CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen begroting 2024 (1)

Raadsvergadering 6 november 2023, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Begroting 2024 (B)23.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Om deze reden is ervoor gekozen om dit niet meer op te nemen als afzonderlijke maatregel. 7.25 Bij welke 5 dorpshuizen wordt actieplan uitgevoerd? Blz 42 Is al duidelijk van welke 5 dorpshuizen de actieplannen worden uitgevoerd? Antwoord: Met MFC De Wier zijn we in gesprek over een totaalplan voor het verduurzamen, uitbreiden en verfraaien van de accommodatie. In Langezwaag zijn we in gesprek met de besturen van de sportvereniging, de sportzaal en het dorpshuis over het vormen van een stichting, die mogelijk het volledige eigenaarschap van de gebouwen op zich gaat nemen. Deze twee processen lopen door in 2024. In Wijnjewoude, Terwispel en Siegerswoude lopen in 2024 de 31

erfpachtovereenkomsten af. Met deze besturen starten we begin volgend jaar de gesprekken over de gewenste eigendomssituatie voor de toekomst. Daarnaast worden er in 2024 in overleg met de besturen voor meerdere dorpshuizen losse acties uitgevoerd. Dit kan gaan om verduurzamingsacties, of bijvoorbeeld het formaliseren van het eigendom van de accommodatie. Op 14 november 2023 organiseren we een bijeenkomst voor alle besturen en bepalen we welke acties we als eerste gaan doen op basis van wat dringend is en wat we graag willen. We zullen u hierna informeren over de planning en sturen u dan ook de koersplannen per dorpshuis toe. 7.26 Welke dorpshuizen zijn geen eigendom van de gemeente Blz 42 Welk dorpshuizen zijn niet in eigendom van de gemeente en worden dus MJOP’s voor opgesteld?. Antwoord: Dit zijn de Buorskip in Beetsterzwaag, Ús doarpshûs in Jonkersland, ’t Trefpunt in Luxwoude, de Trekkerstinte in Tijnje en ’t Trefpunt in Nij Beets. Voor de Trekkerstinte in Tijnje laten we geen MJOP opstellen, omdat daar een nieuw multifunctioneel centrum wordt gerealiseerd. Voor MFC Langezwaag hebben we wel een MJOP op laten stellen, omdat het dorp mogelijk het eigenaarschap van de accommodatie volledig op zich wil nemen. Nu is de gemeente nog deels eigenaar.

7.27 Hoeveel dorpstafels Hoeveel dorpstafels (per dorp) zijn jullie voornemens te organiseren en hoe wordt de opbrengst van (en eventuele afspraken) deze gesprekken teruggekoppeld aan inwoners uit de dorpen en de gehele gemeente?. Antwoord: We willen in 2024 in ieder dorp minstens één dorpstafel organiseren. Van deze dorpstafels worden verslagen gemaakt, die met de inwoners worden gedeeld via de Plaatselijke Belangen en de nieuwsbrief ‘Nijs út en foar de doarpen’. 7.28 Kaders rioleringsbeleid Blz 47 “De omgeving en het rioolstelsel in Opsterland zijn klimaatadaptief en waterrobuust Wanneer riolering aan vervanging toe is, vervangen we deze door een klimaatbestendig gescheiden stelsel. Als we nieuwe riolering aanleggen bij uitbreidingsplannen, is die klimaatadaptief en toekomstbestendig. Alleen als dat niet doelmatig kan, vervangen we het riool door een gemengd riool. We kijken ook naar maatregelen die we aan het riool kunnen koppelen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Voorbeelden zijn het aanleggen van wadi's of aanpassingen aan de weg voor tijdelijk opvang van wateroverlast op en naast de weg.” Welke kaders zijn hiervoor opgesteld? Kosten/baten/risico’s Antwoord: In de omgevingsvisie is vastgelegd dat we de openbare ruimte klimaatadaptief willen houden.

Dat betekent dat we er zoveel mogelijk voor zorgen dat klimaatverandering hier niet gaat leiden tot extra problemen. Er wordt nog gewerkt aan een klimaatprogramma waarin we maatregelen, kosten, baten en risico’s opnemen. We streven er naar om deze maatregelen vast te leggen in het volgende watertakenprogramma 2025-2030. 7.29 Kaders verlichtingsbeleid Blz 47: “Er is een gezonde balans tussen natuurlijke duisternis en een veilige leefomgeving Het verlichten van de openbare ruimte kent voor- en nadelen. Verlichting kan zorgen voor lichtvervuiling en het kost geld. Tegelijk kan verlichting helpen om de omgeving veilig en leefbaar te maken. We zorgen voor een goede balans tussen die twee.” Welke kaders zijn hiervoor opgesteld? Kosten/baten/risico’s.

32

Antwoord: De kaders voor de openbare verlichting zijn vastgesteld in het beleidsplan ‘Licht in de duisternis’ (2009) en zijn hier: https://cuatro.sim-cdn.nl/opsterland/uploads/dsresource46.pdf?cb=ZZB0HjTh te vinden. Ondanks de leeftijd zijn deze kaders nog altijd actueel. In de praktijk betekent dit dat we binnen de bebouwde kom alle straten gedoseerd verlichten voor het gevoel van veiligheid en comfort. Buiten de bebouwde geven we de voorkeur aan natuurlijke duisternis en verlichten we alleen situaties (zoals kruisingen en bochten) om de verkeersveiligheid te waarborgen. 7.30 Sûn-Opsterlân Blz 48 “Wij borgen de aanpak Sûn Opsterlân als aanjager van de gezonde leefstijl. Wij stimuleren alle basisscholen aan de slag te gaan om het Gezonde School-vignet te halen. Om dat daarna in hun beleid vast te leggen. In 2024 doet minstens 50% van de scholen mee. “ 1. Waar ligt de aanpak Sun Opsterlan nu in vast? 2. Wanneer volgt de evaluatie van Sun/JOGG? 3. Een school betaald voor een Gezonde School Vignet, waar komen die middelen vandaan? 4. In hoeverre mengt de “gezonde school” zich in de invloedsfeer van ouders, waar ligt wanneer de verantwoordelijkheid voor de school, de ouders en de overheid? Ligt hier beleid van de overheid/gemeente onder? 5. Hoe is de koppeling hiermee met andere programma’s van de gemeente?. Antwoord: 1.

