B03 Bijlage 3 Jaarverslag 2024 Stichting Comprix
Tekst van het document
een aantal scholen besproken. De onderwijsinspectie brengt mogelijke risico’s in beeld aan de hand van een aantal indicatoren. Op basis van deze risico-indicatoren zijn vijf scholen besproken. Op drie van deze scholen was verhelderende informatie beschikbaar en waren al interventies ingezet die de inspectie vertrouwen gaf in de sturing van het bestuur op de kwaliteit. Op de andere twee scholen wordt door de inspectie in 2025 een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Ook vielen drie scholen van Comprix in een steekproef kwaliteitsonderzoek. Het onderzoek bij obs De Striepe heeft in 2024 plaatsgevonden. Het oordeel van de inspectie was voldoende. De andere onderzoeken voert de inspectie in 2025 uit. Vanuit het jaarlijkse gesprek met de inspectie in 2023 is in maart 2024 de Vensterschool bezocht. Dit onderzoek leidde tot het oordeel ‘onvoldoende’. De schooldirecteur van de school pakt samen met de teamleden de herstel- en ontwikkelpunten op. Dit doen zij met hulp van het programma ‘Goed worden Goed blijven’ van de PO-raad. De inspectie heeft in maart 2025 een herstelonderzoek uitgevoerd en daaruit zijn geen verdere herstelopdrachten gekomen. De inspectie is zeer tevreden over de kwaliteitsslag die de school in deze korte periode heeft gemaakt. De opbrengsten van 2024/2025 zijn voldoende. Het driejaars-gemiddelde is in 2024/2025 nog onder de norm.
Naast voorgenoemde school hebben ook twee andere scholen van Comprix begeleiding gekregen vanuit het programma Goed worden Goed blijven (plus) van de PO-raad. Deze scholen signaleerden, samen met het bestuur, mogelijke risico’s in de onderwijskwaliteit en schakelden voor het goed in kaart brengen van de ontwikkel- en verbeterpunten deze begeleiding in. Samen met de begeleider werkten deze scholen gericht aan verbetering van de kwaliteit(szorg). Deze trajecten lopen in 2025 nog door. Meer scholen van Comprix hebben inmiddels een aanmelding gedaan bij het programma en ook het bestuur gaat in 2025 Goed worden, Goed blijven voor besturen inzetten. Externe audits Een tweetal scholen stond open voor een audit door auditoren in opleiding van verschillende opleidingsbureaus. Dit heeft voor deze scholen geleid tot inzicht in wat goed gaat en wat beter kan. Eén van de auditoren in opleiding is een schooldirecteur van Comprix. 5.3 Onderwijsresultaten De Inspectie van Onderwijs meet de opbrengsten van de school aan de hand van de behaalde referentieniveaus voor taal en 16
rekenen. De Inspectie gaat ervanuit dat 85% van de leerlingen referentieniveau 1F moet kunnen halen. De norm voor de referentieniveaus 1S/2F is afhankelijk van de gewichtenregeling die voor iedere school geldt. Het bestuur brengt een aantal data ten aanzien van de onderwijsresultaten en onderwijskwaliteit in beeld. ONDERWIJSRESULTATEN
Brin School 12NL OBS De Aventurijn 12RF Skoalle De Dúnwizer 12VM Obs Dorpsschool De Blesse 12YL Kindcentrum De Finne 13BL Dalton bs de Oostenbrink 13DS Obs de Tjongeling 13EI Openbare Daltonschool de Skâns 13HA De Velden 13JS Obs De Treffer 13OD Obs De Stelling 13QV Vensterschool Noordwolde 13SJ Obs meester KJ Dijkstraschool 13SX School Loevestein 13UW Bs de Striepe 13YI Bs Heidepolle 13ZW Obs de Riemsloot 13ZW Bs De Boge 14BQ Obs Dalton Zuid Wolvega 14ER Bs Tuindorp 14FY Skôalle it Aventoer 14HK Dorpsschool 14IS Bs De Flecht 14KY obs De Toekan 14MO De Lamer 14QI Openbare Buttingaschool 15AO Obs Boekhorst 15EV Bs 't Holtpad 15GH Bs 't Ambyld 15JD De Twirrewyn 15JO Bs De Opstekker 15KW De Klaeter 15LU Obs De Trede 15OQ Skoalle de Sinnewizer 19QX SBO De Triade 19RM SBO De Kampingerhof
School weging 29,4 30,9 31,0 26,4 29,1 29,0 28,7 30,6 32,1 28,8 32,8 29,3 28,8 29,6 33,0 30,7 30,5 34,9 28,7 28,8 34,9 29,9 30,5 28,2 31,4 32,4 27,9 30,4 30,2 29,6 29,7 26,1 30,7
De getoonde resultaten zijn de driejaars gemiddelden en zijn vergeleken met vergelijkbare scholen en de signaalwaarde van de onderwijsinspectie. Voor 2023/2024 is voor het eerste jaar na de coronacrisis geen correctiewaarde meer van toepassing.
% Behaald 1F 2023/2024
% Behaald 1S/2F 2023/2024
School weging
% Behaald 1F driejaars gemiddelde
97,2% 88,9% 100,0% 90,8% 88,9% 94,1% 100,0% 83,3% 89,6% 100,0% 95,2% 100,0% 98,6% 90,5% 94,1% 92,4% 100,0% 88,9% 97,1% 94,7% 88,9% 100,0% 94,0% 88,9% 79,2% 96,3% 100,0% 100,0% 100,0% 94,1% 88,9% 100,0% 90,9% 38,5% 69,4%
55,6% 31,1% 66,7% 60,9% 38,9% 43,1% 62,5% 50,0% 31,3% 80,6% 28,6% 59,3% 65,2% 52,4% 62,7% 42,4% 90,5% 30,6% 66,7% 50,9% 33,3% 60,0% 44,0% 11,1% 25,0% 51,9% 66,7% 66,7% 63,3% 58,8% 22,2% 63,0% 72,7% 2,6% 16,7%
29,3 30,5 31,4 26,3 29,4 29 28,9 30,3 32,2 28,9 32,4 29,2 28,8 29,3 33,1 30,4 30 35,4 28,4 28,6 35,3 30,2 30,5 28,6 31,3 32,7 27,5 30,2 29,9 29,2 30,3 26,3 30,9 -
88,2% 93,6% 92,2% 92,6% 90,8% 96,2% 96,7% 88,1% 90,6% 98,9% 90,7% 94,9% 98,6% 95,7% 93,1% 91,7% 100,0% 93,8% 96,8% 93,6% 94,3% 98,8% 96,4% 93,3% 90,0% 98,3% 100,0% 97,2% 97,7% 96,0% 92,3% 98,7% 91,4% 40,2% 65,8%
% Behaald 1S/2F driejaars gemiddelde 4,0% 46,8% 56,9% 63,2% 27,6% 53,0% 63,3% 52,4% 44,3% 76,7% 32,0% 48,7% 61,7% 64,5% 56,5% 44,1% 78,8% 37,2% 57,5% 51,9% 37,9% 50,0% 58,5% 42,2% 40,8% 63,8% 70,0% 58,3% 66,7% 60,7% 48,7% 65,3% 43,1% 9,2% 17,1%
Landelijk Gemiddelde 1F
Landelijk Gemiddelde 1S/2F
95,9% 95,7% 95,2% 96,7% 95,9% 96,4% 96,4% 95,7% 94,8% 96,4% 94,8% 95,9% 96,4% 95,9% 93,9% 95,7% 95,7% 93,0% 96,4% 96,4% 93,0% 95,7% 95,7% 96,4% 95,2% 94,8% 96,6% 95,7% 95,9% 95,9% 95,7% 96,7% 95,7%
57,8% 57,3% 55,3% 63,2% 57,8% 60,7% 60,7% 57,3% 53,4% 60,7% 53,4% 57,8% 60,7% 57,8% 50,4% 57,3% 57,3% 47,6% 60,7% 60,7% 47,6% 57,3% 57,3% 60,7% 55,3% 53,4% 61,4% 57,3% 57,8% 57,8% 57,3% 63,2% 57,3%
Op of boven signaleringswaarde inpsectie EN op of boven gemiddelde van scholen met vergelijkbare schoolweging Op of boven signaleringswaarde inpsectie EN onder gemiddelde van scholen met vergelijkbare schoolweging Onder signaleringswaarde inspectie EN onder gemiddelde van scholen met vergelijkbare schoolweging
-
-
-
-
In 2024 scoren 33 van de 35 op of boven de signaalwaarde 1F. Zestien van de 33 scholen (excl. SBO) scoren boven het landelijk gemiddelde van scholen met een vergelijkbare schoolweging op 1F. Twee scholen scoren onder de signaleringswaarde op 1F. Als gekeken wordt naar het driejaars gemiddelde, scoren alle scholen op of boven de signaalwaarde 1F. Vijftien van de 33 (excl. SBO) scholen scoren ook boven het landelijk gemiddelde van scholen met een vergelijkbare schoolweging op 1F. In totaal scoren 22 van de 35 scholen op of boven de signaleringswaarde 1S/1F. Veertien van de 33 scholen (excl. SBO) scoren ook boven het landelijk gemiddelde van scholen met een vergelijkbare schoolweging op 1S/2F. Als gekeken wordt naar het driejaars gemiddelde voor 1S/2F scoren 29 van
-
de 35 scholen op of boven de signaleringswaarde 1S/2F. Veertien van de 33 scholen (excl. SBO) scoren ook boven het landelijk gemiddelde van scholen met een vergelijkbare schoolweging op 1S/2F. Bij zes van de 35 scholen ligt de score voor 1S/2F voor het driejaars gemiddelde onder de signalerings-waarde van de inspectie en onder het gemiddelde van scholen met een vergelijkbare schoolweging.
