CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Programmabegroting 2024-202741.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Beleidskaders • Milieubeleidsplan Ooststellingwerf 2010-2016 (mei 2010) • Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Infographic Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Beleid zonnepaneelvelden gemeente Ooststellingwerf (vastgesteld in 2021) • Nota van uitgangspunten Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025 • Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025 • Biodiversiteitsplan • Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 - 2024 • Programma Duurzaamheid 2021-2025 • Beleids- en uitvoeringsplan zwerfafval 2014-2022 • Wet milieubeheer • Landelijk Afval Plan (LAP) • Afvalstoffenverordening Ooststellingwerf

44

Begroting Programma 7 • •

Thema Gezondheid bestaat uit de volgende taakvelden: 7.1 Thema Duurzaamheid, riolering en afval bestaat uit de volgende taakvelden: 7.2, 7.3, 7.4 x € 1.000

7. Volksgezondheid en milieu

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

7.1 Volksgezondheid

-1.541

-2.133

-1.932

-2.245

-2.186

-1.545

7.2 Riolering

-2.188

-2.155

-2.070

-2.037

-2.028

-2.025

7.3 Afval

-2.889

-3.016

-2.964

-2.964

-2.964

-2.964

7.4 Milieubeheer

-2.132

-1.810

-1.843

-1.814

-1.814

-1.564

Totaal Lasten

-8.751

-9.114

-8.808

-9.060

-8.991

-8.098

Resultaat voor bestemming Lasten

Baten 7.1 Volksgezondheid

22

560

188

192

132

-

7.2 Riolering

2.898

2.759

2.982

2.983

2.983

2.983

7.3 Afval

3.293

3.062

3.553

3.590

3.590

3.590

7.4 Milieubeheer

1.235

125

125

125

125

125

Totaal Baten

7.449

6.506

6.849

6.890

6.830

6.699

Resultaat voor bestemming

-1.302

-2.608

-1.960

-2.170

-2.161

-1.400

Toevoegingen

-404

-435

-

-

-

-

Onttrekkingen

288

1.265

169

509

509

-

Mutatie reserves

-117

830

169

509

509

-

-1.418

-1.778

-1.791

-1.661

-1.652

-1.400

Mutatie reserves

Resultaat na bestemming

45

Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Thema 8.1 Bouwen, wonen en grondexploitatie Wat willen we bereiken Er moeten woningen aan de voorraad worden toegevoegd, met name voor senioren en starters. Er is ook een stevige vraag naar zorggeschikte woningen. De komende jaren neemt de vraag naar levensloopbestendige woningen aanzienlijk toe, waardoor ouderen langer zelfstandig met zorg aan huis kunnen blijven wonen. Ook ligt er een grote opgave om de noodzakelijke uitbreiding van de 24-uurs zorgplekken voor psychogeriatrie (dementiezorg) en somatiek te realiseren, waardoor dit zorgaanbod in onze gemeente geborgd wordt. De gemeente Ooststellingwerf heeft in de Regio Deal Zuid Oost Fryslan afspraken gemaakt met betrekking tot de toe te voegen woning voorraad. • We hebben de ambitie om de komende 10 jaar minimaal 700 woningen te realiseren. Dat kan door nieuwbouw, maar ook door het herbestemmen van andere functies naar de functie wonen. • Voor Ooststellingwerf geldt de unieke situatie dat in alle dorpen binnenstedelijk vrij in aantal mag worden gebouwd. In de Regio Deal 'wonen' is deze afspraak bevestigd. Dit geeft de mogelijkheid om bestaande panden waarvan de huidige functie is vervallen om te zetten naar wonen. Het biedt mogelijkheden om ‘rotte kiezen’ aan te pakken, te herstructureren en op deze plekken woonmogelijkheden te creëren.

• Zorgvuldige invulling van de leefomgeving is van essentieel belang; door goede ruimtelijke ordening, klimaatbestendig ontwerpen, groene openbare ruimte en een gezond leefklimaat te creëren kan er een plus aan de leefomgeving worden toegevoegd. • De huisvesting van de bijzondere doelgroepen en statushouders, in de sociale woningvoorraad vraagt de nodige aandacht zowel kwantitatief als kwalitatief. Hiervoor maken we afspraken met de provincie. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente twee jaar de tijd om een urgentieverordening op te stellen. Hierin worden een aantal doelgroepen (door het Rijk aangewezen)opgenomen. De gemeente mag het aantal categorieën urgenten uitbreiden, maar niet verminderen (nb statushouders zijn in het wetsontwerp- geen aangewezen urgente categorie). • Ouderen kunnen langer zelfstandig blijven wonen in levensloopgeschikte woningen en geclusterde woonvormen. • De 24 uurs-zorgplekken met toezicht voor psychogeriatrie en somatische zorg zijn uitgebreid. • ‘Zorgen voor elkaar’ wordt mogelijk gemaakt voor jong en oud en voor generaties door dit te faciliteren met verschillende woonconcepten. • We willen een aantrekkelijke woongemeente zijn voor onze huidige en toekomstige inwoners. • Onze inwoners wonen in een huur- of koopwoning die past bij hun financiële situatie, gezinssamenstelling of zorgbehoefte.

