CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 BP Muldersveld Makkinga

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Muldersveld Makkinga26.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoewel er dus geen sprake is van externe werking zal de toegangsweg tot het plangebied vanaf de Bakkerskamp wel deze natuur kruisen. Door de dringende vraag naar woningen is het maatschappelijk belang voor de ingreep te verantwoorden. Ook betreft het slechts de doorgang naar het plangebied. De natuurwaarden van de omliggende natuur blijft intakt. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met het terugplanten van voldoende groen. 4.7.3

Soortenbescherming

4.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.7.3.2 Situatie plangebied In het kader van voorliggende ontwikkeling is door Natuurbank Overijssel een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar Bijlage 6 bij deze toelichting. Quickscan Ecologie De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een (winter)rust of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied. Als gevolg van het rooien van de elzenhakhoutsingel tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd en vernield.

Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Indien de werkzaamheden toch in de voortplantingsperiode van vogels worden uitgevoerd BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

Muldersveld Makkinga vastgesteld

moet er een broedvogelscan uitgevoerd worden. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie gedood en wordt een vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'doden' en `beschadigen/vernielen van vaste (winter)rust- en voorplantingsplaats'. Het doden en beschadigen/vernielen van vaste (winter)rusten voortplantingsplaatsen leidt niet tot wettelijke consequenties. Toch moet de initiatiefnemer in het kader van de zorgplicht voorkomen dat beschermde dieren gedood worden bij het uitvoeren van de werkzaamheden.

Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep 4.7.4

Conclusie

Er is geen nader ecologisch onderzoek vereist en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden om de werkzaamheden uit te mogen voeren, overeenkomstig wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Archeologie & cultuurhistorie

4.8.1

Archeologie

4.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

Muldersveld Makkinga vastgesteld

4.8.1.2 Situatie plangebied

Afbeelding 4.3: Archeologische verwachtingskaart (Bron: Gemeente Ooststlelingwerf) Afbeelding 4.3 toont een uitsnede van de archeologische verwachtingswaarde kaart van de gemeente Ooststellingwerf. Het plangebied is hierin met de blauwe contour aangeduid. Ter plaatse geldt een hoge verwachtingswaarde. Daarom is in voorliggend geval is door 'Laagland Archeologie' een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd naar de archeologisch waarden binnen het plangebied. De belangrijkste bevindingen worden hieronder uiteengezet, de volledige rapportage is opgenomen als Bijlage 7 bij deze toelichting. Archeologisch onderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het terrein ligt in een zone waar keileem relatief dicht onder het maaiveld voorkomt. In de hoger gelegen zuidzijde is de keileem afgedekt door een wat dikkere laag dekzand, waardoor de verwachting voor deze zone wat hoger is. In het gebied zijn laarpodzolgronden gekarteerd. Doordat deze gronden een dun eerddek hebben kunnen eventuele vindplaatsen onder dat dek enigszins beschermd zijn gebleven tegen ploegschade. In het onderzoeksgebied, een straal van 500m rond het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bij niet archeologisch graafwerk in het centrum van het dorp zijn enkele laatpaleolithische werktuigen gevonden, maar ook een waterput en keramiek uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd.

Ten zuiden van het plangebied is een steentijd vindplaats aanwezig, gelegen onder een esdek. Het plangebied is bewoonbaar geweest vóór de vernatting van het gebied tot circa 2.750 v. Chr. (neolithicum) en was na het verdwijnen van het veen in de loop van de late middeleeuwen opnieuw bewoonbaar. Gedurende de bronstijd t/m de volle middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een uitgestrekt veenmoeras. In het plangebied heeft in de nieuwe tijd tussen circa 1820 en 1880, maar mogelijk al in 1718 een huis gestaan, zo blijkt uit oude kaarten. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid in het plangebied 30 verkennende boringen gezet. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in de noordzijde geen podzolisatie heeft plaatsgevonden en zich onder de bouwvoor BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

Muldersveld Makkinga vastgesteld

nog een venige (gyttja) achtige laagje bevindt. In het centrale deel zijn in twee boringen resten van Bh-horizonten aangetroffen, die scherp overgaan in C-horizonten. In de zuidzijde zijn geen resten van podzolbodems aanwezig als gevolg van ploegen. De kans dat in het overgangsgebied met relatief hoge grondwaterstanden als gevolg van keileem nabij het maaiveld archeologische vindplaatsen aanwezig zijn wordt klein geacht. De aangrenzende hogere gelegen zandgronden in de zuidzijde lijken een betere optie zijn geweest. In boring 5 is een sterke bijmenging met gele- en rode baksteen aangetroffen op de 19e eeuwse huisplaats. Er zijn geen bodemlagen aangetroffen die wijzen op oudere bebouwing. Op basis van het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek worden binnen het plangebied geen resten van archeologische vindplaatsen van vóór de nieuwe tijd verwacht. Wel zijn resten van een gebouw te verwachten dat hier tussen 1820-1880 gestaan heeft, maar mogelijk al rond 1718. Er wordt geadviseerd op deze locatie in het geval van toekomstige bodemverstoring een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. 4.8.2

Cultuurhistorie

4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.8.2.2 Situatie plangebied De cultuurhistorische waarden van rijks- danwel gemeentelijke monumenten die zich in de nabijheid van het plangebied bevinden worden niet aangetast als gevolg van het planvoornemen. Wel zijn ter plaatse van het plangbeied zelf twee boerderijplaatsen op basis van de Cultuur Historische Kaart Fryslân (CHK2), deze corresponderen met de bevindingen uit paragraaf 4.8.1. Zoals daar te lezen zal proefsleuvenonderzoek naar deze boerderijplaatsen uitgevoerd worden. 4.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat in het kader van dit plan geen sprake is van negatieve effecten op de archeologische en cultuurhistorische waarden.

