B03 Bijlage 3 Jaarverslag 2024 Stichting Comprix
Tekst van het document
Het pretendeert niet om het ICT-beleid dicht te timmeren, maar geeft voldoende houvast bij het formuleren van dit beleid op iedere school binnen onze stichting. Ieder jaar beraden we (bestuur, directeuren en ICT-werkgroep) ons op dit document en scherpen we het waar nodig aan. Hiermee wordt recht gedaan aan de dynamiek van zowel de onderwijsontwikkeling als ook de ontwikkelingen op ICT-gebied. In 2025 wordt een nieuw meerjaren ICT-beleidsplan opgesteld.
De visie over de inzet van ICT in het onderwijs sluit aan op de onderwijskundige visie van de school. 6.8 Informatiebeveiliging en privacy In 2024 heeft Comprix verdere stappen gezet in het versterken van de informatiebeveiliging en het waarborgen van de privacy binnen de organisatie. Een belangrijke stap in 2024 was de aanstelling van een externe Functionaris Gegevensbescherming (FG). De FG vervult een onafhankelijke rol in het toezicht op de naleving van de privacywetgeving binnen Comprix. Periodiek vindt overleg plaats tussen de FG en de privacy-officers. Twee keer per jaar vindt er ook gezamenlijk overleg plaats met het college van bestuur. In 2024 hebben we ons met name gericht op het in kaart brengen van de huidige situatie en het creëren van een solide basis voor verdere professionalisering. Om het bewustzijn onder medewerkers te vergroten, worden er periodiek nieuwsbrieven verstuurd met informatie en tips over veilig werken met persoonsgegevens. Tevens is IBP onderwerp van gesprek tijdens het directieoverleg en met de raad van toezicht en de GMR. Met deze structurele aandacht voor IBP werken we aan een veilige en privacy bewuste onderwijsorganisatie.
Bij de inzet van ICT gaat het om 4 pijlers en daarbij de samenhang en samenwerking hiervan: • Visie • Vaardigheden • Software • Hardware Dit komt voort uit het vier-in-balansmodel van Kennisnet. Investeren in ICT moet vooral onderwijs-gedreven zijn in plaats van techniekgedreven. Scholen denken na over waarom ze met ICT willen werken op school en werken dat uit in beleidsdocumenten. Hierbij zetten wij in op werken met ICT vanuit een visie.
31
7
7.2 Aanpak De analyse brengt niet alleen risico’s in beeld, maar ook de getroffen beheersmaatregelen en het resterende restrisico. Voor elk restrisico is de kans en impact (laag, midden, hoog) beoordeeld, is een financiële buffer bepaald en is een toelichting opgenomen op de totstandkoming van die buffer. Hoewel het bepalen van een exacte buffer per risico complex is, maakt Comprix op basis van de huidige inzichten een zo goed mogelijke inschatting. Daarbij is waar mogelijk gebruikgemaakt van objectieve data. Tegelijkertijd realiseren we ons dat risico’s zich zelden allemaal tegelijk voordoen en dat er ook altijd sprake kan zijn van onverwachte ontwikkelingen. Op basis van voortschrijdend inzicht, externe ontwikkelingen en nieuwe risico’s wordt de risicoanalyse jaarlijks geactualiseerd.
Risicomanagement
Risicomanagement binnen Comprix draait om het vinden van een verantwoorde balans tussen het nemen van risico’s en het beheersen ervan. Daarbij hanteren we een breed perspectief: risico’s worden gezien als mogelijke gebeurtenissen die het behalen van onze doelstellingen kunnen beïnvloeden. Door risico’s systematisch te identificeren, te analyseren en te voorzien van beheersmaatregelen, werken we continu aan het beperken van ongewenste effecten en het versterken van onze weerbaarheid als organisatie. Het risicomanagementproces binnen Comprix is cyclisch en volgt een gestructureerde aanpak, vergelijkbaar met de PDCA-cyclus: inventariseren, analyseren, maatregelen treffen en bewaken. Daarbij is er niet alleen aandacht voor de 'harde' kant (processen, procedures en stuurinformatie), maar ook voor de ‘zachte’ kant: het creëren van risicobewustzijn, het bevorderen van open communicatie en het bouwen aan onderling vertrouwen.
7.3 Samenvatting risicoanalyse 2024 In de risicoanalyse 2024 zijn 22 specifieke risico’s in kaart gebracht, verdeeld over vier categorieën: strategische, operationele, financiële en wet- en regelgeving gerelateerde risico’s. Voor elk risico is de kans en impact beoordeeld, zijn bestaande beheersmaatregelen benoemd en is een financiële buffer bepaald.
7.1 Risicoanalyse 2024 De jaarlijkse risicoanalyse biedt inzicht in relevante bedrijfsrisico’s en ondersteunt bij het maken van onderbouwde keuzes. Door het in kaart brengen van de kans en impact van risico’s, het beschrijven van interne beheersmaatregelen en het toekennen van financiële buffers, wordt bepaald wat het minimaal benodigde eigen vermogen is.
Belangrijkste opgenomen risico’s uit de risicoanalyse: De top vijf risico’s naar hoogte van buffer zijn: Risico
Buffer
Kans
1
Formatiedruk bij leerlingenkrimp
€ 680.000
Middel
Hoog
2
Digitale veiligheid
€ 200.000
Middel
Hoog
3
Stijgende materiële uitgaven
€ 200.000
Middel
Middel
4
Moeilijk vervangbaar personeel
€ 150.000
Hoog
Laag
5
Hogere energiekoste n dan begroot
€ 150.000
Middel
Hoog
Comprix streeft ernaar een organisatie van voldoende schaalgrootte te zijn, zodat tijdig en adequaat kan worden ingespeeld op risico’s zoals leerlingenkrimp of wijzigingen in het rijksbeleid. In de risicoanalyse 2024 zijn risico’s opgenomen op het gebied van strategie, bedrijfsvoering, financiën en wet- en regelgeving. Binnen de risicoanalyse is de volgende verdeling gemaakt: • Strategische risico’s – zoals leerlingenkrimp of imagoschade; • Operationele risico’s – zoals personeelsverloop, verzuim of systeemuitval; • Financiële risico’s – waaronder stijgende kosten of onvoldoende compensatie; • Verslaggevingsrisico’s en wet- en regelgeving – zoals onduidelijke subsidieregelingen of privacywetgeving.
Impact
Beheersmaatregel Actuele leerlingenprognose en strategische personeelsplanning met inzicht in scenario’s Back-up, firewall en tweestapsauthenticatie. Opvolgen acties uit de pentest. Begroten op actuele prijzen en prijsafspraken. Alternatieven onderzoeken en buffer voor extra uitgaven vervanging begroten. In begroting de actuele prijzen meenemen en rekening houden met meerprijs a.g.v. weersomstandigheden
32
De optelsom van alle risico’s leidt tot een totale benodigde buffer van € 3.210.000 (2023: € 2.912.000). Deze buffer vormt de basis voor de bepaling van het minimaal benodigde eigen vermogen van Comprix. Ten opzichte van de totale opbrengsten van circa € 39 miljoen komt dit neer op 8%. Hieronder is inzichtelijk gemaakt welk deel van € 3.210.000 aan welke risicocategorie is gekoppeld: Risicocategorie
Totaal buffer (geschat)
% van totaal
Strategisch
€ 1.020.000
32%
Operationeel
€ 1.075.000
33%
Financieel
€ 870.000
27%
Wet- en regelgeving
€ 245.000
8%
€ 3.210.000
100%
Totaal
33
8
Financieel beleid en analyse
Het financieel beleid van Stichting Comprix heeft als doel het borgen van een blijvend evenwichtige verdeling tussen inkomsten en uitgaven. Uitgangspunt hierbij is dat het financieel beleid eenvoudig, inzichtelijk en transparant moet zijn. Een ander belangrijk uitgangspunt is de solidariteitsgedachte. Het waarborgen van de kwaliteit van het primair proces in relatie tot een financieel gezonde huishouding staat voorop. We hebben 2024 afgesloten met een positief resultaat van € 378.000. Dit resultaat geeft ons ruimte om in 2025 extra in te zetten op onderwijsontwikkeling en duurzame huisvesting. Het aantal leerlingen op 1 februari 2024 is 4.166. De bekostiging in 2024 is gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari 2023. Het aantal leerlingen op de teldatum 2023 was 4.137. 8.1 Ontwikkeling van de balans Per 31 december 2024 is de samenstelling van de balans op hoofdlijnen als volgt: Balans (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2024
Realisatie 2023
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa
3.568 113 3.681
3.813 116 3.929
Vorderingen Liquide middelen Totaal Vlottende activa
1.140 14.769 15.909
1.122 12.779 13.901
Totaal Activa
19.590
17.829
Eigen vermogen
6.848
6.470
Voorzieningen Langlopende schulden
6.075 113
5.607 116
Kortlopende schulden Totaal vreemd vermogen
6.554 12.741
5.636 11.359
Totaal passiva
19.590
17.829
� De materiële vaste activa zijn afgenomen
door het niet vervangen van afgeschreven activa. De niet vervangen activa is deels gekocht met subsidiegeld en bij de aanschaf was bekend dat dit niet vervangen wordt na volledige afschrijving. Daarnaast zien we een verschuiving voor lesmethoden. Was vroeger sprake van investeringen in leerboeken die werden afgeschreven. Nu is sprake van jaarlijks af te nemen methode-licenties, met leer-werkboeken die maar één jaar gebruikt kunnen worden.