De aanpak Sûn Opsterlân is opgenomen in de Preventieagenda Opsterland 2021-2030. 2. De eerste periode liep van 2018 tot 2021 en dit is op 11 mei 2021 met u gedeeld via een brief aan de gemeenteraad. De evaluatie van de tweede periode volgt in het tweede kwartaal van 2024. 3. Na het behalen van minimaal 1 themacertificaat mag een school zich gedurende 3 jaar gezonde school noemen. Een school betaalt € 150 voor het eerste themacertificaat. Tijdens de geldigheidsduur van 3 jaar van het eerste themacertificaat kan een school kosteloos meerdere andere themacertificaten aanvragen. Er zijn in totaal 10 thema’s. 4. De ouders vormen een belangrijke pijler binnen de Gezonde School. Er wordt bij de certificering van het vignet aan de school gevraagd hoe het gekozen thema meegenomen wordt in de communicatie naar ouders. De bedoeling is dat wat met kinderen rondom een thema gedeeld wordt, binnen de thuissituatie wordt versterkt. Vandaar het belang om ouders hierin nadrukkelijk mee te nemen, maar daar houdt de verantwoordelijkheid van de school ook op. 5. Zoals gesteld is Sûn Opsterlân onderdeel van de Preventieagenda Opsterland en daardoor gekoppeld aan diverse beleidsonderdelen. Daarnaast is er nadrukkelijk samenhang en samenwerking met de activiteiten van de buurtsportcoaches op basisscholen. 7.31 Beleid drinkwaterschaarste Blz 46.

Drinkwater wordt steeds schaarser en moeilijker te winnen. Bovendien is de natuur in Opsterland ernstig aan het verdrogen ( Lees NDA Van Oordts Mersken) en wordt er ook nog op straks op twee plaatsen in west Opsterland water opgepompt door Vitens. Wat gaat de gemeente Opsterland hier aan doen. Antwoord: Provincies hebben zorgplicht voor een duurzame drinkwaterwinning. De provincie is ook bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen bij het oppompen van grondwater voor drinkwaterproductie. Bij de beslissing over een dergelijke aanvraag, weegt de provincie het belang van een duurzame drinkwatervoorziening af tegen het belang van derden die hierdoor nadelig beïnvloed kunnen worden. Op basis van deze afweging is de vergunning voor de onttrekking van grondwater ten behoeve van de drinkwaterproductie verleend aan Vitens Door verschillende omstandigheden (o.a. toenemende vraag en verzilting) is het voor drinkwaterbedrijven een steeds grotere opgave om voldoende kwalitatief goed drinkwater beschikbaar te hebben. Ons drinkwater wordt gewonnen vanuit de diepere grondlagen. Verdroging speelt meer aan de oppervlakte maar is uiteindelijk ook van invloed op de winning van drinkwater. Voor deze integrale benadering zijn waterschappen en provincies leidend. 33

Ingegeven door het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) wordt in Fryslân gewerkt aan een FPLG. Hierin zullen naast uitgangspunten m.b.t. stikstof, broeikasgassen en natuurherstel ook afspraken over water gemaakt worden. Gemeente Opsterland participeert daarin.. 7.32 Aanpak isolatie: onder welk WOZ gemiddelde? Blz 49 We hebben van het Rijk (Nationaal Isolatie Programma) geld gekregen voor de aanpak van slecht geïsoleerde koopwoningen (labels D, E, F, G) onder de gemiddelde WOZ-waarde.  Welke WOZ gemiddelde? Landelijk? Antwoord: Het gaat om het gemeentelijk gemiddelde. Voor onze gemeente is dat € 325.000,-. Zie ook https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-19021.html/. 7.33 Beleidsindicator Hernieuwbare energie Blz 51 Beleidsindicator Hernieuwbare energie Is dit een cijfer van de gemeente of van de inwoners/bedrijven? Antwoord: De bron van deze indicator is https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording-bbv-. Het is een voorgeschreven indicator waarbij ook de bron is voorgeschreven. Dit is een landelijke databron en betreft Opsterland gemeente-breed. 7.34 Kostendekkendheid omgevingsvergunningen Blz 63 Het is ons toch nog niet helemaal duidelijk waarom de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen naar verwachting zo veel lager is in 2024.

Dat komt ook door termen als extracomptabel ;) We begrijpen dat de leges van het bouwtechnische deel komt te vervangen, doordat dit vanaf 2024 door kwaliteitsborgers (?) wordt uitgevoerd. Maar als we die toets als gemeente niet meer hoeven te doen, dan hebben we toch ook lagere kosten (minder inzet uren VTH/RO, etc). Klopt dit? Antwoord: De invoering van de Wetkwaliteitsborging (Wkb) vindt getrapt plaats. De eerste helft van 2024 gaat nieuwbouw gevolgklasse 1 naar de markt en na 1 juli ook de meeste van de overige bouwactiviteiten in gevolgklasse 1. Dit zal inderdaad tot minder inzet leiden echter de exacte uitwerking is nog niet bekend. Overigens in de kostendekkendheid zijn alleen die kosten meegenomen die ook daadwerkelijk aan de activiteit waarover leges verschuldigd is kunnen worden toegerekend. Dus kosten die nog worden gemaakt voor activiteiten waarvoor geen leges meer verschuldigd zijn maar waarvoor wel een meldingsplicht is maken geen onderdeel uit van de kostendekkendheidberekening. Tijdens de gezamelijke OWO-radenbijeenkomst op 9 oktober j.l. over de omgevingswet heeft u hierover een nadere toelichting gekregen. De invoering van de omgevingswet is qua complexiteit vergelijkbaar is met de invoering van de drie decentralisaties enkele jaren geleden in het sociaal domein.

