CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BP Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 te Waskemeer29.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Bakkeveensterweg 13 Waskemeer bestemmingsplan NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01 vastgesteld

Datum:

mei 2024

Projectnummer:

22AF250

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Bakkeveensterweg 13 Waskemeer

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

3 3 3 5 6 6

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 8

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Fryslân 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 13 15

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren

19 19 20 21 22 23 24 26 28 29 30 31

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

33 33 33 34

Hoofdstuk 6

36

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

37 37 37

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

2

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor de locatie aan de Bakkeveensterweg 13 en een perceel tussen de percelen Bakkeveensterweg 11 en 13 in Waskemeer is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen op het weiland tussen Bakkeveensterweg 11 en 13 woningbouw realiseren, in de vorm van 7 levensloopbestendige woningen en aan de noordzijde een volume met daarin vier rijtjeshuizen. Onderdeel van deze ontwikkeling is het wijzigen van de agrarische bestemming van het perceel Bakkeveensterweg 13 in een woonbestemming en de sloop van leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing op het voormalige agrarische erf. Deze totaalontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied bestaat uit het agrarische perceel Bakkeveensterweg 13 in Waskemeer en het perceel (weiland) tussen de nummers 11 en 13 aan deze weg. Het plangebied grenst aan de noordrand van de kern Waskemeer. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Donkerbroek, sectie B, perceelnummers 11376 en 11377 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

3

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron:PDOKviewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de planlocatie aan de Bakkeveensterweg te zien is. In het plangebied is het agrarisch bedrijf (inclusief bouwvlak) meegenomen en de gronden waarop de woningbouw is gepland. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer)

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016'. Het bestemmingplan 'Buitengebied 2016' is door de gemeenteraad van Ooststellingwerf op 22 maart 2016 vastgesteld. Tevens is het bestemmingsplan "Buitengebied, Veegplan 2018" van toepassing (vastgesteld op 26 maart 2019) waarin een aantal aanpassingen zijn ondergebracht. Op www.ruimtelijkeplannen.nl is een geconsolideerde versie van de geldende bestemmingsplan te zien. Deze heeft geen juridische status, maar levert een goede leesbaarheid van de bestemmingsplannen op. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron:www.ruimtelijkeplannen.nl) Bakkeveensterweg 13 Ter plaatse van het perceel Bakkeveensterweg 13 geldt een agrarische bestemming en is een bouwvlak toegekend. Daarnaast geldt de dubbelbestemming waarde- Cultuurhistorie 2 (westelijk gedeelte perceel), 'Waarde- Archeologie 5' en de gebiedsaanduiding 'overige zone-recreatieve zone'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgronden, behoud en herstel van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, een grondgebonden agrarisch bedrijf, al dan niet met een bestaande neventak intensieve veehouderij, aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte glastuinbouw, dagrecreatief

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

5

medegebruik, in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen'. Daaraan ondergeschikt zijn toegestaan: het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep, aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten, een bed & brochje, bestaande nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf. Er is één bedrijfswoning toegestaan, met een oppervlakte van maximaal 175 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt. Tevens zijn bestaande wegen, voet-, fiets- en ruiterpaden en landbouwontsluitingswegen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van het waterbeheer, groenvoorzieningen, water, tuinen, erven en terreinen en paardenbakken toegestaan. De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.

Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 40 cm beneden het maaiveld wordt geroerd, met uitzondering van: bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid; bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m² ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen. Middels omgevingsvergunning kan van bovenstaande worden afgeweken, onder meer als middels een archeologisch onderzoek wordt aangetoond welke waarden aanwezig zijn en op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd. Binnen de 'overige zone-recreatieve zone' worden, met omgevingsvergunning, mogelijkheden geven voor kleinschalige verblijfsrecreatie (campingplaatsen en trekkershutten). Perceel weiland Voor de andere gronden geldt een agrarische bestemming (geen bouwvlak). Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde-cultuurhistorie 2' voor een gedeelte van het perceel (westelijk gedeelte). De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Er is een vergunningenstelsel opgenomen voor de activiteit aanleggen: het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning sloten te dempen en te verleggen. Daarnaast kennen de gronden de gebiedsaanduiding 'overige zone-recreatieve zone'. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om deze woningbouwontiwkkeling te realiseren. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Bakkeveensterweg 13 Waskemeer' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

6

Hoofdstuk 2

Het plan

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Bakkeveensterweg in Waskemeer, aan de noordkant van het dorp op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied. Een groot gedeelte van het plangebied ligt in de bebouwde kom, een gedeelte (het erf van Bakkeveensterweg 13) ligt buiten de bebouwde kom. Aan de overzijde en aan de zuidzijde van het plangebied bevinden zich woningen (een vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen). De Bakkeveensterweg is een belangrijke ontsluitingsweg in noordelijke richting. Het plangebied bestaat uit het erf van het agrarische bedrijf op perceel Bakkeveensterweg 13, dat bestaat uit een (bedrijfs)woning met enkele agrarische schuren en bijbehorende voorzieningen zoals een mestsilo. Daarnaast is er een paardenbak aanwezig. Het plangebied is omgeven door watergangen met daarlangs een aantal bomen. Aan de westzijde van het plangebied bevindt (in de winter) een ijsbaan en meer grasland. Aan de noordkant van het agrarische bedrijf loopt een pad vanaf de Bakkeveensterweg in westelijke richting, om de achterliggende gronden te kunnen bereiken. Hiervoor is een recht van overpad gevestigd (niet beschreven in het kadaster). In de figuren 2.1 en 2.2 zijn foto's van het agarische bedrijf te zien.