Daarnaast willen we dat deze woning energieneutraal en digitaal ontsloten is. • We blijven inzetten op inbreiding, maar we staan ook nadrukkelijk open voor uitbreiding. Hiervoor is de gemeente actief bezig met het verwerven van grond. • We staan open voor innovatieve woningbouw zoals Knarrenhofjes of tijdelijke woningen. • We willen dat we bij de uitvoering van de Woon(zorg)visie indien nodig kunnen bijsturen. We vinden het belangrijk dat (nieuwbouw) woningen ook voor inwoners van Ooststellingwerf en jongeren bereikbaar zijn. Wat gaan we ervoor doen • In alle dorpen woningen toevoegen in afstemming met de Woon(zorg)visie 2022-2026. • We onderzoeken de mogelijkheden om woningtoewijzing aan eigen inwoners mogelijk te maken. Daarbij houden we de landelijke regelgeving nauwlettend in de gaten. • Voorkeur geven aan binnenstedelijke ontwikkeling waar mogelijk en actief stimuleren. • Gemeentelijke eigendommen, woningbouwlocaties ontwikkelen. Hiervoor zijn we actief met grondverwerving aan de slag gegaan. • Proactief acteren t.a.v. grondaankopen, op particuliere initiatieven en potentiële woningbouwlocatie. • Prestatieafspraken maken met woningbouwcorporaties over toename sociale woningbouw, waarbij we de Wbi-normering (30% sociale woningbouw) nauwlettend volgen.

• Integrale planontwikkeling waar een goede leefomgeving uitgangspunt is: (bio-divers) groen, klimaatbestendig, duurzaam zijn speerpunten.

46

•

• •

• • • • • • •

We maken prestatie afspraken met corporaties over het realiseren van geclusterde woningen voor senioren (bijvoorbeeld Knarrenhoven) en woonvormen voor overige doelgroepen zonder zorg maar met zorg en voorzieningen nabij; via bestaande woningen of nieuwbouw. Er ligt een opgave voor 400 geclusterde woningen voor 2030 waarvan 2/3 sociaal en 1/3 particuliere huur of koop. We maken prestatieafspraken met zorgaanbieders voor het realiseren van de extra vraag naar minimaal 50 extra plekken voor psychogeriatrische 24 uurs zorg en minimaal 20 extra plekken voor somatische 24-uurs zorg voor 2030. We werken beleid uit voor het stimuleren en faciliteren van splitsen van grotere woningen naar levensloopgeschikte woningen op de benedenverdieping en/of starterswoningen op de bovenverdieping. Daarbij denken we ook aan ruimte voor het bouwen van meergeneratiewoningen of twee aparte wooneenheden op 1 erf om de vraag naar ‘zorgen voor elkaar’ te faciliteren. Om mantelzorg beter mogelijk te maken stellen we beleidsregels op voor het realiseren van (pre)mantelzorgwoningen die bij een bestaande woning kunnen worden gerealiseerd. We onderzoeken hoe we ruimhartiger om kunnen gaan met aanvragen van inwoners voor mantelzorgwoningen en prémantelzorgwoningen (uit H3 collegeakkoord).

We clusteren woningen voor ouderen zoveel mogelijk, zodat zij onderlinge steun en kunnen bieden, de kans op eenzaamheid vermindert en de zorg aan huis goed en efficiënt geboden kan worden (uit H3 collegeakkoord). We kijken naar de kansen die de uitvoering van de Woon(zorg)visie ons als raad biedt, rekening houdend met de veranderende maatschappelijke ontwikkelingen. We onderzoeken of (onder voorwaarden) het mogelijk is voorrang te geven aan personen met lokale economische of maatschappelijke binding, waarbij we de nationale regelgeving nauwlettend blijven volgen. We sluiten aan en participeren bij de door de provincie en BZK gefaciliteerde versnellingstafels, kennistafels op het gebied van wonen. Hierbij willen we voor zoveel als mogelijk onze 'couleur locale' meegeven aan de centraal geredigeerde regelgeving. We gaan met de raad in gesprek over alternatieve woonvormen of duurzaam ingerichte buitenstedelijke woningbouwontwikkelingen.

