CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning/Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Fochtelooërveen 8-10 Fochteloo28.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tabel 4: Grondwatertrappen.

Grondwatertrap GHG in cm beneden maaiveld

27

I (<20)

II (<40)

III <40

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

IV >40

V <40

VI 40-80

VII >80

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

GLG in cm beneden maaiveld

2.2.5

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

(>160)

Diepteligging archeologische lagen en bodemopbouw

De onderstaande boorprofielen (Dinoloket) bieden inzicht in de diepteligging van de afzettingen in het plangebied. In en rondom het plangebied zijn veel boringen geplaatst, waarvan zes langs het plangebied zijn beschreven van noord naar zuid. De boringen hebben een einddiepte tussen de 1 en 2,20 m -Mv. Boring B12C1213 ligt net onder de Heilomaweg in het noorden van het plangebied (Figuur 14). De eerste 20 cm bedraagt antropogeen opgebrachte grond, hieronder bevindt zich een veenlaag tot 0,70 m -Mv, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven. Van 0,70-1,80 m -Mv is een laag met zand en voornamelijk leem aanwezig, behorend tot de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. De laatste 40 cm betreft een zandlaag van de Formatie van Peelo. Boring B12C1122 ligt ten oosten van de Fochteloërveenweg (Figuur 15). Van 0-0,80 m -Mv is een veenlaag aanwezig, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven. Hieronder ligt tot 1 m -Mv een zandlaag van de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Boring B12C0985 ligt in het plangebied waar deze naar het westen uitwijkt, nabij huisnummer 4 (Figuur 16). De eerste 30 cm betreft antropogeen opgebrachte grond. Hieronder bevindt zich tot 0,60 m -Mv een veenlaag (Laagpakket van Singraven) en dan tot 1 m -Mv een zandlaag (Laagpakket van Wierden), beide deel van de Formatie van Boxtel.

Van 1-1,30 m -Mv is een laag leem aanwezig van de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Hierna is tot 2 m -Mv een zandlaag behorende tot de Formatie van Peelo aanwezig. Boring B12C1008 ligt voor de bocht in de Fochteloërveenweg (Figuur 17). De eerste 40 cm bestaat uit een veenlaag (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven), de volgende 40 cm uit een zandlaag (Formatie van Drenthe, Laagpakket van Schaarsbergen). Van 0,80-1,0 m -Mv is een leemlaag aanwezig, behorend tot de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Boring B12C0879 ligt in de bocht van de Fochteloërveenweg, bij het Bruustingerplas (Figuur 18). De eerste 20 cm van de boring bestaan uit antropogeen opgebrachte grond. Hieronder bevindt zich tot 1,10 m -Mv een veenlaag en van 1,10-1,30 m -Mv een laag gyttja, beide behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven. Van 1,302,50 m -Mv is een zandlaag aanwezig (Formatie van Boxtel). De laatste boring is boring B12C1586, aan het zuidelijke einde van het plangebied (Figuur 19). Deze boring bestaat tot de einddiepte, 2,80 m -Mv, volledig uit zand. Tot 2,50 m -Mv betreft dit de Formatie van Boxtel, de laatste 30 cm behoren tot de Formatie van Drachten. Uit bovenstaande beschrijvingen is duidelijk dat het veen zich veelal aan maaiveld of dicht onder het oppervlak bevindt.

Het dekzand van de Formatie van Boxtel is voornamelijk binnen een meter aanwezig, in de laatste boring zelfs aan maaiveld. Ook komt in veel van de boringen een (kei)leemlaag voor. Anders dan verwacht op basis van de geologische kaart lijkt het Laagpakket van Wierden niet heel aanwezig en is de Formatie van Nieuwkoop niet aangetroffen. Het veen behoort in plaats daarvan tot het Laagpakket van Singraven, een laat-Pleistocene afzetting die vooral voorkomt langs beekdalen in Pleistoceen oostelijk Nederland.

28

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 14: Boring B12C1213 in het onderzoeksgebied.

Figuur 15: Boring B12C1122 in het onderzoeksgebied.

29

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 16: Boring B12C0985 in het onderzoeksgebied.

Figuur 17: Boring B12C1008 in het onderzoeksgebied.

30

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 18: Boring B12C0879 in het onderzoeksgebied.

Figuur 19: Boring B12C1586 in het onderzoeksgebied.

31

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

3

Archeologie

Om de gespecificeerde archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is kennis nodig van de reeds bekende archeologische gegevens van het gebied. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische vindplaatsen, uitgevoerde onderzoeken en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven. Tabel 5. Archeologische perioden (Bron: ABR).

Periode

Begin

Einde

Nieuwe Tijd

1500

Heden

Late Middeleeuwen

1050

1500

Vroege Middeleeuwen

450

1050

Romeinse Tijd

12

v. Chr.

450

IJzertijd

800

v. Chr.

12

v. Chr.

Bronstijd

2.000

v. Chr.

800

v. Chr.

Neolithicum

5.300

v. Chr.

2.000

v. Chr.

Mesolithicum

8.800

v. Chr.

4.900

v. Chr.

Laat Paleolithicum

35.000

v. Chr.

8.800

v. Chr.

Midden Paleolithicum

300.000 v. Chr.

35.000

v. Chr.

3.1 Bewoningsgeschiedenis De bewoningsgeschiedenis van het gebied tot aan de Middeleeuwen wordt hier per periode toegelicht, aan de hand van de gemeentelijke beleidsnota9, de gebiedsbeschrijvingen in de structuurvisie 10, Panorama Landschap11 en voorgaand archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek 12. De historische ontwikkeling van het gebied vanaf de Middeleeuwen wordt beschreven in Hoofdstuk 4. Paleolithicum De eerste bewoners van Friesland waren de Neanderthalers, tussen 130.000 en 35.000 jaar geleden tijdens de warmere perioden. Er zijn meerdere vondsten van vuurstenen werktuigen en afslagen bekend uit het MiddenPaleolithicum, voornamelijk op de hogere zandgronden. Tijdens het Laat-Paleolithicum verbeterde het klimaat en veranderde de dekzandgronden in een toendra met verspreide boomgroei. De mensen (Homo sapiens) leefde in deze periode van het jagen en verzamelen en de materiele weerslag wordt tot de ‘Hamburgcultuur’ gerekend. Er zijn veel vuurstenen artefacten en afslagen bekend, zowel als enkele kampementen met haardplaatsen. Aan het einde van het Laat-Paleolithicum ontstond de ‘Federmessercultuur’, waarvan ook vuurstenen artefacten aangetroffen zijn.