Figuur 2.1: Zicht op (bedrijfs)woning Bakkeveensterweg 13 (bron: GoogleMaps)

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

7

Figuur 2.2: Zicht op het agrarische bedrijf vanaf Bakkeveensterweg (bron: GoogleMaps) Ten zuiden van het plangebied, achter de bossingel op de zuidelijke perceelgrens worden in de nabije toekomst een twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning gerealiseerd. Dat is planologisch inmiddels geregeld. De Bakkeveensterweg kenmerkt zich door enkele vooroorlogse boerderijen en naoorlogse woningbouw met voornamelijk vrijstaande woningen. De bebouwing aan de oostzijde van het plangebied heeft de nokrichting vooral haaks op de weg liggen. Verder naar het zuiden is de nokrichting ook wel parallel op de weg. De nieuwe woningbouw is gepland tussen het agrarische bedrijf van Bakkeveensterweg 13 en de bestaande woningbouw aan de zuidkant. Dit gebied bestaat uit agrarische gronden. In figuur 2.3 zijn deze weilanden te zien.

Figuur 2.3: Zicht vanaf Bakkeveensterweg op de weilanden (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

De beoogde planontwikkeling voorziet in elf nieuwe woningen, waarvan het voormalig agrarische erf onderdeel uitmaakt. De tien woningen bestaan uit zes twee-onder-eenkapwoningen en vier rijwoningen. De twee-onder-een-kapwoningen zijn gericht op de Bakkeveensterweg. De rijwoningen vormen één volume, waarvan de oostelijke wooneenheid op de weg is georiënteerd en worden op het voormalig agrarisch erf wordt gesitueerd. Onderdeel van deze ontwikkeling is de sloop van 1.160 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de toekomstige situatie.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

8

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Ad Fontem) Ontwerp Het ontwerp bestaat uit een mix van verschillende woningbouwtypes en omvat 11 nieuwe woningen en de bestaande woning die deel uitmaakte van het voormalige agrarische erf. Het noordelijke deel van het plan bestaat uit één bouwvolume bestaande uit vier rijtjeswoningen, waarvan de oostelijke wooneenheid is gericht op de Bakkeveensterweg. De bergingen zijn aan de noordzijde gepland en krijgen gezamenlijk de vorm van een kapschuur. Er zijn vier parkeerplaatsen in de berging gesitueerd en tevens vier parkeerplaatsen ernaast. De tuinen zijn via een achterpad bereikbaar. De rijtjeswoningen worden ontworpen met een uiterlijk dat doet denken aan een schuur met een voorhuis (op het voormalige agrarische erf). De woningen in het zuidelijke deel van het plan hebben directe toegang door een lange oprit

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

9

tot en vanaf de Bakkeveensterweg. De aanwezige sloten en een nieuwe aan te leggen watergang achter de woningen, zullen dienen voor waterberging. De groenstrook tussen de nieuw te realiseren woningen en de rijbaan zal worden ingericht als wadi. Naast de te graven watergang aan de westzijde van het plan deze wadi een waterbergende functie vervullen. Het ontwerp is in lijn met het bescheiden dorpskarakter van Waskemeer, met een focus op woningen met een lage dakrand en ruime dakvormen. Een grondige analyse van het gebied is uitgevoerd en heeft geleid tot een schetsontwerp met specificaties over het woningtype, de locatie, parkeervoorzieningen en toegankelijkheid. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Daarin is een ruimtelijke analyse van het gebied uitgevoerd. Aan de hand daarvan is een schetsontwerp gemaakt met een toelichting op het type woning, de situering, hoe het parkeren en de ontsluiting is ontworpen. In dit stedenbouwkundige plan is eveneens een analyse van het landschap weergegeven en deze is als basis gebruikt voor de landschappelijke inpassing van het gebied om op deze wijze te zorgen dat de woningen op een bij het landschap passende wijze wordt ingepast. In figuur 2.4 is de schets van de landschappelijke inpassing te zien.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

10

Figuur 2.4 Landschappelijke inpassing (bron: Ad Fontem)

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

11

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generatie. Toets De voorgenomen ontwikkeling past binnen sterke en gezonde steden en regio's. Het voorliggende plan biedt de mogelijkheid om het woon- en leefklimaat te verbeteren. Daarnaast biedt de woningbouw de ruimte om te voorzien in de landelijke behoefte aan woningen. Het plan raakt verder geen nationale belangen en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

12

leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Het plangebied ligt aan de rand van kern Waskemeer en voorziet in de woningbouw van 11 nieuwe woningen waarvan één woning ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing. In de jurisprudentie zijn diverse uitspraken gedaan over wanneer een ontwikkeling als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien, en dus de Ladder van toepassing is, en wanneer niet. Voor woningbouwontwikkeling is uitgesproken dat het realiseren van 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het ontwikkelen van een plan met 12 woningen wordt wel gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Echter is ook bepaald dat wanneer de Ladder niet van toepassing is, er gemotiveerd zal moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Dit plan valt met het realiseren van 11(extra) woningen onder de grens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Daaruit volgt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. In de toelichting wordt ingegaan op het feit dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat het plan uitvoerbaar is.

