf 2018 (zie het antwoord bij vraag 4.18), zouden we eind 2023 in totaal 60.000 MWh, eind 2024 in totaal 75.000 MWh en eind 2025 90.000 MWh hebben bespaard. De daadwerkelijk besparing hangt echter sterk af van externe factoren zoals de energieprijs en het weer en schommelt daardoor sterk. 6.19 Mono mest vergisting blz 50 mono mest vergisting…wat is de stavaza?. Antwoord: Begin dit jaar is er een aantrekkelijke subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE++) voor de productie van groen gas middels mono mestvergisting in het vooruitzicht gesteld. Mede daardoor zijn er een groot aantal aanvragen ingediend. Dat betreft onder andere een collectief van een veertiental veehouders rondom Nij Beets. Eind september, ca. anderhalve week voordat de aanvragen SDE ++ moesten worden ingediend, heeft het ministerie bekend gemaakt dat er een rekenfout is gemaakt. De definitieve SDE++ is naar aanleiding daarvan 20- 25% lager dan in eerste instantie is voorgesteld. Het initiatief rondom Nij Beets is om die reden niet meer haalbaar en on-hold gezet. Wij hebben minister Jetten schriftelijk laten weten dat deze kentering van het Rijk niet acceptabel is en hem gevraagd deze aanpassing terug te draaien.
In Wijnjewoude heeft dorpsenergiecoöperatie WEN plannen om tot een centrale monomestvergister te komen. WEN heeft het plan om op een centrale locatie mest van ongeveer 20 rundveeboeren te vergisten, waarbij ongeveer 1 miljoen kuub groen gas wordt geproduceerd. WEN geeft aan eind dit jaar of begin 2024 een vergunningsaanvraag in te dienen voor deze installatie. 6.20 Status Hûs en Hiem blz 56 … hoe zit het met de welstand Hûs en Hiem? (zie blz 85). Is daar nog wel een overeenkomst mee?. Antwoord: Voor nu is er nog steeds een samenwerking met Hûs en Hiem, zoals ook de afgelopen jaren het geval is geweest. Op dit moment wordt het welstandbeleid herzien mede vanwege de introductie van de Omgevingswet. Dit wordt gedaan in OWO-verband. Het welstandsbeleid wordt geactualiseerd en de wijze waarop welstandsadvisering vormgegeven wordt, zal in die actualisatie aan de orde komen. 6.21 Schade wegen veengebied blz 70: schade aan wegen … ‘Deze schades zijn voornamelijk aangetroffen op de wegen in het westen van de gemeente (veengronden) en zijn gerelateerd aan de lange droge periodes van de afgelopen jaren’. Dus als er geen lange droogteperioden zijn is er geen schade?! In eerdere berichtgeving werd er een koppeling gelegd met ondergrond en laag waterpeil. Is dit juist?. Antwoord: Verharding op veengrond is altijd onderhevig aan verzakking.
Dit is het gevolg van verschillende processen zoals klink, krimp en zetting. Hierdoor ontstaan eerder schades dan aan verharding op een andere ondergrond. De lange perioden van droogte – waardoor het grondwaterpeil zakt – versnellen dit proces waardoor er nog eerder schades ontstaan.
