Bijlage 3 bestemmingsplan Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 def
Tekst van het document
Figuur 4.2
Plaatsgebonden risicocontouren (rood is PR-6-contour)
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
23
Verder zijn er plannen voor het oprichten van een biomassa vergistingsinstallatie in het zuidelijk deel van fase 2 van het Ecomunitypark. Daarbij vindt de opslag van biogas plaats. Op basis van de gegevens aangeleverd door de exploitant (HoST) valt deze installatie niet onder het Bevi of het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen). In het kader van dit bestemmingsplan is advies op het gebied van externe veiligheid ingewonnen bij de FUMO. Dit advies is opgenomen in bijlage 2. Hieruit volgen geen belemmeringen voor wat betreft externe veiligheid. Ook hoeven de risico’s niet te worden verantwoord. Wel geldt het advies om de effectzones van de verschillende risicobronnen op te nemen op de verbeelding horende bij het bestemmingsplan. Het weergeven van de effectzones help bij het rekening houden met externe veiligheid. Verder wordt geadviseerd de veiligheidszone van EcoStyle te corrigeren en op te nemen dat dat de PR10-6 contour van HoSt binnen het eigen terrein moet komen te liggen. In dit bestemmingsplan is gekozen om alleen de bestaande veiligheidszone, namelijk die van EcoStyle, op de verbeelding op te nemen. Deze is op basis van het advies van FUMO gecorrigeerd. Voor de locatie van Qirion geldt dat dit een proefopstelling is. Dit bouwvlak zal wisselend worden ingevuld, waarmee het vastleggen van risicozones niet doelmatig is.
De ligging van de zones rondom HoSt zijn nog niet bekend. Er is geen wettelijke noodzaak voor het opnemen van de risicocontouren rondom deze inrichtingen, omdat deze niet bij een Bevi-inrichting horen. Deze zijn ook niet toegestaan. Het advies om beperkingen op te leggen ten aanzien van de ligging van risicocontouren of om deze op te nemen, wordt daarom niet opgevolgd. Dit zou bij gewijzigde inrichting geen goed beeld geven en bovendien mogelijk onnodig belemmerend werken.
4.5
Verkeer en parkeren Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat een plan geen onevenredige parkeerdruk op de omgeving mag veroorzaken. Daarom is het van belang dat voor de nieuwe functies in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Daarnaast is het van belang om te beoordelen of de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben voor de verkeersgeneratie van de nieuwe functies. Om de parkeerbehoefte te bepalen en om het effect van het plan op de verkeersituatie te beoordelen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW (publicatie 381). Parkeren Voor het gehele plangebied geldt als uitgangspunt dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Dit moet binnen het plangebied worden opgelost. Voor fase 1 geldt dat er geen eigen parkeervoorzieningen bij de bedrijven worden aangelegd, maar juist centrale voorzieningen. Voor de bedrijven in fase 2 worden wel parkeervoorzieningen op eigen terrein gerealiseerd. Dit kan worden beoordeeld bij een concrete invulling. Voor het nog in te vullen gebied geldt dat de parkeerbepaling regelt dat een bouwplan voor een bepaalde functie slechts kan worden gerealiseerd wanneer er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij geldt als uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt.
Daarmee is ook voor de toekomst een adequaat parkeeraanbod gewaarborgd en leidt dit plan niet tot een ongewenste parkeersituatie.
24
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
Potentiële verkeersgeneratie Ten aanzien van de verwachtte verkeersgeneratie wordt het Ecomunitypark aangemerkt als een gemengd werkmilieu, een terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4 bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot 'hoogwaardig bedrijvenpark' of 'distributiepark'. Een hoogwaardig werkmilieu kenmerkt zich door de aanwezigheid van veel kantoor-gerelateerde bedrijfsfuncties. Voor een dergelijk werkmilieu wordt op basis van de CROW kentallen uitgegaan van 128 personenauto's en 30 vrachtwagens met weekdagetmaal per hectare. Voor fase 2 gaat het om 5,5 hectare uitgeefbare kavels. De verkeersgeneratie daarvan komt op 704 mvt/etmaal licht verkeer en 165 mvt/etmaal zwaar verkeer. Voor het bestaande deel (fase 1) geldt dat hier planologisch geen uitgeefbare kavels of vloeroppervlak wordt toegevoegd. Er worden hier juist mogelijkheden weggenomen, om in fase 2 meer ruimte te bieden. In fase 1 kans nog ongeveer 1,5 hectare aan kavels worden uitgegeven. Voor dit deel geldt dat hier geen productiebedrijven komen die veel vrachtverkeer aantrekken. Daarvoor is de centrale uitsluiting van EcoStyle en fase 2 bedoeld. Voor dit deel wordt er daarom vanuit gegaan dat het verkeer nog met 1,5*128 = 200 mvt/etmaal licht verkeer zal toenemen, plus 10 mvt/etmaal middelzwaar verkeer voor bevoorrading.
Wijze van ontsluiting De ontsluiting van het westelijk deel van het Ecomunitypark vindt plaats op de Venekoten, via een parallelweg langs de N351. Deze sluit op korte afstand vanaf het plangebied aan op het knooppunt van de N381 en de N919. Het oostelijk deel, waaronder Fase 2, loopt via het bedrijventerrein Venekoten. Deze ontsluitingen leiden niet langs woningen. De betrokken wegen zijn voldoende gedimensioneerd voor de uitbreiding van het bedrijventerrein. Hier is in het verleden op geanticipeerd.
