Bijlage 2 BP Muldersveld Makkinga
Tekst van het document
Muldersveld Makkinga
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
3 3 3 3 4 5
Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Verkeer en parkeren
6 6 7 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
12 12 14 16
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage
18 18 19 20 21 22 25 26 28 30
Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
32 32 33
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
35 35 35 36
Hoofdstuk 7
38
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
39 39 39 39
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel gelegen tussen de Wemeweg, de Van Brederodestraat en de Bakkerskamp in het zuiden van de kern van Makkinga. De locatie staat bekend onder de naam 'Muldersveld' en is momenteel onbebouwd. Het voornemen bestaat om vanwege aanhoudende woonbehoefte in de gemeente Oostsstellingwerf op het perceel woningbouw te ontwikkelen. Concreet gaat het om 33 grondgebonden woningen. Op basis van de geldende bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Makkinga" en "Bestemmingsplan Buitengebied 2006" zijn de gronden voorzien van de bestemming: 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders die benodigd zijn voor de woningbouwontwikkeling en toont aan dat de plan in overeenstemming is met een goed ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de zuidkant van de kern Makkinga, aan de rand van het bebouwd gebied. Het plangebied staat kadastraal bekend als de percelen Makkinga, sectie G met nummer 1210. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Makkinga (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Makkinga en de directe omgeving (Bron: Plattekaart.nl)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Muldersveld Makkinga” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0085.BPMuldersveld-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Muldersveld Makkinga vastgesteld
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt grotendeels binnen de begrenzing van het "Bestemmingsplan Makkinga" en deels in "Bestemmingsplan Buitengebied 2006". Deze zijn respectievelijk op 18 april 2000 en 28 februari 2006 vastgesteld door de gemeenteraad van Ooststellingwerf. In afbeelding 1.2 is de verbeelding van "Bestemmingsplan Makkinga" weergegeven, afbeelding 1.3 toont de verbeelding van "Bestemmingsplan Buitengebied 2006". Het blauwe kader geeft het plangebied indicatief weer in beide plankaarten.
Afbeelding 1.2: Uitsnede plankaart "Bestemmingsplan Makkinga" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
4
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Afbeelding 1.3: Uitsnede plankaart "Bestemmingsplan Buitengebied 2006" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Bestemmingen
Het plangebied kent op basis van de geldende bestemmingsplannen de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden''. De gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, alsmede voor de opbouw, het behoud en herstel van de aan de gronden eigen landschappelijke en natuurlijke waarden. 1.4.3
Strijdigheid
Het bouwen van 33 woningen op de gronden met de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden' is niet toegestaan doordat er geen bouw- en gebruiksregels het bouwen en bewonen van reguliere woningen toestaat. Het voorliggende plan voorziet in het gewenst juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk gemaakt kan worden.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige situatie en de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Friesland en de gemeente Ooststellingwerf beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
5
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige en gewenste situatie
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de zuidkant van de kern Makkinga in de gemeente Ooststellingwerf. Het perceel wordt begrensd door de Wemeweg, de Van Brederodestraat en de Bakkerskamp. De functionele structuur van de directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door agrarische cultuurgronden aan de zuidzijde, en aan de andere zijden de woongebieden van de kern Makkinga. Het plangebied zelf is onbebouwd en bestaat uit grasland, rondom het perceel ligt een watergang. Ook door het plangebied zelf loopt een sloot. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is met de rode lijn aangeduid.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: Pdok.nl)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
6
Muldersveld Makkinga vastgesteld
2.2
Gewenste ontwikkeling
2.2.1
Waarom het Muldersveld?
Nog niet zo lang geleden bood het provinciaal beleid geen ruimte voor woningbouw in Makkinga. In de laatste jaren is dat echter veranderd en is er zelfs een flinke woningbouwopgave voor de gemeente Ooststellingwerf. Daarvan mag een deel in het dorp Makkinga worden ingevuld. De dorpsbewoners wachten al lang op deze mogelijkheid, want vooral onder eigen jeugd bestaat al jaren een sterke behoefte aan nieuwe betaalbare woningen. Er is een aantal redenen, waarom het Muldersveld voor de verdere ontwikkeling van Makkinga een logische bouwlocatie is. Deze hebben deels te maken met de bebouwingsstructuur en kenmerken van het huidige dorp en deels met de eigendomspositie van de gemeente, waardoor het mogelijk is de woningen relatief snel te realiseren. Anders moet de gemeente eerst nog aankopen of is een ontwikkeling afhankelijk van het initiatief of de medewerking van andere eigenaren. Bouwen op het Muldersveld is om de volgende redenen voorstelbaar: Bouwen op de locatie Muldersveld werd gevraagd vanuit het dorp (initiatief jongeren); Gemeentelijk eigendom maakt snelle ontwikkeling mogelijk, hetgeen vanuit het woningbouwbeleid wenselijk is; De locatie is logisch vanuit de bebouwingsstructuur van Makkinga en het omliggende landschap, omdat: 1. een compact dorp wordt gevormd; 2.