9 Mennens 2014 10 Provincie Fryslân 2014 11 Raap 2022 12 Komen en Buitenhuis 2009; Bouwmans 2022

32

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Mesolithicum Tijdens het Mesolithicum vestigden mensen zich vooral op hoger gelegen dekzandkoppen en -ruggen langs rivier- en beekdalen en in de omgeving van pingoruïnes. Het is waarschijnlijk dat mensen semi-permanente kampementen oprichtten en vandaaruit naar meer tijdelijke kampen trokken, voor de jacht of de visserij. Rond 6.000 v.Chr. was het landschap veranderd in een loofbos en ontwikkelde zich veen in de lagergelegen gebieden, beiden onaantrekkelijk voor jager-verzamelaars. Mensen trokken zich daardoor terug tot hooggelegen oevers van grote rivieren en meren. Binnen de gemeente Ooststellingwerf komen veel Mesolithische vindplaatsen voor, inclusief slacht- en extractiekampen. Neolithicum Tijdens het Neolithicum deden landbouw, veeteelt en permanente nederzettingen hun intrede. Dit gebeurde later in het noorden van Nederland dan in het zuiden, maar er is bewijs voor contact tussen de boeren in Zuid-Limburg en de toen nog jager-verzamelaars in het noorden. De eerste boeren waren deel van de Swifterbantcultuur, al bleven jagen en verzamelen deel van hun manier van leven. Er zijn meerdere archeologische resten van deze cultuur bekend. In het Midden-Neolithicum ontstond de Trechterbekercultuur, ook wel de hunebedbouwers. Deze mensen stichtten hun nederzettingen en grafmonumenten voornamelijk op droge dekzandgronden dichtbij beken en vennen.

Akkerbouw en veeteelt maakten deel uit van deze cultuur, waarbij gebruik werd gemaakt van de slash-and-burn techniek. De gemeente Ooststellingwerf telt meerdere nederzettingslocaties en vindplaatsen van het Midden-Neolithicum. In het Laat-Neolithicum bleven nederzettingen op droge dekzanden in de omgeving van water maar was er sprake van intensiever grondgebruik. Ook werden grafheuvels opgericht, echter zijn deze verloren gegaan tijdens ontginningen in de eerste helft van de 20e eeuw. Vlakgraven zijn wel nog aangetroffen, inclusief bij Fochteloo. Bronstijd In de vroege en midden-Bronstijd vestigden mensen zich op droge dekzanden, op de overgang van bos en hei. De nederzettingen werden na verloop van tijd verplaatst, maar de grafvelden bleven meestal langere tijd op dezelfde plek in gebruik. Vanaf de midden-Bronstijd werd vee gehuisvest in boerderijen, welke alleen of in groepjes van maximaal vier boerderijen verspreid door het landschap stonden. In Ooststellingwerf zijn geen boerderijen bekend, maar wel een grafheuvel bij Goudmeer. Later in de Bronstijd ontstonden urnenvelden voor crematies, deze werden vaak aangelegd nabij oudere grafheuvels. Verschillende bronzen objecten zijn bekend uit natte contexten (veen/water), waar deze als offer zijn gedeponeerd.

IJzertijd Door de groei van het veen waren er minder bewoonbare plekken tijdens de IJzertijd, al bleven er een aantal hoger gelegen zangronden bestaan. Bewoningssporen uit deze periode komen dan ook nog steeds voor in de gemeente Ooststellingwerf, ook bij Fochteloo. Ten zuiden van Fochteloo is een Celtic Field (raatakker) bekend en ten westen van de Fochteloërveenweg zijn een aantal boerderijplattegronden aangetroffen. De lagergelegen delen van het landschap waren bijna niet meer toegankelijk door het veen, maar enkele vondstconcentraties in deze delen laten zien dat mensen hier toch woonden in drogere periodes. Het is waarschijnlijk dat boeren na verloop van tijd het gebied hebben verlaten voor meer vruchtbare gebieden. Romeinse Tijd en vroege Middeleeuwen Grote delen van het gebied waren niet meer bewoonbaar vanaf de IJzertijd tot aan de vroege Middeleeuwen door de ontwikkeling van het hoogveen. Bij Fochteloo zijn echter bewoningssporen uit de Romeinse Tijd aangetroffen in de vorm van boerderijen en andere structuren op de hoge dekzandruggen. Rond de 2e en 3e eeuw zal de bewoning hier ook gestopt zijn wegens het groeiende hoogveen. Sporen uit de vroege Middeleeuwen ontbreken volledig. Rond de 5e eeuw zijn er sporen van bewoning, maar deze had waarschijnlijk een erg lage dichtheid van circa 3-4 personen per km2.

De bewoning komt pas later weer echt op gang, dit wordt besproken in 4.1.

3.2 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart De archeologische verwachtingswaarde van een gebied geeft de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats weer. De gemeente Ooststellingwerf beschikt over een eigen verwachtings- en beleidskaart (Gemeente Ooststellingwerf 2014). Het beleid is al besproken in 1.7.4. Het plangebied is weergeven op de verwachtingskaart in Figuur 20 en de toelichting per archeologische verwachting wordt samengevat in onderstaand tabel (Tabel 6).

33

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Tabel 6: Archeologische verwachtingen gemeente Ooststellingwerf

Verwachting

Toelichting

Lage verwachting

Gebieden die niet geschikt waren voor bewoning (natte bodems) en percelen waarvan is vastgelegd dat er diepe bodemverstoring heeft plaatsgevonden krijgen een lage archeologische verwachting.

Middelhoge verwachting (WR-a5)

Bodems waarin podzolvorming heeft plaatsgevonden duiden op goede ontwatering van het dekzand, waardoor deze aantrekkelijk waren voor prehistorische bewoning (Steentijd). Podzolgronden krijgen daarom een middelhoge verwachting (laarpodzolgronden een hoge verwachting). Ook keileemgronden krijgen een middelhoge verwachting. Ter plaatse van het plangebied is een podzolbodem aanwezig (Figuur 12).

Vuursteenvindplaatsen (WR-a2)

Deze benoeming betreft reeds bekende vuursteenvindplaatsen waarbij de kans op het vinden van resten uit de steentijd zeker aanwezig is. Er geldt een hoge verwachting op het aantreffen van een gave vindplaats. In dit geval is de bekende vindplaats deel van een AMK-terrein (2033). Dit terrein wordt verder beschreven onder 3.4.1.

Archeologische monumenten (AMK-terreinen) (WR-a2)

Dit zijn gebieden van hoge archeologische waarde. Het gaat hier om AMK-terrein 2033, een vindplaats met vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum en Neolithicum. Dit terrein wordt verder beschreven onder 3.4.1.

34

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 20: Het plangebied op de archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Ooststellingwerf.

3.3 FAMKE Zoals beschreven in paragraaf 1.7.3 bestaat de FAMKE uit twee advieskaarten, één voor de periode SteentijdBronstijd (300.000 – 800 v. Chr.) en één voor de periode IJzertijd – Middeleeuwen (800 v Chr. – 1500 n. Chr.). Het plangebied is op deze kaarten weergeven in Figuur 4 en Figuur 5. In onderstaand tabel (Tabel 7) wordt nadere toelichting gegeven voor de archeologische verwachtingen die voor het plangebied gelden. Tabel 7: Toelichting archeologisch advies uit FAMKE

Advies

Toelichting archeologische verwachting

Steentijd – Bronstijd

Quickscan

Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen.

Karterend onderzoek 2 (steentijd)

In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de Steentijd bevinden, afgedekt door een veen- of kleidek. Indien aanwezig zullen de archeologische resten waarschijnlijk van goede kwaliteit zijn.