Vooral net na de invoering van de omgevingswet per 1-1-2024 verwachten we extra werkzaamheden omdat we nog te maken hebben met wetgeving uit ’t verleden en tegelijkertijd nieuwe wetgeven en jurisprudentie. Op de langere termijn verwachten we net als u inderdaad dat de kostendekkendheid verbeterd. Echter op korte termijn verwachten we frictiekosten waardoor de kostendekkendheid in 2024 lager zal zijn. 7.35 Afweging behalen doelstellingen –externe inhuur Weerstandsvermogen en risicobeheersing: “Onzekerheid werving personeel: De arbeidsmarkt is overspannen. Dat maakt het moeilijk om als gemeente tijdig nieuwe medewerkers aan te trekken. Ook het vasthouden van medewerkers is een uitdaging. Het mogelijk risico is dat er niet voldoende eigen personeel beschikbaar is voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Om toch de doelen te realiseren is dan aanvullende inhuur noodzakelijk wat meer kosten met zich meebrengt dan eigen personeel.” Wat is de afweging die wordt gemaakt tav doelstellingen niet behalen of wel extern inhuren?

34

Antwoord: In principe is het aan de gemeentesecretaris om hierin samen met het managementteam een eigenstandige afweging te maken. Bij twijfel legt de gemeentesecretaris de casus in kwestie aan het college voor. Uitgangspunt hierbij is dat de dienstverlening aan onze inwoners op peil dient te blijven. Om dat te borgen is het belangrijk dat een aantal functies waarvoor maar één medewerker in dienst is altijd ingevuld worden, desnoods met inhuur, om te voorkomen dat werkprocessen stil komen te liggen. Denk hierbij aan een stedenbouwkundige en juristen die bezwaarschriften afhandelen. 7.36 Onderhoud kapitaalgoederen: toetsbaarheid Blz. 69 “Het gemeentelijke vastgoed dat nog in overeenstemming met de functie in gebruik is wordt in stand gehouden door preventief onderhoud binnen de daarvoor gestelde bestekskwaliteit” Is dat ook daadwerkelijk zo in de praktijk, hoe weten we dat? (beleid?). Antwoord: Voor vastgoed gebouwen is een meerjaren onderhouds programma (MJOP) beschikbaar, zodat gebouwen langdurig goed onderhouden blijven. Daarvoor wordt ieder jaar geld gereserveerd. Op het voorgestelde moment van onderhoud wordt dit uitgevoerd. De MJOP wordt jaarlijks beoordeeld en geactualiseerd. Soms wordt er onderdelen versoberd of combinaties gezocht met bijvoorbeeld verduurzaming of bij vervangende nieuwbouw.

7.37 Kasgeldlimiet kortlopende lening Blz, 74 “Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2024 is dit voor onze gemeente maximaal € 8,1 miljoen (2023 € 7,2 miljoen). Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen. Eind 2020 hebben we echter een langlopende lening afgesloten waardoor we verwachten in 2024 geen kortlopende lening te hoeven afsluiten.” Waarom doen we dat überhaupt op dit moment? Antwoord: De lening uit 2020 is toentertijd afgesloten vanwege het bereiken van de kasgeld limiet. Vanwege de toen gunstige leningsvoorwaarden (een negatieve rente) én de wetenschap dat er de nodige grote investeringen aan zitten te komen is een lening van € 20 mln. afgesloten. Door de omvang van deze lening is er voor de 2024 naar verwachting geen noodzaak om een aanvullende kortlopende lening aan te trekken. 7.38 Inhoud verbetering informatie beveiliging Blz 78 Informatiebeveiliging: Goed verhaal, zelfde als in 2022 en 2023, misschien jaartal even aanpassen (2024 i.p.v. 2022).

We hadden de BIO eigenlijk verwacht bij hoofdstuk 0 en de doelstelling en maatregelen bij informatieveiligheid, waarom staat het daar niet opgenomen? Meer inhoudelijk: welke activiteiten behelst de (jaarlijkse) verbeterslag, kan dit iets smarter?. Antwoord: Per abuis is de tekst uit de begroting 2023 blijven staan. In de bijgevoegde herziende begroting 2024 is de correcte tekst opgenomen. 7.39 Welke aanbevelingen rekenkamercommissie implementeren? Het verhaal over de Rekenkamercommissie en het onderzoeksprogramma staat er ook al een paar jaar in. Zelfde eigenlijk als meer passages die lijken te verwijzen naar een ingangsdatum maar die datum schuift elk jaar op. Welke aanbevelingen van de eerdere onderzoeken van de rekenkamercommissie gaat de gemeente in 2024 implementeren en is het mogelijk dit voortaan jaarlijks zo op te nemen? Antwoord: Het aanbieden van een onderzoeksprogramma is een verantwoordelijkheid van de Rekenkamercommissie (Rkc) zelf. In uw oriënterende raadsbijeenkomst van 20 februari 2023 heeft u een rapportage van de Rkc ontvangen over de doorwerking van haar aanbevelingen. Daaruit blijkt dat de meeste aanbevelingen ook zijn uitgevoerd. Bij elk nieuw onderzoeksrapport neemt u als een

35

raad een besluit over wat u met de aanbevelingen gaat doen. Als dat leidt tot nieuwe of aangepaste doelstellingen en maatregelen, nemen wij dat in de ontwerpbegroting op. Zo heeft u recent een besluit genomen over de aanbevelingen op het thema overheidsparticipatie. Dat hebben wij in de ontwerpbegroting verwerkt op pagina 8 (we hebben een visie op participatie en een participatieverordening). 7.40 Voortgang organsatieontwikkeling Wat is er gebeurt met de organisatieontwikkeling (en de trainingen over eigenaarschap), of eigenlijk waarom wordt het hier niet meer genoemd? Antwoord: Zoals in de inleiding op de begroting staat, nemen wij het reguliere werk niet in de doelstellingen en maatregelen op. De ontwikkeling van de organisatie is, na een aantal specifieke acties in de afgelopen jaren, nu een gewoon onderdeel geworden van de bedrijfsvoering. Als er toch nog specifieke doelstellingen of maatregelen nodig zijn, nemen we die op in de ontwerpbegroting. Zoals bijvoorbeeld bovenaan pagina 9 (We brengen de actuele positie van de ambtelijke organisatie in beeld). 7.41 Voorlichten externe partijen over rechten en plichten WOO Openbaarheidsparagraaf: Blz 79: In Hoeverre worden externe partijen (klanten) op de hoogte gebracht van rechten en plichten t.a.v. de Woo en informatie die zij aanleveren?.