Wonen in Ooststellingwerf - Woon(zorg)visie De Woon(zorg)visie 2022 is door de raad vastgesteld. Wonen en zorg is een belangrijk thema voor het wonen de komende jaren, evenals betaalbaarheid en de beschikbaarheid van zowel koop als huurwoningen. We gaan voor een kwalitatieve toekomstbestendige woningvoorraad. Nieuwbouw - Taskforce Wonen De druk op de woningvoorraad is groot en vraagt om creatief denken en handelen om de voorraad (tijdelijk) te vergroten. We zijn in gesprek met initiatiefnemers, corporaties, bouwers en de provincie om alle mogelijkheden te benutten. Er wordt al volop gebouwd en panden worden herbestemd tot woningen, maar er mag een versnelling bij. De Taskforce Wonen is volop bezig om de versnelling verder in uitvoering te brengen. We hebben hierbij ook aandacht voor innovatieve woningbouw. Daarnaast zetten we in op intensievere samenwerking met en tussen zorgpartijen om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Ruimtelijke kwaliteit behouden We wegen nieuwe woningbouw zorgvuldig af. De bestemmingsplannen zijn hierin leidend, het Afwegingskader Woningbouw en de Woon(zorg)visie dienen hierbij als hulpmiddel. Sociale woningbouw We maken jaarlijks prestatieafspraken met de woningcorporaties Actium en WoonFriesland en de huurdersorganisaties. De Woon(zorg)visie en de Woningbouw impuls (Wbi) vormen hiervoor de basis.

We maken afspraken over onder andere: betaalbaarheid, beschikbaarheid, wonen en zorg, duurzaamheid en leefbaarheid. Met corporaties Woonzorg Nederland en Habion, die een kleiner bezit hebben in Ooststellingwerf, hebben we meerjarige prestatieafspraken. We staan open voor alternatieve vormen van sociale huur, zoals wooncoöperaties.

47

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) Het college stemde in 2021 in met een plan van aanpak voor een nieuw adviesstelsel voor ruimtelijke kwaliteit onder de Omgevingswet. Het is een plan van aanpak dat vanuit de VFG is opgesteld en wat de meeste Friese gemeenten steunen. Er wordt gezamenlijk een projectleider aangesteld die zich zal inzetten om het plan van aanpak in samenwerking met de gemeenten tot uitvoer te brengen. Het nieuwe adviesstelsel is nodig om te kunnen voldoen aan de Omgevingswet (inwerkingtredingsdatum 1 januari 2024). De meeste Friese gemeenten hebben een deel van de advisering over ruimtelijke kwaliteit ondergebracht bij de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Hûs en Hiem. Dit betreft bijvoorbeeld advisering over beeldkwaliteit (welstand) en monumenten. In juni 2023 heeft de raad ingestemd met de verordening op de adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit. Monumentenzorg In december 2020 stelde de gemeenteraad een nieuwe subsidieverordening vast en deze trad begin 2021 in werking. De verordening biedt meer mogelijkheden om een subsidie toe te kennen aan herstel van monumenten of aan een project dat meer mensen laat kennismaken met monumenten, erfgoed of cultuurhistorie en/of de kennis erover kan vergroten. De drempel voor het aanvragen van subsidie is lager komen te liggen. Waarschijnlijk worden hierdoor meer subsidieverzoeken ingediend.

In 2021 is verkend of het mogelijk is om de huidige lijst met monumenten uit te breiden met meer 'jonge' monumenten die daarmee de cultuurhistorische waarde van de gemeente vergroten. In 2022 is de lijst met monumenten uitgebreid. In juni 2023 is de verordening aangepast aan de Omgevingswet. In 2024 wordt een themaraad gehouden over monumenten. Ook in 2024 doen we mee met de landelijke Open Monumentendag. Op deze dag stellen de deelnemers aan deze dag hun monument open voor het publiek. Kerkenvisie In 2024 willen we actief blijven werken met de kerkenvisie Ooststellingwerf. Op basis van deze visie willen we kerkeigenaren blijven helpen met het vinden van een geschikte herbestemming van hun monumentale kerken. Niet afwachten, maar op voorhand nadenken over toekomstige ontwikkelingen. De kerkenvisie is een uitstekend middel gebleken om in gesprek te raken en te blijven met de kerkbesturen in Ooststellingwerf. Wat merkt de inwoner ervan • Inwoners ervaren dat Ooststellingwerf een goede woongemeente is. • Inwoners ervaren een goede leefbaarheid en een toereikend voorzieningenniveau. • Inwoners zien dat woningen - in diverse typen en prijsklassen - en kavels te koop staan. • Inwoners vinden binnen een redelijke termijn een sociale huurwoning. • Eigenaren van een monument en mensen die een project over monumenten willen bekostigen, kunnen eenvoudig een subsidie aanvragen.