NB: op kleine scholen wordt het gemiddelde over vijf jaar berekend. Dit is in 2024 het geval op De Klaeter en ’t Holtpad. De rendementen zijn onderwerp van gesprek tijdens de gesprekken met directeuren tijdens de zelfevaluatie. Onze analyses laten al vanaf groep 3 zien of groepen op koers liggen of dat gerichte actie noodzakelijk is. Dit inzicht maakt het vroegtijdig bijsturen in groepen mogelijk.
17
Hierbij baseren wij ons op de werkwijze van het opbrengstgericht werken. Ook de tussenopbrengsten zijn onderwerp van gesprek in de zelfevaluaties. Scholen maken een eigen analyse middels de lerarenzelfevaluatie en de groepsbespreking. Ook op bestuursniveau worden deze data verzamelt en geduid. In de tussenresultaten is goed te zien dat nog niet alle groepen op koers liggen om de gewenste referentieniveaus te halen. Scholen zien met name kansen bij het verhogen van de streefniveaus (1S/2F). 5.4 Passend onderwijs Comprix streeft naar inclusiever onderwijs met als ideaal doel ‘geen kind het dorp uit’. Dit sluit aan bij onze kernwaarde ‘diversiteit en inclusiviteit’. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat niet alles overal mogelijk is. Wij denken in mogelijkheden, waarbij de optimale ontwikkeling van de leerling leidend is. Binnen de mogelijkheden van de school, wordt in overleg met ouders een passend onderwijsaanbod ingericht. Is dit binnen de school niet mogelijk, dan wordt samen gezocht naar een passende onderwijsplek. Comprix handelt daarbij volgens de wettelijke zorgplicht. Dit houdt in dat voor alle leerlingen die op een Comprix school worden aangemeld of al staan ingeschreven het meest passende aanbod wordt gerealiseerd.
Binnen Comprix hebben wij daarvoor de volgende drie mogelijkheden: • een aanbod op de eigen school (de school van aanmelding); • een aanbod op een andere reguliere school; • en een aanbod op een school voor speciaal (basis)onderwijs. Hierbij speelt De Stipe (het ondersteuningsteam Primair Onderwijs Zuidoost Friesland) een belangrijke rol. De middelen passend onderwijs worden op bestuurs- en schoolniveau ingezet om bovenstaand streven te realiseren. In 2024 staat het passend onderwijs in Nederland onder druk, zoals blijkt uit het rapport "De Staat van het Onderwijs 2024". De kwaliteit van het onderwijs blijft een punt van zorg, met veel scholen die moeite hebben om de basisvaardigheden van leerlingen op peil te houden, vooral op het gebied van taal en rekenen. Daarnaast is er een groeiende aandacht voor het mentale welzijn van leerlingen, wat wordt gezien als een cruciale factor voor het verbeteren van de leerprestaties. Het tekort aan leraren blijft een groot probleem, wat directe gevolgen heeft voor de kwaliteit van het onderwijs en de werkdruk van het bestaande personeel.
Comprix investeerde met deze ambities en uitdagingen in het achterhoofd in gerichte professionalisering van leraren, vooral op het gebied van differentiatie en het omgaan met diverse leerbehoeften. Dit deden de scholen door middel van trainingen, workshops en coaching. Daarnaast zette Comprix in op de versterking van de samenwerking met De Stipe, zorginstellingen en andere externe partners. Dit hielp ons bij het bieden van geïntegreerde ondersteuning aan leerlingen met complexe behoeften. Ook maakten we gebruik van data om de voortgang van leerlingen te monitoren en interventies tijdig aan te passen. Dit doen de scholen door middel van hun leerlingvolgsystemen en regelmatige evaluaties. Comprix werkt verder aan de implementatie van inclusiever onderwijs door barrières te identificeren en waar mogelijk weg te nemen. We roepen scholen op om hun zorgvragen te analyseren en na te denken over wat zij nu nog niet kunnen in hun ondersteuning en boven tafel te krijgen wat nodig is om dit in het vervolg wel te kunnen. Dit kan door het aanpassen van fysieke ruimtes, lesmateriaal en het bieden van extra ondersteuning waar nodig. We zetten tevens in op ouderbetrokkenheid bij het onderwijsproces. De scholen organiseren regelmatig ouderbijeenkomsten en communiceren duidelijk over de voortgang en behoeften van hun kinderen.
Tot slot stimuleren wij regionale samenwerking tussen scholen om expertise en middelen te delen. Dit kan helpen bij het aanpakken van het lerarentekort en het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs. De middelen passend onderwijs (vanuit de lumpsum en het samenwerkingsverband) worden ingezet voor: • Het ondersteuningsaanbod van De Stipe. • De twee scholen voor speciaal basisonderwijs. • De extra ondersteuning voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte binnen de scholen. • Het Comprix College als aanbod voor cognitief talentvolle leerlingen. • Playing for Succes met een aanbod voor leerlingen van 9 tot 14 jaar gericht op motivatie en zelfvertrouwen. Alle scholen van Comprix hebben in 2024 hun schoolondersteuningsprofiel (SOP) herijkt en herschreven. Dit is gezamenlijk opgepakt met behulp van het digitale instrument POS, vanuit het samenwerkingsverband. Het
18
ondersteuningsaanbod binnen de scholen is hiermee beschreven. Evaluatie van het ondersteuningsaanbod vindt plaats in de zelfevaluatie en de bijbehorende gesprekken. Hiermee maakt dit onderdeel uit van de PDCAcyclus binnen de kwaliteitszorg. Ook is dit onderdeel van de gesprekken met de medewerkers van De Stipe op de scholen. Ondersteuningsteam De Stipe Ondersteuningsteam De Stipe heeft een ondersteunende en verbindende rol bij het realiseren van passend onderwijs voor leerlingen op de basisscholen en de speciale basisscholen van Comprix. Arrangementen in het kader van passend onderwijs worden gewogen en toegekend door De Stipe. Handelingsgericht werken (HGW) staat hierbij centraal. Binnen het ondersteuningsteam De Stipe zijn gedragsspecialisten, orthopedagogen, consulenten onderwijs & kwaliteit en een consulent onderwijs jonge kind aanwezig. Binnen de scholen van Comprix zijn medewerkers van De Stipe in 2024 ingezet bij ondersteuning van 320 leerlingen. Daarnaast zijn medewerkers van ondersteuningsteam De Stipe ook ingezet bij 58 kinderen in een voorschools traject. In de cyclus van handelingsgericht werken is de samenwerking tussen alle betrokken partijen stevig verankerd en een voorwaarde voor het verdere handelen.
