CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2025-2028

Raadsvergadering 5 november 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Programmabegroting 2025-202838.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Klimaatbestendig zijn in 2030 Eind 2024 stellen we een uitvoeringsplan klimaatadaptatie op voor de periode 2025-2030. • We voeren maatregelen uit waarmee we de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte vergroten om wateroverlast bij piekbuien te voorkomen. • We zorgen bij initiatieven, zoals de ontwikkeling van binnenstedelijke woningbouwlocaties, voor een klimaatbestendige openbare ruimte, met voldoende (biodivers) groen. • We moedigen inwoners aan om aan de slag te gaan met het verbeteren van bodemgezondheid en het vergroten van de biodiversiteit in eigen tuin en buurt. • Wij geven zelf het goede voorbeeld en passen onze manier van maaien aan op het verbeteren van de biodiversiteit. • We gaan door met de uitvoering van de projecten uit het biodiversiteitsplan samen met de verschillende plaatselijk belangen in de dorpen. • We stimuleren en faciliteren het vergroenen van schoolpleinen, ook vanuit onze doelstellingen ten aanzien van positieve gezondheid. Circulair zijn in 2030 In 2023 hebben we een circulaire uitvoeringsstrategie opgesteld. • Voor het hergebruik van grondstoffen stimuleren we een duurzame circulaire en biobased economie. Dit doen we o.a. door de samenwerking en kennisuitwisseling tussen ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen te stimuleren. • We willen ondernemers faciliteren om de kansen van een circulaire economie te verzilveren.

• We voeren projecten uit de uitvoeringsstrategie circulaire economie uit. • We geven het goede voorbeeld door ons inkoop- en aanbestedingsbeleid zo duurzaam en circulair mogelijk te maken. • We willen kennisdeling en kennisontwikkeling over biobased materialen en producten tussen ondernemers, onderwijs, kennisinstellingen stimuleren. • We hebben met onze partners een leer- en kenniscentrum Bodem gerealiseerd als onderdeel van de Regio Deal. • We ondersteunen lokale initiatieven die de voedselketens verkleinen en kringlopen meer sluitend maken.

47

Riolering & Water We geven doelmatig, efficiënt en rechtmatig invulling aan de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht. De wijze waarop we dat doen is omschreven in het Water- en rioleringsprogramma 2025-2029 (Wrp). Afval en grondstoffen: • Wij gaan samen met onze inwoners, vrijwilligers en Omrin volop aan de slag met het verder verbeteren van afvalscheiding, om de VANG-doelstelling te kunnen realiseren. • Voor afvalpreventie en het verbeteren van afval scheiden loopt de Friese communicatiecampagne 'Samen Halen We Alles Eruit'. Deze provinciale campagne heeft geen einddatum. • We onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de hoeveelheid grof huishoudelijk afval en bouw- en sloopafval te verminderen en/of beter te scheiden. • We gaan de bestaande projecten uit het beleids- en uitvoeringsprogramma aanpak zwerfafval 2014-2022 continueren. • Samen met scholen geven we invulling aan projecten rondom (zwerf)afval. • Samen met ondernemers en Nederland Schoon monitoren we winkelgebieden op zwerfafval en houden we gezamenlijk opruimacties. Verbonden partij: Omrin (Afvalsturing Friesland NV en NV Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Afvalsturing Friesland NV verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat.

De BV Fryslân Miljeu Zuidoost zamelt huishoudelijk afval in en voert voor ons de reinigingstaken uit, zoals straatvegen, onkruid borstelen en kolken reinigen. Wat merkt de inwoner ervan • Meer (financiële) mogelijkheden om aan de slag te gaan met duurzaamheid. • Steeds meer mensen treffen (zichtbaar) duurzame maatregelen. Zoals isolatie van de woning of de aanleg van zonnepanelen. • Steeds meer mensen worden geadviseerd over de maatregelen die ze kunnen treffen om hun woning te verduurzamen. • Inwoners worden betrokken bij het maken van het biodiversiteitsplan. • Basisschoolkinderen krijgen structureel les over duurzaamheid. • Kinderen krijgen een groenere omgeving door groene schoolpleinen. • Alle basisschoolkinderen in de gemeente doen ieder jaar mee aan een project over duurzaamheid. Familie en buren worden betrokken bij huiswerk of presentaties. • We dragen zichtbaar de Global Goals uit. In besluitvorming wegen we deze doelen mee. • We continueren bestaande samenwerkingen en er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden en netwerken. Riolering: • De gebruikers merken dat de kwaliteit en veiligheid behouden blijft of vergroot wordt door het uitvoeren van klein en grootschalig onderhoud aan de riolering.

Afval en grondstoffen: • Van Afval Naar Grondstof: de provinciale communicatiecampagne Samen Halen We Alles Eruit en gemeentelijk communicatie moeten samen leiden tot minder afval en verbeterde afvalscheiding. • Schone straten. • Afval scheiden: de milieustraat aan de Nanningaweg richten we optimaal in voor het scheiden van nog meer afvalstromen. • Zwerfafval: inwoners roepen we regelmatig op mee te doen aan opruimacties. Inmiddels zijn er in alle dorpen vrijwilligers (185) die zwerfafval opruimen. Met basisscholen houden we jaarlijks de Himmelwike en met het voorgezet onderwijs doen we op maat gemaakte zwerfafvalprojecten.