Wat mag het kosten De lasten worden deels gedekt uit bestaande budgetten. Bij het heroverwegingsproces 2022-2025 heeft u ingestemd met het beschikbaar stellen van € 1,5 miljoen uit de Algemene reserve voor de Taskforce Wonen. Daarnaast heeft u aan het college meer armslag gegeven om snel te kunnen handelen bij aankopen van grond. U heeft in december 2020 bij het voorstel over monumentenzorg ingestemd met een jaarlijkse bijdrage van € 2.500 aan Stichting Fryske Mole uit de reserve monumenten. Daarnaast heeft u ingestemd met het dekken van een eventuele overschrijding van het beschikbare budget voor subsidie monumenten uit de reserve monumenten tot een maximaal bedrag van € 25.000 per jaar. Beleidskaders • Structuurvisie 2010-2020-2030 Ooststellingwerf • Notitie 'Platteland aan zet' (kaders gebiedsuitwerkingen) (januari 2012) • Notitie 'Voortgang pilot dorpsagenda’s/gebiedsagenda’s' (voorjaar 2012) • Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026 • Regiodeal wonen Z-O Fryslan 2023 • Nota bouwleges gemeente Ooststellingwerf 2016-2019 (januari 2016) • Afwegingskader woningbouw (januari 2019) 48

• •

Kerkenvisie (januari 2021) Notitie Tiny Houses Ooststellingwerf (januari 2021)

Begroting Programma 8 x € 1.000 3. Economie

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

-1.487

-3.465

-1.333

-1.333

-1.333

-1.314

-54

-165

26

26

26

26

8.3 Wonen en bouwen

-1.536

-1.755

-1.721

-1.720

-1.720

-1.718

Totaal Lasten

-3.077

-5.385

-3.029

-3.027

-3.027

-3.006

8.1 Ruimtelijke ordening

175

160

205

205

205

205

8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen

216

323

-

-

-

-

8.3 Wonen en bouwen

749

680

578

576

574

572

Totaal Baten

1.140

1.163

783

781

779

777

Resultaat voor bestemming

-1.937

-4.222

-2.246

-2.246

-2.248

-2.228

Toevoegingen

-1.053

-1.179

-

-

-

-

Onttrekkingen

229

2.108

-

-

-

-

Mutatie reserves

-824

929

-

-

-

-

-2.761

-3.293

-2.246

-2.246

-2.248

-2.228

Resultaat voor bestemming Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen

Baten

Mutatie reserves

Resultaat na bestemming

49

Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt rekeningen (aanslagen) voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar, worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt.

Tot en met 2021 werden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud, maar vanaf 2022 gebeurt dit op basis van de gebruiksoppervlakte van een woning (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk waren er verschillen in waarderingsmethodiek waardoor ervoor gekozen is om alle gemeenten de woningen te laten taxeren op oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de burgers etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. Basisregistraties Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Aangezien de WOZ de overgang naar de gebruiksoppervlakten van de woningen heeft gerealiseerd volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de Samenhangende objectenregistratie (SOR). Het ministerie van BZK is gestart met Doorontwikkeling in Samenhang van de GEO-basisregistraties (DisGeo). Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de Geo informatie Infrastructuur.

Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande GEO-basisregistraties tot een Samenhangende Objectenregistratie (SOR). Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Er wordt nu gewerkt door het Ministerie aan een roadmap voor de vervolgstappen. Het betreft een intensief traject en zal de komende jaren verder ingevuld worden. De BAG, BGT en de WOZ gaan onderdeel uitmaken van de SOR. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie (BRT) en het Nationaal Wegenbestand. Afvalstoffenheffing Diftar+ is ingegaan per 1 januari 2019. Dit heeft alles te maken met de Van Afval Naar Grondstof (VANG) doelstelling opgelegd vanuit het Rijk. Deze doelstelling betekent een afname van het aantal kg's per inwoner per jaar. De VANG doelstelling 2020 (100 kg te verbranden restafval per inwoner) is nog niet gehaald. Het (Rijks) Uitvoeringsprogramma VANG-HHA (HuisHoudelijk Afval) richt zich de komende tijd op een kwalitatief betere scheiding van het huishoudelijk afval.

50

Omgevingswet De Omgevingswet (inwerkingtredingdatum januari 2024) bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. Bij de implementatie van de Omgevingswet werkt het team BVI nauw samen met andere vakafdelingen. BVI draagt zorg voor de actualiteit, betrouwbaarheid en compleetheid van de gegevens in de basisregistraties BAG en BGT en stelt overige ruimtelijke Geo data beschikbaar die via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt ontsloten. Daarnaast leveren de Adviseur Geo-informatie en de Gis-medewerker ieder vanuit hun een eigen rol een bijdrage in de projectgroep 'pilot Omgevingsplan gemeente Ooststellingwerf' en 'OWO Uitvoeringsprogramma Omgevingswet 2021-2024'. Legesverordening De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) gaan per 2024 in. Gelijktijdig met het invoeren van de nieuwe wetgeving, moet ook de legesverordening worden aangepast om aan te sluiten op de nieuwe wetgeving.

