CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp-vvgb Brink 4 Oosterwolde21.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3/4

4/4

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Rho Adviseurs -, -Brink 4 Oosterwolde realisatie appartementengebouw

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rv12En4iYT6r 02 februari 2022, 10:08 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

Rv12En4iYT6r (02 februari 2022)

Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Bron 1

Emissie NH3 -

Emissie NOx -

 Verkeersnetwerk

< 0,1 ton/j

< 0,1 ton/j

Rv12En4iYT6r (02 februari 2022)

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rv12En4iYT6r (02 februari 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

Rv12En4iYT6r (02 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Bron 1 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rv12En4iYT6r (02 februari 2022)

6/6

48/241

Bijlage 2

49/241

Quickscan Soortbescherming

Oosterwolde, Brink 4 QuickScan

JM ecologie b.v., 2022

QuickScan Oosterwolde, Brink 4 Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming Rapportnummer R22.059 Status 1.0 (definitief) Datum 25-04-2022 Opdrachtgever Rho Adviseurs Druifstreek 72-C 8911 LH Oosterwolde Auteur Corine Bos Controle Henri Zomer Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Bos, C. 2022. QuickScan Oosterwolde, Brink 4; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport R22.059, JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright © 2022 JM ecologie b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging............................................................................................................................................................ 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland ................................................................................................................ 3 1.4 Scope van de QuickScan............................................................................................................................................ 4 1.5 Werkwijze................................................................................................................................................................... 5

2

Beschrijving locatie en ingreep ............................................................................................................. 6 2.1 Locatie ........................................................................................................................................................................ 6 2.2 Ingreep ....................................................................................................................................................................... 8

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie ................................................................................................ 9 3.1 Vogels ......................................................................................................................................................................... 9 3.2 Vleermuizen ............................................................................................................................................................. 11 3.3 Overige zoogdieren ................................................................................................................................................. 12 3.4 Reptielen .................................................................................................................................................................. 13 3.5 Dagvlinders............................................................................................................................................................... 13 3.6 Overige fauna........................................................................................................................................................... 13 3.7 Vaatplanten.............................................................................................................................................................. 13

4

Effecten en gevolgen ........................................................................................................................ 14 4.1 Overzicht beschermde soorten .............................................................................................................................. 14 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna .............................................................. 14

5

Mitigerende maatregelen.................................................................................................................. 16 5.1 Jaarrond beschermde nesten; mitigatie ................................................................................................................ 16 5.2 Algemene broedvogels; mitigatie........................................................................................................................... 16 5.3 Vleermuizen; mitigatie ............................................................................................................................................ 17

6

Conclusie ........................................................................................................................................ 19

Geraadpleegde bronnen .......................................................................................................................... 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van Rho Adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd in Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens om het bestaande winkelpand aan de Brink 4 te slopen en hiervoor in de plaats zes nieuwe appartementen te bouwen.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen in het noorden van het dorp Oosterwolde. Oosterwolde ligt ten noordoosten van Heerenveen en ten westen van Assen. Ten zuiden van Oosterwolde loopt de N381 tussen Drachten en Emmen. Ten zuiden van het plangebied loopt een watergang, behorende bij de Turfroute. De omgeving van het plangebied bestaat uit woonhuizen, bedrijfspanden, een watergang, bomen en parkeerplaatsen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode stip) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 2 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoudt echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën.

Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”.

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. Vanaf 1 juli 2022 geldt in de provincie Friesland mogelijk ook een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 3 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn.

Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande werkzaamheden, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde gebieden) en bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 4 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Corine Bos van JM ecologie b.v. op 20 april 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 09:00 tot 10:00 uur, bij 10⁰C en 3 Bft, op een droge zonnige dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregelen en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 5 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

2

Beschrijving locatie en ingreep

2.1

Locatie Het plangebied is gelegen in het noorden van het dorp Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, provincie Friesland. Het plangebied wordt omsloten door wegen, parkeerplaatsen, woningen en bedrijfspanden. Het plangebied zelf betreft een gebouw, welke vroeger gebruikt is als meubelwinkel en later als kringloopwinkel. Het pand heeft een totaal oppervlakte van 693 m2 en is gebouwd in 1994. Op het moment van veldbezoek werd het pand gebruikt als opslag voor de Expert, welke naast het plangebied zit. Verder stond het gebouw leeg. Het gebouw heeft twee verdiepingen en een plat dak met bitumen. De tweede verdieping kan bereikt worden met een trap. Er is een systeemplafond aanwezig. De wanden van de benedenverdieping bestaan voornamelijk uit glas en de bovenverdieping heeft aan de buitenzijde een bakstenen muur met enkele ramen. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig. Aan achterzijde van het pand is een garagedeur aanwezig. Het pand kan betreden worden middels een deur aan de zuidzijde van het pand.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader) (Bron achtergrond: Esri).