Ondersteuning Voorschools Jonge kind Gedrag Cognitief / leren HGPD (onderzoek) Verwijzing Combi gedrag / cognitief Combi gedrag / HGPD Combi cognitief / HGPD Thuiszitters Deel-team Groeps- / leerkracht Totaal
Aantal leerlingen 58 34 35 23 130 15 10 36 14 2 8 13 320
De ondersteuning die door de medewerkers van De Stipe geboden wordt, is gebaseerd op de uitgangspunten: 1. Psychologische basisbehoeften zijn de basis voor ontwikkeling; 2. Goed onderwijs voor alle leerlingen 3. Handelingsgericht werken als leidraad Comprix College Het Comprix College is een bovenschoolse voorziening binnen Comprix, speciaal gericht
op de ondersteuning van cognitief talentvolle leerlingen uit het primair onderwijs. Deze leerlingen hebben specifieke onderwijsbehoeften die het reguliere aanbod overstijgen, zowel op cognitief gebied als in sociaal-emotioneel opzicht. In het afgelopen jaar heeft het Comprix College verder invulling gegeven aan deze gespecialiseerde ondersteuning door het bieden van een passend en stimulerend leerarrangement. Doelgroep en toelating Het Comprix College richt zich op leerlingen met aantoonbaar cognitief talent. Hoewel het overleggen van een formeel IQ-onderzoek geen vereiste is, wordt bij de toelating gekeken naar een breed spectrum van kenmerken die wijzen op (hoog)begaafdheid. Dit maakt dat wij bewust spreken van ‘cognitief talentvolle leerlingen’, waarmee recht wordt gedaan aan de diversiteit binnen deze doelgroep en het feit dat niet bij iedere leerling hoogbegaafdheid formeel is vastgesteld. Onderwijskundig arrangement Het Comprix College biedt een gespecialiseerd onderwijsarrangement aan voor cognitief talentvolle leerlingen, binnen de systematiek van handelingsgericht werken. De arrangementen worden aangevraagd door de basisscholen en zijn bedoeld voor leerlingen in groep 5 t/m 8. Het aanbod bestaat uit: • Eén dagdeel per week voor leerlingen in groep 5/6, • Twee dagdelen per week voor leerlingen in groep 7/8.
Het onderwijsprogramma van het Comprix College richt zich op meer dan alleen verrijking en verdieping. Centraal staat het begeleiden van leerlingen in het proces van ‘leren leren’, waarbij vaardigheden zoals reflectie, doorzettingsvermogen en zelfsturing worden ontwikkeld. Er wordt actief gewerkt aan het stimuleren van een growth mindset: leerlingen worden aangemoedigd om uitdagingen aan te gaan, fouten te zien als leerkansen, en te groeien door inspanning. Dit vormt een belangrijk tegenwicht voor de vaak voorkomende fixed mindset bij cognitief talentvolle leerlingen, die het leren in de weg kan staan. Een ander essentieel element van het arrangement is de leeromgeving met ontwikkelingsgelijken. Veel leerlingen ervaren voor het eerst dat zij worden omringd door leeftijdsgenoten met vergelijkbare denkstijlen, interesses en leerbehoeften. Dit draagt sterk bij aan hun welbevinden en motivatie, en biedt ruimte voor sociaal-emotionele groei.
19
Binnen het arrangement werken leerlingen aan individuele leerdoelen, die vooraf in overleg met de basisschool, ouders en het Comprix College worden vastgesteld. Deze doelen zijn afgestemd op hun specifieke onderwijsbehoeften en vormen de leidraad voor hun ontwikkeling tijdens het traject. De voortgang wordt gevolgd en besproken in terugkerende evaluatiemomenten, waarbij afstemming met de thuisschool essentieel is. Deze arrangementen worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met het ondersteuningsteam De Stipe. Minimaal tweemaal per jaar vindt er structureel overleg plaats over de inhoud en effectiviteit van de geboden ondersteuning. Deze interprofessionele samenwerking versterkt de kwaliteit van het aanbod. Het arrangement fungeert daarmee niet als eindstation, maar als katalysator voor duurzame leerontwikkeling – binnen én buiten het Comprix College. Kennisdeling en professionalisering Een belangrijke pijler van het Comprix College is het delen van expertise met reguliere basisscholen. In 2024 is in op regelmatige basis gebruikgemaakt van collegiale consultatie en deelname aan HGW-gesprekken, waarbij leerkrachten van het Comprix College hun deskundigheid inzetten ter versterking van het onderwijs op de thuisbasis van de leerling.
Ter ondersteuning van Passend Onderwijs aan cognitief talentvolle leerlingen op de reguliere basisscholen, heeft een teamlid van het Comprix College een cursus ontwikkeld die scholen ondersteunt bij beleidsontwikkeling en implementatie. Daarnaast worden er twee jaarlijkse netwerkbijeenkomsten georganiseerd voor coördinatoren (hoog)begaafdheidVoor deze bijeenkomsten is inmiddels een inhoudelijke opzet uitgewerkt. Deelnamecijfers Het aantal leerlingen dat deelneemt aan het onderwijsaanbod van het Comprix College vertoont de afgelopen drie schooljaren enige schommelingen. Deze fluctuaties zijn grotendeels toe te schrijven aan het toelatingsproces. Elk jaar komt er een toelatingscommissie bijeen die zowel heraanmeldingen als nieuwe aanmeldingen beoordeelt. Op basis hiervan worden nieuwe groepen samengesteld. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de leerbehoeften van de leerlingen, maar ook naar de beschikbare personele capaciteit en lokalen en de samenstelling van het team.
In schooljaar 2024–2025 was er meer ruimte in het aantal beschikbare leerkrachten, waardoor meer leerlingen konden worden toegelaten dan in het voorgaande jaar. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal deelnemers, vooral in groep 5/6 en groep 7. Leerjaar
2023–2024
2024–2025
Groep 5/6
22
36
Groep 7
21
37
Groep 8
19
15
Totaal
62
88
Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van groei, reflectie en verdere ontwikkeling van het Comprix College binnen Stichting Comprix. In samenwerking met scholen, ouders en ondersteunende teams is gewerkt aan het vormgeven van passend onderwijs voor cognitief talentvolle leerlingen. Daarbij zijn stappen gezet in het versterken van het aanbod en het delen van expertise, met oog voor de specifieke onderwijsbehoeften van deze doelgroep. Voor- en vroegschoolse educatie De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) maakt een stevige ontwikkeling door. De drie gemeentes hebben hiervoor beleid opgesteld. Het doel om de kansengelijkheid van kinderen te vergroten wordt hierbij nagestreefd. Daarnaast heeft Comprix ook eigen beleid vastgesteld. Dit beleid wordt in 2025 geëvalueerd en geactualiseerd. De samenwerking met de drie gemeentes over dit onderwerp is optimaal geregeld. Dit leidt tot meer inhoudelijk overleg met alle betrokkenen. Gemeente, schoolbestuur en organisaties voor kinderopvang werken samen aan de gemeenschappelijke opdracht. Vanuit de resultaatverplichting nemen de scholen deel aan de monitoring VVE vanuit de gemeente. Het doel van de monitoring is het onderzoeken van de kansen(on)gelijkheid in de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Er is deze keer een hoge respons van 84% van de aangeschreven VE-locaties en 94% van de aangeschreven scholen.
De uitslag van deze monitoring in 2024 is als volgt: • Voorschoolse educatie (VE): 68% van de peuters met een VE-indicatie gaat daadwerkelijk naar voorschoolse educatie. Er is een aanzienlijke groep waarvoor de plaatsing nog in behandeling is. • Warme overdracht: De warme overdracht van VE-locaties naar basisscholen verloopt over het algemeen goed, maar er zijn
20
•
•
• • • •
verbeterpunten zoals standaardisering en terugkoppeling. Onderwijsresultaten: De taal- en rekenontwikkeling van doelgroeppeuters is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Echter, er zijn nog verschillen tussen de gemeenten. Schooladviezen: Leerlingen in de OWOgemeenten krijgen minder vaak een havoadvies of hoger en vaker een vmbo-advies dan landelijk. Taalontwikkeling: Er is een verbetering in taalontwikkeling en het taalniveau van uitstromende peuters zichtbaar. Technisch lezen en rekenen: De VVEdoelgroep scoort lager dan niet-doelgroep leerlingen. Doelgroepdefinitie: Er zijn veel kleuters zonder VE-indicatie die volgens de scholen wel een indicatie zouden moeten hebben. Aanbod: VE-locaties beoordelen dit jaar hun aanbod beter en zien betere resultaten bij peuters.