In de huidige legesverordeningen van de OWO gemeenten zitten aanzienlijke verschillen in activiteiten waarvoor leges wordt geheven en in maatstaven en tarieven. Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om zowel beleidsinhoudelijk als qua financiën (zoveel mogelijk) in te zetten op harmonisatie binnen de OWO gemeenten. De harmonisatie betreft de hoofdstukken 2 (omgevingsvergunningen) en 3 (APV gerelateerde diensten), omdat de diensten binnen deze hoofdstukken worden uitgevoerd door de OWO-afdeling VTH. Via themabijeenkomsten bent u geïnformeerd over de belangrijkste gevolgen van de nieuwe wetgeving. U ontvangt eind dit jaar een voorstel voor een nieuwe geharmoniseerde legesverordening. Hoofdstuk 1 is uitsluitend tekstueel geharmoniseerd op basis van het VNG model. Hiervoor is gekozen omdat de dienstverlening voor hoofdstuk 1 niet plaatsvindt via OWO-VTH, maar via de separate gemeenten. Belastingsoorten Onroerendezaakbelasting (OZB) Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie. Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door deze benchmark. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Dit kunnen gemeenten gebruiken bij hun keuzes over de ontwikkeling van de lokale lasten.

De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting (= eenmalige korting die sommige gemeenten geven). De benchmark moet het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020-2024 vastgesteld. Het plan is een voortzetting van het vorige GRP op gebied van beheer en onderhoud. Aangevuld met beleid over klimaatadaptatie en -mitigatie. Uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe GRP is dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2020-2024. Leges De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) hebben impact op de legesbaten. De impact van de Omgevingswet is in 2024 nog relatief beperkt, doordat de OWO gemeenten beleidsneutraal overgaan. Tot 2032 krijgen gemeenten de tijd om het omgevingsplan vast te stellen. Hierin zullen gemeentelijk keuzes worden gemaakt of omgevingsplanactiviteiten vergunningsplichtig blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide.

Deze keuzes kunnen gevolgen hebben voor de legesbaten.

51

Door de Wkb wordt de leges voor bouwactiviteiten opgeknipt in een ruimtelijk en een bouwtechnisch deel. De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente. Hierdoor komt de leges voor het bouwtechnisch deel te vervallen. Gevolgklasse 1 zijn bijvoorbeeld eensgezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Circa 90% van alle bouwvergunningen in de OWO gemeenten zit in gevolgklasse 1. Historisch heeft ruim 60% tot 75% van de legesopbrengsten betrekking op bouwvergunningen. De consequenties voor de legesopbrengsten zijn daardoor aanzienlijk. De raming van de legesopbrengsten bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn door de nieuwe wetgeving nu groter. Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten opnieuw geraamd. Na invoering van de Wkb moet blijken of deze raming accuraat is. Ook het aantal vergunningsaanvragen varieert jaarlijks. Het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken is een overgangsjaar, waarin in verband met overgangsrecht ook nog oud recht van toepassing is. Een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid ontstaat naar verwachting in 2025. We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen.

Toeristenbelasting Per 1 januari 2024 is de verordening toeristenbelasting gewijzigd. Het forfaitair tarief is uit de verordening geschrapt. Recreatieondernemers kunnen hier geen gebruik meer maken vanaf 2024. Voor de ondernemers die dat wensen is een vaststellingsovereenkomst beschikbaar. In deze vaststellingsovereenkomst wordt met vaste, eenduidige normen het aantal overnachtingen forfaitair vastgelegd. De tarieven voor de periode 2024-2026 zijn € 1,65 en € 1,20 per persoon per nacht. Het tarief van € 1,20 per persoon per nacht is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen. Het tarief van € 1,65 per persoon per nacht is voor verblijf in andere verblijfsaccommodaties. In de raadsvergadering van 27 juni 2023 heeft de raad bij amendement besloten om leeftijd van vrijstelling toeristenbelasting kinderen te verhogen van vier jaar naar 12 jaar. Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven.

Reclamebelasting en de Bedrijven Investeringszone (BIZ) • Reclamebelasting: Met de invoering van de BIZ (Bedrijven Investeringszone) is deze belasting komen te vervallen. • BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Met ingang van 2021 wordt het vastrecht vermeld op de belastingaanslag met daarbij het aantal ledigingen over het hele voorafgaande jaar.

52

Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing. Het aantal aanvragen in 2022 is toegenomen door de lastenstijging en de verhoogde energielasten. Inkomsten Lokale heffingen en leges x € 1.000 Lokale heffingen en leges

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

8.974

8.590

9.696

9.735

9.734

9.734

leges

945

853

880

906

978

969

Totaal

9.920

9.443

10.576

10.641

10.713

10.703

lokale heffingen

Lokale heffingen x € 1.000 Lokale heffingen

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Onroerende zaakbelasting eigenaren

2.777

2.891

2.991

2.991

2.991

2.991

Onroerende zaakbelasting gebruikers

245

0

277

277

277

277

Bedrijven investeringszone

63

66

60

60

60

60

Toeristenbelasting

322

319

309

309

309

309

Forensenbelasting

117

137

141

141

141

141

Reinigingsrechten en afvalstofheffing

2.593

2.419

2.935

2.973

2.973

2.973

Rioolheffing (gecombineerd)