3.2

Provinciaal beleid Fryslân

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De provincie Fryslân heeft op 23 september 2020 de Omgevingsvisie vastgesteld (genaamd: de romte diele). De hoofdambitie van de provincie is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân voor de Friese leefomgeving. Dit is vertaald in vier ambities (tekst vanuit de Provincie geschreven): 1. Vitaal betekent dat we streven naar brede welvaart door slimme economische groei: dat is groei die een positieve bijdrage levert aan de ambities. Een sterke, groene economie genereert de middelen om te investeren in omgevingskwaliteiten. Het zorgt ervoor dat de steden, de dorpen en het platteland leefbaar zijn en blijven. Dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn. Dat de bereikbaarheid goed is. En dat leegstand en verpaupering van bebouwing zijn teruggedrongen. 2. Veerkrachtig betekent dat we in Fryslân ingrijpende ontwikkelingen kunnen opvangen. Veranderingen in het klimaat bijvoorbeeld, waardoor we het energiegebruik moeten terugdringen. We willen dat de Friese steden, dorpen en landschappen robuust zijn en tegen een stootje kunnen. We willen dat onze economie circulair en veelzijdig is zodat economische kansen ten volle benut kunnen worden en eventuele tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. 3. Karakteristiek betekent dat we onze identiteit willen behouden.

De Friese ruimte heeft een eigen karakter met onder andere terpen, de Wadden, het coulisselandschap. Die herkenbaarheid willen we behouden en gebruiken bij nieuwe plannen. 4. Gezond betekent een goede kwaliteit van de bodem, het water en de lucht. We willen de provincie ook in een goede staat doorgeven aan toekomstige generaties. We willen vruchtbare landbouwgronden, kenmerkende natuurgebieden en veel verschillende soorten planten en dieren. We beschermen de rust, de stilte en het donker in delen van de provincie Fryslân. De opbouw van de Omgevingsvisie is in onderstaande figuur weergegeven:

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

13

Figuur 3.1: Opbouw Omgevingsvisie (bron: provincie Fryslân) De provinciale verordening "Verordening Romte Fryslân 2014" is vastgesteld op 25 juni 2014. Daarna zijn er nog enkele wijzigingen geweest en die zijn gezamenlijk vastgelegd in de geconsolideerde versie van deze verordening. Met de komst van de Omgevingswet is de Verordening Romte vervangen door de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening provincie Fryslân geldt sinds 7-3-2024. Ook de nieuwe verordening biedt ruimte voor woningbouw als de aantallen passen binnen de woningbouwafspraken. Ten aanzien van de locatie van de woningbouw geldt dat er, alhoewel de locatie gelegen is binnen de bebouwde kom, niet van bestaand bebouwd gebied kan worden gesproken. Onder bebouwd gebied wordt in de visie verstaan: het gebied dat de bestaande of toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing van een kern (stad of dorp) bevat, waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat eerst naar mogelijkheden in bestaand bebouwd gebied moet worden onderzocht, voordat een uitbreidingslocatie wordt ontwikkeld (dit in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking). In de verordening stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten naar ruimtelijke plannen worden vertaald.

Plannen voor woningbouw zijn mogelijk indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan dat instemming heeft van gedeputeerde staten. Hiervan mag worden afgeweken als het project niet meer dan 11 woningen bevat en ligt in bestaand stedelijk gebied. De provinciale verordening geeft aan dat er voor een project met maximaal 11 woningen en binnen BSG, geen instemming nodig is van gedeputeerde staten. Er is een afwijkingsmogelijkheid (art. 1.1.1, tweede lid VRF) als de locatie aansluit op het BSG en er is gebleken dat er behoefte is aan de voorgenomen woningbouwplannen. In de Omgevingsverordening provincie Fryslân is aangegeven in artikel 2.6 dat er in een omgevingsplan op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied nieuwe bouw- en

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

14

gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies indien deze aansluiten op het bestaand stedelijk gebied en wat betreft aard en schaal passend bij de stad of het dorp.