� De stijging van de voorzieningen wordt
veroorzaakt door de vorming van de voorziening duurzame inzetbaarheid. Dit is een voorziening voormedewerkers die hun uren duurzame inzetbaarheid sparen om op een later moment op te nemen.
� De stijging van de kortlopende schulden
wordt veroorzaakt door de stijging van de ‘nog te besteden subsidies’. Dit betreft grotendeels de nog te besteden gelden voor de ontvangen subsidie verbetering basisvaardigheden vanuit OCW, waarvoor in 2024 voor veertien scholen subsidie is ontvangen. Normatief eigen vermogen In onderstaand overzicht is het normatief eigen vermogen opgenomen. Normatief eigen vermogen
2024
2023
Aanschafwaarde gebouwen
€
317.874
€
317.874
Boekwaarde overige materiële vaste activa
€
3.465.545
€
3.691.066
Rekenfactor x totale baten
€
1.989.339
€
1.979.980
Normatief eigen vermogen
€
5.772.757
€
5.988.919
Aanwezig publiek eigen vermogen
€
6.014.609
€
5.730.425
Afwijking normatief minus aanwezig publiek eigen vermogen
€
-241.852
€
258.494
Het saldo van het normatief eigen vermogen is in 2024 gedaald ten opzichte van 2023, voornamelijk door een lagere boekwaarde van de overige materiële vaste activa. Het aanwezige publieke eigen vermogen ligt iets boven het normatief vereiste vermogen. Dit geeft ons de ruimte en zekerheid om de komende jaren de uitdagingen die op ons af komen het hoofd te kunnen bieden. De uitdagingen die we voor staan zijn de grillige leerlingenontwikkeling – eerst een stijging en daarna een daling - die door de bekostigingssystematiek op t-1 eerst leidt tot een voorfinanciering in 2026/2027. We zetten het eigen vermogen de komende jaren in om eerst de groei van het aantal leerlingen voor te financieren en de krimp daarna zacht te laten landen binnen onze scholen. Dit laatste mede gegeven het feit dat het steeds moeizamer wordt om vacatures in te vullen. Tegelijkertijd investeren we bewust in de verbetering van onderwijskwaliteit en de verduurzaming van onze gebouwen, wat essentieel is voor een toekomstbestendige en aantrekkelijke leeromgeving.
34
8.2
Ontwikkeling staat van baten en lasten Per 31 december 2024 ziet de staat van baten en lasten ten opzichte van de begroting 2024 en de jaarcijfers van 2023 er als volgt uit: Staat van baten en lasten
Realisatie
Begroting
Realisatie
(bedragen x € 1.000)
2024
2024
2023
Rijksbijdragen
38.464
36.422
38.509
Overige overheidsbijdragen Overige baten Totale Baten
447 876 39.787
341 699 37.462
312 779 39.600
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestinglasten Overige lasten Totale lasten
34.075 753 2.326 2.719 39.873
32.334 750 2.919 2.634 38.637
32.472 851 2.950 2.684 38.957
Financiële baten en lasten
464
379
372
Resultaat
378
-797
1.015
� Het resultaat over 2024 wijkt positief af van de begroting en ligt lager dan het resultaat in 2023. Daarbij is het resultaat van 2023 ten opzichte van 2024 vertekent door dat in 2023 nog NPO-gelden zijn ontvangen voor € 1,3 miljoen. Als de NPO-gelden buiten beschouwing worden gelaten, zijn de rijksbijdragen in 2024 ook gestegen ten opzichte van 2023.
ontvangen subsidie verbetering basisvaardigheden bij een aantal scholen meer ingezet op nascholing.
� De daling van de huisvestingslasten wordt veroorzaakt door de daling van de dotatie groot onderhoud en de daling van de uitgaven voor de energielasten. De daling van de dotatie aan de onderhoudsvoorziening komt enerzijds door het doorschuiven van onderhoud naar 2025 en anderzijds doordat verduurzamingsinvesteringen niet meer ten laste van de voorziening gebracht worden, maar worden geactiveerd. De daling van de energielasten wordt veroorzaakt door een nieuw energiecontract vanaf 1 januari 2024 met fors lagere tarieven. � De stijging van de overige lasten wordt veroorzaakt door een stijging in de kosten van het onderwijsleerpakket € 200.000 meer dan begroot en € 60.000 hoger dan 2023. Daartegenover staat een daling van de inhuur van deskundigen advies € 80.000 lager dan 2023 en € 53.000 lager dan begroot. De mede doordat de begeleiding voor nieuwbouw niet extern wordt ingekocht, maar als personeel niet in loondienst wordt ingehuurd via een collega onderwijsbestuur. Deze uitgaven zijn verantwoord onder de extern personeel en bedragen in 2024 in totaal € 25.000. Deze uitgaven worden door de gemeente vanuit het bouwbudget vergoed. � De financiële baten zijn in 2024 weer gestegen ten opzichte van 2023 en 2024. De verwachting was dat het rentepercentage van 2023 gelijk zou blijven. Het rentepercentage is echter gedurende 2024 nog gestegen.
Wel zien we in het laatste kwartaal een lichte daling van het rentepercentage.
� De rijksbijdragen zijn hoger door de prijs-
en loonbijstelling van 5,37% (circa € 1,2 miljoen) in 2024. In de begroting is de loon-en prijsbijstelling niet meegenomen Daarnaast hebben in 2024 in totaal veertien scholen de subsidie verbetering basisvaardigheden ontvangen (€ 652.000). De totale besteding in 2024 van deze subsidie bedraagt € 450.000. De overige overheidsbijdragen zijn gestegen ten opzichte van begroting en 2023 door de ontvangst van de subsidie voor onze peuterplusvoorziening en de vergoeding van de bouwbegeleiding voor de nieuwbouw in Beetsterzwaag en de inzet van de aanvullende subsidie Frysk van de Provincie. De overige baten zijn gestegen door met name de stijging van de detacheringsinkomsten.
De exploitatielasten bestaan zowel uit personele als materiële uitgaven. De verdeling over 2024 is als volgt:
� De stijging van de personeelslasten wordt
8.3 Ontwikkeling van de kengetallen De kengetallen laten zien hoe gezond onze financiën zijn. Zo krijgen we goed inzicht in de
grotendeels veroorzaakt door de CAO-stijging (€ 1,2 miljoen). Daarnaast is als gevolg van de
35
stabiliteit en continuïteit van onze organisatie. Onderstaand zijn de financiële kengetallen voor 2024 en 2023 weergegeven:
voorzieningen. Daarnaast heeft een stijging van de kortlopende schulden positief bijgedragen aan de kaspositie.
De financiële positie van Comprix is solide en voldoet ruimschoots aan de gestelde normen. De kengetallen geven vertrouwen in een duurzame continuïteit en onderstrepen de goede financiële basis en bieden volop ruimte om te blijven investeren en vernieuwen.
De investeringskasstroom laat een uitgaande stroom van € 508.306 zien, grotendeels als gevolg van investeringen in materiële vaste activa. Er zijn in 2024 geen investeringen of desinvesteringen in financiële vaste activa geweest.
