CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B11 Bijlage 2 Advies_Elke+regio+telt_Rli_ROB_RVS

Raadsvergadering 29 september 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van het college (B-lijst)36.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

regio aan zich te binden, of leggen contact met wetenschappers uit de regio

voordelen voor de ouders, want Vlaamse scholen mogen leerlingenver-

die de resultaten van de initiatieven meten en daarover publiceren. Ook

voer verzorgen, terwijl Nederlandse scholen dit niet mogen.

wordt er nauw samengewerkt in netwerken van gemeenten, politie, onder-

Als gevolg van deze situatie zitten er nu circa 1.200 kinderen uit Zeeuws-

wijs-, woon-, zorg- en welzijnsinstellingen.

Vlaanderen in België op school. De schaduwzijde daarvan is dat er op de scholen in Zeeuws-Vlaanderen sprake is van leegloop. Door de lagere

In enkele van de regio’s die we bezochten merkten onze gesprekspartners

leerlingenaantallen staat de kwaliteit van het onderwijs van diverse

op dat de Regio Deals een katalysator zijn om de bestuurlijke samenwer-

scholen onder druk.

king in de regio van de grond te krijgen. Wel werd daarbij de kanttekening geplaatst, zoals we hiervoor ook al vermeldden, dat de Regio Deals van te korte duur zijn om blijvend effect te kunnen sorteren. Is de looptijd van

2.2.5 Positieve bijdrage van sociale binding en netwerken

de Regio Deal verstreken, dan “is de kans groot dat iedereen weer naar

In alle gesprekken die we voerden in de voorbeeldregio’s, zowel met de

zijn eigen lokale problemen gaat kijken.” Instrumenten als de Regio Deals

bewoners als met bestuurders en professionals, werd het belang benadrukt

zorgen tijdelijk voor een impuls, maar kunnen volgens betrokkenen niet het

van goede samenwerking in de regio. Uiteenlopende goede voorbeelden

verlies van permanente voorzieningen compenseren.

van samenwerking op verschillende niveaus kwamen ons ter ore: sociale samenwerkingsverbanden tussen bewoners, burgerinitiatieven gericht

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 2

PRINT

28

Waar overheden, regionale partijen en inwoners erin slagen om op een

Op plekken waar al langdurig wordt samengewerkt lukt het vaak goed

gelijkwaardige, sectoroverstijgende manier met elkaar samen te werken,

om ook samen te werken aan brede welvaart. De samenwerking tussen

pakt dit vaak verrassend goed uit. Op straat-, buurt-, dorps- en regioschaal

verschillende partijen, waaronder bedrijven maatschappelijke instellingen,

bruist het dan van de energie om elkaar te ondersteunen, de gemeenschap

overheden en (georganiseerde) inwoners, noemen we een ‘regionaal

te versterken of om gezamenlijk specifieke opgaven op te pakken. Ook op

ecosysteem’. Wij troffen verschillende voorbeelden aan van goed functio­

plekken waar voorzieningen (dreigen te) verdwijnen ontstaan regelmatig

nerende regionale ecosystemen, onder meer in de regio Twente; zie kader.

krachtige netwerken van inwoners, die in samenwerking met ondernemers en/of maatschappelijke organisaties tot oplossingen komen; zie kader.

Regionaal ecosysteem in Twente In de Economic Board Twente werken ondernemers, onderwijsinstel-

Samenwerking binnen programma ‘Kans voor de Veenkoloniën’

lingen en overheden al jaren intensief samen. Daarnaast werken Twentse

In het programma ‘Kans voor de Veenkoloniën’ werken elf gemeenten

gemeenteraden samen in de Twenteraad, een platform voor uitwisseling

met inwoners en organisaties uit de regio samen om de gezondheid van

van informatie en meningsvorming door gemeenteraadsleden. En op het

de 450.000 inwoners in het gebied te verbeteren. Het programma bestaat

terrein van gezondheid heeft de regio SamenTwente opgericht, een over-

uit projecten op acht thema’s: armoede, leefstijl, laaggeletterdheid, jeugd,

koepelende organisatie voor onder meer GGD Twente, Veilig Thuis Twente

participatie, eenzaamheid, werk en bekostiging.

en de Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente. SamenTwente legt

In twee dorpen hebben bewoners samen met de plaatselijke welzijns-

dwarsverbanden tussen de werkvelden van de partners om de dienstver-

organisatie geïnvesteerd in informele zorg: burenhulp. Een groot aantal

lening en het uitvoeren van zorgtaken te verbeteren. De samenwerking

bewoners bleek hulp te willen bieden aan hun buren, variërend van de

vindt dus op verschillende terreinen plaats en versterkt elkaar.

hond uitlaten tot het doen van kleine klusjes in en om het huis. De burenhulp en ook tal van andere activiteiten binnen het programma hebben als doel om bij te dragen aan de sociale samenhang en de onder-

Wij hebben gezien dat goed werkende regionale ecosystemen een krach-

linge betrokkenheid van bewoners, maar óók aan het verminderen van

tige impuls kunnen geven aan de ontwikkeling van de brede welvaart in

de zorgvraag in de eerstelijnszorg en het terugdringen van de eenzaam-

een regio. Daarbij is het van belang dat de bij zo’n ecosysteem betrokken

heid onder ouderen. De burenhulp speelt een verbindende rol tussen

partijen een gezamenlijk gedragen visie hebben die aansluit bij het karakter

bewoners onderling, tussen bewoners en zorgaanbieders en tussen zorg-

van de regio. En ook: dat er actieve betrokkenheid is vanuit lokale en

aanbieders en gemeente.

provinciale overheden, kennisinstituten, bedrijven én inwoners. Cruciaal

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 2

PRINT

29

zijn voorts een structureel commitment van bepalende partijen (burgemeesters van kerngemeenten, een ziekenhuis, een universiteit of hogeschool, toonaangevende ondernemers en werkgevers) én langjarige financiering voor een goede ondersteunende basis (een campusdirectie, regio- of programmabureau) die de inhoud van de opgaven en de netwerken met elkaar verbindt.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 2

PRINT

30

3 STEUN VOOR REGIO’S VANUIT RIJK EN EU Hoe gaat de rijksoverheid om met de in het vorige hoofdstuk beschreven achterstanden in ’perifere’ regio’s? Om ons een beeld te vormen van de mate waarin er beleidsmatig aandacht is voor de verschillende regio’s in Nederland, hebben we de geldstromen van het Rijk naar de regio’s in Nederland in kaart gebracht. Ook zijn we nagegaan hoe deze geldstromen zich verhouden tot de ondersteuning die de EU biedt aan regio’s binnen de EU-lidstaten.

3.1 Rijksinvesteringen in regio’s 3.1.1 Uitkeringen vanuit Gemeentefonds De belangrijkste geldstroom van het Rijk naar regio’s loopt via uitkeringen aan gemeenten, die in beginsel bestemd zijn voor de bekostiging van gemeentelijke basistaken. Het belangrijkste deel daarvan loopt via het Gemeentefonds; zie tabel 1.

PRINT

31

zie figuur 8. Bij de verdeling van de algemene uitkering wordt behalve

Tabel 1: Inkomstenbronnen van gemeenten 2021 Inkomstenbron

met de hogere kosten ook rekening gehouden met de mogelijkheden van

Omvang in miljarden euro’s

Omvang in procenten

Gemeentefonds • Algemene uitkering • Decentralisatie-uitkering

35,1 29,2 5,9

51,8% 43,1% 8,7%

(vooral onroerendzaakbelasting).14

Specifieke uitkeringen • Gebundelde uitkeringen • Overige specifieke uitkeringen

10,9 6,4 4,5

16,1% 9,5% 6,7%

Dat ‘perifere’ regio’s relatief veel geld uit het Gemeentefonds ontvangen,

Overige inkomsten • Onroerendzaakbelasting • Overige belastingen • Heffingen/rechten/leges • Overige inkomsten

