CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BP Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 te Waskemeer29.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De maximale geluidbelasting bedraagt 53 dB. Daarmee wordt voor deze woningen niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de overige woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen tot aan de voorkeursgrenswaarde stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en financiële aard; Er kan een hogere waarde aangevraagd worden van 53 dB voor woning 8 en 49 dB voor woning 9; Het blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer ter plaatse van meerdere gevels de 53 dB overschrijdt, zie tabel 5 in de rapportage. Daarmee wordt voor deze gevels niet voldaan aande eisen uit het Bouwbesluit. Extra geluidwerende voorzieningen zijn voor deze gevels noodzakelijk. Dit zal in een gevelweringsonderzoek moeten worden aangetoond. Voor de overige gevels wordt voldaan aan de maximale waarde van 53 dB. In de regels wordt een bepaling opgenomen dat de karakterstieke geluidwering van uitwendige scheidingsconstructie van de woningen van minimaal 25 dB moet bedragen. Met inachtneming van de voorgestelde maatregelen en vaststelling van de hogere grenswaarden, vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor het realiseren van de voorgenomen plannen en is er sprake van een aanvaardbaar 'woon- en leefklimaat'. Railverkeerslawaai en industrielawaai zijn hier niet aan de orde.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

24

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Deze planontwikkeling voorziet in de bouw van 11 extra woningen en behoud van de bestaande (bedrijfs)woning. De voormalig agrarische bedrijfsgebouwen worden verwijderd. Deze extra woningen zullen extra verkeersbewegingen opleveren.

Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 89 per dag gesteld worden. Er zal gemiddeld één vrachtwagen per week langs komen, waardoor het percentage vrachtverkeer op 1% gezet kan worden. In figuur 4.2 is de worst-case berekening weergegeven met 89 extra voertuigbewegingen.

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Tevens zullen er in de praktijk per saldo minder verkeersbewegingen zijn, vanwege het feit dat het bedrijfsmatige verkeer dat hoort bij het agrarische bedrijf ook verdwijnt. Daar zal gemiddeld meer vrachtverkeer bij zijn, dan bij woningen. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

25

planontwikkeling.

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

26

In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 4.3 is een uitsnede van de risicokaart te zien, met daarop het plangebied rood omkaderd.

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Toets De dichtstbijzijnde risicobron is een opslagtank (propaan/propeen) op een afstand van minimaal 488 meter van het plangebied. Rondom de tank geldt brand- en explosieaandachtsgebied (de cirkels). Deze gebieden liggen op ruim voldoende afstand van het plangebied. Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 488 m van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

27

4.8

Water

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2027 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het Wetterskip heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027 "En wat doen we morgen met water?". Het Wetterskip heeft drie hoofdtaken: zorg voor veilgheid achter de dijken; zorg voor voldoende water; zorg voor schoon water.

Toets Op 25 april 2023 is de digitale watertoets voor dit plan uitgevoerd, zie Bijlage 9 Watertoets. Hieruit volgt dat de normale procedure moet worden doorlopen. Voor het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt het Wetterskip met de Leidraad Watertoets. Daarin staan voor alle wateraspecten de uitgangspunten omschreven en hieronder opgenomen. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m² onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m² in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.

Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Er is een gescheiden rioolstelstel, waarbij het hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Uitgangspunt voor de nieuwe woningbouw is dat het hemelwater wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan via wadi's. Het vuilwater zal via het rioolstelsel worden afgevoerd. De watergang langs de Bakkeveensterweg (gemeentelijk eigendom) blijft behouden. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor realiseren van de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

28

4.9

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden die is uitgevoerd door Natuurbank Overijssel, zie Bijlage 4 Quickscan natuurwaarden. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt ten oosten van op een afstand minimaal 290 meter van gronden die tot NNN behoren. De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument.

Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, (Bakkeveense Duinen), ligt op 2,1 km ten noorden van het plangebied. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. Stikstofberekening Voor dit bestemmingsplan zijn twee stikstofberekeningen (AERIUS) uitgevoerd, één voor de aanlegfase en één voor de gebruiksfase. De berekeningen zijn opgenomen in Bijlage 7 Stikstofberekening. Stikstofberekening bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Hieronder worden de resultaten/conlcusies besproken. Voor de concrete inhoud wordt verwezen naar de bijlage. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2023.0.1. Voor de aanlegfase is gerekend voor het rekenjaar 2024, omdat het woningbouwplan naar verwachting pas in dat jaar kan worden uitgevoerd i.v.m. het doorlopen van de ruimtelijke procedure.