4.9

Besluit milieueffectrapportage

4.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

Muldersveld Makkinga vastgesteld

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.9.2

Situatie plangebied

4.9.2.1 Passende beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in het realiseren van 33 woningen met bijbehorende voorzieningen. Gelet op de ruime afstand tot Natura-2000 gebieden alsmede de resultaten uit het stikstofonderzoek (zie ook 4.7.2.1) wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van de aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.9.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, opgenomen in Bijlage 8 van deze toelichting. 4.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Er zijn eveneens geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Hoofdstuk 5

Wateraspecten

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 5.1.3

Provinciaal beleid

In het Streekplan Fryslân 2007 wordt ruim aandacht besteedt aan de wateraspecten. De provincie heeft de volgende ambitie geformuleerd: Wij streven naar goede ruimtelijke condities voor een veilige en bewoonbare provincie en voor gezonde en veerkrachtige duurzame watersystemen waarin sociaal-economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht zijn. Water is een belangrijk mede ordenend principe in de ruimtelijke inrichting van Fryslân. Voor een goede waterbeheersing worden de nodige ruimtelijke maatregelen getroffen. Door klimaatverandering, bodemdaling en de toename van verhard oppervlak kan in veel gevallen voor een goede waterbeheersing niet meer worden volstaan met technische maatregelen. Voor een robuust en veerkrachtig watersysteem, dat zowel wateroverschotten als watertekorten goed kan opvangen, zullen de (on)mogelijkheden van het watersysteem medebepalend zijn voor de functionele bestemming en inrichting van de ruimte. Een goed functionerende Friese boezem is cruciaal voor de waterhuishouding van heel Fryslân. 5.1.4

Wetterskip Fryslân

In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen en uitdagingen voor de komende jaren. De volgende ontwikkelingen gaan in de nabije en verre toekomst invloed uitoefenen op het waterbeheer: de verandering van het klimaat; de verstoring van de ecologie; de veranderende relatie tussen overheid en samenleving. Enkele speerpunten zijn: De waterkeringen voldoen aan de normen en eisen die er zijn. BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Het versterken van de primaire waterkeringen vraagt op termijn meer ruimte in de kustzone. Klimaatverandering vraagt om lange termijn keuzes voor het boezemwatersysteem, de omliggende polders en de hoge gronden. De resterende waterveiligheidsrisico's vragen om bewustzijn en om een ruimtelijke ordening die daarop inspeelt.

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2

Watertoetsprocedure

Algemeen Het Wetterskip Fryslân is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De digitale watertoets heeft geleid dat de zogenaamde 'normale procedure' van de watertoets van toepassing is. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 9 bij deze toelichting. Het waterschap heeft aanvullend wateradvies gegeven op de digitale watertoets. Deze is als Bijlage 10 bij de toelichting gevoegd. Verder is voor dit plan enkele malen afstemming geweest tussen de gemeente en het waterschap. In overleg met het waterschap wordt er een waterhuishoudkundig plan voor het plangebied opgesteld. Waterhuishoudkundige aspecten plangebied Algemeen De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Waterrobbuustbouwen In het Regionaal Waterprogramma is een globaal advies opgenomen over waterrobuust bouwen en de minimale aanleghoogte, uitgesplits naar functie en gebiedstype. In voorliggend geval is het plangebied gelegen tussen de 4,1 m+ NAP en 4,7 m+ NAP, en ruim boven de boezem. Er is daarmee geen risico op overstroming vanuit de boezem. Wel is risico op wateroverlast bij grote neerslaghoeveelheden.

Het waterschap adviseert in dit geval om een vloerpeil van +4,70 m NAP of hoger aan te houden om de kans op wateroverlast zo klein mogelijk te maken. Het vloerpeil is ontworpen op +4,70 NAP. Twee woningen aan de Wemeweg krijgen een vloerpeil dat hoger ligt dan +4,70 m NAP vanwege de hogere ligging van de Wemeweg. Hiermee zullen de woningen op voldoende hoogte liggen.

Oppervlaktewater In de huidige situatie is een sloot aanwezig, deze zal blijven bestaan in de beoogde situatie. Ook zullen de watergangen rondom het plangebied gehandhaafd blijven. Het plangebied zal eveneens aan het zuiden BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

Muldersveld Makkinga vastgesteld

begrensd worden met een sloot. Ontgrondingen Voor het plan zijn de ontgrondingen in beeld gebracht en voorgelegd aan de FUMO. Op basis van de aangeleverde gegevens geldt voor de ontgronding een vrijstelling. In Bijlage 11 is de correspondentie hierover opgenomen. Hemelwater Het schoonhemelwater wordt zoveel mogelijk in het plangebied vastgehouden en met een overstort afgevoerd in de omliggende watergangen. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd naar de riolering. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd. Compensatie ten aanzien van de toename van verharding Voor de toename aan verhard oppervlak (daken, wegen, opritten, tuinverhardingen e.d.) hanteert het Wetterskip een compensatienorm van 10%. Er kan gecompenseerd worden middels bijvoorbeeld een vijver, sloot, droogvallende wadi of extra verlaagde parkeerplaatsen. In voorliggend geval wordt 4.790 m2 aan verharding toegevoegd. Dit betekend dat 479 m2 ter compensatie gerealiseerd dient te worden. In de gewenste situatie is zo'n 1.502 m2 aan oppervlakte beoogd. Dit wordt gerealiseerd door verbreding en uitbreiding van bestaande watergangen, en de aanleg van een nieuwe watergang. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van de toename aan verharding voldoende gecompenseerd wordt. 5.2.3