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 6 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Afbeelding 2.2. Pand gezien vanaf zuidwesten.

Afbeelding 2.3. Pand gezien vanaf zuidoosten.

Afbeelding 2.4. Pand gezien vanaf zuiden.

Afbeelding 2.5. Binnenzijde benedenverdieping.

Afbeelding 2.6. Binnenzijde bovenverdieping.

Afbeelding 2.7. Dak, gezien vanaf Het Oost 4-6.

Afbeelding 2.8. Oostzijde pand, gezien vanaf dak.

Afbeelding 2.9. De Rijweg ten zuiden van pand.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 7 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

2.2

Ingreep De opdrachtgever is voornemens om het bestaande pand te slopen en hiervoor in de plaats een nieuw gebouw met 6 appartementen te realiseren. Het pand zal drie verdiepingen hoog worden met op elke verdieping twee appartementen. Elk appartement zal twee slaapkamers, een badkamer en grote woonkamer met keuken krijgen. De voorste appartementen aan westzijde krijgen een klein balkon. Elk appartement krijgt tevens een berging, welke aan de oostzijde gerealiseerd worden en er worden zes parkeervakken gerealiseerd.

Afbeelding 2.10. Toekomstige situatie zes appartementen buitenzijde aan de Brink 4 te Oosterwolde (Bron: VMEZ Architecten).

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 8 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep. Gedurende het terreinbezoek is een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald.

3.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 tot en met 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1 tot en met 5 zijn vermeld in tabel 3.1. Tabel 3.1. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Friesland (tot inwerkingtreding omgevingswet). Soort

Categorie

Soort

Categorie

Soort

Categorie

4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4

Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop Huiszwaluw

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Uit een conceptversie omgevingsverordening van 2021 blijkt dat mogelijk met ingang van de omgevingsverordening in de provincie Fryslân een nieuwe lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treedt, deze is echter nog niet definitief gemaakt en daarom nog niet geldig. Ook is het mogelijk dat deze lijst nog wijzigt of aan bepaalde voorwaarden verbonden is. In tabel 3.2 is opgenomen welke soorten met ingang van de omgevingsverordening jaarrond beschermd zijn in de provincie Fryslân.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 9 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Tabel 3.2. Aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in de provincie Friesland vanaf inwerkingtreding omgevingswet treedt (mogelijk vanaf 2023). Soort

Categorie

Aalscholver Blauwe reiger Boomvalk Bosuil Buizerd Draaihals Dwergstern Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Grote stern Grote zilverreiger Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Lepelaar Noordse stern Oehoe Ooievaar Purperreiger Raaf

2 2 4 3 4 4 2 2 3 2 2 4 1 2 3 1 2 2 3 3 2 3

Soort Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Stormmeeuw Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkopmeeuw

Categorie

Soort

Categorie

4 2 2 3 4 1 2 3 4 4 3 2 4 2

Bergeend Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Eider Gekraagde roodstaart Glanskop Grote mantelmeeuw Grutto Kleine bonte specht Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Kraanvogel Middelste bonte specht Oeverzwaluw Paapje Ruigpootuil Scholekster Spreeuw Strandplevier Visdief Zilvermeeuw

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten in en binnen de verstoringszone van het plangebied. Er zijn geen boomnesten aangetroffen in en binnen de verstoringszone van het plangebied. Tevens zijn er geen palen of masten rond het plangebied aanwezig. Op basis van aanwezig habitat, afwezigheid van hoge bomen met holtes, palen en masten binnen de verstoringszone kunnen nesten van boomvalk, buizerd, havik, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, wespendief en zwarte wouw uitgesloten worden. Vanwege de verstoring door verkeer, fietsers en wandelaars langs het plangebied en de afstand tot de watergang kan aanwezigheid van een nestlocatie van de grote gele kwikstaart ook worden uitgesloten. Tevens worden nesten van kerkuil en steenuil uitgesloten vanwege het urbane karakter van de omgeving van het plangebied en de afwezigheid van gebouwen met openingen. Mogelijk bevinden zich wel nesten van huismus en gierzwaluw in omliggende woningen en bedrijfspanden. De huismus kan onder het dakpannen dak van het pand van Zorggroep Liante en de Expert komen en een nest maken. Gierzwaluw kan bij de kopgevels onder de dakpannen komen en de aanvliegbaarheid is hier goed. Aanwezigheid van nestlocaties van de huismus en gierzwaluw kan dus niet worden uitgesloten.

Consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw staan beschreven in paragraaf 4.2. Algemene broedvogels Er is rond het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen langs het plangebied kunnen soorten als houtduif, merel en vink tot broeden komen. In de watergangen kunnen diverse soorten watervogels als wilde eend en meerkoet tot broeden komen. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 10 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

3.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven Het pand zelf is ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn geen open stootvoegen aanwezig en er zijn geen kieren of spleten waar vleermuizen tussen kunnen kruipen.

De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuissoorten binnen het plangebied kan daarmee worden uitgesloten. Tevens zijn er in de bomen rond het plangebied geen holtes aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van verblijven van boombewonende soorten tevens kan worden uitgesloten. Wel bieden de panden in de omgeving van het plangebied mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis (kraam-, paar-, zomer en winterverblijf), ruige dwergvleermuis (paar-, zomer- en winterverblijf) en laatvlieger (kraam-, paar-, zomer-, en winterverblijf). Het pand van de Expert en het pand van Zorggroep Liante bieden mogelijk geschikt verblijfplaatsen vanwege een dakpannen dak, waaronder ruimte is voor verblijven van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijven van gebouwbewonende vleermuizen in de omgeving van het plangebied kan niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op potentiële vleermuisverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen staan beschreven in paragraaf 4.2. Vliegroutes Rond het plangebied zijn diverse lijnvormige elementen, die dienst kunnen doen als vliegroteondersteuning, zoals de woningen, bomenrijen en de watergang. Er zijn echter voldoende alternatieve lijnvormige elementen in de vorm van woningen en bomenrijen. De watergang ligt

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 11 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

daarnaast buiten de verstoringszone van de werkzaamheden. De aanwezigheid van een essentiële vliegroute kan daarmee worden uitgesloten. Foerageergebied De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

3.3

Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van een beschermde zoogdiersoort. Het gaat hier om de das, eekhoorn, otter en wolf. Andere soorten worden op basis van habitat en bekende verspreiding niet verwacht in en rond het plangebied. Das De das leeft in allerlei biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied moet voldoende dekking bevatten, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld (Zoogdiervereniging z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen bekend van de das rond het plangebied. Deze zijn allen gedaan buiten het dorp Oosterwolde. Vanwege de afwezigheid van dekking en hoge mate aan verstoring rond het plangebied wordt aanwezigheid van de das uitgesloten. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in bosachtige biotopen. Ze leven in verschillende bostypen maar ook in tuinen, parken en houtwallen. Zolang er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen bekend van eekhoorn rond het plangebied, deze zijn gedaan op locaties waar een klein bos aanwezig is, zoals het gemeentelijk wandelbos.

Rond het plangebied ontbreekt een bosachtig biotoop met voldoende voedsel en wordt de aanwezigheid van de eekhoorn uitgesloten. Otter Otters leven in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten. De nesten waar de jongen worden geworpen, liggen vaak in overstromingsvrije oeverholtes in een rustig gebied en worden regelmatig door de moeder verplaatst (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen bekend van otters rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk waarnemingen van mest. Het plangebied bevat geen geschikte rust- en verblijfsplaatsen voor de otter vanwege onvoldoende dekking. Rond het plangebied zijn veel fietsers, wandelaars en verkeer aanwezig, waardoor er voor de otter teveel verstoring is. Aanwezigheid van de otter in en rond het plangebied kan daarmee worden uitgesloten. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen.