de locatie zich hecht aan andere planmatig ontwikkelde gebieden en de open ruimte achter de organisch gegroeide lintbebouwing opvult, waardoor het karakter van het dorp slechts beperkt verandert; 3. locaties aan de westkant (meer invloed op lintbebouwingsstructuur), noordkant (negatieve impact op open landschap richting beekdal en mogelijke beïnvloeding windvang molen) en oostkant (ligging sportvelden), minder voor de hand liggen; 4. de locatie goede ontsluitingsmogelijkheden biedt voor het verkeer; 5. de locatie aansluit op een bestaand dorpsommetje en daardoor vanuit het dorp eenvoudig te voet bereikbaar is; 6. de locatie de kans biedt om een fraaie dorpsrand aan de zuidelijke dorpsentree te creëren met voorgevels naar het landschap gericht.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
7
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Afbeelding 2.2: Individuele (blauw) en planmatige woningbouw (geel) in Makkinga
2.2.2
Stedenbouw
De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het ontwikkelen van het plangebied naar een woonlocatie met 33 grondgebonden woningen. De aangrenzende bestaande woonwijk met haar specifiek stratenpatroon en de aanwezige opgaande beplanting en watergangen langs de randen van het plangebied zijn bepalend geweest voor het stedenbouwkundig plan. Om de uitstraling van de bebouwing in het plangebied en de aansluiting op de omgeving te borgen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat separaat van dit bestemmingsplan wordt vastgesteld. Op basis van het beeldkwaliteitsplan kan de welstandstoets plaatsvinden. Het plangebied wordt ontsloten op de Bakkerskamp en de Wemeweg. De beoogde bebouwing bestaat uit verschillende woningtypen die zowel aansluiten bij de huidige woonwijk als bij de landschappelijke randen van het plangebied: 5 vrijstaande woningen; 4 twee-onder-één-kap woningen; 24 aaneengebouwde woningen, waarvan 12 voor starters en 12 levensloopbestendig; 9 van de 12 levensloopbestenidge woningen zijn sociale huurwoningen die door woningcorporatie Actium gebouwd gaan worden. Afbeelding 2.3 geeft de gewenste situatie in het plangebied weer. Afbeelding 2.4 geeft een impressie van de beoogde bebouwing. Voor het volledige beeldkwaliteitsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
8
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Afbeelding 2.3: Situatietekening plangebied (Bron: Gemeente Ooststellingwerf)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
9
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Afbeelding 2.4: Impressie bebouwing (Bron: Gemeente Ooststellingwerf)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Daartoe worden berekeningen uitgevoerd op basis van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte welke de parkeernormen hanteert uit de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (publicatie 381, december 2018) van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers van het CROW zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In voorliggend geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. 2.3.2
Uitgangspunten
Binnen de gemeente Ooststellingwerf is het aanbod en kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen beperkt. Daarom is er geen sterke onderscheiding tussen de verschillende stedelijke zones. Op basis van de parkeerkencijfers van het CROW wordt voor de te hanteren parkeernormen daarom onderscheid gemaakt tussen twee gebieden. Namelijk "Centrum" en "Buitengebied". De gebiedsindeling voor beide zones is als volgt: Centrum = binnen bebouwde kom (bibeko) Buitengebied = buiten bebouwde kom (bubeko) Voor nieuwe ontwikkelingen buiten de bebouwde kom, maar die na realisatie wel binnen de bebouwde kom horen, dient de norm voor binnen bebouwde kom gehanteerd te worden. Voor het plangebied wordt gerekend met de norm voor binnen de bebouwde kom.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
10
Muldersveld Makkinga vastgesteld
2.3.3
Parkeren