Antwoord: In principe is de gemeente verantwoordelijk voor het correct publiceren van informatie. Ook als die informatie door derden is aangeleverd. Voor die informatie geldt dat er dus ook geen beperkende clausules op mogen zitten die in strijd zijn met de WOO. Dit aspect is onderdeel van de inkoopvoorwaarden waaraan elke leverancier moet voldoen bij het aangaan van een overeenkomst (opdracht) met de gemeente. 7.42 Personele bezetting voor projecten Projecten: Hoe ziet de gemeente dit voor zich qua personele capaciteit? Antwoord: Dat is afhankelijk onder wiens auspiciën een project wordt uitgevoerd nadat de middelen door de raad beschikbaar zijn gesteld. Een aantal van deze projecten worden door derden (in casus schoolbesturen) uitgevoerd en dan is er voor de gemeente vooral een monitorende rol. Deze kost minder capaciteit. Ook hier geldt dat wie waarop wordt ingezet en of er ook inhuur noodzakelijk is een afweging is van de gemeentesecretaris in samenspraak met de teammanager van het team waar het project onder valt.

8 D66 8.1 Overzicht personele ontwikkelingen Algemeen: Is een overzicht met personele ontwikkelingen (fte) per programma en per taakveld beschikbaar? Zou ik die kunnen ontvangen?. Antwoord: Als bijlage bij de beantwoording technische vragen is het overzicht verschillen toerekening directe personeelslasten toegevoegd. Dit overzicht laat zien wat de mutaties zijn ten opzichte van 2023. Verschillen worden verklaard doordat opnieuw gekeken is naar een realistische toerekening. Er wordt meer toegerekend aan taakveld 6.2 wijkteams, dit komt omdat in het verleden personeel is toegerekend aan maatwerkdienstverlening dat eigenlijk werkzaam is op het gebied van toegang en eerstelijnsondersteuning. 8.2 Overzicht voor en nadelen toerekening directe personeelslasten Is totaaloverzicht van voor- en nadelen als gevolg van toerekening van directe personeelslasten per programma en per taakveld beschikbaar? Zou ik die kunnen ontvangen? Antwoord: zie 8.1 36

8.3 Beoordeling gemeentelijke dienstverlening Pagina 9. “Onze dienstverlening krijgt minstens een 7” a) Wat is de huidige score b) Hoe gaat de kwaliteit van de dienstverlening gemeten worden c) Wat zouden we extra moeten doen om een 8 te scoren en wat kost dit? Antwoord: a) In 2022 is middels een burgerpeiling onderzoek gedaan naar de kwaliteit van onze dienstverlening. Deze is met een 6.9 beoordeeld en de digitale dienstverlening met een 7.1. b) Dit willen we wederom meten door een burgerpeiling uit te laten voeren. c) Dit is met dienstverlening erg lastig in te schatten. Met de uitkomsten van de nieuwe burgerpeiling kunnen we inschatten of de meningen overeen komen met de burgerpeiling van 2022. Mocht hier een duidelijke trend in te ontdekken zijn dan gaan we er uiteraard alles aan doen om (zoveel mogelijk binnen de huidige budgetten) onze dienstverlening te optimaliseren. 8.4 Beleidsindicatoren ontbreken percentage externe inhuur Pagina 9. Tabel beleidsindicatoren Waarom geen percentage (doelstelling) geformuleerd voor externe inhuur? Antwoord: Op dit moment is dit percentage volgend aan de realisatie van de doelstellingen. Dus de doelstellingen en de mate waarin die gerealiseerd moeten worden is leidend in de keuze of aanvullende inhuur noodzakelijk is. Het formuleren van een doelstelling op het percentage inhuur is daardoor per definitie conflicterend.

8.5 Ontwikkeling overhead U schrijft dat in absolute zin de omvang van de overhead niet is afgenomen – op pagina 11 en 12 ligt u een voordeel toe van ruim 2 miljoen op overhead wat lijkt op een afname. Kunt u dit uitleggen? Antwoord: De indicator overhead en de financiële analyse hanteren verschillende uitgangspunten. De indicator overhead is gebaseerd op het vergelijk van de primaire begroting 2024 versus primaire begroting 2023. De financiële analyse is gebaseerd op het vergelijken van de voorliggende (primaire) begroting 2024 versus de actuele begroting 2023 (inclusief alle mutaties t/m 1 september 2023). Het voordeel van ruim 2 miljoen op overhead (begroting 2024 versus actueel 2023) wordt in grotendeels veroorzaakt door de indexatie van de personeelslasten 2023: € 770.000 en 2024: €1.085.000 (Perspectiefbrief 2023). Dit verschil is ook terug te vinden in het saldo in het gevraagde overzicht personele lasten naar taakveld in bijlage 1 bij de vragen. 8.6 Meting veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid Pagina 15. Hoe gaat u de vergroting van het veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in de gemeente meten?. Antwoord: We proberen aan de hand van de politiecijfers af te leiden in hoeverre het veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid is vergroot. Zo zien we bijvoorbeeld een sterke daling in het aantal woninginbraken.