48

Wat mag het kosten • Jaarlijks is een bedrag van € 170.000 opgenomen voor de uitvoering van milieu/duurzaamheidsbeleid. • Voor de periode 2021-2025 heeft u het resterende budget van € 253.000 uit het Programma BBE 2016–2020 beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de opgave circulaire economie binnen het nieuwe Programma Duurzaam Ooststellingwerf. • Voor de periode 2023 t/m 2026 is € 250.000 per jaar extra uitvoeringsbudget beschikbaar voor het verder verbreden en versnellen van onze aanpak duurzaamheid. • Voor de periode 2023 t/m 2025 hebben wij klimaatmiddelen van het Rijk ontvangen (CDOKE), ca. € 525.000 per jaar. De CDOKE is een regeling ter vergroting van de capaciteit van decentrale overheden (o.a. loonkosten eigen personeel en inhuur) voor klimaat- en energiebeleid. Met deze klimaatmiddelen hebben wij een aantal projectleiders duurzaamheid aangenomen. De verwachting is dat deze middelen ook voor de periode 2026-2030 beschikbaar komen. • Voor de periode 2023 t/m 2026 hebben wij een specifieke uitkering van circa € 1.560.000 van het rijk ontvangen voor de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen. • Het opstellen van het soortenmanagementplan gaat circa € 207.000 kosten. Voor de dekking van deze kosten kunnen wij deels een beroep doen op een specifieke uitkering van de provincie.

• Voor het uitvoeren van de transitievisie Warmte is een budget beschikbaar van momenteel circa € 290.000. Het restende budget wordt jaarlijks via de algemene reserve overgeheveld naar het volgende jaar. • Waarschijnlijk komen er de komende jaren meer Rijksmiddelen vrij voor de aanpak en projecten ten aanzien van duurzaamheid, isolatie van woningen, etc. Van deze mogelijkheden gaan wij zo veel mogelijk benutten en wij houden de raad van deze ontwikkelingen op de hoogte via de reguliere P&C cyclus. Riolering: • De bekostiging van de gemeentelijke watertaken is vastgelegd in het kostendekkingsplan in het Wrp 2025-2029. Afval en grondstoffen: • De kosten van afvalinzameling verrekenen we met onze inwoners via de afvalstoffenheffing. • Vanaf 2023 ontvangen gemeenten geen vergoeding meer voor de aanpak van zwerfafval. De kosten van aanpak zwerfafval, zoals de zwerfafvalprojecten met het onderwijs en het faciliteren van vrijwilligers komen daardoor geheel ten laste van de begroting afvalinzameling 2023. • U heeft bij de heroverwegingen 2022-2025 besloten om extra lasten aan afval toe te rekenen en hiermee in 2022 € 37.500, in 2023 € 75.000, in 2024 € 112.500 en vanaf 2025 € 150.000 te besparen. De uitwerking hiervan komt bij het vaststellen van de tarieven bij u terug.

Beleidskaders • Milieubeleidsplan Ooststellingwerf 2010-2016 (mei 2010) • Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Infographic Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Beleid zonnepaneelvelden gemeente Ooststellingwerf (vastgesteld in 2021) • Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf (vastgesteld maart 2022 • Nota van uitgangspunten Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025 • Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025 • Biodiversiteitsplan • Water en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 • Programma Duurzaamheid 2021-2025 • Beleids- en uitvoeringsplan zwerfafval 2014-2022 • Wet milieubeheer • Landelijk Afval Plan (LAP) • Afvalstoffenverordening Ooststellingwerf • Circulaire uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf 2023-2030 (vastgesteld maart 2023) 49

• •

Uitvoeringsplan klimaatadaptatie (in ontwikkeling) Uitvoeringsplan energietransitie (in ontwikkeling)

Begroting Programma 7 • •

Thema Gezondheid bestaat uit de volgende taakvelden: 7.1 Thema Duurzaamheid, riolering en afval bestaat uit de volgende taakvelden: 7.2, 7.3, 7.4 x € 1.000

7. Volksgezondheid en milieu

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

7.1 Volksgezondheid

-1.929

-1.953

-2.470

-2.422

-1.747

-1.747

7.2 Riolering

-2.107

-2.070

-2.074

-2.073

-2.071

-2.068

7.3 Afval

-2.807

-2.813

-3.035

-3.035

-3.035

-3.035

7.4 Milieubeheer

-1.558

-2.157

-1.862

-1.862

-1.612

-1.612

Totaal Lasten

-8.401

-8.992

-9.442

-9.393

-8.465

-8.462

Resultaat voor bestemming Lasten

Baten 7.1 Volksgezondheid

435

167

157

110

-

-

7.2 Riolering

2.802

2.982

3.067

3.067

3.067

3.067

7.3 Afval

2.944

3.424

3.676

3.676

3.676

3.676

7.4 Milieubeheer

135

125

125

125

125

125

Totaal Baten

6.316

6.699

7.025

6.978

6.868

6.868

Resultaat voor bestemming

-2.085

-2.293

-2.417

-2.415

-1.597

-1.594

Toevoegingen

0

-17

0

0

0

0

Onttrekkingen

0

475

565

565

0

0

Mutatie reserves

0

458

565

565

0

0

-2.085

-1.835

-1.852

-1.850

-1.597

-1.594

Mutatie reserves

Resultaat na bestemming

50

Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Thema 8.1 Bouwen, wonen en grondexploitatie Wat willen we bereiken Er moeten woningen aan de voorraad worden toegevoegd, met name voor senioren en starters. Er is ook een stevige vraag naar zorggeschikte woningen. De komende jaren neemt de vraag naar levensloopbestendige woningen aanzienlijk toe, waardoor ouderen langer zelfstandig met zorg aan huis kunnen blijven wonen. Ook ligt er een grote opgave om de noodzakelijke uitbreiding van de 24-uurs zorgplekken voor psychogeriatrie (dementiezorg) en somatiek te realiseren, waardoor dit zorgaanbod in onze gemeente geborgd wordt. De gemeente Ooststellingwerf heeft in de Regio Deal Zuid Oost Fryslân afspraken gemaakt met betrekking tot de toe te voegen woning voorraad. • •