Kengetal Norm WeerstandsvermogenMin 5% Rentabiliteit
Min -10%
Liquiditeit
Min 0,75
Solvabiliteit 2
2024
2023
17,21%
16,34%
Min 0,3
0,95%
0,66
1,25
Score V
1,22
V
0,68
De kasstroom uit financieringsactiviteiten is neutraal, doordat de ontvangen en afgeloste langlopende verplichtingen elkaar in evenwicht houden.
V
2,56%
V
8.4
Toelichting op kasstromen en financiering Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en biedt inzicht in de geldstromen die voortkomen uit de operationele, investerings- en financieringsactiviteiten in 2024. De kasstromen zijn van belang voor het inzicht in de financierbaarheid van de activiteiten van Comprix en de mate waarin de organisatie in staat is aan haar verplichtingen te voldoen.
De totale mutatie in geldmiddelen over 2024 bedraagt € 1.989.693 positief. Hierdoor is het saldo liquide middelen toegenomen van € 12.778.977 naar € 14.768.667 per 31 december 2024. Comprix beschikt daarmee over een sterke liquiditeitspositie, wat een belangrijke randvoorwaarde vormt voor financiële continuïteit en het opvangen van toekomstige risico’s en investeringsbehoeften.
2024 € Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten Aanpassingen voor: -afschrijvingen -mutaties voorzieningen
€ -86.137 753.141 467.912 1.221.052
Veranderingen in vlottende middelen - vorderingen
-18.458
- kortlopende schulden
917.381 898.923
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties
2.033.838
Betaalde interest
-14.403
Ontvangen interest
478.561 464.158
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
2.497.996
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa
-508.306
(Des)investeringen financiële vaste activa
0
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-508.306
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Ontvangen langlopende vorderingen Aflossing langlopende schulden
2.847 -2.847
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
0
Mutatie geldmiddelen
1.989.690
Beginstand geldmiddelen
12.778.977
Mutatie geldmiddelen
1.989.690
Eindstand geldmiddelen
14.768.667
In 2024 bedraagt de kasstroom uit operationele activiteiten € 2.497.996. Deze positieve operationele kasstroom is voornamelijk het gevolg van het saldo van baten en lasten, aangevuld met niet-kaskosten zoals afschrijvingen en toevoegingen aan
36
9
Continuïteitsparagraaf
Het is belangrijk om vooruit te kijken, uitdagingen inzichtelijk te maken en duidelijk te krijgen wat de financiële opdracht is de komende jaren. Hierbij staat het waarborgen van de kwaliteit van het primair proces in relatie tot een financieel gezonde huishouding voorop. De komende jaren staat Comprix voor een aantal financiële uitdagingen. Deze uitdagingen komen door: - de krimp van het aantal leerlingen in de regio, - het aflopen en versoberen van de fusiebekostiging, - de vereenvoudiging van de bekostiging, - het aflopen van de diverse subsidieregelingen, en - de stijgende huisvestingskosten. Ondanks deze uitdagingen hebben we de financiële situatie goed in beeld en sturen we actief op kosten en efficiëntie. Dit stelt ons in staat om tijdig bij te sturen waar nodig en onze focus te houden op goed onderwijs en toekomstbestendigheid. De scholen van Comprix maken deel uit van één organisatie, die in zijn geheel streeft naar een hoogwaardig onderwijsaanbod. Bij het financieel beleid staat de rechtmatige en doelmatige verwerving en besteding van middelen centraal, waarvoor het college van bestuur de eindverantwoordelijkheid draagt. Anders verwoordt; het financieel beleid is gericht op een optimale en efficiënte inzet van middelen om de gestelde doelen te realiseren. Hierbij geldt dat financiën het beleid volgt en verbonden is met alle beleidsterreinen binnen de organisatie.
Hierbij geldt ‘alles hangt met alles samen’. Het voeren van een gezond financieel beleid op korte en lange termijn is belangrijk, zowel op bestuurs- als op schoolniveau. 9.1 Beleidsmatige keuzes De meerjarenbegroting van Comprix is gebaseerd op ambitie en kwaliteit en zet het ingezette beleid gericht voort. We blijven investeren in onderwijsvernieuwing, duurzaamheid en het stimuleren van innovatieve projecten op onze scholen. - We versterken onze kwaliteitszorg door te werken aan meer inzicht in onderwijsprocessen en resultaten, en stimuleren een cultuur van leren en verbeteren via lerende dialogen en audits. Daarnaast zetten we stevig in op professionalisering van medewerkers, met
-
-
-
-
-
gerichte scholing en begeleiding om een lerende organisatie te realiseren. Er is blijvende aandacht voor het versterken van basisvaardigheden zoals lezen, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Deze inzet bevordert gelijke kansen voor al onze leerlingen. Het lerarentekort en aangescherpte regelgeving maken vervanging steeds lastiger. Dankzij onze flexpool kunnen we hier deels op inspelen. Tegelijkertijd blijven we investeren in goed werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid. Het verkleinen van kansenongelijkheid blijft een speerpunt. We dragen hieraan bij via peuterplusvoorzieningen, voor- en vroegschoolse educatie en integrale brede schoolconcepten. Om onze bestuurskracht verder te versterken, plannen we in 2025 een externe bestuursvisitatie. Ook introduceren we een dashboard dat inzicht biedt in de samenhang tussen onderwijsresultaten en bedrijfsvoering, ter ondersteuning van data-gedreven sturing. Tot slot vragen onze relatief vele schoolgebouwen blijvende aandacht. De stijgende materiële lasten zetten de begroting onder druk. Daarom voeren we scherper beheer op deze uitgaven om de kosten beheersbaar te houden, zonder concessies te doen aan de kwaliteit van de huisvesting.
9.2 Leerlingenprognose De meerjaren leerlingenprognose is opgesteld op basis van de huidige leerlingenaantallen en ontwikkelingen in de basisregistratie (aantal geboorten) van de gemeentes Opsterland, Oost- en Weststellingwerf. Waarbij rekening wordt gehouden met het huidige marktaandeel. Het aantal geboorten laat in 2021 een stijging zien ten op zicht van het aantal geboorten in 2020. Het aantal geboorten in 2023 laat daarentegen weer een daling zien.
De totale geprognotiseerde leerlingendaling tussen 1 februari 2024 en 1 februari 2028 bedraagt 73 leerlingen. De prognose tussen 1 februari 2023 en 1 februari 2027 liet een
37
In onderstaand overzicht is de leerlingenprognose per gemeente opgenomen voor de periode van 2025 tot 2029
daling zien van 86 leerlingen. In de prognose is voorzichtigheidshalve geen rekening gehouden met nieuwbouw die in de gemeenten gepland is.