2.858

2.759

2.982

2.983

2.983

2.983

Totaal Lokale Heffingen

8.975

8.591

9.695

9.734

9.734

9.734

0.3 Thema Financien

3.1 Thema Economie

7.2 Thema Duurzaamheid, Riolering en Afval

53

Leges x € 1.000 Leges

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Burgelijke stand / huwelijk

18

13

13

13

13

13

Burgerzakenleges

306

268

395

422

494

484

Overige leges

13

15

15

15

15

15

17

27

27

27

27

27

Bestemmingsplannen

19

30

30

30

30

30

Omgevingsvergunningen, baten

568

500

400

400

400

400

Totaal Leges

946

853

880

907

979

969

0.2 Thema Dienstverlening

0.3 Thema Financien IP Bedrijfsvoering algemeen

2

IP Buitendienst acc. Nanningawerf

3

2.1 Verkeer en vervoer Verharding

8.1 Thema Bouwen wonen Grondexploitatie

Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (56%) en van de binnendienst (79%). Op basis van de vastgestelde scenario's van kostendekkendheid, wordt voor 2024 kostendekkendheid gerealiseerd en is er sprake van een kleine toevoeging aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. De totale kostendekkendheid van de legesverordening komt uit op 65%. Tussen de titels van de legesverordening vindt geen kruissubsidiëring plaats. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (hoofdstuk 1) is niet haalbaar, vanwege wettelijke maximumtarieven voor de belangrijkste diensten in dit hoofdstuk.

De kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (hoofdstuk 2) daalt als gevolg van Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). De kostendekkendheid van dit hoofdstuk fluctueert bovendien jaarlijks door fluctuaties in de omvang van bouwactiviteiten. De lage kostendekkenheid bij APV gerelateerde onderwerpen (hoofdstuk 3) is een politieke keuze om te stimuleren dat vergunningen voor deze diensten worden aangevraagd.

54

De berekening van de tarieven gebeurt extracomptabel. Bij de kosten taakvelden zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Bij directe personeelskosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk voor reisdocumenten en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. Voor hoofdstuk 1 rekenen we met het integraal uurtarief van Ooststellingwerf. Daarin hanteren we een opslag van 79% voor overhead over de directe loonkosten. Voor hoofdstuk 2 en 3 rekenen we met het integraal uurtarief van VTH. Daarin hanteren we een opslag van 60% voor overhead over de directe loonkosten. Er is voor gekozen om de btw niet als kostenelement mee te wegen, omdat het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft waarvoor geen btw verschuldigd is. De wel toerekenbare btw maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten. Toelichting overhead In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen.

Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting Rioolheffing

Begroting Reinigingsheffing

(taakveld 7.2)

(taakveld 7.3)

Lasten Lasten

2.095

2.964

Baten

-25

-617

2.070

2.347

Overhead

418

135

Kwijtschelding

51

90

7

10

Netto lasten taakveld

Toe te rekenen lasten

Rente Dubieuze debiteuren

-1

Slootonderhoud en straatreiniging

164

BTW

273

355

Totaal toe te rekenen lasten

913

589

Totale lasten

2.983

2.936

Opbrengst heffingen

-2.983

-2.936

Dekkingspercentage

100%

100%

.

55

x € 1.000 Berekening van kostendekkenheid

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Totaal

Lasten Directe lasten

473

389

26

888

217

230

16

463

0

0

0

0

Totaal toe te rekenen lasten

217

230

16

463

Totale lasten

690

619

42

1.351

Opbrengst leges

435

430

15

880

Dekkingspercentage

63%

69%

36%

65%

Toe te rekenen lasten Overhead BTW

56

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2024 € 23,693 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 23,060 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 0,633 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 6,177 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Kapitaallasten € 2,305 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 3,239 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 2,733 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 23,693 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve).

Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (Wmo, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1). Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor.

We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

57

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen: • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg) • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening) • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits) • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).

Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie

Kans op voorkomen

Kwantitatief

Financieel gevolg

1.

< of 1 keer per 10 jaar

10%

Geen geld gevolgen

2.

1 keer per 5-10 jaar

30%

< € 25.000

3.

1 keer per 2-5 jaar

50%

> € 25.000 - € 100.000

4.

1 keer per 1-2 jaar

70%

> € 100.000 - € 500.000

5.

1 keer per jaar of meerdere keren per jaar

90%

> € 500.000

Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Jaarstukken 2022 is met € 107.000 toegenomen. Dat wordt veroorzaakt door de volgende risico's: • Risico 1c 'Rijksmiddel jeugd structureel geraamd' is aangepast (+ € 8.000) • Het risicobedrag van Bijstelling van de algemene uitkering is iets toegenomen (+ €21.000) • Het risicobedrag WOZ-verhoging valt hoger uit door een hogere boekwaarde van gebouwen per eind 2022 (+ € 128.000) • Het risico van diverse gerechtelijke procedures valt lager uit door toepassing van een kansscore van 50% (- € 49.000)

58

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg

Benodigde weerstands-

risico 1 Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend

1

capaciteit -

-

Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2024 is dit risico nihil omdat we verwachten dat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen. 2 Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op