• •

• • • • • • • •

We hebben met het ministerie en de provincie afgesproken om tot en met 2030 ten minste 700 woningen te realiseren. Voor Ooststellingwerf geldt de unieke situatie dat in alle dorpen binnenstedelijk vrij in aantal mag worden gebouwd. In de Regio Deal 'wonen' is deze afspraak bevestigd. Dit geeft de mogelijkheid om bestaande panden waarvan de huidige functie is vervallen om te zetten naar wonen. Het biedt mogelijkheden om ‘rotte kiezen’ aan te pakken, te herstructureren en op deze plekken woonmogelijkheden te creëren. Zorgvuldige invulling van de leefomgeving is van essentieel belang; door goede ruimtelijke ordening, klimaatbestendig ontwerpen, groene openbare ruimte en een gezond leefklimaat te creëren kan er een plus aan de leefomgeving worden toegevoegd. De huisvesting van de bijzondere doelgroepen en statushouders in de sociale woningvoorraad vraagt de nodige aandacht, zowel kwantitatief als kwalitatief. Hiervoor maken we afspraken met de provincie. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente twee jaar de tijd om een urgentieverordening op te stellen. Hierin worden een aantal doelgroepen (door het Rijk aangewezen) opgenomen. De gemeente mag het aantal categorieën urgenten onderbouwd uitbreiden, maar niet verminderen (nb statushouders en herhuisvesters zijn in het wetsontwerp geen aangewezen urgente categorie).

Ouderen kunnen langer zelfstandig blijven wonen in levensloopgeschikte woningen en geclusterde woonvormen. De 24 uurs-zorgplekken met toezicht voor psychogeriatrie en somatische zorg zijn uitgebreid. ‘Zorgen voor elkaar’ wordt mogelijk gemaakt voor jong en oud en voor generaties door dit te faciliteren met verschillende woonconcepten. We willen een aantrekkelijke woongemeente zijn voor onze huidige en toekomstige inwoners. Onze inwoners wonen in een huur- of koopwoning die past bij hun financiële situatie, gezinssamenstelling of zorgbehoefte. Daarnaast willen we dat deze woning energieneutraal en digitaal ontsloten is. We blijven inzetten op inbreiding, maar we staan ook nadrukkelijk open voor uitbreiding. Hiervoor vervullen we een actieve rol op de grondmarkt. We staan open voor innovatieve woonconcepten zoals Knarrenhofjes of tijdelijke woningen. We willen dat we bij de uitvoering van de Woon(zorg)visie indien nodig kunnen bijsturen. We vinden het belangrijk dat (nieuwbouw) woningen ook voor inwoners van Ooststellingwerf en jongeren bereikbaar zijn.

Wat gaan we ervoor doen • In alle dorpen woningen toevoegen in afstemming met de Woon(zorg)visie 2022-2026. • We onderzoeken de mogelijkheden om woningtoewijzing aan eigen inwoners mogelijk te maken. Daarbij houden we de landelijke regelgeving nauwlettend in de gaten. • Voorkeur geven aan binnenstedelijke ontwikkeling waar mogelijk en actief stimuleren. • Gemeentelijke eigendommen, woningbouwlocaties ontwikkelen. Hiervoor zijn we actief met grondverwerving aan de slag gegaan.

51

• • • •

• • •

• • • • • • •

Proactief acteren t.a.v. grondaankopen, op particuliere initiatieven en potentiële woningbouwlocatie. Prestatieafspraken maken met woningbouwcorporaties over toename sociale woningbouw, waarbij we de rijksnormering (30% sociale woningbouw) hanteren. Integrale planontwikkeling waar een goede leefomgeving uitgangspunt is: (bio-divers) groen, klimaatbestendig en duurzaam zijn speerpunten. We maken prestatieafspraken met corporaties over het realiseren van geclusterde woningen voor senioren (bijvoorbeeld Knarrenhoven) en woonvormen voor overige doelgroepen zonder zorg maar met zorg en voorzieningen nabij; via bestaande woningen of nieuwbouw. In de Woonzorgvisie 2022-2026 is de opgave voor 400 geclusterde woningen voor 2031 opgenomen. Hierbij wordt een deel in de bestaande voorraad aangepast en waar dat niet lukt wordt het in de nieuwbouw gerealiseerd. In de nieuwe Woonzorg-analyse (vaststelling naar verwachting december 2024) wordt onderzocht hoe de verdeling voor de 700 woningen uit de Woondeal dient te worden gehanteerd. We maken prestatieafspraken met zorgaanbieders voor het realiseren van de extra vraag naar minimaal 50 extra plekken voor psychogeriatrische 24 uurs zorg en minimaal 20 extra plekken voor somatische 24-uurs zorg voor 2030.

We werken beleid uit voor het stimuleren en faciliteren van splitsen van grotere woningen naar levensloopgeschikte woningen op de benedenverdieping en/of starterswoningen op de bovenverdieping. Daarbij denken we ook aan ruimte voor het bouwen van meergeneratiewoningen of twee aparte wooneenheden op 1 erf om de vraag naar ‘zorgen voor elkaar’ te faciliteren. Om mantelzorg beter mogelijk te maken stellen we beleidsregels op voor het realiseren van (pre)mantelzorgwoningen die bij een bestaande woning kunnen worden gerealiseerd. We onderzoeken hoe we ruimhartiger om kunnen gaan met aanvragen van inwoners voor mantelzorgwoningen en prémantelzorgwoningen (uit H3 collegeakkoord). We clusteren woningen voor ouderen zoveel mogelijk, zodat zij onderlinge steun kunnen bieden, de kans op eenzaamheid vermindert en de zorg aan huis goed en efficiënt geboden kan worden (uit H3 collegeakkoord). We kijken naar de kansen die de uitvoering van de Woon(zorg)visie ons als raad biedt, rekening houdend met de veranderende maatschappelijke ontwikkelingen. We onderzoeken of (onder voorwaarden) het mogelijk is voorrang te geven aan personen met lokale economische of maatschappelijke binding, waarbij we de nationale regelgeving nauwlettend blijven volgen. We sluiten aan en participeren bij de door de provincie en BZK gefaciliteerde versnellingstafels en kennistafels op het gebied van wonen.