Op basis van voorgenoemde uitgangspunten kan de parkeerbehoefte worden berekend. In voorliggend geval ontstaat het volgende overzicht: Woningtype
Aantal
Totale parkeerbehoefte
15 4
Parkeerbehoefte per woning bibeko 1,5 1,7
Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, vrijstaand Huur, sociale huur Totaal
5 9
1,8 1,3
9 11,7 50
22,5 6,8
In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van zowel parkeren op eigen terrein als in het openbaar gebied. In voorliggend geval worden 49 parkeerplaatsen in het plan gerealiseerd. Daarvan zijn 21 parkeerplaatsen in parkeervakken in de openbare ruimte opgenomen en 16 parkeerplaatsen op eigen terrein. De overige parkeerbehoefte wordt in het openbare gebied opgevangen. Het plangebied is hiervoor van voldoende omvang en geschikt. Het betreft een 30 km-zone. Parkeren op straat verlaagt de snelheid en voorkomt bovendien onnodige verharding in het plangebied. Daarnaast fungeert het gebied niet als overloop van functies in de omgeving zoals winkels. De twee-onder-een kapwoningen, de vrijstaande woningen en de aaneengesloten woningen ten noordwesten van het plangebied hebben voldoende ruimte op het eigen perceel om meer dan één parkeerplaats te realiseren. Het is voorstelbaar dat (een deel) van de woningen meer parkeerruimte op eigen erf realiseren, waardoor er minder op straat geparkeerd hoeft te worden. Er wordt geconcludeerd dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen. 2.3.4
Verkeersgeneratie
Indien de verkeersgeneratie wordt bepaald komt het volgende naar voren. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde verkeersgeneratie. Woningtype
Aantal
Verkeersgeneratie per woning 7,4 7,8
Totale verkeersgeneratie
Koop, huis, tussen/hoek 15 111 Koop, huis, 4 31,2 twee-onder-een-kap Koop, huis, vrijstaand 5 8,2 41 Huur, huis, sociale huur 9 5,6 48,5 Totaal 231,7 De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verkeersgeneratie van 232 verkeersbewegingen per etmaal. De wegenstructuur die wordt aangelegd en rondom het plangebied is van voldoende omvang om deze toename aan verkeersgeneratie gemakkelijk af te wikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
11
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
12
Muldersveld Makkinga vastgesteld
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Voorliggend bestemmingsplan betreft het realiseren van 33 woningen. Gelet op de eerder genoemde jurisprudentie wordt geconcludeerd dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
13
Muldersveld Makkinga vastgesteld
In dit kader is door BJZ.nu een laddertoets uitgevoerd. De volledige laddertoets is opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Uit de uitgevoerde laddertoets volgt dat er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân - De Romte diele
3.2.1.1 Algemeen De provinciale Staten van Fryslân hebben op 23 september 2020 de Omgevingsvisie Fryslân - De Romte diele vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de komende jaren richting aan de activiteiten van de provincie. Hierin staat beschreven waar naar toe wordt gewerkt en hoe de toekomst er uit ziet. De provincie wil met de samenleving goede ideeën en mooie plannen voor Fryslân realiseren. Bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan door efficiënt ruimtegebruik, bijvoorbeeld door de mogelijkheden van herstructurering te onderzoeken. Ook zijn een goede beeldkwaliteit en een zorgvuldige landschappelijke inpassing van groot belang. De provincie kiest voor een concentratie van wonen, werken en voorzieningen in stedelijke gebieden. 3.2.1.2 Vier opgaven In dialoog met de samenleving zijn vier opgaven benoemd die de provincie actief wil aanpakken. Het zijn urgente vraagstukken waarvoor de provincie nú al alles op alles gaat zetten om met de samenleving oplossingen te vinden. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; Fryslân wordt klimaatadaptief ingericht; Fryslân versterkt de biodiversiteit. Deze opgaven zijn groot, onderling verbonden en ze raken de hele provincie.