Reactie waterschap

Op 1 november 2023 heeft het waterschap advies uitgebracht, deze reactie is bijgevoegd als Bijlage 10. In verder uitwerking van onder andere het rioleringsplan zal rekening gehouden worden met dit advies. Verder wordt in het plan ruimte geboden voor oppervlaktewater, bijvoorbeeld via de brede groenstroken die in het plan zijn opgenomen en worden watergangen aangelegd. In de civiele uitwerking van het plan zal de waterberging van het gebied nader worden uitgewerkt.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

6.2

Opzet van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

6.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming en/of specifieke gebruiksregels. In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor de desbetreffende bestemming is gekozen. 6.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van (bijvoorbeeld) een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 8 Algemene bouwregels Dit artikel bevat regels over de activiteit bouwen die aanvullend gelden op één of meerdere bestemmingen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Dit artikel is opgenomen om aan te geven welk gebruik van de gronden als strijdig gebruik wordt begrepen; Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes onderbouwd. Artikel 3 Groen De nieuwe groenstroken zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, ondergeschikte parkeervoorzieningen en ontsluitingswegen ten behoeve van aangrenzende bestemming 'Wonen'. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. De bouwhoogte van er- en terreinafscheidingen mogen ten hoogste 2 meter bedragen en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen maximaal 6 meter bedragen.

Artikel 4 Verkeer - Verblijf De nieuwe wegen en openbare parkeerplaatsen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer - Verblijf'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten met daaraan ondergeschikte

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

Muldersveld Makkinga vastgesteld

groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Artikel 5 Wonen De nieuwe woonkavels zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf en bed & brochje. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat een hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen. De goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. Artikel 6 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. In voorliggend geval is dit ter plaatse van waar mogelijke resten van een woning/boerderij/boerenerf verwacht worden uit de late nieuwe tijd (1820-1880). Resten hiervan kunnen mogelijk worden aangetroffen, daarom is een bufferzone van 10 meter rond de voormalige bebouwing aangehouden voor deze archeologische dubbelbestemming.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds aangetoond door de financiële haalbaarheid en anderzijds via de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. Voorliggend bestemmingsplan betreft een gemeentelijk plan. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit bestemmingsplan niet van toepassing.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Hoofdstuk 8 8.1

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

8.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval is geen voorontwerp ter inzage gelegd.

8.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan is voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn er zienswijzen binnengekomen. In de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigignen is de reactie op de ingediende zienswijze opgenomen, deze is bijgevoegd als Bijlage 12 bij deze toelichting.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

Muldersveld Makkinga

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Ladderonderbouwing

33

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

42

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

102

Bijlage 5

AERIUS-berekening

164

Bijlage 6

Quickscan flora & fauna

207

Bijlage 7

Archeologie onderzoeksrapportage

243

Bijlage 8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

293

Bijlage 9

Watertoetsresultaat

309

Bijlage 10

Waterschapsadvies

315

Bijlage 11

Correspondentie FUMO ontgrondingen

318

Bijlage 12

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

320

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Muldersveld Makkinga vastgesteld

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

DA AD Beeldkwaliteitsplan Muldersveld Makkinga 01.12.2023

2

Beeldkwaliteitsplan Muldersveld Makkinga Inleiding Aanleiding DAAD Architecten heeft in opdracht van de gemeente Ooststellingwerf de uitbreidingswijk Muldersveld in Makkinga ontworpen. Deze uitbreiding is gesitueerd tussen de wegen Bakkerskamp, Van Brederodestraat en Wemeweg (zie plankaart pag. 9). Er worden in totaal 33 woningen gebouwd bestaande uit: vrijstaande woningen, levensloopbestendige woningen, starterswoningen en twee onder één kap woningen. Doel en status Dit beeldkwaliteitsplan geeft beeldkwaliteitsrichtlijnen voor de vormgeving van de nieuwe woningen. Op basis van deze richtlijnen moeten de woningen ontworpen worden. Er zijn referentiebeelden opgenomen ter inspiratie. Het doel van dit document is om de omgeving en de toekomstige bewoners vooraf duidelijkheid te geven over het bebouwingsbeeld in de nieuwe woonwijk. De na te streven ruimtelijke kwaliteit is met dit beeldkwaliteitsplan in woord en beeld vastgelegd. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. De borging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door de toetsing

van de aanvraag omgevingsvergunning die moeten voldoen aan redelijke eisen van de welstand. Dit gebeurt door de welstandscommissie met de criteria uit het beeldkwaliteitsplan. De richtlijnen in dit document beogen op stedenbouwkundig en architectonisch vlak een consistente en duurzame inrichting van Muldersveld te realiseren. Referenties In alle gevallen gaat de tekst boven de referentie afbeeldingen, vaak geven de referenties namelijk slechts een aspect van de beeldkwaliteit weer. Bij de referentiebeelden is steeds een bronvermelding opgenomen. Mocht een afbeelding ten onrechte zijn opgenomen, neemt u dan contact met ons op.

Inhoud -------------------------------------------------------------Inleiding 3 Foto’s bestaande situatie 5 Historie, hoogte en luchtfoto 6 Stedenbouwkundig plan 8 Beeldkwaliteitsplan 10 Deelgebied 1 12 Deelgebied 2 14 Deelgebied 3 16 Deelgebied 4 18 Deelgebied 5 20 Duurzaamheid 22 Openbare ruimte 24 Plankaart Muldersveld nesten 26 Contactpersoon: Martijn Prins martijn@daad.nl Projectnummer: 22.148 DAAD Architecten B.V. Paltz 21 Oude Kijk in ‘t Jatstraat 6 9411 PM 9712 EG Beilen Groningen 0593 582 450 info@daad.nl www.daad.nl