7 VVD 7.1 Evaluatie en monitoring van de plannen Algemeen: Wij lezen heel veel nieuwe plannen die worden opgesteld en ontwikkeld, maar hieraan gekoppeld zeer minimaal de evaluatie- en monitorings en aanpassingsstappen van deze plannen (de volledige PDCA). Zijn deze essentiële stappen meegenomen in de begrotingen? Antwoord: In de begroting staat over het algemeen niet hoe college en raad de monitoring en evaluatie van nieuwe plannen gaan vormgeven. Die vraag komt aan de orde bij het opstellen van de plannen. Op dat moment kunnen we als college en raad het beste bepalen hoe die monitoring en evaluatie er in dat concrete plan het beste uit kunnen zien. 26
7.2 Inzicht in procesverantwoordelijkheid Hoe maakt de gemeente voor de ambtenaren inzichtelijk en overzichtelijk wie voor welk proces verantwoordelijk is, wie eigenaar is, geïnformeerd moet, etc. Antwoord: Van alle processen is bekend welk team deze uitvoert. In elk team zijn er medewerkers die zich met het proces in kwestie bezighouden. De teammanager bespreekt regelmatig de voortgang van de processen met de verantwoordelijk bestuurder. 7.3 Meting waardering dienstverlening Blz. 9 “Wij meten hoe de samenleving de gemeentelijke dienstverlening waardeert.” Wat voor soort meting is dit, kunnen jullie daar iets meer over vertellen? (bv door wie uitgevoerd, hoe en onder hoeveel inwoners verspreid, doen we dat vaker als gemeente? Antwoord: Dit willen we wederom meten door een burgerpeiling uit te laten voeren. In 2022 hebben we een burgerpeiling uit laten voeren door Partoer Consultants en onderzoekers. De burgerpeiling is toen aan 12.457 inwoners verzonden. Hier zijn 1.736 reacties op gekomen 7.4 Stijging van de apparaatskosten Blz. 9 “De stijging van de apparaatskosten komt vooral doordat OWO-kosten en de loonsom zijn toegenomen.” Zijn dat de kosten per inwoner op basis van formatie of bezetting? En dit is een stijging van 735 -> 959 (!) in 4 jaar grofweg 25%. Antwoord: De berekening is o.b.v. formatie. Het klopt dat de kosten de afgelopen jaren met ongeveer 25% zijn toegenomen.
Dit komt enerzijds door de stijging van de kosten (loonsom en inflatie) en anderzijds doordat er steeds meer taken bij de gemeenten worden neergelegd die aanvullende inzet van personeel en bijbehorende materiele kosten met zich meebrengen. Hier staat tegenover dat ook de inkomsten uit de algemene uitkering en de diverse specifieke uitkeringen is toegenomen. 7.5 Inschatting externe inhuur Blz. 9 “De externe inhuur wordt bepaald op basis van de werkelijke inhuur kosten. De externe inhuurkosten worden niet afzonderlijk begroot en daarom is deze indicator nog niet bekend voor 2023 en 2024.”. Is het niet mogelijk om een stelpost op te nemen? Want voor 2022 is dit percentage wel erg hoog, dus inschatting voor 2023 en 2024 is welkom. Antwoord: Op dit moment is dit percentage volgend aan de realisatie van de doelstellingen. Dus de doelstellingen en de mate waarin die gerealiseerd moeten worden is leidend in de keuze of aanvullende inhuur noodzakelijk is. Het formuleren van een doelstelling op het percentage inhuur is daardoor per definitie conflicterend. (zie ook 8.4) 7.6 Beleid inhuur Aanvullend (op vorige vraag), wat is het beleid tav inhuur? Heeft de gemeente een max. percentage en welke werkvelden wel/niet? Antwoord: Aanvullend (op vorige vraag), wat is het beleid tav inhuur? Heeft de gemeente een max.
percentage en welke werkvelden wel/niet? Antwoord: Er wordt alleen ingehuurd als het noodzakelijk is voor de realisatie van de doelstellingen. Er zijn in principe geen maximale percentages of werkvelden uitgesloten hiervan. Wel is het zo dat er budgettaire grenzen zijn. Er kan dus niet ongelimiteerd worden ingehuurd op vacatures omdat extern personeel duurder is dan personeel in loondienst.