4.6
Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Het plangebied ligt aansluitend op een industrieterrein en verder in een betrekkelijk intensief landbouwgebied. Direct nabij het plan komen geen beschermde natuurwaarden voor. De bosstroken
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
25
ten oosten van fase 2 zijn volgens de provinciale verordening aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Omdat hierin geen ingrepen worden voorgesteld, zijn van hieruit geen belemmeringen. Bovendien wordt aan deze zijde ingezet op aanvullend opgaand groen. De meest nabijgelegen beschermde natuurgebieden zijn het Drents-Friese Wold & Leggelderveld en het Fochteloërveen. Deze Natura 2000-gebieden liggen op ongeveer 3 kilometer ten zuiden en ten noordoosten van het plangebied. Gezien de ligging, de afstand en de aard en schaal van de ontwikkeling wordt geen directe verstoring van deze gebieden verwacht.
Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Drents-Friese Wold & Leggelderveld en het Fochteloërveen. Uit het stikstofonderzoek, dat is opgenomen in bijlage 3, blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Vanuit de gebiedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Toetsing: soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de nieuwe Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord.
Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten. Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek aan de locatie gebracht, om de ecologische potenties in beeld te brengen. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 4. Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied diverse ecologische potenties kent, waaronder voor algemene broedvogels, verblijfplaatsen en vliegroute van gebouw- en boombewonende vleermuissoorten, leefgebied en broeihopen van de ringslang. De mogelijke aanwezigheid van deze soorten vraagt met name om een specifieke werkwijze voor de realisatie en uitvoering van projecten. Voor de uitbereiding van het bedrijventerrein bestaan van hieruit geen belemmeringen. De
26
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is niet in het geding, mits rekening wordt gehouden met de in hoofdstuk 5 beschreven vervolgstappen.
4.7
Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing In het kader van de ontwikkeling van de Ecomunitypark fase 1 is voor het gehele plangebied (fase 1 en 2) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd is dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In het kader van dit bestemmingsplan is voor de uitgifte van fase 2 een actueel bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5. Hieruit blijken enkele licht verhoogde gehalten van onderzochte stoffen. Deze vormen geen risico's voor de volksgezondheid, het milieu en/of het ecosysteem. Uit milieuhygiënisch oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen herinrichtingsplannen.
4.8
Watertoets Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitgangspuntennotitie watertoets is opgenomen in bijlage 6. Hierbij is de leidraad gevolgd, waarin de thema’s veilig, voldoende en schoon centraal staan. Veilig Voor dit aspect is vooral het beschermen tegen overstromingsrisico's van belang. Binnen het plan spelen geen waterveiligheidsaspecten. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. In dit geval word het bedrijventerrein bijzonder groen en waterrijk ingericht. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheid van beperkte wateraanvoer, waardoor het mogelijk is dat waterpartijen droog komen te staan.
Er is een wel open waterverbinding met het bedrijventerrein Venekoten, van waaruit water kan worden ingelaten via een stuw van het wetterskip. Dit wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van een exoot, waarvan het wetterskip verspreiding wil voorkomen. Dit is gecommuniceerd met de initiatiefnemer. Bij de uitvoering van de plannen en de vormgeving van het watersysteem wordt hiermee rekening gehouden. Water afkomstig van de verhardingen kan afstromen op het oppervlaktewater. Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
27
Waterrobuust bouwen Bij de uitvoering van de plannen en de vormgeving van het watersysteem wordt rekening gehouden met de adviezen van het wetterskip om te komen tot een waterrobuuste ontwikkeling. Dit wordt volledig op een natuurlijke manier ingevuld (dus geen infiltratiekoffers). Water kan in greppels in de bermen worden opgevangen en op die manier zoveel mogelijk infiltreren. Dit wordt ook bereikt met flauwe taluds. Overtollig water stroomt naar de centrale waterpartij waar ook infiltratie mogelijk is. Bij invulling van fase 1 zijn de ambities uit de visie Fryslân Klimaatbestendig 2050+ zoveel mogelijk als uitgangspunt genomen. Fase 2 wordt op dezelfde manier uitgewerkt. Het plangebied ligt in een peilgebied met een zomerpeil van +5,20 m NAP en een winterpeil van +5,00 m NAP. Het maaiveld varieert van +6,60 m tot +6,10 m NAP, aflopend in zuidoostelijke richting. Daarmee ligt het terrein op voldoende hoogte. Binnen fase 2 wordt hetzelfde waterbeheer nagestreefd als in fase 1. Om verdroging zoveel mogelijk tegen te gaan wordt het waterpeil niet verlaagd (maar liever verhoogd). Het wetterskip heeft een voorstel voor het peilbeheer en de inrichting van de waterhuishouding gedaan. Het voorgestelde peilbeheer wordt het uitgangspunt voor de ontwerpopgave voor Ecomunitypark. Hierover heeft op 31 januari 2024 een overleg plaatsgevonden met het wetterskip.
Daarbij is afgesproken dat de uitwerking van de vormgeving van het watersysteem in overleg met het wetterskip gebeurt. Dit wordt geborgd via de noodzakelijke watervergunning. Hoofdwatergang Volgens de legger van het wetterskip loopt door het plangebied een hoofdwatergang. Het wetterskip heeft laten weten dat hier in de praktijk geen sprake van is. De Legger moet nog op dit punt aangepast worden. Het beloop van de watergang is weergeven in figuur 4.3. Deze heeft voor het plan wel een belangrijke functie voor de waterhuishouding. De centrale waterpartij wordt in fase 2 doorgetrokken en om de zuidoostelijke kavel heen teruggebracht naar de bestaande aansluiting.