DA AD

3

STEDENBOUWKUNDIG PLAN context en het nieuwe plan

4

Foto’s bestaande situatie --------------------------------------------------------------

zicht op de bestaande bebouwing aan de oostzijde grenzend aan Muldersveld

zicht vanuit het zuiden op Muldersveld

bestaande bebouwing aan de westzijde van Muldersveld

aanrij route naar Makkinga langs de oostzijde van Muldersveld 5

Historische beelden -------------------------------------------------------------Oorspronkelijk is Makkinga een streekdorp dat vanuit Oosterwolde in de 15e eeuw als agrarische ontginningsnederzetting is ontstaan. Geleidelijk groeide er een kom in de buurt van de hervormde kerk en een brink op het kruispunt van de wegen vanuit Oldeberkoop, Elsloo, Oosterwolde en Donkerbroek. Makkinga is in de loop van de tijd vooral naar het zuiden toe uitgebreidt. Er werd halverwege 20ste eeuw vooral nieuwe woningen toegevoegd aan de bestaande kom en brink. Daarnaast werd een eerste aanzet gemaakt voor de uitbreidingswijk aan de Meester Bergmastraat. Eind jaren ‘70 is ten Noorden van het hedendaagse Muldersveld de uitbreidingswijk aan de Van Brederodestraat gebouwd.

1920

1960

1980

2020

Rond 2000 is er een klein uitbredingsplan gebouwd aan de westzijde van Muldersveld.

6

Hoogte ligging en luchtfoto -------------------------------------------------------------De bestaande elzen langs de noord zuid georiënteerde sloot worden behouden en vormen de drager voor het hele plan. Het zuidelijke deel van de sloot wordt verder doorgetrokken met daarlangs nieuwe elzen.

sloot met elzen

Het laagste deel van Muldersveld ligt in de noord west hoek van het plangebied. Hier wordt het maaiveld opgehoogd. De omliggende sloten worden overal verbreed als compensatie voor de extra verharding die wordt aangelegd.

Luchtfoto Makkinga Muldersveld

Hoogtekaart Makkinga Muldersveld

7

Stedenbouwkundig plan -------------------------------------------------------------Op het Muldersveld in Makkinga worden 33 nieuwe woningen gebouwd, bestaande uit starters, levensloopbestendige, vrijstaande en twee onder één kap woningen. Aan de westzijde van het plan worden de hogere rijwoningen geplaatst. De lagere vrijstaande en levensloopbestendige woningen liggen bewust aan de randen van het plangebied om een goede overgang vanaf de bestaande bebouwing en het omliggende landschap te creëren. De bestaande elzen langs de noord zuid georiënteerde sloot worden behouden en vormen de drager van het nieuwe plangebied. De sloot wordt naar het zuiden verder doorgetrokken met daarlangs nieuwe elzen. Vanuit deze verticale as worden de verschillende straten ontsloten. Om de bestaande bewoners ten noorden en oosten van het Muldersveld zo min mogelijk zicht te geven op de nieuwe bebouwing wordt er een haag/ struweel gecreërd. Aan de Wemeweg worden twee vrijstaande woningen toegevoegd met eenzelfde hoogte en beeldkwaliteit als de bestaande bebouwing aan de Wemeweg. De nieuwe dorpsrand wordt versterkt door de voorkanten van de nieuwe vrijstaande en starters woningen op het Muldersveld te richten op het landschap. De meeste woningen zijn georiënteerd op het noorden en zuiden. Dit om zoveel mogelijk gratis

8

winter zonnewarmte te winnen: architecten hebben nu de mogelijkheid om grotere glas oppervlaktes op het zuiden te maken en kleinere op het noorden. Om oververhitting in de zomer te voorkomen kunnen screens geplaatst worden, maar het is ook mogelijk en zelfs wenselijk om de oververhitting tegen te gaan met architectonische middelen zoals overstekken, luifels of een diepere negge etc. zie ook pagina 23

mpen)

extra veel winter groene soorten bestaand bos met pad haag/struweel

levensloopbestendige woningen

onderhoudspad voor de sloot parkeren 2 onder 1 kap woning

pad halfverharding speelplaats levensloopbestendige woningen 2 vrijstaande woningen aan de Wemeweg

verbinding met de Bakkerskamp

3 vrijstaande woningen als nieuwe dorpsrand verlengen sloot en elzen verbinding met de Wemeweg 3 rijtjes van 4 starterswoningen

sloot als overgang naar de agrarische gronden

N Plankaart Muldersveld 9

BEELDKWALITEITSPLAN

woningen - openbare ruimte - duurzaamheid

10

5 Deelgebieden -------------------------------------------------------------Visie op beeldkwaliteit Legenda: Muldersveld is opgedeeld in vijf deelgebieden. Per (uitgeefbaar) deelgebied is Bebouwing de beeldkwaliteit vastgelegd. Tuin (uitgeefbaar) Openbaar groen Stuweel Aan de westzijde het plan worden de hogere Extra van dicht struweel (i.v.m. koplampen) Bestaand bomen struweel rijwoningen geplaatst. De lagere vrijstaande Water woningen en levensloopbestendige woningen Water bestaand Voetpad liggen aan de Wegen randen van het plangebied om een Parkeerplaats geleidelijke overgang naar het landschap te creëren. Plangrens

5 4

De beeldkwaliteitsrichtlijn voor het gebied is een eigentijdse architectuur die passend is voor de context van de plek en zijn directe omgeving. Er wordt gestreefd naar een eenheid in de architectuur. Het kleur -en materiaalgebruik is ingetogen met overwegend donkere daken, zodat zonnepanelen op de daken minder opvallen.

5

3

2

De beeldkwaliteitsrichtlijnen per gebied worden op de volgende pagina’s toegelicht.