Karterend onderzoek 1 (steentijd)

In deze gebieden kunnen zich archeologische resten uit de Steentijd vlak onder maaiveld bevinden, afgedekt door een dun

35

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

veen- of kleidek. Indien aanwezig kunnen archeologische resten goed geconserveerd zijn, maar de resten zijn wel kwetsbaar. Waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats)

Dit betreft reeds bekende vuursteenvindplaatsen. Een deel hiervan is mogelijk al verstoord.

Streven naar behoud

Van deze terreinen is bekend dat zij waardevolle archeologische resten uit de Steentijd bevatten. Vaak betreft het AMK-terreinen, maar het kunnen ook terreinen zijn die bij de gemeente of provincie bekend staan als archeologisch waardevol.

IJzertijd – Middeleeuwen

Geen onderzoek noodzakelijk

Op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode IJzertijd - Middeleeuwen op gefundeerde gronden is zodanig laag dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.

3.4 Bekende Vindplaatsen Figuur 21 geeft een overzicht van de bekende vindplaatsen en onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied.

36

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 21: AMK-terreinen, vondstlocaties en onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied (Archis).

3.4.1

AMK-terreinen

Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende, gewaardeerde, archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. Binnen het plangebied bevindt zich één AMKterrein (nummer 2033) van hoge archeologische waarde. Deze wordt weergeven op de kaart in Figuur 21. Het betreft een terrein met bewoningssporen en vondsten, gelegen op een dekzandrug nabij een plas. Er zijn vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum en het Neolithicum aangetroffen. Het terrein is echter niet meer gaaf als gevolg van zandwinning.

3.4.2

Vondstlocaties en waarnemingen

Vondstlocaties zijn archeologische vindplaatsen die geregistreerd zijn in de landelijke Archis-database. De vondstlocaties zijn aangegeven op de kaart in Figuur 21. Binnen het plangebied zijn geen vondstlocaties aanwezig, binnen het onderzoeksgebied is één vondstlocatie bekend (1029193). Het betreft meerdere vuurstenen vondsten gedateerd tot het Paleolithicum, Mesolithicum en tussen het Paleolithicum en de IJzertijd. De verwervingswijze van de vondsten is niet bekend. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vindplaatsen bekend uit het Paleolithicum tot aan de IJzertijd.

37

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

3.4.3

Eerder uitgevoerd onderzoek

In verschillende zones binnen het onderzoeksgebied is eerder archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. Deze zones zijn aangegeven op de kaart in Figuur 21 en de resultaten van de onderzoeken zijn beschreven in onderstaand tabel. Datum / uitvoerder / type onderzoek

Resultaten

06-07-2021 / Antea Group / Bureauonderzoek

Dit onderzoek betreft een groot gebied, het gehele Fochteloërveen. In de conclusie van het bureauonderzoek wordt een hoge archeologische verwachting gegeven aan de periode Paleolithicum – Middeleeuwen en een lage archeologische verwachting voor de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Het gegeven advies is tweeledig: indien werkzaamheden minstens 30 cm boven het Pleistocene zand blijven is geen vervolgonderzoek noodzakelijk; voor diepere werkzaamheden wordt een inventariserend booronderzoek aanbevolen. Dit advies is toegespitst op werkzaamheden in het kader van kadeherstel.

2261700100

26-10-2009 / Archaeological Research en Consultancy / Bureauonderzoek en booronderzoek

Voor het booronderzoek is het onderzoeksgebied verdeeld in vier deellocaties. In één van de deellocaties werd een mogelijke pingoruïne aangetroffen, deze is aanvullend onderzocht. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Terwijl er enkele restanten van een B-horizont en/of een B/C-horizont zijn aangetroffen, is het onwaarschijnlijk dat hier intacte archeologische resten aanwezig zijn. De gebieden worden vrijgegeven. Ter plaatse van de pingoruïne wordt geadviseerd om zo min mogelijk verstorende activiteiten uit te voeren vanwege de aardwetenschappelijke waarde. Omdat de pingo verstoord is, is de kans op intacte archeologische resten klein. De pingoruïne bevindt zich niet in het huidige plangebied.

2140151100

19-12-2006 / Archaeological Research en Consultancy / Booronderzoek

Er is geen informatie beschikbaar over dit onderzoek.

2139634100

12-12-2006 / Archaeological Research en Consultancy / Bureauonderzoek

Er is geen informatie beschikbaar over dit onderzoek.

Zaak IDnummer

5091622100

3.4.4

Tweede Wereldoorlog

Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) liggen er geen elementen uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied. Wel liggen er drie NAD-werkkampen ten westen van het plangebied, maar gezien de afstand worden hier geen (archeologische) resten van verwacht. Verder zijn er geen relevante gegevens bekend ten aanzien van het plangebied uit deze periode.

3.4.5

Verstoringen

Het plangebied is weergeven op de Vergraven Gronden kaart in Figuur 22. Het grootste deel van het plangebied is op basis hiervan niet verstoord, alleen de Fochteloërveenweg wordt aangemerkt als ‘bebouwing’. In het zuidelijke deel van het plangebied is echter wel een deel vergraven en grenst het plangebied aan een deel verstoord door ‘natuurontwikkeling’. Daarnaast is het AMK-terrein niet meer gaaf als gevolg van afgraving van de dekzandrug. In het verleden is de bodem mogelijk verstoord geraakt door veenontginningen en/of agrarische activiteiten. 38

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 22: Het plangebied op de vergraven gronden kaart.

3.4.6

Conclusie archeologie

Op basis van de bewoningsgeschiedenis van het gebied worden mogelijk archeologische resten uit de periode Paleolithicum – vroege Romeinse Tijd verwacht. Het gebied werd langzaam minder bewoonbaar door veenontwikkeling vanaf de Bronstijd en gedurende de late Romeinse Tijd en vroege Middeleeuwen was deze vrijwel zeker onbewoond. De gemeentelijke verwachtingskaart geeft aan dat een deel van het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. De overige delen hebben een middelhoge verwachting (Steentijd) of betreffen een vuursteenvindplaats en AMKterrein. Dit komt overeen met de verwachtingen uit de FAMKE kaarten, waar voor de Steentijd het hele plangebied een eis m.b.t. vervolgonderzoek kent, van een quickscan tot streven naar behoud. Aan het plangebied is voor de periode IJzertijd-Middeleeuwen een lage verwachting toegekend. Op basis van Archis komen in het plangebied een vuursteenvindplaats en een AMK-terrein van hoge archeologische waarde voor. Er zijn geen elementen uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig of verwacht en het grootste deel van het plangebied is niet eerder verstoord.

39

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

4

Historie

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de historische ontwikkeling van het plangebied. Dit wordt per thema vanaf de Middeleeuwen beschreven aan de hand van historische kaarten, de structuurvisie van de provincie Friesland13, de gemeentelijke nota archeologie14, Panorama Landschap15 en voorgaand archeologisch16 en cultuurhistorisch onderzoek17. Informatie uit de LESA Fochteloërveen (in prep 2023) is ook gebruikt voor onderstaand hoofdstuk, voor de verdieping wordt dan ook naar deze publicatie verwezen 18.