De opgaven vragen om een integrale en gezamenlijke aanpak. Wat betreft de woningbouw zet de provincie in op concentratie in de stedelijke gebieden. Om de leefbaarheid en de vitaliteit van heel Fryslân te bevorderen, binnen het uitgangspunt van concentratie van woningbouw in de stedelijke gebieden, wordt uitgegaan van een evenwichtige verdeling van woningen en van woningbouw over de regio’s van Fryslân. Aandachtspunten zijn het benutten van kansen voor gevarieerde woonmilieus en voortdurend de benodigde ruimte voor wonen en werken in een goede verhouding ten opzichte van elkaar afwegen, waarbij de vier bovenstaande opgaven centraal staan binnen de planvorming. 3.2.1.3 Toetsing van het voornemen aan de Omgevingsvisie Fryslân - De Romte diele De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van de kern Makkinga met 33 grondgebonden woningen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een gevarieerd programma waarbij de nadruk wordt gelegd op starters- en levensloopbestendige woningen. Ook is veel aandacht voor klimaatadaptatie en versterking van de biodiversiteit. Zo wordt per woning minimaal 1 gierzwaluwneststeen gebruikt en wordt bij alle enkele woningen een vleermuiskast geplaatst.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
14
Muldersveld Makkinga vastgesteld
3.2.2
Verordening Romte Fryslân 2014
3.2.2.1 Algemeen De Verordening Romte Fryslân 2014 is op 25 juni 2014 vastgesteld. Op 23 maart 2021 is de verordening geconsolideerd. De verordening stelt concrete regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen uit onder andere de in voorgaande paragraaf beschreven Omgevingsvisie doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. 3.2.2.2 Relevante artikelen Stedelijke functies in het landelijk gebied (Artikel 1.1.1) In een ruimtelijk plan plan voor landelijk gebied mogen geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies tenzij het een uitbreidingslocatie betreft die aansluit op het bestaand stedelijk gebied. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2) De toelichting bij een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied bevat een verantwoording waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Binnen bestaand stedelijk gebied wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies, voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern. Wonen (artikel 3) Artikel 3.1.1.
van de verordening stelt dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten (GS) heeft. Op grond hiervan kan het planvoornemen worden gerealiseerd. 3.2.2.3 Toetsing van het voornemen aan de Verordening Romte Fryslân De provincie Friesland vindt het van belang dat er een goede balans is tussen buitenstedelijk en binnenstedelijk bouwen, dit vanuit het principe van duurzaam ruimtegebruik. Het planvoornemen gaat uit van een uitbreiding van het stedelijk gebied van de kern Makkinga. Er is hier gekozen voor een locatie welke reeds omsloten is door bestaande woongebieden aan drie zijden. Daarmee is de planlocatie een logische keuze voor de uitbreidingswijk. Ook is qua omvang de ontwikkeling passend bij de kern. Op basis van artikel 3.1.1 dienen ruimtelijke plannen die mogelijkheden voor woningbouw bevatten, instemming te hebben van de provincie. De provincie Friesland en gemeente Ooststellingwerf hebben recent woningbouwafspraken gemaakt. Hier wordt in de volgende paragraaf dieper op ingegaan. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. Aanvullend wordt in de waterparagraaf nog de aspecten 'Waterrobuust bouwen' en 'Ontgrondingen' uit de Proviciale Factsheet Omgevingszaken uitgelicht.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
15
Muldersveld Makkinga vastgesteld
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026
3.3.1.1 Algemeen In de woon(zorg)visie 2022-2026 heeft de gemeente Ooststellingwerf haar woon- en woonzorgbeleid tot 2026 uitgezet met een doorkijk naar 2030. In deze visie legt de gemeente Ooststellingwerf verbinding met relevante thema's rondom wonen in de brede zin. 3.3.1.2 Kwantitatieve vraag naar woningen De druk op de woningmarkt in Ooststellingwerf is flink toegenomen de afgelopen jaren. Het woningmarktonderzoek, de enquête en de gevoerde gesprekken met bewoners en marktkenners bevestigen dit beeld. Tot 2030 verwacht de gemeente een extra behoefte van 320 tot 520 woningen. Dit is een stuk meer dan de 190 extra woningen waar vanuit de provinciale prognose rekening mee wordt gehouden. De sterkere huishoudengroei komt vooral door de periode van economische voorspoed die de afgelopen 5 jaar heeft gezorgd voor een hogere migratie vanuit binnen- en buitenland naar Ooststellingwerf. De gemeente gaat aan de bovenkant van de bandbreedte zitten en richt zich op toevoeging van 520 woningen. Zo wordt er rekening gehouden met de verhoogde instroom vanuit binnen- en buitenland, maar ook met mensen die met spoed een woning zoeken en nu wonen op (bijvoorbeeld) vakantieparken. Naast het bepalen van het aantal woningen, is het belangrijk te kiezen waar nieuwe woningen gebouwd kunnen worden.