27
7.7 Mutaties reserve programma 0 Blz 10 Voor 2023 erg grote mutaties reserves (ook tov 2022), waarom?.
Antwoord: In 2023 is het resultaat van de jaarstukken 2022 toegevoegd aan de algemene reserve. Dat is een baat. Vervolgens zijn in de perspectiefbrief 2023 een aantal grote reserves gevormd (waaronder reserve projecten van 10 miljoen). Het vormen van reserves zijn een last voor programma 0. 7.8 Toewijzing overhead Blz 11. Overhead staat op programma 0, op -16.375, wordt dat niet toegewezen aan andere programma’s?. Antwoord: Alleen de directe personele kosten mogen worden doorbelast naar de andere programma’s en taakvelden. Dat is ook gedaan. Alle andere kosten die op dit taakveld thuishoren mogen niet worden doorbelast. Dit is conform de voorschriften in het BBV. 7.9 Inzet tegen georganiseerde criminaliteit Blz 15 Openbare orde en veiligheid: Is er ook inzet gericht op/tegen georganiseerde criminaliteit?. Antwoord: Bij georganiseerde criminaliteit is vaak sprake van ondermijning. We communiceren periodiek over het onderwerp ondermijning om onze inwoners en ondernemers te informeren overen te waarschuwen voor ondermijning. We voeren geregeld handhavingsacties uit waarbij we ook controleren op ondermijnende criminaliteit. Als gevolg van de Intentieverklaring Friese Norm (2022) wordt momenteel de laatste hand gelegd aan het Uitvoeringsprogramma Ondermijning 2023-2025.
Het uitvoeringsprogramma richt zich op het vergroten van het bewustzijn omtrent ondermijning, het verbeteren van de interne informatiepositie, het actualiseren van beleid, het onderwerp integriteit en communicatie. 7.10 Eenmalige budgetten in resultaat begroting Blz. 19: “In de perspectiefbrief 2023 is voor 2023 een eenmalig budget beschikbaar gesteld voor: het afwaarderen Leidyk in Wijnjewoude € 150.000, een proef met de toepassing van plastic roads € 50.000 en de realisatie voetgangersoversteekplaats (zebrapad) in Frieschepalen € 10.000. Deze eenmalige budgetten in 2023 geven lagere kosten in 2024. Dit is een voordeel van totaal € 210.000.“ Waarom worden eenmalige budgetten voor 2024 als een voordeel opgeboekt voor 2024? Incidentele baten en lasten mogen niet worden meegenomen in het resultaat van de begroting. Het resultaat kan dan geen “voordeel” zijn voor 2024. Dit is eigenlijk algemeen door de hele begroting heen. Antwoord: De term “voordeel” is verwarrend. In 2024 zijn er minder lasten en dat geeft vergeleken met 2023 een voordeel (want er zijn minder uitgaven). Incidentele inkomsten en uitgaven mogen wel degelijk worden meegenomen in het resultaat van de begroting. Dit omdat ze een resultaatseffect hebben. Ze mogen niet worden meegenomen in het structureel resultaat.
Vandaar ook dat onder het totaal resultaat er een opsplitsing staat in structureel en incidenteel resultaat. 7.11 Nieuwe laadpalen in welke dorpen? Pag 18 In welke dorpen komen de 20 nieuwe laadpalen.
28
Antwoord: We plaatsen laadpalen op dit moment aanvraag gestuurd. Zeven aanvragen voor een publieke laadpaal zijn in voorbereiding in: Gorredijk, Ureterp en Beetsterzwaag. 7.12 Functievermengingsindex (FMI) “De functievermengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.” a) In andere begroting werd ook vergeleken met Fryslan, waarom nu niet meer? b) Wat willen we met deze indicator? Is hier beleid voor, waar we willen we naar toe en moet je deze indicator dan niet uitsplitsen op kernen? c) In hoeverre kunnen we hier op sturen irl tot bevoegdheden provincie vs . gemeente? d) Dit zijn de cijfers volgens de opgegeven website, dat is anders dan in de begroting wordt opgegeven.
e) Waarom is de eenheid vestiging van bedrijven per aantal inwoners tussen 15 en 64 eigenlijk? (LISA doet tegenwoordig standaard 15-75) Antwoord: a) Vanaf de begroting 2022 wordt deze indicator alleen vergeleken met Nederland zoals voorgeschreven in wetten.nl - Regeling - Regeling beleidsindicatoren gemeenten BWBR0037783 (overheid.nl). Daarvoor werd ook met Fryslân vergeleken. De functiemengingsindex voor Fryslân is in 2020 50,0, in 2021 50,4 en in 2022 50,9. b) Deze indicator is voorgeschreven vanuit de regeling beleidsindicatoren. Er is geen specifiek beleid gebaseerd op deze indicator. c) In principe niet. De indicator is vooral informerend. d) De cijfers van 2020 en 2021 zijn overgenomen uit de begroting 2023. Deze zijn op waarstaatjegemeente.nl gewijzigd na de peildatum van de begroting 2023. e) Dit is de definitie conform de opgave voor de BBV op de Jive - Producten - Opsterland (waarstaatjegemeente.nl) op peil datum. 7.13 Weigering bedrijven o.b.v. criteria? Blz 20, Kan een nieuw bedrijf geweigerd worden als zij niet voldoet aan de criteria kwaliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit . Antwoord: Ja dat kan. In het bestemmingsplan is geregeld waaraan een bedrijf moet voldoen. Mocht het bedrijf daar niet aan voldoen dan kan het bedrijf geweigerd worden.
