Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen
Tekst van het document
Bezoek 1 2
4
Datum 5 april 2023 18 april 2023
Temp. (˚C) 7 10
Windsnelheid O1 O4
Bewolkingsgraad Helder Half bewolkt
Tijdens de bezoeken is voornamelijk gelet op nest-indicerend gedrag van huismussen en ringmussen, zoals territoriale zang van een mannetje, invliegende dieren, het vervoeren van voedselpakketjes en bedelende jongen.
1.2.2.Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) Het onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen is uitgevoerd aan de hand van drie gerichte avondbezoeken in de periode 1 juni – 15 juli. De veldbezoeken van steeds anderhalf uur vonden telkens tegen zonsondergang plaats (over het algemeen tussen circa 21:00 en 22:30), wanneer de kans op het invliegen van vogels het grootst is. De bezoeken zijn uitgevoerd op dagen met gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen geen kou, regen of harde wind en met een tussenliggende periode van ten minste 10 dagen, zoals beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw. In tabel 1.2 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden ten tijde van deze bezoeken. Tabel 1.2 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen binnen het plangebied.
Bezoek 1 2 3
Datum 7 juni 2023 28 juni 2023 12 juli 2023
Temp. (˚C) 14 16 17
Windsnelheid NO2 W2 W3
Bewolkingsgraad Licht bewolkt Licht bewolkt Half bewolkt
Tijdens dit onderzoek is vooral aandacht besteedt aan ‘gierende’ en invliegende dieren.
1.2.3.Vleermuizen (verblijfplaatsen) Het plangebied is voor dit specifieke onderzoek opgedeeld in twee deelgebieden om het plangebied zo overzichtelijk te houden. Het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is uitgevoerd aan de hand van drie gerichte veldbezoeken per deelgebied in de kraamperiode (15 mei – 15 juli). Daarnaast werden in de paarperiode (15 augustus – 15 september) twee gerichte veldbezoeken rond zonsondergang uitgevoerd per deelgebied, evenals een winterbezoek per deelgebied tussen middernacht en twee uur. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen geen regen, geen harde wind en niet te koud, zoals aangegeven in het Vleermuisprotocol 2021. In onderstaande tabel 1.3 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden per bezoek. Tijdens dit onderzoek is vooral aandacht besteedt aan inen uitvliegende dieren, zwermgedrag en sociale ‘pulsen’. Voor de determinatie van vleermuizen is gebruikt gemaakt van een batdetector van het type D240X Petterson, gecombineerd met opnameapparatuur, gespecialiseerde determinatiesoftware en een lichtsterke zaklamp. Tabel 1.3 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied.
Bezoek 1 2 3 4 5
Deelgebied Plangebied zuid Plangebied zuid Plangebied zuid Plangebied zuid Plangebied zuid
Temp. Windsnelheid (˚C)
Datum
Zon
Tijd
Bewolkingsgraad
22 mei 2023
21:40 ondergang
21:40 – 23:40
13
NO 3
Bewolkt
7 juni 2023
22:00 ondergang
22:00 – 00:00
12
W2
Licht bewolkt
29 juni 2023
5:13 opkomst
3:13 – 5:13
12
ZW 1
Helder
23 augustus 2023
20:46 ondergang
20:46-00:00
15
NO1
Bewolkt
23 augustus 2023 (winterbezoek)
N.V.T.
00:00 – 2:01
14
NO1
Bewolkt
5
6 7 8 9 10 11 12
Plangebied zuid Plangebied noord Plangebied noord Plangebied noord Plangebied noord Plangebied noord Plangebied noord
14 september 2023
19:54 ondergang
19:54 – 21:54
15
O1
Helder
24 mei 2023
21:43 ondergang
21:43 – 23:43
12
NO1
Helder
28 juni 2023
22:08 ondergang
22:08 – 00:08
16
W2
Half bewolkt
8 juli 2023
5:11 opkomst
3:11 – 5:11
16
NW2
Helder
23 augustus 2023
20:46 ondergang
20:46 – 00:00
15
NO1
Bewolkt
23 augustus 2023 (winterbezoek)
N.V.T.
00:00 – 2:01
14
NO1
Bewolkt
14 september 2023
19:54 ondergang
19:54 – 21:54
15
O1
Helder
1.2.4. Huiszwaluw & boerenzwaluw De huiszwaluw en boerenzwaluw zijn ten tijde van dit schrijven in de provincie Fryslân aangewezen als zogenaamde ‘categorie 5’ soorten. Dit houdt in dat de nesten van deze soorten slechts jaarronde bescherming genieten indien er sprake is van zwaarwegende ecologische redenen, zoals de afwezigheid van alternatieve nestgelegenheid in de omgeving van het plangebied of wanneer de gunstige staat van instandhouding van de soort op lokaal niveau in het geding komt als gevolg van het planvoornemen. In het kader van deze casus is in 2023 een omgevingscheck uitgevoerd in de wijde omgeving van het plangebied, voor zowel huiszwaluw als boerenzwaluw. Dit om een beeld te krijgen van hoe het in de omgeving met de populaties van deze soorten gesteld is. De omgevingscheck werd uitgevoerd op 10 juli 2023 onder hiervoor gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen geen kou, regen of harde wind. Tijdens de check is gericht gezicht naar individuen van de betreffende twee soorten. Op basis van deze waarnemingen zijn de nestplaatsen dan wel territoria in kwestie in kaart gebracht.