21,9 4,7 1,7 5,1 10,4

32,1% 6,9% 2,7% 7,2% 15,4%

Totaal

67,9

100%

Bron: gebaseerd op, BZK (2021a), BZK (2022f), BZK (2022g) en CBS (2022)

gemeenten om zelf inkomsten te verwerven, door middel van belastingen

is niet verrassend. De verdeelsleutel die het Rijk hanteert voor het Gemeentefonds is namelijk ontworpen om tegemoet te komen aan kostenverschillen tussen gemeenten die het gevolg zijn van onder meer sociaaleconomische kenmerken. Gemeenten waar sprake is van meervoudige achterstanden op het gebied van arbeidsparticipatie, inkomen, ouderenzorg, jeugdhulp, doelgroepenvervoer, culturele voorzieningen enzovoort, hebben logischerwijs te maken met hogere kosten en ontvangen om die reden dus ook hogere bijdragen uit het Gemeentefonds. Het is daarmee de weerspiegeling van de achterstanden in die regio’s: omdat ze structureel achterlopen

Een deel van de inkomsten uit het Gemeentefonds en de specifieke uitke-

krijgen gemeenten meer geld om zorg en ondersteuning te bieden en de

ringen is bestemd voor beheer, onderhoud en exploitatie van plaatselijke

negatieve effecten van de achterstanden te compenseren. Ook is de waarde

publieke voorzieningen. Een ander deel van de inkomsten is bedoeld voor

van de onroerende zaken in die gebieden doorgaans lager, waardoor de

het bieden van zorg en ondersteuning aan inwoners, bedrijven en organisa-

algemene uitkering uit het Gemeentefonds hoger is.

ties. Gemiddeld over Nederland is de verhouding tussen de uitgaven voor instandhouding van voorzieningen en die voor zorg voor en ondersteuning van inwoners ongeveer 50/50. Regio’s die ver van de Randstad vandaan liggen, ontvangen relatief veel geld uit het Gemeentefonds, vooral vanwege de hoge kosten voor zorg en ondersteuning die zij hebben in het sociaal domein (Divosa, 2021);

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

14 In figuur 8 zijn de volgende uitkeringen meegenomen: uit de Algemene uitkering de clusters Jeugd, Maatschappelijke ondersteuning, Samenkracht en burgerparticipatie en Volksgezondheid; uit de decentralisatie-, integratie- en specifieke uitkeringen de Gebundelde uitkering (Participatiewet + IOAW + IOAZ + levensonderhoud beginnende zelfstandigen Bbz 2004), Voogdij/18+, Beschermd wonen, Participatie, Inburgering, Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven, Aanpak laaggeletterdheid, Aanpak lerarentekort G4, Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren, Armoedebestrijding kinderen, Brede aanpak dak- en thuisloosheid, Brede school sport en cultuur (combinatie functie), Gezond in de stad, Handhaving quarantaine (covid 19), Jeugd, Jeugd aan zet, Jeugdhulp aan kinderen in een AZC, Koplopergemeenten Cliëntondersteuning, Maatschappelijke begeleiding, Maatschappelijke opvang, Programmabureau Sociaal domein, Versterking arbeidsmarktregio’s, Voorschoolse voorziening peuters, Vrouwenopvang, Onderwijsachterstandenbeleid, Educatiebudget.

PRINT

32

Figuur 8: Uitkeringen die gemeenten in 2021 ontvingen ter ondersteuning

bezuinigingstaakstellingen) en de bezuinigingen op de gemeentelijke orga-

van inwoners, berekend in euro’s per hoofd van de bevolking

nisatie na de financiële crisis van 2008, ertoe hebben geleid dat de kosten voor zorg en ondersteuning een steeds groter deel van de gemeentelijke begrotingen zijn gaan vormen (BDO, 2021; Verhagen, 2019). De stapeling van zorgbehoefte wordt in de verdeling in het gemeentefonds vooral ondervangen door het honoreren van de centrumfunctie van steden. Landelijke gemeenten met een stapeling van zorgvragen lijken daardoor minder goed bediend te worden. Gemeenten zijn daardoor minder gaan investeren en zijn gaan interen op hun reserves. Investeringen in nieuwe opgaven op het gebied van woningbouw, klimaat en energie worden al jaren vooruitgeschoven. En hoewel gemeenten alles op alles zetten om ingrijpende bezuinigingen op het voorzieningenniveau te voorkomen en lastenverhoging voor de burger zo lang mogelijk uit te stellen, is er voor de instandhouding van lokale publieke voorzieningen steeds minder geld beschikbaar en neemt het aanbod van sportfaciliteiten, bibliotheken, buurthuizen enzovoort steeds verder af (CEBEON, 2021). Dit is een landelijk verschijnsel, maar in

Bron: COELO, 2022

regio’s waar ook op andere terreinen het voorzieningenniveau voortdurend verschraalt, heeft dit veel meer impact op de regionale brede welvaart. De staatssecretaris Cultuur en Media heeft recent een beleidswijziging aange-

Het geld dat gemeenten ontvangen via het Gemeentefonds en de speci-

kondigd om deze neerwaartse ontwikkeling voor wat betreft bibliotheek-

fieke uitkeringen is zoals gezegd (voor een deel) bedoeld voor het in stand

voorzieningen tegen te gaan door de bereikbaarheid voor iedereen centraal

houden van het lokale voorzieningenniveau, niet voor investeringen in

te stellen (zie kader).

de uitbreiding daarvan om daarmee de sociaal-economische structuur blijvend te versterken en de achterstanden structureel en systematisch in te lopen. Daarbij komt dat de decentralisaties van taken naar gemeenten, met name die in het sociaal domein in 2015 (die gepaard gingen met forse

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

33

Aandacht voor toegankelijke bibliotheekvoorzieningen

structuurkenmerken, zoals een grote uitgestrektheid, het ontbreken

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil dat iedere

van een centrumstad, grensligging en dergelijke. Het valt ons op dat de

inwoner binnen een redelijke afstand toegang heeft tot een volwaardige

­nationale verdeelsleutels weinig rekening houden met dergelijke bijzondere

openbare bibliotheekvoorziening. De gemeenten ontvangen hiervoor

kenmerken.

en specifieke uitkering. Dat geld gaat met voorrang naar (1) gemeenten zonder fysieke bibliotheek, (2) gemeenten met grote maatschappelijke

3.1.3 Investeringen in economische structuur, groei en bereikbaarheid

opgaven en (3) niet-stedelijke regio’s. Er geldt wel een gemeentelijke

Het beleid voor investeringen in ruimtelijk-economische en sociaal-

cofinanciering van indicatief 20%. Gemeenten kunnen zich met deze

economische structuurversterking richt zich al vele jaren op het creëren

specifieke uitkering voorbereiden op de bibliotheekzorgplicht die vanaf

van maximale welvaart voor Nederland als geheel. Het valt in dat licht op

2025 gaat gelden. Vanaf 2025 krijgen ze structureel € 53,7 miljoen in het

dat de investeringen voor economische structuurversterking zich in de

gemeentefonds voor een bibliotheekzorgplicht (OCW, 2022).

praktijk hoofdzakelijk concentreren op stedelijke regio’s, en dan vooral die in het westen van het land. Recent heeft de regio Eindhoven zich daarbij gevoegd.15 Dit lijkt samen te hangen met de enge interpretatie die in het

3.1.2 Andere uitkeringen naar de regio

rijksbeleid wordt gegeven aan de zinsnede ‘maximale welvaart’. Doordat

Naast de rechtstreekse geldstromen van de rijksoverheid naar gemeenten

welvaart wordt opgevat als nationale welvaart, ongeacht waar die welvaart

in de regio, ontvangen ook provincies geld dat ten goede komt aan regio’s.

vandaan komt of neerslaat, houdt het maximeren daarvan automatisch

Vanuit het reguliere rijksbeleid worden bovendien diverse voorzieningen

in dat er dáár moet worden geïnvesteerd waar een euro de meeste euro’s

en maatschappelijke organisaties met een regionale oriëntatie rechtstreeks

oplevert. Oftewel: in gebieden waar volop kansen liggen, vaak omdat ze zijn

bekostigd. Denk hierbij aan zorginstellingen, onderwijsinstellingen, politie

aangehaakt op de wereldeconomie. Voorbeelden van dit ‘macroperspec-

en dergelijke.

tief’16 op doelmatigheid uit de voorbije decennia zijn het Mainportbeleid en het Topsectorenbeleid.

De verdeling van veel van deze rijksbudgetten over Nederland is gebaseerd op algemene kenmerken en normen. Globaal komen deze tegemoet aan de verschillen in kosten die in de verschillende gebieden in het land gemaakt moeten worden voor de betreffende voorzieningen. Een aantal van de regio’s die we hebben onderzocht heeft echter te maken met uitzonderlijke

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

15 In bijlage 3 bespreken we enkele voorbeelden van dergelijke rijksinvesteringen. 16 Met de term ‘macroperspectief’ doelen wij op een benadering waarin het doel om de financieeleconomische nationale welvaart te maximaliseren centraal staat, en waarin alleen binnen dit ‘smalle’ (i.e. puur financieel-economische) kader wordt gekeken naar kosten en baten.