4.1 Ontwikkelingsgeschiedenis 4.1.1

Het begin van de ontginningen

Zoals benoemd in Hoofdstuk 3.1 (Archeologie) werd het plangebied hoogstwaarschijnlijk niet bewoond in de vroege Middeleeuwen vanwege het hoogveencomplex. Rond het jaar 1000 kwamen mensen weer terug naar het gebied. Ze vestigden zich aan de oevers van de rivieren, waaruit ze loodrecht op de rivier begonnen zijn met de ontginning van het land. Hierdoor ontstond een opstrekkende verkaveling. Vanuit de rivieren werden ook sloten gegraven naar de hoger gelegen delen van het veengebied. De ontginningen leidden tot langgerekte veenontginningsdorpen met een indeling van natte heidevelden en hooilanden bij de rivier, bouwlanden bij de boerderijen in een strook langs de dorpsstraat en droge heiden op de tevoorschijn gekomen dekzandruggen. De oorspronkelijke bebouwingsas is vaak nog terug te vinden in de vorm van een ‘buitenweg’, dicht bij de rivier, terwijl de boerderijen aan de ‘binnenweg’ of ‘bovenweg’ staan. Door de ontginningen begon het veen in te klinken en te oxideren, waardoor bodemdaling optrad. Na verloop van tijd was het als gevolg te nat voor akkerbouw en kon het land alleen gebruikt worden als gras- en hooiland. Dorpen moesten ook uiteindelijk verplaatst worden naar de hoger gelegen delen van de dekzandruggen, die ten eerste onder het veen lagen. De eerste ontginningsassen moeten daarom dichter bij de oude dalen gezocht worden dan de huidige bewoningslinten.

In het oosten van het gebied ontbrak een veendek en konden grote aaneengesloten complexen met essen ontstaan. Hier liggen nederzettingen die lijken op Drentse esdorpen, zoals Oosterwolde. Dorpsnamen die eindigen op -wold of woud duiden op de voormalige aanwezigheid van bos. De verkaveling in de Friese esgebieden was onregelmatig en kleinschalig. Op de dekzandruggen in overige delen van het gebied is geen sprake van essen maar werd wel gebruik gemaakt van plaggenbemesting. Hier was de verkaveling opstrekkend en regelmatig. Deze soort verkaveling is nog steeds aanwezig rondom Fochteloo. Op de HISGIS kaart is te zien dat de verkaveling vanuit het bewoningslint van Fochteloo rechtstreeks naar de grens loopt (Figuur 30). De provinciale grens is hier ontstaan in 1328 toen de Stellingwervers zich losmaakten van Drenthe en zich bij Friesland voegden. Leidijken Na het in gebruik nemen van de ontgonnen gebieden voor akkerbouw en veeteelt, kregen mensen te maken met wateroverlast. Het zure veenwater stroomde namelijk naar beneden van de nog onontgonnen hoogveengebieden. Om dit tegen te gaan werden veendijken, oftewel leidijken, aangelegd. In bijna elk dorp werden de veengronden gescheiden van de cultuurgronden door een leidijk. De dijken werden van plaggen gemaakt en later opgehoogd met zand.

Via pijpen/buizen of stuwtjes in de leidijk kon het water via sloten worden geloosd richting de beekdalen. Tot het midden van de 19e eeuw lag op de grens van het Fochteloërveen en de landbouwgronden van het lint van Fochteloo een leidijk. Opvallend is dat de percelering van Fochteloo in 1765 al over de leidijk heengetrokken was en de woeste gronden dus geprivatiseerd waren. Dit gold niet voor de Drentse kant.

13 Provincie Fryslân 2014 14 Mennens 2014 15 Raap 2022 16 Komen en Buitenhuis 2009 17 Bouwmans 2022; Timmermans 2023

18 Franssen e.a. 2023. LESA Fochteloërveen, in prep.

40

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

4.1.2

Verveningen (turfwinning)

Achter de bovengenoemde leidijken lag in de 16e eeuw nog een groot hoogveencomplex. Deze hoogvenen werden vanaf de 16e eeuw systematisch afgegraven. Hiervoor werden compagnieën opgericht, welke investeerden in de aankoop van de grond en de aanleg van een kanaal om de turf af te voeren. De compagnieën legde hun eigen vaarten aan. Loodrecht op deze vaarten werden wijken (zijkanalen of brede sloten) aangelegd die het veen instaken en vanaf waar de turf werd afgegraven. Transport ging lange tijd via het water, waarbij niet alleen trekvaarten werden gegraven maar ook natuurlijke waterlopen werden gekanaliseerd. Sommige dorpen zijn met opvaarten in verbinding gebracht met de hoofdvaart. Hierdoor ontstond een intensief systeem van waterlopen welke vaak in hoofdlijnen nog aanwezig is in het huidige landschap, ook langs het Fochteloërveen, waar bijvoorbeeld enkele wijken nog aanwezig zijn. De ontginningsgeschiedenis van het hoogveencomplex rond Fochteloo wijkt af van die van vergelijkbare hoogveengebieden in de noordelijke provincies. Doordat het complex doorsneden werd met provinciale en gemeentegrenzen is een systematische vervening van het gebied nooit gebeurd. Het hoogveengebied werd wel gebruikt voor o.a. schapenbegrazing.

De vervening van het Friese gedeelte van het hoogveencomplex, uitgevoerd tot in de 20e eeuw, had een veel lager tempo en werd minder systematisch uitgevoerd in vergelijking met het Drentse gedeelte. Het Fochteloërveen is dan ook uiteindelijk nooit volledig afgegraven. De vervening kan in drie perioden worden ingedeeld: de aanloopfase die tot ongeveer 1855 duurde, de bloeitijd van 1855 tot 1880 en de periode tot 1930 toen de turfwinning weer terugliep. Vanaf het begin van de jaren ’50 vond er opnieuw op relatief grote schaal turfwinning plaats, niet voor brandstof maar voor grauwveen dat werd verwerkt tot turfstrooisel. Dit werd bijvoorbeeld gebruikt in paardenstallen en tuinderijen vanwege het absorberende vermogen van turfstrooisel. Voor meer verdieping in de vervening van het gebied en de verschillende betrokken bedrijven wordt verwezen naar het onderzoek door RAAP (Bouwmans 2022). Waar de verveende gronden werden omgezet tot landbouwgronden vond bebouwing vaak plaats in een lint langs de hoofdvaart, eveneens lans wijken en dwarswijken.