1 N

1. Wemeweg 2. Vrijstaand aan Veld 3. Starters woningen 0

N

4. 20 2-1kap

40

60

80

100 m

5. Levensloopbestendige woningen

11

Deelgebied 1: wonen aan de Wemeweg -------------------------------------------------------------Beschrijving Deelgebied 1 ligt in het verlengde van de woningen aan de Wemeweg. In dit deelgebied is een dorpse architectuur het uitgangspunt die aansluit bij de omliggende bebouwing. De woningen hebben door de architectuur en gevelgeleding een kleinschalige uitstraling. Om een te gevarieerd en te contrastrijk beeld te voorkomen wordt voor de ‘dorpse’ woningen aan Wemeweg een rustig en relatief eenduidig beeld nagestreefd. De hoofdvorm van de woning is één bouwlaag met een zadeldak. Het kleur -en materiaalgebruik bestaat uit rood bruin metselwerk voor de gevels en niet glimmende antraciete dakpannen voor de daken. Ligging • Vrijstaande woningen. • De woningen staan in de rooilijn van de bestaande woningen Wemeweg 28 en 30. • De voorgevel is naar de straat gericht. • De aan- en uitbouw zijn ondergeschikt. • Bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm. • De oprit wordt gedeeld met de naast gelegen nieuwe woning zie plankaart. Hoofdvorm • Het hoofdvolume is rechthoekig. • Maximaal 1 bouwlaag met kap. • Zadeldak. • Nokrichting is haaks op de weg. • Dakkapellen en dakopbouwen zijn ondergeschikt,

12

en beslaan maximaal 40% van de lengte van het dak. Aanzichten • Dorpse architectuur aansluitend bij de architectuur aan de Wemeweg. • Representatieve gevel richting de Wemeweg, de zuidelijke woning heeft ook een representatieve gevel richting het landschap. • De gevelgeleding zorgt voor een kleinschalige dorpse uitstraling. • De woningen hebben een dakrand / overstek. • De detailering ondersteunt het gekozen concept. Materiaal en kleur • Rood bruin metselwerk. • Witte kozijnen (draaiende delen donkerder). • Witte daklijsten/ boeiborden. • Pannen antraciet (niet glanzend). • Snel verarmende materialen zijn niet toegestaan. • Dakkapellen vallen qua verschijningsvorm weg in het dak. Erfafscheidingen • Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte bepalen mede het aanzicht van de openbare ruimte. Daarom zijn alle erfafscheidingen naar de openbare ruimte hagen. • De erfafscheiding naar de voorzijde is een tuin of een lage haag.

Natuurinclusief • Zie pagina 26 voor informatie over de plaatsing van nestkasten voor vogels en vleermuizen. • Eventuele onderlinge gaashekken of schuttingen als onderlinge erfafscheiding staan altijd 15cm boven de grond i.v.m. de looproutes van de egels.

1 | Dakkapel is ondergeschikt. Witte daklijsten en boeiboorden.

2 | De aan- en uitbouw zijn ondergeschikt ten opzichte van het hoofdvolume.

4 | Voorbeeld van een woning met een oriëntatie naar de straatzijde en een uitbouw die ondergeschikt is aan het hoofvolume.

5 | Aanbouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume.

3 | Voorbeeld van roodbruin metselwerk, donkere keramische dakpannen.

13

Deelgebied 2: vrijstaande woningen aan de rand -------------------------------------------------------------Beschrijving De woningen in deelgebied 2 komen te liggen langs het Muldersveld en vormen de nieuwe dorpsrand. Het zijn vrijstaande woningen die opgaan in het landschap. De architectuur is bescheiden, met meer dak dan gevel. Het kleur -en materiaalgebruik bestaat uit rood bruin metselwerk voor de gevels en niet glimmende antraciete dakpannen, een grasdak of een houtendak. Kozijnen, ramen, deuren, omlijstingen, dakgoten, boeiplanken, e.d. uitvoeren in middentoon kleuren, geen lichte kleurtinten gebruiken, zodat de woningen minder opvallen vanaf het landschap. Ligging • Vrijstaande woningen. • De woningen staan met de voorgevel in de naar de weg gekeerde begrenzing van het bouwvlak. • De aan -en uitbouw zijn onderschikt aan het hoofdvolume. • Bijgebouwen achter de hoofdvorm. Hoofdvorm vrijstaande woning • Het hoofdvolume is rechthoekig. • Maximaal één bouwlaag met kap. • Zadeldak • Nokrichting gelegen haaks op de weg. • Dakkapellen en dakopbouwen zijn ondergeschikt, en beslaan maximaal 40% van de lengte van het dak.

14

Aanzichten • Moderne / eigentijdse dorpse architectuur. • Representatieve gevel richting de weg, de woning grenzend aan de zijstraat heeft ook een representatieve gevel richting deze straat. • De gevelgeleding zorgt voor een kleinschalige dorpse uitstraling. • Dakoverstek is niet verplicht • De detaillering ondersteunt het gekozen concept. Materiaal en kleur • Rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. • Kozijnen, ramen, deuren, omlijstingen, dakgoten, boeiplanken, e.d. uitvoeren in middentoon geen lichte kleurtinten. • Pannen antraciet (niet glanzend), of een grasdak of dak van hout. • Snel verarmende materialen zijn niet toegestaan. • Dakkapellen vallen qua verschijningsvorm weg in het dak. Erfafscheidingen • Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte bepalen mede het aanzicht van de openbare ruimte. Daarom zijn alle erfafscheidingen naar de openbare ruimte hagen of een hekwerk met klimop. • De erfafscheiding naar de voorzijde is de tuin of een lage haag.