PRINT

34

Een gevolg van deze benadering is dat economisch al krachtige regio’s

advies heeft de Rli geconstateerd dat in de praktijk de resultaten van de

volop profiteren van de overheidsinvesteringen in ­structuurversterking,

IMA – en dan met name de vraag waar files of andere knelpunten op het

terwijl het voor economisch achterblijvende gebieden lastig is om

infrastructuurnetwerk worden verwacht – worden gebruikt als basis voor

aanspraak te maken op dergelijke geldstromen.

een politieke prioriteitenlijst voor investeringsbeslissingen (Rli, 2021b). Ondanks de breedte van de IMA lijkt het ijkpunt voor beslissingen daarbij

Ook bij andere investeringsbeslissingen hanteert het Rijk in veel gevallen

niet de brede welvaart, maar het faciliteren van mobiliteit, mede in het licht

criteria die zijn gebaseerd op een financieel georiënteerde maximale

van de actuele woningbouwopgave. Gevolg hiervan is dat de beschikbare

welvaartsbenadering, waarin het voortbouwen op bestaande kracht

budgetten vooral terechtkomen in economisch sterke en dichtbevolkte

centraal staat. Zo kijkt de overheid bij het beoordelen van aanvragen

gebieden, terwijl investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van de

voor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds als eerste naar het effect

sociaal-economische structuur van regio’s die al op achterstand staan

dat in­gediende projecten naar verwachting zullen hebben op het bruto

achterblijven. Het kabinet maakte op 14 november 2022 de verdeling

binnenlands product (bbp) (Rli, 2021a). Zo’n criterium pakt nadelig uit voor

bekend van het MIRT-infrastructuurbudget voor de komende tien jaar (IenW

regio’s die te maken hebben met meervoudige achterstanden. Omvangrijke

& VRO, 2022). Maar liefst 65% van de beschikbare € 7,5 miljard blijkt naar de

positieve bbp-effecten zijn immers sneller te verwachten in economische

Randstad te gaan. Als de regio Eindhoven daarbij wordt opgeteld, gaat het

concentratiegebieden dan elders.

om ongeveer 72%. Naar aanleiding van dit nieuws schreef sociaal geograaf F. Milikowski op 18 november 2022 een kritisch opiniestuk in NRC, getiteld

Een derde voorbeeld in dit verband zijn de infrastructuurinvesteringen

Vervoersarmoede is nu ook in Nederland een probleem. Daarin verwoordt

in het kader van het ‘Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en

zij treffend wat de gevolgen zijn wanneer de overheid een smal afwegings-

Transport’ (MIRT). De politiek heeft ervoor gekozen de investeringsbeslis-

kader hanteert bij het investeren in bereikbaarheid:

singen op dit terrein te baseren op de verwachte knelpunten in het landelijke infrastructuurnetwerk. De zogenaamde Integrale Mobiliteitsanalyse

“Wie bepaalt of een goede trein- en busverbinding het geld en de moeite

(IMA) verschaft inzichten die op zichzelf beleidsneutraal zijn. Naast mobiliteit

waard is? […] In de praktijk worden besluiten over grote infrastructurele

en de capaciteit en robuustheid van de netwerken geeft de IMA ook prog-

projecten genomen aan de hand van een Maatschappelijke Kosten-Baten

noses voor de bereikbaarheid van banen en voorzieningen en effecten van

Analyse […]. Daarin worden de kosten van de aanleg afgezet tegen de

mobiliteit op verkeersveiligheid en emissies. Tevens wordt de klimaatge-

inkomsten die de nieuwe infrastructuur zal genereren. […] De uitkomst

voeligheid van de netwerken in kaart gebracht (IenW, 2021). In een eerder

van de rekensom hangt af van de factoren die worden meegewogen.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

35

Nu wordt er vooral gekeken naar concreet aanwijsbare economische

bereikbaar zijn voor hun klanten en gemakkelijker goed geschoold perso-

groei en toename van werkgelegenheid. Factoren als gezondheid,

neel kunnen aantrekken. De verschillen tussen regio’s worden daardoor nog

gelijkheid en rechtvaardigheid, het gevoel je te kunnen ontwikkelen en

groter.

ontplooien […] en volwaardig deel uit te maken van de samenleving, spelen in die berekeningen geen rol. […]

3.1.4 Vestiging van (semi)publieke instellingen en diensten

Doordat goed openbaar vervoer niet meer wordt gezien als een funda-

Bij de vestiging van (semi)publieke instellingen en diensten is een soort­

menteel onderdeel van een vitale, eerlijke en toekomstbestendige samen-

gelijke ontwikkeling waarneembaar. Er is hier sprake van een gestaag voort-

leving maar enkel als een verhandelbaar product, is een rekensom van

gaande opschaling en concentratie, die ten koste gaat van de aanwezigheid

eenduidige kosten en baten het enige afwegingskader. Deze benadering

van publieke diensten in ‘perifere’ regio’s. Voorbeelden zijn de vorming van

leidt tot een zichzelf versterkend effect waarin de aandacht steeds meer

de Nationale Politie (en daarmee de opheffing van de 25 regiokorpsen), de

komt te liggen op de winstgevendste trajecten en de krachtigste nationale

versobering van openbaarvervoersdiensten, de vorming van grote scholen­

en regionale netwerken, terwijl kwetsbare dorpen, steden en regio’s met

koepels en de concentratie van gespecialiseerde ziekenhuiszorg (zie ook

weinig inwoners, voorzieningen en economische dynamiek steeds meer

§ 2.2.3 over de concentratie van kinderhartchirurgie).

verbindingen met de buitenwereld verliezen.” In het landelijk beleid zijn bovendien allerlei prikkels ingebouwd om marktDe achterliggende aanname bij de hiervoor beschreven investeringskeuzes

werking te bevorderen en de efficiëntie van de bedrijfsvoering te verhogen,

is dat het maximaliseren van economische welvaartsgroei voor Nederland

vaak in combinatie met het doorvoeren van decentralisaties en kortingen

als geheel uiteindelijk indirect ook zwakkere regio’s ten goede komt.

op het budget. De rijksoverheid maakt haar afwegingen over de kwaliteit

Deze aanname klopt echter niet, zo blijkt onder andere uit een studie van

en efficiëntie van (semi)publieke diensten generiek voor het hele land.

Oevering & Raspe (2020). De onderzoekers laten zien dat de grote econo-

Daarbij kijkt zij vooral naar de kosten en baten van de primaire functie van

mische regio’s in Nederland zich de afgelopen jaren steeds meer hebben

de betreffende publieke dienst. Er bestaat, met andere woorden, óók op

versterkt, terwijl de kleine(re) regio’s aandeel in de economie hebben

dit punt de neiging om vanuit een ‘macroperspectief’ naar doelmatigheid

verloren. Sterke regio’s trekken de regio’s met achterstanden niet mee

te kijken, zonder daarbij de maatschappelijke waarde van publieke dien-

omhoog, maar zuigen deze juist leeg. Dit proces wordt versterkt doordat in

sten, gegeven de lokale of regionale omstandigheden, mee te wegen in

de private sector vergelijkbare keuzes worden gemaakt. Bedrijven concen-

de besluitvorming. Hierdoor draagt het overheidsbeleid bij aan wat we in

treren hun vestigingen steeds vaker in stedelijke gebieden, waar ze goed

hoofdstuk 2 ‘stapeling van verschraling’ hebben genoemd.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

36

3.1.5 Bevordering van brede welvaart in de regio

de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers

Zoals we in de voorgaande twee subparagrafen hebben geschetst, pakken

in de verschillende regio’s te verbeteren. Elke regio kan zelf met plannen

veel onderdelen van het beleid ongunstig uit voor de ‘perifere’ regio’s

en ideeën komen, die verscheidene beleidsterreinen kunnen bestrijken.

in ons land. Daar staat tegenover dat de rijksoverheid de laatste jaren

Het derde kabinet-Rutte stelde in 2017 € 950 miljoen beschikbaar voor de

meer aandacht heeft gekregen voor het verbeteren van (onderdelen van)

Regio Deals in de periode 2018-2022. Het huidige kabinet heeft aanvullend

de brede welvaart vanuit een regionaal perspectief. Voorbeelden zijn het

€ 900 miljoen beschikbaar gesteld voor nieuwe Regio Deals in de periode

‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’, het programma ‘Mooi

2022-2025.