Hierbij willen we voor zoveel als mogelijk onze 'couleur locale' meegeven aan de centraal geredigeerde regelgeving. We gaan met de raad in gesprek over alternatieve woonvormen of duurzaam ingerichte buitenstedelijke woningbouwontwikkelingen.

Wonen in Ooststellingwerf - Woon(zorg)visie De Woon(zorg)visie 2022 is door de raad vastgesteld. Wonen en zorg is een belangrijk thema voor het wonen de komende jaren, evenals betaalbaarheid en de beschikbaarheid van zowel koop- als huurwoningen. We gaan voor een kwalitatieve toekomstbestendige woningvoorraad. Nieuwbouw - Taskforce Wonen De druk op de woningvoorraad is groot en vraagt om creatief denken en handelen om de voorraad (tijdelijk) te vergroten. We zijn in gesprek met initiatiefnemers, corporaties, bouwers en de provincie om alle mogelijkheden te benutten. Er wordt al volop gebouwd en panden worden herbestemd tot woningen, maar er mag een versnelling bij. De Taskforce Wonen is volop bezig om de versnelling verder in uitvoering te brengen. We hebben hierbij ook aandacht voor innovatieve woningbouw. Daarnaast zetten we in op intensievere samenwerking met en tussen zorgpartijen om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen.

52

Omgevingskwaliteit behouden We wegen nieuwe woningbouw zorgvuldig af. De omgevingskwaliteit is hierin leidend. Het Afwegingskader Woningbouw en de Woon(zorg)visie dienen hierbij als hulpmiddel. Voor nieuwe ontwikkelingen is wijziging van het omgevingsplan nodig, of kan soms met omgevingsvergunning (BOPA) worden afgeweken van het omgevingsplan. Sociale woningbouw We maken jaarlijks prestatieafspraken met de woningcorporaties Actium en WoonFriesland en de huurdersorganisaties. De Woon(zorg)visie en de Woningbouw impuls (Wbi) vormen hiervoor de basis. We maken afspraken over onder andere: betaalbaarheid, beschikbaarheid, wonen en zorg, duurzaamheid en leefbaarheid. Met corporaties Woonzorg Nederland en Habion, die een kleiner bezit hebben in Ooststellingwerf, hebben we meerjarige prestatieafspraken. We staan open voor alternatieve vormen van sociale huur, zoals wooncoöperaties. Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (GR hûs en hiem) In Fryslân zijn 17 van de 18 gemeenten lid van de gemeenschappelijke regeling (GR) hûs en hiem. In juni 2023 heeft de raad ingestemd met de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. Die verordening biedt aan een adviescommissie (nu hûs en hiem) ruimte om onder de werking van de Omgevingswet advies te geven over welstand, monumenten en desgewenst ook over andere aspecten van omgevingskwaliteit.

In 2021 is vanuit de VFG een verkenning gestart naar een nieuw adviesstelsel voor omgevingskwaliteit onder de Omgevingswet. Of deze verkenning zal leiden tot een nieuwe adviesstructuur is nog onbekend. Mogelijk is ook dat hûs en hiem zich zal aanpassen op de Omgevingswet, die een meer integrale afweging verlangt. Zo zal waarschijnlijk meer nadruk komen te liggen op bredere advisering (niet bijvoorbeeld alleen op welstand, maar ook op stedenbouw). Mogelijk zal minder advies nodig zijn van de adviescommissie. De OWO-gemeenten hebben een set sneltoetscriteria in voorbereiding voor veelvoorkomende bouwwerken. Als deze criteria worden vastgesteld kunnen veel bouwplannen af zonder (welstands)advies van de adviescommissie, omdat dit dan via een eenvoudige ambtelijke toets kan. Monumentenzorg In 2023 anticipeerde de gemeenteraad op de komst van de Omgevingswet, door een nieuwe erfgoedverordening en subsidieverordening monumenten vast te stellen. Hiermee is een soepele overgang van de oude wetgeving naar de nieuwe geregeld. De nieuwe erfgoedverordening maakt dat aanwijzing van gemeentelijke monumenten onder het tijdelijk deel omgevingsplan mogelijk blijft. Uiteindelijk worden de monumenten opgenomen in een gemeentebreed omgevingsplan (deadline 2032). Nieuw toevoegen van monumenten vraagt straks dan ook om wijzigen van het omgevingsplan.

De subsidieverordening is qua omschrijvingen en verwijzingen aangepast, maar niet inhoudelijk. Dezelfde subsidieregeling die sinds 2021 geldt, blijft van toepassing. De verordening biedt mogelijkheden om een subsidie toe te kennen aan herstel van monumenten of aan een project dat meer mensen laat kennismaken met monumenten, erfgoed of cultuurhistorie en/of de kennis erover kan vergroten. In 2023 is de lijst met gemeentelijke monumenten uitgebreid tot 96 monumenten. In 2024 is een themaraad gehouden over monumenten met o.a. analyse van de werking van de subsidieregeling. Ook in 2024 doen we mee met de landelijke Open Monumentendag. Op deze dag stellen de deelnemers aan deze dag hun monument open voor het publiek. Kerkenvisie In 2025 willen we actief blijven werken met de kerkenvisie Ooststellingwerf. Op basis van deze visie willen we kerkeigenaren blijven helpen met het vinden van een geschikte herbestemming van hun monumentale kerken. Niet afwachten, maar op voorhand nadenken over toekomstige ontwikkelingen. De kerkenvisie is een uitstekend middel gebleken om in gesprek te raken en te blijven met de kerkbesturen in Ooststellingwerf.