Natuurinclusief • Zie pagina 26 voor informatie over de plaatsing van nestkasten voor vogels en vleermuizen. • Eventuele onderlinge gaashekken of schuttingen staan altijd 15cm boven de grond i.v.m. de looproutes van de egels. Duurzaamheid • In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de oriëntatie van de woningen. Gebruik zoveel mogelijk gratis winter zonnewarmte door het maken van grotere glas oppervlaktes op het zuiden en kleinere op het noorden. Zorg daarbij voor natuurlijke schaduwwerking voor de zomer zon, dit wordt bij voorkeur in het ontwerp meegenomen en opgelost in de architectuur. Denk hierbij aan het toepassen van overstekken, pergola etc.

1 | Voorbeeld van een moderne woning met een dakrand en overstek.

2 | Woning met houten gevel in aarde tint met een antraciet pannendak.

4 | Voorbeeld van rood bruin metselwerk gevel met een zadeldak.

5 | Maximaal één bouwlaag met kap.

3 | Kozijnen, ramen, deuren, dakgoten etc. uitgevoerd in middentoon.

15

Deelgebied 3: starterswoningen -------------------------------------------------------------Beschrijving De woningen in deelgebied 3 komen te liggen in het westen van het plangebied Muldersveld. Het meest zuidelijke bouwblok maakt onderdeel uit van de nieuwe dorpsrand en vormt een uitzondering op de overige bouwblokken in dit deelgebied. Dit is de binnenzijde van het nieuwe woonbuurtje. Hier mag de goot en nok wat hoger liggen en wat betreft kleur zijn er wat meer mogelijkheden. De hoofdvorm is maximaal twee bouwlagen met een zadeldak of een mansarde kap. De nokrichting is evenwijdig aan de weg. Het zuidelijke bouwblok van dit deelgebied is ook maximaal 2 bouwlagen hoog met kap. De architectuur van deze woningen heeft een zachte overgang van de woningen richting het landschap. Zie bijvoorbeeld referentie 3 (pag. 17). Ligging • Rijwoningen. • De woningen staan met de voorgevel in de naar de weg of naar het landschap gekeerde begrenzing van het bouwvlak (parkeerkoffer aan achterzijde) en met de oostelijke zijgevel in de naar de elzensingel gekeerde begrenzing van het bouwvlak. • Voorgevel naar de straat. • Aan -en uitbouw zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume. • Bijgebouwen achter de hoofdvorm.

16

Hoofdvorm • Het hoofdvolume is rechthoekig. • Maximaal twee bouwlagen met kap. • Zadeldak of mansarde dak. • Nokrichting evenwijdig aan de weg. • Dakkapellen en dakopbouwen zijn ondergeschikt, en beslaan maximaal 40% van de lengte van het dak van één woning. Extra eis voor het het meest zuidelijke blok • De architectuur van deze woningen heeft een zachte overgang richting het landschap, bijvoorbeeld lagere goot, pergola etc. Aanzichten • Eigentijdse dorpse architectuur. • Representatieve gevel richting de weg, de woning grenzend aan de zijstraat heeft ook een representatieve gevel richting deze straat. • De gevelgeleding zorgt voor een kleinschalige dorpse uitstraling. • De detaillering ondersteunt het gekozen concept. Materiaal en kleur • Rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. • Kozijnen, ramen, deuren, omlijstingen, dakgoten, boeiplanken, e.d. uitvoeren in middentoon. Lichtere tonen die het concept ondersteunen zijn ook toegestaan. De middentonen zijn voor het meest zuidelijke blok woningen wel verplicht. • Pannen antraciet (niet glanzend). • Snel verarmende materialen zijn niet toegestaan.

• Dakkapellen vallen qua verschijningsvorm weg in het dak. Erfafscheidingen • Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte bepalen mede het aanzicht van de openbare ruimte. Daarom zijn alle erfafscheidingen naar de openbare ruimte hagen of een hekwerk met klimop. • De erfafscheiding naar de voorzijde is de tuin of een lage haag. Natuurinclusief • Zie pagina 26 voor informatie over de plaatsing van nestkasten voor vogels en vleermuizen. • Eventuele gaashekken of schuttingen als erfafscheiding staan altijd 15cm boven de grond i.v.m. de looproutes van de egels. Duurzaamheid • In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de oriëntatie van de woningen. Gebruik zoveel mogelijk gratis winter zonnewarmte door het maken van grotere glas oppervlaktes op het zuiden en kleinere op het noorden. Zorg daarbij voor natuurlijke schaduwwerking voor de zomer zon, dit wordt bij voorkeur in het ontwerp meegenomen en opgelost in de architectuur. Denk hierbij aan het toepassen van overstekken, pergola etc.

1 | Twee bouwlagen met zadeldak met nokrichting evenwijdig aan weg.

2 | Kozijnen, ramen, deuren, dakgoten etc in middentoon. Voorbeeld van rood bruin metselwerk met antraciet pannendak.

3 | Voorbeeld voor de meest zuidelijke woningen met 2 bouwlagen met kap. Waarbij een zachtere overgang wordt gecreërd naar het omliggende landschap. In deze referentie d.m.v. een knip in het volume en een meer semi transparant dak en een lagere goothoogte.

4 | Maximaal 2 bouwlagen met kap.