Voor de gebruiksfase van de woningen is gerekend voor het rekenjaar 2025, omdat uit is gegaan van een doorlooptijd van 1 jaar voor de bouw van de woningen. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. In de bijlage van de rapportage is een uitdraai van de resultaten van de AERIUS Calculator opgenomen. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. In de bijlage is een uitdraai van de resultaten van de AERIUS Calculator opgenomen. Aanleg- en gebruiksfase De totale NOx-emissie in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt voor het rekenjaar 2024 in totaal 41,4 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 1,2 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Conclusie Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de voorliggende AERIUS-berekening is aangetoond dat dit zowel in de aanlegfase van de ontwikkeling als in de gebruiksfase niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase is er dan ook geen sprake van een meetbare depositie. Gelet op het vorenstaande wordt een nader onderzoek derhalve niet noodzakelijk geacht.

De AERIUS Calculator 2022 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura-2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase is

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

29

er dan ook geen sprake van een meetbare depositie. Gelet op het vorenstaande wordt een nader onderzoek derhalve niet noodzakelijk geacht. De AERIUS Calculator 2023.0.1 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura-2000- gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator 2023.0.1 zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling

Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien beplanting wordt verwijderd en de stallen worden gesloopt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een vaste (winter)rust en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'doden' en `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats'. Initiatiefnemer dient in het kader van de zorgplicht echter alles in het werk te stellen om het onnodig doden van beschermde dieren te voorkomen. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dient gepoogd te worden de dieren weg te jagen of om ze te vangen (om elders los te laten). Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied voor verschillende voorkomende diersoorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor deze planontwikkeling.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

30

Archeologie Het bodemarchief is door de provincie in kaart gebracht op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Deze bestaat uit twee advieskaarten: één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr) en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr - 1500 n Chr). Op basis van FAMKE is voor de eerstgenoemde periode geen onderzoek nodig, voor de perode ijzertijd - middeleeuwen wordt een archeologische quickscan geadviseerd bij ingrepen groter dan 5.000 m². Toets In het bestemmingsplan Buitengebied heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5'. De onderstaande afbeelding geeft een uitsnede weer van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Ooststellingwerf. Het plangebied heeft middelhoge archeologische verwachting. Hierbij geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld. De omvang van de totale bodemverstoring in het plangebied dieper dan 40 cm zal minder dan 2.500 m² bedragen. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap.

Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In het vigerende bestemmingsplan heeft onderhavig plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' en een gedeelte "Waarde - Cultuurhistorie 1". De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 2' richt zich op het beschermen van delen van het landschap van de hoogveenontginningen waar het wijkenpatroon als drager van de landschappelijke hoofdopzet nog sterk aanwezig is. Ook de concentratie van bebouwing in lange linten is een van de cultuurhistorische waarden van het hoogveenontginningslandschap. Deze concentratie van bebouwing leidt tot visueel meer open gebieden tussen de bebouwingslinten. De dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie 1" richt zich op het besschermen van delen van de landschappen: essenlandschap, heideontginningen, woudontginningen. Van deze landschappen zij de landschappelijke en cultuurhistoriesche kenmerken in onderlinge samenhang nog duidelijk aanwezig. Het plangebied betreft in de huidige situatie een weiland en een agrarisch erf.

In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig waar het initiatief een effect op kan hebben. De bebouwing vindt plaats als lintbebouwing langs de Bakkeveensterweg. Aan de westzijde blijft een deel van het bestaande weiland behouden en zal de perceelsgrens aan de westzijde worden versterkt door beplanting met bomen. Het plan is van een dermate schaalniveau dat het geen invloed heeft op de bovengenoemde cultuurhistorische waarden. De dubbelbestemming is in het plan overgenomen.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer De woningen in het zuidelijke gedeelte van het plangebied ontsluiten via drie aan te leggen inritten op de Bakkeveensterweg. De rijwoningen zullenl via een aan te leggen inrit van het ontsluiten op de weg. Het grootste gedeelte van het plangebied ligt in de bebouwden kom en kent de weg een maximumsnelheid van 30 km/uur (asfalt). Voor het gedeelte in het buitengebied geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur (asfalt). Verkeer In de CROW-richtlijn 381 'Toekomstbestendig parkeren (van parkeerkencijfers naar parkeernormen) staan kengetallen die als richtlijn worden gehanteerd voor het berekenen van de parkeerbehoefte en de aantallen verkeersbewegingen die het plan met zich meebrengt. Het plangebied valt op basis van deze richtlijn in het gebied 'niet stedelijk' en 'rest bebouwde kom'.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

31

In de tabel van figuur 4.4 zijn de kengetallen voor de nieuw te bouwen woningen weergegeven.