7.14 Resultaat talentontwikkeling Blz 24 “Ze ervaren meer zelfvertrouwen, voelen zich veilig in de klas en halen betere schoolresultaten.” Waar moet dat uit blijken? Antwoord: Dit zijn ervaringen op andere plekken waar met hetzelfde gedachtegoed gewerkt wordt. In 2024 wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van het talentgedreven werken in Opsterland. 7.15 Monitoring resultaat PeuterPlus voorziening Blz 25 “We monitoren ook of het zorgt voor minder doorverwijzingen naar specialistische jeugdzorg.” Hoe, met welke indicatoren?
29
Antwoord: Een aantal van de kinderen die de PeuterPlus bezoeken, zouden zonder deze voorziening terecht komen binnen de specialistische jeugdzorg. Door per aanmelding te bekijken of dit aan de orde is, krijgen we hier een beeld van en valt af te leiden om hoeveel kinderen het gaat. 7.16 Evaluatie Gelijke Kansen Alliantie Blz. 25 “Met de opbrengsten van die evaluatie gaan we deze werkwijze borgen en eventueel verder verspreiden.“ Gaat de evaluatie over het gehele programma Gelijke Kansen Allliantie of alleen de focus van de gemeente? En waarom? Waarom alleen deze werkwijze borgen? Antwoord: Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt via de Gelijke Kansen Alliantie subsidie beschikbaar. De manier waarop de subsidie lokaal besteed wordt, verschilt per gemeente. De evaluatie heeft alleen betrekking op het talentgedreven werken binnen de gemeente Opsterland. Een evaluatie van de gehele Gelijke Kansen Alliantie zou op landelijk niveau en door de alliantie zelf gedaan moeten worden. 7.17 Inzet startkwalificatie of baan Blz. 25 “We zetten erop in dat jongeren een baan vinden of een startkwalificatie in het onderwijs halen. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger).
Jongeren met een startkwalificatie hebben een betere positie op de arbeidsmarkt.” -Dit is een rare combinatie, zetten we nu in op startkwalificatie of een baan? Met een startkwalificatie heb je een betere positie dus waarom inzetten op een baan voor jongeren? -De beleidsindicator gaat ook alleen over verzuim en vroegtijdige schoolverlaters, niet over bijv jeugdwerkloosheid oid Antwoord: Hoewel een startkwalificatie de voorkeur heeft, is dit niet in alle situaties realistisch of haalbaar. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van complexe problematiek rondom de jongere of wanneer een jongere niet meer naar school wil, maar geld wil verdienen. Zo’n jongere kan erg moeilijk te motiveren zijn om alsnog een startkwalificatie te behalen. In dat geval gaat het vinden van een baan boven werkloos thuiszitten en het ontvangen van een uitkering. 7.18 Wie pakt thuiszitten aan Blz. 25“We ontwikkelen in 2024 een integrale aanpak om thuiszitten te voorkomen.” gemeente met?.