28
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
Figuur 4.3
Hoofdwatergang door het plangebied
Het onderhoud van de watergangen in het plangebied is de verantwoordelijkheid van de eigenaren aan weerszijden van de watergang. Om de functie van de watergangen goed te borgen is het belangrijk dat deze onderhouden kunnen worden. Bij de inrichting wordt daarom rekening gehouden met de aanleg en instandhouding van schouwpaden. Het onderhoud van de centrale watergang wordt door Ecomunitypark uitgevoerd vanuit het water. In fase 1 is aangetoond dat dit goed werkt. De overige watergangen worden onderhoud door de aangrenzende eigenaren, vanaf eigen terrein. Compensatie waterberging Door een toename aan verharding kan hemelwater versneld afvoeren, waardoor de druk op de waterberging toeneemt. Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat een toename van verharding wordt gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Voor de boezem geldt een compensatienorm van 5%, voor het polderpeil is dit 10%. Te dempen watergangen moeten voor 100% worden gecompenseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat feitelijk niet de verharding gecompenseerd moet worden, maar het versneld afvoeren van water vanaf verhardingen. Dit kan op verschillende manier, bijvoorbeeld met groene daken en retentievoorzieningen op de kavels. In fase 2 wordt water gedempt. Het gaat om een totale lengte van ongeveer 600 meter aan kavelslootjes. Deze zijn een meter breed. Deze 600 m2 moet volledig worden gecompenseerd.
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
29
In het landschapsplan dat is beschreven in paragraaf 2.2 wordt uitgegaan van een toevoeging van ongeveer 7.000 m2 nieuw oppervlaktewater. Dat is voldoende compensatie voor de dempingen en voor 64.000 m2 verharding. Een dergelijke oppervlakte aan verharding wordt in fase 2 niet mogelijk gemaakt. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Voor de afvoer van regenwater wordt het voorkeursbeleid van het Wetterskip gevolgd. Hemelwater wordt zoveel mogelijk in het plangebied vastgehouden en afgevoerd op het uit te breiden oppervlaktewater. Daarbij wordt ingezet op afwatering via bodempassages. Voor het afvalwater geldt voor het Ecomunitypark de bijzonderheid dat dit lokaal wordt gezuiverd en vervolgens afgevoerd op het oppervlaktewater. Voor de bedrijvigheid geldt dat per geval een beoordeling nodig is van de daarvoor benodigde voorzieningen. Dit wordt in het kader van melding Activiteitenbesluit of een omgevingsvergunning milieu afgestemd met het Wetterskip. Waterkwaliteit De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.
4.9
Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Het basisbeginsel van archeologie sinds 2007 (verdrag van Malta) is het behoud 'in situ' ofwel in de bodem/op de plek zelf. Slechts bij uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek, landschappelijk onderzoek en resultaten van uitgevoerde archeologische onderzoeken, archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
Nota Archeologie Ooststellingwerf Op de ‘Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart’, die onderdeel is van de Nota Archeologie Ooststellingwef, staan gebieden met een bepaalde archeologische verwachtingswaarde aangegeven. Het archeologisch verwachtingsmodel is gebaseerd op de ruimtelijke verspreiding van de vindplaatsen, op de kennis over de landschapsgeschiedenis van de gemeente Ooststellingwerf en op de aanwezige bodemkundige en geomorfologische eenheden. Het verwachtingsmodel kent
30
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
een driedeling: gebieden met een hoge kans, een middelhoge kans en een lage kans op het aantreffen van archeologische resten of structuren ofwel gebieden met een hoge, middelhoge of lage verwachting. Een uitsnede van deze kaart is weergegeven in figuur 4.4.
Figuur 4.4
Fragment archeologische beleidskaart
Een deel van het plangebied valt in een zone met een middelhoge verwachtingswaarde. Voor deze gebieden is het beleid erop gericht om bij ingrepen groter dan 2.500 m2 een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Toetsing In het kader van de ontwikkeling van Ecomunitypark fase 1 is op de locatie van zowel fase 1 als 2 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Dit onderzoek dateert uit 2011, maar geeft nog steeds een actueel inzicht in de bodemopbouw en een gespecificeerde verwachting. Tijdens dit onderzoek zijn geen intact bodemprofiel en geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis daarvan is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren en om de locatie deels vrij te geven voor wat betreft archeologie. Een klein deel in het noordwesten van fase 1 kan niet worden vrijgegeven. Hier zijn sporen van een zogenaamde pingoruïne aangetroffen. Een intacte pingoruïne is aardkundig en paleobotanisch erg interessant, omdat het feitelijk een landschappelijke tijdscapsule is van duizenden jaren geleden. De gaafheid en enorme tijdsdiepte geven de locatie een hoge waarde. Deze locatie is overeenkomstig het geldende bestemmingsplan onder een dubbelbestemming gebracht, waarmee zonder verder onderzoek geen bodemingrepen mogen plaatsvinden die de archeologische resten in gevaar brengen.
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
31
Wanneer men ook deze locatie wil herinrichting zal een vergunning moeten worden aangevraagd en archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd door de Archeologische Monumenten cyclus (AMZ) te volgen. Na het archeologisch (+paleobotanisch) onderzoek kan de locatie dan mogelijk worden vrijgegeven.
4.10
Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart liggen er in en rondom het plangebied verschillende historische elementen en structuren. In het zuidwestelijk deel ligt een oude boerderijplaats en langs en door het plangebied liggen verschillende historische paden en routes. Een fragment van de CHK is weergegeven in figuur 4.2.
Figuur 4.5
32
Fragment CHK
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
Bij de uitwerking zijn de structuren van het landschap en de belevingswaarde hiervan als uitgangspunt gehanteerd. Paragraaf 2.3 gaat in op de wijze waarop de waarden van het gebied in het plan zijn verwerkt. Op deze manier is in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden.
4.11
Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. De huidige luchtkwaliteit langs wegen is bepaald aan de hand van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland van het RIVM. Er is sprake van een NO2 concentratie van 7 ug/m3 en een PM10 van 15 ug/m3. De normen voor beide stoffen liggen op 40 ug/m3. Hieruit blijkt dat er sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Voor veel initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiervoor is door het RIVM de NIBM-tool ontwikkeld. Deze is ingevuld basis van de in paragraaf 4.5 bepaalde verkeersgeneratie van fase 2. Het resultaat is weergegeven in figuur 4.6.