Nederland’, de aanpak van de NOVEX-gebieden17, de Regio Deals en het Regionaal Investeringsfonds mbo.18 Ook op het vlak van gezondheid heeft

Tabel 2 toont de landelijke spreiding en omvang van de Regio Deals die in

het Rijk de afgelopen periode een breed palet aan programma’s gelanceerd

de eerste vier tranches zijn afgesloten.

of financieel ondersteund. Het gaat om programma’s die veelal lokaal of regionaal worden uitgevoerd, zoals ‘Kansrijke Start’, ‘GezondIn’, ‘Vitaal

Vergeleken met de hiervoor besproken reguliere geldstromen vanuit het

ouder worden voor iedereen’, Eén tegen eenzaamheid’ en ‘Een rookvrij

Gemeentefonds gaat het om beperkte budgetten. In de volgende paragraaf

leven voor iedereen’. Vanuit deze programma’s zijn soms ook financiële

laten we zien dat de EU aanzienlijk meer geld uittrekt om de achterstand

middelen beschikbaar, in aanvulling op de middelen die gemeenten vanuit

van minder begunstigde regio’s in Nederland te verkleinen. Wij zien ook dat

het Gemeentefonds ontvangen voor de uitvoering van taken in het kader

in andere Europese landen de nationale overheid voor een actievere inzet

van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet.

richting regio’s kiest. Zo sloot Frankrijk in 2020 een akkoord met de Franse regio’s en maakte daarvoor € 44,6 miljard vrij. Italië bijvoorbeeld, maakte in

De Regio Deals die we in § 2.2 al even noemden, zijn samenwerkings­

de periode 2014-2020 een bedrag van ruim € 95 miljard vrij voor ondersteu-

projecten tussen de rijksoverheid en regionale partners. De projecten

ning van regionale ontwikkeling in het hele land, in het bijzonder de regio’s

richten zich expliciet op het vergroten van de regionale brede welvaart. Er

die achterlopen (OECD, 2020). Ook heeft Italië al decennialang een minister

wordt over een periode van vier jaar geïnvesteerd in regionale kansen om

voor regionale zaken.

17 NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. NOVEX-gebieden zijn gebieden waar diverse urgente nationale ruimtelijke opgaven spelen. Rijk en regio werken voor deze gebieden samen aan een ontwikkelperspectief en een bijbehorende uitvoerings- en investeringsagenda. 18 Het Regionaal Investeringsfonds mbo als doel om het mbo-onderwijs en regionale arbeidsmarkten beter op elkaar te laten aansluiten door samenwerking tussen onderwijsinstellingen, overheden en regionaal bedrijfsleven te stimuleren.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

37

Tabel 2: Omvang Regio Deals in voorbeeldregio’s

3.2.1 EU-beleid gericht op verkleining van regionale verschillen Het regionale beleid van de EU (ook wel cohesiebeleid of structuur-

Regio

Regio Deals in miljoenen euro’s tranche 1 t/m 3 (2018-2022)

Regio Deals in miljoenen euro’s tranche 4 (2023)

beleid genoemd) heeft expliciet tot doel het economisch welzijn van

De Veenkoloniën

15

alle regio’s binnen de EU-lidstaten te verbeteren.20 Op die manier wil

Kop van Noord-Holland

5

de EU “de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onder-

Twente

30

25

scheiden regio’s en de achterstand van de minst begunstigde regio’s […]

Zeeuws-Vlaanderen

7,5

30*

verkleinen.”21

Parkstad Limburg

40

25

* De €30 miljoen in tranche 4 betreft de Regio Deal North Sea Port District die een ruimer gebied omvat dan de voorbeeldregio Zeeuws-Vlaanderen. Het gaat om het internationale havengebied dat zich uitstrekt van Vlissingen en Borssele via Terneuzen naar Zelzate, Evergem en Gent.

In het achtste Cohesieverslag (Europese Commissie, 2022) schrijft de Europese Commissie dat de regionale ongelijkheden in de EU zijn afgenomen. Niettemin doen zich nog steeds ongelijkheden voor. De komende dertig jaar zullen volgens de Europese Commissie drie ontwikkelingen medebepalend zijn voor het verloop van de regionale ongelijkheid in de EU:

3.2 EU-investeringen in regio’s

de groene transitie, de digitale transitie en de demografische veranderingen

De EU voert gericht investeringsbeleid om regio’s binnen de EU-lidstaten

(zie kader).

te ondersteunen in de ontwikkeling van hun brede welvaart en om de verschillen tussen regio’s te verkleinen. Het gaat voor de Nederlandse regio’s waar sprake is van gestapelde achterstanden om substantiële investeringen, die een aanvulling vormen op de in de vorige paragraaf besproken programma’s die bijdragen aan specifieke aspecten van brede welvaart. De geldstromen in het kader van het regionale EU-beleid worden toegekend aan zowel decentrale overheden, private partijen als kennisinstituten, die het geld mogen besteden aan projecten gericht op regionale ontwikkeling.19

19 In bijlage 3 hebben we een overzicht opgenomen van diverse Europese programma’s en fondsen.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

20 Met ‘regio’s’ worden in deze context zogenaamde NUTS-regio’s bedoeld. NUTS staat voor Nomenclature des Unités Territoriales Statistiques. Dit is de regionale indeling van het Europese statistiekbureau Eurostat. Deze indeling is ingevoerd om binnen de gehele EU vergelijkbare regio’s te hebben. 21 Het cohesiebeleid omvat verschillende structuurfondsen waarmee projecten in alle EU-lidstaten financieel worden ondersteund: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds, en het Fonds voor een rechtvaardige transitie (FRT).

PRINT

38

Groene transitie, digitale transitie en demografische veranderingen

De groene en digitale transitie bieden volgens de Commissie niet alleen

• Met ‘groene transitie’ verwijst de Europese Commissie naar haar

kansen, maar brengen ook veranderingen met zich mee die tot nieuwe regio­

beleidsdoel om Europa uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te maken, de

nale ongelijkheden kunnen leiden. Ook demografische veranderingen zoals

economie met de inzet van schone technologie een impuls te geven,

vergrijzing en bevolkingskrimp vormen een potentieel risico: ze kunnen, als

duurzame industrie en vervoer tot stand te brengen en milieuveront-

ze worden genegeerd, zowel de cohesie als de groei in regio’s ondermijnen.

reiniging terug te dringen. In Nederlandse regio’s speelt in dit verband onder meer de vraag: welke middelen kunnen we inzetten om daad-

Zonder een duidelijke visie op hoe om te gaan met al deze veranderingen

werkelijk de overgang naar een schone circulaire economie te maken?

bestaat volgens de Europese Commissie het gevaar dat mensen het gevoel

• Met ‘digitale transitie’ verwijst de Europese Commissie naar haar

krijgen dat hun stem niet wordt gehoord en dat er geen rekening wordt

streven om bedrijven en overheden in alle lidstaten te laten beschikken

gehouden met de gevolgen van de transities voor hun directe omgeving.

over een nieuwe generatie technologieën en op die manier een digitale

Dat kan de ontevredenheid over instituties aanwakkeren. De Commissie

economie tot stand te brengen waaraan iedereen op gelijke voet kan

vindt het daarom essentieel om te bevorderen dat er meer banen komen

deelnemen. Op dit moment is de EU (en tot op zekere hoogte ook

in groene en digitale sectoren en eventuele tekorten aan vaardigheden

Nederland) nog ‘digitaal verdeeld’, waarbij met name ouderen en

te verhelpen, rekening houdend met de regionale context (Europese

mensen in minder ontwikkelde regio’s een achterstand hebben.

Commissie, 2022; 2021a).