Wie zijn “we”;
Antwoord: Dit zijn de gemeente, de samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs en scholen. 7.19 Doelstelling laaggeletterdheid “Laaggeletterdheid neemt af (langetermijneffect) en is in 2025 gedaald tot op of onder het landelijk gemiddelde.” En als het landelijk gemiddelde dan hoger ligt, wat wordt dan de doelstelling? Antwoord: Laaggeletterdheid hangt met heel veel verschillende factoren samen, we zetten beleid uit waar wij binnen de gemeente invloed op hebben. Onze huidige doelstelling is een afname van het aantal mensen, dat over onvoldoende basisvaardigheden beschikt. Als er in 2025 aanleiding voor is, dan zal de doelstelling worden bijgesteld. 7.20 Ambitie jongeren kennismaken met sport Blz. 31 “Wij laten in 2024 minstens 10 jongeren die moeite hebben om maatschappelijk mee te komen kennismaken met diverse sportmogelijkheden.” Hoeveel zijn er in Opsterland in totaal? En waarom is er gekozen voor 10 jongeren? Dat klinkt namelijk niet erg ambitieus, maar misschien is hier een goede uitleg voor te geven? Antwoord: Er zijn in Opsterland ongeveer 1.700 jongeren. In de afgelopen jaren zijn er heel af en toe (in 2023 0 en in 2022 1, daarvoor wellicht een enkele vraag) signalen binnengekomen via huisartsen/praktijkondersteuners of buurtsportcoaches dat er een jongere graag zou willen sporten 30
maar niet weet waar en hoe dit aan te pakken. Door deze activiteit gericht onder jongeren, via Code Hans en bij huisartsen/praktijkondersteuners te promoten, willen we minstens 10 jongeren bereiken waarvoor dit initiatief bedoeld is. De ervaring gaat ons in 2024 leren hoeveel jongeren er daadwerkelijk mee gaan doen. 7.21 Aantal inwoners met laag inkomen Blz 31 “In 2024 laten we minstens 100 volwassenen met een laag inkomen en minstens 140 kinderen structureel sporten.” Hoeveel zijn er in Opsterland dan in totaal? De beleidsindicator biedt hierin niet echt houvast…. Antwoord: Het Volwassenenfonds Sport & Cultuur keert uit aan volwassenen die leven rond het bestaansminimum en waar niet genoeg geld is om deel te nemen aan sport of een culturele activiteit. We hebben geen cijfers beschikbaar van het aantal volwassenen met een laag inkomen, maar wel cijfers op huishoudensniveau. Opsterland heeft in totaal 12.616 huishoudens. Van de huishoudens had in 2021 10,7% een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. We hebben geen recentere cijfers, maar kunnen wel kijken naar de huishoudens die vorig jaar (en dit jaar) een energietoeslag hebben ontvangen. Dit waren er 1447 (11,5% van de huishoudens). Hiervoor gold de grens van 120% van de bijstandsnorm (vergelijkbaar met sociaal minimum). Er zijn in Opsterland ruim 5.000 kinderen in de leeftijd 5-20 jaar.
Het percentage kinderen in armoede is 7,5% (2021). 7.22 Zuid-Oost Fryslân Pas? Blz. 30 “Er komt een onderzoek naar een Opsterland-pas om de recreatie en toerisme te stimuleren. Er zijn in diverse gemeente veel verschillende passen in gebruik met eerder genoemd doel. Is het mogelijk om voor Zuid Oost Fryslân een gelijksoortige pas te maken. Antwoord: In het onderzoek wordt gekeken of en hoe deze pas ingevoerd zou kunnen worden. Daarbij wordt ook onderzocht of deze beter in een gemeentelijke of regionale (Zuidoost Friese) context past. 7.23 Afspraak gebruik en onderhoud buitensport accommodaties Blz. 31. Waarom maar met 75% van de sportverenigingen een afspraak te maken over gebruik en onderhoud. Antwoord: De verwachting is dat een standaard pakket aan afspraken niet met alle verenigingen snel te maken is. Door een verscheidenheid aan afspraken uit het verleden, wensen en ambities van de verenigingen en de huidige staat van het materiaal zal er bij sommige verenigingen maatwerk nodig zijn. Een ruime schatting is dat dit om ongeveer een kwart van de verenigingen gaat. Ook met deze verenigingen willen we afspraken maken. Dit zal alleen meer tijd vragen. 7.24 Kindpakket Klopt het dat het kindpakket als maatregel verdwenen is? Zoja, waarom?. Antwoord: Voor het kindpakket zijn er structurele middelen beschikbaar en dit valt dus onder ons reguliere ondersteuningsaanbod.