9.3 Meerjarenbegroting 2024-2028 De begroting 2024 - 2028 van Comprix is tot stand gekomen na een traject van overleg met de begrotingsverantwoordelijken en afvaardigingen van het stafbureau huisvesting en ICT. De individuele posten zijn diverse malen besproken en vervolgens zo realistisch mogelijk begroot. 9.3.1 Meerjarenbalans In onderstaand overzicht is de meerjarenbalans van Comprix opgenomen, aangevuld met de realisatie 2024 die in overeenstemming is met de jaarrekening 2024. De meerjarenbalans is afkomstig uit de goedgekeurde meerjarenbegroting 2025-2029. Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
MATERIËLE VASTE ACTIVA
3.567.963 €
3.882.103
€
4.062.212
€
4.419.811
€
4.996.274
€
FINANCIËLE VASTE ACTIVA
112.979
€
110.125
€
107.374
€
104.623
€
101.872
€
99.121
3.680.942 €
3.992.228
€
4.169.586
€
4.524.434
€
5.098.146
€
5.082.166
VASTE ACTIVA
4.983.045
VORDERINGEN
1.140.032 €
1.006.145
€
1.095.190
€
1.027.531
€
1.058.765
€
1.015.309
LIQUIDE MIDDELEN
14.768.667 €
13.428.303
€
12.508.787
€
12.252.273
€
11.077.382
€
11.162.945
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
15.908.699
€
14.434.448
€
13.603.977
€
13.279.804
€
12.136.147
€
12.178.254
TOTAAL ACTIVA
19.589.641
€
18.426.676
€
17.773.563
€
17.804.238
€
17.234.293
€
17.260.420
5.879.781
ALGEMENE RESERVE
5.619.216 €
5.830.870
€
5.433.757
€
5.530.247
€
5.512.114
€
BESTEMMINGSRESERVE PUBLIEK
395.393
€
308.469
€
551.362
€
552.781
€
250.216
€
250.216
BESTEMINGSRESERVE PRIVAAT
833.869 €
718.032
€
462.032
€
451.032
€
440.032
€
429.032
EIGEN VERMOGEN
6.848.478
VOORZIENINGEN
6.857.371
6.447.151
6.534.060
6.202.362
6.559.029
6.074.508 €
5.918.141
€
5.743.884
€
5.150.850
€
4.925.877
€
LANGLOPENDE SCHULDEN
112.979
€
110.125
€
107.374
€
104.623
€
101.872
€
5.204.829 99.121
KORTLOPENDE SCHULDEN
6.553.676 €
5.541.039
€
5.475.154
€
6.014.705
€
6.004.182
€
5.397.441
TOTAAL VREEMD VERMOGEN
12.741.163
11.569.305
11.326.412
11.270.178
11.031.931
10.701.391
TOTAAL PASSIVA
19.589.641
18.426.676
17.773.563
17.804.238
17.234.293
17.260.420
Materiële vaste activa Comprix heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de scholen en heeft ook de ambitie om het huidige niveau in stand te houden. Investeringen die bekostigd zijn vanuit tijdelijke gelden zoals NPO worden in de komende jaren niet vervangen. Wel is vanaf 2025 rekening gehouden met investeringen in de verduurzaming van onze gebouwen. Het grillige verloop van de investeringen wordt veroorzaakt door met name de vervangingsinvesteringen, die in sommige jaren hoger zijn dan in andere jaren.
Zie onderstaande overzicht voor de begrote investeringen voor de komende jaren:
Verduurzaming gebouwen Lesmethodes Meubilair ICT Inventaris en apparatuur Totaal geplande investeringen
2025
2026
€ 85.000 € 60.000 € 336.000 € 515.000 € 10.000 € 1.006.000
€ 99.000 € 55.000 € 401.000 € 243.000 € 30.000 € 828.000
2027
2028
2029
€ 462.000 € 368.000 € 50.000 € 45.000 € 294.000 € 460.000 € 231.000 € 400.000 € 5.000 € 5.000 € 1.042.000 € 1.278.000
Financiële vaste activa De mutatie in de financiële vaste activa is de jaarlijkse overeengekomen aflossing op de nog aanwezige hypothecaire leningen.
38
€ 76.000 € 40.000 € 195.000 € 364.000 € 5.000 € 680.000
Lang vreemd vermogen Het lang vreemd vermogen staat tegenover de financiële vaste activa en betreft de schuld aan de gemeente ten aanzien van de twee hypothecaire leningen. Zie ook hoofdstuk 4.8.3.
Vorderingen De verwachting is dat de vorderingen een constante bedragslijn laten zien de komende jaren. Liquide middelen De daling van de liquide middelen wordt veroorzaakt door de inzet van de gereserveerde middelen voor NPO, nieuwkomers en verbetering basisvaardigheden.
Kort vreemd vermogen De daling van het vreemd vermogen wordt veroorzaakt door de uitgaven van de vooruit ontvangen subsidies OCW in de komende jaren.
Eigen vermogen De mutatie in het eigen vermogen betreft naast de toevoeging van het resultaat. Door de inzet van de bestemmingsreserves voor NPO daalt het eigen vermogen de komende jaren. Voorzieningen In 2025 is nog sprake van een stijging van de voorziening door de personele voorzieningen. Daarna nemen de voorzieningen af. Dit als gevolg van de onttrekkingen aan de onderhoudsvoorziening die de komende jaren hoger zijn dan de dotaties en door het activeren van de verduurzaming van de gebouwen, neemt de voorziening ook af. Eerder werd voor de verduurzaming namelijk ook aan de onderhoudsvoorziening gedoteerd.
Begroot normatief publiek eigen vermogen Op basis van de begrote meerjarenbalans ontwikkelt het publieke eigen vermogen zich in relatie tot het normatief eigen vermogen als volgt:
Normatief eigen vermogen
2025
Aanschafwaarde gebouwen Boekwaarde overige materiële vaste activa Rekenfactor x totale baten
€
2026
238.785 €
2027
238.785 €
2028
238.785 €
2029
238.785 €
238.785
€
3.990.669 €
4.170.669 €
4.528.669 €
5.104.669 €
5.091.313
€
2.010.454 €
1.907.886 €
1.913.769 €
1.897.142 €
1.876.947
Normatief eigen vermogen
€ 6.239.908 € 6.317.340 € 6.681.223 € 7.240.596 € 7.207.045
Aanwezig publiek eigen vermogen
€
6.679.281 €
6.282.168 €
6.378.658 €
6.360.525 €
Afwijking Normatief/aanwezig
€
-439.373 €
35.172 €
302.565 €
880.070 € 1.077.048
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
6.129.997
9.3.2 Meerjaren staat van baten en lasten In onderstaand overzicht is de meerjaren staat van baten en lasten opgenomen: Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten RIJKSBIJDRAGEN OCW
€
38.463.786
€
39.184.147
€
37.132.792
€
37.250.447
€
36.917.897
€
36.514.001
OVERIGE OVERH.BIJDR.
€
447.244
€
357.708
€
357.708
€
357.708
€
357.708
€
357.708
OVERIGE BATEN
€
875.741
€
667.226
€
667.226
€
667.226
€
667.226
€
667.226
Totaal Baten
€
39.786.771
€
40.209.081
€
38.157.726
€
38.275.381
€
37.942.831
€
37.538.935
PERSONELE LASTEN
€
34.075.427
€
34.373.304
€
32.884.802
€
32.612.455
€
32.349.519
€
32.246.151
AFSCHRIJVINGEN
€
753.141
€
635.850
€
647.836
€
684.228
€
702.071
€
693.356
HUISVESTINGSLASTEN
€
2.325.551
€
2.843.397
€
2.808.897
€
2.831.897
€
2.814.897
€
2.817.897
INSTELLINGSLASTEN
€
2.718.788
€
2.988.599
€
2.607.235
€
2.419.243
€
2.438.410
€
2.355.992
Totaal Lasten
€
39.872.907
€
40.841.150
€
38.948.771
€
38.547.823
€
38.304.896
€
38.113.396
Financiële baten en lasten
€
464.158
€
443.932
€
393.932
€
368.932
€
343.932
€
343.932
Resultaat
€
378.022
€
-188.137
€
-397.113
€
96.490
€
-18.133
€
-230.528
€
480.000 €
-245.000
€
-642.113
€
96.490
€
-18.133
€
-230.528
Lasten
Financiële baten en lasten
Inzet NPO bestemmingsreserve Inzet middelen privaatfonds Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
€
378.022
€
Rijksbijdragen OCW In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met de actuele rijksbijdragen, gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari van het voorafgaande jaar Daarbij is ook de geleidelijke afbouw van het verschil tussen de oude en nieuwe bekostiging meegenomen (jaarlijks 25% over vier jaar), evenals de versobering van de fusiebekostiging. Verder is tijdelijk aanvullende
291.863
bekostiging vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) opgenomen tot en met 2025, net als de tijdelijke aanvullende subsidie voor verbetering van basisvaardigheden tot en met 2026. Vanaf 2027 worden structurele gelden voor basisvaardigheden ontvangen in de vorm van gerichte bekostiging vanuit het Rijk. Het bedrag per leerling vanaf 2027 bedraagt € 182. De bijdrage voor passend onderwijs is afgestemd op de verwachte afspraken met het Samenwerkingsverband Fryslân. Deze
39
middelen worden proportioneel toegekend op basis van het leerlingenaantal en zijn bedoeld om de ondersteuning van leerlingen binnen de scholen goed te kunnen blijven organiseren.
Rijksbijdrage-indexaties geraamd; eventuele toekomstige cao-compensaties worden verondersteld neutraal uit te pakken voor het resultaat.
Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen hebben betrekking op gemeentelijke subsidies zoals Veerkieker, culturele vorming, onderwijs aan het jonge kind, de schakelklas en voor onze peuterplusvoorziening. De daling van de overige overheidsbijdragen wordt veroorzaakt door versobering van de gelden vanuit de gemeenten.
Door de bekostigingssystematiek (leerlingentelling 1 februari t-1) ontstaat in 2025/2026 een voorfinanciering: de extra leerlingen die per 1 februari 2026 staan ingeschreven op onze scholen worden pas in 2027 bekostigd, waardoor boekjaar 2026 een negatief resultaat laat zien en 2027 weer licht positief uitvalt.
Overige baten De overige baten bestaan uit loonkostensubsidies, huurinkomsten en detacheringsinkomsten. De overige baten bestaan verder uit het doorberekenen van exploitatielasten aan peuter- en kinderopvang. De verwachting is dat met name de inkomsten voor de detacheringen lager wordt, door minder personeel te detacheren. Verhouding personele en materiële lasten De verhouding tussen personele en materiële uitgaven binnen Comprix blijft in de komende jaren stabiel, met een lichte verschuiving richting personele uitgaven. Dit weerspiegelt de toenemende loonkosten als gevolg van caoafspraken en de noodzaak om te blijven investeren in personeel. De verdeling in de jaren 2025 tot en met 2029 laat zien dat circa 84% tot 85% van de middelen wordt ingezet voor personele lasten en 15% tot 16% voor materiële uitgaven. Boekjaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Strategische personeelsplanning is daarom cruciaal. Comprix houdt waar nodig tijdelijk boventallig personeel in dienst, gefinancierd uit eigen vermogen, om toekomstige tekorten te voorkomen en de onderwijskwaliteit te borgen. Hoewel dit leidt tot een grilliger resultaatverloop, blijft de organisatie zo flexibel en in control. Door actuele ontwikkelingen nauwgezet te monitoren en tijdig bij te sturen, brengt Comprix de personele uitgaven stap voor stap in lijn met de inkomsten en bouwt zij verder aan een financieel gezonde en toekomstbestendige organisatie. De geprognosticeerde personele formatie per begrotingsjaar en per functiecategorie zijn hieronder weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met het natuurlijk verloop en de dalende inkomsten.
Personele uitgaven Materiële uitgaven 85,30% 84,30% 85,30% 84,40% 84,50% 85,10%
14,70% 15,70% 14,70% 15,60% 15,50% 14,90%
Personeelslasten De personeelslasten in de meerjarenbegroting zijn gebaseerd op de formatie per oktober 2024 (schooljaar 2024-2025). Daarbij is rekening gehouden met extra vervangingskosten op basis van het actuele ziekteverzuim van 4,71 % (was 4,84 % in 2023) en met hogere uitgaven voor extern personeel, omdat geschikte vervangers – met name voor directiefuncties – steeds schaarser worden. Bekende formatie-mutaties voor 2025 zijn reeds verwerkt. Voor 2024 is de cao-loonsverhoging volledig gecompenseerd door de Rijksbijdrage. Voor de jaren 2025 en verder zijn – uit voorzichtigheid – geen nieuwe loonstijgingen of bijbehorende
Afschrijvingslasten De afschrijvingen zijn in 2025 lager doordat ook dit jaar investeringen die voor tijdelijke gelden zijn aangeschaft helemaal zijn afgeschreven. Deze investeringen worden niet vervangen. Daarna lopen de afschrijvingen weer op, mede doordat ook verduurzaming in gebouwen wordt geactiveerd en afgeschreven. Deze investeringen zijn gebaseerd op de meerjarenplanning van Syplon. Huisvestingslasten De huisvestingslasten betreffen de huur, dotatie aan de onderhoudsvoorziening, energie en water, schoonmaakkosten en heffingen en in verband met de geplande renovaties en 40
nieuwbouw van scholen ook door de externe begeleiding van al die projecten en de externe inzet voor het afhandelen van het klachtenonderhoud. De dotatie van de onderhoudsvoorziening is gebaseerd op de componentenbenadering. Door het activeren van de verduurzaming van de schoolgebouwen daalt de dotatie aan de onderhoudsvoorziening gedaald komende jaren. Uitgaven op basis van de meerjaren onderhoudsplanning worden onttrokken aan de voorziening onderhoud. Het meerjaren onderhoudsplan wordt periodiek geactualiseerd door een externe partij en op basis van de uitgangspunten vanuit de plannen wordt jaarlijks een bedrag gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. In de komende jaren bedraagt de dotatie afgerond € 500.000 (in de begroting 2024 was dit € 685.000). Door scherper te sturen op de uitgaven voor groot onderhoud, is de verwachting dat er minder geplande onderhoudswerkzaamheden worden doorgeschoven naar latere jaren. Daarnaast kent de voorbereiding en realisatie van nieuwbouwprojecten doorgaans een lange doorlooptijd. Om in de tussentijd de bestaande gebouwen functioneel en representatief te houden voor het onderwijs, wordt waar nodig beperkt onderhoud uitgevoerd. Dit betreft met name kleinere ingrepen gericht op het behoud van basiskwaliteit en uitstraling, zodat het onderwijs in een passende leeromgeving kan blijven plaatsvinden.
9.3.3 Ontwikkeling kengetallen Binnen het primair onderwijs wordt een risicobuffer van 5% en een benodigd eigen vermogen op basis van een risicoanalyse als uitgangspunt genomen voor een gezonde financiële positie. Voor Comprix is, op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, vastgesteld dat een weerstandsvermogen van 13% een verantwoorde ondergrens vormt. De verwachting is dat het weerstandsvermogen eind 2025 uitkomt op 18,4%. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat sprake is van een gezonde financiële situatie. Tegelijkertijd laten de meerjarenramingen zien dat sprake is van een negatieve exploitatie, onder andere als gevolg van fluctuerende leerlingaantallen en de daarmee samenhangende afname van inkomsten. Hierdoor zal het weerstandsvermogen in de komende jaren afnemen, maar naar verwachting wel (ruimschoots) boven de norm van 13% blijven. Kengetal
Norm
Weerstandsvermogen Rentabiliteit Solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2 Liquiditeit
Min 13% Min -10% Min 0,3 Min 0,75
2025
2026
2027
2028
2029
18,40% -0,47% 0,37 0,69 1,19
17,70% -1,68% 0,35 0,68 1,12
17,20% 0,25% 0,36 0,70 1,09
17,30% -0,05% 0,37 0,72 1,04
16,80% -0,61% 0,36 0,71 1,02
Overige lasten Onder de overige lasten vallen de uitgaven voor het onderwijsleerpakket, de jaarlijkse ICT uitgaven, kosten voor het administratiekantoor, accountant en representatie. In de begroting is rekening gehouden met de op dit moment bekend zijnde prijsstijgingen. De stijging in 2025 wordt veroorzaakt door extra uitgaven in het kader van de ontvangen subsidie basisvaardigheden voor veertien van de 35 scholen. Financiële baten en lasten Comprix maakt gebruik van ‘Schatkistbankieren’. De inschatting van de financiële baten en lasten ligt in lijn met de ontvangen rente in 2024. De verwachting is dat de komende jaren de rente gaat dalen, wel verwachten we blijvend rente-inkomsten.
41
42
B.1 Grondslagen voor de jaarrekening 1. Algemeen Activiteiten van het bevoegd gezag In deze jaarrekening zijn de activiteiten van Stichting Comprix te Wolvega verantwoord en haar voornaamste taak is het verzorgen van primair onderwijs in Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode gelijk aan het betreffende kalenderjaar. Toegepaste standaarden De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn en met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. In de jaarrekening zijn de bedragen op hele euro's afgerond. Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. 2. Balans Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen zijn gewaardeerd tegen aanschafwaarde verminderd met de afschrijvingen. Als ondergrens van de te activeren activa wordt € 500 gehanteerd.