5.5 Onderwijs Toelating De openbare en identiteitsrijke scholen van Comprix stellen zich open voor ouders, leerlingen en teamleden met alle godsdiensten en levensovertuigingen. Hierbij verwacht Comprix wel dat de kernwaarden van Comprix worden onderschreven en er respect is voor de levens- en maatschappijbeschouwing van de ander. Toelating tot de scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) is alleen mogelijk met een toelaatbaarheidsverklaring (TLV), afgegeven door het samenwerkingsverband. Bij de toelating van leerlingen met aanvullende zorg- en ondersteuningsbehoeften wordt onderzocht of de desbetreffende school hieraan kan voldoen. De ondersteuningsmogelijkheden van de school staan beschreven in het school ondersteuningsprofiel (SOP). Indien de school niet kan voldoen aan de zorg- en ondersteuningsbehoefte van een aangemelde leerling, wordt in overleg met ouders gezocht naar een passende onderwijsplek. Het aantal toegekende TLV’s binnen Comprix is in onderstaande overzicht opgenomen: Naar SBO Naar SO
2022 7 2
2023 9 2
2024 10 5
Thuiszitters Een thuiszitter is volgens de landelijke definitie een leerling die langer dan vier weken zonder geldige reden niet ingeschreven staat op een
school. Het kan gaan om een leerling die wél staat ingeschreven op een school maar langer dan vier weken onafgebroken zonder geldige reden niet op school komt. Thuiszitten kan dus zowel gaan om niet ingeschreven staan als om ingeschreven staan maar niet op school komen. Voor onze scholen geldt alleen het langdurig niet op school komen als thuiszitter, ze staan immers ingeschreven op één van onze scholen. In onderstaand overzicht is per jaar het aantal thuiszitters weergegeven: Aantal thuiszitters Geen officiële thuiszitters, maar verdienen wel aandacht*
2022 9
2023 4
2024 2 3
* bijvoorbeeld regelmatig schoolverzuim, vaak afwezig vanwege chronische ziekte
In 2024 zijn twee leerlingen aan te merken als thuiszitter. Alle leerlingen zijn gemeld aan de leerplichtambtenaar en er zijn diverse experts betrokken. Oekraïense leerlingen In overleg met de gemeenten en de collega schoolbesturen in de regio is gekozen voor het plaatsen van Oekraïense leerlingen op scholen nabij de opvanglocaties. Hierbij wordt goed gemonitord of we op de dichtstbijzijnde school de kwaliteit kunnen leveren die nodig is. Indien het niet past op de school die het dichtst bij de opvanglocatie aanwezig is, wordt gekeken naar een andere school. Personele inzet wordt bekostigd uit de ontvangen subsidiegelden voor nieuwkomers. De coördinatie van de Oekraïense leerlingen loopt via een medewerker van ondersteuningsteam De Stipe. Periodiek vindt overleg plaats over de stand van zaken aangaande de Oekraïense leerlingen. Dit betreft zowel intern overleg als overleg met de gemeentes en andere instanties. Onderwijsachterstanden De middelen voor onderwijsachterstanden worden binnen Comprix verdeeld op basis van de schoolscores van het Centraal Bureau voor de Statistiek en toegevoegd aan het formatiebudget per school. De middelen worden volledig ingezet in de formatie. Dit geeft de school die onderwijsachterstandsmiddelen ontvangt, de mogelijkheid om eigen keuzes te maken, passende bij de specifieke situatie en leerlingenpopulatie.
Door de toevoeging van de middelen voor onderwijsachterstanden aan het formatiebudget zijn deze middelen onderdeel
21
van het bestuursformatieplan. Het bestuursformatieplan wordt besproken binnen het directieoverleg en ter instemming voorgelegd aan de GMR. De scholen die gelden hebben ontvangen voor de onderwijsachterstanden hebben dit hoofdzakelijk ingezet voor klassenverkleining, inzet van onderwijsassistenten en extra taalondersteuning. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Tot en met juli 2023 zijn extra financiële middelen ontvangen in het kader van het NPO. De verkregen middelen worden voor het laatst ingezet in schooljaar 2024/2025. Alle scholen hebben een schoolscan uitgevoerd waarbij een analyse is gemaakt van de leerachterstanden en andere knelpunten. Op basis van deze schoolscan hebben de schoolteams keuzes gemaakt voor de meest passende interventies, waarna deze zijn uitgewerkt in een schoolprogramma. Dit schoolprogramma is ter instemming voorgelegd aan de medezeggenschapsraad van de school (alle MR-en hebben ingestemd) en vervolgens vastgesteld door het bestuur. De 35 schoolteams van Comprix hebben interventies gekozen die het meest passend zijn voor de specifieke situatie van de school en de leerlingenpopulatie. Enkele voorbeelden van interventies zijn: • Extra inzet van formatie om de grootte van specifieke (jaar)groepen te beperken of om combinatiegroepen te voorkomen. • Extra personele inzet voor de begeleiding van individuele leerlingen en groepjes leerlingen.
• De aanschaf van extra en aanvullende leermiddelen, met name op het gebied van lezen en rekenen. • Activiteiten op het gebied van cultuur en sport, gericht op het welbevinden van leerlingen; • (Team)scholing op het gebied van o.a. schoolontwikkeling, directe instructie, lezen en rekenen. De extra personele inzet werd vooral ingevuld door (tijdelijke) uitbreidingen van personeel dat al in dienst is van Comprix en door het werven van tijdelijk personeel. Daarnaast is het door de problemen met het werven van medewerkers, de noodzaak van flexibele inzet en het voorkomen van verplichtingen noodzakelijk om ook personeel in te zetten vanuit uitzendbureaus. In totaal is in 2024 vanuit de NPO-gelden € 158.641 (29,3% van totale uitgaven NPO in 2024) uitgegeven aan personeel niet in loondienst.
De NPO-gelden zijn in 2024 als volgt ingezet: Interventie Bedrag A. Interventies gericht op meer onderwijs om bij groepen leerlingen kennis en vaardigheden bij te spijkeren € B. Interventies gericht op effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden bij te spijkeren € C. Interventies gericht op sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van leerlingen € D. Interventies gericht op ontwikkeling van de executieve functies van leerlingen € E. Interventies gericht op (extra) inzet van personeel en ondersteuning € F. Interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden (in te zetten in combinatie met voorgaande interventies) € Totaal van interventies in 2024
€
25.832
24.417 2.594 34.276 409.114
44.395 540.628
Comprix heeft, na positief advies van de GMR, gekozen om maximaal 10% van de beschikbare middelen vanuit het NPO bovenschools in te zetten. De besteding van dit budget sloot steeds aan bij de gekozen interventies en had als doel deze middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten en op basis van solidariteit tussen de scholen tegenslagen binnen afzonderlijke scholen op te kunnen vangen. Deze middelen zijn (o.a.) als volgt besteed: • De kosten voor de vervanging van medewerkers die vanuit het NPO werden ingezet. • De gemiddelde loonkosten voor personeel dat werd ingezet vanuit het NPO was vooraf te laag ingeschat, dit is vanuit dit budget gecompenseerd. • De reservering voor personele lasten na afloop van het NPO (o.a. uitkeringskosten). • De inzet van een orthopedagoog ten behoeve van het welbevinden van leerlingen en specifieke ondersteuningsvragen vanuit de scholen. • De extra inzet van een ICT-er ten behoeve van de implementatie van digitale leermiddelen; • De aanvullende en gerichte scholing van onderwijsassistenten. • De stijging van de salariskosten na 1 augustus 2023 alg gevolg van CAOstijgingen. Sociale veiligheid De visie van Comprix op veiligheid is om leerlingen en medewerkers een veilig leer- en werkklimaat te bieden. Dit betreft zowel de fysieke als de sociale veiligheid.
Om voorgaande waar te maken behoeft sociale veiligheid constant onze aandacht en dragen wij actief uit dat iedereen welkom is.