• Met ‘demografische veranderingen’ verwijst de Europese Commissie naar trends in diverse Europese regio’s, die tot problemen kunnen

Aanvullend op het cohesiebeleid heeft de Europese Commissie in juni 2021

leiden. In de Nederlandse situatie gaat het dan vooral om bevol-

een langetermijnvisie gepresenteerd voor de plattelandsgebieden in de EU

kingskrimp en vergrijzing, die het gevolg zijn van het wegtrekken van

(Europese Commissie, 2021b). Om ook inwoners van plattelandsgebieden

jongeren naar stedelijke gebieden. Regio’s met een grote afname van

te laten meeprofiteren van de groene en de digitale transitie, is volgens

de bevolking kunnen worden getroffen door slechtere sociale voorzie-

de Commissie gebiedsgericht beleid nodig dat rekening houdt met de

ningen, zoals gezondheidszorg, vervoer, IT-verbindingen, onderwijs en

diversiteit van de EU-gebieden, hun specifieke behoeften en hun relatieve

werkgelegenheid.

sterke punten. De Commissie ontwikkelt op dit moment een plattelandspact en een EU-actieplan voor het platteland. Deze initiatieven zullen worden verbonden met het Europese landbouwbeleid en met het cohesiebeleid en de bijbehorende EU-fondsen. In het EU-actieplan wil de Commissie ook

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

39

concrete projecten opnemen die de langetermijnvisie voor plattelands­

Het Europese subsidiegeld dat de Nederlandse regio’s ontvangen, is

gebieden ondersteunen.

afkomstig uit verschillende EU-programma’s en -fondsen. Elk Europees programma richt zich op een bepaald type doelstellingen en een bepaald

3.2.2 Europese subsidies voor regionale projecten

type ontvangers. De nadruk van de Europese bijdragen in Nederland ligt

De afgelopen jaren zijn de bijdragen die Nederlandse regio’s vanuit de

op ‘economie en innovatie’ voor onderzoek en kennis, op ‘onderwijs en

EU hebben ontvangen, aanzienlijk geweest. Tabel 3 geeft het totaal aan

arbeidsmarkt’ en ‘mobiliteit en infrastructuur’. Provincies spelen een belang-

Europese subsidies weer dat in de programmaperiode 2014-2020 is

rijke rol in het aantrekken van Europese bijdragen aan regionale projecten

toe­gekend aan de vijf voorbeeldregio’s die wij voor dit advies onder de loep

en programma’s.

hebben genomen.22 Opvallend is dat deze bijdragen veel hoger zijn dan de bijdragen die de rijksoverheid aan de regio’s verstrekt in het kader van de Regio Deals. Terwijl de bijdragen die regio’s ontvangen in het kader van

3.3 Slotsom

de Regio Deals variëren van € 5 miljoen tot maximaal € 40 miljoen (BZK,

De investeringen van de rijksoverheid in de structurele ontwikkeling van

2022e), gaat het bij de EU-ondersteuning om een veelvoud daarvan.

de door ons onderzochte regio’s blijven achter bij de investeringen in al economisch krachtige gebieden. Bovendien blijven de nationale investeringen in de voorbeeldregio’s ver achter bij de Europese investeringen

Tabel 3: EU-subsidiebedragen per voorbeeldregio, periode 2014 - 2020

aldaar. De steun van het Rijk voor lokale overheden houdt wel rekening met achterstanden in brede welvaart die er zijn, maar richt zich onvoldoende op

Regio

Europese subsidie (€)

Kop van Noord-Holland

43.951.847

Parkstad Limburg

97.509.453

Twente

379.113.654

Veenkoloniën

89.883.958

Zeeuws-Vlaanderen

73.866.198

Totaal

684.325.110

het structureel tegengaan van dergelijke achterstanden. Andere Europese landen doen dat anders.

Bron: ERAC, 2022

22 In bijlage 3 is meer detailinformatie opgenomen over de Europese uitkeringen aan de voorbeeldregio’s.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 3

PRINT

40

4 CONCLUSIES We hebben in de voorgaande hoofdstukken vastgesteld dat in tal van regio’s in ons land sprake is van achterstanden, zowel in termen van een afbrokkelend voorzieningenniveau als in termen van een beperkte benutting van de sterke punten in de regio. Ook hebben we geconstateerd dat deze achterstanden deels voortvloeien uit het landelijk beleid en de rolinvulling van de rijksoverheid. Wij menen dat de verschillen tussen regio’s niet alleen problematisch zijn voor de regio’s die op achterstand staan, maar ook voor Nederland als geheel. Immers, wanneer brede welvaart structureel ongelijk is verdeeld tussen regio’s, kan dit consequenties hebben voor het vertrouwen van inwoners van minder bedeelde regio’s in de overheid en overheidsinstituties (OECD, 2018). Nederland als nationale eenheid trekt langzaam maar zeker scheef. Wij hebben in vijf regio’s veel mensen gesproken die zich nauwelijks meer herkennen in de rijksoverheid en die het gevoel hebben dat ‘hun’ overheid geen recht doet aan wat zij belangrijk vinden en in hun regio nodig hebben. Zij voelen zich niet gezien, laat staan begrepen. Dat zagen we eerder al in rapporten over ‘afgehaakt Nederland’ (De Voogd & Cuperus, 2022) en ‘regionaal maatschappelijk onbehagen’ (Van den Berg & Kok, 2021). In deze analyse voegen wij daaraan toe dat men daar ook feitelijk alle reden toe

PRINT

41

heeft. De ‘perifere’ regio is een gebied dat kampt met achterstanden op

4.1 Te weinig oog in rijksbeleid voor sociaal belang van

tal van terreinen en wordt onmiskenbaar door het sectoraal rijksbeleid op

voorzieningen in regio’s

verschillende terreinen nog verder achtergesteld. Deze gestapelde achter-

De mogelijkheden die mensen hebben om deel te nemen aan de samen-

standen zijn daarmee een gegeven dat mede het gevolg is van overheids­

leving en de brede welvaart die mensen ervaren zijn voor een groot deel

beleid dat sterke centra sterker maakt en daarmee regio’s verder verzwakt.

afhankelijk van de aanwezigheid van voorzieningen in de nabije omgeving. In je eigen woonomgeving naar school kunnen gaan, boodschappen kunnen

Dit alles is zorgelijk voor de regio’s die het betreft, voor de mensen die daar

doen, de huisarts of de bibliotheek kunnen bezoeken, kunnen trainen met je

wonen en de bedrijven die daar ondernemen. Maar ook voor Nederland

team op je sportclub, erop kunnen vertrouwen dat er iemand voor je zorgt

als geheel. Want op den duur kan een gebrek aan vertrouwen en betrok-

als je het zelf niet meer kunt – al dit soort dingen zijn van grote betekenis

kenheid van grote groepen burgers (a) de democratische gemeenschap die

voor de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van een regio. Of je als onder-

Nederland vormt, ondermijnen en (b) de realisatie van allerlei nationale

nemer je vacatures nog kunt vervullen met goed opgeleid personeel, hoe

doelstellingen ernstig bemoeilijken – zoals de noodzakelijke transities in het

lang je moet rijden om een zieke ouder of partner te bezoeken en hoe lang

energiesysteem, de landbouw en de economie. Nederland kan zijn natio-

je moet wachten op de bus en of je in de avond überhaupt nog thuis kan

nale problemen niet oplossen zonder de kracht en het potentieel van alle

komen, zijn dagelijkse zorgen die het leven in de regio bepalen. Ze bepalen

regio’s. Zo beschouwd is een investering in regio’s met achterstanden een

hoe mensen hun dag indelen en organiseren en op langere termijn werken

investering in heel Nederland. Een investering die bovendien broodnodig

ze door in de beslissing van ondernemers om al dan niet uit de regio

is: om de toekomst van nationale eenheid te verzekeren en om de kans op

te vertrekken, in verhuisbewegingen van jongeren, in de gezondheid

succesvolle transities rond nationale opgaven te vergroten.

van mensen, in de werkgelegenheid – en de sociale, mentale en fysieke gevolgen die daaruit voortkomen. Voorzieningen vormen een basis waarop

Op basis van onze bevindingen komen wij tot vijf conclusies, die we in dit

het leven zich voltrekt; als die basis steeds kleiner en zwakker wordt, dan

hoofdstuk bespreken.

werkt dat door in het leven van vandaag en morgen en de leefbaarheid van de regio. De waarde die publieke voorzieningen hebben voor het sociale leven in een gemeenschap is groter dan de primaire functie die ze vervullen. In niet-stedelijke gebieden zijn publieke voorzieningen ook de plek waar