De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen. Het nest van een wolf bevindt zich vaak in een grot of zit verscholen onder boomwortels of tussen de rotsen. De wolf graaft soms ook een hol of vergroot holen van andere dieren zoals vos en das (Zoogdiervereniging, z.d.). Er is één waarneming bekend van de wolf in het DrentsFriese Wold. Vanwege de afwezigheid van een bosrijke omgeving en mogelijkheid tot het maken van een nest wordt de aanwezigheid van de wolf rond het plangebied uitgesloten.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 12 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

3.4

Reptielen Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied een waarneming bekend is van een beschermde reptielensoort. Het gaat hier om de ringslang. Andere soorten worden op basis van habitat en bekende verspreiding niet verwacht in en rond het plangebied. Ringslang De ringslang is een sterk aan water gebonden reptiel dat met name in de directe omgeving van beken, sloten, rivieren, meren, vijvers en poelen wordt aangetroffen. Geschikte wateren kunnen in laagveengebieden, struwelen, parken, natte heidegebieden, bossen en zelfs in bebouwd en agrarisch gebied gelegen zijn, zolang er maar voldoende dekking en zonplekken aanwezig zijn. De rings lang is in Nederland afhankelijk van de aanwezigheid van broeihopen waarin de eieren tot ontwikkeling kunnen komen. Deze broeihopen bestaan veelal uit hopen mest, compost, blad- en snoeiafval of in een natuurlijke situatie uit aangespoeld plantenmateriaal (RAVON, z.d.). Er is één waarneming bekend van de ringslang in de Opsterlandse Compagnonsvaart. Vanwege de afstand tot geschikt water, de mate van verstoring en afwezigheid van broeihopen rond het plangebied wordt aanwezigheid van de ringslang uitgesloten.

3.5

Dagvlinders Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied een waarneming bekend is van een beschermde dagvlindersoort. Het gaat hier om de grote vos. Andere soorten worden op basis van habitat en bekende verspreiding niet verwacht in en rond het plangebied. Grote vos De grote vos leeft met name in vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande waardbomen. De vlinder overwintert in holle bomen of stapels hout. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. De waardplanten van deze soort zijn onder andere iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. De grote vos is een soort die over grote afstanden kan zwerven en in toenemende mate in Nederland wordt gezien. Grotendeels gaat het daarbij om zwervende dieren (Vlinderstichting, z.d.). Er is één waarneming bekend van de grote vos in een bosgebied ten noorden van het plangebied. Rond het plangebied is geen bosrijk gebied aanwezig en zijn er geen waardplanten aangetroffen. De aanwezigheid van de grote vos kan daarmee worden uitgesloten.

3.6

Overige fauna Overige beschermde diersoorten zoals libellen, amfibieën, vissen, kreeftachtigen en weekdieren zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreidingsgegevens.

3.7

Vaatplanten Er zijn rond het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten. De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid Limburg. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 13 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

4

Effecten en gevolgen

4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Onderstaand wordt gebruik gemaakt van de term “verstoringszone”. Deze term heeft betrekking tot de invloedsfeer welke is bepaald op de verwachte maximale verstoring die de onderhavige werkzaamheden mogelijk hebben op aanwezige natuurwaarden. Hierbij is rekening gehouden met tussenliggende elementen, visuele verstoring, verstoring door geluid, en verstoring door trillingen.

De verstoringszone is per mogelijk aanwezige soort op basis van expert judgement bepaald aan de hand van deze verstorende effecten en omgevingselementen, alsmede de gevoeligheid van de betreffende soort op basis van ecologie. Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.

Soortgroep

4.2

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Jaarrond beschermde Huismus en gierzwaluw. nesten

3.1

Potentieel

Algemene broedvogels Diverse soorten.

3.1

Potentieel

Vleermuizen

3.5

Potentieel

Gebouwbewonende soorten.

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde nesten In de panden van de Expert en Zorggroep Liante zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten aanwezig van de huismus en gierzwaluw. Deze vogelsoorten broeden allen in en rond menselijke bebouwing, waardoor de soorten gewend zijn aan urbane verstoring. Vanwege de afstand tot het pand van Zorggroep Liante en de gewenning van deze vogelsoorten aan urbane verstoring wordt niet verwacht dat nesten van huismus en gierzwaluw verstoord zullen worden door de werkzaamheden. Het pand van de expert is gelegen direct naast het plangebied en door de nabijheid kunnen mogelijke nesten van huismus en gierzwaluw wel verstoord worden door de werkzaamheden. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 14 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Vleermuizen De panden van zorggroep Liante en de Expert dienen mogelijk als kraam-, zomer-, winter- en/of paarverblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (geen kraamverblijf) en laatvlieger. Wanneer de werkzaamheden na zonsondergang plaatsvinden in de actieve periode van vleermuizen (circa 15 april tot en met 15 oktober), kan er mogelijk lichtverstoring door het gebruik van verlichting optreden. Hierdoor kunnen m ogelijk aanwezige vleermuizen gedesoriënteerd raken. Ten gevolge daarvan kan het functioneren verminderen van de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Het verstoren van vleermuizen is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.3 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 15 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

5

Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.