Figuur 4.6
NIBM-tool
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
33
Uit de NIBM-tool blijk dat de bijdrage van het extra verkeer mogelijk in betekenende mate bijdraagt. Er is sprake van een potentiële toename van 2,4 ug/m3 voor NO2 en 0,25 ug/m3 voor PM10. Het is in dit geval niet noodzakelijk om hiervoor nader onderzoek uit te voeren. De huidige concentraties van deze stoffen zijn namelijk zo laag, dat met zekerheid geconcludeerd kan worden dat de normen niet worden overschreden. De concentraties blijven op minder dan 50% van de norm. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat vanuit de luchtkwaliteit geen belemmeringen voor het plan bestaan. Fase 1 is al planologisch geregeld en vormt daarmee geen toevoeging. Overigens zou het meenemen van fase 1 niet tot andere conclusies leiden, gelet op de achtergrondwaarden in verhouding tot de normen.
4.12
Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn, naast de in paragraaf 4.3 genoemde geluidszone, geen andere planologisch relevante zones aanwezig. De ligging van de geluidszone is weergegeven als onderbroken lijn in figuur 4.7.
Figuur 4.7 Ligging geluidszone in bestemmingsplan Buitengebied 2006
34
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
5
Juridische regeling
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
5.2
Toelichting op de regels Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijventerrein’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard en het bestemmingsplan voor fase 1 van het Ecomunitypark. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven structuurplan. Bedrijventerrein Het grootste deel van het plangebied valt onder de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Binnen deze bestemming wordt voorzien bedrijventerrein tot en met milieucategorie 3.2, met een duurzame bedrijfsvoering. Dit betekent een bedrijfsvoering waarbij maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal staat en bedrijfs- en productieprocessen op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat op basis van best haalbare technieken de impact op milieu en leefomgeving wordt geminimaliseerd. Voor het plan zijn enkele specifieke regels opgenomen. Het plan biedt ruimte voor educatieve ruimten. Om te voorkomen dat geluidsgevoelige functies, zoals theorielokalen, worden gerealiseerd, is de educatieve functie beperkt tot praktijkonderwijs. Voor de bouwhoogte is per bouwvlak aangesloten bij de in hoofdstuk 2 beschreven uitgangspunten. Voor de bouwvlakken aan de zijde van de provinciale weg geldt dat enkele accenten gewenst Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
35
zijn. Het gaat om maximaal drie per bouwvlak met een oppervlakte van 200 m 2 per geval, die verhoogd kunnen worden tot 12 meter. Verder geldt dat ter plaatse van een aangeduid gebied voor de beoogde silo’s van HoST een aparte bouwhoogte van maximaal 14 meter is opgenomen. Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan zijn mogelijkheden voor potentieel risicovolle inrichtingen als zodanig aangeduid. Het gaat om de kavel van EcoStyle. Tot slot is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee de belangrijkste landschapsmaatregelen zijn gewaarborgd. Deze zijn opgenomen in het landschapsplan, in bijlage 2 van de regels. Hiermee is het behoud van de bestaande kwaliteiten en de realisatie en instandhouding van voorwaardelijke nieuwe landschapselementen publiekrechtelijk geborgd. Verder is bepaald dat de gronden en bouwwerken slechts gebruikt en bebouwd mogen worden wanneer tenminste 86.000 m2 (=51%) van de gronden duurzaam is ingericht voor landschap en water. Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening. Hierbij gaat het vooral om landschapselementen die van belang zijn voor de inpassing van het bedrijvenpark. Verkeer De weg Venkoten valt binnen de begrenzing van het plangebied. Deze is onder de bestemming ‘Verkeer’ gebracht.
Waarde - Archeologie Ter bescherming van de pingoruïne is een beschermende dubbelbestemming opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Daarnaast zijn diverse werkzaamheden die de bodem verstoren niet toegestaan. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels (artikel 9) is een parkeerbepaling opgenomen, die stelt dat in het plangebied voorzien moet worden in voldoende parkeren. Dit is niet specifiek per kavel geregeld, omdat in fase 1 uitgegaan wordt van centrale voorzieningen. In fase 2 is dat niet het geval. De invulling van de parkeerbehoefte wordt overgelaten aan het parkmanagement.
36
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Belanghebbenden voor dit bestemmingsplan zijn vooral de bewoners van het buurtschap Venekoten. Deze zijn op de hoogte van de ontwikkelingen van het Ecomunitypark. Voorafgaand aan de formele procedure is op 18 oktober 2023 een informatieavond voor bewoners van het buurtschap Venekoten georganiseerd. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage 8. Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen worden in ieder geval besproken met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Brandweer Fryslân/Veiligheidsregio, Gasunie en Liander. Van de provincie, de brandweer en het Wetterskip zijn schriftelijke reacties ontvangen. Deze zijn opgenomen in bijlage 9 en hierna kort samengevat en beantwoord. Provincie Fryslân De provinciale belangen geven aanleiding tot het maken van opmerkingen over stikstof, ontgrondingen en (later aangevuld) archeologie.
Stikstof De provincie wijst erop dat er een nieuwe release van de Aerius-calculator is uitgebracht en geeft in overweging om voor het vervolg van de procedure de nieuwe calculator te gebruiken. Antwoord: het stikstofonderzoek is geupdate met de AERIUS calculator van 6 november 2023. De uitkomsten zijn ongewijzigd. Ontgrondingen In de toelichting wordt aangegeven dat er minder dan 10.000 m³ en niet dieper dan 2 m wordt vergraven. De provincie adviseert om contact op te nemen met FUMO om te verzekeren dat er inderdaad een vrijstelling geldt van de ontgrondingenverordening.