Toets Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is van belang dat door woningbouw wordt bijgedragen aan een aantrekkelijk dorp, met voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen waaronder senioren en starters. Bestaande bebouwde ruimte wordt gebruikt door transformatie van een vrijkomend agrarisch bedrijf naar wonen. Door deze transformatie verdwijnt 1.160 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Realisatie van de andere woningen vindt plaats op een perceel grenzend aan de bestaande woonbebouwing van Waskemeer. Daarmee is sprake van een uitbreiding buiten bestaand bebouwd gebied (gezien de huidige bestemming en daarbij horende bouw- en gebruiksmogelijkheden), maar wel van ontwikkeling van een locatie (grotendeels) binnen de bebouwde kom. Het is niet mogelijk om op korte termijn andere locaties binnen Waskemeer te gaan benutten voor woningbouw. De benodigde ruimte voor de ontwikkeling is niet elders in Waskemeer te vinden. Daarbij geldt ook dat gezamenlijke ontwikkeling met Bakkeveensterweg meerwaarde biedt voor de ruimtelijke kwaliteit en een goede samenhang. De bebouwing is zodanig gepositioneerd dat er sprake is van doorzetting van het bebouwingslint langs de Bakkeveensterweg (zie ook figuur 2.3). De woningbouw vindt plaats aansluitend aan het BSG. De behoefte aan de woningbouw wordt in paragraaf 3.3.2 omschreven.

De voorliggende stedenbouwkundige verkaveling is zorgvuldig tot stand gekomen. Tevens is er een positief welstandsadvies afgegeven. Op advies van de welstand Hus en Hiem is de typologie/uitstraling van de rijwoningen tot stand gekomen zoals deze nu voorligt. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het woningbouwplan passend is bij de aard en schaal van het dorp Waskemeer In de regels is opgenomen dat met de woningbouw moet worden gestart aansluitend aan de bestaande woningen, tenzij alle woningen tegelijk worden gebouwd. Met de woningbouwontwikkeling wordt op compacte wijze invulling gegeven aan de woningbouwbehoefte in Waskemeer. Bij de uitwerking van het plan is/wordt rekening gehouden met de kwaliteiten en uitgangspunten van het landschap ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen de uitgangspunten van het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Ooststellingwerf

Op 23 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ooststellingwerf vastgesteld. De Omgevingsvisie is de visie van de gemeente op de leefomgeving. De Omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie. De Omgevingsvisie laat zien wat het toekomstbeeld is voor de gemeente. In het toekomstbeeld kijken we ver vooruit, een jaar of 15. De visie geeft ook aan welke ambities we hebben en met welke opgaven aan de slag wordt gegaan. Deze opgaven zijn de eerste stappen in de komende jaren. De opgaven helpen om de ambities te realiseren. Voor Waskemeer is het volgende opgenomen in de visie: Waskemeer is vooral een woondorp. Goed wonen in een groene omgeving staat hier voorop. In dit dorp wil de gemeente zorgen dat er passende woningen zijn voor jong en oud. Lokale initiatieven voor woningbouw voor jongeren en ouderen worden van harte ondersteund. Het liefst zelfs in combinatie zodat zorgen voor en 'omtinke foar elkoar' meer natuurlijk wordt. Daarbij wordt eerst ruimte gezocht in het omvormen van bestaande panden en erven of het beperkt toevoegen van nieuwe woningen in de bestaande linten. Daarna wordt naar uitbreiding op kleine schaal bij het dorp gekeken. Toets Het plan heeft betrekking op woningbouw, waarbij levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Zowel voor starters als senioren zijn deze woningen passend. Omkijken naar elkaar wordt hierdoor gestimuleerd.

Met de bouw van rijwoningen, twee-onder-een-kap woningen en een vrijstaande woning wordt een samenhangende buurt in gevarieerde typen

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

15

gerealiseerd. Het gaat daarbij om een kleinschalige uitbreiding van het dorp. De omzetting van het agrarische erf naar een woonbestemming past binnen de uitgangspunten van de visie, waarin het omvormen van bestaande erven genoemd is als eerste keus. Onderdeel van deze ontwikkeling is naast het omzetting van de agrarische bestemming naar een woonbestemming, het slopen van de leegstaande agrarische bebouwing, hetgeen een kwaliteitsslag betekent. 3.3.2

Woon(zorg)visie 2022-2026

De Woon(zorg)visie beschrijft de visie van de gemeente Ooststellingwerf op de gewenste ontwikkeling van de woningmarkt in de kernen. De gemeente wil een belangrijke sturende en regisserende rol spelen op de woningmarkt, zeker omdat zij op dit moment voor een aantal grote opgaven staan. Als gemeente betekent dit dat zij op verschillende manieren invloed uitoefenen. Dat zal vaak regisserend en stimulerend zijn, soms meer faciliterend (waarmee wordt aangesloten op de roldefinitie in de Visie op de samenleving). Deze inzet moet eraan bijdragen dat Ooststellingwerf een fijne plek blijft om te wonen voor iedereen. Deze woon(zorg)visie geeft voor de komende jaren hiervoor de kaders aan. De noodzaak en urgentie om deze rol op te pakken, komt terug onder een viertal thema's met prioriteit (de tekst is geschreven in 'wij' vorm, waarmee de gemeente wordt bedoeld: Thema 1: Inzetten op een passend groeiscenario Het aantal huishoudens in Ooststellingwerf zal blijven groeien. Daarom werken we aan een versnelling van de woningbouw. Tot 2030 zetten we in op een groeiscenario om de druk op de huidige markt te verlichten en kansen van economische voorspoed te verzilveren. We zoeken mogelijkheden voor versnelling in productie op korte termijn. Vervolgens voegen we woningen gefaseerd toe zodat we tijdig kunnen op- en afschalen, afhankelijk van de behoefte.