4.1.3

Recentere ontwikkelingen

In de 19e eeuw werden de niet ontgonnen heidegronden in het zandgebied uiteindelijk omgezet in landbouwgrond. Het grootste deel werd grasland, nog steeds een kenmerk van de regio. Ook werden woeste gronden en zandverstuivingen omgezet in landgoederen en bos. Het grootste gebied betrof de boswachterijen Appelscha en Smilde, samen het Nationale Park het Drents-Friese Wold. Terwijl het meeste van Fochteloërveen niet ontgonnen is, zijn in de loop van de 19e en 20e eeuw toch delen in cultuur gebracht en omgezet naar bouwland. Het gaat vooral om de randen die aan Fochteloo, Appelscha en Weperpolder grenzen. Het gebied ten oosten van Fochteloo kwam begin 20e eeuw in het bezit van de ontginningsmaatschappij de Drie Provinciën. Deze maatschappij kocht woeste grond aan, waarop werklozen uit gemeentes die aandeelhouder waren te werk gezet werden. Door de grootschalige ontginningen van de 19e en 20e eeuw werd het hoogveen echter een verdwijnend landstype. In 1938 heeft Natuurmonumenten de kern van het gebied aangekocht en vanaf 1958 werden stap voor stap nieuwe gebieden toegevoegd. In 1961 wordt de ontginning van hoogveengebieden officieel een halt toegeroepen. Uiteindelijk werd het natuurgebied vergroot tot ca. 2500 ha en omvatte naast bestaand hoogveen ook restanten van afgegraven veen, heide, productiebossen en voormalige landbouwgronden die omgezet werden in natuur.

Het Fochteloërveen is nog steeds onder beheer van Natuurmonumenten en vormt een van de weinige restanten hoogveen in West-Europa. (Na) de Tweede Wereldoorlog Ten oosten van Fochteloo lagen twee kampen met barakken, waar tijdens WWII en zelfs tot lang daarna bepaalde groepen mensen werden ondergebracht. Sommige groepen werden tewerk gezet in het gebied. De kampen zijn niet goed zichtbaar op de historische kaarten en liggen niet binnen het plangebied. In het cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP (2022) wordt een voormalige turfstrooiselfabriek in het Fochteloërveen beschreven. In 1949 werd de N.V. Noord-Nederlandse Turfstrooiselfabriek opgericht aan de Gemeenteweg (nu Fochteloërveenweg), midden in het veen. Hierdoor hoefden de spoorlijnen, welke de turfmolm naar de fabriek vervoerde, niet lang te zijn. De spoorlijnen liepen over de turfbanen het veen in en zijn niet zichtbaar op de historische kaarten. De putten waaruit het veen werd gewonnen lagen loodrecht op de banen en waren van elkaar gescheiden door turfwallen, nog niet vergraven stukken. De gewonnen turf werd op de turfbanen gedroogd en daarna vervoerd naar de fabriek. De vervening begon pas in 1951 aan de westkant van het Fochteloërveen. Er werd in oostelijke richting gewerkt tot de Gemeenteweg was overgestoken, daarna vond de vervening zuidwaarts plaats.

Nadat de kuilen machinaal uitgeveend waren, werden de turfwallen verwijderd en het terrein geëgaliseerd. Hierdoor 41

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

bleef het kleinschalige greppelpatroon over dat de voormalige veenderij nog steeds kenmerkt. De fabriek ligt naast het plangebied in het noordoosten, net onder de Heilomaweg, en is aangegeven op de historische kaart uit 1964 (Figuur 27). Hierop zijn ook de turfbanen zichtbaar. Voor meer informatie over de fabriek wordt verwezen naar het onderzoek uitgevoerd door RAAP (2022). Het begin van de Fochteloërveenweg, aan de zuidelijke kant van het plangebied, is al zichtbaar op de kaart uit 1930 (Figuur 25). De weg wordt echter pas doorgetrokken in de jaren ’50 en wordt in deze periode ook verhard. In de bocht van de Fochteloërveenweg loopt op de kaart van 1970 een rijwielpad (Figuur 28), op de locatie waar in 1930 ook een pad lijkt lopen (Figuur 25) en ongeveer waar een dekzandrug loopt. Dit is niet zichtbaar op de kaart van 1950. Hiernaast is op de kaarten tussen 1900 en 1970 de ontwikkeling van Fochteloo en de bijbehorende landen goed te zien (Figuur 24 tot Figuur 28). Terwijl in 1900 nog veel van het gebied ten oosten van Fochteloo veen blijkt te zijn, is een deel hiervan tot aan 1970 omgezet tot agrarisch en natuurland. In de gemeente Ooststellingwerf vonden tussen 1967 en 1980 ruilverkavelingen plaats. De ruilverkavelingen zorgde voor een grootschaliger, rationelere verkaveling waarbij de belangrijkste kenmerken van het gebied echter bewaard zijn gebleven.

Dit is ook merkbaar op de kaarten van 1970 en 1990, waarbij op de laatste kaart inderdaad grotere kavels aanwezig zijn ten westen van het plangebied (Figuur 28 en Figuur 29). Bebouwing Eerder is voor de boerderijen binnen het onderzoeksgebied (Fochteloërveenweg 4, 8/10 en 12) een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door Arcadis 19. De boerderijen dateren uit de jaren ’50 en hebben een opbouw die voorkomt in het oosten van Friesland en in het Westerkwartier. Ze zijn zichtbaar op de kaart uit 1970 (Figuur 28). De bebouwing volgt het karakteristieke rationele verkavelingspatroon van de veenontginning. De drie boerenerven vormen een ensemble vanwege de uiterlijke overeenkomsten, oriëntatie ten opzichte van de weg en hun zichtbare relatie met het omliggende landschap. Tot in de jaren ’80 werd turfstrooisel gewonnen in het gebied dat aan de boerenerven grenst. Voor de verdieping naar de cultuurhistorische kenmerken en waarden van de bebouwing wordt verwezen naar het onderzoek.

19 Timmermans 2023

42

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 23: Het plangebied op de historische topografische kaart uit 1850.

43

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 24: Het plangebied op de topografische kaart uit 1900.

Figuur 25: Het plangebied op de topografische kaart uit 1930.

44

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 26: Het plangebied op de topografische kaart uit 1950

Figuur 27: Het noordelijke deel van het plangebied op de topografische kaart uit 1964. Hierop is de turfstrooiselfabriek zichtbaar aan de oostelijke zijde van de Fochteloërveenweg en de turfbanen aan de westelijke zijde. 45

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 28: Het plangebied op de topografische kaart uit 1970.

46

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Figuur 29: Het plangebied op de topografische kaart uit 1990.

Figuur 30: De locatie van het plangebied (zwart) op de HISGIS kaart van Friesland. 47

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

5

Conclusies en aanbevelingen

5.1 Conclusie Archeologie 1.

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Het plangebied ligt bijna volledig binnen de geologische zone Dr2: Laagpakket van Gieten (Formatie van Drenthe) met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (grondmorene met een zanddek). Waar de Fochteloërveenweg een bocht neemt ligt het plangebied in de geologische zone Ni5: Laagpakket van Griendtsveen (Formatie van Nieuwkoop; veen). De geomorfologische kaart toont dat er binnen het plangebied meerdere landvormen aanwezig zijn. In het noorden van het plangebied ligt een grondmorenewelving en in het zuiden lopen twee dekzandruggen. De aanwezigheid van dekzandruggen in overige delen van het plangebied is niet uitgesloten. Hier tussenin bevinden zich een plateau-achtige veenrest en een veenkoloniale ontginningsvlakte. Er zijn relatief veel bodemsoorten aanwezig, dit betreffen vooral veen- en podzolgronden: -Avo: Veen in ontginning. -Vp: Vlierveengronden op zand met humuspodzol, beginnend ondieper dan 120 cm. -zVp: Meerveengronden op zand met humuspodzol, beginnend ondieper dan 120 cm. -zWp: Moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag. -zWz: Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand. -Hn21: Veldpodzolgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand. -Hn23: Veldpodzolgronden, lemig fijn zand. 2.