Vanuit het woningmarktonderzoek blijkt dat ruimte voor planmatige nieuwbouw vooral ligt in kerndorpen Oosterwolde, Appelscha en Haulerwijk, maar ook in Donkerbroek en Oldeberkoop. De gemeente Ooststellingwerf heeft een Taskforce woningbouw opgezet. Als eerste taak inventariseert de taskforce in de kerndorpen (Oosterwolde, Appelscha, en Haulerwijk) geschikte plekken voor inbreiding en uitbreiding die geschikt zijn om een groot aantal woningen tegelijk te bouwen. Er zijn momenteel plannen voor ongeveer 150 woningen binnen de gemeente. Omdat dit aantal te weinig is om aan de bouwopgave te voldoen, is het van belang bestaande plannen hard te maken en nieuwe plannen toe te voegen. Naast afspraken met corporaties is het ook belangrijk samenwerking te zoeken en afspraken te maken met ontwikkelaars in de regio om dit te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld via de taskforce woningbouw worden opgepakt en vormgegeven. 3.3.1.3 Kwalitatieve vraag naar woningen Door stijgende prijzen en een veranderende vraag naar woningen hebben bepaalde groepen in Ooststellingwerf steeds meer moeite om een geschikte en betaalbare woning te vinden. Toch vinden mensen van elders in de gemeente nog altijd een woning met een relatief gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Voor mensen met een laag inkomen uit Ooststellingwerf betekenen stijgende woningprijzen dat deze woningen voor hen te duur worden.
Het is daarom belangrijk dat vraag en aanbod van woningen op elkaar aansluit, zodat starter, doorstromer en vestiger in Ooststellingwerf een woning kan vinden. De gemeente zet in op het realiseren van voldoende betaalbare woningen in alle segmenten. Daarnaast wil de gemeente met nieuwbouw de doorstroming bevorderen. De krapte op de woningmarkt wordt vooral gevoeld door starters die een woning willen huren of kopen maar deze niet kunnen betalen en senioren die door willen stromen naar een levensloopgeschikte woning maar deze niet kunnen vinden. Om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen en het op gang brengen van doorstroming, neemt de gemeente een regisserende rol bij nieuwbouw en wordt gestuurd op het netto toevoegen van 25% (levensloopgeschikte) woningen in het sociale huursegment, 5% middenhuur en 40% koop tot de NHG grens. Hierbij streeft de gemeente in het koopsegment naar een grote spreiding in prijsklassen zodat ook woningen met een prijs van €250.000 of lager worden toegevoegd. De overige 30% van het programma is vrij invulbaar, waarbij een deel in de vorm van kleinschalige landschappelijke woonmilieus.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
16
Muldersveld Makkinga vastgesteld
3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Woon(zorg)visie Ooststellingwerf Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van woningen in Makkinga. De gemeente richt zich daarnaast op het toevoegen van 520 woningen. In voorliggend geval worden er 33 woningen gerealiseerd, wat binnen de kwantitatieve vraag naar woningen valt. Wat betreft de kwalitatieve woningvraag wordt aangesloten bij de ambities van de gemeente. In het plangebied worden de woningen gerealiseerd met een gevarieerd woonprogramma. In dit geval wordt voorzien in 5 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-eenkapwoningen. De overige woningen worden aan eengebouwd en zijn met name bedoeld voor starters en ouderen, iets waar binnen de gemeente voldoende vraag naar is. Met dit aanbod wordt een divers publiek aangesproken en woningen gerealiseerd in verschillende prijsklassen. De nieuwbouw draagt daarnaast ook bij aan de doorstroming op de woningmarkt. 3.3.2
Omgevingsvisie Ooststellingwerf 2021
3.3.2.1 Algemeen Op 23 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ooststellingwerf vastgesteld. De Omgevingsvisie is de visie van de gemeente op de leefomgeving en vervangt de gemeentelijke structuurvisie. De visie laat zien wat het toekomstbeeld is voor de openbare ruimte in de gemeente. 3.3.2.2 Het westelijke Ooststellingwerf In het westelijke Ooststellingwerf liggen de lange zandruggen van Oldeberkoop en Nijeberkoop tot aan Makkinga en Langedijke. Ook Elsloo rekenen we tot het westelijke Ooststellingwerf. Het is een gebied met een lange historie. Het is gebied waar het Stellingwerfs nog veel te horen is. Het is ook het gebied waar vroeger ‘de macht’ was gevestigd: het oude gemeentehuis in Oldeberkoop, het gerechtsgebouw in Makkinga. States en klokkenstoelen zijn monumentale sporen van weleer. Het gebied is geliefd bij de inwoners en in trek bij de toeristen en recreanten. Het gebied vormt daarbij een aanvulling op het recreatieve aanbod dat we in Appelscha te bieden hebben. Niet alleen door andere, aanvullende vormen van verblijfsrecreatie, maar ook doordat het gebied optimaal is opgenomen in onze wandel- en fietsnetwerken. De dorpen zijn de levendige centra in het gebied. Oldeberkoop is het grootste dorp met de meeste voorzieningen. Makkinga en Elsloo onderscheiden zich als lommerrijke woondorpen waar verschillende functies nog te vinden zijn.