Een verklaring hiervoor is de vergroting van het veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid; inwoners die hun woningen voorzien van goed hang- en sluitwerk. Ander voorbeeld is het aantal meldingen van burenruzies. Ook hier zien we een daling en een stijging van het aantal aanmeldingen bij buurtbemiddeling; inwoners weten de weg naar buurtbemiddeling steeds beter te vinden. 8.7 Preventie criminaliteit gericht op ouderen Er wonen veel ouderen in deze gemeente, er zijn in 2023 diverse voorbeelden geweest van ouderen waarbij mensen over de vloer zijn geweest welke zich voordeden als bijvoorbeeld bankmedewerkers. Ook lopen ouderen veel risico om op het internet, via e-mail en whatsapp opgelicht te worden – is er

37

bewust voor gekomen om hier geen doelstelling voor op te nemen en geen activiteiten voor te ontplooien? Antwoord: Onder de doelstelling “Wij vergroten het veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid van inwoners, ondernemers en bezoekers” valt o.a. de maatregel “We maken inwoners en ondernemers weerbaarder tegen (woning)inbraken en online criminaliteit.”. We zien inderdaad een stijging van het aantal cybercrime meldingen waar bankpashelpdeskfraude onder valt. In het nieuwe integrale veiligheidsbeleid wordt cyberveiligheid geprioriteerd. Dit betekent dat we de komende jaren extra aandacht voor dit veiligheidsthema hebben en hiervoor verschillende activiteiten gaan uitvoeren. Denk hierbij aan communicatiecampagnes per doelgroep (jongeren, ouderen en ondernemers) om ze weerbaar te maken tegen online criminaliteit. 8.8 Hogere kosten taakveld Openbare orde en veiligheid Pagina 16. Stijging taakveld Openbare orde en veiligheid. Gaat er daadwerkelijk meer gedaan worden of is de stijging enkel als gevolg een andere toerekening systematiek? Antwoord: De kosten van dit programma zijn gestegen door een hogere bijdrage aan Veiligheidsregio Fryslân (VRF), onderdeel brandweer en rampenbestrijding. Dit om aan te sluiten met de vastgestelde begroting 2024 van de VRF. Dit geeft een nadeel van € 158.000. De toerekening van de directe personeelslasten geeft een nadeel van € 10.000.

8.9 Doelstelling kwaliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit Pagina 20: U schrijft over ruimte voor kwaliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit – alle sectoren dragen hier positief aan bij. Hoe staat het met de huidige ruimte voor kwaliteit, innovatie, duurzaamheid etc.? Waarom verbindt u hier geen doelstellende en meetbare score aan zoals bij uw dienstverlening op pagina 9? Antwoord: Bedrijven krijgen de ruimte op het gebied van kwaliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit, zo lang ze binnen de grenzen van hun vergunningen blijven. Voor elk bedrijf is er dus ruimte om te ondernemen op deze onderwerpen. Het is een vaststelling dat er ruimte is en geen doelstelling dat die ruimte er moet komen. 8.10 Ontwikkeling resultaat bedrijvenloket Pagina 22: taakveld 3.3. Bedrijvenloket een nadeel van EUR 88.000 – is dit enkel en alleen door wijziging in de personeelskosten? Wat gaan we meer doen en ten behoeve van welke doelstelling? Antwoord: Dat betreft alleen de herziening van de doorbelasting van personele kosten. De feitelijk inzet veranderd hier niet door. 8.11 Oorzaak resultaat programma onderwijs Pagina 27: Programma onderwijs – hier is sprake van een voordeel van EUR 441.000 ten opzichte van de begroting op directe personeelsasten. Is dit puur rekenkundig of wordt daadwerkelijk minder personeel ingezet.

Welke taken en activiteiten zullen in 2023 minder uitgevoerd worden? Antwoord: Het is puur het effect van de herziene toerekening van de directe personeelslasten (rekenkundig effect). Qua inzet zijn er geen wijzigingen opgetreden. 8.12 Meting en doelstelling faciliteiten toeristen en recreatie Pagina 29: “De faciliteiten voor toeristen en recreanten zijn in 2024 meetbaar verbeterd” – wat gaat u meten en hoeveel verbetering wilt u op welk vlak? Antwoord: Meetbaar wil zeggen dat het gaat om concrete verbeteringen die voor de gemeenteraad, inwoners en toeristen merkbaar zijn en waarover in de jaarrekening gerapporteerd kan worden. De concrete uitwerking hiervan krijgt vorm in de actualisatie van de nota Kansen Benutten 38

8.13 Ambitie jongeren kennismaken met sport Pagina 30: “Wij laten in 2024 minstens 10 jongeren die moeite hebben om maatschappelijk mee te komen kennismaken met diverse sportmogelijkheden” Waar is de doelstelling van 10 op gebaseerd, hoeveel waren dit in 2023?. Antwoord: In de afgelopen jaren zijn er heel af en toe (in 2023 0 en in 2022 1, daarvoor wellicht een enkele vraag) signalen binnengekomen via huisartsen/praktijkondersteuners of buurtsportcoaches dat er een jongere graag zou willen sporten maar niet weet waar en hoe dit aan te pakken. Door deze activiteit gericht onder jongeren, via Code Hans en bij huisartsen/praktijkondersteuners te promoten, willen we minstens 10 jongeren bereiken voor wie dit initiatief bedoeld is. De ervaring gaat ons in 2024 leren hoeveel jongeren er daadwerkelijk mee gaan doen. 8.14 Ambitie sport en lage inkomens Pagina 30: Doelstelling in 2024 laten we minstens 100 volwassen met een laag inkomen en minstens 140 kinderen sporten. a) Wordt hier bedoeld 140 kinderen van ouders die het niet kunnen betalen/ 140 kinderen via het kind pakket? b) Hoeveel volwassen met een laag inkomen en hoeveel kinderen (via het kind pakket) heeft u in 2023 laten sporten met behulp van uw getroffen maatregelen? Antwoord: a).Het gaat inderdaad om 140 kinderen van ouders die het niet kunnen betalen.