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

PRINT

42

‘kleine ontmoetingen’ plaatsvinden en dat heeft invloed op de onderlinge

onvermijdelijk tot keuzes: welke vormen van acute zorg kunnen op welke

betrokkenheid en de veerkracht van gemeenschappen. Waar mensen elkaar

locaties worden aangeboden? Zodra wordt besloten tot concentratie van

meer ontmoeten, ontstaat gemakkelijker wederzijdse hulp en wordt er meer

bepaalde vormen van acute zorg, betekent dit voor minder dichtbevolkte

aan vrijwilligerswerk gedaan, bijvoorbeeld in verenigingen, bij de vrijwil-

regio’s vrijwel altijd dat de betreffende zorgvoorzieningen op grote(re)

lige brandweer of in de lokale politiek (Rli, 2020). Het belang van publieke

afstand komen te liggen.

voorzieningen heeft dus zowel een fysieke kant (gemakkelijke toegang tot

De vraag of voor burgers in perifere regio’s ‘goede zorg’ hetzelfde is als

school, winkel, sportclub enzovoort) als een sociale kant (betrokkenheid van

‘zorg van maximale medische kwaliteit’, wordt niet hardop gesteld. Maar

bewoners bij elkaar).

die vraag is wel relevant. Immers, zorg heeft een grote sociale component en wordt veelal verleend in een keten van zorgpartners, die vaak in de

In het beleid dat de rijksoverheid in diverse sectoren voert, speelt het zojuist

eigen regio zijn gevestigd. Door de concentratie van zorgvoorzieningen

beschreven gemeenschapsperspectief nauwelijks een rol. Het Rijk maakt

staat ook deze keten steeds meer onder druk. Er zijn vergelijkbare ontwik-

afwegingen over de kwaliteit en efficiëntie van (semi)publieke diensten

kelingen te zien in bijvoorbeeld de huisartsenzorg en verloskundige zorg.

vooral door vanuit een ‘macroperspectief’ naar doelmatigheid te kijken (zie § 2.2). De primaire functie van de betreffende (semi)publieke dienst staat daarbij centraal, zonder daarbij oog te hebben voor de specifieke, regio­

Het gebrek aan aandacht voor de specifieke belangen die in regio’s spelen

gebonden context; zie kader.

rond de beschikbaarheid van publieke voorzieningen, heeft ertoe geleid dat scholen, huisartsen, ziekenhuizen enzovoort steeds vaker vanuit afwegingen

Concentratie van zorgvoorzieningen

op basis van een macroperspectief op doelmatigheid moeten besluiten om

Al jaren is er politiek debat gaande over de vraag hoe de acute zorg

hun deuren te sluiten. Dit heeft negatieve consequenties voor de ándere

in Nederland toekomstbestendig kan worden georganiseerd (RVS,

functies die zo’n publieke dienst in de regio vervult. Omdat in sectoren als

2020a). De combinatie van een toenemende zorgvraag en schaarste op

onderwijs, cultuur, infrastructuur, mobiliteit en zorg vergelijkbare doelma-

de arbeidsmarkt leiden ertoe dat kwaliteit en toegankelijkheid van de

tigheidsafwegingen worden gemaakt en omdat óók gemeenten en andere

zorg onder druk komen te staan. Slimmer organiseren van de zorg is

overheden zulke afwegingen maken, versterken deze ontwikkelingen elkaar.

nodig. De kwaliteit van de acute zorg is daarbij voor de rijksoverheid hét

Dat leidt tot een patroon van voortgaande verschraling van voorzieningen,

ankerpunt: er mag in Nederland op dat punt geen ongelijkheid bestaan

zie figuur 9. De gevolgen die dit alles heeft voor het maatschappelijk leven

en op kwaliteit mag niet worden beknibbeld (VWS, 2022). Dit leidt

en de regionale brede welvaart, blijven in ‘Den Haag’ veelal onopgemerkt.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

PRINT

43

4.2 Kansen van ‘perifere’ gebieden belemmerd door

Figuur 9: Spiraal van verschraling

beleidsfocus op sterke regio’s In hoofdstuk 3 hebben we vastgesteld dat de rijksoverheid in ‘perifere’ gebieden relatief weinig investeert in de opbouw van krachtige regio’s. Grote investeringen in de ruimtelijk-economische en sociaal-economische

Kinderopvang sluit

Jonge gezinnen verhuizen

structuur concentreren zich al decennialang vooral in economisch krachtige

Burenhulp minder makkelijk Sluiting café als ontmoetingsplek

Minder veerkracht gemeenschap

Steeds minder leerlingen basisschool

Sportvereniging kan geen team bijeen brengen

regio’s die zijn aangesloten op de wereldeconomie, zoals de Randstad en de regio Eindhoven. De achterliggende aanname is dat deze sterke regio’s de omliggende gebieden en ‘de rest’ mee omhoog trekken. Onderzoek laat echter zien dat het tegenovergestelde gebeurt en dat sterke regio’s

Sluiting winkels

Onevenwichtige samenstelling bevolking

Winkels nabij bushalte krijgen minder klandizie

Gebrek aan geschoold personeel

Minder betrokkenheid bij politiek

de andere gebieden juist verder leeg trekken. De beleidsaandacht voor

Concentratie middelbare scholen

regio’s waar sprake is van achterstanden in brede welvaart beperkt zich

Weinig leden muziekvereniging

hoofd­zakelijk tot het bekostigen van de gevolgen van de bestaande achter-

Mantelzorg onder druk

Onvoldoende huizen voor starters en senioren

Studenten hbo/wo verhuizen uit regio

Student kan moeilijker stageplek vinden

standen. Wat ontbreekt zijn gerichte investeringen in structurele oplossingen en kansen voor regio’s buiten de economisch krachtige gebieden,

Dalend aanbod mboopleidingen

op basis van een samenhangende toekomstgerichte visie op regionale ontwikkeling van brede welvaart. Het rijksbeleid plakt beperkt pleisters, op

Mensen kunnen moeilijker naar streekziekenhuis

Bedrijf sluit vestiging Geen toestemming voor nieuwbouw woningen

Bushalte wordt opgeheven

Huisartsen en apotheek naar gezondheidscentrum

wonden die door dat beleid niet worden gedicht en onbedoeld soms juist telkens verder open worden getrokken. Als gevolg van deze focus op sterke regio’s wordt in ons land de verdeling van brede welvaart tussen regio’s steeds schever; figuur 10 illustreert dit. De onevenwichtige rijksinzet leidt tot sterkere stedelijke regio’s, maar

Bevolking vergrijst en krimpt

tegelijkertijd tot een gestage verzwakking van de regio’s met bredewelvaartsachterstanden. Door de afname van de economische dynamiek in die regio’s trekken jongeren er bovendien steeds meer weg. Kortom:

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

PRINT

44

de verschillen worden groter omdat dezelfde sectorale afwegingen en

Een bijkomend effect van de focus in het rijksbeleid is dat de voortdurende

patronen die de verschillen groter maken onverminderd aan de orde zijn.

groei en verdichting van hoogdynamische stedelijke regio’s gepaard gaat

Dat is zorgwekkend.

met toenemende nadelige gevolgen voor de leefbaarheid van deze regio’s – denk aan congestie, woningschaarste en milieuvervuiling. Hierop wijst ook Centraal Bureau voor de Statistiek in de Regionale Monitor Brede Welvaart

Figuur 10: Aandeel van regio’s in werkgelegenheid en bruto toegevoegde

2022 (CBS, 2022): de manier waarop de aanzienlijke economische welvaart

waarde, 1996-2017

waarvan op dit moment sprake is in de Randstad tot stand komt, zal er

< –0,2 procentpunt –0,2 tot –0,1 procentpunt –0,1 tot 0 procentpunt 0 tot 0,1 procentpunt 0,1 tot 0,2 procentpunt 0,2 tot 1 procentpunt > 1 procentpunt

Ontwikkeling aandeel in werkgelegenheid per regio 1996-2017

Ontwikkeling aandeel in bruto toegevoegde waarde per regio 1996-2017

volgens het CBS toe leiden dat de leefbaarheid en leefomgevingskwaliteit in dit gebied op den duur onder druk zal komen te staan. Zoals we in hoofdstuk 3 hebben beschreven (zie § 3.2.1) staat de nadruk die de rijksoverheid al decennialang legt op het maximaliseren van de (economische) welvaart van Nederland door te investeren in economisch krachtige regio’s, in scherp contrast met het EU-beleid voor regio’s in de lidstaten. De EU richt zich met haar beleid voor territoriale cohesie veel meer op de ontwikkeling van de regio’s en tracht daarbij complementair te zijn aan het nationale beleid. De EU zet met haar beleid nadrukkelijk in op ‘voldoende welvaart’ voor alle regio’s in plaats van ‘maximale welvaart’ voor Nederland als geheel. Voor regio’s biedt dat soms een uitkomst, omdat het een tegen-

Noot: De daling in toegevoegde waarde in Groningen is voor een belangrijk deel veroorzaakt door de sector Delfstoffenwinning (gaswinning)

wicht biedt tegen de eenzijdigheid van het rijksbeleid. Tegelijkertijd is het onvoldoende basis om een sterkere regio op te bouwen. Daarvoor is ook Data: CBS; LISA | ESB

een verandering van het rijksbeleid nodig.