Soortgroep

5.1

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Vervolgactie

Jaarrond beschermde nesten

Huismus en gierzwaluw.

3.1

Potentieel

Mitigatie

Algemene broedvogels

Diverse soorten.

3.1

Potentieel

Mitigatie

Vleermuizen

Gebouwbewonende 3.5 soorten en vliegroute.

Potentieel

Mitigatie

Jaarrond beschermde nesten; mitigatie In het pand van de Expert naast het plangebied zijn mogelijk nestlocaties van huismus en/of gierzwaluw aanwezig. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden tijdens het broedseizoen, worden mogelijk aanwezige huismussen en/of gierzwaluwen verstoord. Het is daarom aan te raden om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen van de huismus loopt van 1 maart tot eind september. Het broedseizoen van de gierzwaluw loopt van 15 april tot en met eind augustus. Wanneer de werkzaamheden na eind september en voor 1 maart worden uitgevoerd, zijn er geen negatieve effecten op mogelijke nestlocaties van huismus en gierzwaluw. Als dit niet mogelijk is en er wel binnen het broedseizoen van huismus en gierzwaluw gewerkt wo rdt, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een nader onderzoek plaats te vinden naar nesten van huismus en gierzwaluw in het pand van de Expert.

5.2

Algemene broedvogels; mitigatie Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. De voorkeur verdient om werkzaamheden altijd uit te voeren buiten het vogelbroedseizoen, om negatieve effecten op in gebruik zijnde nesten te voorkomen. Wanneer de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen, moeten binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden vestiging van broedgevallen voorkomen worden. Het

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 16 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog: • Door het voor het broedseizoen verwijderen van bomen en struikgewas; • Door het kort maaien en kort houden van de (oever) is er geen nestgelegenheid voor watervogels zoals meerkoet en wilde eend. Het functioneren van de preventieve maatregelen dient gecontroleerd te worden vanaf de plaatsing totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Tevens mogen de genoemde maatregelen niet in strijd zijn met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming voor wat betreft andere beschermde soorten. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen, dient het plan- en verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

5.3

Vleermuizen; mitigatie Het pand van Zorggroep Liante en de Expert kunnen mogelijk verblijfsplaatsen voor vleermuizen bieden. Wanneer er na zonsondergang gewerkt wordt, kan er lichtverstoring door het gebruik van verlichting optreden. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige vleermuizen gedesoriënteerd raken. Ten gevolge daarvan kan het functioneren verminderen van de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Een dergelijk effect is in strijd met de Wet natuurbescherming. Om effecten van lichtuitstraling te voorkomen wordt geadviseerd om eventueel te gebruiken verlichting weg te draaien van omliggende panden. Dit is zeker noodzakelijk in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst) gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa 15 april tot en met 15 oktober). Dit houdt in dat de verlichting naar beneden gericht dient te zijn op het plangebied, zodat er geen licht naar de omgeving kan uitstralen. In onderstaande figuur (Figuur 5.1) is een dergelijke werkwijze schematisch weergegeven. De V in de tekening geeft weer hoe de lichtuitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk kan worden beperkt kan worden. In de situatie met een X is er sprake van significante lichtuitstraling naar de omgeving waardoor een mogelijk effect op verblijven van vleermuizen niet is uit te sluiten.