53

Wat merkt de inwoner ervan • Inwoners ervaren dat Ooststellingwerf een goede woongemeente is. • Inwoners ervaren een goede leefbaarheid en een toereikend voorzieningenniveau. • Inwoners zien dat woningen - in diverse typen en prijsklassen - en kavels te koop staan. • Inwoners vinden binnen een redelijke termijn een sociale huurwoning. • Eigenaren van een monument en mensen die een project over monumenten willen bekostigen, kunnen eenvoudig een subsidie aanvragen. Wat mag het kosten De lasten worden deels gedekt uit bestaande budgetten. Bij het heroverwegingsproces 2022-2025 heeft u ingestemd met het beschikbaar stellen van € 1,5 miljoen uit de Algemene reserve voor de Taskforce Wonen. Hiervan is nog een bedrag van ruim € 900.000 beschikbaar. Daarnaast heeft u aan het college meer armslag gegeven om snel te kunnen handelen bij aankopen van grond. U heeft in december 2020 bij het voorstel over monumentenzorg ingestemd met een jaarlijkse bijdrage van € 2.500 aan Stichting Fryske Mole uit de reserve monumenten. Daarnaast heeft u ingestemd met het dekken van een eventuele overschrijding van het beschikbare budget voor subsidie monumenten uit de reserve monumenten tot een maximaal bedrag van € 25.000 per jaar.

Beleidskaders • Structuurvisie 2010-2020-2030 Ooststellingwerf • Notitie 'Platteland aan zet' (kaders gebiedsuitwerkingen) (januari 2012) • Notitie 'Voortgang pilot dorpsagenda’s/gebiedsagenda’s' (voorjaar 2012) • Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026 • Regiodeal wonen Z-O Fryslan 2023 • Wet versterking regie op Volkshuisvesting 2024 • Huisvestingswet • Nota Grondbeleid 2022 • Nota Grondprijzen 2022 -2026 • Nota bouwleges gemeente Ooststellingwerf 2016-2019 (januari 201 • Kerkenvisie (januari 2021) • Notitie Tiny Houses Ooststellingwerf (januari 2021)

54

Begroting Programma 8 x € 1.000 8. Bouwen wonen en gronden

Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

-1.666

-3.448

-1.330

-1.329

-1.310

-1.310

-226

58

21

21

21

21

8.3 Wonen en bouwen

-1.771

-1.854

-2.251

-2.249

-2.248

-2.230

Totaal Lasten

-3.663

-5.245

-3.560

-3.558

-3.537

-3.519

8.1 Ruimtelijke ordening

296

205

205

205

205

205

8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen

464

113

-

-

-

-

8.3 Wonen en bouwen

597

578

725

573

571

553

Totaal Baten

1.357

896

930

779

777

758

Resultaat voor bestemming

-2.307

-4.349

-2.630

-2.779

-2.760

-2.760

Toevoegingen

0

-145

0

0

0

0

Onttrekkingen

0

1.577

0

0

0

0

Mutatie reserves

0

1.432

0

0

0

0

-2.307

-2.917

-2.630

-2.779

-2.760

-2.760

Resultaat voor bestemming Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen

Baten

Mutatie reserves

Resultaat na bestemming

55

Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt rekeningen (aanslagen) voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt.

Tot en met 2021 werden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud, maar vanaf 2022 gebeurt dit op basis van de gebruiksoppervlakte van een woning (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk waren er verschillen in waarderingsmethodiek waardoor ervoor gekozen is om alle gemeenten de woningen te laten taxeren op oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de burgers etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. Basisregistraties Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Aangezien de WOZ de overgang naar de gebruiksoppervlakten van de woningen heeft gerealiseerd volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de keten waarin de basisregistraties onderling worden verbonden. Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de geo informatie infrastructuur. Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen.

Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De omgevingswet is in 2024 ingegaan. De Wkb is per 2024 ingegaan voor nieuwbouw gevolgklasse 1. De Wkb voor verbouwing gevolgklasse 1 wordt pas ingevoerd als de evaluaties van wkb nieuwbouw afdoende zijn. In het laatste kwartaal van 2023 zijn zowel bij onze gemeente als landelijk veel vergunningsaanvragen ingediend. Deze vergunningaanvragen moeten afgehandeld worden onder de oude Wabo wetgeving. Consequentie hiervan is dat er weinig praktijkgevallen zijn om te evalueren en dat de Wkb voor verbouwing gevolgklasse 1 in elk geval niet per 1 januari 2025 wordt ingevoerd.

56

De legesverordening is per 2024 vernieuwd in verband met de invoering van de omgevingswet en Wkb. Naast aanpassing aan de nieuwe wetgeving is de legesverordening in OWO verband ook zoveel mogelijk geharmoniseerd voor de hoofdstukken 2 (omgevingsvergunningen) en 3 (APV gerelateerde diensten). De diensten binnen deze hoofdstukken worden uitgevoerd door de OWO-afdeling VTH. Hoofdstuk 1 is uitsluitend tekstueel geharmoniseerd op basis van het VNG model. Hiervoor is gekozen, omdat de dienstverlening voor hoofdstuk 1 niet plaatsvindt via OWO-VTH, maar via de separate gemeenten. U ontvangt eind 2024 een voorstel voor een beperkte herziening van de legesverordening voor 2025. Belastingsoorten Onroerendezaakbelasting (OZB) De hoogte van de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een pand. Het percentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden voornamelijk) betalen OZB. De opbrengst OZB is voor een gemeente vrij te besteden. Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie. Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door deze benchmark. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Dit kunnen gemeenten gebruiken bij hun keuzes over de ontwikkeling van de lokale lasten.