Sportmiddelen, zwemles, schoolreis, fietsen en contributie worden via het kindpakket (Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld) betaald. b) In 2023 hebben tot en met september 82 volwassenen gebruikgemaakt van het Volwassenenfonds en 118 kinderen via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. 8.15 Meer kosten. Meer activiteiten? Taakvelden programma 5: Totale toerekening directe personeelslasten EUR 318.000 nadeel ten opzichte van begroting 2023 – wat gaan wij meer doen (concreet) voor dit geld. Antwoord: Het is puur het effect van de herziene toerekening van de directe personeelslasten (rekenkundig effect). Qua inzet zijn er geen wijzigingen opgetreden. 8.16 Uitstroom bijstand vs benchmark Pagina 33 – hoeveel mensen zijn er in 2023 uit de bijstand gegaan, waarom willen we het niet even goed doen dan gemiddeld of dan 2024 (of doen we het al beter op basis van de benchmark Divosa Werk en Inkomen)? Antwoord: Er zijn in de periode januari 2023 tot en met augustus 2023 in totaal 73 mensen uitgestroomd. De huidige bijstandspopulatie heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor het lastiger is om hen richting werk te begeleiden, ondanks de krappe arbeidsmarkt. Vergeleken met de kleinere omliggende gemeenten doen we het als gemeente Opsterland qua uitstroom hetzelfde.

8.17 Werkervaringsplekken inburgeraars Pagina 36 – steunen participatie van inburgeraars – er zijn 16 werkervaringplekken bij Caparis – hoeveel werkervaringplekken zijn er binnen de gemeentelijke organisatie voor inburgeraars en hoeveel elders in de gemeente? Antwoord: Op basis van de nieuwe Wet inburgering 2021 hebben we als gemeente de taak gekregen om werkervaringsplaatsen/participatieplaatsen te realiseren voor onze statushouders, die deelnemen aan de zogenoemde Z-route (dit is 1 van de 3 inburgeringsroutes). Het gemeentelijk beleid is om de werkervaringsplekken voor deze doelgroep bij Caparis te realiseren. Omdat er nog

39

niet veel inburgeraars zijn, die onder de nieuw wet vallen (en nog minder specifiek in de Z-route), zijn dit vooralsnog de genoemde 16 werkervaringsplekken. In de eigen gemeentelijke organisatie en elders in de gemeente zijn geen werkervaringsplekken voor deze doelgroep gerealiseerd. 8.18 Doelstelingen (energie) armoede Pagina 36 – inwoners leven niet in armoede. Energie armoede wordt specifiek benoemd terwijl dit een wezenlijk deel van de inwoners betreft. Waarom zijn hier geen specifieke doelstellingen voor geformuleerd? Antwoord: Armoede is een breder maatschappelijk probleem dan alleen energiearmoede. Daarom vinden wij het als gemeente belangrijk om via onze doelstellingen en maatregelen met oplossingen te komen die dit probleem in de volle breedte aanpakken. Dit doen onder andere via ons nieuwe beleidsplan armoede en schulden, de inzet van de Voorzieningenwijzer en goede communicatie over onze gemeente inkomensvoorzieningen. Zo zorgen we ervoor dat alle inwoners die getroffen worden door armoede (waaronder energiearmoede) door ons goed worden geholpen. 8.19 Ontwikkeling toerekening personeelslasten bij 6.2 Pagina 44 – taakveld 6.2 een nadeel van toerekening directe personeelslasten van EUR 2.982.000 hoe kan dit? Antwoord: Een deel van de activiteiten voor het versterken van de toegang zijn afgerond. Daardoor is er minder budget nodig.

In 2024 is opnieuw gekeken naar de verdeling van het personeel over de taakvelden. In programma 6 is er meer personeel op taakveld 6.2 wijkteams geplaatst. Dit omdat medewerkers niet 1-op-1 zich bezighouden met een van de overige taakvelden in programma 6. . 8.20 Huidige stand percentage led verlichting Pagina 47 – In 2024 is 90% van de huidige installaties voorzien van LED-verlichting; hoeveel procent is dat nu ongeveer? Antwoord: Op dit moment is dat circa 82%. Zie ook het antwoord bij vraag 5.9 8.21 Doelstelling lokaal sport en beweeg akkoord Pagina 48 – waarom hebben we niet als doelstelling dat elk dorp zich committeert aan het Lokaal Sport- en beweegakkoord (of heeft elk dorp zich hier al aan gecommitteerd)? Antwoord: We willen dat in 2024 in elk deelnemend dorp een nieuw sport- en beweeginitiatief is opgestart, maar wij zijn afhankelijk van het enthousiasme van de verenigingen. Om voor het Lokaal Sportakkoord 2.0 een breed draagvlak onder verenigingen te creëren, zijn er gericht bestuurders van verenigingen benaderd, die vervolgens weer hen bekende bestuurders van andere verenigingen hebben benaderd om mee te gaan werken. Hierdoor hebben wij een enthousiast en gedreven team van bestuurders bij elkaar gekregen. Op deze wijze willen wij de samenwerking vorm geven. Iedere vereniging is welkom om mee te doen en om nieuwe sport- en beweeginitiatieven op te starten.

Op dit moment doet nog niet elk dorp mee, maar wij bevinden ons nog in de opstartfase. 8.22 Gezonde school vignet Pagina 48 – waarom maar een doelstelling van 50% voor het gezonde scholen vignet? Hoeveel doen er nu al mee? Antwoord: Er zijn 17 basisscholen in gemeente Opsterland. Momenteel hebben 2 basisscholen het gezonde school-vignet. Dit vignet behaalt een school wanneer alle 4 pijlers (educatie, beleid, signalering en fysieke omgeving) goed zijn ingericht en deze uiteindelijk goed verantwoord kunnen worden. Het vignet is de beloning voor een planmatige en structurele aandacht voor gezondheid in de school. De genoemde doelstelling van 50% is ambitieus.