In de getekende Regionale Woondeal april 2023 is het aantal te realiseren woningen verhoogd naar 700 woningen, evenredig te verdelen over de gemeente. Planmatige nieuwbouw vindt vooral plaats in de kerndorpen (Oosterwolde, Appelscha, Haulerwijk), Donkerbroek en Oldeberkoop. Met de overige dorpen zoeken we kansen voor toevoegingen aansluitend bij de ruimtelijke mogelijkheden en aard en schaal van het dorp. Thema 2: Mismatch tussen vraag en aanbod De prijzen van woningen zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Hierdoor zijn woningen voor mensen met een laag of middeninkomen soms te duur. Woningzoekenden uit Ooststellingwerf hebben hier extra last van, door de gemiddeld lage sociaal-economische status van inwoners van Ooststellingwerf. Wij willen voorkomen dat zij niet in onze gemeente kunnen wonen. Met name (koop)starters komen in de knel, maar ook jonge gezinnen die uit hun starterswoning zijn gegroeid. Voor ouderen is er beperkt aanbod aan levensloopgeschikte woningen waar zij naartoe kunnen doorstromen. We zien een verschuiving in de vraag van traditionele gezinswoningen naar kleinere levensloopgeschikte woningen. De komende jaren stimuleren we een betere afstemming van het woningaanbod op de vraag; ook door realisatie van betaalbaar woningaanbod. Daarbij bieden we ruimte aan innovatieve woonvormen die deze afstemming dichterbij brengt.

We zetten in op de ontbrekende schakels op de woningmarkt. Zo stimuleren we doorstroom en benutten we de huidige voorraad optimaal. Dit betekent dat we nieuwbouw vooral inzetten om doorstroom op gang te krijgen. Denk hierbij aan het toevoegen van koopwoningen tot de NHG grens (deze wordt in 2023 € 405.000), middenhuur tot € 1.000 en woningen voor senioren. Aanvullend op het inspelen op de behoefte vanuit vooral starters en doorstromers, voegen we kleinschalig woonmilieus toe die in trek zijn bij vestigers (landschappelijk wonen in een groene omgeving), zodat er meer variatie komt in het woningaanbod in de gemeente en we een kapitaalkrachtige groep aan Ooststellingwerf binden. Om snel in te kunnen spelen op de veranderende woningvraag stimuleren en ondersteunen we initiatieven uit de gemeenschap, vanuit het principe 'ja mits'. We gaan experimenteren met versnelling in ruimtelijke procedures en het actief begeleiden van initiatieven. Het toevoegen van sociale huurwoningen richten we vooral op de kerndorpen (Oosterwolde, Appelscha en Haulerwijk). In de overige dorpen zetten we in op minimaal behoud van de huidige omvang van de sociale huurvoorraad en werken we mee aan kleinschalige initiatieven als deze worden aangedragen vanuit corporaties, ontwikkelaars of de samenleving.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

16

Om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen en het op gang brengen van doorstroming, nemen we een regisserende rol bij nieuwbouw en sturen we op het netto toevoegen van 25% (levensloopgeschikte) woningen in het sociale huursegment, 5% middenhuur en 40% koop tot de NHG grens. Hierbij streven we in het koopsegment naar een grote spreiding in prijsklassen zodat ook woningen met een prijs van € 250.000 of lager worden toegevoegd. De overige 30% van het programma is vrij invulbaar, waarbij een deel in de vorm van kleinschalige landschappelijke woonmilieus. Naast nieuwbouw voor doorstroming bieden we in beperkte mate ruimte voor nieuwbouw van kleinschalige woonmilieus in het duurdere segment (€ 300.000+) in een landschappelijke en groene omgeving. Het gaat hierbij om initiatieven van maximaal enkele tientallen woningen. Dit soort woningen is in trek bij vestigers. Zo blijven we ook in de toekomst een aantrekkelijke gemeente voor nieuwkomers en brengen we variatie aan in het nieuwbouwprogramma. Thema 3: Organiseren van wonen en zorg We willen dat mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag wonen in een 'gewone woning' in een 'gewone woonwijk' kunnen wonen. In onze woonzorgvisie geven we hier aandacht aan; vanwege de groeiende opgave door de vergrijzing enerzijds, en het weer thuis wonen van mensen die nu in instellingen wonen anderzijds.