2

4

€ 185.378

algemene middelen onvermijdelijk is Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. Het risico gaat over dit mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 3 Risico: Rijksmiddelen voor jeugdhulp structureel geraamd

3

5

€ 978.000

Toelichting risico: We hebben in 2022 extra middelen van het Rijk voor de jeugdhulp ontvangen. In augustus 2022 is bekend geworden dat we de verwachte jeugdmiddelen vanaf 2024 voor 100% mogen ramen. Dit was 75%. Daarnaast is in het regeerakkoord een besparing van € 500 miljoen afgesproken op de jeugdzorg. Het rijk is verantwoordelijk voor de invoering. In de gemeentelijke begroting kunnen we dan een lagere raming opnemen voor de uitgaven. Dat hebben we in deze begroting verwerkt. Omdat nog steeds niet zeker is of we de 100% vergoeding structureel mogen ramen, nemen we een risico op. Het bedrag dat we in 2024 hebben opgenomen is € 1.856,000 aan baten en 100.000 aan lagere lasten. Het totale risico komt daarmee op € 1.956.000. Beheersmaatregel: nb 4 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)

5

5

€ 597.000

Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 5 Risico: extra lasten door invoering WMO abonnementstarief

3

-

PM

Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Vanaf 1 januari 2025 komt een aanpassing in de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de Wmo, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens. Wie meer dan 185 procent van het sociaal minimum verdient, betaalt een hogere eigen bijdrage. Voor huishoudens met een inkomen boven 185 procent van het sociaal minimum stijgt de eigen bijdrage geleidelijk naarmate het inkomen hoger wordt. Voor een huishouden met een inkomen van duizend euro boven dat grensbedrag zal de maandelijkse eigen bijdrage ongeveer 6,70 euro hoger zijn. Vanaf een inkomen van ongeveer 66.000 gaat een maximum van de eigen bijdrage gelden, van 255 euro per maand. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak.

Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'. De (financiele) gevolgen hiervan zijn nog niet bekend, daarom wordt dit punt vooralsnog als PM aangemerkt. 6 Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen

1

2

€ 6.000

Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restant schuld te voldoen. Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 7 Risico: garanties woningbouwcorporaties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 is het 'meetekenen' met nieuwe leningen vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt.

59

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg

Benodigde weerstands-

risico 8 Risico: National Hypotheek Garantie

1

capaciteit 2

€ 19.000

Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 9 Risico: overige garanties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties. 10 Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend

5

3

€ 90.000

een onderwijsfunctie Toelichting risico: Per 1 januari 2020 heeft de gemeente het beheer & de exploitatie van MFS Waskemeer overgenomen van de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Waskemeer; de Stichting is opgeheven. De leegstand is tot halverwege 2023, daarna ligt er weer de uitdaging deze opgevuld te krijgen. MFA Haulerwijk (= de Samensprong) heeft een groot normatief overschot aan bruto vloeroppervlak c.q. leegstand wat gedeeltelijk is opgevuld door het inhuizen van kinderopvang. Mede door een dalend aantal leerlingen in 2023 neemt de leegstand toe en is de accommodatie niet meer kostendekkend te exploiteren door de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Haulerwijk. De Stichting heeft het beheer & de exploitatie in 2022 terug gegeven aan de gemeente. MFA Oosterwolde Zuid heeft ook een normatief overschot aan bruto vloeroppervlak wat een aantal is gebruik door één van de vaste gebruikers, maar dat hield in 2022 op. Ook de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde Zuid is in staat gebleken de accommodatie kostendekkend te exploiteren en dat is voor 2023 ook de verwachting. De toepassing van de componentenmethode voor het berekenen van de onderhoudsvoorziening is hiervan grotendeels de reden van. Beheersmaatregel: De notitie Platteland aanzet en de daaraan voorliggende Structuurvisie worden vervangen door de Omgevingsvisie.

11 Risico: diverse gerechtelijke procedures

4

3

€ 49.154

Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 12 Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers

2

-

PM

Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 13 Risico: Invoering Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen

5

-

PM

(Wkb) Toelichting risico: Aan de berekening van de baten, lasten en kostendekking van de diensten waarvoor leges wordt geheven ligt een raming ten grondslag. Deze raming bevat een aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn nu groter door de invoering van de Omgevingswet en Wkb vanaf 2024. We monitoren de komende jaren de werkelijke baten en lasten, zodat we op basis hiervan kunnen bijsturen. Zie ook paragraaf 1. Beheersmaatregel: implementatie wordt jaarlijks gemonitord. Indien de verwachting is dat een aanvulling nodig is zal de raad hierover worden geïnformeerd en of een aanvullend krediet worden aangevraagd. 14 Risico: Fraude

5

-

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risico-analyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het MT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken. 15 Verduurzaming gemeentelijk onroerend goed