Bij voorkeur wordt er bij het plaatsen van een licht gekozen voor amberkleurige verlichting.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 17 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Figuur 5.1. Voorbeeld van toepassing bouwverlichting bij. X= verlichting veroorzaakt uitstraling naar omgeving, V= verlichting veroorzaakt geen uitstraling richting de omgeving.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 18 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

6

Conclusie In opdracht van Rho adviseurs heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd in Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens om een bestaand winkelpand te slopen en hiervoor in de plaats zes nieuwe appartementen te realiseren. De QuickScan is uitgevoerd om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming (Wnb) op te sporen. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw, algemene broedvogels en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor huismus en gierzwaluw is het aan te raden om buiten het broedseizoen te werken, dus tussen oktober en maart. Voor algemene broedvogels heeft het de voorkeur om buiten broedseizoen te werken. Indien de werkzaamheden voor het broedseizoen starten of midden in het broedseizoen, dienen de maatregelen gevolg te worden als beschreven in paragraaf 5.2. Voor vleermuizen die mogelijk een verblijfplaats hebben in de panden rond het plangebied, dient verstoring door verlichting voorkomen te worden door de verlichting niet op gebouwen te richten, maar alleen op het plangebied. Bij de realisatie van nieuwbouw wordt geadviseerd om natuurinclusief te bouwen.

Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen, waarbij er meer plek voor verschillende diersoorten gerealiseerd wordt. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbrengen van inbouwkasten in de m uur of speciale dakpannen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

Gorredijk, april 2022 JM ecologie b.v.

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 19 van 20

Rho Adviseurs QuickScan Oosterwolde, Brink 4

Geraadpleegde bronnen • • • • •

Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 14 april 2022. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998 -2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten

Datum: 25 april 2022 rapport: R22.059, versie 1.0

blad 20 van 20

72/241

Bijlage 3

73/241

Watertoets

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 12-01-2022

Korte procedure in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: michiel.vanputten@rho.nl aanvraagnummer: 00003073 naam aanvraag: Korte procedure bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

12-01-2022, 13:30

P agina 1 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Wat is uw naam? Michiel

2.

Wat is uw emailadres ? michiel.vanputten@rho.nl

3.

Wat is uw telefoonnummer? 0570-745607

4.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee

5.

Namens wie vraagt u een watertoets aan? dhr Koopmans

6.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? -

7.

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer? -

8.

In welke gemeente ligt het plan? Oos ts tellingwerf

9.

Is er contact gewees t met de gemeente? Ja

10.

Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente. Lotte Berends

11.

Wat is het emailadres van de contactpers oon? l.berends @oos ts tellingwerf.nl

12.

Wat is uw naam? Michiel

13.

Wat is uw emailadres ? michiel.vanputten@rho.nl

14.

Wat is uw telefoonnummer? 0570-745607

12-01-2022, 13:30

P agina 2 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 15.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee

16.

Namens wie vraagt u een watertoets aan? dhr Koopmans

17.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer? -

18.

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer? -

19.

In welke gemeente ligt het plan? Oos ts tellingwerf

20.

Is er contact gewees t met de gemeente? Ja

21.

Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente. Lotte Berends

22.

Wat is het emailadres van de contactpers oon? l.berends @oos ts tellingwerf.nl

23.

Wat is de naam van het plan? Ruimtelijke onderbouwing Brink 4 - Oos terwolde

24.

Geef een korte oms chrijving van het plan. Sloop bes taande winkelpand en realis atie van een appartementengebouw met de daarbij behorende voorzieningen (bergingen en parkeerplaats en). In totaal gaat het om een zes tal appartemetnen. Hiervoor wordt het bes taande winkelpand met bovenwoning ges loopt.

25.

Wat is het adres van het plan? Brink 4 - Oos terwolde

26.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

27.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Vergunningencheck Digitale watertoets in null.pdf

28.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Ja

12-01-2022, 13:30

P agina 3 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 29.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: Bas is informatie tekeneningen architect _ 20211611.pdf

12-01-2022, 13:30

P agina 4 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Korte procedure

DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle 12-01-2022, 13:30

P agina 5 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.

Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

Privacyverklaring 12-01-2022, 13:30

P agina 6 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

12-01-2022, 13:30

P agina 7 van 7

Aanvraagformulier

Bijlage 4

81/241

Bodemonderzoek

NADER BODEMONDERZOEK BRINK 4 TE OOSTERWOLDE

Rapportage nader bodemonderzoek Brink 4 te Oosterwolde Opdrachtgever

Bouwe Blinder B.V. Ploeggang 6 8431 NG Oosterwolde

Rapportnummer Versienummer

18258.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

9 juni 2022

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer H.W. Looman, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer ing. R.J.E. Kok

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2

3

VOORONDERZOEK................................................................................................................... 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=d20bd98f-a7d6-47fc-83d4-85f59da536a7