Vanuit deze woonzorgvisie bevorderen we aanbod toegankelijke woningen, met in nabijheid burenhulp, ontmoeting, en / of ondersteuning en zorg. Dat alles liefst zo dicht mogelijk in de vertrouwde omgeving bij mensen thuis, zodat mensen ook met een zorgvraag prettig en veilig thuis kunnen (blijven) wonen. En als dit door de intensiteit niet meer in de vertrouwde omgeving kan, zo dichtbij mogelijk elders in Ooststellingwerf. De gemeente faciliteert planologisch de realisatie van concepten als hofjeswoningen zoals "knarrenhoven" of meergeneratiewoningen, zodat jongeren en ouderen elkaar makkelijk kunnen helpen, en mantelzorg mogelijk blijft. Thema 4: Werken aan leefbaarheid en duurzaamheid| Ooststellingwerf is een landelijke gemeente waar landschappelijke kwaliteiten, gemeenschapszin en duurzaamheid belangrijk zijn. Wij stimuleren prettig wonen in Ooststellingwerf door mee te werken aan een leefbare omgeving en verduurzaamde woningen. Let op: bij de uitwerking van deze thema's benoemen we oplossingen die bij het schrijven van deze woonvisie actueel zijn en aansluiten bij de vraagstukken die spelen in Ooststellingwerf. Denk bijvoorbeeld aan "tiny houses", "demontabel bouwen" of "knarrenhoven". Initiatieven op de woningmarkt volgen elkaar snel op. Nieuwe ideeën dienen zich constant aan.

In de visie is benoemd dat planmatige nieuwbouw vooral plaatsvindt in de kerndorpen van de gemeente. In de andere dorpen dan de kerndorpen worden kansen gezocht voor toevoegingen aansluitend bij de ruimtelijke mogelijkheden en aard en schaal van het dorp. Toets Waskemeer betreft een overig dorp binnen Ooststellingwerf. Voor dit dorp geldt dat daarom het uitgangspunt dat er kansen zijn voor toevoegingen die passen bij de ruimtelijke mogelijkheden en aard en schaal van het dorp. Er zijn binnen Waskemeer op korte termijn geen locaties aanwezig voor de ontwikkeling van woningbouw op de korte termijn. Deze locatie, die gelegen is in de bebouwde kom qua verkeersregime, maar wel gelegen is in het buitengebied volgens het bestemmingsplan en in samenhang met een stoppend agrarisch bedrijf wordt ontwikkeld, biedt voldoende ruimte om woningbouw te realiseren die past bij de aard en schaal van het dorp. De toevoeging van 11 woningen is gezien op de schaal van het dorp Waskemeer een passend aantal. Het toevoegen van een gevarieerd programma is logisch aan de rand van het dorp. Het aantal woningen past ook binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Ooststellingwerf, waarin is aangegeven dat tot 2030 520 woningen worden gerealiseerd en voor Waskemeer uitgegaan wordt van 11 woningen. De behoefte aan woningen is landelijk ondertussen toegenomen.

Het rijk heeft het programma Woningbouw binnen de Nationale woon- en bouwagenda vastgesteld, waarmee landelijk wordt ingezet op realisatie van 900.000 woningen in de periode t/m 2030. Daaruit volgend heeft de provincie Fryslân zogenaamde Woondeals gesloten met de regio’s binnen de provincie (april 2023). In deze Woondeals is vastgelegd dat er in de periode t/m 2030 circa 17.500 woningen extra worden gebouwd. Voor de gemeente Ooststellingwerf betekent deze Woondeal dat er 180 woningen extra gebouwd mogen worden. Op basis van de vorige afspraken tussen provincie en gemeente

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

17

waren dat maximaal 520 woningen, door de Woondeal komt het totaal 700 woningen voor Ooststellingwerf. Deze Woondeal biedt daarmee ook extra mogelijkheden voor Waskemeer. Deze woningbouwontwikkeling omvat een plan voor het realiseren van 11 extra woningen. Gezien de toename in de woningbehoefte is 11 woningen ten opzichte van de eerste voorgenomen uitbreiding van 10 woningen reëel. Onderdeel van deze ontwikkeling is de herontwikkeling van de locatie van een voormalig agrarisch bedrijf, waarbij meer dan 1.000 m² voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt, een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voor de omgeving. Met de bouw van levensloopbestendige woningen wordt voorzien in een behoefte van zowel starters als senioren. Dit zijn doelgroepen die in de Woon(zorg)visie benoemd zijn als de groepen waarvoor toevoegingen in de woningvoorraad in Ooststellingwerf en Waskemeer kunnen en moeten plaatsvinden de komende jaren. Door de toevoeging zal doorstroming in de woningmarkt gestimuleerd worden. Doordat naast de levensloopbestendige woningen ook twee-onder-een-kapwoningen en een vrijstaande woning, worden gerealiseerd wordt er een mix aan woningen gerealiseerd, waardoor een gevarieerd aanbod wordt toegevoegd in het dorp Waskemeer.

Deze woningen, die in een duurder segment zullen vallen dan de levensloopbestendige woningen, passen programmatisch binnen de Woon(zorg)visie, waarin ruimte wordt geboden voor bouw in het duurdere segment. Door een dergelijke toevoeging wordt bijgedragen aan aantrekkelijk zijn van Waskemeer voor nieuwkomers. Daarnaast draagt het bij aan een gevarieerd woonmilieu. Afwegingskader woningbouw In het afwegingskader woningbouw zijn criteria opgenomen voor toevoeging van woningen aan de voorraad. Hierbij dient te worden getoetst aan 'overige dorpen' Ambitie is om woningen passend bij de kwalitatieve behoefte toe te voegen. Het gaat om grondgebonden koopwoningen tot € 300.000 en ruimte voor initiatief vanuit de dorpen. Op programmaniveau gaat het om 70% tot NGH-grens met variatie in prijsklassen, met maximaal 30% koopwoningen boven de € 300.000 (prijsindexatie is van toepassing op de bouwkosten, dus bedrag past zich aan). Er is met name behoefte aan betaalbare grondgebonden woningen in de 'overige dorpen'. Onder 'betaalbaar' wordt verstaan dat dit woningen onder de NHG-grens betreffen. Toets In de voorgenomen planontwikkeling is voorzien in het realiseren van betaalbare woningen, alle woningen vallen onder de grens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG-grens), behalve de vrijstaande woning omdat deze een groter grondbeslag heeft en valt onder de vrije sector qua invulling.