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
37
Antwoord: De ontgronding gaat niet dieper dan 2 meter onder maaiveld en de grond wordt binnen het plangebied toegepast. Omdat deze ontgronding samenhangt met de uitvoering van het bestemmingsplan, geldt er een vrijstelling. Wanneer er een meer exact plan is voor de uitvoering van de ontgraving, zal de FUMO worden gevraagd om advies hieromtrent. Archeologie De dubbelbestemming in het noordwesten van het plangebied staat aangeduid als zijnde ‘cultuurhistorisch’. De provincie stelt dat dit onjuist is. Het moet zijn ‘dubbelbestemming archeologie’. Het bouwvlak moet de dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan uitzonderen. Zo niet, dan eerst een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd (=onderzoek naar de pingoruïne). Antwoord: de naam van de bestemming is aangepast. Het bouwvlak kan op deze plek wel van toepassing blijven, omdat de dubbelbestemming aanvullend werkt. Er is nog onderzoek gaande naar de status van de pingo, aangezien recente inzichten wijzen in de richting van een stuifgat. Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen de bestemmingswijziging. Wel voorzien zij in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot omgevingsveiligheid, de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid.
In overeenstemming met de punten die genoemd zijn in deze bijlage adviseert Brandweer Fryslân daarom om: • de effectzones van de verschillende risicobronnen op te nemen op de verbeelding horende bij het bestemmingsplan; • twee ontsluitingen naar het plangebied te realiseren; • de wegen in het plangebied te laten voldoen aan de kenmerken genoemd onder bereikbaarheid; • een netwerk van brandkranen aan te leggen met een minimale capaciteit van 1.000 liter per minuut op een maximale afstand van 100 meter van elk object; • de mogelijkheden te onderzoeken voor open water in het plangebied om te gebruiken bij een escalerend scenario; • hen te betrekken bij de exacte invulling van de bluswatervoorzieningen; • hen op de hoogte te houden van de mate waarin ons advies is overgenomen. Antwoord: In paragraaf 4.4 is, mede naar aanleiding van een aanvullend advies van FUMO, nader ingegaan op het opnemen van de risicocontouren. Bij de verdere uitvoering van het plan worden de adviezen van de brandweer opgevolgd. Aan hen wordt een plan voorgelegd voor de bereikbaarheid, opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen. Wetterskip Fryslân Over de waterbelangen in het plan wordt op korte termijn een aparte afspraak gepland. Hierop vooruitlopend heeft het Wetterskip een aantal punten meegegeven. Deze gaan hoofdzakelijk over technische uitwerking van het watersysteem.
Belangrijk voor het bestemmingsplan is dat niet duidelijk is waar water wordt aangelegd.
38
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
Antwoord: De punten die het Wetterskip aandraagt worden tijdens de ontwerpfase met hen besproken. Deze leiden vooralsnog niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Er is in deze periode één zienswijze ingediend door Wetterskip Fryslân. Hierin worden enkele uitgangspunten en aanbevelingen voor de uitwerking van het watersysteem gegeven. De waterparagraaf is hierop aangepast. Tijdens de ontwerpfase is nader overleg gevoerd met Wetterskip Fryslân over de wateraspecten van het plan. Daarbij is afgesproken dat de uitwerking van de vormgeving van het watersysteem in overleg met het wetterskip gebeurt. Dit wordt geborgd via de noodzakelijke watervergunning. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tijdens de procedure zijn enkele ondergeschikte punten constateert en is door HoSt een verzoek tot kleine verschuiving van een bouwvlak ingediend. Omdat het daarbij iets verder van de rand van het bedrijventerrein komt te liggen en het bouwvlak per saldo niet groter wordt, worden hiermee geen belangen in negatieve zin geraakt, en kan dit meegenomen worden als ambtshalve wijziging.
Dit is gevisualiseerd in figuur 6.1 (in rood de correctie aan de oost- en westzijde). Het te schrappen deel heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen.
Figuur 6.1
Aanpassing bouwvlak bij vaststelling
Overige aanpassingen in de regels betreffen: Lid 3.1, sub a, onder 2: “… maar daar ongeschikte …” aangepast in “… met daaraan ondergeschikte …” (correctie omissie); Lid 3.2, sub d: d. “de onderlinge afstand tussen gebouwen zal ten minste 10 m bedragen, met dien verstande dat dit niet geldt voor het gehele bouwvlak met de aanduiding ‘specifieke bouw-aanduiding – afwijkende bouwhoogte silo’s’” (gehele is toegevoegd, omdat anders onduidelijkheid kan bestaand over het deel van het bouwvlak waarop de aanduiding niet van toepassing is.).
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
39
Voorgesteld wordt het bestemmingsplan met inachtneming van de hiervoor genoemde ambtshalve wijziging gewijzigd vast te stellen. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.3
Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de (door)ontwikkeling van een bedrijvenpark. De ontwikkelkosten worden gedragen door de exploitatie of verkoop van de bedrijfskavels. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en ontwikkelaar hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.