17

Deelgebied 4: 2-1kap -------------------------------------------------------------Beschrijving De woningen in deelgebied 4 liggen in de kern van het nieuwe woonbuurtje Muldersveld. De hoofdvorm is maximaal 2 bouwlagen met een zadeldak. De nokrichting is evenwijdig of haaks op de weg. Het kleur -en materiaalgebruik bestaat uit rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. Het dak bestaat uit een niet glimmende antraciet pannen of een rietendak of een houten dak. Ligging • Twee-onder-één kap woningen. • De woningen staan met de belangrijskte voorgevel in de naar de weg gekeerde begrenzing van het bouwvlak. • Aan en-uitbouw zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume. • Bijgebouwen achter de hoofdvorm. Hoofdvorm • Het hoofdvolume is rechthoekig • Samengesteld of enkelvoudig volume • Maximaal 2 bouwlagen met kap. • Zadeldak eventueel met geintegreerde dwarskap • Nokrichting evenwijdig of haaks op de weg. • Dakkapellen en dakopbouwen zijn ondergeschikt en beslaan maximaal 40% van de lengte van het dak van één woning. Extra eis meest oostelijke woning • nokrichting evenwijdig aan de weg aan de

18

zuidzijde (geen dakvlak in oostelijke richting). Aanzichten • Eigentijdse dorpse architectuur. • Representatieve gevel richting de weg, de woning grenzend aan de zijstraat heeft ook een representatieve gevel richting deze straat. • De gevelgeleding zorgt voor een kleinschalige • dorpse uitstraling. • De detaillering ondersteunt het gekozen concept. Extra eis meest oostelijke woning • in oostelijke zijgevel geen gevelopeningen op de verdieping(en). Materiaal en kleur • Rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. • Kozijnen, ramen, deuren, omlijstingen, dakgoten, boeiplanken, e.d. uitvoeren in lichtere tonen. • Pannen antraciet (niet glanzend). • Snel verarmende materialen zijn niet toegestaan. • Dakkapellen vallen qua verschijningsvorm weg in het dak. Erfafscheidingen • Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte bepalen mede het aanzicht van de openbare ruimte. Daarom zijn alle erfafscheidingen naar de openbare ruimte hagen of een hekwerk met klimop. • De erfafscheiding naar de voorzijde is een tuin of

een lage haag. Natuurinclusief • Zie pagina 26 voor informatie over de plaatsing van nestkasten voor vogels en vleermuizen. • Eventuele gaashekken of schuttingen als erfafscheiding staan altijd 15cm boven de grond i.v.m. de looproutes van de egels. Duurzaamheid • In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de oriëntatie van de woningen. Gebruik zoveel mogelijk gratis winter zonnewarmte door het maken van grotere glas oppervlaktes op het zuiden en kleinere op het noorden. Zorg daarbij voor natuurlijke schaduwwerking voor de zomer zon, dit wordt bij voorkeur in het ontwerp meegenomen en opgelost in de architectuur. Denk hierbij aan het toepassen van overstekken, pergola etc.

1 | Voobeeld van nokrichting haaks op de weg met zadeldak, met een grote en kleine woning.

2 | Langskap met verbijzondering op de hoek, lichtere tonen die concept ondersteunen.

3 | Voorbeeld van een langskap met de nokrichting evenwijdig aan de weg

4 | Voorbeeld van een dwarskap haaks op de weg. Gevel met rood bruin metselwerk met antraciet pannendak

19

Deelgebied 5: levensloopbestendige woningen -------------------------------------------------------------Beschrijving In het noordelijk deel van het plangebied en direct ten oosten van het speelveld worden levensloopbestendige woningen gebouwd. Deze twee gebieden vormen samen deelgebied 5. De hoofdvorm is rechthoekig en maximaal één bouwlaag met een zadeldak. De nokrichting is evenwijdig aan de weg. Het kleur -en materiaalgebruik bestaat uit rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. Het dak bestaat uit een niet glimmende antraciet pannen of rietendak of een houten dak. Ligging • Levensloopbestendige woningen. • De woningen staan met de voorgevel in de naar de weg of speelveld gekeerde begrenzing van het bouwvlak. • Aan -en uitbouw zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume. • Bijgebouwen achter de hoofdvorm. Hoofdvorm • Het hoofdvolume is rechthoekig. • Maximaal één bouwlaag met kap. • Zadeldak. • Nokrichting in het noordelijk deelgebied evenwijdig aan de straat en voetpad, in het oostelijk deelgebied evenwijdig aan het speelveld • Dakkapellen en dakopbouwen zijn ondergeschikt,

20

en beslaan maximaal 40% van de lengte van het dak van één woning. Aanzichten • Eigentijdse dorpse architectuur. • Representatieve gevel richting de weg, de woning grenzend aan de zijstraat heeft ook een representatieve gevel richting deze straat. • De gevelgeleding zorgt voor een kleinschalige dorpse uitstraling. • De detaillering ondersteunt het gekozen concept. Materiaal en kleur • Rood bruin metselwerk of hout in aarde tinten. • Kozijnen, ramen, deuren, omlijstingen, dakgoten, boeiplanken, e.d. uitvoeren in middentoon. Lichtere tonen die het concept ondersteunen zijn ook toegestaan. • Pannen antraciet (niet glanzend). • Snel verarmende materialen zijn niet toegestaan. Erfafscheidingen • Erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte bepalen mede het aanzicht van de openbare ruimte. Daarom zijn alle erfafscheidingen naar de openbare ruimte hagen of een hekwerk met klimop. • De woningen in het noordwesten hebben elk twee parkeerplaatsen in de eigen achtertuin. De naar de weg gekeerder zijde van deze parkeerplaatsen dient mee ontworpen te worden. Bijvoorbeeld d.m.v. het toevoegen van een pergola of een verbinding te maken tussen de

schuurtjes. • De erfafscheiding naar de voorzijde is een tuin of een lage haag. Natuurinclusief • Zie pagina 26 voor informatie over de plaatsing van nestkasten voor vogels en vleermuizen. • Eventuele gaashekken als erfafscheiding staan altijd 15cm boven de grond i.v.m. de looproutes van de egels. Duurzaamheid • In het stedenbouwkundig plan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de oriëntatie van de woningen. Voor de woningen in het noordoosten is het door de noord zuid orientaite mogelijk om optimaal gebruik te maken van de gratis winter zonnewarmte door het maken van grotere glas oppervlaktes op het zuiden en kleinere op het noorden. Zorg daarbij voor natuurlijke schaduwwerking voor de zomer zon, dit wordt bij voorkeur in het ontwerp meegenomen en opgelost in de architectuur. Denk hierbij aan het toepassen van overstekken, pergola etc.