Het streven is dat de tussenwoningen vallen onder de € 300.000-grens. Deze zijn geschikt als starterswoningen. De 2-onder-1-kapwoningen en de vrijstaande woning kunnen zorgen voor een doorstroming op de woningmarkt, waarbij de nieuwe bewoners woningen achter laten voor starters. Geconcludeerd kan worden dat de planontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid. 3.3.3

Welstand

Voor het grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf geldt de Welstandsnota juni 2009. Voor deze herontwikekling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld om de uitstraling van de bebouwing in het plangebied en de aansluiting op de omgeving te borgen, zie Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan. Dit beeldkwaliteitsplan zal separaat van dit bestemmingsplan worden vastgesteld. Op basis van het beeldkwaliteitsplan kan dan de welstandstoets plaatsvinden. De typologie/uitstraling van de rijwoningen is in overleg met welstand Hus en Hiem tot stand gekomen.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

18

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt een woningbouwontwikkeling voor 11 woningen mogelijk gemaakt. Daarbij wordt beeldverstorende bedrijfsbebouwing gesloopt en daarvoor één woning gerealiseerd. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.

De transformatie van een bestaand agrarische erf en de woningbouwontwikkeling van in totaal 11 woningen wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken en aantallen gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Het plan is niet binnen kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. Voor onderhavige ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld.

De aanmeldnotitie m.e.r. is als bijlage opgenomen, zie Bijlage 3 Aanmeldnotitie m.e.r. van dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden is het niet noodzakelijk om een milieueffectrapport op te stellen

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

19

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In de voorliggende situatie is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied', vanwege de ligging tussen de woningen en het agrarische gebied. Zoals hiervoor genoemd dient bij de realisatie van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen worden gerealiseerd. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

20

De gewenste woonfunctie betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, als gevolg van dit plan, is dan ook geen sprake. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of bestaande functies in de omgeving door de ontwikkeling worden belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. Nabij het plangebied bevinden zich agrarisch gronden, woonbestemmingen en een ijsbaan. Aan de overzijde van de Bakkeveensterweg geldt de beheersverordening "Overige dorpen 2014". Dat betekent dat de binnen dat gebied de gelegen gronden en bestaande bouwwerken gebruikt mogen worden overeenkomstig het bestaand gebruik. De dichtstbijzijnde woningen aan de Bakkeveensterweg betreffen woningen en deze kunnen dus als woning in gebruik blijven. Tussen woningen onderling is geen minimale afstand vereist. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een ijsbaan. De ijsbaan betreft een buitenbaan die alleen wordt gebruikt indien de weersomstandigheden zodanig zijn dat er op deze buitenbaan in de winter kan worden geschaatst. Het betreft een weiland dat in de winterperiode onder water wordt gezet.

Deze ijsbaan is niet te vergelijken met een ijsbaan zoals deze in de VNG-brochure worden aangehaald vallend onder de categorie 'Stadions en openluchtijsbanen'. Dit betreft banen met kunstijs die het grootste deel van het jaar geopend zijn. Voor deze banen geldt een minimale richtafstand van minimaal 300 m. Het zal duidelijk zijn dat hiervan geen sprake is van dergelijke omvang en het niet reëel is om deze richtlijn te hanteren. In deze situatie betreft het een weiland dat in gebruik is als natuurijsbaan, mits de winter streng genoeg is. Dat is de afgelopen jaren weinig het geval geweest. Door het beperkte gebruik van de ijsbaan wordt de bijbehorende verlichting ook beperkt gebruikt. De afstand tot de ijsbaan is circa 30 meter. Gezien de mate waarin de ijsbaan wordt gebruikt, kan worden gesteld dat deze afstand acceptabel is. De toegang tot de ijsbaan is via De Kromten langs nr. 4 Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de bereikbaarheid van de ijsbaan. De bezoekers zullen op de fiets komen en de automobilisten zullen veelal parkeren langs De Kromten. Voor onderhoud kan groot materieel via het perceel sectie B nummer 11377, ten noorden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op een afstand van circa 190 meter (Bakkeveensterweg 28). Dit perceel heeft een agrarische bestemming.