6
2. RESULTATEN NADER ONDERZOEK 2.1.
Jaarrond beschermde nesten (huismus)
Tijdens de gerichte veldbezoeken zijn geen jaarrond beschermde nesten van huismussen aangetroffen binnen het plangebied. De soort werd überhaupt niet waargenomen. Wat deze resultaten betekenen voor de voortgang van het project wordt besproken in hoofdstuk 3.
2.2.
Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw)
Tijdens het nader onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen werden geen jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen vastgesteld. De soort werd überhaupt niet waargenomen. Wat de resultaten van het gierzwaluwonderzoek betekenen voor de voortgang van het traject wordt besproken in hoofdstuk 3.
2.3.
Vleermuizen (verblijfplaatsen)
Tijdens het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen werd een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Deze verblijfplaats is vastgesteld omdat op zowel 23 augustus als 14 september een mannetje al roepend (“social calls”) rondvloog in een poging vrouwtjes naar zijn verblijfplaats te lokken. Hierbij is de exacte locatie van de verblijfplaats helaas niet vastgesteld. De enige andere soort die tijdens het onderzoek is waargenomen is de rosse vleermuis. Deze soort had echter geen binding met het plangebied. Wat de resultaten van het vleermuisonderzoek betekenen voor de voortgang van het traject wordt besproken in hoofdstuk 3.
2.4.
Huiszwaluw en boerenzwaluw
De enige andere nesten/territoria van de huiszwaluw die tijdens de check binnen een straal van 2,5 km rond het plangebied werden aangetroffen zijn die in het naastgelegen plangebied aan de Fochteloërveenweg 4. De dichtstbijzijnde nesten van deze soort buiten beide plangebieden werden aangetroffen binnen de bebouwde kom van Fochteloo (figuur 2.1). De boerenzwaluw daarentegen wordt in de omgeving beter vertegenwoordigd, met de dichtstbijzijnde nestplaats in een vogelkijkhut bij de Bruustingerplas. Wat deze resultaten betekenen voor de voortgang van het project wordt besproken in hoofdstuk 3.
7
Figuur 2.1. Een overzicht van de aangetroffen huiszwaluw- (blauwe sterren) en boerenzwaluwnesten (oranje sterren) in de omgeving van het plangebied. De meest zuidoostelijke blauwe ster aan de Fochteloërveenweg betreft het plangebied dat binnen deze rapportage wordt behandeld. De blauwe ster ten noorden hiervan betreft een naastgelegen plangebied (Fochteloërveenweg 4).
8
3. CONCLUSIES NADER ONDERZOEK Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten. Wanneer dat niet of onvoldoende gebeurt, kunnen wetsovertredingen aan de orde zijn. Deze kunnen leiden tot vertragingen in het project. Door op de juiste manier rekening te houden met de aanwezige soorten, kunnen deze problemen vaak op eenvoudige wijze worden voorkomen.
3.1.
Jaarrond beschermde nesten (huismus)
Tijdens het nader onderzoek zijn geen jaarrond beschermde nesten van huismussen vastgesteld binnen het plangebied. De aanwezigheid hiervan kan derhalve worden uitgesloten. Op het gebied van huismus zijn geen vervolgstappen benodigd voor de voortgang van het project. Voor de soort hoeft geen ontheffing aan de Wnb aan te worden gevraagd.
3.2.
Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw)
Tijdens het nader onderzoek zijn geen jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen vastgesteld binnen het plangebied. De aanwezigheid hiervan kan derhalve worden uitgesloten. Op het gebied van gierzwaluwen zijn geen vervolgstappen benodigd voor de voortgang van het project. Voor de soort hoeft geen ontheffing aan de Wnb aan te worden gevraagd.
3.3.
Vleermuizen (verblijfplaatsen)
Tijdens het nader onderzoek is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld, welke als gevolg van het planvoornemen verloren kan gaan. Conform de verbodsbepaling onder artikel 3.5 van de Wnb is het verboden om verblijfplaatsen van vleermuizen te verstoren of te vernielen, waardoor voor de voortgang van dit project een ontheffing aan de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag de provincie Fryslân. Deze ontheffing wordt aangevraagd op basis van een activiteitenplan, waarin de voorgenomen werkzaamheden, de effecten op de verblijfplaatsen van vleermuizen en de te nemen mitigerende en compenserende maatregelen worden besproken.