Figuur 4.4: verwachte verkeersgeneratie (bron: Ad Fontem) Voor dit plan betekent dit een verwachte verkeersgeneratie van maximaal 90 verkeersbewegingen. Er is voldoende zicht en ruimte voor het verkeer bij het verlaten van het plangebied, waardoor op een veilige wijze het extra verkeer kan worden afgewikkeld. De weg heeft voldoende capaciteit om het verkeer van deze 11 woningen af te wikkelen. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren De gemeente Ooststellingwerf hanteert haar eigen parkeerkencijfers, zie Bijlage 10 Parkeercijfers gemeente Oostellingwerf. Daaruit volgt de volgende parkeerbehoefte, zie figuur 4.5

Figuur 4.5: parkeerbehoefte (bron: Ad Fontem) Voor de meest noordelijke woningen (rijwoningen) is op het voormalige agrarische erf ruimte ingericht voor vier parkeerplaatsen. Verder is er langs de eigen ontsluitingsweg ruimte voor parkeren ingericht, op de grasbetonblokken. Voorlangs de twee-onder-een-kapwoningen (langs de Bakkeveensterweg) is eveneens parkeren mogelijk op de aan te leggen grasbetonblokken. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

32

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Inleiding

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Opbouw van de regels

5.2.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Bedrijfsvloeroppervlak (bvo) Bij het bepalen van het bedrijfsvloeroppervlak (bvo) gaat het om ruimten die voor het publiek toegankelijk zijn alsmede ruimten die alleen voor personeel te bereiken is. Het bedrijfsvloeroppervlak betreft het oppervlak dat ligt binnen de uitwendige scheidingsconstructie, dus exclusief balkons, buitenmuren en scheidingswanden. Technische ruimten zijn ruimten waarin zich de technische apparaten bevinden die nodig zijn om onder andere het gebouw te verwarmen of te koelen en die alleen bereikbaar hoeven te zijn voor monteurs die onderhoud plegen aan de desbetreffende apparaten. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.2.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Nadere eisen: in deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de regels waaraan het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten; Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan; Specifieke gebruiksregels (indien van toepassing): in dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

33

bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruiksregels (indien van toepassing): in dit onderdeel is aangegeven dat met een omgevingsvergunning afgeweken kan worden ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via deze afwijkingsmogelijkheid kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ingrijpende ruimtelijke ingrepen worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid. 5.2.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: deze bepaling bevat algemene regels omtrent bouwhoogtes en ondergronds bouwen; Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels met betrekking tot het gebruik van de gronden en opstallen in het plangebied opgenomen. Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan en is een regeling ten aanzien van evenementen opgenomen. Algemene aanduidingsregels: dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van de op de verbeelding opgenomen geluidszones en veiligheidszones; Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om ontheffing te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: in deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene procedureregels: in deze bepaling staat aangegeven welke procedure dient te worden gevolgd bij de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen en het toepassen van een afwijkings- en een wijzigingsbevoegdheid. Overige regels: in dit artikel zijn onder meer voorwaarden opgenomen ten aanzien van de aspecten parkeren en laden en lossen. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid; Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro; Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen

Het plan kent verschillende bestemmingen, evenals dubbelbestemmingen. Deze worden hierna kort toegelicht. Een dubbelbestemming geldt naast de regeling die is verbonden aan de overige bestemmingen ter plekke, aan beide moet worden getoetst. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn binnen het bestemmingsplan aanduidingen te onderscheiden. Agrarisch

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

34

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgronden, behoud en herstel van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, een grondgebonden agrarisch bedrijf, al dan niet met een bestaande neventak intensieve veehouderij. Hierbij is aangesloten bij de bestaande agrarische bestemming. Groen De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor groenvoorzieningen. Daarbinnen zijn ondergeschikt ook parkeren, voet-/fietspaden, speelvoorzieningen en water toegestaan. Gebouwen en overkappingen zijn uitgesloten. Waarde - Archeologie 5 Voor de gronden binnen deze dubbelbestemming geldt voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor elke ingreep groter dan 2.500 m² of dieper dan 40 cm is in principe een vergunning noodzakelijk. De melding bij eventuele vondsten van archeologische resten, zullen in de praktijk worden gedaan bij de gemeente Ooststellingwerf als bevoegd gezag. Waarde - Cultuurhistorie 1 Voor de gronden binnen deze dubbelbestemming mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Op basis van een omgevingsvergunning is het mogelijk af te wijken voor verharden van zandpaden en aanleggen van verhardingen met meer dan 100 m².