1 | Voorbeeld van rood bruin metselwerk met antraciete dakpannen.

2 | Maximaal één bouwlaag met zadeldak.

3 | Dakkapellen vallen qua verschijningsvorm weg in het dak.

4 | Voorgevel naar de straat, nokrichting evenwijdig aan de weg.

21

Duurzaamheid -------------------------------------------------------------Hiernaast een aantal voorbeelden waarbij gebruik wordt gemaakt van zoveel mogelijk natuurlijke schaduwwerking voor de zomer zon, om zo kosten te besparen voor het koelen van een woning. Uiteraard kunnen screens gebruikt worden als zonwering maar bij voorkeur wordt het creëren van schaduw in het ontwerp meegenomen en opgelost in de architectuur. Denk hierbij aan een overstek, pergola, diepe neggen, luifels en lamellen. Deze elementen kunnen worden toegepast op alle woningen als het past binnen het bestaande concept.

22

1 | Voorbeeld van diepe negge, waardoor de zon niet direct naar binnen schijnt grotendeels van de dag.

2 | Lamellen die het zonlicht reguleren.

3 | Loggia die binnen zorgt voor meer schaduwwerking.

4 | Voorbeeld van een dakoverstek die schaduw creërt

5 | Geïntegreerde luifel die het zonlicht blokkeert.

6 | Pergola die zorgt voor schaduwwerking.

23

Openbare ruimte -------------------------------------------------------------Beschrijving De openbare ruimte ademt een groene sfeer. De bestaande sloot met bomen wordt verlengd. Langs de verlenging van de bestaande sloot worden nieuwe wilgen geplant. Deze elzen strook is de ruimtelijke drager van het hele plan. Bestrating • De wegen zijn voorzien van rood bruine betonklinkers. • De slinger richting Bakkerskamp is uitgevoerd in dezelfde steen in een afwijkende kleur. • De voetpaden: 30x30 tegels grijs. • Parkeervakken in koffers: grasbetontegels. • Container opstelplaats (indien nodig): grasbetontegels. Struwweel • Inheemse soorten bladverliezend, bergvlier / trosvlier, meidoorn, lijsterbes, Gelderse roos, egelantier, rode kamperfoelie wilgen en bladhoudende soorten zoals hulst, liguster struiken en gedeeltelijk beukenhagen. • In het struweel komen ook nog bomen, de soorten zijn nader te bepalen. • Op de kopse kanten van de wegen zit een extra dicht struweel. Bestaande uit meer bladhoudende soorten dan op de andere delen, dit i.v.m. de koplampen die anders in de achtertuinen van de bewoners aan de Wemeweg en van Brederodestraat schijnen.

24

Bomen • Langs de bestaande sloot staat een aantal elzen. Naast de verlenging van de bestaande sloot komen nieuwe elzen. Alle andere nieuwe bomen in het plan zullen andere soorten zijn dan deze elzen. Er staat een aantal solitaire bomen in het plan, dit moeten beeldbepalende soorten worden die herkenbaarheid geven aan de buurt. Denk aan soorten die of een bijzondere vorm, (herfst) kleur of bladvorm hebben of vruchtdragend zijn. Bijvoorbeeld een tamme kastanje. • Er worden ook bomen geplant tussen de woningen en het agrarische landschap. Dit zullen bomen zijn van de tweede categorie, zodat de daken van de woningen zoveel mogelijk wegvallen achter de kroon van de bomen. Deze bomen mogen niet gaan concurreren met de grote bomen van de eerste categorie van de bosstrook. Grasbermen • De bermen langs de omliggende sloten en het bestaande struweel worden ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel dat extensief beheerd zal worden. • Het speelveld zal met een gazon grassoort intensief onderhouden worden. Om de biodiversiteit meer te stimuleren past hier het M5 mengsel “Nectar onder het maaimes”.

Verlichting • De verlichtingintensiteit wordt geminimaliseerd en de keuze voor armatuur en kleur wordt afgestemd op de routes van de vleermuizen. Maar ten alle tijden zonder dat de veiligheid in het geding komt. Klimaatadaptatie • Regenwater wordt zoveel mogelijk rechtstreeks afgevoerd naar de waterlopen in het plangebied. Oppervlakkige afvoer van regenwater wordt daar waar mogelijk toegepast.

1 | De wegen zijn voorzien van rood bruine betonklinkers.

2 | Langs de kopse kanten van de wegen zit een dicht struweel.

3 | Voorbeeld haag als erfafscheiding naar de openbare ruimte.

4 | Parkeervakken in koffers: grasbetontegels.

5 | De bermen langs de omliggende sloten en het bestaande struweel worden ingezaaid met een kruidenrijk grasmengsel.

6 | Voorbeeld van een lage haag als erfafscheiding.

25

Plankaart Muldersveld nesten -------------------------------------------------------------Het is wenselijk dat alle woningen worden voorzien van minimaal één gierzwaluwneststeen met een oriëntatie op het noorden of het oosten. Tevens is het wenselijk dat er vleermuiskasten toegepast worden bij enkele woningen volgens de onderstaande legenda en bijbehorende gevel orientatie. Massawinterverblijf (1x) Kraamverblijf (1x) en paarplaats (1x) Paarplaats (1x) Bovenstaande maatregelen t.b.v. de gewone dwergvleermuis en gierzwaluw integreren in het ontwerp door het gebruik van neststenen.

1 & 2 | Nestkast gierzwaluw

3 & 4 | Vleermuiskast 26

Bronvermelding -------------------------------------------------------------Hiernaast de bronvermelding van de gebruikte referenties van dit BKP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=d23b1e8f-226b-471e-bfd7-c23a1f4e33d5