Welke archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied zijn bekend?

Binnen het onderzoeksgebied zijn één vindplaats en één AMK-terrein aanwezig. De vindplaats betreft meerdere vuurstenen vondsten gedateerd tot het Paleolithicum, Mesolithicum en tussen het Paleolithicum en de IJzertijd. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vindplaatsen bekend uit het Paleolithicum tot aan de IJzertijd. Het AMK-terrein is een terrein met bewoningssporen, o.a. vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum en het Neolithicum. Het terrein is echter niet meer gaaf als gevolg van zandwinning. 3.

Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend?

Het plangebied zelf ligt grotendeels op de Fochteloërveenweg, welke grotendeels in de jaren ’50 is aangelegd. Hiervoor betrof het gebied voornamelijk (hoog)veen, en ook hierna behoort het grootste deel ten oosten van de weg bij het natuurgebied Fochteloërveen. Het Fochteloërveen is nooit volledig ontgonnen. Delen ten (zuid)westen van het plangebied zijn wel ontgonnen en omgezet tot agrarisch en natuur land. Dit gebeurde vanuit Fochteloo. De boerderijen in het plan- en onderzoeksgebied dateren uit de jaren ’50, verder is er geen bebouwing aanwezig. Tussen 1967 en 1980 hebben ruilverkavelingen plaatsgevonden in de gemeente Ooststellingwerf, waardoor de kavels grootschaliger werden. Het plangebied is historisch gezien echter niet veel veranderd. Ter plaatse van de drie boerderijen zullen geen ondergrondse resten aanwezig zijn, waardoor de bebouwing geen invloed heeft op de archeologische verwachting. Voor de bebouwing is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat deze wel een cultuurhistorische waarde hebben. De drie boerderijen vormen samen met de Fochtelooërveen (weg), de verkavelingsstructuur en de onontgonnen veengebieden van het Fochteloërveen herkenbare en tastbare elementen die het verhaal van deze plek, in het bijzonder de ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog, zichtbaar maken (Timmermans 2023).

5.2 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel 4.

Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen?

Tabel 8. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel.

Archeologische Verwachting periode

48

Complextype

Kenmerken

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

Diepteligging

Gaafheid en Omvang conservering

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Hoog

Nederzettingen/ kampementen, deposities in water/veen

Vuursteenspreiding en; vondstDekzandniveau /sporenniveau, losse objecten

Late IJzertijd – vroege Middeleeuwen

Laag

Losse vondsten

Losse objecten

Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

Laag

Losse vondsten, ontginningssporen

Sporenniveau, losse objecten

Paleolithicum – IJzertijd

Goed (indien afgedekt)

Variabel <50 m2 tot ca. 2000 m2

In het veenpakket

Onbekend

n.v.t.

Vanaf maaiveld

Mogelijk verstoord

n.v.t.

5.3 Advies Archeologie 5.

In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling?

Uit de DINO boorbeschrijvingen in paragraaf 2.2.5 is gebleken dat het veen zich ter hoogte van het onderzoeksgebied veelal aan maaiveld of dicht onder het oppervlak bevindt. Het dekzand van de Formatie van Boxtel is voornamelijk binnen een meter aanwezig, in de meest zuidelijke boring zelfs aan maaiveld. De kans op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Paleolithicum-IJzertijd in en op het dekzand is hoog, ter hoogte van de dekzandruggen in het zuiden van het plangebied is ook daadwerkelijk sprake van bekende vindplaatsen uit deze perioden: een zone met vuurstenen artefacten en een AMK-terrein met vondstmateriaal en bewoningssporen. Uit de beschrijving van het AMK-terrein blijkt dat het archeologisch niveau waarschijnlijk is verstoord door zandafgraving. De mate van verstoring (bijv. vondstlaag niet meer aanwezig) is echter niet bekend. Voor de overige periodes is de kans op het aantreffen van archeologische resten lager, omdat het gebied voornamelijk een hoogveengebied bleef en lastig toegankelijk was (Tabel 8). De risico’s op het aantasten van mogelijk aanwezige archeologische resten worden hieronder per geplande ingreep beschreven.

Erven, landbouwperceel & achterliggend terrein Indien de bodemingrepen ter plaatste van de erven aan Fochteloërveenweg 4, 8 en 10 beperkt blijven tot het uitgraven van de bestaande fundering, dan is er geen risico op het verstoren van archeologische resten omdat de werkzaamheden plaatsvinden in het reeds geroerde pakket. Indien de bodemingrepen echter dieper reiken, tot in het dekzandniveau, dan is er een hoog risico op het aantasten van bovengenoemde archeologische resten uit de periode Paleolithicum - IJzertijd (Tabel 8). Dit risico is ook groter indien de oppervlakte van de werkzaamheden meer dan 500 m2 beslaat. De kans op het aantreffen van archeologische resten in het veenpakket is lager, daardoor is het risico op aantasting ook lager. Fochteloërveenweg De exacte aard en omvang van de beoogde werkzaamheden zijn nog niet vastgesteld. Indien deze bodemingrepen plaatsvinden binnen het bestaande wegcunet, is er geen risico op verstoring omdat de werkzaamheden plaatsvinden in het reeds geroerde en/of opgebrachte pakket. Indien de bodemingrepen dieper of breder dan het huidig wegcunet reiken, is er een risico op het verstoren van archeologische resten. Drie parkeerplaatsen Bij de parkeerplaats achter de boerderij (huisnummer 8) wordt ontgraven tot 50 cm -Mv. Gezien de kleine omvang (ca.

300 m2) van de ingreep en de diepte is het onwaarschijnlijk dat archeologische resten worden aangetast. Het oppervlak overschrijdt de vrijstellingsgrens vanuit het gemeentelijk en provinciaal beleid niet. Bij de parkeerplaats Bonghaar wordt ontgraven tot 40 cm -Mv. Het gebied ligt in de zone van een vuursteenvindplaats, waardoor er een risico is op het aantreffen van archeologische resten. Daarnaast overschrijden de werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen uit de dubbelbestemming zowel als het vrijstellingsoppervlak uit de gemeentelijke beleidskaart en 49

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

de FAMKE kaart. Op deze locatie is het vanuit de geldende dubbelbestemming niet toegestaan om sloten te dempen. Ophogen is wel toegestaan zonder omgevingsvergunning. Bij de parkeerplaats bij de vogelkijkhut wordt ontgraven tot 60 cm -Mv. Deze parkeerplaats ligt binnen een AMKterrein, waardoor er een risico is op het aantreffen van archeologische resten. Daarnaast overschrijden de werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen van de dubbelbestemming en de gemeentelijke beleidskaart zowel als het vrijstellingsoppervlak uit de FAMKE kaart. Op deze locatie is het vanuit de geldende dubbelbestemming wel toegestaan om de bodem op te hogen.

6.

Is archeologisch vervolgonderzoek nodig, en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd?