Waarde - Cultuurhistorie 2 Voor de gronden binnen deze dubbelbestemming mede bestemd voor behoud, herstel en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Er is een vergunningenstelsel opgenomen voor de activiteit aanleggen. Wonen Binnen deze bestemming is een vrijstaande woning toegestaan, voor de andere woningen is op de verbeelding aangeduid hoeveel woningen er maximaal aaneen mogen worden gebouwd. De woning mag uitsluitend binnen de bestemming worden opgericht met de voorgevel in de gevellijn of maximaal 2 m erachter. Voor bijbehoreden bouwwerken geldt dat de toegestane maximale oppervlakte van bijgebouwen is afhankelijk van de perceelsomvang. Voor de bijgebouwen bij de rijwoningen is een specifieke aanduiding opgenomen, zodat op die plek alleen bijgebouwen zijn toegestaan.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

35

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiervoor is een anterieure overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

36

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Fryslân Conform het door de provincie Fryslân gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. Wetterskip Fryslân Op 25 april 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het wetterskip Fryslân. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. Participatie Vanuit de gemeente Ooststellingwerf is contact geweest met het bestuur van de ijsbaan en zijn er afspraken gemaakt over de bereikbaarheid. Op 18 juli 2023 heeft er een inloopbijeenkomst plaatsgevonden met de buurt.

Daaruit kwam naar voren dat de bewoners geen bebouwing tegenover de woning willen en het een te stedelijk plan vonden. Het plan is daarop aangepast: de rijenwoningen zijn verplaatst naar de noordzijde op de plek waar de agrarische bedrijfsbebouwing stond en haaks op de weg voor meer ruimte. Het zuidelijk deel bestaat uit twee-onder-een-kappers en een vrijstaande woning. In december 2023/januari 2024 volgt een tweede bijeenkomst voor de buurt over de gewijzigde plannen met aansluitend een bijeenkomst voor iedereen.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 28 december 2023 t/m 7 februari 204 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn zes zienswijzen ingediend en zijn allemaal ontvankelijk. De zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van de regels. In de Nota van zienswijzen (zie bijlage Bijlage 6 Nota van zienswijzen) zijn de zienswijzen uitgebreid behandeld en beoordeeld en is aangegeve of en zo ja welke, zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing. N.a.v. het advies van Brandweer Fryslân krijgt de ontwikkelaar als aandachtspunt mee dat er niet tijdig bluswater voorradig is, hiervoor dient een extra brandkraan te worden gerealiseerd op de bestaande waterleiding.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

37

Bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Bakkeveensterweg 13 Waskemeer bestemmingsplan NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01 vastgesteld

Datum:

mei 2024

Projectnummer:

22AF250

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Stedenbouwkundige schets

23

Bijlage 3

Aanmeldnotitie m.e.r.

25

Bijlage 4

Quickscan natuurwaarden

40

Bijlage 5

Verkennend (asbest)bodemonderzoek

75

Bijlage 6

Nota van zienswijzen

154

Bijlage 7

Stikstofberekening

187

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

215

Bijlage 9

Watertoets

245

Bijlage 10

Parkeercijfers gemeente Oostellingwerf

252

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

2

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

3

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

4

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES STEDENBOUW L A N D S C H A P

WONINGBOUW WASKEMEER

RUIMTELIJK ADVIES STEDENBOUW L A N D S C H A P

BEELDKWALITEITSPLAN

Wij maken plannen binnen uw ruimte!

ad fontem

AD FONTEM RUIMTELIJK ADVIES | ‘HET SPANJAARD’ | STATIONSSTRAAT 37 | 7622 LW BORNE | T 074-2557020 | E INFO@AD-FONTEM.NL

RUIMTELIJK ADVIES STEDENBOUW L A N D S C H A P

27-11-2023 | 22AF250

ad fontem

colofon ad fontem

Naam: Woningbouw Waskemeer Plantype: Beeldkwaliteitsplan Status: Definitief Datum: 27-11-2023 Projectnummer: 22AF250 Opdrachtgever: Kroon B.V. Opsteller: Ad Fontem Ruimtelijk Advies Contactpersoon: Rob Kersing

Ad Fontem ‘Het Spanjaard’ Stationsstraat 37 7622 LW Borne T 074-2557020 E info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl

RUIMTELIJK ADVIES STEDENBOUW L A N D S C H A P

Het Spanjaard 2

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

INHOUDSOPGAVE 01

02

03

04

3

INLEIDING 04

1.1 1.2 1.3

Aanleiding 04 Plangebied 04 Begrenzing 04

RUIMTELIJKE ANALYSE 08

2.1 2.2 2.3

Historie 08 Provinciaal beleid 10 Gemeentelijk beleid 10

ONTWERP 11

3.1 3.2 3.3

Toekomstige situatie 11 Ontwerp 11 Landschappelijke inpassing 12

TOETSING EN CRITERIA 15

4.1 4.2 4.3

Beeldkwaliteitsplan 15 Welstandsnota 15 Aspecten 15

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

01

INLEIDING

1.1

Aanleiding

1.2

Plangebied

1.3

Begrenzing

Voor de locatie aan de Bakkeveensterweg 13 en een perceel tussen de percelen Bakkeveensterweg 11 en 13 in Waskemeer is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen op het weiland tussen Bakkeveensterweg 11 en 13 woningbouw realiseren, in de vorm van 7 woningen, waarvan drie twee-ondereen-kap-woningen en één vrijstaande woning. De bestaande boerderij (Bakkeveensterweg 13) krijgt een reguliere woonbestemming. Daarnaast maakt het leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing plaats voor de bouw van vier (rijen)woningen. Het gebied waar het plan wordt uitgevoerd, bevindt zich aan de Bakkeveensterweg in Waskemeer, aan de noordkant van het dorp, op de grens tussen de bebouwde kom en het landelijke gebied (Afbeelding 1). Een aanzienlijk deel van het gebied valt binnen de bebouwde kom, terwijl een ander deel buiten de bebouwde kom ligt. Direct naast het gebied ligt een boerenerf. Aan de overkant en aan de zuidkant bevinden zich vrijstaande woningen en twee-ondereen-kapwoningen. De Bakkeveensterweg fungeert als een belangrijke verbindingsweg in de omgeving en leidt naar het dorp Bakkeveen.

In afbeelding 2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven met een blauwe omlijning. Op deze luchtfoto is de locatie aan de Bakkeveensterweg duidelijk zichtbaar. Het plangebied omvat zowel het agrarische bedrijf, inclusief het bouwvlak, als de grond waarop de woningbouw gepland is.

Afbeelding 1: Luchtfoto Waskemeer + ligging plangebied (bron: Google Earth) 4

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

Afbeelding 2: Begrenzing plangebied (bron: Google Earth) 5

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

Zicht op (bedrijfs)woning Bakkeveensterweg 13

Afbeelding 3: Bakkeveensterweg 13 (bron: Google Maps)

Zicht op perceel Bakkeveensterweg 13 vanaf Bakkeveensterweg

Afbeelding 4: Perceel Bakkeveensterweg 13 (bron: Google Maps)

Zicht op het plangebied vanuit Bakkeveensterweg

Afbeelding 5: Plangebied Bakkeveensterweg (bron: Google Maps) 6

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

‘Waskemeer is vernoemd naar het ven Waskmar’

02

RUIMTELIJKE ANALYSE 2.1

Historie

dorp nog bekend staat als Haulerwijk-Beneden, en de bebouwing langs de Haulerwijkstervaart zichtbaar is. Binnen het plangebied is de woning aan de Bakkeveensterweg 13 al te herkennen, deze werd gebouwd in het jaar 1910.

De naam Waskemeer vindt zijn oorsprong in het oudfriese woord ‘Weaze’, wat verwijst naar modderig water. De ontginning van dit veengebied begon vanuit Drachten, en in de eerste helft van de 18e eeuw werd een dwarsvaart aangelegd die later de basis zou vormen voor het dorp Haulerwijk. Dit markeerde het begin van de geschiedenis van Waskemeer, destijds nog bekend als de “Kromten”. In 1758 begon men al met het ontginnen van veen in Waskemeer, waarbij grond beschikbaar werd gesteld voor landbouwdoeleinden.

Vanaf het jaar 1954 verkreeg het dorp zijn officiële dorpsstatus en werd de naam gewijzigd naar Waskemeer, ter ere van het ven ‘Waskmar’, dat zich op ongeveer 2 kilometer ten oosten van het dorp bevindt. Dit ven diende vroeger als wasplaats voor schapen, wat de naam verklaart, aangezien “wask” staat voor “wassen” en “meer” verwijst naar een watergebied.