De materiële vaste activa worden in het jaar van investeren naar tijdsgelang afgeschreven. De indeling in activagroepen en afschrijvingstermijnen is als volgt: Gebouwen Verbouwingen Verduurzaming Meubilair Inventaris Apparatuur Computerapparatuur Predia's Leermiddelen Installaties
40 jaar 10 jaar 20 jaar 10- 20 jaar 20 jaar 10 jaar 5 jaar 7 jaar 8 jaar 10 jaar
2,50% 10,00% 5,00% 5,00% - 10,0% 5,00% 10,00% 5,00% 14,29% 12,50% 10,00%
Indien van toepassing zijn de materiële vaste activa verminderd met afboekingen door duurzame waardevermindering, verkoop, tenietgaan of buiten gebruikstelling. Financiële vaste activa Dit betreft hypothecaire leningen van personeelsleden van Stichting Comprix, ingegaan op 1-1-2009. De leningen zijn door de gemeente Weststellingwerf met de medewerkers afgesloten ten tijde dat het openbaar onderwijs in de gemeente Weststellingwerf nog onder de gemeente Weststellingwerf viel. In 2009 is het openbaar onderwijs van Oost- en Weststellingwerf gefuseerd en verzelfstandigd onder het bevoegd gezag van toenmalig Stichting Comperio. Gemeente Weststellingwerf heeft na de verzelfstandiging de hypothecaire leningen overgedragen aan de Stichting, aangezien deze medewerkers in dienst zijn van de stichting. Tegenover de financiële vaste activa staat een langlopende schuld aan de gemeente voor hetzelfde bedrag.
43
Vlottende activa Debiteuren De debiteuren zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte voorziening voor oninbaarheid. Vorderingen De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde en staan ter vrije beschikking van het bestuur, voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans. Algemene reserve De algemene reserve is een reserve die is opgebouwd uit in het verleden behaalde exploitatieresultaten en heeft als belangrijkste doel een noodzakelijke buffer te creëren voor mindere tijden. De algemene reserve kent, zoals de naam al aangeeft, geen specifieke bestemming. Bestemmingsreserve Bestemmingsreserves zijn bedoeld voor toekomstige uitgaven die uit de huidige middelen moeten worden gedekt omdat de toekomstige middelen daartoe mogelijk tekort schieten. Bestemmingsreserve NPO De bestemmingsreserve NPO is gevormd voor ontvangen NPO-gelden die in aan het einde van het boekjaar nog niet zijn ingezet. Reserve huisvesting privaat De reserve huisvesting privaat is ontvangen vanuit Votum Nostrum ter dekking van de afschrijvingslasten van een met private gelden uitgevoerde verbouwing van het schoolgebouw, waar Skoalle De Sinnewizer nu is gehuisvest.
Algemene private reserve De algemene private reserve is ontstaan vanuit de ontvangen ouderbijdragen, die door de ouderverereniging aan enkele scholen is overgedragen. Privaat fonds Het private fonds is een bedrag dat vanuit fusies is meegenomen, voor de besteding van de gelden zijn specifieke afspraken gemaakt. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor: . Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker doch redelijk in te schatten is; . Bestaande risico’s ter zake van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is, maar het tijdstip niet; . Verplichting tot het maken van bepaalde kosten die in een volgend boekjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong (mede) vindt in het boekjaar of in een daaraan voorafgaand boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal verslagjaren.
44
Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de gebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van de componentenmethode. De voorziening is gebaseerd op een meerjarenonderhoudsplan. De jubileumvoorziening is opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambstjubilea van personeelsleden. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. De werkelijke jubilae-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht. De voorziening langdurig zieken is een voorziening gevormd op basis van de nominale waarde van de verwachte loonosten in de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid, voor zover deze na balansdatum vallen. Gebaseerd op 100% gedurende het eerste ziekte jaar en 70% gedurende het tweede jaar. De voorziening duurzame inzetbaarheid (DI) betreft gespaarde uren die medewerkers kunnen opnemen voor verlof in de toekomst. Werknemers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal vijf jaar DIuren sparen, waarbij een inschatting wordt gemaakt van het percentage dat daadwerkelijk wordt opgenomen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde en jaarlijks herzien op basis van actuele gegevens. Langlopende schulden De overige leningen o/g zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vlottende passiva Kortlopende schulden De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De verplichtingen betreffen de binnen één jaar vervallende schulden. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruitontvangen bedragen - waaronder geoormerkte rijksbijdragen 3. Staat van baten en lasten Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies uit hoofde van de lumpsum bekostiging ‐ worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies uit hoofde van specifieke doelbekostigingen, waaronder tweede en derde geldstromen, worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra zij zijn ontvangen of zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Bijdragen ter compensatie van door de stichting gemaakte lasten worden systematisch als baten in de staat van baten en lasten opgenomen in dezelfde periode als die waarin de lasten worden verantwoord, indien deze bijdragen betrekking hebben op het specifieke doel.
Overige baten De post ‘Overige baten’ omvat onder andere de baten uit hoofde van de verhuur van schoollocaties en de baten ingevolge de detachering van medewerkers.Baten worden genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Vooruitontvangen baten worden als overlopende passiva in de balans opgenomen. Personeelskosten Onder personeelslasten zijn begrepen de in het boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten, verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen. Financiële baten en lasten De rentebaten en -lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende rente-opbrengsten en -lasten van uitgegeven en ontvangen leningen.
45
STICHTING COMPRIX WOLVEGA B2
Balans per 31 december 2024 (Na verwerking voorstel resultaat bestemming)
1
ACTIVA
31-12-2024 €
€
31-12-2023 €
€
Vaste activa 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3
Materiële vaste activa Gebouwen Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen
1.3
Financiële vaste activa
1.3.7
Langlopende vorderingen
102.418 3.170.787 294.758
112.979
Totaal vaste activa
3.567.963
112.979 ..................... 3.680.942 -----------------
121.731 3.331.833 359.233
115.827
3.812.797
115.827 ..................... 3.928.624 -----------------
Vlottende activa 1.5
Vorderingen
1.5.1 1.5.2 1.5.7 1.5.8
Debiteuren OCW Overige vorderingen Overlopende activa
1.7
178.965 54.041 599.275 307.752
281.418 59.029 556.067 225.060
Totaal vorderingen
1.140.032
1.121.574
Liquide middelen
14.768.667 ..................... 15.908.699 -----------------
12.778.977 ..................... 13.900.551 -----------------
19.589.641
17.829.175
Totaal vlottende activa
TOTAAL ACTIVA
46
STICHTING COMPRIX WOLVEGA B2
Balans per 31 december 2024 (Na verwerking voorstel resultaat bestemming)
2
PASSIVA
31-12-2024 €
2.1
Eigen Vermogen
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2 2.1.3
Bestemmingsreserves (publiek) Bestemmingsreserves (privaat)
2.2
Voorzieningen
2.2.1 2.2.2
Personeelsvoorzieningen Onderhoudsvoorziening
2.3
Langlopende schulden
2.3.5
Langlopende schulden
€
Kortlopende schulden
2.4.3 2.4.7
Crediteuren Belasting en premies sociale verzekeringen Schulden terzake van pensioenen Overige kortlopende schulden Overlopende passiva
2.4.8 2.4.9 2.4.10
Totaal vaste passiva
TOTAAL PASSIVA
€
€
5.619.216
4.794.206
395.393 833.869
936.219 740.032
1.620.582 4.453.926
112.979
Totaal vaste passiva
2.4
31-12-2023
6.848.478
6.074.508
112.979 ..................... 13.035.966 -----------------
998.262 4.608.334
115.827
554.548
524.942
1.549.325
1.374.829
497.940 337.967 3.613.896
474.101 223.237 3.039.186
6.470.457
5.606.596