22
Wij hanteren een integraal veiligheidsbeleid dat gericht is op het waarborgen van de sociale, psychische en fysieke veiligheid van onze leerlingen. Ons beleid omvat onder meer preventieve maatregelen tegen pesten, discriminatie en ander ongewenst gedrag. Jaarlijks voeren we op de scholen een monitoring uit van de veiligheidsbeleving van onze leerlingen. Ook worden de ouders bevraagd naar de veiligheidsbeleving. Hiervoor maken wij gebruik van Vensters. De resultaten van deze monitoring worden geanalyseerd en, indien nodig, gebruiken wij deze inzichten om gerichte verbetermaatregelen te implementeren. Hieronder is het bestuursgemiddelde van de vragenlijsten aan ouders binnen Comprix inzichtelijk gemaakt en gerelateerd aan het landelijke gemiddelde (BO). Schooljaar 2023/2024 Bestuursgemiddelde Landelijk gemiddelde 7,5 7,4 Welbevinden Ervaren veiligheid 8,1 8,0 Aantasting 8,8 8,8 Percentage niet gepeste leerling 65% 63% Tevredenheid 8,0 8,0
Daarnaast is binnen elke school van Comprix een functionaris die aanspreekpunt is voor leerlingen, ouders en medewerkers bij kwesties rondom sociale veiligheid en die medewerker is verantwoordelijk voor de coördinatie van het veiligheidsbeleid op schoolniveau.
Op alle scholen is aandacht voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden van leerlingen en hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Iedere school maakt gebruik van een methodiek die bij de visie en de werkwijze van de school past. Iedere Comprix-school maakt gebruik van een programma om pesten binnen de school te voorkomen. Dit is opgenomen in het protocol ‘Gewenst gedrag’. De aandacht voor sociale veiligheid, de incidenten die hebben plaatsgevonden en het beleid dat daarop wordt aangepast of geformuleerd maken onderdeel uit van het schoolklimaat en wordt besproken in de halfjaarlijkse zelfevaluatiegesprekken. Fries en Streektaal De scholen in Opsterland geven onderwijs in de Friese taal. In de scholen in Weststellingwerf en Ooststellingwerf wordt het toegestane alternatief Veerkieker aangeboden. Veerkieker s een aanbod voor erfgoededucatie voor het basisonderwijs in de Stellingwerven. Veerkieker wordt mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de provincie Friesland, Oost- en Weststellingwerf en alle schoolbesturen in de Stellingwerven. Internationalisering Er is geen sprake van huidige ontwikkelingen daarin en ook richting de toekomst worden die niet verwacht.
Door deze structurele aanpak en continue aandacht voor sociale veiligheid streven wij ernaar een veilige en ondersteunende leeromgeving te bieden, waarin alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen.
23
6
Bedrijfsvoering
6.1 Personeel en professionalisering Bij Comprix staat goed werkgeverschap centraal. We hechten waarde aan onze medewerkers, gaan zorgvuldig met hen om en communiceren open en transparant. Ons doel is om medewerkers langdurig aan ons te binden en actief bij te dragen aan hun professionele groei. Duurzame inzetbaarheid is daarbij van essentieel belang – zowel voor onze medewerkers als voor de organisatie. De maatschappelijke en professionele eisen nemen toe, ontwikkelingen volgen elkaar snel op en de werkzame levensduur wordt langer. Daarom richten we ons niet alleen op de fysieke en mentale gezondheid van medewerkers, maar ook nadrukkelijk op hun blijvende ontwikkeling en scholing. We streven naar een veilige, prettige werkomgeving die het werkplezier en de vitaliteit van onze medewerkers ondersteunt. Door structureel te investeren in scholing en begeleiding zorgen we ervoor dat zij competent zijn én blijven in een voortdurend veranderende werkomgeving. 6.2 Strategisch personeelsbeleid Het strategisch HRM-beleid van Comprix is gericht op het duurzaam op orde houden van de formatie, zowel in kwantiteit als kwaliteit. Dit is noodzakelijk om onze onderwijskwaliteit te borgen in een veranderende context. We moeten inspelen op krimp, krapte en kwaliteit. De omvang van de personele formatie moet in balans zijn met de beschikbare middelen.
Door regionale krimp en dalende leerlingaantallen nemen de structurele inkomsten af, waardoor een geleidelijke afbouw van de formatie noodzakelijk is om de financiële continuïteit van de organisatie te waarborgen. Binnen deze kleinere formatie is het van belang om strategische keuzes te maken die de kern van het onderwijs beschermen. Dit betekent dat we zoveel mogelijk inzetten op het primaire proces en zorgen voor een evenwichtige verdeling van functies. Tegelijkertijd bieden tijdelijke subsidiemiddelen – zoals de middelen voor de verbetering van basisvaardigheden – ruimte om aanvullend personeel in te zetten. Deze inzet is waardevol, maar vraagt ook om een bewuste afweging: het gaat om tijdelijke bekostiging, en dus om inzet die niet structureel houdbaar is binnen de reguliere formatie. Hoewel de formatieve krimp tijdelijk lucht geeft in een krappe arbeidsmarkt, verwachten we op
termijn toch te maken te krijgen met een oplopend tekort aan leerkrachten en schoolleiders. Het is daarom cruciaal om nu al vooruit te denken en tijdig in te spelen op het omslagpunt waar de krimp overgaat in schaarste. Daarnaast ondervinden we nu al de gevolgen van het structurele tekort aan invalleerkrachten. Het vullen van tijdelijke vacatures en het op peil houden van de flexpool is een groeiende uitdaging. We zoeken actief naar alternatieve oplossingen om de onderwijstijd te waarborgen en de druk op schoolteams te verlagen. Kwaliteit draait om meer dan alleen vakbekwaamheid. Medewerkers moeten beschikken over competenties die passen bij ons onderwijs, onze strategische doelen én de actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan de focus op basisvaardigheden en de beweging van passend naar inclusiever onderwijs. We investeren daarom niet alleen in het werven van de juiste mensen, maar ook in de ontwikkeling van zittend personeel. Scholing, begeleiding en loopbaanontwikkeling zijn essentieel om medewerkers inzetbaar en gemotiveerd te houden. De kwaliteit van het onderwijs – en daarmee het bestaansrecht van Comprix – valt of staat met de inzet van onze mensen. Met het uitgangspunt ‘de leraar doet ertoe’ is het personeelsbeleid gericht op het versterken van de professional in de praktijk.
Duurzame inzetbaarheid is hierin een gedeelde verantwoordelijkheid van medewerkers en organisatie. Het personeelsbeleid is opgesteld in samenwerking met schooldirecteuren en ter instemming voorgelegd aan de GMR. De schooldirecteuren bespreken het personeelsbeleid met de medewerkers binnen hun school. In een regio waar leerlingenaantallen dalen, de arbeidsmarkt krap is en het onderwijsveld onder druk staat, vraagt het personeelsbeleid om strategisch denken en flexibel handelen. Door te investeren in goede planning, professionele ontwikkeling en aantrekkelijk werkgeverschap willen we de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs bij Comprix waarborgen – nu én in de toekomst. Jaarlijks vindt een P&O-gesprek plaats tussen de beleidsmedewerkers HR van Comprix en de schooldirecteuren. Uit deze gesprekken wordt de rode draad met elkaar gedeeld en worden acties uitgezet. Schooldirecteuren worden bij de implementatie ondersteund door de beleidsmedewerkers HR.
24
Werkgelegenheidsbeleid Binnen Stichting Comprix wordt werkgelegenheidsbeleid gevoerd. Doelstelling van dit beleid is behoud c.q. uitbreiding van de werkgelegenheid. Het beleid is gericht op het voorkomen van gedwongen ontslag. Voor werknemers met een dienstverband voor onbepaalde tijd geldt een werkgelegenheidsgarantie. Bij Stichting Comprix wordt gewerkt met een bestuursaanstelling. Eenmaal geplaats in een school betekent niet dat die school de werkomgeving blijft voor de rest van de diensttijd. Indien er een formatietekort is op een of meerdere scholen en een overschot op een andere school, wordt in de meeste gevallen besloten tot gehele of gedeeltelijke overplaatsing naar de school waar formatieruimte is. Uitgangspunt is dat een medewerker dezelfde rechtspositie behoudt bij overplaatsing. Uitkeringen na ontslag De kosten voor uitkeringen na ontslag en outplacement vergoedingen waren in 2024 ongeveer € 9.096. De transitievergoeding betreffen medewerkers waarvan de tijdelijke overeenkomst in 2024 niet is verlengd. De totale eigen bijdrage voor de WW-lasten bedraagt in 2024 € 30.486. Voor medewerkers die ziektevervanging hebben gedaan, kunnen we de WW-kosten declareren. Samenwerking Regio Noord PO Comprix is aangesloten bij Regio Noord PO en onderschrijft de gezamenlijke regiovisie.