Bron: Oevering & Raspe, 2020)

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

PRINT

45

4.3 Rijksondersteuningsprogramma’s voor regio’s te kort

doorgaans ten minste een generatie.24 Er is dus langjarige beleidsinzet

van duur en te kleinschalig

nodig met grootschalige investeringen die de brede welvaart in die regio’s

Dat er ook aandacht nodig is voor de brede welvaart in regio’s buiten

structureel versterkt.

de economische kerngebieden van Nederland, vindt de laatste jaren ­geleidelijk meer weerklank in beleid. Met bijvoorbeeld de eerder in dit

In haar beleid ter bevordering van brede welvaart in regio’s kiest de rijks-

advies besproken Regio Deals (zie § 3.1.4) en het programma ‘Regio’s aan

overheid op dit moment niet voor een langdurige investeringsinzet. De

de grens’ (BZK, 2022d) gebeurt dat expliciet. En ook in de aanpak voor

looptijd van de programma’s beslaat meestal maar enkele jaren. Daardoor

de NOVEX-gebieden,23 in het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en

kunnen de beleidsinterventies bij een kabinetswisseling zo maar weer

Veiligheid’ en het ‘Nationaal Programma Landelijk Gebied’ komen regio’s

verdwijnen. Regio’s hebben op die manier geen langjarige zekerheid en

die achterblijven in brede welvaart meer en meer in beeld. Wij signaleren

structurele resultaten blijven uit. Dit is niet alleen onwenselijk vanuit het

echter dat deze actuele aandacht van het Rijk voor de regio op een aantal

oogpunt van de beoogde resultaten en een doelmatige en effectieve beste-

punten tekortschiet.

ding van publiek geld, maar het brengt ook het risico met zich mee dat het elan van de samenwerkende regiopartijen na enkele jaren weer verdwijnt.

De regionale achterstanden in brede welvaart bestaan in veel gevallen al lange tijd. In diverse regio’s hangen ze samen met ingrijpende verande-

Ook van de vereiste grootschaligheid is geen sprake bij de investeringen

ringen uit het verleden die nog steeds doorwerken in de samenleving. Denk

in regio’s met achterstanden. De beschikbare budgetten zijn relatief

aan de teloorgang van de textielindustrie in Twente, het verdwijnen van de

beperkt, niet alleen ten opzichte van de reguliere geldstromen vanuit

turfwinning en strokartonindustrie in de Veenkoloniën en de mijnsluitingen

het Gemeentefonds (zie § 3.1.1) en de rijksinvesteringen in economisch

in Zuid-Limburg. Het doorbreken van dit soort lang bestaande problema-

krachtige gebieden, maar ook ten opzichte van de budgetten die de EU ter

tiek is een proces van lange adem, dat substantiële ingrepen vergt. Dat

beschikking stelt (zie § 3.2.2). Ondanks hun relatief grote omvang zijn de

geldt zowel voor het wegwerken van regionale achterstanden als voor

Europese subsidies niet afdoende om de aangetroffen achterstanden weg te

het benutten van regionale kansen. De beoogde veranderingen vergen

nemen en de regionale brede welvaart structureel te ontwikkelen. Dit komt vooral doordat de sectorgebonden geldstromen van het rijksbeleid veel

23 Dit zijn gebieden waar diverse urgente nationale ruimtelijke opgaven spelen, die Rijk en regio samen aanpakken. Zie ook § 3.1.4.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

24 Om de maatschappelijke oorzaken van gezondheidsachterstanden aan te pakken en ongezonde leefpatronen te doorbreken bijvoorbeeld, is volgens de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving beleid nodig met een looptijd van minimaal vijftien jaar (RVS, 2021a).

PRINT

46

groter zijn, terwijl die vanuit hun ‘macroperspectief’ op doelmatigheid de

criminaliteit. Dergelijke thema’s hebben vanuit nationaal perspectief slechts

beschreven patronen aanjagen.

beperkte betekenis, omdat het in grensregio’s vaak om relatief kleine inwoneraantallen gaat en de (macro)economische betekenis beperkt is. Gerichte investeringen om op deze thema’s verbetering te brengen in de

4.4 Onvoldoende aandacht voor specifieke opgaven in

­grens­regio’s, blijven zodoende al vele jaren achterwege. In de afwegingen

grensregio’s

die het Rijk hierbij maakt speelt ook mee dat de maatschappelijke opbreng-

Een groot aantal regio’s waar sprake is van bredewelvaartsachterstanden

sten van een investering in een grensregio maar ‘voor de helft’ ten goede

ligt aan de landsgrens. In enkele van de voorbeeldregio’s uit dit advies

komen aan Nederland. In de beoordelingssystematieken worden ze daar-

– Zeeuws-Vlaanderen, Parkstad Limburg en de Veenkoloniën – levert de

door niet volledig op waarde geschat.

­grensligging potentiële voordelen op. Hier biedt de nabijheid van voorzieningen, werk en activiteiten aan de andere kant van de grens extra kansen

Een treffend voorbeeld in dit verband vormt de overweging van het Rijk om

(BZK, 2021b).

vanuit het Mobiliteitsfonds geen geld uit te trekken voor een spoorverbinding tussen Gent en Terneuzen. De Commissie Nationaal Groeifonds (die

Het volledig benutten van de mogelijkheden ‘over de grens’ wordt in de

besloot dat er dan maar geld voor de spoorverbinding moest komen uit het

praktijk nogal eens belemmerd door verschillen in wetten, regels en besluit-

Nationaal Groeifonds), omschreef in april 2022 deze afweging als volgt:

vormingsprocessen. De knelpunten die hieruit voortkomen zijn in diverse publicaties gedetailleerd in beeld gebracht25 en krijgen al jarenlang beleids-

“[…] het is de commissie duidelijk geworden dat de kans op bekostiging

aandacht (BZK, 2022d).

uit het Mobiliteitsfonds klein lijkt omdat het Mobiliteitsfonds […] is gericht op het oplossen van de grootste knelpunten en niet op econo-

Tegelijkertijd echter, zo hebben we in de voorgaande hoofdstukken van

mische ontwikkeling en het creëren van kansen. ‘Rail Gent Terneuzen’

dit advies vastgesteld, is de aandacht voor grensregio’s nog beperkt als

komt niet als prioriteit boven in de Integrale Mobiliteitsanalyse. […] De

het gaat om onderwerpen die in de grensregio’s urgent en van groot

commissie concludeert hieruit dat het project niet uit het Mobiliteitsfonds

belang zijn, zoals grensoverschrijdende vervoersverbindingen, het op peil

bekostigd zal worden.” (Commissie Nationaal Groeifonds, 2022, p. 144)

houden van het onderwijsaanbod en het beheersen van ondermijnende 25 Zie bijvoorbeeld CPB (2015), Maastricht University (2019), Werkgroep grensbelemmeringen (2020) en Universiteit Utrecht, Universiteit Hasselt & LDR advocaten (2020).

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

Wij concluderen dat grensregio’s te lijden hebben onder het in hoofdstuk 3 gesignaleerde ‘macroperspectief’ op doelmatigheid in het rijksbeleid. Het

PRINT

47

ontbreekt aan gerichte investeringen in structurele oplossingen voor speci-

In een onlangs verschenen publicatie stelt de Raad voor het Openbaar

fieke knelpunten die bewoners van grensregio’s op achterstand plaatsen.