In Langedijke en Nijeberkoop staat het landelijk wonen voorop. De voorzieningen in deze dorpen zijn beperkt, maar de gemeenschapszin is er onverminderd groot. 3.3.2.3 Woningbouw Binnen de gemeente moet voldoende ruimte zijn om te wonen voor jong en oud. In de grote dorpen zoekt men naar mogelijkheden om nieuwe woningen toe te voegen. De insteek hier is bouwen naar behoefte. Nieuwbouw kan in deze dorpen ook uitbreiding zijn van het bestaande dorp. Bij uitbreiding van dorpen worden meerdere doelen aan elkaar verbonden: woningbouw combineren met bijvoorbeeld natuur, landschapsontwikkeling en verduurzaming. 3.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid van de gemeente Ooststellingwerf.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
17
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit m.e.r.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie plangebied
Voorliggend plan voorziet in de bouw van 33 woningen. Woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. 4.1.2.1 Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in of nabij een zone van een gezoneerd industrieterrein. Er wordt daarom niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 4.1.2.2 Railverkeerlawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 4.1.2.3
Wegverkeerslawaai
Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Wemerweg. Ten aanzien van de nieuw te bouwen woningen is in voorliggend geval een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In Bijlage 3 van deze toelichting is de rapportage bijgevoegd. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies, voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar de bijlage. De geluidbelasting ten gevolge van het 50 km/uur deel van de Wemeweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 38 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het 30 km/uur deel van de Wemeweg bedraagt inclusief 5 dB reductie hoogstens 48 dB. Met deze waarden wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. De geluidbelasting exclusief reductie bedraagt hoogstens 53 dB. Met het in achtnemen van voorstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
18
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat, mits een hogere grenswaarde wordt verleend, de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijn NEN 5740. In voorliggend geval is door 'Sigma Geo- & Milieutechniek'' ter plaatse een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) verricht. De resultaten en de conclusies van deze onderzoek zijn hierna opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het onderzoeksrapport die in Bijlage 4 bij deze toelichting zijn opgenomen. 4.2.2
Situatie plangebied
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte molybdeen (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ondergrondmengmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte molybdeen en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindexwaarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Grondwater In de drie peilbuizen die geplaats zijn, zijn licht verhoogd gemeten gehalten van zware metalen en vluchtige aromaten in het grondwater gevonden. Deze overschrijden niet de tussenwaarde en bodemindex-waarde zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Conclusie Bij de gemeten maximaal licht verhoogde gehalten zullen geen risico’s voor milieu en volksgezondheid voorkomen en hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden.
Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzochte locatie voldoende vastgelegd. Voor wat betreft de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem hoeven ervan uit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het gebruik van de onderzochte locatie en is er geen bezwaar tegen een eventuele wijziging naar woonbestemming en bouw van woningen op het perceel. 4.2.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
19
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10 ). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 4.3.2
Situatie plangebied
In paragraaf 4.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Daarnaast worden geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het kader van het besluit gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
20
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden).
Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangegeven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
21
Muldersveld Makkinga vastgesteld
Afbeelding 4.2: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gelegen zijn. Wel wordt door de Brandweer opgemerkt dat voor het plangbeied een overschrijding van de norm voor de opkomsttijd van het eerst aankomende blusvoertuig geldt. Voor dit plangebied geldt een opkomsttijd van 12 minuten. De berekende opkomsttijd is circa 15 minuten. 4.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: BJZ.nu Bestemmingsplannen
22
Muldersveld Makkinga vastgesteld
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.
Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Qua omgevingstype is het plangebied aan te merken als 'rustige woonwijk' dit vanwege het feit dat er weinig sprake is van functiemenging. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
BJZ.nu Bestemmingsplannen
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
23
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.5.3
Beoordeling
4.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er dient bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 4.5.3.3 Interne werking In de omgeving van het plangebied zijn een aantal milieubelastende functies aanwezig waarmee rekening moet gehouden worden. Circa 150 meter ten noorden van het plangebied is een gemengde bestemming gelegen (Bercoperweg 1 t/m 17 en Brink 2 t/m 7), hierbinnen zijn milieubelastende activiteiten toegestaan tot milieucategorie 2, met een grootste richtafstand van 30 meter. Deze wordt hier ruimschoots gehaald. Op zo'n 220 meter ten oosten van het plangebied is een agrarisch bouwvlak gelegen (Oosterweg 18). Ter plaatse is een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. In voorliggend geval is dit een melkveehouderij. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 100 meter voor geur, en 30 voor geluid. Gelet op de onderliggende afstand wordt hieraan ruimschoots voldaan. Overigens dient bij veehouderijen voor het milieuaspect geur te worden getoetst aan de Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv).
In paragraaf 4.6 volgt deze toetsing. Op circa 320 meter afstand ten westen van het plangebied is een (natuur)ijsbaan gelegen. Door de tijdelijke aard van een natuurijsbaan, deze zal naar verwachting gedurende het jaar maar enkele dagen gebruikt worden, is deze niet opgenomen in de VNG-uitgave. Gelet op de onderlinge afstand en de tussenliggende gebouwen (woningen) wordt ervan uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied geen tot geringe hinder zal ondervonden worden vanaf de ijsbaan. Overige (agrarische)bedrijven en milieubelastende functies liggen op grotere afstanden (van ten minste 500 meter). Dit betekent dat de beoogde woningen in het plangebied geen hinder zullen ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Daarom wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd resulteert de voorgenomen ontwikkeling niet in een beperking voor de bedrijvigheid en uitbreidingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. 4.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
24
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.6
Geur
4.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur per units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstand eisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv.
Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. De Wgv bevat een regeling (art. 14, lid 2 en 3) voor ondermeer voormalige bedrijfswoningen en compensatiewoningen in het kader van Rood voor rood. Het tweede lid van artikel 14 luidt: Voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en; in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij; ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. 4.6.2
Activiteitenbesluit
Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
25
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.6.3
Situatie plangebied
In voorliggend geval zijn enkele (melk)veehouderijen rondom de kern Makkinga gelegen. Hiervoor gelden vaste afstanden. Deze is voor binnen de bebouwde kom 100 meter, in voorliggend geval ligt de dichtstbijzijnde veehouderij op circa 220 meter, aan de Oosterweg 18. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de vaste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Overige agrarische bedrijven bevinden zich op grotere afstand. Omgekeerd worden eveneens de agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt. 4.6.4
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Ecologie
4.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.7.2
Gebiedsbescherming
4.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 (zie: ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is 'Drents-Fries Wold & Leggelderveld' op een afstand van circa 2,9 kilometer. Om de gevolgen van de gewenste ontwikkeling wat betreft stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen is een AERIUS-berekening door BJZ.nu uitgevoerd. Deze is in Bijlage 5 bij deze toelichting bijgevoegd. In de komende alinea worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Tot slot wordt opgemerkt dat, vanwege de ruime afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden, op voorhand wordt geconcludeerd dat het voornemen door geluid, licht of trillingen geen negatieve effecten veroorzaakt voor Natura 2000-gebieden.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
26
Muldersveld Makkinga vastgesteld
4.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangemerkt als NNN liggen op circa 1,4 kilometer van het plangebied. Gezien de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 4.7.2.3 Natuur buiten NNN In de Verordening Romte Fryslân heeft de provincie overige natuur aangewezen onder de noemer 'natuur buiten NNN'. Met als doel bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld bosgebieden en natuurlijke elementen zoals houtwallen en water te behouden, herstellen en ontwikkelen. In beginsel is een nieuwe ontwikkeling binnen 'natuur buiten NNN' niet toegestaan. Enkel wanneer er sprake is van een noodzakelijke ruimtelijke ingreep van openbaar belang kan ingestemd worden met het een planvoornemen. Natuur buiten NNN kent geen externe werking. In voorliggend geval grenst het plangebied in het westen aan 'natuur buiten NNN'.