De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting (= eenmalige korting die sommige gemeenten geven). De benchmark moet het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Rioolheffing Eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen (voornamelijk bedrijfspanden) die aangesloten zijn op het riool betalen rioolheffing. Met de opbrengsten hiervan betalen we het beheer en onderhoud van de riolering, drainage, een aantal sloten binnen de bebouwde kom en andere zaken die nodig zijn voor de inzameling en het transport van afval-, grond- en regenwater. In 2024 wordt het Water en rioleringsprogramma 2025-2029 (Wrp) vastgesteld. In het kostendekkingsplan behorende bij het Wrp is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in deze periode. Leges Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Vaak gaat het om de aanvraag van vergunningen of documenten. Denk aan bouwvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Ook activiteiten van het gemeentearchief kunnen in de legesverordening worden geregeld. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen.

Een gemeenten kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) hebben impact op de legesbaten. De impact van de Omgevingswet is nu nog relatief beperkt, doordat de OWO gemeenten in 2024 beleidsneutraal zijn overgegaan. Tot 2032 hebben gemeenten de tijd om het omgevingsplan vast te stellen. Hierin zullen gemeentelijk keuzes worden gemaakt of omgevingsplanactiviteiten vergunningsplichting blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide. Deze keuze kunnen gevolgen hebben voor de legesbaten. Door de WkB wordt de leges voor bouwactiviteiten opgeknipt in een ruimtelijk en een bouwtechnisch deel. De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente. Hierdoor komt de leges voor het bouwtechnische deel te vervallen. Gevolgklasse 1 zijn bijvoorbeeld eensgezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Circa 90 % van alle bouwvergunningen in de OWO gemeenten zit in gevolgklasse 1. Historisch heeft ruimt 60 % tot 75 % van de legesopbrengsten betrekking op bouwvergunningen. De consequenties voor de legesopbrengsten zijn daardoor aanzienlijk.

57

De raming van de legesopbrengsten bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn door de nieuwe wetgeving nu groter. Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten opnieuw geraamd. Bij de begroting 2024 hebben we al aangeven dat het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken een overgangsjaar is en dat een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid naar verwachting in 2025 ontstaat. In de praktijk zien we dat 2024 inderdaad een overgangsjaar is waarbij met name vergunningen worden verleend, die voor 2024 zijn ingediend en op basis van de oude legesverordening en wetgeving worden afgehandeld. We blijven de werkelijke kosten en opbrengsten de komende jaren monitoren en komen waar nodig met voorstellen om de tarieven aan te passen. Toeristenbelasting Per 1 januari 2024 is de verordening toeristenbelasting gewijzigd. Het forfaitair tarief is uit de verordening geschrapt. Recreatieondernemers kunnen hier geen gebruik meer maken vanaf 2024. Voor de ondernemers die dat wensen is een vaststellingsovereenkomst beschikbaar. In deze vaststellingsovereenkomst wordt met vaste, eenduidige normen het aantal overnachtingen forfaitair vastgelegd. De tarieven voor de periode 2024-2026 zijn € 1,65 en € 1,20 per persoon per nacht.

Het tarief van € 1,20 per persoon per nacht is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen. Het tarief van € 1,65 per persoon per nacht is voor verblijf in andere verblijfsaccommodaties. In de raadsvergadering van 27 juni 2023 heeft de raad bij amendement besloten om leeftijd van vrijstelling toeristenbelasting kinderen te verhogen van vier jaar naar 12 jaar. Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven. Bedrijven Investeringszone (BIZ) BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding.

Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing.

58

Inkomsten Lokale heffingen en leges Lokale heffingen en leges

x € 1.000 Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

8.817

9.731

10.130

10.130

10.330

10.530

leges

749

880

952

1.022

1.012

944

Totaal

9.566

10.611

11.083

11.152

11.342

11.474

lokale heffingen

Lokale heffingen Lokale heffingen

x € 1.000 Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Onroerende zaakbelasting eigenaren

3.148

3.019

3.087

3.087

3.287

3.487

Onroerende zaakbelasting gebruikers

-1

267

287

287

287

287

Bedrijven investeringszone

58

60

60

60

60

60

Totaal 0.3 Thema Financien

3.205

3.346

3.434

3.434

3.634

3.834

Forensenbelasting

145

141

145

145

145

145

Toeristenbelasting

347

309

309

309

309

309

Totaal 3.1 Thema Economie

492

450

454

454

454

454

Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing

2.321

2.952

3.176

3.176

3.176

3.175

Rioolheffing (gecombineerd)

2.799

2.982

3.067

3.067

3.067

3.067

Totaal 7.2 Duurzaamheid, Riolering en Afval

5.120

5.935

6.243

6.243

6.243

6.242

Totaal Lokale heffingen

8.817

9.731

10.130

10.130

10.330

10.530

0.3 Thema Financien

3.1 Thema Economie

7.2 Duurzaamheid, Riolering en Afval

59

Leges Leges

x € 1.000 Rekening

Begroting

Begroting

MJB

MJB

MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Burgelijke stand / huwelijk

17

13

13

13

13

13

Burgerzakenleges

269

395

468

538

528

460

8

15

15

15

15

15

20

27

27

27

27

27

Bestemmingsplannen

13

30

29

29

29

29

Omgevingsvergunningen, baten

418

400

550

400

400

400

Totaal Leges

750

880

1.102

1.022

1.012

944

0.2 Thema Dienstverlening

Overige leges

0.3 Thema Financien IP Buitendienst acc. Nanningawerf

5

2.1 Verkeer en vervoer Verharding

8.1 Thema Bouwen wonen Grondexploitatie

Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten die worden verantwoord op bijbehorende taakvelden mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (62%) en van de binnendienst (82%). In verband met sterk gestegen prijzen bij met name onze verwerker, is er naar verwachting in 2025 geen kostendekkendheid en zal er een onttrekking plaatsvinden aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. De totale kostendekkendheid van de legesverordening komt uit op 65%. Tussen de titels van de legesverordening vindt geen kruissubsidiëring plaats. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (hoofdstuk 1) is niet haalbaar, vanwege wettelijke maximumtarieven voor de belangrijkste diensten in dit hoofdstuk.

De kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (hoofdstuk 2) daalt als gevolg van Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). De kostendekkendheid van dit hoofdstuk fluctueert bovendien jaarlijks door fluctuaties in de omvang van bouwactiviteiten. De lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (hoofdstuk 3) is een politieke keuze om te stimuleren dat vergunningen voor deze diensten worden aangevraagd. De berekening van de tarieven gebeurt extracomptabel. Bij de kosten taakvelden zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Bij directe personeelskosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO).

60

De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk voor reisdocumenten en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. Voor hoofdstuk 1 rekenen we met het integraal uurtarief van Ooststellingwerf. Daarin hanteren we een opslag van 82% voor overhead over de directe loonkosten. Voor hoofdstuk 2 en 3 rekenen we met het integraal uurtarief van VTH. Daarin hanteren we een opslag van 62% voor overhead over de directe loonkosten. Er is voor gekozen om de btw niet als kostenelement mee te wegen, omdat het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft waarvoor geen btw verschuldigd is. De wel toerekenbare btw maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten. Toelichting overhead In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc.

Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting Rioolheffing

Begroting Reinigingsheffing

(taakveld 7.2)

(taakveld 7.3)

Lasten Lasten

2.073

3.036

Baten

-

-500

2.073

2.536

Overhead

470

144

Kwijtschelding

51

95

Netto lasten taakveld

Toe te rekenen lasten

Rente Dubieuze debiteuren

-1 7

10

Slootonderhoud en straatreiniging

160

BTW

305

392

Totaal toe te rekenen lasten

993

640

Totale lasten

3.066

3.176

Opbrengst heffingen

-3.066

-3.176

Dekkingspercentage

100%

100%

.

61

x € 1.000 Berekening van

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Totaal

kostendekkenheid Lasten Directe lasten

473

389

26

888

217

230

16

463

0

0

0

0

Totaal toe te rekenen lasten

217

230

16

463

Totale lasten

690

619

42

1.351

Opbrengst leges

435

430

15

880

Dekkingspercentage

63%

69%

36%

65%

Toe te rekenen lasten Overhead BTW

x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting titel 1 Algemene

Begroting titel 2 Fysieke

Begroting titel 3

dienstverlening

leefomgeving /

Dienstverlening vallend

omgevingsvergunningen

Totaal

onder Europese dienstenrichtlijn

Lasten Lasten

562

389

26

Baten

0

0

0

562

389

26

977

Overhead

270

230

16

516

Totaal toe te rekenen lasten

270

230

16

516

Totale lasten

832

619

42

1.493

Opbrengst heffingen

-508

-580

-15

-1.103

Dekkingspercentage

61%

94%

36%

74%

Netto lasten

977

Toe te rekenen lasten

62

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de uitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s op te vangen. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2025 € 22,768 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 19,108 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 3,660 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 8,914 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Kapitaallasten € 1,800 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 3,454 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 2,080 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 22,768 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve).

Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s, die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (Wmo, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1). Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor.

We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

63

Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren.

Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen: • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg) • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening) • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits) • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan). Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie

Kans op voorkomen

Kwantitatief

Financieel gevolg

1.

< of 1 keer per 10 jaar

10%

Geen geld gevolgen

2.

1 keer per 5-10 jaar

30%

< € 25.000

3.

1 keer per 2-5 jaar

50%

> € 25.000 - € 100.000

4.

1 keer per 1-2 jaar

70%

> € 100.000 - € 500.000

5.

1 keer per jaar of meerdere keren per jaar

90%

> € 500.000

Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 is met € 650.000 afgenomen. Dat wordt veroorzaakt door de volgende onderwerpen: • Het risico op afwijking van de WWB budgetten is iets verhoogd (+ € 22.000) • Risico 1c 'Rijksmiddel jeugd structureel geraamd' is fors lager door een lagere geraamde vergoeding (-/- € 762.000) • Het risicobedrag van Bijstelling van de algemene uitkering is iets toegenomen door een hogere algemene uitkering (+ €35.000)

64

• • •

Het risicobedrag WOZ-verhoging valt hoger uit door een lagere boekwaarde van gebouwen per eind 2023 (-/- € 18.000) Het risico van diverse gerechtelijke procedures valt lager uit (- € 25.000) Door extra verstrekkingen is het risico op terugbetalingen van verstrekte leningen verhoogd (+ € 94.000)

65

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op

Financieel

Benodigde

voorkomen risico

gevolg

weerstands-capaciteit

2

4

€ 208.080

1 Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is

Toelichting risico: Het eigen risico voor vangnetuitkeringen omvat een drempel van 7,5%, waarbij tekorten tot deze drempel volledig voor rekening van de gemeente komen. Voor tekorten tussen 7,5% en 12,5% wordt 50% gecompenseerd, en tekorten boven 12,5% worden volledig vergoed. Hierdoor is het maximale eigen risico voor een gemeente 10%. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 2 Risico: Rijksmiddelen voor jeugdhulp structureel geraamd