Bestuur dat de overheid gezag verdient als zij ‘bekwaam, betrouwbaar en betrokken’ is (ROB, 2022). Daarvan is in de regio’s al geruime tijd geen sprake meer. De bezoeken van ambtsdragers en ambtenaren van het Rijk

4.5 Gezag rijksoverheid in regio’s onder druk

zijn veelal incidenteel en volgens de mensen ter plaatse onvoldoende om

We hebben in de voorgaande hoofdstukken vastgesteld dat de contacten

goed op de hoogte te kunnen zijn wat er in de regio speelt. Het gezag van

tussen het Rijk en regionale partijen de afgelopen twee decennia fors

de overheid in de regio staat daardoor onder druk. De regio’s zijn op hun

zijn afgekalfd. Het decentraliseren van bevoegdheden naar gemeenten

beurt hun vanzelfsprekende aansluiting bij de landelijke netwerken deels

en provincies is gepaard gegaan met een terugtrekkende beweging van

kwijtgeraakt.

de rijksoverheid uit ‘perifere’ regio’s. Vestigingen van rijksdiensten (zoals Rijkswaterstaat en de Belastingdienst) werden gesloten, net als kazernes

De afstand tussen Rijk en regio’s is verder vergroot door de vormgeving

en rechtbanken. Rijksdiensten met een regionale oriëntatie (bijvoorbeeld

van veel landelijke programma’s en fondsen die op de regio’s zijn gericht.

de Inspectie volkshuisvesting en de Dienst Landelijk Gebied) werden zelfs

De toekenning van budgetten is namelijk vaak opgezet als een competitie

opgeheven. Tegelijkertijd kwam ook de gemeentelijke overheid door opscha-

(dit geldt bijvoorbeeld voor de Regio Deals, het Nationaal Groeifonds en

ling op een steeds grotere afstand van de burger te staan (Allers et al.,

het Volkshuisvestingsfonds). Dit bevordert de concurrentie tussen regio’s

2021).

en plaatst het Rijk in een beoordelende positie. Het Rijk staat dan boven de regio, waar Rijk en regio juist naast elkaar zouden moeten staan.

Wij hebben bij onze regiobezoeken ondervonden dat de overheid als gevolg van deze ontwikkelingen aan herkenbaarheid heeft ingeboet. Veel mensen

De conclusies die wij in dit hoofdstuk trekken brengen ons tot het pleidooi

die wonen en werken in deze regio’s hebben de indruk dat politici niet

voor een ander perspectief op het omgaan met regionale verschillen in

begrijpen wat er in de regio gaande is en dat landelijke maatschappelijke

brede welvaart. In de aanbevelingen in hoofdstuk 5 schetsen wij handvatten

discussies ver af staan van de regionale realiteit en de regionale waarden.

voor het aanpakken van die verschillen met als uitgangspunt dat onwense-

Dit leidt ertoe dat grote groepen mensen gefrustreerd raken, geen fiducie

lijke verschillen moeten worden tegengegaan voor heel Nederland.

meer hebben in de politiek en zich soms ook afwenden van de samenleving.

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4

PRINT

48

5 AANBEVELINGEN 5.1 Nieuw perspectief nodig: beleid waarin elke regio telt Diverse regio’s van Nederland hebben al gedurende lange tijd te maken met achterstanden. Dat komt voor een deel doordat bedrijvigheid zich concentreert in gebieden zoals de Randstad en de regio Eindhoven, waar zich een groot aanbod van werknemers, kennis en infrastructuur bevindt. In de regio’s buiten deze economische centrumgebieden is het rustiger en stiller. Dat vormt enerzijds de charme van deze gebieden, maar gaat anderzijds gepaard met achterstanden op tal van bredewelvaartsaspecten. De verschillen in brede welvaart worden in ons land de laatste jaren groter en het overheidsbeleid draagt daaraan bij. Buiten de economische centrumgebieden van Nederland verschralen en verdwijnen hoe langer hoe meer voorzieningen, onder andere op het gebied van bereikbaarheid, zorg, onderwijs en cultuur. Dit leidt tot sociaal-economische tekorten en ook tot gezondheidsachterstanden. Natuurlijk hebben wij ook gezien en gehoord dat veel mensen het leven in de regio’s buiten de economische centrumgebieden van Nederland waarderen en koesteren om allerlei redenen: ruimte, sociale verbondenheid, landschap of rust. Maar we zien teveel onwenselijke achterstanden in brede welvaart.

Onwenselijk, omdat ze de vitaliteit en leefbaarheid van gemeenschappen in de regio’s ondermijnen en voor Nederland als geheel tot nadelige effecten leiden.

PRINT

49

Wij hebben in hoofdstuk 4 vastgesteld dat er in het huidige rijksbeleid

waarin de kansen van regio’s op waarde worden geschat en waarin de

sprake is van een focus op economische centrumgebieden en dat de over-

mensen die er wonen en werken volwaardig meetellen.

heid geneigd is om vanuit een ‘macroperspectief’ op doelmatigheid te kijken naar investeringen en (semi)publieke voorzieningen, zonder daarbij oog te hebben voor de specifieke, regiogebonden context. Onderwerpen

5.2 Onze aanbevelingen in beeld

die urgent en van groot belang zijn in de regio’s buiten de economische

We doen in dit advies een aantal concrete aanbevelingen voor de manier

centrumgebieden, zoals openbaarvervoerverbindingen, het op peil houden

waarop de rijksoverheid in samenspraak met partijen in de regio kan komen

van het onderwijsaanbod en het aanbod van zorg, hebben vanuit een natio-

tot structurele versterking en vergroting van de regionale brede welvaart.

naal macroperspectief op doelmatigheid slechts beperkte betekenis, omdat

Dat zijn belangrijke aanbevelingen, waarvan wij hopen dat deze omarmd

deze regio’s dunner bevolkt zijn en hun bijdrage aan de nationale economi-

en doorgevoerd worden. Tegelijkertijd zijn deze aanbevelingen slechts een

sche groei beperkter is.

deel van dieper liggende noodzakelijke omslag in het beleid: het perspectief van de regio zou in elke afweging vanuit het Rijk aanwezig moeten zijn.

Al met al richt het huidige rijksbeleid zich niet op het waarborgen van een

Simpelweg door steeds de vraag te stellen of een afweging evenwichtig

basis van brede welvaart overal in het land. De beperkte aandacht voor

uitpakt voor alle regio’s; hoe werkt een beslissing op rijksniveau in op wat

regio’s buiten de economische centrumgebieden is extra problematisch als

elders overwogen en besloten wordt? Adviezen, structuren en programma’s

wordt meegewogen dat Nederland voor een aantal grote, nationale maat-

zijn wat dat betreft concretiseringen – maar géén vervangers – van iets

schappelijke opgaven staat, zoals de klimaatadaptatie en de noodzakelijke

veel fundamentelers: simpelweg de erkenning en het besef dat de regio

transities in het energiesysteem, de landbouw en de economie. De aanpak

er is, er toe doet en dat gevolgen van generieke keuzes daar uitmonden in

van deze opgaven heeft alleen kans van slagen als het hele land eraan kan

­specifieke consequenties. Die erkenning en dat besef moeten vaste onder-

bijdragen en kan meeprofiteren van het resultaat. Dat vraagt om veerkrach-

delen worden in de afweging van opties, maar ook al in de manier waarop

tige, vitale regio’s en een goede relatie tussen Rijk en regio’s. Daarnaast

vraagstukken, opgaven en oplossingen worden geformuleerd.

loopt de groei van de economisch sterke regio’s tegen grenzen van leefbaarheid aan waardoor daar nieuwe knelpunten dreigen te ontstaan op het

Verandering van perspectief en gedragsverandering van besluitvormers

gebied van onder andere wonen, leefomgevingskwaliteit en gezondheid.

lijken gemakkelijk. Tegelijkertijd is het ook ingewikkeld, want het gaat om

Wij menen daarom dat er een nieuw perspectief nodig is in het rijksbeleid,

automatismen en gewoonten, die diep verankerd zitten in de alledaagse patronen, routines en systemen. Desondanks zijn die veranderingen

ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 5

PRINT

50

noodzakelijk. Dat hoeft niet in één keer goed, maar het moet wel nu meteen

Wij doen in dit advies drie hoofdaanbevelingen, die wij elk uitwerken in

beginnen. In dagelijkse afwegingen, in het gesprek over beleid en in de

twee deelaanbevelingen. Figuur 11 hieronder geeft een samenvattend

manier waarop ‘Den Haag’ naar het land, en in het bijzonder de regio, kijkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=5a90507e-974b-443e-b7e5-7fbaa515e1f5