In eerste instantie wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat bodemverstoring wordt voorkomen. Dit kan door het plaatsen van rijplaten of een grindverharding, waardoor er geen bodemwerkzaamheden nodig zijn. Daarnaast is het ophogen van het terrein ook een optie om te zorgen dat er niet in de bestaande bodem wordt gewerkt. Vanuit archeologisch perspectief ligt er geen bezwaar tegen een funderingslaag voor verharding ter plaatse van de parkeerplaatsen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, gelden de volgende adviezen ten aanzien van archeologisch vervolgonderzoek: Op basis van het advies uit de FAMKE kaart wordt aanbevolen om ter plaatse van de geplande werkzaamheden aan de Fochteloërveenweg, zowel als de parkeerplaatsen Bonghaar en bij de vogelkijkhut, een inventariserend en/of waarderend veldonderzoek in de vorm van een booronderzoek uit te laten voeren conform de KNA 4.1 en de beleidszones van FAMKE (IVO-O; KNA 4.1 protocol 4003): Karterend onderzoek 2: Bij ingrepen groter dan 2.500 m2 wordt geadviseerd een karterend booronderzoek uit te voeren met minimaal 6 boringen per ha, of minimaal 6 boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. Het booronderzoek dient vooral gericht te zijn op het podzol en het microreliëf van het zand onder het veen- of kleidek. Indien dekzandkoppen aanwezig zijn, wordt een waarderend onderzoek aanbevolen.

Karterend onderzoek 1: Bij ingrepen groter dan 500 m2 wordt aanbevolen een karterend booronderzoek uit te voeren met minimaal 12 boringen per ha, of minimaal 12 boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. Het booronderzoek dient vooral gericht te zijn op het microreliëf van het zand onder het veen- of kleidek. Indien dekzandkoppen aanwezig zijn, wordt een waarderend onderzoek aanbevolen. Het is wenselijk om de vuursteenvindplaats en het AMK-terrein te ontzien. Ter hoogte van de bekende vindplaats geldt dat er waarderend onderzoek uitgevoerd dient te worden bij ingrepen groter dan 50 m 2. Dit onderzoek dient vooral gericht te zijn op de waarde en de begrenzing van de vindplaats. Volgens het gemeentelijk beleid betreft het waarderend onderzoek 6-12 boringen per ha. Ter hoogte van het AMK-terrein geldt volgens FAMKE de regel ‘streven naar behoud’. De provincie raadt af om in deze gebieden ingrepen te verrichten die het bodemarchief kunnen schaden. Indien dit niet mogelijk is, geldt volgens het gemeentelijk beleid dat inventariserend bureauonderzoek en/of waarderend booronderzoek nodig is bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Hiermee kan informatie worden verkregen over de bodemopbouw, microreliëf en diepteligging en mate van intactheid van de potentieel archeologische niveaus.

Ook ter plaatse van de bekende vindplaats en het AMK-terrein kan dit onderzoek worden uitgevoerd met oog op de vermelde verstoring aldaar. Deze informatie kan idealiter worden meegenomen in het ontwerp en de daarmee gepaard gaande bodemingrepen. Hieronder wordt het advies gekoppeld aan de geplande ingrepen. Erven, landbouwperceel & achterliggend terrein Indien de bodemingrepen ter plaatste van de erven aan Fochteloërveenweg 4, 8 en 10 zoals beschreven beperkt blijven tot het uitgraven van de bestaande fundering, wordt er geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Indien het ontwerp wijzigt en de bodemingrepen dieper reiken, tot in het dekzandniveau, en een groter oppervlak dan 500 m2 beslaan, wordt een karterend booronderzoek bestaand uit minstens 12 boringen geadviseerd. Indien bodemingrepen zich beperken tot het veenpakket, dan kan gebruik worden gemaakt van het Protocol Toevalsvondsten20 dat reeds is opgesteld in het kader van de kadeherstelwerkzaamheden in het Fochteloërveen.

20 Arcadis 2022. Protocol Toevalsvondsten Kadeherstel Fochteloërveen (Deelgebied Groote Veen).

50

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Fochteloërveenweg Indien deze toekomstige bodemingrepen plaatsvinden binnen het bestaande wegcunet, wordt er geen vervolgonderzoek geadviseerd. Indien de bodemingrepen dieper of breder reiken, is er een risico op het verstoren van archeologische resten. In dat geval wordt er een vervolgonderzoek conform bovenstaande geadviseerd. Indien bodemingrepen zich beperken tot het veenpakket, dan kan gebruik worden gemaakt van het Protocol Toevalsvondsten21 dat reeds is opgesteld in het kader van de kadeherstelwerkzaamheden in het Fochteloërveen. Drie parkeerplaatsen Ter plaatse van de parkeerplaats achter de boerderij geldt dat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is indien de bodemingrepen beperkt blijven tot een oppervlakte van minder dan 500 m 2 en/of niet dieper reiken dan het zandpakket. Het huidige ontwerp betreft een oppervlakte van minder dan 500 m2. Indien het ontwerp wijzigt en de werkzaamheden over een oppervlak groter dan 500 m2 plaatsvinden, wordt een karterend booronderzoek met minstens 12 boringen geadviseerd. De parkeerplaats Bonghaar en de parkeerplaats bij de vogelkijkhut liggen respectievelijk bij een bekende vuursteenvindplaats en in een AMK-terrein. Indien de bodemingrepen bij parkeerplaats Bonghaar beperkt blijven tot een oppervlak van 50 m2 is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.

Indien de bodemingrepen een groter oppervlak beslaan, wordt waarderend archeologisch onderzoek geadviseerd. Voor het AMK-terrein geldt als uitgangspunt ‘streven naar behoud’. Indien de bodemingrepen minder dan 50 m2 beslaan dienen mogelijke toevalsvondsten gemeld te worden bij de provinciale archeoloog. Indien de bodemingrepen hier meer dan 50 m2 beslaan, wordt waarderend archeologisch onderzoek geadviseerd, te beginnen met een karterend booronderzoek van minstens 12 boringen. Zoals benoemd is het echter wenselijk om te onderzoeken of de aanpassingen mogelijk zijn zonder bodemingrepen. Voor alle vormen van vervolgonderzoek geldt dat deze uitgevoerd dienen te worden conform het FAMKE-beleid, zoals hierboven beschreven.

21 Arcadis 2022. Protocol Toevalsvondsten Kadeherstel Fochteloërveen (Deelgebied Groote Veen).

51

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

6

Referenties

Literatuur • Bouwmans, S.P.H. 2022. Hoge venen, diepe vaarten; cultuurhistorisch onderzoek naar het Fochteloërveen (gem. Noordenveld en Ooststellingwerf). RAAP-rapport 6008. RAAP, Weesp. • Komen, M. en Buitenhuis, H. 2009. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen in het project Fochteloërveen II, gemeente Ooststellingwerf (F). ARC-rapport 2009-253. Archeologisch Research & Consultancy, Groningen. • Franssen, L., Haverhals, L., Worst, D., & J.P. Willemsen, 2023. LESA Fochteloërveen. Concept juni 2023. • Knotters, M., Walvoort, D.J.J., Brouwer, F., Stuyt, L.C.P.M., en Okx, J.P. 2018. Landsdekkende, actuele informatie over grondwatertrappen digitaal beschikbaar. H2O online. https://edepot.wur.nl/465988 • Mennens, A. en Werkgroep Archeologie Fryslân. 2014. Nota Archeologie Gemeente Ooststellingwerf. Gemeente Ooststellingwerf. • Raap, E. 2022. Zuidoosthoek. In: ‘Panorama Landschap – Karakterisering van de Nederlandse Landschapsgeschiedenis in 78 regio’s’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. • Spek, T., 2004. Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie. Matrijs, Utrecht. • Structuurvisie Provincie Fryslân. 2014. Grutsk op ‘e Romte! Provincie Fryslân, Leeuwarden. • Timmermans, L. 2023. Ontginningsboerderijen Fochteloërveen. Arcadis, Maastricht.