De regiovisie is gericht op een toekomstbestendige aanpak van personeelstekorten in het funderend onderwijs. Door kennisdeling, gezamenlijke beleidsontwikkeling en het bundelen van krachten op thema’s als arbeidsmarkt en professionalisering versterken we onze positie als onderwijsorganisatie en dragen we bij aan een krachtige regionale aanpak. Door onze kennis te delen en krachten te bundelen, dragen we gezamenlijk bij aan sterk en duurzaam primair onderwijs in de regio. 6.3
Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Het opleiden van stagiaires tot startende leerkrachten vraagt veel meer van het werkveld dan een paar jaar geleden. Hiervoor heeft Comprix een eigen opleidingsteam. Dit team is de schakel tussen de basisschool en de Pabo’s. Het opleidingsteam werkt nauw samen met het HBO in Leeuwarden: NHLStenden (Pabo).
Het opleidingsteam vanuit Comprix coördineert de stageplaatsing, legt stagebezoeken af en gaat hierbij in gesprek met zowel de student als de mentor, neemt assessments af, is contactpersoon voor de pabo, is aanwezig in de opleidingsscholen, organiseert bijeenkomsten en verzorgen mentoren traingen. Elke school binnen Comprix kan fungeren als opleidingsschool. Zodra een pabo student vanuit NHLStenden stageloopt op een school, fungeert de school als opleidingsschool. De student krijgt in dat geval begeleiding vanuit het opleidingsteam. Hierbij krijgt het opleidingsteam van Comprix (ook wel de schoolopleiders) ondersteuning van twee instituutsopleiders vanuit NHLStenden. We hebben binnen Comprix drie clusters van opleidingsscholen. Binnen een cluster lopen 12 tot 15 pabostudenten vanuit NHLStenden stage. De clusters kunnen per schooljaar verschillen. Binnen een cluster wordt gewerkt volgens de principes van opleiden in de school. In de stageklas krijgt de student begeleiding van een getrainde mentor. Daarnaast begeleidt iemand vanuit het opleidingsteam de student. Studenten vormen samen een leergemeenschap. In deze leergemeenschap vindt onder andere intervisie en collegiale consultatie plaats. De studenten nemen deel aan het team, ze nemen onder andere plaats in een werkgroep. Er wordt van en met elkaar geleerd.
Hieronder is inzichtelijk gemaakt hoeveel studenten in 2024 stagelopen binnen de scholen van Comprix: Afkomst Pabo – NHL-Stenden Pabo – Windesheim, Hanze Hogeschool Zij-instromers Totaal
Aantal 48 15 1 64
Vooruitblik Naast de nauwe samenwerking met NHLStenden, gaat Comprix in 2025 nauw samenwerken met de Hanze Hogeschool uit Groningen. Het opleidingsteam is dan de schakel zijn tussen beide hogescholen en de basisscholen. Alle pabo studenten vanuit zowel NHLStenden als de Hanze hogeschool zullen begeleiding krijgen volgens de principes van het opleiden in de school. Door de nieuwe samenwerking zal binnen Comprix een vierde cluster worden gevormd. In 2025 zullen er drie clusters met pabo studenten vanuit NHLStenden zijn en één cluster met pabo studenten vanuit de Hanze hogeschool.
25
Studenten vanuit andere instituten zullen stagelopen op de scholen die niet in één van de clusters vallen. De clusters kunnen per schooljaar verschillen. In verband met de uitbreiding zal ook het opleidingsteam in 2025 uitgebreid worden met een derde schoolopleider. Beleid startende leerkracht Comprix hanteert als definitie voor startende leerkrachten: “Een leerkracht die minder dan 3 jaar onderwijservaring op een basisschool heeft of onvoldoende recente werkervaring”. In 2024 zijn vijf eerstejaars startende leerkrachten begeleid met IRIS-connect, intervisie en een themabijeenkomst. In totaal zijn 21 tweede- en derdejaars startende leerkrachten uitgenodigd voor de intervisie en themabijeenkomst. Elke school met een startende leerkracht ontvangt gedurende het eerste jaar extra formatiebudget ter waarde van € 8.000 voor de ondersteuning van de startende leerkracht. Zo kan de startende leerkracht werken aan zijn/haar ontwikkeling. In totaal hebben in 2024 zes scholen extra formatiebudget gekregen. De extra formatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor: • 4 uur per week vrij roosteren van de starter (ten behoeve van collegiale consultatie, administratie, overleg met de mentor, scholing, video interactie begeleiding, etc.). • 4 uur per week dubbele bezetting in de groep van de starter.
Elke directeur bespreekt met P&O bij de formatiebesprekingen op welke wijze de extra formatie voor begeleiding van de starter ingezet gaat worden. Ten behoeve van een startende leerkracht met een aanstelling in de flexpool of met een vervangingsaanstelling wordt geen extra formatie toegekend, dit gebeurt pas zodra deze leerkracht wordt opgenomen in de formatie van een Comprixschool. Beleid startende directeur In 2024 hebben twee medewerkers de schoolleidersopleiding gevolgd voor in totaal € 6.500 per medewerker. Elke school met een startende directeur kan extra formatiebudget krijgen ter waarde van € 16.000 als de startende directeur gebruik maakt van studieverlof voor de schoolleidersopleiding. Elke directeur bespreekt met P&O bij de formatiebesprekingen op welke wijze het eventuele extra formatiebudget ingezet gaat worden.
De besteding van de ontvangen gelden voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders is onderdeel van de begroting en het bestuursformatieplan. Deze zijn beide met de GMR besproken. 6.4 Personeelsgegevens Binnen Comprix zijn per 31 december 2024 485 medewerkers (2023: 461) werkzaam. Het totaal aantal medewerkers ultimo 2024 in fte is 338,1 fte (31 december 2023: 330,2 fte). Het gemiddeld aantal fte dat werkzaam is geweest in 2024 is 337,7 fte. Dit is inclusief de medewerkers in de flexpool, inzet voor NPO, basisvaardigheden en eerstejaars nieuwkomers. In onderstaand overzicht is het aantal fte per functiecategorie inzichtelijk gemaakt. Functiegroep College van bestuur Directie OP OOP OOP-ADM Schoonmaak Totaal
Fte 1,0 30,8 260,6 42,2 2,1 1,4 338,1
De totale inzet voor onderwijzend personeel binnen de scholen van Comprix is 77% (2023: 77%). V e r d e l i n g p e r f u n c t i e g r oe p 10%
13%
Directie 77%
OP OOP
In onderstaand overzicht is de inzet voor projecten inzichtelijk gemaakt: Project Basisvaardigheden
Functiegroep OP OOP
NPO OP OOP Nieuwkomers OP OOP Totaal
Fte 31-12-2024 5,42 3,42 2,00 5,44 3,72 1,72 4,67 1,29 3,38 15,53
26
Functiemix De verdeling van de functiecategorie leerkracht basisonderwijs LB en LC met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ziet er als volgt uit: Schaal Leraar basisonderwijs LB Leraar basisonderwijs LC Totaal
WTF onbepaalde tijd 177,2
% WTF
Landelijk (2024)
68%
70%
83,4
32%
30%
260,6
100%
100%
Inzicht in aard dienstverband Het blijkt dat 292,1 fte (31 december 2023 294,0 fte) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft binnen Comprix. In totaal heeft 45,9 fte een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarbij de vervanging buiten beschouwing is gelaten. De flexibele schil (exclusief vervanging) van Comprix bedraagt in totaal 13,6% (31 december 2023: 11%).