Ter plaatse is op grond van het geldende bestemmingsplan een grondgebonden bedrijfsvoering met neventak intensieve veehouderij toegestaan. Op grond van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' bedraagt bijvoorbeeld de indicatieve richtafstand tussen een gevoelig object en een rundveehouderij 100 meter, voor houden van paarden bedraagt deze afstand 50 meter. Vanuit de Wet geurhinder en veehouderij geldt een specifieke vaste afstand voor dieren zonder geuremissiefactor (zoals rundvee of paarden). Deze specifieke afstand bedraagt 50 meter als gevoelige objecten buiten de bebouwde kom liggen. Voor het houden van varkens geldt een richtafstand van 200 m. Tussen het plangebied en dit agrarisch bedrijf liggen overigens ook reeds verschillende woningen. Dit agrarische bedrijf zal niet belemmerd worden door de bouw van de nieuwe woningen, maar wordt reeds beperkt door bestaande woningen. In paragraaf 4.3 wordt nader op het geuraspect ingegaan.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

21

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf De gemeente Ooststellingwerf heeft een eigen geurbeleid, vastgelegd in de Verordening geurhinder en veehouderij (in werking getreden op 01-10-2010). In afwijking van de Wet hanteert de gemeente eigen afstandsnormen voor veehouderijen met dieren met een geuremissiefactor: binnen de bebouwde kom: 8,0 ouE/m³ buiten de bebouwde kom: 20,0 ouE/m³. De afstandsnormen voor dieren zonder geuremissiefactor zijn gehalveerd, in de bebouwde kom bedraagt de minimale afstand derhalve 50 meter, buiten de bebouwde kom geldt een afstand van ten minste 25 meter. Toets Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf (Bakkeveensterweg 28) ligt op een afstand van circa 190 m ten opzichte van de rijwoningen op perceel Bakkeveensterweg 13.

Dat is ruim boven de vereiste afstand van 50 m buiten de bebouwde kom bij uitsluitend veehouderij. Dit agrarische bedrijf wordt niet beperkt door de nieuwe woningen indien er andere dieren zouden worden gehouden, er bevinden zich een aantal reguliere woningen op een kortere afstand van het bedrijf.

4.4

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Kruse Milieu BV heeft een verkennend (asbest)bodemonderzoek (d.d. 10 januari 2023, projectcode 22074316) uitgevoerd voor het plangebied, om ter plaatse de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen, zie Bijlage 5 Verkennend (asbest)bodemonderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de NEN5740 en NEN5707.

Naar aanleiding van het vooronderzoek (NEN5725) worden de locaties van een druppelzone en van een voormalige bovengrondse gasolietank als 'verdacht' beschouwd. De bovengrond wordt ter plekke van het erf beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie is als onverdacht beschouwd voor chemische componenten. Conclusies en aanbevelingen uit het rapport In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn enkele licht tot matig verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I - Erf, BG II - Erf, BG III - Weiland, BG IVWeiland), de ondergrond (OG I - Klei en OG II - Zand) en het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Gesteld wordt dat de matig verhoogde barium- en zinkgehalten

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

22

zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden, daarom is besloten af te zien van een nader onderzoek. In de mengmonsters van fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is asbest aangetoond, maar is het gewogen asbestgehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - B is asbest aangetoond in een gehalte hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek ter plekke van de druppelzone B kan meer inzicht in de omvang van de verontreiniging geven. Het asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde. De druppelzone heeft een lengte van circa 45 meter. De omvang van de verontreiniging wordt geschat op 45 m x 1 m x 0.5 = circa 25 m³. Sanering van de verontreiniging is noodzakelijk voor mogelijke herontwikkeling van het terrein. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Friesland). Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag.

Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd Slotconclusie uit rapport De vastgestelde verontreiniging ter plekke van de druppelzone heeft invloed op de financiële waardering van het terrein. Bij verkoop van het terrein heeft de verkopende partij informatieplicht tegenover de koper over de verontreinigingssituatie. De asbestverontreiniging ter plekke van de druppelzone dient te worden gesaneerd wanneer het terrein wordt herontwikkeld en een andere (gevoeliger)bestemming krijgt. De verontreiniging ter plekke van de druppelzone mag niet zonder toestemming van het bevoegd gezag worden verminderd of verplaatst. De bodem wordt, na eventuele sanering, geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin).

4.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt;

bestemmingsplan Bakkeveensterweg 13 Waskemeer NL.IMRO.0085.Bakkeveensterweg-VG01

23

e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De woningen ontsluiten op de Bakkeveensterweg. Langs het plangebied ligt de weg grotendeels in de bebouwde kom, waar een snelheidsregime geldt van maximaal 30 km/uur en een deel buiten de bebouwde kom waar een maximumsnelheid van 60 km/uur geldt. Voor het bepalen van de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen ten gevolge van het wegverkeerslawaai is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Munsterhuis geluidsadvies heeft dit onderzoek uitgevoerd door middel van de Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het 'Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012' (d.d. 24 november 2023, projectnummer 23.098), zie Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. De wettelijke voorkeursgrenswaarde vanwege wegverkeerslawaai, per weg, ligt op 48 dB voor geluidgevoelige bestemmingen. Het uitgangspunt van de Wet geluidhinder (Wgh) is dat in nieuwe situaties zo veel mogelijk dient te worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Uit het onderhavig onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de Bakkeveensterweg wordt overschreden op woning 8 en 9.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=e6e3a819-3e47-432f-9fb3-12a0360353d2