40

8.23 Ontwikkeling energie besparing gemeente Pagina 49 – hoeveel MWh hebben we reeds bespaard t.o.v. referentiejaar 2018 en hoeveel moeten wij de komende 3 jaar realiseren om tot de doelstelling van 100.000 MWh te komen? Wat is ons doel voor 2024? Antwoord: In het referentiejaar was het totale jaarlijkse energieverbruik 600.000MWh. Dit verbruik bestond uit drie (ongeveer gelijke) delen: inwoners, bedrijven en mobiliteit. Op dit moment hebben wij niet inzichtelijk wat de totale besparing van het energieverbruik van 2018 tot nu is geweest. Wel kunnen we aan de hand van cijfers van het CBS iets zeggen over het aardgasverbruik van particuliere woningen van 2019 tot en met 2022. Zoals te zien in de tabel is dit afgenomen, maar is er nog geen duidelijke verandering te zien. De komende jaren zeten wij sterk in op de vermindering van aardgas bij particuliere woningen. Dit doen wij met name door middel van de Lokale Aanpak Isolatie. Vanuit dit programma ligt er een opgave om tot en met 2026, 717 woningen onder de gemiddelde gemeentelijke WOZ-waarde en met een slechte energetische staat, te isoleren. Met isoleren valt het meest te halen wat betreft energiebesparing. De komende tijd zullen we kijken of we het totale energieverbruik van de gemeente inzichtelijk kunnen maken, om zo uiteen te kunnen zetten waar we staan ten opzichte van het referentiejaar.

erdere informatie wat betreft ons doel in 2024, zie de antwoorden bij vraag 4.18 en 6.18 8.24 PAW niet als project opgenomen Pagina 93 Projecten: Waarom is de PAW (wederom) niet als gemeentelijk project opgenomen? Er is immers een samenwerkingsovereenkomst gesloten en de gemeente dient de besteding middels SISA-bijlage te verantwoorden tegenover het Rijk (wat het een gemeentelijk project maakt)? Antwoord: De PAW is niet als gemeentelijk project opgenomen, omdat het project niet door de gemeente maar door WEN wordt uitgevoerd. Wel monitoren wij de voortgang en rapporteren daarover naar het Rijk en uw raad. 8.25 Stijgende trend realisatie taakveld 0.1 Pagina 108: Bijlage overzicht geraamde baten en lasten per taakveld: Taakveld 0.1 saldo EUR 1.659.000; 2023 begroot -1.488.00 in 2022 was de werkelijke realisatie EUR -1.150.000 . Wat veroorzaakt deze sterk stijgende trend. Antwoord: De begroting 2023 na wijzigingen bedraagt 1.571.000. De begroting 2024 geeft een totaal van € 1.659.000. het verschil van € 88.000 is toegelicht bij taakveld 0.1 Dat de realisatie in 2022 veel lager is (€ 1.150.000) is grotendeels veroorzaakt doordat er in 2022 sprake was van een incidentele meevaller van € 364.000 vanwege vrijval uit de voorziening wethouderspensioenen (zie ook de toelichting bij de jaarrekening 2022).

8.26 Verwachte realisatie 1.1 Pagina 108: Bijlage overzicht geraamde baten en lasten per taakveld: Taakveld 1.1 saldo EUR 2.108.000; begroot 2023 -1.940.000 begroot 2022 EUR -1.886.000 werkelijk 2022 EUR-603.000. Wat is de verwachte realisatie van dit taakveld in 2023 en hoe verhoudt zich dit tot de begroting 2024 en het werkelijke resultaat 2022.. Antwoord: De verwachte realisatie op taakveld 1.1 is afhankelijk van de uitgaven op het gebied van de opvang van Oekrainers. We verwachten op basis van het aantal gerealiseerde opvangplekken in 2023 circa 4,1 miljoen te ontvangen van het ministerie. Momenteel wordt er een prognose gemaakt van de realisatie voor 2023, dit wordt in de “najaarsrapportage 2023” verwerkt.

41

Bijlage 1 FTE per

FTE per

Verdeling FTE's over de taakvelden conform Personele taakveld bedrag '24 taakveld begroting 2024 2024

0 Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rek 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkeringen 0.8 Overige baten en las

2 Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.3 Recreatieve havens 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer

verschil fte

verschil €

84.482

2023

4,45

413.467

4,00

328.985

0,45

11,11 2,20 51,85

1.032.275 204.411 4.817.593

13,33 0,00 52,44

1.096.044 4.312.614

-2,22 2,20 -0,59

69,61 1 Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid

bedrag '23

Totaal Totaal budget 23 budget 24

% van de begrotings mutatie Mutatie veroorzaakt door toerekening

1.570.922 1.658.823 87.901 -1.511.730 -83.750 1.427.980 -186.232 3.930.364 4.116.596 -63.769 947.586 883.817 -63.769 204.411 656.589 1.023.612 367.023 504.979 16.374.719 14.315.981 -2.058.738 -215.783 -232.989 -17.206 -2.446.396 -2.474.240 -27.844 -1.546.332 -1.594.268 -47.936 -94.227 -94.227 0 -59.893.780 -63.399.040 -3.505.260 40.289 40.289 0

96%

100% 56% -25%

69,76

0,50 2,03 2,53

46.457 188.616

0,44 0,89 1,33

36.549 73.107

0,06 1,14

9.908 115.509

1.940.264 178.527

2.108.388 300.473

168.124 121.946

6% 95%

12,76 0,00 0,00 0,00 0,00 12,76

1.185.583 -

6,87 0,00 0,00 0,00 0,00 6,87

564.746 -

5,89 -

620.837 -

3.626.039 0 0 0 12.973

3.796.078 0 0 0 7.996

170.039 0 0 0 -4.977

365%

0%

42

FTE per

FTE per

Verdeling FTE's over de taakvelden conform Personele taakveld bedrag '24 taakveld begroting 2024 2024