3

5

€ 215.500

Toelichting risico: Risico dat de rijksmiddelen voor jeugdhulp die we structureel hebben geraamd, niet meer worden ontvangen. Voor 2025 is hiervan de raming € 431.000. Omdat nog steeds niet zeker is of we de 100% vergoeding structureel mogen ramen, nemen we een risico op. Het bedrag dat we in 2025 hebben opgenomen is € 431.000 aan baten. Voor 2025 wordt geen bedrag meer opgenomen voor lagere lasten. Dit is bij de Kaderbrief 2025 aangegeven dat dit niet meer reëel is. Beheersmaatregel: nvt 3 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)

5

5

€ 631.970

Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 4 Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen

1

3

€ 100.000

Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restandschuld te voldoen. Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 5 Risico: garanties woningbouwcorporaties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 is het 'meetekenen' met nieuwe leningen vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt. 6 Risico: National Hypotheek Garantie

1

2

€ 19.000

Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 7 Risico: overige garanties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties. 8 Leegstand in M.F.A. Oosterwolde Zuid (eigendom van de

5

3

€ 90.000

gemeente met overwegend een onderwijsfunctie) Toelichting risico:

66

MFA Oosterwolde Zuid heeft een normatief overschot aan bruto vloeroppervlak wat voor een gedeelte in gebruik is door één van de vaste gebruikers. De Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde Zuid beheert en exploiteert de accommodatie nog kostendekkend. De toepassing van de componentenmethode voor het berekenen van de onderhoudsvoorziening is hiervan grotendeels de reden van. Maar de kostendekkendheid staat onder sterke druk door de stijgende kosten en de niet toereikende Rijksvergoeding voor de materiele instandhouding. Beheersmaatregel: De notitie Platteland aanzet en de daaraan voorliggende Structuurvisie worden vervangen door de Omgevingsvisie. 9 Risico: diverse gerechtelijke procedures

4

3

€ 25.000

Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 10 Risico: afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60%

1

5

€ 690.360

van de WOZ waarde) Toelichting risico:Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om miv 2022 de bedrijfsgebouwen ipv 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. Risico's die niet op geld gezet zijn 11 Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers

2

-

PM

Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 12 Risico: Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen

5

-

PM

(Wkb) Toelichting risico: Aan de berekening van de baten, lasten en kostendekking van de diensten waarvoor leges wordt geheven ligt een raming ten grondslag. Deze raming bevat een aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn nu groter door de invoering van de Omgevingswet en Wkb vanaf 2024. Zie ook paragraaf 1. Tot 2032 hebben gemeenten de tijd om een omgevingsplan op te stellen. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart. Via diverse circulaire hebben wij compensaties ontvangen voor de invoeringskosten van de omgevingswet (en Wkb). Wij kunnen nu nog onvoldoende inschatten of de beschikbare middelen en eventueel nog te ontvangen middelen toereikend zijn om alle invoeringskosten te dekken. Beheersmaatregel: Zowel de lasten voor het opstellen omgevingsplan als de kostendekkenheid leges wordt gemonitord. Indien monitoring aanleiding geeft tot bijstelling, ontvangt u hiervoor een voorstel. 13 Risico: Fraude

5

-

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risico-analyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het MT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken 13 Risico: WMO Abonnementstarief

5

-

PM

Toelichting risico: Het Rijk is voornemens om vanaf 2026 de eigen bijdrage in te voeren voor alle WMO onderdelen, exclusief vervoer. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'.

67

13 Risico: Ontoereikend budget voor toekomstig groot

5

-

PM

onderhoud Toelichting risico: Uit de nieuwe onderhoudsplannen van KWK, die door de raad in september 2023 van de agenda zijn gehaald, blijkt een structureel hogere onderhoudsbehoefte. Dit komt onder andere door de forse prijsstijgingen van de afgelopen jaren. Daarnaast zijn de nieuwe onderhoudsplannen gebaseerd op de actuele wet- en regelgeving. Ook dit heeft een prijsverhogend effect. Verder zijn bepaalde onderhoudselementen in deze onderhoudsplannen eerder begroot en zijn er meer onderhoudselementen opgenomen dan in de oude onderhoudsplannen. Deze extra lasten zijn dus ook niet verwerkt in de begroting. Beheersmaatregel: Besluitvorming over nieuwe onderhoudsplannen vindt plaats na de vaststelling van het accommodatiebeleid. 14 Accommodatiebeleid

5

-

PM

Toelichting risico: Planning is dat na de zomer 2024 een voorkeursscenario accommodatiebeleid wordt vastgesteld. De ingeschatte investering in het voorkeursscenario bedraagt € 55 miljoen en de jaarlijks kapitaallasten bedragen € 2,7 miljoen. Voor een aantal accommodaties wordt in het voorkeursscenario voorgesteld om aanvullend onderzoek te doen voordat er besluitvorming over deze accommodaties plaatsvindt. Besluitvorming over de uitwerking van het accommodatiebeleid inclusief de dekking staat gepland voor januari 2025. Beheersmaatregel: In de huidige begroting staat in 2024 € 200.000 voor accommodatiebeleid. Dit bedrag loopt jaarlijks op met € 100.000. Bij de kaderbrief 2025-2029 is besloten om het budget 2025 te reserveren, omdat we niet eerder dan 2025 starten met investeringen. Er ontstaan dus op zijn vroegst in 2026 kapitaallasten. Ook is bij deze kaderbrief besloten om het budget vanaf 2028 met € 100.000 per jaar te verhogen. Bij de uitwerking van het accommodatiebeleid kijken we of dit budget genoeg is voor de dekking voor de korte termijn en maken we ook een doorkijk naar de (middel)lange termijn. 15 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken

5

-

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 16 Risico: Verbonden partijen

2

-

PM

Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiele impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet. 17 Risico: OWO bedrijfsvoering

2

-

PM

Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiele impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet. TOTAAL

€ 2.079.910

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=4fe0f972-6f27-4777-ad3b-0380c29812ed