Afbeelding 6 toont een kaart uit 1930 waarop het

Woning uit 1910 Woningen aan de Bakkerveensterweg Haulerwijkstervaart

Woningen tussen Oude Wijk en de Kruisweg

Afbeelding 6: 1930 (bron: Topotijdreis)

8

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

Afbeelding 7: 1970 (bron: Topotijdreis)

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

Afbeelding 9 laat een kaart uit 2022 zien, en in vergelijking met het jaar 2000 zijn er maar weinig veranderingen en ontwikkelingen opgetreden gedurende deze periode.

Op afbeelding 7 wordt een kaart uit 1970 weergegeven, waarop duidelijk te zien is dat het dorp naar het zuiden is uitgebreid tussen de Oude Wijk en de Kruisweg. Bovendien zijn de woningen aan de Bakkeveensterweg op deze kaart ingetekend. Afbeelding 8 toont een kaart uit het jaar 2000, waarop duidelijk zichtbaar is dat er woningbouw is uitgebreid ten oosten van de Kruisweg en langs de Kromten. Bovendien zijn er schuren en hallen opgetrokken bij De Bult, evenals enkele langs de Haulerwijkstervaart. Ook de bedrijfshal aan de Bakkeveensterweg 13 is nu duidelijk zichtbaar op deze kaart.

Bedrijfshal Bakkeveensterweg 13

Woningen aan de Kruisweg en de Kromten

Hallen en schuren bij De Bult en langs de vaart

Afbeelding 8: 2000 (bron: Topotijdreis)

9

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

Afbeelding 9: 2022 (bron: Topotijdreis)

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

2.2

Provinciaal beleid

Op 23 september 2020 heeft de provincie Fryslân de Omgevingsvisie “de romte diele” vastgesteld. De voornaamste doelstelling van de provincie is het bevorderen van algemene welvaart in een levendig, flexibel, authentiek en gezond Fryslân, ter verbetering van de leefomgeving voor de Friese bevolking. De geplande ontwikkeling omvat woningbouw in Waskemeer, met als doel het dorp aantrekkelijker te maken door diverse woningtypen aan te bieden voor verschillende doelgroepen, waaronder senioren en starters. De transformatie van voormalige agrarische gronden en de uitbreiding van de woonwijk van Waskemeer zijn nodig om aan de vraag te voldoen, aangezien andere geschikte locaties op korte termijn niet beschikbaar zijn. Deze ontwikkeling wordt zorgvuldig uitgevoerd met aandacht voor de natuurlijke omgeving en landschapskwaliteit, en voldoet aan provinciale beleidsrichtlijnen.

2.3

jong en oud. Lokale initiatieven voor woningbouw voor jongeren en ouderen worden van harte ondersteund. Het liefst zelfs in combinatie zodat zorgen voor en ‘omtinke foar elkoar’ meer natuurlijk wordt. Daarbij wordt eerst ruimte gezocht in het omvormen van bestaande panden en erven of het beperkt toevoegen van nieuwe woningen in de bestaande linten. Daarna wordt naar uitbreiding op kleine schaal bij het dorp gekeken.

Het plan heeft betrekking op de realisatie van woningen waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de doelgroepen senioren en starters. De tweekappers zullen, als variant, met een seniorenplattegrond worden aangeboden (baden en slapen op de begane grond). In het bouwblok ten noorden van de boerderij worden binnen één bouwvolume, vier rijenwoningen gerealiseerd. Deze eengezinswoningen zullen worden aangeboden in het goedkopere marktsegment.

Gemeentelijk beleid

Op 23 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ooststellingwerf goedgekeurd. Deze visie is het richtinggevende document van de gemeente met betrekking tot de leefomgeving en vervangt de voorgaande gemeentelijke structuurvisie. De Omgevingsvisie schetst het toekomstbeeld van de gemeente, waarbij zij een blik werpen op de komende 15 jaar. De visie benadrukt de ambities en de concrete uitdagingen waaraan in de nabije toekomst gewerkt wordt. Deze uitdagingen vormen de eerste stappen in het proces om de ambities te verwezenlijken. Wat betreft Waskemeer staat het volgende in de visie: Waskemeer is vooral een woondorp. Goed wonen in een groene omgeving staat hier voorop. In dit dorp wil de gemeente zorgen dat er passende woningen zijn voor

10

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

Afbeelding 10: Wolkom yn Fryslân (bron: Provinsje Fryslân)

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

03

ONTWERP

3.1

Toekomstige situatie

3.2

Ontwerp

Het ontwerp omvat een diversiteit aan woningtypen. Het noordelijke deel van het plan bestaat uit een rijtjeswoning met vier eenheden binnen één bouwvolume, waarvan de oostelijk wooneenheid richting de weg is gesitueerd en als voorhuis dient. De bergingen zijn aan de noordzijde gepland. Er zijn 4 vaste parkeerplekken in de berging gesitueerd. Verder is er extra ruimte naast de berging om te parkeren. De tuinen zijn via een achterpad bereikbaar. De rijtjeswoningen worden ontworpen met een uiterlijk dat doet denken aan een schuur.