5

-

PM

60

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg risico

Benodigde weerstandscapaciteit

Toelichting risico: Er is een sectorale routekaart vastgesteld om invulling te geven aan het landelijke beleid en de wet- en regelgeving rondom de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. In de kern gaat het om 49% CO2-redutie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. In de themaraad van 8 februari 2022 is dit besproken. Hierin is aangegeven dat de indicatieve investering € 38 miljoen bedraagt en de indicatieve structurele toename van de kapitaallasten tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen bedraagt. Indicatieve kapitaallasten en investering zijn gebaseerd op het verduurzamen van zowel de gebouwen in juridische eigendom gemeente, onderwijsgebouwen en gebouwen met economisch claimrecht. Beheersmaatregel: het onderwerp ligt op tafel en is bij iedereen top-of-mind. Op 13 december 2022 is een thema avond aan het onderwerp gewijd. Uiteindelijke investering en kapitaallasten zijn afhankelijk van diverse factoren zoals het eventueel slimmer inzetten van accommodaties, verdeling verantwoordelijkheden investering onderwijsgebouwen en gebouwen economisch claimrecht en bijdrages rijksoverheid. Voor de investering in het verduurzamen van (sport)accommodaties zijn geen middelen beschikbaar. 16 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken

5

-

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 17 Risico: Verbonden partijen

2

-

PM

Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor Friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiele impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet. 18 Risico: OWO bedrijfsvoering

2

-

PM

Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiele impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet. 19 Risico: afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van de

1

5

€ 708.839

WOZ waarde) Toelichting risico: Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om miv 2022 de bedrijfsgebouwen ipv 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. TOTAAL

€ 2.733.371

Overige ontwikkelingen Prijsstijgingen De subsidies en bijdragen in de begroting zijn, conform de uitgangspunten in de Kaderbrief 2024, verhoogd met 3,1%. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. We zien de prijsstijgingen wat afvlakken. De onzekerheid is er nog steeds. Dat geldt ook voor partijen die we subsidiëren. Waar nodig voeren we gesprekken en passen we maatwerk toe.

61

Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Er is ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans. Het voorgestelde nieuw beleid is in de berekening van deze kengetallen niet opgenomen. Kengetallen

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Netto schuldquote

22%

24%

29%

29%

36%

40%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

14%

15%

19%

19%

25%

29%

Solvabiliteitsratio

46%

47%

45%

46%

43%

41%

Structurele exploitatieruimte

7%

6%

2%

3%

-2%

-2%

Grondexploitatie

1%

1%

0%

0%

1%

1%

Belastingcapaciteit

85%

84%

84%

84%

84%

84%

EMU saldo (bedrag x € 1.000)

4.928

717

-4.400

100

-3.514

-2.776

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Met percentages van 29% en 19% is er sprake van een lage schuldenlast voor onze gemeente.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit in 2024 ruim voldoende is om tegenvallers op te vangen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Hierin is duidelijk te zien dat deze ruimte in de jaren 2026 en 2027 onvoldoende is. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan.

Het kengetal van 0,4% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons zeer laag is. Als er nieuwe exploitaties worden uitgegeven zal dit percentage stijgen. Uiteraard wordt de ratio daarin meegewogen. 62

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 84% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de opbrengsten vanuit woonlasten. Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo.

Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2024 is negatief. Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans biedt inzicht op hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De balans is opgesteld op basis van bestaand beleid.

63

x € 1.000 Activa

31-dec-22 31-dec-23 31-dec-24 31-dec-25 32 dec 2026 31-dec-27

Vaste Activa Immateriele Vaste Activa

2.361

2.244

2.215

2.215

2.215

2.215

Materiele Vaste activa

59.876

61.440

65.213

65.213

65.213

65.213

Financiele vaste activa

13.347

13.252

14.842

14.842

14.842

14.842

Totaal Vaste activa

75.584

76.936

82.270

82.270

82.270

82.270

Voorraden

800

525

335

413

413

413

Vordering

4.709

4.900

5.909

5.909

5.909

5.909

426

1.688

0

0

0

0

Vlottende activa

Liquide middelen Overlopende activa

4.688

4.688

4.688

4.688

4.688

4.688

Totaal Vlottende activa

10.623

11.801

10.932

11.010

11.010

11.010

Totaal Activa

86.207

88.737

93.202

93.280

93.280

93.280

Passiva

31-dec-22 31-dec-23 31-dec-24 31-dec-25 32 dec 2026 31-dec-27

Vaste passiva Eigen vermogen

34.610

37.365

41.555

41.193

42.175

39.958

Voorzieningen

10.763

10.187

9.409

8.605

7.906

7.042

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

26.539

25.169

30.169

30.169

31.903

34.783

Totaal Vaste passiva

77.041

77.479

81.633

81.811

80.031

80.135

Vaste schulden met een rentetypische looptijd tot 1 jaar of korter

2.909

5.001

5.312

5.212

6.992

6.888

Overlopende passiva

6.257

6.257

6.257

6.257

6.257

6.257

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=96107287-ac9d-43b1-9d66-f1b0369df90a