Digitale bronnen • Archeologisch Informatiesysteem Archis3; Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed. • Bodemdata.nl • Dinoloket.nl, TNO Geologische Dienst. • Erfgoedatlas, Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed. • Natuurgebied Fochteloërveen. Natuurmonumenten. https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/fochteloerveen • Ruimtelijkeplannen.nl • Topotijdreis.nl Kaartmateriaal • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). • Archeologische Monumenten Kaart (AMK). • Bodemkaart Nederland (1:50.000); Alterra-rapport 811, Wageningen 2003. • Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Provincie Fryslân. • Gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart. Gemeente Ooststellingwerf, 2014. • Geologische Kaart van Nederland; Geologische Dienst Nederland. • Geomorfologische Kaart van Nederland (1:50.000); Alterra. • HISGIS Fryslân. • Kaart Vergraven Gronden (WUR). • Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Paleogeografische Kaarten.

52

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Colofon BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF

KLANT Natuurmonumenten AUTEUR Eva van Veen, Janin Hekman & Karin Wink ONZE REFERENTIE 30073445 DATUM 14 november 2023 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Karin Wink Senior KNA-archeoloog

53

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op 54

Arcadis

Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public

arcadis_nl

ArcadisNetherlands

2023 Nader Onderzoek Wet natuurbescherming Ontwikkelingen Fochteloërveenweg 8-10 te Fochteloo

1

++

COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Nader Onderzoek Wet natuurbescherming Ontwikkelingen Fochteloërveenweg 8-10 te Fochtelo0 Leeuwarden, oktober 2023 In opdracht van: Natuurmonumenten Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk en rapportage: Dhr. J. Groen Autorisatie: Dhr. E.P. de Boer

Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied © Bureau FaunaX B.V.. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2023). Nader Onderzoek Wet natuurbescherming- Ontwikkelingen Fochteloërveenweg 8-10 te Fochteloo. Rapport 22319. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING .....................................................................................................................4 1.1.

Aanleiding .................................................................................................................... 4

1.2.

Methodieken & Werkwijze .......................................................................................... 4 1.2.1

Jaarrond beschermde nesten (huismus) ...................................................... 4

1.2.2.Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw)..........................................................5 1.2.3.Vleermuizen (verblijfplaatsen) .............................................................................5 1.2.4. Huiszwaluw & boerenzwaluw ........................................................................... 6 2.

3.

RESULTATEN NADER ONDERZOEK ............................................................................ 7 2.1.

Jaarrond beschermde nesten (huismus) ......................................................................7

2.2.

Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) .................................................................7

2.3.

Vleermuizen (verblijfplaatsen) .....................................................................................7

2.4.

Huiszwaluw en boerenzwaluw .....................................................................................7

CONCLUSIES NADER ONDERZOEK .............................................................................9 3.1.

Jaarrond beschermde nesten (huismus) ..................................................................... 9

3.2.

Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) ................................................................ 9

3.3.

Vleermuizen (verblijfplaatsen) .................................................................................... 9

3.4.

Huiszwaluw .................................................................................................................. 9

3.5.

Overige soorten ........................................................................................................... 10

3.7

Overige adviezen ........................................................................................................ 10

4.

SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN ......................................................................... 11

5.

LITERATUUR EN BRONNEN ....................................................................................... 12

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding In 2022 heeft Bureau FaunaX B.V. een Quickscan uitgevoerd met betrekking tot de voorgenomen ontwikkelingen op het perceel Fochteloërveenweg 8-10 te Fochteloo (Bureau FaunaX B.V., 2022). In deze Quickscan wordt geconcludeerd dat nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van huismussen, huiszwaluwen (omgevingscheck), gierzwaluwen en verblijfplaatsen van vleermuizen benodigd is voor de voortgang van de voorgenomen werkzaamheden. Tijdens de Quickscan werd binnen het plangebied een verblijfplaats van kerkuil vastgesteld. Daarnaast kan de aanwezigheid van hibernacula van ringslang, adder, gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis, evenals landhabitat van heikikker, poelkikker en boomkikker binnen het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten. Voor deze soorten wordt geadviseerd direct over te gaan tot een ontheffingsaanvraag, omdat een verblijfplaats van kerkuil reeds werd vastgesteld en omdat in de praktijk blijkt dat het uitvoeren van gericht onderzoek naar hibernacula van reptielen en landhabitat van amfibieën vrijwel onmogelijk is en de aanwezigheid van voortplantingshabitat van deze soorten in de nabije omgeving van het plangebied reeds is vastgesteld (bron: NDFF).

Na het opleveren van de quickscan werd ons medegedeeld dat zich in de boerderij één of meerdere nesten van de boerenzwaluw bevinden die tijdens de quickscan niet zijn vastgesteld. Hierop is besloten om deze soort mee te nemen in de omgevingscheck die in het kader van de huiszwaluw is uitgevoerd. In onderhavige rapportage worden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen, huiszwaluwen, boerenzwaluwen, gierzwaluwen en verblijfplaatsen van vleermuizen besproken.

1.2. Methodieken & Werkwijze Bij de planning van het veldwerk is rekening gehouden met de optimale periode waarin verschillende soortgroepen geïnventariseerd kunnen worden. Deze optimale periode hangt bijvoorbeeld samen met vliegtijd, broedtijd en balts. Voor het in kaart brengen van verblijfplaatsen van vleermuizen is bijvoorbeeld een protocol opgesteld waarin is vastgelegd welke onderzoeksinspanning benodigd is per soort en per periode van het jaar (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Bureau FaunaX B.V. is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt zoveel mogelijk volgens de opgestelde protocollen om de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek te waarborgen. Bureau FaunaX B.V. is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt zoveel mogelijk conform protocollen om de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek te waarborgen.

1.2.1

Jaarrond beschermde nesten (huismus)

Het onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen is uitgevoerd aan de hand van een tweetal gerichte veldbezoeken in de periode 1 april – 15 mei. De bezoeken zijn op dagen met gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen zonnig weer, geen regen en geen harde wind uitgevoerd, met een tussenliggende periode van ten minste 10 dagen, zoals staat beschreven in het Kennisdocument Huismus. In tabel 1.1. wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden tijdens deze bezoeken. Tabel 1.1 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen en nesten van ringmussen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=04f981e3-2222-492c-87cb-d68d05cdb60e