Bakkeveensterweg

Het geplande project omvat de bouw van elf nieuwe woningen. Hiervan zullen vier woningen worden gebouwd op het boerenerf als rijtjeshuizen. De overige zeven woningen worden gerealiseerd op het grasland, waarvan drie twee-onder-eenkapwoningen en één vrijstaande woning. Deze woningen zullen zich richten op de Bakkeveensterweg.

De woningen in het zuidelijke deel van het plan hebben directe toegang door een lange oprit tot en vanaf de Bakkeveensterweg. De aanwezige sloten en een nieuwe toegevoegde watergang achter de woningen zullen dienen voor waterberging. De groenstrook tussen de nieuw te realiseren woningen en de rijbaan zal worden ingericht als wadi. Naast de te graven watergang aan de westzijde van het plan zal deze wadi een waterbergende functie vervullen. Het ontwerp is in lijn met het bescheiden dorpskarakter van Waskemeer, met een focus op woningen met een lage dakrand en ruime dakvormen. Een grondige analyse van het gebied is uitgevoerd en heeft geleid tot een schetsontwerp met specificaties over het woningtype, de locatie, parkeervoorzieningen en toegankelijkheid. Bovendien is in dit stedenbouwkundig plan een analyse van het landschap geïntegreerd, die als basis dient voor de harmonieuze inpassing van de woningen in de omringende natuurlijke omgeving. 11

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

Afbeelding 11: Toekomstige situatie (bron: Ad Fontem) AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

3.3

Landschappelijke inpassing

Elzensingel De noordzuidelijke richting van de oorspronkelijke kavel zal aan de westzijde van het plangebied benadrukt worden met de aanplant van een elzensingel. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek. De aanplant vindt plaats in een enkele rij met zwarte elzen (Alnus glutinosa). De onderlinge afstand voor aanplant is minimaal 1 meter. Perceelrandbegroeiing Aan de oostzijde zal kavelrichting benadrukt worden met perceelrandbegroeiing in de vorm van diverse inheemse bomen. Aanplant met de soorten linde (Tilia cordata), berk (Betula pubescens/betulus) of zwarte els (Alnus glutinosa).

Fruitbomen Hoogstamfruitbomen zijn kenmerkend voor boerenerven en kunnen williekeurig en langs de noordelijke en oostelijke perceelsgrens aangebracht voor een erfuitstraling. De aanplant van Malus, Pyrus en Prunus wordt geadviseerd. Hagen Hagen kunnen zorgen voor een groene structuur op het voormalig boerenerf en het woonwijkje met nieuwbouwwoningen. De haag kan gebruikt worden als groene erfafscheiding. De soorten Meidoorn (Crataegus monogyna), Beuk (Fagus sylvatica) of Veldesdoorn (Acer campestre) worden geadviseerd. Voor de erfinrichting is er geen zeggenschap, maar de voorgaande punten worden beschouwd als suggesties.

Bakkeveensterweg

Erfbomen Op veel boeren erven zijn erfbomen te vinden. Aangeplant als solitair of juist in groepsverband met een praktisch doel of als statussymbool zijn de bomen belangrijk voor het aanzicht van het landschap. Voor het boerenerf kan een toekomstboom worden geplant te midden van de bebouwing, met keuze uit de soorten Kastanje (Castanea), Walnoot (Juglans regia) of Linde (Tilia cordata). Aan de achterzijde van de tuinen kan een houtwalletje worden aangelegd als rugdekking en camouflage.

Legenda Perceelrandgroeiing

Legenda inpassingsmaatregelen

Erfbomen

Hoogstamfruitbomen

Elzensingel Hagen Afbeelding 12: Toekomstige situatie (bron: Ad Fontem)

12

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

Omgevingsvisie De oude veenontginningen in dit gebied zijn nog goed te zien door een ritme van wijken haaks op de vaart. De vaart ligt duidelijk herkenbaar in het landschap door de bomen aan weerszijden. Langs de vaart liggen de halfopen en dichte bebouwingslinten van Haulerwijk en Waskemeer. De bebouwing is sober en eenvoudig, het is nooit een rijk gebied geweest.