115.827 ..................... 12.192.880 -----------------
6.553.676 ..................... 6.553.676 -----------------
5.636.295 ..................... 5.636.295 -----------------
19.589.641
17.829.175
47
STICHTING COMPRIX WOLVEGA
B3
STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2024
3
BATEN
3.1
(Rijks)bijdragen OCW
3.2 3.5
2024
begroting 2024
2023
€
€
€
38.463.786
36.422.097
38.509.145
Overige overheidsbijdragen
447.244
340.583
311.640
Overige baten
875.741
698.915
778.805
Totaal baten 4
LASTEN
4.1
Personele lasten
4.2
Afschrijvingen
4.3 4.4
39.786.771
37.461.595
39.599.590
34.075.427
32.334.207
32.472.292
753.141
749.853
850.798
Huisvestingslasten
2.325.551
2.919.349
2.950.012
Overige instellingslasten
2.718.788
2.633.724
2.683.666
Totaal lasten Saldo baten en lasten 5 Financiële baten en lasten 5.1.1 Financiële baten 5.1.2 Financiële lasten
39.872.907
38.637.133
38.956.768
-86.136
-1.175.538
642.822
478.561 -14.403
388.606 -9.674
389.646 -17.328
Saldo financiële baten en lasten
464.158
378.932
372.318
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
378.022
-796.606
1.015.140
0
0
0
378.022
-796.606
1.015.140
Resultaat uit buitengewone bedrijfsvoering
Totaal resultaat
48
STICHTING COMPRIX WOLVEGA
B4
KASSTROOMOVERZICHT 2024 (volgens de indirecte methode)
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten Aanpassingen voor: -afschrijvingen -mutaties voorzieningen
€
2024
€
2024
2023 €
2023 €
-86.136
753.141 467.913
642.822
850.798 -35.494 1.221.053
Veranderingen in vlottende middelen - vorderingen - kortlopende schulden
-18.458 917.381
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties Betaalde interest Ontvangen interest
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa (Des)investeringen financiële vaste activa
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Ontvangen langlopende vorderingen Aflossing langlopende schulden
163.821
2.033.840
1.621.947
-14.403 478.561 464.158
-17.328 389.645 372.317
2.497.998
1.994.264
-605.310 0
2.847 -2.847
Mutatie geldmiddelen
Eindstand geldmiddelen
898.923
-508.306
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
Beginstand geldmiddelen Mutatie geldmiddelen
-497.920 661.741
-508.306 0
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
815.304
-605.310
68.776 -68.776 0
0
1.989.692
1.388.954
12.778.977 1.989.690
11.390.023 1.388.954 14.768.667
12.778.977
49
B5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans
1.2 Materiële vaste activa
1.2.2
1.2.1
1.2.3 Andere vaste bedrijfsmiddelen
Totaal materiële vaste activa €
Gebouwen
Meubilair
ICT
Apparatuur
€
€
€
€
317.874 196.143 121.731
4.127.988 1.976.822 2.151.167
4.453.857 3.468.197 985.660
540.552 345.547 195.004
9.122.397 5.790.565 3.331.832
1.913.970 1.554.736 359.234
11.354.241 7.541.445 3.812.797
Nulposten Aanschafwaarde Afschrijvingen Boekwaarde
0 0 0
269.322 269.322 0
1.968.566 1.968.566 0
69.493 69.493 0
2.307.381 2.307.381 0
913.657 913.657 0
3.221.038 3.221.038 0
Mutaties Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Saldo
0 0 19.313 -19.313
282.809 0 189.890 92.918
175.154 0 394.055 -218.901
9.285 0 43.907 -34.622
467.248 0 628.293 -161.045
41.058 0 105.533 -64.475
508.306 0 483.377 24.929
Stand per 31 december Verkrijgingsprijs Cumulatieve afschrijving Boekwaarde
317.874 215.456 102.418
4.141.475 1.897.390 2.244.084
2.660.445 1.893.685 766.760
480.344 320.402 159.940
4.974.883 1.804.096 3.170.788
1.041.371 746.613 294.758
6.334.128 2.766.165 3.567.963
Stand per 1 januari Verkrijgingsprijs Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde
Afschrijvingspercentages
2,5% - 10%
5% - 10%
14,29% - 20%
20%
Totaal inventaris en apparatuur €
€
10% - 12,5%
50
B5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans (vervolg)
1.3
Financiële vaste activa
1.3.7
Langlopende vorderingen
Boekwaarde 01-01-2024 €
Investering en verstrekking €
Desinvestering en aflossing €
115.827 115.827
0 0
2.847 2.847
Boekwaarde 31-12-2024 €
112.979 112.979
Per 1-1-2009 zijn door gemeente Weststellingwerf hypothecaire aktes verstrekt aan personeelsleden. Comprix heeft deze hypothecaire leningen overgenomen. Per 31 december 2023 is er nog één hypothecaire lening over. De vordering betreft het nog te ontvangen bedrag van de medewerker. Tegenover deze vordering op medewerkers staat, voor hetzelfde bedrag, een langlopende schuld aan de gemeente. Onderverdeling saldo 31-12-2024 < 1 jaar 1 - 5 jaar > 5 jaar 2.847 11.388 98.744
Langlopende vorderingen VLOTTENDE ACTIVA € 1.5
Vorderingen
1.5.1
Debiteuren
31-12-2024
178.965
€
31-12-2023
281.418
Op de debiteuren is geen voorziening dubieuze debiteuren in mindering gebracht. 1.5.2
OCW
54.041
59.029
De vordering OCW heeft betrekking op nog te ontvangen gelden nieuwkomers en vooruitbetaalde facturen voor de subsidie verbetering basisvaardigheden, waarvoor de subsidie in 2025 wordt ontvangen. 1.5.7
Overige vorderingen
Vorderingen gemeente 1.5.7.2 Ooststellingwerf Vorderingen gemeente 1.5.7.3 Weststellingwerf Vorderingen gemeente 1.5.7.4 Opsterland 1.5.7.5 Personeel 1.5.7.6 Overige vorderingen 1.5.7.7 Te verrekenen WAO-uitkeringen
30.530
42.162
44.031
18.673
166.278 42.979 281.975 33.482 599.275
79.042 40.514 375.675 0 556.067
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. 1.5.8 Overlopende activa 1.5.8.1 Vooruitbetaalde kosten 1.5.8.2 Overige overlopende activa
289.607 18.144 307.751
218.841 6.218 225.059
Alle overlopende activa hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. 1.7 1.7.1 1.7.2
Liquide middelen R/C schatkistbankieren Tegoeden bankrekeningen
14.311.226 457.441 14.768.667
11.681.980 1.096.996 12.778.977
51
B5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans (vervolg)
2
PASSIVA
2.1
Eigen Vermogen Saldo per 1-1-2024 €
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2
Bestemmingsreserves (publiek) Bestemmingsreserve NPO
2.1.3
Bestemmingsreserves (privaat) Reserve huisvesting privaat Algemene private reserve Privaat fonds Subtotaal Totaal eigen vermogen
Bestemming expl.saldo boekjaar €
Saldo per 31-12-2024 €
4.794.206 825.010 5.619.216 ------------------------------------------- --------------------936.219
-540.826
395.393
936.219
-540.826
395.393
79.825 189.180 471.027 740.032 ---------------6.470.457
-11.061 124.477 -19.578 93.838 ----------------378.022
68.764 313.657 451.449 833.870 -----------------6.848.479
Algemene reserve De algemene reserve is een reserve die is opgebouwd uit in het verleden behaalde exploitatieresultaten Bestemmingsreserve (publiek) De bestemmingsreserve NPO betreft de nog te besteden NPO-gelden aan het einde van het boekjaar. Bestemmingsreserve (privaat) De reserve huisvesting privaat is ontvangen vanuit Votum Nostrum ter dekking van de afschrijvingslasten van een met private gelden uitgevoerde verbouwing van het schoolgebouw, waar Skoalle De Sinnewizer nu is gehuisvest. De algemene private reserve is ontstaan vanuit de ontvangen ouderbijdragen, die door de ouderverereniging aan enkele scholen is overgedragen. Het private fonds is een bedrag dat vanuit fusies is meegenomen en waar voor de besteding van de gelden afspraken zijn gemaakt ten behoeve van de gefuseerde scholen. 2.2
Voorzieningen
2.2.1 2.2.2
Personeelsvoorzieningen Onderhoudsvoorziening
998.262 4.608.334
677.607 219.044
55.287 373.452
0 0
1.620.582 4.453.926
Totaal voorzieningen
5.606.596
896.651
428.739
0
6.074.508
Personeelsvoorzieningen Onderhoudsvoorziening
Onderverdeling saldo 31-12-2024 > 5 jaar < 1 jaar 1-5 jaar 798.941 434.007 387.634 483.582 2.688.398 1.281.946
2.2.1 2.2.2
Saldo 1-1-2024 €
Dotaties 2024 €
Onttrekkingen 2024 €
Vrijval 2024
Saldo 31-12-2024 €
Personeelsvoozieningen Jubilea € 687.917 Dit betreft een voorziening om medewerkers met een 25, 40 en 50-jarige jubilea uit te betalen. Voorziening langdurig zieken € 513.296 De voorziening langdurig zieken betreft de verwachte salariskosten die Comprix door moet betalen gedurende de ziekteperiode van de langdurig zieke medewerkers. Voorziening Duurzame inzetbaarheid € 419.369
Op basis van de cao Primair onderwijs kunnen personeelsleden uren voor duurzame inzetbaarheid (DI) sparen en opnemen op een later tijdstip. De voorziening is bepaald op afspraken die met individuele medewerkers zijn gemaakt.