40
Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 22-751-1 | Vastgesteld
Bijlage 1
Ecomunitypark Fase 2
Vormvrije mer-beoordeling 19 september 2023
Ecomunitypark Fase 2 Vormvrije mer-beoordeling
COLOFON Opdrachtgever
: Ecomunitypark
Auteur
: E. Venema
Rapportnummer
: 22-751-3
Versie
: 1.1
Datum
: 19 september 2023
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? 2 Kenmerken en plaats van het project 2.1 Kenmerken van het project 2.2 Plaats van het project
1 1 2 3 3 4
3
Kenmerken van de milieueffecten
5
4
Conclusie
6
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het bedrijvenpark Ecomunitypark in Oosterwolde is voornemens uit te breiden met de ontwikkeling van fase 2. In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Voor een de aanleg van een industrieterrein geldt een drempelwaarde van 75 hectare. In dit geval is er geen sprake van een industrieterrein. Vanuit de Wet milieubeheer, waaraan het Besluit m.e.r.
definities ontleent, moet het dan namelijk gaan om een geluidgezoneerd terrein. Er is wel sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject. Het plan blijft met een uitbreiding van 7,4 hectare en in een toevoeging van ongeveer 25.000 m 2 bedrijfsvloeroppervlak, ruim onder de drempelwaarden en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Ook de totale ontwikkeling van het Ecomunitypark, dat bruto ongeveer 15 hectare omvat en 50.000 m2 bedrijfsvloeroppervlak, blijft onder deze drempelwaarden. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije mer-beoordeling.
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
1
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag voor de voorbereiding van het bestemmingsplan is ook verantwoordelijk voor het nemen van het mer-beoordelingsbesluit, namelijk het college van burgemeester en wethouders. Dit besluit moet voor de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen.
2
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
2
Kenmerken en plaats van het project
2.1
Kenmerken van het project
Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Omvang De omvang van het plan is in verhouding tot de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. zeer beperkt. Het project zit in de uitbreiding van een extensief bedrijvenpark, dat voor ruim 50% een landschapsinrichting heeft, met 7,4 hectare, waarvan ongeveer 5,5 hectare voor bedrijfskavels wordt uitgegeven. Het totale plan beslaat ongeveer 17 hectare. Om de totale balans tussen ecologie en economie per saldo te behouden, gaat dit gepaard met een beperking van bouwmogelijkheden op het bestaande park. In totaal moet 51% van de 17 hectare grondgebied een landschappelijke of waterrijke invulling krijgen. Cumulatie In de invloedsfeer van het plan vinden geen stedelijke ontwikkeling plaatst die leiden tot een totale omvang boven de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. Gebruik natuurlijke hulpstoffen Voor de uitvoering hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie van afvalstoffen Bij de uitvoering komen mogelijk afvalstoffen vrij. Dit wordt overeenkomstig de geldende regels afgevoerd en waar mogelijk gerecycled. Er is geen sprake van bijzondere of risicovolle afvalstoffen die in potentie leiden tot belangrijke milieueffecten.
Verontreiniging en hinder Het project leidt niet tot een risico op verontreiniging. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Risico van ongevallen De uitvoering van het project en het gebruik van de gronden brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
3
2.2
Plaats van het project
Algemeen Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik Het plangebied betreft gedeeltelijk het bestaande bedrijventerrein en gedeeltelijk een kavel agrarisch grasland aansluitend hierop. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft op zichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu Dit bestemmingsplan maakt een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Vanuit de plaats en de kenmerken van het project wordt geen belangrijke milieueffecten verwacht.
4
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
3
Kenmerken van de milieueffecten
Algemeen Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). Aard en bereik van de effecten In het plan worden bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 mogelijk gemaakt. Vanuit deze bedrijven kan directe hinder ontstaan, waarvoor een richtafstand van 100 meter geldt. Buiten die afstand is het hinderniveau aanvaardbaar binnen een rustige woonomgeving of een rustig buitengebied. Gelet op het gebruik van de omgeving kan gesteld worden dat buiten deze afstand geen merkbare effecten door bedrijven aan de orde zijn. Effecten die tot buiten het plan kunnen reiken zijn het geval van verkeersstromen. Deze leiden over een bedrijventerrein, waar het verkeer al snel op gaat in het heersende verkeersbeeld. Potentiële andere effecten zijn eventuele ecologische effecten. In dit kader zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, waaronder een ecologische quickscan en een stikstofonderzoek. Deze onderzoeken hebben uitgewezen dat er geen belangrijke negatieve effecten aan de orde zijn. Alle genoemde onderzoek zijn opgenomen als bijlagen bij het bestemmingsplan Oosterwolde – Ecomunitypark 2023 (voorontwerp, 19 september 2023).
Tot slot zijn er tijdelijke effecten in de realisatiefase mogelijk. Deze effecten hebben een lokaal bereik en reiken niet tot gevoelige gebieden. Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Potentiële milieueffecten als gevolg van een bedrijventerrein zijn over het algemeen voorspelbaar en goed op voorhand te onderzoeken. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belangrijke milieueffecten als gevolg van dit plan te verwachten zijn. De effecten van de aanleg zijn tijdelijk. Belangrijke negatieve effecten op lange termijn zijn niet aan de orde. Het project is in principe niet omkeerbaar.
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
5
4
Conclusie
Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure. Op basis hiervan kan het college van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, besluiten dat voor dit bestemmingsplan geen planMER gemaakt hoeft te worden.
6
Mer-beoordeling Ecomunitypark Fase 2 22-751-3 | 1.1
Bijlage 2
Advies EV Bestemmingsplan Oosterwolde Ecomunitypark 2023 Ooststellingwerf
Grou, 4 oktober 2023
Advies EV Bestemmingsplan Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 gemeente Ooststellingwerf
: Martin de Haan / +31 566 75 04 52 / m.dehaan@fumo.nl Datum
: 4 oktober 2023
Kenmerk
: 2023-FUMO-0079660
Status
: Definitief
Versie
: 1 - 2 / 12 -
Inleiding De gemeente Ooststellingwerf heeft een voorontwerp bestemmingsplan Oosterwolde - Ecomunitypark 2023 ontvangen. Dit voorontwerp bestemmingsplan is opgesteld door Interra en bestaat uit twee fasen. Fase 1 betreft het bestaande gedeelte van Ecomunitypark, dat is geregeld in het bestemmingsplan “Oosterwolde – Ecomunitypark”,vastgesteld op 18 november 2014. Hierin zijn de gronden grotendeels bestemd als ‘Bedrijventerrein’, bedoeld voor bedrijven, uit categorieën 1 tot en met 3.2, met een duurzame bedrijfsvoering en kantoren die ondersteunend of aanvullend zijn voor duurzame bedrijvigheid. De uitbreiding, fase 2, is geregeld in het bestemmingsplan “Buitengebied 2006”, dat is vastgesteld op 28 februari 2006, waarin het plangebied de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en recreatieve waarden’ heeft. De uitbreiding van het bedrijvenpark is binnen deze bestemming niet mogelijk. Om voor het hele Ecomunitypark een passende regeling te bieden die past binnen de eisen en inzichten van deze tijd en het mogelijk maakt om de balans tussen ecologie en economie in het hele park goed te regelen, zijn zowel fase 1 als 2 in dit nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Door de gemeente Ooststellingwerf is in verband met deze functiewijziging gevraagd om een advies externe veiligheid.