LEGENDA Cultuur

Grote wegen

Hechte gemeenschap

Watergangen

Taalgrens

Spoor

Tentfeeesten

Beekdalen

Oudjaarsploegen

Kernen

Sportcultuur

Bedrijventerrein Natuur

Bos

Natuur(lijk) Heide Stilte Veen Donker Lintbebouwing Historie Zandruggen

Authentieke plekken

Essen

Beschermde dorpsgezichten

Gebieden Het Friese Ooststellingwerf Het westelijke Ooststellingwerf Het Drentse Ooststellingwerf

Waardenkaart Ooststellingwerf

Waskemeer zijn vooral woondorpen. Goed wonen in een groene omgeving staat hier voorop. In deze dorpen zorgen we dat er passende woningen zijn voor jong en oud.

Beleving

Het hart van Ooststellingwer

Recreatie Fietsnetwerk / mtb Attracties Winkelen Turfroute Bereikbaarheid auto

Afbeelding 13: Waardenkaart (bron: Gemeente Ooststellingwerf)

• •

13

27-11-2023 - 22AF250 - WONINGBOUW WASKEMEER

Ontwikkelingen passen in het landschap en versterken de kwaliteiten van het landschap; Verder bouwen aan de bestaande lintstructuren;

• •

Ruimte geven voor nieuwe woningen binnen de dorpen door inbreiding; Stimuleren van lokale initiatieven voor woningbouw voor jongeren en ouderen. AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

Landschapstype en typering bestaande erven Het plangebied is onderdeel van het kleinschalig hoogveen-ontginningslandschap. De ruimtelijke kwaliteit van dorpen Waskemeer en omgeving wordt mede bepaald door het omliggende landschap. Voor veel streekdorpen geldt dat het van belang is de doorzichten naar het open landschap te behouden. • • • •

Doorzichten vanuit de bebouwing naar het buitengebied zorgen voor een relatie tussen dorp en landschap en moeten daarom behouden blijven Hout- en elzensingels in de lengterichting van de verkaveling De erfbeplanting loopt over in de perceelsrandbeplanting in het buitengebied en versterkt zo de structuur van het landschap Het kleinschalige patroon van sloten en beplanting zorgt voor een duidelijke identiteit.

ristiek

van- het- gebied- wordt- bepaald- doorende-verkaveling-haaks-op-de-hoofd-

e-afstand-liggende-wijken. n- die- door- beplante- wegen- worden-

-ligt-enerzijds-geconcentreerd-aan-dewegen- langs- de- hoofdvaarten- en- anreid-aan-de-meestal-rechte-wegen-inLandschapskarakteristiek de-gebied.- -- De- structuur- van- het- gebied- wordt- bepaald- dooreen-opstrekkende-verkaveling-haaks-op-de-hoofden-tot-tweezijdig-beplant.

Afbeelding 14: Landschapkarakteristiek 1 (bron: Handleiding inpassing erven vaart. -- Op-regelmatige-afstand-liggende-wijken. Ooststellingwerf)

14

-27-11-2023 - Open- gebiedendiedoor- beplante-WASKEMEER wegen- worden- 22AF250 - WONINGBOUW begrensd.-

Afbeelding 15: Landschapkarakteristiek 2 (bron: Handleiding inpassing erven Ooststellingwerf) AD FONTEM - RUIMTELIJK ADVIES

04 4.1

TOETSING EN CRITERIA

Beeldkwaliteitsplan

4.2

Welstandsnota

De welstandsnota is in juni 2009 door de gemeente Ooststellingwerf aangenomen. In deze welstandsnota worden richtlijnen vastgesteld met betrekking tot de kenmerken van de bestaande bebouwing, de openbare ruimte, het landschap, de stedenbouwkundige context, de omvang, structuur, verhoudingen, details, materialen, kleuren en de samenhang van gebouwen. Het gebiedsgerichte welstandscriteria vormt hier een integraal onderdeel van. Dit gebiedsgerichte beoordelingskader is een instrument dat de gemeente in staat stelt om met behulp van een methodologie die is ontwikkeld door Hûs en Hiem, zowel de bestaande visuele en ruimtelijke kwaliteit te beschrijven en te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=e6e3a819-3e47-432f-9fb3-12a0360353d2