Onderhoudsvoorziening € 4.453.926 De onderhoudsvoorziening is gevormd voor de uitgaven voor groot planmatig onderhoud. De vooziening is opgesteld volgens de componenten- benadering en gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplannen opgesteld door een externe partij.
52
B5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans (vervolg)
2.3
Langlopende schulden
2.3.5
Langlopende schulden
Aangegane leningen o/g €
Saldo 1-1-2024 €
Aflossingen €
Saldo 31-12-2024 €
115.827
0
2.847
112.979
115.827
0
2.847
112.979
Rentevoet 0,59
Per eind 2024 betreft dit nog een hypothecaire leningen van één personeelslid van Stichting Comprix, deze verplichting is overgenomen van de gemeente Weststellingwerf en zijn ingegaan op 01-01-2009. Onderverdeling saldo 31-12-2024 Langlopende schuld
< 1 jaar 2.751
1 - 5 jaar 11.004 2024 €
2.4
Kortlopende schulden
2.4.3 2.4.7 2.4.8
Crediteuren Belastingen en premies sociale verzekeringen Schulden terzake van pensioenen
2.4.9
Overige kortlopende schulden Te betalen salarissen Te verrekenen WAO-uitkeringen Overige kortlopende schulden
> 5 jaar 99.224 2023 €
554.548 1.549.325 497.940 2.601.813
524.942 1.374.829 474.101 2.373.872
16.031 0 321.936 337.967
43.917 5.194 174.126 223.237
Kortlopende schulden hebben een looptijd van korter dan een jaar. De stijging in 2024 wordt veroorzaakt doordat gemeente Weststellingwerf voor de buurtsportcoaches veel later heeft gefactureerd dan in 2023. 2.4.10
Overlopende passiva Nog te besteden geoormerkte subsidies Nog te besteden niet-geoormerkte subsidies Accountants en administratiekosten Aanspraken personeel Vooruitontvangen bedragen
596.247 1.523.357 15.428 1.039.082 439.784
766.682 701.688 14.774 1.122.304 433.738
Totaal overlopende passiva
3.613.896
3.039.186
Nog te besteden geoormerkte subsidies De nog te besteden geoormerkte subsidies betreft grotendeels de vooruitontvangen bedragen voor de subsidie verbetering basisvaardigheden. Nog te besteden niet-geoormerkte subsidies Nog te besteden niet-geoormerkte subsidies betreft ontvangen bedragen vanuit het Rijk die na 2024 worden ingezet. Dit betreft met name de overloop van fusie-/samenvoegsubsidie en nog in te zetten gelden voor nieuwkomers. Aanspraken personeel Deze aanspraken betreffen vakantiegelden en bindingstoelage. Deze zijn opgebouwd in het boekjaar en worden respectievelijk in mei en augustus volgend jaar betaald aan de personeelsleden. Overlopende passiva De overlopende passiva hebben een looptijd van korter dan een jaar. De stijging van de vooruitontvangen bedragen wordt met name veroorzaakt door subsidie vanuit de gemeente, overboekingen saldo's ouderverenigingen Daarnaast zijn de overlopende gelden voor nieuwkomers verschoven van de vooruitontvangen bedragen naar de nog te besteden niet-geoormerkte subsidies. Dit is ook in de vergelijkende cijfers aangepast.
53
Model G. Verantwoording subsidies G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Omschrijving
Toewijziging
Lerarenbeurs 23/24
Kenmerk divers
Datum divers
Lerarenbeurs 24/25 Basisvaardigheden 2023-2025 Basisvaardigheden 2023-2025 Basisvaardigheden 2023-2025 Basisvaardigheden 2023-2025 Basisvaardigheden 2023-2025 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Basisvaardigheden 2024-2026 Regeling school en omgeving Regeling school en omgeving
divers VBV23-PO-0704 VBV23-PO-1073 VBV23-PO-1453 VBV23-PO-2244 VBV23-PO-2604 VBV24-PO-0745 VBV24-PO-0924 VBV24-PO-1611 VBV24-PO-1326 VBV24-PO-0719 VBV24-PO-1152 VBV24-PO-2088 VBV24-PO-1483 VBV24-PO-0707 RSO-23538 RSO-23537
divers
31-5-2023 31-5-2023 31-5-2023 31-5-2023 31-5-2023 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 18-6-2024 21-12-2023 21-12-2023
Bedrag van de toewijzing
Ontvangen t/m verslagjaar
18.680
18.680
18.680 83.000 283.000 122.000 49.000 181.000 149.000 119.000 125.000 77.000 198.000 155.000 193.000 57.000 157.000 84.073 56.049
18.680 41.500 283.000 122.000 49.000 181.000 35.462 28.322 29.750 18.326 47.124 36.890 45.934 13.566 37.366 84.073 56.049
2.125.483
1.146.723
De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond (J/N/O)
J O O O O O O O O O O O O O O O O O
G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar Omschrijving Niet van toepassing.
Toewijziging Kenmerk
Datum
Bedrag van de toewijzing
-
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
-
Totale subsidiabele
-
Saldo per 1 januari
Ontvangen in verslagjaar
Subsidiabele kosten in
-
-
-
Saldo per 31 december
-
G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar Omschrijving
Toewijziging Kenmerk
Datum
Bedrag van de toewijzing
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
Totale subsidiabele
Saldo per 1 januari
Ontvangen in verslagjaar
Subsidiabele kosten in
Saldo per 31 december
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
54
B6
NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN
1) Huurovereenkomsten t.b.v. kopiëren Voor diverse locaties van stichting Comprix zijn huurcontracten afgesloten. Stichting Comprix gaat/heeft zelf kopieermachines aangeschaft. In 2022 moet nog een deel worden vervangen van lease naar koop. De jaarlijkse kosten n.a.v. deze huurovereenkomsten bedragen ongeveer:
€
90.000
€
450.000
€
406.000
De gemeente Opsterland brengt vanaf 2023 10 jaar lang € 15.000 per jaar in rekening bij Comprix voor extra investeringen die bij de nieuwbouw van de school De Treffer in Gorredijk voor duurzaamheidsmaatregelen zijn getroffen.
€
120.000
Totaal niet uit balans blijkende verplichtingen
€
1.066.000
2) Schoonmaakcontracten Door stichting Comprix is per 1 augustus 2021 een schoonmaakcontract afgesloten met CSU. Het contract heeft een duur van 3 jaar en kan telkens met 1 (bonus)jaar verlengd worden, met een maximum van 5 (bonus)jaren. Maandbedrag bedraagt circa € 37.500 (exclusief schoonmaakartikelen, glasbewassing en vloerbehandeling) Het jaarbedrag dat hiermee gemoeid gaat bedraagt ongeveer: 3) Huurkosten Het stafbureau van de Stichting Comprix is vanaf 1 juli 2022 gevestigd aan Pastorieplein 12 te Wolvega. Met de Werven Vastgoed B.V. is een huurovereenkomst afgesloten voor een periode van 10 jaar. De termijn eindigt derhalve op 30 april 2032 en is eventueel te verlengen met een nieuwe periode van 5 jaar. Het jaarbedrag bedraagt circa € 56.000. Het bedrag aan huurkosten bedraagt voor de huurtermijn ongeveer: 4) Bijdrage duurzaamheidsinvesteringen nieuwbouw
55
B7
Model E: Verbonden Partijen eigen
Naam
Juridische vorm
Statutaire zetel
vermogen Code activiteiten 31-12-2024
1.
MFA Oosterwolde Zuid Stichting
Oosterwolde
4
2.
Stichting 't Byntwurk Stichting MFA Lippenhuizen SWV Passend onderwijs Friesland