Daarbij is aanvullend gevraagd om het bestemmingplan te toetsen aan de omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Hierbij is beoordeeld met welke contouren vanaf 1 januari 2024 rekening gehouden dient te worden. Het advies van de FUMO treft u onderstaand aan. Eindconclusie In fase 1 van het plangebied bevinden zich drie risicovolle inrichtingen met risicocontouren die in het plangebied zijn gelegen. Daarnaast maakt het plan, in fase 2, de realisatie van een biomassa vergistingsinstallatie mogelijk, waarbij biogas wordt opgeslagen. Buiten het plangebied bevinden zich geen risicobronnen met risicocontouren of invloedsgebieden die over het plangebied zijn gelegen. Er wordt voldaan aan de PR10-6 per jaar contouren. Binnen deze contouren bevinden zich geen beperkt kwetsbare- en beperkt kwetsbare objecten. Er is geen sprake is van groepsrisico, doordat er, of geen invloedsgebieden van toepassing zijn, of geen beperkt kwetsbare- en beperkt kwetsbare objecten binnen een invloedsgebied aanwezig zijn. Dit houdt in dat het groepsrisico niet verantwoord hoeft te worden. Brandweer Fryslân heeft op 20 september 2023 advies uitgebracht. Brandweer Fryslân voorziet geen knelpunten in het kader van de externe veiligheid. Brandweer Fryslân adviseert: - de effectzones van de verschillende risicobronnen op te nemen op de verbeelding horende bij het bestemmingsplan.
Het weergeven van de effectzones help bij het rekening houden met externe veiligheid. Voorts is geconstateerd is dat op de plankaart, behorende bij het voorontwerp bestemmingsplan, geprojecteerde veiligheidszone bij EcoStyle niet juist is ingetekend. Daarnaast adviseren wij u in het bestemmingsplan op te nemen dat voor nieuwe risicovolle activiteiten de PR10-6 per jaar contour binnen het eigen terrein moeten komen te liggen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen beperking oplevert voor de ontwikkeling van het plan. - 3 / 12 -
Beperkt kwetsbaar object of kwetsbaar object Op grond van artikel 1 lid 1, letters b en g onder b van het Bevi, worden kantoor- en bedrijfsgebouwen aangemerkt als beperkt kwetsbaar object. Dit is het geval bij dit plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plangebied als beperkt kwetsbaar object moet worden aangemerkt. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van aanwezige risicobronnen in en in de nabijheid van het plangebied, is de EV-signaleringskaart geraadpleegd, zie figuur 1. Het plangebied is rood gearceerd.
Figuur 1. EV-signaleringskaart (28 september 2023).
De EV-signaleringskaart laat de volgende risicobronnen zien: In het plangebied (fase 1) bevindt zich: - aan Ecomunitypark 1a een propaangastank; - aan het bedrijf EcoStyle aan Ecomunitypark 1. Dit is een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen; - waterstoffabriek Qirion aan Ecomunitypark 7 (groene vlak). Ten westen van het plangebied bevindt zich de N281, een weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, maar geen onderdeel is van basisnet weg. Voorts zijn er plannen voor het oprichten van een biomassa vergistingsinstallatie in het zuidelijke deel van fase 2 op kavel H van het Ecomunitypark. Daarbij zal biogas worden opgeslagen. Verder zijn er geen risicobronnen aanwezig, die in verband met externe veiligheid bij de beoordeling moeten worden betrokken.
- 4 / 12 -
Propaangastank Aan Ecomunitypark 1a bevindt zich een propaangastank van 2 m 3. Deze propaangastank wordt volgens de melding van 30 september 2020 maximaal 5 maal per jaar gevuld. Voor de propaangastank geldt, overeenkomstig artikel 3.28 lid 1 van het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand van 10 meter tot buiten de inrichting gelegen (beperkt) kwetsbare objecten. Indien sprake is van gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, dan wel gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, geldt een veiligheidsafstand van 25 meter. Aangezien dit laatste niet met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt geldt een veiligheidsafstand 10 meter. Binnen deze afstand bevinding zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. Daarmee wordt voldaan aan artikel 3.28 lid 1 van het Activiteitenbesluit. De veiligheidsafstanden van 10 en 25 meter worden gepresenteerd in figuur 2. Voor de propaangastank geldt geen invloedsgebied waarbinnen het groepsrisico moet worden verantwoord.
Figuur 2. Veiligheidsafstanden 10 en 25 meter behorende bij de propaangastank.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de propaangastank geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een propaangastank een milieubelastende activiteit met een externe veiligheidsrisico. In bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL), activiteit A7, wordt aangegeven aan welke afstanden vanaf 1 januari 2024 moet worden getoetst. Naast een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van 10 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten geldt een brandaandachtsgebied van 20 meter en een explosieaandachtsgebied van 30 meter, zie figuur 3.