Verzuim Het ziekteverzuim over 2024 voor heel Comprix bedraagt 4,71% (2023: 4,84%). Het langdurig verzuim neemt af ten opzichte van 2022. Het landelijk gemiddelde verzuimpercentage bedraagt voor het primair onderwijs 6,5%. Het verzuimpercentage van Comprix ligt onder het landelijk gemiddelde. Verzuimduur
2024
2023
Kort 1- 7 dagen
0,48%
0,52%
Middel 8 – 42 dagen
0,36%
0,48%
Lang > 43 dagen
3,87%
3,84%
Totaal
4,71%
4,84%
Comprix heeft drie medewerkers in dienst uit de doelgroep banenafspraak. Zij vertegenwoordigen 2,6 fte en hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Leeftijdsopbouw Als naar de leeftijdscohorten gekeken wordt, is de grootste groep medewerkers tussen de 40 en 49 jaar. De gemiddelde leeftijd bij Comprix is 44,5 jaar, landelijk is dat 42,6 jaar. Leeftijdscohort < 25 25-34 35-44 45-54 55-64 > 65 Totaal
aantal mdw 28 74 138 116 122 7 485
procentueel 6% 15% 28% 24% 25% 1% 100%
De meldingsfrequentie geeft aan hoe vaak medewerkers zich ziekmelden in een periode. De meldingsfrequentie bedroeg in 2024 1,12 (2023: 1,35). Wij gaan hierbij uit van een periode van een jaar. De landelijke meldingsfrequentie voor het ziekteverzuim is voor het primair onderwijs 1,6. De meldingsfrequentie binnen Comprix is in 2024 gedaald ten opzichte van 2023 en is lager dan het landelijk gemiddelde. Bestuursformatieplan Jaarlijks wordt voor Comprix een meerjaren bestuursformatieplan opgesteld voor een periode van vier jaar. Dit bestuursformatieplan sluit aan bij de vastgestelde meerjarenbegroting en bij het vernieuwde allocatiemodel. Het bestuursformatieplan is vóór 1 mei voorgelegd aan de GMR. Het bestuursformatieplan 2024-2028 geeft een overzicht van de inkomsten en uitgaven van de personele middelen op basis van de geldende wet- en regelgeving voor de komende vier jaar. Verklaring omtrent gedrag Comprix ziet toe op een veilige leer- en werkomgeving en stelt het overleggen van een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) verplicht voor al het personeel in loondienst en voor inhuur van derden die met onze leerlingen In 2024 is interne controle uitgevoerd op de aanwezigheid van VOG’s voor alle nieuwe
27
medewerkers in loondienst en voor nieuw personeel dat niet in loondienst is. Daarbij is vastgesteld dat voor alle medewerkers een VOG is ontvangen. Echter, in een aantal gevallen was de VOG nog niet in het bezit van de organisatie op het moment dat de medewerker met de werkzaamheden startte. Dit onderstreept het belang van verdere verbetering in de borging van dit proces. Het niet tijdig aanwezig zijn van de VOG’s wordt voor het merendeel veroorzaakt doordat voor vervangingsvragen de tijd tussen het benoemen en het daadwerkelijk voor de klas staan zeer beperkt is. Daarnaast is voor personeel niet in loondienst niet in alle gevallen tijdig een afspraak met de uitlener gemaakt over de aanwezigheid van de VOG. Dit heeft ook voor een aantal personen die niet in loondienst zijn, geleid tot het niet tijdig aanleveren van de VOG. Nieuwe VOG's in 2024 Nieuwe medewerkers in loondienst Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting
VOG aanwezig op ingangsmoment
VOG te laat aanwezig
VOG niet aanwezig
50
<5
-
6
<5
-
Gedurende 2024 is de procedure voor nieuwe medewerkers in loondienst verder geautomatiseerd. Hierbij kan het in dienstproces voor een nieuwe medewerker niet worden afgerond als de VOG nog niet ontvangen is. Tevens zijn in 2025 voor personeel niet in loondienst afspraken gemaakt met partijen waar Comprix personeel van inhuurt. Dit om te waarborgen dat ook voor personeel niet in loondienst de VOG tijdig aanwezig is. Wij hebben de accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden zoals opgenomen in bijlage IV bij het Onderwijsaccountantsprotocol inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in 2024 uit te voeren. 6.5 Huisvesting Comprix wil uitdagend onderwijs verzorgen met eigentijdse voorzieningen binnen een veilige omgeving. Aantrekkelijke, functionele en goed onderhouden schoolgebouwen zijn daarvoor een voorwaarde. Daarnaast heeft Comprix nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid, zowel met betrekking tot het gebruik van materialen als het energieverbruik van de scholen. Comprix heeft veel scholen en daarmee ook de verantwoording voor de exploitatie en het onderhoud van veel (multifunctionele)
schoolgebouwen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor financiering van nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en tijdelijke huisvesting. Deze gescheiden verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de WPO (Wet op het primair onderwijs). De realisatie van onderhoud, nieuwbouw, uitbreiding, renovatie is formeel een taak van het schoolbestuur. Daar waar meerdere partijen in een gebouw worden gehuisvest kan een andere afspraak met de gemeente worden gemaakt. Door het grote aantal kleine scholen, heeft Comprix relatief veel schoolgebouwen ten opzichte van het aantal leerlingen. Hierdoor vraagt huisvesting naar verhouding ook veel personele inzet en budget. Daarbij is de bekostiging die schoolbesturen voor onderwijshuisvesting ontvangen in het algemeen niet toereikend. Het is dan ook een uitdaging voor Comprix om onze schoolgebouwen blijvend aan onze eisen te laten voldoen tegen aanvaardbare kosten en personele inzet. In 2024 zijn de volgende grote projecten uitgevoerd: • Het afronden van renovatie van OBS De Stelling in Makkinga. • De oplevering van de nieuwbouw van Ús Doarpsskoalle De Opstekker in Tijnje. • De voorbereidingen voor de te realiseren nieuwbouw van KC De Finne in Beetsterzwaag. • De nieuwe inrichting en kleinere renovaties bij diverse scholen. • De locatiebepaling van Skoalle It Aventoer in Langezwaag.
• Het afronden van de Europese Aanbesteding van leveranciers voor het leerlingenmeubilair en overig meubilair. Met de gemeenten Oost- en Weststellingwerf zijn intensieve gesprekken gevoerd over de integrale huisvestingsplannen. Deze plannen worden in 2025 geconcretiseerd en vastgesteld door de gemeenteraden Dit zal resulteren in vernieuwbouw, verplaatsing en renovatie van meerdere schoolgebouwen in de regio. Het uitvoeren van een groot deel van het planmatig onderhoud en het klachtenonderhoud voor onze schoolgebouwen is uitbesteed aan een externe partner (Syplon). Deze stelt eveneens van de meeste schoolgebouwen een meerjaren onderhoudsplanning op. Alle overige werkzaamheden betreffende de huisvesting van de scholen, alsmede de beleidstaken worden vanaf het stafbureau uitgevoerd.
28
Ten aanzien van de gebouwen, installaties en terreininrichtingen zorgt Comprix ervoor steeds zo goed mogelijk te voldoen aan de geldende veiligheids- en wettelijke voorschriften in het kader van Arbo, brandweereisen, verplichte keuringen en overige wetgeving en normeren. Net als in 2023 zijn we in 2024 aangelopen tegen het feit dat noodzakelijke werkzaamheden door aannemers en bedrijven niet uitgevoerd kon worden door materiaaltekorten en/of personeelstekort. Hierdoor zijn uit te voeren werkzaamheden doorgeschoven naar een latere periode in het jaar en zelfs doorgeschoven naar 2025. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen Aandacht voor mens, milieu en maatschappij neemt een nadrukkelijke plaats in binnen het strategisch beleid, het onderwijs en het handelen van Comprix. Om dit te realiseren worden o.a. de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Bij nieuwbouw, vernieuwbouw, of renovatie van schoolgebouwen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het duurzaam en energiezuinig inrichten van schoolgebouwen. • Bij aanschaf van apparatuur en materialen is duurzaamheid een van de selectiecriteria. • Binnen het beleid, het onderwijsprogramma en het dagelijks handelen in de scholen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan duurzaamheid. • De scholen van Comprix nemen actief deel aan het maatschappelijk leven in de wijken en dorpen.