Economie 3 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 4 Onderwijs 4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5 Sport, cultuur en recreatie 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media 5.7 Openbaar groen en (openlucht-) recreatie

bedrag '23

verschil fte

verschil €

2023

Totaal Totaal budget 23 budget 24

% van de begrotings mutatie Mutatie veroorzaakt door toerekening

0,94 1,69 0,95 0,50 4,08

87.339 157.025 88.268 46.457

0,00 1,89 0,00 0,89 2,78

155.351 73.107

0,94 -0,20 0,95 -0,39

87.339 1.674 88.268 -26.650

98.682 155.351 33.000 -82.830

228.679 157.025 121.268 -173.393

129.997 1.674 88.268 -90.563

67% 100% 100% 29%

0,00 2,90 1,56 4,46

269.451 144.946

1,00 4,00 4,31 9,31

82.244 328.977 354.201

-1,00 -1,10 -2,75

-82.244 -59.526 -209.255

290.909 1.852.099 1.281.310

208.665 1.437.904 1.039.250

-82.244 -414.195 -242.060

100% 14% 86%

0,88 2,00 0,00 0,00 1,00 0,00 16,05 19,93

81.764 185.828 92.914 1.491.270

0,00 3,00 0,00 0,00 0,00 0,00 16,76 19,76

246.733 1.378.051

0,88 -1,00 1,00 -0,71

81.764 -60.905 92.914 113.219

193.414 1.445.741 355.197 95.633 85.409 618.854 4.024.149

303.678 953.226 355.188 97.399 54.409 710.933 4.268.313

110.264 -492.515 -9 1.766 -31.000 92.079 244.164

74% 12% 0% 0% -300% 0% 46%

43

FTE per

FTE per

Verdeling FTE's over de taakvelden conform Personele taakveld bedrag '24 taakveld begroting 2024 2024

6 Sociaal domein 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.71A Hulp bij het huishou 6.71B Begeleiding (WMO) 6.71C Dagbesteding (WMO) 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.72A Jeugdhulp begeleidin 6.72B Jeugdhulp behandelin 6.72C Jeugdhulp dagbestedi 6.72D Jeugdhulp zonder ver 6.73A Pleegzorg 6.73B Gezinsgericht 6.73C Jeugdhulp met verbli 6.74A Jeugdhulp behandelin 6.74B Jeugdhulp crisis/LTA 6.74C Gesloten plaatsing 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.81A Beschermd wonen (WMO 6.81B Maatschappelijke- en 6.82 Geëscaleerde zorg 186.82A Jeugdbescherming

bedrag '23

verschil fte

verschil €

2023

8,13 36,74 8,06 0,88 8,73 0,00 2,15

755.391 3.413.662 748.887 81.764 811.140 199.765

5,50 5,25 10,89 0,89 8,83 8,73 7,74

452.343 431.782 895.557 73.107 726.496 717.819 636.948

2,63 31,49 -2,83 -0,01 -0,10 -8,73 -5,59

303.048 2.981.880 -146.670 8.657 84.644 -717.819 -437.183

2,08

193.261

7,85

645.395

-5,77

-452.134

0,00

-

2,56

210.364

-2,56

-210.364

0,00

-

3,94

324.412

-3,94

-324.412

66,77

Totaal Totaal budget 23 budget 24

% van de begrotings mutatie Mutatie veroorzaakt door toerekening

2.142.264 1.586.494 2.888.481 3.291.551 1.188.395 1.687.819 636.948 2.828.690 1.675.000 1.150.000 645.395 400.000 160.000 400.000 4.240.000 349.707 350.000 850.000 150.000 0 1.000.000 217.525 -500.000 0 324.412 600.000

114.068 2.736.878 -850.170 8.657 24.643 -717.819 -437.183 0 0 0 -452.134 0 0 0 -65.000 -274 15.000 0 0 0 0 -210.364 125.000 0 -324.412 0

2.256.332 4.323.372 2.038.311 3.300.208 1.213.038 970.000 199.765 2.828.690 1.675.000 1.150.000 193.261 400.000 160.000 400.000 4.175.000 349.433 365.000 850.000 150.000 0 1.000.000 7.161 -375.000 0 0 600.000

266% 109% 17% 100% 343% 100% 100%

100%

0% 0% 0%

100% 0% 100%

62,18

44

FTE per

2024

0,50 7,10 0,65 5,64 0,90 14,79 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke orden. en stedelijke vernieuw. 8.1 Ruimtelijke Ordening 5,39 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijven terreinen) 1,28 8.3 Wonen en bouwen 6,39 13,06

verschil fte

verschil €

Totaal Totaal budget 23 budget 24

FTE per

Verdeling FTE's over de taakvelden conform Personele taakveld bedrag '24 taakveld begroting 2024

7 Volksgezondheid en milieu 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria

bedrag '23

% van de begrotings mutatie Mutatie veroorzaakt door toerekening

2023

46.457 659.690 60.394 524.035 83.623

1,00 6,11 0,80 4,78 2,00 14,69

82.244 502.602 65.795 392.946 164.488

-0,50 0,99 -0,15 0,86 -1,10

-35.787 157.088 -5.401 131.089 -80.865

1.523.240 1.496.647 -888.572 -1.098.179 -727.607 -711.932 1.269.992 1.068.649 138.272 47.430

-26.593 -209.607 15.675 -201.343 -90.842

135% -75% -34% -65% 89%

500.807 118.930 593.721

3,00 0,89 6,61 10,50

246.733 73.107 543.725

2,39 0,39 -0,22

254.074 45.823 49.996

0 343.709 -164.892 342.831

0 240.376 -180.254 436.191

106% -25% 11%

0 584.085 -345.146 779.022

Totaal verdeeld incl. overhead

207,99

19.325.191

197,18

16.216.573

10,81

3.108.618

Overhead

51,85

4.817.593

52,44

4.312.614

-0,59

504.979 16.374.719 14.315.981 -2.058.738

Totaal verdeeld excl. overhead

156,14

14.507.599

144,74

11.903.959

11,40

2.603.640

186.232 -3.930.365 -4.116.597

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=cb99da1a-740e-4183-80c8-6f159b18a856