- 5 / 12 -
Figuur 3. PR 10-6 per jaar contouren (blauw) en brand- (rood) en explosie (geel) aandachtsgebieden propaangastank.
Het bestemmingplan maakt geen nieuw ontwikkelingen mogelijk binnen deze contouren, waardoor deze nieuwe contouren niet tot belemmeringen gaan leiden. EcoStyle Aan Ecomunitypark 1 bevindt zich het bedrijf EcoStyle. Dit bedrijf valt vanwege de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, 388 ton, onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De gevaarlijke stoffen worden opgeslagen in een opslagruimte die conform de vergunning van 26 november 2014 moet voldoen aan PGS15. Deze opslagruimte is voorzien van een automatische blusgasinstallatie (CO2). Dit houdt in dat overeenkomstig de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) een PR10-6 contour van 20 meter tot al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten moeten worden aangehouden. In figuur 4 wordt deze contour weergegeven. Binnen deze contour bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten van derden en worden met dit bestemmingsplan ook niet mogelijk gemaakt.
- 6 / 12 -
Figuur 4. PR10-6 contour (blauw) EcoStyle.
Geconstateerd is dat op de plankaart, behorende bij het voorontwerp bestemmingsplan, geprojecteerde veiligheidszone niet juist is ingetekend. Wij verzoeken u dit te wijzigen. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen bij EcoStyle geldt geen invloedsgebied waarbinnen het groepsrisico moet worden verantwoord. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de PR10-6 per jaar contour van Ecostyle geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. Wel dient de PR10-6 per jaar contour op de plankaart te worden aangepast. Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL), activiteit B3, wordt aangegeven met welke afstanden vanaf 1 januari 2024 rekening gehouden moet worden. Wat betreft de PR10-6 contour wordt in tabel B.3 aangegeven dat deze berekend dient te worden. Dit heeft nog niet plaats gevonden en dient door het bevoegd gezag te worden uitgevoerd. Op dit moment is onduidelijk of de PR10-6 contour groter of kleiner wordt dan de huidige contour. Onder de Omgevingswet zijn geen overigens aandachtsgebieden van toepassing. Qirion Aan Ecomunitypark 7 bevindt zich waterstoffabriek Qirion.
Met behulp van elektriciteit, geproduceerd door het naastgelegen zonnepark, wordt door middel van elektrolyse waterstof geproduceerd en opgeslagen in drie trailers van elk 600 kg onder een druk van 300 bar. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning is een QRA uitgevoerd.
- 7 / 12 -
Figuur 5. PR10-6 contour (rood).
Uit de QRA blijkt dat de PR10-6 per jaar contour buiten de grens van de eigen inrichting ligt. Binnen deze contour zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen. Daarmee wordt voldaan aan de grensen richtwaarde die voor de PR10-6 contour per jaar geldt. Geadviseerd wordt in het bestemmingplan op te nemen dat binnen deze contour nieuwe beperkt kwetsbare- en kwetsbare objecten worden uitgesloten. Het invloedsgebied wordt in figuur 6 gepresenteerd.
Figuur 6. Invloedsgebied
Binnen het invloedsgebied zijn geen beperkt kwetsbare- en kwetsbare objecten aanwezig en daarmee geen personen. Dit houdt in dat er geen sprake is van groepsrisico.
- 8 / 12 -
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het PR10-6 per jaar van Qirion geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. Daarnaast is geen sprake van groepsrisico. Omgevingswet Onder de Omgevingswet is de productie van waterstof nog niet aangemerkt als een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Dit zal naar verwachting alsnog gaan plaatsvinden, aangezien waterstoftankstations, opslag- en transportbedrijf, groothandel en containeropslag met waterstof wel zijn aangemerkt als milieubelastende activiteiten met een externe veiligheidsrisico. Deze activiteiten worden in activiteit B5 van bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) genoemd. Hierin wordt aangegeven dat de PR10-6 contour 35 meter vanaf het vulpunt is gelegen en dat een brandaandachtsgebied van 55 meter vanaf de opslagtank van toepassing is. Vergister Uit informatie, opgenomen in het bestemmingsplan, blijkt dat op de zuidelijke kavel in fase 2 een biomassavergister (HoST) wordt gerealiseerd. In dit stadium is onduidelijk hoeveel vergistingssilo’s er worden aangevraagd, welke materialen vergist zullen gaan worden en welke installaties verder geplaatst gaan worden. In het kader van externe veiligheid is het van belang dat de PR10-6 per jaar contour of veiligheidscontour op eigen terrein komt te liggen.
Indien het een vergister betreft voor de opslag tot 4000 m3 biogas (met een H2S-gehalte onder 1%) is in normale omstandigheden een veiligheidsafstand van 50 meter voldoende, gerekend vanaf het midden van de biogasopslag. Ligt de risicocontour geheel binnen de inrichting dan kan het bevoegd de vergunning verlenen. Ligt de risicocontour over de grens van de inrichting dan is een aanvullende beoordeling nodig of dit aanvaardbaar is. Als het redelijkerwijs niet te voorkomen is dat de contour buiten de inrichting ligt, is het belangrijk te kijken waar de contour komt te liggen. Het is bijvoorbeeld minder problematisch als de contour komt te liggen op de akkers of weilanden van dezelfde drijver van de inrichting dan wanneer de contour komt te liggen over de openbare weg of een andere voor publiek toegankelijke plaats. Geadviseerd wordt in het bestemminsplan op te nemen dat de PR10-6 per jaar contour binnen het eigen terrein moet komen te liggen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van een biomassa vergister in het kader van externe veiligheid vooralsnog geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan. Uit de nog in te dienen aanvraag zal blijken of deze biomassa vergistingsactiviteiten op de locatie passen. Omgevingswet Onder de Omgevingswet is het vergisten van dierlijke meststoffen een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s.