• Stichting Comprix ziet het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid om het actief burgerschap en de sociale integratie van de leerlingen te bevorderen. Het aanbod burgerschapsonderwijs wordt door de scholen met verschillende activiteiten ingevuld. Facilitair Waar mogelijk wordt binnen Comprix ingezet op het gezamenlijk regelen van facilitaire zaken, waardoor kosten kunnen worden bespaard, efficiënter kan worden gewerkt en de scholen worden ontzorgd. Bij aanbestedingstrajecten is het uitgangspunt te voldoen aan de wet- en regelgeving en het bereiken van optimale prijskwaliteitsverhouding. 6.6 Financieel beleid Het financieel beleid van Stichting Comprix heeft als doel het borgen van een blijvend evenwichtige verdeling tussen inkomsten en uitgaven. Uitgangspunt hierbij is dat het financieel beleid eenvoudig, inzichtelijk en
transparant moet zijn. Een ander belangrijk uitgangspunt is de solidariteitsgedachte. De scholen van Comprix maken deel uit van één organisatie, die in zijn geheel streeft naar een hoogwaardig onderwijsaanbod. Bij het financieel beleid staat de rechtmatige en doelmatige verwerving en besteding van middelen centraal, waarvoor het college van bestuur de eindverantwoordelijkheid draagt. Anders verwoordt; het financieel beleid is gericht op een optimale en efficiënte inzet van middelen om de gestelde doelen te realiseren. Hierbij geldt dat financiën het beleid volgt en is verbonden met alle beleidsterreinen binnen de organisatie. Hierbij geldt ‘alles hangt met alles samen’. Het voeren van een gezond financieel beleid op korte en lange termijn is belangrijk, zowel op bestuurs- als op schoolniveau. Voorgaande leidt tot de volgende uitgangspunten: 1. Financiële middelen worden zoveel mogelijk ingezet voor het primair proces. 2. Continuïteit waarborgen door realistische exploitatie en het bewaken van de reserves. 3. Allocatie is op basis van solidariteit. 4. Betrokkenen hebben inzicht om zo hun rol goed te kunnen vervullen. Allocatie van middelen Het allocatiemodel van Comprix voldoet aan de volgende doelstellingen: • Eenvoudig • Transparant • Solidariteitsgedachte • Toekomstbestendig De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij het alloceren van de middelen: 1.
De personele en materiële uitgaven zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 20242028 liggen ten grondslag aan de bedragen die zijn opgenomen in het allocatiemodel. 2. De opbouw van het formatiebudget van een school loopt volledig in lijn met de middelen die het Rijk beschikbaar stelt aan elke school. 3. Specifieke budgetten voor scholen komen ten gunste van de betreffende scholen. 4. Personele risico’s worden over alle scholen verdeeld. Dit betreft onder andere de vervangingskosten en scholingskosten. Deze kosten worden bovenschools gedragen. 5. Het stafbureau, het ondersteuningsteam De Stipe, het Comprix College en het opleidingsteam zijn voorzieningen die door
29
alle scholen worden gefinancierd. Deze kosten worden bovenschools gedragen. 6. De inzet van conciërges, schoonmakers en administratief personeel met een subsidie, de stagevergoeding aan Lio-stagiaires, zijinstromers, buurtsportcoaches en faciliteiten voor starters en studieverlof schoolleidersopleiding en gymopleiding worden bovenschools gedragen. Om aan bovenstaande doelstellingen en uitgangspunten te voldoen is aansluiting gezocht met de huidige bekostigingssystematiek. Dit betekent dat het allocatiemodel net als de bekostiging uit een aantal bekostigingsonderdelen bestaat. De bekostigingsonderdelen zijn: • Basisbekostiging o Bestaat uit een bedrag per school en een bedrag per leerling. • Extra bekostiging o Kleine scholentoeslag, betreft een startbedrag en wordt verlaagd aan de hand van het aantal leerlingen. Hoe kleiner de school, hoe groter de toeslag. Deze toeslag heeft het Rijk ingevoerd omdat kleine scholen genoodzaakt zijn kleinere klassen aan te houden en in verhouding meer materiële uitgaven hebben. o Onderwijsachterstanden, het risico wordt per school berekend door het CBS en de school ontvangt een bedrag vermenigvuldigd met de achterstandsscore.
• Aanvullende bekostiging o specifieke doelgroepen; voor specifieke doelgroepen kan bekostiging worden aangevraagd via DUO o samenvoegingen (fusies), wanneer twee scholen fuseren en er tenminste 25% doorstroom is van de leerlingen ontvangt de school een compensatie. Het bestuur van de nieuwe school krijgt in het eerste bekostigingsjaar 100% van het verschil tussen de oude en nieuwe situatie en in het tweede bekostigingsjaar is dat 50% van het verschil. • Ondersteuningsbekostiging o Vanuit het Rijk ontvangt het SBO een bedrag per leerling voor extra ondersteuning. o Vanuit het SWV ontvangen we een bedrag per leerling voor passend onderwijs. • Overgangsbudget o Dit budget is om de daling door de vereenvoudigde bekostiging stapsgewijs te laten plaatsvinden. In 2023 bedroeg de
compensatie 75%, in 2024 bedraagt de compensatie 50% en in 2025 bedraagt de compensatie 25% van de totale daling. Sinds 2023 is geen sprake meer van een scheiding tussen de personele en de materiële bekostiging. Hiervoor is binnen het allocatiemodel van Comprix een verdeling gemaakt voor toerekening van het formatiebudget aan de school en aan de bovenschoolse en materiële uitgaven. De aanvullende subsidies voor professionalisering startende schoolleiders en aanvullende subsidies vanuit de gemeente en de provincie zijn toegevoegd aan het bovenschoolse budget. De inzet van deze budgetten vindt ook geheel bovenschools plaats. Treasurybeleid Comprix beschikt over een treasurystatuut dat voldoet aan de in 2016 herziene Regeling ‘Beleggen en belenen’ van het Ministerie OCW. Het treasurystatuut van Comprix is voor het laatst gewijzigd in 2019. In het treasurystatuut is beschreven welke treasurytaken en treasury-verantwoordelijkheden van toepassing zijn op Comprix. Tevens worden de beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. In dit statuut worden afspraken over onderwerpen als beheersing van rentekosten en -risico's, financierings- en beleggingsvraagstukken vastgelegd.
Treasury heeft bij Comprix in eerste instantie tot doel het minimaliseren van financiële risico’s (renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s) en vervolgens het reduceren van financieringskosten, het maximeren van beleggingsopbrengsten en het optimaliseren van het kasbeheer. Alle publieke middelen worden aangehouden bij de schatkist, aangezien Comprix sinds december 2020 deelneemt aan het zogenaamde ‘schatkistbankieren’. Gedurende het boekjaar 2024 is geen sprake van uitstaande beleggingen en leningen, anders dan de hypothecaire leningen die bij de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs door de gemeente zijn overgedragen. Er is geen sprake van een risico, aangezien tegenover de schuld een vordering staat. De interne verantwoording over treasuryactiviteiten vindt plaats door het college van bestuur aan de raad van toezicht door middel van de periodieke managementrapportages. Externe verantwoording vindt plaats door middel van dit jaarverslag.
30
Hypothecaire leningen Dit betreft in 2024 een hypothecaire lening van één personeelslid (aanvankelijk waren dit er elf) van Stichting Comprix, ingegaan op 01-012009. De lening is met de gemeente Weststellingwerf door de medewerkers afgesloten ten tijde dat het openbaar onderwijs Weststellingwerf nog onder de gemeente Weststellingwerf viel. In 2009 is het openbaar onderwijs van Oosten Weststellingwerf gefuseerd en verzelfstandigd onder het bevoegd gezag van toenmalig Stichting Comperio. Gemeente Weststellingwerf heeft na de verzelfstandiging de hypothecaire leningen overgedragen aan de voorloper van Stichting Comprix, aangezien deze medewerkers in dienst zijn van de stichting. Tegenover deze vordering op de medewerker staat een langlopende schuld aan de gemeente. 6.7 ICT in het onderwijs Binnen de scholen van Comprix wordt digitaal gewerkt. Naast het gebruik van digiborden in de klas wordt binnen alle scholen gebruik gemaakt van ondersteunende devices bij het onderwijsleerproces. Het gebruik van devices in de les en het steeds meer gebruik maken van digitale leermiddelen heeft geleid tot een uitstekende ICT-infrastructuur. Comprix kent een ICT-beleidsplan voor de jaren 2022 – 2024. Dit ICT-beleidsplan is een levend document.