3.4.
Huiszwaluw
Tijdens een omgevingscheck werden binnen een straal van 2,5 km rond het plangebied geen huiszwaluwnesten aangetroffen, met uitzondering van huiszwaluwnesten op een naastgelegen perceel aan de Fochteloërveenweg 4. Om deze reden genieten de in het plangebied aanwezige nesten jaarronde bescherming. Conform de verbodsbepalingen onder Artikel 3.1 van de Wnb is het verboden in het wild levende huiszwaluwen te doden, vangen of storen, dan wel hun nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen. Voor de boerenzwaluw geldt daarentegen dat in de omgeving dusdanig veel nesten of territoria (en alternatieve nestgelegenheid) zijn vastgesteld dat onzes inziens van jaarronde bescherming van de nesten geen sprake is. Met het oog op bovenstaande dient bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân, een ontheffing te worden aangevraagd omdat de nesten in het plangebied verloren gaan. Deze ontheffing wordt aangevraagd op basis van een activiteitenplan, waarin onder andere de mitigerende en compenserende maatregelen voor het zoveel mogelijk verzachten van de optredende (negatieve) effecten op de huiszwaluw staan beschreven. Tijdens overleg met Haije Valkema van Natuurmonumenten is echter besloten dat de nesten in het plangebied behouden zullen blijven, wat het opnemen van deze in een ontheffing overbodig maakt.
9
3.5.
Overige soorten
Zoals besproken in hoofdstuk 1 wordt in de Quickscan geadviseerd om voor wat betreft een reeds vastgestelde verblijfplaats van de kerkuil en voor hibernacula van ringslang, adder, gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis, evenals landhabitat van heikikker, poelkikker en boomkikker direct over te gaan tot een ontheffingsaanvraag. Tijdens vooroverleg met Kim Mulder van de Provincie Friesland is echter afgesproken dat voor reptielen en amfibieën geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Wel zullen deze soorten onder het mom van ‘zorgvuldig handelen’ in de ontheffing worden opgenomen.
3.7
Overige adviezen
Naast de bovengenoemde soorten dient rekening te worden gehouden met overige adviezen uit de Quickscan, zoals het werken buiten de broedperiode van vogels waarvan nesten in dit geval geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. Voor de broedperiode wordt grofweg de periode tussen 15 maart en 15 juli aangehouden. Deze periode kan echter eerder beginnen of later eindigen per soort en als gevolg van klimatologische omstandigheden. Zo kunnen bijvoorbeeld huiszwaluwen in september nog jongen hebben. Hiernaast dient men tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met de zorgplicht (zie Bijlage I).
• • •
• •
10
De aanwezigheid van één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis binnen het plangebied werd op basis van nader onderzoek (vleermuizen) en een omgevingscheck (huiszwaluw) vastgesteld. Negatieve effecten op zwaluwnesten zullen worden vermeden. Voor de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, evenals een reeds vastgestelde verblijfplaats van de kerkuil wordt een ontheffing aangevraagd aan de Wet natuurbescherming op basis van een activiteitenplan. Beschermde amfibieën en reptielen die in het plangebied voor kunnen komen worden onder het mom van zorgvuldig handelen in deze ontheffing opgenomen. De aanwezigheid van andere jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied, zoals van huismus, boerenzwaluw en gierzwaluw kan op basis van de resultaten van het nader onderzoek en een omgevingscheck worden uitgesloten. Houd rekening met overige adviezen uit de Quickscan, zoals het werken buiten de broedperiode en het rekening houden met de zorgplicht.
4. SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN Om de werkzaamheden binnen de kaders van Wet natuurbescherming uit te voeren, bevelen wij de volgende vervolgstappen aan: • •
Ontheffingsaanvraag gewone dwergvleermuis en kerkuil. In de ontheffing zal ook aandacht worden geschonken aan beschermde reptielen en amfibieën. Deze ontheffing dient aan te worden gevraagd op basis van een activiteitenplan.
Overige vervolgstappen • Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). • Houd rekening met de zorgplicht.
11
5. LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Bureau FaunaX B.V. (2022). Quickscan Wet natuurbescherming/ Ontwikkeling Fochteloerveenweg 4 te Fochteloo. Rapport 22204 (b). Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Bureau FaunaX B.V. (2022). Quickscan Wet natuurbescherming/ Ontwikkeling Fochteloerveenweg 8 & 10 te Fochteloo. Rapport 22204 (c). Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Bronnen internet Kennisdocument Huismus https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Kennisdocument Gierzwaluw https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
12
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.
Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.
Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.
-1-
Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Fryslân.
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Steenmarter Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Molmuis Ondergrondse woelmuis Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen, niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.
Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.
-2-
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De voor gemeenten belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-4-
Diverse bodemonderzoeken
Fochteloërveen 8 en 10 in Fochteloo